CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2025.12.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 3 februari 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 december 2025, 6 januari 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2 december, 9 december 2025, 13 januari en 20 januari 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 520.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Minimaal één keer per jaar, als het nodig is vaker. En een mooi plaatje ook van weer een nieuw evenement met de slogan dat we ook best trots mogen zijn op Dordrecht als evenementenstad. De voorzitter: Dank u wel. Nog voordat ik überhaupt iets gezegd heb, wil mijnheer Van Dam Timmers een vraag stellen. Of niet? Ja, dat mag. Dan ga ik zo meteen nog wel even vertellen wat we gaan doen. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, het is op zich wel gebruikelijk in deze commissievergadering dat als er sprekers zijn geweest, dat we vraag kunnen stellen aan die sprekers. Ik neem aan dat we dat gaan doen.

20

De voorzitter: Zeker, mijnheer Van Dam Timmers. Maar ik wilde eigenlijk zeggen, natuurlijk mag u vragen stellen, maar probeer ook vooral met elkaar in gesprek te gaan en ook te zorgen dat er vanuit verschillende invalshoeken ook met elkaar over gesproken kan worden. Dat was eigenlijk het enige wat ik daarbij mee wilde geven. Niet alleen dat we vragen afvuren, maar vooral ook het gesprek aangaan. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Hartelijk dank. En met veel belangstelling natuurlijk het evenementenbeleid gelezen. Er zijn veel goede dingen verteld, er staan heel veel mooie dingen in zijn. Wel een paar dingen die ik ingewikkeld vind. Daar heb ik ook een vraag over. Ik lees veel grote ambities, maar ik lees tegelijkertijd ook veel bedreigingen. En dan ben ik wel benieuwd naar een aantal van de insprekers, hoe zij die dingen met elkaar rijmen. Zo staan er bijvoorbeeld in het evenementaanbod ambities om evenementen toe te voegen, terwijl ik aan de andere kant juist hoor, het is moeilijk om de dingen die we nu al hebben te behouden. Dat staat voor mij een beetje in een moeizame relatie. En ik vroeg me ook af, er staat best wel een ambitieuze agenda en tegelijkertijd indexeren we het komend jaar de middelen niet. Dus vraag ik me dan af, organiseer je met zo'n ambitieuze agenda ook niet je eigen teleurstelling? Mevrouw Weering: Dank voor de vraag. Ja, het is een ambitieus beleid.

Die gaf ik ook in de dilemma's mee. Dit beleid onderstreept ook vooral de balans tussen de levendigheid en leefbaarheid die erin staat. En dat heeft ook te maken met wat ik aangaf, dat we graag ook richting die wijkgerichte evenementen willen kijken. De belasting in de binnenstad is natuurlijk ook best wel hoog. We willen ook graag kijken, wat kunnen we ook in die verbinding in de wijken betekenen? Hoe kunnen we zorgen dat we die afstemming ook goed hebben om die balans te realiseren? Verspreiding over verschillende plekken, pleinen, parken die er zijn. We moeten zorgen dat we daar de ruimte met elkaar in zullen vinden. En betreft de financiën, want dat was ook de vraag. Dat is best een behoorlijke kluif, om met de ombuigingen ook te kijken, hoe kunnen we toch die ambities blijven waarmaken? Dat doen we binnen het bestaande budget, wat ook in de financiële paragraaf is uitgelicht, wat we daarvoor doen. Een deel daarvan zit in de subsidieregeling van het evenementenbudget, maar ook een deel om aan deze ambities te werken. De heer Van der Weide: Mag ik nog even een aanvulling? Dat gaat om de bedreigingen met name. Dat is nou precies de rol van het evenementenplatform.

Je kan allemaal zelfstandig proberen een oplossing te vinden voor de knelpunten waar je tegenaan loopt en de bedreigingen waar je tegenaan loopt, maar laten we vooral de samenwerking met elkaar zoeken om te kijken of je in gezamenlijkheid voor die bedreiging een goede oplossing kan vinden. En een oplossing die voor het ene evenement goed is, is voor het andere evenement ook waarschijnlijk heel goed toepasbaar. En dat is eigenlijk de rol die wij voortdurend willen proberen te spelen. Laten we vooral in de samenwerking proberen die bedreigingen het hoofd te bieden. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, een korte aanvullende vraag. Ik hoor heel veel goede dingen en ook goede aanvullingen ook. En ik vind het heel mooi dat het platform daar zo actief ook in bezig is.

21

Maar tegelijkertijd, als ik naar de besteding van de middelen kijk, zie ik een voorstel voor de herschikking van de middelen, waarbij de subsidieregeling uiteindelijk minder budget krijgt. Dat betekent ook de evenementen elders in de stad, wat in de ambitie staat. Daar is wel minder budget voor beschikbaar. En voor de specials is minder budget beschikbaar. Terwijl er nergens in de ambitie staat dat we iets niet meer gaan doen. En dat vind ik dan toch ingewikkeld. Aan de ene kant is er een heel ambitieus beleid, maar aan de andere kant gaan er wel financiën weg. En ik vind die moeilijk met elkaar te rijmen. En dan vraag ik me af, waar nemen we dan afscheid van? Mevrouw Weering: In de financiële paragraaf staat inderdaad een herschikking van bestaande middelen. We hebben door de categorie toe te voegen, vieringen herdenkingen, een aantal evenementen die nu nog in de incidentele subsidieregeling zitten, zullen we daar onderbrengen. Denk daar aan de intocht van Sinterklaas, Ketikoti. Dat zat hem ook in niet zozeer vanwege het financiële vraagstuk, maar ook de toetsingscriteria die voor dat soort vieringen en herdenkingen minder toepasbaar zijn, dus is het fijn om daar een eigen categorie voor te kunnen maken. Dat budget verschuift van de regeling naar de vieren en herdenkingen categorie.

En in het niet doen van zaken, wij zoeken toch naar die bredere financieringsmix die ik ook al eerder noemde, om te kijken of we daar door efficiëntieslag te kunnen maken, hopelijk met samenwerking kijken naar hoe we daar gezamenlijk kunnen inkopen, zorgen dat daar minder kosten naartoe hoeven te gaan. En ondertussen ook te kijken, kunnen we die pool eigenlijk breder maken dan alleen de subsidieverlening die vanuit de gemeente gaat, om die kwetsbaarheid ook meer te spreiden en die financieringsmix te verstevigen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het stuk. Een mooi stuk. En jullie willen samenwerken met allerlei organisaties, maar wordt er ook gedacht aan mindervaliden en willen jullie ook daarmee samenwerken, zodat we echt naar een festival kunnen? Want in het Wantijpark is het bijna helemaal goed geregeld. Het kan nog iets beter, zodat die mindervaliden zich ook welkom voelen. De heer Van der Weide: Uiteraard hebben wij aandacht voor mindervaliden en proberen we waar mogelijk ook daar oplossingen voor te bedenken. Maar u moet zich wel realiseren dat, en dan pak ik gewoon even Dordt in Stoom als voorbeeld, als je daar een oude stoomsleper hebt liggen, die kan ik niet zomaar aanpassen dat daar mindervaliden ook toegankelijk voor zijn. Dat zijn dingen, die moeten we gewoon accepteren, dat dat niet mogelijk is.

Maar verder weet ik van diverse organisatoren dat zij er echt alles aan doen om waar mogelijk mindervaliden ook de ruimte te bieden. Alleen moet het moet wel passen binnen de mogelijkheden die er zijn. Als je een ruimte creëert waar mindervaliden makkelijker toegankelijk kunnen zijn en er komt uiteindelijk niemand, dan is zo'n organisator heel erg teleurgesteld dat ze heel veel in het werk hebben gesteld en vervolgens dat er geen gebruik van is gemaakt. En dan krijg je wel de vraag, ik creëer ruimte en daar wordt geen gebruik van gemaakt. En dat is een lastige. De voorzitter: Aanvullend?

22

Mevrouw Kamphuis: Ja, aanvullende vraag. Daarom vraag ik, ga echt met de mensen in gesprek. Mevrouw Weering: En ik wilde er nog op aanvullen dat we ook in het beleid contact hebben gezocht ook met collega's die hier druk mee bezig zijn. En ook niet alleen naar de mindervaliden, maar ook hebben gekeken naar sociaal toegankelijk, online toegankelijk. We hebben hem juist ook breder getrokken dan alleen fysiek toegankelijk, waarin we daar ook gewoon kansen zien om, ook in kennisdeling, hoe kunnen we daar beter mee omgaan? Elke keer weer stappen de goede kant op te zetten. De heer Van der Weide: Dan nog één aanvulling. Er is al iemand geweest die heeft gevraagd, mag ik een keer met jullie komen praten? En zo'n uitnodiging laten wij natuurlijk niet liggen. Met de volle energie pakken we die op. De voorzitter: Dank u wel. Dan krijgen we eerst mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Bedankt, voorzitter. Ik wil nog even doorgaan op de beantwoording zojuist van mevrouw Weering op de vraagstelling van de heer Van Dam Timmers over het financiële kader. Want ze gaf heel duidelijk aan, er is inderdaad een uitdaging en waar we naar op zoek zijn is andere manier van inkomsten, zodat het niet alleen afhankelijk is van subsidies.

En hoever zijn jullie daarmee? Waar moeten we dan aan denken? Hebben we het dan over sponsoring of hebben we het over andere manier van inkomsten genereren? Of is het nog even blanco zoekveld? Mevrouw Weering: Dat is nog niet af, maar we zijn nog wel aan de slag om met elkaar ook kennis van buiten hiernaartoe te halen. We hebben samen met het evenementenplatform gekeken, hoe kunnen we dat goed aanpakken? Dan gaat het over fondsen, andere subsidiestromen misschien. Maar ook inderdaad, hoe ga je om met partners, sponsoren? Welk deel is vrij toegankelijk? Eigenlijk op heel veel vlakken kijken we naar die financieringsmix van de evenementen. En ook daarin valt ook kennis te delen en van elkaar te leren. En de samenwerking, maar dat geldt voor heel veel onderwerpen, pakken we dan ook wel projectmatig met het platform aan, waarin we kijken, we pakken nu dit stuk beet, dat verkennen we met elkaar. Waar zitten oplossingen? Om dat ook gelijk concreet te kunnen maken voor de organisatoren en zo aan de doelstellingen te werken die in dit beleid staan. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ik ga even terug naar de toegankelijkheid en ik ga een hele concrete vraag stellen, maar wel volledig technisch van aard. Want het stukje toegankelijk is vrij uitgebreid in dit stuk. Er zit ook gelijk een hele mooie taakverdeling bij de uitvoeringsagenda.

Dat is heel erg fijn. En dan zie je ook, toegankelijkheid van evenementen zit straks bij evenementenbureau Dordrecht Marketing & Partners en dat is voor Q2 2026. Maar een signaal wat wij vaak krijgen gaat over de rolstoeltoegankelijke kabelgoten, wat ook natuurlijk fijn is voor kinderwagens en zo.

23

En toen vroegen wij ons af, is het mogelijk om dat dit jaar, of deze zomer zie ik dan vooral voor me, misschien ook met de kerstdingen, al te doen? Of moeten we echt even wachten tot het nieuwe beleid er is in de nieuwe financiële verdediging. Mevrouw Weering: Steeds even afstemmen wie antwoordt, hoor. Sorry. Waar we eerder kunnen, gaan we sneller. Het is ook best wel lastig bij het opstellen van zo'n uitvoeringsprogramma. Je gaat inschatten, hoe snel kunnen we gaan met elkaar? En we zijn best wel ambitieus en we zijn enthousiast dat het platform nu opgericht is. Je wil eigenlijk best wel, waar het kan, sneller gaan. Ik durf me daar nu niet aan te committeren wat dat voor snelheid wordt. Maar we hebben al wel gesprekken gehad, hoe kunnen we daar misschien ook juist in het collectief, dat niet iedere organisator dat voor zichzelf moet regelen, kunnen we daar gezamenlijk in optrekken, waardoor het ook makkelijker te organiseren is voor de verschillende evenementen. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Van der Weide. Ik heb met heel veel interesse zitten luisteren naar uw verhaal en met name het verhaal over vrijwilligers. En die vrijwilligers maken een onderdeel uit van iedere organisatie die iets aan evenementen doet. En ik hoor u zeggen, vrijwilligers die geven op een gegeven moment ...

Na twee, drie jaar is het klaar, we zijn constant op zoek naar nieuwe vrijwilligers. En ik hoor u zeggen, dat zullen we en dat willen we graag in samenwerking met. En toen werd ik eigenlijk getriggerd. Kunt u daar iets specifieker over zijn? De heer Van der Weide: Er zijn een aantal organisaties die zich richten op het beschikbaar stellen van vrijwilligers en ook op het werven van vrijwilligers. Maar daarnaast zul je ook moeten gaan nadenken over, welke taken kan ik bij die vrijwilligers weghalen door het inzetten van professionele ondersteuning? Want als je die vrijwilligers maar blijft overloaden, stappen ze nog veel eerder op. Wij proberen echt met een combinatie van activiteiten, een combinatie van middelen, professionele ondersteuning te gaan organiseren. Daar moet je ook weer geld voor hebben. En op die manier de vrijwilligers te ontlasten. De heer Katif: Voorzitter, een vraag. Ik ben blij met het antwoord, maar daar komt hij, het gaat om financiën. En dat stukje financiën ben ik best in geïnteresseerd. Ik bedoel, ik zie dat nu niet. Ik sluit me aan bij de heer Van Dam Timmers die zegt, een ontiegelijk grote ambitie. Maar daar staat iets tegenover. En ik hoor de ambtelijke organisatie het een en ander vertellen, maar namens de organisatoren zou ik graag willen horen, hoe ziet u dat voor zich? Daar ben ik best in geïnteresseerd.

En de laatste vraag, u had het ook over digitalisering. Daar was ik ook in geïnteresseerd. Want u zegt, dat kost ook geld. Eigenlijk, alles wat u tot nu toe, mijnheer Van der Weijde, zei, leidt namelijk naar een stukje financiën. En ik zou bijna achilleshiel, we moeten helaas bezuinigen. Dat snapt u ook wel. De heer Van der Weide: Die boodschap is heel duidelijk. Maar waar we naartoe moeten is, daar zijn wij ook al mee bezig samen met de gemeente, om te kijken of er geen landelijke subsidiemogelijkheden zijn voor evenementen.

24

We hebben binnenkort ook weer een gesprek met een bureau wat ons daar mogelijk behulpzaam bij kan zijn, om te kijken of we op een veel bredere basis naar ondersteuning kunnen zoeken, financiële ondersteuning, juist om dit soort vraagstukken op te lossen. En natuurlijk, ik ben het met u eens, professionalisering en digitalisering kost in eerste aanleg geld om het te organiseren. Maar het zijn eenmalige kosten en als je die eenmaal binnen hebt, dan ben je een heel eind verder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Dank. Eerder werd al de regeldruk genoemd en ik zou het platform willen vragen of ze misschien wat voorbeelden hebben van regels die voor die druk zorgen. De voorzitter: We hebben hier nog meer mensen aan tafel zitten. Wat dat betreft mogen er ook anderen spreken. Maar mijnheer Van der Weide, gaat gerust uw gang. De heer Van der Weide: Ik zal de aftrap doen en dan vult de rest hem straks wel in. Die regeldruk die wordt voor een groot deel veroorzaakt door wat uit de literatuur bekend is als de zogenaamde risicoregelreflex. Er gebeurt ergens iets en vervolgens gaan we weer maatregelen treffen om te voorkomen dat die gebeurtenis zich weer gaat voordoen. En zo zijn er allerlei voorbeelden denkbaar, de brand in Tomorrowland in België, er brandt podium af. U heeft het misschien allemaal gezien.

En vervolgens kan je er vergif op innemen dat er aanvullende eisen komen waar podia aan moeten voldoen. Moeten we allemaal brandblussers daar neer gaan zetten. Dan kan ik u één ding verzekeren, bij het eind van het evenement ben je al je brandblussers kwijt. Heb je weer een extra kostenpost omdat de leverancier natuurlijk ook weer gecompenseerd moet worden. En dat soort vraagstukken lopen wij voortdurend tegenaan. Er komen regels bij, maar er gaat nooit wat af. En er zijn allerlei voorbeelden die wat dat betreft genoemd kunnen worden. De voorzitter: Kan een van de andere organisatoren daar ook op reageren? De heer Van Geel: Jazeker. Even vanuit Stichting Sinterklaas, waar ik bestuurslid van ben. Daar zijn ook nog wel wat voorbeelden van. Eentje is bijvoorbeeld, wij doen al jaren de aankomst in de Kuipershaven waar we de Sint verwelkomen. Een aantal jaar geleden hebben wij een programma op het water gedaan voor het eerst, misschien jullie wel bekend. Er werd bij het dienstoverleg aangegeven dat wij opeens daar andere dranghekken moesten neerzetten. Ik weet niet precies hoe die ook alweer heten. Stage barriers, dank je wel Huub. Opeens moesten die er komen. En waarom? Omdat er verwacht was dat er meer publiek zou komen die de hekken opeens om zouden gooien. Wij organiseren dat al jaren. Ik mag dat denk ik 10-12 jaar doen geloof ik nu. Ik heb het zelf nog nooit meegemaakt.

Maar goed, dat wil niet zeggen dat het niet kan. Opeens moest er zijn. En het jaar daarna deden we een reguliere intocht en het hoefde weer niet. Zoiets. EHBO. EHBO wordt ook steeds strenger aangescherpt. We moeten op basis van de grootte van het evenement meer EHBO’ers inhuren. Kost geld. Reddingsbrigade. Op het moment dat wij aangeeft dat wij een bepaald voorprogramma doen voordat Sint aankomt, moeten we exact de tijden doorgeven wanneer we daar zijn, wanneer we zelfs

25

publiek verwachten. Vanaf de verwachtingstijd tot het einde programma moet er reddingsbrigade zijn. Extra kosten. Verkeersregelaars, ook zoiets. Natuurlijk, altijd belangrijk. Meer posten afgezet worden omdat er ergens auto's vandaan kunnen komen of zo. Op bepaalde posten meer inzet van verkeersregelaars. En we snappen het allemaal, want veiligheid staat bij ons echt op nummer 1. Het is geen onwil, maar het is wel waar we mee te maken hebben. En dat is meer in het kader van regeldruk en uiteindelijk komen daar weer aanvullende kosten uit voor ons. Dat zijn er even een paar. De heer Malschaert: En wat je eigenlijk net al zei … Sorry, Dirk van Wantijpop. Je hebt steeds meer expertise nodig, wat je zelf niet kan, wat vroeger niet hoefde. Denk dan aan stikstofberekeningen die gemaakt moeten worden. Denk aan, je moet bouw berekeningen hebben voor alles wat je neerzet op het terrein. En het gaat inmiddels zover dat als we een pagodetent op een gebouw deck neerzetten, wat eigenlijk niet bij elkaar hoort normaal gesproken, je zet een tent op iets, bijvoorbeeld een VIP-deck, dan moet je daar aparte berekeningen voor laten maken wat de tent doet op het deck. Daar zijn gewoon mensen best wel lang mee bezig en dat is vrij kostbaar. Dat soort zaken.

Natuur, dat het park gecheckt moet worden op welke diersoorten er aan het broeden zijn, wel of niet, wat overigens een behoorlijke impact zou kunnen hebben op het evenement. Eigenlijk continu extra dingen, wel of niet terecht, maar in ieder geval expertise wat wiet goedkoop is. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh is de volgende in het rijtje. Mevrouw Van den Bergh: Ik had ook een vraag over die voorbeelden van de constante regeldruk. En mijn vraag is, want we hebben nu een aantal voorbeelden gehoord, wat doen jullie daarmee in het platform? Want je zegt, we zijn er met elkaar om oplossingen te vinden, we zijn gesprekspartners. We willen stimuleren dat die evenementen kunnen bloeien. Wat doen jullie? Want een heleboel dingen komen jullie waarschijnlijk hetzelfde tegen, hoewel de evenementen verschillend zijn. Maar wat voor afspraken maak je en wat is het perspectief? Mevrouw Pichel: En voorzitter, mag ik aanvullen op die vraag, en wat doet de gemeente? De voorzitter: Zeker, mevrouw Pichel. Mevrouw Gatzen: Deze wil ik wel nemen. Wat je merkt is dat organisatoren bij ons aankloppen, bij leden van het platform in zijn geheel, met dingen die ze voorleggen van, ik loop hier tegenaan. We kunnen samen kijken naar een oplossing. Wat we doen is dat we met de dienst in gesprek gaan. Dan kunnen we in overleg kijken waar nog schoenen wringen, wat misschien te vereenvoudigen is.

Dat is meer onze kant van het verhaal. De gesprekken zouden er zijn, maar dat is door een valpartij niet doorgegaan. We zijn wel degelijk met elkaar in gesprek en sowieso met elkaar van, ik loop hier tegenaan, ik heb het zo opgelost, dat. Dat heel erg. En ik wil nog heel even terugkomen op de vraag van mijnheer Katif, als het hier tussendoor mag, nu ik toch aan het woord ben. De voorzitter: Vooruit.

26

Mevrouw Gatzen: Dank u wel. Wat we bij Big Rivers hebben gedaan als het gaat over vrijwilligers in vrijwillige inzet, want die zien wij ook. Mensen die bij ons 14 dagen vakantie opnemen. Als je 21 vakantiedagen hebt neem je 10 dagen op om bij Big Rivers te komen vrijwilligen. Die bouwen, die breken en je hebt het evenement. Wat wij zijn gaan doen is een vrijwilligersvergoeding betalen, de mensen die vooraf en achteraf. Het hoeft niet altijd om heel veel geld te gaan, als wel een blijk van waardering van, heel fijn dat je hier staat, want anders heb ik een bedrijf nodig. Het zit hem niet altijd per se in bergen geld erbij, als wel het misschien op een iets andere manier inzetten, waardoor mensen wel aan boord blijven. En daarbij wel aandacht vragend voor de vrijwillige bestuurders die wij hebben. Het gaat om enorme bedragen in begrotingen van ons allemaal denk ik. Regent het 3 dagen, die kun je niet verzekeren, regen. Je kunt wel verzekeren dat je moet afgelasten vanwege extreem weer. Dat kun je verzekeren, als je dat wil. Maar 3 dagen regent, dan zijn je omzetten dusdanig gekelderd dat je gewoon in één klap weg bent. Ik denk dat dat voor ons allemaal wel geldt. En dat bij vrijwillige bestuurders neerleggen die het doen naast hun baan, ik heb het al vaker volgens mij hier in de commissie gezegd, maar naast hun baan, naast hun bedrijf, dat is best wel een last.

En ik denk dat we daar wel oog voor moeten houden, dat we daar in ieder geval aandacht voor houden en kijken met dit nieuwe beleid ook, hoe gaan we daarmee om? Die wilde ik nog even toevoegen. En er was volgens mij nog een vraag. Was dat dezelfde vraag? Mevrouw Weering: Voor de gemeente. De regeldruk is onderwerp van gesprek ook tussen de gemeente en het platform. Helaas niet alle regels zijn aan de gemeente. We hebben ook te maken met de regels die vanuit het Rijk worden opgelegd en daarin is het wel een beetje de belastingdienstmentaliteit, kunnen we het makkelijker maken? Het wordt niet leuker. Maar waar we wel kunnen, wordt er al wel meegewerkt om te kijken, kunnen we het organiseren bijvoorbeeld met een ecologische toets die we vanuit de gemeente faciliteren voor de evenementenlocaties die er zijn? Maar ook verkeersplannen die we hier binnen de gemeente mee opstellen voor de evenementenorganisatoren om daarbij te helpen. Kijken of we collectief voor EHBO een pot te hebben om daar de kosten bijvoorbeeld in te dekken. We kijken wel, zijn er zaken die voor veel evenementen spelen, waarin we een rol kunnen pakken? Voor dit beleid hebben we ook een stuk procesoptimalisatie, ook in samenwerking trouwens met de Omgevingsdienst, want de gemeente dekt niet echt helemaal de lading.

We werken juist in dat hele vergunningstraject heel veel samen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid en ook met het evenementenbureau. Die zijn daar nog veel meer expert in dan ikzelf. Maar daar kijken we, kunnen we het online makkelijker maken om ook aanvragen in te dienen? Kunnen we, het staat ook in het uitvoeringsprogramma, naar een meerjaren ontheffing bijvoorbeeld voor de Alcoholwet? We zoeken wel naar de plekken waar het kan, maar de regeldruk die hier ook wordt uitgesproken kunnen we niet als gemeente helemaal wegnemen. Mevrouw Pichel: Mag ik een aanvullende vraag stellen op het antwoord? De voorzitter: Ja.

27

Mevrouw Pichel: Fijn, voorzitter. Ik vraag me af, het is natuurlijk heel mooi dat we daar allemaal in meedenken. Gaat dat proactief genoeg? Ik neem maar even een voorbeeld. Wat werd er net gezegd? Bijvoorbeeld een park checken op welke diersoorten aan het broeden zijn. Ik kan me ook zo voorstellen dat op een gegeven moment organisatoren het maar gewoon al hebben gedaan en daar geld aan hebben besteed. Nu zijn we in gesprek, dan horen we dat en dan ligt dat op tafel. Wie weet wat er volgend jaar verschijnt? Op welke manier kunnen we dat wellicht een beetje voor zijn of op voorhand aangeven? Soms is het ook een beetje mosterd na de maaltijd, denk ik. En misschien ook niet. Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Mevrouw Weering: Het kan denk ik altijd beter. Dat is ook de ambitie die in dit beleid staat. We hebben nu een opgericht platform, dus ik merk al wel, er gaan in die samenwerking en om dat goed van elkaar te kennen, waar loop je tegenaan? Daar begint het ook mee. Je moet elkaar wel goed weten te vinden om te zien waar die schoen dan ook wringt. Maar het kan altijd beter, het kan altijd nog proactiever. Ik denk dat het helpt dat we daar ook een proces voor willen opstarten. Bijvoorbeeld, we hebben in Dordrecht al best wel wat mooie ingrediënten op tafel die niet in elke stad liggen, zoals een evenementenoverleg, inderdaad een platform, een evenementenbureau.

Dat zijn niet vanzelfsprekendheden. Maar die ingrediënten kunnen wel met elkaar zorgen dat we, ondanks de ingewikkeldheid, en het is ook echt een oerwoud van regels, ik leer daar ook enorm veel in, in de tijd dat ik nu hierdoor recht aan de slag ben. Maar dat zijn wel ingrediënten die gaan helpen om het, waar we kunnen, te verbeteren. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. Ik was u niet vergeten. De heer Tutupoly: Ook niet verwacht, hoor. Ook eventjes over de regeldruk verminderen. Ik vroeg me eigenlijk af, het wordt al eigenlijk zijdelings hier genoemd, een vergunning af te geven, een meerjarige vergunning. Daar wordt eigenlijk aangegeven, dat zou niet helpen. Maar ik vraag me af, als je dat wel zou doen, maar je zou je dan alleen maar toespitsen op eventuele regelgeving die veranderd is, dat daar alleen een aanvulling op hoeft te komen, zou dat dan ook niet kunnen helpen? Mevrouw Weering: Misschien kan jij zo aanvullen, maar in ieder geval om even af te trappen, want ook in de behandeling van de visienota evenementen is dit onderwerp besproken in jullie raad. Door die behandeling hebben we ook een onderzoek laten uitvoeren door de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid in samenwerking met het evenementenbureau. En dat onderzoek is ook besproken met de Veiligheidsregio bijvoorbeeld en met onze afdeling openbare orde en veiligheid. Want dat klinkt goed ook, een meerjaren vergunning.

Maar voor de grotere evenementen, die ook veel aan deze tafel nu ook zitten, daar is dat al heel lastig voor, omdat daar de risico's te groot zijn om dat voor meerdere jaren te kunnen vergunnen. Dat lijkt misschien mooier dan daadwerkelijk straks de regeldruk ook zal verminderen. Maar we hebben in datzelfde onderzoek ook wel adviezen gekregen, hoe kunnen we bijvoorbeeld door die procesoptimalisatie of door een meerjaren ontheffing op die alcoholwetgeving, wel zorgen dat we daarmee aan de slag gaan? En ook een suggestie daarin is ook het maatwerk. Bijvoorbeeld nieuwe evenementen, jullie hebben allemaal een tijdelijke ijsbaan zien oprijzen hier aan de Spuiboulevard.

28

Daar doen we dingen voor het eerst, dus dat heeft gewoon veel meer tijd nodig dan de evenementen die we jaarlijks herhalen, daar minder aandacht. Dan kunnen we in maatwerk ook de tijd geven juist waar het nodig is en misschien de tijd schrappen waar het niet nodig is. De heer Van der Weide: Mag ik nog één aanvulling doen? Het lastige is dat die regelgeving, wat ik daarstraks al zei, er komen heel veel regels bij en er gaan heel weinig regels af. En elk jaar moet je opnieuw kijken in hoeverre die regels … Die kunnen op een bepaald onderdeel van het evenement misschien van toepassing zijn, dan is het niet zo moeilijk. Maar regels die eigenlijk het totale evenement reguleren, dan moet je voortdurend opnieuw kijken, jongens, wat betekent dat en hoe kunnen we daarmee omgaan? En dat betekent dat je eigenlijk van voor tot achter en van achter tot voor opnieuw alle regels tegen het licht moet houden, omdat die misschien in een ietwat gewijzigde opstelling van het evenement, want dat kan ook gebeuren natuurlijk, toch weer opnieuw tot vragen gaan leiden. De voorzitter: Ik heb staan mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens: Dank u wel, voorzitter.

De vraag is misschien ook al wel beantwoord, maar mijn vraag is, worden al die regels ook geëvalueerd door de Omgevingsdienst, door de gemeente? Wat vinden de evenementenmakers zelf ervan? Welke regels zouden jullie weg willen hebben? Dat je denkt, dat is eigenlijk compleet overbodig. En dat we daar een lijst van kunnen maken of zo. Hoe denken jullie daarover? Mevrouw Weering: Ik wil in ieder geval starten, de lastigheid is daarvan dat heel veel regels vanuit het Rijk komen, dus dat we daar hier lokaal niet zomaar iets in kunnen wijzigen, maar wel in de manier hoe we er mee omgaan. Dat maatwerk bijvoorbeeld, zoals ik al noemde. En wat ik misschien nog ben vergeten te noemen is dat we ook kijken, kunnen we daar ook in de kennisdeling … We hebben event talks bijvoorbeeld, bijeenkomsten, om te zorgen dat waar die regels van toepassing zijn, dat we daar ook wel weten, wat wordt er dan precies gevraagd en hoe gaan we daar hier invulling aan geven? We proberen ook door die informatie over te dragen vanuit het evenementenbureau de omgevingsdienst ook naar de organisatoren om daar zo goed mogelijk over up to date te zijn en te doen wat moet, maar te kijken waar we dat met maatwerk kunnen vormgeven. Mevrouw Lammens: Een vervolgvraag.

Zou ik dat antwoord ook mogen hebben van de organisatoren die daarover gaan, wat zij vinden van de regels, of die goed genoeg geëvalueerd worden? De heer Malschaert: Ik heb zeker het idee dat de regels goed geëvalueerd worden. Ik heb nog wel een punt, maar dat heeft dan niet met de vergunning te maken, maar met de subsidie. Subsidie aanvragen is heel makkelijk, maar de afhandeling is, als we het over regeldruk hebben, ook behoorlijk.

29

Vooral als je een special bent en boven bepaalde bedragen komt, dan kom je niet weg met een administratiekantoor wat wij gewoon normaal hebben, maar dan moet elk bonnetje tot achter de puntkomma gecontroleerd worden. En daar zijn mensen echt wel dagen mee bezig. En daarbij gaat de eerste 10 procent van de subsidie gewoon keurig naar de registeraccountant. De voorzitter: Die kan iedereen nog later meenemen. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, ik zou graag willen horen van mevrouw van het circus en mevrouw van Voorstraat Noord waar zij tegenaanlopen. Mevrouw Landa: Als we het over regeldruk hebben, Voorstraat Noord, wat bijvoorbeeld ook heel erg opvalt is, een aantal dingen zijn natuurlijk ook in de loop der jaren teruggeschroefd, onder andere bijvoorbeeld de ondersteuning vanuit de politie. En dat heeft voor ons bijvoorbeeld als groot … Dat we bewaking in moeten huren. Dat hebben we eigenlijk nooit hoeven te doen. En die kosten lopen gewoon enorm op. Jaren doe je het allemaal zonder en dat ging ook allemaal gewoon prima. Eigenlijk is er ook tot nu toe, klop ik even af, nooit iets gebeurd. Aan de andere kant wil je ook niet natuurlijk dat er iets gebeurt en dat je onvoorbereid bent.

Uiteindelijk is het voor je eigen geruststelling wel fijn dat er natuurlijk mensen rondlopen die dat goed kunnen begeleiden vanuit een beveiligingsbedrijf, maar het zijn wel kosten waar je niet op zit te wachten. En ook weer extra regeldruk. Je moet een bedrijf zien te vinden, die moeten allemaal weer binnen de organisatie passen, die moeten gebriefd worden. Daar zit ook weer werk aan, buiten dat je al dat andere ook al had. Maar dat is bijvoorbeeld een van de voorbeelden waar ik dan mee te maken heb. De heer Malschaert: En dat zie je natuurlijk ook bij hardloopwedstrijden en wielrenwedstrijden. Vroeger deed de politie gewoon de wegen afzetten. Tegenwoordig moet iedereen dat natuurlijk helemaal zelf doen, met voor die stichtingen natuurlijk gigantische kostenstijgingen qua verkeersregelaars. De voorzitter: Mevrouw Klingler nog. Mevrouw Klingler: Voor het circus is het het lastigste dat de locaties beperkt zijn. Dat betekent dat er nu eigenlijk maar één locatie die beschikbaar is en dat is de rotonde bij de Laan van Europa. Alleen die is niet officieel aangewezen als evenementenlocatie, dus dat betekent dat voor alles wat je daar doet je goed je vergunningen op orde moet hebben. Daar moet je heel veel extra voor regelen. Daar zijn weinig voorzieningen, dus ook daar moet je heel veel voor regelen.

We hebben dan gelukkig een samenwerking met hotel Van der Valk, waar we bijvoorbeeld stroom van vanaf mogen nemen. En zo probeer je toch op zo'n locatie alles voor elkaar te krijgen. Wat qua financiering het lastigste is, en dat geldt eigenlijk voor iedereen, het circus is een evenement, een betaald evenement. Dat kan betekenen, als het goed gaat, dat je aan het einde van de rit inderdaad ook een reserve kan opbouwen, waardoor je met minder subsidie toe kan. Maar alles wat je doet moet voorgefinancierd worden en dat gaat om gigantische bedragen. En daar zit vaak het probleem, dat als jij een tent moet voorfinancieren van 60, 70, 80 duizend euro, dat je dat niet zomaar beschikbaar hebt.

30

Dan zijn zelfs de kleine hoeveelheden aan subsidie waardevol om dat voor te kunnen financieren. En in het geval van circus is het een hele kleine organisatie, een persoonlijke organisatie, dus dat levert heel veel stress op in de voorbereidingen als je ziet, er was bijvoorbeeld nu nog een extra circus natuurlijk tussen gepland in september. Dan is de druk ontzettend hoog. Kan je wel rondkomen, kan je al die investeringen die gedaan zijn er wel uithalen? Dat brengt heel veel stress voor de organisatoren met zich mee. En dat geldt niet alleen voor ons, dat geldt voor alle organisatoren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter, dat ik toch even een vraag mag stellen. Ik heb twee vragen zelfs. Ik hoor steeds over regels vanuit het Rijk bijvoorbeeld, maar volgens mij, wet- en regelgeving, daar doen we maanden, dan wel niet jaren over. Hoe kan het zijn dat ze dan zo opeens hier lokaal gedropt worden bij de evenementen, van, er komt weer een nieuwe regel aan? Hebben jullie het idee dat dat ook zo gebeurt of is dat te voorzien dat bepaalde regelgeving komt, waardoor je daar beter op kan voorbereiden? Dat is één. De heer Malschaert: Sommige dingen zijn zeker te voorzien. Dat je nu in de binnenstad geen uitstoot, dat soort zaken bijvoorbeeld. Of dan zie je dat dat ooit een keer gaat gebeuren.

Maar wat Huub net zei, heel vaak is het ook gewoon de waan van de dag, om het maar even zo te zeggen. Er rijdt een monstertruck het publiek in, de kerstbrand in Volendam, vechten in de Hoek van Holland en nu weer het podium in Tomorrowland, en je hebt gewoon een maand later opeens echt met andere regels te maken. Mevrouw Kruger: Oké, dat zijn de ad-hoc. En je hebt dan ook de die je wel kan voorzien. En daar zou misschien een gemeente ook wat meer in kunnen ondersteunen, hoe ga je dan zoiets opbouwen en hoe ga je dat doen dan? De tweede vraag is, er gebeurt nu veel in de stad. Er wordt veel gebroken, opnieuw gemaakt, straten opeens weer afgezet en dergelijke. Ik heb het zelfs meegemaakt met de Drechtstedenloop, waar ik dan ook een verkeersregelaar mocht zijn. Opeens moesten er mensen op andere plekken gaan staan en ook inderdaad worden er meerdere mensen ingezet. In hoeverre worden de evenementen nu meegenomen in al die jaren dat wij aan het knutselen zijn in onze binnenstad, zullen we maar zeggen? De heer Van Geel: Twee voorbeelden. Heel weinig, laat ik het zo zeggen. Twee voorbeelden vanuit de intocht. Een aantal jaar geleden zijn wij aangekomen, niet in de Kuipershaven, maar bij de Lange Geldersekade. Dat hebben wij begin van dat jaar kenbaar gemaakt bij het dienstoverleg.

Wij horen letterlijk, ik denk twee weken van voorafgaande intocht, dat de Lange Geldersekade opgebroken gaat worden. Er werd vrolijk gezegd, daar moeten jullie maar iets anders gaan zoeken. Twee weken van tevoren. Dat vonden wij niet zo leuk. Dat is best hoog opgespeeld. Uiteindelijk hebben we daar met een leuke kwinkslag daar een verhaal omheen gemaakt, dus uiteindelijk hebben we er wel uiteraard wat leuks van gemaakt. Maar dat vergt ook veel tijd, energie, kosten uiteraard weer. Daarnaast ook dit jaar weer, wij hebben dit jaar het eindfeest gedaan bij het stadhuis. Dat is heel goed bevallen, overigens. Dat terzijde.

31

Alleen wij horen ook een paar weken van tevoren, het stadhuis gaat in de steigers. Leuk. Ook daar moest weer wat geregeld worden. Is allemaal weer geregeld, allemaal op het laatste moment. Alleen we hadden een iets ander plaatje voor ons. Er staan toch weer bouwsteigers, enzovoorts. Natuurlijk is er een deel weggehaald. Natuurlijk zijn er met alle goede bedoelingen wat aanpassingen gemaakt. Maar je ziet het graag anders. En als we dat eigenlijk op voorhand veel eerder weten, kunnen we daar als organisator veel eerder wat mee. De heer Malschaert: Er gaan ook dingen wel goed, hoor. De heer Van Geel: Uiteraard. De heer Malschaert: Wij organiseerden in de Biesbosch die evenementen en de kadewerkzaamheden werden keurig pas aangevangen dat wij klaar waren. Daar werd wel degelijk rekening gehouden. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. U overvalt me, maar ik heb de vragen wel staan. Ik hoorde mevrouw … Excuseer me dat ik uw naam niet weet, maar ik weet wel dat u van het circus bent. Dat weet ik wel. En dat een investering doet aan … De voorzitter: Mevrouw Klingler is dat. De heer Katif: Oké, bij deze. Ik weet dat u een investering doet eigenlijk aan het begin van het opbouwen van een circus. Die is behoorlijk hoog. Wat ik eigenlijk niet hoor, en dat hoor ik van andere ondernemers, want uiteindelijk zijn jullie allemaal ondernemers, hoop ik.

Toch? De voorzitter: Stelt u uw vraag, mijnheer Katif. De heer Katif: Er is namelijk aan een onderneming een bepaald risico. En de vraag is, waar zouden wij dat risico als gemeente kunnen beperken? Ik vind, als je iets organiseert, ben je voor mij een ondernemer. Dan komen toch er inkomsten binnen. Ik zit eigenlijk te hinken op twee … Eén, risico’s die wij moeten beperken en het risico wat de ondernemer in dit geval zou moeten nemen. Dat is eigenlijk de vraag. Mevrouw Klingler: Als ik daar antwoord op mag geven. Het is niet een hele concrete vraag, maar wat bijvoorbeeld zou kunnen helpen, wat de gemeente zou kunnen doen. Het hoeft niet altijd een subsidie te zijn in het geval van een evenement waar inkomsten mee gemoeid zijn. Het kan ook een vorm van een lening zijn bijvoorbeeld. En als je aan het einde van de rit daar prima uitkomt, betaal je dat weer terug. Als ik voor het circus spreek, je wilt gewoon het liefst zonder subsidie kunnen draaien. Dat is uiteindelijk het doel. En als je dat een aantal jaren opbouwt en je hebt steeds een percentage inkomsten wat je daarvoor kan reserveren, dan kan dat op termijn ook. Maar je kunt ook aan andere vormen van financiering denken. En dat kan zeker helpen.

32

De voorzitter: Aan het wijzende vingertje van de heer Katif denk ik te begrijpen dat hij ook vanuit de gemeente een reactie daarop wil. De heer Katif: Alsjeblieft. Mevrouw Weering: Daar moet ik even over nadenken. Over leningen hebben we nog niet eerder gesproken, dus daar kan ik u nu niet op antwoorden. Wel dat we in de subsidieverstrekking ook kijken, kunnen we binnen de regels die we daarvoor hebben bijvoorbeeld bouwen aan een egalisatiereserve? Dat is trouwens voor de tijd dat ik hier als ambtenaar aan het werk was, maar in coronatijd is er natuurlijk ook heel veel gekeken, hoe kunnen we toch met elkaar zorgen dat de evenementen overeind blijven? Maar ik heb daar niet structureel nu een antwoord op. Behalve dan de subsidierelatie die we met veel evenementen hebben en de samenwerking daarin. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Even ook in deze geest. Ik hoorde u zeggen dat die subsidie voor uw evenement heel laat wordt overgemaakt, zodat je met de stress zit hoe je het allemaal op tijd klaar hebt.

En ik wilde even vragen, want veel van jullie hebben allemaal subsidie, mijn ervaring, ik hoor ook vaak van mensen dat ze heel laat die subsidies krijgen, is dat ook bij de anderen het geval? En ik wilde weten van de gemeente, waarom is dat zo? Waarom wordt, als die afstand algemeen is, die subsidie zo laat overgemaakt, terwijl het allemaal op tijd is aangevraagd en alle gegevens allemaal duidelijk zijn? De voorzitter: Mevrouw Klingler. Mevrouw Klingler: Ik heb niet gezegd dat de stress komt doordat de subsidiegelden laat worden gestort. Dat is in ons geval in ieder geval niet zo. Je krijgt wel de stress omdat je gigantische investeringen moet doen waarvan je niet weet of je die aan het einde van de rit eruit krijgt. En op het moment dat daar tussendoor nog andere evenementen, bijvoorbeeld een ander circus, tussenkomen, dan krijg je nog extra stress, kan je dan inderdaad wel … Hoe vaak gaan mensen naar circus in een jaar? Dat zal geen twee of drie keer zijn, dus dat heeft dan een enorme impact. Het is meer de hoogte van het bedrag wat stress met zich meebrengt dan het moment waarop het gestort wordt, want dat gaat over het algemeen snel. De voorzitter: Een van de andere organisatoren nog iets over de subsidie? Mevrouw Landa. Mevrouw Landa: Wij doen onze aanvraag op 1 april en ons festival is op de 2e zaterdag van september.

Maar dat festival is inmiddels best wel uit zijn kluitjes gewassen, zo tussen de 40 en de 50 duizend bezoekers. Als ik dan in juni te horen krijg dat het goedgekeurd is, krijg ik dat niet meer georganiseerd. Afgelopen jaar was het 13 september en dan begin ik 14 september alweer met de organisatie voor het komende jaar. Wat ik dan doe, de dingen die ik wel al moet investeren, die betaal ik uit mijn eigen zak.

33

En dat is eigenlijk een ding wat niet gewenst is natuurlijk, maar dat festival is ruim 20 jaar mijn kindje. Ik wil het niet loslaten, dus dan doe je dat toch. Maar thuis vinden ze dat natuurlijk niet zo best, want die zeggen dan op een gegeven moment ook wel … Want ik organiseer het ook uit liefde, dus ik neem ook niets voor mezelf. En dat betekent dat ik liever een bandje programmeer of een podium neerzet dan dat ik mezelf een bos bloemen geef, maar dat betekent ook wel dat ik ieder jaar best wel stress heb, omdat ik ook niet weet of ik de subsidie wederom krijg. Dus dat de regeling nu eventueel misschien mogelijkheid geeft om bij die groep te kunnen komen waarin gezegd wordt, je komt in aanmerking om een aantal jaren van tevoren dat te weten, dat zou voor mij heel fijn zijn. En als ik dan alsnog dat moet voorfinancieren, maar nu ben ik al aan het voorfinancieren terwijl dat ik niet eens weet of ik mijn subsidie voor dit jaar, althans, voor komend jaar, dan weer krijg. Daar zit dan ook nog verschil tussen. De voorzitter: Nog een aanvulling? Gaat uw gang. Mevrouw Weering: Er was ook een vraag richting de gemeente over het verstrekken van de subsidies. Daar zijn eigenlijk voor nu in ieder geval twee processen voor ingericht. De ene is via een subsidieregeling, waar ook Voorstraat Noord in zit. Er zijn twee momenten in het jaar waarop je dat kan aanvragen.

Dat is bijvoorbeeld voor 1 april en voor 1 oktober. Maar hoe sneller je op die deadline zit qua organisatie, realiseren we ons ook dat dat de druk kan meegeven, krijg ik het toegekend? Want dat wordt beoordeeld door een commissie. We hebben nu ook de mogelijkheid gegeven met onderbouwing dan wel van, heb je een bijvoorbeeld ook een microfestival wat Europees programmeert, die moeten ook veel verder van tevoren dan dat halfjaar ook aan de slag, is er mogelijkheid om eerder aan te vragen? Die onzekerheid zit er inderdaad wel altijd in, gaat de commissie akkoord, krijg ik weer de steun? En daarnaast hebben we dan nog de specials. Dat zijn voor nu de regelingen waar de beeldbepalende evenementen een begrotingssubsidie hebben. Die moeten we ook elk jaar aanvragen en ook weer verantwoorden, maar daar is wel iets meer zekerheid over het bedrag wat op een begroting daarvoor gereserveerd staat. Dat zijn nu twee wel heldere processen, maar inderdaad afhankelijk van de timing ook van de aanvraag, vooral in de subsidieregeling zit daar soms meer druk op tussen het ontvangen van de subsidie en de organisatie die voor de deur staat. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een alle organisatoren willen vragen of er dingen zijn die ook aan de raad mede te delen zijn.

Hebben jullie vragen of opmerkingen, of noem maar op? Wat willen jullie aan de raad kwijt? De heer Van der Weide: Wij hebben ook ter voorbereiding op dit overleg voor onszelf een aantal zaken op een rij gezet. De risicoregelreflex hebben we het al even over gehad. Maar waar wij ook tegenaanlopen is de ruimte voor evenementen en de faciliteiten die daarbij horen. Want je kan wel een mooie locatie hebben, maar dan heb je vaak al het probleem, ik heb er stroom nodig, ik heb er water nodig, ik heb er afvoer nodig. Op het moment dat er sprake is van een reconstructie van een dergelijke locatie, kan je dit soort voorzieningen heel makkelijk meenemen.

34

Wij mogen bijvoorbeeld bij Dordt in Stoom geen gebruikmaken van de walaansluitingen voor de scheepvaart, terwijl dat betekent dat wij extra aggregaat moeten neerzetten. Dat is zo zonde. Het kost een hele hoop geld, terwijl als je ook van dat soort faciliteiten gebruik zou mogen maken, je dan veel makkelijker dat soort zaken kunt regelen. En op aardappelmarkt is nu een reconstructie geweest. Daar zijn wij gelukkig van tevoren bij betrokken geweest en zijn er ook een aantal faciliteiten gerealiseerd, maar dat zou in veel grotere mate kunnen gebeuren. Terugloop van vrijwilligers hebben we het al even over gehad. Dat zijn echt van die dingen, hoor eens wat, kunnen we daar nou in gezamenlijkheid wat aan veranderen? En zijn er mogelijkheden om die vrijwilligers, waar mogelijk, verder te ondersteunen met professionele ondersteuning en dat soort zaken? Dit zijn wel een aantal dingen die wij in de voorbereiding ook met elkaar besproken hebben. De voorzitter: Maar er zijn ongetwijfeld nog aanvullingen op. Ik begin links bij mevrouw Klingler. Mevrouw Klingler: Wat voor de evenementen heel fijn zou zijn, is dat evenementen een integraal onderdeel zouden worden van de algemene ontwikkelingen in de stad. Heel vaak zijn de evenementen een beetje in de sluitpost. Dan is eigenlijk alles al geregeld en, O, ja, er moet nog een evenement georganiseerd worden.

Het is heel fijn als daar gewoon aan de voorkant al over nagedacht wordt, als er een gebied ontwikkeld wordt, als een gebied herontwikkeld wordt, waar laten we de evenementen of waar creëren we ruimte voor de evenementen? En nu is het vaak achteraf oplossingen zoeken, maar het zou eigenlijk fijn zijn als er in alle vormen van beleid gewoon al mee … Dat er in ieder geval aan gedacht wordt. De voorzitter: Mevrouw Gatzen zag ik. Mevrouw Gatzen: In aanvulling op jou, ik vind wel dat de laatste tijd, en dat is de laatste anderhalf, twee jaar, dat er wel veel verandering in is gekomen in positieve zin. Dat wij zelf al proactiever zijn, van ons laten horen. Wij zijn er, we hebben stroom nodig, we hebben water nodig. Langzaam verandert dat wel gelukkig. En wat ik ook wil zeggen is dat er heel veel heel erg goed gaat in deze gemeente. Ik kom ook landelijk op andere plekken in gemeentes en daar is heel veel niet zo geregeld als hier. Die hebben geen evenementenbureau, daar zijn heel veel dingen niet zo geregeld zoals hier. Ik denk dat we het in basis heel erg goed doen, alleen hier en daar, en ik denk dat dat dit beleidsstuk daar een heel erg goede voor is, om weer een stapje te maken om het nog beter te maken voor iedereen, voor ons allemaal. En als we dat samen met jullie kunnen doen, dan is dat superfijn.

Ik denk dat dat ook wel gezegd mag worden, toch? Of zeg ik nou iets geks? Je kan altijd beter uitgaan van het positieve en kijken waar je nog een beetje aan de knoppen kan draaien. En dat is volgens mij wat met dit stuk gaat gebeuren. Dat is heel fijn. De voorzitter: Mijnheer Van Geel, ik zag u een schijnbeweging maken. Een van de andere organisatoren nog een aanvulling op, wat wilt u aan de raad kwijt? Nee? Oké. Ik zag mevrouw Kamphuis haar vinger nog opsteken.

35

Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, ik was een beetje verbaasd toen ik hoorde dat we niet de stroomvoorzieningen bij Dordt in Stoom mogen gebruiken en ik zou graag willen weten waarom dat niet kan. De heer Van der Weide: Die stroomvoorziening is eigendom van een externe organisatie en die staat het niet toe. Zo simpel is het. De voorzitter: En daar kunnen we van alles van vinden, maar dat gaan we nu niet zeggen. Wie van de commissieleden heeft nog iets van, daar heb ik nog niks over gehoord, dat zou wel fijn zijn als ik daar toch wat tekst op krijg? Mevrouw Van den Bergh gaat een poging doen. Mevrouw Van den Bergh: Dan heb ik nog een korte vraag, voorzitter, over de professionalisering. Dat je meer expertise wil hebben, meer professionals. Maar huur je dat dan zelf in of gaat dat in overleg met de gemeente? De heer Van der Weide: Dat is iets waarover wij met de gemeente dan in gesprek moeten gaan, want daar zijn natuurlijk ook weer kosten mee gemoeid en dan zul je ook echt de vraag moeten stellen, wat is het waard om een bepaald evenement in stand te houden? En is de gemeente dan bereid om mee te denken over de manier waarop je dan die professionele ondersteuning … Dat hoeft niet altijd in geld te zijn. Dat kan ook door ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie, bij wijze van spreken.

Maar je moet dan gewoon met elkaar in gesprek om te kijken, wat kunnen wij doen om het evenement op die manier in stand te houden? De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik vroeg mij nog het volgende af. Ook in het kader van die bezuinigingen hebben wij destijds gesproken met wat organisaties. En wat bleek, sommige organisaties hadden een heel mooi verhaal, alleen zij wisten niet om te gaan met sponsoring, hoe ze die gelden binnen konden halen. Ik vroeg me eigenlijk af in hoeverre de gemeente daar ook enige vorm van ondersteuning biedt, omdat aan de ene kant wordt er flink gekort, leges gaan omhoog, subsidies gaan omlaag. Maar als we het dan over andere inkomsten hebben, vindt er ondersteuning plaats? De heer Van der Weide: Wij zijn samen met Nelleke in gesprek met een bureau wat heel veel kennis heeft over landelijke subsidiemogelijkheden. En we zijn aan het kijken of we met hen subsidiebronnen kunnen aanboren waarvan wij überhaupt het bestaan niet eens weten en of zij ons daarbij behulpzaam kunnen zijn. En op die manier proberen wij ook op andere manieren sponsorbijdragen te genereren. Mevrouw Weering: En ik heb daar ook nogal een aanvulling op. In mijn presentatie gaf ik ook aan dat samenwerking, die sleutel tot verbinding, niet alleen … Het evenementenplatform zit hier ook, dus dat is ook logisch. Maar het gaat ook over onze eigen organisatie.

36

Ik zie gewoon ook kansen waar een evenement een instrument kan zijn voor andere maatschappelijke doelen, waarin ook bijvoorbeeld op het gebied van waterveiligheid, het sociaal domein of andere, daar graag het gesprek ook over aangaan om gezamenlijk daarin krachten te bundelen in de zin van kennis of financiën. Ook daarin zit nog een mogelijke verbreding om met elkaar te zorgen dat we die evenementen goed inzetten voor onze stad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank u, voorzitter. Eerder werden er ook al wel vragen over gesteld, maar het gaat toch ook steeds wel weer terugkomend over regelgeving en gestelde eisen. Er werd onder andere een voorbeeld aangehaald over accountantscontrole. En mijn vraag is, hebben wij als gemeenteraad op het gebied van deze regels of het afschaffen van dit soort regels eigenlijk nog mogelijkheden, of is alles wat niet per se hoeft inmiddels wel geschrapt? De heer Van der Weide: Je moet even naar een aantal mogelijkheden kijken. Wanneer we het hebben over die subsidieregeling bijvoorbeeld, dat is de regeling die hier binnen de gemeente geldt voor bepaalde subsidies. Daar hoort een accountantsverklaring bij. Daar is de gemeente zelf aan zet en is ook de raad eventueel zelf aan zet om te kijken of dat nog toekomstbestendig is.

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, u bedoelt dat je het ook al in plaats van de subsidieregeling op deze manier ook als lumpsum kan doen en dat het ook zonder een accountantsverklaring kan, bijvoorbeeld? De heer Van der Weide: Als het mogelijk zou zijn om gewoon de administratie die door het administratiekantoor is opgesteld als terugkoppeling in te dienen op het beleid wat je hebt gedaan met de subsidie, dan zou dat misschien de mogelijkheid zijn. Mevrouw Weering: Misschien in aanvulling hierop, hier volgen we de ASV, de algemene subsidieverordening van de gemeente, door de rechter. De voorzitter: De aller, allerlaatste vraag. Nee, mijnheer Safranti. De heer Van Dam Timmers: Het is wel een belang belangrijk punt, want het gaat over 10 procent. Ik hoorde net een organisatie het hebben over 10 procent van de kosten die daarnaartoe gaan en dat is natuurlijk wel zorgelijk. We hebben bij de raadsvergoedingen aan de raadsfracties ook dit probleem, dat de accountantskosten hoger zijn dan de fractiebudgetten, wat natuurlijk een ridicule situatie is. Dan betaal je meer aan een accountant dan dat er daadwerkelijk wat voor elkaar komt. En mijn vraag is met name ook aan de ambtelijke organisatie, is dit iets wat we vrij gemakkelijk kunnen aanpassen tot een bepaald bedrag, of is dit wel iets wat gewoon van ons wordt gevraagd omdat we ook zorgvuldig moeten omgaan met gemeenschapsmiddelen?

37

Mevrouw Weering: Dank voor de vraag. Ik werk zelf niet voor het subsidiebureau, dus ik ga daar niet helemaal op in, maar ik weet wel dat daar de balans wordt gezocht tussen een goede verantwoording en controle op de subsidies die we verstrekken. De ASV is ook onlangs wel aangepast om die drempels te verhogen, zodat we niet onnodig willen opzadelen met extra controles. Maar de ervaring leert ook wel dat nu de accountants gewoon zo ontzettend veel werk hebben dat de prijzen ook stijgen en ook de wachttijden toenemen, dus dat we ook in samenspraak met de organisatoren om bijvoorbeeld de verantwoording deadlines moeten uitstellen, omdat die accountants ook de tijd … Het is ook een stuk markt volgens mij, wat ons ook niet helpt in die hoge kosten. De voorzitter: En mijnheer Safranti krijgt de laatste vraag. U moest net heel even alleen op uw beurt wachten. Gaat uw gang. De heer Safranti: Ik wachtte keurig op mijn beurt. Maar nee, mevrouw de voorzitter, ik hoef niet meer. De voorzitter: Dat is nou jammer. Ik had me helemaal verheugd op een mooie laatste. Iemand anders een mooie laatste? Nee? Dan ga ik afronden, want we zitten bijna aan de tijd. De vraag is aan de commissie of er voldoende informatie verzameld is door u. Dat is vraag één. Of dat u nog behoefte zou hebben aan nog een vergelijkbare sessie. Ik zie hier en daar nee schudden.

Dan is mijn volgende vraag, is er door u oordeelsvorming bespreking gewenst? En zo ja, met welke politieke vraag. Mijnheer Katif heeft een idee. De heer Katif: Voorzitter, ik heb net me als de anderen gewoon voorbereid en ik heb twee politieke vragen zelfs. Maar het hangt van de commissie af of die wel of niet oordeelsvormend, wat mij betreft wel. De voorzitter: Laten we eens eerst inventariseren of er meer mensen zijn die een oordeelsvormende bespreking willen van dit stuk. Mijnheer Aarden zie ik. Ik zie allemaal handjes. Gaat u verder, mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. De eerste is, hoe kan de gemeente de toenemende regeldruk voor organisatoren verminderen, terwijl veiligheid en duurzaamheid toch gewaarborgd blijven? En de tweede is, moet er een onafhankelijke regeldruktoets komen voor een nieuwe beleidsmaatregelen om te voorkomen dat organisatoren nog meer administratieve lasten krijgen? De voorzitter: U gaat natuurlijk die vraag even doorsturen naar de griffier. De heer Katif: Uiteraard. De voorzitter: Iemand anders nog een politieke vraag? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens: Hoe worden we volgend jaar weer evenementenstad? De voorzitter: Ik weet nou niet of dat een politieke vraag is op basis waarvan we in gesprek kunnen. Mijnheer Aarden.

38

De heer Aarden: Misschien meer in de trend van, hoe kijkt de commissie aan tegen evenementenstad worden als doel op zich? De voorzitter: Dat zit in elkaars verlengde. Dan maken we daar één mooie combinatie van. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dan zou de politieke vraag zijn, passen de gestelde ambities wel binnen het beperkte budget? Of vindt de commissie dat de gestelde ambities passend zijn, gezien het budget? De voorzitter: Iemand anders nog? Volgens mij zijn dit voldoende vragen om een goede bespreking te kunnen hebben met elkaar. Ik ga ervanuit dat deze oordeelsvormende commissie ingepland gaat worden. Gewoon eerst in de commissie. Maar dan gaan we nog niet 5 minuten of 2 minuten. Nee, mevrouw Wepster. Dat gaan we niet doen. Dan sluiten we hem op deze manier af. Ik heb nog geen idee wanneer deze commissie dan tevoorschijn gaat poppen. Misschien volgende week. Ik zie mijnheer Katif schudden. Waarom niet, mijnheer Katif? U bent er helemaal klaar voor. U had zelfs de politieke vragen helemaal voorbereid. Hartstikke goed. Dank aan iedereen, dank aan onze gasten. Ik neem aan dat iedereen voor nabranders op de een of andere manier nog wel beschikbaar is om daar antwoord op te geven. Dat kan rechtstreeks, voor zover u de gegevens heeft via de griffie. Dat komt absoluut goed.

Het kan zijn dat richting de voorbereiding van volgende week dat op die manier ook nog aanvullend kan. En ik neem ook aan dat onze ambtenaar senior zelfs … Ja, dat zie ik staan. Senior beleidsadviseur, mevrouw Weering. Zo zie je maar weer. Zo maken wij mensen gewoon hier in de commissie gelukkig. Dames en heren, dank. Een fijne avond nog en zorg ervoor dat u alles wat u zelf heeft meegenomen naar binnen ook weer meeneemt naar buiten. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 februari 2026.

De griffier,

De voorzitter,

C. Bronsveld

N. Mol

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1066/documents/45958