2.4 2025.11.04 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 4 NOVEMBER 2025 Vergaderzaal 5 1. Agenderingsverzoek College aan Agendacommissie over Programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden Voorzitter: De heer De Feijter Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Pauwels (PvdA) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: mevr. Suijker-Vreugdenhil Overige aanwezigen: dhr. Van Engeldorp Gastelaars De voorzitter: Een hele goedenavond allemaal en welkom bij deze vergadering over het Programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden. Dit is een beeldvormende sessie en die is voor het gemak in twee sessies maar liefst opgeknipt. Vandaag krijgen we een stukje informatie en de volgende keer wordt u geconsulteerd als commissie. Maar allereerst welkom aan iedereen. Alle raads- en commissieleden. Ook aan wethouder Merx en aan onze twee gasten Bart van Engeldorp Gastelaars en Lianne Suijker, beiden als adviseur verbonden aan de gemeente.
En voor het verslag wil ik even vragen of iedereen zich voor kan stellen en dan begin ik links van mij. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.
1
De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Bart Engeldorp Gastelaars, namens Bureau voor Ruimte & Vrije tijd. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Lianne Suijker, ook wel getypeerd als gast, ambtelijke ondersteuning. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Bart de Feijter, uw voorzitter vanavond. Dan mag ik even een briefje gaan voorlezen, want het Programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden is een uitwerking van de Omgevingsvisie 2.0, die door de raad is vastgesteld. Momenteel loopt er over het programma een breed participatietraject met de stad en daarnaast wil het college ook graag de raad consulteren en richtinggevende uitspraken, aandachtspunten en suggesties ophalen. En vervolgens kan het college die natuurlijk meenemen in het definitieve vast te stellen programma. Zoals ik al zei, is besloten om de consultatie in tweeën te knippen.
Vanavond krijgt u eerst wat meer een bijpraatsessie over de ontwikkeling van het programma. Dat kunt u even laten bezinken, eventueel meenemen naar de fractie. En dan op 18 november is deel twee en dan kunt u het college vrijblijvend uw richtingen, aandachtspunten en suggesties meegeven. Dan is het nog even goed om te weten dat Naturistenvereniging Goed Af de raad in september een brief heeft gestuurd, waarover de agendacommissie in haar wijsheid heeft besloten deze door het college te laten beantwoorden en het te betrekken bij dit programma, het Programma Recreatie en Toerisme. De brief van Goed Af en de antwoordbrief van het college zijn vanmiddag voor de volledigheid nog even aan de stukken van vanavond toegevoegd. En tot slot nog de opmerking dat dit programma niet gaat over individuele verenigingen of ondernemers, waar die een plek zouden mogen krijgen, maar meer over wat voor zo'n soort functies u als raad en als commissie in het buitengebied wil toestaan. Dan gaan we naar wethouder Merx voor een korte aftrap.
2
De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad een korte aftrap. Het is een uniek moment. Het is het eerste programma wat op basis van de Omgevingsvisie wordt gepresenteerd. Althans, in ieder geval in consultatie gaat. Ik vind het wel heel belangrijk om te benadrukken dat u vanavond echt kennisneemt van datgene wat er gepresenteerd gaat worden en over twee weken uw input meegeeft aan ons, want het is uiteindelijk een collegebevoegdheid om dit programma vast te stellen. Maar uiteraard zullen wij de raad informeren via een raadsinformatiebrief wat dat programma dan is. En dan weet u zelf wel de instrumenten als u zegt, ben het er niet helemaal mee eens. Maar het mooiste is natuurlijk als u echt gebruikmaakt nu, en dit wordt echt de eerste keer, van de mogelijkheden die u nu heeft om uw input mee te geven. En dat u over twee weken met elkaar in discussie gaat over die uitgangspunten, elkaar probeert te overtuigen van, wat vinden wij als raad nu het belangrijkste? Zeker ook, gezien de verkiezingen volgend jaar, misschien een hele andere samenstelling van de raad. Dan is het wel goed als die argumentatie hier al heeft plaatsgevonden. Daar wil ik het graag bij laten, voorzitter. Ik wens u een hele fijne avond. De voorzitter: Dank, wethouder Merx voor deze korte toelichting. Dan gaan we naar mevrouw Suijker voor het vervolg. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Een hele goedenavond.
Bedankt dat we hier mogen komen om deze presentatie te geven om jullie mee te nemen in wat we de afgelopen tijd hebben gedaan en wat we gaan doen. Vanavond willen we jullie meenemen in een heel aantal deelonderzoeken die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden. We willen jullie informeren over de denkrichting op basis waarvan we het programma willen gaan opstellen. Dan hebben we een aantal dingen waar we u echt specifiek op willen consulteren, van politieke vragen die daar ook onder liggen. Wederom de vraag, denk daar goed over na, zodat we dat ook mee kunnen nemen. En het laatste half uurtje willen gebruiken om vooral technische vragen te beantwoorden. Zoals de wethouder zojuist heeft aangegeven, het is een thematische uitwerking van de Omgevingvisie 2.0. Toerisme en recreatie kunnen in belangrijke mate bijdragen aan de doelen daarvan en dat vraagt om inzicht in niet alleen ontwikkelkansen, maar ook vooral de draagkracht van het gebied. En daarom hebben wij Bureau voor Ruimte & Vrije tijd specifiek gevraagd om dit programma met ons te schrijven. Zij hebben een enorme bak ervaring. Niet alleen op recreatie, maar ook op natuur. Want we vinden het belangrijk dat er een mooie balans ontstaat tussen natuur, recreatie, toerisme en alle andere waardes van het gebied, waarbij draagkracht natuurlijk essentieel is.
Wat hebben we gedaan? We hebben een heel aantal verkennende gesprekken gehad met allerlei partijen, Staatsbosbeheer, Waterschap, Wandelbond, Fietsersbond enzovoort. We zijn diverse keren in de stuurgroep langsgekomen. Dat zijn drie wethouders, wethouder Merx, De Jonge en Burggraaf. We hebben een balanstafel gehouden met experts, ook ecologische experts, om te kijken, wat is de balans in de buitengebieden? Waar kan je wel op inzetten en waar kan je vooral niet op inzetten? We hebben een heel uitvoerig bewonersonderzoek gedaan via Doe Mee Dordrecht en via het Onderzoekscentrum Drechtsteden, het inwonerspanel. Dat heeft tot hele mooie resultaten geleid. We zijn uitvoerig in gesprek geweest met allerlei partners die in het Nationaal Programma Landelijk Gebied zitten om ook dit met elkaar te bespreken. En nu zijn we aangekomen dat bij een hele serie aan participatiebijeenkomsten. Een
3
werksessie met het hondenbeleid, we hebben een werksessie gehad met de vaarrecreanten, met de ondernemers, die heeft gisteravond plaatsgevonden. Dat was een hele mooie bijeenkomst. We gaan nog allerlei afstemmingsdingen doen met het Stadspark. We gaan het hebben over het dagrecreatieterrein, Merwedeplas, Merwedeheuvel, Paviljoen de Viersprong, Biesboschcentrum. En in al die participatie bent u ook een van de belangrijke stappen waarin we met u in consultatie willen gaan over dit programma. Daarvan vanavond de eerste avond. Op 24 november is er nog een inloopmiddag voor inwoners en een meedenkavond maatschappelijke organisaties. We hopen dan echt al veel verder te zijn en ook het programma in concept gereed te hebben. Dan wil ik nu het woord geven aan Bart van Engeldorp Gastelaars van Bureau voor Ruimte & Vrije tijd. Hij neemt ons mee in de onderzoeken die tot nu toe hebben plaatsgevonden en de vragen die wij u willen gaan stellen. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Dank, Lianne. Dat ben ik niet gewend natuurlijk. Mijn achtergrond is bioloog. Ik doe dit soort onderzoeken voor natuurgebieden in heel Nederland. Juist omdat die balans tussen natuur en recreatie zo belangrijk is. En de gemeente heeft ons gevraagd om dit programma samen met hen te ontwikkelen. En dan gaat het om deze curve. Je hebt gebieden die nog onontdekt zijn, die wil je misschien ontwikkelen.
Maar je wil voorkomen dat het naar overtoerisme gaat. En dat kan aan leefbaarheid raken, maar uiteraard ook aan natuur. We hebben ook per deelgebied in het buitengebied gekeken van, hoe zit het daar nu mee? Het afgelopen halfjaar hebben we een aantal deelonderzoeken uitgevoerd, samen met mijn team. En aan de rechterkant ziet u hoe we het buitengebied in verschillende deelgebieden hebben gedeeld. En ik neem jullie in hoog tempo mee in een aantal conclusies en resultaten van die deelonderzoeken. En ik heb Lianne en de wethouder beloofd dat in 30 minuten te doen. Dat is ambitieus, want ik heb 30 sheets voor u. Maar ik ben ervan overtuigd dat, dat te doen is. En vandaar ook die knip. Jullie krijgen heel veel informatie. Daarna is er nog ruimte voor technische vragen en vervolgens kunnen we over twee weken, op dinsdagavond, daar meer de diepte induiken. Ik begin met de economische waarde. We hebben ook gekeken naar alle andere eerdere onderzoeken die al zijn uitgevoerd over Dordrecht. Dan zie je dat veel van de data die beschikbaar is, die gaat vooral over de binnenstad. Wat wel belangrijk is dat qua prognose er 23.000 nieuwe inwoners bijkomen. En de verwachting is ook dat het aantal toeristen en recreanten gaat toenemen. En dat komt door een aantal factoren.
Het recreatieklimaat wordt groter, er komen meer bezoekers vanuit andere groeiende dorpen en steden uit Nederland en er is ook steeds meer aandacht, de vraag naar recreatie neemt toe. Als we specifiek kijken naar verblijfsrecreatie, dan zien we dat het, vergelijken met andere steden, best wel beperkt is. En 8 procent daarvan is slechts gevestigd in het buitengebied. We hebben EuroParcs nog even buiten beschouwing gelaten en uit het aantal. Dat heeft ermee te maken dat, dat echt een bijna een bestemming op zichzelf lijkt. Dan qua economische waarde, dan zie je dat er groot verschil is de bestedingen die in de binnenstad worden gedaan en in het natuurgebied. Dat is niet uniek voor Dordrecht, dat zien we in natuur-en recreatiegebieden door heel Nederland. Toeristenbelasting, dat is wat het vorig jaar heeft opgeleverd. De belasting die wordt geheven, is wel iets hoger dan andere gemeenten. En wij adviseren wel om het op dat niveau te houden, gezien de staat van sommige voorzieningen en de investeringen die jullie misschien moeten gaan doen. Als we kijken naar werkgelegenheid, dan valt op dat de verandering lager is, of
4
achterloopt, ten opzichte van Zuid-Holland en Nederland. En er is weliswaar gekeken naar 2019 en 2023, dat is inclusief coronajaar, maar dan zie je wel dat de ontwikkeling in andere delen van Nederland wel meer is. Het lijkt erop te duiden dat je economisch minder profijt hebt van het buitengebied, en van de hele gemeente, dan je zou kunnen. Deze sla ik even over. Als we dan inzoomen op voorzieningen, een groot gedeelte van de voorzieningen gaat natuurlijk over een stedelijk milieu, dan zie je dat, dat echt wel goed op orde is. Eigenlijk wel meer bovengemiddeld dan vergeleken met de rest van Nederland. Als je dan specifiek inzoomt op de paar voorzieningen die je hebt in het buitengebied, dan valt op dat, dat achterloopt. En dat viel ook wel op in een aantal veldbezoeken die we hebben gedaan. Het is een enorm gebied, waar ook goed gebruik van wordt gemaakt. Dat gaan we zo ook nog zien. Maar het aantal voorzieningen is, gezien het gebruik en die behoefte, beperkt. De focus lijkt te liggen op de binnenstad. En er zijn kansen voor onder andere horeca, zwemplekken en die komen ok nog later terug. Het volgende onderzoek gaat over een leefstijlanalyse. En wat bedoel ik daarmee? De recreant of toerist bestaat niet. Daar gebruiken we deze methode voor. Als je gaat recreëren of als je iets bezoekt, dan is er vaak een motief die daarin de boventoon voert.
En het voordeel van deze methode is dat er een bak aan data erachter zit om te kijken van, wat zijn de voorkeuren dan van al die verschillende leefstijlen? Ook voor heel Nederland, op wijkniveau zelfs, is in kaart gebracht door andere bureaus, hoe is die samenstelling? We hebben gekeken naar wat dat betekent voor de inwoners in Nederland. Dat is de bovenste regel. En dan de inwoners in Dordrecht. Dan zie je dat een aantal leefstijlen net iets prominenter zijn dan het gemiddelde in Nederland. En in eerder onderzoek, uitgevoerd door een ander bureau, is ook specifiek gekeken naar de bezoekers aan de buitengebieden. Hoe zijn die dan verdeeld? En wat daar nadrukkelijk opvalt, is dat avontuurzoeker, dat is dat rode segment, meer aanwezig is. Wat op zich ook logisch is, want als je kijkt naar het Biesboschcentrum en hoe die zich profileert met het krekengebied, met de Biesbosch het avontuur aangaan, dan is dat juist die leefstijl die wordt aangesproken. Vervolgens hebben we ook gekeken naar, maar er komen ook allemaal nieuwe inwoners bij. Gaat die verdeling dan significant veranderen? Dan zie je in de onderste balk het leefstijlprofiel nu. En we hebben een inschatting proberen te maken op basis van de bouwopgave die we door hebben gekregen van, wat gaat dat betekenen? En dan zie je dat, dat her en der wel wat tot verschuivingen leidt, maar niet heel erg groot.
Dat is goed ook om te weten. Dat is de vraagkant. Vervolgens hebben we ook met een aantal methodes de aanbodkant in beeld gebracht. En dat hebben we gedaan voor zowel verblijfsrecreatie, dagrecreatie en horeca. En dan krijg je dit soort grafiekjes. En dat betekent, alles boven de 100, daar is meer vraag naar aanbod. Dat geeft een ontwikkelrichting weer. Terwijl aan de onderkant, als het onder 100 is, dan is er juist meer aanbod voor dan dat er vraag is. Dit zijn interessante gegevens om je programma op te richten, maar bijvoorbeeld ook voor een aantal horecazaken. Onder andere bij de Merwedeplas en bij het nieuwe dagrecreatieterrein. Daar hebben we op basis van deze informatie de gemeente al specifiek van informatie voorzien van, wil je dat doorontwikkelen, dan zou je het hier en hierop kunnen instemmen. De voorzitter: Ik zie inderdaad wel wat vragen ontstaan. Dat snap ik. Het is best wel een hoop informatie. Mijn voorstel zou zijn om eerst even de presentatie af te wachten, zodat we daarna ook echt dat half uur kunnen gebruiken.
5
Mevrouw Lammens-Oostdijk: Een heel klein specifiek vraagje. Hondenbezitters, waar vallen die onder? De heer Van Engeldorp Gastelaars: Hondenbezitters, datzelfde bij vaarrecreatie … Sommige modaliteiten of vormen van recreatie zijn niet toe te wijzen aan een leefstijl. Het voorbeeld is wandelen. Dat komt ook uit het onderzoek. Dat is het meest gedaan in het buitengebied. En dat is in heel Nederland zo. Maar de avontuurzoeker die gaat echt een hele dag en het liefst 50 kilometer. Misschien kunnen we dat nog net aantikken. Terwijl de stijlzoeker denkt, een halfuurtje en daarna nog even ergens lekker lunchen bij een goed restaurant. Dat is hetzelfde bij honden. Dat zit niet in een leefstijl, dat zit verdeeld over een aantal. Dat over de leefstijlen. Vervolgens, hoog tempo, dat had ik jullie beloofd, naar het inwonersonderzoek. Daar heeft Lianne eerder ook al wat over verteld. Dat hebben we breed uitgezet en dat heeft geleid tot meer dan 1400 ingevulde vragenlijsten. Dat is, vergeleken met andere onderzoeken die we elders doen, echt wel hoog. Dat laat zien dit onderwerp leeft. En dat is fijn, want daarmee kunnen we ook betrouwbare uitspraken gaan doen. Wat valt dan op? 93 procent van de respondenten bezoekt het buitengebied weleens, maar dat betekent dat 7 procent dat niet doet.
Daar ook hebben we doorgevraagd van, wat doen jullie dan? Wat is de reden daarvoor? Er komt bijvoorbeeld, geen tijd. Als gemeente heb je daar misschien wat minder invloed op. Maar gezondheidsproblemen, 26 procent, dat is wel interessant. Waar zit dat dan in? Is dat bijvoorbeeld dat er te weinig voorzieningen zijn voor mindervaliden? Ook niet goed bereikbaar ov komt eruit, maar ook onbekendheid. Dat zijn wel interessante signalen om als gemeente wat mee te doen. We hebben ook doorgevraagd, zelfs op deelgebied niveau, wat voor soort voorzieningen gebruikt? En voor wat voor activiteiten heeft u het meest voorkeur? Die sheet heb ik wel met u gedeeld, maar ga ik nu niet presenteren, want anders red ik het niet in de tijd. Het leuke daarvan wel is dat er uitkomt dat je ziet, wandelen en fietsen is heel erg populair en vervolgens peilt hij af naar beneden. Een deel van de bezoekers mist mountainbikevoorzieningen, maar je moet wel in gedachte nemen dat het merendeel van de van de bezoekers daar juist geen interesse in heeft. Zo kan je dat steeds in verhouding bekijken. Als we doorvragen naar, wat vindt u nu eigenlijk van recreatie en toerisme in het buitengebied? Dan zien we vooral de positieve effecten. Die worden breed omarmd. Het is dichtbij, voor de mentale en fysieke gezondheid, het is prettig wonen daardoor in Dordrecht.
Dat zijn allemaal haakjes die ook gekoppeld zijn aan een nieuwe omgevingsvisie die recent is vastgesteld. Dat is fijn. Als we doorvragen naar negatieve effecten, dan gaat het vaak over drukte. En dat zien we vooral terug bij de Sliedrechtse Biesbosch, waar we dat wel verwacht hadden, maar ook bij Willemsdorp. Een interessante eend in de bijt hier is de Dordtse Biesbosch. Dat is juist een gedeelte van het buitengebied die door Staatsbosbeheer niet is opengesteld. Maar heel veel mensen hebben wel ingevuld, dat is het gebied waar ik ga recreëren. Dat laat zien dat zo'n onderzoek niet altijd even makkelijk is en dat ook de naamgeving in de Biesbosch best wel spannend is. Dat had ik zelf ook toen ik hier jaren geleden voor het eerst kwam. Dat ben ik een Dordrecht, maar in de Sliedrechtse Biesbosch. Hoe zit dat dan precies? Vervolgens hebben we hier ook op doorgevraagd. Is die drukte structureel en heeft u daar overlast van? En wegen de positieve effecten op tegen de negatieve effecten? Dan zie je dat mensen hun recreatieve gedrag daarop aanpassen. Een rustzoeker die zondag vooral geen mensen wil zien, die weet, ik ga dan niet naar dit en dit gebied. En er is nergens sprake van overtoerisme vanuit de beleving.
6
Dat is wel een fijn gegeven, want ik kom weleens in gemeentes waar dat echt anders is. Samenvattend zie je dat het merendeel vooral heel erg tevreden is. De respondenten zijn minder tevreden over het aanbod aan voorzieningen en informatievoorziening. Informatievoorziening gaat dan vooral over, hoe kom ik nu ergens? Dat zagen we ook bij de sessie die we al hebben gedaan over het hondenbeleid. Online is er toevallig een kaart met, waar kan je de hond uitlaten? Maar die komt vaak niet overeen met de markering in het veld. Als we dan inzoomen op voorzieningen, komen er een paar echt heel erg duidelijk uit. Dat zijn toiletvoorzieningen die worden gemist, meer zwemlocaties. Als je kijkt naar wat er is, de Merwedeplas en de beoogde ontwikkeling van het stadstrand, dan is het nog relatief weinig ten opzichte van zoveel inwoners. Horecavoorzieningen, maar ook gescheiden of veilige fietspaden. Er zijn best wel wat fietspaden, maar die zijn vaak op bestaande wegen waar best wel hard wordt gereden en die relatief smal zijn. Er is een gevoel van onveiligheid. Dat is een belangrijk signaal, denk ik, om iets mee te gaan doen. Dat is dat onderzoek. Nog een ander onderzoek, wat we hebben gedaan, is bezoekersonderzoek. En daar hebben we gebruik van gemaakt van Resono. En Resono is geanonimiseerde telefoondata, waar de gebruikers van de telefoon zelf toestemming voor hebben gegeven.
Om dat wat duidelijker te maken, stel dat een van jullie een bepaalde app installeert, ik noem maar wat, buienradar, en die vraagt, mogen we hier te alle tijden volgen en u klikt ja. Dank u wel. Dan kunnen partijen zoals ik, maar ook heel veel gemeentes doen dat, bijvoorbeeld voor de binnenstad om te kijken, welke winkelstraten, waar komen die bezoekers vandaan, op een geanonimiseerd niveau, op postcodedata, meten, waar komen die bezoekers vandaan en waar gaan ze nog meer naartoe? Die methode vraagt er wel om dat je wat andere uitsneden maakt in het gebied. Want als je bijvoorbeeld de provinciale weg naar de kop van het land zou meten, dan meet je ook heel veel mensen die wonen en werken en met het pontje naar de overkant gaan. Je moet er echt wel goed over nadenken. We hebben deze gebieden gekozen. En wat eruit kwam, dat is wel heel erg interessant, is dat je ziet dat 38 procent uit de gemeente Dordrecht komt en 36 procent uit de rest van de provincie Zuid-Holland. Dat laat wel zien dat de buitengebieden van Dordrecht een bovenregionale functie hebben. En dan de derde kolom, is buiten Zuid-Holland. Dat zijn alle andere provincies, maar ook mensen van buiten Nederland. En daar valt op dat de eerstvolgende provincie waar heel veel bezoekers vandaan komen Noord-Holland is en dat mensen uit NoordBrabant toch echt onder de rivieren blijven.
Dat soort informatie konden we er allemaal uithalen. Spreiding in de tijd is vergelijkbaar met andere gebieden. We hebben data ingekocht van mei tot en met oktober. Dan zie je in het begin, het wordt weer warm, allemaal lekker naar buiten. En vervolgens zie je dat langzaam afdalen, behalve de piek weer in de zomervakantie. En de spreiding in de tijd is ook vergelijkbaar met andere gebieden. Dit soort grafiekjes hebben we ook gemaakt per deelgebied. Dat laat af en toe een iets ander patroon zien, maar op hoofdlijnen hetzelfde. Deze sla ik even over, dat is per deelgebied. Daar zie je vooral de zonering in terugkomen, maar daar poppen wel een aantal gebieden op. Bijvoorbeeld de Hel- en Zuilespolder wordt heel erg druk bezocht. Dat had ik niet verwacht. Maar ook bijvoorbeeld de Louisa- en Cannemanspolder. Ondanks dat die heel dicht bij de stad ligt, wordt hij minimaal bezocht. Het laatste onderzoek en dan gaan we meer richting, wat is onze denkrichting? Wij gebruiken dit model altijd om bij een aantal thema's, dan hebben we het specifiek over leefbaarheid, leefomgeving en economie, een aantal indicatoren, maar ook met de inzet van een aantal experts, te kijken, hoe zit het
7
met de draagkracht? En zelf heb ik dat ook gedaan op een kwalitatieve manier door te kijken naar de instandhoudingsdoelstellingen van een aantal vogelsoorten, voor Natura 2000-gebied en hoe verhoudt dat zich tot de zonering? De conclusie daaruit is, dit is trouwens even tussendoor wel leuk, de gemiddelde recreatie en toerisme vierkante meters per inwoner in Zuid-Holland is 53 vierkante meter, in Dordrecht is dat 267. En dan zegt u terecht, de Dordtse Biesbosch, daar mocht je juist niet in. We hebben echt alle niet openbaar toegankelijke gebieden eraf gehaald. En dan krijg je een indicatie getal van 131 vierkante meter per inwoner. Dat is echt fijn. Dat is meer dan andere gemeentes in Zuid-Holland. En het is ook fijn dat je die ruimte hebt, gezien de nieuwe inwoners en de meer bezoekers van buitenaf die je waarschijnlijk krijgt. Het resultaat van het draagkrachtonderzoek is dat het in alle gebieden niet wordt overschreden. Dat is fijn om te kunnen constateren. Er lijkt ook vooral ruimte te zijn om her en der aanbod door te ontwikkelen, vooral buiten Natura 2000 en Nationaal Park. Het deelgebied Dordtse Biesbosch, daar hebben er eerder over gehad, is nu in balans, maar blijf daar de aandacht voor vragen. En de bestaande recreatiezonering functioneert goed.
Die is al eerder ook vastgesteld, maar die zou je kunnen uitbreiden naar de rest van het buitengebied om meer te duiden, welke modaliteit, welke doelgroep wil ik nu waar faciliteren? Samenvattend, inwoners zijn positief. Veel inwoners maken gebruik van het buitengebied. Dat is fijn. Het huidige voorzieningenniveau is extensief, nog niet overal goed vindbaar. Er zijn signalen over onveilige verbindingen. De potentie van het buitengebied op basis van al die deelonderzoeken lijkt nog niet voldoende benut en dat is zonde. Niet alleen vanwege de kans voor beleving, maar ook zichtbaar aan economische cijfers. Draagkracht heb ik ook al gezegd. Er zijn wel wat aandachtspunten, maar daar lijkt vooral ruimte om buiten Natura 2000 door te ontwikkelen. Dat is heel veel informatie. En dan het conceptprogramma. Waar we nu aan zitten te denken, is om met een heel aantal fijne haakjes, die de Omgevingsvisie zijn, om binnen deze vijf speerpunten het conceptprogramma verder te ontwikkelen. En per speerpunt heb ik daar een slide voor, maar ik kijk even in de tijd of ik dat wel gaan redden. Dat kan wel, hoor ik. De voorzitter: Ik zou nog wel even doorgaan. Dat moet nog wel lukken. De heer Van Engeldorp Gastelaar: Dat is fijn. Dan hebben we daar ook even de tijd voor. En dit zijn dingen waar het college jullie graag over informeert.
Vanuit onze expertise zijn dit typisch onderwerpen die uit de onderzoeken komen en eigenlijk no-regretmaatregelen waar je als gemeente misschien verschil in zou kunnen maken. Dan gaat het over het aanbod van dagrecreatie versterken door kwalitatief hoogwaardige infrastructuur, passende doorontwikkeling van de horeca bij de Merwerdeplas, nieuw dagrecreatieterrein, maar ook bij de Viersprong in De Elzen. Meer toiletvoorzieningen, hoe kan je dat realiseren? Dat zou je zelfstandig kunnen doen, maar ook misschien in samenwerking met ondernemers. Dat is een interessante. Als het gaat om het speerpunt bereikbaar, dan gaat het over het onderzoek naar meer gescheiden fiets- en wandelpaden. En natuurlijk, ruimte is beperkt, maar misschien zijn er nog wel andere opties om in ieder geval de snelheid omlaag te brengen. We willen meer voorzieningen voor mindervaliden realiseren. Dat is op dit moment heel erg beperkt aanwezig. Een ruiterrondje bij de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Daar loopt nu een ruiterpad door het gebied, maar dan moeten ruiters op hetzelfde pad terug. Dat wordt voor een
8
deel niet gedaan en ligt er paard poepen op het fietspad, met alle overlast van dien. Kan je dat niet in betere banen leiden? We willen de kwaliteit van de hele beleving verbeteren. We missen op een aantal plekken logische verbindingen. Een voorbeeld daarvan is de Oost-Zuidhaven. Daar kan je heel mooi door het gebied struinen, maar vervolgens moet je over het fietspad terug en voor je gevoel heb je niet een volwaardig wandelrondje. Er zijn een paar van die plekken waar je, met onderzoek, wel de volgende stap zou kunnen zetten. Als het gaat over buitengebied bekend, dan is wel het idee, iedereen is van harte welkom, maar laten we ons vooral richten op onze eigen inwoners. En als je daar een passend aanbod voor hebt, dan profiteren ook bezoekers van buiten daarvan. Markering en bewegwijzering vanuit de stad, dat is volgens mij iets wat al eerder ook vanuit de raad kwam. En dat zien wij ook als bureau, maar dat kregen we ook terug vanuit de inwoners. Daar zou je echt wel een slag in kunnen slaan, door dat eenduidig en duidelijker neer te gaan zitten. Dagrecreatieterreinen provinciale weg, daar lopen ook al ontwikkelingen voor.
Maar verschillende experts geven ook aan, dat is ook een kans om je te laten landen, als je juist als recreant eigenlijk naar het pontje wil, maar hier je auto te stallen, misschien wat bij de nieuwe horeca te nuttigen en vervolgens je fiets van het imperiaal te pakken en naar de overkant te gaan. En niet onbelangrijk, het biedt ook kansen voor economische ontwikkeling om ook bepaalde investeringen of beheer mogelijk te maken in de toekomst. Als het gaat over balans, dan zijn er een aantal dingen. Het idee is om vooral buiten het Natura 2000-gebied door te ontwikkelen. Daar zijn een aantal duidelijke gebieden die daaruit poppen. De Merwedeheuvel, die, als het goed is, eind dit jaar richting de gemeente gaat. Maar dat zou ook zomaar eind volgend jaar kunnen. Dat weet ik niet. Dat hoor ik al een tijdje inderdaad. De overgangszone, ook Hania's Polder, maar ook de Louisa- en Cannemanspolder. Doordat het zo relatief dicht bij de stad ligt, maar toch wat minder mensen, wat minder bezoekers kent, daar zitten misschien wel kansen. De zoneringmethodologie van Staatsbosbeheer is interessant om verder over het gebied heen te leggen. Juist omdat dat heel duidelijke richting geeft om ook nieuwe initiatieven of eigen ontwikkelingen beter te toetsen. Bestemmingsmanagement staat centraal. Dat betekent dat je dit onderzoek over zoveel jaar nog een keer moet uitvoeren.
Niet continu ontwikkelen, ontwikkelen en vervolgens zit er nog een overtoerisme. Dat wil je heel nadrukkelijk voorkomen en daar heb je regelmatige monitoring voor nodig. En dan de laatste, van wie is het buitengebied? Die is niet alleen van de gemeente, die is niet alleen van Staatsbosbeheer, die is niet alleen van Rijkswaterstaat, die is niet alleen van de agrariërs, die is van allemaal. Daar moet je samen aan werken. Dit gaat vooral over, hoe doe je dat dan? Dat gaat om samenwerking intern. Dat horen we ook bij een aantal sessies van, een echte loketfunctie bij de gemeente is af en toe zoeken. Daar kan je, ook vanuit de gedachte van integraliteit en de omgevingswet, een slag in slaan. Maar ook, daar hadden we het gisteren over met bijna 40 ondernemers, of meer dan 40 ondernemers, kunnen die nu meer samenwerken om misschien meer aanbod te gaan ontwikkelen? En daar was echt wel oren naar. Dat is mooi. Dit is informerend. En nu heb ik nog mijn laatste paar slides. En dan gaat het heel erg over consulterend. En dat zijn een aantal thema's en steeds hebben we vetgedrukt ons advies gegeven, waar we graag over twee weken van jullie meer over willen horen. Wat ons opviel, en dat bleek ook uit alle analyses die we hebben gedaan, is dat de ruimte voor verblijfsrecreatie onderbenut lijkt.
Wat ikzelf, en mijn collega’s ook, mistte is, ik wil ergens kamperen, waar kan dat dan? Dat kan her en der
9
wel, maar dan moet je of lid zijn of er zijn andere voorwaarden van toepassing. Ons advies zou zijn, een meer natuurgerichte verblijfsrecreatie. Dat zou moeten kunnen. Ook als daar gebouwd voor moet worden, maar wel kleinschalig ingepast in het landschap. Bouwen, heb ik begrepen, dat ligt gevoelig. En terecht. Maar je hebt ook Tiny Houses, je hebt camperstallingen. Je hebt andere vormen van natuurgerichte verblijfsrecreatie, waar je misschien wel wat verbouwing voor zou willen toestaan. Er zijn natuurlijk andere denkrichtingen mogelijk. Meer verblijfsrecreatie moet bijvoorbeeld wel kunnen, maar dan zonder te bouwen. Je hebt bijvoorbeeld een bestaande schuur bij een agrariër en die wil zijn aanbod ontwikkelen. Dat je dat mogelijk maakt. Of, dat is uiteraard ook een keuze, eigenlijk is verblijfsrecreatie en bebouwing onwenselijk. En dit is wel belangrijk om te weten, dat gaf de wethouder ook aan, om richting te geven aan hoe we dat programma verder gaan opbouwen. Openbaar zwemwater, dat was ook een thema dat wij geconstateerd hebben, maar die ook vanuit het inwonersonderzoek voorbijkwam. Wij denken dat er ruimte is in Hania's Polder, in combinatie met waterberging. En dat zou interessant zijn om in het uitvoeringsprogramma voor 5 jaar, dat bij het programma hoort, te gaan onderzoeken.
En er zitten allemaal mits en maren aan, maar daarom is zo'n verkennende maatregel juist interessant. Dat is ons advies. Je kan ook breder kijken van, wat is dan precies de behoefte en welke andere ruimtes heb je dan misschien nog mogelijk? Of, het wordt wel geconstateerd, maar ondanks de hoeveelheid buitenruimte zijn er zoveel ruimteclaims, dat lukt ons niet. Dat weten we al bij voorbaat. Dan gaan we het ook niet onderzoeken. Dat zou ook een keus kunnen zijn. Dan agrarisch gebied. Meer recreatie en toerisme toevoegen in het agrarisch gebied lijkt interessant. Wij zouden adviseren, omdat die samenwerking al loopt vanuit Programma Landelijk Gebied, om dat samen met die agrariërs verder te gaan verkennen. Daar hadden we toevallig gisteren ook een sessie met hen over, waarbij in het begin de focus heel erg lag op natuur, de balans tussen natuur en agrarisch gebruik, begint dat nu wel te veranderen. Misschien is dat wel interessant. Als ik dan toch in een transitie moet gaan, misschien biedt recreatie voor mij wel kansen. En dat is zeker niet voor elke agrariër. Het moet maar passen bij je eigen filosofie, je bedrijfsmodel, maar daar is zeker wel interesse voor bij een aantal agrariërs. Je kan ook zeggen, we willen vanuit het uitvoeringsprogramma echt een aantal kaders gaan opstellen, zodat zo meer ondernemers de mogelijkheid geeft om het in te vullen, of het agrarisch gebied.
Dat is ook een van de waardes van het buitengebied. Ook cultureel, die blijft primair agrarisch en andere vormen zijn onwenselijk. Heb ik er volgens mij nog 2 of 3. Polder Stededijk, dat is een polder die ligt in Natura 2000-gebied. En wat we daar zien, is dat je er heel moeilijk kan komen. Dat zie je ook terug aan de Resono-data die ik heb gepresenteerd. En we zien daar wel kansen om, extensief, dat is echt voor de natuurliefhebber die daar een wandeling wil doen, daar de aanmeervoorziening op te waarderen en dan bijvoorbeeld via een beter kwalitatief wandelpad dan nu het geval is en naar bijvoorbeeld een kijkwand te gaan. Maar het is ook Natura 2000-gebied en daar zijn doelstellingen die je moet behalen. Wij denken, integraal, dat dit beide kan. Dat zou de voorkeur hebben, ook qua vergunningen. Maar je kan ook zeggen, dit is juist een plek in de Biesbosch, beheer door de gemeente, waar wij het verschil kunnen maken en we zetten maximaal in op natuurdoelstellingen. Dat kan ook. Dan deze nog, de Louisa- en Cannemanspolder. Tot onze verrassing kwam die er, qua gebruik, niet heel erg hoog uit. Dicht bij de stad, maar relatief weinig bezoekers. Dat heeft mogelijk te maken met het open karakter. Dat mensen zoiets hebben van, de Viersprong in De Elzen is even
10
verderop, daar wil ik liever naartoe gaan. Maar het is ook voor een groot gedeelte hondenlosloopgebied. En ik kan me voorstellen dat het voor heel voor recreanten, en dat komt ook uit inwonersonderzoek, heel veel van de recreanten, het merendeel, 75 procent, heeft geen hond en heeft daar ook geen behoefte aan. Je zou een hoogwaardig losloopgebied kunnen maken. Niet een paar vierkante meter om je hond te laten spelen, maar juist een gebied waar je de hond los kan laten lopen en zelf een wandeling zou kunnen maken. Dat zoneert heel erg. Je krijgt daar een hoogwaardigere voorziening voor terug, maar het creëert tegelijkertijd ruimte om bijvoorbeeld andere vormen van recreatie mogelijk te maken. Je kan ook zeggen, dat hebben we ook gemerkt in de sessie over het nieuwe hondenbeleid, daar geven de meeste hondenbezitters aan, dat is wel een van de gebieden waar ik heel vaak en heel graag kom. Je kan ook zeggen, je moet keuzes maken en zoals het nu is, is het goed. De voorzitter: Dan wil ik u heel erg bedanken voor deze presentatie. Het is een bak aan informatie. Het is heel fijn dat de presentatie erbij zit. Dan kan de commissie die ook nog eens teruglezen. Ik zie al een hoop vingers de lucht ingaan. Er zijn een hoop vragen. Mijn voorstel zou zijn om dan even iedereen maar langs te gaan en dat iedereen zich even maximeert tot twee vragen.
Kies uw beste twee vragen even uit en dan kijken we daarna of er nog tijd over is. Dan begin ik links. Uw vraag, mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik zag net voorbijkomen, Polder Stededijk. Bent u ook op de hoogte dat bij Polder Stededijk de Stort van Troost aanwezig is? De voorzitter: Kunt u wat harder praten? Want het is niet te horen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Het is niet te horen? Sorry. Wat mijn vraag was, was of mijnheer op de hoogte was van Polder Stededijk, de Stort van Troost, dat het gewoon een gifbelt is? Wil je daar wel recreëren, is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Van Engeldorp Gastelaars. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Ik moet meteen antwoorden? De voorzitter: Als u daar een reactie op wil geven. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Ja, dat weten we. En daarom liggen er kansen om zowel de natuurdoelstellingen te verbeteren, maar als je dan toch aan de slag gaat, om dan ook een plus te doen voor recreatieve beleving en wel extensief. Het moet echt passen bij de andere doelstellingen van het gebied. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En op de kaartjes staat niet precies waar we … Ik kan ook natuurlijk de hondenuitlaat terugvinden. Dat bestaat. Het is goed zo. Dank u. De voorzitter: Dat was hem zo? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja. De voorzitter: Wilt u de microfoon weer uitdoen? Super. Dan mijnheer Klerk.
11
De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vraagjes. Die zijn vrij eenvoudig, denk ik, maar voor mij niet duidelijk. Het dagrecreatieterrein is veel om te doen geweest. Hoe verhoudt zich dat tot wat we hier zien? En mijn tweede vraag is die Merwedeheuvel. Daar werd net al gezegd, voor het einde van het jaar, maar we zeggen niet welk jaar. Maar waar hangt het nu vanaf voordat dat opengaat? De voorzitter: Mevrouw Suijker gaat het beantwoorden, begrijp ik. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Het dagrecreatieterrein is natuurlijk al in ontwikkeling. Er is, als het goed is, ook een voorlopig ontwerp bij jullie langs geweest om dat vast te stellen. Uiteraard hebben we in dit programma rekening gehouden met de ontwikkelingen rondom het dagrecreatieterrein en ook de keuzes die daar gemaakt zijn. In de onderzoeken hebben we hem wel buiten beschouwing gelaten, simpelweg omdat er op dit moment nog niet veel gerealiseerd is. Beantwoordt dat uw vraag? Rondom de Merwedeheuvel hebben we inderdaad te horen gekregen dat er nog een aantal zaken afgerond moeten worden met de Provincie. En als dat zover is, dan zou het op termijn over kunnen gaan naar de gemeente. De exacte status, die ben ik even verschuldigd. Daar kan ik nog wel achteraangaan? Die komt eventueel schriftelijk naar u toe. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Dank.
Er is het een en ander gezegd over de impact van recreatie op natuurwaarden in Natura 2000-gebied, maar er is niks gezegd over de impact op natuurwaarden in Natuurnetwerk Nederland, terwijl er bijvoorbeeld wel wordt voorgesteld om daar een zwemplas eventueel te realiseren Is daar wel rekening mee gehouden, met de natuurwaarden in Natuurnetwerk Nederland? En mijn tweede vraag is, in de antwoordbrief van het college op Goed Af wordt gesteld dat er in het buitengebied, en in dit programma, geen ruimte is voor meer verblijfsrecreatie in het buitengebied, maar dat is precies een van de dingen die voorligt. Die kan ik ook even niet plaatsen. Misschien kan daar ook iets over gezegd worden? De heer Van Engeldorp Gastelaars: Zal ik de eerste doen en jij de tweede? We hebben ook gekeken naar, en dat is een vraag die in heel Nederland speelt, hoe kan je natuur en recreatie combineren? Onderzoek daarnaar is echt nog in ontwikkeling. Wat wij doen, is kijken naar de proxy vogels. Want de relatie tussen vogelsoorten en de mogelijke verstoring door recreatie is het best onderzocht door organisaties, zoals Sovon en de Vogelbescherming. Er zijn ook gegevens van beschikbaar.
En vervolgens kan je kijken naar, hoe zit het met de doelstellingen? Hoe zit het met de trends en waar zitten dan die dieren en hoe komt dat overeen met de recreatiezonering? En dan zie je dat de huidige recreatiezonering van Staatsbosbeheer, en ook zoals vastgesteld door de gemeente, de meest belangrijke leefgebieden waar die soorten zitten, al beschermd. Het idee is om vooral op die plekken, in de systematiek van Staatsbosbeheer zijn dat vooral A- en Bgebieden, dat zijn soorten waar meer intensieve of matig intensieve recreatie kan worden toegevoegd, te gaan doorontwikkelen. Maar er zijn ook best wel wat gebieden in het buitengebied die nu nog geen status hebben. Daar zou je zelfs nog meer A-gebied kunnen realiseren. We zien ook in Hania's Polder echt wel kansen, die recht doen aan de behoefte die er is, maar die niet leidt tot significante negatieve effecten op de vogelpopulatie daar vlakbij.
12
De voorzitter: En de tweede vraag, mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Rondom Goed Af. De vraag die Goed Af heeft gesteld is dat ze graag zouden willen dat er een terrein beschikbaar wordt in het kader van Programma Recreatie en Toerisme in de Buitengebieden. Daar gaat dit programma niet over. Het programma gaat over de vraag, zou u überhaupt iets willen rond een verblijfsrecreatie, ja of nee? Als er in de toekomst mogelijkheden vrijkomen, dan zou Goed Af natuurlijk als een van de partijen naar zo'n mogelijkheid kunnen dingen, maar dan zit je ook met Didam en andere situaties, waardoor ook andere marktpartijen kans kunnen maken op zo'n locatie. Maar de vraag is allereerst, wilt u meer verblijfsrecreatie, ja of nee? De voorzitter: Helder, lijk me. Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik zal het tot twee houden. Ik wil als eerste het college oproepen. Want de wethouder zegt heel mooi, in maart hebben we mogelijk een andere politieke stroming. Dat er geen keuzes gemaakt worden die een volgende coalitie in de weg kan zitten. En ik heb wel een vraag over het zwemgebied. Nu wordt de Hania’s Polder daarvoor genoemd, die overigens niet op het kaartje staat in de presentatie. Dat vind ik wel een gemis in de presentatie dan.
Maar waarom wordt daarnaar gekeken en niet naar bijvoorbeeld de Viersprong, waar in het verleden echt altijd heel lang gezwommen is, waar een heel goed zwemwater voor is, goede zandbodem voor is? En die is er eigenlijk al, alleen wordt het op dit moment niet meer gebruikt. Waarom is daar dan niet naar gekeken en wordt er wel gekeken om een nieuwe aan te leggen? De voorzitter: Mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: In het verleden is er zeker wel naar de Viersprong gekeken. Daar zijn ook meerdere RIB’s over naar de raad gestuurd. Dat had, even in mijn herinnering, maar we kunnen het nog even opdiepen, denk ik, voornamelijk te maken met de Kaderrichtlijn Water en de ecologische impact die zwemwater heeft. Ik heb begrepen dat je voor zwemwater in de nieuwe vorm, die aan heel veel eisen moet voldoen, veel ingrepen voor moet doen in de openbare ruimte om dat voor elkaar te krijgen en dat was op de Viersprong niet gewenst. Dat is even de snelle strekking. De natuurwaarden ook. Dat zou te veel impact hebben. Maar als het goed is, kan u die raadinformatiebrief nog ergens vinden. Dat is ook de reden waarom we de Viersprong niet meer meegenomen hebben als optie. De voorzitter: En had u nog een tweede vraag of was dat het? De heer Roggekamp: Sorry, ik heb nog wel meer vragen. En dan wil ik aansluiten bij mijn buurman. En dat gaat dan over de vogelgebieden.
We zitten ook bij die Hel- en Zuilespolder, wat al aangegeven wordt als een gebied wat heel goed bezocht wordt, maar waar we ook met een zwaard van Rijkswaterstaat op ons rug zitten, die daar heel veel wil veranderen. Hoe het dan impact op die vogelgebieden heeft, en ook weer dan op de rest van de gebieden, als Rijkswaterstaat daar van alles gaat doen? Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Wat is dan concreet uw vraag?
13
De heer Roggekamp: Wat de impact wordt als Rijkswaterstaat, buiten wat wij willen, toch gaat ingrijpen in heel dat vogelgebied van de Hel- en Zuilespolder, wat overigens ook door de recreant als een heel intensief gebied gebruikt wordt. Wat dat dan weer voor impact heeft op de rest van de gebieden waar we het nu over hebben? De heer Van Engeldorp Gastelaars: Ja hoor. De heer Safranti: Anders wil ik ook wel doen. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Maar volgens mij kom ik een heel eind. Volgens mij is de ambitie juist daar om nieuwe natuur te realiseren. Daar gaan vogels juist van profiteren. Wat ik heb begrepen van Lianne en haar collega's, is dat een vergelijkbaar recreatief aanbod terug gaat komen. In principe, als je dat van tevoren goed inregelt, dan zou dat kunnen. Alleen, wat wel opmerkelijk is uit ons onderzoek, dat het nog meer gebruikt wordt, dan bedacht was. De vraag is wat, komt er dan precies terug en voorziet dat in de vraag die er nu al een plekje heeft? En krijg je dat vervolgens vergund met alle doelstellingen? Dat gaat niet alleen over vogels, dat gaat ook over onderwaternatuur. Maar dat is wel een puzzel die, volgens mij, bij Rijkswaterstaat en de gemeente gaat spelen. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Dat klopt. Er loopt hier een heel separaat traject op, natuurlijk. Ik durf ook niet zo goed echt specifiek te antwoorden hoe we hier in het programma nog mee omgaan.
Vooralsnog gaan wij er, denk ik, wel vanuit dat we rekening houden met een eventuele transitie. U heeft de bezwaarschriften kunnen lezen. Daarin zijn we wel op de hoede dat de recreatieve waarde, die het gebied ook heeft, hooggehouden wordt. En welke impact dat precies heeft op de vogelpopulatie, dat is aan Rijkswaterstaat om aan te tonen en niet zozeer voor ons. Het is een beetje zoeken naar de juiste antwoorden hierop. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Misschien nog een aanvulling, want ik denk dat het vooral effect gaat hebben op de hoeveelheid voorzieningen qua recreatie. Ik denk dat vogels ervan gaan profiteren als alle plannen, zoals ik ze heb gezien, worden uitgevoerd. Maar het betekent misschien wel dat een deel van de vraag naar recreatie daar niet meer kan worden opgevangen en waar gaat die dan landen? En dat is er wel eentje die een link heeft met dit programma. De voorzitter: Mijnheer Laban. Een laatste ding dan, maar omwille van de tijd wordt het anders lastig om alle vragen te hebben. Een slotopmerking. Laat maar? Mijnheer Laban. De heer Laban: Voorzitter, dank u wel. Als fervent camperaar kijk ik ernaar uit om diverse camperplaatsen te gaan zien in onze mooie omgeving. Lijkt me geweldig. Niet alleen voor mij, maar ook voor andere bezoekers van ons gebied. En het tweede is een opmerking en een vraag.
Een deel van de getoonde presentatie is in de pdf-versie niet goed leesbaar. En ook was er een dat u het onderste deel liet zien en daar kwam, toen u klikte, iets nieuws overheen. Dat zien wij niet meer. Zou u een presentatie beschikbaar kunnen stellen waar dat allemaal wel in zichtbaar is? En u zegt, een ding ga ik even niet bespreken, dat vindt u terug in de presentatie, maar die heb ik volgens mij ook gemist. Als u daar nog naar wil kijken, heel graag.
14
De voorzitter: Met betrekking tot de presentatie hoor ik links van mij dat er een correcte versie dan uw kant nog opkomt. En de tweede vraag, die miste ik even. Of was dat het? Ik was ook even in gesprek, maar was dat de enige vraag? De heer Laban: Dat was de enige vraag. De voorzitter: Helemaal goed. Dan gaan we naar de VSP, mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over de Louisa- en Cannemanspolder. U geeft aan dat het huidige hondenlosloopgebied erg wordt gewaardeerd en dat er voldoende mogelijkheden zijn in de directe omgeving om te recreëren. Maar als ik dan de regel lees die daarboven staat, we gaan onderzoeken of we een hoogwaardig losloopgebied kunnen zoneren, betekent het dat u dit hondenlosloopgebied kleiner wilt gaan maken? Dat lees ik er dan uit. Tenminste, dat is mijn interpretatie. De voorzitter: Mijnheer Van Engeldorp Gastelaars. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Dat kan, maar dat hoeft niet. Je kan ook hetzelfde oppervlak handhaven, maar net iets anders inrichten. Daar heb je voldoende ruimte voor. Meer richting de stadsrand heb je ook een evenemententerrein die, wat ik heb begrepen, beperkt wordt gebruikt. Er zijn wel kansen om daar meer mee te doen. En dan, netto, eigenlijk hetzelfde aanbod voor hondenbezitters te handhaven met zelfs een plus erop qua beleving.
Ik heb bijvoorbeeld zelf een hond, die helaas wat minder goed onder appel staat dan ik zou willen. En dit soort gebieden, dat zie ik ook elders, worden hoog gewaardeerd. Een voorbeeld daarvan, in Zuid-Holland is bijvoorbeeld het Bentwoud, bij Zoetermeer. De voorzitter: Nog een tweede vraag mijnheer De Vries? De heer De Vries: Nee, ik heb geen tweede vraag. De voorzitter: Geen tweede vraag. Mijnheer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Allereerst natuurlijk dank voor deze uitgebreide presentatie en ik lees het ook inderdaad graag compleet nog terug. Ik had ook de vraag met betrekking tot het losloopgebied. Die al beantwoord. En een andere vraag, u gaf ergens aan met de consultatie, dat er nog een consultatie komt ook met inwoners, eind deze maand. En op welke manier gaat u ervoor zorgen dat daar veel mensen op afkomen? Hoe kunnen mensen daar kennis van nemen? Want we hebben weleens vaker dat we proberen mensen te betrekken en als het maar beperkt blijft tot een klein groepje inwoners, dan zou dat een gemiste kans zijn. De voorzitter: Mijnheer Van Engeldorp Gastelaars. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Dat zijn we nu aan het voorbereiden. We hebben bij het inwonersonderzoek ook uitgevraagd, wilt u in het vervolg meedenken? Dat heeft geleid tot een paar honderd e-mailadressen. En vervolgens zijn we nu in samenwerking
15
met de gemeente alle kanalen, zoals Doe Mee Dordrecht, waar mensen zich ook wel konden inzetten, en alle andere kanalen, aan het voorbereiden om daar breed voor uit te nodigen. De verwachting is dat daar heel veel mensen op af gaan komen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, heel kort. De voorzitter: De tweede vraag. De heer Schalken-den Hartog: Kan dat dan ook bijvoorbeeld in het weekblad en ook op Facebook en dat soort dingen allemaal, zodat we zo breed mogelijk de oproep uitzetten? De voorzitter: Wordt het nog breder gedeeld? De heer Van Engeldorp Gastelaars: Dat klopt. De uitvraag, of de uitnodiging, om het inwonersonderzoek in te vullen is ook zo gedaan. Dat heeft geleid tot een recordaantal respondenten. Dat willen we herhalen. De voorzitter: Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Dank voor deze prachtige en bruikbare data. Toch missen wij een essentiële indicator. Er is ingezoomd op dit buitengebied, maar wat is de spin-off voor de stad? Er worden vergelijkingen getrokken met bestedingen van 4 euro per bezoeker en 51 euro in de stad. Wat doet die bezoeker als hij dit gebied verlaat? Zou het zo kunnen zijn dat in die 51 euro, die besteed wordt in de stad, ook een deel zit van de bezoeker die in dit gebied geweest is? Ik mis een hele belangrijke indicator.
Waarom? Omdat we uiteindelijk moeten gaan kijken wat het effect is van eventueel economische groei? Je kan daar wel horeca neer gaan zitten, maar misschien gaat die bezoeker wel de horeca en de stad bezoeken. Daar toevoegen en in de stad weglaten, zal ik maar zeggen. Ik mis die indicator, spin-off naar de stad. Misschien kunt u daar wat aan toevoegen of verduidelijken? De voorzitter: Deelt mijnheer Van Engeldorp Gastelaars dat het een indicator is die gemist wordt? De heer Van Engeldorp Gastelaars: We hebben breed gekeken. Zowel naar de stad, als naar het buitengebied. En als je kijkt voor de hele gemeente, dan is horeca wel minder dan in andere gemeentes. En dan specifiek voor het buitengebied en hoeveel mensen daar gebruik van maken. Dat zag je ook aan Resono-data, in die paar maanden dat we data hebben ingekocht. Even uit mijn hoofd, waren het een komma zoveel miljoen individuele gebruikers. De vraag is er wel. Vervolgens komt uit het inwonersonderzoek naar voren, we missen meer horeca en buitengebied. Ik denk dat die markt er wel is. Wat je ziet, ook in de gesprekken met ondernemers gisteren, maar ook met Dordrecht Marketing, dat de focus heel erg ligt op het aanbod nu in de stad. En meerdaagse bezoeken aan Dordrecht, dat vindt nog niet plaats. Dat is wel een kans om te gaan ontwikkelen.
Zeker als je bedenkt dat het cruisetoerisme gaat toenemen, met waarschijnlijk een directe verbinding tussen Amsterdam en Parijs, en waarbij Dordrecht echt wel een belangrijke plek is waar misschien mensen op een dag meerdere dingen
16
gaan bezoeken. Maar los daarvan, missen jullie inwoners een belangrijk deel van het aanbod. Dat lijkt me aanleiding om daar wat mee te gaan doen. De voorzitter: Nog een korte vervolgvraag, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Als die data er is, zou ik hem ook wel graag willen zien. De voorzitter: Kan dat gedeeld worden, die data? De heer Van Engeldorp Gastelaars: We zijn nu bezig om alle deelonderzoeken, de rapportage daarvan, af te ronden. Dat doen we samen met de met de ambtelijke begeleidingsgroep. Ik kan me voorstellen dat als het zover is, dat het gedeeld wordt met jullie. De voorzitter: Duidelijk. Dan mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u. Ik heb twee vragen. De eerste is een simpele ja-neevraag. Het gaat over geld. Er komt in het onderzoek terug dat er in het buitengebied vier euro opbrengst per persoon zou zijn en tegelijkertijd komt er ook terug dat er potentie niet gehaald wordt. Is er een businesscase gemaakt van de terugverdientijd van investeren in het buitengebied? De voorzitter: Is er een businesscase gemaakt? De heer Van Engeldorp Gastelaars: Nee, zover zijn we nog niet. Dit is puur onderzoek van, wat zien we vergeleken met andere gemeentes? Vervolgens gaan we daar een programma van maken, waar we over twee weken hopelijk meer input voor krijgen. Ook met alle andere stappen die we doen.
En een deel daarvan zijn hele concrete inrichtingsmaatregelen en een deel zijn, kan ik me voorstellen, verkennende maatregelen, omdat je daar meer tijd voor nodig hebt. En ik kan me voorstellen, en dat gebeurt nu ook, weet ik, voor bijvoorbeeld de Merwedeplas hebben advies gegeven over een leefstijl. En dan wordt er door die projectleiders een businesscase gemaakt. Zo moet je hem volgordelijk zien. De voorzitter: En de tweede vraag, mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Dan een andere vraag. Dit is natuurlijk in het kader van de Omgevingsvisie. Daar staat het een en ander in over recreatie en, wat ik proef in deze presentatie ook, dat het doel wel is dat er meer recreatie moet komen. Dat is een doel. Ik vraag me af in hoeverre, of met welke opdracht, bent op pad gestuurd en wat waren daar de harde randvoorwaarden in, zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie? De heer Van Engeldorp Gastelaars: De opdracht was, er komt een Omgevingsvisie 2.0 aan. Op het moment dat wij begonnen aan de opdracht, was het nog niet vastgesteld. Inmiddels wel. En ik geef de haakjes aan. Dat is de opdracht, de thematische uitwerking daarvan. Is de opdracht, er moeten meer recreanten komen? Nee, dat is nadrukkelijk niet de opdracht. De opdracht was, we willen naar bestemmingsmanagement en dan moet het in balans zijn.
Daar waar we ruimte zien, en die lijkt er te zijn, ook gelet op de draagkracht, maar ook op de vraag, zou je kunnen doorontwikkelen. Maar je wil
17
nadrukkelijk niet naar overtoerisme, zowel voor natuur als voor leefbaarheid. Dat is de focus van de opdracht. De voorzitter: Dan mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee kleine vraagjes. Vraag een gaat over de mogelijke zwemplek in de Hania’s Polder. Als daar onderzoek naar gedaan wordt, neem ik aan dat mogelijkheid van eventuele PFAS-verontreiniging daar ook wel in meegenomen wordt. Dat is wel een groot probleem in onze stad. En daarnaast het woord mindervalide. Dat vind ikzelf, als rolstoelgebruiker, niet zo'n fijn woord, omdat dat het eigenlijk minderwaardig betekent. Maar het is wel fijn dat er meer gefocust gaat worden op de toegankelijkheid van onze buitengebieden. En ik neem aan dat er bij het plannen maken op dit gebied ook ervaringsdeskundigen worden betrokken. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Mijnheer Van Engeldorp Gastelaars. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Dank u wel. Voor het zwemwater bleek uit de gesprekken, dat de kwaliteit daar echt wel goed is. Beter dan elders. Vandaar ook het idee van, dat kan je zo koppelen. Terechte opmerking over de terminologie die ik heb gebruik. Ik hoor ik hoor graag een tip over hoe ik dat beter kan noemen.
En het idee is wel inderdaad, wil je dat gaan ontwikkelen, en volgens mij zijn er genoeg aanwijzingen om daar meer aanbod voor te gaan ontwikkelen, dan moet je er in het project, als je dat gaat uitvoeren, een uitvoeringsprogramma, goede expertise bij halen. Dat je iets maakt waar ook gebruik van wordt gemaakt. En niet zoals dat er was in de Hania’s Polder, een rondje dat helemaal niet functioneert en zelfs gevaarlijk is. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik hoop dat er nog tijd is. Het is een thematische uitwerking. Natuurlijk nog geen fysieke uitwerking. Ik wil hem een beetje op dat niveau plaatsen. En dat gaat over botsende wensen, want ik zie die data, die leefstijlanalyses, en ik hoor heel veel, we willen allerlei dingen toevoegen. Maar voor een groep mensen is het misschien juist wenselijk om er meer rust te laten zijn. Die komen misschien meer voor de natuur, om te wandelen, om vogels te zien. Iemand anders komt misschien wel gewoon, omdat hij daar altijd met zijn racefiets fietst. En die denkt, dat zou wel leuk zijn, zo’n horeca. Dat is voor die meneer of die mevrouw die gaat vogelspotten, helemaal niet zo wenselijk. Blijkt dan uit die data of daar iets over te zeggen valt? Uit die bewonersonderzoeken. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Terechte vraag.
Als je kijkt naar die leefstijlen, dan zijn er heel veel verschillende motivaties. Inderdaad, de rustzoeker wil helemaal niet de racefiets zien of die horeca met schreeuwende kinderen. Dit geeft vooral aanleiding van, als je aanbod gaat ontwikkelen, dan zou je deze en deze leefstijlen kunnen bedienen. Vervolgens moet je nadenken, wat is daar een geschikte plek voor? En wat ik eerder heb aangegeven, dat moet je vooral buiten het Nationaal Park en buiten Natura 2000 doen. Daar zien wij kansen om een deel van de vraag op te gaan vangen, zodat je de gebieden
18
elders rustig houdt en daarmee ook voorziet in de vraag van mensen die juist rust en meer natuurbeleving willen. Dat is het idee. De voorzitter: Dat was hem? Dan last but not least, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb ook kunnen zien dat wij achterblijven qua werkgelegenheid, ondanks dat we een trekpleister zijn. Dat was vraag één, hoe komt dat dan? Want we merken dat Dordrecht toch wel dit soort punten achterblijft. Qua inkomsten, maar ook qua werkgelegenheid. Dat is vraag een. En vraag twee, er is vorig jaar rond deze tijd, in november, een motie aangenomen voor toeristische borden. Een, bent u daarvan op de hoogte? En twee, zou dit plan niet juist gaan stimuleren om meer toeristen deze kant op te halen of de toeristen die binnenkomen ook wegwijs kunnen maken? Dank u wel. De heer Van Engeldorp Gastelaars: Apart dat ik de microfoon aan moet doen terwijl ik naast je zit. De heer Safranti: Wat zei je? De heer Van Engeldorp Gastelaars: De eerste vraag, wat ik heb begrepen van mijn collega's, gaat het er vooral om dat Dordrecht een dagbestemming is. En dat is wat anders wanneer je vergelijkt met een aantal andere bestemmingen hier in de regio, waar meerdaags verblijf is. Mensen gaan een dagje naar Dordt, maar verblijven er niet langer.
En dat is wel de potentie die er is, als je kijkt naar de koppeling van, je bent vlakbij Kinderdijk, je hebt een heel mooi buitengebied. Dat is volgens mij de economische kans als je dat meer uitnut, dat is één. De tweede voor de motie, ik heb een motie gezien, volgens mij, over bebording. Maar ik weet niet zeker, Lianne, of dat dezelfde was. Mevrouw Suijker-Vreugdenhil: Dat is dezelfde. De heer Van Engeldorp Gastelaars: En dat leek wel een haakje, inderdaad, voor dit programma van, dat zien we ook. Niet alleen voor toeristen, maar ook voor inwoners. Mooi voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld over het hondenlosloopgebied. Er staat bij de Merwedeheuvel, en dat is dan heel specifiek, dan ben je al in het gebied, bijvoorbeeld aangegeven waar je de hond weer aan de lijn moet doen, maar niet waar je hem los mag laten. Maar het begint ermee van, waar kom ik op welke bestemming? En dat doe je voor de inwoners. En dat doe je voor bezoekers van buiten op een grotere schaal. Het zou heel logisch zijn, om dat een plek te geven in dit programma. De heer Safranti: Fijn. De voorzitter: U heeft een hoop informatie gehad en u heeft ruimte gehad om uw vragen te stellen. Ik heb twee vragen voor u.