2.4 2025.09.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 9 SEPTEMBER 2025 Vergaderzaal 5 1. Inspreker woononderzoek bij zorgafhankelijke inwoners Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop, wethouder W. van der Kruijff Overige aanwezigen: mevr. Seger De voorzitter: Beste mensen, hartelijk welkom bij deze korte commissievergadering, waarbij we een inspreker hebben over een zogenaamd niet geagendeerd onderwerp. En dat onderwerp is woononzekerheid bij zorgafhankelijke inwoners. Ik heet hartelijk welkom u als raads- en commissieleden. Ik heet welkom de heer Boogaard, de commissiegriffier. De wethouder heet ik alvast welkom. Maar die had een heleboel vragen te beantwoorden in zaal 1 en die zal er zo vast aankomen. Ik denk de heer Van der Kruijff, verwacht ik. Uiteraard welkom de inspreker, mevrouw Seger van de Stichting Red Mijn Zorg.
En welkom thuis aan de mensen achter mij op de publieke tribune. Ook welkom de mensen die thuis zijn. Normaal zeg ik de kijkers thuis, maar deze keer zijn het de luisteraars thuis, want er is geen beeld. U kunt gewoon een beetje rare bewegingen maken. Dat is deze keer geen probleem. Maar iedereen moet wel kunnen horen wie er is. We gaan ons voorstelrondje doen. En ik ga linksom. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer De Heer: Robert de Heer van de ChristenUnie/SGP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid.
1
De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Seger: Ik ben Angelique Seger, voorzitter van Stichting Red Mijn Zorg. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik ben vanavond uw commissievoorzitter. Heel goed. Korte toelichting voor de reden van deze vergadering. Mevrouw Seger heeft aangegeven om te willen inspreken over problematiek rondom inwoners van Dordrecht die afhankelijk zijn van zorg en aangepaste woonvoorzieningen. Mevrouw Seger heeft ook een brief en een advies gestuurd. En die documenten zijn als bijlage opgenomen bij het agendapunt. Ik ga zo dadelijk het woord geven aan mevrouw Seger. Mevrouw Seeger, u krijgt 5 minuten om in te spreken. En daar houden we ons altijd gewoon keurig netjes aan. Om u een beetje te helpen en gerust te stellen, men heeft allemaal uw brief kunnen lezen.
Ik zou zeggen, haal de krenten uit de pap waar u de meeste nadruk op wil leggen. En daar heeft u 5 minuten voor. Succes. Mevrouw Seger: Geachte voorzitter en raadsleden, mijn naam is Angelique Seger, voorzitter van Stichting Red Mijn Zorg. Wij vertegenwoordigen inwoners van Dordrecht die afhankelijk zijn van zorg en van aangepaste woonvoorzieningen. Ik spreek hier vandaag namens een groep die vaak onzichtbaar blijft in het gemeentelijk beleid, totdat de crisis uitbreekt. Laat mij u een concreet beeld schetsen. In Dordrecht wonen mensen met een fysieke beperking of chronische aandoening in projecten van bijvoorbeeld Stichting Fokus. Daar zijn zorg en wonen contractueel onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Dit betekent als iemand een conflict krijgt met de zorgaanbieder of kiest voor een andere vorm van zorg, bijvoorbeeld via een pgb, dan staat diegene niet alleen zonder zorg, maar ook zonder woning. Dat leidt tot enorme bestaansonzekerheid. U kunt zich voorstellen als je afhankelijk bent van 24-uurs assistentie en van een aangepaste woning, dan is de dreiging om beide tegelijk kwijt te raken niet alleen beangstigend, maar ronduit gevaarlijk. Daar komt nog iets bij. Dordrecht kent een groot tekort aan geschikte MIVA-woningen. Tegelijkertijd staan er bij Fokus woningen leeg,
2
omdat die alleen toegankelijk zijn voor mensen die ook een zorgcontract tekenen. Dat betekent dat woningen die speciaal zijn aangepast voor mensen met een beperking onbenut blijven, terwijl er elders wachtlijsten zijn. Dit is niet uit te leggen aan de inwoners die wanhopig wachten op een aangepaste woning. Stichting Red Mijn Zorg ziet drie grote knelpunten. Eén, de doelgroep is onzichtbaar en krijgt geen directe aanspreekstructuur bij de gemeente. De contractuele koppeling van zorg en wonen ondermijnt de keuzevrijheid en veroorzaakt zorgmijding en escalatie. Het tekort aan MIVA-woningen wordt onnodig verergerd door leegstand bij aanbieders, zoals Fokus. Daarom hebben wij u een advies gestuurd met concrete voorstellen. Ik noem er drie, die wij als meest urgent zien. Richt een onafhankelijk meldpunt wonen en zorg in, zodat inwoners die dreigen hun woning te verliezen door een zorgconflict ergens terechtkunnen. Ga met wooncorporaties en zorgaanbieders in gesprek over loskoppeling van wonen en zorgcontracten. Mensen moeten hun huis kunnen behouden, ook als ze een andere vorm van zorg willen. Zorg dat leegstaande aangepaste woningen beschikbaar komen voor wie ze echt nodig heeft, ongeacht welke zorgvorm iemand kiest.
Geachte raadsleden, dit gaat over bestaanszekerheid en mensenrechten, over inwoners die geen keuzevrijheid ervaren in hun zorg, die soms noodgedwongen zorg mijden en dan in constante angst leven hun woning te verliezen. Ik vraag u vandaag om dit probleem niet langer te laten liggen. Zet het op de politieke agenda. Stel vragen aan het college en ga met ons, met de corporatie en met de aanbieders in gesprek om tot oplossingen te komen. Wij denken graag mee, want dit kan en moet beter. Dordrecht heeft kans om te laten zien dat zij echt staat voor inclusie, voor zelfregie en voor een veilig thuis voor iedereen. Ook voor de mensen die afhankelijk zijn van zorg. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Keurig aan de tijd gehouden. Voor de luisteraars thuis en de mensen op de tribune die hem niet kennen, wethouder Van der Kruijff is inmiddels ook binnengekomen. Hij heeft plaatsgenomen op de tribune. Dan weet u dat. Dan is het college ook vertegenwoordigd. Maar het college is niet aan zet op dit moment. U bent aan zet. En ik zie al een vinger van de heer De Heer. Ik zie er één van mijnheer Bootsman. Er komen er misschien wel meer. Mijnheer De Heer, aan u de eer. De heer De Heer: Hartelijk dank aan de inspreker, ook voor het delen van deze situatie. Ik ging heel erg aan op het punt van het contact maken met de gemeente en ook geen structureel aanspreekpunt.
Ik was benieuwd, zou u daar iets meer over kunnen vertellen hoe dat tot nu toe gaat of waar dat aan succes ontbreekt? En ik was ook benieuwd of u ook contact heeft bijvoorbeeld met de Dordtse Adviesraad Sociaal, aangezien dat toch ook wel wat raakvlakken lijken. Misschien kunt u dat toelichten. De voorzitter: Kunt u dat?
Mevrouw Seger: Ja. Op het moment is het zo, als je in conflict komt met je zorgaanbieder, de meeste ervaring met Stichting Fokus, en dan kom je in problemen terecht. Dan ga je hulp zoeken. Mij is dat niet gelukt. Ik ben ervaringsdeskundige. Ik ben helaas ook in de problemen terechtgekomen. En er was totaal geen aanspreekpunt. Het duurde maanden voordat je überhaupt werd gehoord. Uiteindelijk een interventiespecialist vanuit de gemeente heeft mij toen geholpen. Maar voor de rest bleef elke hulp afwezig. Dat is wel triest.
3
De voorzitter: Mijnheer De Heer, vervolgvraag. De heer De Heer: Misschien nog een korte vervolgvraag. Want dat gaat dan specifiek over als je in zo’n situatie, zo'n crisis terechtkomt, dan moet er ook heel snel gehandeld worden. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat dan heel ingewikkeld is. Ik begrijp ook dat u namens deze stichting natuurlijk optreedt en dat dan misschien de tijd en de ruimte er soms is om het duurzame contact ook op te bouwen met de gemeente. Hoe verloopt dat? Of is dit eigenlijk het moment om die lijn uit te gooien? Mevrouw Seger: Ik heb in juli ook de wethouder deze stukken gestuurd, omdat het is een landelijk probleem. En ik ben woonachtig in gemeente Dordrecht. En ik ben eigenlijk al een jaar bezig om de gemeente in te laten zien wat er speelt. Maar het lijkt niet opgepakt te worden. De voorzitter: Genoeg, mijnheer De Heer? Dan ga ik naar mijnheer Bootsman en daarna naar mevrouw Schnabel. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. En ook namens ons natuurlijk hartstikke veel dank voor het inspreken. Ik heb een vraag over het meldpunt wonen en zorg, waar mevrouw Seger het over had.
Is dit meldpunt, als dat er zou komen, in haar ideale wereld alleen bedoeld voor mensen die in conflict liggen met Fokus, of ook voor andere mensen die op zoek zijn naar een aangepaste woning? Want u en ik weten allebei dat er een gigantisch tekort is aan aangepaste woningen, ook voor mensen die hun zorg anders inregelen dan via Fokus. De voorzitter: Mevrouw Seger. Mevrouw Seger: Ik ben natuurlijk zelf de Stichting Red Mijn Zorg begonnen. En mijn doel is om per gemeente een punt te krijgen, zoiets als Red Mijn Zorg, waar mensen die problemen ervaren in hun zorg, in hun woonaanbod dan terechtkunnen met vragen. En dat meldpunt zal een soort verbinding moeten vormen tussen alle partijen, ook als je op andere problemen loopt met woonvoorzieningen. De voorzitter: Ik zie aan het geknik van mijnheer Bootsman dat het voldoende was. Dan ga ik naar mevrouw Schnabel.
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. En dank u inderdaad voor het inspreken. Ik was eigenlijk benieuwd naar hoe op dit moment in het contract, dat waarschijnlijk bij aankomst wordt ondertekend, wat er dan al is geregeld en wat er dan ook in staat over eventuele zorgconflicten en wat voorbeelden kunnen zijn inderdaad van zo'n zorgconflict dat dan aan de hand is. De voorzitter: Mevrouw Seger. Mevrouw Seger: Ik denk dat dit een heel lang stukje wordt. Op het moment dat jij als iemand die gehandicapt is, of hoe je het ook mag noemen, afhankelijk van zorg bent, dan kan je een beroep doen op Fokus. Fokus levert adl-zorg. En op het moment dat je bij
4
hun inschrijft, krijg je vanuit de wooncorporatie een woning aangeboden, die is gekoppeld aan de zorg die je van Fokus krijgt. Fokus is een adl-leverancier. Die wordt in stand gehouden door een subsidieregeling vanuit de overheid. En de koppeling zijn private afspraken die Fokus met wooncorporaties hebben gemaakt dat alleen als jij adl afneemt in de woning, zolang mag je er blijven wonen. Wat gebeurt er? Als je, net als ik, seksueel overschrijdend gedrag meemaakt, mishandeling, zorg stopzetting, enzovoort, dat zijn niet de minst misselijke misstanden. Als je dan met elkaar in conflict komt en Fokus zorgt ervoor dat het jou aan alle mogelijke dingen ontbreekt en zelfs tot einde dienstovereenkomst met jou overgaan, omdat ze zij zich aangevallen voelen, dan krijg je een brief, je mag ook de woning verlaten. Nee, je moet de woning verlaten. In mijn geval heb ik godzijdank de hulp gekregen uiteindelijk om in mijn woning te mogen blijven. Is er een allonge door Trivire aan mijn huurcontract toegevoegd. Maar helaas is dat niet de werkelijkheid, zoals het in Nederland gaat. Want mensen worden onterecht uit hun woning gezet, omdat ze in conflict zijn gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Heftig verhaal. Mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Allereerst heel erg dank dat u hier aandacht op vestigt.
Ik vroeg me af of u vanuit de stichting zicht hebt op hoe vaak dit gebeurt eigenlijk in Dordrecht? De voorzitter: Kunt u het wat kwantificeren? Mevrouw Seger: Ja. Er zijn in Dordrecht twee projecten van Stichting Fokus Wonen, in Crabbehof en in Stadspolders. In Dordrecht is het een cluster, want het zijn clusterwoningen in de wijk. Dat was een cluster van twaalf woningen. Ik ben vorig jaar ontkoppeld van Fokus. Toen was er al een woning van hen afgepakt. Daarnaast zijn er vier woningen leeggekomen door overlijden van cliënt, of door drie cliënten overleden. Eentje is naar het verzorgingshuis gegaan. Dat maakte dat er nog zes woningen over waren. Eén woning is vorige week afgepakt van Fokus. Een niet Fokus cliënt heeft dat toegewezen gekregen. Nu staan er nog vier woningen leeg waar geen kandidaten voor zijn. En zijn er nog zes cliënten in dat project. En die hebben ook problemen. De voorzitter: Mevrouw Balorian, een vervolgvraag? Mevrouw Balorian: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dat betekent dat de cliënten die er nu in zitten, die hebben allen ook een probleem dan met Fokus, in dit geval? Mevrouw Seger: Niet allemaal. Maar ik weet 2 cliënten maken ook problemen mee. Zorg die niet goed geleverd wordt. Personeel wat niet orde is. Misstanden die gebeuren. En we hebben het nu natuurlijk over Dordrecht, maar dit speelt landelijk. Fokus heeft 96 projecten in Nederland.
Het is ook een groot politiek ding. De voorzitter: Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Ook ik vind het een prachtig stuk. En er staan ook goede adviezen in. Mijn vraag is echter, omdat het iets landelijks was, omdat het in meer plaatsen gebeurt, zijn er ook voorbeelden hoe het in een andere stad geregeld is, of zijn wij het eerste waar u dit aankaart?
5
De voorzitter: Mevrouw Seger. Mevrouw Seger: Nee, in Nijmegen zijn ze daar ook mee bezig, omdat in Nijmegen … Wij hebben het afgelopen jaar de misstanden kenbaar gemaakt. We zijn naar de Tweede Kamer geweest. Hebben een petitie aangeboden aan de staatssecretaris. Op het landelijk niveau is VWS heel erg bezig met de zorg die door Fokus geleverd wordt en de misstanden die daarin plaatsvinden. Qua gemeentes hebben wij een top 5 gemaakt van de 96 projecten. En daarin kwam Nijmegen als nummer 2 eruit. En Nijmegen is met ons in gesprek vanuit de gemeente en de wethouder. Sorry. En zien wij dat wooncorporaties in Nederland wel steeds meer de weg naar ons vinden, omdat wij de meeste ervaringen hebben en de meeste uitleg kunnen geven. Maar het moet gewoon ook door gemeentes behandeld worden, want het is een gemeentelijk probleem. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer ‘t Lam. En ik stel voor dat dat de laatste vraag is, want ik moet ook een beetje op de klok letten. Er komt zo meteen weer een vergadering. Aan u de vraag. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik vind het best heftig wat mevrouw vertelt. En ook heel dapper dat ze dat zo doet hier. In het advies staan vijf concrete vragen aan de gemeente Dordrecht. Nou zijn dat niet gelijk vragen die we als gemeenteraad zouden kunnen beantwoorden, meer als college.
En ik hoor mevrouw Seger zeggen dat ze de stukken naar de wethouder gestuurd heeft. Ik ben benieuwd of er al een antwoord is van het college? En misschien kan ook geregeld worden, want de wethouder luistert mee, als dat antwoord er is of komt dat dat naar ons toe komt, zodat we kunnen lezen wat die antwoorden zijn. De voorzitter: Het is een vraag voor mevrouw Seger en een vraag voor de wethouder. Mevrouw Seger. Mevrouw Seger: Toevallig heb ik deze week contact gehad met de assistente of secretaresse van mijnheer de wethouder. En wegens het reces was het onderwerp komen te vervallen of zoekgeraakt. Ik weet het niet meer. En op 23 september heb ik een afspraak met beleidsmedewerkers. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Kruijff, u heeft de vraag gehoord. Kunt u door geknik toestemmen aan mijnheer ‘t Lam dat de antwoorden ook naar de raad komen? Dat mag hoor. Dat snap ik. Privacy. Er zit privacy in. Ik denk dat mijnheer ‘t Lam daarmee wel gerustgesteld is. Er komt in ieder geval naar u toe een reactie. En daar wordt, dat is terecht, ook rekening gehouden met privacy. Dan is de vraag nog aan u wat we verder met dit verhaal willen? Want daar gaat u over. Het vervolg. Mijnheer Bootsman, u heeft een suggestie. De heer Bootsman: Ik zal een voorzetje doen, voorzitter.
Ik denk dat het handig is dat we het voor nu even afwachten totdat mevrouw inderdaad contact heeft gehad met het college en wat daaruit voortkomt. En dat we daarna, dat dat dan waarschijnlijk weer via de Agendacommissie binnenkomt, dan kijken wat we er verder mee doen. De voorzitter: Wat mij betreft is het een uitstekend voorstel, maar u gaat erover. Ik zie allemaal geknik. Ik zie geen geschud. Ik denk dat het een heel goed voorstel van u was,
6
mijnheer Bootsman, dat we het zo gaan doen. De wethouder gaat in overleg met mevrouw Seger. Kijken wat van de antwoorden echt gepubliceerd kan worden richting ons. En dan komt dat bij de Agendacommissie terecht. En dan denk ik zo dat er vast wel iemand hier is die zo assertief is dat hij actie gaat ondernemen. En wat dat dan is, van één weet ik het zelfs zeker. Maar goed. Ik dank u hartelijk voor uw komst hier, voor het stellen van de vraag, maar ook het openhartige verhaal en de beantwoording. Moedig om dat te doen. Dat is ook al verwoord door meerderen. Hartelijk dank. Commissie, ook hartelijk dank voor het stellen van de vragen. Uw aanwezigheid hier. Ik vraag u alvast of zo meteen, als u deze zaal verlaat, dat zal niet iedereen doen, maar een aantal wel, of u uw spulletjes mee wil nemen, zodat er anderen plaats kunnen nemen. Ik dank ook de mensen achter mij voor hun aanwezigheid. En ik sluit bij deze de vergadering. Fijne avond verder nog. 2. Beschikbaar stellen gereserveerde middelen Dordtse Leerprogramma 20252028 (Agenda 2030) – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr.
De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. ’t Lam (SP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: dhr. Bomius, dhr. De Koning Overige aanwezigen: mevr. Peters, mevr. Bonninga-van den Hil De voorzitter: Goedenavond beste mensen, welkom bij deze commissievergadering, waar het raadsvoorstel beschikbaar stellen gereserveerde middelen Dordts Leerprogramma 2025-2028, onderdeel van de Agenda 2030, op de agenda staat. En die gaan we vanavond beeldvormend bespreken. Ik heet u als raads- en commissieleden hartelijk welkom. Ook wethouder Van der Kruijff, namens het college. Uiteraard de heer Boogaard als griffier. Verder hebben we twee mensen van de ambtelijke ondersteuning,
7
de heer Bomius, die zo meteen de presentatie gaat doen, en de heer De Koning. We hebben twee dames die het onderwijs vertegenwoordigen, mevrouw Peters en mevrouw Bonninga. En wie wie is, dat gaat u zo meteen zien, want ik ga, nadat ik ook de luisteraars thuis welkom heb geheten en de aanwezig op de publieke tribune, jazeker, een dame en een heer, die zijn allemaal vertegenwoordigd, ga ik vragen aan iedereen die aan deze tafel zit of die zich kort wil voorstellen. En de heer Boogaard begint altijd graag. Dat mag hij ook nu doen. De heer Boogaard: Dank u wel, voorzitter. André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Bonninga-van den Hil: Goedenavond, ik ben Heleen Bonninga, directeur van de Prinses Julianaschool. Mevrouw Peters: Goedenavond, mijn naam is Kim Peters. Ik ben adviseur onderwijs en kwaliteit bij Nestas Scholengroep. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda Van den Aardwegh, CDA. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht.
De heer Bootsman: Nick Bootsman, ook van GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer De Koning: Mart de Koning, ambtelijke ondersteuning. De heer Bomius: Serge Bomius, ambtelijke ondersteuning. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, wethouder.
8
De voorzitter: En om in stijl te blijven, mijn naam is Leen Struijk. En ik ben voorzitter. Beste mensen, waarom deze vergadering? Het college heeft de gemeenteraad voorgesteld om een kleine 8 miljoen euro uit de reserve in te zetten voor de uitvoering van het Dordtse Leerprogramma tot 2028. Vanavond krijgt u van de ambtelijke organisatie een technische toelichting op dat voorstel en worden de praktijkervaringen van het onderwijs met u gedeeld. De presentatie bestaat uit een aantal blokken, volgens mij zijn het er 4, waarna er steeds gelegenheid is voor het stellen van vragen. Het voorstel is, en ik stel ook voor dat u dat voorstel aanneemt, om de vragen even te noteren en steeds na het blokje, als u vragen heeft, vingertje op te steken. En dan gaan we kijken of die vragen beantwoord kunnen worden, als dat uw goedkeuring kan weg hebben. En dan ga ik het woord geven aan de heer Bomius. En u merkt vanzelf wanneer het eerste blokje afgerond is. En dan kunt u de vragen gaan stellen. En we gaan proberen dit keurig binnen de tijd af te ronden. Mijnheer Bomius, aan u het woord. Veel succes. De heer Bomius: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we dit kunnen doen. U heeft het wat dat betreft helder geïntroduceerd. Waarbij we vanavond stilstaan bij het raadsvoorstel, maar vooral bij het Dordtse Leerprogramma.
Met als doel u een beeld te geven van dat programma, wat onderdeel uitmaakt van de Dordtse Onderwijsvisie, die in 2020 is gestart en een reikwijdte van 10 jaar. Net als het programma wat we vanavond bespreken. En in deze beeldvormende sessie hopen wij u een duidelijk beeld te geven waarom het nodig is om die gereserveerde middelen vrij te geven en beschikbaar te stellen voor het Dordtse Leerprogramma. Het thema van Dordtse Onderwijsvisie is kansengelijkheid. En het thema van deze beeldvormende sessie is het Dordtse Leerprogramma, wat een onderdeel is van die grotere visie. Een uitwerking ervan. Een uitwerking van dat programma. Wij willen als hoofddoel u echt informeren. Daarvoor zijn we ook blij dat het onderwijs aan tafel zit, om ook uw vragen wat dat betreft te kunnen beantwoorden. En als actie, het staat als het raadsvoorstel geagendeerd eigenlijk. Gaan we door, want we willen graag binnen de tijd. Een nadere introductie van mij en van mijn collega Mart de Koning zal ik u besparen. Maar misschien is het wel leuk om nog even bij Heleen Bonninga en Kim Peters stil te staan, zodat ze nog iets meer kunnen vertellen over hun rol binnen hun bestuur waarvoor ze werken, want het ging net misschien een beetje snel. Maar dan heeft u daar net wat meer een beeld bij, voordat we dadelijk verder gaan. Want ze komen nog wat langer aan bod natuurlijk.
Heleen, wil jij toch iets meer vertellen over jezelf? Mevrouw Bonninga-van den Hil: Serge, dat wil ik zeker. Ik ben natuurlijk heel benieuwd, wat zou je willen dat ik vertel of wat zouden mensen willen weten? Ik werk al heel lang in Dordrecht. Ik kom van origine uit Rotterdam, maar heb inmiddels echt mijn hart verpand aan Dordrecht. Ik werk inmiddels 25 jaar bij de Stichting H3O, deze augustus. Nog heel recent. En nu al 9 jaar als directeur van IKC Prinses Julianaschool. En in deze wijk ligt ook echt mijn hart. Ik hou van Krispijn. Ik word heel erg blij van het multiculturele, van het kansrijke. Dat is ook een van onze kernwoorden, al jarenlang. En met name de diversiteit in de wijk. En vanaf het begin af aan al echt betrokken bij het DLP. Mevrouw Peters: Ik werk, in tegenstelling tot Heleen, nog helemaal niet zo lang in Dordrecht. Ik woon daar ondertussen wel twintig jaar. Ik werk als adviseur onderwijs en kwaliteit bij Nestas Scholengroep. Betekent dat ik in die rol zowel de scholen,
9
directeuren, intern begeleiders, maar ook het bestuur adviseer en ondersteun in allerlei kwaliteitsvraagstukken. Dus heel veel bezig met het onderwijs. En in die rol ook eigenlijk, vanaf dat ik bij Nestas kwam, betrokken bij het Dordtse Leerprogramma. En hoe we dat met elkaar op onze scholen zo goed mogelijk kunnen vormgeven. En daar gaan wij een inkijkje in geven straks aan u. De heer Bomius: Dank je wel. Dan is dat wat helderder. Drie logo’s staan er. Twee zijn verklaarbaar, want de dames zitten hier, H3O en Nestas. Maar er is ook nog een derde schoolbestuur betrokken. Dat is SIPOR. En dat is van basisschool Ikra, die in Crabbehof ligt, Crabbehof/Zuidhoven. Het werd een beetje veel en een beetje vol als we alles uit gaan nodigen. Die staat er wel bij. Niet aanwezig vanavond. Hoe gaan we deze sessie verder indelen? Ik vertel straks nog wat, het beetje technisch gedeelte, over doelen, werkwijze, resultaten tot nu toe. Vervolgens mijn collega over de financiën en de samenwerking. En dan is het aan de dames van het onderwijs om dat stukje te doen. Is dat voor nu helder of misschien zijn er nu al wel vragen? Want links onderin is mijn alertheidssignaal, dat ik even aan u moet vragen of er misschien wat vragen tot nu toe zijn. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam. Sorry, Van Antwerpen. Meestal is het mijnheer ’t Lam, maar deze keer niet. De heer Van Antwerpen: Deze keer niet.
Ik was net iets eerder. Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik heb een vraag. Het gaat over het beschikbaar stellen gereserveerde middelen voor een periode van vier jaar. En ik vroeg me af, waarom voor vier jaar? Is dat een bewuste keuze geweest? En de vraag stellende denk ik dan, hoezo vier? Waarom geen drie? Waarom geen twee? Is daar een filosofie over? De voorzitter: Mijnheer Bomius. De heer Bomius: Deze vraag gaan we zo meteen behandelen met het financiële gedeelte, met uw goedkeuren, voorzitter. De voorzitter: Dan moet u even geduld hebben. Mevrouw Van den Aardwegh, zag ik dat u ook een vraag had, of toch niet? Nee. Dan kunnen we verder. En voor degenen die hier voor het eerst zijn, dat vreemde geluid wat u af en toe hoort, dat is niet een van de aanwezigen hier, maar dat is zaal eigen, zal ik maar zeggen. De heer Bomius: Dat zijn de charmes van een oud gebouw. Dat is zo'n indeling. Dat had ik niet gedaan. De achtergrond. De voorzitter vertelde het al, het Dordtse Leerprogramma is 1 van de 7 programma's binnen de Agenda 2030. En heeft net als die andere programma's een langetermijnkarakter, langetermijnvisie. In 2021 is daar een dikke 27 miljoen voor gereserveerd, voor 10 jaar. En we zijn nu een aantal jaren verder. Het is gericht op het versterken van de sociaaleconomische positie van kinderen in kwetsbare wijken. En dat moet u natuurlijk met vele jaren optellen.
Dat die, op het moment dat zij ook meetbaar sociaaleconomisch zijn, daar een stabiele positie innemen. Dat alles stellen we niet aan alle scholen beschikbaar, maar aan een deel van de scholen. En dat zijn de scholen met een populatie die een hoog risico op onderwijsachterstanden hebben. En dan wordt het alweer een beetje technisch. Maar goed, u heeft vooraf de presentatie gehad. En u weet al misschien dat daarachter ook
10
een uitleg komt van onderwijsachterstanden. Het CBS gebruikt deze indicatoren, opleidingsniveau, gemiddelde opleidingsniveau, het land van herkomst, verblijfsduur van de moeder en of ouders in schuldsanering zitten. En dat zijn gegevens die vooraf inzichtelijk zijn. Ook wel jaarlijks kunnen aangepast worden. Maar het leerniveau van kinderen wordt daar niet in meegenomen. Het is een voorspelbare indicator. En dat zijn betrouwbare indicatoren volgens het CBS. Pak ik ook even mijn eigen. Die was nog voor mij. Hoe doen we dat dan in dat programma? We hebben echt als doel gesteld gelijke onderwijskansen bevorderen voor leerlingen op scholen met grote achterstanden. Daarin denken we dat we wat extra's moeten doen. Dat is ook het uitgangspunt van de Onderwijsvisie, daar waar er meer nodig is ook meer doen. En daar is het Dordtse Leerprogramma een voorbeeld van. Maar er zijn nog meer van dat soort voorbeelden. En daar komen we dadelijk nog wel op. Maar laten we ons vooral focussen nu op het Dordtse Leerprogramma, omdat u daar ook een hele grote rol in heeft. Doen we dan op alle scholen hetzelfde? Zeker niet. De schoolleider, met zijn of haar team, weet vaak goed wat er nodig is voor de kinderen en voor de populatie. Wij hebben daar de scholen vrij in gelaten. Maar niet helemaal vrij, want we hebben wel kaders gesteld in de subsidieregeling. En die is openbaar.
En daar hebben we ons op laten informeren. En die loopt al een aantal jaren. En inmiddels zijn daar wel wat kleine bijstellingen op gekomen. Wat staat er dan in die subsidieregeling? Onder andere dat er minimaal 4 uur verlengde leertijd op scholen wordt gegeven, voor de meeste groepen. En waarop wordt dat gebaseerd? Dat noemen ze tegenwoordig in het onderwijs evidence informed. Dat is een term die veel wordt gebruikt. Ik heb voor u een sterretje erachter gezet, met een linkje naar de site waar dat wordt uitgelegd. Maar dat is een vorm van onderzoek, data en gezond verstand eigenlijk. Die drie dingen bij elkaar brengt en aangeven, dit zijn verstandige dingen om te doen op het gebied van alle zaken die in het onderwijs spelen, maar specifiek op dit programma taal, rekenen en talentontwikkeling. Nu heb ik daaronder een kader geplaatst wat in de Dordtse Onderwijsmonitor zit. Want we hebben afspraken met elkaar gemaakt. We gemeente, onderwijspartners, onderwijs, kinderopvang. En we willen ook graag toetsen, wat doen wij met die afspraken en komen we de afspraken na? Daar is dit een voorbeeldje van. En zo hebben we nog veel meer van dat soort voorbeeldjes. U heeft bij de bijlage, en dat is een onderdeel van het raadsvoorstel, een aantal pagina's van die Onderwijsmonitor gezien. Hij is uitgebreider. Maar om het niet te ingewikkeld te maken, hebben we alleen die pagina’s toegevoegd.
Omdat we qua raadsvoorstel wat aan de late kant zijn … Nee, dat zal ik dadelijk nog even uitleggen bij het laatste stukje, want ik ben een klein stukje vergeten, merk ik. Dat over het kader, in ieder geval. Dan ga ik even verder met de doelen. Moet ik hem hier ook even goed zetten. Waar richten we ons op? Met name taal en rekenen. Daar is echt wel de afgelopen jaren stevig de focus op gekomen. Dat betekent niet dat talentontwikkeling niet meer meetelt. Maar als het gaat om wat werkt, dan zie je dat taal en rekenen wel de basis is. Maar daar zal volgens mij mevrouw Peters ook nog iets over vertellen, als ik me niet vergis. Wat willen we dan meten? Daaronder ziet u in ieder geval wat staafjes. Dat is erg technisch. Dat gaat over streefdoelen en over fundamentele doelen. Waarbij de bedoeling is dat in ieder geval we daar stappen op maken en dat we zien dat de DLP scholen aan die normen gaan komen. Maar de DLP scholen hebben ook wel gezegd, die normen, ons ambitieniveau is hoger. En wij vinden ook dat we die hoger moeten stellen, want we hebben dit programma en daar mogen we wel wat van verwachten. Klopt het dan dat die ambitieniveaus hoger
11
zijn? In een extra bijlage die u heeft ontvangen, dat is gebaseerd op de aanvragen zoals die voor het huidige schooljaar zijn, ziet u ook die ambitieniveaus staan. En dat verschilt wel per school. De ene school komt vanuit een andere positie dan de andere school. Maar daar ziet u dat die ambitieniveaus van de scholen hoger liggen dan het gemiddelde landelijke niveau. Even kijken. Wat hebben we verder afgesproken? Taal en rekenen. Maar zit dat op dat gewenste niveau? Kijk dan ook verder, want die kinderen hebben meer nodig dan alleen dat stukje. En dan wordt er ook zeker aan talentontwikkeling gedaan. Dan ga ik nog wel even terug naar deze. Toch nog heel even bij die Agenda 2030 stilstaan, want die is in mei, juni langsgekomen, een evaluatie. Dat evaluatierapport zat ook bij dit raadsvoorstel. Heeft u natuurlijk ook al eerder gehad. En daar is ook afgesproken, we hebben deze evaluatie gedaan, kijk ook wat dat betekent voor de toekomst. Want er zijn een paar aanbevelingen gedaan vanuit TwynstraGudde. Die zullen, net als bij de andere programma's, ook voor DLP bekeken gaan worden. Dat proces gaat opgestart worden. En dat gaat lopen. Daar wordt u van op de hoogte gesteld, ook van dat proces, want dat is u toegezegd. Dat hoef ik verder nu niet toe te lichten. Maar dat is wel de reden … Die evaluatie is in mei, juni geweest.
En eigenlijk hebben wij vanuit ambtelijk of de wethouder een toezegging gedaan dat we al eerder bij u zouden komen, om via een raadsvoorstel en beeldvormend het een en ander over DLP te vertellen, u daarin mee te nemen. Maar dat is uitgesteld tot na die evaluatie, waardoor we nu hier zitten en niet zoals beloofd ik dacht in Q1. Maar goed, dat is nou eenmaal het proces wat dan opschuift. En waarom zeg ik dat? Omdat een aantal slides, en dan is het bijvoorbeeld deze, maar ook die vorige, die gaan over het afgelopen schooljaar, waarin de situatie anders was. Daarom heb ik ook een nieuwe bijlage toegevoegd, die niet bij het raadsvoorstel hoort, maar waarin hij u wel extra informatie geeft. En die, wat mij betreft, relevant was voor dit moment. Hier wilde ik eindigen. En dan staat linksonder weer dat tekentje. Voorzitter, dan is dit even de break. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bomius tot zover. Ik ga beginnen met de heer Den Hartog, daarna mijnheer De Heer, daarna mijnheer Van der Spoel. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik was even getriggerd door wat ik zag bij die CBS indicatoren. Ik snap, er is hier niemand van het CBS om dat te beantwoorden. Sommige indicatoren wordt gekeken naar beide ouders en bij andere indicatoren alleen naar de moeder.
En ik zou graag willen weten waarom dat onderscheid wordt gemaakt, want ik kan me ook voorstellen, beide ouders zijn altijd belangrijk. De voorzitter: Mijnheer Bomius, kunt u daar antwoord op … Of uw buurman nog ook hoor. Mijnheer De Koning. De heer De Koning: Gelukkig. Dat komt omdat vaak de moeder de hoofdopvoeder is en daarmee de meeste interactie heeft met het kind en ook het meeste meegeeft. En dat is puur gebaseerd op, het CBS probeert zo volledig mogelijk te zijn, maar ook een zo kort mogelijk lijstje bij te houden. Vandaar dat deze informatie daarin belangrijk genoeg wordt geacht om daarmee andere informatie inderdaad niet ook mee te wegen, omdat daarmee dezelfde weging eigenlijk wordt meegegeven. Daarmee heb je dubbele weging. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog is nog niet tevreden met het antwoord.
12
De heer Den Hartog: Dat klopt. Dat kan ik helemaal volgen hoor, uw antwoord. Tegelijkertijd is er een biologische component natuurlijk. Zaken als, laten we zeggen, intelligentie is ook genetisch bepaald. En ongeacht wie de hoofdopvoeder is, hebben beide biologische ouders dan wel invloed. Ik begrijp dat er een keuze is gemaakt, maar er valt ook iets op af te dingen. Mag ik, voorzitter, nog een heel kort ander vraagje stellen? De voorzitter: Ja hoor. En voor wie het nog niet wist, mijnheer Den Hartog is docent biologie. Maar stelt u uw vraag. De heer Den Hartog: Zeker. Ik zag over die onderwijstijdverlenging, hulde daarvoor natuurlijk, in andere stukken staan dat het soms in de middagpauze wordt ingevuld. Ik kan begrijpen dat dat praktisch is, maar is er dan ook oog voor dat kinderen voldoende pauze moeten krijgen voor verwerking, maar ook gewoon voor spel en dergelijke? Hoe wordt daarnaar gekeken? De voorzitter: Mijnheer Bomius. De heer Bomius: Ik stel voor deze vraag te parkeren voor het onderwijsgedeelte en dat die daar wellicht zinniger zaken over kunnen zeggen. De voorzitter: Noteert u hem zelf, een van de dames, dan komt hij straks terug. De heer De Koning: Ik heb hem ook opgeschreven. De voorzitter: Dan hoef ik niet alles bij te houden. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook voor alle informatie.
Waar ik even op aanging, is in het raadsvoorstel staat, het doel is niet per se om een verhoogd uitstroomniveau te realiseren. En toen dacht ik, ik kan me herinneren dat destijds dit een van de juist hele duidelijke KPI’s waren die zijn meegegeven. En toen ging ik even zoeken. En dan staat dat echt letterlijk in oude stukken aan de raad, vooral bij de start van dit Dordtse Leerprogramma. En juist omdat dat zoiets concreets was, dacht ik, hoe zit dat en is er gaandeweg iets veranderd? Kan daar een toelichting op worden gegeven? De voorzitter: Mijnheer Bomius. De heer Bomius: Dank u wel, voorzitter. Het zit hem in het woordje per se. Het is een opgave om alle kinderen een verhoogde uitstroom te laten geven. Dat is eigenlijk de nuance. Dat we dat nog steeds voor ogen hebben, dat blijft eigenlijk staan. Alleen er zitten wel wat componenten in die ervoor kunnen zorgen dat dat niet bij alle kinderen gaat gebeuren. Dat is een stukje nuance. De voorzitter: Nog een vervolgvraag, mijnheer De Heer? De heer De Heer: Ja. Dank voor die toelichting. Ik zie hem alleen dan nu ook bij de doelen als we die bespreken niet terugkomen. Waarbij het risico zou kunnen bestaan dat we aan het eind van het programma zeggen, dat is hier en daar ook wel gelukt, maar daar hebben we niet al te veel concrete resultaten op om op te rapporteren, terwijl dat dat
13
wel het initiële harde doel was. Hoe kunnen we voorkomen of gerustgesteld worden als commissie, dat we daar aan het eind van het programma wel ook gewoon harde resultaten over teruggekoppeld krijgen? De voorzitter: Mijnheer Bomius, kunt u daar antwoord op geven? De heer Bomius: Ik zal deze vraag nog terugnemen en daar een technische uitleg over overleggen met u als raad, omdat we daar zeker nog wel in de Dordtse Monitor Stuurgroep hierover kunnen nadenken. De voorzitter: Het antwoord komt op termijn schriftelijk. Mijnheer Boogaard, u heeft hem vast en zeker. Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Voorzitter van de heer De Heer, moet ik zeggen. Want de mijne ging daar ook over. Het doel is volgens het voorstel inderdaad niet primair om uitstromingsniveaus te verhogen, maar om potentie te benutten. En hoe wordt het concreet en meetbaar gemaakt dat deze potentie ook daadwerkelijk wordt benut? En ik vermoed dat die dan ook moet worden meegenomen, want ik vind het een vrij vage doelstelling namelijk. De voorzitter: Mijnheer Bomius, moet die meegenomen worden of kunt u hem hier beantwoorden? De heer Bomius: Ik denk dat ik die hier wel kan beantwoorden. Wat we in beeld brengen, dat zijn de doelen op taal en rekenen. En die zijn heel betrouwbaar, als het gaat om de voorspelbaarheid hoe het verder gaat met de leerlingen.
Op het moment dat we zien dat de niveaus op het gebied van taal en rekenen groeiende zijn, dat daar echt een stijging in zit, en dan kom je weer op dat woord evidence informed, dan kan er best wel een betrouwbare aanname gedaan worden dat het uitstroomniveau verhoogd wordt en dat het benutten van het potentieel beter tot zijn recht komt. Vandaar dat we het taal en rekenen in kaart brengen. En laten we zeggen, een jaar of 4, 5 geleden hadden we met de onderwijsbestuurder daar eigenlijk nog niet helemaal de goede afspraken over. Dus hebben we hem gezegd, laten we dan aan het eind van groep acht kijken. En nu hebben we elkaar veel meer gevonden en zijn er ook meer gegevens beschikbaar om dat inzichtelijker te maken. En dan heb je liever dat je taal en rekenen inzichtelijk maakt. Niet alleen aan het eind van groep 8, maar dat gebeurt eigenlijk al eerder met bepaalde trends, zodat je ook, pak hem, beet in groep 5, 6 een bepaalde bijsturing kan doen op een schoolprogramma of misschien wel op het hele DLP. Vandaar dat dat op taal en rekenen zit. En dat is eigenlijk een betrouwbaarder fenomeen dan het eindniveau, omdat je dan niet meer kan bijsturen. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel, u neemt genoegen met dit antwoord? Dan mevrouw Schnabel. En dan stel ik voor dat we daarna naar het volgende blokje gaan. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter.
Ik was benieuwd, ik raakte getriggerd door inderdaad er staat dat er meer wordt ingezet op taal en rekenen. Dat dat erg belangrijk is. En ik vroeg me af in hoeverre dat er dan nog ruimte is voor initiatieven, zoals het Dordtse Leerorkest en Stichting Voorlezen als voorbeeld?
14
De voorzitter: Mijnheer Bomius, de leuke dingen, is daar nog tijd voor? De heer Bomius: Kijk, Stichting Voorlezen en Stichting Leerorkest, dat zijn twee aanbieders. Als ik dat vertaal naar, wat is dat? Voorlezen valt dan eigenlijk in de categorie taal. Dat is een keuze die je kunt maken van, ik kies daarvoor of ik doe het zelf. En met Stichting Leerorkest is eigenlijk hetzelfde, is een vorm van muziekonderwijs. En besteed je dat uit of doe je dat zelf? Die keuzes zijn er. En dat kan denk ik allebei even leuk zijn of even zinvol. Maar dat zijn de keuzes die de scholen maken. Wilt u daar meer over weten, dan moet u dat misschien dadelijk nog even vragen aan de scholen zelf, waar de keuzes liggen. De voorzitter: Er wordt al driftig geschreven, zie ik. Wie weet komt er een antwoord op. De heer Bomius: Hartstikke goed. De voorzitter: Dan gaan we nu naar een hele andere materie, namelijk de financiën of de resultaten. De financiën, denk ik. Resultaat eerst. Eerst de resultaten.
De heer De Koning: Dank u wel. Nog even inderdaad wat resultaten. En dit heeft eigenlijk meer te maken met wat tot nu toe is gerealiseerd in harde cijfers dan dat je echt al de effecten ziet in monitoring. Wat we daarin afgelopen jaren elk jaar terug zagen, is dat wij 2.500 leerlingen met het Dordtse Leerprogramma extra uren hebben aangeboden. En het afgelopen schooljaar was dat 4,3 uur extra onderwijstijd in de week. Daarmee hebben we echt enorm veel uren extra gerealiseerd voor deze kinderen, waarin zij op taal en rekenen extra ondersteuning kregen. We merken daarin ook de eerste positieve resultaten of effecten in ieder geval in de klas, wat we vanuit het onderwijs meekrijgen. En dat zijn echt de merkbare signalen nog. Die komt niet nog uit harde data naar voren in taal- en rekenscores. Was ook niet in de lijn der verwachting dat we dat nu al zouden zien. Maar dat het nu al merkbaar is, is al een goede stimulans om door te gaan, wat ons betreft. En onlangs heeft ook in het rapport van TwynstraGudde daar het een en ander over gestaan, over de meetbare effecten en dat die pas echt op de lange termijn goed zichtbaar kunnen worden. Daar hebben we ook een stukje tekst. Ik denk dat niemand het kan lezen.
Maar misschien als u kan inzoomen op uw eigen scherm dat daar nog even de korte conclusie, die destijds in het rapport over het Dordtse Leerprogramma is opgenomen, nog kan teruglezen. En anders is als bijlage het complete rapport ook terug te zien. En naast het rapport van TwynstraGudde over de hele Agenda 2030 hebben we uiteraard ook de monitoring zelf van Sardes. En Sardes vraagt daarbij ieder jaar de data op vanuit de scholen over de taal- en rekenscores, maar ook wat meer kwantitatieve data over hoe scholen omgaan met de extra leertijd, wat ze precies inzetten, hoe zij de doorgaande lijn bijvoorbeeld tussen peuteropvang en basisschool organiseren en meer van dat soort zaken. En dat vullen ze trouwens aan met inderdaad de openbare data die al vanuit het ministerie en CBS bekend is. En op die manier ontstaat er ook per school een rapportage, die wordt ook alleen met de scholen gedeeld, om zelf inzage te krijgen in hun voortgang, waarmee ze ook weer hun keuzes kunnen herijken of vooral doorgaan op de weg die ze al hebben ingeslagen. En van resultaat naar wat het dan mag kosten. En dit zijn op zich ook geen nieuwe …
15
De voorzitter: Dit beschouwt u als hetzelfde blokje? De heer De Koning: Inderdaad, dat klopt. We hebben daar dingen een beetje … De voorzitter: Dat is dan iets veranderd waarschijnlijk. De heer De Koning: Klopt. De voorzitter: Helemaal goed. De heer De Koning: Gelukkig. De voorzitter: Dan laat ik u nog even. De heer De Koning: Mijn collega noemde het net al, we waren voornemens iets eerder bij u langs te komen om de extra middelen op te halen om het Dordtse Leerprogramma uit te kunnen voeren. Vandaar dat u hier op deze sheet nog een aantal jaartallen aantreft die al in het verleden behoren. Maar dat wil niet zeggen dat die daarmee financieel al helemaal zijn gedekt. Vandaar dat we alsnog die bedragen ook hebben opgenomen om in ieder geval voor de schooljaren ’24-‘25 en ’25-‘26 goed uit te kunnen komen. En daarnaast hebben we ook voor de komende 2 schooljaren hierna ’26-‘27 en ’27-‘28 een bedrag meegenomen van elk 3 miljoen. En om het meer op boekjaar in te zetten, omdat we merkten dat schooljaren en kalenderjaren erg technisch ingewikkeld zijn om goed te kunnen afronden, hebben we het advies van onze financiële collega ter harte genomen en ingezet op het afronden van een volledig kalenderjaar. Vandaar dat ook vijf twaalfde deel van 2028 in dit voorstel is meegenomen. Dat daarmee heel 2028 in ieder geval is gedekt.
Waarom dan 2028, hoor ik iemand denken? Daarmee denken wij dat wij in ieder geval voor de komende jaren stabiliteit kunnen meegeven aan de scholen, over de beschikbaarheid van de middelen. En tegelijkertijd de nieuwe raad, die na de verkiezingen gaat starten, ook de kans geven om opnieuw te kijken naar het Dordtse Leerprogramma. En ook daar opnieuw terug te komen met een voortgang, hoe gaat het nu met dat programma, met de investering die u als raad heeft toegezegd? En is het daarmee de moeite waard om daar verder mee door te gaan, met de middelen die nog in de pot zitten. Dat is eigenlijk daarbij het korte antwoord op, waarom 2028? De voorzitter: De heer Van Antwerpen, kunt u hem opsparen tot het blokje af is? Doe maar gelijk, omdat die hierop aansluit, voor deze keer. De heer Van Antwerpen: Dank u wel, voorzitter. Die laatste opmerking snap ik niet helemaal. Want u zegt, als we nu eigenlijk voor vier jaar afdekken, dan is dat zodat de toekomstige raad daarmee beter overweg kan. Of hoe bedoelde u dat? Want ik kan me juist voorstellen dat als u zegt, om de komende raad na de verkiezingen op een gegeven moment ergens een keer in positie te brengen, dan kan ik me juist beter voorstellen om dan niet nu gelijk vier jaar vast te pinnen en hem ergens halverwege of zo een keer terug te laten komen. De voorzitter: De heer De Koning, kunt u proberen dat te verhelderen.
16
De heer De Koning: Volgens mij is dit ook halverwege 2028. En dan denken we hetzelfde. De voorzitter: Dat is weer keurig inderdaad. Het rekensommetje is niet zo moeilijk tussen 2026 en ’30. Gaat u verder met het verhaal over de financiële onderbouwing, als dat nog nodig is. De heer De Koning: Eigenlijk qua financiële onderbouwing was dit de sheets. U kunt allen raden inderdaad waar dat geld heen zou gaan, omdat de extra lestijden gaan al … De leerkrachten worden er extra van betaald, of überhaupt voor betaald. Niet per se extra. En dat is het grootste deel van de kostenpost. Er zit nog een stukje ambtelijke ondersteuning bij, een stukje communicatie en de monitoring van Sardes. Maar verder, het grootste deel gaat naar de scholen uiteraard. Dan moet ik ook in mijn eigen scherm weer mee klikken. Dan kom ik nog even op het stuk wat het Dordtse Leerprogramma ook heeft gebracht als het gaat over meer de zachte kant van het onderwijs en gemeenten die daarin samenwerken. We merken dat we sinds 2019, toen we de Onderwijsvisie hadden, veel meer in gezamenlijkheid met het onderwijs en de kinderopvang, niet te vergeten, het gesprek konden voeren over hoe onderwijskansen beter te benutten en hoe daarin die samenwerking te versterken.
Het Dordtse Leerprogramma was daarin een heel duidelijke, waarin we samen onderzochten hoe onderwijstijdverlenging het beste tot zijn recht kan komen, welke kaders daarvoor konden gelden. En daarnaast hebben we natuurlijk ook als gemeentelijke organisatie, daar komt u als raad wat minder mee in aanraking, maar ook de wettelijke taak om onderwijsachterstanden te bestrijden. En daarin helpt de samenwerking die we nu met scholen zijn aangegaan ook om beter zicht te krijgen in de investeringen die we bijvoorbeeld in de opvang doen, om daar ook beeld te krijgen wat er in de scholen van wordt opgepakt verder en doorgepakt. Dat we ook zien, en dat komt weer terug uit de evaluatie die wij met het onderwijs hielden over het Dordtse Leerprogramma, is dat de focus op taal en de koppeling met al die andere vakken die op school ook nog worden aangeboden afgelopen tijd een stuk steviger is geworden. Dat dat ook het reguliere onderwijs daarin heeft versterkt. En wat verder uit die evaluatie naar voren kwam, is dat het voor de kleuters soms toch wel een wat grotere stap werd om die extra uren onderwijstijd te ontvangen en te volgen, omdat voor de kleuters de stap van peuteropvang naar kleutergroepen al een behoorlijke intensivering is in het aanbod.
Daarom is er ook gezocht naar alternatieve effectieve manieren om daar toch de taal- en rekenvaardigheden te verbeteren, ook juist bij die jonge doelgroep. Daarin zijn we wel wat meer afgestapt van de verlengde leertijd, maar blijven de doelen overeind staan. Wat er verder in het vervolg staat te gebeuren, is dat we het Dordtse Leerprogramma hebben kunnen koppelen met ook de rijksprogramma's. Daarin is de samenwerking met het Rijk ook extra verstevigd. In het programma School en Omgeving is het Dordtse Leerprogramma als cofinanciering in eerste instantie opgevoerd, om daarmee ook het Rijk te doen bewegen om subsidie extra naar de scholen over te maken, waarmee weer andere interventies uit de Onderwijsvisie gerealiseerd konden worden. Daarover in de volgende dia meer. En zijn er ook regelingen specifiek voor scholen ontstaan, zoals bijvoorbeeld de schoolmaaltijden, de brugfunctionaris en dergelijke. Dat heeft ook weer echt de samenwerking tussen onderwijs, gemeente, maar ook juist de rijksoverheid extra versterkt. En we houden elkaar daar ook steeds meer op de hoogte. En wat voor het onderwijs specifiek van
17
belang is, is dat het Dordtse Leerprogramma de kans biedt om hun medewerkers vaste dienstverbanden aan te bieden, omdat het een investering is voor langere tijd. Uiteindelijk is dat wel de vraag die natuurlijk hier voorligt. Maar waarmee ook meer behoud kan worden van de kwaliteit van het personeel en ook geïnvesteerd kan worden in die kwaliteit, omdat die langer behouden blijft. Dat biedt daarin ook een extra bijvangst, die we met het Dordtse Leerprogramma zien gebeuren. Dan de beloofde dia 2, over participatie. En dat gaat specifiek over wat er nu met het Rijk aan extra kansen naar Dordrecht zijn gekomen. En die zijn met name gekoppeld aan de rijksregeling School en Omgeving. Daarin hebben we voor de afgelopen subsidieperiode, was 2022 tot 2025, afgelopen schooljaar is die afgelopen, ook op deze zelfde manier al extra investeringen kunnen doen in het onderwijs. En in de nieuwe periode ’25-‘28 van die rijksregeling gaat datzelfde weer gebeuren. Daarmee zetten we het Dordtse Leerprogramma in wederom als cofinanciering, waarmee wij voldoen aan de voorwaarden van het Rijk. Tegelijkertijd zien we ook dat we daarmee bijvoorbeeld de wijkprogrammeringen rondom talentontwikkeling met name kunnen verstevigen.
Hopelijk heeft u ooit eens van het Wijkavontuur gehoord, wat nu zo'n ruim 2 jaar loopt, waarin in elke wijk een aanbod wordt aangeboden aan kinderen die de leeftijd voor het Dordtse Leerprogramma ook hebben, 4 tot 12 jaar. Waarin zij juist met aanbieders uit de wijk, en als die niet in de wijk zijn uit de stad, extra gestimuleerd worden om hun talenten te ontwikkelen, naast taal en rekenen. Daar staat sport, cultuur, natuur centraal. En daarin proberen we echt de sportverenigingen in de wijk te koppelen, de culturele instellingen en dergelijke. De site wijkavontuur.nl geeft daar meer inzicht in. En dan hebben we ook nog een aantal andere programma's met deze rijksregeling kunnen realiseren. Dat is de Brede School Academie onder andere. Dat is een interventie die uit andere gemeenten is gekopieerd en die specifiek voor een groep kinderen wordt ingezet om begrijpend lezen sterk te verbeteren. En die groep kinderen waarvoor dit geschikt is, die laten op hun rekenvaardigheden zien dat ze heel veel in hun mars hebben, maar die blijven achter op taal. Specifiek op begrijpend lezen. En met deze extra uren op de Brede School Academie hebben ze in andere gemeenten in ieder geval al laten zien dat zij een enorme verbetering kunnen vertonen op juist begrijpend lezen. En hopelijk gaan we dat binnenkort ook in de Dordtse cijfers terugzien.
Wat we verder nog doen, is de zomerschool, net weer afgelopen, waarin kinderen juist ook met een risico op een onderwijsachterstand in de laatste weken van de zomervakantie weer wat meer worden klaargestoomd om weer in dat schoolse ritme te komen. En we hebben S.V. GIO hierin ook opgenomen. Dat is juist een programma die talentontwikkeling en meer de welzijnskant combineert. Kinderen met mentale problemen, dat klinkt heel zwaar, maar het kan zwaar worden. We proberen met S.V. GIO daar wat meer op in te zetten om zelfvertrouwen een boost te geven voor die kinderen die wat meer in hun schulp blijven zitten. En we hebben ook contacten met het Jeugdeducatiefonds, sinds kort. Die is ondertussen ook in de DLP subsidieregeling opgenomen. Dat elke DLP school ook meedoet aan het Jeugdeducatiefonds. En daarmee is er extra budget beschikbaar via dit fonds voor scholen, om juist gezinnen die op de school zich melden, of waarin wat wordt gesignaleerd op een school, extra ondersteuning te bieden om juist een sportlidmaatschap of extra gymkleren of überhaupt gymkleren of het schoolontbijt te bekostigen. Daarmee zie je eigenlijk dat er in de volle breedte, naast taal en rekenen, via toch wel het Dordtse Leerprogramma ook extra deuren zijn geopend om op andere aspecten van kansen actief te worden. En
18
inderdaad het laatste sterretje hierzo, dat is een toezegging richting u. Dat we u graag meer willen vertellen over al die andere aspecten die wel in de Onderwijsvisie staan en ondertussen veel concreter zijn geworden en via een raadsinformatiebrief met u gedeeld kunnen worden. Mocht u daar uiteraard geïnteresseerd in zijn. En dan kom ik bij een andere. Het is niet echt een sterretje, plusje, iets met pijltjes links onderin. Het teken dat er vragen gesteld kunnen worden. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. Heeft u het knopje ingedrukt, mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Moet ik helemaal opnieuw beginnen? De voorzitter: Nee hoor. De heer Van der Spoel: U zat ernaast. Gelukkig. Bij de kleine lettertjes in de presentatie staat ook, er is geen grote noodzaak tot bijsturing op de inhoud van het programma. Maar dat is toch raar om te concluderen wanneer in datzelfde blokje staat dat het nu nog te vroeg is om iets te zeggen over de output vanuit het programma. Er wordt ons als raad wel om geld gevraagd, maar er is nog eigenlijk helemaal niets te zeggen over wat er nu is gebeurd. Ik zie dat er heel veel mooie plannen zijn. Het is een goed verhaal, mooi verhaal ook. En het klinkt ook goed. Maar er is niets wat hard is waar wij een keus op kunnen maken. Klopt dat? De voorzitter: Mijnheer De Koning. De heer De Koning: Er is wel degelijk heel veel gebeurd.
Dat komt zo meteen in het volgende deel aan bod vanuit de presentatie van de scholen. Wat er inderdaad aan harde informatie beschikbaar is, en dat is eigenlijk van het begin af aan dat DLP op de agenda stond in uw raad gecommuniceerd, dat dit inderdaad een plan van de lange adem is. Als we uiteindelijk willen dat het uitstroomniveau wordt vergroot, dan ga je dat pas zien als een leerling vanaf de kleuterklassen is uitgestroomd. Dat ga je ook pas na acht jaar zien. Daarin is het niet zo heel gek. Wat we daarin op specifiek taal en rekenen nu alvast wel voorzichtig aan kunnen zien uit de monitor, maar goed die is net weer uitgevraagd voor het afgelopen schooljaar, komt, en dan kijk even mijn collega aan, ook terug in wat al eerder is toegezegd wat daar dan precies wel in inzichtelijk is. Maar dat er nu nog geen harde conclusies gedeeld kunnen worden van, we zijn op weg om dat doel wat we na acht jaar pas wilden bereiken met deze leerlingen, dat we daar nu al aan voldoen, dat was vanaf begin af aan wel duidelijk dat dat echt in stapjes naar voren komt. Dat het pas na een bepaalde periode echt in harde data terug te zien is. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel, dat was genoeg voor u? Dan ga ik naar mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Er is voor 10 jaar tijd 27,4 miljoen uitgetrokken. Dat is per jaar 2,7 miljoen. Zover gaan mijn rekenvaardigheden nog wel.
Maar ik zie nu dat in het laatste schooljaar, we gaan tot en met 2028, er al 3 miljoen per jaar nodig is. Is die 27,4 miljoen dan voldoende om tot 2030 het volledige programma uit te voeren? Dat is mijn eerste vraag. Ik doe, als de voorzitter het goed vindt, maar gelijk mijn tweede vraag. Het is een schitterend programma, een mooi verhaal, voor zover ik dat kan volgen
19
als leek. Maar wat gebeurt er nu na 2030? Is alles wat we nu opbouwen dan verloren? Hoe en wanneer gaan we denken aan voortzetting, als het allemaal zo goed is? Want we moeten dan niet wachten tot 2030, of het in 2030 weer kiezen van een nieuwe raad die dan van niks weet, want dan staat het helemaal stil en vallen we in een gat. Of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Mijnheer Bomius, 2 eigenlijk niet zo heel moeilijke vragen. Is 27 miljoen genoeg? En wat gaan we na 2030 doen? De heer Bomius: 27,4 is voldoende om tot 2030 het programma uit te kunnen voeren. Dat er nu 3 miljoen wordt gevraagd, heeft te maken met de goedkope opstartjaren waarin we een opbouw hadden van 1, 2, 3, 4. Dat kost dan niet zoveel. Qua berekening komen we uit. Lijkt het erop alsof we nog een beetje overhouden. Dat is ook wel een reden waarom op dit moment … De eerste 2, 3 jaar waren implementatie jaren. Vervolgens ga je over naar borging. En je moet het goed geborgd hebben, wil je op een gegeven moment dan gaan meten. Dat is ook nog een klein extra antwoord op de vraag van de heer Van der Spoel. Is vraag 1 voor u voldoende goed beantwoord? En het tweede ging over, wat na 2030? Als u naar het eerste bolletje kijkt, de rijksregeling School en Omgeving, die loopt van ‘25 tot met ‘28. Ook dat is een reden waarom we u vragen tot ‘28 de middelen toe te kennen, omdat die 2 aan elkaar verbonden zijn inmiddels.
We hebben samen met de scholen … De scholen vragen School en Omgeving aan. Wij hebben het DLP. En die 2 zijn met elkaar verbonden. Vandaar dat ook 2028 een redelijk handig jaar is om daarmee samen op te trekken. En 2 is dat we via die rijksregeling die nu loopt, die nu is toegekend ook een stukje cofinanciering met elkaar hebben afgesproken. Dat betekent dat als de middelen worden uitgekeerd we dat in kunnen brengen, waardoor de Agenda 2030 middelen niet worden besteed op dat moment. Die blijven dan beschikbaar. En uiteraard is dat dan een heroverweging. Maar dat is wel hoe wij met elkaar de afspraken hebben gemaakt. Er liggen kansen, maar er staat ook een TG’tje in het bovenste kader, verkenning vervolgprogramma na 2030. Gestart. TG is TwynstraGudde. Ook daarin staat het, wat na 2030? Dat willen we wel verder gaan verkennen. Maar goed, eerst hebben we gezegd, we gaan eerst voor dit stuk de middelen ophalen en vervolgens gaan we het proces lopen, naar aanleiding van die evaluatie. De voorzitter: Genoeg, mijnheer ’t Lam? De heer ’t Lam: Ik ben nog niet helemaal overtuigd van wat we na 2030 moeten onderzoeken. Dat snap ik wel. Maar we moeten daar niet te lang mee wachten, want anders ben ik bang dat we tien jaar enorm ingezet hebben op goede doelen die effecten laten zien, maar dat we dan in een gat vallen, omdat we geen geld meer hebben. En dat zou doodzonde zijn.