2.4 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Mevrouw Bollen: Dat is juist. Waar we wel naar hebben gekeken van, je zult moeten aansluiten. Je kan daar openingen laten. Volgens mij heeft u gewoon gelijk en heb ik daar een fout in gemaakt. Ik wil wegblijven van wat mooi en lelijk is. Ik wil niet een discussie zeggen van, is de achterkant van de huidige woning mooi of lelijk. Daar wil ik weg van blijven. Als je het netjes in wil passen in een nieuwe structuur, zul je zien dat je het wil inkleden. En je moet je even voorstellen dat als je een doorsteek maakt, zoals we hier hebben gemaakt, nogmaals, dat kun je ook ergens anders doen. Stel je zou de doorsteek hier maken, dan wil je kijken of je deze achterkanten weer kan afsluiten met andere achterkanten, zodat dat niet in het openbaar gebied is. Omdat wij verwachten dat als je deze achterkanten naar een openbaar gebied krijgt, dat veel mensen dat minder fraai zullen vinden. Ook de waarde van deze woningen wellicht anders is, waar je op uitkijkt. Kijk je op een park uit groen, zoals bij de bewonersvariant, of op de achterkanten van bestaande woningen, dat is een andere kwaliteit. Ik zeg niet beter of slechter. Is een andere kwaliteit. Theoretisch klopt het dat je hier niet per definitie een gesloten bouwblok moet maken. Dat is correct. De heer Groenewege: Korte vervolgvraag, als dat mag? De voorzitter: Vooruit. De heer Groenewege: Want ik begin na te denken wat u zegt.
Want u lijkt een tegenstelling te creëren tussen voor- of achterkanten. Maar als je geen gesloten bouwblok creëert, dan heb je daar een zijkant, die grenst aan de achterkant van de woningen van de Weeskinderendijk. Maar die optie lijkt u niet te overwegen. Mevrouw Bollen: In principe heb je hier natuurlijk zijkanten. Nogmaals, als de opdracht wordt van de raad, jullie moeten een plan gaan maken met behoud van deze woningen, wordt het niet dit plan en gaan we niet knippen en plakken. Dan moet je een stedenbouwkundig goed plan maken, waarin je alle aspecten die ik in deze presentatie heb proberen aan te geven, waarschijnlijk nog een paar extra, goed moet oplossen. Wat wij nu voorzien, is dat stedenbouwkundig de beste oplossing is om de achterkant van deze woningen met achterkanten van nieuwe woningen af te schermen, om zowel het hoogteverschil op te lossen als te zorgen dat die woningen, als je hier omheen loopt, dat je alleen maar voorkanten ziet.
19
De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ook bij mij komen er verschillende vragen op. Ik zal me even beperken tot de belangrijkste. Want ik zit even te kijken wat we hier nu vanavond aan het doen zijn. Want u begon de presentatie met de consequenties van de verschillende effecten. Wat doet het als je de Weeskinderendijk behoudt? En u eindigt uw presentatie met de opmerking dat u niet weet of dat we een uitvoerbaar plan hebben, als de huizen van de Weeskinderendijk blijven bestaan. Nou ben ik natuurlijk een simpel raadslid, maar hoe kunnen wij dit dan als commissie gaan beoordelen, als we dit niet weten? We kijken naar effecten, maar we weten uiteindelijk niet de uitvoerbaarheid van een plan. Wat gat ik dan beoordelen? De voorzitter: Dit vind ik een hele lastige hoor. Mevrouw Pichel: Ik ook. De voorzitter: Maar ik bedoel, de vraag is of dit wel een dusdanig technische vraag is dat die beantwoord kan worden door de ambtelijke organisatie. Dat denk ik van niet. Mevrouw Pichel: Het enige, er wordt gezegd dat er nu gepresenteerd wordt, wat zijn de verschillende effecten en wat doet het als je het behoudt? Dat zou gepresenteerd worden. Maar de eindconclusie is, ze weten niet of ze een uitvoerbaar plan hebben. Als wij besluiten dat het moet blijven staan, dan wordt er mogelijk een uitvoerbaar plan gemaakt.
Begrijp ik dat goed, dat we dat na vanavond nog concluderen? Mevrouw Bollen: Ja. Mevrouw Pichel: Dan kun je pas wegen. Maar op basis waarvan gaan we dan beoordelen? Dat vraag ik me een beetje af hoor. Maar misschien moet ik dat eventjes filteren en op een rijtje zetten. Maar ik weet niet of andere commissieleden daar ook last van hebben. De voorzitter: Mijnheer De Feijter wil daar wat op zeggen. De heer De Feijter: Mag ik hem dan technisch misschien een beetje ombuigen? Dan ben ik wel benieuwd wat het effect zou zijn voor het vervolg van het proces, als de raad ertoe besluit om de woning aan de Weeskinderendijk-Oost te laten bestaan? Hoe ziet dan de rest van het proces eruit? En ook met betrekking tot eventuele subsidies en dergelijke. Misschien is daar wel iets over te zeggen. Mevrouw Bollen: Ik ben maar een simpele stedenbouwkundige. Die vraag speel ik door naar links of rechts. Mevrouw Smid-Marsman: Als de raad besluit om de woningen op de Weeskinderendijk te laten staan. Ik proces even langzaam, want ik wil vooral geen verkeerde woorden gebruiken. Als u mij een beetje langzaam hoort praten, dan is dat omdat ik nog even aan het denken ben, omdat ik natuurlijk niet met 100 procent zekerheid kan zeggen wat er gebeurt. Wat denk ik wel relevant is, is dat er met name rond de aanlanding een punt zit waar hoge tijdsdruk op zit.
Wij hebben nu afspraken met Rijkswaterstaat over het op een
20
andere manier inrichten van de aanlanding. Rijkswaterstaat gaat met de renovatie van de brug aan de gang. Als wij niet een besluit nemen of een ander besluit nemen, dan zal Rijkswaterstaat gewoon de aanlanding laten, zoals die nu is. En zullen ook de afspraken die we daarover hebben waarschijnlijk van zeggen, jongens, zoek het uit. Als het zou leiden tot substantieel lagere woningbouwaantallen, zal er in ieder geval ook een deel van de verwachte Woningbouwimpuls middelen vervallen. En afhankelijk van hoeveel vertraging het oploopt, is er ook een risico dat het Rijk in de breedte zegt, wij hadden voor een aantal dingen subsidies toegezegd. Ons grootste belang is woningbouwaantallen, tempo. Als u dat als Dordrecht niet haalt, dan kan daar een vertraging oplopen. Maar dat weten we niet. Kan ik ook niet met garantie. Wat in ieder geval betekent, volgens mij, dat we een nieuw plan, een aangepast plan moeten maken. Dat betekent dat het zou kunnen zijn als u zegt, daarvoor hebben wij nadere informatie nodig, voordat we het bestemmingsplan kunnen vaststellen, dat we in ieder geval de dwangsom die we hebben, zullen gaan moeten betalen. En dat de vraag is of de onderzoeken die nu onder de het bestemmingsplan liggen nog valide zijn op het moment dat we eventueel bij de Raad van State zouden komen. Dan kan het ook betekenen dat je die onderzoeken opnieuw moet doen.
En dan schuif je heel erg in de tijd. En dan ga je, denk ik, wel serieus risico lopen dat het Rijk zegt, we trekken alle subsidies terug. En dan heb je financieel ook een groot probleem. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Als ik het dan goed begrijp, procesmatig gezien, zouden we eigenlijk een politieke keuze moeten gaan maken, zonder dat we daar een echte technische onderbouwing hebben. Mevrouw Smid-Marsman: Strikt formeel krijgt u straks van het college een voorstel met welke wijzigingen het college, op basis van de ingediende zienswijzen, op het ontwerpbestemmingsplan wil nemen. Dat is het voorstel van het college. En daar ligt een onderbouwing over. En daar moet u een besluit op nemen. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag voor de tweede ronde. Ik begreep dat het ook ging over bouwtechnische aspecten. En dat er ook is gekeken naar soortgelijke trajecten, of in ieder geval dat daar vanuit specialisme naar gekeken zou zijn. Ik ben benieuwd of er in het land situaties, projecten zijn waarin grote gebiedsontwikkelingen zijn, waarbij het plangebied een aantal meters verhoogd moet worden, in de nabijheid van het behoud van dijkwoningen, niet onderheid, op de afstand van het plangebied. Of daar in bouwtechnische sfeer iets over te zeggen is. Mevrouw Bollen: Nu maakt u hem heel specifiek.
Het wordt heel moeilijk om daar vergelijkbaar ... Er zijn plannen waarin het twee maaivelden wordt. Kijk naar Zoetermeer, Almere en Leidsche Rijn is heel recentelijk nog een heel gebied ook opgehoogd, naast een bestaande boerderij. Is geen dijkwoning. Maar ook daar zie je wel oude bestaande situatie en nieuwe structuren. Ook daar wordt, op dezelfde manier waarop wij nu denken technisch op te hogen, opgehoogd. Daar is wat ervaring mee. Specifiek exact een
21
nieuwe locatie met vier, vijf of hoeveel lagen we er ook achter zetten, achter dijkwoningen, die weet ik zo niet. De voorzitter: Ik had mijnheer Bootsman daarvoor al gezien, maar u krijgt nu de gelegenheid. De heer Bootsman: Dank u wel. Mijn vraag is een beetje in de sfeer van die van mijn buurman. Ik snap dat ophogen misschien een ingewikkeld verhaal is, wat niet vaak gebeurt. Maar die huizen zijn niet onderheid. En als je daarnaast gaat bouwen of gaat heien of palen in de grond gaat draaien, kan dat substantiële gevolgen hebben. Want daar maak ik me wel zorgen over, als leek zijnde. De voorzitter: Dat is geen vraag. De heer Bootsman: Mijn vraag was, kan dat substantiële gevolgen hebben voor de bestaande bouw? De voorzitter: Zo. De heer Van de Worp: Wij zijn in Nederland in staat om op 5 meter van het spoor te bouwen, woningen ook. Dit is civieltechnisch mogelijk. Ik zal niet vertellen wat de consequenties zijn of hoeveel het moet kosten, maar technisch uitvoerbaar is het. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Er werd net verteld dat als we voor het plan van de bewoners zouden willen kiezen, dat er dan opnieuw aan de slag gegaan moet worden en dat we geld verspelen waarschijnlijk in dit plan. Maar wordt er ook rekening mee gehouden dat als we niet voor de bewoners kiezen zij vermoedelijk naar de Raad van State gaan en dat we voorlopig ook niet kunnen bouwen.
Dat we dat geld dan ook kwijt zijn, omdat Rijkswaterstaat dan gewoon begint met die brug. Mevrouw Smid-Marsman: In de planning die wij hebben, kijk, gaan we ervan uit, zit in de planning opgenomen dat er een procedure naar de Raad van State zit. En daarom zit dat ook meegenomen in de afspraken die we met de Raad van State hebben en die passen bij het tempo wat zij hebben. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Er wordt een dreigend beeld geschetst van vertragingen en eventuele subsidie-intrekkingen en dat soort dingen. Daar kan ik niet goed over oordelen. Daar weet ik niks van. Maar is het mogelijk om een hele hoop werk en vertragingen te vermijden als je tot een goed compromis komt van het bewonersplan met het plan, zoals nu door de gemeentelijke dienst ontwikkeld is? Ik kan mij voorstellen dat er niet per se een ventweg ontwikkeld wordt. Mevrouw Bollen: Wat wij hebben geprobeerd te doen vanavond, is niet een keuze voorleggen tussen de variant van de bewoners Weeskinderendijk. Wat ik sec gedaan
22
heb, is de consequenties en, voor zover wij die kunnen verzinnen, van het behoud van de woningen van de Weeskinderendijk. Het college legt niet voor de keuze aan u. Het college gaat voor dit plan wat we hebben uitgewerkt, wat we weten dat op heel veel aspecten gemaakt kan worden en wat ons betreft klopt en een goed programma heeft. Dat is wat voorligt. En niet de keuze tussen een variant van de bewoners en een variant van de gemeente. De voorzitter: Ik ga nog een aantal mensen een vraag laten stellen, maar ik wil dit onderdeel zo langzamerhand wel gaan afronden. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Kijk, iedereen die hier zit, wil dat er zo snel mogelijk woningen gebouwd worden. En als ik naar het gebied kijk, is dit denk ik, Weeskinderendijk-Oost 15, 20 procent van het oppervlakte. Zou er een knip gemaakt kunnen worden, zodat we die andere 80 procent wel gewoon snel kunnen ontwikkelen. En dan een nieuw stedenbouwkundig plan voor alleen de Weeskinderendijk-Oost. Ik snap dat daar de impact van het andere gebied ook is, maar daar kan je misschien makkelijker rekening mee houden. Dan kunnen we wel door met woningen bouwen voor Dordrecht.
Mevrouw Bollen: Wat wij, ook andere collega's van mij, ik keek al even naar mijn collega Robert Offermans, die is heel druk bezig met, hoe krijgen we dit plan gemaakt en wat voor fasering hoort daarbij? Het eerlijke antwoord is, we hebben het hele gebied nodig om gedurende het bouwproces elk gebied te kunnen bouwen, met behoud van parkeerplaatsen, met op de ene plek ophogen, zodat er op de andere plek eerst nog parkeerauto's kunnen staan. En het is echt een schuifpuzzel. Op het moment gewoon een stuk afknippen en ongemoeid laten, betekent ook een hele nieuwe fasering uitdenken. En daarom keek ik al even met een schuin oog, dat wordt een heel lastig verhaal. Want de hoogteverschillen zul je moeten oplossen. Je zal gedurende het hele proces moeten zorgen dat we als stad nog functioneren en ook kunnen blijven parkeren. Is een belangrijk aandachtspunt. Zomaar een stuk eruit halen en niet doen, en dan denken, de rest kunnen we bouwen, zoals het is getekend, dat lukt niet. De voorzitter: Helder. Mijnheer Van de Worp wil nog wat … De heer Van de Worp: Ik doe toch nog een laatste aanvulling, want ik voel dat die vraag ook boven de markt hangt, maar niet wordt gesteld. Kunnen wij het bestemmingsplan vaststellen op het moment dat wij Weeskinderendijk zouden behouden? Het antwoord daarop is ja. Er is daarna alleen nog wel wat werk aan de winkel. De uitwerkingen, de nieuwe fasering.
Vanavond zult u horen hoe dat rekentechnisch gaat in de businesscase. En wij durven ook wel te zeggen dat dat consequenties heeft voor de rijkssubsidie, omdat wij dan hier een aantal woningen niet gaan realiseren. Er zijn een aantal consequenties. Maar kan het? Ja, het kan. Dit zijn consequenties. Er zijn financiële consequenties. Wordt u vanavond verder over bijgepraat. De voorzitter: Ik heb mevrouw Van Herwijnen nog gezien en mijnheer Noldus. Dat zijn de laatste twee. Gaat uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Ik heb net het antwoord op mijn vragen gekregen.
23
De voorzitter: Dat is helemaal mooi. Mijnheer Noldus dan nog.
De heer Noldus: Voorzitter, dank. Een vraag, die gaat meer over de programmering. We hebben het veel over de aantallen woningen per gebied. Ik begreep dat in het voorgestelde gemeentelijke plan, moet ik zeggen, ongeveer 7 procent van de woningen grondgebonden woningen zijn. Ik ben benieuwd of er qua programmering iets te zeggen is over de impact van de verschillende plannen ten opzichte van de voorkeursvariant, maar natuurlijk ook ten opzichte van de bewonersvariant, of het behoud van de Weeskinderendijkwoningen. Wat de impact zou zijn op het aantal grondgebonden woningen? De heer Van de Worp: Ook dat hoort u vanavond, want dat hangt direct samen met de rekensom. De voorzitter: Lijkt me dat helder. Wil ik graag dit onderdeel afsluiten, want anders komen we zo meteen weer in de klem met het volgende gedeelte. Misschien is het een idee om even drie minuten pauze te nemen. Dat iedereen even een pitstop kan maken, als hij wil. En dan om uiterlijk om 20.55 uur starten we met het volgende deel. Het is nu al 20.56 uur. Dames en heren, dan gaan wij verder met het volgende gedeelte van deze avond. En dat is dat op dit moment de gelegenheid komt voor duiding en reflectie door het Platform Weeskinderendijk. Die worden vertegenwoordigd door Joëlle Huiskes, Vinca … Is het Vinca? Ja toch? Ik denk ineens Vinca, maar dat was het niet.
Vinca Labruijere en Ashwin, zeg ik dat goed, Ashwin Karis van Urban Space Studio. Jullie krijgen, dat weten jullie, vijftien minuten om jullie verhaal te doen. Ga je gang. Inspreker 2: Dank u wel, voorzitter. We hebben het opgedeeld in twee delen. Ik zal allereerst een inhoudelijke duiding geven op de gegeven presentaties. En Joëlle zal u meenemen in het procesmatige. Inhoudelijk doe ik dit op hoofdlijnen, waarbij we willen beginnen dat we al vanaf het begin meerdere malen hebben aangetoond, en nog steeds bezig zijn met aantonen, dat met behoud van de woningen Weeskinderendijk er een kwalitatief plan gemaakt kan worden, met behoud van de ambities en de kwaliteiten die uw raad in de Gebiedsvisie hebben vastgesteld. En dat doen we ook met hetzelfde aantal woningen. Dat wil ik allereerst ook nog onderstrepen. Dat hebben we zelf moeten opzoeken. Daar hebben we tweemaal naar gevraagd. Is niet gedeeld. Maar ons plan behelst hetzelfde aantal woningen dan wel meer dan het gemeentelijke alternatief. De presentatie, gegeven door het college, over de inpassing van de huidige woningen en het nieuwe plan, de achterkant situatie, is wel erg negatief neergezet. Zo wil je het inderdaad niet hebben. Maar ook wij hebben echter al verschillende oplossingen aangedragen hoe je daar ontwerptechnisch een oplossing voor kan vinden. Dat is ons eigen alternatief met de wadi.
En daar heeft ook alleszins voors en tegens. Maar ik durf ook te zeggen dat het plan van Palmbout dusdanig robuust is dat je daar met het behoud van de essenties in dat plan, dat is opgesteld door het desbetreffende bureau, de woningen goed kan inpassen. Maar je moet dat echter wel willen ontwerpen en willen laten zien. En dat wordt tot op heden niet gedaan. Uiteraard moeten we natuurlijk nog verder gaan ontwerpen. En dat kan zeker nog naar het bestemmingsplan. En daar is dan ook de ruimte voor. We kunnen daarom ook niet voorstellen dat een klein beetje meer
24
extra onderzoekswerk een argument is om niet voor kwaliteit te gaan, met behoud van de inpassing van bestaande woningen aan de Weeskinderendijk. Sowieso zien we volop kansen voor verbeterpunten. Zo hebben we ook nadrukkelijk een inspiratiedocument met u gedeeld, waarbij je ook de beste elementen van beide plannen kan combineren. Daar biedt het uiteindelijke bestemmingsplan ruimte voor. Ook dit zou je, wat ik al zei, verder moeten uitwerken. En vooral het lef om kwaliteit voorop te stellen en daaruit ook op dit vijf voor twaalf moment te blijven redeneren vanuit kwaliteit en niet vanuit kwantiteit, moeilijkheden, problemen. Dat lossen we wel op. Een belangrijke keuze die uw raad moet maken, is wat wil uzelf en voor welke kwaliteit kiest u? Daarom vinden we dat het zorgvuldig en correct beoordelen van de alternatieven wel zo belangrijk is. Los van de zeven criteria uit de Omgevingsvisie, maar ook op de aspecten maatschappelijke haalbaarheid, participatie, impact op de omgeving, bestaande bewoners, maar natuurlijk ook financieel, waar u straks een sessie over heeft. Daarbij willen we nog de duiding maken dat we niet snappen waarom in deze OER vergelijking nog steeds wordt uitgegaan van het voorkeursalternatief, want dat voorkeursalternatief is niet haalbaar gebleven.
En waarom wordt het niet vergeleken met de variant behoudend, wat eigenlijk de uitgangspunten zijn voor beide modellen, zowel vanuit de alternatieven vanuit de gemeente als vanuit de bewonersgroep Weeskinderendijk. Want het VKA blijkt technisch immers niet haalbaar, want alles wat weggepoetst is, blijft staan. Even kijken. Tot slot, wij vinden het jammer dat er onzorgvuldig is omgegaan met onze aangeleverde informatie. We hebben het herhaaldelijk aangeboden. We hebben de informatie herhaaldelijk proberen op te vragen, bijvoorbeeld over het woningaantal. Dat heb ik zelf uit de pdf moeten halen. Wel legaal, want het is openbaar natuurlijk. Daarmee is het niet objectief te beoordelen en is er nog steeds sprake van ongelijk speelveld. Even kijken. Het is daarmee onjuist dat ons model niet vergelijkbaar is. We hebben twee maanden geleden het model aangeleverd. Het 3D-model hadden we de dag daarop kunnen delen, waarna het geluidsonderzoek gedaan had kunnen worden. En we hadden in een week tijd ook de verkeerskundige aspecten in beeld kunnen brengen, waaronder hoe de ventweg werkt, waardoor ook dat alternatief geduid en beoordeeld had kunnen worden. Nogmaals, wij hebben dat samengevat in de placemat, die we voor u hebben neergelegd. Daar zit natuurlijk een hele toelichting achter. Dat ga ik nu niet doen. Ik ben bereid om dat vanavond of op een later moment nog aan u toe te lichten.
En ik geef graag het woord aan Joëlle. Inspreker 3: Vanuit het Platform Weeskinderendijk wil ik sowieso Ashwin van Urban Space Studio en het adviesbureau Dietz enorm bedanken voor hun fijne hulp en ondersteuning. Ashwin heeft net al een hoop inhoudelijke informatie, tenminste niet een hoop, maar kan die allemaal toelichten. Ik wil daarin wel het een en ander opmerken over het proces. En ik heb ook een aantal vragen daarover voor jullie. Vinca heeft wat privéomstandigheden gehad. Vandaar zal ik nu de spreektekst opnemen, maar zij kan straks ook zeker wel vragen beantwoorden, mochten daar vragen voor zijn. Ik kan u vertellen dat wij het echt enorm zwaar hebben gehad sinds september 2023. Van de ene op de andere dag hing er een enorm donkere wolk van onzekerheid boven onze levens. Wij waren niet meer zeker van ons huis, onze toekomst die wij hadden gepland. Er zou een busbaan komen, in plaats van onze huizen. En in deze onzekere tijd op deze woningmarkt moesten we maar even op Funda gaan kijken. Deze onzekerheid deed veel
25
met ons. Maar gelukkig vonden wij elkaar als buurtschap en vonden we de daadkracht om voor onze huizen aan de Weeskinderendijk te strijden. Met het Platform Weeskinderendijk leerden wij onze weg in het RIS en werden we vaste bezoekers van de commissievergaderingen voor het Maasterras. In augustus vorig jaar hebben wij met behulp van Urban Space Studio die quickscan aangeleverd. Met deze quickscan toonden we eigenlijk al aan dat onze huizen niet gesloopt hoefden te worden om de ambities van het Maasterras te realiseren. Een busbaan kon anders aangelegd worden en andere gebouwen konden opgetopt worden. Op 14 januari vroeg de gemeente ons onze quickscan uit te werken naar een daadwerkelijk plan. Wij vroegen of dat wel het juiste moment was, aangezien de heer Kurvers op dat moment ook nog bezig was met een onderzoek. De gemeente gaf aan dat we toch wel moesten gaan werken aan het plan. Een dag later beoordeelde ook de Raad van State dat de gemeente de tijd kreeg tot 1 juni, omdat er een alternatief plan beschikbaar was en deze goed beoordeeld moest worden. Vanaf dat moment stond ons leven op de kop. Slapen, werken voor het inkomen, werken voor de alternatieve plannen, slapen, enzovoorts. Na 3 weken lagen onze plannen klaar. Maar waar wij al bang voor waren, gebeurde ook. Een week later kwam het onderzoek van Kurvers. Dit gooide het hele speelveld om.
De brug, het spoor bleven liggen. En om appels met appels te kunnen vergelijken, werd ons gevraagd om ook deze plannen aan te passen naar het behoudend karakter. Volgens het behoudend karakter was M5 niet bebouwd en op M3 en 4 was plek voor 1.308 woningen. Wij moesten toch 1.900 woningen in M3 en 4 plempen. Waarom, dat weten we nog steeds niet. Wij kozen ervoor om 1.659 woningen in M3 en 4 te plempen, zoals in het hoogstedelijk karakter staat. Want 1.900 was gewoon niet haalbaar. Weer weken vol slapen, vol werken voor inkomen, vol werken voor het alternatieve plan, en dan weer slapen, en ga maar door. Op 4 maart hebben we deze plannen ook aan u gepresenteerd. En deze plannen zouden ook door Antea beoordeeld worden. Op 25 maart presenteerde het college haar plannen. De Weeskinderendijk was niet eens een pijnpunt in de presentatie. De besluitvorming werd wederom uitgesteld. En er was vanuit de gemeente duidelijk niet serieus of helemaal niet gekeken naar alle opties die door ons inmiddels waren aangeleverd. Zoals u weet, is er daarna ook nogal het een en ander misgegaan met de afspraken met Antea. Maar waar ik nog wel het meest van stond te kijken, is dat de gemeente alleen onze presentatiesheets naar Antea had doorgestuurd. Niet de bijgevoegde spreektekst, ons inspiratiedocument, de vorige plannen, de quickscan. Echt alleen de presentatie.
En dan is er ook nog eens veel te weinig tijd geweest om alles te bespreken, vanwege de misgelopen communicatie vanuit de gemeente. De presentatie die net is gegeven door de gemeente, van de ruimtelijke gevolgen van het behoud van de Weeskinderendijk, laat precies zien in hoeverre dat de gemeente met ons meedenkt. Zelfs als wij een volledig plan bedenken, waarbij de Weeskinderendijk blijft staan, waarbij er meerdere ruimtemogelijkheden zijn, dan wordt er nog steeds bekeken op de manier van, wat zijn de gevolgen als we een hoekje Weeskinderendijk in ons plan zetten in plaats van gewoon de gevolgen te vertellen wat er zou gebeuren als er verder wordt uitgewerkt in het alternatieve plan van ons, of als er verder wordt uitgewerkt in het plan van de gemeente. Een vergelijking met echte consequenties hebben wij nog niet gehoord. Deze kortzichtigheid is waar wij als Platform al bijna 2 jaar tegenaan boksen. Wij geven alles en nog een beetje meer, en zelfs dan wordt appels met appels vergelijken heel moeilijk gemaakt, omdat de gemeente er toch weer peren van maakt.
26
En als we het dan over de vergelijking hebben van die 2 varianten, dan zit er eigenlijk niet heel veel verschil in. En als er dan niet heel veel verschil zit tussen die beide varianten, dan worden we wel des te nieuwsgieriger naar het financiële verschil. We willen wel weten hoeveel de gemeente op onze kavels denkt te verdienen. We hoeven niet alle details van de grondexploitatie te kennen. Daar vragen we ook niet naar. Maar als er een financieel argument is om onze huizen te slopen, dan moeten wij ook weten over hoeveel geld dat gaat. Overigens kunnen wij ons nauwelijks voorstellen dat er een financieel voordeel zit in sloop. Want als je evenveel huizen realiseert, dan is het toch het handigst dat je daarvoor 44 huizen niet eerst hoeft te verwerven, te slopen en daarna weer opnieuw hoeft te betalen? In onze e-mail van 8 mei vroegen wij al met klem om de onderbouwing van de financiële consequenties openbaar te maken. We hebben daar nog geen antwoord op gehad. En wij vragen eigenlijk om daardoor gewoon straks aan te mogen sluiten bij de vergadering om 22.00 uur. Ik dank u voor uw aandacht. En u mag nog natuurlijk vragen stellen aan ons drieën. De voorzitter: We hadden op dit moment ingepland dat er nog een korte reactie zou komen op jullie verhaal vanuit de projectorganisatie. Ik weet alleen niet of dat … Schriftelijk? Daar komt een schriftelijke reactie op vanuit het college.
Dat geeft u wel de gelegenheid om wat extra tijd te hebben om vragen te stellen aan het Platform. En ik denk dat dat ook wel iets is wat jullie graag willen. Ik zie allemaal handjes de lucht in gaan. En ik begin met de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag. In de inspraakbijdrage hoorden we net, er is niet veel verschil. Bedoelt u dan, gezien in de OER, wat we net ook gezien hebben, dat daar weinig verschil in zit, of een ander gebied? Inspreker 3: Ja, betreffende hoe dat de OER vergelijking net is gepresenteerd. De voorzitter: Ik ga even die rij … Want ik zag de heer ‘t Lam ook net. De heer ’t Lam: Klopt, voorzitter. Dank u wel. Ik heb er wat moeite mee dat we nu van de gemeente een schriftelijke reactie krijgen. We hebben een betoog gehad van de bewoners. Ik kan niet beoordelen in hoeverre dat dat waar is. We hebben straks een uitleg gehad vanuit de projectorganisatie. Ik weet niet wat ik met die twee verhalen aan moet. En dan moet ik straks maar weer met een schriftelijke reactie afdoen. Maar het zij zo. Ik ga niet over hoe dat het college reageert, hoe de ambtenaren reageren, maar het valt me wel tegen. De voorzitter: Kijk, even gewoon als uw voorzitter, dat de bijdrage die zojuist gedaan is natuurlijk, dat is ook nieuw, deze informatie. Daar snap ik van dat daar eerst even naar gekeken moet worden hoe daar een reactie op gegeven wordt.
In die zin vind ik het op zich niet gek. Maar als u een concrete vraag heeft, dan kan die misschien alsnog wel beantwoord worden. De heer ’t Lam: U kondigde aan dat de bedoeling was dat we een reactie vanuit de organisatie zouden krijgen, naar aanleiding van dit betoog. En vervolgens was het
27
antwoord, het komt schriftelijk. En dat valt mij tegen, want dan zitten de mensen hier weer zonder dat er een goede reactie komt. Maar het zij zo. De voorzitter: We gaan even een microfoon charteren. Je mag helemaal achterin. Ik zou er bijna wat over zeggen, maar dat doe ik niet. Mevrouw Bollen: Wat net door de voorzitter is benoemd, namelijk, ik heb twee verhalen nu gehoord, had ik niet op papier, is nieuw voor ons. Het enige wat wij voorbereid hebben, is een reactie op dit stuk. Dit is niet gepresenteerd. Om dan een reactie te geven op iets wat niet gepresenteerd is, vind ik ongepast. En daarom zei ik, we kunnen hier schriftelijk op reageren, zodat u ook ons commentaar op dit stuk heeft. Vandaar die reactie. De voorzitter: Dan zou een vraag kunnen zijn waarom dat niet gepresenteerd is. Inspreker 2: Zover ik weet, hadden wij niet eens tijd om een presentatie voor te bereiden, en was het ook niet de bedoeling om het inspiratiedocument voor te leggen. Wij reageren hier naar aanleiding van de OER-beoordeling. En het inspiratiedocument is aanvullend naar de raadsleden verzonden. Mevrouw Bollen: En ik heb net voor mijn presentatie dat A3’tje van u gehad. Het lijkt me duidelijk dat wij daar niet op kunnen reageren, als we dat niet vooraf hebben gezien. Ik zou niet weten waarop ik nu moet reageren. De heer ’t Lam: U geeft mij niet het woord. U knikt wel, maar u bent altijd streng.
Ik snap de uitleg van beide kanten. Wat ik lastig vind, is dat wij dan een schriftelijke reactie krijgen, maar dan hebben we niet meer de bewoners aan tafel die daarop zouden kunnen reageren. Dat had wel gekund als we nu een reactie hadden. Maar ik snap ook uw standpunt. Dus moeten we misschien wel een extra avond beleggen met nog een keer de bewoners erbij. De voorzitter: U kunt ook gewoon nu uw vragen stellen aan het Platform. En mocht er eventueel aanleiding toe zijn, kan er altijd nog even gekeken worden of daar nog een reactie op gegeven kan worden. Maar dat is heel wild misschien dit idee. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Even over wat zonet gezegd is. Dat was niet mijn vraag, maar zorg dan in de reactie wel dat er goed afgestemd wordt, dat er niet misvattingen over en weer weer gaan. Dat een document wat dan komt ook weer een discussiedocument wordt. Dat zou ik jammer vinden. Ik had nog een vraag. Die stelde ik ook in de eerste presentatie van Antea. En dat ging met name over, ik kijk even naar het schema wat voor mij ligt, het stukje aantrekkelijke stad en wonen. Daar staat in het gele bolletje van de bewonersvariant positieve ten opzichte van de andere varianten van de gemeente. Terwijl ik in het Antea rapport dat niet zo teruglees. Daar zie ik dat hij juist licht negatief scoort.
Hoe komt dat? Eigenlijk een vraag aan de bewoners. Inspreker 2: Goede vraag. Dat is tweeledig. Enerzijds heeft dat te maken met het aantal woningen, waarbij ik in het begin duidelijk heb aangegeven dat dat onjuist is. Wij maken hetzelfde aantal woningen, met behoud van de woningen Weeskinderendijk.
28
En wij vinden het behoud van de woningen en kwaliteit, ook als het gaat om sociale cohesie, en nadrukkelijk in dat plan hoe wij reageren op de bestaande bebouwing. Dat we daarbij een milieu creëren, waarbij doelgroepen daar gepast bij kunnen passen. We hebben dat nadrukkelijk in maart aangegeven, dat het niet alleen maar een parkruimte, is maar dat we daar ook kansen zien voor gezinnen, voor ouderen. En dat juist die geluidsluwe zone daar heel interessant in is. Vandaar dat wij zeggen dat die beoordeling, zoals dat nu in het rapport van Antea staat, die zien wij niet zo. De voorzitter: Vervolgvraag van mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ook even hoe ik dit document ga interpreteren, dat is een reactie op het rapport van Antea en niet zozeer een weergave daarvan? Want dat dacht ik in eerste instantie namelijk. Inspreker 2: Dat is juist. Het is onze mening, omdat ik heb dat document pas dit weekend kunnen bekijken. En daarbij ook kunnen lezen hoe er met onze informatie is omgegaan. Er zijn een aantal punten die feitelijk onjuist zijn in deze beoordeling. En dit is een poging om dat te rectificeren. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Twee vragen.
Zien jullie mogelijkheden om beide plannen in elkaar te schuiven? En tweede vraag is, bij de beoordeling van de beide plannen is het niet alleen zaak om goed de cijfers te kunnen vergelijken over aantallen woningen, maar zijn jullie het ermee eens dat je dan ook moet kijken naar de aantallen zwaar geluidsbelaste woningen? Want ik hoor steeds dat als je hoog bouwt, dat je dan meer woningen krijgt die geluidsbelaste gevels hebben, waardoor je extra maatregelen moet nemen. Inspreker 2: Daar kan ik op reageren. Uiteindelijk wat u hier ziet, zijn twee vormen van hoe het eruit zou kunnen zien. Met elk plan voors en tegens. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om de optimale variant mogelijk te maken. Want ik zie ook in het plan van Palmbout echt goede uitgangspunten. Maar ook ons plan heeft een aantal noten, bijvoorbeeld integratie, landschap en stedenbouw, waarbij ik denk, dat zou je samen kunnen brengen en nog mooier kunnen maken. Dat kan. En dat is ook wat de vervolgstap naar het bestemmingsplan zou moeten zijn. En die dialogen moet je voeren, want we kunnen hier duizend en een varianten op maken, als het bestemmingsplan dat toelaat. Als het gaat om de milieubelasting, dan gaat het hem voornamelijk om de randen. En die blijven gelijk.
Het plan van Palmbout is dusdanig robuust dat je in het middengebied de woningen in horizontale zin zou kunnen opdikken, waardoor ook die woningen die daar gemaakt kunnen worden eigenlijk geluidsluw zijn. Het is daarin niet meteen negatief dat op de beste geluidsbelaste plek dan minder woningen gemaakt kunnen worden. Intern kan je dat perfect oplossen. Dat durf ik te zeggen. De heer Damen: Maar dat is geen antwoord op de vraag. Vind je dat je dan plannen op dat aspect moet vergelijken? Inspreker 2: Ja, dat zou je nu moeten doen. Maar hoe het bestemmingsplan eruit gaat zien, dat kan wel heel anders zijn.
29
De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ik zat een beetje met de gedachte, eigenlijk de vraag van de heer Damen de eerste vraag ook, wat we hier aan het doen zijn, is primair kijken naar twee plannen, terwijl er eigenlijk een variatie daartussen ook weer mogelijk is, en die uitgangspunten van wel of niet behoud van de woningen natuurlijk eigenlijk centraal staat. Maar ik ga toch een vraag stellen over het plan, de bewonersvariant, die ik eigenlijk ook eerder stelde, omdat ik niet helemaal beeld heb van ook welke keuzes zijn gemaakt over onder andere de openbare ruimte en hoe daarmee om te gaan, zoals rondom parkeren. Kan daar aangegeven worden hoe dat beoogd ingevuld wordt en wat daar ook de impact is op de beoogde stedelijke contouren en de stedelijkheid, met dan toch meer woningen op een kleiner oppervlakte, wat daar dan stedelijk bezien de impact op is? Inspreker 2: Die kan ik beantwoorden. Want u heeft daar ook naar gevraagd in maart, kan ik me herinneren. Daar heb ik mondeling een toelichting op gegeven. Wij gaan uit van, als het gaat om parkeren, en dat is ook eventjes zoeken van wat … Dat kan nog alle kanten op. Maar we zijn uitgegaan van dat model Kurvers, waarbij er primair vanuit hubs werd gedacht.
We hebben daar een tweede laag aan toegevoegd, mondeling, en ook aangeleverd om dat aspect te kunnen duiden, dat je individueel om de bouwblokken eventueel nog aanvullend parkeren zou kunnen maken. En dan zit er een derde component in. En die staat helaas niet goed in de OER-beoordeling. We hebben een breder profiel genomen. We hebben het uitgangspunt van Witteveen+Bos genomen. Die hebben 50 meter ongeveer om en nabij gerealiseerd. En in de Palmbout is dat 30 meter. Wij zien die ruimtereservering juist als een kwaliteit, dat je daar ook gewoon rustig eventjes kan laden en lossen, kan verhuizen, pakketbezorger langs kan komen. Voor die hoedanigheid is daar het kort parkeren dan in die ventwegen opgenomen. Dat is aanvullend op het functioneren van het gebied. En ik ben van mening dat het profiel wat nu is ingetekend in de gemeentelijke alternatieven eigenlijk iets te naïef is. En ik zie dat nog niet direct werken. Ik zie niet direct hoe je daar eerst er bomen in kan plaatsen. En ik kan me al helemaal niet voorstellen als je iemand moet afzetten, en je racet van die Stadsbrug af, hoe je dan eventjes rustig kan parkeren en eventjes rustig iemand af kan zetten. Vandaar dat we iets meer ruimte hebben genomen. Maar dat is ook weer een kwalitatieve discussie, die je later nog kan finetunen en moet doordenken. Dat is het aanvullende daarop. De voorzitter: Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Huiskes, aan de hand van het verhaal wat zij heeft verteld. Want naast dat ik raadslid ben, ben ik in eerste instantie mens. En ik hoor mevrouw Huiskes vertellen dat eigenlijk sinds 2023 het leven van mevrouw Huiskes en de overige bewoners op hun kop staat. Dat ze er een soort van tweede baan bij heeft gekregen en bijna expert commissielid is geworden. En mijn vraag aan mevrouw Huiskes, wat doet dit met uw leven en uw gezondheid en uw, hoe zullen we het noemen, werk-privébalans? Inspreker 3: ik zit momenteel ziek thuis. Werken lukt niet meer.
30
Mevrouw Pichel: Kleine vervolgvraag, voorzitter. Zijn er meer bewoners die daar last van hebben? Inspreker 3: Ja, kijkt u naast mij. Mevrouw Pichel: Ik vind dit best heftig, voorzitter. De voorzitter: Dat snap ik. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Een groot deel van de presentatie ging over de samenwerking, hoe stroef dat die verloopt. U heeft een aantal voorbeelden gegeven. En u heeft het zelf over ongelijk speelveld. Ik vroeg me af of het college dit ook zo ervaren heeft, of misschien een andere mening heeft hierover? En als de communicatie zo stroef gaat, welke verbeterpunten gaat het college dan doorvoeren om de communicatie te verbeteren met de bewoners? De voorzitter: U kunt vragen stellen aan de bewoners, niet aan het college. De heer Wringer: De wethouder zat aan tafel. Ik denk, ik probeer het gewoon. De voorzitter: Jammer, mijnheer Wringer. Iemand anders? Wilt u wel reageren? Inspreker 4: Ik wil wel reageren, ja. De voorzitter: Helemaal goed. Inspreker 4: Ik denk dat wij wel een kant-en-klare cursus kunnen maken voor hoe het beter zou kunnen. De communicatie heeft inderdaad ontzettend veel moeite gekost. En dat is echt een van de redenen waarom wij zo onder druk zijn komen te staan.
Als je gewoon probeert dingen te doen of probeert verheldering te krijgen of duidelijkheid en het lukt niet of je moet er gewoon vier mailtjes over schrijven en dan eigenlijk nog geen duidelijkheid hebben, weet je, dat zijn wel de punten waarop het misgaat. En ik denk dat wij er wel oplossingen voor kunnen verzinnen. Mijnheer de wethouder, staat u open voor een extra functie? De voorzitter: Dat is ook een vraag aan het college die niet beantwoord gaat worden. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Zeker. Ik heb een vraag over iets wat ik hier op het apparaat zie staan. Ik zie bij het gedeelte waterveiligheid staan, er is geen waterveiligheidsopgave. Terwijl in de plannen van het college het natuurlijk ook gaat om het ophogen van het gebied voor eventuele schouwlocaties. Ik vroeg me af hoe de bewoners daarnaar kijken, en waarom dat hier staat? Inspreker 2: Bij navraag bij het waterschap is het bij ons niet duidelijk … Hebben we te horen gekregen dat er op dit moment geen urgentie is om de dijk aan deltaniveau te hoeven ophogen. Dat is waarom we dat zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog? Mevrouw Van Herwijnen.
31
Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Bij de nog onbekende gevolgen in de presentatie van de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat de bouwkundige staat van de woningen nog onbekend is. Kunnen jullie daar nog een antwoord op geven? Is er bij jullie al meer bekend over de bouwkundige staat van jullie woningen? Inspreker 3: Wat bedoel je precies met de bouwkundige staat van onze woningen? Mevrouw Van Herwijnen: Hij is natuurlijk nu op een bepaalde wijze gefundeerd. Wanneer er werkzaamheden gaan plaatsvinden, dan heb je natuurlijk kans dat daar trilling gaat opspelen. Hebben jullie al zicht over welke consequenties de bouw gaat vormen voor jullie woningen? Inspreker 3: Nee, we hebben daar geen zicht op. Het zijn natuurlijk wel huizen op platen. Wat dat betreft zou daar voorzichtig mee omgegaan moeten worden. Dat heeft mijnheer Van de Worp aangegeven, dat daar blijkbaar wel technieken voor zijn. Maar meer dan dat hebben wij daar ook geen kennis van. De voorzitter: Dezelfde partij, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. In de presentatie van de gemeente zie ik dat er hoe dan ook enkele woningen gesloopt dienen te worden voor brede doorgangen naar de Weeskinderendijk-Oost. En de pagina daarop staat, minimaal een deel van de woningen zou gesloopt moeten worden.
Hoe zien jullie dat? Zien jullie de noodzaak van die openingen? Staan jullie ervoor open om een deel van de woningen op te offeren? Lijkt me best wel heftig. Inspreker 3: Kijk, wat dat betreft wordt er vanuit de gemeente inmiddels al twee jaar gezegd dat de woningen weg moeten en zeggen wij al twee jaar dat dat niet hoeft. Dat is zeker heel heftig. Of dat wij daar woningen voor op willen geven, natuurlijk niet. Maar volgens mij heeft de gemeente er al een aantal in bezit, en is dat uiteindelijk een politiek besluit. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag over de mooie placemat. Ook over het stukje klimaatadaptieve stad. En daar gaat het over wateroverlast en waterkwaliteit. En er staat, een stukje piramide zorgt voor extra afvloeiingen. Nu weet ik niet of ik dat echt enorm gemist heb. Maar kunt u me daar iets uitleg bij geven? Want dat stukje kan ik niet duiden.
Inspreker 2: Dat kan ik zeker duiden. Aangeven wat wij in ons plan beogen, we introduceren geen kwart piramide van 6 meter, maar een bescheiden terpje van 3 meter. Waarbij we in de sessie in maart hebben willen aanduiden dat we nadrukkelijk het waterkwaliteitsaspect en de infiltratie daarvan in ons plan opnemen. Vandaar ook de Wadi daar, die daar ook een verhaal in speelt. Wij hebben natuurlijk van Palmbout niet de kwaliteit van die openbare ruimte te horen gekregen. Maar wat wij zien, is dat met een steiler hellingspercentage, als je daar niet kan infiltreren, dat eigenlijk misschien wel
32
het water bij extreme buien gewoon eigenlijk letterlijk naar beneden stroomt. En daar konden wij nog geen gevoel bij krijgen van, hoe gaat dat werken? Gaat dat direct naar het riool? Ik denk het niet. Maar hoe dan wel? Dus daar, waarom we dat zo van mening zijn. Het is een mening. De voorzitter: Heeft verder iemand nog een vraag? Nee? Dan denk ik dat we richting een conclusie gaan. Sorry, ik moest even op mijn spiekbriefje kijken. Dat we richting een conclusie gaan hoe wij verder willen gaan. Of de commissie een goed beeld heeft gekregen van hoe de varianten zich tot elkaar verhouden. En sowieso is er zo meteen natuurlijk om 22.00 uur nog een besloten commissie. Ik heb ook de vraag gehoord vanuit de bewoners om deel te nemen aan dat besloten gedeelte. Dat kan niet. Zo werkt het systeem bij ons niet. Alleen ik kan u wel zeggen dat in het collegevoorstel dat komt, daar staan cijfers in. Dat is de openbare informatie die op een gegeven moment verschijnt, die gewoon voor iedereen toegankelijk is. Dus ook voor jullie. Maar deelnemen aan een besloten commissievergadering is niet zoals het systeem werkt. En dan kan je zeggen, je kan het systeem veranderen, maar dat krijgen we zo één, twee, drie niet op een avond voor elkaar. U zult waarschijnlijk genoegen moeten nemen met de cijfers die volgende week bij het collegevoorstel meekomen.
En ik denk dat die een duidelijk beeld zullen geven. Heb ik het zo een beetje … Want ik heb dit ingefluisterd gekregen hier vanuit de griffier hoor. Mijnheer Klerk heeft daar een opmerking over. De heer Klerk: Niet zozeer over het besloten deel, maar wel over of in de reactie van het college op het verhaal van de bewoners Weeskinderendijk ook een reactie gegeven kan worden op de gele bolletjes van de placemat. De voorzitter: Dat klinkt al heel gezellig. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Het is eigenlijk even meer voor de notulen, omdat ook dit nog het open gedeelte is. Want u gaf net aan, hebben we zo eigenlijk voldoende vergelijk met de varianten? Voor mij is het antwoord nee. We hebben natuurlijk zo meteen nog de besloten vergadering, daar gaan we wat informatie krijgen, maar dat is financieel. En dat zal dan toch ook meer politiek zijn natuurlijk. Dat wilde ik in ieder geval even gedeeld hebben in dit stuk wat nog open is. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, er wordt voortdurend gepraat over het vergelijken van varianten, op allerlei aspecten. Maar ik vind ook dat heel nadrukkelijk de geschiedenis van dit plan aan de orde moet komen. Aanvankelijk moest de Weeskinderendijk-Oost sneuvelen, vanwege een busbaan. Toen moest het sneuvelen, vanwege de noodzakelijke ophoging. Dat is allemaal niet meer aan de orde.
En dan is vervolgens wel de vraag die wij ook de volgende keer moeten beantwoorden, vinden we het redelijk dat een aantal bewoners gedwongen worden hun huis te verlaten, omdat we dan financieel aantrekkelijker kunnen bouwen en/of meer woningen kunnen bouwen? Die vraag moet ook in principe beoordeeld worden.
33
De voorzitter: Die komt terug in de oordeelsvormende sessies die wij gaan hebben. Volgende week ontvangt u het bestemmingsplan. En dan vervolgens op 3, 10 en 24 juni, zeg ik uit mijn hoofd, komen daar nog diverse mogelijkheden om dit soort vragen aan de orde te stellen. Ik zie allemaal vingers. Mijnheer Bosman. De heer Bootsman: Zeker. U vroeg of we voldoende informatie hebben. Ja, met dien verstande dat er nog een schriftelijke reactie komt, wat net is toegezegd, op, hoe heet dat ding, ik weet even niet hoe heet, dat document van jullie. Dank. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Pichel. Ook wij zeggen nee. En tegelijkertijd zou ik het ook prettig vinden als de communicatie tussen de bewoners en het college echt verbeterd wordt. En ook daadwerkelijk te kijken of die plannen in elkaar geschoven kunnen worden. We hebben nog niet voldoende. En desnoods, als we de schriftelijke beantwoording hebben, dan komen we nog een keer terug. De voorzitter: Zoals ik daarnet al zei, komt dit onderwerp nog een aantal keren terug sowieso. Mevrouw Labruijere, u wilde ook nog wat zeggen. Inspreker 4: Ik wilde eigenlijk even kort reageren op mijnheer Damen. Als we het toch over geschiedenis hebben, dan is het misschien ook interessant om even de laatste, hoeveel is het, veertig jaar mee te nemen. Ik heb vorige ronde ook meegemaakt.
En dan meteen gericht aan mevrouw Pichel. En dat gaat je niet in je koude kleren zitten, als je dan hier weer voor de tweede keer voor moet strijden. Dank je wel. De voorzitter: Alstublieft. Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik sluit me aan bij mevrouw Pichel en mevrouw Stolk. Ik heb twee verschillende verhalen gehoord. En op het tweede verhaal krijgen we nog een schriftelijk antwoord. Vervolgens is er blijkbaar dan geen reactie meer voor de bewoners. Dat vind ik allemaal heel lastig. Uiteindelijk is het enige kader wat er lag voor het bestemmingsplan de Visie Spoorzone. En daarin heeft niet gestaan dat we de woningen aan de Weeskinderendijk gingen afbreken. Daar heeft niet in gestaan dat we het woonwagenkamp gingen verwijderen. Een van de weinige dingen die er wel in stond, was dat de brug afgesloten werd. En die gaat er nu uit bij het bestemmingsplan. De voorzitter: Ik zit even me af te vragen, de schriftelijke reactie van het college, ik weet niet mevrouw Bollen of inmiddels u behoefte voelt om een reactie te geven, of dat u het houdt bij de schriftelijke, zodat u dat even goed kan voorbereiden? Mevrouw Bollen: Nogmaals, ik kan nu niet een-op-een op dit verhaal … Ook al zou ik het willen, lukt niet. De voorzitter: Dank u wel. Jongens. U mag ook nog wat zeggen. Zeker.
34
Inspreker 2: Nogmaals, het aanbod elke keer ook richting uw raadsleden, mochten er nog vragen zijn naar aanleiding van deze zeer korte toelichting, dan zijn wij welwillend om dat op maat ook nog eens een keer aan u toe te lichten. De voorzitter: Dat is altijd een mooi aanbod natuurlijk. Maar dan wil ik toch eigenlijk op dit punt verder nu dit afsluiten. U krijgt een schriftelijke reactie op wat er vanavond is gepresenteerd, of verteld. Er wordt nog even, tenminste, dat stel ik voor, om nog even puntsgewijs ook aan te geven de presentatie door Antea. Tenminste het onderzoek van Antea, welke status dat heeft. Hoe feitelijk dat is. Want ik begrijp dat dat een wettelijk instrument is, wat je gewoon altijd moet doen bij een ontwikkeling. Dat er even een overzicht gemaakt kan worden van dat soort punten. En waarbij dan ook de reactie op de bewoners wordt gegeven. Ik kijk naar mevrouw Bollen, maar dan kijk ik ook even links naar de wethouder. En die gaat dan misschien ook knikken. Ja, gaat ook knikken. Dat gaat goed komen. We zorgen ervoor dat er een nette reactie komt. En zoals mijnheer Klerk zei, een reactie op de gele bolletjes, voor zover dat mogelijk is. Dan sluiten we dit deel af. We gaan verder met dit onderwerp als het bestemmingsplan geland is. Zoals ik al zei, is dat volgende week donderdag, naar alle waarschijnlijkheid. En dan komt dat terug op 3, 10 en 24 juni.
Er zijn nog een heleboel mogelijkheden om uiteindelijk afwegingen te maken en dingen naast elkaar te zetten. Mijn dank is groot voor nu. Ik zie u om 22.00 uur voor het besloten gedeelte. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
35