CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 518.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG D.D. 13 MEI 2025 Vergaderzaal 3 1. Werkbezoek Bouwplaats Dordthuis 2. Agendacommissie 3. Maasterras fase 1 - Inhoudelijke vergelijking varianten Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van de Worp, mevr. Bollen, mevr. Smid-Marsman Overige aanwezigen: dhr. Kornet, mevr. Huiskes, mevr. Labruijere, dhr. Karis De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Speciale aanbieding. Zullen we gaan beginnen? Dat iedereen zijn kleine overlegjes, die er nu plaatsvinden, staakt? Dan kunnen we gewoon aan de slag, mijnheer Damen. Welkom bij deze commissie, beeldvormend, oftewel een technische sessie over het Maasterras fase 1. Welkom aan iedereen. Speciaal even links van mij, wethouder Burggraaf, namens het college.

En de vertegenwoordigers van het Platform Weeskinderendijk en hun adviseurs. En Marien Kornet van de Antea Group. Voor het verslag is het handig dat jullie je allemaal even voorstellen. En links, mijnheer Burggraaf, had ik al gehad. Dan gaan we door met de ambtelijke organisatie.

1

De heer Van de Worp: Ronald van de Worp, Maasterras. Mevrouw Bollen: Roelf Bollen, stedenbouwkundige gemeente Dordrecht. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, gewoon Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Klerk: CDA. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Van der Spoel: Wouter Van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. De heer ’t Lam: Jack ’t Lam, SP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. Inspreker 1: Marien Kornet, Antea Group. De voorzitter: En ik ben Irene Koene. We zijn hier bij elkaar, vanwege het feit dat vorige week de sessie is uitgesteld, omdat de commissie meer informatie wilde om de varianten beter met elkaar te kunnen vergelijken. Afgelopen vrijdag is er aanvullende informatie beschikbaar gekomen. Deze sessie is ook ter voorbereiding op de behandeling van en de besluitvorming over bestemmingsplan Maasterras fase 1.

En deze komt, als het goed is, volgende week donderdag naar de raad. De sessie van vanavond bestaat uit 2 delen. In het eerste deel krijgt u een technische toelichting vanuit Antea en vanuit de projectorganisatie. In deel 2 is er gelegenheid om met Platform Weeskinderendijk en de projectorganisatie inhoudelijk over de uitkomsten van gedachte

2

te wisselen. En dan is er aan het eind van de avond, om 22.00 uur, nog een besloten commissie, waarin de varianten financieel naast elkaar worden gezet. We gaan beginnen met de presentatie van Marien Kornet van de Antea Group. En het voorstel is even, dat is het meest werkbare, want anders dan wordt dat te veel door elkaar heen, eerst de presentatie. Als u een vraag heeft, schrijf hem even op dan doen we na de presentatie een rondje met de vragen die er zijn. En zo gaan we het vanavond in verschillende stapjes op deze manier doen. Het woord is aan de heer Kornet. Gaat uw gang. Mevrouw Kornet: Dank u wel, voorzitter. In mijn presentatie ga ik even kort stilstaan als eerste bij de toelichting op de methodiek, om even iedereen mee te nemen in, hoe is de beoordeling tot stand gekomen en welke criteria horen daarbij? Ook even een korte terugblik naar hoe het VKA, het voorkeursalternatief, zoals in het ontwerpbestemmingsplan zat, beoordeeld is. En vervolgens te kijken naar de beoordeling van het nieuwe stedenbouwkundig plan van de gemeente. Waarin we ook even inzoomen van, waar zien we nu echt de verschillen? Waar zien we de verschillen met de beoordeling van het voorkeursalternatief ontstaan? En als laatste punt ook kijken naar de beoordeling van variant van de Weeskinderendijk-Oost. Om even terug te blikken op de methodiek. De methodiek van het OER.

De beoordeling is gebaseerd op de zeven doelen uit de Omgevingsvisie. Die staan daar aan de rechterkant, met daarbij de onderliggende aspecten. Die samen vormen eigenlijk het beoordelingskader van het OER. Om een beoordeling te geven, om te laten zien, hoe scoort een variant, een alternatief op zo’n aspect, gebruiken we de beoordelingsschaal die daar in het midden staat. De linkerkant is een slechte score. De rechterkant is een goede score. En om onszelf bij de beoordeling ook handvatten te geven, hebben we bepaalde criteria gedefinieerd, de minimale en optimale kwaliteit. Eigenlijk zijn dat grenzen waarvan we zeggen, als je daar in de buurt komt, dan doe je het heel goed bij de optimale kwaliteit. Kom je bij de minimale kwaliteit, dan heb je echt een grote opgave. En op sommige punten zitten daar ook wettelijke kaders in verwerkt. Bijvoorbeeld voor stikstofdepositie, de minimale kwaliteit is dat je geen toename van stikstofdepositie mag hebben. Die criteria, de minimale en optimale kwaliteit, zijn voor ons ook echt bedoeld om dat schuifje te kunnen bepalen. Daar zitten soms echt getallen in waarvan wij weten, kom je halverwege uit, dan moet dat schuifje halverwege staan. Het helpt ons ook om een objectieve en navolgbare beoordeling te maken. Wat ook wel goed is om te vermelden, is dat de beoordeling is uiteindelijk een samenvatting van het plan.

Het kan zijn dat je in bepaalde gebieden eigenlijk slechter scoort of juist beter scoort. Maar we geven één score voor heel het plan. Daar zitten soms wat nuances in wat in de beoordeling zo goed als mogelijk ook wel toegelicht is. En als laatste punt, er is ook geen weging toegepast. Uiteindelijk in de beoordeling zeggen wij niet, we vinden geluid belangrijker dan hittestress. Of een score op wateroverlast telt zwaarder dan een score op verkeersafwikkeling. Wij brengen het objectief en los van elkaar in beeld. En de uiteindelijke weging van, wat vinden we dan belangrijker, dat is aan de raad. De beoordeling van het voorkeursalternatief uit het ontwerpbestemmingsplan, die staat rechts weergegeven met de blauwe driehoekjes. Om even kort in te zoomen op waar, zien we echt belangrijke dingen? Er zitten een paar positieve elementen in. Dat is het plan echt inzetten op langzaam verkeer en ov. Binnen het gebied ruimte voor fietsen, wandelen. Lage parkeernormen en echt autoluwe gebieden. Het binnengebied werd open ingericht, met ruimte voor spelen en bewegen. En er waren hoge ambities voor

3

groenblauw. Waar zie je dat de score slechter uitkomt? Er waren verkeersknelpunten. Onder andere door het afsluiten van de Stadsbrug zag je een grote toename op de A16, zag je hogere belasting van kruispunten op de Laan der VN. En ook niet onbelangrijk is dat er toch wel hoge geluidsbelasting te zien was, met name aan de randen. Er zitten gewoon grote geluidsmakers in de omgeving, met industrieterrein, de A16, het spoor. Dat leidt gewoon tot echt hoge geluidsbelasting aan de randen van het gebied. De andere kant is weer dat de stedenbouwkundige opzet daar ook juist dat binnengebied toch wel goed geluidsluw kreeg. En er was ook wel impact op bestaande bedrijvigheid. Er moesten functies verdwijnen. Het emplacement moest weg. Stamlijn was geen plek meer voor in M1. Dat was ook echt wel impact op bedrijvigheid. Het nieuwe stedenbouwkundig plan, om even de hoofdlijnen te schetsen. De belangrijkste wijzigingen, die ook doorwerken in de beoordeling in het OER, is vooral de aanpassing van de aanlanding van de Stadsbrug. Niet alleen dat dat ruimte kost, maar ook dat dat geluid- en luchtverontreiniging met zich meebrengt. Er komt autoverkeer overheen, ook al wordt dat wel als stadsraad met 30 kilometer per uur ingericht. De verwachting is dat 14, 15, 16 duizend voertuigen per etmaal is toch fors. En dat zie je ook terug in resultaten van de geluidsbelasting.

Het behoud van het emplacement en de Stamlijn vraagt gewoon ruimte. Dat gaat ten koste van de ruimte die eerst in M1 als park bedacht was. Het behoud van de aanlanding en het emplacement vraagt om een nieuwe stedenbouwkundige opzet. Wat je daarin terugziet, is dat er meer gesloten bouwblokken gecreëerd zijn, ook langs de aanlanding. Dat de Weeskinderendijk verlegd is, zodat er een nieuw, groot groengebied ontstaat tegen M4 aan. En dat een deel van het maaiveld opgehoogd is. Dat zijn even belangrijke wijzigingen die terugkomen in het OER. Om even naar de beoordeling eerst een algemeen beeld te schetsen van hoe de beoordeling eruitziet. Algemene conclusie is toch wel dat de verschillen ten opzichte van het VKA beperkt zijn. Een paar dingen springen eruit. Die hebben met name te maken met ruimtebeslag en de milieu-impact van de aanlanding van de brug. Als ik bijvoorbeeld kijk naar autoverkeer, dan zie je, dat leidt toch echt wel tot geluid. Wegverkeerslawaai in het gebied neemt toe. De geluidsbelasting op de gevels langs die aanlanding zullen we straks nog even wat meer op inzoomen. Het autoverkeer heeft ook negatief effect op de luchtkwaliteit. En daar zie je denk ik nog wel de grootste sprong, omdat er in dat gebied toch wel toenames van 4, 5 microgram ten opzichte van het VKA te zien zijn. Is wel even goed om te vermelden.

Want in de huidige situatie rijdt er ook verkeer over de Stadsbrug, maar als je het vergelijkt met het VKA waar de Stadsbrug afgesloten was voor autoverkeer, dan zie je die toename. Belangrijk is ook nog wel om te melden dat de berekening van stikstofdepositie, net als het VKA, geen toename van stikstofdepositie laat zien. Daar zien we geen verschillen. Ik loop even een paar punten langs, die toch ook wel, als het gaat omgevingseffecten en de kwaliteit van het woon- en leefmilieu, heel belangrijk zijn. De eerste is de verkeersafwikkeling. Op het plaatje rechts zijn voor enkele wegen 3 cijfers te zien. Dat is de referentsituatie, dat is de toekomstige situatie, zonder ontwikkeling van Maasterras, dat is het VKA, zoals het in het ontwerpbestemmingsplan zat en dat is de nieuwe stedenbouwkundige variant. Het grootste verschil, dat werd net al even genoemd, in het VKA gingen er maar 200 voertuigen per etmaal, dat waren de bussen, over de Stadsbrug. Nu komt daar het autoverkeer bij en komt dat iets boven de 15.000 voertuigen uit. En die 15.000 moeten ook ergens vandaan komen. In het VKA was de toename heel groot op de A16. Eigenlijk zag je een soort wisselwerking tussen de

4

Stadsbrug en de A16. Doordat nu de Stadsbrug in de nieuwe variant weer open is, zie je eigenlijk dat diezelfde 15.000 afgenomen is, met iets minder mate op de A16. Ook de Weeskinderendijk Beneden is gewoon een drukke weg. En dat zie je ook in de cijfers. In het VKA zat hij rond de 20.000. Hier is een lichte afname te zien, maar nog steeds een toename ten opzichte van de referentsituatie. Dat even voor het algemeen beeld voor verkeer. Om even in te zoomen op geluid, specifiek over het geluid van de Stadsbrug. Ik noemde het net al even, die 15.000 motorvoertuigen per etmaal is echt een nieuwe geluidsbron in het gebied. En je ziet dat de geluidsbelasting op kan lopen tot tussen 58 en 63 dB op de gevels die daar langs de Stadsbrug staan. Nergens leidt het in deze stedenbouwkundige opzet tot overschrijding van de hoogst toelaatbare waarden. Die is 63 dB. Maar je ziet wel dat er overal hogere waarden nodig zijn, want de voorkeurswaarde van 48 dB wordt wel overschreden. En om te zorgen dat het geluid van de Stadsbrug niet het hele gebied in gaat, zie je ook dat het effect van de afschermende werking van de gesloten bouwblokken, die nu langs de weg staan, eigenlijk daarachter, achter die eerstelijnsbebouwing noemen we dat, daar zie je vooral blauwe puntjes. Daar ligt de geluidsbelasting van de Stadsbrug onder de 48 dB.

Het algemene beeld voor geluid wijzigt eigenlijk niet heel erg ten opzichte van het VKA. Er is nog steeds een hoge geluidsbelasting van buiten het gebied. Daar is niks aan veranderd. Misschien wel goed om te vermelden is het emplacement zelf, wat ook aangemerkt wordt als geluidsbron, industrielawaai, die is ook berekend, daar zijn geen overschrijdingen van de voorkeurswaarde te verwachten. Verder zien we eigenlijk langs de randen nog steeds die hoge geluidsbelasting, die ook bij het VKA te zien was. En bij punt 4 is wel even goed om te vermelden, de openingen tussen de bouwblokken langs de Stadsbrug, daar gaat het geluid tussendoor. En dan zie je dat daar wel in dat openbare gebied een toename van geluid te zien is. Maar nog steeds, en dat is misschien niet heel goed te zien, maar aan de lichtblauwe en lichtgroene bolletjes aan de binnenkant is te zien dat die binnenterreinen nog steeds geluidsluw zijn. En het laatste punt, wat eigenlijk ook voor het VKA gold, is dat de cumulatieve geluidsbelasting, als je kijkt naar het geluid van alle bronnen tezamen, die komt niet boven de 70 dB uit. Er zijn meerdere aspecten die raken aan de inrichting en de kwaliteit van de openbare ruimte. Ik heb even kort wat positieve en negatieve dingen op een rij gezet. Er is door dat park in M5 wat meer openbare ruimte en groen rond het cultuurplein gecreëerd.

Daar heb je minder last van het autoverkeer, wat in het VKA langs het plein liep. De maaiveldophoging geeft kansen voor de waterveiligheid. De ambitie om Maasterras als vluchtlocatie in te richten of voor wateroverlast voor het … Andere manieren van waterberging in het gebied. De negatieve aspecten hebben ook echt weer te maken met geluid. Het wegverkeer dat ook de kwaliteit van de openbare ruimte negatief beïnvloedt, doordat het geluid toeneemt. Tegelijkertijd is die weg ook een barrière. Waar het eerst een weg was waar fietsers en voetgangers vrij overheen konden en ook van oost naar west konden kruisen, daar is nu een weg met 15.000 voertuigen die gekruist moet worden. En dat het een 30 kilometer per uur stadsweg is, dat is weer iets positief, maar het blijft nog steeds een barrière. Je kan niet vrij oversteken. Die ruimte die ervoor nodig is, dat gaat ook ten koste van de ruimte voor spelen en bewegen. Dat wordt eigenlijk meer ingericht nu in de grotere parken aan de flanken. Je ziet nog wat dichtere bebouwing, wat meer ruimte voor infra, dat heeft ook licht negatieve effecten op hittestress. Als ik kijk naar de variant van Weeskinderendijk-Oost van de bewoners, daar moeten we even een paar dingen vermelden. Wat wel belangrijk is voor de beoordeling van het VKA en de nieuwe

5

stedenbouwkundige variant van de gemeente, daar liggen gedetailleerde uitwerkingen en cijfers aan ten grondslag die wij nodig hebben om een goede, concrete beoordeling te doen. Dat ligt hier iets anders. We hebben dat zo goed als mogelijk proberen te doen, maar niet alles is helemaal in detail uitgewerkt. Ik weet bijvoorbeeld niet of de profilering van de wegen helemaal voldoet aan alle normen en of dat allemaal past. Ik weet niet of alle cijfers van groen, water, infra, bebouwing totaal allemaal past. Ik krijg wel een goed beeld van het plaatje. We kunnen wel een inschatting doen, maar er zitten wat onzekerheden in. En daar horen wat nuances bij. Wat ook belangrijk is om te vermelden, het is ook al een beetje op het plaatje te zien, het is een uitwerking van M3 en M4. Voor de vergelijking en voor de beoordeling heb ik mij gericht op de vergelijking tussen M3 en M4. Wat de gemeente voor M5 heeft gedaan, dat is bij de bewonersvariant niet uitgewerkt. Dat heb ik ook niet meegenomen in de beoordeling. Dat zou een oneerlijke vergelijking geven. Ik heb even kort op een rij gezet wat die gevolgen voor de beoordeling zijn. Is dat we wat meer kwalitatief moeten kijken. Er missen hier en daar cijfers, er missen onderbouwingen, er missen doorrekeningen. Als die cijfers er niet zijn, kunnen wij ook geen verkeerseffecten berekenen.

En als je geen verkeerseffecten hebt, dan kan je de geluidsbelasting van wegverkeer, de stikstofdepositie niet berekenen. Dat werkt door in meerdere aspecten, waardoor sommige aspecten gewoon op dit moment niet te beoordelen zijn. En zoals ik al zei, dat er voor meerdere aspecten wat onzekerheid in zit. En wij hebben dat proberen te tackelen door een bandbreedte aan te geven. Er is wel een schuifje geplaatst, maar er zit een bandbreedte omheen. Het kan nog naar links, het kan nog naar rechts. Op die manier proberen we ook uitdrukking te geven aan onzekerheid. Ook met die onzekerheid en met dat wij niet alles door hebben kunnen rekenen, kunnen we wel zeggen dat er, als het gaat om het OER, gewoon geen grote verschillen zijn tussen de bewonersvariant en de variant van de gemeente. De belangrijkste verschillen zitten wat ons betreft in het woningbouwprogramma, dat het er iets anders uitziet. We hebben hier te maken met de woningen die behouden blijven, die ruimte vragen, de weg Weeskinderendijk-Oost zelf, maar ook de aanlanding van de brug, die in de variant van de bewoners voorzien is van een ventweg aan beide flanken. Dat vraagt iets meer ruimte. En dat werkt op sommige aspecten door. Om even een paar te noemen. Om echt concreet in woningaantallen en kwalitatieve cijfers van woningen te duiken, dat was niet mogelijk.

Maar ons beeld is dat als er meer ruimte nodig is voor de woningen zelf en voor de infra, en je houdt gelijkwaardige stedenbouwkundige uitgangspunten aan qua hoogte en woninggrootte, dan is de verwachting dat je iets minder woningen kwijt kan. Puur vanwege het feit dat je gewoon minder ruimte hebt. Als je van eenzelfde dichtheid uitgaat, dan zal je op een iets lager aantal woningen uitkomen. Je kan het natuurlijk oplossen door in de hoogte te gaan bouwen, maar dat zijn juist de lagen die bijvoorbeeld qua geluid niet goed scoren. Dan lever je eigenlijk weer in op een ander aspect. Je kan natuurlijk kleinere woningen gaan bouwen, maar dan scoor je weer anders op het kwalitatieve woningbouwprogramma. Het aantal woningen kan je wel gelijktrekken, maar dat gaat dan mogelijk ten koste van andere aspecten. Het ruimtebeslag van de auto-infrastructuur heb ik al benoemd. Het is wel, moet ik ook eerlijk zeggen, lastig te beoordelen. Hoe dat precies eruitziet, weet ik ook niet. Dat is ook wel belangrijk om te melden, er wordt in de woonvariant niet uitgegaan van de volledige ophoging van het maaiveld tot aan de aanlanding van de brug. Dat betekent dat je met name aan de noordkant nog onder de brug door kan. Daar heb je die barrièrewerking, die in de gemeentelijke variant zit, niet. Tegelijkertijd heb je nog wel de ventweg die er

6

ligt. Dat is ook een barrière, maar wel een lichtere barrière, omdat daar naar verwachting veel minder verkeer overheen gaat. Maar hoeveel, dat kan ik niet zeggen. Dat was het, tot zover. Zijn hier nog vragen over? De voorzitter: Ik wilde net zeggen, het is heel helder. Het volgende onderdeel is al aangekondigd, vragen. En de eerste die ik zag, was mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Het gaat mij om het schuifje over de luchtkwaliteit. Ik zie dat die aardig rechts staat. Nu ben ik hem zelf even kwijt. Hij staat aardig rechts. Aardig in het groen. Nu hebben wij toevallig vandaag ook Agendacommissie gehad. En daar stond de raadsinformatiebrief over luchtkwaliteit bij. En als je die gaat lezen, dan zie je een overzichtje met straten waar het niet zo goed gaat. En vanaf 2030 gaan de Europese normen geldig zijn. En dan zie je dat we bij de Dokweg in de problemen komen. Nu hoor ik u ook vertellen dat er 14 tot 16 duizend voertuigen per etmaal over de Zwijndrechtse brug gaan. Ik denk niet dat het daardoor naar beneden gaat. Hoe kan dat schuifje dan zo bij optimaal staan, bij luchtkwaliteit, als het alleen al op die plek niet aan de eisen van Europa voldoet? Mevrouw Kornet: Dat klopt. En dat is een van die punten waar je echt grote verschillen ziet tussen de plekken waar je zit in Maasterras. Langs de randen, langs de drukke wegen is het slecht.

Dat geldt langs de Dokweg. Geldt ook in de buurt van de A16. En met het openstellen van de Stadsbrug krijg je dat ook direct langs de flanken van de Stadsbrug. Hoe dat scoort, exact zit ten opzichte van de norm van 2030, dat is lastig te zeggen. De verwachting is dat je dat net wel, net niet ... Het wordt echt een lastig punt. Maar dat zijn de plekken waar je eigenlijk slechter scoort. Die zou je, als je puur alleen naar die plekken kijkt, verder naar links zetten, richting de minimale kwaliteit. Maar aan de oostkant scoor je weer beter. Dan zou je hem juist weer richting de optimale kwaliteit zetten. Dit is echt een aspect wat een heel divers beeld laat zien, door het gebied heen. De heer Van der Spoel: Mag ik daar een korte vervolgvraag op stellen, voorzitter? Wat ik dan niet zo goed begrijp, en misschien kunt u dat voor mij duiden, het gaat over luchtkwaliteit ... U zegt, aan de kant van de snelweg is het te veel, aan de Dokweg is het te veel. Blijft dan alleen dat middenstukje … Want volgens mij is dat hele gebied dan toch te veel? Mevrouw Kornet: Dat ligt er net aan hoe kort je op de weg zit. Het neemt wel snel af als je verder van de weg af zit. Er zijn wel binnen gebieden waar het beter is. Maar het algemene beeld klopt. De randen zijn op dit punt slecht. En met de aanlanding heb je ook een middengebied waar het iets slechter wordt. De voorzitter: Mijnheer Damen.

De heer Damen: Het is al vaker gezegd, geluid speelt een hele belangrijke rol. En dat vertaalt zich ook in de mogelijkheid om hoger te bouwen, zonder dat je geluidsproblemen krijgt. Is er iets te zeggen over … Want bij de brugweg is er heel nadrukkelijk gekeken naar reductie van het geluid, 30 kilometer autosnelheidsbeperking. En is er ook iets te zeggen over geluidsreductie van de A16 en van de Dokweg, die verdergaat dan in de nu voorliggende plannen? En levert het dan dadelijk meer mogelijkheden op voor hoogbouw?

7

Mevrouw Kornet: Voor hoogbouw niet. Dat heeft er eigenlijk mee te maken, er zijn zeker mogelijkheden voor de Dokweg. Daar gaat de gemeente ook zelf over. Daar is ook geluidsreducerend asfalt mogelijk. Lastig punt is wel dat, met heel veel kruispunten dicht op elkaar, de haalbaarheid van geluidsreducerend afvalt minder wordt. Ik zal daar niet te veel in detail gaan. We hebben daar wel naar gekeken. Het is ook doorgerekend. En dat kan 2 tot 3 dB schelen voor de geluidsbelasting van de Dokweg. Voor de A16, dat is lastig, daar is eigenlijk al het meest optimale, het meest geluidsreducerend asfalt toegepast. En los daarvan, ook in dit gebied zijn industrielawaai en spoor de dominante bronnen. Je kan zeker wat doen aan het geluid van het wegverkeer. Alleen die bronnen blijven. Die zijn, als het gaat om cumulatieve geluidsbelasting, ook wel dominant. De heer Damen: Het overkluizen van de A16 in een bepaalde mate heeft beperkt effect? Mevrouw Kornet: Ja, een groter effect direct langs de A16, maar zeker met hoogbouw zie je dat industrielawaai ook echt een rol gaan spelen. Dat komt heel ver het gebied in. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Beginnen we met één vraag? De voorzitter: Het liefst heb ik dat iedereen maar één vraag stelt, ja. Mevrouw Van Herwijnen: Dan ga ik het toch ook nog even hebben over geluid.

Want ik kom in de memo van jullie tegen dat er een voorkeursgrenswaarde is voor verkeer met een geluidsbelasting van 63 dB. En later kom ik een cumulatieve geluidsbelasting tegen. En daar wordt aangegeven, daar gaan we de grens van 71 over. Waarom is daar niet verwezen naar die voorkeursgrenswaarde, of hebben we cumulatief geen voorkeursgrens? Mevrouw Kornet: Dat laatste is correct. De grenswaarden gelden per bron. Er is een voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer en voor industrielawaai, die verschillen per bron. Voor cumulatieve geluidsbelasting zijn geen grenswaarden. Daar gaat het gemeentelijk beleid op. En daar heeft de gemeente gezegd dat 70 dB is voor de gemeente de grens. Maar er is geen wettelijke grens vanuit de overheid. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ik ben benieuwd, het ging al even over de verkorte aanlanding, die landt in de bewonersvariant midden in de wijk. Het ging er dan even over, in het meest noordelijke deel kun je daar onder die weg doorlopen, zit er ook nog een ventweg. Ik ben benieuwd of er in de Omgevingseffectrapportage ook dan zichtbaar wordt wat dat doet ook met sociale veiligheid en mobiliteit heen en weer. Of zit het stukje sociale veiligheid in de andere aspecten, die misschien later vanavond aan de orde komen? Mevrouw Kornet: Sociale veiligheid zit niet concreet in deze beoordeling.

Dat is een heel lastig te beoordelen aspect. Dat heeft heel veel te maken ook met hoe … Als het gaat bijvoorbeeld om ergens onder een brug doorgaan, dat kan donkere plekken creëren. Dat

8

gaat er heel erg om, hoe richt je dat in, hoe kleed je dat aan, hoe ziet de verlichting eruit? En dat is in deze fase nog niet bekend. Dat komt eigenlijk pas in een latere fase. Daarom is dat een aspect wat voor ons heel lastig te toetsen is. Eigenlijk om kort te zijn, dat zit niet zo in onze beoordeling. De heer Noldus: Voorzitter, en dan toch het laatste over de ... De voorzitter: Kort. De heer Noldus: Mijn vraag bestond uit twee aspecten, sociale veiligheid en mobiliteit tussen de twee deelgebieden. Is in het kader van die brugweg dan te zeggen wat de impact daarvan is op het stukje aanlanding? Mevrouw Kornet: Dat hebben we hooguit kwalitatief kunnen doen. In het geval van de bewonersvarianten geconstateerd dat aan die noordkant geen barrièrewerking is. Fietsers en voetgangers kunnen daar onderdoor, zonder dat ze een drukke weg over moeten. Aan de zuidkant, als die brug wel op het maaiveld ligt, dan heb je wel die barrièrewerking. Op dat onderdeel scoort de bewonersvariant net iets beter. De voorzitter: Krijgen we mevrouw Stolk. Nee? Dan gaan we door. Mijnheer Bootsman wordt het dan. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik ga toch ook nog een vraag stellen over geluid. En het geluid is hard. Maar stel je voor dat je daar nu woont. Er is daar een mooi gebouw gebouwd. Er wonen mensen. En die mensen willen bijvoorbeeld hun raam openzetten.

Is het dan binnen nog een beetje te doen qua geluid, of moet je echt alles dichthouden en aan de geluidswerende kant gaan zitten? Want hoe schat u dat in? Mevrouw Kornet: Nu komen we op het aspect van dove gevels, wat een maatregel is om aan die zijde waar de geluidsbelasting heel hoog is, dan kan je dove gevels toepassen. En dat wordt op heel veel aspecten ook gedaan en vastgelegd in het plan. En dat zijn gevels waar je geen raam open kan zetten, vanwege het feit dat als je dat wel doet dat dan inderdaad de geluidsbelasting in je woning gewoon te hoog wordt. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Ik ben blij dat mijnheer Kornet aangaf dat we vanavond M3 en M4 vergelijken, omdat M5, als je die meetelt in de ene vergelijking en dat niet doet in de andere, dat je dan een scheef aantal woningen krijgt. Ik heb een vraag over de stikstofuitstoot. U gaf aan dat bij de voorkeursvariant en de nieuwe stedenbouwkundige variant, dat daar nauwelijks verschil in zit. U geeft niet aan in uw presentatie hoe dat zit bij de bewonersvariant. En ik ben helemaal niet technisch, maar ik denk, als je geen huizen hoeft te slopen, dan krijg je ook minder stikstofdepositie. Dus is de bewonersvariant daar een plus in, als je dat vergelijkt. Is dat juist? Mevrouw Kornet: Dank voor die vraag, want dat is wel een belangrijk punt om even te noemen.

Eerst de kanttekening wel, we hebben hier niet aan kunnen rekenen. Ik heb niet kunnen bepalen wat de bijdrage van de bewonersvariant is. Alleen als we kijken

9

naar het plan, als je kijkt naar de stikstofeffecten, dan zijn twee dingen belangrijk. Dat zijn bij woningbouw de verkeerseffecten. Dat is een aspect van de ontwikkeling, dat leidt tot stikstofemissies. En dat kan leiden tot stikstofdepositie. Dus het negatieve effect. Die zijn voor de bewonersvariant niet bekend. En we hebben geen verkeersberekeningen kunnen doen. Ander aspect van stikstof is, wat verdwijnt er in het gebied? Wat gaat er weg? En zitten daar dan functies bij die op dit moment stikstofemissies hebben? En dat kunnen bestaande bedrijven zijn, maar dat zijn ook bestaande woningen, zeker oudere jaren 30-woningen hebben stikstofemissies, vanwege de gasaansluitingen, cv-ketels. En in het plan op het moment dat die verdwijnen, dan gaat er stikstof weg. En door dat tegen elkaar weg te strepen, het welbekende salderen, kan je op een positief of minder negatief effect uitkomen. En mijn verwachting is dat doordat in de bewonersvariant er 44 woningen minder weggaan, dat daardoor er minder stikstofemissies verdwijnen. En dat daardoor de bijdrage iets hoger uitvalt dan die van de variant van de gemeente. Doordat er minder weggaat in het gebied, zal uiteindelijk per saldo een iets grotere toename stikstofdepositie te verwachten zijn. De heer ‘t Lam: Mag ik een kleine aanvullende vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Vooruit.

De heer ’t Lam: Is er bekend welke stikstofuitstoot er is? Want ik heb een technische vraag gesteld. En toen kreeg ik als antwoord 0,00. Nou weet ik niet of dat het nog verdergaat achter die tweede 0. Maar ik kan me niet voorstellen dat heel Nederland stilligt, vanwege stikstofuitstoot, en dat we hier op 0,00 uitkomen. Mevrouw Kornet: Gelukkig gaat die inderdaad niet verder dan 0,00. Anders wordt het nog ingewikkelder. Maar er zitten rekenbestanden bij. En ook uiteindelijk in het hele totale pakket van het onderzoek heb je AERIUS, dat is het rekenprogramma. Die draait een pdf uit. En daar staan ook de emissies in van wat het nu is en de emissies van als het plan ontwikkeld is. En daar is wel te zien, wat zijn de emissies van de ene en wat zijn de emissies van de andere. En het getal wat er uiteindelijk uitkomt, dat is hoeveel stikstof er neerslaat in het natuurgebied. En dat is inderdaad die 0,00 uiteindelijk, het resultaat. Het kan zijn dat het ook een afname is, maar dat laat het rekenprogramma niet zien. Dat laat eigenlijk alleen zien wat de bijdrage is. En als je geen bijdrage hebt of zelfs een afname, dan geeft hij 0,00 aan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraag. En ik weet niet of die nu in de presentatie gesteld moet worden of later.

Want we hebben ook een extra document voor ons gekregen, wat ik dan ook probeer af te zetten met wat ik hier hoor. Ik ga toch proberen de vraag te stellen. En dat gaat over het eerste punt, de aantrekkelijke stad, en dan wonen. Het is natuurlijk met name een woningbouwproject. Op zich, er wordt aan de minimale eisen voldaan. En ik lees in het rapport eigenlijk dat de bewonersvariant daar wat negatiever op scoort. En ik zie op het document wat ik heb gekregen dat dat juist anders is. Voor mijn beeldvorming, kunt u iets zeggen van wat wil dat thema, dat aantrekkelijke stad wonen, nu precies zeggen? Wat behelst dat?

10

Mevrouw Kornet: Eigenlijk bij wonen kijken we naar twee dingen. Dat is het totale woningbouwprogramma. Gewoon puur op basis van aantal woningen. Maar ook naar het kwalitatieve programma. De diversiteit in het programma en de wijze waarop dat aansluit bij de behoefte die er op dit moment in de stad is. Dat laatste is lastig te beoordelen, omdat dat nog niet echt helemaal voor elk woningtype uitgewerkt is. Er zijn wel indicaties. Het eerste aspect raakt een beetje op het punt wat ik ook in de presentatie al aangaf, we hebben deze beoordeling gedaan puur op basis van dat wij zien dat er in de bewonersvariant ruimte, ik noem het maar even zo, afgesnoept wordt voor de bestaande woningen en de bredere aanlanding. En als je dan dezelfde stedenbouwkundige uitgangspunten hanteert, dezelfde dichtheid, dezelfde bouwhoogtes, dan heb je gewoon minder ruimte beschikbaar voor wonen. En dat zou dan leiden tot een lager totaal aantal woningen. Vandaar dat die iets meer richting de minimale kwaliteit geplaatst is. De voorzitter: Verder heb ik geen handen meer gezien. Ook geen spijtoptanten? Mevrouw Van Herwijnen, vooruit. Mevrouw Van Herwijnen: Als ik een tweede vraag mag stellen, dan heel graag. Nog even een vraag over de effecten op het aspect inrichting openbare ruimte. Er wordt aangegeven, er is geen semiopenbaar gebied meer.

Wat wordt daarmee bedoeld? Mevrouw Kornet: Dan doelt u, denk ik, op de vergelijking met het voorkeursalternatief. In het voorkeursalternatief, in het ontwerpbestemmingsplan waren bouwblokken die met name aan één kant open waren. En dan had je een binnenterrein wat toegankelijk was eigenlijk. Maar omdat het ingesloten lag in een bouwblok, is dat niet volledig openbaar terrein. En in de nieuwe stedenbouwkundige opzet, ik zal misschien even het plaatje erbij … Zijn eigenlijk de meeste blokken helemaal gesloten. En als het helemaal gesloten is, dan is het gewoon geen openbaar terrein meer. Niet meer semi, gewoon volledig privéterrein eigenlijk. De voorzitter: Dat is dan echt de allerlaatste, dames en heren. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. U bent soepel in mijn richting vanavond, Vraagje nog. Is er ook gekeken naar de parkeerdruk in Oud-Krispijn? Want daar zal extra parkeerdruk ontstaan als dit plan gerealiseerd wordt. Welke variant je ook kiest. Mevrouw Kornet: Voor dit plan en voor de beoordeling bij parkeren is echt gekeken, wat is de parkeernorm en hoeveel parkeerplaatsen zijn er dan nodig voor het totaal aantal woningen? En bij een hele lage norm horen ook meer maatregelen.

Er is vooral gekeken, neemt de gemeente ook voldoende maatregelen, zoals stimuleren van fietsen, ovgebruik, om te zorgen dat dat lage autogebruik, het lage autobezit ook waargemaakt wordt? En als we dat kunnen onderbouwen, dan gaan we ervan uit dat parkeren daar in dat gebied opgelost wordt. Maar er is ook wel geconstateerd, als je in dit gebied met hele lage parkeernormen gaat werken, dan zal je ook iets moeten doen met het parkeerbeleid aan de flanken, om die overlast te voorkomen. De voorzitter: Dat was hij? Mijnheer Kornet, heel erg bedankt.

11

Mevrouw Kornet: Graag gedaan. De voorzitter: Ik ben toch bang dat u niet op uw plaats mag blijven zitten, want daar mag dan iemand anders zo meteen zitten. Mevrouw Smid, namens de organisatie, voor een korte introductie op het volgende gedeelte. Mevrouw Smid, een korte introductie. Mevrouw Smid-Marsman: Dank u wel. Het leek ons verstandig om nog heel even kort toe te lichten wat de status van de OER was, omdat er in de vorige discussie ook wat vragen waren over, is het nu wel onafhankelijk? De gemeente huurt het in. Wat denk ik daarbij relevant is om te melden voor de mensen die al wat langer meedraaien, vroeger maakten we een MER, een Milieueffectrapportage. Die is ondertussen vervangen door een OER, omdat die wat breder is. Maar die OER maken wij ook, omdat we daar als gemeente toe verplicht zijn. En die wordt ook getoetst door de MER-commissie. Dat betekent dat deze OER ook aan de MER-commissie is voorgelegd, die een oordeel velt of de onderbouwing die hieronder zit, op het gebied van de verschillende milieu-elementen en de waardering van de luchtkwaliteit en dat soort zaken, voldoende onderbouwd is om een goed besluit te kunnen nemen. In die zin, nog een onafhankelijke toetsing heeft plaatsgevonden op dit punt. Om die onafhankelijke toetsing te kunnen doen, liggen er onder zo'n OER inderdaad een heleboel berekeningen.

U hebt ook gehoord over stikstofdepositie, over verkeersmodellering, over geluid. Het plan wat de bewoners gemaakt hebben, hebben we op een aantal vlakken nog niet kunnen doorrekenen, omdat het nog niet gedetailleerd genoeg is. Dat is logisch. Dat is ook op geen enkele manier een verwijt. Maar het maakt dat we ook niet exact op dezelfde manier dingen kunnen vergelijken. Betekent ook dat we bij de beoordeling van het plan moeilijker een vergelijking kunnen maken en we ervoor gekozen hebben, en dat zal zo gebeuren, om te laten zien wat naar ons idee stedenbouwkundig de effecten zijn van het handhaven van de woningen. Niet een oordeel over het plan van de bewoners, maar wel vanuit gemeentelijke optiek beoordeeld, wat zien wij als elementen uit het plan van de bewoners waar wij zorgen, vragen over hebben of wat we als effect zien van het behoud van de woningen? Niet omdat we niet een serieuze vergelijking willen doen. Niet omdat we geen waardering hebben voor de tijd en de moeite die er door bewoners is ingestoken, maar gewoon, het heeft niet voor niks zolang geduurd voordat we bij waren met dit plan, omdat er ook heel veel onderzoek voor nodig is geweest. En daar wilde ik het bij laten. De voorzitter: Ik zie mevrouw Stolk, een hele korte technische vraag. Mevrouw Stolk: Een hele korte technische vraag. Of die technisch is, weet ik niet.

De voorzitter: Dat hoop ik wel, want het is een technische sessie. Mevrouw Stolk: Ik snap hem. Maar wat u zegt, klopt het dat Urban Space niet de juiste informatie heeft aangeleverd, of te weinig? Mevrouw Smid-Marsman: Nee, sowieso niet niet de juiste informatie. Dat is niet aan de orde. Wat Urban Space heeft gedaan, is op basis van de kennis die zij hebben een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt over hoe naar hun opvatting er een plan ontwikkeld zou kunnen worden, waarbij de woningen behouden bleven en toch de

12

ambities van de stad zoveel mogelijk gewaar kunnen worden. En dat is het. En daar ligt niet onder … U weet, bijvoorbeeld in een vorige presentatie hebt u dwarsdoorsnedes gezien van de verschillende dingen. Maar hebben we bijvoorbeeld ook berekend, hoeveel verkeer gaat er over de weg? Hier zit straks een ventweg in. Dat soort dingen zijn er op dit moment niet. Mevrouw Stolk: Nog een vervolgvraag, voorzitter? Wat is ze aardig vanavond. U zegt dat dat niet goed is doorgerekend. Maar hoe heeft het college dat dan doorgerekend? Want als ik naar die dingen kijk, volgens mij heeft het college dat ook nog niet doorgerekend. Mevrouw Smid-Marsman: Het college kan het plan van de bewoners niet doorrekenen. Maar wat het college wel kan doen, en wat Antea ook heeft gedaan, is op basis van de gegevens die wij nu hebben een kwalitatieve beoordeling geven en aangeven op welke plekken wij vragen hebben, of dat wij denken waarvan wij zeggen van … Een van de dingen die dadelijk gezegd wordt, zal bijvoorbeeld zijn, je zult toch een aantal doorgangen moeten hebben. Je zal altijd ergens een aantal woningen moeten slopen. Wat u dadelijk krijgt van ons, is een kwalitatieve reactie op het plan van de bewoners. De voorzitter: Maar ik wil graag nu naar de presentatie van de ambtelijke organisatie. Misschien dat aan de hand daarvan nog het een en ander duidelijk wordt.

En anders kan u daarna nog een vraag stellen. Is dat akkoord? Mevrouw Stolk: Ja. De voorzitter: U vond me net aardig. Ik hoop dat dat ... Dames en heren, dan gaan we naar de presentatie door mevrouw Bollen, de stedenbouwkundige. En ook hiervoor geldt, even uw vragen opschrijven, zodat u ze achteraf kan stellen. Mevrouw Bollen: Goedenavond allemaal, een hele kleine correctie op wat mevrouw Smid naast mij zei. Ik ga vooral de consequenties laten zien op verschillende aspecten, wat het doet met het plan wat er is, wat voor plan je ook maakt als je de woningen van de Weeskinderendijk behoudt. We hebben net gezien in de Omgevingseffectrapportage dat eigenlijk de algemene conclusie van Antea is dat op de omgevingseffecten er niet enorme verschillen zitten tussen de varianten die vanavond voorliggen. Dus wij ook zeggen, stel dat dat enorm uit elkaar zou liggen, zouden we daar heel duidelijk kunnen zeggen, het ene plan is beter als het andere. De conclusie van Antea is dat dat niet zo is. Wij willen wel als ambtelijke organisatie en projectteam meegeven, wat voor aspecten spelen er mee? Zodat u een gewogen keuze kunt maken, moeten de woningen van de Weeskinderendijk wel of niet behouden blijven? Ik doe geen uitspraak daarover. Dat is aan u. Ik wil u alleen meegeven, er zijn meerdere afwegingen dan alleen de aspecten die in de Omgevingseffectrapportage zijn gesteld.

Ik ga geen beoordeling doen over het plan, maar u wel meenemen. De allerbelangrijkste consequentie die niet op deze sheet staat, is natuurlijk dat als wij de woningen niet slopen, kunnen de mensen die daar willen blijven wonen daar blijven wonen. Dat zijn sociaal maatschappelijke overwegingen waar ik geen oordeel over heb. Wat ik wel met u ga bespreken, zijn andere zaken. De meer technische. Het is ook een technische sessie tenslotte en geen oordeelsvorming sessie, geen politieke sessie. Ik ga proberen zo programmatisch, ruimtelijk, een heel klein stukje technisch. Ik ben geen civiel technicus, maar ik heb wel een hele goede collega in het projectteam zitten, die mij heel veel heeft uitgelegd of dingen ook maakbaar zijn. En de

13

financiële consequenties krijgt u na mij, door mijn collega Robert Offermans in een besloten sessie. Daar ga ik ook geen uitspraak over doen. Ik heb er ook geen verstand van. Dat wil ik ook niet. Op dit plaatje ziet u wat wij eerst hebben gedaan, is echt heel clean en technisch. Bij wijze van spreken een schaar gepakt en tussen dat gearceerde deel wat u rechts ziet en het plan, zoals wij met vele disciplines hebben gemaakt en met veel stakeholders. Ook dat wil ik nog heel even benoemen, als stedenbouwkundige in dit projectteam sta ik voor heel veel belangen. Ik moet kijken naar bestaande belangen, ook van bewoners, maar ook heel veel andere stakeholders. En daarbij word ik gesteund door een groot projectteam, maar ook externe mensen. Met andere woorden, wij zijn ervan overtuigd dat we een integraal plan hebben gemaakt, waarin we heel veel belangen hebben gestopt. En met mijn hand op mijn hart kan ik zeggen dat ik denk dat dit het beste plan voor deze locatie is. Zullen andere mensen anders over denken, maar als stedenbouwkundige denk ik dat wij een goed plan hebben neergelegd, waarin heel veel aspecten zijn beantwoord. Rechts ziet u dat als je dit door zou knippen, en u zou hele goede ogen hebben of een vergrootglas hebben gepakt en dat uitgedraaid, komt u op, ik moet ook spieken, 184 woningen, staan in blauwe cijfertjes.

Dat is als je het plan puur door zou knippen en je plakt de woningen van de bewoners van de Weeskinderendijk, gewoon de Weeskinderendijkwoningen, erop. Je kan niet het zomaar afknippen. Dat zal iedereen duidelijk zijn. Wat je ziet, is een bandbreedte. Als je alleen zou knippen, kom je op die 184 uit. Maar een goed stedenbouwkundig plan is meer dan alleen maar knippen. We willen ook openingen maken. We willen ook dat de woningen goed aangesloten zijn op de rest van het plan. Dan ben je al snel een aantal woningen kwijt voor goede doorgangen maken. En moet je ook eigenlijk een nieuw plan maken. Want je krijgt een nieuwe opdracht, namelijk je moet een nieuw plan maken, waarin die woningen van de Weeskinderendijk blijven staan. Die 334 is als je die hele blokken, zonder ene toren, want dat leek ons wat ver gaan, weg zou halen. Dan kom je op die 334. Daarom die bijzondere getallen. En daarom ook de bandbreedte. Want wij hebben nog geen plan gemaakt, omdat die opdracht niet voorligt met behoud van alle woningen. Dat is aan u. Als de raad dat beslist, moeten wij daar een plan op maken. En dan is de bandbreedte ongeveer tussen 200, als je clean zou knippen, tot 334, 350. Is niet getekend nog.

Wat ik daarbij wel wil zeggen, de opdracht was, en dat heb ik heel vaak de afgelopen twee jaar dat we hier mee bezig zijn, ik las ergens overhaast, maar we zijn hier echt al heel lang mee bezig, gekeken hebben van, de opgave is hier een nieuwe woonwijk maken. Dordrecht zorgt dat wij nieuwe woningen kunnen maken in de buurt van het station. En daarom wil het Rijk ons ook bijstaan met veel subsidies. Deze plek naast de binnenstad, vlak bij een station, is daar bij uitstek geschikt voor. En is misschien ook wel de enige locatie in Dordrecht waar we dit kunnen doen. Dat was de opdracht, maak hier een woningbouwwijk met veel woningen. Dat kun je doen door heel veel torens te bouwen. Maar we hebben ook gezegd, we zitten wel in Dordrecht, dus wij gaan iets maken wat de Dordtse schaal heeft. Vandaar dat ik even het bovenste plaatje weer van de Hoogbouwvisie erbij heb gezet. Dat was de opdracht, wij gaan de Ontwikkelvisie uitwerken. Maar daarbij is ook gezegd, het moet een Dordtse wijk blijven. Ik heb u, wanneer was het ook alweer, in maart ergens, dank je wel, 25 maart verteld wat ons nieuwe plan is en dat we daarin heel erg kijken van, er gaat heel veel ruimte verloren die wij eerst hadden tot ons genomen. Namelijk de Stadsbrug was weg, de Stamlijn was weg, het spooremplacement was weg. We hadden flink ruimte gemaakt. En daarbij

14

konden we woningen neerzetten. Nu die allemaal moeten blijven, kost dat ruimte. Dat betekent dat we op datzelfde gebied moeten proberen een woonwijk te maken met veel woningen, maar ook de bijbehorende voorzieningen uiteraard. Er gaat ruimte verloren. Hoe passen we dat goed in? En de resterende ruimte, we hadden daar slim over nagedacht, we dachten, maak een park op een parkeergarage, over waar nu het spooremplacement zit. Dan hebben we al die spullen daar netjes gestapeld. Dan kunnen we de rest van het gebied vrijer indelen. Dat kan nu niet meer. We moeten nog efficiënter omgaan. Daar komen deze ideeën. Nog even weer de doorsnede die u al kent van, we gaan nog steeds stapelen, maar wel binnen het gebied. Want de rest van het gebied blijft van Rijkswaterstaat, ProRail, NS. Daarbij hebben we gekeken, en dit is rechtsboven, wij willen ook dat de nieuwe wijk aansluit op de bestaande wijken. Dit nieuwe deel van M3 en M4 ligt buitendijks. Ligt sowieso hoger. M5 ligt binnendijks. Ligt een stuk lager. En we hebben gekeken, wat zijn de grenzen? Dan ziet u rechtsboven de woningen helemaal rechts. Ik kan niet aanwijzen. Een beetje, kan wel. Super. Dit zijn de woningen aan de Vlietweg, bestaande woningen met een kapje. Dit zijn de huidige woningen van de Weeskinderendijk, één laag en een kop. En onder een verdieping natuurlijk, want het zijn dijkwoningen.

Hebben we gezegd, daar kun je woningen een overgang maken. En hetzelfde zie je eigenlijk aan de Diepenbrockweg. Dat zijn gestapelde woningen. Hebben we gezegd, daar kun je schaalsprongen maken. Maar veel meer als deze schaalsprongen, ook in verband met bezonning, moet je niet maken. Vinden wij stedenbouwkundig gewoon geen goede aansluiting. Wat je ziet, is dat we verderop in het plan soms wel grotere schaalsprongen maken, om die aantal woningen te maken. Dit vinden wij niet gepast om dat tegenover de Vlietweg te zetten of tegenover de Diepenbrockweg. Er is goed gekeken, waar kun je wel die schaalsprong maken? Wat je ook ziet hier, is de bestaande woningen met een achtertuin, met een schuttinkje. Dat je ook probeert, en dat is ingewikkeld, om nog iets van privacy en bezonning ... Ik heb het een uitdaging genoemd. Is een lastige opgave, als je het op deze manier oplost. Vervolgens gekeken, wat zijn de milieutechnische gevolgen van behoud van de woningen aan de Weeskinderendijk? Daar hebben we dit plaatje nog een keer. Doordat je die woningen behoudt, puur milieutechnisch, zonder enige andere aspecten te bekijken, is deze plek in het plangebied de beste plek. Want er is het minste geluid, wr zijn plekken waar je ver genoeg van snelweg af zit en spoor, zodat je er ook een school mag kunnen bouwen. Daar kun je minder woningen bouwen.

Dat is puur het effect van de 44 woningen behouden. Als je ze behoudt, is het ook lastiger om wat gesloten bouwblokken te maken. Dat zie je ook aan verschillende varianten. Waarbij wij zeggen, en eigenlijk is dat de enige goede manier om te zorgen dat je geluidsluwe binnenkanten en ook aan de geluid niet belaste zijde je ramen open kan zetten en kan genieten in je tuin. Als je alle woningen behoudt, maar daar kom ik straks op terug. Die sla ik even over, de doorsnede. En de kwetsbare functies heb ik eigenlijk al gezegd, die moeten op afstand van de grote infrastructuur. Dit zijn wat beelden van de huidige doorsteken, waarvan je nu tussen de woningen door het plangebied in kan gaan. Zitten in ieder geval één, volgens mij twee iets bredere in, maar voor een groot deel zijn het ook dit soort doorgangen. Er staat nu natuurlijk een hek. Die kun je gewoon weghalen, kun je openmaken. Maar het feit blijft, dit is wel de ruimte die je hebt. Er zijn weinig ruimtes, blinde gevels. Die voldoen niet aan onze kwalitatieve ideeën van doorgangen, waar een noodvoertuig doorheen kan, waar je prettig doorheen kan wandelen, waar je het idee hebt dat iemand je ziet. Wij denken dat als je alle woningen laat staan, en daarom pleiten we er ook voor om sowieso, als je een doorsteek wil maken en u kiest voor

15

behoud van de woning van de Weeskinderendijk, wel te zorgen dat we op een aantal plekken bredere openingen kunnen maken. De huidige paden sluiten niet per definitie aan op de wegenstructuur die aan west- en oostzijde van het plan nu zit. Dat zou je beter aan de westzijde, waar we een nieuw plan maken, op elkaar aan moeten sluiten. En de rest heb ik al verteld. Nog even een luchtfoto van de bestaande situatie, waarin u de woningen aan de Weeskinderendijk-Oost ziet. De tuinen die wat lager liggen, zijn niet voor niks dijkwoningen. Dan een schutting. Wel of niet voorzien van een schuur. En een bestaande groenzone. Wat we ook zien, is dat achter deze woningen is eigenlijk nu het laagste gebied in dat terrein. Het is ongeveer 2, 2,5 meter. En het loopt op naar de Dokweg naar 4 meter. Er zit een soort kuil hier achter de woningen. Als u besluit om deze woning te laten staan, dan zullen we dat op moeten lossen. Dat kan op verschillende manieren. Eén daarvan ziet u hier, waarin we zeggen, dat lossen we op door nieuwe woningen met achterkanten te maken, die op hetzelfde niveau een tuin hebben, zodat je eigenlijk dat niveauverschil op deze plek oplost, en voor de rest de hogere ligging van het buitendijkse gebied kunt maken. Hoe dan ook moeten we dat hoogteverschil oplossen.

Ook als je vanuit de Weeskinderendijk naar het gebied gaat, moet je hier ergens een brug slaan of een hellingbaan, maar je kan niet mensen door een kuil laten gaan. Moeten we oplossen. Ik zeg niet dat het niet kan. Moeten we alleen nog maar oplossen. Vervolgens, dit is een punt wat wel deels in gaat op de variant van de Weeskinderendijk, namelijk de variant van de het Platform en Urban Space Studio is achter deze woningen, waar eigenlijk de bestaande groenstrook zit, een nieuwe groenstrook ook opgenomen. Ook voorzien van een wadi. Dat ligt op het lagere deel, ergens verder. Ik ga niet in op de technisch van een wadi, maar dat is lastig. Het is bodemvervuild gebied. Het spelen van kinderen in een wadi met water kan niet. Dan zal u het eerst flink moeten saneren. Kan, maar daar hebben we saneringskosten voor nodig. En vervolgens graaf je iets uit, terwijl je eigenlijk ook de hoogte moet overwinnen. Dat is niet makkelijk. Vervolgens zeggen we, die groenstructuren die je hier zou maken, wat wij eigenlijk als uitgangspunt zien, is dat wij geprobeerd hebben het Maasterras, als je kijkt op het gebied van de stad, te verbinden met zowel de groenzone Weizigtpark-spoor naar de Oude Maas toe.

Maar ook om te kijken of we de dijkzones, die al groen zijn, met behoud van bestaande bomen, ook in deze variant, net als in de variant van de Weeskinderendijk, daar is wat mij betreft geen verschil, verbinden we die aan de bestaande groenstructuren. Dordrecht is, wat mij betreft, een stad wat zich vooral kenmerkt door de dijken. Elke stad heeft een mooie kerk. Wij hebben ook een hele mooie kerk. Er zijn 2 steden met een hele mooie spoorbrug, Gouda en wij. Maar dat zijn wel echt kenmerken van onze stad. En onze dijkenstructuur, ik zeg altijd, Amsterdam heeft grachten, maar wij hebben dijken. Dat is allebei heel bijzonder. Wat ons betreft, stedenbouwkundig gezien, is het niet verstandig om een park te leggen op het gebied waar je juist kwalitatief gezien goede woningen kan bouwen. Dan waarom ik echt een vraagteken zet. Ons plan is civieltechnisch doorgerekend. Techneuten van Rijkswaterstaat, van ProRail, van de gemeente hebben gekeken, is ons plan uitvoerbaar en maakbaar? En het antwoord is ja. Als we de woningen laten staan, zullen we een aantal zaken tegenkomen. Ik heb hier enkele opgenoemd. Dat zijn niet allemaal. Maar een hoop zaken die nog niet … Bouwkundige staat van de woningen, lukt het om achter die woningen nieuwe palen te slaan om een gebied op te hogen? De huidige onderzoeken zijn ook niet gebaseerd op het handhaven. Zou je moeten gaan doen.

Met andere woorden, het een-op-een besluit nemen, wij handhaven de woningen van de

16

Weeskinderendijk en u kunt in één keer door, we zullen wel het een en ander moeten uitzoeken en technisch moeten kijken of het haalbaar is. Met andere woorden, we weten niet of we dan een uitvoerbaar plan hebben. Dat zijn even de zaken. Volgens mij heb ik alles benoemd wat in deze presentatie staat. Ik kan me voorstellen dat u vragen heeft. De voorzitter: De volgende sheet is dat. Mevrouw Bollen: Kijk eens aan. U kent hem beter dan ik. De voorzitter: Kijk eens. Ik zag volgens mij nu als eerste mijnheer Noldus. En de andere handjes ga ik registreren. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk een paar vragen. Maar ik zal met één beginnen. En dan doen misschien zo meteen nog een tweede vraag. De voorzitter: Graag. De heer Noldus: Ik heb een vraag. Want in de gemeentelijke variant wordt er ook gekozen voor parkeren onder een aantal bouwblokken, als ik me dat goed herinner. In de bewonersvariant is er gekozen voor meer parkeren op straat. Er is ook meer gekozen voor hoogteaccenten. Ik ben benieuwd of er iets gezegd kan worden over wat dat doet met het stedelijke karakter en de beleving van dat gebied, en welke accenten dat vraagt? Mevrouw Bollen: Ik bevind me op glad ijs, want ik weet niet exact hoe het zit in de variant van de bewoners. Ik heb wel een bijlage 2 gezien bij de stukken vandaag. Daarin staat dat anders dan in de presentatie die u ook heeft ontvangen.

Hier staat, er wordt alleen maar geparkeerd in de hub. In die bijlage 2 staat dat er ook onder woningblokken wordt geparkeerd. Er staan vlekken langs de aanlanding, waarin ook parkeren mogelijk zou zijn. Dan zou je wellicht een vergelijkbare optie krijgen. Alleen is dat dan op maaiveld of onder de grond. Ook daar moet ik weer naar gissen, want dat is niet uitgewerkt. Als je het op de grond doet, zou het woningen kosten, maar is het verspreid door het gebied. Als het onder de grond is, hebben we weer iets met saneren en hoge kosten. Het is heel moeilijk om hier een goed antwoord op te geven, omdat het niet vergelijkbaar is en ik niet de goede informatie heb, behalve die bijlage 2 en het plan wat u heeft gezien op 4 maart. De heer Noldus: Voorzitter, de vraag ging ook nog over het andere aspect, over de hoogteaccenten waarvoor gekozen is. Of daar iets over te zeggen is? En vooral in de dichtheid van het plangebied, of dat in enige mate vergelijkbaar is of iets over te zeggen is, tussen de verschillende plannen? Mevrouw Bollen: Dan sluit ik eigenlijk aan op wat mijnheer Kornet net zei, in de bewonersvariant staan 2 hoogteaccenten van 21 lagen. Als ik ze goed heb geteld. Ook daar heb ik het moeten doen met dezelfde informatie als u. Ik heb geprobeerd lagen te tellen. Wij hebben 3 torens van 18. Daar hebben we er 2 van 21.

Je kan zien, wat is het verschil? Alleen de locatie van die torens hebben wij wel heel secuur gekozen. Ook daarvan beoordeeld van, die kunnen ook nog beter, geluidstechnisch. Ik kan wel zeggen dat de toren die vlak bij de spoorbrug is, in het plan van de bewoners staat dat die

17

geluidstechnisch op de slechtste plek staat. Dan vang je het meeste geluid in ieder geval van de spoorbrug. En qua dichtheid kun je eigenlijk zeggen, dat op het moment dat je ervan uitgaat dat de woningen van de Weeskinderendijk-Oost blijven staan, er achter een park wordt gemaakt en vervolgens een ventweg wordt gelegd naast de aanlanding. Per saldo hou je dan minder ruimte over om woningen te bouwen. Als je hetzelfde aantal woningen bouwt, wat de heer Kornet net ook zei, zou de dichtheid daar hoger moeten, want je moet op minder ruimte dezelfde woningen maken. De voorzitter: Mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. U vertelde dat door de bouw van 44 woningen er 200 tot 334 woningen minder gebouwd kunnen worden. Dat staat op een van die eerste sheets. Nou is er verteld, toen de nieuwe Stedenbouwkundige visie werd gepresenteerd een aantal weken geleden, dat er in totaal 2.088 woningen zouden komen. Ik heb begrepen dat er dan 564 in M5 komen. En dat betekent dat er in de Stedenbouwkundige visie 1.523 komen op M3 en M4. En de bewoners gaan uit van 1.659. Er is net verteld dat we gelijkwaardig moeten vergelijken. Ik ben benieuwd hoe u dan komt tot minder woningen als we M3, M4 vergelijken? Mevrouw Bollen: De cijfers is geen speld tussen te krijgen. Die kloppen. Bedankt ook voor de bijlage vanavond. Ik vond het een heel fijn overzichtje.

Nogmaals, er is nog geen plan gemaakt door ons, waarin we het uitgangspunt hebben genomen van, behoud van de woningen Weeskinderendijk. Dat kunt u besluiten. Dan gaan wij een plan maken. Dan kun je zeggen, theoretisch, die woningaantal zou je misschien ergens kunnen compenseren. Dan moet je ergens meer woningen gaan bouwen. Want je raakt ze hier kwijt, dus je moet ergens anders woningen extra bouwen. Dat kan. Alleen hebben wij geprobeerd om te kijken, waar kun je op de beste plekken woningen maken? En per saldo kan ik zeggen, dat als je meer woningen moet maken in M3, wat eigenlijk ook de bewonersvariant is, dan duw je meer woningen in, milieutechnisch, de slechtere plekken. Je kan hoger bouwen. We hebben gezegd, in het plan wat wij hebben gemaakt, gaan we heel erg uit van de Dordtse schaal. Gemiddeld 4, 6, wat hoogteaccenten van 8 om geluid te weren. In de bewonersvariant moet je veel hoger gaan. Dat zie je ook. Gaat van 7 tot 11. In plaats van 18 wordt het 21. Je zal meer de hoogte in moeten gaan. Ook de aanlanding ligt hoger. Ook de geluidsbron breng je in het noorden hoger. Ik voorzie, nogmaals, het is niet onderzocht, dat je nog meer woningen gaat belasten met het geluid, wat hier al een hele moeilijke opgave is in dit plan om dat goed te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Damen.

De heer Damen: Ik heb een plaatje gezien waarin de kwetsbare functies, de school, midden in het plangebied lagen. En uit uw verhaal begreep ik dat als je die woningen aan de Weeskinderendijk-Oost behoudt, dat je dan daar geen kwetsbare functies, dat is logisch, kunt situeren. Maar ik heb begrepen dat in het plan daar ook helemaal geen kwetsbare functies gepland zijn. Mevrouw Bollen: Dan laat je de school waarschijnlijk op de plek staan, zoals het in ons plan staat. Maar daar kun je geen woningen intensiveren. Sorry, ik moest er even naar

18

zoeken. Dan kun je daar niet schuiven met de woningen die je misschien ergens anders wil plaatsen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik hoorde een pleidooi voor gesloten bouwblokken. En als we de woningen aan de Weeskinderendijk zouden laten staan, dan zou aan die zijde geen gesloten bouwblok kunnen worden gerealiseerd, of iets in die trant, hoorde ik in uw verhaal. Maar ik vraag me af waarom je aan die kant gesloten bouwblokken nodig hebt, want dat is toch de kant waar je juist weinig geluidsbronnen hebt. De A16, het spoor, het water ligt allemaal aan de andere kanten van het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41176