2.4 2025.01.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
40
in de opgave. Het moet ook niet zo zijn dat het een construct wordt waarin vervolgens altijd maar iedereen ook daarop te leveren heeft, want dat zou ook geen realistische opgave zijn. De voorzitter: Voldoende duidelijk? De heer Van der Meer: Nee, het is, eerlijk gezegd, geen antwoord op mijn vraag. Laat voor dit moment maar even. De voorzitter: Dan ga ik voor nu even door naar de heer Groenewege. De heer Groenewege: Als je de raadsinformatiebrief en het rapport ... Ik moet zeggen, ik heb het rapport niet van A tot Z helemaal letter voor letter doorgeakkerd. Maar als je er diagonaal doorheen gaat, dan valt het op dat het vooral een ambtelijk bestuurlijk ding is. En ook de heer Huykman zei aan het begin van zijn verhaal, we moeten de raad vooral meer informeren. En als het gaat over de betrokkenheid bij de financiën, daarom worden we als raad ook geïnformeerd met een jaarverslag. Maar dan is mijn vraag, waar is eigenlijk de actieve rol van de gemeenteraad in dit hele proces, in deze omwenteling? Is die er überhaupt of komt die nog? Is die meer gewenst in de samenwerking tussen de gemeente, een meer actieve participatie, laat ik dan zeggen, van onze Dordtse gemeenteraad? En hoe moeten we dat dan gaan doen? De voorzitter: Een actieve rol voor de raad? Wie kan daar antwoord op geven? De heer Burggraaf.
De heer Burggraaf: Dan laat ik me zeker ook graag inspireren of aanvullen door de heren naast mij. Maar kijk, die zit met name op je kaderstellende opgaves die je hebt. Als je vanuit de regio zegt, we gaan op de ... De maritieme industrie is een hele belangrijke. En daar hebben we een doelstelling op. En daar komen ook je investeringen achter weg. Dat is er dan eentje waar je vanuit de gemeenteraad je kaders op de doelstellingen mee zal moeten geven. En dat moet ook bij alle andere gemeenteraden in de regio gebeuren. Want daar komt uiteindelijk je budget en je inzet en dergelijke vandaan. En je moet gewoon goed zorgen dat je in huis hebt georganiseerd dat je ... Maar dat doe je met je eigen P&C-cyclus, via je Kadernota, Perspectiefnota, begroting en jaarrekening, waarop je toetst of de kaders en doelstellingen die je meegeeft, of daar ook vervolgens op ... Of die doelstellingen ook behaald worden? Dat is de lijn waarlangs de betrokkenheid van de raad zit. Ik weet niet of jullie zoiets hebben nog van, je hebt nu iets niet genoemd, dat zou je in dat kader ook nog kunnen aanvullen? De voorzitter: Een aanvulling van de heer Goossensen. De heer Goossensen: Een aanvulling. Kijk, vanuit stedelijke doelen heb je dingen regionaal te organiseren. Dat kunnen plankaders zijn, dat kan het instrumentarium zijn. Bijvoorbeeld iets op het gebied van maritieme maakindustrie.
We hebben een plek, dankzij uw besluit van voor de kerst, Derde Merwedehaven. Dan is het wel heel prettig en verstandig dat je via een regionale strategie ook die plek, zoals ook op andere plekken langs de oever, goed kunt invullen. Die ambitie stel je lokaal ... Zoals in ons geval een centrumstad en het instrumentarium waar dat nodig is organiseer je regionaal.
41
En ik kan me voorstellen dat we altijd vanuit lokale ambities ook goed helder kunnen maken wanneer we iets binnen de regio organiseren op dingen die wij, door u vastgelegd, ons voornemen. De voorzitter: Aanvullend, de heer Groenewege? De heer Groenewege: Een korte vervolgvraag. Want in dit model blijf je uitgaan van lokale ambities, waar je dan regionaal een mouw aan moet passen. Maar het kan ook best zijn dat de ambitie van Sliedrecht contrair is aan de ambitie van Dordrecht. Er is nu de aanname dat wij allemaal een regionale maritieme maakindustrie willen, maar dat kan in de toekomst anders zijn. En we kunnen ook op andere vlakken natuurlijk contraire belangen hebben. Is er niet een vorm te vinden of zou het niet een goede ontwikkeling zijn als er ook regionale kaders zouden komen, zoals vastgesteld door een te ontwikkelen orgaan? Ik wil niet nog een orgaan toevoegen eigenlijk. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Groenewege: Het is een gedachte-experiment, maar denk vooral mee. De heer Burggraaf: Die is er zeker wel. Want we hebben natuurlijk ook een Groeiagenda, een visie op regionaal niveau vastgesteld. En die is met de raden gedeeld. Een ander element waarop je daarop kan sturen bijvoorbeeld, die gesprekken heb ik ook wel met gemeentes, waar jullie het binnenkort in de raad ook over gaan hebben, is de Omgevingsvisie. We hebben een 2.0-versie nu liggen.
Daar heb je ook ruimtelijke keuzes of uitgangspunten. Die vertaal je of leg je vast in je Omgevingsvisie. Die weer toetsend zijn in alles wat je daaronder doet. En dat zou je natuurlijk in regionaal verband ook ... Als het gaat over mobiliteit bijvoorbeeld, a als je in de regio zegt voor de bereikbaarheid is het ov heel erg belangrijk, dan heb je ook in je mobiliteit, in de manier waarop je dingen organiseert moet je zorgen dat die ov-knopen, waar uiteindelijk heel veel vervoerswaarde moet komen, moet je eigenlijk overal in de regio dan het zo gaan plannen dat die vervoerswaarde allemaal op die plek uiteindelijk terechtkomt. Dat is de enige manier waarop je ov-systeem in regioverband gaat functioneren. En dat kan je vervolgens binnen je raden sturend maken door dat op een omgevingsniveau of visieniveau of in je lokale mobiliteitsbeleid vast te leggen. En wat wij bestuurlijk te doen hebben, is te zeggen, we hebben met elkaar gezamenlijk een visie, wat moet jij daar dan onder lokaal georganiseerd hebben om daar ook je uitvoeringskaders op te maken? En dan krijg je de confrontatie.
Want als dan een gemeente zegt, ik sta achter die visie, maar, bij wijze van spreken, het vraagt het STOMP-principe, maar mijn raad is niet bereid om het STOMP-principe toe te passen, dan moet je op de bestuurlijke tafel weer het gesprek hebben met die gemeente en zeggen, jullie hadden die ambitie, maar in de uitvoering, in de confrontatie zeggen jullie, dan moeten we allerlei andere belangen inleveren. En bij wijze van spreken, onze bewoners willen allemaal nog steeds met de auto voor de deur parkeren. Dan moet je daar ook met elkaar zeggen, dan ga je dat niet vertalen in je lokale uitvoeringskaders. Dat betekent dat je ook niet meer onderdeel bent van die visie. En dat gebeurt nu nog te veel in de regio. Nog weleens dat je zegt, de mooie vergezichten staan we achter, maar die toets van, doe je dan ook de vertaalslag
42
en maak je de keuzes waar het dingen anders doen is of je investeringen richten? En die moeten we goed op elkaar leggen om ook de uitvoering te kunnen bereiken. De voorzitter: Dan zie ik dat het inmiddels even na 22.00 uur is. Ik zie dat er ook nog een aantal vragen zijn. Als de commissie het goed vindt, dan gaan we nog even door. En de gasten ook nog een paar minuten langer willen blijven. Maar anders was het inmiddels 22.00 uur. Even een moment dan eerst. Vindt de commissie het goed dat we nog een aantal vragen behandelen? Nog een stuk of vier zag ik binnenkomen en een korte aanvulling van de heer Burggraaf. Je weet nooit of die helemaal kort zijn natuurlijk. De heer Burggraaf: Die hou ik echt kort. De voorzitter: De heer burggraaf. De heer Burggraaf: Maar de vraag was een open vraag, wat kunnen we als raad als rol vervullen? En op zich zou je natuurlijk vanuit die thema's ook met elkaar kunnen zeggen, maar dit vinden we zo'n belangrijk thema, je doet een keer een gezamenlijke sessie met alle raden om over dat thema eens met elkaar het gesprek te voeren en kijken, zitten we daar eigenlijk op dezelfde lijn of hebben we daar andere gedachtes bij? De voorzitter: Dan de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Er wordt iedere keer gesproken over dat we als centrumgemeente eigenlijk het voortouw zouden moeten nemen.
Maar hoe kijken de andere gemeentes daartegenaan? Zitten we daar eigenlijk met de neuzen dezelfde richting uit? Want ik herinner me nog even ten aanzien van de Drechtraad dat we wel het voortouw konden nemen wanneer het om kosten ging, maar zodra het ging om zeggenschap, dan wilde iedereen een gelijke vinger in de pap hebben. De voorzitter: En aan wie was die vraag gesteld? De heer Burggraaf: Ik zou hem vanuit ... Misschien kan je hem vanuit twee kanten ... Want er zit natuurlijk een bestuurlijke kant aan en er zit gewoon een samenwerking in de organisatiekant aan vast. Mijn beeld is dat, vergeleken met de vorige bestuursperiode, wel veel meer het besef is, we kunnen een centrumgemeente of Dordrecht inzetten om een aantal doelstellingen een grotere maatschappelijke businesscase van te maken. En daar kunnen we van profiteren. En dat is logisch dat we daar Dordrecht ook met hun netwerk et cetera voor gebruiken. Tegelijkertijd zit er ook wel de vraag nog achter, ook in de samenwerking, ook bijvoorbeeld vanuit die Servicegemeente, is het zo dat de kostprijs van alles wat je doet ... Heb je die ook reëel belegd bij de andere gemeentes? En zijn ze dan nog steeds bereid om daarvan af te nemen? Heel impliciet zie je daar ook in dat we best wel veel dingen doen vanuit Dordrecht die niet een-op-een in de kostenanalyse bij de andere gemeentes zijn neergelegd.
Dat is er eentje die bijvoorbeeld in het kader van een ombuigtraject ook nog wel eentje is wat we nog eens even goed onder de loep gaan nemen. En daar ook het scherpe gesprek nog over gaan voeren. En dat is denk ik meer ... Ik weet niet of jullie daar nog een aanvulling bij hebben? De voorzitter: Een aanvulling van de heer Goossensen.
43
De heer Goossensen: Je hebt als centrumstad zowel ambtelijk als bestuurlijk altijd goed te luisteren naar de kleinere gemeenten om je heen. En je moet altijd bereid zijn om hulp te verlenen op dingen die zij graag willen in de lijn die je regionaal te pakken hebt. Dan weet je natuurlijk altijd dat de kleinere gemeenten zich af en toe even willen verschuilen, als het gaat om verdelingsvraagstukken, achter de rug van de centrumstad van, maar dat kunnen we niet. En dat is dynamiek die speelt in elke gemeente. En ik ben er echt een voorstander van dat je ook gewoon wetende wel dat het fenomeen wat u beschrijft dat het plaatsen ... Dat je toch investeert en dat je gewoon heel goed luistert en die verbindingen zoekt. Want uiteindelijk heeft een centrumstad echt zijn regio hard nodig om zijn eigen toekomst te organiseren, ondanks het feit dat dat soms lastig is in het goed verdelen van verantwoordelijkheden. De voorzitter: Een aanvullende vraag nog van de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: De heer Burggraaf gaf net aan, er zijn voor de randgemeentes dan ook voordelen te behalen. Maar dat was eigenlijk het hele idee destijds van de Drechtraad, om ook binnen Europa gewoon een grote regio te zijn en gezien te worden. En ik hoor dan ook even, we moeten ook luisteren naar de randgemeentes.
Houdt dat dan in dat wij dat in het verleden niet gedaan hebben? En wat zijn aanvullende voordelen dan die de heer Burggraaf nu ziet ten opzichte van destijds de Drechtraad voor de omliggende gemeentes? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Begin ik eigenlijk bij waar ik mijn presentatie mee begon ook of ik de avond mee begon, is je Daily Urban System. Wat is uiteindelijk het speelveld of de omvang van waar je bedrijven in opereren, waar je bewoners opgeven waar de mobiliteitsvraagstukken zitten. En dat zijn vaak ... Bijvoorbeeld een warmtenet, je kan dat als individuele gemeente ... Zelfs op Dordtse schaal kan je dat niet operationeel uitrollen, als je die schaal niet groter maakt. En dat geldt helemaal voor de kleinere gemeenten, zoals een Sliedrecht bijvoorbeeld. En juist doordat je met elkaar op die opgave gezamenlijk optrekt, kan je een werkende businesscase maken en kan je daarmee in de verduurzaming je inwoners bedienen. Of het feit dat we op de regionale economische agenda van maritiem bijvoorbeeld uiteindelijk nu ook als Dordrecht bij de Merwedehaven een stukje onrendabele top financiering vanuit het Rijk krijgen, is omdat we de grote economische opgaven op regioschaal hebben kunnen neerzetten op het maritieme vlak, waar het Rijk van heeft gezegd, dat is een cruciale sector voor onze strategische autonomie. Daar gaan we budgetten voor reserveren.
En daarmee kom je ... Voor een Regio Deal haal je twee keer achter elkaar tientallen miljoenen de regio in, waar je vervolgens weer lokale projecten op kan laden. Het feit dat bijvoorbeeld in Zwijndrecht en Papendrecht, is een stuk van hun park, met rijksgeld kunnen aanleggen, komt omdat ze dat niet ... Ze doen dat lokaal, dat project. Maar dat heb je kunnen matchen aan een regionale opgave, waar in groengebieden aan elkaar worden gekoppeld en je een groot robuust groensysteem krijgt. En dan bouw je een maatschappelijke businesscase, die uiteindelijk op die regionale schaal zijn omvang en impact krijgt, waarop andere partijen zeggen, maar als het die schaal heeft, dan investeren we daarop mee en haal je ook middelen en uitvoeringskracht door die regionale samenwerking ... Breng je naar de individuele gemeentes toe. Zo kan ik nog
44
wel wat meer voorbeelden noemen. Dat was de laatste vraag. Wat is dan het verschil ... Waarom werkt dat nu beter dan met een Drechtraad? En dat komt omdat je het dan nu veel meer met elkaar op die projectbasis doet. In een Drechtraad had je dan veel ... Ging je over die kaderstellende dingen wel gesprekken voeren, maar je zat niet met elkaar om de tafel om te zeggen, maar wat ga ik dan concreet zelf aan projecten leveren en bouwen om uiteindelijk ook echt zo'n businesscase te maken? Dat is een verschil van de samenwerking in de tijd van Drechtraad. En waarom toen met het Berenschot rapport, et cetera werd gezegd, ga veel meer met elkaar eigenlijk operationeel samenwerken. En nu de zoektocht is met dit rapport, daar zijn we naartoe gaan werken, maar we moeten elkaar in de structuur nog beter weten te vinden. Daar heb jij ook goede voorbeelden van gegeven, hoe kan je nog slimmer mensen, middelen in bundelen om daar nog veel effectiever in te gaan opereren? De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog drie vragen staan. Een moment. Ik heb nog drie vragen staan. En die drie wil ik op zich nog wel honoreren. En daarna ga ik er echt wel een einde aan breien. En dan zou ik wel willen vragen om de vragen kort en bondig te stellen en ook in het antwoord direct tot de kern te komen. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, u had de wethouder ook iets minder kunnen laten praten.
Dan hadden wij wel vragen kunnen stellen. Maar ik was eigenlijk de vraag bijna kwijt. Excuses. Het gaat namelijk over de effectiviteit en de structuur. Er wordt eigenlijk in het stuk gesproken over de overgang naar meer maatwerkcoalities. En ik vroeg me in alle ernst af, hoe haalbaar is die maatwerkcoalities in de praktijk, gezien het feit dat wordt gesproken over zogenaamd one size fits all? Daar ben ik echt benieuwd naar. En de tweede vraag, de aanbevelingen. U had aangegeven, een van jullie tweeën, die gaan we gewoon uitrollen en we gaan het budgetneutraal doen. Dan ben ik benieuwd, gezien het feit dat wij in ‘26 natuurlijk het ravijn in gaan. Ik bedoel, als je het nieuws gevolgd hebt, dan hoort u vandaag dat bijna driekwart van de gemeentes niet zoveel geld hebben om een sluitende begroting te hebben. Ben ik benieuwd hoe wij dat gaan doen? In zoverre, aanbevelingen kost geld. Kan het in afweging? De voorzitter: De heer Huykman. De heer Huykman: Misschien bij de eerste vraag beginnend. De regio werkt op een aantal verschillende schaalniveaus. Dat is bovenregionaal. Dat is de lobby, beleidsbeïnvloeding, subsidies. Dat zul je altijd met elkaar moeten doen. Je kunt niet als bestuurder in Den Haag gaan staan en namens de Drechtsteden min Zwijndrecht, Papendrecht. Dan heb je geen positie. Daar zit denk ik ook helemaal geen keuze in.
Die lobbyactiviteiten doe je samen of je doet ze niet. En dan moet ieder ze individueel doen. Als je naar tactisch operationeel niveau gaat, tussen twee of drie gemeenten, dan kun je zeggen, laat dat iets zijn van die twee of drie gemeenten. En vinden we zelf, hoeven we niet met zijn allen aan tafel te gaan zitten. Daar is op onderdelen echt wel winst te halen. En het derde schaalniveau is het operationeel niveau, de echte uitvoering. Bijvoorbeeld op de Energieagenda zie je dat. Dan neemt Smart Delta ook een deel van die ... Die biedt hulp aan gemeenten als het gaat over de verzwaring van het net, het toevoegen van transformatorhuisjes. Daar mag iedere gemeente uiteindelijk van zeggen, dat kunnen we zelf of vinden we heel fijn als de regio daarbij helpt. In die laatste variant ... Er kan geen
45
enkele gemeente een businesscase maken die zo voordelig is als de Drechtsteden. Als je dat met elkaar doet, dat is echt goedkoper dan hoe je dat individueel kunt doen. De voorzitter: Dan de tweede vraag, het uitvoeren van aanbevelingen, in het licht van de ombuigingen. De heer Huykman: Ik denk, dat kan. En als het speelveld groot genoeg is, ik heb dat voorbeeld van de verkeerskundige op tafel gelegd. Als zeven gemeenten besluiten om drie verkeerskundigen in de regio neer te zetten en zeven vacatures niet in te vullen, ben je echt goedkoper uit. De heer Katif: Dat is een if, then redenering, voorzitter. Ik heb een hele concrete vraag. We gaan bezuinigen. En er komt een nieuwe organisatie, dat gaat geld kosten. Hoe gaan we dat dan doen? Heel simpel, technisch. Ik bedoel, ik kan ook zeggen, als de bus vandaag niet rijdt, dan kost het me geen geld. De heer Goossensen: Het hele simpele antwoord is, het college heeft ons als ambtenarij gevraagd om 25 miljoen aan ombuiging, bezuinigingen op een rij te zetten. En die gaan we binnenkort via het college bij u neerleggen. Het zou mij niks verbazen als daar een voorstukje tussen zit om wat te bezuinigen op de Smart Delta Drechtsteden begroting. Maar dan ben ik het wel met mijn buurman eens, dat je nog steeds die principes die hij hanteert prima kan loslaten op de activiteiten vanaf ‘26.
Wij zijn natuurlijk de afgelopen jaren ook qua budget in de regio wel een beetje gestegen. Zo kijk ik ernaar. De voorzitter: Nog twee korte vragen. De eerste van de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat gaat over het betrekken van de raad bij de regionale agenda, om het maar even zo te zeggen. Het ging net over het voorbeeld van de Omgevingsvisie die nu voorligt. En dat is eigenlijk een verhaal over hoe we de toekomst van Dordrecht zien. Zo lees ik het stuk. Om dat goed te kunnen beoordelen als raad hebben we eigenlijk nodig om te weten hoe daar vanuit Zwijndrecht, Papendrecht, Sliedrecht tegenaan gekeken wordt. Dat is niet alleen een bestuurlijke kwestie van, wij willen iets en dan moet het bestuur het verder maar met die andere gemeenten regelen. Het zou eigenlijk om ons als raad er beter bij te betrekken ... De voorzitter: Komt u tot uw vraag. De heer Van der Meer: Om te zorgen dat wij op zijn minst input hebben van de andere raden. De voorzitter: Wat is uw precieze vraag? Input van de andere raden? De heer Van der Meer: Ja, zeker. Dat is de vraag. Om de andere gemeentes te betrekken of om alle gemeentes te betrekken bij het regionale belang, moet dat regionale belang ook voor die gemeentes duidelijk zijn. Wat zijn de belangen van de andere gemeentes? De heer Burggraaf: We zijn nu ver met ...
Je hebt vanuit het Rijk op een gegeven moment de opdracht gekregen om ruimtelijke puzzels te maken per provincie ook.
46
Die zeiden, de ruimte is schaars en dan moet je keuzes maken tussen, hoeveel ruimte geef je aan de mobiliteit en hoeveel aan wonen, et cetera? In dat kader hebben we vanuit de regio al een keer een eerste proeve gemaakt en zitten we nu, onder begeleiding van hetzelfde bureau wat destijds de visie voor Wantij-West heeft begeleid, Ontwikkelplan Wantij-West ... Die begeleidt nu ook de ruimtelijke strategie vanuit de regio. En dat stuk zal ook, voordat u de Omgevingsvisie gaat behandelen, bij de raad voorliggen. En dat is precies die ruimtelijke doorvertaling eigenlijk van de ambities die je op regionale schaal hebt. Verschillende mensen zeggen, maar waar heb je dan met elkaar gezamenlijke principes op de ruimte uit te spreken? En dan kan je vervolgens de toets doen, matchen die ruimtelijke principes met hetgeen wat ik nu in de Omgevingsvisie vaststel of betekent dat dat je in je eigen Omgevingsvisie andere keuzes moet maken? En dan heb je precies die toetsen, die ik eerder noemde, liggen. Zeggen, zie ik inderdaad het grotere belang van die regionale samenwerking erop? Dus pas ik daarop mijn eigen lokale keuzes aan. Of andersom zeg ik, regio, op dit stuk kunnen wij niet meedoen, want vinden we onze ruimte ... Nemen we op dat aspect andere keuzes. De voorzitter: Tot slot, de heer Oostenrijk.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik ga even terug naar de raadsinformatiebrief, die staat gedateerd op 10 september. We zijn nu eind januari. Die raadsinformatiebrief, en die moet ik in die tijd maar even terugzien, die was sterk procedureel van inhoud van, zo denken we dat in het vervolg het procedureel te gaan doen. Daar mis ik, en dat is niet de eerste keer bij zo'n soort raadsinformatiebrief, eigenlijk toch een deel reflectie op het behoorlijk pittige rapport. Het zou een goede zaak zijn als daar toch, wat mij betreft in een geactualiseerde versie, want we zijn natuurlijk al inmiddels zoveel maanden verder, toch iets over wordt ingegaan, al is het maar in een bijlage op dat stuk ... Want dat stuk moet je zien van die datum. Om namelijk als het ware geactualiseerd ook het vervolg naar vandaag wat meer inhoudelijk te kunnen beschouwen. De voorzitter: Ik hoor hier vooral een oproep in. Klopt dat? De heer Oostenrijk: Ja, maar daar zit wel een vraag ingebakken natuurlijk. Want het kan zijn, dat doen we niet. De voorzitter: Kort, de heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dat gaan we zeker doen. Alleen niet volgende week. Want we gaan met elkaar zo meteen ook richting de Perspectiefnota ... Gaat u een aantal kaders stellen, hoe 2026 en verder? En daar zal ook de regionale samenwerking in zitten. En dat zal ook bij de verschillende gemeentes zijn invulling krijgen.
Rond die tijd kunnen wij eigenlijk dit rapport en de aanbevelingen die erin zitten en de reflectie vertalen naar, en wat betekent dat dan in hoe je die samenwerking dan verscherpt gaat neerzetten in de komende jaren? Dat kunnen we dan bij u neerleggen. De heer Oostenrijk: Maar dan een aanvullende vraag. De voorzitter: Echt de allerlaatste. Extreem kort.
47
De heer Oostenrijk: Ik mag toch hopen dat dit onderwerp separaat de aandacht krijgt en niet, laten we zeggen, als het ware, ik zeg het even scherp, ondergesneeuwd wordt binnen de Perspectiefnota? Want het verdient aparte aandacht. Deelt u die mening? De heer Burggraaf: Dat is wat ik net ook toelichtte, je kan alleen maatschappelijk heel veel impact maken als je op een goede manier regionaal samenwerkt. Dat gaat zeker duidelijke keuzes en een beslag krijgen. En dat wordt niet ergens een bijzin in een Perspectiefnota. Daar kunnen we zeker nog ... De voorzitter: Duidelijk. De heer Burggraaf: Inhoudelijk goed het gesprek met elkaar op een later moment voeren. De voorzitter: Dank jullie wel. Voordat jullie gaan, is er nog wel de vraag, wat gaan we doen met dit eindrapport? We hebben drie smaakje. Dat is, we kunnen dit eindrapport ter kennisgeving aannemen. We zouden hem nog een keer beeldvormend kunnen bespreken. Kan ik me niet voorstellen dat we nog niet alles hebben besproken inmiddels. Er is altijd genoeg te bespreken. Dat ben ik helemaal met u eens, de heer Van der Meer. En tot slot zouden we hem ook nog oordeelsvormend kunnen bespreken, als er een politieke vraag bij is. Mijn voorstel zou zijn om hem ter kennisgeving naar de raad te sturen. Ik zie knikjes overal. Dan gaan we dat doen.
Dan wil ik jullie allemaal, en de ambtelijke ondersteuning, vriendelijk bedanken voor jullie komst en voor jullie aandacht. We zijn iets uitgelopen. Zou u allemaal de glazen en flesjes weer mee terug willen nemen naar de pantry? En dan wens ik u nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
48