CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2024.11.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 17 december 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 26 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 en 19 november 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 529.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Zoals we allemaal weten is er altijd een spanningsveld tussen vergroening, dat zeg ik tegen GroenLinks onder andere, en voldoende parkeerplaatsen, tegen de VVD, is niet goed uitgewerkt, wat tot latere conflicten kan leiden. Dan hoop ik niet dat ‘…’, maar dat is echt zo. Dan ga ik naar het proces en de planning. Het gefaseerde proces is logisch, maar de prioriteit brengt risico's met zich mee. Als budgetten worden overschreden, dat zullen wij ergens in 2026 wel ervaren, kunnen later projecten zoals sportpark Reeweg in gevaar komen. Daarnaast ontbreekt een concrete strategie voor kostenstijgingen door inflatie. Graag daar een antwoord of een reflectie van de wethouder. De participatieaanpak verdient aandacht. Hoewel deze positief klinkt, kunnen tegenstrijdige belangen en onvoldoende begeleiding tot vertraging leiden. De onvoldoende begeleiding, heb ik al in de vorige commissie ook even aangeven, als je iets doet, probeer in ieder geval bewoners erbij te betrekken. Niet alleen in het begin, maar ook gaandeweg tot het einde toe. Want dan heb je namelijk iets moois waar bewoners ook blij mee kunnen zijn. Tot slot, voorzitter, vragen wij meer nadruk op de samenhang tussen deelgebieden, zoals de actieve en klimaatbuffer as om aan gefragmenteerde eindresultaat te voorkomen.

Dus je moet daar heel duidelijk in zijn dat er in ieder geval een samenhang tussen die deelgebieden en niet apart van elkaar. Want het is tenslotte een totaal project. Conclusie, Beter voor Dordt ondersteunt de startnotitie, maar dringt aan op meer duidelijkheid over beleidsafwijkingen, financiële haalbaarheid en de aanpak van complexe knelpunten zoals participatie, integratie tussen deelgebieden. Een laatste essentiële zin voor ons is dat de input van bewoners, daar blijf ik echt op hameren en gebruikers, structureel wordt vertaald naar haalbare oplossingen. Alleen zo kunnen wij gezamenlijk in ieder geval een succesvol stadspark realiseren. Tot zoveel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, u heeft een interruptie op de heer Katif? Nee? Dan bent u nog niet aan de beurt. Ik ga eerst naar mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. De inhoudelijke uitgangspunten betreffen in feite grotendeels eerder vastgesteld beleid voor dit mooie plan en voor de hele zone.

42

Prima om dit voor dit deelgebied in overleg met belanghebbenden te bekijken hoe dat gerealiseerd kan worden en of dat mogelijk tot aanpassingen moet leiden. Aandachtspunt daarbij, dat zeg ik heer Katif na, is natuurlijk wel om de samenhang in de hele Dordwijkzone goed in beeld te houden. Wat het proces betreft, hebben we met name bij stap twee een vraag en een opmerking. De vraag is: wie worden er precies als gebruikers en belanghebbenden beschouwd? De huidige gebruikers, neem ik aan, maar wie verder? Natuurorganisaties, de Fietsersbond? In het verleden is het deelgebied ook wel eens benoemd als een mogelijke optie voor het bouwen van tiny houses. Het is wel eens genoemd als mogelijke plek voor een voedselbos en zo zijn er, geloof ik, ook voor de scouting en voor anderen opties genoemd. Wij pleiten er in elk geval voor om die participatie zo breed mogelijk te laten zijn en zoveel mogelijk potentieel geïnteresseerden daarbij te betrekken. De opmerking die ik daar ook nog bij heb, is om de inzichten en de creativiteit van hen die zich bij deze plannen betrokken voelen, optimaal te benutten en om tot gedragen invullingen te komen, is een belangrijke insteek dat die belanghebbenden ook met elkaar in gesprek gaan. Bij participatie hebben we vaak de situatie dat allerlei groepen iets roepen en dat de gemeente dan keuzes maakt waar dan uiteraard de één of de ander ontevreden over is.

Ik denk dat het belangrijk is om naar vormen van participatie te zoeken waarbij bewoners ook onderling, of belanghebbenden, moet ik in dit geval zeggen, ook onderling afwegingen kunnen maken en tot win-winsituaties, compromissen enzovoort kunnen komen. Dat bespaart ons een hoop ellende en geeft misschien ook meer vertrouwen. Tenslotte een opmerking over klimaatadaptatie. Die wordt vaak in verband gebracht met de Dordwijkzone. Ik weet niet precies wat er natuurlijk verder allemaal ingevuld gaat worden en hoeveel kunstgras er gaat komen. Dat is niet echt in overeenstemming met klimaatadaptatie, maar we moeten ons denk ik ook goed realiseren dat klimaatadaptatie voor de hele stad van belang is en dat je niet met maatregelen in de Dordwijkzone het hele klimaatadaptatie probleem op kunt lossen. Dus met name omdat er hier wel nog wat geld voor beschikbaar is, maar voor andere delen van de stad lijkt dat heel weinig beschikbaar te zijn en dat lijkt mij wel een vraagstuk om niet nu, maar wel een keer, indringend met elkaar over na te denken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Heeft u een interruptie, mijnheer Noldus? Nee, oké, bent u ook nog niet aan de beurt. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Wij zijn geen voorstander van het verdere ontwikkelen van dit project. Dat stukje Reewegpark is een start gemaakt.

Oké, prima, maar wij vinden dat de 44 miljoen die nog rest echt beter besteed kunnen worden dan voor dit plan. Dan blijft er één vraag over richting het college, die voor onze fractie wel van belang is. Er was eerder sprake van een Europese subsidie waarop was ingeschreven aangaande Stadspark XXL, maar die ketste af omdat er een ander project elders de voorkeur kreeg. Nou, die pech heb je dan, maar de logische vraag is: zou er nog een nieuwe kans zich kunnen aandienen, is de verwachting dat die mogelijkheid er is? En om het niet te technisch te stellen: hoe staat het college daartegenover? Dank u wel. De voorzitter: Lekker kort. Mijnheer Van der Meer, wilt u uw microfoon uit doen? Dan kan mevrouw Van Herwijnen gewoon ruim spreken.

43

Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. De startnotitie stelt voor om het betreffende deelgebied naar voren te halen vanwege de ontwikkeling bij onder andere Oranje-wit. Oranje-wit heeft plannen om nieuwe kunstgrasvelden aan te leggen, dit om toekomstbestendig te zijn als vereniging. Kunstgrasvelden zijn niet duurzaam, niet milieuvriendelijk, dragen bij aan hittestress en is slecht voor het bodemleven en de Partij voor de Dieren ziet kunstgrasvelden als niet passend binnen de doelstellingen van Stadspark XXL. Tijdens de raad van 7 februari vorig jaar, bij de vaststelling van de uitvoeringsagenda voor het stadspark, heeft GroenLinks aangegeven dat de discussie kan worden gevoerd of voetbalvelden als groen kan worden beschouwd en dat de discussie hierover bij de uitwerking betrokken kan worden. Dit is een uitwerking waarin sportvelden een rol gaan spelen en de gevraagde discussie van GroenLinks kan naar onze mening dan ook nu gevoerd worden en we willen de discussie zelfs verder trekken en niet alleen naar of voetbalvelden als groen kan worden beschouwd, maar ook van wat vindt dan de commissie van kunstgrasvelden binnen het stadspark? Daar wilde ik het eventjes bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk nou, daar springt mijnheer Van der Meer bovenop, maar die doet dat niet. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter.

Deze startnotitie zien wij als met name geënt op instemmen met het proces, maar los van dat proces zitten er wel een aantal vragen in dit voorstel verborgen. Die vermeldt in het rode kader de aanduiding van de hierop betrekking hebbende drie deelgebieden: jeugddorp, sportpark, Stadspolders. Maar daarin wordt niet genoemd de status van de volkstuinvereniging Het Vlijpark. Die zit wel in het kader, maar het is nu onduidelijk wat daar nu de status van is. Wat vindt het college daarvan? Dan krijgen we de volgende, het derde deelgebied, het sportpark Reeweg, daar is van uitgesloten het onlangs aangelegde Reewegpark. Wat zou de reden kunnen zijn om deze locatie niet mee te nemen in de herbezinning? Dit ook gelet op het onzes inziens niet functioneren van het speelpark. Je kunt ook denken bijvoorbeeld aan het omturnen naar een voedselbos. Want onlangs bleek al, er komt geen hond, laat staan kinderen. In de startnotitie stelt het college zes stappen voor uitmondend in besluitvorming. Het valt ons op dat in deze startnotitie geen melding wordt gemaakt over zowel de status van de huidige gebruikers, maar ook niet als het gaat om een visie of voornemen om binnen dit gebied nieuwe andersoortige gebruikers toe te laten. Ja, onder stap twee wordt gemeld dat naast de huidige gebruikers ook belanghebbenden en anderen, tussen haakjes al dan niet semioverheden, hun input kunnen leveren.

Dit is een behoorlijk cryptische omschrijving van wat hieronder zou kunnen vallen. Graag een verduidelijking, zeker wat dit betekent voor de huidige gebruikers. Kunnen hier conflicterende situaties gaan ontstaan? Tenslotte, in de raad valt het woord participatie met enige regelmaat. Hoe gaat het college hiermee om in dit traject? Ook kijkend naar de beperkte, met name gaat het over het noordelijke gedeelte, in de tijdsfactor, dat de tijdstermijn redelijk kort is. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk u misschien wat vreemd aan, maar dat komt omdat ik bij dat laatste stukje iets had van: wat bedoelt mijnheer Oostenrijk nu? De heer Oostenrijk: Dat kan ik verduidelijken. Er staat bij startnotitie derde kwartaal ’24, maar we zitten al bijna aan het eind van het derde kwartaal, we zitten al in het vierde kwartaal, dus daar begint het al. Dan staat er het in het tweede kwartaal ‘25, een

44

compleet voorlopig ontwerp. Dat betekent nadat dus al dat overleg, participatie, noem het hele rijtje maar op met huidige en andersoortige belanghebbenden of zelfs totaal nieuwe organisaties die hier een plek in willen vinden. Dat lijkt ons heel optimistisch, dus daar heb ik graag een reflectie over of het of het college dat toch echt vindt dat dat tweede kwartaal, dan hebben we het feitelijk over juli, eind, voor het zomerreces, of dat wel een wezenlijk tijdstraject is. Dat was de bedoeling van de vraag. De voorzitter: Oké. Ik ga ervan uit dat het nu duidelijk is. Ik ga naar de overkant, naar mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Feitelijk gaat de vraag die voorligt over het vaststellen van de startnotitie en die voorziet primair proces. De inhoudelijke uitgangspunten zijn eigenlijk bijna allemaal toch eerder vastgesteld. Op processen kunnen we ons daar wel goed te vinden hebben. We hebben daar zo meteen nog wel een paar opmerkingen over die ook gaan over een aantal participanten. Wij zouden graag de nadruk willen leggen op een aantal uitgangspunten, want eigenlijk zien we dat als sportpark bezien sportpark Stadspolders ook Reeweg, an sich mooie sportparken zijn, mooi geordend in ons beeld niet direct grote problemen. Waar wat ons betreft een grote kans ligt voor dit gebied, zit ook in de openbare toegankelijkheid van dit gebied.

Het is mooi ingesloten tussen de dijken, met een mooi pad eromheen, maar niet direct uitnodigend om ergens het gebied doorkruisen en ook op die manier gebruik te maken van voorzieningen of de paden in dit gebied. Dus dat dat is voor ons een mooie opgave die voorligt. Als we dan kijken naar ook een aantal recreatieve functies die we toch ook van het stadspark verwachten van onze kant, zien we dat eigenlijk al jarenlang aan de Wantijdijk, in de Wantij, bij de, als ik het goed zeg, Prinses Amaliabrug, veelvuldig wordt gezwommen op warme dagen, gebruik wordt gemaakt van de dijk als zonne- en ligweide, zijn we benieuwd of dit ook meegenomen wordt in de recreatieve functies van dit gebied. We zien er niet direct iets over terug. De vraag ook, indachtig ook de opmerkingen van GroenLinks en ook CDA, die daar wat over zei, hoe gaan we zo'n doelgroep betrekken bij de participatie? We zien recreatieve functies en gebruik van water et cetera allemaal als belangrijke opgave binnen dit gebied. Dit is een gebruik, even los van of het georganiseerd is en of het veilig kan of niet, waar ik allemaal geen oordeel nu over heb, maar dit gebeurt. Volgens mij moeten we dat meenemen in de verdere uitwerking.

Verder hebben we het ook eerder gehad, ook met perspectief van sport, over hardlooprondjes die je wil organiseren en ik hoor van de heer DENK die daar eerder in de commissie over sport inderdaad een punt van maakte. Nou, wat ons betreft is dit een mooie locatie ook om de hardlooprondjes semigeorganiseerd plaats laten vinden met routes en voor de rest laat ik hem aan de heer Safranti, die daar vast zo meteen wat over gaat zeggen. Maar ook daarvoor geldt wel dezelfde vraag: hoe gaan we deze doelgroep betrekken in die participatie, want die zien we niet bij de gebruikers zoals bij stap twee, uit mijn hoofd, beschreven. Dan nog het laatste punt, dat gaat over een andere potentiële gegadigde voor dit gebied. Want we begrijpen dat Insula College met haar huisvestingsvraagstuk ook naar huisvesting in dit gebied aan het kijken is. Dat zou op zich passen binnen de contouren van het stadspark en de ruimte die we geven aan maatschappelijke functies, denken wij, als we die visie meenemen. Tegelijkertijd zien we ook een andere opgave liggen rondom sportpark Krommedijk, ook indachtig de vragen die de Partij van de Arbeid daarover heeft gesteld,

45

over het combineren van functies rondom een potentieel nieuw stadion waar ook naar maatschappelijke functies wordt gekeken, en is het college, ondanks dat het hier niet over sportpark Krommedijk gaat, dat buiten de contouren van dit plan valt, wel bereid om de locatiezoektocht rondom Insula iets breder dan dit zoekgebied te bekijken en ook de potentiële locatie sportpak Krommedijk daarbij te betrekken voor een potentiële ontwikkeling van een stadion? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, toch een vraag. De heer Noldus heeft het over sportpark Krommedijk. Dat valt buiten deze startnotitie. De voorzitter: Dat zei hij, ja. De heer Oostenrijk: Ik snap dat jullie aandacht voor vraagt, maar daar gaat het natuurlijk in dit geval niet over. De voorzitter: Maar hij heeft ook aangegeven waarom hij dat doet. Verder nog iets, mijnheer Noldus? De heer Noldus: Nee. Ik dacht nog even antwoord te geven, maar u heeft op zich de vraag, denk ik, dan beantwoord. Nee, dat waren wat ons betreft de punten. Met die vraag wachten we het college even af. De voorzitter: Prima, dank u wel. Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn, wij zijn vanaf het begin af aan heel erg enthousiast geweest over deze aanpak.

We hebben daar natuurlijk ook diverse bijeenkomsten gehad en sindsdien ben ik ook helemaal op de hoogte van de autonomie van de vleermuizen, maar wat wij eigenlijk missen, dat heeft mijnheer Noldus net een beetje proberen uit te leggen zeker het recreatieve gedeelte. Vanaf het eerste moment hebben wij aangeven de huidige hardlooproutes, looproutes, hardlooproutes aan te passen, anders bij te werken, desnoods nieuwe aan te leggen. Dan hebben we het echt over drie, zes, negen, twaalf kilometer, zodat mensen gewoon op de polders langs de A15 of langs de N3 toch kunnen recreëren. Dat wilde ik nog een keer hier nogmaals benadrukt hebben, dat we dat met borden of met kleuren kan aangeven hoeveel, hoe lang en hoeveel iemand heeft gelopen of wil lopen. Dus dat zouden we heel graag in dit plan willen zien. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Struijk, en daarna gaan we naar mevrouw Stolk. De heer Struijk: Heel kort. In principe steun voor de inhoudelijke uitgangspunten en voor de voorgestelde planning. Drie puntjes waar we aandacht voor vragen, in ieder geval een zo breed mogelijke participatie, dus omwonenden, gebruikers, organisaties en dergelijk, wat de heer Van Der Meer ook al zei. Het tweede is ook wel, wij zijn ook wel benieuwd van kunstgrasvelden, ik snap de voordelen, maar ik zie ook wel nadelen.

Dus ik ben eigenlijk wel best een beetje benieuwd hoeveel kunstgrasvelden ingepland zijn. Wat ons betreft zo weinig mogelijk, alleen als het echt niet anders kan. Want je kan niet gaan zeggen dat dat ook bijdraagt aan groen en klimaatadaptatie. Het is ook niet

46

duurzaam. Het derde, we hebben het hier over een deelgebied, maar uiteindelijk is de bedoeling een heel groot park. We hebben er al eerder aandacht voor gevraagd, doen we nog een keer, niet hardlopen, maar ook gewoon wandelen, er zijn ook heel veel liefhebbers en dan zou het heel mooi zijn als er dus een doorgaande wandelroute, een doorgaande fietsroute is, door het hele groene gebied heen, dat we niet straks allemaal versnipperde plekjes hebben waar je heerlijk kunt wandelen, nee, ook voor de lange wandeling, dat daar dus aandacht voor is. Tot zover, dan, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Stolk.

Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Allereerst de startnotitie wat voorligt. Daarmee geef je het college groen licht om een raadsvoorstel voor te gaan bereiden of een business case voor te gaan stellen. Waar ik toch eventjes een punt van wil maken, is: wij waren toen dit plan gepresenteerd werd, Stadspark. XXL, mooi plan, hebben we ook mee ingestemd, alleen de wereld is sinds het vaststellen van dit plan veranderd. We moeten dadelijk gaan bezuinigen en daar hebben we ook tijdens de begroting iets over gezegd van moet dat Stadspark XXL nou niet misschien XL of L worden. Dat wil ik toch gezegd hebben voordat we even op de inhoud ingaan. Wat we mooi vinden in dit plan is dat Oranje-wit hier ook een heel groot gedeelte in meegewerkt heeft. We hebben een presentatie ook gehad bij Oranje-wit. Wat we er uit begrijpen, is het zelfs goedkoper als we het op deze manier doen, dan als we het op een andere manier hadden gedaan. Zij hebben daar echt in meegedacht. Tegelijkertijd, het is een deelgebied. Ik verwacht echt wel dat we dan over dit deelgebied ook een raadsvoorstel krijgen of een business case waarin we nog aanscherpingen of veranderingen, zeker als het gaat over budget, zien wij het liever natuurlijk goedkoper dan duurder, want daar waar je wat geld overhoudt, kan je het ergens anders weer instoppen.

Ook aandacht, de heer Noldus gaf dat ook al aan, dat we kijken dat we niet alleen maar sport hebben in verenigingsverband, maar ook steeds meer gaan naar individuele sporters en mensen die gewoon hardlopen, fietsen, wandelen, op die manier, dat daar aandacht voor is. Tegelijkertijd blijven we erop hameren dat de participatie het allerbelangrijkste is in dit proces, wil je draagvlak creëren en wil je iedereen hier in meenemen. Het tijdspad wat is uitgestippeld, lijkt ons aan de krappe kant, omdat je het eerste kwartaal van ’25, volgens mij, zou er al iets moeten liggen. Nou, ik ben echt benieuwd hoe je dat voor elkaar gaat krijgen, want dan moet je heel wat avonden gaan organiseren. Tegelijkertijd, het is een startnotitie. Op zich kan je daar niet echt op tegen zijn. De financiële kaders, die moeten nog komen. Maar ik wil wel meegeven, vanuit de VSP, daar waar het goedkoper kan, daar waar het geen XXL, maar XL of L, dat wil ik toch nog een keer benadrukken, kijk daar ook eens naar om ergens te kunnen bezuinigen, want de stad staat de komende jaren echt voor heel grote uitdagingen. Laten we dan tegelijkertijd maar meenemen: sport verbindt, sport verbroedert, het laat mensen meedoen in de maatschappij, het voorkomt eenzaamheid. Nou ja, noem allemaal op wat met sport te maken heeft in een groene omgeving.

Dus ja, wat ons betreft gewoon groen licht voor deze startnotitie, maar met die kanttekening dat het van ons echt een tandje minder mag. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij stort het gebouw in. Ik wou dus zeggen, hebben we in ieder geval frisse lucht. Mijnheer Damen eerst en daarna mijnheer Gorter.

47

De heer Damen: Voorzitter, wij hebben ons al eerder uitgesproken tegen de investering van 60 miljoen in een park XXL. Dat vinden wij buitengewoon veel. Dat standpunt hebben we nog niet veranderd. We denken dat er andere prioriteiten gesteld moeten worden. Tegelijkertijd zien we ook wel dat er een aantal initiatieven zijn die wel honorering verdienen, bijvoorbeeld de plannen van Oranje-wit, maar ook leuke krenten uit de pap als hardlooproutes en dergelijke, we vragen ons af of je daar echt dat enorme bedrag voor over moet hebben. Tegelijkertijd zijn wij nu ook verontrust over het tempo waarin de plannen ontwikkeld worden. We hebben voor de jaren 2021 en ‘22 voor de voorbereiding, planvoorbereidingskosten, hebben we bijna zeven ton beschikbaar gesteld. Voor de jaren ‘23 tot ’26, die zijn al voor de helft voorbij, hebben we twee miljoen beschikbaar gesteld. Dus daar zou één miljoen, vermoedelijk al, opgesoupeerd van zijn. Maar helemaal duidelijk is dat niet. We hebben de uitvoeringsagenda in februari ‘23 vastgesteld. Dat is bijna twee jaar geleden. En nu ligt er een startnotitie waarin voortdurend gezegd wordt van: we gaan de haalbaarheid van de doelen beoordelen. Dat is dus vier jaar na de start van de hele planontwikkeling, dan gaan we de haalbaarheid van de doelen beoordelen, we gaan de participatie opstarten.

We zijn naar mijn gevoel buitengewoon langzaam bezig en ondertussen verslindt de planontwikkeling bakken met geld. Dus daar zijn wij niet gelukkig mee. Dat zal duidelijk zijn. Wat betreft de doelen die aanvankelijk gesteld werden, die zitten voor een gedeelte in de uitvoeringsagenda, maar ook in het verhaal van de business case die in april ‘21 besproken is. Daarin werd gezegd dat het mogelijk moest zijn om 250 ton CO2 door het aanplanten van bomen af te vangen. 250 ton. Dat is als je uitgaat van 25 kilogram per jaar per boom, dan heb je ongeveer 10.000 bomen nodig. Dat is best veel, nieuwe bomen, daar heb je een oppervlak voor nodig van ongeveer 30 voetbalvelden, sportvelden. Dat zijn alle sportvelden die in de hele zone liggen. Heb je wel een probleem. Dus het is goed als er meer duidelijkheid komt welke harde doelen er gesteld worden, ook al zijn wij tegen de hoge uitgaven voor dit hele plan, maar wat zijn nou de echte harde doelen die men wil gaan realiseren? Wat krijgen we voor al het geld dat we dadelijk moeten gaan investeren? De duidelijkheid daarover blijft bestaan, daarmee vinden wij dat we dit plan niet kunnen steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: En even voor de goede orde, jullie horen nu van alles, maar waarschijnlijk is dat een teken, niet dat er muizen lopen, maar dat het ventilatiesysteem weer op gang is. Het systeem is dus weer op gang. Dan gaan we zo de koe in de kast weer horen. Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Wij dachten toch dat het muisjes waren, maar goed, ik zal het kort houden. Op Ons Eiland is geen voorstander van het Stadspark XXL, het mag van ons Stadspark Small worden, zeker met de komende bezuinigen die op ons afkomen. We zijn echter wel een voorstander van nieuwe kunstgrasvelden of een veld voor Oranje-wit. We sluiten ons dan ook aan bij de woordvoering van de VSP. Hoe we met deze startnotitie omgaan, laten we nog even liggen tot de antwoorden van de wethouder. Dank u wel. De heer Safranti: Voorzitter?

48

De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Een vraagje richting mijnheer Gorter. Ik kan het standpunt wel begrijpen, alleen we hebben net een aanzet gedaan rond de looproutes, staat u daar open voor? De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik gaf aan dat het ons gaat om een Stadspark Small, dus we zijn niet tegen deze startnotitie, maar wel in een verkleinde uitgave. Daar passen mogelijk wel die looproutes van u in. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer heeft ook nog een vraag. De heer Van der Meer: Ja, over die kunstgrasvelden. Waarom bent u daar voorstander van? De heer Gorter: Voorzitter, daar kan ik heel simpel ook zijn. Oranje-wit is een vereniging die nog steeds groeit, die behoefte heeft om meer sporters op de velden toe te kunnen laten. Dat kan niet met natuurlijk gras, dan is de belasting te hoog. Dat kan alleen maar met kunstgras. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Betekent dat dat de heer Gorter een zwaarder gewicht toekent aan sportbeoefening in het stadspark dan aan groen en biodiversiteit in het stadspark? De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ja. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, mij verbaast een beetje de discussie over de sportvelden of ze nu wel of niet kunst of niet kunst moeten zijn.

Gaat deze startnotitie daar nu over? Ik kijk met name naar stap twee, waarin met gebruikers werken we aan een nieuws schetsontwerp. Is het oordeel van de raad in dit stadium nu zo dat wij als raad bij voorbaat iets gaan vinden over kunstgrasvelden? Ik stel de vraag maar en ik ben erg benieuwd naar de reactie van de wethouder. De voorzitter: U stelt de vraag aan de heer Gorter, want het was een interruptie op de heer Gorter. Ik weet niet of hij een antwoord heeft. De heer Gorter: Ja, ik heb wel een antwoord: dat ik er geen antwoord heb. De voorzitter: Nou, dan gaan we hopen dat misschien de wethouder zich aangesproken voelt. Even kijken. Volgens mij hebben we iedereen gehad. Even er van uitgaan dat mevrouw Dijkstra heel lief naar mij kijkt en nu even vooral willen observeren. Mijnheer Burggraaf. Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Dat zijn toch stiekem heel wat vragen en ik weet nu al dat ik ze niet allemaal ga beantwoorden. Dat is geen onwil, maar dat is gewoon omdat het er echt zoveel zijn dat ik probeer toch een samenhangend verhaal hier te vertellen en dan hoor ik vanzelf welke vragen dan misschien toch niet helemaal

49

nog naar uw tevredenheid beantwoord zijn. Om maar te beginnen, misschien, met de kwalificatie, wat voor stadspark hebben we het nou over? Kijk, die kwalificatie van XXL, die is helemaal ooit aan het begin gesteld. U ziet ook: in die uitvoeringsagenda heet het gewoon Stadspark. Dus om dat maar even in het perspectief te zetten. De ambitie van het college is gewoon een goed samenhangend gebied te creëren en dat is het Stadspark … De heer Gorter: Voorzitter, mag ik de heer Burggraaf er even op wijzen dat in de notitie echt wel staat: vaststellen startnotitie Stadspark XXL en niet Stadspark. De voorzitter: Dat klopt. Wethouder Burggraaf: Dat is een heel goede observatie van u, die is er dan doorheen geslipt. Want dat is echt een waarbij het college in ieder geval elke keer bij de stukken, nogmaals, dat is wel echt een verandering. Dus in het begin had het project echt die term, maar inmiddels, zoals u bij de die uitvoeringsagenda ook zag, dan is dit er nog even per ongeluk doorheen geglipt. Maar ik vind hem wel belangrijk om hier te benoemen, want het is ons hier echt niet te doen, kijk, soms moet je groot dromen om überhaupt een beweging te krijgen. Dat was ooit waarom we Stadspark XXL genoemd hebben. Nu staat er gewoon een uitvoeringsagenda en is het voor ons, nogmaals, echt belangrijk dat we er een gewoon mooi en goed samenhangend gebied van maken.

Ik zeg ook altijd bij gebiedsontwikkelingen: het duurt echt lang, dus dan zeg je vaak al minimaal vijftien jaar of nog langer. Dus laten we ook de realiteitszin hier meegeven is dat het echt niet allemaal van de één op de andere dag allemaal beetgepakt is of verandert, maar je wel een goed perspectief biedt hoe je dat samenhangende gebied uiteindelijk nog meer de natuurlijke kwaliteiten die erin zitten, ook echt tot zijn recht kan laten komen. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter, een vraag aan de wethouder. Heeft dat wegvallen van dat XXL dan ook consequenties voor het bedrag dat gereserveerd is voor het park? Wethouder Burggraaf: Dat heeft het al gehad, want kijk, toen het plan oorspronkelijk werd aangeboden aan u en de Eneco middelen zijn gereserveerd, was het al een fors hoger bedrag dan aan het begin van deze periode nog beschikbaar was, omdat een deel naar het groen-blauwe programma is gegaan. Dus toen hebben we ook al aan u meegegeven: dat betekent ook wel wat voor wat je nu op dit moment ook kan realiseren. Bovendien, dat zeggen mensen ook een aantal hier terecht: is het zo dat elk jaar wat voorbijgaat je door inflatie van hetzelfde geld minder kan doen. Dat heeft u ook in de uitvoeringsstrategie teruggezien: iemand vroeg ook van jammer die Europese subsidie, doet u uw best om een andere subsidie binnen te halen. Ja, dat doen we zeker.

Daar kijken we continu naar, want we weten: je kan het alleen maar bereiken als je ook cofinanciering haalt. Ik vind wel, als je kijkt naar de weg die het nieuwe kabinet is ingeslagen, als we in ieder geval even naar de rijksoverheid kijken, dat de vorige veel meer rondom gebiedsontwikkeling de kwaliteit van de leefomgeving voorop had staan en dat de nieuwe, dat de rijksoverheid nu vooral heel erg stuurt op realisatie en aantallen en daar zie ik dat soort randvoorwaarden echt een stuk minder terugkomen

50

dan bij een vorig kabinet en zou ik ook zeggen dat we nu in een in een tijdsgewricht zitten dat die kans op cofinanciering even wat minder groot is. Maar dat weerhoudt ons er niet van om nogmaals daar continu heel goed op te scannen of die kansen niet gaandeweg voorbij komen. Wat we sowieso ook in de aanpak doen, is kiezen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, de heer Burggraaf is altijd van de heel lange zinnen, daar zit ik altijd even op te wachten. Maar die centjes, die zijn opgemaakt en dan ga ik niet en ga ik niet flauw doen, maar dit kabinet moet natuurlijk flink gaan bezuinigen en dat weten we allemaal, maar het komt er een beetje hierop neer, een beetje als wat de heer Damen zegt: we kunnen wel XXL weghalen en dan is het Stadspark, maar dat geld wat beschikbaar is voor dat stadspark, blijft hetzelfde. Natuurlijk is het anders door inflatie en whatever wat er allemaal in de wereld gebeurt. Onze oproep is meer van: kijk nou daar waar je wat kan bezuinigen de komende periode, omdat de stad voor heel grote opgaves komt te staan, kan het niet ergens een tandje minder? Maar weet je, het is een startnotitie, de centen die komen nog wel. Want wij stellen nu toch geen geld vast? Dat komt toch nog? Wethouder Burggraaf: Voorzitter, ik wilde gewoon de context schetsen van de ambitie die er ligt.

Er staat in de startnotitie ook aangegeven hoe ongeveer voor de deelgebieden de budgetten zijn verdeeld en er staat ook aangegeven in het proces wanneer we bij u als raad terugkomen om krediet op te halen. Zo zullen we het participatietraject ook natuurlijk nadrukkelijk ingaan, is dat we gaan ophalen wat de wensen van partijen zijn en we gaan ontwerpen en daar zullen we ook natuurlijk heel goed, hoort ook bij participatie, meegeven aan omgeving: ga vooral dromen, want je moet in eerste instantie vooral even goed kijken van welke kansen liggen er allemaal? Daarna ga je ook wel met elkaar even zeggen: nou, maar wacht even, we hebben natuurlijk ook randvoorwaarden, ze moeten ook betaalbaar zijn en misschien moeten we ook verschillende scenario's hebben waarvan je kan zeggen van nou ja, als zo meteen je in de discussie zegt, in de raad zegt, dit is een mooi plan, maar we hebben toch er minder geld voor over, wat kan je dan wel realiseren? Dus zo zullen we ook dat traject doorlopen. Wat ik nog wilde zeggen, is dat we ook in het traject vooral ook kijken naar waar zit de energie, waar zitten andere partijen die zeggen van hé, wij vinden het een mooi plan, we zien de mooie kwaliteiten waar wij graag ook op in willen springen.

Dat is ook de reden waarom we nu dit voorstel aan u hebben voorgelegd omdat Oranje-wit met een aantal andere verenigingen in het gebied heeft gezegd van wij vinden het een mooie visie. We zien dingen waarvan we denken dat die niet helemaal bij onze wensen en behoeftes passen, maar gewoon de lijn die erin zit, daar staan we volledig achter en we willen graag met jullie meebouwen aan ons deelgebied om daar meer kwaliteit te brengen. Daarom hebben we die startnotitie naar u toe gebracht, daarom zit er ook een heel ambitieuze tijdsplanning in. Dat ben ik met u allen eens, dat u zegt van goh, dat is wel heel erg snel. Ja, dat klopt. Dat is allemaal ingegeven vanuit het feit dat we door verenigingen uit de stad eigenlijk hebben gezegd: wij zijn enthousiast, wij willen snel aan de slag, zullen we snel meters maken? Die ambitie willen we graag in mee oplopen. Tegelijkertijd kan het heel goed zijn dat je in het proces tot de conclusie ergens moet komen: het gaat te snel, we moeten er meer tijd voor uittrekken.

51

Dus het gaat er vooral om dat we ook een zorgvuldig proces lopen. U leest erin dat we de ambitie hebben om het zo snel als mogelijk te doorlopen. Maar, als het meer tijd nodig heeft, dan zullen we die natuurlijk ook nemen. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Eén vraag: wij krijgen toch echt een voorstel met krediet, waarin we nog keuzes kunnen maken, dat wil ik even helder hebben, als we ja zeggen tegen deze startnotitie. Wethouder Burggraaf: We gaan een participatietraject in waarin we een schetsontwerp gaan maken en een voorlopig ontwerp. En uiteindelijk komt daar ook een kredietbehoefte uit voort. Daar zullen altijd onderdelen in zitten waarvan je als raad kan zeggen ja, we zijn bereid om … Het zou zonde zijn als wij een voorstel neer zullen leggen waar u alleen ja of nee kan zeggen, want dan heb je een enorm participatietraject doorlopen waarin vervolgens je ook heel veel mensen teleurstelt als het antwoord nee is. Dus er zullen altijd in een ontwerp nog keuzes zitten waarin je uiteindelijk ook nog in je krediet een andere weg kan kiezen. Maar tegelijkertijd hebben we ook wel meegegeven, dat ziet u hier bij wat de kosten zijn, die verbonden aan het proces. Daar is wel degelijk een verdeling gemaakt in ongeveer per deelgebied wat je aan budgetruimte hebt ingebouwd.

Dus dat is wel een richtsnoer dat we zullen gebruiken ook bij het ontwerpproces. Dus u heeft wel al enig kader meegegeven in welke bandbreedte je qua investering in het gebied aan kan denken. Dus dat is de wijze waarop we het proces doorlopen. Maar nogmaals, uiteindelijk heeft u het budgetrecht als raad, dus uiteindelijk gaat u over het oordeel of u bereid bent om het geld eraan uit te geven en of daar eventueel nog bij de bespreking ergens andere afslagen zijn, waardoor misschien met minder geld alsnog een goed ontwerp gerealiseerd kan worden. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, toch nog even toespitsend op hetgeen wat de wethouder nu zegt. Enerzijds gaat het over een start van een proces met belanghebbenden, aan de andere kant zit in hetzelfde voorstel in feite verpakt het financiële kader. Afgeleid van die 51 miljoen, gaat een derde, laten we zeggen, wordt toegekend op dit moment in het stuk, oftewel pakweg 17 miljoen naar het project Stadspolders.

Dat is mooi, Maar dat is dan ook … Is dat dan ook de bewegingsvrijheid van de belanghebbenden om daarin om daar wat van te maken, om het maar zo te zeggen? Want we moeten wel helder zijn dat we natuurlijk als we nu zeggen: nou, prima, dit zijn de kaders binnen de startnotitie, dan wordt het ingewikkeld als we in een later stadium een keer gaan zeggen van ja, hier komt geen 17 miljoen, maar 16 miljoen of 18 miljoen uit. Dat hebben we nooit gewild. Dan wordt dat wel ingewikkeld. Dus ik denk dat het voor de helderheid duidelijk is dat de bedoeling is in deze startnotitie dat dit dan ook voor deze drie deelgebiedjes ook eigenlijk de financiële kaders zijn. Of het is wel zo, of het is niet zo. De voorzitter: Ik denk dat het duidelijk is. De wethouder.

52

Wethouder Burggraaf: Het is goed dat u hem nog even scherp maakt. Dat is de reden waarom wij hem ook zo scherp bij het kopje welke kosten zijn verbonden, hebben gezet, omdat ook wij hebben gehoord, in de raad, een aantal partijen die zeggen goh, nou, we waren oorspronkelijk enthousiast voor het stadspark, maar gegeven de huidige tijden beginnen we af en toe te twijfelen of we dat nog wel een dezelfde ambitie willen doen. Dat is wel de reden waarom we het hier hebben neergezet. Dus als u op dit moment denkt van ja, maar wacht eens even, als dit in orde van grote voor het deelgebied zo meteen een ontwerp komt en dat is ongeveer het financiële krediet wat erbij wordt gevraagd, als u nu denkt van nou, dat vinden we te veel, dan adviseer ik u niet met deze startnotitie in te stemmen, want dan zijn we een proces van teleurstellingen aan het starten. Want dat is wel de bandbreedte waarbinnen we met de omgeving het participatietraject ingaan. Dat wil niet zeggen dat het geld dan op moet, zo bedoelde ik hem richting mevrouw Stolk. We gaan het zo efficiënt mogelijk proberen te doen. Dus we gaan natuurlijk kijken: hoe kan je je ambitie en doelstellingen bereiken en dat op een zo kostenefficiënte manier bereiken en zal je er elementen in hebben zitten waarvan je zegt: nou, dit is echt wel, als we hem zo doen is het een tien, maar je kan ook een acht halen als je dit element niet doet.

Zodat u die ruimte wel heeft. Maar nogmaals, het participatieproces vraagt ook wel, is dit het moment dat je zegt ja, maar wij zien wel nog steeds staan achter een investering van ongeveer in die orde van grootte en zien we nog steeds belang om dit deelgebied die investering te gaan doen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Toch nog eventjes ook in het vervolg van de vraag van de heer Oostenrijk. 31 procent voor het sportpark Stadspolders. U geeft aan: er zitten een aantal elementen in. Maar het is natuurlijk op dit moment vrij onduidelijk voor ons welke elementen die 31 procent maken en of we het nu waard vinden om die elementen dus nu, met het oog op bezuinigingen, ook te gaan realiseren. Want het college geeft aan van we begonnen met hele grote dromen. Ik hoop dat het college die grote dromen nog steeds heeft, maar de vraag is dus wel van ja, goh, als u aangeeft: u moet niet instemmen met deze startnotitie als u het niet eens bent met die 31 procent toebedeling van het totaalplaatje, dan wil ik wel graag weten: wat zijn dan de elementen die erin terug moeten komen? De heer Oostenrijk: Voorzitter, nog even ter toelichting. Het is natuurlijk 31, plus 8, plus 2. Dus we zitten op 41 procent van het totaalbudget waar we dan hier dan de wei mee ingaan. De voorzitter: Ik geloof niet dat ik u het woord had gegeven. Maar goed.

Mijnheer Gorter, in de tussentijd, want u had wel gevraagd. De heer Gorter: Dank u, voorzitter. Even duidelijkheid van de wethouder. Als wij nu ja zeggen tegen deze startnotitie, klopt dan mijn redenering, dan hebben we geen invloed meer op de bandbreedte?

Wethouder Burggraaf: Nee, ja, goed, dit is ongeveer de orde van grootte waarvan je zegt: daar ga je voor dit deelgebied de plannen voor maken. En als u nu zegt van nee,

53

goed, dat vinden we te veel of … Geef ons dan als alstublieft mee wat u dan wel in de onderzoeksfase, waarin we nu zitten, bereid bent om plannen voor uit te gaan werken. En ik kan u wel een specifieke begroting nu opsturen, maar dat heeft niet zoveel waarde, want we staan aan het begin van een ontwerpproces. We gaan ophalen bij partijen welke wensen er allemaal zijn dus die scherpte kan ik nu niet geven. Maar nogmaals, daarom staat het er ook zo expliciet in, we zoeken wel naar het comfort van u. Dat kunt u alleen maar aangeven als raad, want u gaat, nogmaals, over het budgetrecht, dat u zegt van ja, voor dit deelgebied vinden we nog steeds belangrijk en zijn we nog steeds wel bereid om een investering van die orde van grootte te doen. Maar nogmaals, met wat ik net zei, we gaan in het ontwerpproces gewoon kijken hoe we dat zo kostenefficiënt kunnen doen, hoe we ook dingen kunnen faseren. Soms heb je ook plannen dat je zegt, dat is hartstikke mooi, maar die vinden we nu te veel. Die leg je op de plank, bij wijze van spreken, en je zegt: als er een keer een cofinanciering voorbijkomt, dan gaan we die beetpakken. Je kan ook in een plan dingen faseren. Als je zegt: dit moet absoluut nu en dit kan je zo uitvoeren dat het die andere droom niet in de weg zit, maar je later altijd alsnog nog een keer kan invullen.

Dus dat kan ook de uitkomst zijn van zo'n traject dat je gewoon zegt: deze brokken moet je sowieso doen, want dat is de kern van die ontwikkeling en alles wat daarna komt, kan daar altijd op voortbouwen. Dus die manier van besluitvorming kan later ook nog plaatsvinden. De voorzitter: Even, voordat ik u het woord geef, mijnheer Van der Meer, we lopen langzaamaan richting de eindtijd, dus ik zou u willen vragen om echt direct een vraag te stellen, concreet, zonder een hele introductie. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: De hoeveelheid geld die besteed kan worden, geven we globaal aan. Maar mijn vraag is welke ruimte er is om de inhoudelijke plannen nog te beoordelen. Want het kan best zijn dat in de participatie misschien ook zelfs particuliere initiatieven naar boven komen, waardoor het geheel veel lager uit kan pakken. Ik noem maar een hoopvolle gedachte. Dat is wel mogelijk en daar kunnen we wel of niet mee instemmen, neem ik aan. Wethouder Burggraaf: Ja, er waren natuurlijk wat vragen ook over de participatie. Kijk, we gaan eerst met de gebruikers van park zelf starten, daar gaan we de eerste uitgangspunten ophalen. Daarna ga je breder kijken van welke partijen zijn er nou allemaal nog meer, maar je wil eerst weten welke ruimtebehoeften zitten er van de partijen die nu gebruik maken van het park.

En dan vervolgens werken we een ontwerp uit, een voorlopig ontwerp, met daar een financieel plaatje bij. En ja nogmaals, dat is onderdeel van het ontwerpproces, hebben we altijd nadrukkelijk de hand uitgestoken naar andere partijen. Als je enthousiast bent, stap in, investeer mee, met samenwerking kom je verder dan als je alles alleen vanuit de gemeente doet. De voorzitter: Even. Ook de wethouder even de vraag om iets compacter te gaan antwoorden. En ik zie steeds meer vingers. Dat is niet de bedoeling, volgens mij. Ik ga eerst naar mijnheer Noldus, want die heb ik verder nog niet gehoord. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag op het laatste punt wat de wethouder aangaf. Hij gaf aan: we gaan eerst met de gebruikers, de huidige gebruikers. We hebben een tweetal vragen gesteld over de recreatieve functies van zwemmers aan de Wantijdijk en de hardlopers, dat zijn ook huidige gebruikers van het gebied. Zijn dat ook de gebruikers

54

die de wethouder nu benoemt? Of zegt u: eerst de sportverenigingen, degenen die echt gehuisvest zijn en vallen de door ons gevraagde categorieën in de latere categorie? Wethouder Burggraaf: Ik bedoel met name de gebruikers zoals nu de scouting en de verenigingen en dergelijke in het gebied. Als het gaat over de gebruikers qua lopers, waar u het over heeft, dat is nadrukkelijk uitgangspunt voor het hele ontwerp. Dus dat er goede wandel- en looproutes in komen. Dus dat is gewoon een ontwerpprincipe wat we sowieso zullen toepassen hierin. Er waren ook wat vragen van ja, maar je doet verschillende deelgebieden, behoud je de samenhang wel? Nou ja, we doorlopen ze parallel, dus we zorgen echt goed dat die overlap en die aansluiting ook echt goed is en als het gaat specifiek over die zwemmers en de zwemplek, daarvan moeten we toch onderkennen dat dit nu een plek is wat echt wel zwemrisico's met zich meebrengt, niet een veilige plek is om te zwemmen. Dus hoe aantrekkelijk het er ook uitziet, is dat niet iets wat we voornemens zijn om daar te gaan faciliteren en stimuleren, omdat het gewoon geen veilige zwemomgeving biedt. Dus dat is geen onderdeel van dit traject. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Begrijp ik het nou goed van de wethouder dat als wij ja tegen dit voorstel zeggen, dat we dan instemmen met en investering van 21 miljoen in deze deelgebieden.

Dus 41 procent van 51 miljoen, als ik het goed uitgerekend heb, zonder dat wij daar een duidelijk beeld hebben wat wij voor dat bedrag krijgen? Want dadelijk roepen we van ja, maar dat was niet de bedoeling, dat gaat dus niet gebeuren als er een heel participatie proces overheen is geweest. Wethouder Burggraaf: Voorzitter, je moet ergens beginnen en er ligt een plan met een onderbouwde investeringsschatting. Nogmaals dat is op deze verdeling uitgekomen. Dus dat is wel het kader waarmee we aan de slag gaan en als er nu partijen zijn die zeggen: nou, wacht even, wij willen niet meer dan 5 miljoen nu als bandbreedte geven, geef dat dan vooral mee, want dan gaan we op een andere manier met de gebruikers een participatietraject in. Dan moet de lat een stuk lager liggen. Die duidelijkheid hebben we graag aan de voorkant, want anders dan weten we dat we een participatietraject ingaan waar teleurstelling uit komen. Of als u zegt van nou ja goed, we willen misschien wel die grotere bandbreedte hebben, maar kijk in hoeverre je het plan kan faseren. Geeft u dat soort kaders alstublieft mee, want, nogmaals, anders dan gaan we een participatietraject van teleurstellingen in, kan ik u voorspellen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen.

Mevrouw Van Herwijnen: Om dat beeld te kunnen krijgen, is het voor mij wel van belang van, kunnen we dan een onderverdeling maken van welk gedeelte is bedoeld voor sport, welk gedeelte is bedoeld voor recreatie, welk gedeelte is bedoeld voor vergroening? Dus om een beeld te krijgen van wat is die verdeling van die 41 procent, is dat misschien wel handig om daar een globale schifting in te kunnen maken van de gebruiksfuncties. Wethouder Burggraaf: Voorzitter, ik weet niet, volgens mij hebben die bij de stukken gezeten, maar ik zal het nog wel eens even zorgen dat u een verwijzing heeft naar wat ooit bij de maatschappelijke business case heeft gezeten. Want daar is gewoon een hele

55

uiteensplitsing van de hele waar ooit die de hele totaal investering teruggerekend was voor wat voor type voorzieningen et cetera. Dus ik zorg even dat u daar een verwijzing naar krijgt, zodat u daar een beetje gevoel bij heeft. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even een punt van orde. Zit hier een fatale beslistermijn op? De voorzitter: Ik hoef het niet beantwoorden. Wat valt er om als we nu vanavond dit niet doorsturen? Wethouder Burggraaf: Het enige is dat we pas aan de slag kunnen met de verenigingen die staan te trappelen om met ons een participatietraject in te gaan, dat die dan langer moeten wachten. Dus ja, de snelheid van de besluitvorming door u, bepaalt de snelheid waarop we met de verenigingen aan de slag gaan. Mevrouw Stolk: Die snap ik, maar we gaan aan de slag met dit gedeelte van het traject. Maar we hebben nu de startnotitie over het gehele traject. Nee? Stadspolders, Reeweg ‘…’. Meer niet? Dus ook niet over FC Dordt en … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer nog een vraag, zag ik, en daarna wil ik echt gaan afronden, jongens. De heer Van der Meer: Ik wil graag weten of iedereen zich als belanghebbende kan melden voor bij de participatie, of dat dat op uitnodiging gaat.

Wethouder Burggraaf: Wat ik zei, voorzitter, we gaan echt eerst in het gebied zelf beginnen want ja, daar is ook de kennis van de huidige omgeving en in stap twee zullen we hem breder zetten en dan, vanzelfsprekend, dan kan iedereen zich melden die zegt van nou, ik heb daar ook wat in het gebied zie ik aanhakingspunten en wil ik ook graag mijn inbreng leveren, dan willen we hem graag zo breed mogelijk inzetten. Maar dat begint echt wel eerst met de directe gebruikers in het gebied. Er was nogal wat discussie over de kunstgrasvelden. Kijk, het is nadrukkelijk ook echt een park waar sport een heel belangrijke rol en functie heeft. Daar heeft u als raad ook heel duidelijke uitgangspunten in meegegeven, als het gaat om het sport areaal en het behouden daarvan en de benutting. Dat vraagt het gebruik van kunstgrasvelden. Ik wil ook wel het beeld een beetje nuanceren dat kunstgrasvelden de biodiversiteitsopgave in de weg zitten. Ga eens even naar Schenkeldijk, ga eens langs het hoofdveld staan van de hockeyclub DMHC en kijk een achter je, dan zie je een hele berm met enorm veel bloemetjes staan en dat is een bio-diverse berm die we in het stadspark nu hebben aangelegd. Dan zie je een kunstgrasveld en een hele vrolijke bloemenberm. En dan kunnen die twee opgaves dus prima met elkaar samengaan.

Heb ik dan nog vragen hier die … Oh je, er was nog gevraagd naar het functioneren van een nieuwe speelplek. Daar hebben we ook schriftelijke vragen op beantwoord. Het ligt er net, het vraagt gewoon een aanlooptijd. De brug is er ook nog niet zo heel lang, zullen we maar zeggen. Daar moet de buurt ook nog even ontdekken wat de potentie van de plek is en we gaan daar ook nog wat extra voorzieningen aanbrengen, waardoor het ook een nog fijnere verblijfsplek gaat worden.

56

Dus wij hebben er nog vertrouwen in dat deze plek ook echt nog beter tot zijn recht gaat komen. De heer Oostenrijk: Voorzitter, nog de laatste vraag over de … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Volkstuinvereniging. Wethouder Burggraaf: Niet alles is genoemd, alle partijen die in het gebied zitten, maar voor de volkstuin blijft de situatie ongewijzigd in het gebied. De voorzitter: Mijnheer Katif nog, als laatste. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik zit heel goed te luisteren naar de wethouder. Ik ga hier geen lang verhaal van maken. De voorzitter: Liever niet, ik wil graag dat u een vraag stelt. De heer Katif: Dat doe ik gelijk, dat doe ik gelijk. Wat ik echt heel jammer vind, is dat de startnotitie startnotitie genoemd wordt. Dat had namelijk een raadsbesluit moeten zijn. Dat is het ook, maar er staat startnotitie namelijk als titel om het zo maar te zeggen. Maar volgens mij hebben we het nooit zo afgesproken. Maar dat doet er niet toe. Als wij hier nu mee instemmen, dan ga je met 44,7 miljoen, want dat is eigenlijk de bandbreedte waar de wethouder eigenlijk om vraagt. Dat wilde ik even gezegd hebben. De voorzitter: Dat was dus geen vraag, dat is weer jammer. Mijnheer Noldus.

De heer Noldus: Voorzitter, ik had nog een vraag gesteld ‘…’ van het Insula College in dit gebied en of daar ook sprake kan zijn van een zoektocht op Krommedijk voor een dergelijke inpassing. Wethouder Burggraaf: Met het Insula College gaan we sowieso gewoon het gesprek aan, omdat hun huidige huisvesting niet toekomstbestendig is. Dus we gaan gewoon een breed gesprek aan met het Insula College over toekomstige huisvestingslocaties en dan zullen we breder in de stad kijken daarvoor. De voorzitter: Dames en heren, even een gewetensvraag. Want deze startnotitie, daar kunt u diverse dingen mee doen. En dat is hem doorsturen als hamerstuk naar de raad van 26 november, even uit mijn hoofd gezegd, dat kan dan als stemstuk, dat kan als hamerstuk, dat kan als … Nou, roep maar wat. Ik weet niet of iemand er ideeën bij heeft. Dit is gewoon een concreet, een startnotitie gaat over de deelgebieden, er zit een bepaald budget aan. Het is een richtlijn waarmee aan de slag gegaan wordt en waardoor het participatieproces gestart kan worden. Roept u maar. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik vind het een lastige, voorzitter, en ik zou heel graag en niet om dit tegen te houden, helemaal niet, maar ik zou dit toch graag nog even mee terugnemen naar mijn fractie. En ja, het gaat sowieso door naar de raad, neem ik aan. En dan is het

57

of met een amendement of bespreekstuk, maar ik heb nu niet zo één, twee, drie de vraag paraat. Dan zou ik hem zo kunnen bedenken: moeten wij 21 miljoen beschikbaar stellen voor. Want als we ja zeggen, dan, heeft de wethouder duidelijk aangegeven, is het 21 miljoen is de bandbreedte. Of 17? Ik weet het even niet. De voorzitter: Ik hoor hiernaast nog wat discussie over het cijfer. Mijnheer Katif in de tussentijd. De heer Katif: Nou ja, ik moet eerlijk zeggen dat de collega’s hier me even wakker geschud hebben. Uiteraard ben ik een voorstander van het Stadspark, niet XXL, maar Stadspark, maar ik ben inderdaad ook wakker geschud en met die gedachte ga ik inderdaad terug even naar de fractie om het er toch even elkaar over te hebben hoe we hiermee moeten omgaan, want het gaat eigenlijk toch om redelijk wat geld en ik zie het ook in het licht van wat wij in 2026 tegenkomen. Dus dat heeft mij een beetje aan het twijfelen gebracht en de wethouder heeft daar debet aan, want die heeft op een gegeven moment gezegd: u als raad bepaalt, wist ik ook wel, we hebben budgetrecht, maar gewoon op de manier waarop hij dat zei, dat ik in één keer dacht, wacht even, dit kan ik niet zomaar even één, twee, drie namens mijn fractie ‘…’. De voorzitter: Ik snap dat er meerdere partijen ... De heer Katif: Het zou zo kunnen zijn dat wij met een amendement komen. De voorzitter: Precies.

Laat ik een voorstel doen, laat ik een poging doen. We kunnen dit gewoon als bespreekstuk agenderen voor de gemeenteraad, daar hebben we helemaal geen motie of amendement voor nodig. Die kunnen er altijd nog wel bijkomen, maar dan heeft u de gelegenheid om in de tussentijd met uw fractie te overleggen en ook om te bedenken van wil ik hier iets aan veranderen, ja of nee, dus dan kunnen er altijd amendementen of moties aangekondigd worden die op dat moment meegenomen kunnen worden in de bespreking. Is dat een idee? De heer Struijk: Prima, voorzitter. En wat ons betreft twee minuten spreektijd, want er is nu al best uitvoerig van tijd gewisseld. De voorzitter: Oké, twee minuten spreektijd, bespreekstuk. Niet aan de hand van moties en amendementen. Het kan wel zo zijn dat die ingediend worden. Oké? Nou, deal. Dank u wel, allemaal. Dan sluit ik hierbij de vergadering.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

De griffier,

De voorzitter,

58

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/775/documents/36765