2.4 2024.10.22 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 22 OKTOBER 2024 Vergaderzaal 3
1. Auditcommissie 2. Agendacommissie 3. Vaststellen Begroting 2025 - Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht & Lerend en Ondernemend Dordrecht - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Spoel Commissiegriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevrouw Balorian (VVD) Mevr. Boom-Vos (VVD) De heer Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Okkerse (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevrouw Stevens (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: Wethouder C. van Benschop, wethouder M. Merx. De voorzitter: Een hele goedenavond. We zijn hier bij de commissie waar we de begroting 2025 gaan vaststellen, althans we gaan daar oordeelsvormend over praten. Voordat we daarover beginnen en ik even een korte toelichting gaan geven, maken we even een ronde met wie er allemaal is en ik begin aan mijn linkerzijde, kijk gelijk jou aan. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP.
1
De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter Voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. Mevrouw Balorian: Maylis Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Stevens: Inge Stevens, Partij van Arbeid Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben uw voorzitter vanavond, Wouter van der Spoel. We gaan vanavond aan de slag met een aantal vragen en concept motie die zijn ingediend door jullie als commissie zijnde en die gaan we vanavond bespreken. Daar gaan jullie met elkaar het debat over aan. We gaan even kijken hoe dat gaat uitpakken, daar ben ik erg benieuwd naar. En ik wil u er wel op wijzen dat we gaan er vanavond over in debat en dat gaan we op 5 november nog een keer overdoen, ons kennende, of uw kennende, de commissie kennende, want daar zijn we altijd goed in.
Dus ik wil u ook wel vriendelijk verzoeken, er staat behoorlijk wat op de agenda qua vragen en één concept motie, houdt het daar ook bij die vragen en bij die motie en dan hebben we misschien nog tijd om wat te drinken daarna, voordat we de volgende vergadering in gaan. Dus ik ga voor de helderheid toch eventjes de vragen die zijn gesteld even voorlezen en dan ga ik daarna de partijen die ze hebben ingediend het woord geven. En ik vind dat leuk als daar gelijk door andere partijen op gereageerd wordt, dus houdt u vooral niet in als iemand iets zegt waardoor u zich geroepen voelt om daarop te reageren. En er is een concept motie ingediend, maar ik zie die partij hier niet zitten die de concept motie heeft ingediend, dus wat mij betreft slaan we die in eerste instantie gewoon over en mochten we dan nog tijd over hebben en iemand heeft er heel erg de behoefte aan om daar nog op te reageren, dan mag dat, maar dan richten we ons eerst op de vragen die zijn gesteld en daar beginnen we dan met de volgende vraag.
2
Is de commissie van mening dat we voldoende doen om lesuitval op scholen te voorkomen, met name gericht op de voorbereiding van de eindexamenkandidaten? Dat is van de VVD. Daarna, doen we genoeg om een stevige verbinding tussen inwoners onderling te bevorderen? GroenLinks. Zetten we voldoende in om inwoners met een uitkering te stimuleren om sneller aan het werk te gaan, zodat zij minder afhankelijk worden van de gemeentelijke steun? VVD. Er komt een raadsinformatiebrief over de jongeren ontmoetingsplekken/voorzieningen voor jongeren in wijken, worden jongeren voldoende meegenomen in de participatie voor ontmoetingsplekken? Van de PvdA. Wordt er voldoende gedaan aan jongeren met schulden en om vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen. Hoe gaan we voorkomen dat jongeren een slechte start in hun leven krijgen? Ook van de PvdA. Heeft het college voldoende aandacht voor avondkinderopvang en andere voorzieningen nu de POK-gelden verdwijnen? PvdA. Zit er voortgang in de renovatie van het stadion van Dordrecht en directe omgeving en is daarbij voldoende samenwerking met maatschappelijke partijen, ook in verband met jongerenvoorzieningen? PvdA en de PvdA was in vorm met een vraag stellen, dus ik stel voor dat de PvdA eerst hun eigen vragen dan stelt en nog eventueel toelichting geeft en dan reageert op de andere vragen die zijn gesteld.
Gaat uw gang, mevrouw Stevens of mevrouw Schnabel? Het waren er zoveel. Mevrouw Stevens: De eerste vraag was de raadsinformatiebrief over jongeren ontmoetingsplekken. De voorzitter: U mag ze in uw eigen volgorde doen. Mevrouw Stevens: Wij doen het samen. De voorzitter: U dwingt de rest om op te letten. Mevrouw Stevens: Ik heb de vraag over de jongeren ontmoetingsplekken in de wijken en ik heb daar de vorige keer ook al aan de wethouder over gevraagd, ik vind dat in deze periode dat er best veel gedaan wordt aan ontmoetingsplekken in de wijken, dus perfect. Alleen blijf ik toch wel vragen krijgen van jongeren met worden wij daarin meegenomen wat wij nu echt willen? Natuurlijk is daar het jongerenwerk ook voor, maar niet elke jongere loopt bij het jongerenwerk of andersom. Dus mijn vraag is gewoon, wordt in de hele participatie ook de jongeren bij betrokken als het gaat om ontmoetingsplekken in de wijken? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Het idee is volgens mij van de sessie van vandaag is ook dat we het debat met elkaar aangaan en niet dat we per se dat we technische vragen aan de wethouder stellen. Dus ik wilde daarom vooral het debat met elkaar gaan en ik neem aan dat als deze vraag gesteld wordt, dat de PvdA, al hier aanwezig, dus vindt dat er niet voldoende aandacht hiervoor is.
De voorzitter: PvdA.
3
Mevrouw Stevens: U hebt helemaal gelijk. We zouden het debat met elkaar aangaan en inderdaad, het klopt dat ik vind dat er op dit moment nog te weinig aandacht aan besteed wordt om te kijken van, wat willen vele jongeren? Kreeg van vooral in de leeftijdscategorie van pak hem beet 13 tot 16 jaar, zie je toch van dat ze nergens terecht kunnen in hun wijk of omgeving en terecht waarschijnlijk, want ze zijn jong, maar dan zou het leuk zijn als ze in de wijk ook iets hebben te doen. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan ben ik wel benieuwd wat PvdA precies voor ogen hebben, want als ik zelf even denk aan jongerenontmoeting, dan denk ik aan allerlei sportvereniging die we hebben, verschillende buurt- en wijkcentra die er bestaan, zowel vanuit de gemeente als vanuit onderaf en vanuit inwoners georganiseerd. Ik denk aan kerken, ik denk best wel breed. Waar denkt de PvdA dan aan, verder nog? De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Heel simpel. Natuurlijk zijn er genoeg voorzieningen, zeker op gebied van sport. Daar kunnen heel veel jongeren aan meedoen, zeker dankzij ons armoedebeleid, ook voor jongeren waar het niet betaalbaar voor is.
Maar waar ik aan denk, is dat vanuit jongeren gevraagd wordt, als wij bijvoorbeeld in een ontmoetingsplek in de wijk ergens naartoe willen, dan is het vaak dat er een toevallig een oudere biljartclub of wat dan ook is en wordt er niet gekeken naar ons wanneer wij er tijd voor hebben. Bijvoorbeeld al zou je maar één keer in het weekend een film laten zien wat gratis toegankelijk is of zo’n alcoholloze, hoe zeg je dat zonder ..., alcoholvrije disco of wat dan ook, dus gericht op die leeftijdscategorie. De voorzitter: Ik denk dat deze voldoende is beantwoord, zie ik aan de blik van de heer Van Dam Timmers. Maak uw woordvoering af, mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ik heb ook de vraag over het FC Dordrecht en dat vraag ik ook, ik zit nog niet zo lang ..., ben ik weer actief hier in de politiek en het viel me op in de vorige periode is het heel vaak gegaan over de samenwerking met de maatschappelijke partijen en ook voor de jongerenvoorzieningen met FC Dordrecht. En ik kon er eigenlijk helemaal niks op terugvinden. Ik vraag ook aan mijn collega’s hier, klopt het dat het in deze periode bijna niet aan de orde is geweest? En kan iemand mij vertellen hoe het ervoor staat? De voorzitter: Die is heel ontzettend open, maar ik denk dat iedereen deze doorpast aan de wethouder, om in sportbegrippen te blijven. Doorpassen naar de wethouder. Ik zie dat mevrouw Schnabel het overneemt.
Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. We hebben nog de vraag, even kijken, over de POK-gelden, dus heeft het college voldoende aandacht voor avondkinderopvang en andere voorzieningen nu de POK-gelden verdwijnen? Wij zagen dit natuurlijk, net als anderen, in de begroting staan en we maken ons daar veel zorgen over. Ook omdat in de beantwoording op de technische vraag wordt aangegeven dat buurt jongerenwerk daarmee samenhangt, sociale wijkteams, zorg en veiligheidshuis en sociale raadslieden, dus dat is dan de juridische dienstverlening. En we zijn gewoon heel bezorgd over het feit, stel dat dit gaat gebeuren en dat geld komt er dan niet bij, hebben
4
we dan een plan van aanpak achter de hand? Ligt er een soort plan B waar we dan op kunnen anticiperen, waardoor er niet nog een extra bezuiniging nog eens op het sociaal domein komt te liggen? De voorzitter: Helder, en staat er nog eentje over voor vroegtijdig schoolverlaten, jongeren en schulden. Mevrouw Schnabel: Ja, we hebben het een paar weken geleden inderdaad over schuldhulpverlening gehad. En een op de vijf jongeren heeft schulden. Je ziet heel vaak als je daar dan wat meer over leest, dat dat ook samenhangt met vroegtijdig schoolverlaten. Waar wij ons zorgen over maken is dat ondanks het feit dat er natuurlijk ook al heel veel is, geldpraatje en dat toch jongeren vaak nog een beetje een blinde vlek zijn. Dus hoe wordt daarop ingezet? Wordt daar echt proactief op ingezet? De voorzitter: Dank u wel. Dit was het voor de PvdA, denk ik? En willen jullie gelijk reageren op de andere dingen die zijn ingediend of willen jullie eerst nog even wachten? Eerst even wachten. Dan kijk ik naar de VVD. Wie van de VVD mag het woord geven? Gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Wij wilden heel graag hier het gesprek aangaan binnen de commissie, maar ook wijzen kunnen eigenwijs zijn, net als de voorzitter en hoop graag een antwoord van de wethouder.
Wij hebben de eerste vraag ingediend, zijn wij van mening dat we voldoende doen om lesuitval op scholen te voorkomen? En die is voor ons heel belangrijk, omdat wij al door meerdere ouders met zorgen vorig jaar benaderd zijn. En we hebben in de media verschillende scholen gehoord waar veel leraren uitvallen en er komen nog steeds meer berichten doordat er nog minder leraren zijn waardoor veel vakken uitvallen. De voorzitter: Een klein momentje. Ik zag u inderdaad als eerste, gaat uw gang. Daarna de heer Van Dam Timmers. Mevrouw De Groot: Ik wilde graag aan de VVD vragen wat zij denken dat wij als gemeenteraad hier aan kunnen doen? Want het docententekort, dat is een landelijk probleem, dus wat zouden wij kunnen doen, want het is een probleem van docententekort? De voorzitter: Helder. VVD, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Dat is dus de discussie die ik graag hier wil voeren met de hele commissie eigenlijk, met meer ideeën. Wij zijn ons best wel bewust dat wij als gemeente hier geen directe invloed op hebben, maar we kunnen wel heel erg smeerolie zijn. En kunnen wij bijvoorbeeld nadenken dat wij van middelbare scholen met een hoog niveau havo, vwo, dat die bijles geven aan vmbo of bijvoorbeeld, dat zijn gewoon maar ideeën en dat wilde ik ... Wij maken ons zorgen dat er te veel leraren uitvallen.
We kunnen geen blik leerkrachten opentrekken en daarom zou uit je comfortzone moeten gaan denken en dat wilden wij hier neerleggen. De voorzitter: Helder. De heer Van Dam Timmers, gaat uw gang.
5
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Ik vind het altijd goed als we denken over lesuitval, omdat het een probleem is voor leerlingen. Alleen er zit inderdaad wel een ingewikkeldheid in die vanuit Beter Voor Dordt ook wel wordt aangegeven, dat we ook als gemeenteraad ook wel goed moeten nadenken over waar onze leest en ook onze ... Schoenmaker blijf bij je leest zit. Dan vraag me wel af of lesuitval op scholen, wat geen gemeentelijke taak is, ook eigenlijk geen indirecte gemeentelijke taak is, of de VVD dan ook echt van mening is dat we gemeenschapsgeld vanuit gemeentebelasting moeten spenderen aan lesuitval? Terwijl de scholen daar primair verantwoordelijk zijn, secondair eigenlijk ook verantwoordelijk zijn, anders wel de scholenstichtingen. Trekken we dan niet als gemeente ook een te grote broek aan? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dit antwoord had ik helemaal niet verwacht van CDA. Ik vind hem totaal niet sociaal. Als ouders bij je komen, zich zorgen maken om hun kinderen die hun eindexamen niet kunnen halen, omdat ze gewoon een half jaar lang geen les hebben gehad op school, dan moet je toch ook nadenken als gemeente, ook al is het onze verantwoordelijkheid niet, waar zouden we bij kunnen dragen? Op zijn minst gewoon even scholen benaderen, kunnen we jullie ergens mee helpen, is er iets wat jullie nodig hebben? De voorzitter: Dank u wel.
En ik zie de heer Van Dam Timmers, die als eerste reageren. Daarna mevrouw Stevens en dan de heer Gorter. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat is natuurlijk wel een beetje een makkelijke repliek. We hebben als gemeente ook gewoon ook personeelstekort natuurlijk en dan moeten we ook kijken wat we waarin we kunnen bijdragen. Natuurlijk kun je altijd kijken wat je kunt betekenen, maar dan ben ik wel benieuwd naar waar de VVD dan aan denkt? Want als gemeente doen we al een aantal dingen, bijvoorbeeld het mogelijk maken van woningen voor leraren. Op zo'n vlak kun je wel iets betekenen, maar wat hier staat is natuurlijk heel gericht op lesuitval op school en dat vind ik echt wel zo'n specifieke taak, dat ik me echt oprecht afvraag of gemeenteambtenaren moeten vragen om zich daarmee te gaan bemoeien. Dus als er een vraag komt van scholen lijkt me dat heel logisch, maar laten we alsjeblieft ook niet naïef zijn dat de gemeente nog niet genoeg taken heeft om uit te voeren en dit is toch wel iets wat primair bij de scholen ligt. Mevrouw Boom-Vos: Daar ben ik het grotendeels met de heer Van Dam eens, dit ligt bij scholen. Wil niet zeggen dat dit geen sociale verplichting van gemeente is. Je kunt ook niet zo maar die kinderen in de kou laten staan.
Dat doen we met geld niet, dat doen we met daken niet, doen we met veiligheid niet en daarom wil ik gewoon kijken en bespreken, kunnen wij gewoon het gesprek aan smeerolie zijn? Er hoeft geen geld in te zitten. De heer Van Dam Timmers: Dank u wel. Voorzitter, heel kort. De voorzitter: Concreet, kort.
6
De heer Van Dam Timmers: Dan ben ik wel benieuwd waar de VVD dan aan denkt. Mevrouw Boom-Vos: Dat is ten eerste wat ik al zei, kunnen wij leerling van een ander niveau die wat ouder zijn, bijles of meer bijles geven op andere scholen als sociale dienstplicht of wat geld bij laten verdienen? Hoeven wij niet per se te betalen. Dat kunnen die scholen ook doen uit de vacature geld, dus dat hoeft ons geen geld te kosten. De voorzitter: Oké, mevrouw. Dan is dat hetzelfde voorbeeld wat de VVD eerder aangaf. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Stevens en daarna aan de heer Gorter. Gaat uw gang, mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik wou vragen aan de VVD, ik hoor de geluiden ook van ouders, vooral in de tijd van examen dat het echt heel vervelend is als er tekort is aan leerkrachten. Verder denk ik, ik hoor u als soort oplossing zeggen, leerlingen van een ander niveau kunnen dan bijles geven. Dat is al op scholen gebeurt, dus ik zal de scholen ook niet noemen waarin dat totaal mislukt is omdat die leerlingen die zelf ook dan meestal voor examen zitten of voor tentamens of wat dan ook, ook dan de tijd ontbreken om dat op een goede manier te doen.
Dus ik vraag me af of dat dan echt wel een goede oplossing is of heeft u nog ook een andere oplossingen bedacht? De voorzitter: Heeft u naast deze oplossing ook nog andere oplossingen, mevrouw Boom? Mevrouw Boom-Vos: Er zijn ook huiswerkbegeleiding activiteiten buiten schooltijd. Je zou dat soort organisaties ook kunnen vragen of dat binnen schooltijd op scholen kunnen doen. Maar de discussie is vooral hier, vinden wij dat we voldoende doen om lesuitval op scholen te voorkomen? De voorzitter: Heldere vraag en ik zag nog een vraag van de heer Gorter. Ja, wel, niet?
De heer Gorter: Jawel. Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat wij niet zoveel aan het lesuitval kunnen doen. Ik denk, dan ga ik meer met het CDA mee, ik denk dat we het voor leraren moeten stimuleren dat ze zich vestigen in Dordrecht. Ik denk dat dat gewoon veel beter geregeld moet zijn. Dat gewoon Dordrecht een interessante stad is om als leraar hier les te komen geven. Dat is naar mijn idee de enige oplossing die we kunnen bieden. De voorzitter: Had u nog een vraag, de heer Gorter of was dat een opmerking? De heer Gorter: Dat was een reactie op. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we even naar Beter voor Dordt en dan terug naar mevrouw Stevens.
7
Mevrouw De Groot: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde vragen aan mevrouw Boom van VVD of zij op de hoogte dat alle voorbeelden die zij heeft genoemd, dat die zeker al gebeuren op scholen. Kan ik zelf zeggen uit ervaring, want ik zat drie jaar geleden nog op de middelbare school en ik heb daar ook gewoon bijles gegeven aan wat mensen van het eerste jaar, toen ik zelf in het zesde jaar zat. En ook huiswerkbegeleiding gebeurt al op scholen en al dat. De voorzitter: Dank u wel. Is mevrouw Boom van op de hoogte dat het allang gebeurd? Mevrouw Boom-Vos: Ja dat klopt, dat zijn echt geen wonder mooie dingen die ik hier verzin, die zijn allang verzonnen. Maar feit blijft dat er nog steeds te veel lesuitval is en dat er weinig vakken aan vooral eindexamenkandidaten worden gegeven. De voorzitter: Helder. Dan zie ik nog een vraag van mevrouw Stevens en dan mag de VVD de andere vraag even toelichten. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Het is meer een opmerking, want ik herken ook wel wat u zegt over de examenjaren en de uitval van leerkrachten en ik ben het wel eens dat wij als raad daar eigenlijk niets aan kunnen doen. Wat een voorstel van mij zou kunnen zijn, dat is even persoonlijk dat ik toevallig een kleindochter heb die leert voor docent Engels, moet stage lopen.
Dus ik kan me wel, en die kwam dus niet aan de bak in Dordrecht, ondanks dat ze stage liep en dat ik denk, ja, daar ligt wel een mogelijkheid. Het lijkt mij dat dat veel meer iets is voor de wethouder om dat een keer met scholen te bespreken, hoe gaan jullie hier mee om? En dat zou misschien daarin helpend kunnen zijn. Maar ik ben het wel eens, ook met mijn buurman CDA, als raad kan je er eigenlijk heel weinig mee, hoe vervelend het probleem ook is. De voorzitter: Helder. Dan ga ik nog één keer naar de overkant. GroenLinks, gaat uw gang.
De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een kleine vraag aan mevrouw Boom, want ik ben het met mevrouw Boom eens dat van jongeren niet in de kou moeten laten staan. Maar denkt zij dat het CTOO hier bijvoorbeeld iets zou kunnen betekenen, in deze vraagstelling? De voorzitter: VVD, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ik denk het zelf niet. Dat het CTOO is een controlerend orgaan op onderwijs, waarbij de Nestas scholen en Kapteynweg, ik weet het even de school niet, Stedelijk Dalton, dank u wel, onder vallen en het Johan de Witt. Daar hebben wij als lid van het CTOO, en ik herkende hier nog een paar, dit ook wel eens een keer aangekaart. De voorzitter: Helder, dan wil ik de VVD nu verzoeken om de andere vraag even toe te lichten. Mevrouw Boom-Vos: Nog een lekker debat. We moeten wat te doen hebben vanavond. Het viel ons op dat we in de begroting heel weinig lezen over wat wij gaan doen in ’25
8
om mensen met een uitkering stimuleren om aan het werk te gaan. We hebben pasgeleden nog een armoededebat gehad en er zijn nog andere mogelijkheden. Wij vroegen ons af, wat gebeurt er nu, naast loonkostensubsidie? De voorzitter: Dank u wel. Hebben we ze dan gehad van de VVD, de vragen? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Uiteindelijk is het doel van vanavond ook debat voorzetten, dus we proberen dat ook te bereiken, anders dan moeten we ergens voor mijn bed uit gekomen zijn uiteindelijk. Maar waar het om gaat hier, als het gaat over het mensen naar werk toe halen, dan delen wij ook heel erg die mening. Het mooiste is als mensen geen uitkering nodig hebben, maar aan de slag kunnen en in hun eigen inkomen voorzien, dat zowel psychisch, sociaal als lichamelijk voor mensen uiteindelijk het beste, als ze het kunnen. Maar mijn vraag is dan, wat mist de VVD in ons huidige participatiebeleid? Dus niet in het armoedebeleid, maar in het participatie beleid, wat zij wel graag zouden willen zien? De voorzitter: Dank u. Is helder. Wat mist VVD in het participatie beleid, wat betreft uw vraag? Mevrouw Boom-Vos: Wij missen in de begroting, want daar hebben we het hierover, hier aandacht voor. Hier staat in de begroting 2025 niks benoemd wat wij eraan gaan doen.
De voorzitter: Dit was niet de vraag van de heer Van Dam Timmers. Misschien kunt nog een keer duidelijk, de heer Van Dam Timmers?
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dat klopt natuurlijk, feitelijk gezien klopt het natuurlijk wat mevrouw Boom zegt. De begroting gaat ook niet over primair over participatiebeleid, maar wordt participatiebeleid natuurlijk wel in bekostigd vanuit de begroting. En het is ook niet zo dat in deze begroting natuurlijk alle beleidsprogramma staan opgenomen, dus uiteindelijk ligt dat natuurlijk in het onderliggende beleid wat we eerder hebben goedgekeurd in het participatiebeleid. Dus dan ben ik toch nog steeds benieuwd wat de VVD dan voor ogen heeft. Wat ze anders willen in wat de sociale dienst en ook verdere participatiebeleid nu gebeurt. Is er een dan een concrete maatregel die anders moet of moeten we er nog een keer over hebben? Ik ben gewoon op zoek naar waar gaat dit dan over? De voorzitter: Mevrouw Boom, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: In onze vraag staat niet iets dat wij anders willen, er staan geen voorbeelden, staat dat wij weinig voorbeelden kunnen zien. Misschien dat de heer Jan van Dam Timmers wat voorbeelden uit het participatiebeleid kan opnoemen waarvan hij denkt, daar wordt voldoende gedaan om mensen uit de uitkering te krijgen?
9
De voorzitter: Ik weet niet of het de bedoeling is dat de heer Van Dam Timmers dat nu gaat opnoemen. Ikzelf heb daar als voorzitter niet zoveel behoefte aan. Maar er wordt geen antwoord gegeven op de vraag die wordt gesteld, maar misschien moeten we het hier gewoon mee doen. De heer Van Dam Timmers: Misschien is dat zo. Als het gaat om het participatiebeleid, dan wordt er gewoon vanuit sociale dienst met mensen gesproken over wat ze kunnen en waar ze aan kunnen bijdragen, er wordt afgesproken dat mensen moeten solliciteren, er wordt gekeken naar mensen hun capaciteiten. En dat is een hele persoonlijke benadering die daarin wordt gekozen, bij sommige mensen wat meer dan bij andere, afhankelijk van hun potentie. En ik ben daar heel blij mee. Maar de VVD blijft in opeenvolgende debatten terugkomen dat dit beter moet. Maar ik ben echt op zoek naar wat dat dan is en dat hoor ik nog niet. De voorzitter: Dat begrijp ik. Wilt u daar nog op reageren, mevrouw Boom? Nee, ik zie geen reactie, althans niet de behoefte om te reageren. Dan kijk ik naar GroenLinks, want die heeft ook een vraag gesteld. Gaat uw gang, de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Om de verharding van de samenleving tegen te gaan is er meer sociale samenhang nodig. Sociale samenhang helpt bij preventie van problemen en het kan deels ook helpen om onvermijdelijke bezuinigingen op te vangen.
Hierbij is het van belang dat het buurtwerk, buurtinitiatieven, ontmoetingsplekken en cultuur in de wijken gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Het is goed om te zien dat de gemeente hier aan werkt. Het versterken hiervan is een investering die zich dubbel en dwars terugverdient. Wij zien dat er ook in de stad dat er initiatieven zijn die letterlijk lastig een plek kunnen vinden en het is ook belangrijk dat participatie goed georganiseerd wordt. Dus niet alleen dat bewoners met de gemeente in gesprek gaan, maar ook met elkaar om te praten over bijvoorbeeld groen spelen en parkeren in de wijk. Hiermee draag je ook direct bij aan de sociale verbinding in de wijk. Dank u wel. Dus dat wilde ik even toelichten. De voorzitter: Dank u. Ik zie een blik van mevrouw ... Nee, toch niet. Dan is nu het moment voor andere partijen om eventueel nog te reageren op wat er is gezegd en als die behoefte er niet is, dan mag dat natuurlijk ook, dan kijk ik gelijk naar mijn linkerkant naar de twee wethouders. Maar ik zie de heer Bootsman, die was net klaar en wil gelijk door. Gaat uw gang. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde nog wel even reageren op bijvoorbeeld de vraag van de VVD over inzetten naar werk.
En waar inwoners met de uitkering kunnen werken is het natuurlijk van belang om mensen vanuit die bijstandsuitkering naar werk te begeleiden, want werk zorgt niet alleen voor een zelfstandig inkomen maar het heeft ook, wat de heer Van Dam Timmers al zei, goede invloed op de gezondheid. Maar er is wel een ding waar we rekening mee dienen te houden. Sinds de invoering van de participatiewet en de bijhorende afsluiting van de Wajong uit 2015, zit daardoor het hele land relatief veel mensen met een arbeidsbeperking in de bijstand, omdat de regels voor de Wajong veel strenger zijn geworden, maar zij kunnen in feite weinig tot niks en zeker niet voldoende werk om
10
zelfstandig inkomen te verdienen. Dus bij het begeleiden naar werk moeten we deze mens en diens mogelijkheden en ook onmogelijkheden wel goed in het oog houden. Dat wilde ik daar nog even over zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Bootsman. Dan kijk ik rond en dan ga ik eventjes helemaal naar achteren, want die heb ik nog niet gehoord. ChristenUnie/SGP, gaat uw gang. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Een hele rij vragen waarvan ik inderdaad ook het gevoel heb dat veel meer aan het college zijn, dan dat we daar heel erg met elkaar ook over in discussie nog moeten gaan. Ik zal nog heel even reageren op de VVD over de lesuitval. Ik denk inderdaad ook dat wij een maar een kleine taak hebben, maar het zit hem soms misschien meer in de symboliek. Dus eentje die nog bij ons in het rijtje werd genoemd, wat we nog zouden kunnen doen is niet de parkeergeld invoeren op het Leerpark bijvoorbeeld. Zoveel geld kosten die docenten niet, maar als het gaat over hoe hou je Dordrecht aantrekkelijk om als docent hier te gaan werken? Dan denk ik dat zoiets niet bij helpt. Ook de vraag van GroenLinks vind ik erg interessant, over die verbinding inwoners onderling bevorderen. Volgens mij doen we daar nooit genoeg aan en mag daar op allerlei soorten vlakken nog meer aan worden gedaan.
Ik kan het toch niet laten om even op de concept motie te reageren van de Fractie van Waardhuizen ... De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: ... Waar ik toch eigenlijk wel een beetje gefronste wenkbrauwen van kreeg, omdat we kortgeleden nog juist de motie van de VVD niet hebben aangenomen, waarmee ik dus eigenlijk ook zoiets heb van, volgens mij willen we dat signaal, dus willen we inderdaad wel inzetten op laat geen kans voorbijgaan, maar is het verder helemaal niet zo dat we als Dordrecht inzetten op alleen maar universitair onderwijs binnenhalen. Maar dat zal vast de wethouder zo ook nog op reageren. Maar mocht die motie er komen, dan zal er in elk geval vanuit ons geen steun voor zijn. Dat was het. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik wilde inderdaad ook graag reageren op de motie en ook dat de heer Stam van Fractie van Waardhuizen misschien dit ook terugkijkt om toch ook wat feedback mee te nemen. Allereerst de titel, kun je natuurlijk niks mee in beroepsopleiding, is niet een universitaire opleiding. Zijn gewoon twee hele verschillende dingen die niet hetzelfde zijn en dat hoeft ook niet, is ook logisch dat dat niet zo is. Juist in Dordrecht staan we bekend om veel praktische opleidingen. Daar zit degree, de hbo wat hier is gekomen, wat ook een heel aantal technische opleidingen behelst, ook sociale opleidingen. En dan verbaas ik me eigenlijk over deze motie.
We hebben ook, daar hebben we ook nog een werkbezoek gehad in onze regio, dat we mensen ook praktisch naar werk toe geleiden dus en ook zonnepanelen bijvoorbeeld laten monteren, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of statushouders, je hebt bouwmensen, je hebt een heel uitgebreid programma en dan deze motie. Ik vind dat gewoon een beetje in schril
11
contrast staan met wat er de afgelopen jaren op dit vlak is gebeurd. En daarom had ik heel erg gehoopt dat de heer Stam hier zou zijn om dat dan ook toe te lichten waar dat dan vandaan komt. Dus ook vanuit onze fractie kan ik me haast niet voorstellen dat na flink fractieberaad, natuurlijk volgende week, dat we hier voor zullen stemmen. Er was nog één ander punt en dat ging over sociale cohesie van GroenLinks. Natuurlijk iets waar we vanuit CDA warm voorstander van zijn, maar ook hierbij, het hoeft nu natuurlijk niet beantwoord te worden, is vrij heel erg open vraag, daar zijn we denk ik allemaal op zich wel voor, maar dat gaat natuurlijk wel om de concrete dingen die je dan wilt doen. In die zin mis ik dat dan wel, maar is meer een opmerking. De voorzitter: Dank u wel. Dat mag ook in uw woordvoering. Wie mag ik het woord geven? De VVD, gaat uw gang, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ook al zijn ze er niet, wilden wij toch heel graag even reageren op de motie. Het is een beetje zoals onze vragen over lesuitval. Volgens mij wordt er een heleboel aan gedaan aan vak- en beroepsvertegenwoordigers en de opleidingen en om te zorgen dat van de grond afkomt. Maar dat het resultaat niet is zoals je wilt, wil niet zeggen dat deze motie dan in één keer naar boven komt.
Dus wij hadden graag nog wat verder willen horen wat Fractie van Waardhuizen nu wilde veranderen aan de resultaat, maar we houden het hier even bij. De voorzitter: Doen we 5 november, denk ik. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel. Wij hebben er gisteren in de fractie natuurlijk ook over gehad, over deze motie van Fractie van Waardhuizen. En ik had ook zoiets van, ik begreep hem ook niet zo goed. Met name omdat inderdaad vorige raad ook de motie van de VVD hierover zou gaan, tenminste, niet dit punt, maar wel van gelijke strekking en daarin tegengestemd. Dus was voor mij ook heel jammer dat ze er niet zijn zodat ze niet konden toelichten. Hier wil ik het wel even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond of er iemand behoefte heeft aan een woordvoering over wat er qua vragen is gesteld en anders gaan we naar de wethouders? Dan heeft de heer Merx één vraag en mevrouw Van Benschop de andere vragen. Ik denk dat we bij mevrouw Van Benschop moeten beginnen. Het is nu 20.00 uur precies, we hebben een uur de tijd en we weten allemaal dat de heer Merx dat vol kan praten, dus dan beginnen we bij mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik zal zeker vijf minuten overlaten.
Er zijn een heleboel vragen gesteld waarvan ik inderdaad de verwachtingen had dat er ook heel veel bij ons terecht zouden komen, bij het college, omdat het eigenlijk vooral inzetvragen zijn. Wat doen we op het gebied van deze dingen en vindt de commissie dan vervolgens dat we daar ook genoeg op doen? Ik zal proberen om een beetje logisch door te lopen en dan kom ik direct bij de eerste vraag over de lesuitval op scholen. Ik begrijp de zorg, die begrijp ik, die zien scholen zelf ook. Dat zien we eigenlijk natuurlijk wel door het hele land, maar wat ik vooral heel bijzonder vond was dat in het proces richting de visie op het voortgezet onderwijs, wij ook gesprekken hebben gevoerd met jongeren en jongeren hier zelf ook een mening over hebben. Dus waar ik een andere verwachting had waar jongeren zich op zouden richten, als het ging om het visie op het voortgezet
12
onderwijs, kwamen zij zelf met de zorg, we krijgen eigenlijk best wel vaak een melding de les gaat niet door. Wij moeten die stof wel kennen, we moeten vervolgens ook gewoon examen doen, dus hoe gaan we dit oplossen? Dit is niet iets wat wij alleen kunnen oplossen, dat kan niet. Wat we wel kunnen doen, en dat hebben we voor een deel in de visie op het VO gedaan, er is een tekort aan docenten of in ieder geval je ziet dat dat steeds lastiger wordt om die capaciteit op peil te houden. Daarom is ook in de uitgangspuntennotitie voor de huisvestingsverordening aan u voorgelegd in maart denk ik van dit jaar, in ieder geval begin dit jaar, om daar ook in op te nemen dat we voorrang kunnen geven aan mensen met cruciale beroepen, waarvan leraren er één is. Daar hebben we ook een koppeling mee gemaakt in het Dordtse visie op het VO, omdat ook vanuit scholen gezegd werd, ik snap dat jullie, scholen snappen dat wij niks kunnen doen aan hun lesuitval, maar wij kunnen wel randvoorwaarden creëren om die docenten hier ook te laten vestigen.
Dat is ook waarom we hartstikke trots en blij zijn dat we in het Kopgebouw nu, zijn verhuisd, in Holland hebben met een hele stevige PABO, waar we docenten opleiden voor het primair onderwijs en waarom er ook echt wel onderling contact is tussen scholen om te kijken kunnen we daar nog iets doen, bijvoorbeeld richting bedrijven met gastlessen? Kunnen we iets doen met bijlessen van leerlingen onderling of huiswerkbegeleiding? Het is dus een echt heel complex probleem.
Wij gaan het niet alleen oplossen, de raad heeft wel de mogelijkheid om via die huisvestingsverordening docenten voorrang te geven, waar je in ieder geval een stap zet om het aantrekkelijk te maken. En de scholen onderling moeten ook elkaar gaan vinden om te kijken of ze daar oplossingen kunnen vinden. Dat is die vraag. Dan sla ik heel eventjes die over de stevige verbinding over, want die is meer van ons samen, dus dan kunnen we mooi op elkaar inhaken. De volgende vraag, zetten we voldoende in om inwoners met een uitkering te stimuleren om sneller aan het werk te gaan? We doen ongelooflijk veel, tenminste de sociale diensten, de GR Sociaal werkt hard aan het toe leiden naar werk, onder andere vanuit de bijstand en het UWV doet dat natuurlijk ook voor die mensen die in een werkloosheidsuitkering zitten. Ik moet wel constateren dat die uitstroom voor een deel steeds moeilijker wordt. En dat heeft er gewoon mee te maken dat er een deel mensen in de bijstand zit die of dan wel arbeidsongeschikt eigenlijk zijn, omdat ze niet meer via de Wajong maar via de bijstand bij ons binnenkomen en het heeft ook te maken met, dat weten we, hoe langer iemand in de bijstand zit, hoe moeilijker het wordt om er weer uit te komen. Dat betekent echter niet dat je daar niet iets aan zou kunnen doen.
We hebben gewoon een veranderd bestand en hij vraagt ook in sommige gevallen om een veranderde aanpak. We hebben in september nog, heeft collega Heijkoop toen nog een RIB gestuurd naar de raad over de herijking van de Participatiewet, die samenhangt eigenlijk met de wetswijziging Participatiewet in balans. Die we hadden verwacht dat die in ’24 gewoon netjes aangenomen zou zijn en dat we daarmee verder konden, dat is uitgesteld. Dus we komen met in ’25 richting de raad om de herijking van die Participatiewet te doen en daar zitten wel degelijk keuzemogelijkheden over hoe wil je dan die mensen begeleiden en richting werk helpen en als dat niet kan, naar betaald werk? Op welke wijze kunnen ze dan een bijdrage leveren? Dat is een van de redenen waarom we niet heel concreet, want we doen wat we doen, en we doen denk ik ook echt wel hele goede dingen, maar het is niet meer toereikend voor het bestand dat we nu hebben. Dat is de reden waarom
13
die niet zo specifiek in de begroting staat, omdat we nog het gesprek met de raad ook gaan voeren. Hoe gaan we dat dan verder vorm geven? Dus ik deel wel dat daar een vraagstuk zit. Als het dan gaat over wordt er voldoende gedaan aan jongeren met schulden? Daar zitten eigenlijk drie vragen in, zou ik zeggen. Eén gaat vooral over de schuldenaanpak. U bent eerder geïnformeerd over Jongeren op de Rit, samenwerking van het sociaal wijkteam en de sociale dienst, waarbij jongeren vroeger in beeld komen en waarbij daar gesaneerd wordt, de schulden worden gesaneerd, die kunnen jongeren in termijnen terugbetalen om op deze manier eigenlijk van die achterstandspositie die ze hebben opgelopen ook weer gewoon een goede start te kunnen maken. Dat zit vooral aan de kant van als er al iets aan de hand is. Maar er is ook dit jaar gestart met een programma Help, ik word 18. Dat gaat onder andere over wat verandert er voor mij als ik 18 wordt? Daar zit ook een stukje financiële educatie in. Dat is ook trouwens een opdracht die scholen hebben gekregen vanuit het Rijk om meer aandacht te besteden aan die financiële educatie. Dus dat zit meer aan de preventie kant. En als het gaat over de curatieve kant, dus aan de aan de achterkant zal ik maar zeggen, dan hebben we Jongeren op de Rit, waar we wel zien dat dat echt een goede aanpak is om jongeren ook echt weer een goede doorstart te kunnen geven.
De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dank u wel, ook voor uw antwoord, of voor het antwoord van de wethouder. Wat ik me afvroeg, we krijgen natuurlijk zoveel stukken, ik heb dat stuk niet voorbij zien komen over Jongeren op de Rit en de evaluatie, als het goed is. Wanneer is dat geweest en is dat ook echt dan een evaluatie geweest of hoe zag dat er uit? De voorzitter: Is daar direct een antwoord op of moet dat even opgezocht worden? Mevrouw Van Benschop: Daar heb ik denk ik wel een antwoord op. Ik moet even kijken wanneer de exacte datum was, maar dat was een RIB die in reactie eigenlijk op een toezegging die gedaan is inderdaad over het, volgens mij was dat een motie van PvdA, over het Jongeren Perspectief Fonds en daar is toen een toezegging gedaan om daar informatie over te geven, omdat we een schuldenaanpak hebben voor jongeren. En in die RIB staat toegelicht wat Jongeren op de Rit betekent, wie daarin samenwerken, wat dat precies doet en ook wat daar de aantallen zijn over jongeren die geholpen zijn. Ik zit nu te kijken, dat was in oktober 2023. De voorzitter: Helder, vervolgt uw ... Mevrouw Van Benschop: Moet ik de vraag er weer even bij pakken. De tweede vraag in dat stukje ging over voortijdig schoolverlaten voorkomen.
Het lijkt net alsof we overal zitten te wachten op wat het Rijk besluit, maar ook daar is natuurlijk een wetswijziging geweest of eigenlijk gewoon een compleet nieuwe wet van school naar duurzaam werk, waarbij de aanpak voortijdig schoolverlaten niet meer alleen via Doorstroompunt loopt in iedere regio, die zit bij ons bij DG&J overigens, niet meer alleen via Doorstroompunt loopt, maar waar ook afspraken gemaakt gaan worden met de arbeidsmarktregio's die raken aan dit gebied. Dat is bij ons best een ingewikkeld verhaal. Omdat wij, DG&J zitten tien gemeenten in, en eigenlijk het Doorstroompunt raakt aan drie arbeidsmarktregio's.
14
Dat is dus, dat zeg ik in alle openheid, best wel een zoektocht, hoe gaan we dat vormgeven om met drie verschillende arbeidsmarktregio's tot één aanpak te komen op het voortijdig schoolverlaten. Daar zijn we hard mee bezig, dat moet in 2025 afgerond worden en waarom vertel ik dit allemaal? Om even terug naar het punt, dus hoe voorkomen we voortijdig schoolverlaten? Aan de ene kant doen we dat door preventieve inzet van onder andere jongerenwerk, de brugfunctionaris, van allerlei maatregelen die we op school nemen en aan de andere kant moeten we ook constateren dat er jongeren zijn die niet helemaal passend zijn in het onderwijssysteem zoals we dat georganiseerd hebben. En daarom is het voor ons van belang, achten wij het van belang, dat we voor die jongeren die we niet met alle mogelijkheden die we hebben, matchmakers en, verzin het allemaal maar wat alle instrumenten die we hebben op voortijdig schoolverlaten, ook de verbinding maken naar die arbeidsmarkt, zodat lukt het niet op school, dat je niet thuis hoeft te zitten zonder enige startkwalificatie, maar kunnen we je dan via de arbeidsmarkt ook helpen om toch aan die startkwalificatie te komen. Kunnen we dat dan in een andere vorm gieten dan de reguliere traditionele, hoe je het noemen wil, onderwijssysteem dat we hebben.
Dat is helemaal in ontwikkeling, daar zijn we gewoon nog niet, maar daar loopt natuurlijk al een oud vsv programma, zal ik maar zeggen, onder andere de matchmakers en die gaan we uitbreiden met die arbeidsmarktaanpak. Dus ik durf wel te zeggen dat we heel veel doen aan voortijdig schoolverlaten, maar dat het ook een complex vraagstuk is waar niet altijd een directe oplossing voor is. Hoe gaan we voorkomen dat jongeren slechte start in hun leven krijgen? Ook dat is weer heel complex en aan heel veel ... Ik schiet op. Ik heb nog vijftig minuten, mag rustig aan doen. Hoe gaan we voorkomen dat jongeren slechte start krijgen? Ook dat is weer heel veel leefgebieden, zoals we dat dan noemen, dat kan gaan op financieel vlak, dat kan gaan op mentaal gezondheid, fysieke gezondheid. Dat is dus ook niet één aanpak, daar werken we samen met alle partners die we hebben, waarbij het jongerenwerk natuurlijk en het schoolmaatschappelijk werk ook wel een soort prominente rol hebben of in ieder geval een hele zichtbare rol ook voor de jongeren, maar daar lopen allerlei programma's op, zowel vanuit de GGD als vanuit, jij kan wat zeggen over ... Wethouder Merx kan iets zeggen over het jongerenwerk mogelijk, jongerenwerk op school. Dat gaat ook over een stukje voorlichting, zorgen we er nou voor dat jongeren voldoende handvatten hebben? Ik noemde net het programma Help, ik word 18.
Dat is eigenlijk helemaal ingericht op juist het geven van de jongeren van een goede start, omdat je ziet het als jongeren 18 jaar worden, ze ineens best wel veel verantwoordelijkheden krijgen en niet altijd weten, wat moet ik dan? Waar moet ik dan zijn? Bij wie moet ik dan zijn? Dat is waarom we juist die campagne hebben. Daar hoort ook een website bij waar al die informatie genoemd staat, maar waarvan we ook hebben gezegd, die moeten we proactief overbrengen. Dus toevallig heb ik, was na de zomer, ik denk een maand geleden, zelf een gastles gegeven op de Da Vinci, over dit onderwerp, zodat we het ook echt onder de aandacht brengen en niet alleen een platte website, maar ook naar de scholen toe. In dit geval was het dan een wethouder, maar dat wordt dus op meerdere plekken op verschillende manieren gedaan. Dan nog de vraag, heeft het college voldoende aandacht voor kinderopvang en andere voorzieningen nu de POK-gelden verdwijnen? De kinderopvang kon ik niet helemaal koppelen aan de POK-middelen behalve als dat gaat over de extra inzet voor mensen die daarmee ondersteund worden met die kinderopvang en een lager inkomen hebben, zullen we maar zeggen. Daar hebben we middelen voor, dat hebben we
15
gecontinueerd, dat regelen we ook gewoon. Dat doen we nu, zeg ik met de slag om de arm, volgens mij al niet uit de POK-middelen. Dat doen we nu, dacht ik uit middelen van Dordt West. Ja, dat klopt. Gelukkig dus, daar zit geen risico. Die POK-middelen, ook daar hebben we een RIB over gestuurd in 2022 en dat ging over het overhevelen van de budgetten die toen over waren. En daarin hebben we ook toegelicht, dat heeft eigenlijk de raad uiteindelijk het besluit genomen om die middelen in te zetten voor de plus op de dienstverlening die we hebben in het sociaal wijkteam, het buurtwerk, het jongerenwerk, dus eigenlijk de hele aanbesteding van Dordrecht Sociaal in de wijken. Die middelen heeft u als raad vastgezet tot en met 2026. Die middelen zijn er tot en met ’27 zeker en de vraag is, het Rijk gaat dat evalueren, worden die middelen voortgezet, ja of nee? Het voor een deel is dat dus de plus die zit bij Dordrecht Sociaal, dus het is niet zo dat als die middelen er niet zouden zijn, dat we de dienstverlening niet kunnen doen. Alleen van deze middelen hebben we gezegd, dan kunnen we veel meer aan, vindt plaatsgericht werken doen, goed, daar zit een extra inzet op. Het is echt heel vroeg om nu te zeggen, gaan die POK-middelen stoppen? Dat weten we dus niet, we weten alleen zeker dat we ze tot 2027 hebben.
Wat er daarna gebeurt is dus een afweging die bij volgende begrotingen, mocht dan duidelijk zijn dat die POK-middelen inderdaad zouden stoppen, weer gemaakt moet worden. Is die extra inzet dan nog nodig of is het zodanig ingebed in de reguliere opdracht dat het gewoon doorloopt? Want uiteindelijk is dit natuurlijk wel een extra impuls geweest vanuit het Rijk. Het is echt extra geweest. De voorzitter: Ja, dat mag zeker. Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Waar ik dan nog benieuwd naar ben is die POKmiddelen, of de wethouder vertelde net over de inzet met die wet naar passend werk en alles wat er bij komt kijken op scholen, worden de POK-middelen, omdat het ook over jongerenwerk gaat, ook daar op ingezet, al die programma's die eigenlijk nu daar dan dus spelen of niet? Of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Van Benschop: Ik durf hem niet helemaal zo scherp te maken, maar wat ik wel weet is dat er natuurlijk in het vsv-netwerk ook middelen zijn. Er is gewoon geld beschikbaar voor die aanpak van school naar duurzaam werk. Wat natuurlijk niet wegneemt dat een deel van de activiteiten die nu door Dordrecht Sociaal gedaan worden, wel degelijk gefinancierd worden uit die POK-middelen delen.
Dus je kunt het niet helemaal met een schaartje knippen, maar de extra opdracht die er mogelijk bij komt van uit die wetswijziging, die we dus nu aan het uitwerken zijn, die heeft ook met zichzelf weer middelen meegebracht. De voorzitter: Helder. Dan zie ik nog een vraag die jullie samen wilden? Mevrouw Van Benschop: Is dat zo? Ja, de stevige verbinding tussen inwoners en dat geldt eigenlijk ook voor de ontmoetingsplekken en voorzieningen voor jongeren in de wijken. Laat ik daar nog heel even mee beginnen, over de ontmoetingsplekken voor jongeren. Het is echt een heel lastig punt. En dat komt omdat we in het algemeen inzetten op mogelijkheden tot ontmoeting in de wijken. Ik krijg ook signalen dat er voor jongeren mogelijk te weinig is. Ik krijg daar alleen wel heel wisselde signalen over. Over
16
het algemeen, als ik met jongeren spreek, vragen ze niet om fysieke ruimte. Ze zeggen, dat is er allemaal wel, maar is er nou programmering waar wij blij van worden? Terwijl als ik bijvoorbeeld het buurtwerk spreek of het jongerenwerk, die zeggen, ja we hebben geen locaties. Dat daar zit best wel een beetje een spanningsveld, denk ik. Dat niet voor iedereen helder is, wat is nou precies de vraag? Pas geleden heb ik nog een ontmoeting gehad met jongeren in het kader van eenzaamheid. Ging het hier ook heel erg over. En wat zij eigenlijk vooral aangaven was dat zij zelf behoefte hebben om ook iets meer te kunnen sturen op wat zij dan op dat moment aan programmering zouden wensen.
Ik ga verder geen antwoord geven op wat het jongerenwerk doet, dat kan mijn collega Merx doen, maar vanuit mijn portefeuille ontmoeting mogelijk maken in de wijk op fysieke plekken, zie ik dus die vraag minder dan op de inhoud van wat er in die plekken gebeurt. De voorzitter: Mevrouw Stevens, gaat uw gang. Mevrouw Stevens: Ik vind dat u dat heel goed verwoord, want dat zijn ook de signalen die ik krijg. En daarom noemde ik ook die ontmoetingsplekken, die zijn er wel en natuurlijk kan je zeggen, ik wil een andere ruimte, maar er zijn gewoon ontmoetingsplekken. Maar het gaat met name om de programmering waar jongeren tegenaan lopen en dat ze daar zelf ook een soort inspraak in kunnen hebben. De voorzitter: Dank u. Nog een reactie? Mevrouw Van Benschop: Daar kan wethouder Merx nog wat meer over zeggen. En dan nog die laatste over de stevige verbinding tussen inwoners. Het gaat nog goed, nog drie kwartier. Over de stevige verbinding tussen inwoners onderling bevorderen. Er werd net al door iemand opgemerkt dat dat wel een heel breed, ik dacht dat dat het CDA was, een heel breed begrip is, verbinding tussen inwoners.
Desalniettemin is het ook voor dit college wel een heel duidelijk vraagstuk, hoe breng je inwoners meer met elkaar in contact, hoe bouw je een sociale netwerk, zodat ook mensen meer op elkaar kunnen rekenen? En ook daar zou ik zeggen dat we die beweging proberen te maken door ook verschillende doelgroepen bij elkaar te brengen. Dus juist in die ontmoetingsplekken die we hebben, het ook een transitie, vinden mensen soms ook heel moeilijk. Maar we proberen bijvoorbeeld door de bibliotheek ook een ontmoetingsplek te laten zijn, door dat niet alleen een plek te laten zijn waar je boeken gaat halen, maar waar ook het jongerenwerk zit hier in binnenstad bijvoorbeeld of waar ook het buurtwerk zit. Juist om verschillende mensen met elkaar in contact te laten komen en ook een beetje kennis te maken met wie woont er eigenlijk in mijn wijk of in mijn buurt? Dus ook weer vanuit mijn portefeuille is dat de insteek, proberen we die ontmoetingsplekken zo divers mogelijk te maken. We geven buurtwerk de opdracht, ga die wijken in en kijk welke initiatieven er allemaal in wijken zijn, zorgt dat mensen die initiatieven ook weten te vinden, leidt onze inwoners naar de initiatieven die er zijn toe. En niet alleen de professionele initiatieven, maar ook zeker buurtinitiatieven of inwonersinitiatieven of initiatieven vanuit de kerk. Dus in de volle breedte.
Daar hebben we een sociaal makelaar voor die dat doet. Dus als er een vraag leeft in een wijk, dan kan een sociaal makelaar, die weet als het goed is al die wegen te bewandelen en weet wat er is en die kan ook die verbindingen maken. Dat
17
is de professionele kant gekoppeld aan de niet professionele kant, zullen we maar zeggen en daarnaast is er vanuit de portefeuille Wijken nog het een en ander te melden. Dus ik geef het woord over. De heer Merx: Dank u wel. Voorzitter, mijn collega heeft eigenlijk al een hele hoop verteld, en dat maakt niet uit, en we doen inderdaad echt heel veel. De vraag is elke keer, doen we datgene waar op dat moment ook behoefte aan is? Wat je ziet is dat die behoefte wisselt in de loop van de tijd. Ik kan een echt een enorme rij op gaan noemen van activiteiten die we organiseren die ook echt wel goed bezocht zijn, maar het zijn ook totaal verschillende activiteiten. En waar ik mee wil beginnen is eigenlijk dat we zo langzamerhand ook wel tot de conclusie komen, dat geldt ook voor sportverenigingen, wat natuurlijk op zichzelf, de heer Van Dam Timmers zei al, ook ontmoetingsplekken zijn, om die uit te dagen veel meer de wijk in te gaan. Veel meer naar de mensen toe en proberen de mensen achter hun voordeur vandaan te krijgen en de straat op te krijgen en elkaar te ontmoeten. Jong tot oud. En dat is een zeker, werd net ook al genoemd, in een maatschappij waar de individualisering steeds groter wordt en tegelijkertijd je ook ziet dat de behoefte aan contact tussen mensen ook toeneemt en dat proberen wij te faciliteren.
Voor jongeren hebben bijvoorbeeld Life Goals, maar ook Jongeren van de Wereld, jongerenwerk wat al een paar keer genoemd heeft, met zeventien activiteiten in Dordrecht alleen al voor jongeren op tal van gebieden, zowel in de fysieke leefomgeving, maar ook online, want daar vind je ook heel veel jongeren. Op de wijkplekken waar gevoetbald wordt, de Cruyff Courts, waar FC Straat echt een enorme doelgroep trekt. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Gaat uw gang, mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Hartstikke mooi, serieus meen ik echt. Hartstikke goed dat die initiatieven te zijn. Maar is dat ook in overleg met de jongeren gegaan om te vragen wat zij willen? Want dat was ook een van de redenen dat het jongerenwerk ... Voorheen was het jongerenwerk gaf aan en jongeren volgden. Nu is het eigenlijk omgedraaid, dat het ook vanuit de jongeren moet komen. En natuurlijk, de sport hartstikke belangrijk, zou je mij ook niet over horen, dat doen al mijn kinderen ook, maar het heeft ook, ze willen ook andere dingen dan alleen sport. Kijken maar naar je eigen jeugd. De voorzitter: Helder. De heer Merx, gaat uw gang. De heer Merx: Zeker. Ook buurtwerk gaat inmiddels met een bus rond door de wijken, vanuit ToBe gebeurt inmiddels ook het een en ander als gaat bijvoorbeeld over muziek. Er zijn tal van activiteiten en het gaat echt niet alleen maar over sport.
Maar wat je wel ziet, is dat je veel meer die wijken in moet gaan. Dat je veel meer naar de vindplaats moet gaan waar de jongeren zijn om met hen in contact komen om aan het gesprek aan te gaan en om te kijken of het aanbod wat er is, voldoet aan de wensen van de jeugd op dat moment. En u noemde net een filmhuis. Het kan best zijn dat daar helemaal niemand op afkomt en dat wij dat misschien heel leuk vonden vroeger ... Sorry? Mevrouw Stevens: Sorry, ik noem dat als voorbeeld. Ik zeg helemaal niet het jongeren dat willen, maar geen filmhuis maar gewoon een film in een buurthuis laten zien ofzo.
18
De heer Merx: Ik begrijp u, want wij vonden dat heel leuk, maar het kan best zijn dat de jeugd tegenwoordig ... Dus dat is wel iets waar we ook een jongerenwerk uitdagen om constant in gesprek te blijven en te zijn met jongeren. En dat zijn ze ook om te kijken of er nog steeds voorzien wordt in een behoefte. En het lastige is dat de jongeren die zij bereiken, die zijn misschien nog makkelijk, tussen aanhalingstekens, te bereiken. Het gaat om die groep jongeren die heel moeilijk te bereiken zijn en dat is echt enorm ingewikkeld. We geven niet op en we blijven er mee doorgaan. We blijven ook zoeken. Collega Van Benschop noemde net dat bijvoorbeeld Renewed at School, waar je echt probeert ook met jongeren in contact te komen. Dan heb je meidengroepen, je hebt jongensgroepen, maar dat is wel ingewikkeld. De jongeren zijn heel moeilijk tegelijkertijd te bereiken. De voorzitter: Ik zie mevrouw Stevens, gaat uw gang. Mevrouw Stevens: Dank u wel. Dat laatste, dat is gewoon waar. Dat is ook moeilijk, maar dat is ook tevens de uitdaging. Want ik denk dat het zelf ook, als ik kijk van we hadden vroeger natuurlijk Terug op Straat, het TOS project voor een aantal wat heel goed liep. Je had een betere aanpak waar het ging over overlast gevende jongeren. Ga in gesprek met de jongeren en dat het lastig is, absoluut. Maar het is wel de uitdaging.
De heer Merx: Maar we zijn het echt helemaal eens. De voorzitter: Dat is mooi. De heer Merx: Dan de vraag over FC Dordt? Hoe het staat met de ontwikkelingen. Dat is een goede vraag. Dat maakt deel uit van het stadspark en wat ik begrepen heb is dat er een soort van vergunningaanvraag ligt maar wat nog steeds discussie is tussen FC Dort en de gemeente. Dat gaat over de renovatie van het stadion. Maar ik weet niet of u meteen wilt horen of het daarover gaat? De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik zou heel graag vragen gewoon wat meer informatie over willen hebben dat mij aangaat. Ik vind gewoon dat in deze periode er gewoon in verhouding met de vorige periode, hoe kan het nou, hoe zit het daarmee, hoe zit het met die samenwerking die er zouden komen? Hoe zit het met FC Dordrecht? Hoe zou het inderdaad komen dat ... Ik weet dat de Jongerenhuisvesting daar niet doorgaat, dat dat heb ik wel kunnen vinden. Ik wil zo graag weten hoe het ervoor staat. Gewoon totaal. Dus het zou ook goed zijn dat we die niet op ingaan, maar dat er wel bijvoorbeeld wel de informatie over komt. De voorzitter: Middels een RIB, wellicht? De heer Merx: Goed, maar dan moet ik hem wel iets specifieker hebben wat precies ... Maar in ieder geval wat u wilt weten over FC Dordt, want daar kunnen we natuurlijk een boek over schrijven, dat zal niet de bedoeling zijn.
19
De voorzitter: Mevrouw Stevens. Wilt u dat nu specifiek benoemen of komt u daar later op terug richting de wethouder? Mevrouw Stevens: Wou ik net zeggen, ik kom daar later op terug, want het zijn wel een aantal vragen. De heer Merx: Is goed, doen we dat. De voorzitter: Helder. Dan was dit het moment voor de jarige en ik begreep dat er nog even werd gereageerd op de concept motie? Mevrouw Van Benschop: Als dat gewenst is. Ik bedoel, ik ben het net vergeten, ik ben gelijk naar de antwoorden op de vragen gegaan. De concept motie. Ik heb heel goed geluisterd naar wat hier gezegd werd en ik begrijp ook de reactie op de motie. Er is alleen één ding wat mij in de motie wel aanspreekt en dat gaat niet zozeer over de uitvoering, want het is niet aan ons om allerlei extra opleidingen te gaan realiseren of faciliteren als het goed is. Voor zover mijn kennis gaat heeft het ROC hartstikke goede contacten met het bedrijfsleven en is alles wat zij doen juist afgestemd op die behoefte die daar gevraagd wordt. Dus daar heb ik ook gewoon vertrouwen in. Tenzij het anders zit, dan hoor ik het graag, bij deze een oproep, maar dit is in ieder geval wat mijn informatie nu is. Waar ik me wel wat bij voor kan stellen, is dat wij hebben in Dordrecht een hele grote beroepsbevolking die mbo geschoold is. Die is voor onze economische ontwikkeling echt van groot belang.
We hebben een grote maakindustrie en we weten ook allemaal dat het imago mbo, jarenlang niet heel erg goed is geweest. En als er dan hier staat, dat we best ook heel trots mogen zijn op dat we gewoon een goed ROC hebben met prachtige mbo-opleidingen die aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven, dat is eigenlijk wel bij overwegende min of meer staat, dan onderschrijf ik dat van harte. Dus als dat het signaal is wat uitgaat van deze motie, kan ik me daar alleen maar bij aansluiten, ben ik daar blij mee. De voorzitter: Voorzitter wilde ik zeggen. Mevrouw de wethouder, ik zie een interruptie. Hij wil hem nu echt maken. De heer Van Dam Timmers: Inderdaad, er staan mooie woorden in de motie, dat klopt inderdaad, maar dat maakt toch niet dat de motie helpend is voor de operatie die we op dit moment uitvoeren? Dus ik snap natuurlijk dat de woorden u aanspreken, maar wat er verder in staat, daar gaat het in feite natuurlijk op of we dat met elkaar zinnig vinden. En ik ben wel benieuwd hoe het college daar naar kijkt? De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Benschop: Zeker, daar ging ik nu naartoe. Ik wilde alleen even toelichten waarom ik me wel aangesproken voel door de strekking van alle argumenten die genoemd worden. Maar dan moet ik het CDA gewoon gelijk geven, dat er is, wat ik net al zei, er is een sterk ROC, Da Vinci is ons ROC. Sterker nog, die zijn zelfs in ruimte teruggegaan.
Hier wordt gevraagd om meer ruimte maar zij zijn in ruimte teruggegaan omdat ze de opleidingen veel meer zijn gaan richten op de vraag vanuit het bedrijfsleven
20
en daardoor minder ruimtevraag hadden. Dat neemt niet weg dat we ook andere partijen hebben. Ik hoorde het net al genoemd, volgens mij ook weer door het CDA, bouwmensen. Dat is onderhand ook onder ander ook een mbo opleider. We hebben natuurlijk een beroepentuin die zich richt op het praktijkleren en op de praktijkverklaring. Is allemaal mbo-niveau onderwijs en wat wel is, wat ik wel kan zeggen, wat ook in de begroting staat, dus dat deze motie wat dat betreft ontraad ik hem dus, want we doen dit al en voor zover we het niet doen, is het ook niet nodig. Wat wel in de begroting staat, is dat we toewerken naar de maakfabriek. En dat gaat wat mij betreft wel een grote toevoeging zijn op ons Leerpark. Dat is namelijk juist om een plek te bieden aan dit soort opleidingen als die opleidingen van bouwmensen en de beroepentuin, allemaal gericht zijn op de praktijk, op het beroepsonderwijs en die ook mensen in onze regio klaarstomen op het werken in die maakindustrie. Dus deze motie ontraden wij. De voorzitter: Dat is helder. En ik zag de heer Gorter nog. Geldt dat nog steeds? Gaat uw gang. De heer Gorter: Die geldt nog steeds, voorzitter.