CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2024.05.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 juni 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 21 mei 2024 en de Dordtse Dinsdag van 14 en 28 mei 2024 Vergaderzalen 1, 3, 515.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 MEI 2024 Vergaderzaal 5 1. Vaststellen uitgangspunten aanpassing Huisvestingsverordening Raadsvoorstel 2. Raadsinformatiebrief over Beschikbaarheidsmonitor 2023 Raadsinformatiebrief Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP Dordrecht) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie Van der Spoel) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Insprekers: Mevr. Molenaar, dhr. Guerrouj Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop De voorzitter: Goed, welkom allemaal bij de commissie van vanavond, het vaststellen van de uitgangspunten voor de aanpassing Huisvestingsverordening en deze commissie is wederom beeldvormend. De heer Heijkoop: Er komt nog een groep mensen. De voorzitter: Er komt nog een groep mensen aan. Dan wacht ik heel eventjes nog. De heer Heijkoop: Ja, belangstellenden. De voorzitter: O, ik dacht dat u iedereen … De heer Heijkoop: Nee, nee, ik ben er, maar ze moesten nog andere mensen halen. De voorzitter: Oké. Nou, ik stel toch voor om alvast te beginnen want anders dan lopen we helemaal uit de tijd.

Welkom raads- en commissieleden en de heer Heijkoop is ook

1

precies op tijd aangeschoven namens het college. Welkom ook aan de twee gasten die zometeen gaan inspreken, mevrouw Molenaar en de heer Guerrouj. Ik heb net even gevraagd of ik het goed uitspreek maar hij knikt dus oké, ik heb het goed uitgesproken. Vanavond hebben we het vervolg op de beeldvormende commissievergadering van 23 april jongstleden over het raadsvoorstel uitgangspunten aanpassing Huisvestingsverordening. De agendacommissie heeft besloten om ook de raadsinformatiebrief over Beschikbaarheidsmonitor 2023 aan de behandeling van het raadsvoorstel toe te voegen en de schriftelijke beantwoording van aanvullende technische vragen die u heeft gesteld die ter commissievergadering zijn ook toegevoegd aan het dossier. Ik vergeet nog onze ambtenaar van de heer Weber, beleidsadviseur, die ook aan tafel zit. Even voor de notulen vraag ik even of iedereen zich wil voorstellen wie je bent en wie je vertegenwoordigt. Ik begin hier aan mijn linkerkant. Mevrouw Van Poppel: Ja, dank je. Denise Van Poppel, commissiegriffier. De heer Van der Spoel: Wouter Van der Spoel, Fractie Van der Spoel. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff, CDA. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD.

De heer Schalken: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. De voorzitter: Mevrouw Molenaar, u mag even … Mevrouw Molenaar: Ellen Molenaar, Adviesraad WMO en Jeugd. De heer Guerrouj: De heer Guerrouj, ik vertegenwoordig jongeren. De voorzitter: Hij doet het niet, o. De heer Gündogdu: Hij doet het niet, voorzitter. Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De voorzitter: We hebben gewoon een rechterflank die uitgeschakeld is. Mevrouw Molenaar: Maar deze doet het zo te zien. De voorzitter: Ik zeg niks, ik ben voorzitter dus ik moet onafhankelijk blijven. De heer De Heer, hij doet het bij u ook niet of bij mevrouw … Ik denk dat even Clark, is Clark in de buurt? Hij komt er al aan. Oké. Misschien kunnen jullie het even gewoon roepen. Goed.

2

Ja, en dan is, ja, mevrouw Molenaar zal als eerste inspreken en uw microfoon deed het wel hè? Kijk, dan kunt u nu zo gaan inspreken. Gaat uw gang. Mevrouw Molenaar: Oké. Woonruimteverdeling gaat over verdeling van schaarste. Hoe verdeel je eerlijk, hoe kan je eerlijk verdelen? Ik was heel erg blij om te lezen dat de regiobinding de definitie die gehanteerd werd, dat die geschrapt gaat worden want die was wel heel oneerlijk. Als je probeerde om niet in de opvang terecht te komen en ging slapen bij je oma of even ging logeren bij opa in Schiedam dan was je al je rechten kwijt. Ook het hebben van een onzelfstandige woonruimte was toch een hobbel die voor heel veel mensen die al zwak waren te moeilijk was. Het was een systeem waardoor kwetsbare mensen tussen de raderen van het systeem terechtkwamen. Ik ben dus heel erg blij dat die twee zijn verdwenen. Maar regiobinding is wel een heel belangrijk begrip. Hier in Dordrecht komt altijd de landelijke uitstroom van De Hoop naar voren en wij denken, ja, de GGD toetst voor dak- en thuislozen, hoor je hier thuis, dan vangen we je op. Hier is je netwerk, hier is je steun. Dat zou ook voor de landelijke uitstroom kunnen. Ik ben in ieder geval heel blij dat de regiobinding zoals die was, dat die weg is. En, nou ja, wij als Adviesraad zeggen, hulde aan Dordrecht, het is een stukje eerlijker geworden.

Tevens pleiten wij ervoor om toch meer werk te maken van Housing First. Het staat al jaren in de stukken maar als ik de presentatiecijfers zie dan schiet het niet echt op. Dus het zou mooi zijn als de daad en het woord wat dichter bij elkaar komen. We waren ook heel erg blij met de verruiming van de mantelzorg. Daar waar vrienden en familie het samen kunnen oplossen door iets met huisvesting, dan worden betekenisvolle relaties kunnen hun krachten nemen en verrijken Dordrecht. Dat is een mooie … De Adviesraad richt zich ook op jeugd en wij onderschrijven voor 300 procent hoe belangrijk het is dat jongeren een perspectief hebben. Een perspectief op zelfstandigheid, dat ze toekomst. En soms is bij moeders op de bank echt te zwaar en te lang en te uitzichtloos en het geeft heel veel ellende. Dus ja, huisvesting is een belangrijke randvoorwaarde voor jongeren om volwassenen te worden. En ik refereerde ook aan een onderzoek uit Amsterdam waaruit bleek dat jeugdhulpverlening aan jongeren die geen perspectief hadden op zelfstandige woonruimte eigenlijk geen zin heeft. Sterker nog, het versterkt de moedeloosheid en de machteloosheid. Dus ja, het is heel belangrijk dat dat perspectief er komt. Maar moeten ze dan meeloten met die andere negenhonderd mensen die op een woning reageren? Ja, wij denken, kijk naar die zorginstellingen, die krijgen kleine woninkjes zoals die noodwoningen.

Hup, onder eerste etage een studiootje, boven een studiootje, en hoe simpel is het om de voorraad voor jongeren te vergroten. Dat geeft hun een mooie startpositie en dan kunnen ze uitbouwen. Natuurlijk wel van belang dat de huurprijzen conform hun budget zijn want anders dan schiet het nog niet op. Maar wij willen benadrukken hoe belangrijk het is dat jongeren verspreid in kleine eenheden door de hele stad wonen. Dat ze daar, en hier een huisje, daar een huisje, dat ze daar kunnen beginnen en kunnen opstarten. En ja, nou wil ik nog één keer terugkomen op de schaarste en op de verdeling daarvan. Maar wat is nou je eerste doel bij schaarste, is de voorraad verruimen. Nou, wat lazen wij tot onze verbazing, splitsing kan alleen bij een ruimte van 70 vierkante meter, 4 vierkante meter buitenruimte en 5 vierkante meter berging. Nou, ik gun het iedereen, daar zijn we het helemaal over eens. Maar op dit moment is er woningnood en denk ik elke splitsing is een woonruimte erbij. Elke kamer die er komt, daar kan iemand wonen. Dus ja, ik zou zeggen, Dordrecht, schrap alle beperkingen voor

3

splitsingen en stel een splitsingscoach aan. En ja, als we iedereen onder een dak hebben dan is het fantastisch als we met zijn allen dat recht van 70 vierkante meter per persoon, als we dat kunnen halen. Maar nu denk ik, splitsen die hap. Daar waar je kan splitsen, doe het. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Molenaar, voor uw vlammend betoog. Mevrouw Molenaar: Dank je. De voorzitter: Is er iemand die nog een verduidelijkende vraag wil stellen? De heer Damen. De heer Damen: Ja, ik was het op heel veel punten meteen met u eens maar op het punt van regiobinding heb ik nog wel een vraag. Want we hebben een tekort in Dordrecht. Op het moment dat we de eis van regiobinding helemaal loslaten, dan betekent het dat er gewoon meer urgenten naar Dordrecht komen. Ook bijvoorbeeld De Hoop, daar komen mensen uit het hele land, die worden daar opgevangen. Zonder een regiobindingseis zouden we die allemaal in een huis moeten helpen terwijl je eigenlijk tegen De Hoop moet zeggen, maak nou afspraken.

De voorzitter: En uw vraag is? De heer Damen: De vraag is van, is de huidige regeling van dat je drie jaar in Dordrecht moet wonen of de laatste tien jaar zes jaar in Dordrecht gewoond moet hebben, als je die nou aanvult met een regeling dat als je ooit vijftien jaar in Dordrecht gewoond hebt, heb je dan niet voldoende ondervangen dat mensen een soort binding met Dordrecht moeten hebben? Want als … Mevrouw Molenaar: Ik ben het helemaal met u eens dat binding heel belangrijk is maar er is een landelijke regeling. Die landelijke regeling die wordt getoetst en vaak is er ook overleg tussen twee steden, hoort die nou bij jou of hoort die bij ons? Soms is het ook wel even zoeken. Iemand die … Nou ja. Maar de GGD bekijkt per casus, heeft deze mijnheer hier opvang, heeft die hier familie wonen? Dus die regiobinding wordt heel serieus onderzocht en van iedere dakloze wordt vastgesteld waar die het meeste netwerk heeft. Dus ik denk als dat netwerk hier zit, dan moet Dordrecht opvangen. Dat doet ze ook. Maar nu zit er een probleem bij de uitstroom want dan horen ze opeens niet meer bij Dordrecht, dan horen ze niet bij niemand en dat kan niet. Je kan niet mensen zomaar uit de boeken schrijven, dat kan niet.

En daarom dat ik wel, ik ben het met u eens als je het hebt over De Hoop dan kan je zeggen, nou, kan niet diezelfde GGD die dat toch al landelijk in een landelijk systeem doet, kan die ook gewoon niet bekijken of de uitstroom van De Hoop ook past? Dan kijk, als iemand hier zijn moeder heeft wonen en zijn zus en een goede vriend dan denk ik, nou, dan hoort die hier thuis. Maar als blijkt, hij komt uit Leeuwarden en heeft daar nog een broer en een zus en een dit en een dat, dan denk ik, De Hoop heeft een landelijk netwerk van instellingen. Nou, dan ben ik het met u eens. Maar wat ik belangrijk vind … De voorzitter: Dank u wel.

4

Mevrouw Molenaar: … is dat mensen die hier een netwerk hebben, ook hier opgevangen worden en ook dus kunnen doorstromen. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand een aanvullende vraag? Een vraag met name. Dank u wel, mevrouw Molenaar. Wilt u uw lampje uitdoen? Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Guerrouj. De heer Guerrouj: Oké, ik ben gewoon hoorbaar toch? Ja. Ik kwam in eerste instantie hier om te spreken over het woningbeleid en hoe het allemaal in kaart wordt en wat eigenlijk de nadelen ervan zijn en je eigenlijk geen woning hebt. En ik heb haar betoog ook namelijk gehoord. Het spreek eigenlijk vanzelf al. Alleen het punt die meestal over het hoofd wordt gezien is namelijk wanneer een persoon dakloos is en die krijgt een briefadres, waar wordt die briefadres namelijk vrijgegeven? En dan heb je eigenlijk gelijktijdig waar die persoon briefadres verkrijgt is die eigenlijk gemeentelijk verbonden. Nu heb je nog een tweede vraagstuk die tot de orde komt is namelijk, hoelang spreken we uit van gemeentelijke binding? Vanaf welke tijd en welke tijd is het? Want nu wat er wordt, de beoordeling met de gemeente, ik heb namelijk zelf een urgentie aangevraagd, die was namelijk afgewezen.

Ik heb volgens mij nu al, even kijken, 25, 20 jaar in Dordrecht gewoond maar omdat ik die tussentijdse stop had van een jaartje dat ik dakloos was en geen briefadres had, werd ik daarop geweigerd. Dus als dat ook meegenomen wordt in de besluitvorming, dat de persoon gekeken wordt, oké, waar heb je in deze hele tijd eigenlijk gewoond? Welke gemeente was je als laatst ingeschreven? Als dat namelijk ook wordt getoetst dan daarvan uit kunnen we zeggen, oké, die persoon heeft alsnog recht op urgentie, deze persoon moet een urgentie krijgen. Maar nu gebeurt dat totaal niet. Dus hoe kan het eigenlijk zo zijn dat die persoon eigenlijk dakloos raakt en op een gegeven moment weer in beeld komt, een adres heeft, geen enkele stad kan hij een urgentie aanvragen, geen enkele stad. Dus hoe kan dat? Dat vraag ik me eigenlijk op dat punt uit. De andere punten die ik nog wilde bespreken is, heeft meer de nadelen wanneer die persoon geen woning krijgt. Want we zien namelijk in het landelijk beleid dat er wordt gesproken dat een persoon geholpen kan worden pas als die een woning kan verkrijgen. Dus schulden lopen door, ik krijg een thuisloosuitkering van 600 euro. Er wordt namelijk daar nog beslagvrije voet erop berekent die foutief is. Er is twee weken geleden een uitspraak geweest van de rechter dat dat niet klopt.

Dat eigenlijk voor een dakloze een hele andere beslagvrije voet gerekend moet worden dan een persoon die eigenlijk, ja, gewoon een woning heeft. Dus daar wordt ook een fout in gegaan. Dus op die punten vraag ik me af, ja, hoe kan het zijn dat deze punten alsnog, ja, zo gaat wat dat niet hoort te gaan hoe het gaat?

De voorzitter: Dank u wel. Heeft er iemand een vraag aan de heer Guerrouj? Het is allemaal duidelijk. Oké, dan wil ik u … U wil nog even een korte opmerking maken? De heer Guerrouj: Ja, klopt, want ik heb nog bepaalde stukken aangeleverd maar die zullen later tot jullie gezonden worden om al die punten nog te benoemen. Want het heeft niet alleen met woning te maken maar met scholen, met armoede en andere raakvlakken. Maar nu ging het dan specifiek over het woningbeleid.

5

De voorzitter: Oké, dank u wel. Ja, dan gaan we nu verder met, een even kijken, waar zitten we? O, de … U mag verder. Ja, u, de heer Weber. De heer Weber: Doet die het? Ja, hij doet het. De voorzitter: O ja, dan kunnen we nog even, het loopt nog niet. We hebben nu één microfoon voor de … O ja, dat is misschien wel handig. Waar de heer Guerrouj zit en waar mevrouw Molenaar zat, die twee microfoons doen het wel dus dan kunnen misschien daar twee mensen gaan zitten. Hier hebben we nog één microfoon en dan hebben we een looptelefoon of doorgeeftelefoon, telefoon, microfoon. De heer Weber: Microfoon. De voorzitter: De warmte slaat nou al toe, hoor je het? Nee, gewoon het is de warmte, Wouter. Oké, gaat uw gang. De heer Weber: Ja. Nou, goed, vorige keer waren we gebleven bij punt 9, de Wet toeristische verhuur. Punt 1 tot en met 8 hebben we met heel veel vragen tussendoor besproken. Wat mij betreft mogen er ook tussendoor vragen gesteld worden. Ik ga gewoon proberen om deze vier punten in redelijk korte tijd te behandelen. Als we kijken naar de Wet toeristische verhuur, we krijgen de laatste tijd best wel wat aanvragen van pandeigenaren of verhuurders wiens pand leeg, wiens woning is leeggekomen en die woning verschijnt dan ineens op Booking.com of op Airbnb.

Dan worden daar vergunningen voor aangevraagd en we hebben daar best wel intern wat discussies over gehad van, vinden we het nou goed als er woningen onttrokken worden ten behoeve van toeristische verhuur? Dus een woning die eerst gewoon verhuurd was, permanent bewoond, die vervolgens drie kwart van het jaar leegstaat en maar voor een kwart van de tijd verhuurd wordt aan toeristen. We hebben daar in Dordrecht hadden we daar nog niet zoveel over geregeld maar via de Wet toeristische verhuur kunnen we daar gewoon beleidsregels voor maken. Het voorstel is dat we in ieder geval als men dat wil, dat men, dat verhuurders zich gratis kunnen laten registreren, dat we in ieder geval inzicht krijgen in waar en hoeveel woningen dat dan betreft. En om daar ook een beetje paal en perk aan te stellen is het voorstel om het maximumaantal nachten per jaar op 75 te houden. Zodat het wel vergelijkbaar is qua verdienmodel met normale verhuur maar dat er ook niet gigantisch veel meer op verdiend wordt dan dat die woning normaal verhuurd zou worden. 75 nachten, dat is best wel veel. In Amsterdam is bijvoorbeeld het maximum 30 nachten, in andere steden zoals in Rotterdam is het geloof ik 60 nachten. Dus 75 nachten leek ons voor Dordrecht een, nou, als eerste voorstel een aardig voorstel. De voorzitter: De heer Damen heeft een opmerking of een vraag.

De heer Damen: De vraag is van, u zei net dat door de toeristische verhuur mogelijk woonruimte onttrokken wordt aan de woonruimte bestemming. 75 verhuringen lijkt mij, dan kun je die woonruimte niet aan iemand anders verhuren. Hoe voorkom je nou met die norm van 75 dat er sprake is van tegengaan van onttrekking aan het woonruimtebestand? De heer Weber: Nou, het is een beperking van, je kunt niet onbeperkt zeg maar een woning aan toeristen verhuren want als je dat wel zou doen dan onttrek je, A, een

6

woning uit het woningbestand en B, een groot deel van het jaar zal die woning ook leegstaan. Dat is weer nadelig voor de leefbaarheid en ook voor de economie van de stad. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Dank u, voorzitter. Maar als je hem 75 nachten per jaar verhuurt, dan kan er niemand anders in. Dus dan kan er geen permanente gebruiker van die woning gebruikmaken dus onttrek je hem wel aan het woningbestand. De heer Weber: Klopt. Ja. Ja, je onttrekt hem wel aan het bestand alleen je legt een beperking op zodanig dat verhuurders gaan nadenken over, is dit nog wel gunstig en is dit nog wel rendabel voor mij om dit te gaan doen? De voorzitter: De wethouder die zat te trappelen om hierop te reageren dus die geef ik eventjes het woord. De heer Heijkoop: Het zit een beetje op de grens van technisch en politiek. Kijk, wat we hebben gezegd is, de toeristische verhuur vinden we niet per definitie ongewenst. In die zin van, het is een belangrijk aanbod voor je aantrekkelijke binnenstad. Zeker voor gezinnen kan Airbnb-achtige verhuur een oplossing zijn. Een hotel werkt dan minder goed en op een vakantiepark buiten de stad wordt ook niet iedereen blij van. Dus je wil het niet onmogelijk maken. Tegelijkertijd wil je het geen verdienmodel laten zijn, wat het nu voor sommige pandeigenaren wel is.

U beschrijft dat al, dat we dan hele jaren door dat het verhuurd wordt en dat het niet meer voor de reguliere woningmarkt beschikbaar is. We hebben voor het aantal van 75 gekozen omdat je daarmee, dat het niet lucratief is maar dat je wel gewoon huiseigenaren die er zelf wonen wel de ruimte geeft om het af en toe te verhuren via Airbnb. Dus dan maakt het nog wel onderdeel uit van die woningmarkt maar kunnen ze het niet ongebreideld verhuren. Als uw raad zegt van, nou, wij zouden eigenlijk naar 60 willen, het Rotterdams model, dat zou ook prima kunnen. Weet je, 75 hebben we gedacht van, nou, dat is een mooie balans. Niet meer 365 dus oftewel onbeperkt maar ook weer niet het onmogelijk maken want we vinden het wel degelijk een aantrekkelijk toeristisch aanbod. Dus dat is een beetje de balans die we hebben geprobeerd te vinden. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. En dank ook voor de uitleg want dat geeft wel voor een deel antwoord op de vraag die eerder werd gesteld. Ik ben dan toch een beetje benieuwd naar dat getal van 75. Het klinkt nog een beetje willekeurig, ik hoor 30, 60 en dan 75.

Is dat misschien ook omdat andere gemeentes van dezelfde grootte of dezelfde problematiek of uitdaging die we hebben, ook dat aantal hanteren? Waar komt dat vandaan? De heer Heijkoop: Nou, we kunnen … Kijk, voor Amsterdam geldt, daar is het gewoon een leefbaarheidsissue. Die willen eigenlijk gewoon minder toeristen in de binnenstad. Dus dan ga je het nagenoeg onmogelijk maken, ieder geval totaal niet lucratief, en dan breng je het naar een heel laag getal. Rotterdam zit beduidend hoger, die zit bij de 60 en nou, die maken, die hebben daar een andere balans in gezocht. Wij zitten nog iets hoger.

7

Als je op een sigarendoosje berekent 75 nachten bijvoorbeeld voor zo'n 100 euro per nacht, dan zou dat 7500 euro opleveren. Daar moet je nog allerlei dingen voor regelen, je moet het huis elke keer schoonmaken, je moet … Nou ja, er zit best wel wat handelingskosten aan. Dat is gemiddeld zo’n 600 euro per maand, daarmee, dat is gewoon niet lucratief. Dus mensen die een huis hebben en gewoon af en toe een weekendje weggaan elders of het beschikbaar hebben voor een weekend en dat willen verhuren via Airbnb, prima, doe dat vooral. Maar ga het niet als een lucratief sluiproute zien omdat je niet meer mag verhuren door die opkoopbescherming. En die 75 is in die zin toch wel enigszins willekeurig. Dat is gewoon een inschatting geweest, daar hebben we over gesproken. De jongens en meisjes van economie in de binnenstad zeiden van, nou, we vinden dit best mooi. Wij hebben gezegd van, nou, het moet wel een beetje paal en perk aan gesteld worden. 75, daar zetten we het even op. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Dank u wel, voorzitter. Een vraag ook want ik begrijp uit de context dat deze norm dan voorgesteld wordt om ook grip te houden op de aantallen daarin.

Is er zicht op hoeveel aantallen op dit moment dan volgens toeristisch model hierdoor geraakt zouden worden? Zijn er nu woningen die meer dan 75 dagen per jaar verhuurd zijn en wat voor aantallen hebben we het dan? De heer Weber: Ja, die vraag kan ik nu niet beantwoorden. Ik weet wel dat er cijfers, we hebben wel onderzoek gedaan. Die kan ik wel ergens boven tafel halen maar die heb ik nu niet paraat. De voorzitter: Die worden nog nagezonden. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. Want dat zou voor ons ook wel een van de afwegingen zijn om hoe je naar deze regeling kijkt uiteraard. De voorzitter: Zeker. Dank u wel. De heer Heijkoop: Een kleine aanvulling want ik snap u heel goed. We gaan geen problemen oplossen die er niet zijn, daar hoef je geen beleid voor te maken. Er kwamen steeds meer signalen dat we dit zagen gebeuren en toen is er nog het onderzoek naar gedaan. Die getallen zullen we met u delen. Volgens mij gaat het nog niet over enorme aantallen maar je maakt soms ook beleid om bepaalde ontwikkelingen onmogelijk te maken. Want je ziet wel een klein beetje verschuiving plaatsvinden door andere wet- en regelgeving die belemmerend werkt. Nou, de opkoopbescherming is daar denk ik het belangrijkste voorbeeld van. En daarom zeggen we, nou, we willen daar toch wat op organiseren maar niet te zwaar. De voorzitter: De heer Weber, gaat u verder.

De heer Weber: Nou, dat was dus de Wet toeristische verhuur. Zijn daar … Als daar verder geen vragen over zijn wil ik graag verder naar punt 10. De heer Damen? De voorzitter: De heer Damen heeft nog een vraag.

8

De heer Damen: Ja, ik ben zo nieuwsgierig naar hoe je dat behoorlijk kunt controleren of die keurige verhuurders zich ook aan die 75 nachten houden? Ik merk, ik zie al gebeuren dat we niet kunnen controleren of er panden illegaal per kamer gehuurd worden, laat staan dat we zo’n B&B-regeling kunnen controleren. De voorzitter: De heer Weber. De heer Weber: Ja. Een van de dingen die bij dit soort regelgeving nodig is, en dat geldt voor alle nieuwe regelgeving eigenlijk waarbij handhaving uiteindelijk nodig is. Ja, de vraag is even, waar ga je het toepassen? Doe je doe in heel Dordrecht of doe je dat alleen in het centrum? En hoeveel fte aan handhaving heb je daar dan voor nodig? En past dat binnen de huidige hoeveelheid die we hebben of is daar extra handhaving voor nodig? Dat ligt er dus aan waar je het gaat toepassen. Maar zeker voor die Wet goed verhuurderschap en die Wet toeristische verhuur, om dat te kunnen handhaven en om dat te kunnen controleren zal er extra capaciteit op gezet moeten worden. Ja, nou ja, die registratie, met die registratieverplichting krijgen we in ieder geval inzicht in hoeveel verhuurders er zijn. En het maximumaantal nachten, ja, dat is … Dat kunnen we … Op dit moment hebben we daar niemand voor die dat controleert. Maar, maar … De voorzitter: Dat is ‘…’. De heer Weber: … het heeft wel een preventieve werking. De voorzitter: Gaat u verder.

De heer Weber: Ja? De voorzitter: Ja. De heer Weber: Punt 10, de verruiming van de hospitaregeling, verkamering en woning delen. Op dit moment staat in de Huisvestingsverordening dat eigenaren die zelf in de woning wonen maximaal één kamer mogen verhuren. Dat willen we gewoon verdubbelen, dat zouden twee kamers moeten kunnen zijn zonder vergunning. Daarnaast willen we in gebieden waar het kan en waar het verantwoord is kijken of we de quotering van de kamerverhuur, dus het aantal panden dat verkamerd is in een straat licht kunnen verhogen daar waar het kan en verantwoord is. En we willen aan de hospitaregeling een aantal voorwaarden vastleggen. Die voorwaarden die kunt u lezen in de Uitgangspuntennotitie, ik kan het er nog wel even bijpakken. Even kijken. Nou ja, een van de voorwaarden is bijvoorbeeld dat de verhuurder zelf ook in de woning woont. Dat zijn eigenlijk standaardvoorwaarden zoals die ook in andere gemeenten, zoals die ook door de VNG wordt voorgesteld. De verhuurder gebruikt zelf minimaal 50 procent van de woonruimte en een huurder heeft gemiddeld minimaal 12 vierkante meter aan woonruimte. Dat zijn allemaal eisen die je aan zo'n hospitaregeling kunt stellen. De voorzitter: De heer Schalken-Den Hartog heeft nog een vraag. De heer Schalken-den Hartog: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat heeft betrekking op de quotering kamerverhuur.

Wat u aangaf dat er wellicht gekeken gaat worden om in sommige gebieden dat percentage iets aan te passen. Volgens mij de huidige regels

9

zoals we die hebben zijn nu vanaf 2012 of zo een beetje dacht ik, die 2 procent, of rond 2010. En volgens mij zijn er nu zelfs nog steeds gebieden waar het percentage hoger is omdat je nog steeds met oude vergunningen te maken hebt. Om nu dan dit zomaar aan te passen, dan creëer je misschien ook weer een situatie die je als het niet goed werkt niet meer terug kunt draaien. Is er niet een andere mogelijkheid? Wat mij betreft hoeft het helemaal niet aangepast te worden. Maar als je dat toch zou overwegen om te kijken of je een tijdelijke vergunning of voor een proefvergunning gaat kijken, dat wanneer er ongewenste effecten zijn je het alsnog kunt terugdraaien? Want dat kun je niet doen op het moment dat u het gaat doen volgens het voorstel zoals dat er nu ligt. De heer Weber: Nee, maar het gaat om een verhoging van 2 procent naar 3 procent. Dus op honderd panden zijn dat twee panden of drie panden die verhuurd worden. Nogmaals, ja, daar waar al meer dan die 2 procent is, daar wordt nu in principe de kamerverhuur afgewezen. De voorzitter: De heer Heijkoop neemt even de microfoon over omdat er toch wel een politieke afweging in mogelijk zit. De heer Heijkoop: Nou, die zit er zeker in. Hier hebben we ook in het college wel over gesproken.

De heer Schalken en ik delen in ieder geval, nou ja, een politieke geschiedenis waarbij we ons nog goed kunnen herinneren dat in 2010-2014 er nadrukkelijk aanvullend beleid gemaakt is om juist ook kamerverhuur enigszins aan banden te leggen omdat het veel overlast met zich meebracht. Dat in gedachte hebbende is er ook een vraag van, kunnen we wat meer ruimte geven om die woningnood ook enigszins te ledigen door kamerverhuur meer mogelijk te maken? Ik vind deze best spannend. We hebben eerst een variant met 4 procent op tafel gehad, dus het verdubbelen. Die heb ik teruggebracht naar 3 procent en nadrukkelijk met een evaluatie. Dus mocht na twee jaar blijken van dat dit toch niet, dat dit toch forse negatieve leefbaarheidseffecten met zich meebrengt, moeten we het gewoon terugdraaien. Dan moeten we gewoon zeggen, dan gaan we terug naar die 2 procent. Maar u heeft wel gelijk dat wat je dan al verhuurd hebt of wat je dan al mogelijk hebt gemaakt, dat laat zich niet meer zomaar beperken. Dus je moet hier heel goed naar kijken, op welke plekken maak je dit mogelijk en welke kwetsbaardere plekken, en die kennen we allemaal nog vanuit het verleden, zou je toch heel nadrukkelijk vinger aan de pols moeten houden en het wellicht ook niet moeten verruimen. Onderdeel van het politieke debat en ik snap uw zorg en ik snap ook goed waar die vandaan komt.

De heer Schalken-den Hartog: Ja, en aanvullend op wat u nu aangeeft. U geeft ook aan, wat eenmaal vergund is kun je niet meer terugdraaien. Is er ook gedacht aan een mogelijkheid om in die gebieden waar je het zou willen verruimen in eerste instantie te werken met een tijdelijke vergunning tot een evaluatiemoment? Om te voorkomen dat je niet meer terug kunt draaien wat al even, wat al eenmaal vergund is. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik vind het een zeer waardevolle suggestie. Volgens mij is dit ook de reden waarom wij met elkaar dit debat voeren en ook straks in de oordeelsvormende zin, dat we dit soort zaken mee kunnen nemen. Want wat mij betreft zou dat helemaal geen gekke optie zijn om op die manier toch nog een extra borging aan te brengen in deze verruiming dat de leefbaarheid niet achteruitgaat.

10

De voorzitter: Dank u wel. De heer Weber, gaat u verder. De heer Weber: Nou, dan ga ik verder met punt 11. Voorrang voor cruciale beroepsgroepen, is ook al in het nieuws geweest. We zijn in gesprek met corporaties ten aanzien van een aantal projecten en we zijn in gesprek met een aantal zorginstellingen en onderwijsinstellingen over de tekorten die er zijn. Op welk gebied zijn die dan, wat voor leraren zijn dat en welk zorgpersoneel is dat? Nou, uiteindelijk zal die pilot in de loop van dit jaar, hij was gepland eerste kwartaal dit jaar maar dat was een beetje voorbarig. We zijn in gesprek en er komt een pilot waarbij we gaan kijken wat dat oplevert. Als die pilot succesvol is, dan zouden we kunnen kijken of we daarvoor beleidsregels kunnen vastleggen in de Huisvestingsverordening. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb daar toch wel wat moeite mee. Waarom heb ik daar moeite mee? Als je gewoon kijkt naar alle voorrangsposities die nu al besproken worden hè. We hebben net een inspreker gehoord die had het al over jongeren, die hadden het over kwetsbaren, die hadden over dak- en thuislozen. We hebben nu allerlei andere groepen met een voorrangspositie. We krijgen steeds meer mensen die als statushouder binnenkomen waardoor zeg maar die huisvesting een steeds groter probleem wordt.

Maar daarnaast zie ik nog wel een probleem voor, ja, hoe moet je het noemen, de gewone mensen die normaal werken en met een heel laag basisinkomen ook een sociale huurwoning willen gaan huren. Als ik nu al die voorrangsposities bij elkaar optel dan zie ik die eigenlijk als een kansloze groep worden. Hoe wordt daarnaar gekeken, hoe gaan we daarmee om? Welke oplossing is er voor die mensen? We hebben net ook gekeken naar jongeren, is ook heel moeilijk. Daar maken we een heel klein zijstapje. De jongeren die konden gebruikmaken of starters van een starterslening. De voorzitter: Uw vraag, mijnheer Stam. Want dit is een heel mooi betoog om dadelijk in een oordeelsvormende commissie te gebruiken maar … De heer Stam: Jazeker maar ik heb mijn vraag gesteld hoor. De voorzitter: Ja. De heer Stam: Mijn vraag was, hoe kijkt u daarnaar, hoe gaat u dan om met die regulier woningzoekenden? De voorzitter: Exact. Dan laten we het daar even bij. De heer Stam: Nou, ik wil mijn tweede vraag toch nog even erbij stellen want die is daar toch aan gerelateerd. We hebben 32 miljoen over op de jaarrekening. Kunnen we die jongerengroep niet verder faciliteren door die 1 of 2 miljoen in die pot te stoppen zodat die ook weer een kans maken op de huizenmarkt? De voorzitter: En ik denk dat de heer Heijkoop hier een antwoord op gaat geven.

11

De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dit is gewoon onderdeel, dit is echt het politieke debat. Zoals de inspreker ook al aangaf, het is verdelen van schaarste. En waarom wij toch menen dat we met een voorrangsregeling voor deze cruciale beroepsgroepen moeten komen is omdat wij echt wel de zorg hebben, en die zorg die manifesteert zich al nadrukkelijk in de G4, dat we een disfunctionerende samenleving krijgen hier in Dordrecht. Even heel concreet, dat er heel veel klassen naar huis gestuurd gaan worden, dat ouderen geen zorg meer kunnen krijgen, dat leerkrachten geen huis kunnen betalen en er niet tussenkomen op die woningmarkt en dat het uiteindelijk echt een systeemprobleem oplevert. Dat gaat met name dan voor deze drie beroepsgroepen op. Daarom willen we dit toch gaan onderzoeken. In de ideale wereld zou je dit soort beleid niet willen hoeven maken maar wij zien dat dit toch wel, zeker vanuit onderwijsveld is hier heel positief op gereageerd. Die wachten hier met smacht op omdat zij zien dat hun leerkrachten moeilijk naar de stad te krijgen zijn en dan toch kiezen voor de Ommelanden waar ze eenvoudiger een woning kunnen vinden. En nogmaals, in de G4 is dat nog veel heftiger maar ook in Dordrecht doet zich dat steeds meer voor. Het tweede punt ging over de ondersteuning bij het kopen van een woning.

Ja, daarover hebben we vandaag een besluit genomen om opnieuw een kredietfaciliteit vast te stellen zodat die starterslening weer op gang kan worden gebracht. Want u heeft gelijk, die middelen zijn uitgeput dus daarin wordt u op uw wenken bediend vandaag. Ja. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Laten we vooral even goed kijken dat dit een beeldvormende sessie is en niet al helemaal in debat gaan over politieke meningen. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ook tijdens de vorige sessie had ik al aangegeven dat ik niet per se commentaar heb op de keuzes die hier worden gemaakt. De wethouder geeft het ook al aan, je kunt hierover debatteren en een beetje naar links en een beetje naar rechts. Maar de laatste keer had ik ook een vraag gesteld. Daar heb ook wel een antwoord op gekregen en die vraag was wat het college verwacht voor resultaat? Je kunt aan bepaalde knoppen draaien maar dan wil je ook een bepaald resultaat. Het antwoord is niet heel bevredigend genoeg en hier ging net ook de discussie over. Want het antwoord, een deel van het antwoord is dat de verordening erop toeziet dat de schaarse woningen op een zo goed mogelijke manier verdeeld worden tussen de doelgroepen en dat we voorrang verlenen wanneer dat echt nodig is. Nou, om te beginnen vind ik dat niet per se een resultaat.

Een resultaat zou voor mij zijn, gaan we wachttijden verkorten, komen er meer woningen vrij? Nou, dat kan deels een gevolg zijn van inderdaad meer kamers beschikbaar stellen. Dus dan zou ik toch iets meer diepgang willen in dat resultaat als dat mag. En ook als ik kijk van, ja, als we voorrang verlenen wanneer dat echt nodig is, dan lijkt het me dat je dus wellicht minder vaak voorrang gaat verlenen en dat heeft natuurlijk ook zo de gevolgen. Dus en als ik dan kijk de relatie leggen tussen het resultaat wat we heel graag willen zien en ook de vraag die hier wordt gesteld, want de vraag wordt ook aan ons gesteld is, maak geld beschikbaar voor die handhaving. Ik wil best geld beschikbaar maken voor handhaving maar ik wil ook heel graag zien dat het resultaat is. Zit ik nou gewoon … O ja, nee, hij is wel aan. Gewoon zien, anders kan ik opnieuw beginnen, wat het resultaat is van wat we dan hier gaan doen? De voorzitter: Oké, dank u.

12

De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik begrijp de vragen van mevrouw Pichel heel goed. In die zin dat dit gaat over het verdelen van de koek en niet het groter maken van de koek en daar zit iets onbevredigends in. Als het gaat over het groter maken van de koek, dus toevoegen van het aantal woningen, dat bespreken we met name in relatie tot het bouwprogramma. Welke woningen voeg je toe en welk segment en daar kun je keuzes in maken. Op onderdelen zie je hier wel iets gebeuren namelijk met die verruiming van de verkamering, het woning delen en dergelijke. Nou, we hebben ook laatst een en ander in de media gelezen. Ook de inspreker die heeft daar het een en ander over gezegd. Als je daar meer mogelijk maakt dan zal dat ook iets doen met die woningnood maar niet in de grote getallen. Daar moeten we gewoon realistisch in zijn. Dus dat snap ik heel goed. Wat je wel probeert te doen is het wat rechtvaardiger te maken. Maar op het moment dat je bijvoorbeeld mensen die dakloos zijn meer toegang geeft en het soepeler maakt voor hen om een woning te vinden, en dat beogen we hier wel mee, bijvoorbeeld door die regiobinding te versoepelen, dat zal mensen die dakloos zijn of dakloos dreigen te geraken, zal dat helpen. Maar onmiskenbaar is de consequentie dat een andere groep dan wat langer moet wachten. En dat geldt ook voor bijvoorbeeld die cruciale beroepsgroepen.

Op het moment dat we jongeren meer mogelijkheden geven via loting zal een regulier woningzoekende die al langer op de wachtlijst staat, zal wat langer moeten wachten. Dus dat zijn in die zin probeer je recht te doen aan een eerlijkere verdeling omdat we nu zien dat jongeren er niet tussenkomen. Tegelijkertijd zal dat ook echt wel weer een kanttekening opleveren voor andere groepen. Uw tweede vraag ging over die handhaving. Nou, daar kan ik wel het een en ander over zeggen vanuit mijn wethouderschap Financiën. Het financieel perspectief voor de gemeente is gewoon niet goed. Vanaf 2026 moeten we enorm gaan bezuinigen, dat weet u. U heeft recent ook een brief erover gehad en wij voorzien eigenlijk geen extra middelen voor handhaving. Dus we moeten slimmer gaan handhaven, we moeten daar keuzes in maken. En we moeten bijvoorbeeld met die toeristische verhuur, wil je door die registratieverplichting gewoon sneller ook in beeld kunnen krijgen van, wie voldoet wel, wie voldoet niet? Maar het is echt wel, ja, er zijn wat middelen beschikbaar gekomen met bijvoorbeeld die Wet goed verhuurderschap en nog wat andere landelijke wetgeving en die middelen zetten we hier allemaal voor in. Maar nog heel veel meer geld, wat we er het liefste wel aan zouden willen uitgeven, ik voorzie daar geen financiële ruimte voor. Dus dat zeg ik er wel heel eerlijk bij.

Maar dat geldt eigenlijk voor alle beleidsterreinen binnen de gemeente, dat daar weinig extra ruimte voor is in financiële zin. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen een beeldvormende vraag te stellen. De voorzitter: Heel goed, u neemt het snel op. De heer Stam: Als we kijken naar de woningzoekenden en de verdeling, nou ben ik in het verleden heel wat mensen tegengekomen die waren ingeschreven als woningzoekende maar op een of andere manier openen ze dan de post niet of lezen hun e-mails niet waardoor die inschrijving verloopt en dan zijn ze die punten kwijt. Is daar nou niet een regeling voor te treffen dat daar een terugwerkende kracht van één of twee jaar op zit

13

zodat die mensen gewoon de punten houden? Want zo kom je eigenlijk van de regen in de drup. De voorzitter: De heer Weber. De heer Weber: Ja, die regeling is er gewoon. Als je binnen een jaar reageert dan wordt het allemaal weer hersteld. Dat is, dat staat ook vast volgens mij in de richtlijnen woonruimteverdeling, de afspraken tussen de corporaties. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter maar mijn vraag is ‘…’. De voorzitter: Een korte aanvullende vraag want ik heb, ik zag nog vijf mensen hun hand opsteken. De heer Stam: Een korte vraag, kan die termijn ook verlengd worden? De heer Weber: Dat weet ik niet, daar gaan de corporaties over. Ja, het kan misschien wel maar de afspraak is nu, als je binnen één jaar ervoor zorgt, als je dat constateert en je reageert binnen één jaar, dan kan dat weer hersteld worden. De voorzitter: De heer De Heer.

De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. Een korte technisch vraag. Ik zit even naar punt 11 te kijken, daar waren we ook gebleven volgens mij. We hebben het nu over de uitgangspunten van de Huisvestingsverordening maar ik lees dat pas na de pilot er mogelijk beleidsregels worden vastgesteld voor deze cruciale beroepsgroepen. Kan er iets worden gezegd over de tijdslijn? Want ik kan me dan voorstellen dat het nog wel heel even gaat duren. De heer Weber: Ja, de pilot die moet dit jaar gaan starten en volgend jaar gaan lopen en dan wordt die geëvalueerd. Dus bij de eventuele volgende wijziging van de Huisvestingsverordening kan het dan worden meegenomen. Dus ik zou rekening houden met twee jaar. Ja, één jaar voor de start, de start dit jaar en de evaluatie volgend jaar. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dit was ongeveer ook de vraag zoals ik hem had. Maar de vraag die ik daar nog bij had ook, er werd gezegd, we wachten op de uitkomsten van de pilot. Ik ben benieuwd wat de beoogde resultaten zijn, de doelstellingen van de pilot? Wanneer is die pilot geslaagd en wanneer niet, is daar iets over te delen? De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, twee zaken over die pilot.

Die pilot is niet alleen de vraag of we dit willen doen? We willen bij die pilot ook goed onderzoeken met de corporaties, wat is de beste manier om dit te doen? En wat ook belangrijk is, is dat de woonverdelingen doen we regionaal dus je wil ook even de tijd nemen om ook de regiogemeenten daarin mee te nemen. We bedienen één woningmarkt maar er zijn

14

meerdere manieren. Je kunt ook bijvoorbeeld ervoor kiezen om een soort contingent beschikbaar te stellen. Dat je gewoon als het ware woningen reserveert en dat je misschien wel met het onderwijs afspreekt van joh, jullie kunnen daar gebruik van maken als je een medewerker aantrekt. Je moet ook met elkaar goed nadenken van, ja, gaat dit voor elke medewerker op of moet je minstens ik zeg maar wat 32 uur voor de klas staan? Daar moet je echt heel goed naar kijken, dat moet je op een hele zorgvuldige manier uitwerken. Dat willen de corporaties ook graag. En je hebt altijd ook nog de mogelijkheid, en dat zal op relatief korte termijn kunnen, dat je een soort van hardheidsclausule toepast. Dus dat op het moment dat er een aanvraag is dat je zegt als college van, nou, wij vinden het belangrijk om hier die clausule toe te passen. Alleen ook daar moet je terughoudend mee zijn want op het moment dat je dat seriematig doet dan ben je gewoon eigenlijk beleid aan het veranderen. Dus nou, al dat soort zaken willen we in die pilot goed meenemen. En wat Günter aangeeft, ja, je moet zo'n pilot even de kans geven. We voorzien dat we in deze Huisvestingsverordening dat nog niet in die zin kunnen vastleggen hoe we dat willen doen. Wel dat we die pilot gaan doen en in de volgende verordening kun je echt, zijn die regels wat meer uitgekristalliseerd. Dus zo zien wij dat proces een beetje voor ons.

De voorzitter: De heer, u wilt nog een korte aanvullende vraag? De heer Noldus: Ja, hele korte vervolgvraag. Als ik het goed begrijp is het beoogde resultaat van de pilot niet een aantal of een bepaalde doelgroep die in een bepaalde mate bereikt wordt, maar meer hoe kan je dit werkbaar maken en welke afspraken maken we met alle partijen in de markt om dit toe te kunnen passen? Is dat dan de goede conclusie? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, sterker nog, we beginnen, ze hebben dit gesprek natuurlijk met de corporaties maar ik geloof dat we ook met middenverhuurders, dat dat ook een interessante partij kan zijn om daar afspraken mee te maken. Dus die net wat boven het sociale segment zitten. Dus ja, op die manier willen ermee omgaan. De voorzitter: De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Ik ben benieuwd hoe de effectiviteit … De voorzitter: Even, de microfoon komt eraan. De heer Kolkiliç: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik ben benieuwd hoe de effectiviteit van het beleid voor jongeren gemonitord en geëvalueerd gaat worden? De voorzitter: Wie wil … Je kan mijne wel even nemen. De heer Heijkoop: Oké. Ja, voorzitter, we hebben de Beschikbaarheidsmonitor, die heeft u recent toegestuurd gekregen, en daarin zie je de wachttijd en de zoektijd voor jongeren.

Ik denk dat je heel zwart wit zou kunnen stellen, op het moment dat jongeren minder lang hoeven te zoeken naar een geschikte woning en eigenlijk sneller in aanmerking komen voor een woning, dat je met elkaar kan vaststellen dat je beleid om jongeren sneller aan een woning te helpen, dat dat succesvol is. Dus op die manier zullen we dat vooral in beeld moeten brengen.

15

De heer Kolkiliç: Voorzitter, een vervolgvraag als het mag? De voorzitter: Een korte vervolgvraag, zeker. De heer Kolkiliç: Een korte vraag. Een goed stuk in ieder geval wat hier gepresenteerd wordt. In hoeverre is er tijdens het opstellen van dit voorstel ook rekening gehouden met de Groeiagenda? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Sorry? Ja, de Groeiagenda voorziet natuurlijk in een schaalsprong, economische ontwikkeling van stad en regio en ook een bepaald bouwprogramma dat erbij hoort. Die Groeiagenda vertaalt zich lokaal ook in ons bouwprogramma. Hier gaat het in belangrijke mate primair als het gaat over de Huisvestingsverordening over de verdeling van woningen en er zitten ook nog wat flankerende beleidsdomeinen bij. Bijvoorbeeld waar het gaat woningsplitsing, kijk, dan heb je ook met parkeernormen te maken en dergelijke maar er ligt geen directe relatie met de Groeiagenda. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik begrijp voorrang voor speciale jongeren, beroepen maar hoe zit het eigenlijk met vrouwen die gaan scheiden met kinderen? Die vallen nu buiten de urgentie, wordt daar ook iets speciaals voor geregeld? De voorzitter: De heer Weber of de heer Heijkoop. De heer Weber. De heer Weber: Nou, ik heb het antwoord niet direct paraat.

Volgens mij is er wel bij onze afdeling sociaal, bij het sociaal domein zeg maar, zijn er speciale regelingen voor en speciale opvangregelingen voor mensen die tussen wal en schip vallen zal ik maar zeggen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Bij mij is er toevallig een vrouw gekomen die is gescheiden van haar man maar die kan geen huurhuis krijgen. Dus ja, die kan ook niet bij sociaal domein terecht. De heer Heijkoop: Even heel zwart wit, echtscheiding is geen grondslag voor voorrang. Dus daarmee krijg je niet per definitie voorrang als je uit elkaar gaat. Dat is niet hoe we dat geregeld hebben. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik dacht dat er nog allerlei mensen voor me waren. Ja, ik proef eigenlijk ook uit de beantwoording dat er, nou ja, vanuit het college gewoon heel erg, men wil in gesprek gaan, gewoon kijken wat voor afspraken kunnen we maken. Ik denk dat dat heel positief is. Mijn vraag is dan ook, waar komt eigenlijk die noodzaak voor die handhaving vandaan? De wethouder geeft net ook aan, ja, er is eigenlijk helemaal niet zoveel budget voor. Maar waar komt die noodzaak vandaan? Want er kunnen ook gewoon afspraken

16

gemaakt worden, dit soort ideeën uitgewerkt zodat we allemaal kunnen bijdragen aan een deel van de oplossing. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, voor al het beleid geldt eigenlijk dat je als je beleid maakt moet je ook een vorm van handhaving kunnen toepassen omdat anders het beleid, nou ja, dat geldt ook voor APV, dat geldt voor, nou ja, de verkeersovertredingen en dergelijke. Er is ook gewoon capaciteit voor handhaving, er zijn middelen meegekomen, dat gaat dan via uitkering vanuit het Rijk en dergelijke. Alleen je kunt wel stellen als het gaat over bijvoorbeeld kamerverhuur en de Wet betaalbare huur, Wet goed verhuurderschap, misstanden in kwetsbare wijken, mensen die soms de taal niet spreken. Nou, wat we ook Rotterdam Zuid hebben gezien in sommige buurten, wijken, dat mensen, nou, ja, laat ik, ja, gewoon worden uitgebuit, punt. Ja, dan vraagt dat om, als je daar heel actief op wil inzetten vraagt dat extra inzet. En die extra inzet, ja, die kunnen wij op dit moment niet plegen, wel de reguliere inzet. Het zal wel kunnen dat we bijvoorbeeld vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid op onderdelen in Dordt West wel degelijk wat extra's kunnen doen vanuit die middelen. Maar niet echt structureel vanuit het volkshuisvestingsbeleid omdat, ja, dat maakt onderdeel uit van een bredere afweging die we moeten maken rondom de inzet van middelen.

Maar ik voorzie daar nu op dit moment geen ruimte voor om daar nog heel veel extra's in te doen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Pichel: Mag ik heel even een verduidelijkende vraag stellen? De voorzitter: Een korte verduidelijkende vraag want we zijn bijna aan het einde van deze commissie. Mevrouw Pichel: Ja, nou ja, ik probeer hem even te vatten want het is natuurlijk best wel een belangrijk onderwerp. Maar wat ik eigenlijk ook de wethouder hoor zeggen is dat natuurlijk vanwege de dingen die in het verleden zijn gebeurd, dat er natuurlijk ook vanuit het Rijk dingen meer aan banden zijn gelegd voor dit soort organisaties. Wat ik dan hier merk is dat we eigenlijk weer het een beetje zouden moeten gaan loslaten maar dat we daardoor ook moeten gaan letten dat het ook weer niet de spuigaten uitloopt. Dus klopt dat, is dat dat stukje waar we mee bezig zijn? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, op het moment dat wij een nieuw beleid gaan maken, en we zijn nu dus ook bezig om daar met u over te spreken hè. Ik heb niet voor niets deze notitie naar u gestuurd om eerst over die uitgangspunten te spreken omdat het echt heel veel is wat we willen gaan veranderen. We zien al wel dat bijvoorbeeld die opkoopbescherming, Günter heeft er vorige keer wat over gezegd, daar gaan we binnenkort een evaluatie over naar de raad sturen, daaruit blijkt dat het heel effectief is.

Dat vraagt niet heel erg veel handhaving. Gewoon het feit dat het gewoon niet mag, dus dat je die vergunningen niet krijgt, dat is eigenlijk gewoon reguliere ondersteuning, dienstverlening vanuit de Omgevingsdienst, dat doet al heel veel. Die Wet betaalbare verhuur die recent door de Kamer is gekomen, nog bij de Eerste Kamer ligt, Wet betaalbare huur, excuus, dat gaat ook het nodige doen. Alleen al de signalen van beleggers, projectontwikkelaars die aangeven goedkopere woningen, nou ja, uit de

17

huurmarkt te halen en te gaan verkopen, daar staan wij bij en we kijken ernaar. Dat beleid is al effectief van zichzelf, daar hoeft nog niet eens zo heel veel extra handhaving bij. Dus we moeten het ook maar even een beetje laten uittrillen al die landelijke wet- en regelgeving, ook wat we hier willen doen. Onze schaarse inzet die we kunnen doen zo goed mogelijk richten en dan heel goed vinger aan de pols houden. Waarvan wij zeggen, hé, waar is nog wat extra nodig? En waar mevrouw Pichel terecht op duidt van, wat werkt eigenlijk ook al gewoon goed doordat je dat met elkaar goed georganiseerd hebt en wat ook gewoon preventief al het nodige oplevert. Daar moeten we gewoon met elkaar gewoon denk ik goed dat blijven volgen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Striebeck. En u krijgt een microfoon. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ik kom nog even terug op gescheiden mensen en jongeren. Hiernaast is het gebouw geopend Divorced Housing en Young Housing, weet u of er nog meer van zulk soort initiatieven komen in de stad? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, deze vraag is flankerend, raakt niet direct dit debat.

We zijn wel voortdurend op zoek naar eigenlijk als onderdeel van die ruimtelijke puzzel van, waar kunnen we nog bepaalde woningen toevoegen? Het college heeft recent een brief naar u gestuurd dat wij op zoek gaan ook naar zeshonderd flexibele huisvestingsplekken voor ook de mensen uit Oekraïne die hier verblijven. Dus daar zijn we ook naar op zoek, dat zal een beetje een vergelijkbaar concept zijn. Ook semitijdelijk en nou ja, heel erg basaal en in die zin heel eenvoudig. Kijk, waar het gaat over mensen die gescheiden zijn, daar is dit een mooie oplossing voor. Soms is dat ook even tijdelijk, soms is er een nieuwe relatie, soms moet iemand eventjes weer tot zichzelf komen om van daaruit weer zijn of haar leven op te bouwen. Tegelijkertijd zien we dat er heel veel mensen zijn die gescheiden zijn die het zelf kunnen oplossen. Er zijn ook mensen die gescheiden zijn en in een hele onveilige situatie belanden. Daar gaan we natuurlijk weer op een andere manier mee om. We hebben ook recent met u een debat gehad over de vrouwenopvang. Dus je kunt daar ook niet zomaar één conclusie aan verbinden. We proberen natuurlijk wel goed te kijken naar het belang van de inwoner. Maar in zijn algemeenheid op het moment dat iemand scheidt, dat kan niet ertoe leiden dat je voorrang krijgt per definitie.

Want dan, nou ja, hoeven we helemaal geen gesprek te hebben over de verdeling want dan gaat het over zulke enorme aantallen, dat kunnen we gewoon helemaal niet waarmaken. De voorzitter: We moeten nog … Mevrouw Striebeck: Die is heel kort hoor. De voorzitter: Een hele korte vraag dan nog, ja, want we moeten ook nog punt 12 doen. Mevrouw Striebeck: Er wonen ook jongeren, dat is toch ook wel een belangrijke doelgroep dat die een kamer kunnen huren. Want er staat ook in de presentatie kamerverhuur. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, voor jongeren hebben we wel fors kunnen uitbreiden, met name op het Leerpark waar 333 studio's zijn gerealiseerd. We hebben natuurlijk nog de Thureborgh locatie en we gaan hier meer mogelijk maken door hospitaregeling te

18

verruimen. Kamerverhuur, het onderverhuren en we hopen dat we daar ook veel jongeren mee kunnen helpen. Tegelijkertijd zien we natuurlijk ook wel dat heel veel jongeren gewoon op de wachtlijst staan, gewoon zoeken naar een sociale huurwoning. En die hopen we op hun beurt weer meer kans te geven door het aantal lotingwoningen uit te breiden. Dus langs heel veel lijnen proberen we ook jongeren een beter perspectief te bieden want wij onderkennen heel nadrukkelijk dat zij de meest ingewikkelde groep zijn om, ja, een voet tussen de deur te krijgen op die woningmarkt. En de vraag van de heer Stam ziet daar eigenlijk ook op hè, de koopwoningmarkt betaalbare woningen van tweeënhalve ton, om daar een extra financieel zetje in de rug te geven door een extra leenfaciliteit aan te bieden. Dus we doen het op heel veel vlakken en bij elkaar maakt dat gelukkig wel degelijk een groot verschil. En zien we dat jongeren in deze stad nog steeds wel lang moeten zoeken maar relatief wel korter dan in veel andere grote steden. De voorzitter: Dank u wel. En we kunnen, we gaan nog even met mijnheer Weber naar het laatste punt, de mantelzorg. De heer Weber: Ja, dat hoeft helemaal niet zo lang te duren hoor. Die mantelzorg, wat we willen regelen, er is al een landelijke regeling waarbij mensen op hun eigen erf een mantelzorgwoning mogen plaatsen. Daar zijn wel allerlei regels aan verbonden.

Wij willen kijken of we daarvoor ook iets kunnen opnemen in de Huisvestingsverordening, met name de voorwaarden waaronder men kleine woningen op eigen erf zou kunnen plaatsen ten behoeve van mantelzorg. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, het woord voorwaarden kun je op twee manieren lezen denk ik. Zijn dit dan voorwaarden waaronder het mogelijk is die dan zouden prevaleren boven de beperkingen die een bestemmingsplan geeft? Of zijn dit extra beperkingen die worden meegegeven bovenop eventuele beperkingen die al in een bestemmingsplan te vinden zijn? Want voor mijn gevoel, maar dat is een oordeel wat ik uitspreek, zit er in het laatste al best wel veel mogelijkheden uitgesloten. Ik ben een beetje op zoek naar hoe we dat binnen de Huisvestingsverordening kunnen organiseren? De heer Weber: Ja. Nou, lees voorwaarden dan meer als mogelijkheden. Ja, dus, ja … De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dank u wel. Ja, een gedeelte van mijn vraag is al beantwoord. De andere vraag is, het gaat hier specifiek op het plaatsen van een mantelzorgwoning op het erf. Dat betekent dus dat kangoeroewoningen niet worden meegenomen in die mogelijkheden? De heer Weber: Dat mag ook al. Als u bedoelt een aanbouw aan een bestaande woning, dat kan ook al.

Mevrouw Van Herwijnen: Ik bedoel het splitsen dus twee woningen realiseren in één woning als zijnde mantelzorg.

19

De heer Weber: Nou, dat moet ik even, daar zal dan een splitsingsvergunning, dat is weer een ander onderwerp. De voorzitter: Ja, ik denk dat … Ja, dat is even … Ja, laten we dit eventjes parkeren omdat we … Ik zie dat de heer Damen nog een korte vraag heeft en dan gaan we het afronden. Dan kunnen we altijd nog beslissen tot nog een beeldvormende sessie. De heer Damen. De heer Damen: Ja, als ik het goed begrepen heb, heb je voor zo'n zorgwoninkje op het eigen erf heb je geen omgevingsbesluit nodig. Dat is niet vereist. Als ik het goed begrepen heb, betekent dat ook dat de regels in het bestemmingsplan dan geen beperking kunnen opleggen. Dus dan vraag ik me af wat je wel regelt? De heer Weber: Nou, bijvoorbeeld de grootte van zo’n woning, bijvoorbeeld hoe die ontsloten wordt. Of die op een openbare weg of pad ontsloten wordt of dat die helemaal niet ontsloten wordt, dat je via de andere woning erin kan pas. Dus dat zijn allemaal regeltjes, daar zijn nu geen, dat is allemaal niet geregeld. Dus dat soort voorwaarden, dat soort mogelijkheden, daar moet je aan denken. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga deze commissie afsluiten want er staat een tweede commissie al te trappelen op de drempel en we moeten nog even resetten met de microfoons.

Deze inventarisatie voor dit onderwerp, is er voldoende informatie verzameld om tot een politiek standpunt te komen? We krijgen nog de woordvoering van mevrouw Molenaar en van de heer Guerrouj nog toegestuurd dus dat kunt u nog een keer op uw gemak nalezen. Er zijn ook nog wat vragen gesteld die mogelijk ook nog door de ambtelijke ondersteuning worden beantwoord. Ik kijk even naar de commissie van wat vindt u? Mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik zou in principe wel klaar zijn om een oordeel te vormen. Het enige is dat ik als het zou kunnen de vraag die vorige keer nog niet helemaal volledig is beantwoord met betrekking tot resultaat, om daar wellicht nog technisch aanvullend antwoord op te krijgen voor de oordeelsvormende sessie. Dan wat mij betreft kan het naar de oordeelsvorming. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, ik zou een voorstel willen doen. Er zijn nu een aantal politieke vragen meegegeven, dat is een aantal weken geleden al gebeurd. We zitten nu ook bijna aan de tijd, of het mogelijk is om die per mail nog aan te leveren, dat we het daarover kunnen hebben? De voorzitter: Sorry hoor. De heer Noldus: Dus is eigenlijk de vraag, wilt u nu de politieke vraag hebben of kunnen we die schriftelijk later aanleveren eigenlijk? Is dan mijn vraag.

De voorzitter: We kunnen zeker in … Er kunnen nog politieke vragen toegevoegd worden en die kunnen schriftelijk worden aangeleverd. Ik zou zeggen voor het einde van de week moeten die worden, moeten die bij de griffie liggen. Is iedereen het ermee eens

20

dat we de volgende sessie oordeelsvormend doen? Met de twee politieke vragen die er al liggen van het CDA en van de Partij voor de Dieren en dan nog aangevuld met schriftelijke politieke vragen. Oké. Nou, dan dank ik u allen voor uw komst. Graag uw eigen flesjes en kopjes en wat al niet meer zijn naar de counter meenemen zodat de nieuwe aanzittenden aan een schone tafel kunnen deelnemen.

3. Brief aan gemeenteraad van 'Naturistenvereniging D.N.S.V. Goed Af' over Verzoek tot inspreken op een niet geagendeerd onderwerp Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Kamphuis (SP Dordrecht) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Insprekers: Dhr. Ringeling, mevr. Eiken, dhr. Van Staveren, dhr. Van der Meer Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Goedenavond, allemaal. De technische problemen zijn zoveel mogelijk opgelost. Er zijn aan de voor mij rechterkant nog een aantal microfoons die het niet doen. Maar alle commissieleden die zometeen van tevoren al weten dat ze vragen willen stellen zitten aan de kant waar de microfoons het wel doen dus die worden sowieso opgenomen. Mocht u toch nog een vraag willen stellen als commissielid dan is er nog een handheld microfoon en anders moet u straks even over sprinten. Vanwege de grote interesse over deze twee onderwerpen die we vanavond bespreken hebben de commissiegriffier en ik besloten het agendapunt in tweeën te splitsen of in ieder geval de tijd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/763/documents/32602