CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2023.09.26 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 523.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 26 september 2023 Vergaderzaal 5 1. Voorstel Vaststellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 – Raadsvoorstel i.c.m. Initiatiefvoorstel – Fijn fietsen in Dordrecht en RIB over Wensen en bedenkingen op Initiatiefvoorstel Fijn Fietsen in Dordrecht

Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Dhr. Groenewege (PvdD) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (BvD) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Ambtelijke ondersteuning: Mevr. Van den Ouweland Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Vorige keer had ik een prachtige fietsbel, maar die lag nu nog bij de griffie boven. Dus ik denk: de techniek staat voor niets. Zo opgezocht en we hebben een digitale fietsbel. Welkom allemaal vanavond, bij de beeldvormende commissie, of oordeelsvormende, sorry, oordeelsvormende commissie over het raadsvoorstel vaststellen uitgangspuntennotitie mobiliteitsplan Dordrecht 2040. Op 12 september is er een uitgangsnotitie beeldvormend aan de orde geweest, waarbij twee insprekers het woord voerde. De commissie besloot vervolgens tot een oordeelsvormende bespreking met de focus op twee punten. Een: de scherp geformuleerde samenvatting van de uitgangspuntennotitie, zoals verwoord op pagina twee en drie in het raadsvoorstel. Twee: politieke vragen die fracties daar nog aan toe konden voegen.

De enige vraag die is binnengekomen en die toegevoegd is, is van de VVD, van de Dordtse VVD. Die is als volgt: voorziet de uitgangspuntennotitie in de behoeften van alle weggebruikers? Dat zijn de twee punten voor deze oordeelsvormende sessie. Daarnaast hebben we nog twee vragen liggen. De vraag van het college hoe de motie ‘30 in z’n drie’ verder af te

1

handelen en het initiatiefvoorstel ‘Fijn fietsen in Dordrecht’ en de raadsinformatiebrief wensen en bedenkingen op het initiatief voorstel, die zijn op verzoek van CDA aan deze bespreking toegevoegd. Voordat we beginnen wil ik graag iedereen even vragen zich voor te stellen voor de notulen en dan begin ik even aan mijn linkerhand. De heer Den Boer: Marc den Boer, commissiegriffier. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Van den Ouweland: Karen van den Ouweland, ambtelijke ondersteuning. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De voorzitter: En ik ben uw voorzitter, Kitty Kruger.

Ik zie dat bijna alle partijen aanwezig zijn, per partij een woordvoerder. Als we, we hebben anderhalf uur waarin we dus een eerste termijn, een zegswijze van de wethouder, en vervolgens nog een tweede termijn zouden moeten hebben. Als iedere partij een ellenlang verhaal houdt van een aantal minuten, dan redden we het niet. Dus probeert u allen beperkte woordvoering te doen. We hebben al een

2

beeldvormende sessie gehad waarbij veel is uitgewisseld. Probeert u ook een beetje zelf met dingen te komen die de voorganger nog niet heeft gezegd. Zodat we niet steeds naar hetzelfde verhaal luisteren, maar dan met een andere toonsoort of misschien een andere intonatie. Wie van de partijen mag ik als eerste het woord geven? De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u voorzitter. De Dordtse VVD is voor het verbeteren van de bereikbaarheid van onze stad en onze wijken per fiets, per auto, te voet en natuurlijk met ov. Wij zijn geen fietsenhaters, wij zijn geen ov-treiteraars, geen wandeljenners en natuurlijk ook geen autopesters. We zetten in op de bereikbaarheid met alle vormen van vervoer, omdat de bewoners van onze stad, onze mede Dordtenaren, zelf het beste weten welk vervoermiddel voor hen op welk moment het beste past. We zitten daarom ook niet zo dogmatisch in die prioriteitsstelling. STOMP kan wat ons betreft net zo goed TOMPS of STOPM heten, zolang elke vorm van mobiliteit maar aan bod komt. Een ding staat voor ons als een paal boven voor water: als je de P van privéauto weglaat, dan heb je geen STOMP-principe, maar een stom principe. Dat betekent dat we moeten investeren in goede fietspaden en in goede parkeer, voldoende parkeerplekken op straat voor de auto's van bewoners.

Dat we moeten investeren in een goed station en in groene golven op de hoofdroutes voor het autoverkeer, zoals de Laan der Verenigde Naties en de provinciale weg. Dat we moeten investeren in extra parkeervoorzieningen voor deelauto's en in goed betegelde trottoirs waar je prettig kan lopen, ook met een rollator of een kinderwagen. In het mobiliteitsplan staat de ambitie voor minder parkeerplaatsen op straat, pagina 30. Daar kan de Dordtse VVD alleen mee akkoord gaan als er net zoveel garageplekken worden gecreëerd, als dat er plekken op straat verdwijnen. Bij de stukken van vandaag heeft u bijvoorbeeld ook de brief van meneer Pap kunnen zien. Ik zie dat hij hier op de tribune zit. Ik weet ook dat er veel andere binnenstadsbewoners zijn, en overigens ook bewoners in andere delen van onze stad, die dit belangrijk vinden. Omdat ze gewoon die auto ook nodig hebben voor hun werk. Ik ben ook zeker niet de inspraakreactie van de heer Weeda vergeten, die hier verleden week ook belangrijke dingen over zei. Als we dat niet doen, dan wordt het gewoon een ordinaire vorm van autopesten. Daar doet de Dordtse VVD niet aan mee. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff hoorde ik al eerste. De heer Van der Kruijff: U mag het zeggen, u bent de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, gaat u dan maar.

De heer Van der Kruijff: De vraag die hierachter vandaan komt: ziet de VVD voor zich dat als je dit beleid zou uitvoeren, dat misschien een aantal binnenstadsbewoners, of ook elders in de wijk, minder gebruik van de auto of ook minder autobezit nodig hebben, omdat ze makkelijker met openbaar vervoer kunnen of met deelautovervoer, waardoor ook minder behoefte is aan parkeerplaatsen?

3

De heer Kuhlmann: Laat ik daar twee dingen over zeggen. Om te beginnen, natuurlijk als uw hypotheses zou kloppen, op moment dat er minder plekken nodig zijn dan heb je minder auto's. Dan heb je ook minder plekken nodig. Natuurlijk, het is leuker om naar groen te kijken dan naar geparkeerde auto. Dat is helemaal zo. Aan de andere kant is denk ik de werkelijkheid, tenminste ik denk niet alleen dat is gewoon zo, dat in de afgelopen tien jaar ieder jaar er steeds meer auto's bijkomen in onze stad. Dat die ook gewoon hard nodig zijn. Dus het is met name zit het hem in de volgordelijkheid. We vinden het heel goed als je investeert in het ov, als je investeert in de fiets. Verleden week nog een fietspad voor de poorten van de hel weggesleept in de raadsvergadering. Maar als je eerst die parkeerplekken gaat weghalen en dan zegt: u moet maar meer met de bus gaan of meer op de fiets gaan. Dat is volgens de verkeerde volgorde. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dankuwel voorzitter. Ik hoor de heer Kuhlmann zeggen dat het mooier is om naar groen te kijken dan naar auto's. Ik hoor hem ook zeggen dat de auto, of de volgorde in het STOM-principe eigenlijk niet ter zake doet. Ik vraag mij af hoe die twee dingen zich tot elkaar verhouden.

Vindt hij het niet wenselijk dat wij uiteindelijk komen tot een andere mix van vervoersmodaliteiten? Zodanig dat we inderdaad meer groen in de stad kunnen realiseren zonder dat mensen daar ongelukkig van worden. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nee. Dank voor de voor de vraag natuurlijk. De vooronderstelling dat je alleen meer groen kan creëren als je parkeerplaatsen netto laat verdwijnen, dat dat is een onjuiste. Daar ben ik het ook niet mee met eens. Wat zaak is om te investeren in alternatieven plekken. Dat geldt niet voor de voor de hele stad, maar zeker op die plekken die, bijvoorbeeld de binnenstad. Daar zijn natuurlijk ook wel een plannen, of in elk geval gedachten, om op andere plekken, bijvoorbeeld bij de Grote Markt of andere locaties, om daar juist parkeerplekken voor bewoners te creëren. Als je dat doet, dan kun je vervolgens op een andere plek kun je ze schrappen. Dan hebben mensen een alternatief en dan zijn er best wel locaties te bedenken natuurlijk waarbij je zegt van: dat wordt dan, als je daar het weghaalt kun je daar iets veel mooiers van maken. Dus in die zin zitten we denk ik op dezelfde lijn. Alleen het ene is wel randvoorwaardelijk voor het voor het andere. Als je gewoon rucksichtslos gaat schrappen, dan breng je mensen gewoon die auto hard nodig hebben, echt in problemen. Dat is niet nodig en dat willen we ook niet.

De heer Van der Meer: Mag ik een kleine vervolg… De voorzitter: Een kleine vervolgvraag, want er zijn nog meer mensen die ook … De heer Van der Meer: Dat begrijp ik. Ik heb de heer Kuhlmann ook horen zeggen dat het gewoon zo is dat het aantal auto's toeneemt. Als we van dat uitgangspunt uit blijven gaan, dan gaat onze stad echt dichtslibben, wordt onleefbaar, ongezond enzovoort. Kunnen we uiteindelijk ook niet meer vooruit. Dus, is hij het niet met mij eens dat toch enige prioriteitenvolgorde, om fietsen en lopen een beetje te bevorderen en het autogebruik in elk geval in de stad een beetje af te remmen, toch gewenst zou zijn?

4

De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Het, ik ben gedeeltelijk met u eens. Waar het gaat om het aantrekkelijker maken van de fiets, betere ov-verbindingen, voetpaden die er gewoon goed netjes bijliggen. Helemaal mee eens. Dat moeten we doen. Dat is belangrijk om daarin te investeren. Alleen om, wij denken echt dat mensen zelf de beste afweging kunnen maken welk vervoermiddel op welk moment voor hen op welk moment het handigst is. Dat hoeft de overheid niet voor je te beslissen. Dat kunnen mensen prima zelf. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, dank u. Ik ben benieuwd of de heer Kuhlmann dan ook vindt dat de parkeerplaatsen beprijst mogen worden. Op dit moment wordt een groot deel van de parkeerplaatsen in de stad, de binnenstad niet maar grootste deel van de rest van de stad wel, worden gratis door de overheid beschikbaar gesteld. Met uitzondering ook van de parkeerplaats op eigen terrein. Vroeger huldigde de VVD nog wel eens het principe: de gebruiker betaald. Dat ging met name als het ging om sociale voorzieningen. De vraag is of de VVD dat principe ook wil huldigen als het gaat om parkeervoorzieningen? Tweede vraag: er ligt nu een uitgangspuntennotitie voor.

Gezien de uitspraken van de heer Kuhlmann, moet ik dan begrijpen dat hij zich niet kan verenigen met de uitgangspuntennotitie zoals die nu hier ligt? Want daar wordt wel degelijk voorgesteld om een beperking door te voeren voor het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik zal even beide vragen beantwoorden. In de eerste plaats: wij zijn er geen voorstander van om betaald parkeren in heel Dordrecht in te gaan voeren. Lijkt me echt een nachtmerrie. Moeten we, als u het wil doen … Dat moeten we echt niet gaan doen. Daar is ook geen enkele noodzaak voor. Je kunt alles gaan beprijzen, ook als je je fiets of je scooter op straat zet. Lijkt me niet nodig. Dan het tweede. Nou ben ik hem heel even kwijt, om eerlijk te zijn. Kunt u hem nog … De heer Damen: Ja, ik ben overigens wel meteen dan benieuwd hoe u de financiering van parkeergarages in de binnenstad ziet en of dat dan volledig weggesubsidieerd moet worden? De tweede vraag was: kunt u nou instemmen met de uitgangspuntennotitie zoals die er nu ligt? Want daarin wordt wel degelijk gezegd: we willen in ieder geval, ik vind dat lang niet ver genoeg gaan, maar we willen in ieder geval het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad beperken. De heer Kuhlmann: Goed dat u het noemt. Wij kunnen daarmee akkoord gaan als aan een belangrijke voorwaarde wordt voldaan.

Namelijk dat er net zoveel garageplekken worden gecreëerd, als dat de plekken op straat verdwijnen. De heer Damen: En hoe moeten die gefinancierd worden? De voorzitter: Via de voorzitter, graag. We gaan geen een-tweetje houden hier in deze vergadering. Dus de heer van, …

5

De heer Damen: Ik had al … Voorzitter. De voorzitter: Damen die vraagt aan, via de voorzitter, hoe de heer Kuhlmann dit dan denkt te gaan financieren. De heer Kuhlmann: Gelukkig hebben we een mooi budget, ons plan voor de agenda 2030, waarin voor een heel aantal onderwerpen, van de Spoorzone tot dan ook de binnenstad, daar geld gereserveerd is om te investeren in onze stad. Een deel daarvan heeft ook een mobiliteitsbestemming. Dus op die manier. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Hier wil ik wel een beetje op aanhaken, want nu blijft het in de lucht hangen of de heer Kuhlmann die garages gratis wil maken of niet. Daar wil ik wel graag antwoord op. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Als het gaat om de prijs die bewoners zouden moeten betalen wanneer ze hun auto kwijt willen, dan is het … Kijk, het is nu zo, zeg maar, als je je auto op straat parkeert als je in de binnenstad woont dan heb je een parkeervergunning nodig. Mensen betalen daarvoor. Dan zou het onlogisch zijn om te zeggen dat in een garage dat dan helemaal gratis is. Ik wil nu niet meteen in alle tarieven gaan duiken maar het lijkt me dat je een beetje langs dezelfde lijn dan door gaat denken. De voorzitter: Oké, de heer Van der Meer nog een reactie hierop? U wilt uw woordvoering doen. Heeft er niemand verder meer een interruptie voor de heer Kuhlmann? Dankuwel mijnheer Kuhlmann.

De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dankuwel voorzitter. Wij zijn heel blij met de uitgangspunten van dit plan. Het STOMP-principe, in de volgorde waarin die letters staan, wordt duidelijk omarmd. Nog steeds, zeg ik ook maar even in de richting van de heer Kuhlmann, blijven alle vervoersmodaliteiten wel degelijk mogelijk. Tegelijkertijd wordt er stevige druk gegeven om de mengverhouding daarvan te veranderen. Dat is hard nodig met het oog op milieu, leefbaarheid, verdichting in de stad en gezondheid. Ik heb een paar opmerkingen. Een is dat ter bevordering van het fietsen, we hebben net een uitvoeringsprogramma fiets vastgesteld, maar hier in deze nota wordt ook gepleit voor meer ongelijkvloerse kruisingen. Daar heb ik een vraag over, of dat nou de meest gewenste keuze is? Het is nogal duur, lijkt mij, om het op die manier te regelen. Zou je niet veel meer kunnen doen, in lijn eigenlijk met wat in de fietsnota staat? Namelijk: voor de hand liggende, duidelijk zichtbare fietsverbindingen en ook zoveel mogelijk fietspaden waarop fietsers voorrang hebben. Ten tweede wordt er iets gezegd over deelvervoer, dat moet betaalbaar zijn. Dat onderschrijven wij van harte. Het moet ook beschikbaar zijn en dat punt zou wat ons betreft in de uitgangspunten nog wat sterker benadrukt kunnen worden. Dat de gemeente daar de voorwaarden voor creëert.

De voorzitter: De heer Schalken heeft een interruptie.

6

De heer Schalken-den Hartog: Dankuwel voorzitter. De heer Van der Meer noemt net het deelvervoer. Dat hangt ook een beetje samen natuurlijk met ov, wat ook genoemd wordt in dit voorstel. Daar wordt aangegeven dat het vooral betaalbaar moet zijn met mensen met een, voor mensen met een smalle beurs. Wat Beter voor Dort betreft, gaat dat eigenlijk niet ver genoeg. Je zou eigenlijk aantrekkelijk moeten maken voor iedereen, om ervoor te zorgen dat mensen de auto laten staan of deze manier van vervoer kiezen. Hoe staat GroenLinks daarin? De heer Van der Meer: Zeker, aantrekkelijk maken moet het zeker. Voor mensen met een brede beurs zal dat niet per, niet direct over de kosten gaan, maar wel over makkelijke beschikbaarheid daarvan. Dat is precies de reden waarom de stelling is dat naast betrouwbaarheid ook de beschikbaarheid gestimuleerd zou moeten worden in het kader van het mobiliteitsbeleid. De voorzitter: De heer Schalken is nog niet tevreden met het antwoord. De heer Schalken-den Hartog: Nee. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Nog graag een korte vervolgvraag, want inderdaad beschikbaarheid is ook een van die punten die belangrijk zijn. Wanneer ook de prijs voor iedereen gunstig is. Daarom vonden wij het vanuit Beter voor Dordt het zo jammer dat die ov-regeling verschraald is, die er vroeger voor alle 65-plussers was.

Dat heeft ervoor gezorgd dat heel veel mensen nu wel weer de auto pakken. Maar vindt GroenLinks het dan niet belangrijk dat het ook een aantrekkelijk alternatief wordt, dat deelvervoer en dat ov, voor mensen die misschien wel wat meer te besteden hebben maar nu gewoon goedkoper uit zijn door de auto te pakken. De heer Van der Meer: Ik zie dat sommetje … De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik zie het sommetje, dat autogebruik goedkoper is voor de korte afstanden, graag terug moet … De voorzitter: Wilt u uw microfoon aanzetten? De heer Van der Meer: Sorry. Verder met het volgende punt: in de nota staat ook, het is net even over de autoluwe binnenstad gegaan, maar er wordt ook in het algemeen in de uitgangspunten over autoluwe gebieden gesproken. Vraag aan de wethouder: aan welke gebieden zou je verder kunnen denken behalve de binnenstad? Denkt hij bijvoorbeeld ook aan woonwijken? De voorzitter: Momentje mijnheer Van der Meer. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dankuwel. Ik ben wel benieuwd aan welke gebieden, u noemt nu grof woonwijken, gebieden GroenLinks nog meer noemt?

7

De heer Van der Meer: Ik denk inderdaad aan woonwijken. Het principe wat je bijvoorbeeld in Utrecht in een aantal wijken vormgegeven ziet worden, dat in de wijk er alleen, of bijna alleen, fietsverkeer mogelijk is en het autoverkeer rondom de wijk met parkeerplaatsen aan de rand van de rijk woord gerealiseerd. Ik snap best dat dat niet onmiddellijk overal kan, maar als principe om over na te denken om die auto, die automobiliteit binnen de wijken, waar ook vaak heel veel over geklaagd wordt, om die wat te reguleren, lijkt het mij iets om mee te nemen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, toch nog even een korte vervolgvraag. Want het zou inderdaad hartstikke mooi zijn wanneer je dat zou kunnen doen. Als we kijken naar hoe de wijken in Dordrecht zijn opgebouwd, is het dan niet meer eigenlijk een soort een idee, een dat een soort roze wolkachtige idee, van dat je dat voor elkaar kunt krijgen. Ik zie echt niet waar dat nu reëel toe te passen zou zijn. Dan ben ik wel echt benieuwd naar wat concretere voorbeelden. De voorzitter: De heer Van der Meer, graag concrete voorbeelden. De heer Van der Meer: Je zou het in elk geval als uitgangspunt kunnen hanteren bij nieuwe gebieden die in ontwikkeling worden gebracht. In bestaande gebieden kun je daar gewoon creatief over nadenken.

Het hangt namelijk ook samen met hoe belangrijk wij het vinden dat je op tien, twintig, honderd of tweehonderd meter van je huis je auto kunt parkeren. Die prioriteiten kunnen ook anders formuleren. Zeker bij nieuwbouwwijken zou het een goed uitgangspunt kunnen zijn. De voorzitter: De heer Van der Meer, de heer Kuhlmann heeft een interruptie. De heer Kuhlmann: Ik moet zeggen, voorzitter: mijn oren flappen even nu ik dit hoor, dit plan om … Dan ben ik toch benieuwd hoe de heer Van der Meer, GroenLinks zit zich zo voor zich ziet. Als je straks in Sterrenburg of in Stadspolders of een nieuwbouwwijk als Amstelwijk, dat kwieke zeventigers daar verwacht wordt dat ze even driehonderd meter met de weekboodschappen gaan lopen omdat ze de auto niet meer bij de deur mogen zetten. De voorzitter: De heer Van der Meer, kwieke zeventigers. Die kent u. De heer Van der Meer: Die ken ik. Ik heb geen auto, dus dat is geen probleem. Natuurlijk, ik heb net ook al gezegd: alle vervoersmodaliteiten blijven mogelijk en moeten mogelijk blijven. Simpelweg omdat sommige mensen die auto's nodig hebben. Ik vind het niet terecht om als tegenargumenten te gebruiken dat mensen de auto niet meer mogen gebruiken. Waar het mij om gaat, is om dat zoveel mogelijk af te remmen in gebieden die eigenlijk voor leven op straat, voor spelen op straat, voor wandelen en ontmoeten gebruikt moeten worden.

Dat is het uitgangspunt waar we naar willen streven. Natuurlijk gaat het nu te veel in detail omdat voor elke wijk precies in te vullen. Waar het mij om gaat, is dat de mindset, waarmee we over het managen van verkeer en over het inrichten van wijken denken, gaat veranderen. Op iets langere termijn is dat een absolute noodzakelijkheid.

8

De voorzitter: Dankuwel. Eerst de heer Kolkiliç, dan de heer Roggekamp, dan de heer Damen. De heer Kolkiliç: Dankuwel voorzitter. Ik hoorde net autoluwe nieuwbouwwijken. Wetende dat we bij de Wilgenwende al geen openbaar vervoer hebben, ook geen op basisonderwijs. Hoe wilt u dat die mensen hun kinderen naar school gaan brengen of naar werk gaan? De heer Van der Meer: Precies. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat is precies wat ik zeg. Op het moment dat we de andere kenmerken van wijken als een feitelijk gegeven beschouwen. Van: er is geen school, er is geen openbaar vervoer. Natuurlijk wordt het dan moeilijk. Dat betekent dat je daar integraal over na moet denken, hoe je dat aan wil pakken. Ik zie best dat dat niet overal even snel kan. De heer Kolkiliç: Ik heb een korte … De voorzitter: Nee. De heer Kolkiliç is aan het woord en dan de heer Roggekamp en dan de heer Damen. Dan mag de heer Gündogdu. De heer Kolkiliç: Ik heb een kort vervolgvraag voorzitter. Moeten we automobilisten ontmoedigen of juist moedigen om milieuvriendelijkere of efficiëntere vervoerskeuzes te gaan maken? De voorzitter: De heer Van der Meer, dat is een inkoppertje. De heer Van der Meer: Allebei, denk ik. Natuurlijk zijn duurzame keuzes, elektrische auto's, openbaar vervoer, enzovoort beter. Als we dat tegelijkertijd aantrekkelijker maken, dan zullen mensen daar ook van af zien.

Kijk het gaat ons er absoluut niet om, om de keuzevrijheid in te perken. Die suggestie wordt wel gewerkt maar daar gaat het niet. Het gaat erom om het keuzepalet iets anders te maken en andere keuzes die duurzamer zijn, die leefbaarder de stad opleveren, aantrekkelijker te maken. De voorzitter: Ik had als vervolg de heer Roggekamp aangewezen. De heer Roggekamp: Dankuwel voorzitter. Mijn buurman heeft al voor een deel weggemaakt. Ik vroeg me ook af of mijnheer Van de Meer het er niet mee eens is, dat we beter goede alternatief kunnen gaan bieden in plaats van pesten op minder ruimte te geven. Een tweede is: het openbaar vervoer zoals wij hem nu in Dort hebben, is niet alles en zeker als we Dordt uit willen. Daarbij komend: een nieuwe woonwijk zal meewerken aan de twintigduizend extra woningen die moeten komen. Wil mijnheer Van der Meer daar graag allemaal werkeloze mensen in of mensen die groot, goed geld verdienen en dus ook Dordrecht uit kunnen komen, om bijvoorbeeld naar een baan te gaan? De voorzitter: De heer Van der Meer.

9

De heer Van der Meer: Uiteraard. Zoveel mogelijk mensen met een baan waar ze tenminste goed van kunnen leven. Dat zal geen verbazing wekken, dat GroenLinks daarvoor pleit. Waar het waar het om gaat is inderdaad dat mensen de stad uit kunnen en naar andere plekken kunnen. Naar hun werk, elders kunnen, enzovoort, enzovoort. De vraag is hoe we zorgen dat dat op een zo duurzame, minst overlastgevende manier kan gebeuren. Zonder de vrijheid van keuze in te perken, maar door de beste en de duurzaamste keuzes aantrekkelijk te maken. Daar moeten we het over hebben. De voorzitter: Dankuwel, de heer … De heer Van der Meer: Dat komt ook in de uitgangspunten van de mobiliteitsplan prima tot uiting, denk ik. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Ik vroeg net aan mijn buurman Kuhlmann of de uitgangspuntennotitie voldeed aan de ideeën van de VVD. Ik begreep dat dat het geval was. Mits parkeerplaatsen die in de binnenstad verloren gaan, vervangen worden door parkeerplaatsen in parkeergarages en er beslist geen belanghebbenden parkeren wordt ingevoerd verder. Nou heb ik dezelfde vraag aan mijn collega Van der Meer. Vindt u dat, terwijl u een heel ander verhaal vertelt dan de heer Kuhlmann, vindt u dat de uitgangspuntennotitie voldoet aan uw politieke ideeën. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, die uitgangspunten voldoen.

Ik heb een paar kanttekeningen gemaakt, maar die raken eigenlijk niet de uitgangspunten als zodanig. Dus die uitgangspunten voldoen en die uitgangspunten houden ook in dat op onderdelen het parkeerbeleid een instrument is, een knop is om aan te draaien. Voor ons is het geen absolute vanzelfsprekendheid dat als ergens een parkeerplaats verdwijnt, dat die elders gecompenseerd moet worden. Het gaat ons er juist om, de behoefte aan parkeerplaatsen drastisch te verminderen. De voorzitter: De heer Damen, nog een korte aanvullende vraag. De heer Damen: Mijn vraag is van … Nou blijkt dat de uitgangspuntennotitie én voldoet aan de ideeën van de VVD, die heel anders zijn als van GroenLinks, en hij voldoet ook aan de ideeën van GroenLinks. Is er dan niet sprake van, wat we tegenwoordig noemen, een waterig compromis? De voorzitter: Mijnheer Damen, wat zegt … Ik verstond niet wat voor compromis, hoe u het noemt. De heer Damen: Dan heeft u de actualiteit niet gevolgd, voorzitter. De voorzitter: Ik heb het woord niet verstaan. De heer Damen: Een waterig compromis.

10

De voorzitter: Waterig. Oké. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer. Waterig compromis. De heer Van der Meer: Nee, dat vind ik zeker niet. Juist omdat dat STOMP-principe er heel nadrukkelijk in zit. Het zijn natuurlijk uitgangspunten. Daardoor zijn er ook kanttekeningen en is er vervolgdiscussie nodig, maar die uitgangspunten zijn prima. Ik denk, en dat is dus anders als wat de heer Kuhlmann eerder zei, dat die volgorde van die S, T enzovoort niet ter zake doet, die doet voor ons wel degelijk ter zake. Volgens mij voor de wethouder nadrukkelijk ook, maar dat kan hij zelf straks wel zeggen. Ik wilde tenslotte mijn woordvoering afronden met een enkele opmerking over … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u had nog een interruptie van de heer Gündogdu. Maar die wuift van: het is al beantwoord. Gaat u verder. De heer Van der Meer: Ik wilde nog iets over de 30 kilometer zeggen, voorzitter. De betreffende motie is nog niet afgehandeld. Het mobiliteitsplan, maar ook het uitvoeringsprogramma fiets, zet in op onder meer bredere fietsstroken. Dat betekent in heel veel gevallen minder ruimte voor de auto's. Dat kan heel goed gecombineerd worden in onze visie met veel meer straten die 30 kilometer maximumsnelheid hebben, zonder dat daar obstakels in de straat hoeven te worden aangebracht. Daarmee is het probleem van de hulpdiensten in elk geval in die straten opgelost.

Daarnaast blijft toch heel indringend onze vraag hoe het kan dat in Dordrecht het zo zou zijn dat maar een heel beperkt aantal straten 30 kilometer kan worden, terwijl in andere grotere, drukkere steden dat veel meer gerealiseerd kan worden. Ik wil toch graag oproepen om de ervaringen elders in te zamelen en daarvan te leren en tot wat meer creativiteit om Dordrecht ook in dit opzicht veiliger, leefbaarder en gezonder te maken. Dankuwel. De voorzitter: Dank u, en mevrouw Kamphuis heeft een interruptie.

Mevrouw Kamphuis: U had het, via u voorzitter, had mijnheer het over 30 kilometerwegen. Voor de hulpdiensten hoeft dat geen probleem te zijn, zegt u. 30 kilometerwegen moeten wel zodanig ingedeeld worden, dat het wel een 30 kilometer-zone is. Dus naar mijn idee is dat een probleem voor de hulpdiensten. Hoe ziet hoe ziet u dat dan? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nee, dat hoeft niet voorzitter. In de technische sessie die we daar met de hulpdiensten over hebben gehad, kwam ook heel duidelijk naar voren dat de hulpdiensten niet op zichzelf een probleem hebben met die snelheid van 30 kilometer. Als het verkeer maar goed door kan stromen, enzovoort. Maar een probleem hebben met obstakels, waardoor zij niet door kunnen rijden. Ik zoek dus gewoon creatief, en ik hoop dat het college inderdaad daarin mee wil denken, naar oplossingen om toch veel meer die 30 kilometer te realiseren. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, nog een korte aanvullende vraag.

11

Mevrouw Kamphuis: Naar mijn idee is de handhaving op 30 kilometer. Maar dan moeten we wel zodanig ingedeeld zijn, dat het een 30 kilometer weg is, anders kunnen ze niet handhaven. Tenminste dat heb ik toen geleerd. De voorzitter: Ik hoor hier geen vraag uit, wel een stelling. En er zijn … De heer Van der Meer: Ik wil die stelling graag bestrijden. Dat dat wordt inderdaad vaak gezegd, maar dat is een beetje een mantra aan het worden. Dat als we de wegen niet zo inrichten dat je er niet harder kunt dan 30, dan handhaven we niet. Als je ze wel zou inrichten dat je niet harder kunt dan 30, dan hoeven we niet te handhaven. Dus we handhaven gewoon niet. Dat lijkt mij in een rechtsstaat niet een goed uitgangspunt. De voorzitter: Dank u. Ik zag net nog de heer Kolkiliç, wilde die nog een interruptie? De heer Kolkiliç: Ja, dank voorzitter. Kortgeleden, paar maanden geleden zaten hier aan tafel, in deze zaal ook, hulpdiensten, waarbij we het over de motie hadden. De hulpdiensten die gaven toen aan dat het eigenlijk niet uitvoerbaar is bij heel veel wegen. Dat het zelfs gevaarlijk kan zijn, dat het niet te handhaven is, dat zij zelfs aansprakelijk gesteld kunnen worden wanneer het misgaat. Wat vindt u daarvan? Dat u nu een tegenstrijdig idee heeft? De voorzitter: De heer Van der Meer.

De heer Van der Meer: Ik ben het daarmee eens, alleen dat een probleem is omdat die inrichting vaak betekent dat er obstakels op de wegen gerealiseerd moeten worden. Nogmaals, de wedervraag zou zijn, hoe kan het dat dat in andere steden wel kan? De voorzitter: De heer Kuhlmann.

De heer Kuhlmann: Ja, dank voorzitter. Ik ben toch een beetje in verwarring gebracht door wat de heer Van der Meer zojuist zei, van met die 30-wegen: voor hem zijn ze ook prima als je geen aanpassingen doet. Dat vind ik heel gek. Want we hebben, een week geleden in de raadsvergadering is er een CDA-motie aangenomen over zelfverklarende wegen, waar GroenLinks ook volgens mij van harte mee heeft ingestemd. In elk geval voorgestemd, waarbij dan het uitgangspunt is om wegen zo in te richten dat het logisch is, de snelheid en de inrichting. Dan is het toch gek om een week later te zeggen van: 30 kan ook heel goed zonder verkeersdrempels en andere maatregelen. Of kijkt u daar anders naar? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb niet gezegd dat het zonder andere maatregelen moet. Overigens ging die motie over zelfverklarende fietspaden en niet over autowegen. Ik heb het nu gehad over wegen die smaller worden en daardoor automatisch tot een lagere snelheid aanleiding geven, door bijvoorbeeld bredere fietsstroken te maken. Misschien zijn er aanvullende maatregelen mogelijk. Bepaalde soorten drempels. Ik wil niet te veel in techniek treden. Ik wil nu alleen maar oproepen om hier alsjeblieft een beetje

12

creatiever over te denken, want als we alleen maar zeggen van: de hulpdiensten zeggen dat het niet kan, dan kan het niet en hoeven we er verder niet over na te denken. Dat is mij voor dit onderwerp door de bocht. De voorzitter: Dankuwel. Dan wil ik hier even, bij uw woordvoering laten. Ik heb net een handje gezien van mijnheer Groenewege, die wilde. Dan zie ik die … De heer Groenewege: Dankuwel voorzitter. De Partij voor de Dieren kan zich in grote lijnen vinden in de uitgangspunt van het nieuwe mobiliteitsbeleid. Toch hebben wij ook een aantal op- en aanmerkingen. Het college kiest ervoor om ruimte te maken voor voetgangers en fietsers ten koste van ruimte van, voor de auto. Van die keuze profiteert iedereen, want meer auto's betekent minder mobiliteit. Hoe meer auto's je in de stad hebt, hoe vaker het vast zal staan op de weg. Ook voor automobilisten zelf is het dus van belang dat er niet te veel auto's rondrijden in Dordrecht en dat voor andere vervoersmiddelen ruimte wordt gemaakt. Ruimte voor de voetganger en de fietser komt in deze uitgangspuntennotitie ook aan bod. Ruimte is maar een aspect. Reistijd is ook een belangrijke afweging bij het kiezen van je vervoersmiddel. Zolang de reistijd met de auto het kortst is, blijft de auto zeer aantrekkelijk. De Partij voor de Dieren mist hier scherpe keuzes van het college.

Zo wil het college met een aantal maatregelen de reistijd voor automobilisten juist verkorten. Die keuze begrijpen we niet. De Partij voor de Dieren voelt er veel voor om het college de reistijd ook in te laten zetten als middel om de mobiliteitstransitie te stimuleren. Mobiliteit is niet alleen de lijnen tussen de bestemmingen, maar ook de bestemmingen zelf. Als je met een bakfiets of deelbakfiets naar de binnenstad wil gaan, kan je die dan wel kwijt? Is daar parkeerruimte voor? Nee, is helaas vaak het antwoord. Dus als je grote spullen nodig hebt, ben je alsnog op een auto aangewezen, of op een busje. Wat de Partij voor de Dieren betreft zoekt het college hier in het mobiliteitsplan oplossingen voor. Die deel bakfiets, die ik net noemde, zien we in het hele mobiliteitsplan helaas niet terug. Terwijl die een duurzame oplossing biedt voor een belangrijke reden waarom mensen voor de auto kiezen. Namelijk dat ze er grote spullen mee kunnen vervoeren. Een gemiste kans, maar gelukkig is het nog niet te laat om dit te corrigeren. Deelmobiliteit hoeft ook niet, zoals nu in de notitie staat, beperkt te blijven tot hubs. Fijnmazig beschikbaar deelvervoer biedt een echt alternatief voor de privéauto. Daar mag van de Partij voor de Dieren in het mobiliteitsplan meer aandacht voor zijn. Wat de Partij voor de Dieren ook mist in Dordrecht is een milieuzone.

Heel veel andere steden hebben die om de luchtkwaliteit in de binnenstad, die veel verkeer aantrekt, te beschermen. Al sinds ik hier ben komen wonen, vind ik het raar dat Dordrecht wat dat betreft nog in de vorige eeuw leeft. Nu horen we van alles over emissieloos transport in de binnenstad maar een milieuzone gaat natuurlijk ook over auto's, brommers, noem maar op. Kort nog een reflectie op 30 kilometer per uur. In het mobiliteitsplan staat nu de zin: snelheid van autoverkeer daar waar mogelijk verlagen. Dat vindt de Partij voor de Dieren echt te vaag. Dat doet ook, dat geeft geen richtlijnen waar we verder mee kunnen. Dat moet veel ambitieuzer en kortheidshalve wil ik me bij de PvdA aansluiten over hun punt over betaalde parkeerplaatsen. Dankuwel. De voorzitter: De heer Kuhlmann, interruptie.

13

De heer Kuhlmann: Het moge duidelijk zijn: VVD en Partij voor de Dieren liggen, waar het gaat om mobiliteit, ver uit elkaar. Ze hoeven nu ook niet alle onderdelen nu elkaar te bevestigen. Er is een onderdeel waar ik toch even benieuwd naar ben. U zei van: ook voor automobilisten is het goed als je minder auto's in de stad hebt. Dat past dan in uw pleidooi voor betaald parkeren en minder parkeerplekken. Dan ben ik toch benieuwd. Partij voor de Dieren profileert zich volgens mij als progressieve partij en het is toch gek als het dan uiteindelijk uitmondt in dat de auto dan alleen iets wordt voor de elite. De mensen die wel een parkeerplek op hun oprit hebben. Mensen die wel torenhoge tarieven kunnen betalen voor betaald parkeren. Hoe rijmt dat met elkaar? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, de auto is nu al iets voor de elite. Nu al is er een drempel om een auto te kunnen betalen. Een auto is duurder dan een fiets. Het kan zijn dat door een parkeerheffing, dat die last wat zwaarder wordt. Tegelijkertijd pleiten we met andere maatregelen als Partij voor de Dieren voor toegankelijk openbaar vervoer, voor makkelijk beschikbare fietspaden, voetpaden, noem maar op. Ik heb een heel pleidooi gehouden voor deelmobiliteit die fijnmazig beschikbaar moet zijn.

Dus volgens mij biedt de Partij voor de Dieren zeer veel alternatieven voor mensen die geen privéauto kunnen betalen. Wellicht zelfs wat meer dan de VVD biedt. De voorzitter: De heer Gündogdu. Nee, we laten het eventjes hierbij want we komen echt in tijdnood als alle partijen nog aan de beurt. De heer Gündogdu nog even een korte interruptie. De heer Gündogdu: Ter verduidelijking, voorzitter. Een vraag aan de Partij voor de Dieren. Mijnheer Groenewege geeft aan van: het college kiest ervoor om op bepaalde trajecten de auto juiste ruimte te geven in de vorm van bijvoorbeeld een groene golf. Dat zou wat hem betreft niet moeten gebeuren. Juist een beetje de automobilist, in mijn eigen bewoordingen, pesten. Zodanig dat ze, zeg maar, een beetje afschrikken om bepaalde keuzes te maken voor ritten. Hoe ziet hij nou met het huidige voorstel in zijn achterhoofd dit concreet uitgewerkt voor de binnenstad? De heer Groenewege: Ik wil even toelichten waar het om gaat. Pesten is een frame van wat ik voorstel. Het gaat, wat we in de praktijk zien in andere steden, ook als je je een beetje in mobiliteitsbeleid verdiept, is dat het onvoldoende is om duurzame modaliteiten te stimuleren. Je zal ook de modaliteiten waar je minder van wil hebben, een beetje moet je afremmen.

Bijvoorbeeld, in Amsterdam is er een straat afgesloten, een doorgaande straat, om mensen te stimuleren om meer voor de fiets te kiezen of te voet. Whatever. Er is heel veel gedoe over geweest, maar het werkt wel. Dat soort keuzes, dat soort dappere keuzes missen wij een beetje in deze uitgangspuntennotitie als Partij voor de Dieren. Daarom maakte ik het punt: laten we ook eens kritisch kijken, niet alleen naar de ruimte die auto's innemen., maar ook naar de reistijd die automobilisten tegemoet zien. Hoe zorgen we ervoor dat de fiets en het ov en te voet gaan echt een alternatief wordt? Een aantrekkelijk alternatief. Daar moet je ook naar de reistijd gaan kijken.

14

De voorzitter: De heer Gündogdu, ik had u uw woordvoering beloofd. Want ik keek niet rond en ik zag niemand meer … De heer Gündogdu: Voorzitter, ik ga aanvangen. Voorzitter, we zijn even zoekende geweest. Vanuit Op ons Eiland hebben we met elkaar een discussie gevormd van: waar moeten wij nou deze uitgangspuntennotitie op reflecteren? Voorzitter, wij hebben twee jaar geleden, hebben we de agenda 2030 vastgesteld. Waarbij we een aantal keuzes hebben gemaakt. Waarbij dus ook de keuze onder andere is gemaakt om als stad behoorlijk te gaan groeien. Waarbij we minimaal twintigduizend nieuwe inwoners gaan krijgen. Een hele nieuw stedelijk gebied. Met name, waarbij wij hebben aangegeven in de binnenstad vooral gaan bouwen of binnenstedelijk te gaan bouwen. Dat was voor ons de leidende principe, hoe we naar de stad kijken, ambitie op het niveau van woningbouw, aantal inwoners. Toen kwam dit uitgangspuntennotitie, waarbij we toch wel het idee hadden van: waar hangt dit nou onder? Is deze uitgangspuntennotitie tot 2040 leidend, om vervolgens de stad daaromheen te bouwen of verder aan de stad te bouwen. Of is de stedelijke ontwikkeling leidend en deze visie daar een onderdeel van? Dus wij waren echt aan het zoeken van, wat is nou de leidende principe? Terecht de opmerking van zojuist: we hebben de Wilgenwende gebouwd.

Het is niet eens mogelijk om daar een fatsoenlijk busverbinding te laten rijden. Is de mobiliteit nou leidend of de stedenbouw? Daarnaast, voorzitter: wij hadden graag eigenlijk ook een tussenstap gezien. Deze uitgangspuntennotitie met concreet wat het college voorstelt met de wetenschap van nu, want dit heeft een scope naar 2040. Waarbij we dus enigszins kunnen zien van: dit voorstel betekent deze ingreep, dit voorstel betekent deze ingreep. Het gevaar bestaat, voorzitter, als we nu akkoord geven dat, op enig moment als dit plan concreet wordt uitgewerkt, zomaar het college kan zeggen van: u had de keuze toen anders moeten maken, want we hebben dat nu uitgewerkt op basis van dit uitgangspuntennotitie. Dus dat hadden wij echt willen zien. Een tussenstap van: dit is de uitgangspuntennotitie en zo ziet dat eruit met de wetenschap dat we willen bouwen naar de toekomst. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Even een vraag aan de heer Gündogdu. Hij heeft het over dat het allemaal anders uit kan pakken dan deze uitgangspunten. Kan hij een concreet fantasievoorbeeld geven van een uitgangspunt wat misschien over een tijdje niet meer aantrekkelijk is? Moet er iets in de volgorde van STOMP veranderen? Ziet hij dat voor zich, of iets anders? De voorzitter: De heer Gündogdu.

De heer Gündogdu: Voorzitter, nu ben ik niet iemand die veel weet over mobiliteit, maar ik kan me zo voorstellen als je de ambitie hebt om met twintigduizend bewoners te gaan groeien, dat betekent nogal. Dat betekent bijvoorbeeld iets over het aantal parkeerplaatsen, maar dat betekent ook iets over een aantal weggebruikers. Dus ook de automobilist. Dus ons insteek is: als jij deze keuze maakt met de wetenschap van nu, maar vervolgens wel in je achterhoofd hebt dat je ambitie hebt om als stad enorm te

15

gaan groeien, dan moet je toch wel enigszins in beeld hebben waar je naartoe wilt. Met de cijfers van nu, maar juist ook met de cijfers van straks. Dat missen wij. Concreet: twintigduizend inwoners, hoeveel auto's zijn dat nou? Hoeveel parkeerplaatsen hebben we daarvoor nodig? Weten we dat? De voorzitter: Dat is een heldere vraag. De heer Gündogdu: Weet ik niet. De voorzitter: Nou, heel kort mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik neem aan dat de wethouder daarover nagedacht heeft. Dus die heeft daar vast een antwoord op. De voorzitter: We horen het straks. De heer Gündogdu: Ik ben benieuwd. Voorzitter, vervolgens: we hebben het over onder andere de bereikbaarheid van de binnenstad. We hebben welgemeend een keer zeroemissie zone gelezen in dit voorstel. Een van onze vragen was concreet ook zo van: oké, dit is een beleid wat nu zijn vervolg krijgt in de uitwerking, zero-emissie zone in de binnenstad komt een keer voor, terwijl het een heel belangrijk principe is voor 2026. Wat blijkt? Dat komt dus niet als uitgangspunt in de mobiliteitsvisie, maar in een ander uitgangspunt onder een ander programma. We missen een beetje de samenhang van de diverse programma's en de uitwerking van de mobiliteitsvisie op die programma's. Een ander punt, voorzitter, is het laadpalenbeleid. Vanuit de Rijksoverheid worden wij enorm gestimuleerd om elektrisch te gaan we rijden.

We hebben een laadpaalbeleid, wat inmiddels ook geactualiseerd moet worden, volgens mij. Wat betekent dat met in ons achterhoofd dit, deze uitgangspuntennotitie? Daar zijn we graag benieuwd naar. Vervolgens, als we het hebben over parkeren. Ik kan enigszins wel ingaan in het pleidooi van de VVD. Vijfhonderd parkeerplaatsen, dat is nogal wat. We hebben namelijk ook de ambitie om onze binnenstad niet alleen voor onze huidige bewoners, maar ook de toekomstige bewoners en de bezoekers van de binnenstad wel toegankelijk te maken. Hoe krijgt dat zijn vervolg als je vijfhonderd plaatsen weghaalt? Dat betekent ook namelijk dat je parkeergarages enorm moet gaan bouwen en die ruimte is er niet. Die is schaars. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik had net ook geaarzeld op de heer Kuhlmann daarop te interrumperen, maar u begint er nu ook over. Het laatste uitgangspunt is: Dordrecht gaat investeren in parkeergarages die als mobiliteitshub functioneren. Oftewel: er komen nieuwe parkeergarages, er komen nieuwe parkeerplaatsen. Het verschil is, en dat is het uitgangspunt, dat ze misschien niet allemaal midden in de stad komen, maar aan de rand met aansluitend deelvervoer of openbaar vervoer of lopen, deelfietsen, verzin het.

Vindt u dat dan voldoende parkeerplaatsen, als dat zo geregeld wordt? Want dat is het uitgangspunt dat voorgesteld wordt.

16

De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. Ja. De heer Gündogdu: Als je mij concreet kunt zeggen: daar komen parkeergarages en dat is wat de kosten daarvan zijn, dan kan ik daarover nadenken. Ik heb natuurlijk gelezen dat er parkeerhubs gaan komen. Ik weet niet waar, hoeveel het gaat kosten, aantal parkeerplaatsen, weet ik niet. Ik moet wel vanavond, of straks in de raad, een oordeel vellen over deze uitgangspunten. Ik kan dat niet. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dankuwel voorzitter. Is de heer Gündogdu ervan op de hoogte dat dit een uitgangspuntennotitie is en dat er nog een concreter mobiliteitsplan volgt, waarin misschien exacte aantallen worden gegeven? De heer Gündogdu: Dat is nou precies waar ik uw aandacht op wil vestigen. Dat deze uitgangspuntennotitie, als je hiermee instemt: in hoeverre heb je straks nog de ruimte om bij de vervolguitwerking nog inspraak te hebben over die aantallen, de locatie de kosten? Dat weet ik niet. Misschien u wel, maar ik niet. De voorzitter: Het is heel duidelijk. Ik grijp eventjes in … De heer Gündogdu: Ik ga nog even verder.

De voorzitter: Want we gaan in een hele uitgebreide discussie. Ik mag zo nog even verder, maar ik denk dat u weldegelijk een punt heeft gemaakt. U noemt nu punten die, en ik hoor ook anderen wel, punten meegeven die straks in een uitvoeringsprogramma komt. Daar zal de wethouder, denk ik, zo ook nog wel op reageren. De heer Kuhlmann, kort. Want u ben al heel veel aan het woord geweest. De heer Kuhlmann: Ja, heel kort. Over de alternatieve parkeerlocaties, als je plekken schrapt. Ik ben benieuwd, ik hoop het eigenlijk, dat Op ons Eiland ook mee eens is dat je daar een onderscheid moet maken tussen bewoners van de binnenstad, van wie je denk ik niet kunt verwachten dat ze helemaal aan de randen gaan staan en dan met een pendelbusje met een boodschap naar huis gaan, of bezoekers van de binnenstad waar dat net iets anders … De heer Gündogdu: Zeker, de heer Kuhlmann. De voorzitter: De heer Gündogdu De heer Gündogdu: Natuurlijk. Ik heb nog behoorlijk wat punten voorzitter, maar ik hou het echt heel kort. Concreet: de STOMP-principe kunnen we omarmen. Dus daar is geen discussie mogelijk. Maar bij deze uitgangspuntennotitie hebben we nog behoorlijk wat vragen, zoals u heeft begrepen. De voorzitter: Dankuwel voor uw begrip. De heer Gündogdu: U ook bedankt.

17

De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, uw woordvoering. Mevrouw Kamphuis: Wij van SP zijn in principe voor dit mooie plan. Echter moeten we ook niet de behoeftes van de wijk niet vergeten. Dus, vertel duidelijk wat de plannen zijn voor de wijk, nog voordat de raad uitgaande plannen maakt. Neem bijvoorbeeld De Staart Oost: dubbele plannen zijn ook dubbele kosten. De basisvoorziening moet inderdaad op loop- of fietsafstand zijn. Dat is niet in elke wijk het geval. Op de gehele wijk De Staart is geen huisarts te vinden. Terwijl dat hier heel veel ouderen wonen. Daarvoor zijn wij voor echt betaalbare en betrouwbare openbaar vervoer. Het liefst gratis. Tevens zijn wij voor de 50 kilometer-zones op doorgaande wegen. Wel moeten wij de gevaarlijke situaties aanpakken, zoals bij de Jumbo op de Merwedestraat. Wij zouden daar graag een rotonde willen zien. Tenslotte voorzitter, als er een wijk autoluw maakt, zorg dan wel voor voldoende, goede parkeeralternatieven, in het bijzonder voor mindervaliden. Niet iedereen kan en wil zonder auto. Ook moet iedereen wel kunnen laden en lossen in de wijk. Dankuwel. De voorzitter: Dankuwel mevrouw Kamphuis. De heer Roggekamp. U wilde … Wat zegt u? Ik zie niemand die een interruptie heeft op mijnheer, of mevrouw Kamphuis. Sorry. Ik zal al bij mijnheer Roggekamp, dus dat werd … Nou ja … Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dankuwel voorzitter.

Voorzitter, in ons programma hebben we altijd al gezegd van: wij willen dat elke woning in Dordrecht bereikbaar is met een auto. Wat niet wil zeggen dat je per se voor de deur moet parkeren, maar wel dat je erbij moet kunnen komen. Als we het plan lezen en de uitgangspunten, kan dat. Het is niet duidelijk dat het gebeurt, maar het kan. Andere mobiliteit, natuurlijk is dat goed. Dan niet, zoals ook mijnheer Kuhlmann aangaf, door het pesten van bijvoorbeeld autobezitters. Het kan ook zo meteen voor andere bezitters. Maar, juist door de uitdaging om goede alternatieven aan te bieden waardoor mensen het niet willen gebruiken. Er staat een zinnetje het plan wat daarnaar refereert. Gebeurt dat dan ook? Dat is natuurlijk een grote vraag. Als we dan nu naar de alternatieven kijken: over het ov, de chaos, wil ik het maar eigenlijk niet hebben. Zelfs de fietsen: op dit moment als je in de binnenstad komt op zaterdag is een grote chaos met fietsen. Als je morgen aan het eind van de ochtend bij het station gaat kijken, is een grote chaos aan fietsen. Het promoot dus niet dat wij alternatieven willen hebben voor die auto. Die hebben wel parkeerplaatsen in die punten. Daar moet dus meer aandacht voor zijn. Als we dan … De voorzitter: Mijnheer Roggekamp, mevrouw Kamphuis heeft een interruptie.

Mevrouw Kamphuis: U heeft het over die fietsen, maar er is toch genoeg gelegenheid om die fietsen in de stalling te plaatsen? Hoe ziet u om dat probleem op te lossen? De heer Roggekamp: Ik zou nog graag willen uitnodigen om, sorry voorzitter, ik zou graag willen uitnodigen om morgen bij het station te gaan kijken. Dan zal u zien dat dat niet lukt. Dan wil ik u ook uitnodigen om zaterdag in de stad te kijken rond de markt. Daar staat alles vol, omdat de parkeerstallingen vol zijn. We hebben daar niet genoeg alternatieven voor. Voorzitter, als we verder naar het plan kijken, dan zien we hele mooie uitgangspunten. Heel veel is wel gericht op de binnenstad. Het lijkt wel dat de veiligheid buiten de binnenstad, en vooral aan de rand van de gebieden, vergeten wordt. Daar willen we ook heel veel aandacht voor. Dat we voor heel Dordt aan de gang gaan en niet

18

alleen voor de binnenstad. Wat er ook niet in staat, en wat we wel in het verleden in de voor … De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik vind dat toch een niet helemaal terechte constatering, die u als een zo'n soort feit brengt. Dat het alleen maar op de binnenstad gericht is. Natuurlijk, parkeergarages gaan veel over de binnenstad. Dat snappen we allemaal en waar het klem loopt. Er staat echt heel veel over het aantrekkelijk maken van fietsroutes, korte looproutes. Er staat iets over gedragscampagnes. Dat gaat over alles. Dat gaat over openbaar vervoer betaalbaar maken. Gaat ook over de hele stad. Basisvoorzieningen bereikbaar, gaat ook over de hele stad. Daar staat echt heel veel in wat over de hele stad gaat. De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Voorzitter. Er staat echt heel veel in wat ook over de stad gaat. We hebben het net ook al over gehad, over De Hoven waar geen openbaar komt. Ik doel nu bijvoorbeeld ook op de dijken die we in de binnenst… of in het centrum, niet het centrum, in de bebouwde kom van Dordrecht hebben. Waar een paar weken geleden ook weer een groot ongeluk is gebeurd omdat het onveilig is. Daar richten we ons niet op. Terwijl daar ook al twintig jaar is toegezegd, dat er dingen zouden gebeuren.

Ik weet dat de wethouder er mee bezig is, maar ik wil wel aandacht voor deze punten. Waar ik ook aandacht voor wil, en die hebben we dus inderdaad ook al in de voorrondes besproken, is een eenduidigheid in hoe de wegen zijn. De verkeerspleinen, de kruisingen: de ene keer heeft de fietser wel voorrang, de andere keer niet. Het ene fietspad is wel gescheiden, andere niet. De ene is wel duidelijk, andere is niet. In de uitgangspositie, uitgangsnotitie had ik eigenlijk gewild dat ook had gestaan: we maken Dordrecht eenduidig. Dat iedereen weet waar hij aan toe is. Daarmee worden we veiliger en daarmee wil men ook die andere alternatieven gebruiken. Dan de vragen die er meegegeven zijn. Het document fijn fietsen, daar hebben we al zoveel over gezegd. Daar wil ik niet over doorgaan. Dan kom ik weer op dat groen op de weg 100 kilometer betekent, in plaats van juist langzamer fietsen. Is het plan voor iedereen? Nee. Ik zie totaal niks bedacht voor motoren. Dat vind ik dan nog prima. Maar, er wordt ook niet gekeken naar bijvoorbeeld alle e-fietsen die op dit moment, dan wel tussen de auto’s dan wel wat tussen de andere fietsen rijden. Eigenlijk moeten we dit al wel in de toekomst meegaan nemen. Voorzitter, hier wilde ik het bij laten. De voorzitter: Dan heeft u nog een interruptie van Groenewege? De heer Groenewege: Dankuwel. Gewoon Dordt heeft het over dat de dijken onveilig zijn.

Dat was alweer een paar minuten geleden. Dat er een ongeluk was gebeurd. Dat was een eenzijdig ongeval waarbij een auto van de dijk is gereden. Tegelijkertijd: als er hier partijen zijn die ervoor pleiten om bijvoorbeeld de snelheid uit de auto's te halen, dan noemt Gewoon Dordt dat autootje pesten. Dan vraag ik me wel af: hoe wil Gewoon Dordt de dijken dan veiliger maken?

19

De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Sorry voorzitter, ik heb niks over snelheden voor de rest genoemd. Ik heb bij autootje pesten over parkeerplaatsen die weggehaald worden. Snelheden terughalen is een optie. Verkeersinrichting is vaak een veel betere optie om mensen automatisch langzamer te laten rijden. Dan gaat het niet alleen over voert… over personenauto's, maar ook over landbouwvoertuigen die over alle mogelijke wegen rijden. Die eigenlijk er niet voor bedoeld zijn. Vrachtwagens die over routes rijden. Het is een totaalplaatje waar daarnaar gekeken moet worden. Dat gaat niet alleen over de hoofdwegen binnen de woonwijken. De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? De heer Van Der Kruijff? De heer Van der Kruijff: Dankuwel voorzitter. Voorzitter, we hebben het inderdaad over uitgangspunten. Je merkt met elkaar dat voor je het weet zit je opeens in de details qua uitvoering. Dat gaat echt allemaal nog een keer komen. Het is wel belangrijk dat we die uitgangspunten meegeven voor de uitvoering. Dat ben ik het echt niet met de heer Gündogdu die eens die zegt: ik wil weten wat het betekent. Als ik dit lees kan ik het grosso modo wel voor me zien. Volgens mij bij elk voorstel mogen we er nog wat van vinden in de uitvoering. Dat uitvoeringsplan komt ook nog. Net zoals het fietsuitvoeringsplan kortgeleden, zal dat ook op andere punten komen.

Voorzitter, ik licht toch nog even maar de lijn, en dan zult van mij wel verwachten, met ons initiatiefvoorstel Fijn fietsen in Dordrecht. Dat is geen heel ingewikkelde lijn. Die kunnen we vrij eenvoudig houden. Daar wordt namelijk, even los van alle uitvoeringsvoorstellen, daar hebben we het vorige week over gehad, ook nog een denkomslag gevraagd die verder gaat dan we tot op heden gedaan hebben. Nu is de vraag natuurlijk: als je nou naar dit voorstel kijkt, is die denk omslag die hierin voorgesteld wordt dan groot genoeg? Dan laat ik aan de voorkant zeggen: hij is groot. We hebben nog wel een paar aanvullingen die ik mee zou willen geven. Die ook wel te maken hebben met wat in dat, in ons initiatiefvoorstel staat. Als je kijkt naar het STOMP-principe, vindt het CDA dat een goed principe. Het geeft er namelijk prioriteit aan. Dat betekent niet als je achteraan staat dat je gepest wordt. In die zin ben ik het wel met de heer Groenewege eens, dat het een frame is om te gaan praten in autootje pesten. Ik denk dat dat niemands bedoeling is, maar het gaat er wel om: wat maak je het meest aantrekkelijk? Als je dan de vraag stelt, of zoals de heer Kuhlmann dat op een gegeven moment zei, weggebruikers weten zelf wel welk vervoermiddel het best past, dan is dat natuurlijk zo. Je kunt wel beïnvloeden welke keuze die weggebruikers dan zelf maken, in hoe je de stad inricht.

Daar hebben we het hier over. Dan zijn er een aantal punten, en ik constateer dat volgens mij bijna alle partijen … Tenminste, ik heb nog geen een partij gehoord. Er staan namelijk, ik heb ze genummerd, helaas waren ze niet genummerd, maar ik heb zelf even gedaan, er staan veertien uitgangspunten genoemd in dat raadsvoorstel. Ik heb nog geen een fractie horen zeggen dat een van die veertien uitgangspunten een uitgangspunt is wat ze niet steunen. Blijkbaar is te veel steun voor deze veertien uitgangspunten, alleen vragen over de uitvoering. Dat geldt voor CDA ook wel. Het eerste cluster gaat over het langzaam verkeer, oftewel voetgangers en fietsers krijgt voorrang op de auto door het toepassen van het ontwerpprincipe STOMP. Daar staan een aantal uitvoeringen bij. Voorzitter, kan het CDA zich wel in vinden. We hebben bij een aantal van die uitgangspunten toch nog wel een opmerking. Een, er staat bij het

20

vierde uitgangspunt: we verbeteren de doorstroming van het openbaar vervoer door de aanleg van vrije bus-infrastructuur. Natuurlijk: daar waar een knelpunt is, is dat goed. Zo staat het hier niet expliciet omschreven. Het lijkt bijna alsof je zegt, overal waar busroutes zijn, misschien is het zo niet bedoeld, gaan we vrije busbanen aanleggen. Dat vinden we te ver gaan. Doe het alleen daar waar nodig is. Niet preventief voor als het ooit nodig zou kunnen blijken te zijn. Ook over de buurthubs staat vrij weinig tekst. Wij zijn echt wel benieuwd hoe dat eruit gaat zien, hoe je dat gaat inrichten en wat de buurten daar ook van vinden. Daar lezen we nog weinig tekst over. Een uitgangspunt van ons zou ook wel zijn, als je gaat denken over buurthubs, dat je dat ook in samenspraak met wijken gaat inrichten en invullen. Tot op heden zie je het, als het over deelvervoer gaat, dat er vrij veel klachten komen uit buurten. Dat zal toch zeggen: wij vinden er ook wat van. Doe dat met buurten samen en niet preventief. Wat ons vervolgens opvalt, als je kijkt naar STOMP, staat er dus veel over S en T. De buurthubs is wel een beetje de O en de M, maar dat staat eigenlijk heel weinig in dit, in deze uitgangspuntennotitie over openbaar vervoer en ook heel weinig over deelmobiliteit. De insprekers hebben daar wel veel aandacht voor gevraagd.

Hoe zit het nou met het lijnennet van ons openbaar vervoer? Hoe zit het eventueel met aanvullend vervoer met belbusjes waar over gesproken is? Hoe zit het met de relatie met Drechthopper? Als we het hebben over deelvervoer, hoe gaat dat dan allemaal? Er is ook een inspreker geweest, die heeft gezegd: hoe zit het met bereikbaarheid van het ziekenhuis? Hoe zit het met bereikbaarheid van andere belangrijke maatschappelijke voorzieningen? Dat aandachtspunt zien we nog niet in deze uitgangspunten. Hoe je dat goed wil inrichten. Dat zouden wij daar wel graag bij willen hebben. Voorzitter, het tweede cluster gaat over het terugbrengen van autovervoer op plekken waar dat noodzakelijk en wenselijk is. Dat is natuurlijk heel subjectief, waar het noodzakelijk en wenselijk is. Het CDA denkt wel dat je dat zal moeten terugbrengen, omdat het anders gewoon niet meer past in deze stad. Dan komen ook wel bij een punt dat je zegt: is te denkomslag die we hier maken dan wel groot genoeg? Want je kunt zeggen: we treffen fysieke maatregelen, maar als wij naar andere steden kijken, zien we ook wel verdergaande maatregelen. Bijvoorbeeld het instellen van eenrichtingsverkeer. Als je eenrichtingsverkeer hebt, heb je minder ruimte op de weg nodig voor de auto en creëer je heel veel ruimte voor voetpaden en fietsen. Terwijl het nog steeds voor automobilisten wel bereikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27607