CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,529.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dat is mooi. Ik ga zo het woord aan mevrouw Van den Akker geven. Mevrouw Lammens, u heeft nog een korte vraag? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Nog een vraag aan u. Mijnheer, zou ik aan u nog een vraag mogen stellen? In Dordrecht hebben we de Drechtstadsboer. Die geeft van die voedselpakketten uit Dordrecht, die je iedere dag kan eten. Nou mag je niet zo uit de moestuin eten. Zou u een abonnement nemen op de Drechtstadsboer? De voorzitter: Even wachten. Dit is een persoonlijke vraag, geen beeldvormende vraag. De heer Hakkeling: Maar ik geef antwoord dat ik daar geen antwoord op gegeven, maar op de achterliggende vraag van, hoe is het daar nou mee, daar wil ik wel antwoord op geven nog, voorzitter.

40

De voorzitter: Dat mag, als u dat wil. Maar de volgende sessie gaat daarover. De heer Hakkeling: Dat doet Karin ook. De voorzitter: De volgende beeldvormende sessie gaat over de Drechtstadsboer en voedsel en water. Als u wil, als u kort antwoord wil geven, mag het, waarbij de volgende sessie gaan we het over voedsel en water hebben. Mevrouw Van den Akker: Ik probeer erop in te gaan, in ieder geval, op een deel van de vraag. De voorzitter: Heel goed. Mevrouw Van den Akker: Ik ga nu even meenemen naar het eerste onderzoek. Op 5 september is die gepubliceerd door het RIVM. Dat was een onderzoek naar PFAS in het gewas, in groenten en fruit in moestuinen. Daar hebben wij al een presentatie over gehouden. Maar ik neem u even mee, dat u weer opgefrist bent. Dat zijn tien clusters. Eén is referentietuin of -tuinen in de Hoeksche Waard. Die liggen bovenwinds en ook ver van de fabriek af. Daar zit geen invloed van de fabriek. Dit is de fabriek en hier hebben we veel onderzoek gedaan, omdat we dachten dat daar veel neergeslagen was. We hebben een groter gebied gepakt, omdat we zeker wilden zijn dat we het gebied goed konden duiden. Dit kaartje kent u wellicht ook al. Dit hebben we na het onderzoek gemaakt. Hier ziet u die clusters weer, de fabriek.

Uit het onderzoek van het gewas blijkt dat er in dit cluster, dat is cluster B Sliedrecht, ooit was het één cluster, maar de resultaten varieerden zodat we er twee clusters van gemaakt hebben. In Sliedrecht zijn drie tuinen, die zijn wel verontreinigd met PFAS, in ieder geval de gewassen, dat het RIVM het advies heeft gegeven om beter niet uit de tuin te eten. In dit gebied, het is een indicatieve lijn, want we kunnen natuurlijk niet duiden welk perceel wel of niet vervuild is, krijgen de clusters van moestuinen het advies om gewas af te wisselen met de winkel. Hier buiten zijn de gehaltes zo laag dat zij geen beperking hebben. Deze kaart, daar kunnen we eigenlijk het hele onderzoek wel een beetje op uitleggen. Maar we willen wel weten waar het vandaan komt. Hebben we op grond- en wateronderzoek uitgevoerd. Het is al een beetje aan de orde gekomen. Waar komt die PFAS vandaan? Chemours heeft hem geëmitteerd uit de lucht, uit de schoorsteen. Daar is hij met de wind meegenomen en is hij op een gegeven met neergeslagen in het gebied ten noordoosten van de fabriek. Dat noemen we atmosferische depositie. Hij gaat de grond in, wordt geïnfiltreerd door het grondwater en door de grond. Die planten nemen dat vanuit het grondwater op, maar ook vanuit regenwater wat verontreinigd kan zijn en vanuit slootwater. Dat is een beetje een schema.

Uiteraard komt er ook nog iets van PFAS uit de rioolwaterzuivering, het afvalwater. Dat komt dan in de Beneden-Merwede. Dat komt dan indirect ook weer in sloten en vervolgens in de tuin. Het onderzoek van grond en water is in dezelfde clusters, in dezelfde moestuinen gehouden dan het gewas. We wilden eigenlijk zo dicht mogelijk bij het gewas die monsters nemen, om goed te kunnen duiden of die PFAS in grond en in water direct verband heeft met het gewas. Met andere woorden, waar komt die PFOA eigenlijk van de en die ... Om die uit de grond of uit het water? We hebben water gemonsterd. Regenwater, slootwater en grondwater. Vervolgens hebben wij een paar onderzoeksvragen gesteld over de afstand, plus de afstand van de fabriek, heeft die invloed op de concentraties van PFAS in die groenten en het fruit? Het RIVMonderzoek hebben we gelijk meegenomen. Ik ben snel klaar zo. Even kijken. Deze. Kijk,

41

dit is hem beter. Kunnen we een gewas specifiek advies geven? Sommige groenten kunnen misschien meer PFAS bevatten dan anderen. Hoe is de concentraties in grond en water en speelt aanhangende grond een rol? We concentreren ons nu op de blauwe vragen. Want er is wel een relatie concentratie in groente en fruit ten opzichte van grond en water, maar die is niet eenduidig. Met zoals mijnheer Hakkeling al zegt, we kunnen niet zeggen, overal is de grond de veroorzaker of het water de veroorzaker. Aanhangende grond speelt eigenlijk niet echt een rol. Dat is voor bepaalde gewassen wel onderzocht, maar daar zien we niet heel veel reden om daar een advies over te geven. De afstand. Komen we weer bij die kaart, want we willen graag zien of de afstand vanuit die fabriek invloed heeft op de PFAS. Daarom hebben we deze clusters op die lijn in deze grafiek weergegeven. Hier ziet u H en A, die zijn in Dordrecht. H is deze. Dat is Kringloop en Klein Grondbezit. En A is Vlijpark en ook een vestiging van Klein Grondbezit. Die ziet u hier. In Sliedrecht ziet u weer een hele grote kolom, PFOA en GenX. Dat is een aardige hoeveelheid, lijkt het. Is het ook. Er zit GenX is dat gewas. Maar PFOA heeft een grotere bijdrage dan GenX, want PFOA is schadelijker dan GenX. Als PFOA een 1 geeft, dan geef je GenX een 0,06. Zo kun je die waarden een beetje met elkaar vergelijken.

Zo zie je dat die afstand tot aan de fabriek, vanaf de fabriek, weldegelijk van invloed is op de gehaltes PFOA die we aantreffen in het gewas. Kunnen we een gewasspecifiek advies geven? In het vorige onderzoek kwamen best wel vragen van, er komen in dit cluster meer PFAS in boerenkool of in biet of in andere gewassen dan in andere gewassen. Kun je daar een causaal verband geven? Daar hebben we best wel veel met het RIVM over gesproken. Maar uiteindelijk zegt het RIVM, er zit heel veel variatie in wat we gemeten hebben. Wij kunnen niet zeggen dat bepaalde gewassen altijd meer PFOA of GenX opnemen. Dat is het advies van het RIVM. Geen gewasspecifiek advies. Dat ziet u hier in die tabellen. Dit is het gemiddelde, die bruine. Die zwarte lijntjes is wat er minimaal gemeten is en wat er maximaal gemeten is. Dan ziet u bijvoorbeeld in bladgroenten, net als spinazie en andijvie bijvoorbeeld, daar in sommige monsters wordt er niks aangetroffen en in sommige monsters wordt er heel veel aangetroffen. Het gemiddelde is wel hoog, maar die variatie is echt heel groot. Dat zie je ook bij knolgewassen. Dat zie je hier iets minder. Daar hangt het gemiddelde meer over de hele linie. Vandaar dat wij een conclusie hebben getrokken. Hebben we ook gezegd, het RIVM heeft daar wel een goed advies gegeven, want je kunt gewoon niet zeggen dat het altijd zo is. Dan hebben we hier weer die lijn.

Hebben we gekeken naar het aantal monsters. Je hebt hier die grondmonsters. Dit is weer H en A in Dordrecht. We zien eigenlijk overal dezelfde lijn. In Sliedrecht is de belasting veel hoger in de grond, maar ook in gewassen. Dat zie je hier ook. Dat zien we hier. Vooral hier in regentonnen zit GenX. Hier zit in slootwater ook veel PFAS. In Dordrecht hebben we eigenlijk een beetje geluk, maar dat zeggen we niet, want in Sliedrecht is natuurlijk ook verschrikkelijk wat we daar aan advies moeten geven. Even kijken. Deze waarde hebben we afgeleid vanuit die ... Misschien weet u het nog, die FSAnorm, 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week, de TWI. Daar kun je allerlei andere waardes aan afleiden. Daar heeft Arcadis met OZHZ samen een toetsingswaarde aan afgeleid van 0,33 microgram per liter. Dat is op basis van ... Met moestuin is dat afgeleid. Die waarde ziet u hier. En dan ziet u dat er in Dordrecht eigenlijk altijd onder die waarde wordt gemeten. De heer Hakkeling: Misschien goed om te zeggen, dit is geen officiële toetsingswaarde, maar er is geen officiële toetsingswaarde. RIVM ging hem ook niet voor ons afleiden. We hebben het zelf weliswaar met het RIVM besproken. Toen zeiden ze van, vinden we best

42

handig gedaan, maar het is geen toetsingswaarde. Je moet het duiden. Je moet iets hebben om te kunnen duiden. De voorzitter: De heer De Boer zit al te wachten, maar die heeft hier een verduidelijkende vraag op. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Excuus dat ik inbreek in uw presentatie, maar de vraag zit eigenlijk al een paar dia’s geleden, maar komt ook weer nu naar voren. We hebben het natuurlijk over die clusters, die u noemt. We hebben het rode cluster, die staat in Sliedrecht. Maar het cirkeltje behelst toch eigenlijk Sliedrecht, maar misschien ook nog net de wijk De Staart. Als ik een denkbeeldige moestuin neerzet op De Staart, zit hij dan ook in dat rode cluster of valt die er echt buiten? Mevrouw Van den Akker: Dit klopt, want binnen die rode lijn, indicatieve lijn, zie je inderdaad de fabriek. Want op het fabrieksterrein ligt het ook. Net daaromheen heb je ook kans dat je hogere gehaltes PFAS aantreft. Bijvoorbeeld, moestuin De Terp, die staat ook op De Staart, die zit in het oranje deel. Die zit een beetje hier, in dit. De heer De Boer: Maar dat is niet De Staart hoor. Mevrouw Van den Akker: Wacht even. Sorry hoor. Hierzo. De heer De Boer: Eigenlijk moet hij even vergroot worden. Mevrouw Van den Akker: We zullen direct het kaartje even laten zien. Die teelt in bakken, maar dat is al vanwege lood. De heer De Boer: Een korte vervolgvraag.

Misschien niet voor nu, maar misschien kunnen we dat later krijgen. Ik zou toch wat specifieker willen weten, welk gebied specifiek dat rode stuk behelst. Echt eventjes omkaderd. Hij is nu vrij grof getekend. Mevrouw Van den Akker: Dat kunnen we niet zeggen, want we hebben geen onderzoek gedaan in dat hele gebied. De heer De Boer: Ik hoor het al. Mevrouw Van den Akker: Het is een indicatieve lijn. We hebben, geloof ik, elf versies van dit kaartje gemaakt en er heel lang over gediscussieerd. Want in tijden van deze kaart kwam ook de stifstofkaart uit. Kaartjes zeggen meer dan praatjes, zeg ik altijd. Het blijft een indicatief iets. Maar mijn advies is, wilt u een moestuin beginnen in dit rode gebied of vlakbij, neem het zekere voor het onzekere en doe het niet of doe onderzoek. De voorzitter: De heer Kuhlmann ... Nog ... De heer De Boer: Nog heel kort. Even heel kort. Kijk, we hebben het over moestuinen, maar er zijn ook wel heel veel moestuintjes. Want heel veel mensen hebben zelf, in hun eigen tuin, verbouwen ook wat. Die mensen die in De Staart wonen, die zelf wat verbouwen, zitten allemaal in het rode gebied?

43

Mevrouw Van den Akker: Nee, u zegt het verkeerd. Het lijkt alsof u zegt dat alle bewoners van De Staart nu in het rode gebied zitten, maar dat is niet zo. Een deel van De Staart zit in het rode gebied. Maar daar kom ik ook nog op terug, want daar kunnen we het vervolg ook op afstemmen. De voorzitter: De heer Kuhlmann, heeft u een korte vraag? De heer Kuhlmann: Een hele korte, over de definitie. Wanneer u spreekt over moestuinen, we krijgen misschien een beetje verwarring, je hebt natuurlijk ook die moestuinverenigingen. Maar ik vond het een heel goed punt van de heer De Boer, ook iemand die natuurlijk gewoon groente of fruit of een appelboom in zijn tuin heeft. Ik neem aan dat er geen verschil is tussen een moestuinvereniging of een particulier die iets in zijn tuin heeft. Als je op een bepaalde afstand zit, als je in een bepaald gebied zit, dan geldt dat je daar wel of niet, of wel of niet met beperkingen van kunt eten. Maar het maakt natuurlijk, denk ik, niet uit, maar ik hoor het graag van u, of dat een appelboom is van een moestuinvereniging of als hij gewoon in je eigen tuin staat. Mevrouw Van den Akker: Als iemand een appelboom in zijn tuin heeft, die heeft een maand appels. Ik heb zelf een appelboom in mijn tuin. Er komt ongeveer een kistje van af. Daar eten we een maand appels van en dan is de boom leeg. Dan moet ik weer een jaar wachten.

Als je in het rode gebied zit, is het beter om het niet te eten. Dat is het advies. Maar mensen mogen zelf overwegen wat zij daarmee gaan doen. Maar het advies is om het niet te eten, ook niet als er een appelboom is. Maar het advies is dan wel om te genieten van aardbeien uit de pot. Dat is natuurlijk wel. Ik ga er altijd ... Ik communiceer altijd met inwoners van, wat kan wel. Het advies is om het niet te doen, maar wat kan wel? Hangaardbeien aan de gevel, potten, zet daar je appelboom in en geniet van de natuur, want dat is namelijk het leukste wat er is, volgens mij. Da tis wat we eigenlijk ook aan advies geven aan die moestuinders, niet zozeer in het rode gebied, maar wel in het oranje gebied, blijf alsjeblieft in die moestuin werken, want het is een gezonde bezigheid, het is vele malen gezonder dan op de bank hangen. Dat is een beetje tegenstrijdig advies, maar wij willen mensen echt handelingsperspectief geven. Daar kunnen we ons niet op blindstaren, vind ik. De voorzitter: Sorry, ik dacht dat u klaar was. Mijnheer Den Hartog, de laatste vraag. Dan gaan we door, want volgens mij is er nog genoeg informatie te krijgen. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik begrijp dat werken in een moestuin heel nuttig is, om allerlei redenen. Maar ik heb vooral vragen over de gezondheidseffecten.

We hebben in Dordrecht, ik weet niet of u bekend bent in heel bekend horecaetablissement? Mevrouw Van den Akker: Ja, ik wil hem even parkeren. Mag dat? Dan kom ik daar straks op terug. Dat is Villa Augustus, bedoelt u? De heer Den Hartog: Ja, zeker. Mevrouw Van den Akker: Ik eindig even met dit advies. Dit zijn de tuinen uit Dordrecht. Uiteraard is het hele gebied belangrijk, maar we zitten nu in Dordrecht. Eigenlijk is het advies wat we in september gaven niet gewijzigd. Voor water zijn er geen beperkingen in

44

Dordrecht. Dat wil niet zeggen dat heel het water schoon is, maar de waarden zijn zo laag dat je gewoon slootwater mag geven aan de planten. Regenwater is overal schoon. Alleen we zien in Sliedrecht ... In oude regentonnen zou nog wat aanhangende PFOA kunnen zitten. We adviseren, vervang die regenton, dan ben je helemaal zeker dat er niet zoveel inzit. Dat geldt ook voor de overige moestuinen. Wat ik al zei, dat geldt ook voor de gebruikers van de particuliere tuinen. Wat Villa Augustus betreft, die heeft tussen de jaren 2000-2010 verse grond opgebracht. Die zit in het oranje gebied. Die heeft het advies, eet met mate uit de tuin. Niet heel de week en niet heel het jaar komen de groenten en het fruit uit die tuin. Ik denk niet dat er mensen zijn die jaarrond bij Villa Augustus eten, terwijl ze dat misschien wel zouden willen. Maar dat maakt dat voor Villa Augustus geen beperking is verder om hun moestuin aan te passen. De heer Hakkeling: Ze hebben schone grond. Mevrouw Van den Akker: Ze hebben schone grond. De heer Hakkeling: ‘...’ Dat is heel kort geweest, voordat er helemaal gestopt werd. Ook in de jaren 2010, 2011, 2012, toen was de PFOA-uitstoot door de fabriek al enorm afgenomen. Villa Augustus is natuurlijk een bekend etablissement. Karin heeft contact gehad. Daar zien we echt totaal geen ‘...’. Mevrouw Van den Akker: Dit is zijn de algemene adviezen.

Die hebben we al een beetje algemeen behandeld. Daar ga ik niet zo diep op in. Het is voor het gebied wel belangrijk, maar voor Dordrecht iets minder belangrijk. Hier hebben we een nieuwe tekening gemaakt naar aanleiding van het grond- en wateronderzoek. Het enige verschil is eigenlijk dat dit cluster, BP, daar zitten allerlei slootjes, waar misschien het water niet zo goed doorloopt. Daar wordt aangeraden om slootwater niet af te wisselen met de winkel, maar met regenwater, zo min mogelijk slootwater te gebruiken. De heer Hakkeling: Ik heb gister contact gehad met het waterschap, om te kijken of er door een intelligente manier van laten stromen van het water, met een sluisje hier en een stuwtje daar, misschien kunnen voorkomen dat er water uit Sliedrecht naar Papendrecht stroomt, langs die kritische plekken. Als dat kan, is dat een mooie oplossing. Als het niet kan, moeten we een andere oplossing verzinnen. Zo zijn we continu bezig om te kijken met wat we vinden, wat kunnen we daarmee? Mevrouw Van den Akker: Dat is ook mijn conclusie van het onderzoek, onze conclusie. We hebben onderzoek gedaan, we hebben vragen beantwoord, we hebben antwoorden gekregen en we hebben nieuwe vragen gekregen. Bijvoorbeeld, hoe zit het met PFUnDA? Dat is een PFAS die in hele kleine hoeveelheden is vergund voor de fabriek, maar die we wel op bepaalde plekken terugvinden.

Dat vinden we vreemd in de gewassen. Daar willen we extra onderzoek naar doen. Relatief die grote GenX-gehalten in cluster BS. We willen eigenlijk kijken of een gebied kunnen definiëren waar dat dan neergekomen is. Landbouwpercelen zijn wij wel benieuwd naar. Er zijn heel veel vragen gesteld over, wat moet ik nu doen met die landbouwproducten? Wat u al zegt, mevrouw. Kan ik lokaal groente en fruit kopen? Ik zou daar gewoon een abonnement nemen, want ik denk dat de producten uit een heel groot gebied komen en niet uit het rode gebied en niet uit alleen uit het oranje gebied, maar ook uit de Hoeksche Waard of uit andere gebieden. Zodat je wel gevarieerd dat pakket kan eten.

45

De heer Hakkeling: In de Hoeksche Waard en de Alblasserwaard, daar is voornamelijk grasland. Daar is niet zo heel veel akkerland. Gelukkig maar. Wat overigens niet betekent dat we niet ook graag willen weten, wat betekent dat voor de koeien, zowel melk als vlees. Mevrouw Van den Akker: Daar hebben we de NVWA een signaal voor gegeven, dat we daar onderzoek naar willen laten doen. Kippeneieren, daar zijn we ook nieuwsgierig naar of daar PFAS inzit. Maar we weten niet of we genoeg kippeneieren kunnen bemonsteren uit het gebied. Naar aanleiding van uw vragen, dit is nog iets wat bij de inwonerbijeenkomst kwam. Daar kwam bijvoorbeeld het slotenonderzoek in Papendrecht uit. Als je beleid maakt, kunnen we dat dan vastleggen? Dan leggen we het college voor hoeven gaan handelen met nieuwe moestuinen of nieuwe voedselbossen of wat dan ook. Dan hebben we dat geborgd. Een laatste wat we hebben ontdekt, is dat moestuinen door spitten en zo minder PFAS bevatten dan het gebied eromheen. Voor nieuwe moestuinen willen we toch wel iets meer onderzoek doen dan dat. De heer Hakkeling: Misschien moeten we dat iets meer toelichten. We hadden gedacht ... Mevrouw Van den Akker: Wacht even. Ik zet jou gelijk ... De heer Hakkeling: Ik heb een harde stem. Meestal kom ik er wel mee weg. Prima. We hadden gedacht ...

Ik zei al tijdens mijn presentatie, dat we eigenlijk gevreesd hadden dat er meer moestuinen rood zouden zijn, met de huidige kleurindeling. Die hadden we toen nog niet. Dat bleek mee te vallen. Eén complex rood en zes complexen afwisselen. Zelfs, het zit eigenlijk nog onder de norm, maar omdat de achtergrondblootstelling er is toch maar afwisselen. Dat viel mee. We wisten niet hoe dat nou kon. Uit dit onderzoek blijkt dat de moestuinen eigenlijk relatief schoon zijn, bovenste halve meter, waar de gewassen eigenlijk allemaal inzitten. Veel schoner als dat we hadden verwacht op basis van de eerste kaart van mijn presentatie. Daar zag u allemaal rode stippen. Dat matcht niet met het feit dat die moestuinen eigenlijk vrij schoon zijn. Toen hebben we ook nog in dit onderzoek, op twee plekken, met twee complexen, een grasveld en ook een boomgaard vlak bij de moestuinen die we onderzocht hadden, hebben we ook onderzocht. Die bleken inderdaad vuiler te zijn dan die moestuin. Hoe kan dat? Dan ga je denken. Wij denken dat het komt doordat moestuinen veel intensiever worden bewerkt dan een ander. De grond is losser. Als er water opvalt en dat neemt grond mee naar slootjes toe, dan zal dat al zestig jaar lang, zo lang als die moestuin er is, beter gaan bij moestuinen. Er zal bij moestuinen ook ... Als het heel kleiig is, dan wordt er zand opgebracht om het wat beter bewerkbaar te maken.

Dat zand is over het algemeen schoon. Dat maakt ook weer de gehaltes veel lager. Misschien ook wel omdat er veel meer gewassen geoogst worden, dat er ook PFAS uitgehaald is. Misschien nog wel vijf redenen. Maar wat in ieder geval een duidelijk beeld is, is dat de moestuinen schoner zijn dan de omliggende gronden. Dat is een geluk bij een ongeluk, want daardoor ziet u zoveel oranje. Want anders was misschien wel vijf van de tien rood geweest. Het lastige daardoor is, dat laatste kaartje wat we net hadden, met die oranje en die rode en de groene percelen, dat is niet zo goed voorspellend. Dat betekent dat een nieuwe moestuin, die je daar ergens vlakbij wil maken, kan je niet zeggen, die ligt vlakbij A, bij cluster A, net erbuiten, dat zal ook wel oranje zijn. Helaas kun je dat niet zeggen. Wij zeggen echt, ga je ergens een nieuw moestuincomplex maken, laat bodemonderzoek

46

doen. We hebben uit dit onderzoek niet een keiharde grens van wanneer het wel en geen probleem is, maar wel een wat vloeibare grens. Als het daar ruim onder zit, is het geen probleem. Als het er ruim boven zit, is het wel altijd een probleem. Daar tussenin moet je dan gaan kijken, wat is de bedoeling? Hoe vaak ga je hier ... Hoe groot deel van je menu ga je hier proberen te verbouwen? Wat zijn de andere PFAS die er zitten? Dat moeten we gaan kijken. Maar het advies is echt, ga je een nieuwe moestuin beginnen, laat het onderzoeken. Dat sluit dan ook nog aan op iets wat we moeten vertellen. U gaf dat geloof ik aan net? De voorzitter: Mag ik met de vier resterende vragen starten? De heer Hakkeling: Doe maar zo. De voorzitter: De heer Kuhlmann heeft ook nog een vraag. Ik vind het fijn dat u heel uitgebreid bent, maar we hebben dadelijk te weinig ... We hadden een resterende vraag van mevrouw Kruger. Ik weet niet of dat ze daar nu voldoende antwoord op heeft. Hoe kan het dat we pas tien jaar PFAS in de smiezen hebben? Daar heeft u net verteld over 2015. Die is nu voldoende beantwoord? De heer Hakkeling: Die is nog niet beantwoord. De voorzitter: Nee, dan gaan we ... Geintje. De heer Hakkeling: Dat is wel een verhaal van vijf minuten, denk ik. Het is een flink zijpaadje over wat we hier doen. Weten we al langer dat PFAS in de bodem schadelijk is? Ja, ik wist dat.

Ik weet dat al vanaf 2005, omdat het op het Chemours-terrein een bekende bodemverontreiniging is. Daar zijn toen ook normen voor uitgerekend. Nu zeggen we, die zijn veel te hoog, maar dat is omdat er sindsdien heel veel gebeurd is. Is vorige keer al uitgelegd. We wisten dat het op het Chemours-terrein een probleem was. Maar we wisten niet dat PFAS die uitgestoten is door de schoorstenen in de omgeving neersloeg. Er is ook geen enkele ... Zeg nooit nooit, maar alle reguliere bodemverontreinigingen gaan ook niet op die manier in Nederland. Wij wisten dat er een bodemverontreiniging op het Chemours-terrein zat. Die wordt beheerst. Die kan daar niet weg. Die zit daar. Maar dat het via de schoorstenen naar de overkant van de rivier al kwam, dat weten we pas vanaf begin 2017. Dat het zover, dat weten we pas vanaf eind 2017, begin 2018. Dat was voor heel veel mensen in Nederland ook een schok. Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Heb ik daarmee uw vraag beantwoord? De voorzitter: Nog meer vragen? Mevrouw Kruger: Voorzitter, dank u wel. Hij heeft mijn vraag beantwoord, maar ik ben helemaal verbaasd. Omdat wij hebben hier zelfs rood Saharazand. Dat komt echt niet van Chemours vandaan. Ik kan me voorstellen, als Chemours iets in de lucht, dat komt met regen, het komt gewoon neer. Ik snap niet hoe we kunnen denken dat het hier niet in de bodem had gekund.

Maar dat is misschien mijn naïeve gedachte. De voorzitter: Daar hoeft u geen antwoord ... Het is geen vraag. Het is even ...

47

Mevrouw Kruger: Daar hoeft u geen antwoord op te geven hoor. U heeft het antwoord ... Dat klopt. U heeft een antwoord gegeven. De heer Hakkeling: Wij weten het ook pas vanaf 2016. Mevrouw Kruger: Heel goed. De voorzitter: Heel fijn. Maar het is ook eventjes ... Dit is beeldvormend. Wij stellen vragen, maar soms komt er emotie bij, zoals nu. Daar hoeft niet altijd ... U mag ventileren. Dat is hartstikke goed. Mevrouw Kruger had ook een vraag, hoe zit het met de herbruikbaarheid van de grond? Bedoelt u de grond op De Staart of in heel Dordrecht? Mevrouw Kruger: Nee hoor, het is meer hoe het uitgelegd werd van dat je het de ene keer wel moet afgraven en de andere keer hoeft het eigenlijk niet en kun je het afdekken. Terwijl, dat is mij dan onduidelijk van, wanneer mag dat wel? Want ook al denk je het af, dan gaat het toch volgens mij in de grond, zoals ik ook wel geleerd heb. Door grondwater kan het toch ook weer verder zich verspreiden. De voorzitter: Misschien is dat een combinatie met de vraag van de heer Timmers, wat als mensen in de Stadspolders hun grond afgraven. Wat moet daarmee gebeuren of wat ... Is daar een antwoord op te formuleren? De heer Hakkeling: Ja, maar ook niet een heel makkelijk antwoord. Er zijn eigenlijk in dit stadium geen makkelijke antwoorden meer. Graven mag altijd. Er is niemand die u verbiedt om te graven.

Het is zo dat je dan vervolgens wat moet met de grond die je overhoudt. Ik zei net, grond verdampt niet, het gaat niet vanzelf weg. Je moet er wat mee. Als je een gat graaft in de Stadspolders en je houdt er twee vrachtwagens grond aan over, dan moet je wat met die grond. Dat kun je naar een grondbank brengen. In Stadspolders zal de grondbank zeggen, daar zitten we niet zo op te wachten, want we weten dat het uit de Stadspolders niet schoon is. Dan kan je het naar een reiniger brengen. Dat is heel duur, maar het kan wel. Die reiniger reinigt het. Reinigen is overigens geen schoonmaken, maar splitsen in een kleine fractie met klei erin waar bijna alle verontreiniging inzit. Die wordt dan ergens naar een stort gebracht. Tachtig procent is het zand. Gaat niet naar België. Tachtig procent is zand. Dat is dan licht verontreinigd. Dat kan in de wegenbouw worden gebruikt. Dat geldt overigens niet alleen voor PFAS. Dat geldt voor alle stoffen in Nederland. Wat u net zei van, hoe kan het nou dat dit in de regio tien is en buiten Nederland zeven? Dat heeft ermee te maken dat zowel die zeven als die tien zijn niet gebaseerd op humane risico’s, maar die zijn gebaseerd op ecologische risico’s. De zeven van de overheid is gebaseerd op ecologische risico’s. Dan hebben ze, we weten het allemaal nog niet zo. We hebben de allerstrengste, de strengste van de strengste ecologische risico’s.

Laten we die maar hanteren voor de zekerheid. In de rest van Nederland is dat ook prima, want daar kom je hoge gehaltes bijna niet tegen. In onze regio hadden we van, maar het komt overal voor. Toen hebben we gezegd, ecologisch weten we allemaal nog niet zo, maar laten we kijken van, wanneer verwachten we dat het uit gaat spoelen naar de onderliggende grond? Dat kwam uit de grafieken ongeveer op tien uit. Toen hebben we tien gehanteerd. Ik zei ook, we zijn na aan het denken om nieuw beleid. Dat nieuwe beleid proberen we ook weer maatwerk te leveren, want niet iedereen is geholpen bij heel streng, want dan kun je er

48

niks mee. Dan kan je op een gegeven met eigenlijk niks meer doen in je regio. Je moet maatwerk zien te leveren, met grond die vrij krijgt, op welke plekken kun je dat gebruiken? Is het totaal niet risicovol? Op welke plekken moet je het echt niet doen, want daar is het wel risicovol? Dat maatwerk proberen we te maken. Dat is echt heel moeilijk, omdat er allerlei factoren meespelen die je nog niet kent. Het is een uitdaging, laten we het zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heeft u daar ook de vraag van mijnheer Den Hartog gedeeltelijk mee beantwoord. Is dit voldoende of heeft u nog een verdiepende vraag? De heer Den Hartog: Ik had nog wel een extra vraag daarover. Want ik begrijp dat verhaal heel goed. Ik snap ook dat de precieze normstelling lastig is. Maar ik zag ook de Hoeksche Waard, dat is toch een buurgemeente, een norm van 2,5 hebben. Dan vind ik opeens het verschil heel groot. In mijn beleving is een normstelling onder andere bedoeld om mens en natuur te beschermen. Moet dat in de Hoeksche Waard veel meer? Zijn wij in Dordrecht zo fantastisch dat wij wel wat meer kunnen hebben? Dat begrijp ik nog niet zo goed. De heer Hakkeling: In de Hoeksche Waard is het gewoon hartstikke schoon. Kijk hier, dit is de ... De voorzitter: Kunt u uw, dank u wel, microfoon aanzetten? De heer Hakkeling: In de Hoeksche Waard is het veel schoner.

Dit stuk hier, dat is een stuk ... Ik zei ook, wat schoon is, willen we schoon houden. Wat licht verontreinigd is, dat moet niet viezer worden. De Hoeksche Waard is veel schoner dan dit gebied. Hebben we de normen ook hier lager gelegd. Voor dit gebied zeggen we, voor tien zagen wij, zien we geen risico’s voor een mens en milieu, tien en zeven zit ook heel dicht bij elkaar hoor. Dat vinden we bijna hetzelfde. Het klinkt misschien een beetje gek, maar dat is grofweg hetzelfde. We hebben eigenlijk hiervoor gezet, we kunnen hier ook wel een norm van tweeënhalf, maar dat betekent dat er heel veel grond, die je hier vrij krijgt in Dordrecht, daar kan je niks meer mee. Vandaar dat we toen gezegd hebben van, tien lijkt ons een alleszins redelijke norm. Dat hebben we met RIVM, DCMR, het ministerie, provincie, adviesbureaus, allemaal afgestemd. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Hartog, u heeft toch nog een verdiepende vraag? De heer Den Hartog: Ja. Ik hoor wat u zegt, alleen ik snap de logica nog niet zo goed van, als ergens lage concentraties zijn, dan doen we een lage norm. Als de concentraties hoog zijn, dan doen we een hoge norm. Volgens mij maakt het voor inwoners en natuur namelijk helemaal niet uit. Die zijn ergens wel of niet tegen bestand. Er komen wel of geen symptomen bij een bepaalde concentratie. Ik hoor wat u zegt, maar ik snap het niet.

De voorzitter: Nog een keer proberen. Anders doen we dit even buiten de vergadering.

49

De heer Hakkeling: Ik ben dit niet gewend, dit soort manieren van ... Sorry, dat ik ... Er zijn voor hergebruik twee criteria. Stand still, maak het niet vuiler dan het is en risico’s. Op het moment dat je geen risico’s hebt, moet je ook nog aan stand still. Wij zeggen, onder de tien zijn er geen risico’s. Daarom zeggen we, in Dordrecht vinden we tien, omdat dat overal voorkomt in Dordrecht, hoger ook nog wel, wel acceptabel. In de Hoeksche Waard kon je veel lage gehaltes tegen. Dan wordt de stand still bepalend. Zo is hij duidelijk? Daarom hebben we ervoor gekozen. Je kunt altijd zeggen achteraf, misschien hadden we dit iets anders moeten doen, maar dat was op dat moment ... Want we wilden niet ... U zult zich nog herinneren dat op een gegeven moment het hele Malieveld volstond met grondverzetmachines, omdat de aannemerij niks kon. Bij ons in de regio viel dat wel mee, maar dat was omdat het ministerie, dat beleid wat ze toen hadden, verkeerd hadden gecommuniceerd, waardoor het leek alsof er overal alleen maar hele lage gehaltes naartoe mochten. Hele aannemerij in de paniek. Dat wil je ook niet. Je wilt zoeken naar dingen die kunnen. Moet je toelaten. Dingen die je niet wilt, moet je reguleren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kuhlmann, u heeft ook nog een vraag. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter.

Ik wil graag een beroep doen op de kennis van mijnheer Hakkeling voor wat betreft hoe we omgaan met vervuiling in de bodem. We hebben natuurlijk nu, vanavond, gezien, die vervuiling van de fabrieken. Die hebben effecten op het grondverzet. Het kan effect hebben op prijzen, dingen die je bouwt. Het heeft effect op het groente en fruit. Dan zijn er beperkingen. Nou ben ik benieuwd, want op zichzelf bodemvervuiling komt natuurlijk in heel de wereld op allerlei plaatsen voor, ook op andere plekken in Nederland. Soms is heel duidelijk aan te wijzen waar die vervuiling vandaan komt. Kent u situaties waar dan vervolgens ook de kosten, die ontstaan uit die vervuiling, verhaald zijn op de veroorzaker? De heer Hakkeling: De achterliggende vraag is vermoedelijk, gaat Chemours dit betalen? Maar of ik situaties ken? In de regel komt dat niet voor, omdat voor heel veel oude verontreinigingen, dat is bijvoorbeeld die loodverontreiniging, de veroorzaker, dat zijn onze voorouders. Dat betekent dat de initiatiefnemer van die plek, vaak de eigenaar ook, die draait op voor de kosten. Voor PFAS ligt het een beetje anders, want we weten, tenminste, we denken te weten waar het vandaan komt. Zeer grote waarschijnlijkheid. Daarvoor is de gemeente Dordrecht ... Heeft een rechtszaak aangespannen tegen Chemours om aansprakelijk te stellen hiervoor. Die rechtszaak gaat half maart ...

Zal daar een belangrijke stap in gezet worden. De rechter moet daar een antwoord op geven. De heer Kuhlmann: Mag ik daar een vervolgvraag op stellen? De voorzitter: Een korte. De heer Kuhlmann: Dat is misschien een vraag voor mevrouw Van den Akker. De voorzitter: Doet u hem weer zo mooi stellen. De heer Kuhlmann: Ik kan me voorstellen dat u daar ook bij betrokken bent. Mijn begrip, of wellicht de wethouder, voor wat betreft die zaak, is dat dat gaat om de schade van de

50

gemeente zelf. Alle kosten voor alle onderzoeken die er worden gedaan. Maar de kosten die bijvoorbeeld een aannemer heeft, of de schade die iemand gewoon particulier, die een tuin heeft die je niet kunt gebruiken, zoals andere mensen op andere plekken in Nederland, wordt die in deze procedure ook ... Is dat aan de orde? Ik had het idee van niet. Mevrouw Van den Akker: Het is een civielrechtelijke procedure. Wij procederen niet namens de bewoners of andere partijen, maar alleen voor onze eigen eigendommen. Het staat ontwikkelaars en andere partijen vrij om zelf ook aansprakelijk te stellen. De voorzitter: Dank. Ik kijk nog heel even rond. Ik heb u gezien. Ik ga nog even een algemene vraag stellen, of daar nog behoefte aan is. Als raad hadden wij voor deze commissie gevraagd om toelichting hoe de communicatie met burgers heeft plaatsgevonden en wat daar opgehaald wordt. Ik weet niet of dat daar nog behoefte aan is, of dat u dat misschien toe kunt lichten? Dan gaan we door naar de vraag van mijnheer Van Dam. Graag. Dank je wel. Mevrouw Van den Akker: Wilt u dat wij dit toelichten? Ja. We hebben bij de moestuinonderzoeken zeker contact gehad met de moestuinverenigingen. Elke keer als er iets bijzonders was, hebben we daarover gecommuniceerd. We hebben bij elk onderzoek ook inwonerbijeenkomsten gehouden, persberichten enzovoorts. Zij kennen mij, ik ken hen.

Dat zegt misschien wel genoeg. Ook bij de andere gemeentes hebben wij die relatie gelegd, zodat mensen ook altijd weten dat ze bij de gemeente terecht kunnen voor vragen, voor klachten. Waar nodig gaan we op bezoek. We zijn bij de Sociale Moestuin geweest, bij Vlijpark, op De Staart geweest. Daar zit wel een hoop communicatie aan. Vorige week hebben we het grond- en wateronderzoek toegelicht voor inwoners. We hebben ook, voor lood bijvoorbeeld, communiceert ... De heer Hakkeling: Bewoners krijgen ook een maatwerkbrief allemaal. Al die complexen krijgen van jou een maatwerkbrief. Mevrouw Van den Akker: Ze hebben allemaal maatwerkadvies gekregen. Maar als het bijzonder is, dan willen wij ook gewoon op bezoek en het gesprek over wat dan de beste maatregel is hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam, u heeft nog een vraag? De heer Van Dam-Timmers: Zeker. Dank, voorzitter. In uw laatste dia komen eigenlijk nog een paar ... Moet eigenlijk een rood vlaggetje, of in ieder geval in mijn beleving bovendrijven. Daar heb ik eigenlijk een vraag over. Dat gaat eigenlijk over twee dingen. We hebben enerzijds natuurlijk de PFOA-vervuiling, die we historisch te houden van vroeger uitstoot. We hebben natuurlijk op dit moment uitstoot van PFAS, waarvan we een deel van die stoffen kennen en weten wat het is.

Mogelijk zitten daar nog dingen tussen die we niet kennen en die we ook niet weten. U spreekt daar over eigenlijk een nieuwe stof, die eerder niet zo in de beeldvorming naar boven kwam. Die PFUnDA. Hoe loopt dat nu verder zoiets? Wat is daar dan ook ... Wordt dat nu verder ook weer meegenomen? Zijn er verdere onderzoeken naar gepland? Weten eigenlijk tuinders die nu een veilig tuintje hebben, om het zo maar te zeggen, dat ook door meting is

51

vastgesteld, dat over een paar jaar dit niet een probleem heeft gevormd de afgelopen jaren? Mevrouw Van den Akker: Die PFUnDA kwam tijdens het onderzoek ineens boven. Bij het onderzoek van 2018 hebben we die niet onderzocht. Nu hebben we de mogelijkheid gehad om zeventien andere PFAS-stoffen mee te nemen, in totaal zeventien. Deze kwam ineens naar boven dat we dachten, dit is een bezorgde uitschieter in het gewas. Daar willen we nader onderzoek gaan doen. Maar hoe dat plaatsvindt en precies waar, moeten we nog even zien te brainstormen hoe we dat onderzoek het beste op kunnen zetten. Wat uw tweede vraag, ik kan ook niet in een glazen bol kijken helaas. De FSA-publicatie heeft ook uitgewezen dat PFOA schadelijker is dan de eerder gedacht hebben. Ik kan niet uitsluiten dat we in de toekomst niet een nieuw stofje hebben wat schadelijk is. Maar wat we in ieder geval wel doen, is deels wetenschappelijk nog eens kijken van, kunnen we nog meer kennis verzamelen over PFAS? Anderzijds, kunnen wij die inwoners nog meer handelingsperspectief geven? Dat zijn twee belangrijke zaken die we de komende jaren gaan doen. Dat doen we met de SPUK-uitkering die wij gekregen hebben van het Rijk, die voor buitensporige verontreiniging met PFAS bestemd is, buitenproportioneel. Ik denk altijd ... De heer Hakkeling: Jij zegt de hele tijd buitensporig. De voorzitter: Dank u wel voor de informatie.

Mijnheer Katif, u had ook een vraag. De heer Katif: Ik hoor u net zeggen dat allerlei informatie naar inwoners of bewoners van de gebieden waar het betreft ... Vraag, wat waren de reacties? Tweede vraag, maar ze constateren van mijn kant ... Als ik een inwoners van zijn en ik heb deze presentatie bijgewoond, dan word ik alleen maar onzeker. Waarom? Omdat allerlei cijfers en ik zeg bijna wetenschappelijke redeneringen ... Ik zou bijna zeggen, het is ja en nee. Dat maakt mij erg onzeker als ... De voorzitter: Maar als ik daar mag samenvatten, dan is uw vraag, wat is de reactie van de bewoners? De heer Katif: Ja. De voorzitter: Dat was geen vraag. Ik moet onze ambtelijke ondersteuning ook een beetje helpen met beeld bepalen. Mevrouw Van den Akker: Ik heb al een aantal reacties meegenomen in mijn verhaal. Bijvoorbeeld, over de landbouwpercelen, Villa Augustus die we gesproken hebben, bewoners die zeggen, kan ik nu in het rode gedeelte wel tuinieren? Ja, dat kan, inpakken met schone grond en niet te veel, geen slootwater gebruiken, dan kunt u daar prima tuinieren. Wat u zegt over de onzekerheid, juist omdat we zeggen, we weten het nog niet allemaal, maar dit is wat we wel kunnen adviseren, geeft eigenlijk heel veel inwoners de geruststelling dat we niet zomaar iets zeggen. We doen nog nader onderzoek. Wat ik ook al zeg, vragen worden altijd op maat beantwoord.

Desnoods gaan we daar naartoe, gaan we kijken wat de situatie is en gaan we creatief met het waterschap of met andere instanties kijken wat daar dan het beste alternatief zou kunnen zijn.

52

De voorzitter: Dank. Mijnheer Kuhlmann en daarna mijnheer De Boer. De heer Kuhlmann: Nog even een vraag voor wat betreft de communicatie. Want ik heb de indruk dat die communicatie richting die moestuinverenigingen wel snor zit. Ze weet u goed te vinden. U kent elkaar. Maar ik ben toch even benieuwd, u kunt me vast geruststellen, hoe zit het met de communicatie naar gewoon mensen, dat zijn natuurlijk heel veel Dordtenaren, die een tuin hebben. Laat ik voor het gemak mezelf even als voorbeeld nemen. Ik woon in dat oranje gebied. Ik heb een 88-jarige perenboom achter in mijn tuin staan. Elk najaar komen daar mooie peren van. Die eten we met het gezin graag. Nou ben ik in de bevoorrechte situatie dat ik hier in deze commissie zit en heel veel kan volgen. Maar ik moet erbij zeggen, ik heb eigenlijk niet een brief gehad of een belletje van, denk eraan, eet ook andere dingen. Op welke manier is er contact met alle mensen die een boom hebben of iets anders hebben in hun tuin in dat oranje gebied, misschien zelfs wel in het rode gebied? Mevrouw Van den Akker: We hebben het in de krant gepubliceerd, de website. We hebben gekozen om niet iedereen persoonlijk een brief te sturen, omdat de mevrouw met de perenboom van 88 jaar oud daar alleen maar onnodig ongerust over zou kunnen ... De heer Hakkeling: Die boom is 88 jaar. De heer Kuhlmann: Het is mijn boom, maar goed.

Mevrouw Van den Akker: Uw boom. Begrijpt u. Als u alleen een perenboom in uw tuin heeft, u woont in het oranjegebied, kunt u met mate eten, kunt u rustig uw peren eten. De heer Hakkeling: Totaal geen probleem. Mevrouw Van den Akker: Gaan wij een brief sturen naar alle inwoners, persoonlijk, terwijl wij niet eens weten wat precies de grens is van oranje en rood, daar hebben we bewust niet voor gekozen. Maar het heeft in de krant gestaan. Er is een hele serie geweest op de RTL Rijnmond radio. Ik denk dat we daarmee genoeg hebben gecommuniceerd over dit onderwerp. De voorzitter: Heel duidelijk antwoord. Dank u wel. Mijnheer De Boer, u heeft ook nog een vraag. De heer De Boer: Als we het hebben over telepathie, had ik precies dezelfde vraag als mijnheer Kuhlmann. Maar ik heb een kleine aanvulling toch. Ik zou heel graag ... Want u noemde net, desnoods gaan we de wijk in. Ik zou eigenlijk willen adviseren, is er een mogelijkheid dat jullie toch een keer die Staart in gaan, zeker in dat gebied, of die helemaal afgebakend is of niet ... Toch daar misschien een keer voorlichting gaan geven om wat dichter naar die burger toe te komen. Wat ik ga niet overal aanbellen. De voorzitter: Dit is best wel een politieke vraag. Ik denk dat we die via de griffie even moeten spelen. Dat we die even neerleggen als technische vraag, politieke vraag. Je wil graag antwoord geven? Dat mag.

53

Mevrouw Van den Akker: Ik heb al contact met de wijkmanager van De Staart. Als zij signalen krijgt dat het gewenst is, dan komen we daar graag een keer op bezoek, met iedereen die deskundig is. De voorzitter: Bent u mooi geholpen, mijnheer De Boer. Dat is fijn. Zijn er nog andere vragen die we willen stellen? Ik kijk even rond. Nee? Volgens mij bleef er nog wel een vraag in de lucht hangen, ik weet niet of dat u daar antwoord op kan geven, u kunt ook gewoon nee zeggen. Dat is meer over het PFUnDA. Is er een indicatie te geven wanneer de uitslag van het onderzoek naar de raad kan? Is dat dit jaar, is dat volgend jaar? De heer Hakkeling: Misschien moet ik eerst even vertellen, PFUnDA zit wel in de berekeningen van het RIVM, de blootstellingsberekeningen. Het is niet een van de drie meest voorkomende, maar wel een van de twintig die in het RIVM-onderzoek zijn gedaan. Die PFUnDA, waarvan wij zeggen, wat gek dat dat prominent naar voren komt, lang niet zo prominent als PFOA, maar we hadden het niet verwacht. Maar die zit wel in de risicoberekeningen. Het is niet zo dat dat iets is waarvan we zeggen, dat is iets nieuws, dat is niet meegenomen. Dat is zeker meegenomen in de risicobeoordelingen. Wanneer dat onderzoek komt? Wij gaan daar volgende week intern over brainstormen hoe we het vervolg moeten gaan vormgeven.

De voorzitter: Misschien dat ik dan even gewoon als vraag of verzoek van, dan praat ik even voor deze commissie, als er wat informatie is en er is iets te melden, zou u dat als Raadsinformatiebrief kunnen sturen. Dat zou prettig zijn. Mijnheer Van Dam. De heer Van Dam-Timmers: Een hele korte, verhelderende vraag over die vervolgonderzoeken die er volgen. We hebben het steeds over, we weten het pas sinds kort. Is er nu dan een soort plan of komt er een plan vanuit jullie of moet dat meer een politiek plan zijn, in jullie beleving, om een soort van langjarig dit in de gaten te houden, op meerdere terreinen, met iedere keer de update natuurlijk van die meetmethodes? Hoe werkt dat? Wie zit daar eigenlijk aan de knoppen, op dit moment? Wie is eigenlijk de driver? Mevrouw Van den Akker: U zit hier bij twee drivers in het gebied. De heer Hakkeling: Zij zit aan het stuur en ik zit ... Mevrouw Van den Akker: Hij is kapitein, zo’n beetje, of zo. Noem maar iets. Maar het RIVM is daar leidend in. Ik kan u ook melden dat het Rijk een programma PFAS heeft opgestart, om zowel in de keten van PFAS, vanaf de fabriek tot aan de consument en de afval er ook wetenschappelijke onderzoeken allerlei onderzoeken gaat doen, waar ik nog niet precies van weet welke onderzoeken. Om nu te zeggen, in dit gebied gaan wij dan dat doen, dat moeten we echt afstemmen met het Rijk.

Al die onderzoeken worden wel in de gaten gehouden en die resultaten. Mocht het een keer aan de orde zijn dat het voor dit gebied ook belangrijk is, dan gaan wij dat inplannen. Maar het zou kunnen dat we over vijf jaar zeggen, we gaan het moestuinonderzoek nog eens overdoen om te kijken wat het gedrag van dat PFAS is. Maar misschien weten we het tegen die tijd al wel, omdat er allerlei andere onderzoeken komen.

54

De voorzitter: Dank u wel. Weer een helder antwoord. Volgens mij bent u een regelmatige gast in onze commissies over Chemours. Fijn dat u op de hoogte bent. Ik wil u beiden, allebei bedanken voor de grondige informatie en het beantwoorden van alle vragen. De volgende keer zitten we bij elkaar over water- en voedselkwaliteit, wat we net al vertelden. Het is voor iedereen denk ik net iets prettiger als jullie vragen hebben, die jullie graag beantwoord willen zien, om die al van tevoren in te dienen. Dan kijk ik heel even naar Laurette. Wanneer zou je die vragen willen hebben? Mevrouw Vermeulen: Zo snel mogelijk. Er is natuurlijk ook al de Drechtstedenboer of zo geweest. Excuus. Daar kan in ieder geval Karin naar terugkijken en de gasten zullen dat ook doen. Die sturen we gewoon een link. Maar het is op 21-2. De voorbereiding is echt wel de week van tevoren klaar. Laten we zeggen, medio februari. 4. Voorstel vervolgbespreking Chemours/DuPont in de gemeenteraadscommissies 2023 De voorzitter: Dank. Er ligt geen raadsvoorstel. Ik zie nog een vraag. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, misschien kunt u zeggen welke drie bijeenkomsten over Chemours er nog aankomen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd. De voorzitter: Ik kan dat niet, maar volgens mij mijn buurvrouw wel. Mevrouw Vermeulen: In de bijlage zit het stuk met Chemours in gemeenteraadscommissies 2023.

Volgende keer gaat het over water- en voedselkwaliteit. Nog twee. De keer daarna, daar moeten we het goed overhebben, met namen aan het eind van de volgende keer, maar dat lijkt op een soort oordeelsvorming of een gesprek in ieder geval met de wethouder over hoe nu verder. We hebben heel veel opgehaald. Waar staan we? Wat willen we met elkaar afspreken? Maar die zijn we nog aan het voorbereiden. Daar handelen we ook natuurlijk naar bevind van zaken, omdat het oog ligt aan hoe geïnformeerd voelen de raads- en commissieleden zich na de laatste keer. Dan komen we gewoon weer met een uitvraag, denk ik. Er staat al wat in het document, maar ... De heer Groenewege: Om daar op te reageren, met het risico om te vroeg te zijn, het lijkt mij wel mooi als we deze ... We hebben het nu eigenlijk over de natuurwetenschappelijke kant van PFAS, een hele tijd. Het lijkt mij wel mooi als we die reeks afsluiten met een bijeenkomst waarin we ook kijken van, wat kunnen we dan als gemeente met die info? Hoe kunnen we ... Welke middelen, welke tools heeft de gemeente om dit dan aan te pakken, bestuursrechtelijk gezien? Misschien gaat de wethouder in haar praatje daar ook op in. Maar misschien is het ook wel leuk om daarover iemand uit te nodigen die verstand heeft van bestuursrecht en die daarop kan reflecteren.

Als een politieke afsluiter of niet politiek, maar dan bestuursrechtelijke afsluiter van dat natuurwetenschappelijke gedeelte wat we nu hebben. Ik weet niet of daar steun voor is bij de commissie om dat te doen, maar dat lijkt mij heel interessant. De voorzitter: Ik kijk even rond. Mijnheer Kuhlmann.

55

De heer Kuhlmann: Ik kan me iets voorstellen dat je behalve inderdaad de wetenschappelijke kant ook naar bestuursrecht of schadeclaim, juridisch, allemaal dat soort elementen ... Wat mij betreft is het wel goed om beeldvormende elementen te scheiden van meer onze conclusie. Als we ervoor zouden kiezen om ook op dat onderdeel ons beter te laten informeren, kan ik me best iets bij voorstellen, zou ik zeggen, laat dat dan een aparte of beeldvormende ... Maar dat we de bijeenkomst die we met elkaar hebben van, welke conclusies trekken we eruit en welke stappen willen we zetten, dat we die echt reserveren voor onder dat gesprek. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, wil hierop reageren. Daarna mijnheer ... De heer Groenewege: Ik ben het helemaal eens met de heer Kuhlmann. Ik bedoel, ik had het ook bedoeld als beeldvormende sessie, met daarna nog een oordeelsvorming inderdaad. De voorzitter: Helemaal goed. Ik kijk nog even verder rond. Mijnheer Katif. De heer Katif: Ik heb er niks aan toe te voegen. Ik denk, de heer Groenewege zegt iets waar ik me ontzettend in kan vinden. Alleen het is nu op dit moment even prematuur, zou ik zeggen. Even twee of ... De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Den Hartog en de heer Van Dam-Timmers ook steunen. Dank u wel voor de input. Dan gaan we zo verder. Dan wil ik het hierbij sluiten. Dank u.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22170