CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 maart 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 7 februari en de Hamerraad en Dordtse Dinsdag 24 januari, 14 februari en 21 februari 2023 Vergaderzaal 1,3,529.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE DORDTSE DINSDAG VAN DE GEMEENTE DORDRECHT D.D. 24 JANUARI 2023 Vergaderzaal 3 2. Raadsinformatiebrief over Samenwerking met Rijkswaterstaat Kaderrichtlijn Water Hel- en Zuilespolder – Raadsinformatiebrief Voorzitter: mevr. Stolk / mevr. Boom-Vos Raadsgriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Cobben (Forum voor Democratie) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Stam (Beter voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA)

Portefeuillehouders: wethouder De Jonge Insprekers: Mevrouw Ubbink, de heer De Bijl, mevrouw Hanneman, mevrouw Groot, de heer Nouzari, de heer Bouman, de heer Hilkmann, mevrouw Hilkmann, de heer Hielkema, mevrouw Slijp, de heer Hagoort, de heer Van Chastelet, mevrouw Van Chastelet, de heer Verheijen, de heer Lubbers, de heer Van der Neut, de heer Terlouw, de heer Pijpers, mevrouw Stook, de heer Stook, de heer Timmers, de heer Nederpelt, de heer Hakkeling, mevrouw Van den Akker De voorzitter: Beste dames en heren, ik wil graag iedereen van harte welkom heten. Dat zijn de kijkers thuis, dat zijn de mensen hier, de commissieleden, maar dat zijn ook de mensen die aanschuiven. Die ga ik dadelijk nog wel eventjes allemaal apart noemen. Dank dat u met zovelen bent gekomen. Excuses voor het feit dat wij eigenlijk in een te krappe zaal zitten. Dat is op het laatste moment nog even veranderd. Ik hoop op eenieder zijn medewerking om deze commissie toch zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat iedereen ook aan bod komt. We zijn hier vanavond bij elkaar. Ik mag vanavond uw

1

voorzitter zijn. Mijn naam is Margret Stolk. Ik probeer deze avond in goede banen te leiden. Het gaat over de Raadsinformatiebrief over Samenwerking met Rijkswaterstaat Kaderrichtlijn Water Hel- en Zuilespolder. Dit is een beeldvormende commissie. Ook de gasten, dat had ik al gezegd, maar ook de ambtelijke ondersteuning die ik gezien heb, de wethouder die ook aanwezig is bij deze commissie en natuurlijk aan alle genodigden. Dit zou, in principe, mijnheer Kuhlmann heeft mij nog net even helpen herinneren dat dit een rondetafelgesprek zou worden. U ziet het al, de tafel is ovaal. Ik heb aardig wat mensen achter mij zitten. Maar we gaan ons best doen, zodat iedereen toch aan het woord gaat komen. Er zijn ook een aantal schriftelijke reacties ingediend, die bij de stukken zijn geplaatst. Er hebben zich veertien verschillende deelnemende groepen aangemeld, waarbij er in totaal negentien personen zijn die zich hebben aangemeld. Ik wil Rijkswaterstaat van harte welkom heten. Mevrouw Ubbink, de heer De Bijl, mevrouw Hanneman, mevrouw De Groot en de heer Nouzari. Wij willen het zo doen, wij hebben hier een inspreekmicrofoon. Ik wil iedere spreker de gelegenheid geven om achter de microfoon deel te nemen. U krijgt een spreektijd van twee minuten.

Ik stel voor, want anders gaat het denk ik een beetje uit de hand lopen, dat we eerst alle insprekers de gelegenheid geven om in te spreken en dan daarna de vragen gaan stellen vanuit de commissie. Kunt u daarmee instemmen? Ik zie allemaal knikkende mensen. Dan wil ik als eerste naar voren vragen, naar de microfoon, dat is de heer Jaap Bouman, rondvaartondernemer in De Biesbosch, wie kent hem niet. Mijnheer Bouman. De heer Bouman: Iedereen kent mij, maar ik heb niet gezegd dat ik in moet spreken. De voorzitter: Maar dat staat hier niet onder. De heer Bouman, voordat u zo gaat spreken. De heer Bouman: Ik heb helemaal niet gevraagd om in te spreken. De voorzitter: Niet. Dan gaan we dat ... Ik kom zo even erop terug. De toelichting, de reden van de vergadering vanavond. Rijkswaterstaat heeft een opdracht om de ecologische doelstellingen te realiseren die voortvloeien uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Medio 2021 zijn de voorkeursvarianten door RWS afgerond en is transformatie van de Hel- en Zuilespolder naar voren gekomen als maatregel in de voorkeursvariant. In deze variant wordt het agrarisch gebied getransformeerd naar een delta natuurgebied, getijdenlandschap. Hiervoor is een schetsontwerp opgesteld door RWS middels een participatieproces. In dit proces heeft de gemeente op ambtelijk niveau verschillende belangen en wensen ingebracht.

Ongeveer twee jaar zijn er onderzoeken verricht en verschillende gesprekken gevoerd, waaruit een conceptontwerp is gekomen voor onder andere de Hel- en Zuilespolder. Dit ontwerp is meerdere keren ... Is gedeeld door middel van een-op-eengesprekken, ateliers, informatieavonden en bestuurlijke consultaties. Het college heeft het voornemen geuit samen te willen werken met Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat wil deze samenwerking graag aangaan en zal de komende tijd werken naar een definitief ontwerp. Dan moet ik heel even kijken. Eerst geef ik graag het woord voor een korte toelichting, met een presentatie, namens het college en RWS op het proces. U heeft hiervoor maximaal tien minuten. Aan wie mag ik daarover het woord geven? Mijnheer Nouzari, gaat uw gang. Er komt assistentie aan hoor. Maar ik denk dat we even ... Voor het verslag hebben we een microfoon nodig.

2

De heer Nouzari: Mijn naam is Eshan Nouzari. Ik ben de Omgevingsmanager voor het cluster KRW vanuit Rijkswaterstaat. De voorzitter zei het al, we staan hier vanavond om wat input op te halen nog en wat vragen nog te beantwoorden. Daar is dit voor bedoeld. Daar willen we ook zoveel mogelijk tijd aan besteden. Maar ik wil nog wel even kort terugblikken op het proces wat we tot nu toe hebben belopen en wat de komende twee jaar nog de planning, om ook even vooruit te kijken. Ik zal daarbij niet ingaan op het ontwerp, omdat in de Raadsinformatiebrief, in de memo, wordt daar al uitgebreid op ingegaan. We hebben ook de afgelopen twee jaar aardig wat contactmomenten gehad, met u allen, om het daarover te hebben. Informatieavonden, ontwerpateliers, ambtelijke overleggen, een-op-eengesprekken. We hebben zelfs veldbezoeken gehad, waar we met u hebben gebrainstormd over het ontwerp en de ideeën die jullie daarbij hebben. Vorig jaar hebben we ook u als raad geïnformeerd en we hebben ook het college geconsulteerd. Allemaal met het doel om de belangen te inventariseren, wensen op te halen, deze vast te leggen en zoveel mogelijk die wensen mee te nemen in het ontwerp, om uiteindelijk te komen tot zo’n breed gedragen ontwerp. We gaan het straks ... Vast worden er vragen gesteld ook over het ontwerp. Die gaan we natuurlijk beantwoorden.

Maar om er zoveel mogelijk tijd aan te besteden, hou ik het even kort. Even een vooruitblik naar het proces en de planning, naar onze mening, voor de komende twee jaar. We zijn al twee jaar bezig en de deadline voor het KRW nadert best wel snel. Dat is namelijk 2027. We willen eigenlijk de eerste helft van 2023 werken naar een definitief ontwerp, waarbij we ook de laatste gesprekken gaan voeren met u en mensen in de omgeving, om uiteindelijk dat definitief ontwerp op te kunnen stellen. Vervolgens gaan we wel de formele procedures ook beginnen, zowel de vergunningenprocedures als de besluitvorming. Dat betekent ook dat we ergens een Wabo-proces of een bestemmingsplanwijzigingsproces gaan starten. We willen ook, in de tweede helft van dit jaar, het contract voor een aannemer gaan opstellen, zodat we die ook kunnen gunnen in 2024 en dan kunnen beginnen met de realisatie. Dat even kort het proces wat we hebben gevolgd en waar we naartoe willen werken, de komende twee jaar. De voorzitter: Dank voor deze presentatie. Ik ga even kijken. Heeft u een ordevoorstel of heeft u vragen? De heer Kuhlmann: Ja, een punt van orde. Er wordt voorgesteld alsof wij hier nu te gast zijn bij Rijkswaterstaat en input kunnen geven. Naar mijn idee zitten we in een hele andere situatie en hebben we hier een rondetafelbijeenkomst van deze raad.

Is Rijkswaterstaat te gast bij ons, net zo goed als alle andere mensen die hier vanavond zijn. Is het ook zo, voor wat betreft die bestemmingsplanprocedure, dat is onze procedure. Als wij dat goed vinden, dan nemen we zo’n besluit. Als we dat niet goed vinden, doen we dat niet. Het wordt hier op een iets andere manier gepresenteerd dan dat de werkelijkheid is. Het punt, ordepunt met name, zit hem hier. Wij zijn de partij die uitnodigt. Wat dat betreft is het denk ik ook wel goed om juist alle andere mensen veel ruimte te geven, wat mij betreft ook dezelfde ruimte als een andere gast die we natuurlijk van harte welkom heten, Rijkswaterstaat. De voorzitter: Volgens mij heb ik dat ook net aangegeven, dat iedereen hier uitgenodigd is en gast is. Inderdaad, de raad en de commissie gaat over de besluitvorming. Mensen zijn hier te gast in deze commissie. Alle insprekers, alle mensen die op de publieke tribune zitten, krijgen alle ruimte, allemaal, om in te spreken en daarna ook nog vragen

3

te beantwoorden. Want dat is juist de bedoeling. Want ik heb net in het begin ook al aangegeven, het had eigenlijk een rondetafelgesprek moeten zijn. Maar dat is helaas even niet gelukt. Maar dank daarvoor. Mijnheer van Rijkswaterstaat, mijnheer Nouzari, dank. Dan gaan we nu verder met punt 5, heb ik hier staan. Vervolgens geef ik graag afzonderlijk het woord aan verschillende aangemelde groepen, waarbij een groep maximaal twee minuten spreektijd krijgt. Ik heb net al aangegeven, twee minuten en het liefst gewoon even achter elkaar door en daarna de vragen stellen. Ik ga even de mensen opnoemen die zich aangemeld hebben, of u nu wel of niet wil spreken, dat ... Ik noem gewoon even uw naam. De heer Bouman had ik net al genoemd. Volgens mij heeft hij aangegeven dat u niet in wilde spreken, maar eventueel wel bereid bent om antwoorden te geven, toch, om vragen te beantwoorden. Heel fijn. Dan de heer Hans Hilkmann en mevrouw Lia Hilkmann. Dat zijn de bewoners, ondernemers in de polder. Heeft u behoefte om in te komen spreken? Dan mag u naar voren komen, als u dat wil. Dan gaan we even de microfoon terugvragen van mijnheer Nouzari. Dan krijgt u van mij nu twee minuten de tijd om in te spreken. Gaat uw gang. De heer Hilkmann: Goedenavond allemaal. Lia en ik zijn de trotse eigenaars van De Zuileshoeve en de restaurant en de B&B, midden in De Zuileshoeve. We zijn in 2018 ingestapt.

Het plan was om de hoeve, die toen tien jaar leegstond, te transformeren naar een rustpunt voor de recreërende bezoekers in De Biesbosch. Wij maken op twee gronden bezwaar tegen de plannen van de gebiedsverandering. Eén, er is een algemeen belang. Ik zie als bewoner van Dordrecht geen toegevoegde waarde om het huidige natuurgebied, met een eigen karakteristiek weidelandschap met prachtige koeien en paarden in de weiden, om te bouwen naar een getijdengebied. Je maakt hier van een natuurgebied weer een natuurgebied. Ik ben natuurlijk een leek, dat snap ik wel, maar je moet je afvragen hoe het mogelijk is dat verschillende natuurwetenschappers, instanties en onderzoekers hier geen eensluidend nut voor kunnen aantonen. Dat is toch wel heel apart. Dan heb ik nog een persoonlijk belang. Wij als opstartende ondernemer gaan deze transitie niet overleven. Gebied zal de komende jaren eerst opnieuw ingericht moeten worden. Dit zal zware consequenties hebben voor de bereikbaarheid en onze financiële huishouding. We zijn nog maar net een jaartje open. Daarnaast gaat het jaren duren voordat de natuur zich weer een beetje heeft herpakt. Volgens Rijkswaterstaat, die van die mooie filmpjes maakt, zal het ongeveer twee à vijf jaar duren voordat de natuur zich weer helemaal heeft herpakt. De B&B kunnen we de komende jaren sluiten. Onze doelgroep zit niet te wachten op een weekendje Maasvlakte.

De Ecolodge ligt in het midden van het gebied en zal de komende jaren, door de verbouwing en de werkzaamheden, een zeer onaantrekkelijker uitstraling krijgen en niet te verhuren zijn. Het restaurant, met het terras aan de voorzijde, waar in de nieuwe plannen een weg klem langs het terras komt te lopen, zal onaantrekkelijk zijn en zal zijn aantrekkelijkheid echt verliezen voor de bezoekers. Daarnaast zal het ook nog eens een keer consequenties hebben voor het huidige personeel. Door afnemende inkomsten zal er afscheid genomen moeten worden van een aantal mensen. Gevolg zal dan ook zijn dat ik me zal moeten beroepen op planschade of een of andere juridische stappen. Natuurlijk zou je kunnen denken, er is ook zoiets als een ondernemersrisico. Natuurlijk. Nu, ik kan jullie zeggen, dit valt meer onder het kopje onbetrouwbare overheid, die een burger, met wie ze een overeenkomst zijn aangegaan, getekend door de zittende wethouder, de heer Stam, met de garantie dat er geen gebiedsverandering in de Zuilespolder zal plaatsvinden, zo in de problemen wordt gebracht. Dank u wel.

4

De voorzitter: Dank u wel. Het is iets langer. Ik heb u ook iets langer de tijd gegeven, want twee minuten vind ik echt heel erg krap. Ik zal een beetje coulant zijn met de tijd. Dan heb ik nog iemand op de lijst. Dat is Wim Hielkema. Is hij aanwezig? Wilt u inspreken? De heer Hielkema: Ik wil niet inspreken. De voorzitter: U wilt niet inspreken. Dank u wel. Dan heb ik mevrouw Elly Slijp, recreatiegebruiker van de polder. Is die aanwezig? Mevrouw Slijp: Ik ben hier. De voorzitter: Wilt u inspreken? Mevrouw Slijp: Ja, graag. De voorzitter: Dan mag u achter de microfoon plaatsnemen, alstublieft. Mevrouw Slijp: Dank u wel. Goedenavond, ik ben Elly Slijp. Ik sta hier ... Moet hij aan staan? Dank je wel. Nogmaals. Ik ben Elly Slijp. Ik sta hier eigenlijk voor een heleboel recreanten uit de Merwelanden. De afgelopen tientallen jaren kom ik daar heel vaak. Zeker sinds de coronatijd vier, vijf keer per week. Ik heb het gebied van rommeltje naar nu zien opbouwen, zeker sinds dat De Hoeve open is. Ik verheug me elke keer dat ik daar ben, of ik depri daar naartoe kom, ik ga altijd vrolijk terug. Door de beesten die daar lopen, de koeien, vooral de schapen, straks weer de lammetjes en de mooie zwarte paarden. Ik maak me heel erg veel zorgen over wat er de komende jaren gaat gebeuren. Ik vind het heel jammer dat er eigenlijk weinig recreanten hier aanwezig zijn.

Ik zal dan mijn zegje maar eventjes doen. Het is bekokstoofd achter een bureau. Ik denk dat de meeste mensen, die daar zitten te tekenen en zitten ontwikkelen, nooit in de Merwelanden zijn geweest. Die nodig ik heel graag uit om een keer een rondje met mij mee te lopen. Ik hoop dat er nog wat gedaan kan worden aan de plannen die er zijn. Waar ik me ook erg veel zorgen om maak, is ook het gebied waar we moeten gaan wandelen. Ik heb begrepen dat de geasfalteerde weg, beneden, weggaat en dat het een dijkje wordt, waar nu al heel veel fietsers zijn. We moeten opzij stappen. Ik hoop dat ik ook de zeearenden kan blijven zien en volgen in hun ontwikkeling. Dat was het even. De voorzitter: Dank u wel. Zelfs ruim binnen de tijd. Dank u wel. Dan naar de volgende. Dat is de heer Huug Hagoort en een medestander in het publiek, bewoner, boer in de polder. Is hij aanwezig. De heer Hagoort: Ik ben aanwezig. De voorzitter: Wilt u gebruikmaken van het inspreken? Dan mag u achter de microfoon plaatsnemen. Gaat uw gang. De heer Hagoort: Goedenavond, mijn naam is Huug Hagoort, eigenaar en medeherder van de Schaapskudde Eiland van Dordrecht. Wij lopen dit jaar voor het twintigste jaar met een kudde van ongeveer 250 schapen. Vanaf 1 april tot half november trekken wij rond in de Dordtse Biesbosch, in de Merwelanden. Onze hoofdtaak is begrazing. Dat

5

betekent, het gebied wat ons toegewezen is door de gemeente Dordrecht te begrazen. Dan doen we dat met drukbegrazing of met begrazing met een herder met een of twee honden. Die drukbegrazing gebruiken we bijvoorbeeld heel veel op de bestrijding van de invasieve exoten, bijvoorbeeld de grote bereklauw en de Japanse duizendknoop. Kijk, die hoef je dan in dit gebied ook niet te bestrijden met allerhande bestrijdingsmiddelen. De schapen zijn de biologische bestrijding. Bijvoorbeeld de bereklauw, als je die beetpakt als hij een week of drie, vier uit de grond is, dan begraast na een maand of zes weken nog een keer. Als hij in bloei is, in juli, augustus, dan is hij niet hoger dan dertig, veertig centimeter. Zo kan je die makkelijk bestrijden. In die twintig jaar, denk ik, dat we een hele goede bijdrage geleverd hebben aan de biodiversiteit. We hebben ook een aantal jaren in de Noordwaard gelopen. Als je ziet wat daar de rapporten ... Hoe die zijn. Je zou de rapporten erbij halen van twintig jaar geleden. Je ziet nu hoe de Hel- en Zuilespolder, maar ook de rest van De Biesbosch, erbij ligt. Is het eigenlijk heel verantwoord om de kudde in te zetten. De kudde heeft ook nog een ander ding. Dat is de samenwerking met bijvoorbeeld het Biesboschcentrum. We houden daar een paar keer per jaar wandelen, vooral met de jeugd, om de jeugd bij de natuur te betrekken.

Daar spelen de schapen, in het bijzonder de lammetjes, een hele goede rol in. We hebben eigenlijk ook de samenwerking met De Zuileshoeve. De schaapskudde is eigenlijk gestart met De Zuileshoeve als basis. We hebben dat wel tien jaar gebruikt als stal. Wij houden daar ook jaarlijks het schapenscheerdersfeest en de lammetjesdagen. Dat trekt ontzettend veel mensen. Ik denk dat de samenwerking, zoals we nu ook weer aangegaan zijn voor 2023, waar ook het restaurant De Zuileshoeve weer bij betrokken wordt, dat dat heel belangrijk is. Ik vind het eigenlijk heel erg bijzonder dat je van natuur, die er zo bij ligt, waar ook bijvoorbeeld de koeien een goede bijdrage aan geleverd hebben qua begrazing en een prachtige biodiversiteit, zowel op het land als in de sloten ... Dat je van bestaande natuur, die na zoveel jaar deze ontwikkeling heeft, dat je die weer voor een andere natuur ... Je gaat van natuur maken. Ik ben helemaal niet tegen nieuwe natuurgebieden, maar ga niet iets wat natuur is nog weer een keer veranderen. Dat was mijn inbreng. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hagoort. Dan heb ik de heer Maurice en mevrouw Marijke van Chastelet, boer in de polder. Chastelet. Mevrouw Van Chastelet: Ik wil graag inspreken. De voorzitter: Gaat uw gang. Dan mag u achter de microfoon plaatsnemen.

Mevrouw Van Chastelet: Beste commissieleden, wij boeren al veertig jaar in de Merwelanden en op het Eiland van Dordrecht. Onze koeien lopen al langer dan veertig jaar in de Merwelanden. U begrijpt dat wij graag willen dat het plan niet doorgaat. Wij zijn een familiebedrijf. We hebben de volgende bedrijfsopvolging. We hebben een gemengd bedrijf. Dat wil zeggen, de akkerbouw en de koeien bij elkaar. Wij telen de tarwe en de stro gebruiken we voor de koeien. Wij noemen onze koeien altijd blije koeien. Inderdaad, met De Zuileshoeve zijn ze alleen maar blijer geworden, want ze vinden het heel erg leuk, al die mensen. Ze lopen op het stro. De kalfjes mogen erbij, ook in de Merwelanden. Ook educatief is dat echt heel erg belangrijk. Wij zouden graag willen dat het doorgaat. Ook zijn wij een duurzaam bedrijf met een korte keten. Het vlees wordt verkocht op het Eiland van Dordrecht. Dat wil zeggen, als wij natuurlijk van de Merwelanden weg moeten, dat wij daar niet op door kunnen gaan. Dat is een groot

6

verlies. Wat ga ik verder vertellen? We zijn al drie keer verplaatst voor water. Dit zou dan de vierde keer worden. Ik vind dat echt heel erg treurig. Bij deze, wij willen heel graag doorboeren en ook het bedrijf voortzetten, zoals we het nu doen, graag in de Merwelanden waar we heel erg vertrouwd zijn en waar we heel veel kunnen betekenen voor alle inwoners van Dordrecht. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan krijgen we nu de heer Dick Verheijen, professionele expertise over de polder. Ik zie al iemand ... De heer Verheijen Dat heb ik niet meegegeven hoor, dat ... De voorzitter: Dat staat hier wel op mijn briefje. Maar gaat uw gang, mijnheer Verheijen. De heer Verheijen Ben ik benieuwd naar de zegsman of -vrouw. Dames en heren, goedenavond. Mijn naam is Dick Verheijen, zoals al aangekondigd. Ik ben Biesbosch liefhebber, maar ik ben ook nog betrokken bij allerlei ontwikkelingen rondom bezoekersmanagement in De Biesbosch. Daar maakt de Hel- en Zuilespolder onderdeel van uit. Waarom wil ik toch hier wat zeggen? Ik constateer dat Dordrecht en De Biesbosch, met name, reeds vaker belast zijn met opgaven van buiten. Huisvuil en zwaar chemisch afval, Merwedeheuvel, Stort van Troost, de natuuropgave van de provincie Zuid-Holland, toen het strategisch groenproject, uiteindelijk wel uitmondend in de nieuwe Dordtse Biesbosch. Binnenkort TenneT met zijn masten.

Waterveiligheid in de Noordwaard. Dan nu de Waterkwaliteitsopgave van Rijkswaterstaat en de EU. Ik vind dat Dordrecht nog meer dan tot nu voortdurende bereidheid moet verzilveren. Dat doen ze te weinig. Ik snap de opgave, ik snap de principebereidheid van Dordrecht om eventueel aan die opgave mee te doen vanuit allerlei andere overwegingen. Maar ik zie vooral ook een groot verlies aan gebiedskwaliteit, recreatief, agrarisch. Waar zie je nog koeien duurzaam grazen binnenkort, op dit Eiland van Dordrecht? Cultuurhistorisch en lastig voor inwoners en voor ondernemers. De toegevoegde waarde aan het Biesbosch Ensemble, nu ook als Nationaal Park, is beperkt. Het Nationaal Park alleen al is 10.000 hectare zoetwatergetijdegebied. Daar stoppen we nu een paar hectare bij. Die toevoeging vind ik niet zo relevant. Ik zie ook geen echt nieuwe activiteiten toegevoegd aan het programma, op het moment dat je het omzet tot een zoetwatergetijdegebied. Gevaarlijk varen voor kano’s is slechts een heel beperkte toevoeging, vind ik. Ook De Biesbosch cultuur, zoals we die nu kennen, De Biesbosch beleving die je op een aantal plekken hebt en het jungleachtige zul je hier voorlopig niet zien ontstaan. Ik mis vooral een programma met vernieuwende of met versterkende elementen van de bestaande functies voor een bezoek aan de Hel- en Zuilespolder. Dat mis ik.

Ik mis samenhang met de mogelijkheden van de Otterpolder. Staatsbosbeheer ligt daar dwars in. Maar Rijkswaterstaat en Dordrecht moeten toch in staat zijn om daar enige impulsen aan te geven? Hetzelfde geldt voor de samenhang met de Merwedeheuvel. Ik vind dat Dordrecht, als hoofdstad van De Biesbosch, zoals ze zichzelf noemen, was voor mij nieuw, samen met Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer actief moet betrekken bij de ontwikkeling van dit gebied. Het is merkwaardig dat we nu kanoroutes ontwerpen, terwijl andere kanoroutes aan de overzijde van het Moldiep dichtslibben. Dat vind ik raar. Dat is juist het gebied van De Biesbosch waar je De Biesbosch aan herkent. Ik vind dat er een kans gemist wordt om de Dordtenaren te informeren over het belang van zoetwater en de aanpak in De Biesbosch, ook in relatie tot klimaat en gezondheid. Daarbij past een programma. Past ook een programma, de making of, om alles wat je daaraan doet en

7

waarom je het doet voor korte en lange termijn aan te geven. Tot slot, het bezoekerscentrum, vind ik, moet in de gelegenheid worden gesteld om hier een centralere rol in te spelen en extra middelen te krijgen om dit samen met Rijkswaterstaat een echte poort van De Biesbosch te maken en het aspect waterveiligheid daarin te benadrukken en te verbinden met thema’s van vandaag. Ook ondernemers kunnen in dit programma en in die vernieuwing een andere positie krijgen, maar dan moet je ze daar wel toe uitdagen in plaats van nu alles opleggen. Dat geldt voor schapen, dat geldt voor koeien en dat geldt voor duurzaam eten, dat geldt voor vervoer. Nog twee zorgpunten. Hoe is de Hel- en Zuilespolder geschikter te maken om te wandelen tussen de diverse eilanden? Waarom is het uiteindelijk een soort watervlakte waarin weinig andere activiteiten mogelijk zijn, anders dan met een kano gevaarlijk varen? Ik maak me zorgen om het gedoe over het verkeer op de dijk met auto’s, schapen, wandelaars, race- en elektrafietsen. Succes. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verheijen. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer John Lubbers, namens de Verenigde Hengelsport Regio Dordrecht. Gaat uw gang. De heer Lubbers: Goedenavond samen. Ook de VHRD, ook de hengelsport heeft een heel groot belang bij de Hel- en Zuilespolder. Waarom? Recreëren en hengelsport gaat samen.

Wij maken meer gebruik van de natuur als wie dan ook. Wij zitten ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan de waterkant. Wij zijn de eersten die constateren waar otters, waar bevers, waar andere dieren leven en gezien zijn. Dat wordt vaak vergeten. In de stad kunnen wij dit niet. Wij zijn afhankelijk van de knakies, van de sloten wat we in Dordrecht hebben. Wat vroeger de riolen waren van Dordrecht, daar maken wij nou gebruik van, omdat de wateren schoner zijn geworden. Met de nieuwe plannen, wat er allemaal in gebeurt, kunnen wij de natuur niet altijd sturen. Wat weg is dadelijk is weg. De rust voor ons. Iedereen zit hier op het eiland. Het is dichtbebouwd. Alle industrieën rukken op. Aan de westkant van Dordrecht is allemaal nergens geen plek meer voor natuur. Dat kleine stukje wat we hebben, moeten we zeker behouden en ook gebruiken met elkaar. Want het is niet alleen een stukje hengelsport wat gedaan wordt, geloof me gerust, mensen die met drukke banen zitten, het is hier net ook al gezegd, in de coronatijd ook, heel even het hoofd leeg kunnen maken, die polder in kun gaan. Mensen, behoud dat alsjeblieft. Er kunnen andere gebeuren om water op te vangen. Ik weet dat Rijkswaterstaat problemen heeft met hoogwater en met smeltwater.

Maar ik denk dat we de koe, in dit geval, sorry mevrouw Stam, bij de horens moeten pakken en dat we moeten gaan kijken, waar komt het water het land in en wat kunnen wij eventueel met extra bekkens of kanalen bereiken om dat water te kunnen opvangen? Ik denk dat dat veel verstandiger is. Nou ook, hoog water in de rivier, het stroomt vol naar de zee. Dadelijk over drie maanden wordt weer gehuild dat we geen water hebben. De struiken hebben weer geen water, de plantjes mogen geen water gegeven worden en we mogen geen auto’s meer wassen. Dat water gaat ons langs de neus. Het kan op hele andere manieren gebruikt worden, heel anders geïntegreerd worden. Maar wij, als 5.300 hengelaars hier op dit eiland, willen toch graag gebruikmaken van de natuur. Ook wat net is gezegd, Staatsbosbeheer is niet altijd gewillig waar wij overal mogen komen. Ik kan me dat goed indenken dat dat is, maar bekijkt het eerst wat er is. Zoveel plek hebben wij in deze gemeente niet. Dat stukje groen wat er is, moeten we hebben en moeten we gebruiken, allemaal. Dat was het.

8

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lubbers. Dan ga ik de volgende persoon naar voren halen. Dat is Jacques van der Neut, oud-bos ... Spreek ik het niet goed uit? De heer Van der Neut: Jawel, u spreekt het goed uit hoor. De voorzitter: Maar ik ga toch een heel klein beetje drukken op de tijd, want anders gaan we het niet halen. De heer Van der Neut: Ik zal me aan mijn tijd proberen te houden. De voorzitter: Is goed. Gaat uw gang. De heer Van der Neut: Anders grijpt u maar in, denk ik, toch? De voorzitter: Is goed. Gaat uw gang. De heer Van der Neut: Mijn naam is Jacques van der Neut. Ik heb 44 jaar gewerkt hier in De Biesbosch als boswachter. Uiteraard bij Staatsbosbeheer. Ik hoorde daarnet het woord al een paar keer zeggen. De laatste 20, 25 jaar zijn er tal van projecten geweest, waarbij eigenlijk ontpolderen centraal stond. Ik noem het maar even voor het gemak ontpolderen. Dat begon eigenlijk in het westen en het schoof zo door naar het oosten. We zijn nu ruim 25 jaar verder. We hebben ruim 3.500 hectare ontpolderd. Het heeft natuurlijk een enorme impact op de flora en fauna. Ik denk nu aan bijvoorbeeld honderden lepelaars die je in de Noordwaard ziet lopen. De Noordwaard kleurt, zeker nu, vroeger natuurlijk niet, toen was het bouwland, in de zomer kleurt het pimpelpaars door massale kattenstaart. Lijkt mij voor recreanten helemaal geen lelijk gezicht trouwens.

Mooi met die witte lepelaars erin. Dan wordt het eigenlijk nog mooier. Er zijn hier volop kansen voor zoetwatergetijdegebied te realiseren. Dat kan ook alleen maar hier. Het kan niet in Nieuwkoop. Het kan ook niet ergens in de Achterhoek of in Drenthe. Hier heb je getij, zoetwater wat op en neer gaat, dat moet ik maar eens benadrukken, dat zie je eigenlijk op wereldschaal maar op anderhalve hand. Vandaar toch die keus voor de Helen Zuilespolder, om daar ook getij toe te laten. Het getij wordt spannend, of het getij maakt dit gebied spannend. De ene keer staat hij vol water, de andere keer staat hij leeg. Geen dag is hetzelfde. Dat is eigenlijk het boeiende van getij. Ik denk dat ik binnen mijn tijd ben gebleven, toch? De voorzitter: Ruim binnen de tijd. Duidelijk en helder. Dank u wel. Dan de volgende spreker, dat is Sander Terlouw van Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch. Is hij aanwezig? Ik hoorde een ja. Gaat uw gang. De heer Terlouw: Dank u wel. Ik pak even mijn briefje erbij natuurlijk. Beste aanwezigen, dank in ieder geval voor de uitnodiging aan de Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch om hier te spreken. Het afgelopen jaar hebben wij deelgenomen aan de ontwerpateliers, om een zo goed mogelijk plan voor de Hel- en Zuilespolder te krijgen.

We hebben dat traject als zeer prettig ervaren en zijn dan ook heel erg blij met het voorgenomen plan wat gemaakt is, om meer ruimte te bieden aan natuurontwikkeling. Ik hoef u vast niet te vertellen voor welke grote uitdagingen wij als Nederland, maar ook zeker u als gemeente, staat. Van de biodiversiteit is nog maar vijftien procent over van wat er ruim een eeuw geleden was. De bestaande natuur staat zwaar onder druk. Ruim

9

een week geleden nog traden bij mij in Sterrenburg de sloten buiten hun oevers. Klimaatverandering tot aan de voordeur. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, zullen we ook nu weer flexibel moeten zijn. Dat kunnen wij als Dordtenaren. Dat laat het grote succes van de nieuwe Dordtse Biesbosch wel zien. Een ontwikkeling waar de Natuur- en Vogelwacht overigens veertig jaar geleden aan de basis van stond. Omgaan met het water, daar heeft Dordrecht een naam hoog te houden. Niet om er tegen te vechten, maar juist om ermee te leven. Ook nu blijft ruimte voor het water en ruimte voor natuur essentieel. De Hel- en Zuilespolder is een stap in de juiste richting. Het huidige plan geeft ruimte aan het water en laat het mogelijk om hier als recreant van te genieten, in dezelfde mate als nu. Het wordt alleen mooier. In het plan wordt op allerlei mogelijke manieren al rekening gehouden met bestaande waarden en gebruiken. Dat is goed. Dat hoort ook. Maar de rek is er inmiddels wel uit wil de natuur er nog van kunnen profiteren. Er kan niet en een kudde koeien lopen en water stromen. Er kunnen niet en Natura 2000-vogels zitten en kano’s doorheen varen. Niet alles kan overal. Zoek daarom niet naar nog meer ruimte voor verdienmodellen. Geen kano’s in het nieuwe gebied. Durf te kiezen. Kies voor meer biodiversiteit, klimaat en veiligheid.

Daarmee voor een verbetering van een leefomgeving van alle Dordtenaren. Dit is een mooie eerste stap. Ik hoop dat er nog vele stappen zullen volgen, want dat die nodig zijn, daarover mag geen twijfel bestaan. Ik wens u veel wijsheid. De voorzitter: Dank u wel. Is ook nog binnen de tijd. Dan heb ik de volgende spreker. Dat is de heer Willem Pijpers. Dat is een inwoners van de stad. Is hij aanwezig? De heer Pijpers: Ja hoor, die is er. Ik zal me even voorstellen. Ik ben Willem Pijpers. Ik ben 45 jaar geleden hier komen wonen, nadat ik geografie heb gestudeerd in Groningen. Ik ben hier gaan werken als aardrijkskundeleraar op het Gemeentelijk Lyceum. Daar heb ik jarenlang voor de eindexamenleerlingen vwo lesgegeven over het Deltagebied en het Rivierengebied. De laatste jaren kwam daar ook natuurlijk bij de ruimte voor de rivier, voor het eindexamenproject. Ben ik gestart in vwo 5 met het nieuwe vak, Natuur, Leven en Technologie. Daar zat een module in van een half jaar, ruimte voor de rivier. Ik had twee vwo 5-groepen, vijf jaar achter elkaar. Ieder jaar maakte ik van die twee vwo 5groepen vijf kleine groepjes. Die vijf kleine groepjes kregen als opdracht ruimte voor de rivier-projecten te ontwikkelen. Niet op het Eiland van Dordt, maar ik stuurde ze naar de Hoeksche Waard, want dat vind ik een wat minder aantrekkelijk gebied dan de Hel- en Zuilespolder.

Ik heb dat plan van Rijkswaterstaat beoordeeld op dezelfde manier als ik de projecten van mijn leerlingen heb beoordeeld. Als ik dan ga kijken, dan moet ik ze beoordelen op haalbaarheid, uitvoerbaarheid, milieudoelen, kosten en al dat soort zaken. Dan kom ik uiteindelijk tot de conclusie, die ook in mijn brief staat, die u heeft gekregen, dat het beter is om de Hel- en Zuilespolder te bewaren in de huidige stand en andere gebieden, dat heb ik er niet bij gezet ... Maar Rijkswaterstaat zegt, de Otterpolder en de Thomaswaard, dat kan niet. Volgens mij kan dat wel. Als we terugkijken naar de kaart van Dordt in 1829, toen lag de Hel- en Zuilespolder daar. Daaromheen was alleen maar getijdegebied. Willen we nu de oude situatie herstellen, dan moet je dat niet doen door een goed gebied, wat we nu hebben, dat weidegebied, af te breken, maar dan zou je juist dat getijdegebied rondom de Hel- en Zuilespolder weer in ere moeten herstellen. De Otterpolder gebruiken als getijdegebied en de Thomaswaard. Dan ben je weer bij de oude situatie. Dan hou je het unieke recreatiedeel, wat we nu hebben aan het puntje van

10

de Merwelanden, in stand voor gebruikers zoals ik, die al 45 jaar daar bijna dagelijks komt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreekster. Dat is mevrouw Hilde en de heer Piet Stook. Dat zijn ook inwoners. Zijn die aanwezig. De heer Stook: Maar wij maken geen gebruik van het inspreekrecht. De voorzitter: Dan gaan we naar de volgende. Dat is de heer Timmers, schaapsherder. De heer Timmers: Mijn collega heeft al ingesproken. De voorzitter: Goed zo. Dank u wel. Dan de heer William Nederpelt namens de Fietsersbond. Gaat uw gang. De heer Nederpelt: Mijn naam is William Nederpelt, Fietsersbond. Voor de meesten wel bekend, vermoed ik langzamerhand. Als Fietsersbond hebben wij een jaar geleden ook meegewerkt aan de ontwikkeling van de visie rond De Biesbosch. Een van de dingen die toen duidelijk werd, was dat De Biesbosch eigenlijk een ontzettend autovriendelijk gebied was, waar je eigenlijk heel veel faciliteiten hebt voor automobilisten en heel weinig voor fietsers en wandelaars.

Ook hebben we op deze manier gekeken, wat biedt deze ontwikkeling nu voor mogelijkheden voor de fietsers en de wandelaars? Toen kwamen wij op het idee van, waarom wordt er niet eindelijk een keer verbinding gemaakt van de Merwelanden met de Ottersluis? Zodat je eindelijk een keer een rondje Dordrecht kan maken en niet er maar één ingang is vanuit het centrum van Dordrecht naar de Merwelanden. Daarmee bereik je dat het gebied wat toegankelijk wordt van twee kanten ... Dat is eigenlijk het hele verhaal. Ik heb mijn tijd gebruikt, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dat is heel snel. De heer Nederpelt: Ik had maar één punt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nederpelt. Dan ga ik nu ... Want volgens mij hebben we alle sprekers gehad, of ben ik iemand vergeten op de publieke tribune? Nee. Dan ga ik nu ... Maar u zou toch alleen komen om vragen te beantwoorden, toch? Scherp toch? Mijnheer van het Wantij is dat. Dan geef ik nu het woord aan de commissie. Ik ga echt proberen iedereen het woord te geven. Ik zie er al één links hier van mij vingers opsteken. Ik heb ze allemaal bijgehouden. We gaan het even proberen te trechteren. Misschien dat u ook even aan kunt geven aan wie u de vraag zou willen stellen. Ik ga beginnen met de heer De Boer van Op Ons Eiland, gaat uw gang. De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel insprekers. Ik heb keurig meegeschreven.

Ik heb alle namen opgeschreven. De eerste vraag ... Misschien moet ik eerst even alle vragen stellen en daarna dan algemeen beantwoorden, of gaan ze stuk voor stuk, voorzitter? De voorzitter: Ik kijk heel even naar de griffier. Kijk, als u ...

11

De heer De Boer: Ik breng ze in. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Boer: De vraag is ook even aan Rijkswaterstaat, aan mijnheer Nouzari. Die schetst een agenda. Ik ben even benieuwd, heeft u ook alle betrokkenen en bewoners meegenomen in dat hele plan van de afgelopen twee jaar? U spreekt over 2024. Is dat maand één of maand twaalf? Maar goed, dat is nog niet bekend. De grootste vraag is eigenlijk, wat is de noodzaak van dit plan, als ik van mijnheer Pijpers hoor dat ook de getijen, rondom het gebied waar we het over hebben vanavond, eventueel kunnen worden teruggebracht in de oude staat? Dat is eigenlijk ook mijn vraag daarvoor. Ik denk dat ik het even hierbij hou. De voorzitter: Dank. Daar mag u van mij op reageren. Gaat uw gang. De heer Nouzari: Ik heb op de eerste sheet al aardig wat informatieavonden, ontwerpateliers, een-op-eengesprekken ... Die hebben allemaal de afgelopen anderhalf, twee jaar plaatsgevonden. Waar we met heel veel partijen hebben gesproken over wat zij graag willen zien in de Hel- en Zuilespolder, onder andere. Heel veel van die wensen die daaruit zijn voortgekomen, hebben we ook vastgelegd. Elk moment, elke keer dat we het ontwerp een stukje verder hebben gebracht, hebben heel veel mensen ook gemaild met de wensen die zij hebben ingebracht en waarom het wel of niet is meegenomen en waar om dan.

Zoals ik ook al zei aan het begin, we hebben het ontwerp ook op verschillende momenten gepresenteerd en aangegeven, ook daar, wat we met de wensen uit de omgeving hebben gedaan. Nou is het natuurlijk ook zo, dat heeft u net ook gehoord, dat er nog steeds wat dingen openstaan. We willen wel toewerken naar een ontwerp wat zo breed mogelijk gedragen wordt. Daar gaan we ook zeker nog wel wat aan doen. Maar we hebben de afgelopen anderhalf jaar wel op verschillende manier geprobeerd om u als raad, het ambtenarenapparaat, het college, mensen die hier ook aanwezig zijn te spreken, de belangen te inventariseren, wensen op te halen en die zoveel mogelijk mee te nemen in het ontwerp. Dat is één. Twee, over ik denk de noodzaak van dit plan, dat is altijd een beetje een lastige, omdat volgens mij, misschien weet u het zelf ook, de Europese Unie heeft een besluit genomen in het Kaderrichtlijn Water programma opgezet. Dat geldt voor alle Europese lidstaten. Die hebben volgens de opdrachtgever ... De voorzitter: Mijnheer Nouzari, zou u gewoon wat kort en bondig kunnen antwoorden, want anders dan ... De heer Nouzari: Dan ga ik daar nu kort en bondig op antwoorden. De voorzitter: Want anders komt niemand meer aan de beurt dadelijk. De heer Nouzari: We hebben een opdracht gekregen vanuit de Europese Unie. Die is naar de minister gegaan.

De minister heeft de opdracht aan ons gegeven als Rijkswaterstaat. Is het nodig? Als je kijkt naar klimaatverandering en de afname in biodiversiteit, de afgelopen 100, 150 jaar, is het nodig. Dat is het verhaal. Dat is even heel kort het verhaal. U kunt ook naar de bijlage kijken die bij de Raadsinformatiebrief zat. Daar wordt het nog meer toegelicht.

12

De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Lammens van de VVD. Gaat uw gang. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik wilde graag een vraag stellen aan Rijkswaterstaat. Als er meer water stroomt tussen de polder Hel en Zuiles en de polder Stededijk, wat gebeurt er dan als het water echt hoog gaat worden? In de polder Stededijk heb je de Stort van Troost. Waarschijnlijk is dat bij iedere Dordtenaar wel bekend. Voor tachtig miljoen zou dat gesaneerd moeten worden. Is niet gedaan. Is afgedekt. Wat gebeurt er als het water over deze polder gaat vloeien? Gaat dan al het gif ... Komt dat allemaal in De Biesbosch? Willen we dat? Ik heb ook in de vorige Meeting House een vraag gesteld over het gif in de ... Want het is overal. In de Merwelanden is gif gestort, is chemisch afval gestort. Daar heb ik ook de vraag gesteld, wat is er met het chemisch afval gebeurd in de Hel- en Zuilespolder? Is ook geen antwoord op gekomen. Ik zou heel graag willen weten, wat gebeurt er met het gif? De voorzitter: Dank voor de ... Even kort en bondig reageren, alstublieft. De heer Nouzari: Ik zie mijn collega al kijken. Die wil daar antwoord op geven. Mevrouw Groot: Ik kan hier antwoord op geven. Nu bij hoogwater overstroomt het hele gebied ook. Dat verandert niet. We doen niks aan die hoogwaterveiligheid. We richten de natuur in, door hem in verbinding te brengen met de rivier.

Maar in 1995 is het laatste echte hoogwater geweest. Ging ook het hele gebied onder water. Wat dat betreft en wat de verspreiding van dat gif betreft, verandert er niks aan de bestaande situatie. Van een gifstort in de Hel- en Zuilespolder weten wij nog niet. We zijn nog bezig met bodemonderzoek. Als het er zit, komen we het tegen, maar dat hebben we nog niet in beeld. De voorzitter: Dank. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik had ook nog een vraag over de Otterpolder. Er staat in het papier dat die verder is van het ... De voorzitter: Mijnheer Nouzari, zou u uw microfoon uit kunnen zetten? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dat deze polder verder is van het water. De Otterpolder ligt aan de andere kant van het water. Niet van de Hel- en Zuilespolder, maar aan de andere kant ligt de Otterpolder tegenover de Ottersluis. Hij ligt nu nog dichter bij het water als de Hel- en Zuilespolder. De enige reden dat de Otterpolder niet genoegd wordt, is omdat hij van Staatsbosbeheer is en omdat er kruidengras op staat. Maar het kruidengras, ik heb het met mevrouw Chastelet erover gehad, die is zelfs ook bereid om de koeien ... Van de koetjes schaapjes te maken en kruidengras ook in de Hel- en Zuilespolder te zetten. Waarvoor wordt niet de Otterpolder gedaan? Is echt de enige reden dat Staatsbosbeheer dit niet wil, terwijl het ook al heel vaak onder water loopt. Mijnheer die net ook al insprak ...

De voorzitter: Maar aan wie stelt u die vraag? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Aan Rijkswaterstaat. Waarom moet het per se de Hel- en Zuilespolder zijn en niet de Otterpolder?

13

De voorzitter: Wie van Rijkswaterstaat mag ik ... De heer Nouzari: Ik ga onze ecoloog de gelegenheid geven om daar antwoord op te geven. De voorzitter: Voordat ik u het woord geef. Dit is een rondetafelgesprek ook. De mensen op de publieke tribune wees uitgenodigd. Als u iets hoort waarvan u zegt van, daar zou ik wel wat over willen zeggen, loop dan alstublieft naar de microfoon en geef mij even een seintje. Want het is ook in jullie belang dat jullie hierover meepraten. Wees uitgenodigd. Probeer niet te angstig te zijn, maar kom gewoon voor die microfoon. Gaat uw gang. De heer De Bijl: Bedankt. Mijn naam is Johan de Bijl. Ik ben als adviseur ecologie bij Rijkswaterstaat werkzaam. De vraag was van ... Ben ik zo te verstaan of ... Ja? Bedankt. De vraag was van, waarom de Otterpolder niet en wat is dan het voordeel van de Hel- en Zuilespolder? Net ging het al even over nut en noodzaak. Heel kort. Wij hebben in Nederland een aantal verbindingen waar de rivier uitkomt in de zee. We zitten hier bij de middelste, bij Rotterdam, waar de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas uitkomt in de zee. Dat zijn de belangrijke verbindingen met de rivieren. Daar hebben we het net al even over gehad, nut en noodzaak. Als je hier kijkt hoe Hardinxveld, Papendrecht, Dordrecht eruitziet, verstedelijking, heel veel zoetwatergetijdegebied verdwenen. Ook heel veel soorten die ervan afhankelijk zijn.

Op de grote rivieren zitten de vissen, de trekvissen, die vanuit Duitsland naar de Noordzee gaan. Voor die vissen is het heel belangrijk om gebieden te hebben, langs de grote rivieren, waar ze kunnen eten, paaien, uitrusten enzovoort. Het is heel erg belangrijk om gebieden langs die grote rivieren te hebben. Wij hebben ook RAVON, dat is de organisatie die zich ... Het kenniscentrum voor vis. Die heeft ook juist naar dit gebied ... De voorzitter: Mag ik heel eventjes. Ik ben heel vervelend vanavond misschien, maar zou u even concreet in willen gaan op de vraag die mevrouw Lammens aan u stelde? Want we hebben namelijk niet zo heel veel tijd voor deze avond. Even concreet, het ging over de ... Mevrouw Lammens-Oostdijk: Waarom de Otterpolder in plaats van de Hel- en Zuilespolder. De voorzitter: Graag. De heer De Bijl: De Hel- en Zuilespolder kunnen we direct verbinden met de Merwede. Met de Otterpolder zou je een verbinding moeten maken via het Wantij. De afstand tot de hoofdrivier is groter. De voorzitter: Mevrouw Lammens, graag ook u via de voorzitter en de microfoon alsjeblieft even indrukken, want anders kan niemand u verstaan. Gaat u door. De heer De Bijl: Maar terechte vraag. Wij hebben een opgave voor de Boven- en Beneden-Merwede. Anders zou je aansluiten bij de Nieuwe-Merwede.

De Boven-Merwede heeft als een van de weinige rivieren nog een flink getij, zeventig centimeter getij. Vandaar dat we op zoek waren naar gebieden zo dicht mogelijk bij de Merwede.

14

De heer Van Chastelet: Mag ik wat zeggen? De voorzitter: Jazeker. Kijk, daar zitten we op te wachten. Even uw naam in de microfoon. De heer Van Chastelet: Douwe van Chastelet. De voorzitter: Gaat uw gang. U heeft een vraag aan? De heer Van Chastelet: Meer een opmerking. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Chastelet: Waarom moet het eigenlijk voor de makkelijke weg. Ik ben boer, met mijn ouders. Wij moeten altijd de moeilijke weg door dit soort instanties. Daar komen we altijd wel uit. Maar waarom nemen jullie altijd de makkelijke weg? Kan niet een keer de moeilijke weg? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Bijl: Laat ik zo zeggen. Wij hebben niet gelijk gekozen voor de Hel- en Zuilespolder. Als je me aan wilt vullen, prima. Maar we zijn vanuit Rijkswaterstaat met de gemeente ook ... Hebben we diverse gebieden bekeken, ook vanuit natuur, welke gebieden leveren de grootste bijdrage, kunnen we het beste de opgave realiseren? Vandaar dat we bij de Hel- en Zuilespolder zijn uitgekomen. De heer Nouzari: Nog even een kleine aanvulling. De voorzitter: Even concreet op de vraag van deze boer, toch, is het? De heer Nouzari: Er wordt gezegd van, waarom altijd de makkelijke weg? Ik weet niet of u daar echt zo op die manier naar kan kijken. In ieder geval hebben wij dat niet gedaan.

We hebben gekeken op een manier van, we hebben een KRW-opgave en wat is in een locatie in dit gebied die het meest en het beste aansluit op die opgave? Dat is uiteindelijk de Hel- en Zuilespolder gebleken. Dat is niet zozeer de meest makkelijke keuze voor ons, maar het is wel voor de opgave de beste keuze. De voorzitter: Dank. Even. Het komt helemaal goed. Niet door elkaar roepen. Iedereen krijgt het woord. De heer ...: Die Kaderrichtlijn Water gaat over de waterkwaliteit. In mijn stuk wat ik heb geschreven, daar zit een bijlage. Staat een rapport over die Kaderrichtlijn Water. Nergens staat erin dat je die waterkwaliteit moet verbeteren door een eb- en vloedgebied aan te leggen. Als je gaat kijken naar het Eiland van Dordt, naar de Nieuwe Biesbosch, dan wordt het water ook gebruikt van de rivier. Dat is van zodanig matige kwaliteit dat het via de hevel eerst in een bezinkingsplas komt, om daar de rotzooi te laten zakken voordat het verder wordt gebruikt. Nu wordt datzelfde water in een klap die polder ingejaagd en blijft daar ook vaak langdurig staan. Ik loop daar bijna iedere dag. Meestal staat het buitenwater, het water buiten de polder, hoger dan het maaiveld. Dat

15

houdt in dat als het water binnenstroomt, dat eigenlijk het grootste deel van de tijd er een grote plas met water staat. Daar gaat ook de ellende in bezinken. Mochten we een keer een calamiteit hebben, zoals dat een half jaar of een jaar geleden gebeurde, dat er ergens in Zuid-Limburg een heleboel rotzooi in de rivier komt, dan mogen we natuurlijk ook weer hier op het Eiland van Dordt vrijwilligers gaan zoeken om het plastic en al het rotzooi uit dat gebied te gaan weghalen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even tussendoor nog, dank je wel, het woord geven aan mevrouw Jager, Beter voor Dordt. Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Dank u wel. Even een opmerking over de polder Stededijk en een vraag daarover. U zegt van, het is wat het is. Het is daar toch allemaal vervuild en het overstroomt weleens vaker. Ik vind dat een erg gemakkelijk standpunt. Ik ben er zelf bij geweest toen de grondboringen gedaan werden in de polder Stededijk. Ik heb gezien wat er in de grond zit. Er is veel te doen geweest over de damwand die stuk zou zijn en waar een nieuwe voor moest komen. Dat is nooit gebeurd. De vaten met chemische troep lagen in de bootjes in het haventje. Die zijn wel weggeruimd, maar verder is het een brok ellende. Het feit dat je zegt van, dat is niet zo belangrijk, ben ik het totaal niet mee eens.

Mijn vraag is daarover van, hoe kun je in godsnaam zo’n beslissing op die manier nemen? Want als die boel overstroomt, dan komt weldegelijk al die troep die daar in de grond zit gewoon naar boven en dat komt gewoon mee. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dat is één. De voorzitter: Dit is een hele technische vraag die u nu heeft? Mevrouw Jager: Hoe je tot zo’n besluit kunt komen? Is toch niet zo technisch? Vind ik niet zo technisch. Maar goed, dat is tot daaraantoe. Dan heb ik nog een vraag. Dat is van, degene die bedacht heeft dat dat fietspad, wandelpad, dierenpad, autopad allemaal over dat dijkje zou kunnen, die zou ik willen vragen van, bent u er zelf wezen kijken? Want je kunt daar echt niet dat allemaal kwijt op dat dijkje. Bovendien is het zo dat een heleboel mensen die slecht ter been zijn dat dijkje niet eens op komen. Voor hen is de Hel- en Zuilespolder, als u uw zin krijgt, gewoon nooit meer weggelegd. De voorzitter: Aan wie stelt u de vraag? Mevrouw Jager: Aan Rijkswaterstaat. Die komt met het plan. De voorzitter: Maar probeer hem even concreet te maken, want ik hoorde een paar vragen. Mevrouw Jager: Over, waarom moet dat fiets, ander, toestandenpad op dat kleine dijkje worden aangelegd? Is daar geen andere mogelijkheid? Het tweede was van, waarom denkt u zo gemakkelijk over de vervuiling in de polder Stededijk? De voorzitter: Helder.

Wie mag ik daarover het woord geven? Dank u wel, mevrouw Jager.

16

Mevrouw Groot: Dat wilde ik graag. Maar ik was net vergeten mezelf voor te stellen. Ik ben Suzanne Groot, ingehuurd vanuit het ingenieursbureau als omgevingsmanager. Over polder Stededijk. Daar doen wij niks in ons plan. Ook over die vervuiling, ik denk daar niet makkelijk over. Het zit niet in ons plan om daar iets aan te passen. Dat is aan u of aan andere partijen, als dat een probleem is. In de Hel- en Zuilespolder, als we vervuilingen tegenkomen, dan zullen we die, waar nodig, opruimen, want dat zit wel in ons plan. Het tweede is dat die paden ... Wat we doen, is op de kering, om de polder heen, daar leggen we een verhard pad aan. Dat verbreden we. Dat is een fietspad waar autoverkeer is toegestaan, voor mensen die daar moeten zijn. Daarnaast komt er op het talud van de kade een vrijliggend wandelpad, wat goed toegankelijk is en voldoende breed, zodat mensen daar comfortabel kunnen wandelen. Het is niet één pad waar al het verkeer over plaats moet vinden. Mevrouw Jager: Mag ik daar nog even op reageren? De voorzitter: Jazeker. Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Ik heb gelezen en gehoord dat dat pad, wat voor wandelaars is, wat lager komt te liggen. Dat dat een goed bewandelbaar pad is. Maar dat wil nog niet zeggen dat je er met rollators, scootmobielen, kinderwagens overheen kunt. Dat is mijn vraag.

Waar komen die terecht? Want die kunnen nu wel over het pad wat beneden ligt, maar als dat aan de andere kant niet lukt, dan ... Als je daar wel leuk kunt wandelen, kun je in de Nieuwe Dordtse Biesbosch trouwens ook. Die hebben we ook nog. Maar daar kun je niet met andere vervoersmiddelen overheen. Dan heb ik het niet over auto’s en fietsen, maar over vervoersmiddelen die anderen gebruiken. De voorzitter: Hij is duidelijk, uw vraag. Misschien kunt u hem beantwoorden. Mevrouw Groot: Ik denk dat nu het fietspad het laaggelegen verharde pad is, waar ook de rolstoelen overheen kunnen. Dat ligt straks op de kering waar ... Een andere verandering is er niet. Ik denk dat dat net zo goed toegankelijk blijft. De voorzitter: Dit kunt u meenemen in uw oordeelsvorming straks, mevrouw Jager. Dan geef ik het woord aan mijnheer Den Hartog van GroenLinks, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Allereerst nog even op de laatste discussie ingaan en ook op de vraag die collega Lammens net heeft gesteld. Kijk, ik geloof mevrouw natuurlijk heel goed wanneer ze zegt dat ze niks met de Stededijk polder doen, alleen met de Hel- en Zuilespolder. Alleen die stoffen van de Stort van Troost denken niet zelf na. Die volgen gewoon fysische wetten. Dat betekent, het is verontreinigd, het sijpelt door, het wordt namelijk gemonitord. Dat weten we al, het sijpelt door.

Dan is het gewoon een kwestie van zwaartekracht en stroming. Het gaat niet per se om wanneer alles overstroomd is. Dat is nu ook al zo. Het gaat er juist om dat wat er nu al doorsijpelt, dat wordt nu in de huidige situatie tegengehouden. Maar in het geval dat je water binnenlaat, dan zal daar een hoeveelheid ... Hoeveel weet ik niet. Daar heb ik een vraag over gesteld, die niet beantwoord is. Ik zou dat toch willen meenemen. Want Rijkswaterstaat kan wel niks met die polder doen, maar daar trekken die chemische stoffen zich niets van aan. Tweede vraag van mij, die ik eerder gesteld heb en die ook niet beantwoord is, dat is, die wilgenbomenrij die nu in dit plan moet veranderen, maar

17

in het eerste concept kon hij wel blijven staan ... Nu kan hij niet blijven staan. Ik wil dan vooral weten, waarom kan hij nu niet blijven staan, als hij in het eerste concept wel kon blijven staan? Wat is er veranderd? Dan kom ik toe aan eigenlijk het belangrijkste van, het is voor mij totaal niet duidelijk, als we de huidige waterkwaliteit, die er nu is, vergelijken met de verwachte toekomstige waterkwaliteit, wat de verbetering is ... Op welke manier dat gestand zou moeten ... Ik snap er echt helemaal niets van. Dan hoop ik in de stukken daar duidelijkheid over te krijgen. Ik zie het niet. Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben. De voorzitter: Die vraag wordt gesteld aan Rijkswaterstaat? De heer Den Hartog: Aan Rijkswaterstaat, zeker. De voorzitter: Wie van Rijkswaterstaat mag ik daarover het woord geven? Gaat uw gang. Mevrouw Groot: In snap uw punt. Het doorsijpelen via het grondwater van de vervuiling van de ene polder naar de ander. Dat is gaande, zegt u. Dat neem ik aan. Wij verhogen de waterstanden in de Hel- en Zuilespolder door het te verbinden met de rivier. Netto is er meer tegendruk en zal die grondwaterstroming naar de Hel- en Zuilespolder toe, zo die er is, zal die afnemen. In hoeverre dat naar nul gaat en in hoeverre daar die vervuilende stoffen binnenkomen, kan ik u zo niet zeggen. De heer Den Hartog: Dat begrijp ik, maar dat ...

De voorzitter: Wilt u even via de voorzitter praten, alsjeblieft? De heer Den Hartog: Sorry, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Ik zou daarop willen reageren. Dat begrijp ik. Daar heb ik juist een vraag over gesteld in eerdere bijeenkomsten om dat in kaart te brengen. Want het kan natuurlijk inderdaad zo zijn dat dat niet doorsijpelt. Het kan ook zijn dat het wel zo doorsijpelt, want het is tenslotte getijdegebied. Dan zou dat vloed of eb uit kunnen maken. Is daar onderzoek naar gedaan? Want ik hoor u nu zeggen, dat weet ik niet. Dat geloof ik. Maar wij moeten uiteindelijk een beslissing nemen op basis van informatie die er wel ligt. Mevrouw Groot: Ik weet dat wij verwachten dat het minder wordt. Maar dat is het denk ik even voor nu. Daar moeten we dan nog even op terugkomen. De voorzitter: Ik ga heel eventjes ... Eén microfoon moet er heel eventjes uit, als ik wat zeg. Dank je wel. Misschien dat we dit als technische vraag mee kunnen nemen. Bent u daarmee geholpen als we deze vraag schriftelijk beantwoorden? De heer Den Hartog: Jazeker, voorzitter. Maar dan heb ik nog wel die andere vraag waar ik graag een antwoord op zou willen hebben. De voorzitter: Zou u deze vraag ook even aan de griffie kunnen mailen?

18

De heer Den Hartog: Uiteraard. De voorzitter: Dan de andere vraag, kunt u dar nog ... Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Ik vraag me wel af, Rijkswaterstaat heeft natuurlijk geen plicht om technische vragen van een gemeenteraad Dordrecht per se te beantwoorden. Hebben ze dat ... Precies. Ik dacht meer van, als de vraag aan het college wordt gesteld. Het college heeft mogelijk het antwoord niet. Precies. Dan is het goed, als dat naar Rijkswaterstaat kan, dan helemaal goed. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Groot: Het wilgenlaantje, bedoelt u midden door de polder? De heer Den Hartog: Ja, dat was het wilgenlaantje. Dat is eigenlijk misschien ook een technische vraag, die ik eerder had gesteld, geen antwoord heb gekregen. Maar het gaat mij nu in ieder geval even om die laatste vraag van, hoe kan ik er als raadslid wegwijs in worden op welke manier, hoe dat komt dat de waterkwaliteit inderdaad gaat verbeteren? Want ik zie daar nu geen informatie over. Ik moet er straks wel iets over zeggen. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Groot: Het gaat in ieder geval over een verschil tussen chemische waterkwaliteit en ecologische waterkwaliteit. Wij werken aan de ecologische waterkwaliteit.

Wat we hebben gedaan, is gekeken, hoe is het nu in de Boven- en Beneden-Merwede? Op welke punten scoren we slecht? Ons doel is om een twee te scoren, omdat een tien, wat helemaal goed zou zijn, niet haalbaar is. We halen het niet nu. Het is heel slecht gesteld voor vissen en voor andere dieren. Daar maken we gebied voor waar die kunnen leven. Daarmee verbeteren wij de ecologische waterkwaliteit. De voorzitter: Dank. Ik ga heel even ... Er staat hier al heel eventjes ... Want nou gaan we allemaal. Dan ga ik echt even streng zijn. Er staat hier een mijnheer van de hengelsport, die wil heel graag even reageren. Ik wil met name ook even de mensen op de publieke tribune de ruimte geven om juist deze commissie van informatie te voorzien. Ik heb mijnheer Stam al een half uur geleden het woord beloofd en die heeft hij nog niet gehad. Ik ga eerst de mijnheer van de hengelsport ... Ik weet even uw naam niet meer, maar u mag ... De heer Lubbers: John Lubbers. De voorzitter: U mag uw vraag stellen. De heer Lubbers: Dank je wel. Dit is helaas ook weer aan Rijkswaterstaat. Want ik hoor de mijnheer de ecoloog vertellen over de vis wat allemaal, de trekvis wat de rivieren in komt allemaal en de paaigebieden allemaal. Ik weet niet waar ze de wijsheid uithalen, want alles zal ‘...’.

Alle vissen wat hier de rivier in optrekt die zullen echt niet op de zandbodems paaien, maar die gaan allemaal op de keien, die gaan allemaal op grindbedden erop komen. Over de schoonheid van het water, dat zullen we van onze levensdagen niet krijgen, want de vissen groeien niet in het water. Door de hoge

19

gehaltes van medicijnen, alles wat in de wateren zit, dat de vis daar al niet meer door groeit. We missen al heel veel jaargangen in de wateren die niet meer groter wordt. Dat heeft ook gevolgen op de ‘salamidi’. Als die dadelijk geen vreten meer vinden in het water zullen die echt niet verder trekken hier in Nederland. Dan zullen ze een ander doel gaan pakken. Kijk, dan zijn al heel belangrijke gegevens, wat je daarin mee moet nemen. Kijk, vroeger hadden wij alleen maar zuiveringen, die het water zuiverden, zoveel mogelijk. De rest van het water ging de rivieren in. Dan waren de rivieren vervuild. Nou krijgen we alleen maar chemisch. Want de tankwagens rijden naar de zuiveringen toe. We krijgen chemisch gereinigd water, wat naar de sloten en wat via de leidingen naar de rivieren toegaat. Wij krijgen geen schoon water meer. Hoe meer mensen erbij op deze aardbol zijn, hoe vervuilder water we krijgen, hoe meer dat ze chemicaliën moeten inzetten om die vervuiling, om dat schoon te maken voordat wij hier het schone water in de natuurgebieden krijgen. Ik denk dat daar veel beter over gedacht moet worden. Dank je wel. De voorzitter: Ik hoor geen vraag, maar dank voor uw betoog. Dan geef ik nu even het woord aan de heer Stam, gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan Rijkswaterstaat, maar wel met een schuin oog naar de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/551/documents/22170