2.4 20221101 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 5 - concept.pdf
Tekst van het document
18
De voorzitter: Dank u wel. Ter interruptie … Excuus. Twee interrupties, eerst de heer Struijk en daarna de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja, dank u wel voorzitter. Ik dacht ik zal de heer Kuhlmann eerst even laat uitpraten, maar ik heb een vraagje over wat u in het begin van uw woordvoering volgens mij noemde over het stadsstrand en u noemde de trappen hoe leuk daar gespeeld wordt en hoe mooi het zou zijn als daar straks een stadstrand zou liggen. Zo ongeveer zei u het volgens mij. Is wat de Dordtse VVD betreft dat ook de plek voor het stadstrand? De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Nee, zoals het in de stukken staat blijkt het een voor de hand liggende plek in die omgeving Wantij-West. Het is denk ik heel goed om met de bewoners, met de stad te kijken wat de beste plek daarvoor is, maar als je ziet de levendigheid die daar nu is, de evenementen die er worden georganiseerd dan lijkt die omgeving een voor de hand liggende plek. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoorde mijnheer Kuhlmann zojuist aangeven dat mede door inzet van de Dordtse VVD het college heeft opgenomen in deze begroting dat er meer parkeerplaatsen in de wijken zouden worden gerealiseerd. Kunt u mij daar wat voorbeelden van geven waar we in 2023 wat van kunnen merken? Welke wijken? Waar gaat het plaatsvinden? De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Nou, in de begroting, ik heb hem nu niet, het is een uitgebreid stuk, alle hoofdstukken zo precies uit mijn hoofd, maar wat je terugziet is bepaalde hubs in bepaalde wijken en wat je je bijvoorbeeld heel goed kan voorstellen, het is natuurlijk een probleem, jullie kennen dat heel goed, de druk in Oudelandshoek, maar natuurlijk komt er of is er nu een parkeerterrein voor die bestelbussen. Dat is denk ik een hele goede daarvoor en het verlicht natuurlijk de druk enigszins in de wijk. Ik begrijp ook heel goed, daarmee hebben we niet een parkeerwalhalla gecreëerd in Oudelandshoek, maar alle beetjes helpen en zo zie ik dat ook terug in deze begroting, dat je op de plekken waar dat nodig is dat soort hubs gaat werken. Welke wijken precies, goed, ik ben net als u een amateurpoliticus, ik doe dit een beetje naast mijn gewone activiteiten, dus ik heb niets helemaal exact zeg maar nu bedacht op welke vierkante meter we dat gaan doen, maar ik verwacht daar goede dingen van, van onze wethouder.
De heer Gündogdu: Ter aanvulling, het is niet mijn bedoeling geweest om u te verhoren, absoluut niet, maar voordat we valse verwachtingen hebben, tuurlijk, parkeren in de wijken vinden wij ook heel erg belangrijk, maar dat moet dan ook natuurlijk gestoeld zijn op concrete initiatieven die we volgend jaar kunnen verwachten vanuit het college en ik ben in de vooronderstelling dat ik die nog steeds niet in dat kader heb gelezen of gezien, maar wellicht dat de portefeuillehouder daar iets over kan vertellen.
19
De voorzitter: Ja, we gaan dat zo merken dan. Dit was het vanuit de VVD? Vanuit GroenLinks, de heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u voorzitter. Sorry. Een groene en duurzame ruimtelijke inrichting van Dordrecht is een kernlijn van ons verkiezingsprogramma menselijk, eerlijk en duurzaam en we zijn dan ook blij dat dat in hoge mate in het coalitieakkoord en ook in de begroting terug te vinden is. Ik noem onder andere de versnelling van de energietransitie, groen tot aan de voordeur, klimaatadaptatie, bevordering biodiversiteit, circulariteit, natuur inclusief bouwen, de dertig procent sociale woningen van het totaal en het STOMP-principe waarbij loop- en fietsvoorzieningen voorrang krijgen. Dat is een hele positieve mening over dit akkoord. Dan zijn er natuurlijk een aantal zaken waar we andere of uitgebreidere gedachte hebben. Ten eerste klimaatneutraliteit. Er komen binnenkort plannen hoe we in 2040 klimaatneutraal kunnen zijn. Energiebesparing, duurzame mobiliteit, duurzame energieopwekking zijn daar onderdeel van. Dat gaat dus voor achttien jaar tot 2040, maar er is nauwelijks structureel geld voor en dat dringt.
We vragen het college daarom om een onderbouwde inschatting te maken hoeveel geld er eigenlijk nodig is tot 2040, welke mogelijke andere financieringsbronnen naast de reserves er zijn en een goed verhaal te maken om duidelijk te maken dat er ook uit incidentele reserves kan worden geput. Het tweede punt, de klimaatadaptatie. In de plannen van Groenblauw aan de Dordtwijkzone zit veel over klimaatadaptatie. Dat juichen we toe. Waar onzes inziens nog wat meer aandacht voor mag zijn dat zijn maatregelen in alle wijken gericht op wateropvang, droogtebestrijding, het opvangen van hittestress en als je dat doet dan hoort daar ook budget bij, structureel of incidenteel. De vraag is: is dat er voldoende? Volgende punt, de participatie. Na de verkiezingen hebben we raadsbreed geconstateerd dat er een ernstige kloof is tussen burgers en politiek of bestuur, dat velen geen vertrouwen meer in de overheid hebben. Er moet dus creatief gezocht worden naar vormen van inspraak, participatie, medeverantwoordelijkheid van burgers, die in een veel hogere mate dan nu het geval is het gevoel geven dat ze echt meedoen, dat er echt wordt geluisterd. Ook hier geldt weer, daar is menskracht en budget voor nodig. Is dat er? Dat ga ik naar het tweede programma. De betaalbaarheid van de woningen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Groenewege nog over de duurzaamheid denk ik.
De heer Groenewege: Ja, het valt mij op dat GroenLinks veel geld mis, geld voor de energietransitie, geld voor wateropvang, geld voor droogtemitigatie, geld voor hittestress, geld voor inspraak, maar GroenLinks zat toch zelf aan tafel toen deze begroting werd opgesteld? Wat is daar gebeurd? De heer Den Hartog: Zeker. De heer Den Hartog: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u. We hebben natuurlijk een akkoord op hoofdlijnen en dat vergt verdere invulling. Er is natuurlijk geld gereserveerd voor programma’s en de nadere invulling die gebeurt nu, dat is onderdeel van de nieuwe bestuurscultuur waarin overigens ook de oppositie mee kan praten natuurlijk, want dat wordt hier in de raad besloten en wij geven aan welke aandachtspunten wij graag zouden willen zien.
20
De heer Groenewege: Dan valt het mij op dat de VVD echt een heel positief verhaal had over de begroting, geld voor parkeren en geld voor allemaal VVD dagdromen, maar geld voor GroenLinks dagdromen die zijn er niet zoveel. Wat is daar dan mis gegaan? De heer Den Hartog: Nou, dat valt nog te bezien. Dat is vooruitlopen op de antwoorden. De voorzitter: De heer Gündogdu en daarna de heer Kuhlmann. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Overigens mijn complimenten richting de heer Den Hartog in die zin dat hij terecht de vraag stelt. We zijn enorm ambitieus, dit is de start van het nieuwe college met een enorm ambitieus document waarbij ook de raad een rol krijgt vanwege de manier van de nieuwe bestuurscultuur. Waar ik met name zeg maar benieuwd naar ben, volgende week gaan we de begroting vaststellen of niet. Dat is dan het moment en u stelt terecht een aantal vragen van: wat voor dekking hebben we eigenlijk gezien de ambitie, zeg maar even achttien jaar tot we de mijlpaal 2040 hebben bereikt? Wat heeft u dan concreet van de raad nodig om het college te overtuigen dat ze wat meer moeten gaan doen dan nu in de begroting staat? De heer Den Hartog: Nou, ik weet niet of het gaat per se om meer doen dan nu in de begroting staat.
Er staan nu een aantal doelstellingen geformuleerd die wij ondersteunen natuurlijk en dat gaat veel meer om het totale waar ga je precies je geld op inzetten? En die verdere invulling die zal nog moeten plaatsvinden. De heer Gündogdu: Voorzitter, dan begrijp ik dat zeg maar de begroting op dit programma wat u betreft voldoende is, maar de verdere vertaling naar de subonderdelen dat nog verder moet uitgewerkt worden, maar u bent van mening dus dat de start anno 2022-2023 zeg maar met de begroting met de ambitie om over achttien jaar klimaat neutraal te zijn voldoende is gebouwd op dit moment financieel. De heer Den Hartog: Ja, op hoofdlijnen zijn we positief over deze begroting. De voorzitter: Dan had de heer Kuhlmann nog een interruptie en daarna de heer Stam. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel voorzitter. Een vervolg op wat de heer Den Hartog zei en ook een beetje de opmerking van de heer Groenewege, ik denk dat voor alle partijen in deze coalitie en misschien ook wel in deze raad dat geldt dat je sommige dingen bereikt en andere dingen niet en ik denk dat zeg maar als je kijkt hoe die begroting eruit ziet dat voor GroenLinks en de VVD niet heel erg verschillend is.
Waar VVD’ers en ook Dordtse VVD’ers zich doorgaans wel in kenmerken is dat wij vaak een vrolijke en optimistische mensen zijn die liever kijken naar de dingen die we bereikt hebben dan dat we gaan zeuren over de dingen die nog niet goed zijn, dus misschien verklaart dat het verschil. De voorzitter: Ja, oké, ik stel voor dat we elkaars geestengesteldheid een beetje buiten het debat laten, want de heer Den Hartog lacht er nog vrolijk bij, maar gaat u vooral verder met uw woordvoering. Nee, ik vergeet de heer Stam bijna, excuus. De heer Stam: U kijk toch niet over me heen zou ik zeggen. Ik vind het toch wel een bijzondere opmerking van de heer Den Hartog van: dan moeten we eens goed kijken.
21
Zijn die middelen er nog? Incidenteel of structureel? Nogmaals, u heeft een begroting opgesteld, u heeft een programma opgesteld en hoe moeten dan die nieuwe bestuurscultuur dan zien? U heeft nu de oppositie nodig om uw collegeprogramma er volledig doorheen te krijgen en als ik dan toch het spelletje meespelen wat net werd gespeeld dan zie ik de VVD vooral het oude beleid in de begroting zetten en GroenLinks proberen het nieuwe beleid te implementeren, maar ik vind het wel een bijzondere vraag. Als we hier nu bij een begroting behandeling zitten en volgende week dat u de vraag stelt van: zijn er wel voldoende middelen om het programma uit te voeren? Dat vind ik heel bijzonder. De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, volgens mij heb ik duidelijk aangegeven dat het niet gaat om zijn er voldoende middelen? Want zoals net ook al eerder gezegd, wij ondersteunen deze begroting. Die is op hoofdlijnen. Onze vraag gaan heel erg om hoe ga je dat verder invullen meer op detailniveau? Daarbij is iedere hulp van de oppositie, maar dat geldt voor ieder onderwerp natuurlijk, altijd welkom, maar het is zeker niet zo dat we dat nodig hebben, want ik denk dat binnen de coalitie daar eigenlijk geen problemen zullen ontstaan.
Voor wat betreft de financiering gaat het er meer om dat wij natuurlijk min of meer een beetje op de vingers zijn getikt van: er worden hier een aantal structurele taken met incidenteel geld betaald en daarvoor vragen wij natuurlijk een goed verhaal. Dat is er volgens mij, maar het is aan de wethouder om daarmee te komen dat hiervoor ook incidenteel geld ingezet kan worden. De voorzitter: De heer Stam, bent u tevreden? U kijkt nog wat vragend. De heer Stam: Nou, ik kan wel zeggen misschien ben ik wel tevreden, maar ik weet niet of de provincie tevreden is met structurele uitgaven incidenteel gedekt, maar dat zien we dan wel weer. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, was u klaar? De heer Den Hartog: Nee. Ik ging nu naar het tweede programma toe. Dan moet ik even, want hij is net uitgevallen. Ja. De betaalbare woning, ja, er zijn allerlei bedreigingen voor iedereen zeg maar. De almaar stijgende prijzen die staan op gespannen voet met het realiseren van betaalbare woningen, hoge inflatie, materiaalkosten stijgen, loonkosten ook en de vraag is eigenlijk: in hoeverre blijven de uiteindelijk opgeleverde huizen nog steeds betaalbaar voor de inwoners van Dordrecht? Wellicht dat het college de wethouder daar wat over kan zeggen. Wellicht is er een rol voor samenwerken met de projectontwikkelaars. Ik hoor graag ideeën om het betaalbaar te houden.
Dan de planvoorraad ten opzichte van de realisatie, ja, we krijgen vanuit verschillende bronnen verschillende informatie over die zachte en harde planvoorraad, vooral als het gaat om de sociale woningbouw. Dat wekt wat verwarring. Dat is de vraag. Is de harde planvoorraad nu echt groot genoeg om het doel van duizend woningen te realiseren? Is er ook zicht op waar we precies kunnen bouwen en waar beslist niet? Oftewel, kunnen we garanderen dat er voldoende snel sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen komen? Daar bovenop, in de voortgangsmonitor vorig jaar werd nog gesteld dat het vormen van een harde planvoorraad dat het daarna nog twee jaar duurt voordat ze daadwerkelijk gebouwd zijn. Dat is logisch, want het is gebaseerd op landelijke cijfers.
22
Echter, als er wordt gekozen voor binnenstedelijk bouwen dan rekent de eigen bouwsector vanwege allerlei obstakels met doorlooptijden tot soms wel tien jaar. Onze vraag aan het college is natuurlijk ook: gaan jullie nog steeds uit van die doorlooptijd van twee jaar? En welke realisatie van woningen kunnen we verwachten indien de doorlooptijd langer is? Vijf jaar? Tien jaar? Wie zal het zeggen? De voorzitter: Even een opmerking, want het is wel hele technische specifieke vraag. Die had u eigenlijk beter bij de technische ronde kunnen stellen, maar goed. We moeten zo maar even kijken of er een antwoord op te dichten is en anders dan zal ook deze denk ik iets later beantwoord worden. De heer Stam heeft nog een interruptie. De heer Stam: Ja, toch weer een vraag en ook hier weer een bijzondere. Ik hoorde de heer Den Hartog net zeggen van: het is hartstikke duur om huizen te bouwen, ook sociale woningen. Zijn die sociale woningen dan nog betaalbaar? Dan denk ik bij mezelf: u zit in het college. Tuurlijk zijn die betaalbaar. U moet alleen een wat hogere onrendabele top afdekken, maar daarvoor zit u nu toch in het college? Dus ik vind die vraag een beetje raar.
De heer Den Hartog: Nou ja, het is precies waar ik naar vraag volgens mij van wat wordt er gedaan om bij stijgende kosten het toch nog betaalbaar te houden? Want dat staat voorop inderdaad dat het betaalbaar blijven voor een grote groep inwoners. De voorzitter: Ja, ik denk dat het verschil is dat u daar een oplossing voor heeft en dat de heer Den Hartog daar een vraag voor heeft. Nou ja, goed. Op zich, het is goed gebruik om in een duaal stelsel natuurlijk ook kritisch het college te bevragen. Zodoende. De heer Den Hartog: Laatste puntje nog. De voorzitter: Dat was uw laatste punt? Kort. De heer Den Hartog: In afronding het OV. Dat wordt steeds verder afgeschaald en dat is een probleem op zich en leidt tot frustraties bij reizigers, bij personeel. Ja, het is zo langzamerhand de vraag of korte termijn lapwerk soelaas gaat bieden. Overheden moeten voortvarend nadenken om het OV op een andere leest te schoeien. Daar hebben we het college al eens eerder toe opgeroepen. Hoe wordt daar verder vervolg aan gegeven? Dat was eigenlijk de laatste vraag. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de eerste termijn gehad.
Wat zegt u? U wilt zeker even kort schorsen? Wij zitten nu op vijf voor negen en we hebben tot half tien, dus we hebben nog het college, dus de tweede termijn wordt in ieder geval heel strak en kort vermoed ik zomaar, maar misschien dat we even heel kort dan voor degenen die nog naar het toilet moeten of roken is eigenlijk een slechte gewoonte, maar we starten over vijf minuten maximaal, negen uur. Oké. Nu ben ik niet in beeld. Oké, wij gaan weer starten. Wij gaan weer starten, mensen. Wij zijn toe aan de reactie vanuit het college. Ik heb wel wat meegeschreven, maar de grote lijnen, ik neem aan dat de drie wethouders voor zichzelf al weten welke onderwerpen hun portefeuilles betreft, want het ging van de baby’s tot onze senioren, het ging van het stadspark tot parkeren tot eigenlijk alle facetten van de stad zijn voorbij gekomen, dus dat is ook wel mooi om te zien, maar ik stel voor dat wethouder De Jonge als eerste de aftrap doet, want volgens mij waren op
23
haar portefeuille toch behoorlijk wat opmerkingen en mogelijk nog wat korte vragen en nog even voor de wat meer technische vragen ook gezien de tijd, als dat kort kan dan graag kort. Als dat wat langer wordt dan zou ik zeggen: kijk wat er dan ook nog schriftelijk na afloop voordat de raad volgende week is op papier naar ons toe kan komen, althans, digitaal. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u voorzitter. Ik ga mijn best doen om het kort en krachtig te houden, maar er zijn wel een grote hoeveelheid vragen gesteld. Ik loop ze gewoon na en laat inderdaad weten als ik wat gemist heb of dat het nog beantwoord moeten worden. Te beginnen Partij voor de Dieren heeft een vraag gesteld over dierenwelzijn. Volgens mij moet je nooit aan een bestuurder vragen of die extra budget wil, want dat is natuurlijk altijd een heel goed idee, want we willen dat natuurlijk heel graag. We gaan straks dierenwelzijn of dierenbeleid evalueren en herijken, de startnotitie is in de afrondende fase daarvoor. Als we daar extra budget meekrijgen gaat dat natuurlijk enorm helpen om daar gelijk een goede uitvoering aan te geven, maar u vraagt ook tegelijkertijd van: kunnen we nu al aan de slag? En u geeft ook een voorbeeld vanuit Den Haag.
Ik denk dat het altijd goed is om te kijken wat andere gemeenten doen en wat wij daarvan kunnen overnemen en ik kan me ook wel voorstellen dat dat bij ons, we hebben Weizigt, we hebben Louterbloemen, maar ook de dierenartsen, misschien wel een heel mooi onderwerp waar misschien dan ook wat extra budget gelijk goed gebruikt voor kan gaan worden. Ten aanzien van de watertappunten weet ik dat we in kaart aan het brengen zijn van waar de nieuwe watertappunten zijn en dat we in samenwerking met onze GGD ook gaan kijken van: hoe moet je dat verder uit te breiden? Wat zijn nou de handige punten waar je deze zou willen gaan aanbrengen? Dus dat komt op een later tijdstip nog terug. De voorzitter: De heer Groenewege wil hier graag op interrumperen. De heer Groenewege: Korte vraag, in de beantwoording van de technische vragen heeft het college gezegd nadere politieke duiding te willen voordat ze er verder mee aan de slag gaan. Wat bedoelt het college daar dan mee? De voorzitter: De wethouder. Nou, volgens mij, nadere politieke duiding, wij hebben ook in ons politiek akkoord gezegd dat wij samen met de raad en stad aan de slag willen met heel veel onderwerpen en samen aan de slag gaan betekent dus ook inderdaad dat we met u in overleg zullen gaan, maar zoals ik al zei, ook de GGD zal betrokken zijn om te kijken: hoe is nou een goede verdeling te realiseren? Dan ga ik verder, voorzitter.
De invasieve exoten. Ja, we hebben helaas ook in Dordrecht te maken met planten als een Japanse Duizendknoop en een Berenklauw. Dat zijn de planten die we toch niet heel graag in groten getale en ook niet echt als onze biodiversiteit aanmerken, dus dat bedoelen we daarmee dat we daarnaar willen gaan kijken. Een mooie vraag, de bomen voor nieuwe inwoners. Daar zijn … De voorzitter: De heer Struijk heeft een interruptie. Het wordt al laat. De heer Struijk: Ja, dank u wel wethouder voor het verhaal op de Japanse Duizendknoop. Dat is een ding dat moet je inderdaad met wortel en tak uitroeien, maar ik had expliciet
24
genoemd de nijlgans en de halsbandparkiet of het college ook van voornemens was om daar wat aan te doen, want dat zijn ook invasieve exoten. De voorzitter: De wethouder over parkieten. Mevrouw de Jonge: Ja, nou ja, misschien moet ik hem koppelen aan het vorige punt, dierenwelzijn, dat we daar ook aandacht aan gegeven bij het dierenbeleid van hoe ga je om met invasieve exoten zoals in de tekst van de begroting? En van de vraag beantwoorden is het echt gericht op de planten heb ik meegekregen, maar ik hoor duidelijk van kijk ook eens naar die beestjes die misschien niet hier niet helemaal in onze klimaat en in onze samenleving thuishoren. Ik neem het mee. Dan, de bomen nieuwe inwoners. Er werd de vraag gesteld van waar zouden die dan allemaal kunnen komen? Waar we over aan het nadenken zijn, maar dat is echt in het beginstadium, het mooiste zou natuurlijk zijn dat de kersverse ouders zelf een plek gaan zoeken. Waar zouden zij die boom nou willen? Want het hoeft wat ons betreft niet altijd in een gemeentegrond. Als zij zeggen: we vinden het heel gaaf om die boom in onze eigen tuin te hebben zodat we echt die blijvende herinnering hebben moet dat ook kunnen.
Volgens mij is het belangrijker dat wij als gemeente faciliteren dat mensen een boom of een struik, hoe ze het zelf ook willen invullen, kunnen ophalen en daarmee iets voor hen heel dierbaars, een mooie herinnering aan die geboorte hopelijk en ja, dat wij daarmee ook impliciet dan de vergroening van onze stad mee kunnen nemen, dus dat even ten aanzien van waar zouden die bomen kunnen komen? Dan een groot thema wat meerdere keren terugkwam, klimaatneutraal 2040, hoe gaan we dat doen? Hoe gaat dat eruit zien? En is het allemaal realistisch? Kijk, toen wij hierover gesproken hadden met elkaar hebben we hier heel goed over gesproken van: wat schrijven we op? Dat moet uiteraard realistisch zijn en waar we mee te maken hebben als je naar klimaatneutraliteit kijkt, want technologieën zijn er, als wij vandaag alles zouden doen met de technologieën van vandaag kunnen wij theoretisch gezien klimaatneutraal zijn en als we al het geld hadden wat blijkbaar ook nog wel ergens bij pensioenfondsen ligt, dat zou ook nog kunnen. Maar we hebben hier te maken met transitie waar we te maken hebben met mensen en met ondernemers en die moeten allemaal mee kunnen en mee kunnen doen, maar die moeten we ook vragen om samen met ons op te trekken hierin, want er zijn heel veel objecten en vraagstukken waar we hem voor nodig hebben en dat is de uitdaging die we ook als gemeente zien.
Willen wij de versnelling gaan doen, dat betekent dat we intensiever gaan samenwerken met de grote partij met onze inwoners. Nou, er werd al gerefereerd van: u wilt iets gaan doen met de EFG-labels, u wilt iets gaan doen met zonoffensief en dat zijn nou al die plannen die de afgelopen jaren al in gang zijn gezet. Daar gaan we ook gewoon mee door, maar die we nu ook met elkaar in verband gaan brengen om te zeggen van: als we dat nou over elkaar heen gaan leggen dan weten we vanuit de transitievisie warmte van: er zijn wijken die zijn geschikt voor wijken, voor elektriciteit. Als we dat nu combineren met de EFG-labels en met de plannen die in steden een HVC hebben dan komen wij als het goed is onze eerste kansrijke wijken naar boven en kunnen we ook heel gericht inwoners gaan informeren van deze wijk zien wij echt als eerste op de uitrol komen staan waar we aan de slag willen gaan met de inwoners, met de partijen die daar dan ook bezit hebben of een infrastructuur moeten aanleggen, dus ik begrijp uw oproep van: kunt u duidelijk maken aan de inwoners wat hun perspectief is? Aan de ene kant zeg ik ja, maar het is nog versnipperd in losse documenten. Dat willen we allemaal samen gaan brengen zodat het duidelijk is wat men
25
kan gaan doen. Er werd ook gevraagd van hoe ga je ze daarbij helpen? Het energienet heeft altijd al adviezen kunnen geven per woning, per leeftijd bijvoorbeeld, wat zijn nou de meest logische maatregelen om te nemen? Ook voor monumenten waarbij we ook herkennen dat verdient specifieke aandacht en daar gaan we ook echt naar kijken van: hoe kunnen we mensen die in monumenten of in de negentiende-eeuwse schil leven en willen verduurzamen, hoe kunnen we die wel helpen? Want we willen dat iedereen mee kan doen. Dat kan wel zo zijn uitdagingen hebben, maar dat moeten we niet uit de weg gaan. Even kijken hoor. Dus schuren van een energietransitie … De heer Struijk: Voorzitter? Even een vraag ter verheldering als dat mag. Ik noemde het een tijdsplan in mijn inbreng voor die bewoners van wanneer is welke wijk aan de beurt? U zegt dus dat dat wel gaat komen of leg ik u dan iets in de mond? Mevrouw De Jonge: Nou, wat wij willen gaan doen is dat wij in ieder geval vanuit alle informatie die wij hebben aangegeven welke wijken inderdaad de no regret, want daar werd ook naar gevraagd van: gaan we niet investeren in zaken die misschien later nog in efficiënter kunnen? Nee, we gaan dan kijken van: wat is voor bepaalde wijken nu zo evident als we dat gaan doen dat dat echt een structurele oplossing is in het kader van het energieneutraal worden.
Dus wijken kunnen wij duidelijk aan gaan geven van als we hier aan de slag gaan dat is echt no regret en dat is echt gericht op die bijdrage. Er zullen ook wijken zijn waar we waarschijnlijk nog wel wat vraagtekens hebben. Ja, dan moet je ook niet gaan beginnen en dan moet je ook eerlijk zijn tegen de inwoners van: voor uw wijk weten we het nog niet honderd procent en daar gaan we mee verder, want dat is ook de opdracht die we hebben. Elke twee jaar moeten we ons RES herzien om te kijken of die nog voldoet aan de actualiteit, een keer in de vijf jaar onze eigen transitievisie warmte om te kijken van: zitten we nog steeds op het goede spoor? En daar pakken we automatisch actuele ontwikkelingen, zowel op technologie, maar eventueel ook op andere aspecten om te kijken van: zijn we in de wijken steeds met de goede dingen bezig? En een wijkaanpak duurt uiteindelijk ook toch zo een kleine acht jaar vanaf het moment dat je zegt: inwoners, we gaan beginnen tot het werkelijk mogelijk ook van aardgas vrij worden. De voorzitter: De heer Stam ter interruptie. De heer Stam: Ja, dank u wel voorzitter. Toch nog even daarop ingaan.
Ik hoor u zeggen met ontwikkelaars, die begrijp ik, woningbouwcorporaties, die begrijp ik, maar hoe gaan we daarmee om met particulier bezit? Als ik bijvoorbeeld mijn eigen straat neem, veertig woningen, negentien mensen zeggen: ik hoef geen warmtenet en 21 zeggen: ik wil het wel. Mevrouw De Jonge: Ja, dat is een hele goede vraag en dat is onderdeel ook van de warmtewet die op dit moment herzien wordt van: welke instrumenten gaan gemeenten krijgen om ook particulieren mee te krijgen in de transitie? En de minister is daar nu ook echt over aan het nadenken van: moet je misschien zeggen als in een wijk zoveel procent voor een bepaalde andere warmtebron is dat je dan als gemeente kan zeggen van: dan beginnen we ook. We moeten dat ook even volgen hoe wij als gemeente gefaciliteerd worden vanuit de gemeentewet. Ik vind ook dat het onze uitdaging is dat als de kansenrijkheid aangetoond is om mensen te gaan verleiden om wel mee te doen, want uiteindelijk zou het voor de inwoner misschien niet in de eerste jaren het meest
26
attractieve zijn, maar we willen ook kijken: wat betekent dat bijvoorbeeld over tien jaar en bent u dan veel beter uit om nu toch mee te gaan in deze transitie? Vooralsnog kunnen wij helemaal niemand verplichten. Dat is gewoon wettelijk uitgesloten. Maar ik denk wel door goed te kijken naar buurten, te laten zien van, we hebben altijd gezegd corporaties als de Startmotor als je daar goed bod neerlegt voor de particuliere eromheen en dan ook met een HVC en een Stedin gelijk gaat kijken van: hoe gaan we dit in een keer goed doen? Dan moet dat toch wel hopelijk attractief genoeg worden om meer ja’s te gaan krijgen. Op Ons eiland vroeg: schuurt dat dan niet als we kijken naar de huidige energiemarkt en een college dat wil versnellen? Wat wij op dit moment zien is dat we juist heel erg snel aan het verduurzamen zijn. Er wordt 25 procent minder gas verbruikt dan een jaar geleden. Mensen willen heel graag nu zonnepanelen. De warmtepompen zijn niet aan te slepen, dus we zien nu juist eigenlijk een helaas positief effect van de crisis waar we in terecht zijn gekomen dat mensen zich zeer bewust zijn geworden in ieder geval via de prijskant om toch ook die versnelling wel te willen gaan doorvoeren.
En SP vroeg ook: hoe staat het met de leningen? Dat zal ik inderdaad moeten navragen, maar vandaag, 1 november is bijvoorbeeld ook voor mensen met een lager inkomen met een koopwoning is wel de nul procent rentelening in werking getreden, dus we zien ook wel dat het Rijk ons nu echt aan het helpen is om slagen te gaan maken en ervoor te zorgen dat ook mensen met een koopwoning, maar ook met een laag inkomen, want die hebben we ook in die moeten we ook de aandacht geven, die nu ook goed mee kunnen gaan doen. U vroeg ook nog van de RES, dat zien wij niet in de begroting. Nee, dat klopt inderdaad, want de uitwerking van de RES zit met name in ons zonoffensief, het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed en dat hebben we allemaal een agenda 2030 onder het programma duurzame stad en dat heeft een reserve gekregen en de reserve die ziet u niet in de begroting terug in de eurotekentjes en daarvoor doen we een beroep op het programma duurzame stad. De heer Gündogdu: Voorzitter, mag ik even ter verduidelijking? De voorzitter: Heel kort gezien de tijd. De heer Gündogdu: Ja, heel kort. Ik begrijp uw antwoord heel goed, maar ik was met name benieuwd van: wat gaan we dan in 2023 daarvan merken wat nu terugkomt in de begroting? Mevrouw De Jonge: Dat is uw vraag.
Naar aanleiding van besluit wat u als raad heeft genomen is er inmiddels een projectmanager zonoffensief in dienst genomen, dus gekomen, ook sinds deze week, dus die gaat snel aan de slag met de projecten voor zon op daken. Ja, zonoffensief. Dus dat is wel de uitputting die we in duurzame stad gaan doen. Verduurzamen van ons eigen maatschappelijk vastgoed. We hebben de prioriteitenlijst en voor de eerste panden komt er een plan van aanpak en zullen we een krediet komen ophalen bij uw raad om ons in de gelegenheid te stellen om ook echt aan de slag te gaan bij onze gebouwen, dus dat gaat u echt wel concreet merken. U had ook nog even de vraag over prijzen voor warmte en gas. Ook dat is iets wat landelijk is geregeld. Ook daar zijn we vanuit de G40 en de VNG aan het drukken om dat zo snel mogelijk van elkaar los te koppelen, want u ziet inderdaad dat dat een ongewenst effect heeft, dat we willen dat mensen aan de warmte gaan en met gasprijs daarmee omhoog gaan. Nu is het wel zo op uw vraag van: kan de gemeente wat doen? De prijs van warmte wordt bepaald door de ACM en de HVC kan daar van afwijken en HVC zit ook
27
echt lager dan wat de ACM als tarief meegeeft, dus in die zin zijn wij als gemeente wel content dat zijzelf niet zeggen: we gaan op het maximale zitten, maar kijken: hoeveel hebben we nodig om onze kosten te dekken en gaan ze op iets lager tarief zitten dan elders in het land. Uw laatste vraag was nog: het grofvuil voor twintig euro. Ja, kijk, we maken kosten. Wij vinden het als college schappelijk dat wij daar een vergoeding tegenover zetten, maar het is natuurlijk aan u als raad om te besluiten als u zegt: ja, dat willen wij niet meer, die leg ik in uw handen dan om daar de beraadslaging over los te laten. Even kijken, voorzitter. De voorzitter: Volgens mij was u al een heel eind. Mevrouw De Jonge: Ik ben al ver, ja, volgens mij ook wel. De voorzitter: Ik zou zeggen dat u alles gehad heeft, maar ik weet niet of er iemand nog iets mist in de beantwoording? Anders dan was dat het. Dan gaan we naar de heer Van der Linden. De heer Burggraaf, wethouder Burggraaf die moest naar de ruimte hiernaast om iets toe te lichten, dus ik weet niet of die terugkomt, maar wij hebben nog twaalf minuten en we moeten ons echt aan de tijd houden, want we hebben hierna een commissie met een inspreker, dus die kunnen we ook niet laten wachten, dus het woord is aan wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Maar u zegt er niet bij: hou het maar kort. Dat zegt u niet.
De voorzitter: Nee, dat durf ik bij u niet. De heer Van der Linden: Nee, maar zo is het. Ik ga even kort een op een paar vragen en ik had een aantal opmerkingen over hoe fracties tegen de begroting aankijken, die laat ik even achterwege dan. Allereerst de Schwung app, een onderwerp dat de heer Struijk nou aan het hart ligt. Dat weet ik uit diverse contacten. Ik was anderhalf, twee jaar geleden wel blij dat we op deze manier ook een groene golf deels voor de fietser konden organiseren. Ik vind de app niet heel goed functioneren. We krijgen meer vragen en klachten ook wel over de werking. Op sommige plekken werkt die ook net iets beter dan op andere, dus ik ben in principe geneigd om te zeggen: laten we er na dit jaar een punt aan draaien. We zijn wel altijd benieuwd en ook geïnteresseerd in manieren om via apps ook data te krijgen, anonieme data, want zo zit het in elkaar, over hoe het verkeer door de stad heen beweegt en dat is autoverkeer en dat is ook fietsverkeer, want daarmee krijg je veel informatie over de bereikbaarheid van plekken waar veel of waar wat minder verkeer heengaat, maar in principe ben ik geneigd om deze app niet meer in het assortiment te laten hebben.
Andere vraag was die waterbushaltes, kunnen we daar niet beter van maken: investeer in zeg maar even in de schepen zelf? Ons principe is altijd, en dat hanteren we bij spoorverbindingen, dat hanteren wij bij busverbindingen en ook bij waterverbindingen, dat wij investeren aan de landzijde, dus aan de haltekant, en de exploitatie van de lijnen zelf die ligt bij de vervoerder en zo hebben we ook anderhalve maand geleden dacht ik wel het gesprek over gevoerd met de Blue Amigo mensen, ook in deze ruimte trouwens of een zaal verderop. Kijk, en we weten allemaal dat het OV net als veel andere sectoren nu echt met een enorm arbeidsmarktprobleem zit wat echt invloed heeft op de exploitatie van alle lijnen, maar we weten ook dat er plannen zijn en die moeten nog tot resultaat leiden, om meer personeel in dienst te nemen, dus ik ga er vanuit dat het OV over een poos echt wel weer op sterkte is en dan gaan we die bushalte
28
ontwikkeling ook nodig hebben, zeker als het gaat om de Merwekade, waar we echt de waterhub kans zien en een betere verblijfskwaliteit gaat dan echt helpen. Nou, dan heb ik nog een aantal vragen gehad. Misschien nog even een vraag over de Groenblauwe plannen rond wateropvang, hittestress, enzovoort. Wij hebben daar een aantal pilots op gedaan. We hebben daar in onder andere de Vogelwijk ook maatregelen genomen. In feite werkt het zo iedere keer als je met een grootschalig project de wijken ingaat, dat kan een infraproject zijn, dat kan soms ook een groenbeheerproject zijn, dan kan je de vraag stellen: kunnen we hier ook iets met Groenblauw? En soms is het ook helemaal niet nodig, want er is geen thematiek, er is geen probleem en er is ook niet veel extra nodig, maar soms is dat wel zo. Het is nu niet zo dat wij een overzicht hebben van alle maatregelen die we de komende jaren gaan nemen met een rekening daarbij hoeveel het gaat kosten en of er nog een gat zit. Ik ga er wel vanuit dat alle voorzieningen die we nu hebben financieel op middellange termijn plannen voor hetzij infraprojecten, hetzij groenbeheerprojecten of nog andere projecten in de wijk, dat die niet dekkend zijn om alles helemaal Groenblauw uit te voeren.
Ik weet wel dat er een aantal landelijke regelingen aankomt die daar ruimte in gaan geven, dus dat gaan we de komende tijd verder ontwikkelen en daar komen we zeker op terug, zeker bij de behandeling van het programma Groenblauw. Ik weet wel dat er een aantal projecten al onderweg is waar we zeker wel de Groenblauwe aanpak ook in gaan verwerken. Dat zijn de vragen en de antwoorden en de zienswijze laat ik even achterwege. De voorzitter: Dank u wel. Dat was mooi kort inderdaad. Wethouder Burggraaf is ook weer terug, dus u krijgt de laatste vier, vijf minuten. Dan kunnen we nog op een nette manier afsluiten. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het dan ook kort houden. Om maar te beginnen met een aantal vragen die rondom het bouwprogramma gingen en om van wal te steken bij wat Forum voor Democratie hun betoog mee begon die eigenlijk stelde van: je zou niet moeten willen bouwen op onrendabele plekken of de stad verder moeten verstedelijken en je zou überhaupt niet meer moeten groeien als stad. Zo vat ik hem even samen. Daar is de visie van het college echt diametraal op, want juist door dat binnenstedelijk te verdichten ga je enorme kwaliteit aan die stad toevoegen.
Het feit dat je nu aankomt rijden op een Maasterras in een enorm versteende omgeving die niet uitnodigend is, juist als je daar binnenstedelijk gaat verdichten ga je daar enorm veel kwaliteit in je stad in toevoegen en dat kost inderdaad geld, dus daar hebben we ook geld gereserveerd, maar daar ga je enorm veel kwaliteit en leefbaarheid voor terugkrijgen in je stad. En dat is met al je binnenstedelijke verdichtingsplekken zo… Je zorgt daarmee dat de kwaliteit, leefbaarheid voor de bestaande bewoners en voor nieuwe bewoners toeneemt en het is ook belangrijk dat de stad nog een beetje groeit, want we hebben al in eerdere periodes flink geïnvesteerd in heel veel voorzieningen in onze stad op het culturele vlak, maar ook in onze binnenstad, voorzieningen die eigenlijk alleen maar duurzaam in stand kunnen blijven op het moment dat je ook als stad net iets groter bent dan wat we nu zijn en daar komt die groeiambitie vandaan, want op die manier heb je ook voldoende gebruikers in de stad om die voorzieningen duurzaam in stand te houden. En dan moet je inderdaad in die kwaliteit moet je van je stad ook breder kijken dan alleen de woningen die je bouwt, maar ook de voorzieningen die je nabij hebt. Dat was de bijdrage van het CDA. En een terecht punt wat ook het college erg belangrijk vindt dat je bij de uitrol van je stad ook goed kijkt van: heb je dan al je
29
voorzieningen en je leefbaarheid goed op orde? Zitten de scholen dichtbij? Heb je voldoende huisartsenposten? Et cetera. We gaan een traject een van de omgevingsvisie 2.0. Dat staat ook in de begroting en daar gaan we die kaarten eens even goed op elkaar leggen en kijken of we in de goede samenhang, dingen die ruimte, die schaars zijn die eerst ook goed invullen en zorgen dat ook al die voorzieningen en dergelijke goed nabij zijn en dat ook bijvoorbeeld bewegen in de buurt aantrekkelijk is en gestimuleerd wordt. Het stadstrand hoort daar ook bij als een belangrijke voorziening. Die staat genoemd in de begroting en is eigenlijk, bemerk ik vanuit het amendement, maar eigenlijk wordt die iets te eng gelezen.
We hebben hem daar als voorbeeld genoemd dat we nu met het ontwikkelplan Wantij-West bezig zijn waarbij je kan zwemmen in open water, dat je dat ook nog op een manier zou kunnen in dat gebied wat veiliger is, waarmee je bijvoorbeeld een steigerwerk eromheen zou kunnen hebben, dat je eigenlijk nog veel meer plekken in de stad zou kunnen hebben waarbij dat zwemmen in het open water op een aantrekkelijke manier zou kunnen, dus er zijn meer plekken dan alleen daar en je zou ook inderdaad aan een stadstrand kunnen denken waarbij je ook echt meer een strandbeleving dichtbij de stad brengt, dus u moet hem vooral zo lezen als zijnde we hebben budget gereserveerd om zowel zwemmen in open water als het stadsstrand in onze stad te kunnen uitbreiden of te kunnen gaan faciliteren en dan doen we een brede verkenning daar in samenhang met verschillende plekken omdat, u heeft het de vorige raad gehoord, er ook een onderzoek is naar de waterkwaliteit en het vraagstuk daar. Dat speelt natuurlijk ook een rol. Dan vervolgens ook naar potentiële locaties en dat brengen we dan vervolgens samen om vanuit daaruit kunnen vaststellen van: waar en op welke plekken voegt dan een stadsstrand en zwemmen in het open water het meeste toe aan onze stadsbeleving en kan dat het beste vorm krijgen? Even kijken hoor.
Dan had ik nog een vraag van de ChristenUnie-SGP over de verbinding van Stevensweg en Sterrenburg. Dat is onderdeel inderdaad van de Dordtwijkzonetraject. Daar ligt nu een voorstel voor u bij de raad met het eerste deelproject ook rondom Stevensweg Schenkeldijk. Daar worden dat soort onderzoeken ook in gedaan, dus dat is nu nog te vroeg om te zeggen: dat kunnen we gaan realiseren, maar dat soort verbindingen zijn precies wat er in dat programma nader onderzocht gaat worden en in kaart gebracht gaat worden. Dan het bouwprogramma waarbij uit GroenLinks de vraag was: hoe zit het nou met die harde planvoorraad? Is er genoeg om die duizend woningen te bouwen die nu door het college als ambitie is neergelegd jaarlijks? Is er voldoende om die 1200 sociale woningen te kunnen realiseren in deze periode? Zo meteen krijgt u ook nog een uitgebreide presentatie aan de hand van de bouwmonitoren en dan zult u zien dat we inderdaad op koers zijn om dat te kunnen realiseren. En richting SP om maar even aan te geven, die zeggen: ja, we hebben nu erg veel woningen op het Leerpark als het gaat om studio’s. Zijn dat dan ruimere woningen dan dat? Ja. Dat zult u ook in de presentatie zien, dat is ook onze analyse. Voor die categorie heb je absoluut woningen nodig.
Het is goed dat die er nu zijn neergezet, maar daar heb je er nu ook voldoende van, dus je gaat vooral in andere categorieën ook weer aanvullen in de stad en de vraag die daarbij was van: hoe zit dat dan met onrendabele top daarin? Hoe zorg je dat die woningen ook betaalbaar zijn, dat het realiseerbaar is? Dat zou je per geval moeten bekijken. Kijk, deels heb je de woningbouw impulsmiddelen die helpen om onrendabele toppen ook voor betaalbare segmenten deels op te vangen en aan de andere kant kan het ook zijn op het moment dat de corporatie zijn boek open legt hij zegt: dit is hoe we hem rond kunnen maken, maar in de openbare ruimte ligt bijvoorbeeld nog een opgave, dan kan je daar als gemeente op ontwikkelniveau kan je daar ook eventueel in bijdragen zoals dat bij
30
Charlotte de Bourbonstraat onlangs ook gebeurd is. Dan heb ik volgens mij, voorzitter, de vragen wel beantwoord. Zo niet, dan hoor ik het. De voorzitter: Volgens mij ook en we hebben eigenlijk geen tijd meer, want het is half tien bijna, althans, we hebben nog een minuut om af te sluiten. We hebben een mooie eerste termijn gehad, dus ik denk dat we de tweede termijn ook niet missen en voor het geval u nog wat op uw lever heeft, volgende week wordt de complete begroting in de gemeenteraad besproken. Er is een aantal moties en amendementen ingediend. Het verzoek is om die tijdig ook gewoon te delen met elkaar zodat iedereen zich daarop voor kan bereiden zodat we die volgende week ook inhoudelijk kunnen bespreken en mocht u nog een aantal vragen gemist hebben, want er zaten toch een paar technische vragen in, ik zou zeggen: zet ze nog even op de mail, desnoods via de griffie. Dat is het handigste. Dan kan daar denk ik wel een antwoord op geformuleerd worden. Voor nu dank ik u hartelijk en wens ik u nog een goede avond en goede andere commissies toe. 2. Inspreker niet geagendeerd onderwerp over Leerlingenvervoer richting Rotterdam per 1 november a.s.
31
Voorzitter: mevr. Van Vugt Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boone (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (CU-SGP) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (CU-SGP) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Mevr. Vol-van der Holst (PvdD) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop en mevr. C van Benschop Inspreker: mevr. Schrijver De voorzitter: Ik wil de vergadering openen en iedereen van harte welkom heten, ook de mensen die thuis meekijken en ook iedereen die hier aanwezig is op de publieke tribune en ik zal even alle mensen voorstellen, zodat de mensen die meekijken of luisteren of naderhand nog eens luisteren weten wie hier allemaal aanwezig waren. Ik heb gezien dat het tijdbesparend is om dat zelf even te doen, dus dat doe ik ook maar. Hier links van mij zit mevrouw Van Poppel van de griffie. Dan hebben we mijnheer Boone van Beter Voor Dordt. Dan hebben we mijnheer De Boer van Op Ons Eiland. Dan hebben we mijnheer Kwaak van de VVD. Mijnheer De Heer van ChristenUnie-SGP, mijnheer Boersma van ChristenUnie-SGP, mevrouw Stolk van de VSP, mevrouw Striebeck van de VSP. Dan hebben we onze gast van vanavond, de inspreekster, dat is mevrouw Schrijver. Dan naast mevrouw Schrijver zit mijnheer Schalken van Beter Voor Dordt.
Dan mevrouw Volvan der Holst van Partij voor de Dieren. Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid, mijnheer Safranti van DENK, mevrouw Doeze Jager van CDA Dordrecht en dan nog twee wethouders, mevrouw Van Benschop en mijnheer Heijkoop. Dat is heel lastig als je de voornamen beter weet dan de achternamen. En ik ben zelf Franciske van Vugt en ik ben hier vanavond uw voorzitter. We hebben een beeldvormende vergadering over het leerlingenvervoer en er is gevraagd of iemand hier kon komen inspreken. Dat gaat mevrouw Schrijver zo doen. Er zijn enkele brieven gedeeld die erover gaan. Er is een RIB ooit al gepasseerd. Er staat ook nog een RIB open. Die gaat over de evaluatie. Dat is die andere, sorry, ik zit met twee vergaderingen. Die komt straks. We gaan het horen. Het woord is aan mevrouw Schrijver. Mevrouw Schrijver: Dank u wel voor het woord. Blij dat ik hier mag komen vanavond. Ik heb vijf minuten. Ik heb een hele korte PowerPointpresentatie gemaakt en ik ben hier omdat ik, mijn zoon, Jonathan van Pelt die is afhankelijk van het leerlingenvervoer en daar wil ik heel kort even zijn verhaal delen wat wij de afgelopen maand, maar ook de
32
afgelopen jaren hebben meegemaakt. Mijn naam is dus Anita Schrijver. Ik ben de moeder van Jonathan en ik sta hier niet alleen namens mijn zoon, maar ook namens de ouders en andere kinderen die ook afhankelijk zijn van het leerlingenvervoer. Dit is mijn zoon, Jonathan. Hij is zestien jaar. Hij is meervoudig gehandicapt. Hij heeft autisme, maar ook PTSS door vroeg kinderlijk trauma en hij heeft geen voeten. Die zijn geamputeerd en ook zijn vingers zijn geamputeerd. Hij zit in een rolstoel en hij gaat sinds die anderhalf jaar oud is met de taxi, eerst naar een therapeutisch kindercentrum, inmiddels naar de Mytylschool De Brug in Rotterdam. Hij zit drie à vier uur per dag in de taxi en hij is half drie klaar. Hij gaat ‘s morgens om tien over zeven met de taxi en begint om kwart voor negen op school, is dan zelfs nog vaak te laat. Hij is om half drie klaar en meestal is hij vier uur, half vijf thuis en we weten, dat is meer dan zou moeten, maar ja, wat kun je doen? Wat wel typerend is voor deze groep kinderen is dat ze heel kwetsbaar zijn en heel erg afhankelijk. Jonathan zit in een rolstoel, dus kan geen kant op. Hij moet niet een te grote mond hebben, hij moet gezellig zijn, want hij is afhankelijk. Wat we de afgelopen jaren hebben gemerkt is dat er een enorm sterk verloop is. Ik denk dat hij wel veertig chauffeurs heeft gehad.
Sommigen blijven twee dagen, sommigen twee weken, sommigen een aantal maanden, maar nooit langer dan een jaar. We hebben heel veel nare ervaringen opgebouwd, ook heel veel fijne, maar bij zoals alles in het leven, nare ervaringen blijven langer hangen en zeker bij een kind met PTSS is dat echt wel ingrijpend. Ik heb hier een aantal onderwerpen genoemd waar we tegenaan lopen, maar ik kan misschien beter gewoon wat chauffeurs heel kort noemen. De allereerste chauffeur die bij ons op de bel drukte om zich voor te stellen toen Jonathan anderhalf was zei: hallo, ik ben Johan en ik heb nog nooit aan kinderen gezeten en ik kom Jonathan ophalen. Inmiddels lachen we er wel eens om, maar als je kind anderhalf is denk je: ik wil dus niet dat hij met u mee gaat. We hebben ook twee jaar geleden een meneer gehad die zei heel veel dingen, maar onder andere: Jonathan, jij moet achter in de bus, want jij hebt zwart aan en ik heb een hekel aan zwarten. Deze man hebben wij aangegeven bij de politie en die is inmiddels veroordeeld en heeft geen VOG meer om met kinderen te chauffeuren. We hebben ook een chauffeur gehad omdat je denkt: misschien zit het in de relatie, misschien moet ik die mensen ook wat meer aanspreken en een beetje een band met ze opbouwen, dus dan nodig ik ze de eerste keer uit voor een kopje koffie.
Die heer kwam op dag twee de trap op de slaapkamer in nadat hij Jonathan opzij had geduwd: “ik wil even met mama zijn, want dat vindt ze gezellig.” Ook die chauffeur is maar heel kort chauffeur geweest. De laatste negatieve ervaring is met een chauffeur die Jonathan ontraadde om zijn medicatie in te nemen, want hij dacht dat daar allerlei complottheorieën achter zaten en dat wij Jonathan vergiftigden. Jonathan is best wel afhankelijk van medicatie, dus ook die chauffeur is gelukkig weer van het toneel verdwenen. Dit zijn vier chauffeurs van de zo ongeveer veertig die langs zijn gekomen en ik denk dat we zo een tien positieve ervaringen hebben gehad en verder allemaal heel veel negatieve ervaringen. We hadden op dit moment een fijne ervaring met de huidige chauffeur totdat we deze brief kregen via de mail op woensdag 12 oktober van, hoe heette ze ook alweer, Stroomlijn en de gemeente Dordrecht waarin ze aankondigen: helaas, het taxibedrijf wat nu op dit moment Jonathan rijdt die gaat misschien stoppen, dus we willen dat u maar alvast melden. En vooral een alinea stoorde ons daar nogal in. We vragen u alvast mee te denken over een tijdelijke oplossing. Misschien kunt u zelf rijden met de auto of de fiets. Een kind zonder voeten, zonder vingers, autisme, PTSS, een beetje lastig, maar misschien kunt u daar eens over meedenken.
Misschien zijn er familieleden, ouders, verzorgers, van andere leerlingen of buurtbewoners die kunnen
33
helpen of waarmee gecarpoold kan worden of misschien kan het kind onder begeleiding met de bus naar school. Het is een beetje lastig wel, hoor, als je kind in een rolstoel zit en er zijn allerlei schuiven nodig om in de trein te komen. We hebben uitgerekend dat hij er enkele reis ongeveer twee uur en drie kwartier over zou doen. Kijk, je zou kunnen zeggen we moeten participeren, zelfredzaamheid bevorderen, dit komt bij ons echt heel hard binnen. Wij zijn namelijk 24 uur per dag met ons gehandicapte kind bezig. Ik heb vijf kinderen waarvan er nog twee met een ondersteuningsbehoefte. Dat is best hard werken. Dat kunnen wij niet van een salaris, dus ik werk vijf dagen in het onderwijs. Ik ben speciaal omgeschoold naar het onderwijs zodat ik er kan zijn tot ‘s morgens negen uur en zodat ik om drie uur weer naar huis kan om voor die kinderen daar te zijn. Als je dan ook nog de vraag krijgt: probeer ook zelf dat taxivervoer te regelen, dat heeft ons best wel ontregeld kan ik u vertellen. Nou, er ontstaat heel veel onrust en stress bij de leerlingen zelf. Er is een appgroep gemaakt met de ouders, bezorgde ouders, van: wat moeten we in vredesnaam? Jonathan heeft slechte concentratie op school, slaapt slecht, moet extra medicatie.
Wij zijn heel erg bezorgd van: hoe kan ons kind nog naar school? Moet ik toch stoppen met werken of regelingen treffen op mijn werk? En ik maak mij ook vanuit een wat meer afstand zorgen om de positie van de jonge gehandicapten. Ik denk dat ik wel aan de vijf minuten zit ongeveer. Mijn appel is aan u: ondersteun alstublieft onze kinderen. Wij doen al heel veel. Wil u dan voor dat stukje leerlingenvervoer zorgen? En neem ons serieus. Ik wil ook gewoon een volwaardige positie in de maatschappij kunnen innemen en dan niet elke keer moeten denken kan het niet of moet ik stoppen? En dan moeten we, nou ja, ik weet niet hoe we dat op zouden moeten lossen. En denk toch ook na over de communicatie. Ik weet niet of deze mail langs de afdeling communicatie is geweest, maar dat had misschien al geholpen. Misschien het beleid nog eens onder de loep nemen. Ik snap dat er wordt gewerkt met aanbestedingen en dat je voor de goedkoopst mogelijke maatschappij moet gaan, maar misschien zijn er toch ook een aantal voorwaarden die wat scherper gesteld kunnen worden waardoor men niet elke keer een nieuw bedrijf, een nieuwe taxichauffeur krijgt waar ze weer aan moeten wennen, waar ze weer aan moeten hechten, dus dat is mijn appel aan u. Dank u wel voor uw aandacht.
De voorzitter: Mevrouw Schrijver, hartelijk dank voor uw woord tot nu toe waarin u een dringend appel doet vanwege de lange reistijden, de wisselende de chauffeurs, de nare ervaringen die u heeft opgedaan en dan als kers op de taart een brief die ook mede namens de gemeente geschreven is waardoor u nu heel veel onzekerheid heeft en een vraag aan ons voorlegt. Ik zag dat mijnheer Safranti daar al een vraag over had. De heer Safranti: Nou ja, die vraag heeft u al beantwoord, voorzitter, want het ging mij met name over die brief. Voor mij was het even niet duidelijk of die brief namens de gemeente was gestuurd of vanuit het taxibedrijf. Mevrouw Schrijver: Namens gemeente Dordrecht en Stroomlijn. De heer Safranti: Nou, daar schrik ik een beetje van, hoor. Mevrouw Schrijver: En er is nu een tijdelijke oplossing, maar die is tijdelijk. De voorzitter: Wie wil er aanvullend iets opmerken, iets vragen? Mijnheer De Boer.
34
De heer De Boer: Ja, voorzitter, dank u wel. In mijn dagelijks leven werk ik ook zelf in de gehandicaptenzorg, dus ik weet een beetje wat u doormaakt. Ik herken dit zelf niet. Ik werk zelf in Spijkenisse, om even aan te geven dat het een andere omgeving is, maar mijn allereerste vraag: wat betekent dit voor Jonathan thuis? Want hij heeft wel al veertig chauffeurs gehad zegt u, maar wat betekent dat voor zijn gedrag? Want dat zal anders zijn denk ik dan als hij wat minder chauffeurs had gehad, wat betere begeleiding had gehad. Zijn cognitieve gedrag, hoe hoog zit dat ongeveer? Mevrouw Schrijver: Op Havoniveau, maar hij doet VMBO basis omdat de randvoorwaarden zo slecht zijn dat de havo niet haalbaar is. De heer De Boer: Maar het is dus wel zo, voorzitter, dat hij dus wel alles meekrijgt wat er gebeurt? Mevrouw Schrijver: Zeker. Ja. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan mijnheer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel voor het inspreken. Ik deel uw zorgen. Het klopt niet. Wat een taxichauffeur betreft, zulke uitspraken mag hij nooit doen, maar u begrijpt ook heel goed dat er door het personeelsgebrek en ziekte op het moment heel weinig chauffeurs zijn. Ik maak mij ook erg zorgen om de brief van de gemeente Dordrecht en ik kijk naar de wethouder. Ik wil graag van de wethouder een reactie graag zo dan. Tot zover. De voorzitter: Dat doen we zo meteen even. Die bewaren we dus even.
Zijn er nog meer vragen nu eerst? Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dank u wel voor het inspreken. Ik vroeg mij af, dank u wel dat u uw zorgen inderdaad uitspreekt, in hoeverre heeft u ook contact met andere ouders en is dit ook wat andere ouders zeg maar zo hebben meegemaakt? Mevrouw Schrijver: Zeker. Ik zit ook namens hen hier en Jonathan zit in een groepsbusje, dus er zitten nog zeven kinderen in die dus ook allemaal door datzelfde proces gaan. Mevrouw Schnabel: En die kinderen die hebben thuis ook deze ervaringen waar u over vertelt? Mevrouw Schrijver: Zeker, ja. En ouders met nog wel meer stress dan ik denk ik, ja. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, ik zit eigenlijk een beetje met plaatsvervangende schaamte als ik dit verhaal zo hoor. Ik vind het heel nobel van u om dit met ons te delen. Dank daarvoor. Ook om wat de heer Kwaak net aangeeft, ik zou ook wel graag duidelijk een reactie van de wethouder willen op het schrijven vanuit de gemeente. Om hoeveel kinderen gaat het ongeveer?
35
Mevrouw Schrijver: Ik kon het niet helemaal vinden, maar ik dacht dat het om 193 kinderen ging in het schoolvervoer die nu getroffen worden door het stoppen van MRC en om 27 kinderen in het zorgvervoer, maar dat is volgens mij de regio De Drechtsteden, maar daar zal Dordrecht het grootste gedeelte van hebben denk ik. Ik vond het terug in de stukken van Papendrecht. Mevrouw Stolk: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Ik merk ook dat wij allemaal een beetje stil zijn en dat heeft wel degelijk te maken met de impact die uw verhaal heeft. Ik wil het woord even geven aan de wethouder om hier kort op te reageren. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, wij zitten hier vanuit het college twee mensen sterk. Het vervoer van de kwetsbaren in onze samenleving dat gaat dan over ouderen, dat gaat over WMO, het gaat over het jeugdhulpvervoer en ook over het leerlingenvervoer. Vanuit onderwijs heb ik veel van doen met het leerlingenvervoer en het leerlingenvervoer is al jarenlang best wel een uitdaging om dat goed georganiseerd te krijgen. Zoals werd aangegeven zijn er inderdaad ongelofelijk ingewikkelde omstandigheden waarin we nu dat vervoer moeten organiseren.
Dat blijkt hier ook al uit en richting u wil ik eigenlijk aangeven dat ik het heel dapper vind en goed vind dat u ook ons deelgenoot laat zijn van hoe u dat ervaart als ouder en ik heb oneindig veel respect op de wijze waarop u de zorg voor uw kind organiseert en ik snap heel goed dat als zo een belangrijke randvoorwaarde, want dat is het eigenlijk, om mee te kunnen doen zo ongelooflijk onder druk komt te staan dat je dan als ouder bijna wel in paniek kan raken van: oké, wat betekent dit voor mijn kind? En Jonathan heeft al zoveel uitdagingen in het leven. U schetst er eigenlijk al een aantal die ook nog eens een keer extra worden benadrukt op een hele nare manier door de ervaringen met taxichauffeurs. Ik hoop ook dat u ons niet euvel duidt het individuele gedrag van chauffeurs, want dat is vervelend. We maken denk ik allemaal wel eens mee, er zijn ook heel veel chauffeurs die zich dag in dag uit met hart en ziel inzetten om de kinderen van A naar B te brengen, ook in soms hele lastige omstandigheden waarin zij diensten moeten overnemen, soms dubbele diensten moeten rijden om de continuïteit van het leerlingenvervoer te borgen.
Wij hebben in het college ook al gesproken over wat dit betekent, die enorme arbeidsmarkt, korter naar de toekomst toe en dat je misschien eens met elkaar moeten nadenken waarover of wij nog scherper moet kijken dat ieder geval de meest kwetsbaren wel op dat vervoer kunnen blijven rekenen, maar dat zou dan ook betekenen dat je het voor andere mensen misschien zou moeten beperken en dat zou ook niet op veel instemming kunnen rekenen, dus we moeten daar voortdurend over nadenken hoe we dat toch georganiseerd kunnen blijven houden. Ik geef straks het woord aan collega Chris van Benschop die in de regio verantwoordelijk is voor stroomlijn en wat ik daar wel over wil zeggen, ik ben daar niet direct bij betrokken geweest, maar we trekken daar natuurlijk wel samen in op, dat ik heel veel respect heb en ook heel blij ben hoe dat ongelooflijk snel toch wel opgepakt is, want er is wel heel veel gebeurd in korte tijd en daar zal collega van Benschop straks wat meer over vertellen, waaruit ook al blijkt dat we alles op alles zetten om die continuïteit te borgen en dat we daar soms een appel hebben gedaan wat bij u verkeerd geland kan zijn, dat kan ik mij voorstellen, maar ik hoop ook dat u begrijpt dat op het moment dat het er gewoon op blijkt dat er überhaupt geen vervoer meer is dat je dan over alles dus moet nadenken. U schetst al, het gaat over 193
36
kinderen en voor een aantal van deze kinderen was het wel een oplossing een van deze suggesties. Voor u duidelijk niet. Dat snap ik heel erg goed, dus dan kan u het ook op een manier lezen dat u denkt van: fietsen, mijn zoon kan helemaal niet fietsen en met het openbaar vervoer is voor Jonathan ook geen optie, dus dan snap ik het ook heel goed dat het een beetje rauw binnenkomt. Voor andere kinderen was dat misschien wel een oplossing en daarom is deze brief op hele korte termijn tot stand gekomen omdat er ook wel wat onrust was en we wilden ook niet dat u het in de krant hoefde te lezen, maar daar zal collega Van Benschop wat meer over vertellen en daar wil ik eigenlijk nu het woord aangeven.
Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat er al heel veel gezegd is, maar om een klein beetje, kijk, ik kan me ook heel goed voorstellen als je in een situatie zit waarbij je weet dat de wij-hebben-uw-hulp-nodig-opties geen opties zijn, dat dat heel rauw binnen kan komen, maar wat wethouder Heijkoop net ook zei is dat wij ook weten dat er ook kinderen zijn voor wie dit ook heel ingewikkeld is, maar wel haalbaar en de grootste angst was op het moment dat ik werd op maandag, de derde op maandag 10 oktober geïnformeerd hierover, we wisten ook dat chauffeurs uiteraard bij de gezinnen thuis komen ook op de hoogte waren van het feit dat dit ging gebeuren en je wil dan niet dat dit een eigen leven gaat leiden en dat het niet gecoördineerd is. Dat is de reden dat deze brief zo snel verstuurd is. Ik kan mij ook voorstellen dat zorgt voor onrust, want er staat namelijk geen oplossing in de brief. Het gaf in ieder geval een bericht vanuit Stroomlijn en de gemeente om aan te geven: we hebben een probleem. Er is echt heel hard gerend om een oplossing te vinden. Gelukkig is die ook gevonden. Als het goed is, is dat na de herfstvakantie nu ook ingezet met een nieuwe vervoerder.