2.4 2022-12-13 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 3. concept docx.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG, D.D. 13 december 2022 Vergaderkamer 3 4. Beschikbaar stellen van voorbereidingskrediet Herontwikkeling Spuiboulevard e.o. - Raadsvoorstel Voorzitter: Dhr. Portier Raadsgriffier: Dhr. Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Struijk (CU/SGP) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Van Oosterhout Voorzitter: Goed mensen, ik wilde maar gaan beginnen in afwachting van wie er nog binnenlopen. Welkom mensen die kijken, mensen op de tribune, raads- en commissieleden, wethouder Burggraaf. We gaan het hebben over de plannen rond de Spuiboulevard. We hebben al een beeldvormende sessie de vorige keer gehad. Daar zijn nog een aantal politieke vragen uitgekomen. Ja, zag ik daarom al een vinger? De heer Damen: Ja voorzitter. U zegt dat wij het daarover gaan hebben, maar wij hadden de vorige keer gevraagd om de woonbrief. Daar moet het college nog over besluiten, maar volgens mij kan die woonbrief belangrijke informatie leveren over het woonprogramma. De voorzitter: Ja.
De heer Damen: En mijn voorstel is om niet te vergaderen over dit onderwerp dan nadat we die woonbrief hebben gekregen. De voorzitter: Oké. Dat is een ordevoorstel. Voordat ik dat ga behandelen … De heer …: Voorzitter, voorzitter.
1
De voorzitter: Voordat ik dat ga behandelen, want dat is toch dan het minimum wat we zouden moeten behandelen, ga ik wel vragen aan iedereen om zich voor te stellen. Mochten we het wel gaan behandelen, mocht uw voorstel niet worden aangenomen dan ga ik in op de politieke vragen, maar dan ga ik nu een rondje doen waarin de aanwezigen zich even voor kunnen stellen en dan begin ik aan mijn linkerhand. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie-SGP. De heer Kleinpaste: Gertjan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Boom: Hessel Boom, commissiegriffier. De voorzitter: Ronald Portier, ik ben uw voorzitter vanavond en wil mijnheer Damen even zijn microfoon uitzetten? De heer Kleinpaste: Voorzitter.
De voorzitter: Ik geef de heer Damen gelijk weer het woord om nogmaals zijn voorstel toe te lichten om de zaak niet te bespreken en ik denk dat ik daarop dan een reactie van de wethouder vraag, maar doet u nogmaals even uw voorstel. De heer Damen: Ja een van de uitspraken die wij zouden moeten doen behelst ook het woonprogramma voor de locatie Spuiboulevard. Dit woonprogramma dat nu wordt voorgelegd is gebaseerd op besluitvorming in het verleden. We hebben de vorige keer gevraagd van ja de woningnood neemt toe. Met name de wachtlijst voor sociale huurwoningen neemt toe. Zou je hier niet meer sociale huurwoningen neer moeten zetten. De wethouder van Volkshuisvesting, ik weet niet, van wonen, ik weet niet precies wat zijn titel is, die heeft aangekondigd dat er een woonbrief komt. In de toelichting bij het voorstel staat nu dat die woonbrief 20 december in het college behandeld wordt en dus nog niet kon worden meegestuurd. Ik denk dat die woonbrief belangrijke informatie
2
kan bevatten over het woonprogramma en ik denk dat we die woonbrief dus moeten afwachten voordat we besluitvorming kunnen plegen over het programma voor de Spuiboulevard. De voorzitter: Ik begrijp wat u zegt, ik vraag … De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Een reactie van de wethouder. De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. Ja er worden hier een aantal voorbereidingskredieten gevraagd, dus ik wil u erop wijzen dat daar een fatale beslistermijn op zit. Het andere aspect is dat we, de vorige commissie werd gevraagd geef even een overzicht in hoe het staat met de bouwmonitor, de realisatiemonitor. Nou die stukken die vindt u terug bij de stukken, want er is een Woonvisie die u heeft vastgesteld. Dat is de leidraad voor de programmering over de stad en vervolgens kijk je per project nou ja wat is haalbaar, wat is passend in de buurt en daar komt dan een programma uit en die zit hierin verwerkt, dus volgens mij zijn alle stukken nu voorzien en is ook in die presentatie duidelijk gemaakt geloof ik een maand geleden dat als het gaat om de programmering voor Sociaal dat we daar inmiddels in harde planvoorraad goed op weg zijn om die 1200 te realiseren sociale woningen in deze periode ook te halen. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Dan wil ik nu reacties van de andere aanwezige raads- en commissieleden op het ordevoorstel … De heer Kleinpaste: Voorzitter.
De voorzitter: Wat gedaan is door de heer Damen. Dan geef ik het woord aan de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja. Op zich overigens wel een wonderlijke figuur om daar eerst een toelichting van de wethouder op te hebben waar het een ordevoorstel betreft over onze vergadering en onze vergaderorde. Een toelichting vanuit de griffie had ik mij voor kunnen stellen. De heer Damen wist natuurlijk ook vorige keer al toen we dit bespraken dat er een behoorlijk stevige beslistermijn op zat waardoor we het juist in deze commissieavond moesten gaan behandelen. We hebben ruimschoots de tijd daarvoor uit willen trekken. Daar hebben we een uitvoerige discussie over gevoerd de vorige keer. Ik zie geen enkele aanleiding om af te wijken van ons voornemen om die tijd daar heel nuttig voor te gaan gebruiken. De voorzitter: Zijn er nog anderen die hierover wat willen zeggen? Ja, de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter ik kan me helemaal aansluiten bij de heer Kleinpaste hierin. Volgens mij ligt de toevoeging van de stukken en de fatale besluittermijn zijn denk ik helder, dus wat mij betreft kunnen we dit vanavond bespreken. De voorzitter: Zie ik nog een hand voor de heer Struijk.
3
De heer Struijk: Ja dank u wel voorzitter. Ik sluit me bij de vorige sprekers aan. Ik denk dat we dit gewoon moeten bespreken vanavond en ik denk ook als je vindt dat er iets ontbreekt dat je op het moment dat die stukken binnenkomen en je ze bekijkt dat je dat beter dan even aan kan geven richting de griffie, zodat er misschien nog iets meegestuurd kan worden, maar ik vind dit een heel finaal moment om te gaan besluiten van laten we maar gewoon niet vergaderen, dus graag doorgaan. De voorzitter: Goed, ik zie nog één hand en ‘…’. Groenewege. De heer Groenewege: Ja voorzitter, ik sluit me aan bij de vorige sprekers. Ik denk dat als de heer Damen ontevreden is over het woningbouwprogramma in deze stukken dat hij daar ook gewoon een amendement over in kan dienen zonder de woonbrief te hebben gezien, want ik denk dat de PvdA heel duidelijke eigen ideeën heeft over hoe de samenstelling moet zijn in een woonprogramma. De voorzitter: Ja ik constateer, mijnheer Damen, dat uw voorstel weinig steun vindt, dus we gaan de zaken gewoon inhoudelijk bespreken op dit moment. Ter herinnering, we hadden zes politieke vragen. Eén gaat over de borging van het groen, hoe die beter gewaarborgd kan worden. Daarover ligt ook een conceptamendement hebben we gezien van een aantal partijen. We kunnen het hebben over wat voor soort woningen er moeten komen.
Dat komt dan misschien toch een beetje tegemoet aan de wens van de heer Damen. De vraag is leveren deze plannen een goede impuls aan de stad? Drie. Vier was hoe borgen we de sociale veiligheid in de publieke ruimte? Vijf, hoe kunnen we zorgen voor voldoende parkeervoorziening, ook voor fiets, deelmobiliteit en auto? En zes, wat zijn de achterliggende argumenten voor de prijscategorieën van de woningen? En dan zijn de zaken waarover we het gaan hebben en wie kan ik daarover het woord geven in een eerste termijn? De heer Noldus, gaat uw gang. De heer Noldus: Ja voorzitter, dank u wel. Best wel een lijst aan politieke vragen, maar wat ons betreft gaat in dit gebied waar we het al wat langer over hebben en waar ook veelvuldig ook met de stad is gesproken op verschillende momenten echt over een aantal kernopgaven waar we met elkaar voor staan. Vooropgesteld, toevoegen van kwaliteit aan dit gebied zo dicht bij onze mooie binnenstad, ja dat is echt iets wij herkennen in de plannen en ook de presentatie van vorige keer in de commissie die daarop in is gegaan. De hofjes, de Dordtse structuur, de hoogteaccenten en toch past het in de omgeving, vinden we daar, nou daar voelen we ons goed bij. De focus op groen, ook een van de politieke vragen is er een die we in de plannen al terugzien. Nou ik ben zo meteen nog wel benieuwd op het amendement.
Die gaat naar ons idee nu iets te ver, omdat hij in iets te enge vorm zeg maar ingaat op alle gevallen, dus we zijn daar best benieuwd in zo meteen in debat hoe dat en ook de reactie van het college daarop. Over die hofjesstructuur ging het ook al even, sociale veiligheid. In de commissie is daar ook het nodige over gegaan. Ik denk dat daar wel een aandachtspunt ligt rondom die hofjes, maar in de invulling daarvan rondom open gebied en de openheid en juiste belichting daar een hoop te winnen is en dat daarmee juist ook een heel mooi stuk Dordrecht kan ontstaan als verlengstuk van de binnenstad waar je echt met z’n allen een fijn gevoel bij krijgt, iets wat op de huidige Spuiboulevard natuurlijk niet te voelen is en waar sociale veiligheid … De heer Kleinpaste: Voorzitter.
4
De heer Noldus: Ook wel een aandachtspunt is. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja even kort dan toch een vraag ter interruptie aan de heer Noldus. Die sociale veiligheid was een van de politieke vragen waar mijn partij zich ook wat zorgen over maakte. Voorkeur is daar ook over uitgewisseld dat ook gedacht wordt dat omwonenden aan die hofjes ook een rol in de sociale controle en het handhaven daarmee van die sociale veiligheid zouden kunnen doen. Acht de heer Noldus dat een realistisch scenario of zou er daarboven wellicht meer nodig zijn om die sociale veiligheid echt te waarborgen? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, op dat punt en ik ben daarin geen expert uiteraard, maar volgens mij dus zoals het antwoord vorige keer ook is gekomen gaat het niet zozeer over dat een bewonerspatrouille die hofjes rondstruint, maar juist dat er levendigheid is waardoor sociaal veilige situaties ontstaan, waardoor je dus veel voordeuren hebt, veel beweging hebt op meerdere momenten van de dag, waardoor het gevoel van veiligheid daar juist ontstaat. Bewoners die hebben daar uiteraard een positieve invloed op, want bewoners brengen beweging en die dragen daar in positieve zin aan bij.
De voorzitter: Mijnheer Damen, u heeft een interruptie? De heer Damen: Voorzitter, als ik het goed begrepen heb komen er helemaal geen voordeuren in die hofjes, die voordeuren komen aan de straat. De hofjes, aan de hofjeskant zal ik maar zeggen, komen tuinen dus dat maakt het, de hele structuur zo lastig, want elders zien we dat bij de bekende hofjes, zoals het Arend Maartenshof en het Wilhelminahof, daar zitten de voordeuren aan de hofkant, maar op binnenterreinen zitten er tuinen en dan krijg je in deze situatie een beeld dat meer past bij binnentuinen. Het toont rustig … De voorzitter: Ik denk dat de vraag duidelijk is. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, ja ik denk een terechte zorg ook hè, want die zorg over sociale veiligheid wat ik aan het begin zei die delen we. Tegelijkertijd voegen de groene hofjes ook veel kwaliteit toe en heb je, is het denk ik binnen de verdere uitwerking van zo’n plan zaak om daar aandacht aan te blijven geven. Ik zou niet inzien hoe we nu in dit plan anders dan het schrappen van die hofjes heel veel meer op sociale veiligheid doen en dat is het wat ons betreft niet waard, want die hofjes die voegen juist heel veel kwaliteit toe. Nou nu een verdere reactie ook in debat en van het college op dit punt maar wat ons betreft is dit in ieder geval een van de punten die kwaliteit en groen aan het gebied brengt.
De voorzitter: Is dat uw woordvoering of heeft u nog een … De heer Noldus: Nee dat was mijn eerste punt van de woordvoering, maar ik zie een vingertje aan de overkant.
5
De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Ja ik had nog even een vraagje als het mag over een paar zinnetjes terug van de heer Noldus over dat amendement, dat vond de VVD wat ver gaan. Misschien kunt u toelichten van wat daar dan ver in gaat. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, daar kan ik wat over zeggen. Pak ik hem er ook even bij. Kijk ik ben zelf groot voorstander en fan van groene daken. Ik vind het erg fijn om naar te kijken en ik zou dat het liefst in mijn eigen omgeving ook dat vaker terugzien, dus in die zin vind ik het een positieve tendens en ontwikkeling. Tegelijkertijd lees ik dat eigenlijk ook al in het huidige programma en bijvoorbeeld als ik kijk naar het amendement, wordt opgenomen iedere gevel wordt voorzien van één element van gevelgroen en dat vind ik wel weer vrij ver gaan en dan denk ik dan ga je daar een norm van maken die ook niet per se de kwaliteit van het gebied ten goede komt. Natuurlijk als ik me de architect van vorige keer goed herinner zit juist ook die afwisseling en die speelsheid en nou ieder gebied vraagt om zijn eigen kracht en op het andere punt vind ik en daar zit op zich wel zintechnisch wel wat ruimte in, maar dat komt denk ik dan alsnog op hetzelfde neer als in het huidige voorstel zit. Je ziet nog niet op alle daken een volledig groen dak.
Je wilt de daken zo optimaal passend bij de functie inzetten hè, dus … De voorzitter: Mijnheer Noldus, ik zie een vraag van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja nou ja ik heb het amendement nog niet eens geïntroduceerd, maar dat doe ik dan wel in mijn eigen bijdrage, maar ik sta best open voor tekstsuggesties als de VVD denkt nou het mag wel een onsje minder, maar en dan kunnen wij ons er wel in vinden, nou kom maar op, laat maar weten, wat wil je en daar ga ik dan heel serieus naar kijken, dus misschien kan mijnheer Noldus weten welke richting die dan wel op wil. De voorzitter: Nou mijnheer Noldus, u wordt ondervraagd. De heer Noldus: Ja voorzitter, ja dat is precies de reden eigenlijk dat ik net wat minder op het amendement inging. Ik denk hij is nog niet, hij is wel gedeeld, maar nog niet ingediend, dus laat ik daar niet te diep op ingaan, maar gezien de vraagstelling ga ik er toch even op stilstaan. Wij komen daar dadelijk verder op in het debat wat mij betreft. Het tweede punt op dit gebied is het, ook wel een hele belangrijke opgave voor de stad is echt het toevoegen van woningen.
In het gebied met 510 woningen waarvan 305 betaalbaar, hè om die Woningbouwimpulssubsidie binnen te halen, is voor ons echt wel een heel belangrijk punt ook uit ons programma, maar ook uit het Politiek akkoord, dus wat ons betreft ook hierin ja een enorme goeie toevoeging voor de stad en ja ook straks voor de rest van dit gebied wat ons betreft. Dan nog een derde punt is dat het ja een heel positieve bijdrage geeft aan de centrumpositie van de binnenstad. Nietconcurrerende functies, het borgen van die bereikbaarheidopgave en ja daar hebben we in het begin en in verschillende momenten ook best wel onze zorg uitgesproken over parkeren bijvoorbeeld. We zijn toch blij dat we dat op een goeie manier in dit gebied terugzien. We zien daarin nog wel ook in de vervolgstappen die geschetst zijn in het
6
voorstel zo snel mogelijk de knip in de Spuiboulevard in te zetten. Nou we zullen dat uiteraard kritisch volgen, want dat moet natuurlijk wel zo snel mogelijk als dat het past in de totale ontsluitingsopgave en daar zijn echt nog wel een paar stappen in te zetten met elkaar voordat we die knip kunnen gaan zetten denken we, maar goed daar zijn we ook benieuwd naar de reactie daarop. Ik denk tot zover de eerste termijn voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ja voor de duidelijkheid, amendementen worden pas ingediend in de raad natuurlijk, maar ze zijn hier alvast ter kennis zodat ze meegenomen kunnen worden in de discussie. Begrijp ik dat de heer Kleinpaste aan een woordvoering wil doen? Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, als ik dat nu doe kan ik me relatief kort houden, omdat ik mijn hoofdlijnen aansluit bij dat wat de heer Noldus al gezegd heeft, want dat is wel hoe wij er ook over denken en als ik me zorgen maak over sociale veiligheid in de hofjes is dat niet omdat ik die hofjes niet wil, wat ik vind ze ongelooflijk van toegevoegde waarde in dat hele gebied. Alleen ik blijf een beetje zoeken naar welke maatregelen er denkbaar zijn of hoe ontwikkelaars, architecten daar inderdaad over nadenken om die sociale veiligheid zo goed mogelijk te borgen, dus ik vind dat wel een element wat van belang is.
Nou ja een aantal mensen kent mij als iemand die bij parkeren wel eens wat wilde ideeën roept. Ik bedoel ik vind dat het parkeren het best en het mooist, maar ook wel prijzig zou kunnen worden opgelost als je het echt onder de Spuiboulevard zou leggen en ik … De voorzitter: Ik voelde hem aankomen mijnheer Klein. De heer Kleinpaste: En ik vind, ja eerder wou ik het ook al een keer onder de Wolwevershaven, nietwaar. En ik vind ook echt dat parkeren, ja het gaat veel geld kosten, maar het zou onze liefde waard moeten zijn om de vijftig procent van de openbare ruimte die wordt ingenomen door auto’s om daar heel verantwoord en heel anders mee om te gaan, want het komt de leefomgeving ongelofelijk ten goede, dus soms moet je dan voor duurdere opties kiezen om toch uiteindelijk een heel mooi eindresultaat te krijgen. Het woningbouwprogramma als zodanig vinden wij uitstekend. Voldoende voorzien ook in goed betaalbaar wonen, dicht tegen die binnenstand aan, dus daar zijn we best heel content over. Natuurlijk hebben wij ook het amendement, het voorstel wat straks nog wordt toegelicht van de Partij voor de Dieren al gelezen en ik hikte voor een deel tegen dezelfde dingen aan waar ook de heer Noldus tegenaan hikt, met name de formulering iedere gevel. Iedere gevel, ik zou bijna zeggen dan maak je geen, dan zet je geen woningen meer neer maar een heg. De heer Struijk: Voorzitter.
De voorzitter: Er is een interruptie. De heer Struijk. De heer Struijk: Ja als de heer Kleinpaste leest dan moet hij goed lezen. Er staat iedere gevel ten minste één element. Nou denk ik dat daar wel iets meer mee bedoeld wordt dan een bak geraniums, maar het betekend niet dat wat je bij sommige huizen wel eens ziet, een helemaal overwoekerde gevel met klimop waar je met heel veel moeite nog twee kleine raampjes in kan ontwaren, dus die angst van u is volgens mij niet helemaal terecht.
7
De heer Kleinpaste: Ik chargeerde expres een beetje mijnheer Struijk. Dus ja, iedere gevel een accent is toch iedere gevel een accent, terwijl de afwisseling in het hele palet zo leuk is dat je her en der heel goed zou kunnen inzetten en we zijn echt enthousiast over verticale tuinen en over groen gevels, maar wij hikken toch aan tegen dat woordje iedere en we denken na of daar een betere formulering voor denkbaar is, want de gedachte dat er veel met verticaal groen moet worden gewerkt is fijn … De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, ik ‘…’ vraag van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Nou ja ik wilde de heer Kleinpaste best wel zijn zin laten afmaken hoor, maar ik vind eigenlijk iedere gevel nog niet eens zo heel gek toch? Iedere gevel een accent noemt u het. Dan heb je dus als je de afwisseling hebt heb je gevels met een groen accent en je hebt versteende gevels zonder groen accent, maar ik denk eigenlijk dat we in het nieuwe Dordrecht waar we aan gaan bouwen onder andere aan de Spuiboulevard geen versteende gevels meer moeten willen, want we hebben toch alle na, kennis kunnen nemen van alle nadelen daarvan. Vindt u niet dat alle gevels gewoon een groen element zouden moeten hebben? De voorzitter: Nou mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik vind inderdaad dat niet per definitie alle gevels een groen element zouden moeten hebben.
Ik vind wel per definitie dat we moeten zorgen dat we in onze bouwprogramma’s geen heel erg stenige omgevingen realiseren. Ik bedoel ik ken omgevingen genoeg waar we daar te weinig aandacht aan hebben besteed en waar meer aandacht voor nodig is. Ik vind dat in dit plan ook met die hofjes, ook met structuur die verder wordt aangelegd, de aandacht voor groen in die openbare ruimte, de aandacht voor groen in de ontwikkeling van dit stadsdeel wel goed geborgd is, wel goed geregeld is eigenlijk. De voorzitter: U bent klaar met uw woordvoering begreep ik? De heer Groenewege: Mag ik nog een interruptie? De heer Kleinpaste: Daarmee ben ik ook wel aan de dingen die ik in ieder geval heel graag in de eerste termijn wilde zeggen. De voorzitter: Zie ik nog een aankomende, bijkomende vraag van de heer Groenewege. Of van de heer Gündogdu. Heeft u een vraag of wilt u aan uw woordvoering beginnen? De heer Gündogdu: Nee een vraag. De heer Groenewege: Ik had ook nog een vraag, maar volgens mij was Gündogdu eerst. De voorzitter: Nou dan ga ik even het rijtje af, beginnend bij degene die nog niet aan het woord geweest is. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Ja voorzitter dank u wel. Even een vraagje aan mijnheer Kleinpaste. Nou een van de politieke …
8
De heer …: Ik snap … hij had toch geen woordvoering? De heer …: Jawel. De heer Gündogdu: Ik vervolg … De voorzitter: Ik geef het woord aan mensen hier. De heer Gündogdu had het woord. De heer Gündogdu: Ja ik vervolg. Een van de punten die we vanavond ook bediscussiëren met elkaar is de verhouding tien, veertig, veertig. Tien, tien, veertig, veertig, pardon. Ik heb nog niet een hele uitgesproken mening gehoord van mijnheer Kleinpaste, Gewoon Dordt, op zeg maar het contrast tussen wat in het coalitieakkoord staat en datgene wat we nu hier willen bewerkstelligen qua verhoudingen. Is het, is mijnheer Kleinpaste eens met het voorstel zoals nu door het college wordt gedaan of heeft u er toch een andere mening over? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Het voorstel zoals het nu voorligt en dus in die zin door dit college wordt gedaan, maar het voorstel is voor een deel al langer onderweg zou ik bijna zeggen. Het is al in een vorige periode begonnen. Ik vind het een goed voorstel en de verhoudingen zoals die erin zitten en de mix die er heel goed in is aangebracht vind ik prima en dan kan ik het, kan Gewoon Dordt heel goed mee leven. De voorzitter: Het lijkt mij duidelijk. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Mijn vragen is een vervolgvraag op mijn eerste interruptie.
Hoe zou de heer Kleinpaste het gevelgroen en het dakgroen beter willen … Wil de heer Kleinpaste het gevelgroen en het dakgroen beter borgen in de plannen dan het nu geborgd is en zo ja, op welke manier dan en met welke formulering, aangezien die ontevreden is over de conceptformulering. De heer Kleinpaste: Ja dank u wel. Ja ik zou het best beter willen borgen, dus in die zin had ik ook wel wat sympathie voor die poging. De vraag is dan of je het moet borgen door het te amenderen in het document wat eigenlijk de hele verbeelding van het stadsdeel beschrijft of dat je een besluit in de gemeenteraad zou moeten voorleggen om die borging van dat wat daarop staat ook daadwerkelijk bindend te maken, dus ik zit ook een beetje te zoeken van met welk instrument je die borging het meest effectief vormgeeft en als je dat wil borgen ben ik er in ieder geval voor om te kiezen voor een formulering in de zin van dat je probeert tot een optimale mix en een optimale situatie te komen met verticaal groen, groene daken en groene accenten in het hele programma en dan kies ik inderdaad voor het woord optimaal en niet voor iedere gevel. De voorzitter: Ik wil even door naar de heer Noldus, want we moeten ook nog een heel aantal woordvoeringen doen, dus … hoop ik. De heer Noldus: Ja voorzitter, dank. Interruptie eigenlijk op een van de eerste punten uit het betoog van de heer Kleinpaste.
Die ging over die hofjes en de sociale veiligheid waar wij daarvoor al even een debatje hadden. Volgens mij vinden we daar elkaar dan best
9
wel goed, maar ik ben wel benieuwd naar wat Gewoon Dordt zou vinden om die sociale veiligheid toch nog meer naar voren te krijgen, want ook als we kijken naar het huidige voorstel zien we op verschillende, eigenlijk bij die uitwerking van die hofjes steeds veiligheid, sociale veiligheid toch wel terug als kaders, dus ik ben benieuwd wat zou u dan mee willen geven in dit stadium om daar nog iets aan toe te voegen? De heer Kleinpaste: Nou ja ik ben geen expert op het gebied van sociale veiligheid, dus dat is een beetje een handicap in die zin. Ik hoop eigenlijk dat er ook door degenen die met de ontwikkeling van dit stadsdeel betrokken zijn wel wordt nagedacht over hoe je die sociale veiligheid goed kunt borgen, goed kunt vormgeven. Beter dan alleen maar beschrijven dat die hofjes er zijn, dat er veel beweging rondom dat gebied is, waardoor die sociale veiligheid wel positief ervaren zou worden. Ik bedoel er is ook redelijk veel beweging door de Kloostertuin, maar er zijn ook heel veel momenten waarop die beweging er niet is. Er zijn ook andere hofjes in Dordrecht … De voorzitter: Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Waar overdag allerlei beweging is, maar waar het ‘s avonds toch onveilig is, dus het nadenken daarover laat ik graag aan deskundigen over. Het is een zorgpunt.
Het is een zorgpunt wat niet zo groot is dat ik tegen die hofjes ben, want ik vind het een prachtige structuur, maar het is wel iets wat ik mee wil geven aan het college. De voorzitter: Kleinpaste ‘…’. Maar ik denk dat … Toch nog een laatste ‘…’ Nee? Of wilt u … woordvoering van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, op zich vindt de Partij voor de Dieren dit best een goed plan, deze herontwikkeling van de Spuiboulevard en in algemene lijnen kunnen we ons erin vinden. Wij luisteren wel heel aandachtig naar de aandachtspunten die andere partijen nu naar voren brengen over vooral de woningbouwverhoudingen. Als Partij voor de Dieren vinden we het heel belangrijk dat we gemengd wonen in Dordrecht, dus dat in alle wijken in alle woningbouwontwikkelingen die gewenste verhouding tussen sociaal en minder duur en dure woningen terechtkomt, zodat je echt zeg maar tussen mensen woont, komt te wonen met andere, uit andere inkomensgroepen. Ook, maar ik hoorde daar al wat beweging bij andere partijen, dus we wachten gewoon af wat daar voor voorstellen over komen. Over de sociale veiligheid gaan we natuurlijk ook goed luisteren naar wat er voor voorstellen komen voor andere partijen, uit andere partijen, dat vinden we ook een belangrijk onderwerp. Waar we zelf mee aan de slag zijn gegaan is het dak- en gevelgroen.
Klimaatadaptatie en sowieso de vergroening van de stad heeft natuurlijk heel veel aandacht van de Partij voor de Dieren. Wat je vaak ziet en wat je ook dit keer zag op de visualisaties van de nieuwe Spuiboulevard is best wel rijkelijk dak- en gevelgroen, maar wat je dan vaak ziet in werkelijkheid is dat het niet gerealiseerd wordt en dat het alleen bij de visualisaties blijft. Nou gelukkig hebben we wat kwaliteitscriteria waar de bouwplannen aan getoetst gaan worden en waar het dak- en gevelgroen wel in is opgenomen, maar helaas op dit moment met een vrij vrijblijvende formulering en er staat groene daken en begroeide gevels zijn gewenst in het nieuwe woonmilieu. Ja, gouden kranen zijn ook misschien gewenst en marmeren vloeren zijn ook misschien gewenst, maar dat betekent nog niet dat ontwikkelaars ze gaan realiseren dus we willen het eigenlijk wat krachtiger borgen
10
dat er ook daadwerkelijk dak- en gevelgroen in komt en daarvoor hebben we een conceptamendement met de commissie gedeeld voor deze vergadering, wat onderschreven is ook inmiddels door de ChristenUnie-SGP en de SP en ik hoop straks door nog veel meer partijen die het ook belangrijk vinden dat we klimaatadaptatie serieus nemen, dat we de vergroening van de stad serieus nemen en dan denk ik dat één element van gevelgroen zoals ik het voorstel in dit amendement, bijvoorbeeld een klimplant op een gevel, maar je kan je ook voorstellen dat er ontwikkelaars zijn die ambitieuzer aan de gang gaan met die norm, dat dat niet teveel gevraagd is in de 21 e eeuw. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie diverse handen. Ik doe eerst even de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ter verheldering even een vraag aan de heer Groenewege. U geeft dit aan als een harde eis. Zojuist is daar een debat over geweest. Heeft hij ook nagedacht over het beheer van het groen, want dat is natuurlijk aan gevels dus de eigenaren zijn aan zet. Ik ben even benieuwd zeg maar in welke kosten of onderhoudsverplichtingen zeg maar dat toe leidt of dat een obstakel wellicht wordt voor een aantal bewoners? De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: Nou ik hoop dat architecten daar goed over hebben nagedacht, want die hebben dak- en gevelgroen immers opgenomen in de visualisaties, dus die houden de bewoners en de toekomstige gebruikers van die gebouwen voor dat zij te maken zullen krijgen met dak- en gevelgroen. Neem ik aan dat zijn goeie afspraken maken tussen de ontwikkelaar en de toekomstige gebruikers van die gebouwen om dat onderhoud goed te regelen. De voorzitter: Ik ga snel door naar de volgende vraag, want er liggen er nu een aantal. Ik zag de heer Damen. De heer Damen: Nee. De voorzitter: Of niet? De vraag. Dan gaat u. De heer Den Hartog: Een vraag aan de heer Groenewege. Het gaat natuurlijk behalve om gevel- ook om dakgroen. Nou zijn daken ook bijzonder geschikt voor zonnepanelen. Hoe ziet de heer Groenewege dat als ja, als dat wellicht conflicteert? De heer Groenewege: Ja daar heb ik geprobeerd rekening mee te houden in het amendement, want ik erken dat er ook andere functies zijn die we soms van daken verlangen. Je wilt ook niet het hele dak soms vergroenen, want soms wil je bijvoorbeeld een dakterras waar je tegels hebt om op te lopen enzovoort, enzovoort, dus de formulering die ik in het amendement heb opgenomen is het dakoppervlak voor platte daken moet worden vergroend waar dit de andere beoogde functies van het dak niet schaadt.
En dan kan je bijvoorbeeld denken van in sommige gevallen is het gunstig om zonnepanelen te combineren met een groen dak, omdat ze dan hogere productiviteit hebben, maar waar dat bijvoorbeeld niet kan is een groen dak niet verplicht en op andere plekken weer wel.
11
De voorzitter: Tevreden mee Den Hartog? Prima. Dan ga ik nu naar de woordvoering van de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voorzitter. Ja er is al een hoop gezegd. In ieder geval is het hoog tijd dat dit gebied wordt aangepakt, want het is sterk verouderd, het is niet aantrekkelijk en het past eigenlijk totaal niet bij onze mooie binnenstad. Het was inderdaad mooi om in die verbeeldingen te zien hoeveel aandacht er is voor groen, maar op sommige plekjes, plaatjes vond ik het groen wel heel veel overkomen als een verzameling grasperkjes met hier en daar een losstaande boom. Nou wij hopen dat bij de realisatie het er wat fleuriger uit komt te zien en als voorbeeld daarvan kan dan dienen de verbeelding van het hofje, want dat zag er wel mooi uit en ook daar was dus aandacht, maar daar hebben we het al uitvoerig over gehad, over verticaal groen en ook wij hopen, dat snapt eenieder inmiddels, dat dat straks ook gerealiseerd gaat worden. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja ik had een vraag aan de heer Struijk, want ik begrijp dat het amendement is ook mede namens u, het conceptstuk wat er ligt. Ik hoor u zeggen over u bent juist te spreken over de platen waarin het juist geclusterd en sterk overkomt en niet hapsnap hier en daar wat terug te vinden is.
Dan raakt het denk ik tegelijkertijd de zorg dat op een van de punten in het amendement iedere gevel één element van groen moet hebben, wat dan wellicht juist zou maken dat je juist hapsnap hier en daar stukken groen hebt, terwijl misschien juist één flink aspect binnen een hof misschien juist een krachtiger statement maakt en rustiger is voor de gebruiker dan al die ja die losse aspecten op die gevel en ik hoor u het eigenlijk ook beamen. Bent u dat ook daarmee met mij eens? De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Nou, dank u wel voorzitter. Ik ben het niet helemaal met de heer Noldus eens. Wij hebben in Nederland gerenommeerde architecten. Die hebben een rijke fantasie en ik acht ze echt wel in staat om ook als ze bij elke gevel gevraagd wordt ervoor te zorgen dat dat een keurig afwisselend geheel wordt, dus ik maak me die zorgen niet die de heer Noldus maakt. De heer Noldus: Ja voorzitter, een vervolgvraag daar nog op. Want op zich, daar kan ik me dan nog wel wat bij voorstellen bij dat antwoord, maar tegelijkertijd ben ik wel benieuwd hoe u dan de handhaving en borging van de kwaliteit door de jaren heen ziet. Ziet u daar dan een handhavende rol van de overheid in? Hoe bent u daar in om daarmee om te gaan als er na tien jaar ja wel versnippering optreedt op die gevels en het er niet meer uitziet zoals de architect ooit bedoeld had? De voorzitter: Mijnheer Struijk.
De heer Struijk: Ja dank u wel voorzitter. Nou ja dat is natuurlijk iets wat eigenlijk bij elk project speelt of het nou groen is of niet. Ik denk dat mensen die ergens met plezier wonen dat die heel veel waarde daaraan hechten dat het ook plezierig blijft en dat het
12
ook netjes blijft, dus hoe mooier straks het project gerealiseerd wordt, hoe meer hoop ik heb dat het ook mooi blijft, want ik ben het wel met u eens, verloedering dat ligt altijd op de loer en ja dat zie je ook in bepaalde wijken terug en dat gaat zichzelf versterken, maar omgekeerd zie je ook daar waar het netjes is daar zie je ook het elkaar versterken. Dat mensen met elkaar gewoon de schouders eronder zetten en de buurt netjes maken en vervolgens ook netjes houden, dus ja daar moet over gewaakt worden en de overheid hoeft volgens mij niet alles te regelen. Ik denk dat dat ook met de Vereniging van Eigenaren of hoe het er ook uit gaat zien, gaat worden daar of voor een deel de woningcorporatie dat die dat prima op kunnen lossen, maar groen vraagt ook onderhoud, dat is logisch, maar dat ik het prijskaartje wat we ervoor over moeten hebben. De voorzitter: Vervolgt u uw woordvoering. De heer Struijk: Goed, dan ga ik even verder. Wij zijn er eigenlijk van overtuigd dat dit project dus echt wat toevoegt aan dat de kwaliteit, zowel wat woningen betreft als ook aan de openbare ruimte. Dat is mooi, want dat is hard nodig. Het hofje dat is al vaker genoemd, daar hebben we ook wij onze zorgen wat betreft ja het gevaar van verloedering. Hofjes trekken nu eenmaal vaak mensen aan die je er eigenlijk niet zou willen hebben.
We moeten dus er alles aan doen om dat te voorkomen, want achteraf aanpakken dat is veel moeilijker en ik ben niet de expert op het gebied van hoe je dat moet voorkomen, maar we snappen allemaal als je in het midden van zo’n hofje een cirkel met bomen zet en daarbinnen vier bankjes, ja dat daar, dat dat een ideale hangplek is. Dat moet je dus niet willen. Maar ook hier heb ik de verwachting en het vertrouwen in architecten dat ze ook daar rekening mee kunnen houden, maar het is echt wel een serieus aandachtspunt. Wij vragen ons wel af of een gezamenlijke fietsenstalling voor bewoners een goed idee is, want bij gezamenlijk is iedereen verantwoordelijk, maar voelt in de praktijk niemand zich verantwoordelijk. En wat is dan het gevolg, een rommeltje, want je fiets die is versleten, nou dan koop je een nieuwe fiets en die ouwe laat je gewoon staan en als je dan vijftien jaar verder bent dan staan er dus dertig wrakken waar niemand naar omkijkt en voor een goeie fiets is geen plek meer, dus ik denk dat dit niet het beste plan is wat betreft de fietsen. Misschien nog één opmerking en … De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Even ter interruptie, want er zit een kleine inconsistentie voor mijn gevoel in het betoog van de heer Struijk waar hij aan de ene kant bewoners allerlei dingen toedicht die heel goed zijn.
En als de buurt mooi is dan blijft de buurt mooi en maak je er met elkaar het beste van, behalve in de fietsenstalling. De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Ja mijnheer Kleinpaste is geniaal. Dit is inderdaad heel inconsistent, maar ik, ja, ik krijg altijd lastige vragen en ik red me overal uit. De buitenkant, daar zijn mensen zich van bewust, die moet je netjes houden en de binnenkant, mwah, dat is vaak wat minder en ik meen dit eigenlijk wel serieus.
13
De voorzitter: Antwoord. Gaat u verder met uw betoog. De heer Struijk: Ik zal nog even een slotopmerking maken. Ook dat ondergronds parkeren wat de heer Kleinpaste aangaf. Dat spreekt mij op zich ook aan. Het is best wel aardig. Ik woon in een wijk die gebouwd is toen de heer Kleinpaste nog op een stepje reed, doet hij misschien inmiddels weer, maar dat is illegaal dan. De heer Kleinpaste: Ik zou het graag doen. De heer Struijk: Heel veel parkeergelegenheid ondergronds in Sterrenburg drie en dat is echt best wel heel mooi. Tegelijkertijd snap ik dat het kostbaar is, maar ze waren toen hun tijd blijkbaar ver vooruit. Terwijl toch volgens mij Gewoon Dordt toe niet in het college zat, dus dat wou ik toch nog even meegeven. Ondergronds is wel heel mooi als het kan. De voorzitter: Een beetje een ondergrondse opmerking. Ik wil kijken of er een volgende woordvoering is. Mijnheer Gündogdu? Of had u een vraag? Maar als het een … u had een vraag? De heer Damen: Nee. De voorzitter: Dan was de heer Damen eerder. De heer Damen: Ja. De voorzitter: Mijnheer Damen. Excuses. De heer Damen: Ja voorzitter. Ik wil het over twee dingen hebben, de ruimtelijke kwaliteit van het plan en het woningbouwprogramma. Wat betreft de ruimtelijke kwaliteit is het belangrijkste punt zijn de hofjes. In de tekst wordt voortdurend gerefereerd aan hofjes als het Arend Maartenshof en het Wilhelminahof.
Kenmerken daarvan zijn dat de voordeuren naar de binnenkant gericht zijn, dat die hofjes grote beslotenheid kennen, ze zijn niet doorgankelijk en volgens mij alleen overdag toegankelijk en het is laagbouw. Eén of twee woonlagen plus een dakje. Dat is hier niet de bedoeling. De tekeningen laten zien dat de voordeuren aan de straatzijde komen, niet aan de binnenzijde van de hofjes en dat ze doorgankelijk zijn. Er is een route gepland van de parkeergarage naar de Spuiboulevard over of door het hofje. Dat wil zeggen het hofje wordt zeer publiek en kennen niet de zeg maar wat stille situatie van bijvoorbeeld het Arend Maartenshof. In de tekst wordt aangegeven dat dat opgelost wordt door het verbieden van schuttingen of anderszins in de tuinen, zodat de bewoners uit blijven kijken op de binnenzijde van het hofje. Dat moet dan gehandhaafd worden. Ik ben een beetje bekend met de handhaving in Dordrecht van allerlei zaken op bouwkundig terrein. Ik heb daar weinig vertrouwen in dat dat ook gestand wordt gedaan in dit geval of we moeten het toevertrouwen aan de Verenigingen van Eigenaren die er dadelijk zijn, maar ik ben daar een beetje somber over. Ik denk dat we niet moeten toe willen naar een … Ik denk dat het idee van een groen binnenterrein heel goed is, maar dat je dat collectief moet houden en niet openbaar.
Ik denk misschien moet je één toegang maken, maar je moet het niet … De heer Kleinpaste: Voorzitter.
14
De heer Damen: Gebruiken als doorgang tussen de parkeergarage en de binnenstad. De voorzitter: Mijnheer Damen, u heeft een vraag of interruptie van de heer Klein… De heer Kleinpaste: Ja voor een deel snap ik die zorg echt. Tegelijkertijd, er zijn in andere steden ook hele goeie voorbeelden van dit soort besloten hofjes, ook bij hoogbouw, waar ook een doorgangsfunctie in zit. Ik denk aan de Merkxtuin in Breda waar dat kan eigenlijk heel erg goed werkt, dus ik ben met u eens, er moet wat op gelet worden, die schuttingen daar moet je ook toezicht op houden dat die niet gaan ontstaan, maar ik ben er toch iets minder somber over. De voorzitter: Heeft u een vraag mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Kent de heer Damen dat voorbeeld en zou hij misschien andere voorbeelden kunnen verzinnen die hem wat positiever stemmen? De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Nou in Dordrecht ken ik ze niet. Bijvoorbeeld we hebben achter de Groenmarkt hebben we binnenterreinen. Die hebben geen hoog verblijfskwaliteit. De Tolbrugstraat poortzijde, het is absoluut geen leuk en interessant terrein. De enige mensen die daar komen die komen daar om hun hond uit te laten en dan het liefst zo snel mogelijk. De hoftuin hebben we het al in het verleden over gehad. Dat is ook geen succes. De bewoners hebben hun tuinen gebarricadeerd tegen onverlaten, dus ik ken geen goeie voorbeelden.
Ik heb wel goeie voorbeelden van hofjes waar er sprake is van laagbouw, beperkte toegankelijkheid en voordeuren aan de hofzijde. De voorzitter: Het is duidelijk. Vervolgt u uw betoog. De heer Damen: Ja. Ik maak me ook zorgen over de kwaliteit van de Spuiboulevard zelf. De auto’s gaan daar weg, maar we leggen daar wel een dubbelbaans busbaan aan en dat is een behoorlijke teervlakte met daarbij naar ik verwacht ook twee fietsstroken. De vraag is wat de winst is om daar de auto’s weg te halen. De enige winst is in mijn ogen ruimtelijk dat je geen autoverkeer hebt op een deel van de Spuiboulevard. Naar mijn idee is dat een beperkte winst. Ik weet ook niet hoe je dat oplost, maar het maakt de Spuiboulevard wel minder aantrekkelijk als nu gesuggereerd wordt. Daarbij moet je in acht nemen dat de zuidzijde van de Spuiboulevard de noordzijde van de bouwblokken is en dat wordt een tamelijk donkere omgeving. Daar komt heel weinig zon, met name in de pleintjes die daar zijn uitgespaard, dus ik denk dat dat onderdeel nog veel aandacht zou moeten vragen. Ten slotte wat betreft de kwaliteit. De route van de parkeergarage naar de Voorstraat, die gaat dan als ik het goed begrepen heb blijft die lopen via het bruggetje dat er nu ligt en de Ruitenstraat en de Pelserstraat. Ik denk dat ook dat onderdeel veel meer aandacht zou moeten krijgen.
Wat betreft de kwaliteit van het plan zijn wij veel somberder dan veel van mijn collega’s en wat betreft het woonprogramma, er is nu sprake van tien procent sociale huur, tien procent goedkope koop en voor de rest middelduur en veertig procent duur. Wij hadden graag gezien en wij gaan daar ook een amendement voor opstellen dat er dertig procent sociale huur komt. Dit is een van de weinige terreinen in eigendom van de gemeente waar wij kunnen zeggen hoe het woningbouwprogramma eruit moet zien en als we het hier niet doen dan kunnen we
15
dadelijk niet veel meer uitrichten om het aantal sociale huurwoningen mee te laten stijgen met de rest van de andere woningen. Als je nu kijkt naar de Woonmonitor en bekend zijn met de bouwplannen die daar liggen zien we dat de sociale woningen die daar nu gebouwd zijn of worden en zullen worden, dat zijn vooral sociale huurwoningen die sloopplannen vervangen, dus daardoor neemt netto het aantal sociale huurwoningen niet toe of het zijn studentenwoningen en die zijn niet toegankelijk voor mensen die of voor veel van de mensen die nu op de wachtlijst staan bij de woningbouwcorporaties. Dat betekent dat het aantal sociale huurwoningen nominaal niet zal stijgen. Het aantal woningen in Dordrecht wel zal stijgen en als wij zeg maar een forse toevoeging doen, ik heb begrepen dat er sprake is van 10.000 woningen, dat betekent het dat het percentage sociale huurwoningen in de stad zal dalen van 30 naar 25. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja ik ben toch even benieuwd. Ook als opvatting over continuïteit van bestuur. Voor een deel is dit programma in een vorige raadsperiode vastgesteld, volgens mij met instemming van uw partij overigens. Ik hoorde de wethouder eerder deze avond al zeggen dat ze op koers ligt met het aantal overeengekomen sociale huur wat gebouwd zou gaan worden.
Waar ligt dan precies de zorg en heeft de heer Damen of heeft de Partij van de Arbeid er dan geen vertrouwen in dat de afspraken zoals die zijn gemaakt in de vorige periode daadwerkelijk geëffectueerd worden, want die voorzagen in een duidelijke stijging van het aantal sociale huurwoningen en ook het terugbrengen in het jaar 2030 geëffectueerd van dat wat er in de tussentijd gesloopt is, dus ik begrijp de zorg niet helemaal. De voorzitter: Duidelijk ja. De heer Damen. De heer Damen: Dat laatste is niet waar. De plannen zoals ze er lagen voorzagen niet in een stijging van het aantal sociale huurwoningen, maar dat moest gelijk blijven met een bepaald peiljaar, dan weet ik even niet precies, ik dacht 2006, maar dat weet ik niet helemaal zeker of 2016, dus er zat geen stijging in. We willen wel het aantal sociale huurwoningen of we willen wel het aantal woningen laten stijgen. Dan neemt het aandeel sociale huurwoningen daarmee vanzelfsprekend af en je hoeft niet een rekenwonder te zijn om te zien dat dat van nu ongeveer 30, sommigen zeggen zelfs 28 procent, zal dalen naar 25 procent. Wat betreft onze reden om daarop terug te komen op een eerder ingenomen standpunt is de ontwikkeling van het aantal woningzoekenden.
We hebben iets van zeven nu, inmiddels zevenduizend, het was nou een aantal jaren geleden was dat vijfduizend en daarvoor was het drieduizend woningzoekenden op de wachtlijst voor een sociale huurwoning en een tweede reden om dat te doen is ook het feit dat in toenemende mate mensen aangeven dat ze niet verwachten binnen zeven jaar inschrijvingstermijn een woning te kunnen bemachtigen, die zeg maar, mensen die aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Zeven jaar wachten op een sociale huurwoning is buitengewoon lang. Tien jaar geleden was het nog geen drie jaar. De voorzitter: Ik denk dat het punt duidelijk is. Kunt u verder gaan met de rest van uw woordvoering? Want we hebben er nog een aantal te doen en de tijd begint te dringen.
16
De heer Damen: Ja ik ben daar wat uitvoerig over, omdat ik niet kan beschikken over een woonbrief. Wij bepleiten dus een verhoging van het aantal sociale huurwoningen op deze locatie en zeker tegen de achtergrond van dit plan dat voorziet in vooral middendure en dure koopwoningen, dat daar … De heer Noldus: Voorzitter. De heer Damen: Een tekort op zit van zeven miljoen. Dat wil zeggen vijftig euro minstens per inwoners van deze stad. De voorzitter: Mijnheer Damen, u heeft een interruptie … De heer Damen: Iedere inwoner gaat vijftig ... De voorzitter: Van de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter op dit punt ook de vraag, want ik zei in mijn bijdrage ook juist dat wij het zo belangrijk vinden dat er juist in dit gebied zoveel in de categorie betaalbaar wordt gebouwd.
Daar hebben we die Woningbouwimpulssubsidie voor opgehaald, dus ik ben het met u eens dat het misschien nog wat lastig te plakken op de percentages of de verdeling die dan genoemd wordt, maar wij houden ons dan toch vast ook aan die afspraken uit de Woningbouwimpuls dat op korte termijn gestart wordt, waarbij voor zestig procent betaalbaar in verschillende categorieën waaronder sociale woningbouw, maar ook juist sociale koop … De voorzitter: Mijnheer Noldus, heeft u een vraag aan de heer Damen? De heer Noldus: Ja ik ben benieuwd waarom op dit punt in lijn met de vorige vraag van de Partij van de Arbeid hier nu anders en dogmatisch in zit, juist wetende dat de omgeving juist al zo gevarieerd is waar dit ook in plaatsvindt en dat juist die borging vanuit die subsidie hier ook op zit. De heer Damen: Ja voorzitter, wat heet betaalbaar. Ik heb begrepen dat de bovengrens van betaalbaar gekoppeld is aan de Nationale Hypotheek Garantie. Die zit op vier ton op dit moment. Dat is niet voor iedereen betaalbaar … De heer Noldus: Ja voorzitter, misschien, maar dan stel ik daar gelijk wel even een technische vraag misschien richting het college ook om daar enige duiding op te gegeven wat dan die categorieën zijn, want daar zit wel een hoop valt daar binnen. Dat ben ik wel met de heer Damen eens. Maar enige duidelijkheid daarover lijkt me wel goed.
De voorzitter: Mijnheer Damen, vervolgt uw betoog. De heer Damen: Ik hoop dat die woonbrief dat in ieder geval binnenkort gaat opleveren. Ten slotte wat betreft het voorstel van dat we mogen verwachten van de Partij voor de Dieren, het borgen van gevelgroen. In onze ogen is gevelgroen draagt het bij aan een koelere woning in de zomer. Dat betekent dat het op zich waardevol is. Belangrijk is dat je vanaf het begin of in de bouwfase al zorg draagt voor het aanbrengen van dat groen.
17
Achteraf een woning van groen voorzien is vele malen duurder. Dat betekent dat je daar afspraken over moet maken, dat je het moet borgen. Doe je dat niet, dan is het of duurder of komt het er niet. Wat dat betreft steunen we graag dat voorstel en zullen we ook als dat mogelijk is die motie of dat amendement onderschrijven. Wij delen de zorg wat betreft de collectieve fietsenstalling. Als het verkeers- en vervoersbeleid succes heeft dan gaan we meer fietsen en minder autorijden. Menig Dordtenaar heeft inmiddels meer dan één fiets en vaak is dat, daar zitten dure fietsen bij, racefietsen, elektrische fietsen, zijn steeds duurdere dingen. Als die opgeborgen staan in een collectieve kelder die niet zichtbaar is dan kun je onderdelen van je fiets gaan missen. Dat vinden vast mensen niet leuk. De voorzitter: Vraag van de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ja dank. U zegt, de heer Damen zegt een groot gedeelte eigenlijk zou sociale huur moeten worden in dat hele nieuwe gebouw en dan met betrekking tot de fietsenstalling. Bij mij is het in geval zo dat er dan ook gewoon een huismeester wordt aangesteld die dan zorg draagt voor de fietsenstalling en voor de omgeving, dus dan zou een deel van de zorgen misschien weg zijn. De voorzitter: Mijnheer Damen.
De heer Damen: Die huismeester gaat vast niet in die fietsenstalling voortdurend het toezicht houden, dus zeg maar onverlaten zullen nog steeds proberen onderdelen van fietsen te verwijderen. Je praat tegenwoordig over fietsen van vijf, zesduizend euro. De voorzitter: Is duidelijk ja. Ik wil naar een volgende woordvoering. Ik zie daar de heer Den Hartog. Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u voorzitter. GroenLinks Dordrecht is heel blij met een bouwproject zoals Spuiboulevard. Het helpt namelijk enorm bij de opgaven waar Dordrecht voor staat. Niettemin hebben we natuurlijk ook een paar kanttekeningen. In het Politiek akkoord ’22-’26 staat niet voor niets dat we een flinke inhaalslag moeten maken op de planvorming en de bouw van met name betaalbare woningen en er staat ook dat de afspraken uit de Woonvisie nagekomen worden. Nou daar staat in en dan citeer ik even, we kijken naar mogelijkheden om sociale woningen te bouwen op onder meer de Spuiboulevard. Nou dat samen, de eerste ambitie is om dertig procent van de te bouwen vierduizend woningen in het sociale huursegment te laten plaatsvinden. Dat is natuurlijk wel over de hele en niet alleen dit ene project, maar het telt wel op en daar zien wij toch te weinig van terug.
Wij maken ons grote zorgen, mede omdat de Rekenkamer nota bene in haar rapport letterlijk heeft gezegd dat de planvoorraad voor sociale woningen niet op orde is. We vragen daarom eigenlijk ook wel inzage in de cijfers voor harde en zachte planvoorraad per project, want als dat niet op schema ligt, ja dan zal er iets extra’s moeten gebeuren, ook bij de Spuiboulevard. Een tweede punt. We zijn ook heel blij met de 1500 betaalbare koopwoningen die er gaan komen. Dat is een wens van GroenLinks, dus dat hier invulling aan wordt gegeven daar zijn we content mee, maar net zoals ook de heer Damen net al heeft gezegd, we moeten het wel hebben over de discrepantie die er bestaat tussen de definitie van wat betaalbaar is. Nou net werd vier ton gezegd. Ik heb wel eens 350.000 gehoord, maar oké en wat voor Dordtenaren met beroepen zoals docent, verpleegster, agent zijn, wat daarvoor daadwerkelijk te
18
betalen is. Ik ben toevallig even bij De Hypotheker langs geweest. Ik heb een bijvoorbeeld laten uitrekenen. Een stel van 30 jaar waarvan de één agent is, gewoon halverwege zijn schaal, de ander is verpleegster, halverwege de schaal en conform het gebruik in Nederland 1,5 verdiener samen, ja die kunnen een hypotheek krijgen van maximaal 265.000 en dan alleen nog als ze geen andere schulden hebben, geen studieschuld, geen lening voor een auto en dergelijke. En dat is halverwege. Staan ze aan het begin van een schaal is dat 215.000 en als je alleenverdiener bent of alleenstaande dan pakt dat nog lager uit. Oftewel, wij roepen op, we vragen om binnen het segment betaalbare woningen ook een aanzienlijk deel te bouwen onder de drie ton richting de twee ton. Dank u. De voorzitter: Oké dank u wel. Ik zie een vraag van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Groenewege, ja dank u wel. Ik heb GroenLinks niet gehoord over dak- en gevelgroen en ik ben wel benieuwd hoe GroenLinks daarover denkt en hoe GroenLinks naar dit conceptamendement kijkt. De voorzitter: Even heel kort, want ik denk dat er hier al heel veel over gewisseld is. De heer Den Hartog: Ja dank u wel. Terechte vraag. Wij steunen dat. De voorzitter: Lijkt me duidelijk. U was klaar. De heer Gündogdu zit te springen om wat … De heer Gündogdu: Ja voorzitter, ik moet om half negen naar een andere vergadering, dus vandaar.
De voorzitter: Nou heel snel dan. De heer Gündogdu: Excuses. Ik moet het echt heel kort houden ja. Het is de planning vanavond. Voorzitter, nou ja dit traject loopt natuurlijk al enige jaren en ik denk dat menigeen hier een bepaald idee heeft over Spuiboulevard. Ik denk dat wij een fout wat jaren geleden is gemaakt door een harde lijn Spuiboulevard met de binnenstad op te werpen dat dat zeg maar nu eindelijk eens gaat verdwijnen. Voorzitter, graag aandacht voor het gebruik van de Spuihaven. Daar roepen we echt het college voor op. Die Spuihaven, die ligt erbij en die zou veel meer geïntegreerd kunnen worden met de woonfunctie op de Spuiboulevard en vervolgens voorzitter, we hebben het zojuist gehad over de veiligheid, de hofjes, de sociale veiligheid en eigenlijk roepen wij het college ook op om als je naar de markt gaat om dan bewust ook dit gebied te positioneren als hier wil je graag wonen, om te wonen heb je hier lusten maar ook de lasten en lasten zijn je bent samen verantwoordelijk voor het onderhoud van onder andere de tuinen, maar ook de buitenruimte. Hoe zorg je daarvoor. Ik heb daar niet echt een hamer of van en zo moeten de toekomstige bewoners dit gaan doen, maar neem dat mee in de uitwerking, want we hebben nogal wat ambitie met dit gebied. Het wordt de eyecatcher van onze binnenstad en dan mag je ook van de toekomstige bewoners ook wel wat verwachten.
Wil niet zeggen eisen, maar verwachten. Zet het dus ook zodanig in de markt. Vervolgens, voorzitter, dat laatste punt. Wij hebben prachtig mooie architectuur in onze stad, in onze binnenstad. Ik heb dat de vorige commissie ook al aangegeven. Alsjeblieft, zorg ervoor niet dat we alleen maar blokken krijgen, maak gebruik van datgene wat we
19
al hebben in onze stad met die bogen en andere soorten architectuur en zet dat alsjeblieft in op de Spuiboulevard. Dat is meer een oproep. Dank u wel en dan verlaat ik de vergadering. De voorzitter: Dank u. Veel succes. Die kan ik dan het woord geven? Ja. Ik ben even uw achternaam kwijt. Sorry. De heer Klerk: Klerk. Dank je wel voorzitter. Dank u wel voorzitter. Voorzitter, het CDA Dordrecht kan zich op hoofdlijnen goed vinden in het plan voor de Spuiboulevard. Het is een heel mooi plan en het is goed te zien dat er via deze ontwikkeling ja wordt beantwoord aan de immense woningopgave waar we mee te maken hebben en krijgen, maar voorzitter, u hoort de maar al aankomen. Er is ook een aspect aan dit plan waar het CDA ja wat gematigd positief of niet positief over is en dat is de volgens het raamwerk vaststaande verhouding tien, tien, veertig, veertig tussen sociale huur, goedkope woon en middenduur en dure woningen. En we vragen ons af waarom deze verdeling vaststaat, terwijl er nog geen aanbesteding is geweest en net als veel andere partijen zo blijkt ook vanavond weer, zet ook het CDA Dordrecht zich in voor betaalbare woningen.
Betaalbaar ja voor ik noem de beroepsgroepen maar weer, de agent, student, de oudere, de leraar en het CDA Dordrecht was dan ook blij dat in het Politiek akkoord werd ingezet op het bijtrekken van een been ten aanzien van het aanbod van sociale huurwoningen en dat het percentage van dertig procent hieraan werd gekoppeld. Nu … De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Dan toch een vraag daarover, want ik hoor de heer Klerk uiteraard terecht nou zijn zorgen uiten over de woningmarkt en over de verschillende doelgroepen in de woningmarkt. Ik denk dat we daar in het Politiek akkoord best een goeie duit in het zakje voor hebben gedaan met elkaar ook op die doelgroepen gericht. Tegelijkertijd de doelgroepen die de heer Klerk noemt zijn niet alleen de mensen die alleen in de sociale huurwoning zoeken. Die zoeken ook juist in die andere sectoren. Juist in dit plan zit veel betaalbare woningbouw is gepland. Ik ben wel benieuwd, want u haalt daarbij de dertig procent afspraak uit het Politiek akkoord daarbij. Bent u zich ervan bewust dat het echt een realisatieafspraak is in deze termijn dat we het hier toch vooral ook over planvorming hebben en of dat wel dezelfde percentages zijn die u met elkaar probeert te vergelijken. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel.
Nou uiteindelijk die dertig procent en daarmee wilde ik ook mijn woordvoering vervolgen, die zie ik niet als een percentage dat je op ieder afzonderlijk plan kunt leggen, maar onze zorg zit hem wel in het feit dat nou ja dat er in werd gezet op het bijtrekken van een been, dus dat er, ja dat er ook een inhaalslag is te maken op dat punt en ook het feit dat in die Woonvisie, dat werd eerder ook door een collega gehaald, ja wel aangekondigd werd van nou ook de Spuiboulevard is een locatie waar we dat moeten onderzoeken en daarom ja zit de zorg hem in combinatie met wat ik aangaf van de vaststaande percentages naar ...
20
De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik zou eigenlijk de heer Klerk dan ook dezelfde vraag willen stellen die ik ook aan de heer Damen heb gesteld namelijk er is ook zoiets als continuïteit van bestuur. Het programma is in het vorige college wat dat betreft vastgesteld ook met instemming van uw partij by the way … De voorzitter: Dus dezelfde vraag inderdaad. De heer Kleinpaste: Dus in dezelfde vraag … De voorzitter: Dus misschien dat de heer Klerk hem gelijk kan beantwoorden. De heer Kleinpaste: Hoe duidt u dat dan? De heer Klerk: Nou ik duid dat in het kader dat we het hier hebben over het bijtrekken van een been en een inhaalslag moeten maken en dat is iets wat in dit Politiek akkoord staat. De heer Kleinpaste: Voorzitter, nog een vervolgvraag. De voorzitter: Sorry? De heer Kleinpaste: Mag ik nog een vervolgvraag stellen aan de heer Klerk? De voorzitter: U mag een vervolgvraag stellen. De heer Kleinpaste: Ja precies. De voorzitter: Ja gaat u gang. De heer Kleinpaste: dank u wel. Ja concludeer ik hier nou goed dat uw zorg niet zozeer zit op het project hier zelf, maar meer een zorg is die breder staat op of we die opgave van die 1200 sociale huurwoningen deze periode gaan halen over de hele stad verdeeld? Mag ik u zo uw woorden dan interpreteren? De heer Klerk: Ja, ja, goed.