2.4 2022-11-15 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG, D.D. 15 november 2022 Vergaderkamer 5
1. Inspreker, n.a.v. brief aan de gemeenteraad The Movies stadsbrasserie De Witt leefbaarheid Hofkwartier. Voorzitter: mevr. Kruger Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (CU/SGP) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Maroof (DENK) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Hekkert (inspreker) Dhr. Monaten (inspreker) Dhr. Ter Steeg (inspreker) Mevr. Van Ansem (inspreker) Dhr. Van Buren (inspreker)
De voorzitter: Nou, goedenavond allemaal. Ja, het belletje moest even denken aan Vroom en Dreesmann vroeger: wil die en die naar de kassa komen? Ja, jullie zijn aapjes, jullie klappen zo wanneer het kwartje valt. Oké. Goedenavond allemaal, wij zijn nu bij de commissie aangekomen. Heren van de SP en de Dordtse VVD, we gaan beginnen. Ik moet even mijn papiertje erbij pakken, want ik weet het niet eens uit m’n hoofd allemaal. Dit is een niet aangekondigde commissie, omdat mevrouw Van Assem een brief … Ansem, ik zeg Assem, hè? Ansem heeft een brief gestuurd naar de griffie en ook naar de raad met de vraag in te kunnen spreken over de nieuwe brasserie bij The Movies op het Augustijnenkamp. Nadat mevrouw Van Ansem zich aangemeld had hebben nog drie mensen zich aangemeld en dat zijn de heren Harry Monaten, de heer Vincent Hekkert en de heer Dennis van Buren. We zullen ze ook, ik ga eerst nog zo even een rondje doen van degenen die aanwezig zijn, maar we zullen zo meteen vijf minuten per inspreker luisteren naar wat zij te zeggen hebben. Pas daarna krijgen de commissieleden de kans
1
om vragen te stellen of opmerkingen te maken. Deze vragen en opmerkingen graag van technische aard, geen politieke meningen of opmerkingen. We hebben erop geoefend, dus dat moet helemaal goedkomen. Ja, ik wil even een rondje gaan maken voor de notulen wie allemaal aanwezig zijn. Begin ik hier aan mijn linkerhand, als u zelf allemaal even het knopje indrukt, zegt wie u bent en waarvan. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, ik ben commissiegriffier. De heer Den Heijer: Den Heijer, VVD. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer De Boer: Robbert de Boer, Op Ons eiland. De heer Maroof: Maroof, DENK Dordrecht. De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie SGP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, van CDA. De heer Monaten: Harry Monaten, bewoner van Dordrecht. De heer Ter Steeg: Geert ter Steeg en ik kom met Dennis mee. De heer Van Buren: Dennis van Buren, ondernemer. De heer Hekkert: Vincent Hekkert, inspreker. Mevrouw Van Ansem: Marie José van Ansem, inspreker. De voorzitter: Ik zie dat iemand nog zijn knopje … Ja. Ja, er kunnen maar twee knopjes tegelijk aanstaan, dan gaat de derde op groen, dus zodra u gesproken hebt graag het knopje uitzetten. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid.
De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De voorzitter: En dan krijgen we nog als laatste ertussen geschoven.
2
Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht. De voorzitter: Oké, welkom allemaal en ook welkom de mensen hier achter mij op de tribune en wellicht de mensen thuis. Ja, we gaan het hebben over een horecagelegenheid aan het Augustijnenkamp of, ja, de Nieuwstraat is het denk ik ook. Ik wil wel even meegeven dat horeca op deze plek is toegestaan, er is al een horecagelegenheid op dit moment en het staat ook in diverse planvorming. En het college heeft de omgevingsvergunning verleend, dat is gewoon even de context om mee te geven in welke hoedanigheid wij hier zitten. De procedure omtrent deze omgevingsvergunning, die loopt nog. En dan de insprekers die kunnen hier nu, ja, hun woordvoering doen over hoe zij tegenover het geheel staan. Wij luisteren. En ik wil graag mevrouw Van Ansem als eerste het woord geven. Gaat uw gang. Mevrouw Van Ansem: Voorzitter dank u wel. Vijf minuten spreektijd is erg kort voor een complex project als brasserie De Witt. Hopelijk heeft u het vooraf toegestuurde documentje nog kunnen lezen. Allereerst even uitleg namens wie ik hier inspreek, dat is namens het buurtcomité Augustijnenbuurt, een bewonersoverleg dat elke maand wordt georganiseerd door het bestuur van de Stichting Lastigh Ent. Een tiental deelnemers aan het buurtcomité is hier ook aanwezig op de publieke tribune. Dan beknopt waar we u van op de hoogte willen stellen.
Het project brasserie De Witt omvat de verandering van een filmhuis met ondergeschikte horeca naar zelfstandige horeca met een ondergeschikte filmhuisfunctie. De horecavoorziening verandert daarmee van karakter, van omvang en van de beoogde openingstijden. Onder andere wordt ingezet op een buitenterras met 190 plaatsen, tweemaal zo groot als het terras van restaurant Post, denk daar even over na, dat op donderdag tot en met zaterdag tot één uur open zou moeten zijn en de brasserie zelf tot twee uur. Onze overall reactie op het plan is: er moet iets gebeuren om het filmhuis overlevingskansen te geven. Het ingediende plan voor de brasserie is een mooi plan met een enthousiaste ondernemer maar echter een forse maat te groot voor deze locatie. Onder andere vanwege de geluidbelasting die er gaat ontstaan, grotendeels veroorzaakt door het enorme terras. Hopelijk kent u de situatie ter plekke, het terras wordt aan drie zijden omsloten door woningen die op acht meter afstand van het terras liggen en überhaupt ligt brasserie De Witt in een woonbuurt gemengd met enkele belangrijke culturele voorzieningen. Wat is op dit moment het probleem waar we uw aandacht voor vragen? Volgens de beoogde exploitant zijn de genoemde openingstijden en de omvang van de horeca in het plan absoluut noodzakelijk om de brasserie te kunnen exploiteren.
Er wordt voor een enorm bedrag geïnvesteerd in de verbouwing. Voor de brasserie zijn met name drie vergunningen van belang: de omgevingsvergunning om af te wijken van de huidige bestemming en de verbouwing van het pand. De horecaexploitatievergunning en de terrasvergunning. Helaas lopen die vergunningstrajecten niet gelijk op in de tijd. De omgevingsvergunning is recent verleend waarmee de verbouwing kan starten. De exploitatievergunning en de terrasvergunning zijn nog niet aangevraagd en er is dus ook nog niet onderzocht wat het terras aan overlast voor de omgeving gaat opleveren en hoe zich dat verhoudt met geldende geluidnormen bijvoorbeeld. Kortom, er wordt vanaf nu fors financieel geïnvesteerd maar de ruimtelijke en maatschappelijke effecten van het totale project op de omgeving zijn niet in beeld gebracht. Waarbij we als bewoners kijkend naar eerdere geluidonderzoeken van een terras elders in de buurt en kijkend naar de huidige parkeeren stallingsdruk in onze sector ervan overtuigd zijn dat door de brasserie, inclusief
3
terras, bewoners laat in de avond hun auto nergens meer kwijt kunnen maar vooral dat de geluidnormen fors overschreden gaan worden en de situatie in de omgeving van de brasserie volstrekt onleefbaar wordt. Hoewel we dus al op achterstand staan als bewoners omdat de omgevingsvergunning inmiddels is verleend, ondanks het feit dat we vanaf het begin deze zorgen expliciet hebben benoemd, willen we toch alsnog uw aandacht vragen, tenminste voor het vervolgproces waarin bezwaren op de omgevingsvergunning behandeld gaan worden en de horeca- en terrasvergunning nog moeten worden aangevraagd. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank voor uw woordvoering, mevrouw Van Ansem. Dan wil ik nu als tweede het woord geven, de heer Harry Monaten. En misschien, u noemde, dat bent u? Oké, u bent ook als inwoner van … De ‘…’, oké. Gaat uw gang. De heer Monaten: Nou, dank u wel dat ik hier mag zijn en mag wat inspreken. Ik ben bewoner ‘…’ jaar in Dordrecht nieuw eigenlijk gekomen. Dordrecht heeft in deze tijd een hele mooie voorsprong gemaakt van een beetje een zielige stad waar eigenlijk niet zo veel te beleven viel en als Rotterdammer vond ik dat best wel een gemis. De laatste 24 jaar is er zoveel moois gebeurd, verbetering van omgevingsruimte, bestrating, horeca. En ik denk dat sommige punten nog meer aandacht kunnen verbeteren.
De sfeer in de stad is soms zo stil, dat ik als ik ‘s avonds door de stad loop er geen levendigheid is en geen vertier. Vooral doordeweekse dagen. Ik denk dat zo’n filmhuis, een stadsbrasserie, een extra dimensie kan geven aan zo’n stad, aan de levendigheid van zo’n stad, want je moet er ook wonen, je moet er leven, maar je moet ook vertieren. En dat mis ik soms nog wel heel klein beetje in Dordrecht. Ook qua veiligheid, want als je nu over straat loopt, je ziet amper eens een sterveling op straat lopen, zeker het Statenplein is totaal uitgestorven, zit geen beweging in. En met zo’n horecagelegenheid in de binnenstad, dan geeft dat ook een stukje veiligheid voor de mensen die over straat lopen. Gezelligheid, dat vind ik een stad, een stad is een stad en er moet geleefd worden en er moet gewoond worden maar ook amusement zijn. Ja, ik heb niet zo’n heel mooi verhaal als die mevrouw, ik ben vandaag gekomen maar ik zie wel dat Dordrecht zoveel potenties heeft om meer mensen die stad in te krijgen vanuit de buitenwijken maar ook van elders, van de omgeving hebben we ook een aantrekkingskracht nodig. Breda, Rotterdam, ja, daar gaan wij nu uit, daar gaan jongeren heen en jongeren moeten ook in die stad blijven, geld uitgeven, vertier hebben en dat is ook goed voor de middenstand. Vind ik persoonlijk. En daar sta ik ook mijn bijdrage.
Ik hou van Dordrecht, ik ben van deze stad gaan houden, het is mijn stad. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Monaten. Nou, het is keurig binnen de tijd, u had maar ruim twee minuten nodig. Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Vincent Hekkert. De heer Hekkert: Ja, goedenavond. Mijn naam is Vincent Hekkert. Ik ben begin dit jaar van Papendrecht naar Dordrecht verhuisd. Waarom? Mijn zoon werd volwassen, wij zochten eigenlijk een meer inspirerende woonomgeving en die hebben we absoluut gevonden in Dordrecht. Ik heb in die afgelopen twaalf maanden Dordrecht heel goed leren kennen, ik ben groot fan geworden van de stad en stadsgenoten hebben mij verteld dat de laatste jaren de stad echt enorm ontwikkeld is. Mooie events, mooie horeca, mooie winkels en een fijn woongebied. Ik heb met veel belangstelling heb ik het ondernemingsplan van The Movies en stadsbrasserie De Witt gelezen, tot mij genomen.
4
Ik ben ook in de Kunstkerk geweest onlangs waar een presentatie werd gegeven waar ik ook een aantal toen enthousiaste buurtbewoners heb gesproken. En die buurtbewoners, die spraken toen ook wel wat zorgen uit. Wat ik mooi vind aan het plan is dat het eigenlijk in ere houdt dat de bioscoop er blijft met filmhuisfilms, wat denk ik heel aantrekkelijk is voor een stad als Dordrecht. En dat er een prachtig mooi restaurant, brasserie en een terras komt en eigenlijk een heel mooi oud gebied van Dordrecht. Om heel het simpel te maken: ik denk persoonlijk als bewoner van Dordrecht dat Dordrecht zoiets echt nodig heeft. Kijk je naar een stad als Breda en Rotterdam, dan moet je als Dordrecht aanhaken, wil je de binnenstad aantrekkelijk maken en houden en ook zorgen dat de mensen er blijven wonen en ook zorgen dat je er werkgelegenheid blijft ontwikkelen. Ik denk dat een bruisend centrum absoluut bijdraagt aan werkgelegenheid. Ik heb echter in de krant en andere media, want ik vind het leuk om dat te volgen, wel gelezen over de struggles, om het zo maar te zeggen en ook de zorgen bij de mensen die er wonen. De overlast, het feit dat het parkeren misschien wat lastig wordt, zijn dingen die ik inderdaad heb gelezen. En dat is ook eigenlijk de reden waarom ik besloten heb om mij op te geven voor deze inspraakavond.
Ik ben namelijk echt een groot voorstander van het plan en ik denk dat het echt heel goed moet kunnen gaan werken als beide partijen goed naar elkaar luisteren en concessies doen. Wat je gaat organiseren en wat je gaat regelen is dat je dat gedeelte van het centrum gaat betrekken bij het andere gedeelte van het centrum. Je gaat het groter maken en aantrekkelijker maken voor de mensen. Er moet simpelweg een rendabele bioscoop komen, je moet daarom wat meer dingen er omheen gaan doen en ik lees in de plannen dat er absoluut de ambitie voor is. En laten we ook niet vergeten dat er ook al een vergunning was, er was een bioscoop, er was een terras, er is een bioscoop, er is een terras en er is horecagelegenheid. Ik hoop echt dat de bewoners en de mensen die het plan hebben samen kunnen komen, samen kunnen spreken en dat dit mooie plan met zeker ook het wegnemen van de zorgen van de bewoners, dat het kan doorgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Hekkert, ook ruim binnen de tijd. Nou, dan de laatste spreker, de heer Van Buren, ik daag u uit ook binnen de vijf minuten. De heer Van Buren: Ik zal mijn best doen, mevrouw Kruger, dank u wel. Verandering is voor mij de drijfveer van innovatie. Dingen anders durven doen brengt nieuwe energie, verrassende inzichten en in veel gevallen een beter resultaat.
Verandering is dan ook een begrip dat ik door mijn organisatie heen breed heb omarmd, niet alleen in de afgelopen twee jaar, de opkomende roerige tijden aangaande bijvoorbeeld de energiecrisis, maar ook zeker daarvoor. Verandering is in mijn optiek als ondernemer dan ook essentieel wanneer het aankomt op het voortbestaan van de huidige Movies aan de Nieuwstraat 60 in Dordrecht. In samenwerking met onder andere aan mijn rechterhand Geert ter Steeg, de huidige exploitant van het geheel, ontwikkelen we daar De Witt, een concept waarin culturele film en zelfstandige horeca samenkomen. De zelfstandige functie van die horeca op deze plek is nodig om het culturele aspect te gaan versterken in plaats van deze zoals nu te ondersteunen. Conform de Dordtse horecanota is deze versterking van de horeca één van de aspecten die meespelen in de versterking van de Dordtse binnenstad als centrum van de regio. Iets waar u zich als raad en het huidige college ook zo ambitieus over uit heeft gesproken de afgelopen jaren. Om dat beeld te versterken citeer ik graag een alinea van pagina negentien uit het beleidsstuk
5
Dordtse horeca in ontwikkeling. In de horecanota binnenstad 2002 2007 werd al aangegeven dat de Nieuwstraat de potentie heeft om een aantrekkelijk eetstraatje te worden. Nu het Hofkwartier tot ontwikkeling komt liggen er grote kansen om dit te realiseren. Economische kansen, omdat het Hofkwartier bezoekers aantrekt en ruimtelijk omdat mits het pand aan de Nieuwstraat 60-62 met voldoende ambitie ontwikkeld wordt de Nieuwstraat zowel ruimtelijk als functioneel kan worden opgespannen tussen de Nieuwstraat 60-62 en het cluster van restaurants op de kruising Voorstraat Wijnbrug. Hiermee ontstaat via de Wijnbrug en de horeca in de Wijnstraat ook een horecaroute naar het Scheffersplein. Voorwaarde is wel dat de Nieuwstraat 60-62 een sterk en aantrekkelijk horecaconcept huisvest dat niet alleen ondersteunend aan het dag bezoek in het Hofkwartier is maar ook ‘s avonds in staat is een eigen bezoekersstroom op gang te brengen. Conform hetgeen gezegd is over acquisitie in deze notitie zal daarbij worden ingezet op een ondernemer met voldoende creativiteit en ervaring als ontwikkelaar die vanwege een sterk concept een aantal kleinere ondernemers in zijn kielzog zou kunnen meetrekken naar de Nieuwstraat, punt.
Daarnaast is het conform het document toekomstige invulling binnenstad Dordrecht wenselijk dat de horeca in het gebouw in de Nieuwstraat waar de beoogde ontwikkeling gaat plaatsvinden een versterkende werking gaat hebben op de culturele activiteiten die daar nu huisvest, anders dan de ondersteunende functie die de horeca in de huidige hoedanigheid heeft. Met het afgeven van de omgevingsvergunning voor de transformatie van het gebouw is een startschot voor die verandering en versterking gegeven. Deze wat ons betreft noodzakelijke verandering komt niet als een donderslag bij heldere hemel bij de inwoners van Dordrecht en de directe omgeving. Alvorens het afgeven van deze vergunning hebben Geert en ik als ondernemers maar ook mijn medewerkers, de projectleider van de ontwikkeling namens Nieuwstraat Vastgoed BV, de gemeente Dordrecht en de buurtbewoners zelf een zeer actief en betrokken participatieproces opgestart waarmee we met elkaar zorgen, uitdagingen en gedeeld gedachtegoed tot in details hebben besproken. Het volledige proces kan u wanneer wenselijk inzichtelijk gemaakt worden. Het proces heeft ook geleid tot enkele significante wijzigingen van de plannen, zoals bijvoorbeeld het inpandig oplossen van een afvalstroom die al tien jaar plaatsvindt in de openbare ruimte, het weglaten van terrasruimte in de Nieuwstraat en het minimaliseren van verlichting aan het pand.
Waar wenselijk geef ik u ook graag een nadere en uitgebreide toelichting op de aanpassingen die zijn gedaan. Deze wijzigingen zijn tot stand gekomen na die overleggen in dat participatietraject dat inmiddels sinds begin mei van dit jaar loopt. Naast de praktische onderdelen van het plan waarop ik al eerder kort heb ingezoomd zijn er natuurlijk ook kortere, of, sorry, ook grotere begrippen waarop de uitvoer van dit plan zijn hopelijk positieve weerslag heeft. Denk daarmee aan meer werkgelegenheid, ontwikkeling van samenwerking op cultureel gebied in en buiten het Hofkwartier, het aantrekken van nieuw publiek voor de binnenstad vanuit de regio, landelijke exposure door de combinatie van design, ondernemerschap en een uniek concept, het verwezenlijken van beleidsdoelen, toename van sociale controle in de Kloostertuin, verduurzaming in de breedste zin van het woord, zowel groener maar bijvoorbeeld ook letterlijk duurzaam door iets wat lang kan blijven zitten en het aantrekkelijker en groener maken van de openbare ruimte. Gezien de tijd rond ik mijn betoog graag af. Wij en dan spreek ik namens Geert en mij versterken met De Witt de attractiviteit van de stad. We doen dat gepassioneerd en verantwoordelijk binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Daarnaast hebben we alle intentie om straks de feitelijke exploitatie te doen met zorg voor goed nabuurschap. De vele praktijkervaringen
6
van de afgelopen negen jaar bewijzen dat we de culturele en recreatieve voorziening kunnen combineren met een goed leefklimaat voor de omwonenden en dat verdient in onze optiek ook het vertrouwen voor de komende tien jaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Buren. Het was langer maar ook nog binnen de tijd. Ja, dan is nu aan de commissie: zijn er commissieleden die vragen willen stellen? Dan graag even aangeven aan wie de vraag gesteld wordt en dan vervolgens uw vraag. De heer Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: Dank u wel voorzitter. Ja, ik heb een vraag aan mevrouw Van Ansem. Want die zegt dat het leefgenot toch wel heel drastisch gaat veranderen, maar ik hoor een aantal andere insprekers ook een aantal positieve aspecten noemen zoals het vergroten van de sociale veiligheid. Heeft mevrouw Van Ansem ook over dat aspect nagedacht en heeft zij ook een opvatting? Mevrouw Van Ansem: In zijn algemeenheid voor de binnenstad, zeker, als daar meer gebeurt en meer mensen op straat zijn wordt het sociaal veiliger. Zeker. Of het nou in de directe omgeving van een horecagelegenheid per definitie sociaal veiliger wordt, daar zet ik mijn vraagtekens bij. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste, is voldoende beantwoord ook? De heer Kleinpaste: De vraag is in die zin voldoende beantwoord, ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Portier, SP.
De heer Portier: Ja voorzitter, ik had een vraag aan de heer Van Buren. Nou, allemaal prachtige plannen natuurlijk, hè, maar het grootste bezwaar van de bewoners richt zich tegen het hele grote terras en de mogelijke overlast die dat veroorzaakt. Kunt u op de een of andere manier die zorgen wegnemen? Wat zijn uw plannen om te voorkomen, hè, dat die overlast gaat ontstaan? De heer Van Buren: Ja, die zorgen, die proberen wij vanzelfsprekend natuurlijk in eerste instantie te bespreken met elkaar, wegnemen kan ik een zorg niet op voorhand. Dat hoop ik te doen door inzicht te geven in de plannen zoals we ze hebben gemaakt, met elkaar in gesprek te blijven, ook duidelijk uit te leggen, ook refererend aan de andere bedrijven die ik inmiddels bijna zes jaar exploiteer, hoe we omgaan met drukte in de openbare ruimte, op een terras, ja en uiteindelijk ook de gevolgen die daarbij horen denk ik, hè, een horecagelegenheid kent vele facetten en ook vele fases waarin drukte of overlast zou kunnen worden ervaren. Ja, wat we daaraan kunnen doen, kijk, we maken een begroting en op basis van die begroting zeg maar tekenen we een aantal stoelen en tafels in, doen we ook iets met openingstijden, hè, zoals al aangegeven door mevrouw Van Ansem. En dat is een inzet, hè, die proberen wij te doen conform de regelgeving zoals ik net ook al aangaf.
En met de ervaring die we koppelen denk ik ook inmiddels ruimschoots bewezen te kunnen hebben dat we daar op een goede manier mee omgaan binnen de stad. Als u dat anders ziet, dan hoor ik dat ook graag. Maar dat is mijn antwoord. De voorzitter: De heer Portier heeft nog een hele korte vervolgvraag.
7
De heer Portier: Nou, er is geen twijfel aan uw ervaringen met horeca in de stad, laat dat duidelijk zijn. Ja, ik heb nu nog niet een heel concreet antwoord gehoord, maar goed, ik heb een andere vraag. En dat is: u zegt inderdaad dat een heel groot terras of dat is een onderdeel van de plannen dat dat noodzakelijk is om ook voor de grotere filmhuisconstructie zeg maar voldoende publiek te krijgen. Ja, dan denk ik aan LantarenVenster in Rotterdam, wat een van de meest bekende filmhuizen natuurlijk in de regio is. De voorzitter: Mijnheer Portier, wilt u tot uw vraag komen? De heer Portier: Die heeft volgens mij maar een heel klein terras, er zit bijna niemand. Hoe nodig is het grote terras om het filmhuis mogelijk te maken? De heer Van Buren: Ik denk dat we daarin even twee dingen door elkaar halen, of dat u twee dingen door elkaar haalt op dit moment. En dat is het feit dat het filmhuis niet betaald wordt van de omzet die gedraaid wordt op het terras. Daarom vragen wij ook de verzelfstandiging aan van de horeca, die moet zich zichzelf kunnen bedruipen en zoals ik ook aangaf in het citaat, uit die plannen, die horeca moet in staat zijn om ook zelf een loop te kunnen creëren en dat kan in mijn optiek alleen maar wanneer dat terras ook een bepaalde grootte heeft.
Daarbij, LantarenVenster zit op de Kop van Zuid, er zitten nogal wat horecatrekkers omheen met veel grotere terrassen dan de aantallen die ik nu schets en die hebben binnen bijna tweeduizend zitplaatsen. The Movies heeft er straks ter indicatie 360. De voorzitter: Oké, dank u wel. Eerst mevrouw Striebeck van VSP, die zit al … Mevrouw Striebeck: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Ansem en ook aan de heer Van Buren. Het gaat wat parkeren betreft om sector D. Kunt u de situatie schetsen qua parkeren op dit moment en wat u verwacht in de toekomst? En dat is ook een vraag aan u. De voorzitter: Mevrouw Van Ansem? Mevrouw Van Ansem: Wat ik, ik heb geen auto maar wat ik van mijn buren hoor is dat het zeker op het einde van de avond, want in een woongebied is natuurlijk ‘s nachts de hoogste parkeerbezetting, dat het dan erg lastig is om een plek te vinden. We hebben dus ook het parkeerterrein aan de Schoolstraat, hoort er ook bij. Maar dan nog. En dat betekent dat, kijk, na tien uur is het gratis parkeren in de buurt. Als je een horecagelegenheid hebt, een populaire horecagelegenheid waar mensen tot twee uur terecht kunnen, dan kan je verwachten dat mensen in de buurt willen parkeren.
Want waarom zouden ze in een parkeergarage gaan staan waar ze moeten betalen? Dus die druk wordt op het einde van de avond groter en als je als bewoner thuiskomt dan is er waarschijnlijk geen plek op dat moment. Dus dat is een punt, maar geluidshinder is een belangrijker punt voor ons. De heer Van Buren: Ja, dan voor mij dezelfde vraag, hè, dus de huidige situatie, ja, die parkeerplekken zijn altijd bezet, dus er wordt gretig gebruik van gemaakt. Volgens mij geldt dat niet alleen voor de sector D maar voor alle sectoren in de binnenstad. Hoe ik dat in de toekomst voor me zie is toch iets anders denk ik dan mevrouw Van Ansem,
8
waarbij ik nu ook al ervaar met twee horecazaken in een autoluw gebied van de binnenstad, dat nog steeds het publiek ons heel goed weet te vinden, te voet. Via de stadsgarages blijkbaar denk ik die aan de randen van het centrum goed gebruikt worden of met de fiets en daar hebben we straks alle gelegenheid toe met een prachtige stalling die naast de voordeur ligt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ter Steeg: Nog een ding aanvullen? Mag dat? De voorzitter: Nou, heel kort, eigenlijk niet, maar ik, ja, vooruit, heel kort. Ja, was ik al bang voor. De heer Ter Steeg: Gewoon om even te wijzen op de bestaande situatie, want er is dus nu ook al veel publiek natuurlijk, die parkeren niet op straat in de buurt. Dat gaat allemaal naar de garage en tegenwoordig natuurlijk ook naar het parkeerterrein achter de Steegoversloot. En de arrangementen zijn zodanig dat als je gewoon om zes uur, zeven uur komt eten, ben je goedkoper uit als je van het parkeerarrangement in de Drievriendenhof gebruikmaakt dan wanneer je hem op straat zet tot tien uur en daarna gratis is. Dus ik denk dat die parkeerdruk echt niet een groot, niet een probleem, niet eens een groot, maar niet eens een probleem gaat opleveren. De voorzitter: Oké, dank je wel. Ja, ik ga u even interrumperen, want het is, we hebben officieel nog maar een minuut terwijl, ja, ik zie dat er toch wat meer mensen nog wat vragen willen stellen.
U hoeft niet meer, u wilt nog wel een vraag stellen. Ik denk dat we het nog even, misschien kunnen we het afmaken en anders wil ik voorstellen om nog een keer zo’n beeldvormende sessie te hebben, maar mogelijk is dat niet nodig. De heer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel voorzitter. Een kleine opmerking even naar mevrouw Van Ansem, want ik meen gelezen te hebben dat het anderhalf keer zo groot was als het terras van de Post, u noemde het twee keer zo groot. Oké, nee, maar maakt niet uit. De voorzitter: Kunt u als u wilt spreken, kunt u dan even het kno… Mevrouw Van Ansem: Ik heb lopen tellen van de week. De heer De Boer: Ah oké, misschien dan, dan is de brief wel weer achterhaald inmiddels. Mijnheer Van Buren, kijk, het gaat om geluid en het gaat om, nou ja, de tijden. Ik zit altijd even te denken: als je, is er een mogelijkheid om tot een compromis te komen dat je de bewoners een stukje geruststelt maar dat je toch in je exploitatie voldoende mogelijkheden hebt om daar te kunnen draaien. Want dat heb ik nog namelijk niet gehoord, er is een wet, er is een grootte, maar er zit geen tussenmogelijkheid. De heer Van Buren: Ja, klopt. Nee ja, goed punt.
Ik denk dat er zeker mogelijkheden zijn, de andere kant is ook dat we in de werkgroep bepaalde zaken hebben besproken met elkaar en daar ligt bijna een harde eis vanuit de bewoners dat bijvoorbeeld het terras om tien uur ‘s avonds sluit. Dat vind ik nogal aan de vroege kant, aan de te vroege kant, dus ja, zeg maar als dat de concessie is, dan vind ik dat, ja. Ja, wellicht, zou kunnen.
9
De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Van Ansem, jazeker. Mevrouw Van Ansem: Ja, een afsluitende opmerking, want, kijk, het gaat nu vooral over de inhoud van het plan. Wat wij hier aan de orde willen stellen is de getrapte besluitvorming over het totale plan. Dus het feit dat de consequenties van het totaal niet in beeld zijn, want we hebben ook gewoon met wet- en regelgeving te maken namelijk als het over geluid gaat. De consequenties zijn niet in beeld en de vergunning voor het gebouw is wel verleend. Dat is het probleem wat hier wat betreft voor ons speelt. De voorzitter: Oké, dank u wel. Zijn er de belangrijkste vragen gesteld? Want we … De heer Boersma nog een hele korte vraag. De heer Boersma: Ja, een feitelijke vraag, want het werd me nog niet helemaal duidelijk. De omgevingsvergunning is verstrekt, heeft u daar ook nog bezwaren tegen gemaakt vanuit de buurt? Tegen die omgevingsvergunning? Nog niet. Mevrouw Van Ansem: Hij is heel recent verstrekt dus wij zijn ons aan het beraden. De heer Boersma: Oké, prima, nee dan weet ik genoeg. De voorzitter: Ja dus zoals ik in het begin al aangaf: de procedure, die loopt nog. En het is ook wel zo dat het college al opmerkingen heeft geplaatst om uit te zoeken hoe het akoestische rapport voorziet in het geluid op de gevels.
Nou ja en alle problemen die, de zorgen die net ook al genoemd zijn om dat goed in kaart te brengen zodat er een goede afweging gemaakt kan worden. Ja, ik wil hem hier bij deze vergadering afronden en wij hebben gehoord wat er allemaal, wat de mensen ervan vinden. U allen bedankt voor het komen. Allemaal … Dat heb ik net gezegd, er ligt een voorstel of tenminste er is een vergunning verleend, de inwoners kunnen daar nog een bezwaar tegen maken. De procedure loopt nog en zolang de procedure loopt kunnen we niet direct daar iets verder mee doen. We hebben het allemaal gehoord, we zullen het met, of ik neem aan dat de raad het met argusogen volgt. Het college heeft hier een beslissingsbevoegdheid, die heeft die ook genomen en we zullen zeker ook denk ik, de commissie zal zeker alle beraadslagingen meenemen. En zo gaat het verder. Hartelijk dank, mensen op de tribune, hier aan tafel en zeker een grote dank aan de insprekers. 2. Garantstelling blaashal hockeyvereniging DMHC – Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Van der Spoel Raadsgriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (CU/SGP) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. In 't Veld (VSP) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV)
10
Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Mevr. Verbeek-Versluis (PvdA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Dhr. Koole (ambtelijke organisatie) Mevr. Verkerk (ambtelijke organisatie) Mevr. Spriensma (ambtelijke organisatie) Dhr. Spijkers (inspreker) Dhr. Van de Giessen (inspreker) Mevr. Heijmans (inspreker) Dhr. Kroonen (inspreker) Dhr. Groenenberg (inspreker) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx
De voorzitter: Een goede avond. Onze excuses aan de gasten dat we iets later beginnen, want ze waren erg fanatiek bij de vorige vergadering, maar fijn dat jullie er zijn allemaal. Wij hebben vandaag een rondetafelgesprek en dat duurt tot negen uur en we hebben een aardige hoeveelheid insprekers vanavond. Daarom is mij de opdracht meegegeven om het goed en strak te houden en daar ga ik ook mijn best voor doen. Voordat we beginnen wil ik heel even de namen opnoemen van de aanwezige commissieleden voor het verslag. En dan begin ik aan mijn linkerzijde, de heer Uysal van GroenLinks, de heer Noldus van de VVD, de heer De Boer, die komt straks binnen voor namens Op Ons Eiland, de heer Maroof van DENK, de heer Boersma van ChristenUnie SGP, de heer Roggekamp van Gewoon Dordt. Sla ik de gasten heel eventjes over en die zal ik zo introduceren. Dan zie ik daar de heer In ’t Veld van VSP en van Beter Voor Dordt de heer Wringer, mevrouw Rutten-Alberts van de PVV en de heer Stolk van VSP en, even kijken, Venderbos-Lambinon van Partij voor de Dieren. De heer Van Dam-Timmers van het CDA, mevrouw Verbeek-Versluis PvdA en wethouder Merx namens het college. Goed dat jullie er allemaal zijn. We gaan het vanavond als volgt doen: de heer Merx … Sla ik u gewoon helemaal over, sorry mevrouw Vermeulen namens de griffie. Zijn de zenuwen, hè.
En we gaan het vanavond als volgt doen: de heer Merx zal namens het college even kort een introductie geven, dan gaan we daarna over naar hockeyvereniging DMHC met de heer Spijkers en de heer Giessen. Van de Giessen, sorry. Daarna Stichting Deltahal, Mark Kroonen en Ronald Groenenberg. En vervolgens Stichting Reeweghal met mevrouw Heijmans en daarna Stichting Oranje Wit Hallen, Bert Seevick. Die is er nog niet, maar dan zal hij straks aanschuiven. En zo niet dan gaan we over naar de commissieleden die vragen kunnen stellen. En dan geef ik nu het woord aan de heer Merx. De heer Merx: Ja dank u wel voorzitter. Ook fijn dat we vanavond over dit onderwerp kunnen spreken en een rondetafel, voor mij is het in ieder geval nieuw, dus ik ben erg benieuwd. Ik zal proberen het kort te houden. In de eerste plaats, ja, kunnen wij als Dordrecht erg verheugd zijn met onze verenigingshallen. We zijn een van de zeven gemeenten in Nederland die het op deze manier georganiseerd hebben, de rest van
11
Nederland heeft alle verenigingshallen zijn gewoon eigendom en de exploitatie beheer en onderhoud ligt dan bij de gemeente. Nou, dat kost niet, dat kost meer en niet zo’n beetje meer ook. En wij zijn erg blij dat wij niet alleen om de kostenoverweging maar gewoon een aantal hele fanatieke vrijwilligers hebben bereid gevonden die deze hallen willen draaien. En met alle risico’s en ook de exploitatie van dien, want het is geen makkelijk bezit, om het zo maar te zeggen. Dus dat in de eerste plaats wil ik in ieder geval hier op tafel hebben gelegd. U heeft ook vorige week de begroting goedgekeurd en een van de problemen waar de verenigingshallen tegenaan gaan en dan ga ik snel door naar het onderwerp is dat er gewoon ook te weinig budget was. Nou, dat hebben we vorige week opgehoogd en we hopen in ieder geval dat daarmee voor wat betreft het beheer en onderhoud weer verder kunnen. Tegelijkertijd ligt er al een hele tijd een verzoek van DMHC om een blaashal. En een blaashal hebben wij getypeerd als zijnde een sporthal. Ook al staat hij er maar tijdelijk, hij staat er misschien maar tien weken, het is en het blijft in onze ogen een sporthal. In dit geval heeft DMHC die daar behoefte aan heeft omdat ze enerzijds het aantal trainingsuren willen uitbreiden, dus een team gaat niet één uur trainen in de week maar anderhalf uur trainen in de week.
En anderzijds verwachten zij ook een groei van het aantal leden. En dat kan helaas niet geaccommodeerd worden in die tien winterweken, om het zo maar te noemen, door de verenigingshallen, want dat is nou precies de drukste periode van het jaar. Dus ja, het is, nou ja, toen zijn ze naar de gemeente gekomen: nou, we hebben een hele hoop geld bij elkaar gesprokkeld maar we hebben nog een garantstelling nodig. We hebben een lening en voor de helft van de lening willen we graag dat de gemeente garant gaat staan. Nou, daar hebben we een al eerder op de avond gememoreerd nota leningen en garantstellingen voor en daar staan een paar regels in en die bijten in dit geval. Die bijten omdat enerzijds de behoefte door DMHC naar onze overtuiging is aangetoond dat zij meer ruimte nodig hebben. Anderzijds staat ook in die regeling dat het niet mag, ja, kannibaliseren noem ik het dan maar eventjes, op de bestaande verenigingshallen. En dat doet het dus wel. En dan zit je in een dilemma en dat dilemma is gewoon heel simpel: houden wij vast aan het tweede regeltje van de nota, namelijk dat het niet mag kannibaliseren. Nou, dat doet het dus wel en dus zeggen wij: nou, wij gaan geen garant staan. Of zeggen we: nou ja, wij willen eigenlijk hele krachtige mooie sportvereniging en DMHC is daar eentje van en die willen wij eigenlijk ook niet belemmeren in hun groei.
En dan, dat zou betekenen dus dat we in strijd met de nota een voorstel aan u voorleggen en dat hebben we ook gedaan om, nou ja, ze wel die garantstelling te geven. We hebben ook bij de sportraad uiteraard advies gevraagd en die hebben gezegd: nou ja, op zich positief, maar u trekt een gat bij de verenigingshallen en u zou dat gedurende een groot aantal jaren moeten dichten. Nou, we hebben gezegd dat, daar hebben we rekenschap van alleen in de komend aantal jaren, we doen het in ieder geval voor de komende vier jaar gaan we dat gat wat we trekken gaan wij financieel dichten. Maar, hebben we erbij gezegd en dat hebben we ook op ons genomen en dat doen we ook samen met de verenigingshallen, we gaan tegelijkertijd wel op zoek naar een andere invulling van die uren. En dat, wij hebben de overtuiging dat dat in die vier jaar wel moet lukken. Er komen zo nu en dan ook wat gelegenheden voorbij, CIOS wat erin staat, dat is helaas weer van de baan. Want die krijgen, nou ja, die vinden het geld wat ze moeten investeren vinden ze te groot. Maar goed, er komen zo nu en dan kansen voorbij en die hopen we dan te pakken, die komen bij ons terecht of die komen bij de verenigingshallen terecht en dan kijken we of we dat gat kunnen vullen. Dat is het dilemma. Eén minuut nog? Dat gaat lukken. Dat is het dilemma wat wij ook opgeschreven hebben in het
12
voorstel en wij hebben gezegd: wij willen deze vereniging niet belemmeren in de groei en tegelijkertijd willen wij ook niet de verenigingshallen laten zakken en we gaan ze ook die vier jaar proberen te ondersteunen. Maar het is in strijd met uw eigen regels, dus daar mag u over beslissen. De voorzitter: Dank u wel voor deze heldere uiteenzetting. Normaal gesproken zou de voorzitter het doen, maar ik ben blij dat u dat heeft gedaan, want ik was hem even vergeten. En ik was nog iets anders vergeten, vanuit de ambtelijke organisatie hebben we ook nog de heer Sjors Koole en Angela Verkerk, die zitten samen met Rolinka Spriensma en we hebben ook nog de vertegenwoordiging vanuit de sportraad, de heer Rob Weede en Peter Bouman op de publieke tribune zitten. Dus mochten zij nodig zijn dan kunnen zij ook nog invliegen. En dan wil ik nu graag het woord geven aan hockeyvereniging DMHC, aan de heer Spijkers of Van de Giessen. De heer Spijkers: Ja. Goed, dank u wel voor de uitnodiging en dat we deze, dit onderwerp nader kunnen toelichten. Ik ben samen met, zoals al eerder ‘…’, met Bart van de Giessen, medebestuurslid. Zelf ben ik voorzitter van DMHC sinds november 2019. We hebben het gewoon puur echt over DMHC, er is ook inmiddels al een beleidsplan opgesteld.
Daar zitten natuurlijk alle aspecten van hoe je een vereniging draaiende houdt en ook bepaalde grote stukken dus naar voren kunt brengen. Als het gaat over de velden, we hebben inmiddels met eigen middelen hebben we een stuk van de accommodatie opgeknapt, wat een positief effect heeft. Blaashal hoort daar ook bij en tot slot zal er dan ook nog gehad over de renovatie van de rest van de accommodatie clubhuis. Maar vandaag puur even over de blaashal, dus een aantal dingen zijn al aangehaald, maar als we kijken naar de, waarvoor het belangrijk is, is voor de groei, dus voor het aantal leden door aantrekkelijk hockey te bieden. En als je kijkt naar de plannen in Dordrecht qua inwoners, huizen die gebouwd moeten worden, aantal huishoudens en daar is ook een onafhankelijk onderzoek van de KNHB dat dat ondersteunt, is dat er voldoende potentie is bij voor DMHC om dus te groeien en het geluk is ook als je kijkt naar het eiland van Dordrecht is dat wij dus geen concurrentie hebben wat dat aangaat. Dus in Dordrecht zijn wij de enige hockeyvereniging. Dus als mensen hockey behoefte hebben, om de sport te gaan beoefenen, dan kunnen ze bij ons aankloppen. Dus het eerste aspect is de groei, tweede is de beschikbare tijd.
De, hoe het nu is en waar de huidige situatie ten opzichte van de toekomstige situatie of de gewenste situatie, is dat we van één uur naar anderhalf uur dus gaan, dat betekent gewoon een stijging van vijftig procent op het gebied van het faciliteren van trainingen. En daar kom ik zo nog even op terug wat dat dan inhoudt. Geeft ons ook, als je het hebt over beschikbare tijd, de mogelijkheid om langer en beter voor te bereiden op het zaalhockeycompetitie, hè, die competitie begint in de maand december, loopt tot en met februari. Maar zoals ook in onze omgeving heb je waar we als je nu al uitwedstrijden speelt dan en je gaat als ouder meekijken, dan zie je al bij verschillende verenigingen dat die hal al overeind staat om dan ook alvast te beginnen met de trainingen om goed voorbereid te zijn op de zaalhockeycompetitie, want die is er ook, er is een veldcompetitie maar ook een zaalhockeycompetitie. Dan over, dus naast groei, beschikbare tijd, kwaliteit van het hockeyen. De zaalhockey ten opzichten van veldhockey als je kijkt naar de grootte van het veld en dan hoe een zaalhockeyveld is, dat is een stukje kleiner. Wat betekent dat dat de handelingssnelheid gewoon omhoog moet om het spelletje goed te spelen. De bal mag niet hoog gespeeld worden, met normaal hockey zie je de bal nog wel eens door de
13
lucht vliegen. Alles gaat sneller, iedereen moet scherper zijn en fouten leidt ook heel snel tot bijvoorbeeld tegendoelpunten, dus in die zin wordt dat moment dat je een goed zaalhockeyseizoen doorloopt geeft dat ook weer een positief effect op daarna als je in maart weer naar buiten gaat. Dan hebben ze dat, die snelheid hebben ze in ieder geval geleerd. Verder op tactisch gebied vraagt het ook veel meer afspraken over bepaalde spelstructuren die er je erop nahoudt. En het wisselen daarvan maar ook het scherper zetten van kinderen en sneller omschakelen helpt ook weer niet alleen om het spel dus beter te beoefenen maar ook dat weer naar de toekomst toe voor het veld verhaal. Nou, verder over als je het over de jongste jeugd dus eigenlijk hebt, dus de kleinere spelers, van de week al koelt het toch wel aardig snel af, is het te koud voor kleine kinderen om dus buiten te gaan staan in de kou als die constant bezig zijn. Dus heb je ook een grotere kans dat we dus de trainingen dus eerder moeten afzeggen, terwijl we als we dus de hele winter door kunnen trainen dat dus ook weer de voordelen biedt. Dus dat wat betreft groei, beschikbare tijd en de kwaliteit van het hockeyen. Dan zijn er uiteraard ook nog andere argumenten. Eerste is het logistiek van de trainers.
Op dit moment gaan ze van de ene hal naar de ander en, nou ja, dat is niet alleen logistiek lastig maar betekent ook dat er weer een stukje tijd verloren gaat, want als de ene training om zes uur stopt dan weten we ook dat de andere training in de andere hal niet om zes uur begint. Dat is gewoon en ook de training is weer eerder afgelopen, want dan moet de trainer weer door naar een volgende. Verder ook voor de ouders en kinderen zelf naar de toekomst toe met de hal als die er komt dus één locatie, dat is gewoon bij DMHC zelf. Dus we fietsen of rijden allemaal naar hetzelfde adres. Netto trainingstijd gaat omhoog om de spel in de hal op dit moment dus klaar te leggen voor hockey moeten er balken geplaatst worden. Die balken, die liggen daar niet, dus die staan op karren, dus die karren moeten eerst het veld opgereden worden en dan moeten met z’n allen moeten we dat veld uit gaan leggen. En aan het einde van de avond moeten die karren ook weer opgeruimd worden dus dan moeten alle balken weer opgeruimd worden en weer op zijn plaats terechtkomen op de karren. Verder, door de veranderingen en de tijden, die verschillen dus van de buitentrainingen, lopen we ook tegen het probleem aan dat de trainingstijden niet altijd nu op dit moment en de toekomst aansluiten op de schooltijden. Dus daar voorkom je ook met een blaashal mee.
Er is geen jaarlijks, nou ja tussen aanhalingstekens, gevecht over beschikbare uren in de hallen. Planning is minder intensief. Een ander heel belangrijk aspect is dat alle thuiswedstrijden ook echt bij DMHC thuis worden gespeeld. Op dit moment als we een thuiswedstrijd hebben dan kan hij in Rotterdam worden gespeeld, in een hal in Alblasserdam of waar dan ook. Dus dat geeft niet echt een ik speel thuisgevoel. Verder om de verbinding tussen de leden toch te houden, wat op dit moment de situatie is dat aan het einde van de, nou ja, de veldcompetitie, dus dadelijk is dat 3 december laatste wedstrijd, de volgende keer dat je elkaar eigenlijk weer op grotere schaal ziet is pas eigenlijk na de voorjaarsvakantie. Dus je ziet elkaar een aantal maanden niet, wat in onze optiek de binding met tussen de leden en met de club niet ten goede komt, dus. En, nou ja, als men er is, alle leden, betekent ook dat de barinkomsten dus hoger zijn, want in plaats van dat je dus ergens anders je koppie koffie of je gevulde koek of je watertje bestelt is dat bij DMHC, hè dus. En we hebben ook een enquête gehouden bij onder de leden en daar kwam toch ook wel uit dat, hè, als het betreft over het zaalhockeyen, dat, daar is het of, hè, de techniek onder het hockeyen, dat dat eigenlijk onder de maat is, dat de leden dus eigenlijk toch wel zien dat ze daar graag wat verandering in aan zou brengen.
Al door de wethouder gesteld, het is eigen aanschaf. We vragen om een garantstelling, we besluiten de
14
businesscase dus wij willen heel graag, ja, hiermee doorgaan eigenlijk. De voorbereidingen zijn al gedaan als je het hebt over metingen verrichten en zo, dus wat dat aangaat, ja, DMHC staat in de steigers om het project op te pakken voor volgend seizoen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Kroonen van Stichting Deltahal. Oh mijn excuus, mevrouw Heijmans, gaat uw gang. Mevrouw Heijmans: Ik had het nog zo gevraagd aan ‘…’. Ja, ik ben Joke Heijmans, ik ben voorzitter van de stichting die de atletiekhal beheert die aan de Noordendijk staat, de Fortiushal. Ik ben er sinds 2008 meen ik voorzitter van. En ik voer het woord namens de andere stichtingen en zij zullen mij nog aanvullen als ik dingen vergeet of verkeerd zeg, dat hebben we afgesproken om het zo kort mogelijk te houden. Wij begrijpen allemaal de wens van DMHC heel goed om een eigen locatie te hebben. Want iedere verenigingshal heeft ook een eigen vereniging die in zijn eigen hal speelt. En ja, wij weten hoe fijn dat is om in je eigen hal te kunnen spelen. Dus daar wil ik helemaal niets aan afdoen, wij begrijpen die wens. Maar het is natuurlijk wel zo dat de afgelopen seizoenen DMHC in verschillende andere hallen ruimte gehuurd heeft en de inkomsten daarvan, die gaan wij natuurlijk missen. En dat betekent voor Deetos 14.000 euro vergeleken bij twee jaar geleden voor corona.
Voor Oranje Wit zevenduizend euro en voor Fortius ook zevenduizend euro. Nou, ik zou zeggen en daar hebt u gelijk heeft: dan laat je toch een andere huurder in die periode erin zitten? Dat is ook de bedoeling. En als dat lukt dan hoort u mij nergens over. Maar er is natuurlijk een risico dat het niet lukt, op het moment lopen de, zijn alle huurders heel erg voorzichtig met het huren van ruimtes in hallen. Gewoon omdat ze verwachten en dat is niet onterecht moet ik u zeggen, dat de prijzen namelijk zullen stijgen vanwege de oplopende energiekosten. En ja, de huurders zijn gewoon heel terughoudend en wij zijn gewoon bang dat we de hallen niet voldoende gevuld krijgen om uit de kosten te komen. Dat is het eerste, dus de inkomsten die we hadden, die verdwijnen, maar daarnaast willen we er ook voor waken en dat is een oproep aan de politiek om dat ook nog in het, niet aan het voorstel toe te voegen maar in de onderhandelingen mee te nemen, dat het niet de bedoeling kan zijn dat DMHC ook aan externe huurders gaat verhuren op de momenten dat de blaashal leegstaat, want dan zou er sprake zijn van een dubbele leegloop, hè. Dus wat er nu is verliezen we en dan zouden we ook nog potentiële huurders missen. Dus dat zouden we graag zien opgenomen in het contract, als dat kan. En eigenlijk zijn dat de belangrijkste zaken die ik wilde voorleggen. Mark.
De heer Kroonen: Joke noemt … Sorry, Mark Kroonen, voorzitter Deltahal. Joke noemt de hallen Deetos, Oranje Wit en Fortius omdat die de huurders als huurder hebben DMHC. Maar indirect raakt het ook de overige twee stichtingen, De Dijk en de Deltahal, omdat ja, op het moment dat er ruimte ontstaat in andere hallen, dan zullen wij dat ook merken dat huurders misschien gaan verplaatsen die normaalgesproken bij ons huren en ergens anders gaan huren. Dat was mijn aanvulling, dank u wel. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Groenenberg: Een kleine aanvulling, Ronald Groenenberg, secretaris van de Stichting Deltahal. DMHC is ook bij ons wezen kijken in de Deltahal om te kunnen trainen, maar soms blijkt niet dat alle hallen de juiste ruimte hebben, bijvoorbeeld voor
15
die balkenkarren, dus ik denk dat dat aspect ook meegenomen moet worden: of er genoeg ruimte is, of er genoeg spelmaterialen zijn, hockeymaterialen enzovoort. Bij ons was het dus blijkbaar niet het geval, dus ja, ook niet geschikt eigenlijk. De voorzitter: Dan wil ik u allen bedanken voor de duidelijke uiteenzetting hoe u erin staat. Dan wil ik nu de ruimte geven aan de commissieleden om vragen te stellen, maar voordat ik dat doe is het wel erg belangrijk om nog even te benadrukken dat we het hier vanavond tijdens het rondetafelgesprek hebben over, even kijken, moet ik het wel goed zeggen, hè, over de aanvraag van de hockeyvereniging als de voorziene consequenties op de verenigingshal in Dordrecht. Dus we gaan het niet hier over het hele verenigingshallenplan hebben, maar vooral over waar we dit vanavond nu, ja, hebben gehoord van alle betrokkenen. En wie mag ik daarover als eerste het woord geven? De heer De Boer, gaat uw gang. De heer De Boer: Dank u wel voorzitter. Dank insprekers voor het betoog. Ik was even benieuwd, er is wat huurinkomstenderving voor een aantal verenigingen. Is het zo dat er een huurovereenkomst is voor dit jaar of eventueel ook nog meerdere jaren, of gaat het alleen om dit jaar? Even benieuwd, want dan kun je misschien daarna voor het aankomende jaar aan de slag gaan om volgend jaar wel weer huurders te hebben. Maar is nu een korte termijn.
Mevrouw Heijmans: Dat klopt, dat was alleen voor dit jaar nog. Volgens mij tot februari als ik het goed heb. En per seizoen wordt er verhuurd en er zijn maar een aantal huurders die voor meerdere jaren huren en dat was niet DMHC in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter dank. En dank ook voor de duidelijke boodschap van de insprekers. Ik heb twee vragen voor de heer Spijkers. U geeft aan dat er verschillende redenen zijn om zo’n hal te willen realiseren, zo’n blaashal. Kunt u ook iets zeggen over wat het doet met de activiteiten en de deelname van leden, vooral jeugdleden denk ik dan aan, voor het binnen- versus het buitenseizoen. Is het standaard dat alle leden die buiten hockeyen ook actief deelnemen aan het binnen seizoen, of zit daar een doelgroep in die misschien afhaakt om verschillende redenen die u heeft beschreven? En de tweede vraag is eigenlijk, nou, die vraag hoor ik net ook eigenlijk gesteld, maar zijn er plannen in de businesscase die u, stel dat hij sluitend is, voor onderverhuur richting anderen. Is dat onderdeel van uw businesscase, of kunt u daar wat over zeggen? De heer Spijkers: Op uw eerste vraag, het betreft dus hoofdzakelijk jeugd en jongste jeugd, dus dat is vanaf de kleinste kinderen die beginnen tot en met achttien jaar, dus de A jeugd eigenlijk.
Er zijn ook een aantal seniorenteams die dus meedoen in de zaalcompetitie. Maar niet alle seniorenteams doen mee en zelfs ook dat gezien de grootte van bepaalde teams, dat we ze ook nog eens een keer opsplitsen, want zaalhockey speel je met veel minder spelers dan met veldhockey, dus om het maximale aantal uren te spelen wordt het team dus ook opgesplitst, dus dat heet dan zogenaamd een eerste team en een twaalfde team. Dus dat is dan eigenlijk hoe het opgedeeld wordt. Op uw andere vraag: onderverhuur, nou, voor de zaterdag en de zondag dat betekent dat er dus door de KNHB die organiseert dus een zaalhockeycompetitie en die is verantwoordelijk voor de indeling. En wij als verhuurder, dus DMHC, hebben dus dan
16
inkomsten van de KNHB. Dus dat als u het heeft over onderverhuur, als dat daaronder valt, dan is dat antwoord op ja. En verder is er ook nog iets dat wij op dit moment op het terrein dus gymnastiek dus van scholen worden dus buiten gedaan, dus nou ja, het zou zo kunnen zijn, maar daar zijn we nog niet mee bezig geweest, dat we dus voor de scholen die dan graag bij DMHC sporten, dat we dan overdag ook die hal ter beschikking stellen om daar wat dan mee te doen. Maar dat is nog niet besloten. De voorzitter: Dit waren vrag… Dan ga ik naar de heer Van Dam-Timmers en daarna naar de heer Roggekamp. De heer Van Dam-Timmers: Ja dank voorzitter, dank ook voor alle insprekers, alle verschillende verenigingen en verenigingshallen. Ik heb een paar vragen. DMHC ligt natuurlijk vlakbij sporthal De Dijk, daar hoor ik eigenlijk relatief weinig over terug en ik heb ook gelezen in onder andere de evaluatie van het verenigingshallenplan uit 2019 dat er daar ook eventuele mogelijkheden waren om meer ruimte te maken ook voor DMHC, zodat je twee hockeyvelden naast elkaar had. Mijn vraag was: is dat hier in de overweging bij DMHC ook meegenomen? Dat is één. En het tweede is en dat is meer richting ook de verenigingshallenvertegenwoordigers, jullie staan niet zo positief ten opzichte van deze uitbreiding vanwege de gederfde inkomsten die daar langjarig eigenlijk mee gepaard gaan.
Wat zou voor jullie een adequate oplossing daar dan voor zijn? Hoe zien jullie dat voor je? Wat is jullie opvatting? De heer Van de Giessen: Ja voor de dekking van de hallen, dus in plaats van in De Dijk een veld of twee velden, uiteraard hebben we altijd ieder jaar dat we kijken naar de invulling van de hallen, welke hallen we kunnen gebruiken en het is voor ons niet mogelijk om honderd procent dekking te zoeken in een vaste hal. En dat is ook een belangrijke grondslag zeg maar voor het plan om zelf een blaashal te ontwikkelen. Mevrouw Heijmans: En wat andere hallen betreft, we zouden er erg mee geholpen zijn als alle aanvragen die bij de gemeente binnenkomen, als die doorgestuurd worden naar de hallen, de verenigingshallen. En dat die dus niet naar de eigen accommodaties van de gemeente bijvoorbeeld gestuurd worden, maar naar de hallen waar ze thuishoren, namelijk de verenigingshallen. Dat gebeurt niet altijd namelijk. De heer …: Voldoende voor u? Of … De voorzitter: Nee, er komt nog een vraag zie ik. De heer Van Dam-Timmers: Dank voorzitter, dat is niet helemaal natuurlijk een antwoord op mijn vraag, dat gaat meer over het proces wat nu gevolgd wordt natuurlijk en dat jullie dat graag anders zouden willen zien. Maar ik bedoel: stel hier in de gemeenteraad gaan we uiteindelijk hier een besluit over nemen.
Stel we verlenen de garantstelling wel en er komt dus een blaashal, dan heeft dat consequenties voor de verenigingshallen en dan vraag ik me af: wat is voor jullie, hè, in die situatie, ja, jullie opvatting over hoe je daarin gecompenseerd wil worden, of hoe kijken jullie daarnaar? Mevrouw Heijmans: Ja, dat we in ieder geval gecompenseerd worden voor de uren die we gehad hebben in ieder geval in het verleden. Dat we daarvoor financieel gecompenseerd
17
worden, dat als eerste. En ten tweede, ja, dat we, nogmaals, dat we toch hulp krijgen bij het vullen van de uren in de hal. De voorzitter: Dank u. Ik zie dat u tevreden bent met het antwoord. Ja, dan ga ik naar de heer Roggekamp. Gaat uw gang. De heer Roggekamp: Ja dank u wel voorzitter. Als je naar een blaashal kijkt dan heb je continu energie nodig om zo’n ding omhoog te houden, omdat er wind ingeblazen wordt is er ook verwarming nodig. We hebben ook heel veel verenigingen die juist op dit moment een heel groot probleem hebben met energie. Dit plan is al wat ouder, eerder bedacht. Hoeverre heeft de energieverandering, de kosten van de energie, invloed op het kunnen exploiteren van de hal? Want ja, we gaan nu wel garant staan voor iets waarvan de, ja, de input zeg maar veranderd is in de tussentijd. De heer Van de Giessen: Ja, dat is hele goede en actuele vraag. Uiteraard hebben wij in de businesscase hebben wij een voorziening getroffen voor de energielasten in de begroting. Het mooie wil dat de hal voorzien is om te worden verwarmd, in ieder geval er zitten ventilatoren, worden ventilatoren aangestuurd door stroom om de hal op te blazen.
En in de winter is het noodzakelijk om de hal te verwarmen tot een niveau zodat er geen condensvorming ontstaat in die hal, zodat de vloer niet glad wordt en dat is ongeveer dertien, veertien graden en die verwarming vindt plaats door propaan. Het mooie is van propaan is, is dat het gekoppeld is aan de olieprijs en dat het op dit moment een derde is van de aardgasprijs, dus dat stelt ons in staat om die begroting in ieder geval te handhaven. Uiteraard hebben wij ook toch wel wat referentiewerk gedaan door andere verenigingen te bellen en te spreken ook over hun eigen ervaringen in het afgelopen al durende seizoen, als ook de leverancier met de ervaringen. En zij hebben eigenlijk gewoon gestaafd dat de begrotingen die ze hebben gehad in het afgelopen jaar niet zijn overschreden. Dus dat sterkt ons zeg maar in onze begroting. De voorzitter: Dan zie ik de heer Boersma en dan gaan we daarna de heer Uysal. De heer Boersma: Ja voorzitter dank u. Even nog een vraag over de ruimte die vrijkomt en het voorstel geeft dan aan van dat we gaan voor vier jaar gaan we daar gelden voor reserveren, zeg maar, in de verwachting dat we binnen die vier jaar het lukt om die ruimte op te vullen.
Ik hoor vanuit de andere sporthallen ook wat zorg of dat gaat lukken in verband met, nou ja, de energiekosten, niet altijd wordt alles doorverwezen, maar hoe realistisch is het om ervan uit te gaan dat in die vier jaar tijd dat die uren, nou, gevuld kunnen worden? Of is het realistisch om te veronderstellen dat we na die vier jaar misschien alsnog een tegemoetkoming zullen moeten blijven geven? Mevrouw Heijmans: Heel eerlijk gezegd ben ik bang dat het laatste werkelijkheid zal worden. Als ik kijk naar de huurders die op dit moment bijvoorbeeld in de Fortiushal zijn, die zie je allemaal teruggaan van een heel winterseizoen naar een paar maanden, nog iets minder, nog iets minder, minder uren per week. En ja, dat zie je bij allemaal en dat zie je ook in de andere hallen terug. En als je kijkt, ik wil het niet alleen over de Fortiushal hebben maar over allemaal, we zijn met z’n allen, met vijf hallen zijn we beschikbaar voor alle huurders in Dordrecht. Ik zie er niet heel gauw huurders bijkomen, verenigingen bijkomen. Ik zie eerder dat het aantal uren en het aantal verenigingen dat naar ons toekomt en scholen, dat dat krimpt. Een klein voorbeeldje bijvoorbeeld:
18
Yuverta, het oude Wellantcollege, heeft onlangs een eigen hal gebouwd, geheel buiten de gemeente om want ze zijn niet gemeentelijk, die zaten heel veel uren bij ons in de sporthal, ja, die hebben nu een eigen accommodatie, die komen niet meer. Dus als iemand zelf in staat is om te voorzien in zijn eigen accommodatie, ja, dan gaat dat ten koste van onze hallen, van de huur. En wij zijn van die huurders afhankelijk en dat zijn natuurlijk allereerst onze eigen verenigingen die huren natuurlijk de hal, maar dat is bij geen van de hallen voldoende, dus er moet altijd moeten er externe huurders bij. En als het steeds minder wordt dan betekent dat dat de inkomsten steeds minder worden en dat uiteindelijk, ja, faillissement dreigt. De voorzitter: De heer Uysal, gaat uw gang. Oh. De heer Kroonen: Als aanvulling hierop: wij hebben heel lang, een aantal jaren hebben we de ‘…’ gehad, die huurde bij ons op de maandagavond. Die deden ook wat voor de baromzet na de wedstrijden, derde helft. Die zijn verdwenen. Die zijn gestopt en die zijn we ook kwijt. Dat is even een goed voorbeeld van een recent voorbeeld. De voorzitter: De heer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Ja, dank voorzitter en ook namens mij dank voor de insprekers, voor de toelichting. Nou, er zijn een aantal redenen genoemd, een aantal voordelen voor de realisatie van een nieuwe blaashal, waarom dat goed is.