2.4 2022-02-08 Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 8 FEBRUARI 2022 Digitaal Voorzitter: dhr. Tiebosch Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. De Fouw (Gewoon Dordt) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Fractie Nijhof) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder M. Stam, wethouder P. Heijkoop Ambtelijke ondersteuning: mevrouw Van Oostrom-van der Meijden, mevrouw SmitsMarsman Opening 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Welkom bij de een na laatste commissievergadering Sociale Leefomgeving van deze raadsperiode. Deze vergadering vindt voor onze commissie nog digitaal plaats, omdat we met het oog op de geldende coronamaatregelen twee commissies tegelijkertijd op het stadskantoor kunnen houden. Zowel de Commissie Fysieke Leefomgeving als de Commissie Bestuur & Middelen hebben vanavond insprekers en dat maakt dat wij elkaar digitaal ontmoeten. Vanavond hebben we afmelding gekregen van mevrouw Inge Stevens van de Partij van de Arbeid en mevrouw Saskia Rutten-Alberts van de PVV. Ik heb voor de rest geen afmeldingen.
Dan ga ik even melden wie er allemaal vanavond bij ons zijn. Dat is de heer Boersma van de ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Dat is de heer Bosman van de ChristenUnie/SGP. De heer Bosman: Ja. Aanwezig. Goedenavond, allemaal.
1
De voorzitter: Goedenavond. De heer Burakçin van GroenLinks. De heer Burakçin: Ja. Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. Dan gaan we verder met de heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Ik ben aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond, mijnheer Kwaak. Dan hebben we de heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ja. Die is er ook, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Nijhof van de Fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof: Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Schalken-den Hartog van de fractie Beter Voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Ja. Present, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Verk van de Partij van de Arbeid. De heer Van Verk: Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. De heer Van Verk: Goedenavond. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Ja. Present, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw De Fouw van de fractie Gewoon Dordt. Mevrouw De Fouw: Goedenavond, voorzitter. De voorzitter: Goedenavond. En mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Ja. Goedenavond, voorzitter. Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. En dan hebben wij wethouder Stam als het goed is. De heer Stam: Dat heeft u helemaal goed, voorzitter. Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. En dan ben ik nog op zoek naar wethouder Heijkoop. Die is er nog niet. Oké.
Dan is … Even kijken. Er zijn nog een aantal medewerkers vanuit het ambtelijk apparaat heb ik net gezien. Mevrouw Smits-Marsman.
2
Mevrouw Smits-Marsman: Aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Mevrouw Susan van Oostrom-van der Meijden. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Yes, aanwezig. De voorzitter: Goedenavond. Nou, dan hebben we daarmee alle mensen die op dit moment in de vergadering zitten hebben we gehad. Uiteraard is onze griffier mevrouw Denise van Poppel ook hierbij aanwezig. Er zijn vooraf geen mededelingen aangemeld. Is er nog iemand die vanuit de commissie of het college een mededeling wil doen? Dat is niet het geval. Nou, dan is het verhaal dat we deze vergadering zoals afgesproken uiterlijk om elf uur gaan afronden. Tussen half tien en kwart voor tien stel ik voor een korte pauze te houden. Door deze volgorde van de bespreekpunten aan te houden, kunnen de portefeuillehouders van de ene naar de andere commissie overstappen. Met deze informatie vraag ik aan de commissie of hiermee de agenda kan worden vastgesteld. Nou, dat is het geval. Dank jullie wel. 2. Vaststellen besluitenlijst De voorzitter: Dan gaan we naar punt 2: het vaststellen van de besluitenlijst van de Commissie Sociale Leefomgeving van 25 januari. Dat zou volgens mij 2022 moeten zijn. Er zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen ingediend. Kan de commissie instemmen met de besluitenlijst van 25 januari? Nou, dat is het geval. Dan is daarmee de besluitenlijst vastgesteld. 3.
Vragen aan het college De voorzitter: Dan gaan we naar punt 3: vragen aan het college. De VVD heeft vragen over de Drechthopper. Wie van de VVD mag ik daarvoor het woord geven? De heer Kwaak: U mag mij het woord geven, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Kwaak. De heer Kwaak: Is de wethouder al aanwezig? De voorzitter: Ja, de wethouder is aanwezig. Hij is net binnengekomen. De heer Kwaak: Oké. Dank u wel, voorzitter. Geachte college en wethouder, de Drechthopper is er voor inwoners van onze stad met een Wmo-indicatie. Niet alleen 75plussers, maar ook gehandicapten en inwoners met een beperking maken gebruik van dit vervoerapparaat. Vervoer is op dit moment niet ons sterkste punt. De Hooikade en bus systeem Kubus, maar ook de Drechthopper heeft zijn regels veranderd. Was het eerst één uur bespreektijd voor een rit, het is nu vier uur bespreektijd voor een rit. Een rit heen is simpel te bestellen als je om drie uur ergens moet zijn, maar een terugrit is moeilijk in te plannen voor onze inwoners. Je weet nooit hoe laat je er bent en hoe laat je klaar bent bijvoorbeeld in het ziekenhuis, bij de dokter of bij de kapper. Ook kunnen onze inwoners, en dan doel ik op de doelgroep gehandicapten, met mooi meer met vier
3
uur wachttijd slecht een boodschap doen. Deze week sprak ik een inwoner die twee dagen met een kapotte bril zat. Het gebeurde om drie uur ’s middags, dus weinig kans om die dag naar de opticien te gaan. Graag verneem ik van u waar deze vier uur vandaan komen en hoe de communicatie naar de inwoners is gegaan. Ik neem aan dat dit via de huis-aan-huisbladen is gegaan, wat in coronatijd door middel van veel zieke bezorgers slecht bezorgd wordt en vele inwoners weten de digitale weg nog niet te vinden. Dus de VVD wil graag opheldering over dit gebeuren. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kwaak. Dan geef ik het woord aan wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, hij doet het. Ja, de signalen van de heer Kwaak die zijn bekend, helaas. We zitten in een hele lastige periode, ook waar het gaat om het vervoer. Laat ik nog even de, nou ja, het gedoe rondom de horeca buiten beschouwing, maar veel doelgroepenvervoer heeft het gewoon ingewikkeld om dit moment en dat heeft met de forse arbeidsmarktproblematiek te maken: de enorme hoge uitval door corona los van dat er al een fors tekort was aan planners en chauffeurs.
We vinden de continuïteit voor deze doelgroep heel erg belangrijk en daarom hebben we toch gemeend om inderdaad een ander venster te moeten aanhouden om te voorkomen dat we opeenvolgend toezeggingen niet kunnen nakomen als we binnen een uur zouden willen plannen. Ik wil wel benadrukken dat dit heel nadrukkelijk een tijdelijke situatie is, dus we hopen zo snel mogelijk weer hier vanaf te kunnen. Ik wil er ook wel bij opmerken dat spoedritten zijn nog steeds mogelijk. Dus op moment dat er echt een calamiteit is, dan kan er een spoedrit worden ingepland. We hebben geprobeerd om hier zo goed mogelijk over te communiceren. Dat hebben we voor de kerst gedaan via inderdaad de huis-aanhuisbladen, dat doen we via de telefonistes vanuit Stroomlijn die ons doelgroepenvervoer organiseert en we doen dat ook via flyers in de auto’s. Dus op die manier hebben we dat gedaan, en natuurlijk bericht op de website van Stroomlijn, sociale dienst en de gemeente. Dus we hebben eigenlijk wel geprobeerd alle kanalen daarvoor te benutten waarbij we ons realiseren dat het bericht nog steeds bepaalde mensen niet bereikt zal hebben. Maar nogmaals, we hopen dat deze vervelende periode zo kort mogelijk zal zijn, maar op dit moment is het gewoon even echt overmacht. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijhoop.
Mijnheer Kwaak, is het zo voldoende voor dit moment? De heer Kwaak: Ik ben heel tevreden met de bewoording van de wethouder. Ik ben blij dat het tijdelijk is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kwaak. Dank u wel, wethouder Heijkoop. Dan gaan we door met de vraag vanuit Beter Voor Dordt of het Leger des Heils in het Kromhout. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter. Dank u wel. Goedenavond, collega’s. Ja, we zijn kort geleden geïnformeerd over de stand van zaken rondom het Kasperspad en het Kromhout. Ja, ook vanuit Beter Voor Dordt, maar zeker ook alle andere partijen,
4
proberen we natuurlijk in contact en op de hoogte te blijven van de situatie daar. De laatste maanden hebben wij eigenlijk een paar keer gehoord dat er toch wel met enige regelmaat mensen in de buurt van het Leger des Heils op straat overnachten en dat bewoners daar last van hebben en, ja, die aangeven dat ze eigenlijk niet het gevoel hebben dat het Leger des Heils zich daar verantwoordelijk voor voelt. Nu snappen wij vanuit Beter Voor Dordt dat het Leger des Heils niet altijd weet of er mensen ergens op straat slapen en daarom werd er ook vanuit die bewoners aangegeven: we willen eigenlijk gewoon dat er een soort van meldpunt is, een telefoonnummer, dat we het Leger des Heils kunnen bellen om te zeggen dat er mensen op straat liggen die dan wellicht, nou ja, door het Leger des Heils opgehaald kunnen worden, omdat ze, ja, gewoon niet in een portiek op straat horen te slapen. Nou ja, de openbare ruimte is wat ons betreft en wat niemand betreft natuurlijk de slaapplek voor iemand. Vanuit bewoners kregen we toch wel het geluid dat het Leger des Heils zich daar niet zo verantwoordelijk voor voelt, dus ik ben benieuwd of vanuit het college die re… Of ja, dit ook bekend is en of daar wat mee gedaan wordt. Dat was ie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken-den Hartog. Dan geef ik het woord aan wethouder Heijkoop.
De heer Heijkoop: Ja, de heer Schalken-den-Hartog brengt, ja, een heel relevant punt in. We merken inderdaad het aantal wildslapers hier wat is toegenomen. Die situatie is ook zeker bekend bij het Leger des Heils. We hebben ook de afspraak dat zij onverkort handelen op moment dat dit bekend is. Dus als er een melding komen, gaan ze er als het goed is direct op af. Wel zie je weleens dat het dan niet precies bekend is waar degene slaapt, dus dan moet er gezocht worden. Maar we blijven wel daar heel alert op, want het is gewoon een belangrijke voorwaarde om de buurt veilig en leefbaar te houden en in het belang van de wildslaper is het ook gewoon goed als zo iemand snel geholpen wordt. We merken wel dat de bekendheid waar te melden, nou ja, wat minder is geworden. Er zijn ook wat mutaties geweest in de buurt. Er zijn wat mensen verhuist, wat nieuwe mensen komen wonen. Het Leger des Heils gaat op hele korte termijn weer de zogenaamde meterkastkaarten verdelen in de buurt en daar staat gewoon heel handzaam op: wie kun je bellen? Op welke manier? Welke situaties moet je alert op zijn? Dat wordt binnen twee/drie maanden heeft heel de buurt weer zo’n kaart en dan is het contact weer goed gelegd. De gegevens zijn als het goed is nu dus ook al bekend, het telefoonnummer, emailadres waar mensen dan actie op kunnen ondernemen en dat kunnen benaderen.
We hebben ook al besproken: nou ja, als het nou echt niet goed gaat dat dan zelfs ook wel de regiomanager van het Leger des Heils benaderd zou kunnen worden, omdat hij ook, nou ja, zich realiseert dat zij heel kort op de bal moet blijven om het gebied leefbaar te houden. Dus dank voor het signaal. Ik zal het ook nog even opnieuw bij het Leger ook weer naar voren brengen dat hier echt adequaat op gehandeld wordt in het belang van de wildslaper en in het belang van de buurt. De heer Schalken-den Hartog: Nou ja, voorzitter … De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijkoop. U krijgt zo het woord, mijnheer Schalken-den Hartog. Mijnheer Van Verk, ik heb u gezien, maar eerst even de reactie van de heer Schalken.
5
De heer Schalken-den Hartog: Ja. Nou ja, allereerst dank aan de wethouder natuurlijk voor het antwoord. Dan is het ook fijn in ieder geval goed te horen dat de signalen in ieder geval bekend zijn en dat er wat mee gedaan wordt. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat ook er een nummer of een meldpunt is wat mensen ook echt ’s nachts en ’s avonds kunnen bellen op moment dat ze de overlast ervaren. Ik weet niet of dat ook op die meterkastkaart staat. De voorzitter: Nou, dat gaan we dan even horen of dat zo is. Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, ik heb hier geen meterkast voor me liggen, maar ik begrijp eigenlijk wel uw vraag. U zegt eigenlijk: ook buiten kantooruren, juist buiten kantooruren. De heer Schalken-den Hartog: Juist. De heer Heijkoop: Want dan wordt er ook vooral geslapen. Tenminste, dat zou wel de goede orde der dingen zijn. Maar dan moeten mensen ook bereikt kunnen worden. Dus uw oproep is heel helder en ik neem die even mee terug naar het Leger dat er ook, nou ja, een soort van 24/7-nummer is waar het signaal afgegeven kan worden. Eigenlijk is het nu vooral de bedoeling dat ook de politie dan ingeseind wordt en dat dat in een goede samenwerking gebeurt en dat de beveiligers die beschikbaar zijn bij het Leger des Heils dat die ook in actie komen. Maar ik ga het nog even goed voor u na. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel.
Wat mij betreft voldoende, voorzitter. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken en dank u wel, mijnheer Heijkoop. Mijnheer Van Verk, u had nog een aanvullende vraag? De heer Van Verk: Het betoog van de wethouder leidt bij mij wel tot een vraag. In zijn beantwoording in de richting van de heer Schalken geeft hij aan dat wanneer het Leger geïnformeerd wordt over het feit dat er iemand buiten slaap dat ze er dan op afgaan. Dan ben ik wel benieuwd: en dan? Want ik begrijp dat het in de avonduren is. De bezetting is minimaal. Ik vind het eigenlijk een beetje een nietszeggend antwoord. Misschien zou hij wat meer inhoud en duiding kunnen geven wat er nou gebeurt met die mensen. De voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, ik begrijp deze vraag heel goed. Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Ik heb vorige maand ook weer een zogenaamde piketdienst gehad, dus dan wordt je gebeld over de zorgmachtigingen, huisuitzettingen, gebiedsverboden en dergelijke. Daar komen dit soort meldingen ook weleens naar voren, want het gaat ook weleens over mensen die niet meer te handhaven zijn bij het Leger des Heils, dus daar vanwege gevaarlijke omstandigheden niet binnengehouden konden worden. Nou ja, dan moet de politie daar ook bij ingeschakeld worden en dat is echt wel een, nou ja, complex geheel. Dus we lopen soms ook wel en de partners in het
6
veld lopen soms ook wel tegen hun belemmeringen aan en dan staat de politie aan de lat, en soms Julius, soms Antes en dat is echt wel een bredere samenwerking. Dus daar kan ik geen heel eenduidig antwoord op geven, maar het gebeurt weleens dat er een zorgmachtiging wordt opgelegd aan iemand om hem echt even bijvoorbeeld in het geval van een zware psychose of iets dergelijks om dan op die manier zorg te kunnen verlenen. De voorzitter: Mevrouw Nijhof, u heeft ook nog een aanvullende vraag? Mevrouw Nijhof: Ja. Nog een reactie op wat de wethouder net even zei. Want volgens mij is dat, ja, in mijn ogen wat u nu zegt over het opleggen van een zorgmachtiging dat heeft volgens mij niet zo heel veel te maken met dat er een wildslaper ergens op straat slaapt. Wat mijn vraag daarover is, is dat wij een aantal jaren geleden toen ik nog lid was van Beter Voor Dordt zelf een slaper op straat gevonden heb na de begrotingsbehandeling in een van de parkeergarages.
Wat doen opviel, en ik wil wel graag antwoord van u, want we hebben daar toen ook vragen over gesteld, wat toen opviel was dat diezelfde slaper laten we zeggen de dag daarvoor zich ook aan had gemeld bij het Leger des Heils, daar had geslapen en er vervolgens weer uit was gezet en vervolgens de dag daarna opnieuw door de politie daarnaartoe moest worden gebracht, omdat ie laten we zeggen geen recht meer had om te overnachten bij het Leger des Heils. We weten toen dat we in de beantwoording van die vragen toen ook te horen hebben gekregen dat laten we zeggen er ook een vorm van triage plaatsheeft bij het Leger des Heils. Die triage ligt, en daar heeft u zelf toen antwoord op gegeven, ook deels bij de Dienst Gezondheid en Jeugd. Dan wordt er gezegd: nou ja goed, deze persoon die moet daar en daar geplaatst worden of die kan een tijdje in het Leger blijven. Is dit nu, want … Is dit nu al laten we zeggen regel, dat er op het moment dat iemand gevonden wordt en in het Leger gaat slapen dat er ook direct een plan van aanpak wordt opgemaakt? Want er zijn toen wel dergelijk afspraken over gemaakt. De heer Heijkoop: Ja. Allereerst uw eerste opmerking: het klopt zeker dat wildslapers is niet hetzelfde als mensen die in een zeer problematisch, kwetsbare situatie ’s nachts worden aangetroffen.
Dat is een heel breed spectrum van mensen waar ook de hulpvraag verschilt en ook, nou ja, het aanbod van ondersteuning dat geboden moet worden. Dus daar heeft u helemaal gelijk in. Dat is zeker niet één-op-één hetzelfde. Maar ik trok hem wel iets breder, omdat het veldwerk van het Leger des Heils ook breder is en de ondersteuning van de maatschappelijke partners in die zin ook breder. Waar het gaat over mensen die zich aanmelden, ik kan sowieso niet op casuïstiek ingegaan. Het valt mij wel op dat iedere dakloze heeft weer zijn eigen verhaal en soms zijn er hele jonge daklozen en die zijn even vanuit thuisloosheid zijn ze doorgezakt naar dakloosheid. Nou, die wil je het liefst daar zo kort mogelijk hebben en zo snel mogelijk weer in een veilige setting. Je hebt soms ook notoire zwaar verslaafden die een beetje een soort draaideurachtige relatie met het Leger des Heils hebben. Je hebt mensen waar echt die al in een goed traject zitten en de volgende stap kunnen zetten naar een tussenvoorziening en alles wat daar nog omheen zit. Het is in principe de bedoeling dat als je gebruik maakt van het Leger des Heils en daar ook een kamer krijgt, dus dat je daar kan werken aan je toekomst, dan moet er ook een plan gemaakt worden. Het kan niet zo zijn dat je daar bent en dat je tegelijkertijd aangeeft: ja, maar ik wil niet verder.
7
Ik wil niet werken aan, nou ja, het weer terugkeren in de samenleving op een manier die gewoon menswaardig is. Dat kan niet. Maar het geeft soms ook wel problemen, want het Leger des Heils is ook een soort van last resort. Ik bedoel je kan ook niet zeggen: ja, als mensen daar niet terechtkunnen, waar kunnen ze nog wel terecht? We hebben nu twee locaties, hè, ook aan de Marconieweg en we maken ook nog wel veel gebruik van hotelkamers en daar proberen we ook in de triage rekening mee te houden: waar is iemand het beste op zijn of haar plek? We zijn nu ook heel intensief aan het zoeken naar een nieuwe locatie waarbij we bijvoorbeeld ook nog meer recht willen doen aan dat jongeren toch echt op een andere plek opvang moeten krijgen dan, nou ja, het geheel aan het Cromhout. Dus dat is eigenlijk waar we nu mee bezig zijn. Het is niet een heel eenduidig strak antwoord, behalve dan dat in principe als je in een traject zit, moet er ook gelijk een plan zijn om van daaruit de stappen vooruit te kunnen zetten. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan stel ik voor om dit punt af te sluiten. Stukken ter bespreking 4. Afdoening Toezegging 210330/T4 Opbouw in tarifering De voorzitter: Dan gaan we verder met de stukken ter bespreking. Dan gaan we verder met het punt 4. Dat staat: afdoening Toezegging 210330/T4.
Dat komt bij mij weer een beetje over of ik nog in militaire dienst zit, maar het gaat eigenlijk over een toezegging die wethouder Stam in de commissie Sociaal van 30 maart 2021 heeft gedaan. Het gaat over de opbouw in tarifering van speelvelden. Ja, op 23 november jongstleden heeft de commissie besloten dit onderwerp ter bespreking te agenderen met de politieke vraag: willen we de financiering van oudere kunstgrasvelden in lijn met de afspraken die nu gemaakt worden zodat een gelijk speelveld ontstaat? CDA heeft die vraag gesteld en die heeft steun gekregen, deze vraag, van de fracties VVD, Partij van de Arbeid, Fractie Nijhof, GroenLinks, ChristenUnie/SGP en de VSP. Ik stel voor dat we eerst de fractie van het CDA het woord geven en daarna de overige fracties kunnen in de chat aangeven als ze het woord willen voeren. Ik neem aan de heer Van Dam Timmers? De heer Van Dam Timmers: Jazeker. Dat is correct. Dank, voorzitter. Geachte … De voorzitter: Wel het liefst een beetje politiek te houden en niet te technisch, is mijn ... De heer Van Dam Timmers: Nee. Nee, dat was ook zeker de bedoeling, maar ik wil voordat ik echt tot de woordvoering begon even een hele korte terugblik geven op de reden waarom we het hier vanavond over hebben.
Er zit namelijk best wel geschiedenis aan, dus het is wel even goed voor de commissieleden die zich hier niet in verdiept hebben dat ze wel begrijpen waar het ongeveer over gaat. Het gaat inderdaad over de bespreking van 30 maart 2021 waarbij we gesproken hebben over het anderhalve kunstgrasveld op de Krommedijk wat er inmiddels ligt en waar DFC en RCD gebruik van kunnen maken. De financiering van deze velden en de manier van financiering daarvan was eigenlijk de aanleiding voor de CDA Dordrecht-fractie om ook eens goed te kijken
8
naar financieringsvormen elders in de stad. Dat kwam eigenlijk naar aanleiding van dat we signalen kregen dat er andere voorwaarden in het verleden waren gesteld bij een tweetal andere verenigingen, ook in de stukken genoemd, DMAC en Oranje-Wit. Die verschillen in financiering die hebben dus geleid tot een verschillende huurprijs of een c.q. gebruikstarief van die velden. Nou, het CDA Dordrecht heeft als uitgangspunt bij, ja, financiering van sportverenigingen/sportvelden dat deze uitlegbaar zijn richting alle verenigingen in Dordrecht, dus niet alleen naar een paar, niet alleen naar groot, niet alleen naar kleine, maar naar alle verenigingen. Vanwege dat uitgangspunt, hè, die uitlegbaarheid, hebben we dus die vraag gesteld aan de wethouder waarbij wethouder Stam toezegde om die tarifering om dat verder uit te zoeken van hoe dat nou precies in elkaar stak en hoe het zat met keuzes en afspraken uit het verleden zijn gemaakt. Nou, vanavond bespreken we dus die toezegging. Nou, in de brief van wethouder Stam worden de tarieven uitgelegd en de tarieven zijn, ja, wat betreft ontstaansgeschiedenis helder. Op zich is het natuurlijk wel bijzonder dat onze tarieven die we heden ten dage hanteren dat die gebaseerd zijn op een tarief uit 2007 en dat er daarna behoudens indexering in ieder geval als ik de stukken mag begrijpen daar verder dat niet tegen het licht is gehouden.
Ik denk wel goed is in het algemeen dat, nou ja, daar aandacht voor is. Ik ben ook wel benieuwd wat de wethouder op dat punt denkt en wat hij daarop in het verleden of in de toekomst van plan zou zijn. Dan komen we eigenlijk op het echte punt, en dat gaat over de afwijkende financiering voor een tweetal sportverenigingen. Nou, wat het CDA Dordrecht betreft moet dat dus uitlegbaar zijn. In het geval van BMAC zijn er afspraken gemaakt bij de aanleg van dus nieuwe velden die zij nodig hadden vanwege de hoeveelheid leden die ze hadden en ook en upgrade van de velden en daar zijn geen afspraken gemaakt tussen de vereniging en de gemeente voor een eventuele herziening van die afspraken. Deze herziening is wel die afspraak is wel gemaakt bij Oranje-Wit. Letterlijk staat er in ook de brief dat er in de brief wordt aangegeven dat het voorstel van Oranje-Wit, dat gaat dus om grotendeels of een financiering eigenlijk van Oranje-Wit van de eigen velden, dat die wordt herzien als in de toekomst bij voetbalverenigingen in Dordrecht de beschikking krijgen over nieuwe velden onder gunstigere financiële condities, dan worden de velden bij Oranje-Wit aangepast aan die tarieven. Afspraken en toezeggingen uit het verleden hebben voor het CDA Dordrecht wel betekenis, ook voor de huidige tijd.
Deze afspraak en toezegging die is door toenmalige wethouder Rijnvaan gedaan en die heeft wat ons betreft dus ook betekenis. Onze vraag aan de wethouder is dus ook: hoe gaat de wethouder afspraken uit het verleden nakomen die toen zijn gemaakt? En dat met name vanuit de uitgangssituatie dat een afspraak met de gemeente ook echt afspraak zou moeten zijn. Dat tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Dam Timmers. Ik zie nog geen andere fracties die in de chat aangeven dat ze ook een woordvoering hebben. Als dat niet het geval is, dan ga ik over al naar wethouder Stam. De heer Stam: Ja. Dank u wel, voorzitter. Dat is erg snel. In ieder geval bedankt voor de woordvoering van het CDA. De memo en de onderliggende stukken die u zijn toegezonden die geven inderdaad aan dat er vanuit de historie wordt gewerkt aan de financiering van die velden en dat daar verschillende kostenniveaus aan zitten. De
9
allereerste vraag die de heer Van Dam Timmers stelde: is dat uitlegbaar naar verenigingen? Dan is natuurlijk wel de definitie is van uitlegbaar. Op basis van de gehanteerde systematiek is dat heel goed uitlegbaar, alleen je ziet daar dan verschillen in zitten. Hoe komen die verschillen dan tot stand? Dat heeft te maken met afzonderlijke financieringen van grasvelden. Daar zijn geen vaste investeringsbudgetten voor. Die worden op het moment dat er kunstgrasvelden nodig zijn, wordt financiering aangetrokken. Dan komen daar soms ook nog extra werkzaamheden bij kijken en dat leidt dan tot een bepaald investeringsniveau met een verschillend tarief. Ik wil er wel heel graag bij aangeven dat die tarieven echt niet kostendekkend zijn. Dat is ongeveer 20 procent. Dus daar zit wel een heel strak nuanceverschil. De heer Van Dam Timmers heeft ook gevraagd: werken vanuit de historie? Dat klopt. Indexering, waarom is daar nog geen nieuw beleid op losgelaten of voorstel voor geweest? Ja, dat is nu de methodiek die wij hanteren. Dat zie je op heel veel posten in onze begroting, dat daar historische budgetten zijn die we indexeren. Tot op heden was dat wel een methodiek die eigenlijk wel tot tevredenheid leidde, ook bij verenigingen, omdat ze kunnen uitleggen hoe die methodiek wordt gehanteerd en welke extra werkzaamheden er zijn. Dus het is dan goed uitlegbaar.
Ja, de afspraken die zijn gemaakt door mijn voorganger, ja, die proberen we natuurlijk zo goed mogelijk uit te voeren. Ik denk dat we dat ook goed proberen te doen. Als je kijkt naar het verschil tussen DMAC en Oranje-Wit daar zijn inderdaad geen aanvullende afspraak over gemaakt over herziening, omdat dat daar bij die kunstgrasvelden ook niet ter sprake is geweest. Dus wat dat betreft is in die ambtelijke voorbereiding is daar inderdaad wel verschillen ingeslopen: ga je nou bij de ene vereniging wel herzien en bij de andere niet. Maar die vraag die u nu stelt en heel breed voorlegt, is eigenlijk: moet je dat speelveld nu gelijktrekken? Moet je naar een eensgezindheid toe binnen Dordrecht? Daar zitten natuurlijk wel wat vraagstukken onder, want we hebben die oude financieringsmethodiek die je moet dan gaan gelijktrekken. Kost geld. Hoe gaan we dat financieren? En tot wanneer wil je dan eigenlijk die terugwerkende kracht laten gaan? We hebben inmiddels wel een onderzoek naar het tarievensysteem uitgezet. Later dit jaar zullen we richting gemeenteraad aangeven hoe Dordrecht ervoor staat en hoe zich dat verhoudt tot andere gemeentes. Ja, en of de huidige systematiek dan ook toekomstbestendig is. Dat is dan één onderzoek. Daarnaast heeft u natuurlijk uw eigen input als gemeenteraad om te zeggen: nou, wij willen echt naar die eenduidige methodiek toe.
Nou, dan zouden we wel een aantal vragen beantwoord willen zien: per wanneer? En moeten wij de financiële consequenties in beeld brengen. Want nogmaals, de methodiek die nu gebruikt wordt is op basis van het moment van aanschaf met kostenniveau en daar komt een tarief uit voort. En ja, die tarieven en die leningen, ja, daar zit nou eenmaal ten opzichte van het verleden, nou, daar zitten best wel forse verschillen in de rentepercentages waardoor dat eigenlijk vanuit het verleden heel moeilijk glad is te trekken. In die zin dat het dan geld gaat kosten. De heer Van Dam Timmers: Ik wil daar graag wel op reageren, voorzitter. De voorzitter: Dat mag, mijnheer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank aan de wethouder voor de beantwoording, maar ik hoor nog niet natuurlijk een antwoord op mijn vraag, hè. Kijk,
10
mijn vraag is: er is een toezegging gedaan richting een vereniging hier die hele andere tarieven betaalt dan andere verenigingen op basis van afspraken die op dat moment gemaakt zijn op basis van de toenmalige financiële situatie van de gemeente en de noodzaak om daar of de wens bij de vereniging om dat te veranderen. Er is eigenlijk een lopende afspraak met de vereniging om dat te herzien. Dat staat ook in de stukken, dat komt ook terug. Dus eigenlijk is er sprake van een contract met die verenigingen om iets te herzien als er in de toekomst andere afspraken gemaakt worden, en ik hoor u daar nu niet over. Dan is mijn vraag eigenlijk … We hebben de laatste tijd wat processen gehad tegen de gemeente waarin, ja, geprocedeerd wordt en dat organisaties andere locaties willen van de gemeente op dat vlak en dan vraag ik me af: hoe sterk staat de gemeente dan hier nou eigenlijk als we afspraken uit het verleden hierin niet lijken te respecteren? Ja, ik vraag me wel af hoe dat dan in dit geval geldt. Want het staat wel letterlijk in de stukken dat er herziening zal plaatsvinden en dat is niet gebeurd. Dus dan denk ik: ja, dan gaat het niet meer over proces van afspraken uit … Of ja, dan gaat het niet meer over proces, maar dan gaat het eigenlijk over een lopend contract. De heer Stam: Nou, ik denk dat ik daar indirect … De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Ja.
Sorry, voorzitter. Ik denk dat ik daar indirect wel antwoord heb gegeven. Die uitvraag die gedaan is om die tarievenmethodiek te gaan onderzoeken en hoe zich dat verhoudt tot andere partijen en welke consequenties dat heeft. Daar komt natuurlijk wel een aantal conclusies uit en aanbevelingen die zullen moeten gaan herleiden tot een herziening van hoe we daar tot nu toe mee omgaan. Zoals gezegd zal u dat dit jaar als gemeenteraad nog worden voorgelegd. De heer Van Dam Timmers: Ja. Voorzitter, dank. Dat is een mooi procesantwoord natuurlijk van de wethouder. Op zich kan ik dat natuurlijk wel waarderen. Aan de andere kant: dit gaat over een afspraak uit het verleden. Dit gaat niet over het algemene beleid. Dit is eigenlijk wat dat betreft veel specifieker en dan, ja, denk ik: is er dan al contact geweest over deze afspraak? Hè, want deze stukken staan al een maand of vijf online. Is daar dan over gesproken of niet? En waarom wel of niet? Vraag ik me dan af. Ja, inwoners van Dordrecht zouden toch op de gemeente moeten kunnen rekenen als er afspraken zijn? Ik vind het gewoon ingewikkeld de antwoorden die ik krijg. Dan denk ik: ja, hoe wilt u hier nou in verder? De heer Stam: Ja, voorzitter. De antwoorden zijn wat mij betreft helemaal niet zo ingewikkeld.
Natuurlijk hebben wij volop contact met sportverenigingen, maar wat u eigenlijk in uw bewoording eigenlijk aangeeft, dat zijn natuurlijk gesprekken die gebaseerd zijn op kunstgrasvelden en ontwikkelingen per vereniging en die moeten we nu gaan proberen: hoe ga je dat in de breedte doen? Dus die gesprekken lopen echt wel en met afzonderlijke verenigingen maken we daar goede afspraken over. Dat hebben we ook teruggezien bij de kunstgrasvelden die we nu hebben neergelegd. Alleen de tarifering die daaronder hangt die verschilt per vereniging en daar moeten we met elkaar naar gaan kijken. Natuurlijk zie je dan onderling bij verenigingen af en toe wel vragen, maar dit is wel de methodiek die we gebruiken en daarom is dit stuk ook
11
geagendeerd en daarom hebben we ook het onderzoek, het procesonderzoek uitgezet om te kijken hoe we dat eventueel kunnen gladtrekken, vanaf welk moment en wanneer en hoeveel dat gaat kosten. Maar vanuit de methodiek vanuit het verleden en de toezeggingen ben ik echt van mening dat we die gewoon toepassen. De heer Van Dam Timmers: Ja. Dank, voorzitter. Ja, ik ga afronden, want volgens mij komen we er op dit moment niet. Kijk, ik vind het, ja, toch teleurstellend, hè. Er ligt blijkbaar komt er een afspraak naar boven uit het verleden waarbij herziening wordt voorgesteld op dit specifieke punt. Dat staat ook uitgebreid benoemd in de notitie. Ja, dan wordt dat heel algemeen beantwoord en ik vind dat wel ingewikkeld, dus ik ga eens kijken wat we daar, ja, hoe we daarmee verdergaan. De voorzitter: Oké. Nou, hoe we daarmee verdergaan kijk ik ook even naar de rest van de commissie. Is er nog iemand die naar aanleiding hiervan nog iets wil vertellen? Iets wil toevoegen? Als dat niet het geval is, dan, ja, gaan we nu al een conclusie trekken. Dan is mijn vraag aan u … Nou, mijnheer Van Verk wil iets zeggen. De heer Van Verk: Ja, u (…) maar dat geeft niet. Twee dingen. De hele discussie vond ik erg technisch gemaakt en begreep ik niet zo veel van, maar dat zal vast en zeker aan mij liggen.
Volgens mij is het gewoon onderdeel van de sportparkenvisie en moet de wethouder het vooral daar in meenemen. Ik zie de heer Van Dam Timmers nee schudden, maar de betreffende velden liggen op de sportparken, het is een probleem op die sportparken, dus laten we het gewoon integraal daarin meenemen en tot die tijd maar even ons ei bewaren. De voorzitter: Oké. Iemand anders van de commissie? Nou, dat is niet het geval. Nou, dan ga ik aan u vragen hoe u deze toezegging, deze afdoening hoe we daar de conclusie uit trekken. Gaat deze ter kennisgeving wordt die aangenomen door de commissie? Of wilt u deze ter bespreking in de raad van 22 februari hebben? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? Ja, ik zou het wel willen bespreken vanwege eigenlijk nog dezelfde vraag die niet is opgelost, maar ik denk dat ik daar niet genoeg steun voor ga ontvangen, dus dan ga ik kijken wat de andere opties zijn. De voorzitter: Oké. Nou, dan stel ik vast dat we deze ter kennisgeving aannemen. Dank u wel.
Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen 14.Goedkeuring verlenen aan de partiële statutenwijziging, waarmee de nieuwe naam wordt opgenomen in de statuten: Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan kijk ik even naar de griffier, want wethouder Van der Linden is er nog niet, dus dan stel ik voor om de punten het agendadeel van de nieuwe behandelvoorstellen alvast met u te gaan doen. Als u zich daarin kunt vinden, dan vraag ik u eventjes in uw stukken even door te schakelen naar punt 14. Dan gaan we nu dat
12
agendadeel nieuwe behandelvoorstellen doen en dan wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan de partiële statutenwijziging waarmee de nieuwe naam wordt opgenomen in de statuten Stichting Nestas Scholengroep voor katholiek en openbaar onderwijs. De vraag is of u dat voorstel als hamerstuk wil agenderen voor de gemeenteraad. Nou, zo te zien is dat akkoord. 15.Raadsinformatiebrief over Voortgang plan van aanpak Leefbaarheid KromhoutKasperspad – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan komen we bij punt 15. Dat betreft de raadsinformatiebrief over de voortgang plan van aanpak leefbaarheid Kromhout-Kasperspad. U wordt voorgesteld de raadsinformatie ter kennisgeving te agenderen voor de gemeenteraad van 22 februari. Zo te zien ook akkoord. 16.Raadsinformatiebrief over Integraal en Meerjarig Sociaal Domein 2023-2027 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan komen we bij punt 16: de raadsinformatiebrief over het integraal en meerjarig sociaal domein 2023-2027. Er wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Ook akkoord. 17.Raadsinformatiebrief over Stand van zaken eenzaamheidsbeleid – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan we naar punt 17: de raadsinformatiebrief over de stand van zaken eenzaamheidsbeleid. Hierbij wordt u voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Akkoord.
18.Raadsinformatiebrief over Voortgang Programma Sportparken 2022-2030 en VHP – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan we verder met punt 18: de raadsinformatiebrief over de voortgang Programma Sportparken 2022-2030 en het Verenigingshallenplan. U wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Ook dat is het geval. 19.Beantwoording door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie PVV over het voorgenomen besloten Sinterklaasfeest – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan we naar punt 19: beantwoording door het college van de artikel 40-vragen van het Reglement van Orde van de fractie PVV over het voorgenomen besloten Sinterklaasfeest. U wordt voorgesteld de beantwoording voor kennisgeving aan te nemen. Nou, dat is ook het geval. 20.Brief van Sportraad Dordrecht met betrekking tot het Programma Sportparken De voorzitter: Dan gaan we naar punt 20: de brief van de Sportraad Dordrecht met betrekking tot het Programma Sportparken. Er is in de commissie gevraagd om deze
13
brief niet ter kennisname aan te nemen, maar een inhoudelijke reactie van fracties naar de griffie te sturen. Op basis van deze reacties heeft de griffie deze conceptreactie opgesteld. U wordt gevraagd in te stemmen met het versturen van deze brief namens de gemeenteraad en Beter Voor Dordt heeft daar nog een opmerking over. De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter. Dank u wel. Eén opmerking en dat is het laatste deel van de zin in de laatste alinea waarbij we aangeven dat we de betrokkenheid waarderen, maar dat we tegelijkertijd oproepen tot zelfreflectie onder andere uw eigen advies, blablabla. Wat Beter Voor Dordt betreft, ja, kunnen we beter dat zinsdeel laten vervallen, omdat het weer onnodig waarschijnlijk ook weer een tegenreactie gaat uitlokken en dat dat niet de bedoeling moet zijn in onze reactie. De voorzitter: Nou, dan kijk ik naar de commissie of een meerderheid van de commissie zich kan vinden in wat u voorstelt, mijnheer Schalken. Mijnheer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. In aansluiting op wat de heer Schalken stelt vond ik de hele brief nogal op twee gedachten hinken.
Aan de ene kant werd het zoet aangeboden: wat zijn we toch verheugd en blij dat jullie reageren om vervolgens inderdaad met de andere hand een tik uit te delen zo: waar bemoei je je eigenlijk mee? Volgens mij moeten we helder en duidelijk zijn: wij hebben in een gesprek eerder met de Sportraad hebben we heel nadrukkelijk gevraagd aan die Sportraad: als jullie iets hebben waar je ons van op de hoogte wil stellen, doe het dan. Doe het dan ook zonder schroom en zonder terughoudendheid. Nou, daar wordt geregeld ook overlegd in de commissie en nu bij de eerste de beste gelegenheid dat de Sportraad daar gebruik van maakt van die uitnodiging krijgen ze toch een beetje een tik op hun vingers zo van: waar bemoei je je eigenlijk mee? En verantwoorden wij ons inhoudelijk heel slecht in de richting van de Sportraad waarom de keuze is gemaakt in de raad zoals die is gemaakt. De Sportraad die veronderstelt daar politieke achtergronden bij, wat ik me kan voorstellen.
Ik denk dat wij als raad meer duidelijk zouden moeten maken dat wij de voorliggende visie op de sportparken zoals die in december werd gepresenteerd dat we die onvoldoende vonden en onvoldoende rijp vonden voor besluitvorming, maar niet anders konden dan door een reeks van amen… Door een amendement met een reeks van opdrachten terug te geven aan de wethouder, maar tegelijkertijd wel oog hebben gehad voor het belang van de sportverenigingen waarin we geld of waarin we hebben gezegd: daar waar zaken urgent zijn, moeten ze vooral een beroep kunnen doen op ons en zullen wij kijken of we uit het geld wat gereserveerd is hen tegemoet kunnen komen. Om een iets positiever en iets uitnodigender … De voorzitter: Ja, mijnheer Van Verk. Ik stel alleen even vast: met elkaar hebben we de brief van de Sportraad hebben we uitgebreid in de commissie behandeld. In eerste instantie werd het voorstel gedaan om die brief ter kennisname af te doen. Dat was niet wat de commissie wilde. Er is toen een procesvoorstel gedaan en er is gevraagd om uiterlijk, ik ben even de datum kwijt, maar in ieder geval uiterlijk te reageren naar de commissiegriffier. Daar hebben een aantal fracties op gereageerd. Volgens mij de Partij van de Arbeid niet. Dus ja, volgens mij is het nu niet de bedoeling om nu weer helemaal uitgebreid die brief te gaan behandelen.
14
De heer Van Verk: Dan moet je hem niet op de stukkenlijst zetten met de vraag: wat gaan we ermee doen? Want dan krijg je dus het antwoord van mij naar aanleiding van hetgeen wat ik heb gelezen, omdat ik gewoon gedacht en gehoopt had dat we in lijn zouden antwoorden zoals ik het hier net schets, omdat dat volgens mij de sfeer was waarin we toen met elkaar spraken. Maar als je dat niet moet doen, mij best hoor. De voorzitter: Ik kijk even naar mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja. Dank, voorzitter. Sorry, ik heb ook een beetje last van mijn stem vandaag. Voorzitter, ja, ik denk dat ik me wel aan wil sluiten bij zowel de heer Van Verk als de heer Schalken. Ik denk niet dat we een soort van defensief hierin moeten doen. We hebben tijdens deze raadsvergadering weloverwogen gekozen voor het amendement, omdat we het stuk onvoldoende vonden. Nou, en dat staat hier grotendeels ook wel in benoemd en dan hoeven we dat ook niet verder uit te leggen. Die argumenten daarvoor zijn in de raadsvergadering uitgebreid gewisseld. Dan denk ik, dan ben ik het wel met de heer Schalken eens: ja, het oproepen tot zelfreflectie bij de Sportraad lijkt me niet heel zinvol, omdat, kijk, zij hebben gewoon hun opvattingen hierover en die zijn ook gewoon even, ja, terecht. Dat is gewoon hun opvatting, dat mag. Dat we daarin anders hebben besloten dat mag ook.
Dan denk ik dat we het daarbij moeten laten. Ik vind het oproepen tot zelfreflectie wel altijd voelt een beetje moreel veroordelend, terwijl wij er helemaal volgens mij niet zo instaan met elkaar. De voorzitter: Nou ja, dan is mijn vraag aan de commissie, en ik hoor dan eigenlijk mijnheer Van Verk en ik hoor u ook, mijnheer Van Dam: kunt u zich dan vinden in het voorstel wat de heer Schalken heeft gedaan om die laatste zin te schrappen? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? Ja, daar kan ik me wel in vinden. Ik denk dat dat prima is. Je wil ook niet een discussie daarover krijgen. Lijkt me niet zinvol. De voorzitter: Oké. Dus dan wordt de zin aangepast met dat we graag inhoudelijk in gesprek blijven met elkaar. De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter. Inderdaad. Ik denk dat dat belangrijk is. Ik wil ook nog wel even de griffie heeft zijn best gedaan om alle input te verzamelen en er is natuurlijk ook heel lastig chocola van te maken, want we vinden ook niet allemaal hetzelfde, dus dat maakt het ook lastig in een uiteindelijke eenduidige reactie, maar als dat laatste stukje van die zin kan vervallen, dan is het wat ons betreft akkoord. Want als het goed is volgt de Sportraad ons toch wel en weet ze hoe wij als politiek erin staan. De voorzitter: Ja. Nou, prima. Dan als dat ik zie de heer Van der Net zie ik ook en mijnheer Boersma wil nog iets zeggen.
De heer Boersma: Ja, ik wou ook even zeggen dat ik het ermee eens was, voorzitter, om die laatste zin te schrappen. Er zou misschien nog een … De voorzitter: Oké.
15
De heer Boersma: In plaats van die zin wat de heer Schalken zegt een beetje een uitnodigende zin richting de Sportraad of ook een wat positief afsluitende zin dat we weliswaar een politiek debat voeren, maar uiteindelijk ook allemaal de belangen van de sporten in Dordt op het oog hebben. Dus nou ja. De voorzitter: Ja. De heer Boersma: Een positieve afsluiter, om het zo maar te zeggen. De voorzitter: Prima. Is genoteerd. Dan passen we de brief zo aan. Kunnen we daarmee dit punt dan afsluiten? Punt 20. Oké. 21.Brief van Adviesraad WMO & Jeugd Dordrecht en resultaten onderzoek senioren over wonen en woonomgeving De voorzitter: Dan gaan we verder met punt 21: de brief van de Adviesraad van de Wmo & Jeugd Dordrecht en resultaten onderzoek senioren over wonen en woonomgeving. U wordt voorgesteld de brief voor kennisgeving aan te nemen en over te dragen aan de commissie Fysieke Leefomgeving ter afhandeling. Deze brief kan betrokken worden bij de bespreking van het raadsvoorstel Een huis voor iedereen deel 1, woononderzoek van de rekenkamercommissie, beschikbaarheid samen met de raadsinformatiebrief wonen en zorg voor senioren op 8 februari aanstaande. Dat is volgens mij vanavond. Dus. Ook akkoord. 22.Memo beantwoording door college Inhoudelijke reactie Radar De voorzitter: Komen we bij punt 22: de memo beantwoording door het college inhoudelijk op de reactie van Radar.
Op 30 maart 2021, dat is al lang geleden, heeft u deze memo aangehouden in afwachting van een opgevraagde raadsinformatiebrief met recente cijfers over discriminatie en racisme. U wordt naar aanleiding van de bespreking van de beantwoording van de artikel 40-vragen over de aanpak van discriminatie en racisme van 25 januari jongstleden geadviseerd deze memo ter kennisgeving aan te nemen. Is dat akkoord? Dat is akkoord. 23.Beantwoorden door het college van artikel 40-vragen RvO van de fractie BVD over Inkomenstoets Jeugdwet – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan we verder met punt 23: het beantwoorden door het college van artikel 40-vragen van het Reglement van Orde van de fractie Beter Voor Dordt over de Inkomenstoets Jeugdwet. Op 14 september jongstleden heeft u besloten om deze documenten aan te houden in afwachting van aanvullende vragen die fractie Nijhof heeft aangekondigd. U wordt voorgesteld de beantwoording artikel 40-vragen over Inkomenstoets Jeugdwet voor kennisgeving aan te nemen. Is dat akkoord? Mevrouw Nijhof.
16
Mevrouw Nijhof: De beantwoording is wat mij betreft onvoldoende, omdat er wel degelijk nog steeds getoetst wordt op inkomen, maar ik zal daar in dit geval een nadere reactie op geven met betrekking tot de verordening die zo meteen voorligt. De voorzitter: Oké. Maar dat betekent dat we hem toch ter kennisgeving aannemen, een meerderheid van de commissie? Nou ja, u bent altijd vrij natuurlijk om er zo meteen nog iets over te roepen of over te zeggen. 24.Brief Serviceorganisatie Jeugd ZHZ over Uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake financiële draagkracht ouders De voorzitter: Dan gaan we verder over … Even kijken. Dat wordt dan punt 24: de brief van de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland-Zuid over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake financiële draagkracht van ouders. 14 september 2021 heeft u besloten om deze documenten aan te houden in afwachting van aanvullende vragen die de fractie Nijhof heeft aangekondigd. U wordt voorgesteld deze brief voor kennisgeving aan te nemen. Dat is akkoord. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Dat is eigenlijk idem dito de voorgaande brief. De voorzitter: Oké. Prima. 25.Brief aan gemeenteraad over oproep tot ionisatie en betere ventilatie op scholen De voorzitter: Dan krijgen we punt 25: de brief aan de gemeenteraad over de oproep tot ionisatie en betere ventilatie op scholen.
U wordt voorgesteld de brief ter kennisgeving aan te nemen. Oké. Nou, dan is op dit moment wethouder Van der Linden in onze commissie, dus dan stel ik voor om die overige agendadelen gewoon tot het laatst toe te bewaren. Stukken ter bespreking 5. Vaststellen Verordening jeugdhulp Dordrecht –Raadsvoorstel 6. Memo wethouder over Beantwoording aanvullende vragen Verordening Jeugdhulp 11.Raadsinformatiebrief over Collegereactie op adviesrapport 4Vitae – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan wij over naar het volgende bespreekpunt. Dat is het raadsvoorstel Vaststellen van de Verordening jeugdhulp Dordrecht. Op 188 januari heeft de commissie besloten de behandeling van het raadsvoorstel naar eerste termijn te schorsen en het raadsvoorstel aan te houden totdat de toegezegde stukken zijn aangeleverd. In de tussenliggende periode hebben we het aanvullende advies van de Adviesraad Wmo & Jeugd ontvangen en die documenten zijn ook toegevoegd aan het raadsvoorstel. Daarnaast heeft wethouder Van der Linden beantwoording op aanvullende vragen en diverse documenten toegezegd zoals een uitgebreidere reactie van de
17
Adviesraad Wmo & Jeugd, de was-wordt lijst met wijzigingen en een onafhankelijk juridisch adviestoetsing van AKD aan te leveren. Deze stukken vindt u onder agendapunt 6. De heer Schalken gaat er even tussenuit. Oké. Ook hebben we in het verleden besloten diverse documenten aan te houden tot aanbieding van de gewijzigde verordening Jeugdhulp. Dat moment is nu gekomen, dus agendapunten 7 tot en met 10 zijn ook opgevoerd. Tot slot hebben we op 25 januari jongstleden besloten om het al dan niet een plek geven van de methode narratief evalueren in de verordening Jeugdhulp ter bespreking te agenderen op 8 februari. Dat is agendapunt 11. Ik stel voor dat we starten met de tweede termijn van de woordvoering. Wie wil er als eerste het woord hebben? Mijnheer Van Verk, gaat uw gang. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. Dank u. Als er niemand dan wil aftrappen, moet u maar gaan aftrappen. De voorzitter: Nou ja, mijnheer Schalken ging er even tussenuit, dus ik dacht … De heer Van Verk: Ja. De voorzitter: Het zo in die volgorde te houden. Dan gaan we gewoon even op deze manier doen. Gaat uw gang. De heer Van Verk: Goed. Voorzitter, een aantal weken geleden hebben wij eerste termijn de verordening besproken en zijn er veel vragen gesteld en veel suggesties gedaan. Een van de suggesties was dat wij kennis wilden nemen van een onafhankelijk juridisch advies.
Welnu, AKD beantwoordt die vragen met 23 kantjes. Daar waar het juridisch advies op ingewonnen is door de wethouder niet vindbaar bleek. Die 23 kantjes zijn belangrijk, want er staan een aantal belangrijke zaken in. Ik pak er een paar uit, omdat dat lang niet te doen is om alles te belichten. De belangrijkste voor ons is de afbakening tussen de verschillende wetgevingen. AKD zegt daar eigenlijk van dat zij geen voorstander zijn van het afbakenen de regelen in de verordening. Daar geven ze een aantal redenen voor. Een van die redenen is dat de wet uitputtend is en de raden niet bevoegd zijn om zoiets te doen. Dus waarom zou je het dan toch willen opnemen? Zij geven ook aan dat de wijze waarop dit gebeurt altijd leidt tot interpretatie van de wet en de afbakening zoals die door de wetgever is bedoeld. Die interpretatie die gaat weer leiden tot interpretatie bij de uitvoerders. Zo werkt dat, want die gaan het of breder of nauwer interpreteren en dat geeft in ieder geval onzekerheid. Onzekerheid naar de ouders en onzekerheid naar jeugdigen en onzekerheid naar professionals, want die weten op een gegeven moment niet precies meer wat ze moeten doen. Iets waarvan we in het veld horen dat dat nu al gaande is.
Bij ons leeft dan ook de vraag: waarom vasthouden aan die afbakening daar waar er nu toch een dringend juridisch advies ligt om dat niet te doen, maar op een andere wijze te regelen in bijvoorbeeld een beleidsnota waarin je ook zaken kan afspreken zonder dat het een dwingend karakter heeft zoals bij een verordening? Voorzitter, op één punt heeft het in ieder geval al geleid tot een wijziging. Daar waar het gaat over het onderwijs is er niet meer sprake van een inspanningsverplichting, maar van een verplichting. Daarmee geef je al aan dat het best wel een lastig terrein is waarop je je begeeft. Handhaving ervan zal naar ons idee uiteindelijk leiden tot een reeks van allerlei rechtszaken die weer tot uitspraken leidt die
18
wellicht in het nadeel vallen van de gemeente Dordrecht, omdat de rechter uiteindelijk beslist, maar ondertussen wel een aantal ouders gedupeerd worden, omdat lang niet iedereen de assertiviteit bezit om een dergelijke proces aan te gaan. Dus nogmaals, waarom zo te willen regelen en waarom niet op een andere wijze? Tweede punt wat ik wil aankaarten is de discussie rond draagkracht … Draaglast waarbij positief vinden dat in ieder geval de wethouder toezegt in zijn beantwoording dat hij met het platform in gesprek is en de Wmo Adviesrecht in gesprek gaat om te kijken hoe je aan de hand van het IMC-rapport tot een wat meer geobjectiveerde weging kan komen. Wij vinden dat een positieve stap en we zouden dan ook graag willen zien dat de wethouder de raad hier in de toekomst over informeert. Een volgend punt is identificatieplicht. Die wordt door AKD nadrukkelijk afgewezen. Die zeggen juist: in de Jeugdwet is er nadrukkelijk gezegd dat er geen identificatieplicht is om de drempel zo laag mogelijk te houden en ook om mensen die niet over een identiteitsbewijs beschikken de mogelijkheid te bieden jeugdhulp in te roepen.
Voorzitter, verder lijkt het, maar daar mag de wethouder nadere duiding op geven, lijkt er toch weer sprake te zijn van een verboden delegatie en dat betreft dan bij artikel 19, lid 4 waarin er wordt gesproken dat er in nadere regels een aantal zaken worden afgesproken waarbij AKD constateert dat dit toch erg veel lijkt op een van de essentialia die door de raad moet worden vastgesteld. Dit brengt mij overigens gelijk bij de nadere regels. Er wordt op diverse plaatsen besproken dat er nadere regels door het college zullen worden vastgesteld. Op zich is dat begrijpelijk, want een aantal zaken zullen misschien soms jaarlijks wijzigen onder invloed van indexering. Toch zou ik de wethouder willen vragen om bij de nieuwe nadere regels de initiële regels die voortvloeien uit deze verordening de raad daarin mee te nemen samen met een advies van de Wmo Adviesraad en eventueel ook juridische toetsing laten doen bij AKD zodat die nadere regels besproken kunnen worden desgewenst en eventueel ook de raad kan aangeven dat sommige regels wat hen betreft minder gepast zijn of niet gewenst zijn. We hebben dat overigens een vijf … Nee, inmiddels zevental jaar geleden ook gedaan bij de nadere regels van de Wmo. Ook dat ging toen weliswaar met horten en stoten, maar het is wel goed dat de raad in aanvang in ieder geval weet wat de nadere regels zijn.
Voorzitter, ik vraag mij af of de verordening ook met terugwerkende kracht kan worden vastgesteld. Misschien voor de gemeenteraad Dordrecht wel, maar ik begrijp dat de andere collega’s in de regio nog niet eens begonnen zijn met de bespreking van de verordening, dus nou ja, als je dat afgestemd wil houden, zou dat toch wel betekenen dat de ingangsdatum halverwege dit jaar zou komen te liggen. Voorzitter, met tot slot een enkele opmerking over het proces. Overeenkomstig het voorstel lijkt het allemaal vlekkeloos te zijn gelopen en iedereen te zijn geraadpleegd, maar in de werkelijkheid blijkt dat dan toch anders te zijn. Als ik lees dat er professioneel advies is ingewonnen en vervolgens dan vragen dat het er niet is, terwijl als wij een professioneel bureau vragen om een advies te geven dat binnen veertien dagen 23 kantjes worden geleverd, dan vind ik dat hele proces door de wethouder toch een beetje weinig professioneel is aangepakt en ik zou willen dat bij de volgende stappen in het proces de professionaliteit meer in het oog wordt gehouden en dat de raad, belanghebbenden en organisaties goed betrokken blijven bij de ontwikkeling van. Voorzitter, tot slot een blik in de toekomst.
De fractie van de PvdA is vol verwachting kijkt die uit naar een eenduidige alles overkoepelende verordening voor het sociaal domein waarvan we begrijpen dat daar nu toch echt stappen in worden gezet. Wij zullen
19
dit blijven volgen zeer nauwlettend en kritisch en eventueel vanaf de zijlijn. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Verk. Dan gaan we door met de heer Boersma van de ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, voorzitter. Dank u wel. Nou, allereerst is het prettig om te zien dat er naar aanleiding van de vorige commissiebehandeling een aantal zaken in de verordening al is aangepast, een aantal bezwaren die toen in de commissie zijn geuit ook nu bevestigd worden door de juridische toets van AKD. Ja, ook even ondanks hoe het proces allemaal gelopen is wel een compliment dat in een korte termijn die allemaal is gebeurd, want dat is in deze tijd ook best wel een prestatie. Alleen er blijven nog wel een paar vragen over bij ons waar ik graag nog een reactie van de wethouder op wil. Dat is, en de heer Van Verk die refereert er ook al aan, dat zijn eigenlijk een paar artikelen waar het advies van AKD redelijk duidelijk lijkt en waarvan het college dacht: daar gaan wij toch van afwijken. Dat zijn soms wat juridische dingen natuurlijk, dat maakt het wat lastig, maar het eerste voorbeeld is artikel 5. Dat gaat over vaktherapie dertig uur. Dat is natuurlijk een heel technisch punt waarvan je denkt: moet je je daar als raad druk over maken? Het college zegt: die dertig uur is in het normenkader opgenomen, is onderdeel van de nieuwe inkoopcontracten.
Daarom passen we dat niet aan. Terwijl AKD eigenlijk zegt: ja, volgens ons is dat in strijd met de Jeugdwet en de algemene Wet bestuursrecht. Ja, dus de vraagt rijst voor ons dan wel: ja, wat gaat er nou voor dan? Volgens mij gaat de wet voor. Welke risico’s lopen we hiermee? Dus ik zou eigenlijk hier van de wethouder graag een nog wat meer inhoudelijke reactie op willen hebben waarom die dan toch afwijkt van het advies van AKD en vasthoudt aan die dertig uur. Het volgende punt wat we in de vorige commissie hebben aangegeven dat is artikel 10 en die verwijzing naar jeugdhulp via de huisarts en medisch specialisten. Ja, we begrijpen uit het advies van AKD dat het artikel zoals dat geformuleerd is niet in strijd is met de Jeugdwet, alleen zij wijzen wel op het punt dat de huidige tekst de suggestie zou kunnen wekken dat de jeugdzorgaanbieder de toegangsvraag opnieuw zou kunnen beoordelen. Dat is niet de bedoeling. De toegangsvraag, de verwijzer die zegt: volgens ons moet deze jongere verwezen worden en vervolgens gaat de jeugdzorgaanbieder kijken: wat is er dan nodig? Er vindt natuurlijk nog wel ook een beoordeling plaats zoals die in het artikel is geformuleerd. Wat wij graag willen is dat dit niet uiteindelijk tot een nieuwe vertragende stap leidt in het proces en dat dit inderdaad ervoor zorgt dat de zorgaanbieder samen met de jeugdige kijkt wat de meest passende hulp is.
Ik wil graag van de wethouder een bevestiging of dat ook inderdaad zo is, zeker omdat we in de commissie ook weleens gehoord hebben de afgelopen jaren dat in verband met de lange wachtlijsten en wachttijden, ja, mensen weleens de lijn van hun huisarts of medisch specialist kozen om een soort kortere weg te kunnen bewandelen. Dus daar wil ik graag nog een reactie van de wethouder op. Dit is ook wel een punt om het monitoren van deze verordening nadrukkelijk te volgen. Artikel 12, dat gaat over die draagkracht van ouders. De heer Van Verk heeft daar ook al iets over opgemerkt en daar sluit ik me wel bij aan. Nog wel een punt over de kortdurende situaties, want daar zegt AKD ook wat over. Die zegt: ja, het lijkt alsof het college geen ruimte heeft om rekening te houden met de behoefte van de jeugdige, de woonsituatie en de
20
samenstelling van het gezin, terwijl uit uitspraken van rechtelijke instanties blijkt dat dat wel de punten zijn die nadrukkelijk betrokken moeten worden. Klopt die interpretatie van AKD? En graag dan een reactie van de wethouder: nou, waarom blijft die dan toch vasthouden aan te korte situaties? Dat mensen bij drie maanden gewoon zelf wel wat kunnen regelen? Vervolgens staat er ook nog dat er uiteraard natuurlijk wel altijd rekening wordt gehouden met de individuele situaties. De vraag is even: ja, is dit voldoende gewaarborgd in dit artikel dan? Gezien het advies van het AKD heb ik daar dan nog wel wat zorgen over. Artikel 19 werd al genoemd door de heer Van Verk. Die mogelijke verboden delegatie. Dat punt was mij ook opgevallen. Daar ben ik wel heel benieuwd naar de reactie van het college, want wij hebben hier natuurlijk naar aanleiding van de vorige verordening ook meerdere discussies over gehad. Dus ja, is hier sprake van verboden delegatie? Moeten we dan nog die nadere regels voor de PGD in de verordening laten? In de reactie aan de Wmo Adviesraad en het Ouderplatform geeft het college aan: ja, het is nog de vraag of we nadere regels gaan stellen. Dus dat is blijkbaar nog een vraag.