2.4 2022-01-18 Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving - concept.pdf
Tekst van het document
20
ratten besnuffeld. Dan is de participatie, er wordt een prachtig verhaal de vele wereld heeft mee kunnen praten, maar als ik de brief van de Wmo Adviesraad lees, dan lees ik dat zij het betreuren en bovenal jammer vinden dat we niet verder in het proces zijn betrokken, anders dan een voorlichting over een afbakeningsvraagstuk op 9 november. Graag hadden we en ik citeer dit, juist omdat we de uitgangspunten onderschrijven, meegedacht aan mogelijke oplossingen. Zij hebben een keer mogen luisteren over het probleem van de afbakening, misschien wat mogen zeggen, maar zijn verder niet actief betrokken. Een hele gemiste kans dus. Kortom, veel zaken waarvan ik het betreur dat ze erin staan en ik eigenlijk het jammer vind dat ik aan het eind van mijn politieke carrière in ieder geval moet vaststellen dat we er niet in geslaagd zijn om een verordening te maken die recht doet aan hetgeen wij als raad een paar maanden geleden nog eens nadrukkelijk gesteld hebben. Ik zou dan ook wat dat betreft willen afsluiten met de vraag dat naast het advies van de juristen zou ik ook eigenlijk wel een nadere advisering willen hebben van de Wmo Adviesraad en ook Platform voor ouders. Zij zeggen in een brief dat ze door de tijdsdruk slechts een beperkt advies hebben kunnen geven. Ik zou graag een uitgebreid advies van hen ontvangen en ik hoop dat ze daarin zullen voorzien.
Voorzitter, dat was voor mij betreft in de eerste termijn en in een nader stadium gaan we nog wel in op de verordening als zodanig. De voorzitter: Dank u wel. Is de volgende fractie, de fractie Gewoon Dordt. Mevrouw De Fouw. Mevrouw …: De microfoon staat niet aan hoor. De voorzitter: Nee, we horen nog niks in ieder geval. Mevrouw De Fouw: Sorry. Ik heb nog een backup-afsluiting. Ik … De voorzitter: Nou, bij deze. Mevrouw De Fouw: We kunnen ons grotendeels aansluiten bij de woordvoering van GroenLinks en wat de pgb betreft, bij de woordvoering daarover, bij de ChristenUnie/SGP. Daarnaast zijn we benieuwd hoe het college de rol ziet van het familiegroepsplan, dat in deze verordening slechts op de achtergrond wordt meegenomen. Ik heb begrepen van instanties daarover dat zo’n plan niet alleen wettelijk verplicht is om op de voorgrond een rol spelen en er zitten ook allerlei voordelen, zelfs bezuinigingsvoordelen, aan dit plan. Dus hoe verhoudt zo’n plan zich bijvoorbeeld ook tot wijkteams? Ik heb daarvan begrepen dat ze dat niet gebruiken en niet eens kennen. Bij draagkracht, in de definitie wordt verwezen naar eigen kracht, maar het komt verder in de verordening er niet naar voren.
Zo’n familiegroepsplan bijvoorbeeld gaat juist heel erg uit van die eigen kracht en dat sluit ook aan bij gezamenlijke besluitvorming, wat naar mijn idee ook een onderdeel zou moeten zijn wat nu nog te weinig naar voren komt in die verordening. Bij artikel 4.3 staat dat als cliënten WOZ-zorg weigeren dat ze dan blijkbaar niets krijgen. Kan dat wel? Is daarbij ook geborgd dat dit gedrag ook een onderdeel kan zijn van de problematiek juist? Of dat het een vertrouwend probleem kan zijn of een gevolg van niet aansluiting van zorg bijvoorbeeld? Verder zouden we de Adviesraad, het Ouderplatform, graag de
21
gelegenheid willen geven met een advies te komen waar ze wel tijd voor hebben gehad en die inbreng ook te kunnen betrekken. In de technische sessie werd aangegeven dat deze verordening ook bedoeld is om cliënten te informeren over hun rechten en plichten. Ik mag dan toch wel hopen dat daar een beetje begrijpelijke uitleg bij wordt geleverd op B1-niveau en er is mij in ieder geval nog veel ook onduidelijk over cliëntondersteuning, kosteloos, onafhankelijk, maar dat komt in een later punt vast aan de orde. Dat was ie. De voorzitter: Dank u wel. Wil ik even spieken op mijn lijstje van fracties. Volgens mij heb ik alleen mevrouw Nijhof nog van Fractie Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, nou, het voordeel van het laatste zijn is natuurlijk dat ik gewoon niet alles hoef te herhalen wat voorgaande sprekers hebben gezegd. Ik sluit mij aan bij eigenlijk alle sprekers, zeker bij de heer Van Verk. Want ook ik ben natuurlijk al jaren als de raadslid bezig om ervoor te zorgen dat er laten we zeggen een juiste uitvoering van de jeugdhulp komt, Jeugdwet is.
Nou ja, goed, ik ben, dat heb ik al even duidelijk gemaakt, erg teleurgesteld over wat er op dit moment ligt, zeker naar aanleiding van de eerste bespreking die wij hebben gehad met betrekking tot de afbakening, waarin wij ook volgens mij als commissie ook gezegd hebben wij willen gewoon bijvoorbeeld de legesverordening, meer ruimte voor de professionals. We willen dat de verordening een afgeleide is van de Jeugdwet en het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind. Zo hoort het namelijk te zijn en nou ja, goed, wat hier ligt teleurstelt mij in die zin dat er min of meer dezelfde weeffouten in staan als in de verordening die op dit moment van kracht is. Nou, goed, dat is onder andere over de zorgplicht met betrekking tot de uitvoering van de gemeente. Die lijkt en dat vind ik iets heel aparts, want in principe zegt de Jeugdwet, daar heeft de rechter ook al vele uitspraken over gedaan, de gemeente is zorgplichtig, maar wat we hier in deze verordening zien is dat er in artikel 2 staat dat zorgplicht voor het college is, voor integrale toegang en intakes. Schijnbaar gaat in de gemeente Dordrecht de zorgplicht niet verder dan de integrale toegang in de intake.
Verder wordt het allemaal aan anderen overgelaten en wat ook heel erg opvalt is dat ouders eigenlijk nou ja, goed, staat ergens in een artikel ook, tot in het zeventiende jaar eigenlijk min of meer overal verantwoordelijk voor zijn. Maar goed, ik zie heel weinig verbinding met wat de Jeugdwet zegt. Even over waar mevrouw De Fouw het net over had, met betrekking tot het familiegroepsplan. Het familiegroepsplan verbaast me ook hier weer inderdaad dat het wel genoemd wordt, maar niet als wettelijke verplichting en dat is het overigens ook in de huidige verordening zo, dat het op die manier is opgenomen. Draagkracht en draaglast, nou ja, wat je hier dus ziet is dat in deze specifieke verordening het kind dus niet centraal staat, geenszins centraal, het gaat eigenlijk alleen maar over de draagkracht en de draaglast van degenen die daaromheen zijn. Dus dat is überhaupt al een wetsoverschrijding, want in principe moet de verordening het kind centraal stellen en is de gemeente verplicht om de zorgbehoefte van het kind in kaart te brengen en niet de draaglast en de draagkracht van de omgeving, maar ervoor te zorgen dat het kind in deze de hulp krijgt die hij nodig heeft en dat dat dus in veel gevallen niet bij opvoeding hoort. Nou, dat staat hier allemaal eigenlijk min of meer in mijn ogen allemaal door elkaar gehaald.
Daarnaast is het zo, in artikel 9 staat, dat haalde mijnheer Boersma ook heel erg aan en dat verontrust me zeer, want in de huidige verordening laten we zeggen is die weeffout eigenlijk hetzelfde
22
gemaakt. Hier worden de wettelijke verwijzers die worden benoemd, maar voor de gemeente belangrijkste wettelijke verwijzer, dat is in dit geval het Jeugdteam, in ieder geval het team wat het toegangsteam moet zijn, wordt daar helemaal niet in genoemd en daarnaast worden toegangsprofessionals, in ons geval de Stichting Jeugdteams, die worden door de war gehaald met zorgaanbieders en dat is eigenlijk dezelfde fout die er ook in de oude verordening al staat, waardoor we iedere keer discussies hebben gekregen over of de toegang ook hulp uitvoert of ze geen hulp uitvoeren en dat wordt, ja, goed, hier opnieuw door elkaar gehaald. Nou ja, goed, het is absoluut geen afgeleide van de Jeugdwet. Volgens mij hebben wij het overigens ook gevraagd in de bespreking dat er ook aan de stukken toegevoegd de Jeugdwet is en wat de kaders van de Jeugdwet zijn. Nou, dat zie ik hier, goed, daar zou ik, ik zou behoefte eraan hebben dat dat alsnog ook wordt toegevoegd. Nou ja, goed, draagkracht, draaglast, dat is ook al gezegd. Valt ook op bijvoorbeeld dat er bevoegdheden door elkaar worden gehaald hier. Nu wordt hier bijvoorbeeld gesteld dat het college een machtiging gesloten jeugdhulp af kan geven. Nou, die bevoegdheid heeft het college niet.
Die heeft alleen een rechter, zeg ik maar even en daarnaast wordt hier ook over gesloten jeugdzorg gesproken en zou ik het eigenlijk heel goed vinden dat we deze verordening in die zin uitstellen totdat daar ook meer duidelijkheid komt over überhaupt het bestaan van de gesloten jeugdzorg, want er zijn inmiddels heel veel discussies over en je moet je heel erg afvragen of je het als laten we zeggen als college, als gemeente, kinderen wilt aandoen om in die vormen van jeugdzorg terecht te komen. Daarnaast, wat hier ook niet duidelijk is en dat heb ik in de eerste bespreking al heel erg zelf benadrukt, is dat kinderrechten zeggen dat kinderen het recht hebben om thuis op te groeien en dat er alles aan gedaan moet worden om die kinderen ook thuis op een goede manier hun leven te kunnen laten leiden. Dat is in principe de kern van de Jeugdwet. Nou, dat zie ik hier ook niet terug, want in principe wordt hier uiteindelijk helemaal niet gesproken over wat dat kind dan nodig heeft, maar gaat het er meer over hoe van alles afgebakend wordt en hoe je hier als gemeente ervoor zorgt eigenlijk dat het kind geen hulp krijgt en dat vind ik, ja … Nou ja, goed, vind ik, ja, ik ben daar erg teleurgesteld over.
Dus ik, nou ja, goed, ik zou ook nog ter zorgvuldigheid een aantal zaken schriftelijk ook nog wel even op papier zetten die ik als extra vragen nog heb, om niet te veel in herhaling te vallen, maar ik ja, goed, ik hoop dat we uiteindelijk ooit tot een goede verordening komen, maar met deze, laten we zeggen, zijn we wat mij betreft niet echt op een goede weg. Dus ik hoop dat de beschikbare stukken en ook de juridische toetsing en dat wil ik nog wel even herhalen, ik blijf er ook bij dat er juridische toetsing moet komen van echte, onafhankelijke deskundigen op dit gebied, want de ene jurist is overigens ook de andere niet. Het is niet zomaar zo dat een jurist die laten we zeggen vaak voor de kinderrechter staat verstand heeft van hoe de Jeugdwet eruitziet. Dus daar zou ik echt willen benadrukken dat er ook deskundigen bij VWS zijn bijvoorbeeld en ook bijvoorbeeld juristen bij instanties zoals Per Saldo, die heel goed weten, die het zo op kunnen lepelen, per artikel zeg ik maar even, wat de Jeugdwet inhoudt en wat daarin voor verordening thuishoort. Dus ik zou heel graag dat opnieuw willen benadrukken en nou ja, voor zover.
23
De voorzitter: Daarmee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de raad, van de commissie moet ik zeggen en dan is nu het woord aan het college om hierop te reageren. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel. Volgens mij hadden wij bij het begin afgesproken dat we de vragen zouden inventariseren en dat we daar schriftelijk op zouden terugkomen, want ik kan op alles ingaan, niet alles trouwens, maar ik denk dat dat de bedoeling was? Of wilt u een complete reactie op alle gestelde vragen? Dat is een beetje ingewikkeld, denk ik hoor. De voorzitter: Ik denk dat hier een aantal mensen heel blij zouden worden van een aantal toezeggingen, maar … De heer Van der Linden: Ja, dat kan wel. Kijk, ik zit eventjes … De voorzitter: Wat verwacht je op een schriftelijke beantwoording van de wat meer technische vragen misschien? De heer Van der Linden: Ja. Ja. Nou, misschien eventjes optellend. Kijk, er zijn heel veel opmerkingen gemaakt over wat mist en wat u graag aangevuld zou willen zien worden, althans in schriftelijke informatie. Ja, ik denk dat dat allemaal wel lukt. Ik ga nu even uit van 8 februari als we en mevrouw Nijhof refereerde daaraan, als er eventuele schriftelijke vragen nu nog worden nagestuurd, vrijdag hebben. Als we daar vanuit kunnen gaan dan zou 8 februari haalbaar moeten zijn, denk ik. Dan nog even specifiek ten aanzien van een paar andere teksten.
Ja, dat zou ook de Wmo Adviesraad, of Jeugd en Wmo Adviesraad, gelegenheid geven om nog wat uitgebreider desgewenst te kunnen reageren. Ik ben het overigens eens met de opmerking dat het heel goed zou zijn geweest als die eerder concreet waren gevraagd om mee te kijken met de conceptverordening. In november is er wel een sessie geweest waarbij niet alleen is geluisterd, maar waar ook heen-en-weer is gepraat, heb ik begrepen, maar ik ben heel blij met het advies wat er ligt, maar ik ben ook wel benieuwd of er nog aanvullend iets te melden valt over een aantal dingen. Ja en het juridisch advies waar u om vraagt dat gaan we ook regelen. U spreekt zich wel uit over een aantal dingen die ja, het moet onafhankelijk zijn, enzovoort. We hebben natuurlijk contact met VWS. Die waren grosso modo blij met wat hier stond, goede verordening. We hebben ook voor driekwart gebruik gemaakt van het model van de verordening, dus ik wil niet het risico lopen dat we straks met een juridisch advies komen of een juridische opinie komen waarbij dan weer gezegd wordt ja, eigenlijk toch iets anders, want dat maakt het natuurlijk wel heel erg werkelijk en ook wel erg complex. Het is waar wat mevrouw Nijhof zegt, juristen hebben de neiging om het allemaal niet per se met elkaar eens te zijn. Ze lijken daarin een beetje op historici en theologen en ook wel op sommige andere mensen.
We gaan even zoeken naar iemand anders. Even kijken hoor. U vroeg ook om een was/wordttabel. Nou, dat moet wel te doen zijn, denk ik. Even kijken. Ik denk dat dat de toezeggingen zijn die ik nu kan doen en waar u om heeft gevraagd.
24
De voorzitter: Ik heb al wel vast één vraag naar aanleiding van uw woordvoering. Gaat u in gesprek met de adviesraad over een uitgebreide reactie of verwacht u van de commissie dat wij dat zelf doen? De heer Van der Linden: Nou, ik heb zelf al even contact gezocht naar aanleiding van het advies wat gister binnenkwam. Dus ik kan dat … Nee, maar dat ga ik … Waarin ik ook heb besproken hoe dit advies er wat mij betreft uitzag en wij praten sowieso met de adviesraad. Dus dat gaan wij zelf wel even doen, dat contact leggen. Ja. De voorzitter: Goed, dan is daarmee een einde gekomen aan de eerste termijn, ook vanuit het college en voor vanavond dus ook om aan de behandeling van dit voorstel, omdat wij het stuk aanhouden en de tweede termijn vervolgen in een volgende commissievergadering op 8 februari aanstaande, in de verwachting dat wij dan de stukken hebben die wij nodig hebben om hier een oordeel over te vellen. 5. Raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en het Adviesen Meldpunt Jeugd Dordrecht – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Even kijken, dan is het nu half tien en kunnen we nog een begin maken met het volgende agendapunt en dat is agendapunt vijf, raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntenondersteuning en het Advies- en Meldpunt Jeugd Dordrecht. De heer Van Verk: Voorzitter. De voorzitter: Ja? De heer Van Verk.
De heer Van Verk: Moet dit niet een handig moment zijn om even pauze te houden? De voorzitter: Ja en nee, omdat natuurlijk uiteindelijk de wethouder Van der Linden straks vertrekt. De heer Van Verk: Ja, ach. Straks is het een gesprek tussen commissieleden en de wethouder die kan daar ook iets van vinden, maar … De voorzitter: Ja, dat kan ook, dat we eerst de pauze doen. De heer Van Verk: We gaan het toch niet redden voor tien uur, wat dat betreft. De voorzitter: Hè, wat jammer. Nee, dat is goed. Dan doen we eerst de pauze. Ik vind als iemand daarom vraag dan moeten we daar ook ruimte voor geven. Zullen wij … Even kijken, hoe lang hebben wij pauze? Meestal een kwartier, hè? Dus dan gaan wij om kwart voor tien met elkaar verder. Tot straks. De heer Van Verk: Oké. De voorzitter: Verder met de behandeling van agendapunt vijf en dat betreft de raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en het Advies- en Meldpunt Jeugd in Dordrecht. Mevrouw De Jong-Rietstap van de Stichting Ouderplatform Zuid-
25
Holland Zuid en de heer Van der Vlies van MEEVivenz sluiten aan ter vergadering om een toelichting te geven op hoe de onafhankelijke cliëntondersteuning in praktijk is georganiseerd. Dat gaan we eerst doen en jullie krijgen beiden vijf minuten de tijd om ons uit te leggen hoe dat er in de praktijk aan toegaat. Daarna gaan wij dan over tot bespreking. Ik zie de camera bij mevrouw De Jong-Rietstap al aan, dus ik neem aan dat we bij u beginnen dan? Mevrouw De Jong-Rietstap: Ja, o, misschien wil Michiel beginnen, of … De voorzitter: Voor ons maakt het niet uit, dus … Mevrouw De Jong-Rietstap: Ik zie Michiel nog niet. De heer Van der Vlies: Dames voorgaan, dus mevrouw Rietstap maar als eerste. Mevrouw De Jong-Rietstap: Wat supergalant van Michiel, dus dat wordt gezellig. Nou, laat ik gewoon met de deur in huis vallen, ikzelf en later het Ouderplatform hebben een jarenlange lobby gevoerd voor onafhankelijke cliëntondersteuning in Den Haag. De meeste van jullie raadsleden weten dat. Ja, later hebben we het overnieuw moeten doen, dus zijn we ook weer naar Den Haag getogen en hebben ook weer in de regio en in Dordrecht lobby gevoerd en al die jaren is er ontzettend veel op ons afgekomen. Tegelijkertijd in het laatste proces wat we ook met de gemeente en de Wmo Adviesraad en mee-in-de-wijkteams hebben gedaan om ja, hebben we gevoerd.
Het was een heel mooi proces om totstandkoming van een visie, een gemeenschappelijke visie op OCO, te komen, hebben we gemerkt dat samenwerking feitelijk de grote oplossing zou kunnen zijn voor veel problemen die zich op het gebied van onafhankelijke cliëntondersteuning afspelen. Het lijkt me echt ontzettend leuk en het lijkt me eigenlijk ook super om uit twee werelden het beste en het mooiste met elkaar te verbinden. Elkaar op die manier te kunnen versterken en ook elkaars kennis te kunnen benutten. Ja, wat daar bijzonder aan is, is natuurlijk dat de ervaringskennis van het platform dan aan de leergemeenschap toegevoegd kan worden. Ja, het is eigenlijk voor alle partijen goed en vooral voor de inwoners en met name dan ouders en jeugdigen en ja, het allermooiste ervan zou zijn en Michiel gaat daar het een en ander dadelijk over vertellen, is dat er dan een samenwerkingsvorm mogelijk zou kunnen worden en die gaat er wat mij betreft ook komen, maar ja, wat Michiel betreft ook, tussen formele en informele en professionele en ervaringsdeskundigen, onafhankelijke cliëntondersteuning en cliëntondersteuning zoals in de wet gedefinieerd. In de praktijk gaan we het ook echt samen doen.
Dus dat betekent dat we ook samen trainingen gaan volgen, intervisies samen gaan doen en daar ook casuïstiekbespreking kunnen gaan voeren, waardoor … Ja, ik ben ontzettend enthousiast omdat ik denk dat in de praktijk veel problemen waar we nu nog tegenaan lopen een veel groter podium kunnen krijgen en veel meer professionals met elkaar die verbinding echt op de werkvloer aan kunnen gaan, waardoor we ook heel veel van elkaar kunnen leren en ja, dat kan eigenlijk alleen maar ten goede komen aan de cliënt en nou ja, dat was eigenlijk de introductie en ik wil dan heel graag Michiel dan het woord geven, want die heeft ook een hele mooie PowerPoint. De voorzitter: Gaan we over naar Michiel van der Vlies.
26
De heer Van der Vlies: Voorzitter, ik moet even die PowerPoint denk ik op het scherm zetten, want dat is niet via griffie denk ik geregeld. Vermoed ik. De voorzitter: Ze geeft aan dat ze het niet ontvangen heeft en ik denk niet dat je de rechten hebt om iets te gaan delen in de vergadering. De heer Van der Vlies: Ja, weet je, anders doen we het gewoon lekker zonder presentatie, dan vertel ik gewoon wat erin staat, dat vind ik ook prima. Mevrouw De Jong-Rietstap: Ook helemaal goed. Helemaal goed. De voorzitter: Je kunt hem ook nog doorsturen nu even, dat ze hem er opzetten. De heer Van der Vlies: Ja, maar dat vind ik zonde van de tijd, denk ik. Ik bedoel voor mensen tijd om het gesprek te voeren als commissie, denk ik. Dat kan ik ook wel met een paar intro… Met een paar woorden ook toelichten wat in de sheet staat.
Even in navolging van wat mevrouw Rietstap net aangaf onderstreep ik ook het mooie proces wat we met de gemeente hebben gelopen om gezamenlijk tot die visie te komen, zoals die voorligt en zoals het bij de RIB was bijgevoegd en vanuit die visie zijn wij ook weer samen met de gemeente en wij hebben we het over MEE en het Ouderplatform, ook met elkaar in gesprek gegaan over een stuk doorontwikkeling en daar zal ik zo kort iets meer over zeggen, maar misschien eerst, want dat was een van de vragen, wat zien we nou op dit moment als je kijkt naar de onafhankelijke cliëntenondersteuning in Dordrecht? Onafhankelijke cliëntondersteuning is een aantal jaar geleden begonnen, eerst informeel, later formeel, maar nog beperkt tot jeugd en gezin en is afgelopen jaren doorontwikkeld naar een levensbrede cliëntondersteuning en dat zie je ook terug in het aantal aanmeldingen. Waar eerst het aantal aanmeldingen en dan heb ik het even niet zozeer over de aanmeldingen bij het Ouderplatform, want die waren per definitie al met al gericht op jeugd en gezin zie je de afgelopen tijd bij MEE dat het aantal aanmeldingen ook van volwassenen groeit. Wat daarin opvalt en dat geldt eigenlijk wel voor de aanmeldingen die bij het Ouderplatform en bij MEE ziet is dat het eigenlijk in het algemeen niet gaat om simpele casuïstiek.
Het gaat meestal om mensen met problemen op meer levensgebieden die vast zijn gelopen in het stelsel, die vaak al een heel traject achter de rug hebben, waarop meerdere wettelijke kaders een rol spelen, dus je ziet dat het meestal ook niet eenvoudig is om snel tot passende hulp en ondersteuning te komen en juist daarom heel belangrijk is dat je vanuit onafhankelijke cliëntondersteuning kijkt hoe kan je wel die passende hulp en ondersteuning met elkaar gaan organiseren en wat daarin ook een constatering is in de huidige praktijk en het werd net door mevrouw Rietstap ook al aangegeven, is dat we te weinig nog gebruik maken van de expertise die onze medewerker heeft, maar die tegelijkertijd ook bij het Ouderplatform vanuit het stuk informele cliëntondersteuning beschikbaar is. Juist het verbinden van informeel en formeel, ervaringsdeskundige inzet, ook formele ondersteuning biedt veel meer kansen, zeker als je dat ook samendoet om inwoners die met stevige, complexe hulpvragen soms zitten echt beter te ondersteunen. Wat ook een belangrijk aspect is wat we op dit moment in Dordt in de praktijk zien is dat en dat is wel in navolging van die kwetsbare inwoners met meervoudige en complexe vragen, is dat er ook een groep inwoners dus die echt cyclisch ondersteuning nodig heeft en daar bedoel ik mee dat binnen bepaalde
27
periodes intensieve en wat minder intensieve ondersteuning nodig is, zogenaamde stut en steun, waarbij ook de cliëntondersteuning een rol kan spelen op een bepaalde manier om te zorgen dat die stut en steun geborgd wordt. Nou, dat even een paar constateringen wat we op dit moment zien in de praktijk van de cliëntenondersteuning. Misschien een laatste die ik nog wil toevoegen is dat er ook en dat zit ook weer heel erg in de visie, dat het onderscheid in wat is nu precies cliëntondersteuning en wanneer is het wel cliëntondersteuning en wanneer niet en hoe weet je vervolgens ook als inwoner waar je moet zijn, dat dat ook wel een belangrijk aspect is waar we in de doorontwikkeling met name op willen inzoomen om beter af te bakenen wat is precies cliëntondersteuning in relatie tot bijvoorbeeld wat in het wijkteam aan ondersteuning geboden wordt of op andere gebieden, om daarmee ook duidelijk te maken voor en professionals, maar ook voor de inwoner van wanneer kun je terecht bij de cliëntondersteuning en als … Daarom natuurlijk als uitgangspunt bij dat inwoners altijd bij cliëntondersteuning weg moeten kunnen, want dat is nu eenmaal ook zo in de wet vastgelegd. Nou, dan even inzoomen op wat zien we voor kansen.
Nou, al genoemd, de samenwerking tussen de formele en informele cliëntondersteuning versterken en Anke gaf het net al aan, wij zien echter mogelijkheden om expertise van het oude platform en onze expertise veel meer met elkaar te verbinden, maar ook te verbinden met andere partners die in de stad zijn, die ook expertise hebben op bepaalde gebieden die waardevol is om er goede ondersteuning voor inwoners te bieden. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is ook dat we vanuit cliëntondersteuning echt in willen zetten op normaliseren. Ik vind het altijd een beetje een lelijk woord, maar eigenlijk gaat het erom dat je die passende hulp en ondersteuning vindt die echt gericht is vanuit de inwoner in de leefwereld waarin de inwoner zit en niet zich richt op het onnodig vanuit aanbod bieden van zorg en ondersteuning, maar echt uitgaan van wat heeft een inwoner echt nodig. Belangrijk is ook en dat willen we onderstrepen, dat cliëntenondersteuning er is voor alle inwoners, omdat een zorgstelsel complex is vinden wij het essentieel dat je alle inwoners die cliëntondersteuning biedt die zij nodig hebben op het moment dat zij daarom vragen of op het moment dat een partner denkt hé, deze inwoner of deze cliënt van mij die heeft recht op cliëntondersteuning en dat er ook naar verwezen wordt.
Daarbij is het wel en daar hebben we ook naar zitten kijken, waar zit dan het onderscheid tussen de OCO en het Sociaal Wijkteam? Nou, het wijkteam blijft de brede, belangrijke voordeur voor allerlei hulp en ondersteuningsvragen, ook met de opdracht om te verwijzen naar de ons voorliggende voorzieningen op het moment dat die er zijn, maar daarbij hoort tegelijkertijd dat de OCO zich meer richt op de kwetsbare groep is het uitgangspunt, met daar de komma achter dat het wijkteam, of de OCO, voor alle inwoners beschikbaar moet zijn zodat iedereen een beroep kan doen op de expertise die daar aanwezig is. Nou, dan een paar accenten die wij willen aanbrengen in de uitwerking, want de uitwerking is wel iets waar we nog met elkaar over in gesprek zijn en als partij, maar ook in samenspraak met de gemeente. Idee is dat we de OCOopdracht samen gaan uitvoeren als Ouderplatform en MEE, waarbij het Ouderplatform dat doet in een onderhandelingensschapconstructie bij MEE, zodat we echt niet alleen maar samenwerken, maar ook samen gaan uitvoeren, omdat we daarmee denken het meeste recht te doen aan die goede verbinding tussen de formele en informele cliënten ondersteunen. Anke noemde het al, dan kun je het hebben over gezamenlijke training, maar ook gezamenlijk kijken naar casuïstiek en kijken welke expertise vanuit formeel of
28
informeel kan, gericht op de vraag van de inwoner worden ingezet en ook in samenspraak met de inwoner worden ingezet en wat ook een belangrijk aspect daarbij is, is dat we ook echt met elkaar gaan leren van wat zijn de problemen in de stelsels waar we tegenaan lopen, zodat we dat ook weer tijdig kunnen opschalen naar bijvoorbeeld de gemeente, maar ook hoe kunnen onze medewerkers bijvoorbeeld van MEE leren, van ervaringsdeskundigen, als ze bijvoorbeeld graag als het gaat om het omgaan met ervaringen en juist dat aspect kan heel belangrijk zijn, om tot passende ondersteuning te komen. We willen ook kijken of we een gezamenlijke toegang kunnen organiseren voor de cliëntondersteuning en dat kan fysiek en dat kan wellicht ook op een andere manier en tot slot niet onbelangrijk is dat en dat is ook echt een vraag, een politieke vraag, een bestuurlijke vraag. Als we willen inzetten op de doorontwikkeling van OCO is het essentieel dat er een realistische financiering aanhangt. Op dit moment is er één fte voor OCO beschikbaar. Nou, we zijn in gesprek met de gemeente ook aan het kijken van wat zou dan een meer passende financiering zijn gezien het belang van de OCO, maar ook de wijze waarop we OCO verder willen inrichten en dat willen we ook nader gaan uitwerken in dat plan van aanpak waar op dit moment aan gewerkt wordt.
Nou, in ieder geval tot slot, voorzitter, wil ik vooral onderstrepen wat mevrouw Rietstap net ook zei, dat we echt met elkaar samen willen gaan voor ja, om OCO in Dordrecht beter vorm te geven dan tot op nu, nu doen en dat we daar veel kansen bij zien die we graag willen benutten. Daar wilde ik het bij laten, voorzitter. Dit was de presentatie zonder sheets. De voorzitter: Het ging toch vlot. Bedankt voor jullie inbreng. Wij gaan door met de behandeling van de RIB. Er wordt eventjes even mijn microfoon aan- en uitgezet omdat je mij dubbel hoorde, hoor. De heer Van Verk, wilde u wat vragen? De heer Van Verk: Nee, ik heb. Ik zou wat willen vragen aan de inleiders, mevrouw Rietstap en de heer Van der Vlies. De voorzitter: Ja, sorry, dat heb ik helemaal niet de gelegenheid toe gegeven, maar dat hoort inderdaad wel zo. Dus als er commissieleden zijn die nog vragen hebben aan onze insprekers dan kunnen zij zich melden in de chat. De heer Van Verk gaat dat eerst toen en natuurlijk gaan we eerst even bij jullie vragen stilstaan voordat we verdergaan met de bespreking. Excuus. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ik heb eigenlijk een vraag aan beiden. De hele discussie die loopt enerzijds al jaren. Dat weet ik en dan is het begrip onafhankelijk is daar heel erg eigenlijk het politiek kwetsbare punt. Dus ik zou daar wat meer woorden over willen horen dan alleen wat ik nu gehoord heb.
Hoe onafhankelijk wordt nu de cliëntenondersteuning ten opzichte van de verschillende partijen? Dat is één. Tweede vraag die ik heb, we hebben niet zo lang geleden een gesprek gehad over het Meldpunt Jeugd en daarbij constateerden we dat het Meldpunt Jeugd veel meer klachten behandelde dan de cliëntenondersteuning van MEEVivenz. Dat hoeft op zich allemaal geen probleem te zijn, maar betekent nu het samengaan van het Platform voor ouders, wat op zich een andere entiteit is dan een meldpunt, maar heeft dit samengaan ook nog gevolgen voor dit meldpunt? Gaan jullie dat ook oppakken? Blijft dat net zo actief als dat het tot nu toe is geweest en kunnen we daar dan ook te zijner tijd weer rapportages van
29
ontvangen? En een derde en dat is de laatste vraag, het begrip cliëntenondersteuning. Zouden jullie dat wat meer kunnen duiden? Als ik het hoor, maar ik ben geen deskundige op dat gebied, dan denk ik altijd bij cliëntenondersteuning dat zijn beroepskrachten die onafhankelijk functioneren en de cliënten helpen in het behartigen van hun belangen in het oerwoud van de bureaucratie die de zorg is geworden. En moet ik dat zo zien of zijn het toch eigenlijk meer multidisciplinaire hulpverleners die met een bepaalde methodiek mensen zorg en ondersteuning bieden? Mevrouw De Jong-Rietstap: Cor, aan wie stel je de vraag? De heer Van Verk: Aan jullie allebei, in ieder geval die voor wat betreft het meldpunt, maar wie het wil antwoorden, die antwoordt. De heer Van der Vlies: Ga jij maar eerst, Anke. Mevrouw De Jong-Rietstap: Oké, ik zal kijken hoe ver ik kom. Ten aanzien van de onafhankelijkheid, ja, dat is altijd een heel ingewikkeld punt. Ik ben er al jaren over bezig om dat zelf te definiëren en ook met onze ouders en in het kernteam bespreken we dat. Onafhankelijk wil zeggen dat je voornamelijk autonomie hebt in je handelen, vandaar dat jullie raad, jullie als raad in het verleden ook een punt hebben gemaakt van de situering rond de onafhankelijke ondersteuning voor jeugdigen en zijn er van ouders in het Sociaal Wijkteam.
Voor mijzelf als ervaringsdeskundige is het belang van de autonomie van het handelen veel belangrijker, zoals ik het ooit bij de radenmiddag van MEEVivenz al als ervaringsdeskundige ooit heb mogen verwoorden, omdat als je elkaar heel intensief ziet in een werkrelatie, dan kan het zijn dat die autonomie onder druk komt te staan. Tegelijkertijd zou ik daarbij willen benadrukken dat als je samenwerkt als ondersteuners of als ervaringsdeskundige-ondersteuners, met professionals, dat dat het beïnvloedingsproces is. Dus dat verschuift heel erg naar het ondersteunen van de ouders en de gezinnen als voorbeeld. We zien dat nu al. We hebben al twee of drie keer casusoverleg gehad, ook met onze zorg … Even kijken, zeg ik het nou goed. … Want ja, ik … Zeg ik het goed? Zorgpontonnier? Ja. En daar zie je dus ook dat die onafhankelijkheid wel wordt geborgd op het moment dat je dat gewoon inderdaad met een onafhankelijke visie de autonomie van je handelen kan borgen. Dus dat wat mij betreft over onafhankelijkheid, maar ik moet wel eerlijk zeggen dat wij dat in de uitvoering natuurlijk moeten daar wel klappen opgegeven worden. Het kan makkelijk zijn dat Michiel daar anders over denkt. Ten aanzien van het Advies- en Meldpunt Jeugd, komt er eigenlijk wat mij betreft een aanvulling, maar uiteindelijk gaan jullie daar als raad over of jullie het Advies- en Meldpunt Jeugd willen houden.
Wat mij betreft ga ik gewoon door met Kees, waarbij op te merken dat ik wel een verzoek heb gedaan en daar is Michiel ook heel erg … Of daar is de heer Van der Vlies ook heel gevoelig voor en de heer Van der Linden ook, dat we in de nieuwe OCO, als die vorm gaat krijgen, knelpunten en oplossingen ook bespreekbaar willen gaan maken vanuit de OCO richting de gemeente Dordrecht en we willen dat met name doen zodat we met die kennis van de echte OCO’s ook … Ja, of de echte OCO’s. Ja, dat is ook zo ingewikkeld, maar van de mensen die heel erg vrij kunnen handelen, binnen de kaders natuurlijk van de opdracht die de gemeente Dordrecht stelt, dat moge duidelijk zijn. We kunnen die kennis dan ten
30
goede laten komen voor de doorontwikkeling binnen het Sociaal Domein en even kijken. De laatste vraag, dat gaat over wat een cliëntondersteuner is, toch? De heer Van Verk: Ja, klopt. Mevrouw De Jong-Rietstap: Ja, dat is heel erg ingewikkeld en tegelijkertijd is het ook echt enorm simpel. Ik volg gewoon eigenlijk de wet daarin. Ik ben nogal rigide daarin. In artikel 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning staat die definitie. Vandaar dat ik ook over de verordening ben gevallen in de definities. Dat is heel bijzonder, want in die kosteloze cliëntondersteuning viel het onafhankelijke posten eraf, dus daar krijg ik sowieso al kortsluiting van, omdat dit natuurlijk nog wel een zwaar onderwerp is voor het Ouderplatform. Nou ja, dat terzijde, het gaat uiteindelijk om ondersteuning, maar ondersteuning is geen zorg. Kijk, zorg, daar heb je bepaalde competenties, deskundigheid en er zijn bepaalde profielen voor. Bijvoorbeeld bij onze jeugdprofessionals zijn het SKJ-registraties. Dat is niet wat een OCO is. Een onafhankelijke ondersteuning biedt daar een zoektocht naar zorg, hulp, ondersteuning, middelen en het is dus niet, je bent niet aan het begeleiden.
Het kan best zijn dat je af en toe eens een voet eroverheen zet hoor, als je met zwaar verstandelijk beperkten of licht verstandelijk beperkte mensen aan de slag gaat, dan wil ik echt wel toegeven dat ook de mensen van Michiel, dat weet ik want ik ken die mensen en ook mijn mensen, regelmatig een voetje over de grens gaan, maar het is wel wezenlijk iets anders dan begeleiding. Want begeleiding is echt een officieel professionele functie en OCO gaat echt om het ondersteunen en het in positie brengen van de cliënt binnen het zorgstelsel of eventueel het verhelderen van de vraag die iemand heeft, want dat is ook niet altijd duidelijk. Er wordt eigenlijk in die verordening ook weer altijd gedaan alsof cliënten zo goed zouden weten wat voor hulp en ondersteuning ze nodig hebben. Dat is helemaal niet zo. Dat is veel te makkelijk gedacht. Dus daar kunnen onafhankelijk cliëntondersteuners ook meehelpen, maar ik hoop dat het een beetje klopt met het beeld dat MEE heeft van onafhankelijke cliëntondersteuning, want anders zit ik nu zwaar in de nesten. De heer Van Verk: Nou, dat zal wel meevallen, denk ik. Ik vind het in ieder geval een helder verhaal, dank je wel.
Ik weet niet of Michiel nog aanvulling heeft? De heer Van der Vlies: Nou ja, eigenlijk ben ik het helemaal met Anke eens als het gaat om zowel de invulling van onafhankelijkheid misschien nog één element toevoegen voor wat ook in de wet staat, is dat onafhankelijk ook betekent dat je echt los van de toegang opereert. Dus je maakt ook geen onderdeel daarvan uit. Dat nog even als element toevoegend en voor de rest heeft Anke het volgens mij prima verwoord. Dus ik ga niet zitten herhalen wat Anke allemaal voor een zinnige dingen heeft gezegd. De heer Van Verk: Oké, dank je wel. De voorzitter: En dan is de volgende vraagsteller de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Dank ook aan de beide insprekers voor jullie bijzonder enthousiaste manier van het inspreken. Dat doet ook goed natuurlijk. Ik
31
merk dat jullie allebei heel enthousiast zijn over wat jullie gaan doen en van plan zijn te gaan doen en ik denk dat samenwerking altijd de voorkeur verdient boven allebei apart iets aan het doen zijn en zeker het enthousiasme van jullie helpt daar denk ik ook in, zeker als je mensen ook kunt helpen, want daar begint het toch eigenlijk altijd wel mee, met passie voor de ander. Wat ik mij nog een beetje aan vragen die ik over hou eigenlijk, je gaat dan samenwerken, maar hoe ziet dat er dan praktisch uit? Jullie gaan dit gewoon samen oppakken, die vragen die je dan vervolgens krijgt of komt er een soort nieuw systeem of nieuwe mensen die dat dan gaan doen? Dat vroeg ik me af en als tweede vroeg ik me af wat zijn nou de bedreigingen die ook hier dan jullie identificeren eigenlijk bij zo’n samenwerking als die jullie gaan doen? Waar zou je tegenaan kunnen lopen? De heer Van der Vlies: Ik zal deze voor mijn rekening nemen, dan wisselen we elkaar mooi af. De eerste vraag gaat om hoe ziet de samenwerking er praktisch uit, daar hebben we een aantal ideeën over, maar dat zit echt nog wel in een fase van verder met elkaar verkennen, maar ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat op moment dat een vraag binnenkomt van de inwoner en dat kan de inwoner rechtstreeks zijn of bijvoorbeeld dat hij doorgeleid wordt vanuit het wijkteam.
Dat we op dat moment gezamenlijk kijken op een onderdeel wat Anke net aangaf van vraagverheldering, van wat is nou precies de vraag en dat doe je natuurlijk ook samen met de inwoner, maar daarin kan iemand van het Ouderplatform ook hele mooie expertise toevoegen, namelijk de ervaringsdeskundigheid en kun je die vraagverheldering wellicht nog scherper maken dan een situatie dat het alleen een professioneel. Dat is een voorbeeld. Je kan ook denken om heel gericht op moment dat vraagverheldering heeft plaatsgevonden het plan wordt opgesteld samen met de inwoner, dat dan ervaringsdeskundigen specifiek gekoppeld worden op een onderdeel van de hulpvraag, ondersteuningsvraag, om daarin te kijken en nogmaals, daar zit wel en dat is tegelijkertijd ook een risico om naderhand in te zoomen, dat cliëntondersteuning is geen hulpverlening.
Dus je moet wel echt afbakenen hoe dat we niet in de praktijk, want dat is wat je nu af en toe ook al ziet, omdat er dan geen passende hulpverlening voorhanden is en de cliëntondersteuning de rol van hulpverlener gaat spelen, maar daarom zou wel het advies zijn ook vanuit ons en de keuze die de gemeente daar vanzelfsprekend in maakt als opdrachtgever, dat we echt een knip zetten tussen hulpverlening en cliëntenondersteuning, want anders is een risico en ik zeg wel eens gekscherend, maar met een serieuze ondertoon, dat cliëntenondersteuning alles wat ergens niet past, dat komt dan bij cliëntondersteuning terecht en dat is op zich niet erg vanuit de rol van OCO, maar wel op het moment dat dat betekent dat daar allerlei langdurige hulp en ondersteuning vanuit de cliëntondersteuning geboden moeten worden omdat er niks anders voorhanden is. Daar zijn we ook met de gemeente over in gesprek om te kijken hoe je dan wel snel kan toe leiden naar de passende hulp en ondersteuning. Maar dat vormt wel een risico en een ander risico is ook altijd inherent aan samenwerking. We moeten echt met elkaar investeren in hoe je formeel en informeel aan elkaar verbindt, want ook dat is niet iets wat, dat blijkt in het land waar men dan wel vaker de nodige ervaring mee heeft opgedaan, blijkt dat ook.
We moeten echt en dat doen we nu ook, zorgvuldig in elkaars mensen investeren om verbindingen te maken, om te zorgen dat we echt elkaar leren begrijpen en verstaan ook in hoe we die samenwerking vorm kunnen geven en er is vast
32
nog meer, maar goed, even omwille van de tijd, ik hoop dat daarmee uw vraag, uw twee vragen, voldoende zijn beantwoord. De heer Van Dam Timmers: Ja, dat is helder, dank. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, ik heb er eigenlijk één vraag over. We hebben in het verleden natuurlijk vastgesteld, het meldpunt is tot op … Het meldpunt is op een bepaalde manier tot stand gekomen en dat is al jaren geleden door middel van een motie hebben we toen vastgesteld dat er zoveel problemen, wij dachten zoveel problemen als raad te signaleren in de jeugdhulp, dat we wilden dat daar een meldpunt voor kwam. Nou, daar is uiteindelijk dit meldpunt voor opgericht, heeft allemaal heel lang geduurd. Daar zijn uiteindelijk allerlei knelpunten gesignaleerd. Daar heeft mevrouw Rietstap een mooi rapportje over geschreven. Ik lees in wat er nu voorligt dat het meldpunt nu gecombineerd gaat worden, dat er een plan is om dat te combineren met de onafhankelijke cliëntondersteuning van MEEVivenz. Eén heb ik de vraag wat wordt er nou gedaan met de knelpunten die gesignaleerd zijn door het meldpunt? Zeg ik maar even.
Even los van dat het hier dus gaat over onafhankelijke cliëntondersteuning, want … En twee, heb ik de vraag over dat er de afgelopen twee jaar allerlei gerenommeerde adviesorganen zijn geweest die als het gaat over de positie van cliënten in de zorg of op zoek naar zorg, dat de rechtspositie van cliënten en vooral ook jeugdigen ernstig in het geding is. Dat daar oplossingen voor gezocht moeten worden. Nu zou je kunnen zeggen dat … Kijk, onafhankelijk cliëntondersteuning daar ook een bijdrage aan zou moeten leveren, hoe kijken jullie daarnaar? Zouden jullie dat … Want, kijk, nu lijkt het er heel erg op dat er eigenlijk iets bijkomt wat het gat opvult wat hulpverleners niet op kunnen lossen. Mijnheer Van der Vlies heeft daarnet ook iets over gezegd. Daar zou wel onderscheid gemaakt moeten worden, maar dat onderscheid is natuurlijk best wel ingewikkeld. Dus wat is de, laten we zeggen, als je kijkt naar wat er … Wat voor moeilijkheden er zijn in de toegang tot zorg, wat zou dan de meerwaarde kunnen zijn als het gaat over het versterken van de positie van de cliënt door de constructie die er nu gekozen wordt? Want we missen jullie daar, want ik zou als raadslid zou ik heel graag willen weten wat jullie missen om dat stukje ook direct te verstevigen om in … Nou ja, laten we zeggen, in de ondersteuning van iemand om tot zorg te komen of nou ja, goed, tot probleemoplossing te komen.
Zouden jullie daarop kunnen reageren? Mevrouw De Jong-Rietstap: Ik zou daar heel graag op reageren, is dat goed? Eerst even iets over het Advies- en Meldpunt, het is helemaal niet zo, om dat uit elkaar te halen, ik gaf net al aan de raad gaat over de continuering van het Advies- en Meldpunt en het college. Het is een opdracht van het college, maar het is natuurlijk een verzoek van de raad, dus ik zou het niet fijn vinden om het Advies- en Meldpunt voort te laten duren als de raad dat geen goed idee vindt. Dus wat mij betreft moet er wel voldoende draagvlak bij de raad zijn, maar het is voor mij duidelijk iets anders, want het is niet zo dat alle ondersteuningsproblemen of alle vraagstukken die bij het Advies- en Meldpunt binnenkomen tot ondersteuningsvragen zouden leiden. Want dan kunnen we wel gewoon heel wat meer fte’s aan gaan vliegen. Het is juist zo dat er ook heel veel lichte vragen bij het Advies- en Meldpunt binnenkomen en jammer genoeg ook heel veel
33
ondersteuningsvragen, maar de lichte vragen, daar is gewoon heel simpel. Sommige mensen worden naar de huisarts gestuurd, andere mensen worden naar academisch ziekenhuis gestuurd en weer anderen worden gewoon naar het jeugdteam of Sociale Dienst Drechtsteden gestuurd, de Wmo-consulenten. Dus je kan niet zeggen van hé, het wordt een onderdeel. Ik zou het ook zeker niet willen vervangen, want het is niet de bedoeling dat het oude platform op zou gaan waarmee, het is een dienst, een functie die wij niet oorspronkelijk hadden bij onze oprichting, want het was niet de bedoeling vanuit het Ouderplatform bij de oprichting om onafhankelijke cliëntondersteuning te gaan bieden. Het is eigenlijk ontstaan door overijverige ervaringsdeskundigen, waardoor de situatie op een gegeven moment uit de hand liep en waarvan ik persoonlijk denk dat alle, dat van twee werelden het allerbeste samengevoegd kan worden om tot oplossingen te komen, maar dat is een functie die het Ouderplatform bekleedt. Het is niet zo dat MEEVivenz plotseling een advies- en meldpunt in de lucht gaan houden of dat MEEVivenz plotseling belangenbehartigers wil gaan runnen. Waar ik wel om heb gevraagd net en ook bij het gesprek met, het voorbereidende gesprek met de gemeente. Ik ben ook blij dat Michiel daar enthousiast over is.
Kijk, mensen van hem hebben ook een boek geschreven bijvoorbeeld over de KIM methode, in het eerste hoofdstuk wordt al gerefereerd aan de oude maatschappelijke werkers en de oude stijl van ondersteunen dat daar dus ook een signalerende rol van uitgaat en ik zou zelf heel graag pleiter willen zijn dat die functie weer terugkomt, omdat ik me nu met OCO mag bemoeien omdat we dat gemeenschappelijk gaan doen. In de eerste plaats bij OCO, maar meer dan dat is het volgens mij niet of denk je daar anders over, Michiel? De heer Van der Vlies: Ja, volgens mij moeten wij hier zeker geen discussie gaan voeren. Nee, ik deel die lijn ook wel, Anke, wat jij aangeeft en in het verlengde zal ik gelijk aanvullen als andere vraag van mevrouw Nijhof, als het gaat om de rechtspositie. Ik heb de grote wens dat we met onze samenwerking echt vanuit het perspectief van die inwoner kunnen redeneren en we weten allemaal dat dat hartstikke ingewikkeld is in het stelsel waar we nu in zitten voor een deel van de inwoners, maar door echt samen met de inwoners op te trekken en ook echt te kijken van waar lopen ze dan tegenaan, want dat is op dit moment de praktijk dat een deel van de cliënten van OCO die zijn ook vastgelopen in het stelsel, maar dat je op dat moment echt probeert vanuit het perspectief en het belang van die inwoner te kijken wat er mogelijk is.
Als er knelpunten zijn en ik zie dat ook als een opdracht waar we zelf ook wel wat steviger op in mogen zetten, dan die knelpunten ook agenderen op die plekken waar dat hoort. Dus bijvoorbeeld bij de gemeente als het gaat om voorzieningen waar gemeenten best wel een verantwoordelijkheid voor draagt, maar net zo goed ook op het moment dat er bijvoorbeeld sprake is van knelpunten op het gebied van WLZ in combinatie met gemeentelijke voorzieningen. Die rol zou ik ook echt wel willen versterken, want ik denk dat we daar wel soms wel wat harder mogen zijn in het agenderen ook van bepaalde knelpunten en niet om te problematiseren, maar juist om te zorgen hoe gaan we dat met elkaar oplossen. En ik vind ervaringsdeskundigheid daarbij die vanuit het Ouderplatform ingebracht wordt heel cruciaal, want dan ben je echt dat perspectief van die inwoner in combinatie met professionele expertise en dat kan volgens mij tot een betere borging van de rechtspositie van de inwoner leiden, die cliëntondersteuning nodig hebben.
34
De voorzitter: Mevrouw De Fouw. Mevrouw De Fouw: Ik had een vraag voor mevrouw De Jong-Rietstap over het adviespunt. De Jeugdwet die heeft het over de plicht om een vertrouwenspersoon beschikbaar te stellen, waarbij ik de indruk heb dat het met name gaat over een vorm ook van klachtafhandeling, waar ik dus ook van heb gehoord is dat ook een beetje het beeld wat ik van het adviespunt heb. Ik ben benieuwd hoe zij dat ziet en voor mijnheer Van der Vlies, hij maakte een opmerking over dat mensen naar de cliëntondersteuning gaan nadat ze zijn vastgelopen in het stelsel. Ik vraag me af of dat wel helemaal praktisch is, kun je dat niet voorkomen, bij wijze van spreken? En er is ons ook een vraag gesteld in de RIB over het aantal fte’s, u had het daar zelf ook over en ik was benieuwd hoe u dat ziet en waarop u dan het aantal benodigde fte’s zou willen baseren. De voorzitter: De eerste vraag voor. Mevrouw De Jong-Rietstap: De eerste vraag ging over het Advies- en Meldpunt. Kan ik nog één keer de vraag goed herhalen? Want ik begreep dat je de vraag stelde over vertrouwenspersonen. Klopt dat? Mevrouw De Fouw: Ja, wat ik uit de Jeugdwet haal is dat die hebben het met name over een vertrouwenspersoon waar de plicht zich om die beschikbaar te stellen en dat is een beetje het beeld wat ik van het adviespunt heb gekregen, dat jullie onafhankelijk klachten verzamelen.
Dus ik had zoiets van hoe zie jij dan dat je die rol vanuit de Jeugdwet op die manier hebt vervuld en dan zou die zeker moeten blijven, lijkt mij. Mevrouw De Jong-Rietstap: Nou, kijk, laat ik gewoon heel eerlijk zijn, het Advies- en Meldpunt is primair in zijn oorsprong naar aanleiding van een motie van de Raad opgericht om problemen zichtbaar te maken waar ik zelf de raad over had geïnformeerd met tachtig ouders. Dus het punt was dat het Advies- en Meldpunt niet primair is opgericht om een vertrouwenspositie te bieden. Het is zo dat het in het hele land niet zo goed ging, vandaar dat Hugo de Jonge vlak na zijn aantreden zowel oor als de vertrouwenspersonen als de Kindertelefoon teruggehaald hebben naar het rijk om die functie landelijk te financieren. Tegelijkertijd zou het ook flauw zijn om niet eerlijk te zijn tegenover juli en te zeggen dat wij dat nooit doen. Dat ik dat nooit doe. Natuurlijk, als mensen zich tot ons wenden, zowel tot Kees als tot mij, zijn die data, die gegevens, die zaken die die ouders vertellen, die zijn vertrouwelijk en die mensen kunnen wel degelijk een luisterend oor bij ons vinden zonder dat andere partijen daar ooit iets over te weten komen en heel vaak is daarmee ook de kous af, maar niet altijd.
Op het moment dat daar een ondersteuningsproces plaats moet vinden dan verwijs ik primair wel mensen door naar het orgaan wat daarvoor is, zoals gefinancierd door de overheid, door de landelijke overheid. Het is wel zo dat op het moment dat wij vol zitten en dat is in ZuidHolland Zuid al tweeënhalf jaar het geval, dat ik wel eens mensen inschakel, ervaringsdeskundigen, mensen met verstand van zaken, die die zaken dan oppakken, maar dat is op geen enkele wijze een officiële functie die het Ouderplatform vervult, noch die het Advies- en Meldpunt vervult. Is dat een antwoord op jouw vraag? Mevrouw De Fouw: Ja, duidelijk, dank je wel.
35
De heer Van der Vlies: Voorzitter, ik zal wel omdat die vraag aan mij was gericht op het stelsel, het vastlopen, dat is even de huidige praktijk, maar ik ben het helemaal met u eens dat natuurlijk in de meest ideale situatie zou je willen dat inwoners niet vastlopen in het stelsel, maar de complexiteit hoe we het in Nederland op dit moment geregeld hebben is dat nu eenmaal aan de orde en je doet er met elkaar het maximale aan om dat te voorkomen en wij denken dat de OCO en het anders invullen van de OCO, in ieder geval kan helpen om te voorkomen dat inwoners vastlopen en dat we met elkaar kunnen zorgen dat inwoners naar een passende hulp en ondersteuning worden geleid, gebaseerd op wat een inwoner echt zelf wil. Dat noemen we wel eens het principe van hogerhand door, maar je wordt gewoon van het kastje naar de muur wordt gestuurd en ja, in een ideale wereld zou je cliëntondersteuning eigenlijk niet nodig moeten hebben, maar zo is het nu eenmaal niet het geval in Nederland, dus laten we dan inzetten op het goed neerzetten van die cliëntenondersteuning. Een andere vraag van u had betrekking op de gedachte die wij hebben over of we de investering die nodig is.
Wat wij nu geconstateerd hebben op dit moment is er één fte beschikbaar voor OCO en we hebben ook gezien dat dat heel kwetsbaar is en op het moment dat we het samen met het Ouderplatform willen doen dan is er in ieder geval een extra investering nodig en daar zijn we op dit moment over in gesprek en ja, ik vind het een beetje lastig om nu een bedrag of een precies bedrag te noemen, omdat we daarmee ook nou ja, ik bedoel dat kan ook een eigen leven gaan leiden. We komen in ieder geval, dat is de gedachte in het plan van aanpak, met een nadere onderbouwing, maar er is wel een stevige investering nodig wil je OCO goed neerzetten. Dus dan moet je toch wel denken aan meer richting de één fte is ongeveer een ton, dan heb je het over een bedrag wat meer richting de drie ton gaat. Maar pin ons daar niet op vast, want dat is waar we met elkaar het gesprek ook nog over hebben en uiteindelijk is het ook aan de gemeente om daar een keuze te maken als het gaat om de precieze invulling. De voorzitter: Dank voor de beantwoording van de vragen en het inspreken. Wij zijn nu drie kwartier bezig met insprekers en het stellen van vragen aan onze insprekers, maar nu komt er wel een einde aan en gaan we over naar de politieke bespreking. Echt omwille van de tijd, want we hebben nog een halfuur en dat moet kunnen, dit agendapunt afhandelen. Wat belangrijk is bij het politieke bespreking.
Is dat inderdaad in het agendadeel een raadsinformatiebrief over de onafhankelijke cliëntondersteuning is toegevoegd en in deze brief staan een aantal vragen waarover het college graag in gesprek wil gaan met de commissie. Die kun je desgewenst betrekken bij je woordvoering en op basis van de visie, de aandachtspunten vanuit het Ouderplatform en de Adviesraad en de uitkomsten van deze bespreking komt het college dan in het eerste kwartaal 2022 terug met een bijbehorend plan van aanpak. Er is ook al diverse keren naar gerefereerd. De politieke vragen die destijds geformuleerd zijn door onze commissie heeft het Advies- en Meldpunt Jeugd een toegevoegde waarde voor jeugdhulp, in het bijzonder in Dordrecht en wil de commissie dit voortzetten of niet? Op welke wijze wil de gemeenteraad de cliëntenondersteuning voor de zorg in zijn algemeenheid en de jeugdhulp in het bijzonder ingevuld hebben? Van de Fractie Nijhof. De tweede vraag, worden onze inwoners voldoende ondersteund als ze geholpen willen worden? Van de ChristenUnie/SGP. En de derde vraag: hebben we de onafhankelijke cliëntenondersteuning goed geregeld als we zien dat er in totaal maar achttien
36
aanvragen zijn gedaan? Van de ChristenUnie/SGP. Omdat er sinds september 2021 veel gebeurd is op het dossier zou het kunnen zijn dat een deel van deze vragen achterhaald is of iets minder relevant is geworden, maar dat laat ik aan u om dat in uw eerste termijn mee te nemen. Ik stel voor dat we gewoon gaan beginnen en de fracties die de vragen hebben gesteld het eerste het woord te geven en daarna de rest van de fracties af te gaan. Dus ik wil graag beginnen bij mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, nou, ik wil eigenlijk heel kort blijven in deze. Ik denk dat er op heel veel vragen die wij gesteld hebben eigenlijk nog niet echt een antwoord is gekomen. Ook als ik kijk naar de vorige bespreking die hier wel enigszins mee gerelateerd is, als het gaat over onze eigen vraag en met betrekking tot de jeugdhulpondersteuning, onafhankelijke cliëntondersteuning. Want tot op heden is die onafhankelijke cliëntondersteuning wat ons betreft in ieder geval onvoldoende geborgd, dus ja, als ik kijk naar hoe het zich nu ontwikkelt denk ik dat het heel verstandig is om nou ja, laten we zeggen, de krachten te bundelen in deze. Ja, en een plan van aanpak voor samenwerking uit te werken.
Het is wel zo dat als ik kijk naar het verleden, want we zijn hier dus al jaren in principe over in gesprek om tot een goede vorm te komen en de problemen binnen de jeugdhulp en binnen de zorg en binnen de toegang zijn niet verminderd. Dus ik zou in ieder geval om de basis heel goed te maken, want in onze ogen moet ook de cliëntondersteuning eigenlijk ook een basis zijn. Mevrouw De Fouw die refereerde daar net ook aan van begin je pas met die cliëntondersteuning als mensen al vastgelopen zijn? Eigenlijk is het natuurlijk iets wat in de basis thuishoort om vanuit informatie en advies mensen op een goede wijze te verwijzen, denk ik, waardoor je ook allerlei zoektochten in de zorg vermijdt, vermijden kunt, voorkomen kunt. Dus ik zou ervoor willen pleiten om te kijken of er ook echt professionalisering mogelijk is van die onafhankelijke cliëntondersteuning. Kijk, de wet zegt dat het, laten we zeggen, een gratis voorziening moet zijn van de gemeente. Dat betekent dat de inwoner er dus niet voor hoeft te betalen, maar het hoeft natuurlijk niet zo te zijn dat de voorziening die je biedt ook niet geprofessionaliseerd kan worden. Dat de krachten die daarin werken ook altijd alleen maar grotendeels vrijwilligers moeten zijn.
Want als je ziet hoe moeilijk de zoektocht voor mensen is om aan zorg te komen, ook als ze al vastgelopen zijn, of als ze op zoek gaan, dan is het denk ik erg belangrijk om juist in die basis ervoor te zorgen dat er goede deskundige mensen zitten die mensen onafhankelijk advies kunnen geven. Die vervolgens met dat advies en met hun kennis kunnen voorkomen dat mensen wederom vastlopen. Dus ik zou naast wat er nu gezegd is toch ook wel willen pleiten voor meer professionalisering, ruimte. Er wordt hier alweer geld genoemd en dan denk ik ja, ik denk ook dat je heel erg moet kijken wat er binnen de jeugdhulp aan mogelijkheden is en ook trouwens binnen de Wmo, om het vanuit die gelden gewoon te gaan betalen, want ik denk dat … Het gaat hier over de voorkant, hè. Het gaat toch wel echt over de voorkant van de zorgmarkt. Dat mensen daar gewoon ondersteuning bij nodig hebben en allerlei onderzoeken wijzen echt uit dat als je dit goed georganiseerd hebt, in samenhang met de toegang, dat je heel veel extra leed en extra zoektochten kunt voorkomen. Dus onze wens en onze mening is ook echt wel dat je daar dan ook wel wat geld voor over kunt hebben, omdat je dat uiteindelijk aan de achterkant echt gaat besparen. Daar zijn echt ook onderzoeken van, dus ik zou in dit geval, daar wil ik het hier gewoon bij laten en we willen wachten op het plan van aanpak dat uitgewerkt wordt
37
en ik zou heel graag ook, dat is waarom ik mijnheer Van der Vlies ook de vraag stelde in ieder geval over die rechtspositie, wil ik meegeven of er niet gekeken kan worden ook of dit bijvoorbeeld in combinatie kan met een vorm van juridisch loket of ook een juridisch kenniscentrumpje. Hoe je dat ook noemt, waardoor, laten we zeggen, ook de cliëntondersteuning ook nou ja, terug kan vallen op juridische vragen, of juridische regelingen waar mensen eventueel gebruik van zouden kunnen maken. Dus dat zou ik heel graag mee willen geven en nou ja, goed, tot zover. De voorzitter: Dank. Dan is het woord aan de fractie ChristenUnie/SGP en dan wil ik ook gelijk even aan de andere fracties vragen als zij behoefte hebben aan woordvoering in de eerste termijn dat even in de chat aan te geven. Gaat de heer Boersma of de heer Bosman de woordvoering doen? De heer Boersma: Ik ga dat doen, voorzitter. De voorzitter: De heer van de Boersma. De heer Boersma: Ja. Dank u. Ja, nou, ik kan grotendeels wel instemmen met wat mevrouw Nijhof net gezegd heeft. Ik denk dat het goed is dat we nu een eerste stap zetten in die samenwerking tussen MEE Plus en het Ouderplatform dus. Vooral die samenwerking te zoeken en elkaar te versterken en ook met name die ervaringsdeskundigheid daarin mee te nemen en van elkaar te leren.
Dat ook goed is om op termijn ook door te denken van nou, hoe ga je daar verder mee en hoe blijf je met elkaar ook professionaliseren. Even terug dan naar de politieke vragen. Ja, die reactie op de eerste, ik denk dat het Advies- en Meldpunt voorlopig zeker nog een toegevoegde waarde heeft. Dat we daar ook nog even mee door moeten gaan en we de komende tijd ook moeten kijken hoe het aantal meldingen bij het Adviespunt zich ontwikkelt. Of we, als we investeren in die cliëntenondersteuning, of dat dan uiteindelijk leidt tot minder meldingen bij het Meldpunt. Het zou natuurlijk mooi zijn als we door deze verbeterde samenwerking, door sowieso een verbeterde ondersteuning, uiteindelijk met elkaar merken dat er minder klachten binnenkomen en meldingen en dat het Advies- en Meldpunt niet meer nodig is, maar laten we eerst maar eens even kijken of zich dat ook echt zo ontwikkelt. Dan de twee andere vragen die van onze fractie kwamen. Ja, dat was naar aanleiding van de raadsinformatiebrief waar eigenlijk gewoon al blijkt dat het op dit moment nog niet helemaal loopt zoals we allemaal willen en zoals het zou moeten. Dus dat de cliëntenondersteuning nog onvoldoende is. Nou, dat blijkt ook uit de meldingen, het rapport dat we van het meldpunt kregen, dat er ook nog best wel veel meldingen en klachten over zijn.