2.3 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 13 april 2021.pdf
Tekst van het document
Een aantal partijen heeft gezegd dat dit stuk te weinig het karakter van een visie heeft. Als ik het geheel lees en goed op me in laat werken, des te meer ik daar wel degelijk een visie uit. Maar de vraag die ik al in mijn betoog gesteld heb, daar heeft de wethouder niet echt op gereageerd. Mijn verzoek is namelijk om de Omgevingsvisie aan te grijpen om op een aantal punten wat duidelijker de richting naar een toekomstbestendige stad in te slaan. Ik heb in concreto een aantal punten gevraagd, namelijk ten eerste om de doelen randvoorwaardelijk te maken en niet ondergeschikt aan de groeidoelstelling. Om doelstellingen op het gebied van een samenhangend natuurbeleid, dat is wat mij betreft iets meer dan biodiversiteit, natuurinclusief waar het kan. En de doelstelling van circulariteit toe te voegen om de hoogbouwvisie uit te bouwen tot een verdichtingsvisie en met anderen samen heb ik gevraagd om iets over geluid, daar heeft Beter Voor Dordt ook zelf over gesproken, en over luchtkwaliteit, veroorzaakt door de industrie en houtstook in de Omgevingsvisie op te nemen. Ik zou daar graag een reactie van de wethouder op willen. De voorzitter: Die gaat hij nu geven. Wethouder Sleeking: Voorzitter, het staat natuurlijk de raad vrij om op basis van dit door het college vastgestelde Omgevingsvisie 1.0, om dat ook via de raad te amenderen.
Of het wensenpakket zou zo groot moeten zijn in meerderheid dat u inderdaad dit terug verwijst naar het college. Dat heeft in ieder geval niet onze voorkeur. Kijk, als het gaat om de doelstellingen die we eerder met elkaar hebben afgesproken, klimaatbestendige stad 2035, energieneutrale stad 2050, dan zijn dat volgens mij de doelen waarnaar we werken. Dan moet het beleid wat we met elkaar vaststellen ook daarop gericht zijn. Ook de opmerkingen als het gaat om de energietransitie over de Regionale Energie Strategie, wij zullen daar toch aansluiting op moeten vinden om de doelstelling energieneutraal in 2050 ook echt te kunnen realiseren. Dat daar nu geen meerderheid is, geen politieke meerderheid is om dat met nog meer windmolens te gaan doen, maar op andere manieren te zorgen dat wij ook echt die energieneutrale stad kunnen zijn in
2050. Wij zijn natuurlijk ook met allerlei andere maatregelen bezig in de stad. Er worden inderdaad zonneweides gerealiseerd, we gaan steeds meer gebruik maken van het warmtenet en volgens mij is er recent nog een vergunning verleend voor de vijfde windmolen op Duivelseiland. Het beperken van energiegebruik is natuurlijk ook een hele belangrijke ontwikkeling daarin. Dus ik ga ervan uit dat de doelstelling die door de raad ook is vastgesteld, dat het beleid daar ook op wordt gericht. Ook als het gaat om de klimaatbestendige stad en de natuurontwikkeling, de biodiversiteit. Ik denk dat het straks bijvoorbeeld ook bij Stadspark XL, de hele Dordtwijkzone, wat uitgebreider aan de orde zal komen om te kijken welke maatregelen wij kunnen nemen met elkaar om ervoor te zorgen dat we ook die klimaatbestendige stad kunnen zijn. Bij alle bouwplannen die we in onze stad uitvoeren, want we hebben nogal een behoorlijke ambitie, zal met name de klimaatbestendigheid een belangrijke rol moeten spelen. Voorzitter, ik kijk even … De heer Van der Meer: Nog even een korte vervolgvraag. De voorzitter: Nou, vooruit, mijnheer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Ik herken heel goed alle mooie initiatieven die de wethouder nu aangeeft, maar wat ons betreft zouden er op een aantal punten een meer samenhangende visie en niet: we doen hier dit en we doen daar dat en dat is toch mooi? Ja, dat is allemaal mooi, maar juist zo’n Omgevingsvisie kan meer een samenhangende visie uitstralen. Dat zouden we graag aan willen grijpen, die mogelijkheid. Als dat via amendering moet, prima, maar ik had het fijner gevonden als de wethouder zegt: ja, dat vind ik een goed idee. De voorzitter: Dat is in de ideale wereld denk ik zo, mijnheer Van der Meer. Wethouder Sleeking: Voorzitter, mijn collega Burggraaf was het eerste deel van deze bijeenkomst in de parallelsessie. Volgens mij is hij nog wel aanwezig. U wilde liever één wethouder aan het woord, begreep ik. De voorzitter: Ja, ik wilde eigenlijk degene die het kortst van stof is. Maar … Wethouder Sleeking: O. Ik ben wel door mijn punten heen, geloof ik. De voorzitter: De heer Burggraaf kan dadelijk ook nog wel wat toevoegen eventueel. Maar ik heb natuurlijk aangegeven dat we dit vanavond afronden en dat is om 23:00 uur. Dus we hebben niet zo veel tijd meer. Mevrouw Klein-Hendriks heeft nog twee onbeantwoorde vragen. Dat heeft wellicht iets te maken met de vrijblijvendheid wat betreft de termijn en de … Zeg het eens. Resultaten.
Mevrouw Klein-Hendriks: Resultaten, planning en … De voorzitter: Even graag concreet stellen aan de heer Sleeking. Mevrouw Klein-Hendriks: Klopt, dus dat missen we. In de Omgevingsvisie zijn programma’s voorgesteld, een uitwerking daarvan. Nou, je kan je vragen stellen bij een aantal titels van programma’s, maar wat in elk geval mist en waar ik graag een reactie
van de wethouder op zou willen is of er een planning en resultaten aan toegevoegd kunnen worden, zodat we daar als raad ook meer op kunnen sturen. Het tweede is die sociale cohesie en de veerkracht van de wijken die eigenlijk in de Omgevingsvisie door ons gemist wordt, door onze fractie. Wethouder Sleeking: Helder. Bij het ene, die vraag moet ik ook even terug leggen. Ik kan me voorstellen dat dat voor een deel straks komt bij de deelplannen als het gaat om de vervanging van de bestemmingsplannen. Bedoelt u dat? Mevrouw Klein-Hendriks: Nee, ik bedoel de programma’s die in die rode blokjes in de Omgevingsvisie zijn genoemd als: dit komt als programma terug in de omgevingsplannen. Daar zijn dus een aantal, bijvoorbeeld op het gebied van akoestiek, een aantal programma’s voorgesteld. Dat zijn dus uitwerkingen door het college van de Omgevingsvisie. Wethouder Sleeking: En daar wilt u graag de planning bij hebben? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, daar staat achterin een gedeeltelijke opsomming van wat programma’s, maar niet de resultaten en de planning. Wethouder Sleeking: Oké, dat lijkt me een goede suggestie en die neem ik even mee terug. Misschien is die beschikbaar en kan die zo worden toegevoegd. Anders misschien voor de volgende fase worden toegevoegd.
U heeft ook een paar vragen gesteld over de compensatieregeling als het gaat om uitplaatsing van bijvoorbeeld een volkstuincomplex of andere functies. Ook daar komt nog een aparte notitie over naar de raad. Maar ik denk dat de beste oplossing is om dat soort uitplaatsing gewoon ook te regelen via de grondexploitaties. Als je tot een andere functie in een gebied overgaat, om daar ook een budget voor te ramen om dat soort uitplaatsingen ook gewoon mogelijk te maken. Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, ik onderbreek de wethouder misschien, dat is niet helemaal netjes. Maar daar ging het inderdaad … De voorzitter: Zeker niet, want ik had u ook niet het woord gegeven. Mevrouw Klein-Hendriks: … om een programma, maar ik dacht: ik wilde die tweede vraag nog even herhalen. De aandacht voor de veerkracht en de sociale aspecten in de stad, dat mist als onderdeel van de Omgevingsvisie. Dus daar nog even een reactie. Wethouder Sleeking: Eigenlijk is dat ook een beetje het sociale aspect waar ook de heer Oostenrijk naar vroeg, zo interpreteer ik hem dan. Waarbij natuurlijk de Omgevingsvisie vooral een visie is op het fysieke domein en u eigenlijk toch wel meer relateert, denk, ik naar de sociale structuur in de stad en dat eigenlijk op dit moment geen integraal deel uitmaakt van deze Omgevingsvisie.
Als je het hebt over vitaliteit dan kom je natuurlijk al heel snel in het sociale domein terecht. Hoever ga je dan om dat allemaal op te nemen in je Omgevingsvisie? Dat vind ik zelf wel een lastige, want dat heeft natuurlijk ook te maken met stedelijke vernieuwing, het toevoegen, meer differentiatie in de wijk, hoe ga je met je voorzieningen om? Dat is nogal, het is nu al zo’n uitgebreid document geworden. Want ik heb net als u zitten aanhikken tegen die – wat is het? – 171 pagina’s
en dan zonder alle bijlagen. Dus ja, ik vind dat een vraag die ik op dit moment lastig kan beantwoorden, eerlijk gezegd. De voorzitter: Oké. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, tot op heden heeft de heer Sleeking wat dat betreft niet inhoudelijk gereageerd op hetgeen wat ik heb ingebracht. Hij ging wel erg kort door de bocht door te zeggen: onder andere het CDA vindt dat het hele stuk de prullenbak in kan. Zo heb ik het niet geformuleerd, ik heb nadrukkelijk aangegeven dat het stuk qua integriteit is verzwakt door de vele pagina’s die geen betrekking hebben op de visie die er wel degelijk in zit, maar die in feite niet weergeven wat er al hetzij aan bestaand beleid gebeurt, hetzij feitelijkheden weergeven die los staan van de te ontwikkelen visie. Dat is mijn bezwaar een beetje. De heer Sleeking geeft al aan: het is een zeer omvangrijk stuk geworden. Waarvan het stuk er beter van zou worden als je al die talloze pagina’s weg zou laten die geen relatie hebben met de visieontwikkeling. Want ik heb ook gezegd, en toen heb ik … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, heeft u een vraag aan de heer Sleeking? De heer Oostenrijk: Nou, met de vraag of hij daar nog op wilde reflecteren. Het tweede punt … De voorzitter: Oké, dan gaat hij dat doen. Mijnheer Sleeking. Wethouder Sleeking: Voorzitter, aan één kant wordt er gevraagd eigenlijk om meer informatie op onderdelen.
Aan de andere kant wordt geconstateerd: het is wel een heel lijvig document geworden en we zouden ook met een compacter document kunnen aangeven wat de hoofdelementen zijn van de Omgevingsvisie als onderlegger voor het te ontwikkelen omgevingsplan dat we zullen gaan maken. Dat vind ik wel een lastige. Ik vind het ook lastig, omdat daar volgens mij wel tussentijds ook is gereflecteerd, ook vanuit de raadsleden en daarover ook is gecommuniceerd. Dus ik vraag me af of het dan in het verwachtingenmanagement uiteindelijk is misgegaan. Ik hoop dat collega Burggraaf hier nog enig licht op kan werpen, met name hoe dan het proces verlopen is. Omdat daar kennelijk de verwachtingen van de heer Oostenrijk heel anders zijn dan wat er nu is gepresenteerd. De voorzitter: Ja, daar gaan we dan zo mijnheer Burggraaf over horen. Ik wil graag even door, mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Van der Meer. De heer Oostenrijk: Ik had nog een tweede opmerking. De voorzitter: Ja, maar u kreeg het woord niet van mij. Maar goed, een heel korte vraag, alstublieft. De heer Oostenrijk: Dan haak ik af. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer, een vraag.
De heer Van der Meer: Ja, de wethouder heeft gezegd zaken over cohesie en samenhang in de wijk en zo die zit hem in het sociale domein. Maar is hij het met mij eens dat ook de ruimtelijke inrichting van wijken daar wel degelijk een factor in kan zijn en dat die ruimtelijke inrichting van wijken en andere gebieden waar mensen komen voor de sociale samenhang, dat die meegewogen moet worden in het geheel? Wethouder Sleeking: Ja, maar ik vraag me wel af, voorzitter, of dat nou niet meer een plek moet krijgen in de omgevingsplannen die we straks gaan uitwerken in plaats van in deze Omgevingsvisie. Want we hebben natuurlijk in dit hele document de verschillende gebiedstypologieën ook aangegeven, welke typologieën we in deze stad allemaal hebben. Met ook wat bijzondere aandacht voor de binnenstad, moet ik zeggen. Dus ja, het lijkt mij eerlijk gezegd meer de plek om straks in de omgevingsplannen wat meer aandacht aan die wijkstructuren te gaan geven. De heer Van der Meer: Ja. Nou, oké. De voorzitter: Ja. Mijnheer Sleeking, u was klaar? Wethouder Sleeking: Ja voorzitter, volgens mij ben ik door mijn opmerkingen heen. De voorzitter: Oké, prima. Dan geef ik graag het woord aan de heer Burggraaf en ik heb dan wel de vraag daarbij of hij wellicht dan ook gelijk een idee kan schetsen van het vervolgtraject of vervolgproces vanaf nu.
Het lijkt erop alsof er toch wel vanuit de raad wat wens is om dingen te veranderen. Het lijkt niet wenselijk om in een raadsvergadering twintig amendementen te gaan zitten door akkeren. Ik weet helemaal niet of er überhaupt amendementen komen. Maar even voor het beeld: wat is nu vanuit het college de volgende stap en kan het college zelf misschien nog een slag maken met het stuk aan de hand van wat er vandaag allemaal gewisseld is? Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb voor mezelf nog eens even teruggehaald hoe dit traject rondom de Omgevingswet er nu de Omgevingsvisie, waar we nu staan en we met elkaar hebben opgelopen. Ik kan me ook nog heel goed herinneren in dit hele traject dat we op een gegeven moment ook zo vaak bij elkaar zijn geweest dat ik ook wel weer signalen terugkreeg van een soort Omgevingswetmoeheid in de raad. Voor wat betreft die Omgevingsvisie, daar zijn we in november 2018 met u begonnen door eerst de gebiedsindeling en de prioritaire thema’s als sturingsfilosofie vast te stellen. In maart 2019 heeft u de gebiedsindeling en de thema’s bepaald en gezegd: zo gaan we het participatietraject invullen. In augustus 2020 is er nog een RIB geweest en in oktober hebben we met u de contouren besproken. Dus ik moet wel zeggen dat mij de discussie wat verbaasde als het ging over de opmerkingen over hoe de Omgevingsvisie nu qua structuur was vormgegeven.
Want daar zijn wel degelijk verschillende tussenstappen in geweest. Wat ik persoonlijk ook het meest waardevol vind van deze exercitie is dat je echt met de Omgevingsvisie goede balans hebt gekregen tussen je visie, integraliteit van je plannen, waar toch ook nog wel flexibiliteit in zit en de impactbeoordeling van die hoofdopgaves die erbij zitten en de aandachtspunten die daarin naar voren zijn gekomen en in die Omgevingsvisie zijn opgenomen. Want zoals bijvoorbeeld zijn er met die tienduizend woningontwikkelingen wel voldoende voorzieningen, is daar plek voor? Ik denk hele waardevolle elementen in de verdere ontwikkeling in de komende jaren om rekening mee te houden en daarin dus
absoluut ook wel richtinggevend. Dan nog even over het vervolg. Kijk, zoals het hierin ook al staat is tachtig procent gewoon het opnemen van wat er al is en is twintig procent een stuk aanpassing om wel met je groeiopgave, die u heeft gesteld, aan de slag te kunnen. Maar heb ik dat ook in oktober al gezegd: het is, denk ik, niet ‘denk ik’, maar het is vooral nu zaak om een eerste start te maken met die Omgevingsvisie. Dus dat is deze versie 1.0. Wat ik toen ook al zei is dat je dan vervolgens kan opwerken om al een jaar daarna naar een Omgevingsvisie 2.0 te gaan, waar je een aantal van deze verdere aandachtspunten in mee kan nemen. Verder staat het de raad natuurlijk altijd vrij om dit stuk te amenderen. Als daar behoefte aan is, ik zag volgens mij de volgende week nog eens een keer een reservering in de commissie geloof ik staan voor een tweede bespreking. Ja, dus je kan ook zeggen: dan komen er een paar amendementen waarin je eerst nog een soort voorbehandeling in de commissie hebt. Misschien is dat een, maar dat is … De voorzitter: Ja, ja, ja, dat is niet aan u, wethouder. Wethouder Burggraaf: Nee, precies, dat wou ik zeggen. Maar u stelde mij de vraag hoe u verder wilt, dus dan ga ik een beetje met u mee … De voorzitter: Ja, ja. Wethouder Burggraaf: … filosoferen.
De voorzitter: Nee, maar het had kunnen zijn, u had gezegd: het college gaat natuurlijk eerst hier gewoon nog even helemaal doorheen en dan komt het weer terug. Maar dat hoor ik dus niet. Mijnheer Oostenrijk ook niet en die wil daarom dus nog wat vragen. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik herken mij goed in de opmerkingen van de heer Burggraaf over de tachtig procent en de twintig procent. Dat illustreert eigenlijk meteen hetgeen wat ik eerder op de avond heb gezegd over de inhoud van het totale stuk. De wethouder zou mij kunnen helpen door wat duidelijker de uitsplitsing te maken – en dat zou in een apart documentje kunnen, zonder meteen in die hele amenderingsfase te komen – een uitsplitsing te maken van wat nu die tachtig procent bestaand beleid is en de twintig procent die je zou kunnen zeggen als nieuwe visieontwikkeling. Daarmee wordt het stuk veel scherper van aard en kan je dus ook wat dat betreft veel meer focussen op de nieuwe visieontwikkeling. Want nu is het razend moeilijk – en ik hoor graag de reflectie van de wethouder erop – en nu is het razend moeilijk uit al die pagina’s te ontwarren wat nu bestaand beleid is en de regels die er tussenin zitten als het gaat om visieontwikkeling. Dus de wethouder zou wat dat betreft ons goed kunnen helpen door in een aparte bijlage nadere uitsplitsing te geven van visie en bestaand beleid.
Wethouder Burggraaf: Voorzitter, dat is een duidelijke vraag. Wat bij mij nog wel dan door het hoofd gaat is in hoeverre dit iets is wat heel eenvoudig ook in de tijd is op te leveren. Dat kan ik gewoon nu even niet beoordelen, dus dat wil ik ook wel even overleggen. Ik heb ook wel wat opmerkingen gehoord: kan u niet een soort samenvatting nog erbovenop zetten? Of dat we dat wat meer in algemene termen doen. Ik stel voor dat ik daar gewoon een voorzet voor ga doen. Nogmaals, volgens mij heeft u
volgende week een nieuwe mogelijkheid staan en die dan te combineren met eventuele andere punten die u nog wilde bespreken waar het gaat om amendementen. De heer Oostenrijk: Voorzitter? Een variant op wat de heer Burggraaf voorstelt. Ik kan me daar goed in vinden als er een, en of het woord nu ‘samenvatting’ heet of ‘een nadere duiding’ van de visie-elementen erin. Ik zou er wel voor pleiten dat als we straks besluiten om een tweede bespreekronde daaraan te wijden, om dan toch dat stuk bij de hand te hebben. Want anders zou het een gemiste kans zijn dat we een tweede ronde gaan doen zonder dat we dan die samenvatting hebben. Want dan kunnen we ons toespitsen op de hoofdlijnen die dus in die samenvatting terechtkomen. De voorzitter: Ja, oké. Maar dan stel ik wel gelijk even de vraag aan de wethouder of dit consequenties heeft in de tijd? Dus of er tijd is om überhaupt dan niet eventueel volgende week, maar op een ander moment dan dit voort te zetten over de Omgevingsvisie. Wethouder Burggraaf: Ik stel gewoon voor dat ik even een poging doe deze week om daar iets toe aan te leveren wat gewoon niet al te lijvig is, gewoon gegeven de tijd. Ik wil ook gewoon voorkomen dat heel veel dubbel werk gedaan wordt en dat we op basis daarvan dan kijken of dat voldoende helderheid verschaft. Kijk, het staat er uiteindelijk allemaal in, dus er gaat verder niks wijzigen aan het stuk.
Er is ook een heel participatietraject geweest. De voorzitter: Nee, prima. Mijnheer Oostenrijk, ik ga het gewoon even voorleggen bij uw collega’s, ook hoe we hier nu mee omgaan. Ten eerste dus de vraag naar de wethouder, die heeft dat dus inmiddels toegezegd, dat hij gaat kijken of hij een voorzet kan maken om een samenvatting c.q. een eenvoudige weergave te geven, wat nou precies bij die twintig procent zou kunnen horen, onder andere. Ik wil u dan wel verzoeken, als we dat dus op een ander moment dan bespreken, als we daar volgende week mee verdergaan, om naast dat wel aan elkaar concreet te maken waar je het over wil hebben. Dan bedoel ik dus dat als er iemand een plan heeft om een amendement bijvoorbeeld te maken, om dat dan toch wel even voor te leggen. Want anders dan gaan we nu weer dan het hele verhaal over zit te doen, dat lijkt me ook niet verstandig. Ik denk dat er best veel gewisseld is vanavond en dat het nu aan de hand van mogelijke amendementen dan nog een keer besproken gaat worden. Maar we gaan gewoon eventjes het rijtje af. Ik zie als eerste mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja voorzitter, er is inderdaad vandaag een heleboel op tafel gekomen. Daarin zitten nog een heleboel onafgemaakte discussies over de wensen die verschillende partijen naar voren hebben gebracht om dingen aan te scherpen of toe te voegen of te schrappen.
Het lijkt mij dus inderdaad een goed idee als dat mogelijk is voor iedereen, om te kijken of voorstellen tot amendementen in de loop van de komende week geproduceerd kunnen worden, zodat we het daarover kunnen hebben. Of dat nu nog een keer in de commissie moet of meteen in de raad, zoals de heer Jansen suggereert, dat kan ik me allebei voorstellen. De voorzitter: Oké. Mijnheer Jansen zegt: “Kan het met die voorzet niet gewoon als bespreekstuk naar de raad met zeven minuten spreektijd?” Daar is hij weer. Ik weet niet of u daar applaus voor krijgt, maar ik wil eerst even horen wat de collega’s ervan vinden
om het volgende week eerst terug te laten komen om alvast een beetje met elkaar te kijken wat iedereen zijn concrete wens is. Even kijken, mevrouw Klein zegt: “Plus toevoeging planning en resultaten programma’s.” Dat u dat er dus graag bij wil hebben, waarschijnlijk richting wethouder Burggraaf uitgesproken hebbende, dus bij deze. Mevrouw Klein-Hendriks: Klopt, ja. De voorzitter: Oké. Mijnheer Jansen zegt: “Voor we weer een ronde dezelfde woordvoering gaan doen.” Nee, dat willen we dus voorkomen, dat willen we niet. Dat heb ik daarnet ook gezegd, daarom heb ik u gevraagd: als u concrete wensen heeft om iets te veranderen, om dat in een amendement te gieten, zodat we die amendementen met elkaar door kunnen nemen. De week daarna is de raad, dus het kan altijd daarna nog naar de raad. Even kijken. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, u gaf het al redelijk aan eigenlijk en bij die woorden kan ik me wel aansluiten. Ik zou in ieder geval willen voorkomen dat het een Poolse landdag in de raad wordt, dus dan is er nog een extra slag nodig in de commissie, omdat een aantal dingen gewoon echt nog niet helder genoeg is. Dus ik hoop dat er inderdaad collega’s zijn die amendementen voorbereiden en dat we het dan daarover kunnen hebben en niet deze hele avond opnieuw gaan zitten doen. De voorzitter: Oké, prima. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter.
Hetgeen wat mijnheer Burggraaf het college heeft voorgesteld, dat kunnen wij volgen, met aanvulling van GroenLinks. Dus het lijkt ons gepast om dan volgende week inderdaad over mogelijke amendementen en het voorstel aangepast dan wel de samenvatting van het college nog eens te bespreken met elkaar. De voorzitter: Oké. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ook wij hechten aan een vervolgbespreking in de commissie, want wij hebben ook totaal geen behoefte om vele uren eraan te besteden in de raad als het gaat om mogelijk in te dienen amendementen. Ik herhaal: ons pleidooi, wat gesteund wordt qua intentie door wethouder Burggraaf, om dan ook de beschikking te hebben over een samenvatting. Ik denk en ik hoop dat dat namelijk ook de besprekingen rond dit thema vereenvoudigd en verhelderd. De voorzitter: Ja, ik ga alleen wel even een winstwaarschuwing geven, want u vraagt nu allemaal om dat wethouder Burggraaf dus met iets komt. De stukken voor de vergadering van volgende week gaan natuurlijk donderdag al online. Dat gaat hij hoogstwaarschijnlijk niet redden, maar als hij toezegt dat er iets komt dan komt er iets. Als dat iets is wat heel kort is ten opzichte van de 171 pagina’s dan wil ik wel van u allen nu wel de toezegging dat u dan niet volgende commissie gaat zeggen dat u de stukken te laat heeft ontvangen. Want dat lijkt me dan uitermate onlogisch.
Dus als we die in ieder geval op die manier kunnen pareren dan lijkt me dat heel erg fijn. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Op zich kunnen wij ons vinden in nog een bespreking in de commissie, om de amendementen en moties door te akkeren. Ook dat is volgende
week wel kort dag en ik weet niet precies wanneer die dan gedeeld worden met elkaar, maar dat zal wellicht voor eenieder niet voor donderdag kunnen zijn. Ik hecht er dan wel aan, we gaan uiteindelijk in de raad natuurlijk stemmen over de amendementen. Het lijkt me ook zonde als we uiteindelijk onszelf dwingen om twee keer dezelfde discussie te doen, één keer in de commissie en één keer in de raad. Dus daar zullen we wat scherp op onszelf moeten zijn. De voorzitter: Ja, mijnheer Noldus, dat lijkt me verstandig. Ik zit ook in die raad, dus ik kan dan ook nog gewoon in gaan grijpen. De heer Noldus: Dan komt het goed. De voorzitter: Ja. Even kijken. Geen probleem, verder goed plan zo. Nou, als u dus, want ik denk dat ik vanavond met wat we gehoord hebben best wel een idee heb wie eventueel iets wil toevoegen of iets wil veranderen enzovoort. Dus probeert u dat de komende dagen, om daar even mee aan de slag te gaan. Dat u dat uiterlijk dit weekend deelt, zodat dat maandagavond in de fracties besproken kan worden. Ik denk dat dat wel de meest elegante manier is. Goed, dan is het inderdaad zoals mijnheer Noldus zegt niet alleen volgende week maar ook als het in de raad uiteindelijk komt aan uzelf en uw discipline die u kunt opbrengen, of we dan eindeloos alles weer overdoen of dat we ons compact houden aan de amendementen.
Kan iedereen instemmen met het volgende week dus bespreken van de gewenste veranderingen middels amendementen en een beknopte versie die bij de heer Burggraaf vandaan komt, c.q. het college? Aan de hand daarvan het dan door te sluizen naar de raad, want daar komt het natuurlijk uiteindelijk wel op neer. Iemand die … Ja, zie ik mijnheer Oostenrijk. Willen er meerderen? Ja. Nou krijg ik allemaal dingetjes in beeld waardoor mijn chat wegvalt. Ja, oké. Ja. Dan ga ik ervan uit dat we wat dat betreft de handen op elkaar hebben. Gaan we dat zo doen. De commissiegriffier zal er in ieder geval voor zorgen, kijk ik hem even heel lief aan, dat morgen uw kant op komt even de mail met even puntsgewijs met wat we nu hebben afgesproken en hoe we dat dan volgende week gaan doen. Nou ja. Ja, mevrouw KleinHendriks, u vraagt nu voor de tweede keer inmiddels geloof ik de toevoegingplanning en de resultaten programma’s. Daar had ik volgens mij de heer Sleeking al over gehoord, dat hij daar wel iets mee kon. Dus dat gaat, denk ik, wel goedkomen. Dan denk dat we rond zijn, gaan we het zo doen. Om met de oud-burgemeester te spreken: zo maar doen dan. Ten slotte 19. Rondvraag De voorzitter: Dan gaan wij over naar het blaadje wat ik kwijt ben, de rondvraag. Heeft er iemand nog wat voor de rondvraag? Nee, ik zie geen reactie. 20.
Sluiting De voorzitter: Nou, dan heb ik alleen maar een rondmededeling en dat is welterusten en dank voor jullie aandacht. Tot volgende week.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 26 mei 2021. De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff