2.3 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 13 april 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 13 APRIL 2021 Voorzitter: mevr. Koene Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gündogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartog (PVV) Mevr. Jager (Fractie Jager) Dhr. Jansen (PvdA) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie-SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Soy (Beter Voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie-SGP) Dhr. Timmer (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder P. Sleeking, wethouder M. Burggraaf
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom bij de commissie Fysiek van 13 april 2021. Ik ga even de mensen noemen die aanwezig zijn. Ik zie in ieder geval mevrouw Jager prominent in beeld. Dat is niet per se nodig, mevrouw Jager. Even kijken. Ik ga voor de variatie eens onderaan beginnen. Dat is de heer Oostenrijk van het CDA, de heer Sleeking namens het college, de heer Soy van Beter Voor Dordt, de heer Noldus – VVD, de heer Stolk van de VSP, de heer Struijk van de CU-SGP, de heer Jansen van de PvdA, mevrouw Jager dus van de fractie Jager, mevrouw Klein-Hendriks van de CU-SGP, de heer Gündogdu van Beter Voor Dordt, de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt, de heer Van der Meer van GroenLinks, de heer Chapel – CDA, de heer Hartog van de PVV, de heer Loekemeijer – D66, de heer Timmer – GroenLinks. Dan hebben we onze commissiegriffier, de heer Den Boer en dan hebben we nog mijnheer Kuhlmann van de VVD. Ik sta helemaal bovenaan het rijtje. Jullie weten wel wie ik ben en ik doe verder niet mee. Zo, hebben we dat gehad. Gaan we over naar de vaststelling van de agenda. Kan de commissie instemmen met de agenda zoals die nu voorligt? Dan schakel ik even over naar de chat om te kijken. Even kijken.
Mevrouw Jager zegt: “Goedenavond – ‘gordenavond’ zelfs – allemaal, ik zie alleen de voorzitter, de rest heb ik niet in de hand.” Nou, u heeft mij ook niet in de hand, maar ik weet het niet. Misschien als u uw camera uitzet dat u dan wel meer mensen in beeld krijgt. Of u kan uw camera niet uitzetten? Ja, kijk. Daar bent u weer. Nou, is dat leuk, hebben we een disco Jager, aan en
uit, in plaats van een discobal. Nu gaat het goed. Oké, top. Gaan we naar de mededelingen. Is er iemand die een mededeling heeft? Want er zijn in principe geen mededelingen aangemeld. De heer Jansen: Nou, ik heb er eigenlijk eentje, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Jansen, zeg het eens. U ligt er altijd zo gezellig bij. De heer Jansen: Dank u wel. Het programmapunt moet ik er even bij zoeken. Maar in ieder geval staat er vanavond weer een punt op de agenda, dat gaat over mijn werkgever. Integriteit gebiedt mij dat ik dan netjes aan u meld dat ik mij bij dat onderwerp verschoon en dat als er sprake is van steun opgeven, ja of nee, dat de griffier dan één partij minder mee moet tellen, want ik kan daar niet over meepraten, dan wel steunen of stemmen. De voorzitter: Nee, dat klopt. U kan er inderdaad niet over meepraten. Wij hoeven in principe in de commissie niet echt te stemmen, als u in de raad zou zitten zou u er wel over mogen stemmen. Want dat kan nooit ontnomen worden. Maar prima, ik ben ook even aan het zoeken waar die bij hoort. Ik kijk even de commissiegriffier aan, die doet 9 vingers in de lucht. De heer Den Boer: 9. De voorzitter: De Crayensteynstraat, jawel. Oké, prima. Dan hebben we dat bij deze aangetekend, dank u wel dat u dit even heeft gedeeld met ons. 2.
Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 30 maart 2021 De voorzitter: Gaan we verder naar de punt 2, het punt 2. Whatever, iets met punt 2, het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 30 maart 2021. Daar zijn vooraf geen wijzigingsvoorstellen op ingediend, dus ik weet niet of iemand daar nog een nabrander op heeft. Anders is de vraag, tenminste het uitgangspunt dat u kunt instemmen met de besluitenlijst. Niks in de chat, dus daar ga ik ook maar vanuit.
3.
Vragen aan het College De voorzitter: Gaan we over naar punt 3, vragen aan het college. Daar zijn ook geen vragen aangemeld en er is ook niemand die nog een poging wil doen. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen
4.
Gebiedsvisie Biesbosch – Balanceren in de Biesbosch – Raadsvoorstel De voorzitter: Mooi, dan gaan we naar het agendadeel. Daar zijn we denk ik iets langer mee bezig. We gaan in principe alleen de behandelvoorstellen af waar een verzoek op is ingediend. Voor het overige ga ik ervan uit dat de commissie instemt met de behandeladviezen van de griffie. We gaan in ieder geval punt 4, daar gaan we wel even over spreken. Dat is het raadsvoorstel Gebiedsvisie Biesbosch – Balanceren in de Biesbosch. Het behandeladvies hierbij is de behandeling van de gebiedsvisie over te
laten aan de commissie Bestuur en Middelen. Daar staat de gebiedsvisie ook bij de ingekomen stukken en met het behandeladvies het op 12 mei te bespreken. Ik heb begrepen dat de heer Struijk graag namens de CU-SGP een opmerking wil maken. Ja, daar is hij. Gaat uw gang. De heer Struijk: Voorzitter, dank u wel. Wij vinden de Biesbosch – en ik denk dat velen dat wel met ons eens zijn – landschappelijk en ecologisch van bijzonder grote waarde. We zijn een heel klein beetje bang als je dit alleen bij Bestuur en Middelen gaat behandelen, dat dat ietsje ondersneeuwt. Daar zitten toch weer andere mensen in met andere kwaliteiten dan in deze commissie, dus het leek ons heel goed om toch hier te bespreken. Ik snap het argument van de griffie, onze agenda is veel voller dan die van Bestuur en Middelen, maar ik geloof niet dat dat een doorslaggevende reden mag zijn bij zo’n belangrijk onderwerp. Dus wat ons betreft graag hier bespreken en eventueel gezamenlijk met Bestuur en Middelen, dat is het tweede voorstel van de griffier, daar kunnen we ons ook wel in vinden. Maar het overlaten aan Bestuur en Middelen toch liever niet. Dat was hem. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we eens even kijken of u daar steun voor kunt krijgen. Even kijken. Ja, mee eens. Maar het gaat er dus even om: dus optie één is dus om het in Fysiek te bespreken.
Mijn vraag aan de heer Struijk is dan alleen nog even of dat … De heer Struijk: Ja, doe maar samen. De voorzitter: Ik wou net zeggen: of dat dan ook apart op twee plekken of dat u inzet op een gezamenlijke bespreking met Bestuur en Middelen. Oké, dan gaan we daar even vanuit. De heer Stolk is het daarmee eens. De heer Kleinpaste wil het woord, alleen die heeft al bij voorbaat verloren. Ik weet niet wat hij wil, maar u heeft al drie fracties die willen steunen. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik wilde zeggen dat ik best in staat ben om mijn collega bij Bestuur de input mee te geven om het daar te bespreken, zoals dat in iedere fractie ook zou kunnen gebeuren. Maar als iedereen gaat voor gezamenlijk, dan moet het maar gezamenlijk. Dat is dan logischer dan separaat in ieder geval. De voorzitter: Oké. De heer Noldus zegt iets in vergelijkbare strekking in de chat. Dat u natuurlijk altijd, als het geagendeerd staat in Bestuur en Middelen, kunt aansluiten bij Bestuur en Middelen, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dat klopt, maar die vergadering valt dan ook weer samen met een vergadering van de commissie Fysiek waar ook weer interessante onderwerpen staan. De voorzitter: Zeker, maar het onderwerp wat op 12 mei bij de commissie Fysiek geagendeerd staat is parkeren. Vaak is dat zo dat dat door verschillende mensen wordt gedaan als de mensen die de Biesbosch doen.
De heer Struijk: Klopt, maar het leek ons toch goed om dit onderwerp gezamenlijk te bespreken. Ik heb het idee dat een aantal fracties het daar toch wel mee eens zijn.
De voorzitter: Ja. Nou ja, goed. Prima. U roept het als commissie Fysiek over uzelf af, dat u ergens een keer een afslag moet gaan maken, omdat u anders alle onderwerpen niet weggewerkt krijgt op tijd. Er is voldoende steun, dus dat wordt dan dus 12 mei samen met de commissie Bestuur en Middelen. Prima. 5.
Raadsinformatiebrief over benoemen openbare ruimte voormalig terrein ziekenhuis Refaja - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Gaan we over naar het volgende punt, dat is de raadsinformatiebrief over het benoemen openbare ruimte voormalig terrein ziekenhuis Refaja. Het behandeladvies hierbij is om het ter kennisname naar de raad te sturen, maar mevrouw Jager heeft hierbij terecht geconstateerd dat het woord ‘Diaconesselaan’ fout gespeld is, dat moet ‘Diaconessenlaan’ zijn. Voor zover we het niet over details hebben, de spelfout wordt hersteld in de raadsinformatiebrief en op het kaartje, zodat het met de juiste spelling ter kennisname naar de raad gaat. Dat is eigenlijk meer een mededeling dan dat u daarop hoeft te reageren.
6.
Raadsinformatiebrief afwegingskader planontwikkeling 50 kV Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan krijgen we punt 6, de raadsinformatiebrief afwegingskader planontwikkeling 50 kV. Het behandeladvies hierbij is om dit ter kennisname naar de raad te sturen. GroenLinks heeft hier een behandelverzoek bij en de griffier had hier u al over gemaild, dat mocht u dit ter kennisname naar de raad sturen, dat dit dan zou kunnen impliceren dat u akkoord bent met wat er voorligt. Maar ik geef graag de heer Van der Meer het woord, want die heeft opmerkingen in gelijke strekking, denk ik. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. In het afwegingskader zoals dat genoemd wordt, wordt vrij sterk voorgesorteerd op het voorstel wat ons gepresenteerd is in een eerdere commissievergadering. De commissie heeft daar toen tamelijk kritische opmerkingen over gemaakt, dus het lijkt mij opportuun om na te gaan of wat in het afwegingskader staat eigenlijk wel een goede weerspiegeling is van de punten waarop gelet zou moeten worden. Je kunt nog discussiëren over de vraag of het eigenlijk wel een afwegingskader is of eigenlijk inderdaad een soort voorlopig besluit.
Ik zou het liever meer een afwegingskader willen hebben, maar ik wil het in elk geval graag bespreken met de vraag of dit het juiste afwegingskader is om naar de plannen te kijken, die ongetwijfeld nog aangepast worden op basis van de eerdere commissievergadering. De voorzitter: Ik zat alweer te praten, ik vergat mijn geluid aan te zetten. De vraag is dus, tenminste, u wilt het dus graag bespreken op basis van de argumentatie die u zojuist aangaf. U heeft zes fracties totaal nodig, inclusief uzelf. Ik zie, even kijken, de heer Kleinpaste steun geven. Mijnheer Oostenrijk wil het woord. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, een vraag aan de heer Van der Meer. Als we dit zouden gaan bespreken, krijgen we dan niet een herhaling van de bespreking van de vorige keer? Omdat toen zijn ook alle aspecten aan de orde geweest en ik vraag mij in gemoede af of een nieuwe bespreking nieuwe inzichten oplevert.
De heer Van der Meer: Ik denk niet zozeer, voorzitter, dat het bij verschillende fracties nieuwe inzichten op zal leveren, maar ik denk dat de vraag of dit document een correcte weerspiegeling is van de gevoelens in deze commissie en of de commissie akkoord gaat met dit als kader voor verdere besluitvorming, dat die vraag dan beantwoord moet worden. De heer Oostenrijk: Maar voorzitter, deze aspecten zijn bij mijn volledige weten ook toen heel nadrukkelijk aan de orde geweest. Dus toen hebben we ook over afwegingskaders gesproken: is het toelaatbaar dat we dit volume op die plekken neerzetten? Daar zijn tal van opinies uitgewisseld, maar in feite heb ik te maken met een zaak die voorbehouden is aan het college ter besluitvorming. Dus ik zit me nog even af te vragen: wat wilt u nu precies? De heer Van der Meer: Nou ja, voorzitter, er wordt duidelijk gemaakt, ook in de toelichting van de griffie, dat dit in feite vooruitloopt op een wijziging van een bestemmingsplan en dat is een bevoegdheid van de raad. De vraag aan de raad is dus: wilt u op deze manier vooruitlopen op een wijziging van een bestemmingsplan? De voorzitter: Ik denk dat dat helder is. Ik zit eventjes te kijken. U heeft op uw verzoek op dit moment de steun van Gewoon Dordt, de CU-SGP, D66 en BVD. U heeft nog één fractie nodig. Dus ik weet niet of u wat kan knipogen in de camera.
Want ik mag daar verder niet een uitspraak over doen natuurlijk, ik moet gewoon geen schoteltje melk neerzetten. Dus als er, even kijken. Kijk nou, daar komt uw redding, dat is de heer Stolk van de VSP. Dan wordt het met name op de argumentatie zoals u hem heeft aangegeven, van het gevoelen in de commissie, zeg maar, dus: maken we het juiste afwegingskader? Op basis daarvan. Het hoeft niet een ellenlange discussie te worden, maar ik denk dat dat inderdaad goed is, wat u zegt, om dat zo te doen. Oké, prima. De heer Van der Meer: Dank u wel. De voorzitter: U heeft uw punt binnen. Gaan wij over naar punt 7. Nee, 7 niet, 8 niet. 7.
Artikel 40-vragen van het CDA over de Auto te Gaststraat Nassauweg e.o.
8.
Antwoordbrief vervolg artikel 40-vragen PvdA, VSP, SP, PVV – Rioolkast Hazelaarlaan (reeks 3) – Antwoordbrief artikel 40/41
9.
Antwoordbrief artikel 40-vragen GL, PvdA + CDA – Geluidshinder Crayensteynstraat – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: 9. Dat is dus de antwoordbrief artikel 40-vragen GroenLinks, PvdA en CDA, over geluidshinder Crayensteynstraat. Het behandeladvies hierbij is voor kennisgeving aannemen. GroenLinks verzoekt of de antwoordbrief aangehouden kan worden tot er een beslissing ligt op het bezwaar van het platform Spoor en Geluid, wat die hebben ingediend. Als u daar bezwaar tegen heeft, om die antwoordbrief aan te houden, dan moet u dat eventjes in de chat aangeven. Nou, geen bezwaar. Mooi, dan wordt het aangehouden.
10. Antwoordbrief artikel 40-vragen van de fractie CDA over Houtstook – houtrook – luchtkwaliteit – Antwoordbrief artikel 40/41 11. Antwoordbrief artikel 40-vervolgvragen van het CDA op beantwoording artikel 40-vragen inzake houtstook – houtrook – luchtkwaliteit – Antwoordbrief artikel 40/41 12. Antwoordbrief aanvullende artikel 40-vragen GroenLinks inzake houtstook – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan krijgen we de punten 10, 11 en 12. 10 is de antwoordbrief op de artikel 40-vragen van de fractie van het CDA over houtstook. 11 is de antwoordbrief op de artikel 40-vervolgvragen van het CDA over de houtstook en 12 is de antwoordbrief aanvullende artikel 40-vragen GroenLinks inzake houtstook. Het behandeladvies bij alle 3 is voor kennisgeving aannemen. GroenLinks en het CDA stellen voor om de antwoordbrieven te betrekken vanavond bij de bespreking van de Omgevingsvisie. Dat staat iedereen natuurlijk vrij, om dat te doen. Maar weet u in ieder geval dat GroenLinks en het CDA dat in ieder geval doen. 13. Antwoordbrief aan mevrouw Girmscheid over bomen aan de Stadspoldering 14. Antwoordbrief aan Stichting Park Merwestein over herbestemming Berckepad 9 ‘het Werfje’ 15. Brief van de heer Janssen over betaalbare huisvesting voor jongeren in Dordrecht 16.
Afschriftbrief van stichting Leefwerf de Biesbosch over Fase 2 Leefwerf de Biesbosch aanpassing kades De voorzitter: Goed. Dan gaan wij naar punt 16, dat is: Afschriftbrief van stichting Leefwerf de Biesbosch over fase 2, Leefwerf de Biesbosch aanpassing kades. Het behandeladvies is om deze voor kennisgeving aan te nemen. Het CDA heeft een behandelverzoek op dit punt en het woord is daarom aan de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, wij hebben inderdaad kennisgenomen van de brief en we vinden het behandeladvies te mager. Dus dat betekent op zijn minst dat wij het college verzoeken om een reactie te geven op deze brief. Dit ook in het licht van het destijds aangenomen amendement, inhoudende dat de kade aan het Wantij wordt bestemd als ligplaats voor de 5 historische schepen, inclusief het Binnenvaartmuseum René Siegfried. De tendens van de brief baart ons zorgen, of die uitspraak wel volledig tot zijn recht zal komen. Dus we verzoeken graag opheldering van het college en het zal van de reactie van het college afhangen of wij aansturen op bespreking. De voorzitter: Oké. U wil een schriftelijke reactie van het college op deze brief en dit verzoek wordt doorgespeeld. U zou als commissie dan ook wat betreft de afschriftbrief kunnen zeggen dat u deze aanhoudt tot de reactie van het college er is. Mijnheer Oostenrijk?
De heer Oostenrijk: Ja, dat heeft u goed geformuleerd. De voorzitter: Goed. Iemand daar problemen mee? Ik denk het niet, hè? Prima. Dan gaan we dat zo doen. Agendadeel overig 17. Termijnagenda commissie Fysieke Leefomgeving De voorzitter: Dan gaan we naar punt 17, dat is de termijnagenda van de commissie Fysiek. U heeft natuurlijk zojuist besloten om op 12 mei aan te sluiten bij de commissie Bestuur en Middelen voor een gezamenlijke bespreking van de Biesbosch. Daardoor is de noodzaak er om het één en ander te veranderen. Ik heb de toezegging gekregen van de commissiegriffier dat volgende week er een nieuwe termijnagenda ligt, dan kan u daar dan weer kennis van nemen. Maar voor dit moment is het dus even anders als wat er nu voorligt. Stukken ter bespreking 18. Vaststellen Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 - Raadsvoorstel De voorzitter: Goed, dan gaan wij naar punt 18 en dat is het vaststellen van de Omgevingsvisie Dordrecht 1.0. De portefeuillehouder hierbij staat de heer Burggraaf. De Omgevingsvisie Dordrecht 1.0 geeft een brede kijk op de toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op het eiland van Dordrecht. De vraag aan u als raad is of u deze Omgevingsvisie kan vaststellen. Op 30 maart heeft er een Sprekersplein plaatsgevonden, daar hebben 4 mensen ingesproken. Het is nu aan de commissie om inhoudelijk te bespreken en de raad over de afhandeling te adviseren.
Het uitgangspunt is om er vanavond met elkaar uit te komen, dus dat we vanavond de commissiebehandeling af kunnen ronden. Er zou mogelijk een uitloop zijn, maar ik denk dat het best even een goede uitdaging is om met elkaar af te spreken dat we to the point zijn. Goed, u mag natuurlijk alles kwijt wat u erover kwijt wilt, maar dat hoeft niet door alles te herhalen, ook niet van elkaar. Dus probeer even wat puntsgewijs dit te bespreken, want volgens mij kunnen we er op zich een week over praten als we dat zouden willen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Dus laten we ervan uit gaan om het vanavond af te ronden. En dan komt ‘ie, dames en heren, de commissiegriffier zit hier al te trommelen: bij de laatste commissie-evaluatie is afgesproken bij grote onderwerpen te experimenteren met de sprekersvolgorde. Gekker moet het niet worden, maar vanavond loten we de sprekersvolgorde. Ik heb serieus hier een bakje, daar zitten 12 briefjes in, met de namen natuurlijk van de 12 fracties. Er staat een notaris vast al ergens naar ons te kijken, gaan we gewoon vanuit. Dan ga ik even een beetje schudden zo – ik moet dat natuurlijk wel in beeld houden – en dan ga ik lootjes trekken. Ik meld in ieder geval wel dat de SP er wel in zit, maar die zijn er niet. We gaan. Als eerste Beter Voor Dordt. En we hadden nog wel zo de hoop dat het een hele kleine fractie zou zijn.
Dan gaan we, even beter schudden. Zo, da’s nog moeilijk, jongens. De PvdA. Dat was wel een kleine fractie, mijnheer de commissiegriffier. Even kijken, wat hebben we dan? O, de CU-SGP, u bent als derde. U kan uw voorstellen hoeveel knipwerk en zo dat is geweest. O kijk, de SP, die vervalt dan dus, die leg ik even apart. Daar is de commissiegriffier de hele week mee bezig geweest. O ja. Mijnheer Oostenrijk, het CDA,
u bent als vierde. Je moet dit op zich niet doen als je echt heel snel wil werken. GroenLinks, nummer 5. Ja, D66 is 6. Nou, dat komt mooi uit, D66: 6. Dan krijgen we Gewoon Dordt, 7. Mevrouw Jager met Fractie Jager op 8. Dan is het nou bijna … O nee, dan krijgen we er nog een paar. Jawel, de PVV. Dan krijgen we de een na laatste, dus dan is de laatste ook gelijk bekend. Een na laatste, mijnheer Noldus, u valt in de prijzen, VVD. Dan is de laatste – ik ben het alweer vergeten, hoor – o, kijk eens: de VSP, mijnheer Stolk. Dan heeft u allemaal een – ik ga ze even op volgorde neerleggen, zodat ik dat ook goed in de gaten kan houden – dan heeft u allemaal een plek vanavond. Ik denk dat de collegeleden en de mensen die mee zitten te kijken zoiets hebben: wat gebeurt hier? Kijk, dat kan gewoon in Dordt. Zo. Nou ja, ik zou zeggen: Beter Voor Dordt, kom er maar in. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Het toeval wil dat ik nu als eerste mag. Dat is mooi. Het is een mooi experiment, laat ik het daarbij houden. Voorzitter, we kunnen er heel lang over spreken, dat is natuurlijk niet de bedoeling, daar heeft u ook ons voor opgeroepen.
Wij hebben natuurlijk de afgelopen jaren vanuit de commissie en ook de werkgroep met elkaar het gesprek gevoerd met ambtelijke organisatie en diverse sessies ook met extern en bewoners over: hoe zien wij nou onze gebouwde omgeving, wat is daar minimaal voor nodig, welke participatie hebben we daarvoor nodig, wat zijn de kaders, hoe gaan we verder met onze omgevingsplannen straks? Dus er is al het nodige in beeld gebracht. Het mooie aan deze Omgevingsvisie vinden wij vanuit Beter Voor Dordt: het is tenminste een organisch document. Sterker nog, niet alleen maar een document, maar het is een organische ontwikkeling. Wij hebben straks de vertaalslag naar de Omgevingsplannen, dus er is ook nog genoeg gelegenheid – ook enerzijds vanuit de stad en vanuit de commissie – om nog verder de nodige input mee te geven aan het college. Misschien het meest mooie van dit document is dat het de houding heeft van: we gaan het mogelijk maken. Dus niet zozeer in een bepaalde beperking denken, maar we gaan ervoor, we staan open voor initiatieven. We willen het echt mogelijk maken, tenzij er te veel belemmeringen zijn. Die houding, dat spreekt ons enorm vanuit Beter Voor Dordt en dat mag ook vanavond gezegd worden. Als eerste in deze eerste termijn, voorzitter, hebben we een aantal punten die we willen neerleggen in deze commissie en ook aan de wethouder. Ten eerste gaat het dan om geluid.
We hebben het separaat in diverse commissies gehad over geluidsniveaus in onze stad, de standaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie ons meegeeft. Keer op keer komen we eigenlijk tot de conclusie dat het matje wat betreft geluidsbelasting toch wel hebben bereikt. Daarnaast staat ook dat wij natuurlijk de ambitie hebben om als stad te groeien. Om ons heen zien we ook dat enerzijds de A16, belasting van de A16, het spoor, de N3, de A15 ook nog eens toeneemt. Dus wij zijn echt oprecht benieuwd. Voor ons, laat ik het zo zeggen, is de maat op een gegeven moment wel vol om de geluidsbelasting steeds hoger te tillen. Want eenvoudigweg op een gegeven moment is dan de maat ook wel vol. Waar ligt die grens? Daar willen we graag zowel met het college als met deze commissie over van gedachten kunnen wisselen. Daarnaast, voorzitter, we lezen ook dat als we het hebben over de A16, dat de Rijksoverheid nadenkt over met name verbreding van het stukje A16 bij Wielwijck en dat de gemeente Dordrecht ook daar concreet nu al over moet nadenken. Wat onze verbazing in deze is, is dat wij natuurlijk behoorlijk wat bouwplannen hebben rondom Amstelwijck. Misschien wil mijnheer Kleinpaste wat vragen, voordat ik … U mag mij wat vragen, hoor, mijnheer Kleinpaste. U kijkt me zo vragend aan.
De voorzitter: Nee, ik wilde dus gewoon zeggen, sorry, maar ik zat even naar de volgende sprekersvolgorde te kijken. Maar mijnheer Kleinpaste mag natuurlijk iets vragen aan u. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: ik wacht toch even tot de voorzitter die ruimte echt biedt. U zegt met zoveel woorden – en dat spreekt mij aan – dat u graag met de commissie van gedachten wilt wisselen over die geluidsniveaus en hoe we daar mee om dienen te gaan. Dan word ik heel nieuwsgierig. Doe een aftrap, hoe zit Beter Voor Dordt daar dan precies in? Wat willen jullie wel, wat willen jullie niet? De heer Gündogdu: Daar kan ik inderdaad op reageren, daar hebben wij uiteraard over nagedacht. Wij hebben, onze leidraad is, mijnheer Kleinpaste, dat de Wereldgezondheidsorganisatie heeft ons een aantal, ook bijvoorbeeld als het gaat om de luchtkwaliteit, aangegeven dat er normen zijn. Luchtkwaliteit, geluidsbelasting. Dat is wat ons betreft op dit moment echt het maximale. We moeten niet dus provisorisch kunstmatige ingrepen gaan doen om die geluidsbelasting, maar ook als het gaat om de luchtkwaliteit, verder te belasten. Dat is waar wij als Beter Voor Dordt echt aan willen vasthouden en we willen er echt voor waken dat we die belasting verder omhoog gaan helpen. Dat is wat ik u mee wil geven, ik hoor graag ook de reacties van andere fracties in deze. Ik had het over de A16.
We lezen ook in dit document dat dus de Rijksoverheid aangeeft de verbreding van de A16 bij Wielwijck te willen aanpassen ambiëren en dat we daar nu al rekening mee zouden moeten houden. Nou ja, dat is op zich wel een legitieme vraag, maar dat betekent in onze ogen wel concreet dat we zodanig in de knel komen straks met de ontwikkeling van de woningbouwambitie in dat gebied, want eenvoudigweg omdat verbreding van de A16 ook zal betekenen dat dat impact heeft ook op ons volume. Dus we zijn wel benieuwd in hoeverre het college daar nu een bepaalde gedachte over heeft en al een reactie richting Rijksoverheid heeft geuit. Daarnaast, voorzitter, als een na laatste punt: de waterveiligheid. We hebben het natuurlijk vaak genoeg met elkaar gehad over waterveiligheid. Voorzitter, er komt een moment dat wij met de stad over concrete invulling als het gaat om waterveiligheid van gedachten gaan wisselen, met name ook de hoger gelegen delen van onze stad als het gaat om in het geval van een calamiteit. Onze vraag daarbij is: wat zal de rol zijn in deze als het gaat over inspraak van onze inwoners? Wat is hun rol daarin en wanneer krijgen we concrete ontwikkelingen in dat kader op ons bordje als commissie? Als laatste, voorzitter, de Dordtwijkzone.
Wij hebben vrij recent nog een – ja, wat is het? – een presentatie waarbij vanuit ons ook de mogelijke input gegeven kon worden over de Dordtwijkzone, we hebben het hier over Mecanoo. Onze eerste reactie was – en dat hebben we destijds ook aangegeven – een mooie ontwikkeling, echt een mooie aanvulling op de eerdere gesprekken met elkaar en dat we trots mogen zijn op dat mooie stukje ontwikkeling. Zij het zo dat Mecanoo ook aangeeft dat er om en nabij – wat is het? – negenhonderd woningen zouden kunnen worden ontwikkeld in dat gebied. Enerzijds, gezien de behoefte vanuit de stad – we hebben vaker een discussie met elkaar gehad – zou je zeggen: oké, dat zijn dan heel veel woningen voor een heel mooi stukje Dordt, zou je dat wel moeten willen? Anderzijds, ook vanuit Beter Voor Dordt hebben wij toch wel de insteek: je moet wel goed luisteren waar de behoefte vandaan komt. Die behoefte naar woningen is enorm, daar hoeven we elkaar volgens mij niet in te overtuigen. Vanuit de invalshoek dat deze Omgevingsvisie zegt: we gaan de mogelijkheden verkennen, we gaan niet op voorhand uitsluiten. Willen wij ook het
college meegeven als het gaat om de Dordtwijkzone en mogelijke woningontwikkelingen dat we de Dordtwijkzone niet bij uitstek ook als een gebied willen verklaren waar geen woningen zouden kunnen komen. Uiteraard, over aantallen, vorm, maten en dergelijke, daar zijn we nog lang niet. Maar we willen het bij voorkeur niet dus uitsluiten. Wat we wel willen doen, en daar horen we graag ook de reacties van de commissie en het college, is dat we, er werd gesproken over de kartelranden van de Dordtwijkzone. Daar zijn wij vanuit Beter Voor Dordt wel van mening dat het niet zozeer kartelranden moeten zijn, maar duidelijke grenzen waar we zeggen: hier zou allicht gebouwd kunnen worden en hier kan dat pertinent niet. Dus dan hebben we het over de hele Dordtwijkzone. Voorzitter, dit even voor mijn eerste termijn namens Beter Voor Dordt. Straks vragen zij nog over en weer interessante invalshoeken, dan gaan we nog verder met elkaar in debat. Dank u wel. De voorzitter: Maar mijnheer Noldus heeft nu alvast wat voor u. De heer Gündogdu: Kijk, dat is mooi. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Een vraagje inderdaad, gaat over het laatste stuk, over de Dordtwijkzone. Dank voor de inbreng ook. Tevreden te horen met de ruimte die u daar wilt scheppen, ook voor woningen. De vraag aan Beter Voor Dordt is of datzelfde dan ook geldt over een breder aantal mogelijkheden.
U begon uw betoog met het scheppen van mogelijkheden voor de stad, of dat dan ook gaat over, recreatie komt er al in terug, maar ook zaken als kleinschalige bedrijvigheid wellicht of een ander heet hangijzer wat politiek nog wel eens de tafel passeert in een andere commissie dan vooral. Denk bijvoorbeeld aan de ruimte voor een stadionontwikkeling voor FC Dordt. Of dat wat u betreft ook meer ruimte zou moeten krijgen in deze Omgevingsvisie binnen de Dordtwijkzone? De heer Gündogdu: Heel fijn, mijnheer Noldus, dat u deze vraag ook voorlegt. We hebben vanuit de fractie – en daar ben ik heel oprecht in – heel uitvoerig met elkaar gesproken over de Dordtwijkzone. Maar los even van de Dordtwijkzone hoe wij vanuit Beter Voor Dordt kijken naar deze stad, waar we duidelijke uitspraken over hebben gemaakt waar de grens ligt als het gaat om ontwikkeling. Als we het over de Dordtwijkzone hebben, dat zijn de longen van de stad, dat is niet zomaar genoemd, maar echt bewust genoemd. Waar het recreëren, het sporten, het vertier bij elkaar komt. De vraag was oprecht: zou u daar ook woningen moeten toestaan? Mecanoo is zo vrij geweest om te zeggen: daar is mogelijk ruimte voor een ruim deel van de woningen. Van die aantallen schrokken we in alle eerlijkheid wel, maar ja, zij hebben natuurlijk met een vrije opdracht zijn ze lekker gaan werken.
Dus tot slotsom kwamen wij tot de conclusie, er wordt door Mecanoo – en eigenlijk lezen we dat ook in de Omgevingsvisie – aangegeven: Dordtwijkzone moet je niet uitsluiten voor woningbouw. Daarvan zeggen wij: als het betreft ontwikkelingen, mogelijke ontwikkelingen, waarbij we geen aantallen noemen of maken, maar mogelijke ontwikkelingen rondom een stadion of waar een stadion allicht verder vervolgens aan gebouwd kan worden, ik ben geen techneut. Dat zouden we nu op dit moment niet moeten willen uitsluiten, maar waar we wel vanuit Beter Voor Dordt een streep trekken is: we willen duidelijke lijnen binnen de Dordtwijkzone. Hier zijn de mogelijkheden en wat ons betreft is dat de mogelijkheid beperkt dat tot de Krommendijk, zeg maar. Daarbuiten zouden wij de grens willen
trekken en niet verder. Dat is zoals wij vanuit onze fractie dit binnen deze commissie met elkaar willen delen en kijken wat de reactie is. De heer Noldus: Ja, helder. Dank, voorzitter, ik kom er dadelijk in mijn eigen woordvoering nog wel even aan terug, maar dan moeten mensen lang opblijven vanavond, ben ik bang. De voorzitter: Dat mag. Even kijken. Mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook een vraag aan Beter Voor Dordt. Het gaat ook over de Dordtwijkzone, maar dan eigenlijk over een ander deel. Want een deel van de Dordtwijkzone, dat is ook bestaand uniek park. Ik wil toch eigenlijk wel de uitspraak van Beter Voor Dordt, want als het gaat om woningbouwontwikkeling, gaan we dan ook die bestaande unieke parken verder bebouwen of trekt daar toch Beter Voor Dordt een grens? De heer Gündogdu: Een hele mooie vraag, mevrouw Klein-Hendriks. Mooi dat u daar mij aan herinnert. Nee, daar trekken wij echt de grens. Wij gaan niet, zoals Mecanoo dat ook in de presentatie bij een aantal plaatjes liet zien: wij gaan niet de bestaande parken, waarvan wij vanuit Beter Voor Dordt het idee hebben, sterker nog, daarin geloven dat dit zo uniek is, karakteristiek voor onze stad, dat je daar niet aan moet tornen. Nee, daar gaan wij niet aan meewerken. Vandaar dat ik ook zojuist zei: kartelranden of een duidelijke grens.
Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan krijgen we mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ook een vraag aan de heer Gündogdu. Hij beperkt zich heel sterk tot het onderdeel Dordtwijkzone en dan, ik zou bijna zeggen nog gelieerd aan een voetbalstadion, zou je kunnen veronderstellen. Maar dit ontwerp omvat qua tekst 171 pagina’s. Betekent het dat Beter Voor Dordt met de andere 169 pagina’s instemt? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb zojuist denk ik ook in mijn woordvoering aangegeven: dit is voor ons allen iets bijzonders, het is een experiment. Ik heb in een werkgroep mogen zitten waar ik vanaf dag één betrokken was, maar volgens mij hebben wij vanuit de werkgroep ook continu de commissie betrokken bij de ontwikkelingen. Dit is een organisch document. Sterker nog, de Omgevingsvisie geeft ook aan dat het een organische ontwikkeling zal zijn. Het bijzondere is, dus sluiten we niks uit, dat is die basishouding, maar we willen juist kijken naar in ontwikkelingen. Sterker nog, straks komen ook de gebiedsplannen, omgevingsplannen. Dus er is nog genoeg gelegenheid om op basis van dit document, waar wij wel in geloven – met een aantal kanttekeningen zoals ik die heb gezegd – om te zeggen: ja, wij geloven hierin.
Dit is een goede basis om op voort te bouwen, want dit is niet een document – wederom, ik val in herhaling, voorzitter – dit is een organisch document. Sterker nog, we gaan er ook organisch mee om. Dat is de positie die wij ook hebben als raad. Een heel lang verhaal, nou ja, ik had het ook heel kort kunnen beantwoorden. De voorzitter: Precies. Volgende keer doet u dat.
De heer Gündogdu: Ja, oké. De voorzitter: Dan hebben we iedereen gehad die op u wilde reageren en dan gaan we naar de PvdA, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wij gaan het niet uitgebreid houden, ons betoog, dan BVD voor mij. Er viel mij één ding vooral op uit het betoog van mijn voorganger en dat was: we gaan het mogelijk maken. Nou hebben wij zo goed en zo kwaad als dat gaat de 171 pagina’s doorgelezen en wij vinden daarin vooral ook heel veel wat niet mogelijk gemaakt wordt. Zo staan er keurig netjes woningbouwlocaties in voor de komende paar jaren voor een vijfduizend woningen in totaal, als je goed je best doet. Maar we moeten er tienduizend bouwen de komende tien jaar. Wij hadden dus graag een prominentere plek gezien voor mogelijke woningbouwlocaties voor die komende tien jaar, dus nog niet de locaties waar we nu allemaal al plannen hebben staan. De Dordtwijkzone, heeft mijn voorganger het ook al over gehad. Wij zijn het eens met BVD, dat je die Dordtwijkzone niet bij voorbaat op slot moet zetten, want we sluiten al zoveel uit in deze plannen. We sluiten de Dordtwijkzone uit, eigenlijk sluiten we de binnenstad ook min of meer uit, om daar al te veel te doen. Spoorzone sluiten we niet uit, maar die is zoals we allemaal weten vrij lastig.
Dus als we die tienduizend woningen willen bouwen, waar gaan we die dan wel bouwen? De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Kleinpaste daar antwoord op gaat geven, tenminste … De heer Jansen: Hij heeft er vast een mening over. De voorzitter: Hij wil, ja, ik wou net zeggen: hij wil u in ieder geval wat vragen. De heer Kleinpaste: Nou, ik bewaar mijn mening wel tot ik aan het woord kom straks, maar de heer Jansen maakt me met zijn opmerkingen natuurlijk wel nieuwsgierig. Want hij geeft terecht aan dat in het plan nogal wat staat wat duidt op het niet mogelijk maken van dingen, dat is een goede vaststelling. Hij had graag gezien dat er voor tienduizend woningen iets in deze Omgevingsvisie zou gaan staan. Dan ben ik heel nieuwsgierig waar de Partij van de Arbeid zelf over denkt, om die uitbreidingen dan wel te vinden. Want ja, je kunt het constateren, maar dan neem ik aan dat als je het constateert als partij, dat je ook een opvatting hebt over hoe je dan daar iets in kunt doen, in die Omgevingsvisie. De heer Jansen: Wat ons betreft mogen we rustig op meer plekken wat meer de hoogte in. Wij zouden niet – en daar heb ik al eerder voor gepleit – wij zouden er niet voor pleiten om elk postzegeltje groen in de stad vol te bouwen. Want juist in de stad heb je heel veel lucht nodig. Waar er wel plek is, ik weet het zo één, twee, drie niet.
Maar dat is gelukkig op dit moment ook niet aan ons, want we hebben een ambitie voor de tien jaar vastgesteld en ons ligt op dit moment vanuit het college een Omgevingsvisie voor. Daarin zeg dit college: daar mag niet, daar mag niet, daar mag niet. Dan wordt het lastig en binnen die kaders kan ik ook geen plekken vinden waar het dan wel moet. Dat zou ik het college dan inderdaad, u stelt de vraag mij, ik zou hem graag aan het college door leggen: waar dan wel? Dat zou ik dan graag willen weten. En dat hadden we graag in deze Omgevingsvisie willen zien. Voor wat betreft de Dordtwijkzone, het is natuurlijk
mooi, een stadspark groter als Central Park in New York. Heel ambitieus allemaal, maar het zit langs de N3, wat juist dan weer een uitstekende plek is voor hoogbouw, zouden wij denken in ieder geval. Geef ik toch nog een beetje antwoord op de vraag van de heer Kleinpaste. En natuurlijk moet je niet unieke parken vol gaan plempen, daar zijn wij nooit voor geweest. Maar in Dordtwijkzone mag best wat meer ambitie getoond worden, wat ons betreft. Grappig vinden wij wel dat collegegenoot BVD, die al heel lang probeert al onze polders monumentaal te verklaren, dat is al een aantal keren niet gelukt, ook in de commissie en de raad niet. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat die in deze Omgevingsvisie wel weer terug zou komen. Wij zien hem niet, dus wij vragen ons af of BVD dit plan nou losgelaten heeft en het plan van het monumentaal verklaren van de polders een stille dood gestorven is. Ik kom al bijna tot een afronding, geloof ik. Ja, ik heb er een klapbriefje bij. De voorzitter: Ik dacht al, mijnheer Gündogdu, wat duurt het lang. De heer Jansen: Ik zat er ook al op te wachten, ik maakte er ruimte voor. De voorzitter: Ja. Mijnheer Gündogdu, komt u maar door. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, ik moest even zoeken naar wat knopjes. Als reactie op mijnheer Jansen. Gelukkig, mijnheer Jansen, dat zijn we uiteraard niet vergeten.
Hoe dan ook, zolang Beter Voor Dordt bestaat, zou ik zeggen, zullen we altijd ervoor pleiten om die polders gewoon lekker zo te houden zoals het is. Wederom, en ik denk ook in zijn algemeenheid mijn reactie richting u is: het is hoe je dit document ook leest. Kijk, wij hebben hem gelezen als: het mogelijk maken vanuit een positieve invalshoek. U leest hem anders en daar komen we denk ik niet nader tot elkaar. Maar in ieder geval, als we het hebben over de polders: gelooft u mij, daar houden wij wel degelijk aan vast. Dank u wel. De heer Jansen: Dan kom ik tot een afsluiting. In die afsluiting kom ik tot eigenlijk meteen een voorstel. Wij zouden als PvdA voorstellen dit niet heel uitgebreid in de commissie meer te bespreken, want dat hebben we al heel vaak gedaan en heel uitgebreid. Eigenlijk is het een herhaling van zetten, want alles wat ik zelf net gezegd heb, heb ik eigenlijk allemaal al eerder gezegd. Dat geldt voor mijn voorganger ook. Ik twijfel er haast niet aan dat dat voor de vijftien man na mij ook zal gelden.
Wij pleiten er eigenlijk voor om dit als bespreekstuk naar de raad te sturen met de volgende vraag: kunnen partijen hun visie geven op voorliggende Omgevingsvisie, toegespitst op kerntaken van de groei-agenda, te weten wonen, werken, mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie? Gezien het belang van de Omgevingsvisie zouden wij hier graag zeven minuten spreektijd voor willen vragen in de raad. Dat is het voorstel wat wij u voorleggen en daar … De voorzitter: Waarvan akte, mijnheer Jansen, want zover zijn we nog niet. We gaan eerst eens even alle anderen ook aan het woord laten. Dat zijn er niet vijftien totaal, er komen nog negen mensen. Dus nog genoeg luistervoer. Dank u wel. De heer Noldus maakt inderdaad de opmerking: “We bespreken het nu toch?” Dat klopt, dus we gaan het zien aan het einde van deze avond. De volgende op mijn lijstje is de CU-SGP. Mevrouw Klein-Hendriks.
Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben er net iets anders naar gekeken dan onze voorgangers. In de eerste plaats denken wij ook wel dat datgene wat in zo’n Omgevingsvisie voorligt, dat is bedoeld als uitnodigingsplanologie. Maar het is ook een uitnodiging, het zou het visitekaartje ook voor Dordrecht moeten zijn en daarmee ook gewoon laten zien hoe aantrekkelijk Dordrecht is en ook in de toekomst kan blijven en verder uit kan breiden, die aantrekkelijkheid. We hebben gewoon gezien dat er veel aandacht – wat vinden we belangrijk? – veel aandacht is voor groen, voor ecologie, voor het gezond en prettig wonen en voor duurzaamheid in de meerdere facetten van het woord. Maar we missen ook wel dingen. We missen gewoon de aandacht, in ieder geval de uitwerking van datgene wat we in de raad ook wel aan de orde hebben gehad of in de commissie, over de kwaliteit van de bouw over de stadsbouwmeester, zo noem ik hem maar. Die gaat onder de Omgevingswet anders heten, maar dat missen we. We missen aandacht aan de veerkracht van de wijken en de sociale cohesie en de betrokkenheid, dat missen we hier. En we missen aandacht eigenlijk toch wel voor ook het mooie stuk van Dordrecht, het buitengebied, ook in de zin van het landbouwgebied wat daar is. Er wordt niets vermeld over ook toekomstige en duurzame vormen van landbouw.
Hoe hebben wij nou verder gekeken naar deze Omgevingsvisie? Dat is toch kijken: stel dat die op enig moment dus in werking treedt, wat is dan de sturingsgedachte en hoe vindt uitwerking plaats? Dat gaat via de lijn van programma’s en er worden heel veel programma’s in deze ontwerp-Omgevingsvisie voorgesteld. Programma’s, dat is eigenlijk de opdracht van de raad om aan het college, om het uit te werken en dan kan het college bij die uitwerking in programma’s kijken of er nog aanvullend beleid nodig is om op onderdelen bepaalde beleidsuitspraken kracht bij te zetten. Als ik dit lijstje met programma’s langsloop dan zijn er eigenlijk twee opmerkingen die ik nu wil maken. De ene kant is het een redelijk vrijblijvend lijstje en met vrijblijvend bedoel ik: er is in de Omgevingsvisie niet een termijn aan gekoppeld bijvoorbeeld, wanneer nou die programma’s worden gemaakt of tot welke resultaten ze zouden moeten leiden. Resultaten in de zin van: dan of dan komen we met een gerichtere aanpak, bijvoorbeeld. Wij kunnen dus als raad op dit moment nog niet heel concreet sturen op die aanpak van die programma’s. Maar daarnaast mis ik ook een aantal programma’s, het kan misschien ook wel in de titel van programma’s liggen, zoals ze nu genoemd worden. Dan wordt er bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie wat aangegeven over houtbouw en dat dat zo een hele duurzame manier is.
Maar dan denk ik: dan mis ik eigenlijk een overkoepelend programma als, ik neem maar eventjes de oude term, het duurzaam bouwen, waar bijvoorbeeld ook dat houtbouw, of het circulair bouwen, waar gewoon ook die duurzaamheid in zit. Ik mis in zoverre ook de aandacht voor het landbouwgebied. Ik noemde het net ook al een beetje, om daar ook te kijken: kunnen we daar niet – de biodiversiteit wordt daar in het buitengebied eigenlijk niet echt hard genoemd – maar kunnen we daar niet samen met de landbouw gewoon, de landbouw heeft ook een Landbouwvisie ontwikkeld, kijken naar welke slagen kunnen worden gemaakt in de vooruitgang van dat gebied? Er zijn wel wat meer punten, er wordt een fietsvisie, maar hij mag ook wel wat integraler worden neergezet. Dus die twee dingen, als eenmaal die Omgevingsvisie er is, dan moet die gaan lopen ook onder andere via de band van programma’s. Daarnaast moet de Omgevingsvisie zelf het visitekaartje kunnen zijn en uitnodigen naar anderen, maar ook naar de inwoners van Dordrecht. De titel van het programma, maar de vraag aan de wethouder is ook: is al nagedacht over tot welke resultaten en welke planning? Een andere vraag aan de wethouder, de drie punten die ik miste als het ging over de stadsbouw, meestal over de
veerkracht van de wijken, dus de sociale cohesie en ook over de aandacht voor het buitengebied als het gaat om agroforestry en andere zaken van biodiversiteit en landbouwgebieden. Positief … De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks, ik breek even in. Wat zei u nou net? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dat is landbouw met bomen. De voorzitter: O, kijk. Oké, dank u. Mevrouw Klein-Hendriks: Agroforestry. Complimenten voor de Omgevingsvisie zoals die er ligt, met aandachtspunten nog daarbij en de vraag aan de wethouder. Over dat slot nog één vraag ook om te kijken of daar ook niet een programma voor kan worden gemaakt. Positief dat in deze Omgevingsvisie staat hoe eventueel ook bovenwijkse kosten zouden kunnen gaan werken. Oftewel, er wordt een gebied ontwikkeld, een projectontwikkelaar gaat daar aan de slag, maar daardoor verdwijnt bijvoorbeeld – we hebben het al aan de orde gehad – een moestuincomplex. Dan moeten we elders binnen de gemeente moeten we dat misschien wel compenseren, moeten er plekken voor komen. Dat kost ook geld. Hoe kan je dan in de financiering van dat project ervoor zorgen dat ook betaald wordt dat die moestuinvereniging een andere plek gaat krijgen? Die bovenwijkse kosten, dat is heel positief, maar ik zou daar ook de vraag willen stellen aan de wethouder of dat ook verder uitgewerkt kan worden voor de raad. Daar wilde ik het nu bij laten, voorzitter.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan krijgen we het CDA. De heer Oostenrijk: Voorzitter, even voorafgaande aan mijn feitelijke woordvoering kan ik melden dat onze fractie veel herkent van hetgeen wat mevrouw Klein-Hendriks zojuist heeft verkondigd, dus dat ga ik inhoudelijk niet herhalen. Maar het onderstreept wel de punten die zij noemt, die ook onzes inziens ontbreken in deze Omgevingsvisie. Maar nu ga ik dan even naar mijn eigen verhaal. Voorzitter, wij bespreken vanavond dit hoogst interessante onderwerp met, inclusief de bijlagen, zo’n 450 bladzijden aan leesvoer met veel lezenswaardige informatie. Maar waar gaat het in de kern om? Is dit document te betitelen als een echt visiedocument of nemen wij kennis van een omvangrijk stuk, inhoudende een stapeling van bestaand beleid? Inmiddels qua actualiteit achterhaalde informatie, soms heel detaillistisch, her en der gelaveerd met op zich interessante visies, maar dan weer niet integraal van opzet. Dat maakt het ons moeilijk om wat dat betreft, als het gaat om het stuk, daar een goed oordeel over te vellen. Want als ik het ontwerp bestudeer dan kom ik kort door de bocht niet anders tot de conclusie dan dat voor wat de CDA-fractie betreft dit ontwerp niet in voldoende mate voldoet aan de definitie van het woord ‘visie’, neergelegd in het document.
Dan heb ik het over een visie op hoofdlijnen, beknopt van omvang, integraal qua aandachtsgebieden. Want dat is ons steeds voor ogen gehouden, dat een Omgevingsvisie integraal dient te zijn. Niet alleen gericht op het fysieke domein, maar veel breder van aard, dus ook gericht en niet het minst, op sociaal maatschappelijke aspecten. Mevrouw Klein-Hendriks heeft al de wijken genoemd, wat voor visie op hoofdlijnen hebben we daarover te melden? Die kom ik in het stuk nauwelijks tegen. Want waar gaat het om? Wat voor stad willen we zijn, meer dan de fysieke componenten? Daarnaast gaat het op onderdelen wel heel erg de diepte in, zeker bij het formuleren van zelfs subdoelen erg detaillistisch. Is dat nu wel de
bedoeling bij het beschrijven van een Omgevingsvisie stadsbreed? Horen al die aspecten niet thuis in later te ontwikkelen omgevingsplannen per deelgebied? Desgewenst kan ik dat met een enkel voorbeeld toelichten. Want waar gaat het om? Het gaat om: wat lezen we nu in dit document? Lezen we visie, helder van toon, doelgericht richting 2030? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja? De voorzitter: Voordat u daarmee verder gaat, mijnheer Kleinpaste wil iets vragen aan u. De heer Kleinpaste: Op het gevaar af dat ik vooruitloop op de slotzin van het betoog van mijnheer Oostenrijk word ik wel heel erg nieuwsgierig of zijn pleidooi nou eigenlijk concreet inhoudt – en dat kan met ja of nee worden beantwoord – of hij deze Omgevingsvisie eigenlijk terugstuurt naar het college met: dit is geen visie, doe je huiswerk over. De heer Oostenrijk: Daar was ik nu aan toe. Ja, want wij stellen met zoveel woorden vast dat we eigenlijk vinden dat dit ontwerp dient te worden herschreven. Ontdaan van alle teksten afkomstig uit de diverse bijlagen, want heel veel teksten zijn gewoon letterlijk gekopieerd uit diverse bijlagen, die wel informatie bevatten, maar niet als visie zijn beschreven. Zijnde achtergrondinformatie voor het formuleren van omgevingsplannen, maar ze zijn geen onderdeel van een visiedocument.
Dat gaat dan ook verder dan beschreven in het coalitieakkoord, zijnde in feite bestaand beleid. Die termen komen veelal voor, maar dat is geen visie, dat is het neerschrijven wat we al doen op tal van plekken. Kortom, de CDA-fractie ziet dit document als een stuk in de grondverf dat nog de nodige behandeling en opschoning dient te krijgen, wil het de status van ‘definitief’ en ‘visiestuk’ verdienen. Dat betekent dan ook dat we het college willen verzoeken dit stuk terug te nemen voor herziening en opschoning, gericht op de kern visievorming. Niet meer en niet minder. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oostenrijk. GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de hele inspanning om deze Omgevingsvisie op tafel te krijgen. Ik vind het op zich heel nuttig om de verschillende aspecten van de omgeving eens bij elkaar in beschouwing te betrekken. Voorzitter, een Omgevingsvisie gaat over onze omgeving voor ons zien, een omgeving waarin we kunnen en willen leven, die aantrekkelijk is voor iedereen, die ruimte biedt voor werk, ontspanning, gezond bewegen en rust. Voor wie in Dordrecht woont, voor wie hier wil komen wonen. We spreken in feite over de toekomst van het eiland van Dordt, met deze visie. Maar het is geen eiland, we worden direct en indirect beïnvloed en in sommige opzichten ook bedreigd door ontwikkelingen buiten.
Economie, klimaat, de uitputting van de aarde, virussen. We dragen daar ook aan bij en moeten dus medeverantwoordelijkheid nemen om het tij te keren. Dordt mag groeien, Dordt kan mooi worden, een toekomstbestendig Dordt is heel goed denkbaar. Maar dan moeten de bakens ingrijpend worden verzet. Het is begrijpelijk dat in dit omvangrijke document voor een groot deel bestaand beleid is weergegeven, maar het zou toch in onze ogen
meer aangegrepen moeten worden als een kans om een begin met de broodnodige transitie te maken. Wij realiseren ons heel goed dat niet alles in één keer kan, maar de urgentie voor een transformatie is veel groter dan uit dit document spreekt. Ik wil een vijftal concrete punten noemen waarop nu al een stap verder gezet kan worden en wij zijn benieuwd naar de reacties van andere partijen en het college en we zien uit naar de mogelijkheden om via toezeggingen of amendementen een nog betere weg in te slaan dan al in deze Omgevingsvisie wordt aangegeven. Eerste punt: de richting van de groei. Er wordt expliciet gezegd in het stuk dat de zeven inhoudelijke doelen van de Omgevingsvisie aan de groeiopgave moeten bijdragen. Dat is wat ons betreft de omgekeerde wereld. Groei om de groei is niet toekomstbestendig, we moeten gaan voor groei, maar wel groei die voldoet aan een inhoudelijke visie op een leefbare, aantrekkelijke en toekomstbestendige omgeving. Versterken van groenblauw hoort daar zeker bij, natuurinclusief bouwen ook. De zeven doelen moeten in onze ogen randvoorwaarden zijn voor de groei en niet ondergeschikt aan de groei-ambitie. Ik zou graag willen dat dat ondubbelzinnig in de Omgevingsvisie wordt opgenomen en de vraag is of het college daartoe bereid is. Ten tweede, bij de zeven doelen missen twee elementen. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste wil u wat vragen.
De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik raak wat in vertwijfeling bij dit stukje inbreng als het over die groei gaat, omdat we die groei heel nadrukkelijk in een raadsbesluit hebben gedefinieerd en vastgelegd. Het klinkt nu alsof GroenLinks afstand neemt van dat raadsbesluit. Ik wil graag klip en klaar weten of dat dan ook zo is of dat dat niet de bedoeling is. De heer Van der Meer: Nou, mijnheer Kleinpaste, wij nemen geen afstand van dat raadsbesluit, maar wij constateren wel dat in dat raadsbesluit niet in detail is aangegeven in welke richting die groei moet gaan. Waar wij voor willen waken is dat wij andere belangrijke dingen ondergeschikt maken aan de groei en daardoor een groeiproces op gang brengen waar we na verloop van tijd niet alleen ongelukkig mee zijn, maar wat gewoon niet toekomstbestendig is. Vandaar dat het mij van groot belang lijkt dat zaken als een aantrekkelijke stad, een mobiele stad, enzovoort, dat dat randvoorwaarden zijn voor de groei. Als we die randvoorwaarden niet in ere houden dan wordt het een groei waar we niet mee uit de voeten kunnen. Ik zou aan die zeven doelen er dus nog twee willen toevoegen. De vraag is ook aan het college of die toegevoegd zouden kunnen worden. Namelijk: natuurbehoud en -herstel en circulariteit. Ik kan dat allemaal toelichten, maar dat zal ik op dit moment kortheidshalve niet doen.
Wellicht komen we daar in tweede termijn op terug. Derde punt, denk ik dat heel erg nodig is dat we een soort … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk heeft nu een vraag. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer Van der Meer behandelt nu de zeven doelen. Maar is de heer Van der Meer het met me eens dat die zeven doelen en zelfs de door hem toegevoegde doelen al vermeld en die er dan nog komen toch eigenlijk veelal fysiek van aard zijn? Ik heb in mijn verhaal aangestipt het ontbreken van sociaalmaatschappelijke elementen. Want we hebben toch met zijn allen gezegd: een
Omgevingsvisie moet integraal zijn, die moet heel breed alle aspecten van het wel en wee van onze stad gaan formuleren qua visie? De heer Van der Meer: Ja. De heer Oostenrijk: Dus wat dat betreft daag ik u uit om er nog een paar bij te noemen die niet fysiek van aard zijn. De heer Van der Meer: Voorzitter, het gaat hier inderdaad om de Omgevingsvisie, dus het gaat denk ik vaak over dingen die een fysieke vertaling krijgen. Maar die natuurlijk wel, en dat ben ik helemaal met u eens, primair beoordeeld moeten worden vanuit de vraag: wat betekenen die voor de samenleving en wat voor bijdrage leveren die aan de samenleving die we willen hebben? Dat is precies de reden waarom ik natuur en circulariteit graag zou willen toevoegen, omdat naast de andere doelen die al genoemd zijn die als randvoorwaarde een invulling kunnen helpen garanderen die ook sociaal en qua cohesie in de stad en qua toekomstbestendigheid een bijdrage kunnen leveren. In mijn beleving, maar misschien zie ik het niet goed, in mijn beleving gaat het in de Omgevingsvisie niet om de vraag hoe in zijn algemeenheid sociale cohesie moeten worden, maar wel wat je met de inrichting van de stad en met allerlei ruimtelijke maatregelen daar voor invloed op hebt. Dat laatste, daar kwam ik nu ook op bij mijn volgende punt.
Namelijk: er is in mijn ogen in de Omgevingsvisie, in het kader van de Omgevingsvisie behoefte aan een verdichtingsvisie. In een bijlage heeft het college een visie op hoogbouw ontwikkeld, dat is een belangrijk onderdeel daarvan. Maar als wij binnen de contouren van de stad meer woningen willen bouwen – en de heer Jansen heeft al gevraagd naar de plekken waar dat dan precies zou moeten gebeuren – als we meer ruimte voor de woningen willen hebben wordt het des te urgenter om niet alleen na te denken over: wat voor woningen willen we hebben en hoeveel? Maar inderdaad ook waar, hoe zorg je dat dan de mobiliteit in dat kader goed geregeld is? Hoe zorg je dat er voldoende groen blijft en ruimte om te bewegen en te ontmoeten en dat soort zaken meer? Daar is een samenhangende visie voor nodig en dat is een element wat, denk ik, in de Omgevingsvisie verder uitgevogeld zou kunnen worden. Vierde punt is mobiliteit. De doelstelling om naar een schoner en gezonder vervoer te gaan, daar zijn we het allemaal over eens. De ruimtelijke consequenties daarvan – wat doen we met onze straten en wegen, hoe richten we die in, waar moeten die komen, wat doen we met parkeergelegenheid? – dat zijn ook ruimtelijke consequenties van dat mobiliteitsbeleid waar een visie op nodig is, denk ik, in het kader van deze Omgevingsvisie. Dan tenslotte milieu.
Op het gebied van milieu gaat in mijn ogen veel goed … De voorzitter: Maar dat mag u vertellen nadat mevrouw Klein-Hendriks u iets gevraagd heeft. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Het hangt een beetje tussen mobiliteit en het volgende was milieu, maar afijn. Dat gaat over het geluid ten gevolge van de mobiliteit, laat ik het even zo zeggen. GroenLinks had het over de ruimtelijke consequenties daarvan, van die mobiliteit. Is de heer Van der Meer het met me eens dat ook zou kunnen worden gedacht aan een programma waarin die akoestisch aanvaardbare leefomgeving zou kunnen worden uitgewerkt door het college?
De heer Van der Meer: Dat zou een vorm kunnen zijn. Inderdaad stond in mijn laatste punt over het milieu geluid ook op de agenda, omdat ik dat als een aspect van milieu beschouw. Ik ben heel blij met de stellingname van de heer Gündogdu op dat punt, dat er op het gebied van geluid echt iets moet gebeuren. We hebben ons al voorgenomen als commissie ook om daar een keer apart over te praten. Ik denk dat dat vertaling moet krijgen in de Omgevingsvisie. Als dat in een programma, kan ook op een andere manier, dat kan ik niet helemaal overzien, maar dat we dat verankeren in de Omgevingsvisie en het vervolg daarop, daar zijn wij absoluut erg voor. Het tweede punt van milieu waar ik iets over wil zeggen is luchtkwaliteit. Wat betreft luchtkwaliteit vraagt de Omgevingsvisie terecht aandacht voor de verontreiniging die door autoverkeer en scheepvaart wordt geproduceerd. Het terugdringen van het autoverkeer, elektrificatie en een verbod op varend ontgassen helpen natuurlijk enorm. Dat zou expliciet in de Omgevingsvisie kunnen worden opgenomen. Daarnaast is in onze ogen ook aandacht nodig voor de uitstoot van schadelijke stoffen door de industrie en voor de overlast en gezondheidsschade die door houtstook ontstaat.
Met betrekking tot houtstook, het college heeft dat geantwoord op vragen die wij daarover gesteld hebben in aanvulling op de vragen van het CDA, met betrekking tot houtstrook biedt straks de Omgevingswet meer ruimte om daar regels voor te stellen. Het kan nu al bij nieuwbouw. Mijn voorstel zou zijn om nu al in alle nieuwbouwprojecten houtstook te verbieden en om in de toekomst gebruik te maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om dat ook waar mogelijk en gewenst voor bestaande ‘…’ te doen. Daar wilde ik het even bij laten, voorzitter. Dat zijn de vijf punten waarvan wij denken dat het van groot belang is om daar nu al in de Omgevingsvisie stappen te zetten om duidelijk te maken dat we een toekomstbestendige groei willen van de stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Wij gaan naar de heer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Dank u wel, voorzitter. Er is al veel gezegd en wij kunnen ons qua woordvoering grotendeels aansluiten bij mevrouw Klein-Hendriks en de heer Oostenrijk. De dingen die we inderdaad willen onderstrepen is wat mijnheer Oostenrijk zegt: is dit voldoende visie? Dat gaat inderdaad echt de diepte in en wij missen ook een beetje visie op het gebied van: de toekomst gaat veel spanningsvelden oproepen, met verdichting, maar ook met het verbeteren van de leefomgeving, milieueisen en dergelijke.
Wij missen in het stuk eigenlijk een beetje hoe om te gaan met die spanningsvelden, of in ieder geval daar de visie daarop. Dus dat is natuurlijk, verder maken wij ons ook wel zorgen over het borgen van kwaliteit ook binnen de groei die geambieerd wordt. Dus dat is ook een punt wat wij nog eens willen onderstrepen. Wat wij ons ook afvragen, dat is natuurlijk ook eerder al een beetje gezegd: is dit stuk zoals het er nu ligt toekomstbestending genoeg? Of is het eigenlijk meer een beschrijving van de huidige situatie en niet echt voldoende een visie met ook een toekomstbeeld? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik bleef even hangen bij het zinnetje ‘het borgen van kwaliteit binnen de groei’. Omdat ik daar wat meer handen en voeten voor nodig zou hebben. Wat kunt u dan een paar concrete punten noemen waarmee volgens D66, A of B moet ik dan nu zeggen, die kwaliteit geborgd wordt?