CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 28 september 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 november 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 12 oktober, de commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 28 september, de commissie Grote Projecten van 29 september en de commissies Fysieke Leefomgeving en Sociale26.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

43

Mevrouw Van Benschop: Oké. Nou, dank u wel, voorzitter. Ik moet heel even nadenken wat nou precies de vraag is maar volgens mij is de vraag, als we een tijdelijke woonvoorziening eigenlijk grootschaliger zouden kunnen realiseren voor alleen statushouders. Nou, ik denk dat de heer Struijk dat net, nee, de heer Nederhof wist ik wel maar de heer Struijk verwoorde dat, vond ik net wel, heel duidelijk. Het lijkt me niet wenselijk om een groep statushouders bij elkaar tijdelijk te huisvesten. Ik denk dat het niet goed is voor de integratie maar ook niet voor de acceptatie. En dat het belangrijk is dat je mensen een plek geeft in de maatschappij, in de samenleving en niet net daarbuiten. Dus als het gaat over een grootschalige woonvoorziening tijdelijk waar we meerdere mensen kunnen huisvesten, los van één bepaalde groep, nou, als daar een goed idee voor is lijkt me dat prima. Maar als het gaat over één specifieke doelgroep die daar dan zou moeten gaan wonen, dan lijkt me dat onwenselijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, het is grappig dat het binnen Beter Voor Dordt besproken is want volgens mij heeft mijn collega Leo Stolk twee jaar geleden al aangegeven van uw wethouder dat we twee hotelboten hadden liggen in ‘s-Gravendeel, en daar is vervolgens niets mee gedaan.

En als je het dan hebt over wat mevrouw Van Benschop aangeeft, dat je daar tijdelijke huisvesting voor iedereen beschikbaar maakt, of dat nou studenten zijn of weet ik veel wat. Maar even losgekoppeld van, maar dat er in ieder geval tijdelijke huisvesting is, hebben wij dat twee jaar geleden al aangegeven en daar is ook totaal niks mee gedaan. Maar ik ben blij dat u ermee komt. De heer Nederhof: Volgens mij siert het de mens als die van standpunt verandert. Maar in ieder geval, de B&B, dat weet u nog, dat is wel van vijftien jaar geleden, dat waren hele goede plannen en dat is goed uitgepakt. Dus die angst die we hier roepen, ik ben er niet bang voor. Die mensen die moeten met spoed woonruimte hebben. En wat ik zeg, de studenten die wonen in kleinere hokken dan menig statushouder. De voorzitter: Oké. Nou, heel goed. Heb ik het eindelijk voor elkaar. Nee hoor. Is er nog een van de commissieleden die nog iets toe te voegen heeft op wat er al is gewisseld? Mevrouw Stolk heeft dat. Ja, heel kort. Mevrouw Stolk: Ik ben het met de heer Nederhof eens, we moeten … Er is nu een huisvestingsprobleem, en we moeten nu zorgen voor een oplossing. Want nieuwbouw, de wethouder gaf het zelf al aan, dat duurt nog jaren. Dus laten we alles maar dan ook alles uit de kast trekken om te kijken wat we tijdelijk voor onze inwoners kunnen bewerkstelligen.

De voorzitter: En ik zie de hand van de heer Stam al bij de microfoon. Gaat uw gang. U kan dat heel concreet en kort en ja. De heer Stam: Ja hoor, voorzitter, ik kan heel kort zijn. Ik durf ook niet meer. Nee, ik ben blij dat er een groot aantal van u zegt dat de beantwoording zoals die op papier is gesteld, dat die goed is. Ik kan natuurlijk nog wel een aantal dingen nader duiden, eigenlijk spelen er twee problemen, de huisvesting van een aantal groepen die nu gebruik moeten maken van onze woningmarkt en het niet snel genoeg bouwen. Ik heb gezegd dat dat nog jaren duurt maar we zijn wel volop aan het bouwen dus daar komt

44

echt wel schot in. Maar die statushouders, het woord zegt het al, die hebben een status. En die scharen wij gewoon onder de normaal reguliere woningzoekende mensen. En die mensen die hebben allemaal recht op een goede woning. Nou, daar hebben we een gebrek aan, dat weten met zijn allen. Dus wat wij in de beantwoording hebben gezegd, u heeft een aantal vragen gesteld, onder andere de heer Struijk van, ja, hoeveel woningen heb je nou in die flexibele schil? Als u de beantwoording goed leest, dan staat daar dat wij in de toekomst willen kijken naar die flexibele schil. Een van de problemen bij het zoeken naar plekken van een flexibele schil is, wat voor oplossing wil je? Nou ja, waar kan je die oplossing genereren? En daar heb je echt een probleem. En natuurlijk, ik ken ook het vraagstuk van de woonboot, hebben we twee jaar geleden ook echt serieus naar gekeken. We zijn een eiland, met heel veel water om ons heen. Alleen de mogelijkheden om het echt concreet toe te passen, die zijn gewoon echt minimaal, dus daar moeten we gewoon dan iets in gaan organiseren. Want het vraagstuk ligt nadrukkelijk op tafel en ik ben het met u allemaal eens dat je niet moet redeneren in groepen van statushouders, jongeren of weet ik het allemaal.

Wat wij proberen te organiseren binnen het college is nu om te kijken van, hoe kunnen we nou een soort tijdelijke huisvesting organiseren, dat we die bouwplannen door kunnen zetten en voldoende woningen kunnen genereren om die doorstroming op gang te brengen. Nou, als u mij nu gaat vragen van, wat voor oplossingen heb je dan, dan kan ik alleen maar een schot voor de boeg doen wat wij nu aan het onderzoeken zijn. Wij zijn aan het kijken, kan je een aantal containerwoningen ergens plaatsen? Al in Amsterdam wat ze voor studenten doen. Kan je platons met boten toch ergens toevoegen waar je een aantal woningen op kan zetten? Zijn er bouwlocaties waar je nu tijdelijk wat neer kan zetten? Dat zijn allemaal vragen die wij onszelf hebben gesteld … Mevrouw Stolk: Voorzitter? De heer Stam: En die nu in de organisatie liggen om uit te zoeken. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, ik snap wat de wethouder zegt hoor, en dat snap ik ook wel. Alleen we hebben al jarenlang een woningnood. We hebben sportclubs gesloten, ik noem maar Amstelwijck. Je had daar van alles mee kunnen doen met dat terrein. Om voor mijn part portacabins neer te zetten of bedenk iets dat mensen in ieder geval niet onder een brug hoeven te liggen. En dat er tijdelijke woonvoorzieningen getroffen worden.

En weet je, het is altijd zo’n dooddoener, ja, we zijn het aan het onderzoeken en we zijn het aan het bedenken. We hebben nu een probleem en er moet nu gehandeld worden. En u zegt zelf ook, als we gaan bouwen, dat duurt nog jaren. Dus ga nu naar oplossingen kijken, en niet onderzoeken, want er zijn zat mogelijkheden hier. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk aanvullend daarop. De heer Oostenrijk: Nou, voorzitter, eigenlijk reagerend op de woorden van de heer Stam, die ik volledig onderschrijf. Met inderdaad de opmerking of eigenlijk de vraagstelling van, kunt u binnen een redelijke termijn komen met een voorstel voor die mogelijke locaties? Locaties waarin je dus zo snel als mogelijk de door u voorgestelde woonmogelijkheden, en die zijn divers, zou kunnen realiseren. Ik denk dat dat helderheid

45

geeft en duiding. En mijn verzoek is om daar zo snel mogelijk mee voor de draad te komen. De heer Stam: Ja, zonder mezelf vast te pinnen op een datum kan ik die opdracht wel nemen om daar zo spoedig mogelijk met een voorstel te komen. Tegelijkertijd vraag ik dan ook aan u om flexibel om te gaan met die locaties. Als we dan … Laten we dan maar man en paard noemen, bent u dan bereid om de vlindertjes, de vleermuizen en de vallende takjes van bomen, om die even opzij te schuiven om die bouw van flexibele woningen op een goede manier mogelijk te maken. Dat we niet in allerlei trajecten komen waarin ik u drie, vier plekken aandraag en dat we via participatietrajecten en allerlei vragen twee jaar bezig zijn om die plekken te realiseren want dan lopen we achter de fanfare aan. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ja, die opmerking van de heer Stam, die deel ik als zodanig. Maar dat betekent dus ook, de kunst om met locaties te komen die zo min mogelijk dat soort problemen gaat opleveren. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De heer Oostenrijk: En het wordt altijd ingewikkeld maar nood breekt soms ook nog wet. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Nou ja, het voorbeeld wat ik net gaf, bijvoorbeeld Amstelwijck, daar heb je natuurlijk nu op dit moment, liggen die velden volgens mij helemaal stil, daar gebeurt niks.

Er wordt wel min of meer worden daar een paar palen in de grond, maar dat soort voorbeelden zou je dus mee kunnen nemen. De heer Stam: Ja, voorzitter, ik heb het gehoord. Ik ga dat met de collega’s die daar ook over gaan bespreken om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Want het zeggen is wat anders als het doen, maar we nemen het mee en we komen daar zo spoedig mogelijk bij u op terug. De voorzitter: U was verder klaar, mijnheer Stam? De heer Stam: Ja zeker. De voorzitter: Prima. Mooi. Mijnheer Gündogdu had twee vragen gesteld, zit die in te seinen, of hij wil vrede, mag ook. Maar ja, gaat uw gang. De heer Stam: Ja, die twee vragen hadden meer betrekking op het sociaal domein. Dan moet ik echt bij een collega navragen waar die middelen terecht zijn gekomen, welk budget er nodig is geweest om zeg maar die sociale opvang van statushouders te financieren. De heer Gündogdu: Oké, kunt u daar wel een antwoord op via het college geven, voorzitter, want … De heer Stam: Ik zet ze uit bij de collega en dan krijgt u antwoord.

46

De voorzitter: Is er verder nog iemand die zoiets heeft van, nou, daar wil ik nog wel wat over zeggen. Ik zie iedereen nou net een beetje heel ongemakkelijk om zich heen kijken zo van, nou, laten we het maar niet meer doen. Oké. Nou, dan is de vraag, wat zegt u, mevrouw Van Benschop? Nee hoor. Nee hoor. Ik ga dan alleen wel voorstellen om beide brieven voor kennisgeving aan te kunnen gaan nemen en dus door de commissie. Dus zegt u het maar, is dat akkoord? Ja, ja, ja, ja, oké. Nou, fijn, dank u wel. 26.Vaststellen Beleidskader Participatie 1.0 gemeente Dordrecht (Omgevingswet) – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan wij over naar het volgende onderwerp op de agenda, en dat is punt 26, vaststellen beleidskader participatie 1.0 gemeente Dordrecht, Omgevingswet. Dit beleidskader, dat is op 8 september al in deze commissie besproken en de commissie heeft het toen als hamerstuk doorgestuurd naar de raad. En de raad stuurde het vorige week weer terug naar de commissie, omdat GroenLinks nog een amendement wilde indienen. En we met elkaar hebben afgesproken dat we dat dan dus op dat moment niet gaan bespreken. Bij de bespreking van vanavond beperken we ons dus ook echt tot het amendement. En ik zet gewoon uw microfoon uit, bij wijze van spreken. Dus het kan allemaal heel erg kort. Het concept van GroenLinks zat bij de stukken.

Ik wil wel eerst de heer Van der Meer het woord geven om het amendement tot nog even te duiden. En daarna zal ik de heer Burggraaf, die de portefeuillehouder is hiervan, het woord geven om een reactie daarop. En dan krijgt u eventueel als u wil de beurt. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. In onze vorige bespreking op 8 september, was er bij veel partijen en ook bij de wethouder ongemak over dit participatiedossier op een aantal punten, onder meer over de gewenste participatie bij buitenplanse activiteiten en de vraag of die voldoende geregeld was met het lijstje zaken wat toen voorlag. Het bleek in elk geval erg gemakkelijk om bij dat lijstje voorbeelden te bedenken van zaken die er niet op stonden maar er eigenlijk wel op zouden moeten staan. Wij hebben een poging gedaan in het amendement, wat inmiddels ook door de SP en de VSP onderschreven is, om een iets dekkender formulering te vinden. Die is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar, en ik wil de collega-commissieleden en ook de wethouder graag uitnodigen om concrete suggesties voor die verbetering te doen. Het amendement stelt niet, zoals de wethouder lijkt te suggereren, dat alle buitenplanse activiteiten participatie plichtig zijn, maar het probeert beter te omschrijven wanneer dat wel het geval is.

En wanneer wij vinden dat da het geval moet zijn, dat is in feite een politieke keuze van de raad. De wethouder stelt in zijn reactie dat de lijst in het amendement niet hanteerbaar is omdat die niet specifiek genoeg zou zijn. Eerlijk gezegd begrijp ik dat niet goed. Kennelijk is drie woningen, dat noemt die in zijn reactie, is drie woningen wel concreet maar één woning of één bedrijfsgebouw niet. Ik zie het verschil in concreetheid niet. Grootschalige evenementen, je kunt natuurlijk discussiëren over wat grootschalig precies is, maar dat staat ook in het lijstje van het college en ook in ons amendement, dat hebben we gewoon overgenomen. En waarom is grootschalige evenementen concreter dan bijvoorbeeld infrastructurele voorzieningen? Helpt het als we daar het woord substantiële infrastructurele voorzieningen van maken? Wat mij betreft zou dat prima zijn. Helpt het als we activiteiten die biodiversiteit en groen kunnen aantasten herformuleren door, kunnen, te schrappen en, substantieel, toe te voegen.

47

Het wordt dan, activiteiten die biodiversiteit of groen substantieel aantasten. Wat is het verschil in concreetheid met wat er in het lijstje van het college staat over geur- en geluidsoverlast? Helpt het als we spreken over activiteiten die geluid en geur of andere milieunormen overschrijden, formuleren in plaats van wat er nu staat. Dat lijkt mij toch concreter dan wat in het lijstje van het college staat. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, u gaat echt serieus alle punten apart opnoemen? De heer Van der Meer: Nee, ik heb nog twee puntjes. Het voorlaatste punt in ons amendement is letterlijk overgenomen van het college. En het laatste punt, daarvan kan ik mij voorstellen dat dat inderdaad lastig is, op grond van de reactie van de wethouder. Maar ik ben er toch wel benieuwd naar de mening van andere commissieleden daarover, omdat de behoefte van bewoners, omwonenden aan participatie toch een rol zou moeten spelen bij de vraag of participatie nodig is of niet. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er zit een memo bij die we bewust ook even in een aantal principes hebben verwoord hieromtrent.

Ja, en dan kan ik toch echt niet anders dan de conclusie trekken dat hetgeen wat er nu ligt, daar niets, ja, in de lijn van de proportionaliteit en de uitzonderingsgevallen zeg maar is geformuleerd en het amendement in deze vorm echt ontraad. Wat mij betreft is met name het aspect daar waar GroenLinks stelt dat ze zeggen van, ja, maar als er een bepaald geval zou moeten zijn waarin wel we graag zouden willen dat belanghebbenden gehoord worden of participatie zou moeten plaatsvinden, dat we altijd als gemeente zelf in staat zijn om te zeggen, nou, er is onvoldoende informatie voor een afgewogen besluit. Want uiteindelijk gaat u dan over het besluit ervan, dat je dan zegt, nou ja, het college van B&W gaat dan zelf de participatie organiseren. Volgens mij is dat, ja, een prima escape zullen we maar even zeggen voor de gevallen waarvan je zegt van, ja, maar dat is er eentje waarvan we toch wat participatie willen organiseren. En dan heb je daar niet een heel amendement voor nodig met allerlei zaken die nogmaals denk ik te ver af gaan drijven van de principes van de Omgevingswet. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik wilde eigenlijk voorstellen, want er ligt dus een amendement, wat wellicht een goede manier is van bespreken is om degene die dit amendement willen steunen, dat die zich even melden. De heer Van der Meer: Ja, willen steunen of willen aanvullen, willen wijzigen.

Ik wil graag suggesties om de formulering te verwerpen. De voorzitter: Ja, maar mijnheer Van der Meer, met alle respect, dat is iets wat u achter de schermen hoort te doen en niet in de commissie, want het gaat hier om een politiek oordeel wat er gevraagd wordt. Dus als u suggesties wilt van uw collega’s, u kan om u heen kijken, dan kunnen mensen zeggen dat u eventueel van hen suggesties kan krijgen. Ja, het spijt me heel erg maar dit is niet de plek om de technische invulling van een amendement te gaan corrigeren. De heer Van der Meer: Zo bedoel ik het ook niet, voorzitter. Waar het mij om gaat is, wij hebben dit amendement gemaakt in de hoop op die manier iets van het ongemak wat er

48

in de commissie was, weg te nemen. Dus als mensen gewoon concrete punten hebben waarvan ze zeggen van, nou, zo moet je dat niet formuleren of ik heb een betere formulering. Dat mag natuurlijk ook buiten de vergadering, graag, maar dit is een overleg waarin wij een advies aan de raad formuleren over dit amendement. En daarom is de vraag om daar gewoon inhoudelijk op te reageren. De voorzitter: Nou, de heer Kleinpaste was u voor maar ik zit even na te denken, want het is wel een beetje dubbel. U heeft een amendement in de raad in willen dienen, en op dat moment, we hebben afgesproken met elkaar dat we dat dan dus niet doen, en dat het dan teruggaat naar de commissie. En dan gaat er dus een amendement naar de commissie wat dus al gemaakt is. Als u het amendement wilt aanpassen of wilt laten aanpassen of suggesties daarin wilt verwerken, prima, maar dat doen we niet in de commissie. De heer Van der Meer: Wat is in uw ogen de functie van dit overleg? De voorzitter: Nou, dat is niet om een amendement met elkaar samen te gaan zitten stellen. De heer Van der Meer: Nee, maar wat is de functie wel? De voorzitter: We hebben een … U heeft een amendement ingediend, in willen dienen in de raad. We zijn nu bij de commissie, dat amendement is teruggekomen en dat is het amendement wat voorligt.

Als u daar, kijk, prima als u daar met uw collega’s over wilt praten, tenminste, in technische zin of ze toevoegingen hebben, enzovoort. Maar daar zitten we hier niet voor, mijnheer Van der Meer, we zitten hier voor een politiek oordeel. De heer Van der Meer: Mijn vraag, voorzitter, was waar we hier wel voor zitten, als we dit amendement bespreken? Als u zegt van, ja, als je erover wil praten dan moet je dat buiten de vergadering doen, dan vind ik dat ook best. Dan benader ik iedereen buiten de vergadering. Maar wat is de functie van dit overleg nu? De voorzitter: Een politiek oordeel. Dus dat is niet aanvullingen op een amendement, enzovoort. Nee, wij hebben hier het systeem dat we in de commissie dit bespreken en daarna gaat het naar de raad en gaan we erover stemmen. Maar als het amendement nog wijzigt, dan moeten we daar weer apart over gaan praten. Want dan komen er suggesties en daar zijn fracties die waarschijnlijk dat dan weer mee willen nemen en in hun fractie willen bespreken. Vandaar dat het dus zo is dat u een amendement, als u dat wil wijzigen of als u daar inbreng op wil, dat u dat zelf moet organiseren.

Wij … De heer Chapel: Voorzitter? De voorzitter: Ja, ik kan het drie keer herhalen maar dat heeft dan geen … De heer Van der Meer: Maar wat voor type conclusie willen jullie aan het eind van dit overleg trekken? Dat we het eens zijn of niet eens zijn met dit amendement? De heer Chapel: Voorzitter?

49

De voorzitter: Mijnheer Chapel? Ik zie geen lichtje. Oké. De heer Chapel: Ja, dank u, voorzitter. Heel even, volgens mij is het gewoon heel simpel, je bent voor of tegen het amendement en daarbij sluit je gewoon weer de boel af. Maar ik begrijp u niet wat u nu weer wil want de vorige vergadering van Fysiek was u ook al not amused, bent u een beetje aan het rammen. Ik krijg weer hetzelfde gevoel bij u. En ik baal er een beetje van dat we nu weer over een onderwerp zitten te kletsen en u bent blijkbaar niet goed voorbereid. Dus even voor u, het CDA Dordrecht blijft gewoon bij het standpunt, wij ondersteunen dit amendement niet, op basis van wat we vorige keer al hebben gezegd. We gaan niet de boel dichttimmeren. We gaan … Laten we maar eerst maar eens een jaar met het document gaan werken. En wat de wethouder nog heeft toegevoegd dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste, we hebben zat mogelijkheden het komend jaar om daar wat mee te doen als we het er niet mee eens zijn. Dus ik begrijp werkelijk waar niet wat u wilt. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, Gewoon Dordt was bij de bespreking van dit stuk al buitengewoon kritisch, maar dit amendement gaat die kritiek niet wegnemen. En ik heb, Gewoon Dordt heeft geen behoefte aan het ene incomplete lijstje in te ruilen voor een ander incompleet lijstje.

Als je compleetheid nastreeft moet je zeggen dat alle plannen buitenplanse plannen zijn en dan kun je er lekker participatie op loslaten. De toezegging van de wethouder dat participatie altijd te regelen is, die doet er toe. De toezegging dat het een dynamisch werkdocument is, doet er toe. En dat waren ook de dingen waarvan we dachten van, ja, daar moeten we daar maar mee aan de slag. Blij zijn we nog steeds niet met dit hele stuk maar dat is zoals het is, want we hebben het doorgedaan naar de raad dus dit is het stuk wat er ligt. En ik heb geen behoefte om de ene incomplete lijst te vervangen voor een andere. De voorzitter: Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, nog even kort, voorzitter. Het is inderdaad een aanvulling op wat Kleinpaste zegt, het is bij elk dossier volgens mij, komt dat kopje participatie langs. Nou, en daar zijn wij allemaal bij, dat we dat gewoon goed in de gaten moeten houden. Als dat niet zo is dan is dat misschien een advies dat het college bij elk dossier kopje participatie houdt. Want het is eigenlijk zo dat we jaren geleden al gezegd hebben dat aan de voorkant verplicht wordt, nou verplicht, dringend advies dat er participatie op elke ontwikkeling moet gebeuren. En een stadsberaad, daar kijken we ook naar uit, dat is ook een mooi instrument. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.

Mevrouw Stolk: Ja, ik wil toch heel even de heer Van der Meer een beetje ondersteunen, ik ben het eens met het pleidooi van de heer Kleinpaste want ook wij hebben kritische kanttekeningen daarbij. Alleen volgens mij hebben wij vorige week of die week daarvoor in de raad gezegd, met dit amendement, dat we het nog graag een keer wilden bespreken. En met dat doel is volgens mij de heer Van der Meer naar deze commissie

50

gekomen. En dat dat misschien dan niet helemaal duidelijk is. Maar wij hebben wel met zijn allen gezegd, we sturen het terug naar de commissie om het daar nog een keer goed uit te discussiëren. En ik begrijp nu, ja, dat dat eigenlijk niet kan en dat dat misschien gewoon beter achter de schermen kan. En dan adviseer ik u gewoon, en wij zijn medeindiener, om dan gewoon het amendement maar gewoon in stemming te brengen en dat daar geen discussie meer over is. Ik zou dat dan nog gewoon een keer uitdiscussiëren met de collega’s en gewoon in stemming brengen. De voorzitter: Nou, kijk. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Het is natuurlijk zo dat je het over een amendement kan hebben, dat is geen enkel probleem. Alleen op het moment, wat ik van de heer Van der Meer heb begrepen, gaat het er dus om dat de collega’s nog suggesties kunnen doen, aanpassingen kunnen doen, enzovoort. En dat vind ik echt iets om dat op een ander moment te doen, zodat je dus een amendement hebt liggen waar iedereen zijn inbreng in heeft gedaan, en dat je dan met elkaar daarover een gesprek kan voeren. Mevrouw Stolk: Ja, maar dat bedoelde ik ook zo hoor, want ik begrijp wat u zegt. Maar volgens mij, en daarvoor wil ik de lucht een beetje klaren, wij hebben eigenlijk in de gemeenteraad gezegd van, nou, we willen dat nog een keer in de commissie bespreken.

En waarschijnlijk heeft de heer Van der Meer dat niet helemaal goed begrepen, maar dat is nu duidelijk, laat dat … Want die heer heeft er heel veel werk in zitten. De voorzitter: Zeker. Mevrouw Stolk: Om dat niet teniet nu te doen. De voorzitter: Nee, nee, nee. Ik bedoel maar … U mag iets daarover zeggen, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, nou ja, mijn vraag was alleen maar, zeg ik in de richting van de heer Chapel, mijn vraag was alleen maar van, wat is de insteek van deze discussie? De raad heeft iets teruggestuurd naar deze commissie, waar moeten we het precies over hebben? En dat is mijn vraag geweest. U beschuldigt mij van drammen, dat is niet mijn bedoeling. Mijn bedoeling is gewoon om een bijdrage te leveren aan het beter maken van ‘…’. De heer Noldus: Voorzitter? De heer Van der Meer: Misschien bent u het er helemaal niet mee eens, dat zou kunnen, maar ik weet niet zo goed wat ik anders kan doen. Als de voorzitter mij vraagt om het amendement toe te lichten, dat ik dat toelicht en even reageer op de reactie van de wethouder daarop en gewoon vraag of er mensen zijn die ideeën hebben. En dat mag van de voorzitter niet in deze vergadering naar voren gebracht worden, dus dan vind ik het fijn als dat buiten de vergadering om gebeurt. Maar het gaat mij simpelweg om constructief aan een beter stuk te werken.

51

Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, ik kom in de plaats van Alexander want die kon vanavond niet. Maar dit zo gehoord hebbend, dan kun je toch zeggen van, de wethouder heeft gereageerd op het amendement. Die zegt, dat is in zijn optiek niet nodig want je kunt altijd een participatietraject inzetten als je dat wil als raad. En dus ik denk dat de discussie dan moet gaan van, is dat amendement dan ook nodig of vinden we dat met elkaar toch nodig om dat nog eens extra vast te leggen? Of zeg je van, nou, als we afspreken met de wethouder dat dat altijd kan, of dat het op de een of andere manier ook in de stukken terecht kan, dan hoeft zo’n apart buitenplans amendement dat misschien te breed of wat dan ook is, niet hoeft. Maar ik denk dat dat aan de commissie is om dat te bepalen. De voorzitter: Ja, maar u maakt nu weer een andere invalshoek. De wethouder heeft gezegd wat die gezegd heeft, als reactie op het amendement wat is ingediend in de raad, en wat naar de commissie is gestuurd om het hier te bespreken. En wat er gebeurt is dat het amendement voor wijzigingen openstaat, wat prima is, alleen niet het amendement dan is wat we kunnen bespreken. Dus ik denk dat als ik de heer Van der Meer was, dat ik zou zeggen van, nou, laten we dat dan nog even meenemen, en dan bespreek ik dat nog met fracties, enzovoort.

En als we nu weten dat het amendement dan sowieso komt, dan ga ik ervan uit dat we op dat moment daar gewoon over kunnen stemmen en eventueel een stemverklaring op kunnen geven. En dan is er een politiek oordeel. Ja? De heer Van der Meer: Maar het blijft voor mij onduidelijk wat dan de functie hier is behalve kennisnemen van de reactie van de wethouder. De voorzitter: De functie hier is, mijnheer Van der Meer, en dan ga ik nog één poging doen, u dient een amendement in, uw fractie dient een amendement in in de raad. Op dat moment, omdat andere fracties daar ook geen deelgenoot van zijn geweest, enzovoort, wordt er dus af, dat hebben we nou eenmaal met elkaar afgesproken, gaat het amendement naar de commissie om te bespreken. Dat amendement, niet een ander amendement. Dus als u wilt dat uw collega’s daar inbreng op hebben, verandert het amendement en kunnen we dat dan dus … Dat kunnen we alleen niet hier doen. Ja? De heer Van der Meer: Excuus dat ik om suggesties heb gevraagd, ik vraag gewoon om een reactie. De voorzitter: Nee, nee, nee, dat is … Ja, nou ja, goed, ik kan het voor de 36 e keer herhalen, het is geen onwil, het is gewoon de afspraak die we met elkaar hebben. Dus u kan … En ja, en dat zijn de codes die wij hebben. Prima. De heer Chapel: Voorzitter? De voorzitter: Dan … Mijnheer Chapel.

52

De heer Chapel: Nog even een vraag want anders begrijp ik er helemaal niks meer van. Ik ben gewend dat je nu gewoon allemaal uitspreekt, ik ben voor dat amendement of tegen. En hoezo niet? Oké. De voorzitter: Er is een amendement, mijnheer Chapel, wat nog niet klaar is, blijkbaar. Wat nog gaat veranderen. Dus u kan sowieso nog niet aangeven of u er voor of tegen bent. De heer Chapel: Oké, nou ja, het is al laat. De voorzitter: Want misschien worden alle punten wel geschrapt of misschien komen er nog dertig bij of wat dan ook. Dus het amendement wat nu voorligt is nog niet klaar om over te stemmen. De heer Chapel: Oké, dan heb ik hem door. De heer Struijk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Het onderwijs schreeuwt om personeel. U moet solliciteren. De voorzitter: Ja, dat heb ik wel eens gepoogd alleen ze willen me niet hebben want ik heb geen lesbevoegdheid. Goed, even kijken, dan ga ik ervan uit dat dit … U neemt dit mee naar uw fractie, mijnheer Van der Meer. En ik … Misschien, want u heeft met andere partijen het amendement opgesteld. Volgens mij is het helder dat iedereen die iets wil toevoegen of schrappen contact met u op kan nemen, om het amendement bij te vijlen zeg maar. En dan komt dat vanzelf weer … Ik denk even dat u de hele geluidsinstallatie sloopt, mijnheer Struijk, maar dat is gelukkig niet zo. Dus dan zien wij dat terug in de raad.

Dank u wel. Alleen stemmen, ja. Wat zegt u, mijnheer Stolk? De heer Stolk: Nou, ik wil het dan nog wel even zeggen, het gaat dus eigenlijk om de inhoud van dat amendement waar je het over hebt, en daar willen we toevoegingen. En als het alleen dalijk in de raad ja of nee is, dan is er geen discussie meer geweest. En als we nu net de wet… De voorzitter: Nee, prima, maar ik vind het … De heer Stolk: Nee, maar als ik nu net de wethouder nu ook hoor en dat die dus zegt van, nou, ik raad het af omdat wijzelf wel kundig zijn om een participatie te gaan doen ja of te nee, en daar is nou juist die amendement voor wat wij ook ondertekend hebben, dat dat dus. En dat is in de commissievergadering een paar weken geleden, is dat eigenlijk toen het besloten was, waren we allemaal eigenlijk ontdaan, wat hebben we eigenlijk gedaan? En dat waren meerdere partijen als alleen ons. Maar dit geef ik alleen maar mee. En dit is er eigenlijk uit voortgekomen daarom is de SP er ook mee … De voorzitter: Ja, precies. De heer Stolk: Dat is het.

53

De voorzitter: Ja. Maar in de vorige commissie is het als hamerstuk naar de raad gegaan en toen kwam er toch een amendement. En … Ja, maar goed, dat is ook een gedeelte van het spel. En we kunnen ook met elkaar afspreken natuurlijk dat het amendement wordt gewijzigd, en dat het dan terugkomt weer naar de commissie, en dat we het dan bespreken en dat het daarna naar de raad gaat. Dat maakt mij niet uit, dat mag u gewoon doen als commissie. De heer Chapel: Hartstikke goed, voorzitter. De voorzitter: Dus, maar dat laat ik dan even bij de indieners om het eventueel gewoon weer te agenderen in de commissie. Zullen we dat dan zo afspreken? Nee? Ja, kijk, wat mij betreft is het helder. En wordt het nu … Het voorstel wat mij betreft is dat de heer Van der Meer met andere indieners gaat kijken of er nog mensen zijn die andere wijzigingen hebben, en dat het amendement in stemming wordt gebracht in de raad. Met de mogelijkheid altijd om een stemverklaring af te leggen. En dat is het voorstel. Oké, nou, dan gaan we dat zo doen. 27.Rondvraag De voorzitter: Goed, tijd voor de rondvraag. Niemand? 28.Sluiting De voorzitter: Dan sluit ik deze vergadering en dan gaan we naar de plaatselijke horeca.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/344/documents/13468