2.3 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 28 september 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 28 SEPTEMBER 2021 Vergaderkamer 1 Voorzitter: mevr. Koene Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bosuguy (D66) Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Gündogdu (Fractie Nijhof) Dhr. Hartog (PVV) Mevr. Jager (Fractie Jager) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Nederhof (Beter Voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Stolk (VSP) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (CU/SGP) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder M. Stam, wethouder R. van der Linden Inspreker: dhr. Groen
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, welkom bij de commissie Fysieke Leefomgeving van dinsdag 28 september 2021. En we gaan gewoon naar elkaar luisteren geloof ik, ja. Voor het verslag noem ik even de namen van de mensen die aanwezig zijn in deze commissie. Ik begin links met de commissiegriffier, de heer Den Boer, dan krijgen we namens het college de heren Stam en Van der Linden. Ja, mevrouw Stolk zit er nu niet dus. Ja, ja, dan ga ik haar zo opnoemen. De heer Stolk in ieder geval wel nog van de VSP, de heer Van der Meer van GroenLinks, de heer Struijk van de CU/SGP, de heer Kleinpaste van Gewoon Dordt, de heer Nederhof, Beter Voor Dordt, mevrouw Jager, Fractie Jager, de heren Kuhlmann en Noldus van de VVD, de heren Chapel en Oostenrijk van het CDA. Eens even kijken, ja, want hun bordje staat daar, mijnheer Stolk, dus u zit daar maar daar zie ik de griffier zitten dus. De heer Hartog namens de PVV en de heen Gündogdu van Fractie Nijhof, ik doe mijn best, en de heer Bosuguy van D66. En daar is mevrouw Stolk met 23 bekertjes koffie. Goed. Kan de commissie instemmen met de vergadering zoals die, met de agenda zoals die er ligt? Mijnheer Noldus?
1
De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik heb er één kleine vraag bij want ik zou een extra agenderingsverzoek willen doen, doe ik dan dat als 21.a of bij 22? De voorzitter: 386. Dat kan bij 22, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u. De voorzitter: Daar heb ik hem in ieder geval, daar heeft de commissiegriffier hem neergezet. Verder akkoord met de agenda? Oké. Mijnheer Kuhlmann, heeft u fractieoverleg of kan u gewoon ook even luisteren? Dank u wel. Ik heb er zin in vanavond, dat hoort u wel. Ja. Soms gebeuren er wel eens dingen op een dag waardoor je denkt zo van, oké, regels zijn regels, daar gaan we ze ook aan houden. Ik verzoek u allemaal via de voorzitter te spreken vanavond en tussendoor uw mond dicht te houden. Ook mijnheer Nederhof. Mededelingen, er zijn vooraf geen … Hof, ik zei hof. Nee, ik zei hof. Ja, dat is een beetje bijdraaien dan. Mededelingen, er zijn geen mededelingen aangemeld van tevoren, is er nog iemand die wel alsnog een mededeling heeft? Niet? Oké, prima. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 14 september 2021 De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 2, vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 14 september 2021. Daar is ook van tevoren niets op ingediend. Kan de commissie daarmee instemmen? Ja, dank u wel. 3.
Vragen aan het College De voorzitter: 3, vragen aan het college. De heer Nederhof van Beter Voor Dordt … De heer Nederhof: Dank u wel. De heer Nederhof: Heeft vragen aangemeld over een bericht in de pers, dat men niet altijd weet wat per spoor in de wagons wordt vervoerd. De portefeuillehouder hiervan is de heer Van der Linden. Mijnheer Nederhof, gaat uw gang. De heer Nederhof: Nou, het is duidelijk, u heeft de halve vraag al genoemd, dus dat er weer een bericht is dat men niet weet wat er per spoor in de wagons wordt vervoerd. En dat hebben we al heel wat jaartjes. Het zou altijd beter, beter worden. Maar goed, kan de portefeuille ons vertellen of die veiligheidsdienst in Dordrecht daar actie in kunnen ondernemen en hoe? Want dat is zeer belangrijk, ik maak me daar grote zorgen om. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Nou, dat artikel waar de heer Nederhof aan refereert is van het AD van 25 september, en dat gaat over de situatie op Kijfhoek en het gaat om controles van de Inspectie Leefomgeving en Transport, ILT. En het systeem dat op Kijfhoek wordt gebruikt om de positie van de wagons bij te houden heet
2
BLIS en dat functioneert soms niet zoals het zou moeten. En toezicht en handhaving op het functioneren daarvan ligt bij de ILT en niet bij de lokale overheid, in dit geval Kijfhoek ligt het natuurlijk in Zwijndrecht. Voor doorgaand spoor, waar we bij ons mee te maken hebben, wordt dit systeem echter niet gebruikt maar daar maken ze van een ander systeem gebruik. En dit wordt gevoed vanuit de wagenladinglijst die voorafgaand aan het vertrek van zo’n trein wordt opgemaakt en in de trein ook beschikbaar is. Dus die situatie is niet vergelijkbaar. En ik zal deze antwoorden nog even schriftelijk doen toekomen. De heer Nederhof: Graag, voorzitter. Maar toch belangrijk is dat ik toch regelmatig berichten hoor, ook uit de gemeente Moerdijk, dat men vraagt naar, weten we wat er in de wagons zit? En het zijn mensen hè, die maken fouten, maar in zulke zaken kunnen haast geen fouten gemaakt worden want het is levensgevaarlijk. De heer Van der Linden: Ja. De heer Nederhof: En daarom is mijn angst zo groot en dan denk ik, daar wordt een fout gemaakt, zou het dan ook niet gebeuren … Weet … Dus de vraag is ook, weten we wat er in elke wagon zit door deze gemeente? De heer Van der Linden: Dat is niet de verantwoordelijkheid die aan de ontvangende kant zit, dus bij de gemeente zit.
Maar van elke trein die er is en die door de stad rijdt weet men, en in dit geval gaat het om een ander systeem dan op Kijfhoek, weet men wat erin zit. Ja. Ja? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog een vraag aan het college? O, ik hoorde hier wat, ik denk misschien een van jullie wel? Niet? Oké. Gaan wij over naar punt 4 tot en met 21, de nieuwe behandelvoorstellen. En ik stel alleen de behandelvoorstellen aan de orde waarop vooraf een behandelverzoek is ingediend. 4. Memo van wethouder Stam over Schouwing mindervalidenroute Nieuwe Dordtse Biesbosch De voorzitter: Ik heb hier de punten 4, 5 en 6. 4 is de memo van wethouder Stam over Schouwing mindervalidenroute Nieuwe Dordtse Biesbosch. U wordt hierbij voorgesteld om dit voor kennisgeving aan te nemen. 5. Memo van wethouder Stam over raadsvoorstel Afronding Nieuwe Dordtse Biesbosch De voorzitter: Punt 5, memo van wethouder Stam … Mevrouw Jager: Voorzitter? De voorzitter: Over raadsvoorstel … Ik ga het allemaal even eerst noemen. Mevrouw Jager: O, ja, is prima. Oké, prima.
3
De voorzitter: Ja, dat is voor de notulen hè. Memo van wethouder Stam over raadsvoorstel Afronding Nieuwe Dordtse Biesbosch. Behandeladvies is om deze memo voor kennisgeving aan te nemen. 6. Financiële afronding Nieuwe Dordtse Biesbosch – Raadsvoorstel De voorzitter: 6, de financiële afronding Nieuwe Dordtse Biesbosch, is een raadsvoorstel. Behandeladvies hierbij, u wordt voorgesteld dit raadsvoorstel alsnog als hamerstuk naar de raad te sturen. Op 14 september agendeerde de commissie dit voorstel voor bespreking met een politieke vraag. Zien we in dit voorstel de toegankelijkheid voor mensen met een beperking voldoende gewaarborgd? Er volgt echter in november nog een voorstel over eventuele opwaardering van het mindervalidenpad en de financiële consequenties daarvan. Zie memo onder agendapunt 4. Dat staat dan los van de financiële afronding van de Nieuwe Dordtse Biesbosch waarbij de wethouder heeft aangegeven dat dat zo snel als mogelijk moet gebeuren om niet het risico te lopen subsidie mis te lopen. Zie ook de memo onder agendapunt 5. En ik heb begrepen dat mevrouw Jager een agenderingsverzoek heeft op bovenstaande drie punten. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Nou, in zoverre, dat komt misschien zo nog maar er is mij verteld dat de wethouder een mededeling hierover wil doen, en die wil ik eerst even afwachten. Als dat mag. De voorzitter: Dan is u meer bekend dan mij.
Ik ga het woord geven aan mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad zo dat wij moeten afrekenen de provinciale subsidie, dat gaat over 35 miljoen. We zijn lang bezig met het invalidenpad om dat te upgraden. Wij moeten dit voorstel echter wel hameren om die afronding van die subsidie rond te krijgen maar ik wil hier wel de toezegging doen dat er een separaat voorstel komt over de aanpassing van het invalidepad. Daar wordt in de organisatie nu hard aan gewerkt, of er een minimale variant en een maximale variant met een budget daaraan en kosten daaraan verbonden. En de verwachting is dat we dit dit jaar nog aan u gaan voorleggen. En dat doen we in samenspraak met de Vereniging van Mindervaliden, en we moeten ook nog zijdelings heel even met de provincie overleggen maar dat komt nog dit jaar naar u toe. Mevrouw Jager: Voorzitter? Ik had gevraagd om de zekerheid dat de financiën die nodig zijn voor het pad ook gevonden zullen worden, en dat wil ik toch wel graag bevestigd hebben. De heer Stam: Ja, voorzitter, dat begrijp ik. Zoals u in het stuk ziet hebben we al 40.000 euro. Wij hebben nog niet helemaal zeker hoe hoog de kosten zullen zijn maar de dekking daarvoor gaan wij binnen onze natuurbudgetten, gaan we daarvoor vinden om dat mindervalidenpad op een goede manier aan te passen.
Dus wij gaan daar ook het juiste budget met dekking aan u voorleggen. Mevrouw Jager: Ja, ik ben namelijk een beetje geschrokken vandaag want ik kreeg een mail waarin dus een bedrag genoemd werd waarvan ik denk van, nou, dat red je dus inderdaad zeker niet met die veertig maar dat had u zelf wel al gedacht. Maar dat
4
bedrag is vele malen maal veertig. En ik denk van, nou, misschien wordt dat lastig. Maar als het uit de natuurbudgetten kan, ik vind het prima maar ik wil het wel zeker weten. De heer Stam: Wij gaan een voorstel doen met een maximale en een minimale variant, en dat varieert tussen de 80.000 euro tot twee, drie ton. En wij gaan daar gewoon, op het moment dat we de overeenstemming hebben met alle partijen, gaan we daar gewoon dekking bij zoeken en u een gedekt voorstel voorleggen. Mevrouw Jager: Maar die gaat ook gevonden worden? De heer Stam: Wij gaan dan zorgen dat daar dekking wordt gevonden zodat u in staat bent om daar een goed besluit op te nemen. Mevrouw Jager: Even de anderen langs kijken. De heer Van der Meer: Voorzitter? Mevrouw Jager: Mijnheer … De voorzitter: Nou ja, u had een agenderingsverzoek, heeft u dat? Want ik bedoel, we gaan hier geen inhoudelijke discussie op dit moment op dit punt voeren. Mevrouw Jager: Nee, nee, nee, nee. Wat is wijsheid? Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Ik snap dat, dat we het nu niet inhoudelijk gaan bespreken, maar hoe hebben wij die zekerheid dat er inderdaad die dekking wordt gevonden en dat dat inderdaad voor elkaar gebokst gaat worden wat er nodig is om dat voor elkaar te krijgen? Ja, en hoe kan je dat nou dichttimmeren door, en dan kijk ik ook even misschien naar de wethouder en naar de griffie of naar de voorzitter, hoe krijg je dat nu vanavond zonder het inhoudelijk te bespreken voor elkaar? De heer Nederhof: Voorzitter? De voorzitter: Ik wil graag eerst even de wethouder het woord geven. De heer Stam: Ja, voorzitter, dat is natuurlijk altijd een lastige vraag. Maar ik geef hier volgens mij heel duidelijk aan dat wij naar die varianten kijken, daar een kostenraming bij maken en voor dekking zorgen. En ik heb nog niet de indruk gehad vanuit de organisatie waar men mee bezig is, dat dat miljoenen worden. Dan hebben we het over een ton tot anderhalve ton om die aanpassing te doen en die dekking die gaan wij vinden. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog één opmerking daarover, als dat mag? De voorzitter: Ja.
5
Mevrouw Stolk: Ook als het meer dan anderhalve ton gaat kosten, wat dan? De heer Stam: Ja, ik wil eigenlijk uit de als-discussie blijven maar mocht nu binnenkort al blijken dat het duurder wordt, dan kom ik gelijk bij u terug van, hoe die ontwikkeling zit. Maar nogmaals, zoals wij nu bezig zijn en met die varianten aan de gang zijn, komen we nog niet boven die bedragen uit. En die dekking kunnen we gewoon nu nog vinden. En op het moment dat dat niet het geval is, dan kom ik daar een melding over doen maar dat gaat echt geen tonnen kosten. De voorzitter: Oké. De heer Nederhof: Voorzitter, nog een ... De voorzitter: Ja, maar ik wil graag even door. Dus de vraag is of het wel of niet besproken moet gaan worden, dat is even de concrete vraag. Dat was de vraag van mevrouw Jager. En als dat op dit moment niet besproken hoeft te worden dan op dit moment niet, dan gaan wij naar het volgende punt over. 7. Vaststellen Agenda deelmobiliteit – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we naar punt 7, dat is het vaststellen agenda deelmobiliteit, raadsvoorstel. Het behandeladvies is, u wordt voorgesteld om dit als hamerstuk te agenderen. De heer Van der Meer heeft een agenderingsverzoek op dit punt, gaat uw gang.
De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, de politieke vraag die wij hierbij willen stellen, die stellen wij wel vaker bij dit soort dossiers, is het ambitieus genoeg? Als je naar het stuk zelf kijkt dan is de doelstelling voor 2030 beneden de ingeschatte noodzaak voor 2030, om maar iets te noemen. En er zijn meer dingen over te zeggen, ik heb daar een mail over met de commissie gedeeld. Mijn verzoek is dus om te agenderen. Ik begrijp dat wij een hele volle agenda hebben. Komende vergadering gaan we het ook opnieuw hebben omdat dat terugverwezen is door de raad over de zero-emissiezone voor de stadslogistiek. Ik kan mij voorstellen dat we beide dingen aan elkaar koppelen en op die manier een iets meer strategische discussie over het mobiliteitsbeleid kunnen voeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. De zero-emissiezone staat op 6 oktober geagendeerd omdat dit stuk is teruggestuurd naar de commissie, puur om de motie die daar op ingediend gaat worden te bespreken. De vraag is dus nu vanuit de heer Van der Meer om dit raadsvoorstel daaraan te koppelen. Dan gaan we het weliswaar weer uitbreiden. Maar goed, de vraag is dus van de heer Van der Meer om dit stuk daaraan te koppelen, en daar moeten minimaal drie fracties zijn die dat ondersteunen. De heer Gündogdu. Mijnheer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Wat betreft de Dordtse VVD hoeft dit niet besproken te worden, hoeft dit niet gekoppeld te worden. Ik kan misschien wel aangeven, en dan ook een geste richting de heer Van der Meer, wij hadden zelf ook nog een paar vragen bij dit stuk. We vonden het overigens wel in hoofdlijnen een goed stuk, we hadden een paar vragen daarbij. Daar hebben we technische vragen van gemaakt, met verzoek aan de
6
wethouder om die tijdig te beantwoorden. En mocht het zo zijn dat we dan, nou, we verwachten het niet, naar aanleiding van die antwoorden toch nog aanleiding is om daar nader het gesprek over te voeren, dan kunnen we natuurlijk altijd via een motie of anderszins het op de raad dan zetten. Dus dat is de route waar wij voor hebben gekozen in dit geval. De heer Van der Meer: Ik heb ook wel een aantal technische vragen maar de vraag die ik stel is een politieke. De voorzitter: In principe zijn er drie fracties om het te bespreken. De vraag is dan wel even of dat dan gekoppeld moet aan die zero-emissie, dat hoef wat betreft de Dordtse VVD niet. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, ik vind de politieke vraag wat prematuur dus daar heb ik wat moeite mee. Dus ik zou het nu niet willen bespreken. Maar als een volgende gemeenteraad over die ambitie 2030 iets wil vinden, lijkt me dat vroeg genoeg. De voorzitter: Oké, helder. Maar er zijn drie fracties die het willen bespreken. En de vraag is dus alleen maar … Nee, de heer Gündogdu en … Nee, de VVD op dit moment niet. Nee, dat is waar. Nou, dan zijn er twee fracties, dan wordt het dus niet besproken. U heeft gevochten als een leeuw. 8.
Vaststellen Verordening Stimuleringslening Energiezuinig Wonen gemeente Dordrecht – Raadsvoorstel De voorzitter: Gaan we naar punt 8, vaststellen Verordening … Nee, dat hoeft helemaal niet want daar is verder niks op aangevraagd. 9. Vaststellen grondexploitatie voor Admiraalsplein Zuidzijde – Raadsvoorstel 10.Raadsinformatiebrief beantwoorden motie M6 'Leefwerf De Biesbosch in veilig vaarwater' – Raadsinformatiebrief 11.Raadsinformatiebrief terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan 5e Herziening Dordtse Kil, locatie Rijksstraatweg 131 – Raadsinformatiebrief 12.Raadsinformatiebrief terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan "12e herziening bestemmingsplan Dubbeldam, locatie Oudland" – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Door naar punt 12, raadsinformatiebrief terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan “12e herziening bestemmingsplan Dubbeldam, locatie Oudland”. Behandeladvies is, u wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Vorig jaar is consulterend in de commissie over dit plan gesproken. De opmerkingen die toen door de commissie zijn gemaakt zijn nu voorzien van een reactie van het college en waar mogelijk verwerkt. Het bestemmingsplan ligt nu ter inzage en komt later dit jaar ter besluitvorming nog naar de commissie en de raad. Mijnheer Oostenrijk wil een opmerking maken hierover, gaat uw gang.
7
De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, ik vraag niet om bespreking want de snelheid is in dit geval ook belangrijk, om dit bestemmingsplan laten we zeggen uiteindelijk tot realisatie te krijgen in de vorm van woningbouw. We hebben wel al aan de commissiegriffier een aantal vragen ingediend die dan toch wel, wat ons betreft, om beantwoording vragen. En die gaan op twee hoofdpunten in. Die gaan op het aantal sociale woningen in van in relatie het aantal van 25 wat in de raadsinformatiebrief wordt genoemd in relatie tot het volume wat toelaatbar is. Dat is lengte, breedte, hoogte, om het zo zien van, om het maar even te illustreren, wat voor ergs gebeurt er als het er geen 25 maar 26 zijn door bijvoorbeeld één grotere woning te splitsen in twee kleintjes qua ontwikkeling. Die reactie, die heb ik ambtelijk al wel gekregen, maar dat vraagt wel om vervolgvragen. Tweede punt is, de kwestie van de warmtelevering. Ook hier hebben we het over een bouwplan waarin de warmtelevering staat geciteerd, waarbij de aansluiting op het warmtenet van HVC allerminst zeker is. Maar even toespitsend op de sociale woningbouw, is het onduidelijk in de raadsinformatiebrief wat dat dan betekent.
Betekent dat dan dat de betreffende toekomstige, de ontwikkelaar, in dit geval Trivire, dan zelf maar voor zijn energievoorziening moet zorgen? Daar hebben we ook vragen over gesteld en dat leidt nu ook tot vervolgvragen. Ik heb ook verzocht om in ieder geval de vragen en de beantwoording te delen met de commissieleden, dan bent u in ieder geval op dat punt bij. Maar wij zullen hierover vervolgvragen gaan stellen. Want het moet wel duidelijk zijn waar men aan toe is. Dank u. De voorzitter: U heeft dus vragen gesteld. Goed, dank u wel. Even kijken, we gaan … Verder was er nergens een opmerking over. 13.Raadsinformatiebrief Rapportage honingbijen in de Biesbosch – Raadsinformatiebrief 14.Raadsinformatiebrief Nationaal Toekomstbeeld Fiets – Raadsinformatiebrief 15.Raadsinformatiebrief over aangepaste planontwikkeling ontwerpbestemmingsplan Nieuweweg 4 – Raadsinformatiebrief 16.Artikel 39 vragen RvO van de fractie CDA Dordrecht over Reewegpark 17.Beantwoorden artikel 40-vragen GewoonDordt Ontwikkeling woningen op de punt (plangebied A - Stadswerven) - Antwoordbrief artikel 40/41 18.Beantwoorden artikel 40-vragen VSP Kruising Nassauweg en Julianaweg Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Gaan we naar punt 22, de termijnagenda … Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Ik ben het vergeten aan te geven, bij punt 18.
Ja, het is heel erg, maar ik wil toch even een compliment maken aan de wethouder en het college. En wij zijn blij als VSP met de beantwoording van het college dat er op de gevaarlijke kruising Nassauweg
8
Julianaweg met de bewoners in gesprek gegaan wordt en dat er gekeken gaat worden naar een veilige oplossing. Dus dank daarvoor. 19.Beantwoording technische vragen van GroenLinks inzake aanbouw van een muur bij de Kunstkerk 20.Brief aan gemeenteraad inzake initiatiefvoorstel mbt Leefwerf De Biesbosch: geen zicht op uitvoering 21.Zienswijze namens ver. van eigenaren appartementen complex Oranjepark op ontwerp bp 5e herziening Schil locatie Oranjepark en ontwerp omgevingsvergunning 22.Termijnagenda commissie Fysiek De voorzitter: Oké. Gaan wij alsnog over naar punt 22, termijnagenda commissie Fysiek. De heer Kleinpaste van Gewoon Dordt heeft aangegeven een agenderingsverzoek te willen doen over Hanneken van Dordt. Het woord is aan mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ja, Gewoon Dordt zou heel graag de situatie rondom het initiatief van het beeld voor Hanneken bespreken omdat er naast de oorspronkelijke in het burgerinitiatief opgenomen locatie een extra locatie is onderzocht en toegevoegd, althans, dat kun je in de krant lezen. De kunstenaar heeft een alternatieve locatie gezocht op verzoek van de wethouder, las ik in AD De Dordtenaar. Ik heb er wel behoefte aan om, of Gewoon Dordt heeft er wel behoefte aan om de situatie eens gewoon zorgvuldig in de commissie te bespreken.
Want er ligt een aantal rapportages, er liggen inmiddels twee denkbare locaties. Het is misschien goed om daar met de fracties eens over van gedachten te wisselen om te kijken hoe het gevoelen in de politiek is. Dus daar zoek ik medestanders voor. De voorzitter: Oké, ik ga even vragen aan de commissiegriffier hoeveel mensen dat moeten steunen? Ja, de helft plus één maar hoeveel zijn er? De heer Den Boer: Het zijn er elf. De voorzitter: Elf fracties, zes. Oké. Nou, u zoekt vijf kompanen. Eén, twee, drie, dus dat is D66, Fractie Nijhof, PVV. De heer Oostenrijk: ja, voorzitter, ik beperk me qua bespreking over het element radar. Daar hebben we destijds een uitleg van de wethouder over gehad, die is naar onze smaak nog redelijk diffuus. Dus alvorens we het kunnen en willen hebben voor wat betreft de CDA-fractie over, welke plaats is nu geschikt, is het denk ik heel helder om hierover absolute duidelijkheid te krijgen. Want het gonst natuurlijk nog steeds dat het beeld radargevoelig is en de Prins Clausbrug niet. Nou, die helderheid die willen we hebben. De voorzitter: Maar steunt u dan het agenderingsverzoek van de heer Kleinpaste?
9
De heer Oostenrijk: Als de wethouder toezegging geeft dat deze zaak klip en klaar wordt helder gemaakt, dan hebben we geen behoefte aan bespreking. Als dat antwoord nee is, ja, dan leidt dat natuurlijk wel tot een vervolgvraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter? Wij steunen het voorstel ongeacht of er wel klip en klaar een antwoord komt. Ik denk dat het heel verstandig is om dit gewoon, wat de heer Kleinpaste aangeeft, gewoon eens even met elkaar uit te discussiëren. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nou ja, mijn vraag zou zijn wat een geschikt moment daarvoor is? Is voor de nieuwe locatie net zoveel informatie beschikbaar als voor de oude locatie? Het lijkt me tot op het moment dat die informatie beschikbaar is, het zinnig is om erover te spreken. De voorzitter: Dat weet ik ook niet. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, er ligt een berg aan informatie waar volgens mij voldoende met elkaar over uit te wisselen is. De voorzitter: Oké. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: An sich van onze kant ook, ik denk een goed onderwerp om met elkaar over te wisselen, maar nog wel erg zoekend. Er is natuurlijk het een en ander besloten en veranderd omtrent de plaatsing.
En in lijn met wat de heer Van der Meer ook aangeeft, waar gaan we het dan in die zin met elkaar over hebben? Met welke kaders gaan we die discussie met elkaar in? Daar ben ik wel heel erg naar op zoek en dat maakt terughoudendheid om dat nu te agenderen. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste kan dat heel kort en concreet zeggen. De heer Kleinpaste: Nou ja, heel kort en concreet. Er is een collegebesluit over dit beeld maar er is geen thermometer in het gevoel van de gemeenteraad gestopt wat dat betreft. Dus het lijkt mij dat je dat dan met elkaar een keer bespreekt. Dat komt op de termijnagenda dus ik weet niet precies op welk moment het aan bod komt. Maar het lijkt mij evident, ik bedoel, het heeft in ieder geval mijn voorkeur en de voorkeur van mijn fractie om het wel met elkaar te bespreken. De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Via u aan de heer Kleinpaste, is mijnheer Kleinpaste het niet met mij eens dat het pas echt zinvol is als we die absolute helderheid over die radarkwestie hebben? Want we kunnen het hebben over allerlei opties, we weten met zijn allen dat de voorkeur van de kunstenaar ligt bij de punt van Stadswerven, dat moeten we niet boven
10
de markt moeten laten zweven. Dus zou eerst de helderheid over de radarkwestie niet gewenst zijn, en dan kunnen we het heel goed hebben over allerlei plekken waar dat beeld zou kunnen komen. De heer Kleinpaste: Nou ja, het lijkt mij zinnig om die radarkwestie sowieso met elkaar te bespreken. De Prins Clausbrug is niet in het onderzoek naar radarverstoringen meegenomen dus als je die helderheid wil hebben moet er een nieuw onderzoek plaatsvinden. Ik weet niet of dat gaat gebeuren maar het onderzoek als zodanig roept al voldoende vragen op wat mij betreft. De heer Nederhof: Voorzitter? Ook ik sluit me aan bij Noldus en Oostenrijk, dat we dus eigenlijk, waar moeten we over praten, dat is echt moeilijk nog. Ik vind ook dat er gewoon eerst duidelijkheid moet komen, praktisch feiten van de alternatieve plekken die ook geroepen zijn. En dat we dan af kunnen wegen, college, zo vindt de raad het of niet. Maar ik vind het nog te vroeg, ik wil eerst meer praktische informatie, feiten. De voorzitter: U zegt daar inderdaad iets, het college heeft een besluit genomen, de heer Kleinpaste zijn verzoek is om juist in de raad met elkaar te bespreken wat de raad wil. En daarvoor hoeft u niet op het college te wachten voor iets.
Dus u kan de griffie eventueel een extra aanvullende opdracht geven om bijvoorbeeld te zorgen dat de informatie over de radar en noem maar op, opgehaald wordt en dat het dan geagendeerd wordt ter bespreking. De heer Kleinpaste: Mag ik de heer Nederhof een vraag stellen want ik ben benieuwd welke extra feiten hij, buiten de rapportages die er gewoon liggen, nog nodig denkt te hebben om hierover te kunnen praten? De heer Nederhof: Nou, ik kan dat nog niet goed tegen elkaar afwegen, laat ik het zo zeggen. Dus u zal alle feiten hebben maar daar zijn ook nog vragen van, waar gaan we het over hebben? Dat is toch de kwestie? De voorzitter: Ik dacht begrepen te hebben … De heer Nederhof: En wat betreft het college, natuurlijk begrijp ik dat. Maar u corrigeert me hoor, prima. De voorzitter: Ja, u gaat als raad over uw eigen agenda, daar bent u niet voor van afhankelijk van het college. Dus vandaar dat … Er wordt een verzoek gedaan om iets te bespreken. De heer Kleinpaste: Ja, en voorzitter, nogmaals, er ligt een collegebesluit, er ligt een rapportage van TNO, er ligt een opvatting van Rijkswaterstaat, er liggen feiten en omstandigheden genoeg. De voorzitter: Oké. We hebben er voldoende volgens … Hoor ik op links dus oké. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Noldus.
11
De heer Noldus: Misschien dan nog een bruggetje te slaan tussen in die discussie. De voorzitter: Vooral bruggen. De heer Noldus: Ik denk dat het een goedkoper brugje wordt, maar wellicht een technische sessie daar nog over, desnoods de week voor de commissiebehandeling, lijkt me dan gezien de discussie van zojuist wel een nuttige invulling. De voorzitter: De commissiegriffier zegt, bijvoorbeeld met TNO. De heer Noldus: Goed voorstel. De voorzitter: Wellicht Rijkswaterstaat. Je weet maar nooit. Zijn er hier mensen die bij de Rijkswaterstaat werken of zo? Dat ik ineens zoveel enthousiasme zie. Goed. Dit komt dus te zijner tijd terug, dat heeft ook geen bloedspoed. Op dit moment is er pas een presentatie zeg maar, dus ik zou zeggen, gaat u daar ook in ieder geval naartoe. Dan gaan wij over naar … Want voor de rest was er, nou ja, neem ik aan niet, ik heb verder niemand gehoord over de termijnagenda, dus ik neem aan dat dat akkoord is? 23.Raadsinformatiebrief over onderzoek naar zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Gaan wij over naar punt 23, dat is de raadsinformatiebrief over onderzoek naar zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding. Portefeuillehouder hiervan is de heer Stam.
Deze raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de VVD, GroenLinks, CDA en PvdA, met de politieke vragen, op de woningmarkt is sprake van een enorm hoge druk. Is de commissie bereid om dit middel verder te laten uitwerken of invoeren door middel van een pilot? Dat is bij de VVD. En vindt de commissieraad dat hier daadwerkelijk mee geëxperimenteerd moet worden? Er lijken voldoende nieuwbouwprojecten die daarvoor in aanmerking komen. Die is van GroenLinks. We starten echter op dit punt met een inspreker, dat is de heer Groen. En de heer Groen is lid van een Vereniging van Eigenaren waarvan een kwart van de woningen niet wordt bewoond door de eigenaar zelf maar door wisselende huurders. En de heer Groen komt eraan. Welkom. Ik ben een strenge voorzitter, zoals u misschien al had gehoord. U heeft maximaal vijf minuten, en dan is er een luik achter u. Nee hoor, gaat uw gang. De heer Groen: Oké. Goedenavond. Dank aan de vergadering dat er gelegenheid wordt geboden om iets te zeggen vanuit het perspectief van een Vereniging van Eigenaren in Crabbehof, een gewone Dordtse wijk. We hebben een woning in een flatgebouw uit de jaren 60 in de Schaperstraat. In het gebouw worden steeds meer appartementen gekocht door eigenaren die er zelf niet wonen, maar die de woning hebben gekocht als investering. Van de 24 woningen die onze VvE telt, worden er nu zes verhuurd binnen een paar jaar.
Het vierde deel dus. Wij zijn bang dat deze trend zich voortzet. Daarom willen we de gemeente vragen om serieus na te denken over zelfbewoningsplicht, ook voor deze categorie woningen, om die ontwikkeling een halt toe te roepen. Nog los van de speciale sfeer die ontstaat doordat huurders die hier tijdelijk wonen minder interesse tonen in de medebewoners en in de staat van het gebouw, zijn ook de belangen van de eigenaren die er zelf wonen en van de eigenaren die de woning verhuren niet hetzelfde. De eigenaren die de woning verhuren tonen in het algemeen weinig betrokkenheid met
12
het gebouw en met de Vereniging van Eigenaren. De slagkracht van de VvE om te doen wat nodig is staat hierdoor op het spel. De geringe betrokkenheid blijkt uit onder meer uit het feit dat een merendeel van de verhurende eigenaren niet verschijnt op de ledenvergaderingen, geen gebruikmaakt van een digitaal stemrecht, noch gebruikmaakt van het afgeven van een machtiging. Dit kan ertoe leiden dat er geen geldige besluiten meer genomen kunnen worden voor bijvoorbeeld het aanpakken van groot onderhoud, wat in ons geval hard nodig is. Het advies van ContourdeTwern, wat wij kregen van hen, om illegale verhuur of kamerverhuur aan te pakken, was het inschakelen van de Omgevingsdienst wanneer wij het vermoeden hadden van kamerverhuur. Dat hebben we al een keer met succes gedaan. Maar de rol van ons als verklikker van mede-eigenaren en van de huurders, ervaren wij als zeer belastend, onaangenaam en niet bevorderlijk voor de goede sfeer in onze woonomgeving. Een ander advies om het verhuren van woningen te laten stoppen zou zijn dat de VvE een nieuwe splitsingsakte laat opstellen, maar die moet dan wel unaniem worden aangenomen door de ledenvergadering. Dit kan natuurlijk nooit iets worden want een kwart van de leden is zelf verhuurder.
Tot slot, wat we hopen is dat de gemeente keuzes zal gaan maken waardoor er tegengegaan kan worden dat er nog meer woningen in handen vallen van investeerders. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Zo, dat is keurig op tijd, tweeënhalve minuut, helemaal goed. Wie van de commissieleden heeft een vraag aan de heer Groen? Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Mijnheer Groen, fijn dat u ons de commissie heeft ingesproken en uw zorgen heeft geuit. Ik heb een concrete vraag aan u, u zegt dat 6 van de 24 woningen die worden verhuurd en die mensen, de eigenaren die wonen daar niet. Kunt u concreet aangeven zeg maar wat voor hinder u, ik neem aan, u woont daar ook, wat u zeg maar als hinder ervaart? U heeft een aantal punten aangegeven maar ik zou het nog even verder willen duiden. Welke vormen van hinder ervaart u en uw medebewoners van het complex? De heer Groen: Nou, dat is divers. Nou ja, los van, kijk, de verhuurders hebben natuurlijk een hele andere beleving en vaak woongedrag. Mensen wonen tijdelijk in de flat en, nou ja, dat leidt tot … En ze hebben weinig met ons, we kennen elkaar niet, we zeggen elkaar geen gedag. Ja, ik zeg wel gedag want ik vind dat heel belangrijk, maar het moet echt uit jezelf komen. Mensen zelf leiden een heel eigen leven. En, nou ja, het komt wel eens voor dat er veel herrie is.
Een andere cultuur, andere gewoonten, het is weekend en we gaan lekker drinken en muziek hard zetten, waardoor, nou ja, ik wel eens naar de mensen toe moet om te vragen of het wat zachter kan. Op zich is dat allemaal niet zo erg, ik … Maar goed, er zijn verschillen, andere mensen vinden het wel heel erg. Het is maar net waar je woont, of je dichtbij woont of niet. Nou, soms hebben we hele concrete dingen van bijvoorbeeld een lekkage, dat we een van de verhuurders nodig hebben om ter plekke te zijn want we moeten in haar woning zijn, dus haar eigendom, maar ze reageert bijvoorbeeld niet. En ja, dat soort dingen zijn erg frustrerend, om ook gewoon dingen te kunnen doen die gedaan moeten worden aan een gebouw. En sowieso, ja, de betrokkenheid is belangrijk want er moet echt veel onderhoud gebeuren aan onze flat, dus uit de jaren 60 en er is van alles nodig. En het is al een heel werk om ook de vaste bewoners te bewegen actief te zijn in de VvE en op de vergaderingen te zijn. En alles met elkaar hebben we best veel werk om de dingen te kunnen doen die we willen doen.
13
De heer Nederhof: Voorzitter? Ja, het is ook … De voorzitter: Eerst mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. Ook dank aan mijnheer Groen voor het inspreken en het duidelijke verhaal. U gaf aan, 6 van de 24 zijn op dit moment opgekocht door opkopers en daarmee in de verhuur. En u gaf daarbij aan dat daarmee ook daarmee die mensen niet betrokken zijn in de VvE-vergadering, de besluitvorming bemoeilijkt wordt. Kunt u daar iets over zeggen over wat naar uw beeld de achtergrond daarvan is? Want ik zou zeggen, verwachten, als je commercieel belang daarbij hebt, dan is aanwezig zijn daarbij misschien nog wel belangrijker dan een bewoner. Dus misschien kunt u daar iets op duiden? De heer Groen: Nou, dat betwijfel ik want, nou ja, uw vraag is of we wat … De heer Noldus: Of u zich met … De heer Groen: Waarom die mensen er niet zijn? De heer Noldus: Nee, of u zicht hebt bij de redenen waarom de verhuurders niet actief betrokken zijn bij de VvE? De heer Groen: Ja, dat zou je hen moeten vragen, ik weet het niet. Ja, ik denk, ik vermoed dat hun … Het is hun … Ze verdienen eraan, en dat is voor hun belangrijk. Hun krijgen de huur wel maar wij zitten dagelijks, wij kijken dagelijks tegen het gebouw aan en zien wat er moet gebeuren, dat zien hun niet. En dat is het grote verschil, dat maakt ook dat je heel anders in zo’n vergadering zit.
De heer Nederhof: Voorzitter? De heer Groen: Maar goed, u zal het ze zelf … De voorzitter: Mijnheer Nederhof. De heer Groen: Kunnen vragen. De heer Nederhof: Ja, dank u wel, duidelijk verhaal. De rol van de VvE, dat is natuurlijk een vereniging. Je hebt dan 18 koopwoningen zeg ik het zo. De heer Groen: 24. De heer Nederhof: Ja, maar zes verhuurd. Zijn dat zes verhuurders of is dat één verhuurder, twee, drie? De heer Groen: Nee, het zijn allemaal verschillende verhuurders. De heer Nederhof: Zes verhuurder. De heer Groen: Allemaal verschillende verhuurders.
14
De heer Nederhof: Als vereniging kunt u toch uw maatregelen treffen? De meerderheid stemt toch in? Nee. Bij elke vereniging. Jawel. De heer Groen: Ja, ja. Nee, dat klopt. De heer Nederhof: Ik ben ook lid van een VvE, iets kleiner. De heer Groen: Dat klopt, ja. De heer Nederhof: Maar goed, wij bepalen zelf wat er gebeurt in dat pand. De heer Groen: Klopt, maar goed … De heer Nederhof: En wat zou u van de rol van de gemeente dan willen? De heer Groen: Dat er een einde komt aan wat ik, ja, ik zou willen dat de overheid zou helpen om ervoor te zorgen dat wij niet meer verhuurders gaan krijgen. De heer Nederhof: Zou dat kunnen? De heer Groen: Ja, dat weet ik niet. Dat … De heer Nederhof: Het lijkt mij moeilijk. De heer Groen: Er is vast wel wat op te bedenken, denk ik. Maar wij vrezen want steeds, er lag weer, iedere dag kregen wij bijna iemand die een woning wilde kopen. Ik wil uw woning kopen en zal … Nu vandaag kwam er een in het pand met een hondje, die wilde die woning ook kopen, met een leuke foto erbij. We zijn op internet gaan kijken wat het voor iemand was, ja, het is iemand die ook commercieel bezig is op het gebied van huizen. De heer Nederhof: Nee, maar sorry, laat ik u even … De voorzitter: Mijnheer Nederhof, ik had u het woord niet gegeven. De heer Nederhof: O, neemt u me niet kwalijk. De voorzitter: U heeft al een aantal vragen gesteld. Ja.
Nee, maar u kan ook wel eerst vragen van, voorzitter? Oké, prima. Dan gaan we over … De heer Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Naar mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nee, dank u wel, voorzitter, mijn vraag is inmiddels beantwoord. De voorzitter: Prima. Dan gaan wij over naar mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik heb eigenlijk één vraag, de verhuurders, verhuren die hun woning ook aan meerdere mensen in zo’n woning?
15
De heer Groen: Ja, dit is voor ons heel erg lastig. De VvE, ik zit zelf niet in het bestuur maar ik heb wel contact, mijn partner die daar zit, zit in het bestuur en dan moet je gaan kijken wie het is. Nou, een pasfoto erbij, en moet je gaan aanbellen om te kijken wie het is. Het is een soort recherche. En als je niet vermoedt dat het niet degene is die op die foto staat, dan kun je naar de Omgevingsdienst die er dan maatregelen neemt. Waarover wij overigens niet terug worden gerapporteerd, maar dat is een andere zaak. De heer Stolk: Voorzitter, nog één vervolgvraag. Het gaat er dus, ik begrijp dit, maar heeft u ook de indruk dat er meerdere mensen wonen die huur betalen? De heer Groen: Ja. De heer Stolk: Aan de verhuurder. De heer Groen: Ja, er zijn sommige woningen verhuurd aan een stel, en ik weet niet of dat een kort contract is of een meerjarencontract, daar hebben wij allemaal natuurlijk geen inzage in. En er zijn ook wisselende mensen, de rolkoffertoestanden, een beetje bed and breakfast achtig situatie. De voorzitter: Oké, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u, voorzitter, en u bedankt voor uw komst en het heldere verhaal. Ik heb twee vragen waarvan die tweede eigenlijk bijna net beantwoord is.
Ik wilde, ik ben een beetje benieuwd, die huurders, voor hoelang zitten ze er gemiddeld? Die rolkoffermensen waarschijnlijk niet lang maar zijn er ook geen huurders die er gewoon een paar jaar zitten? En het tweede, u had het over overlast die door de huurders wordt veroorzaakt in het weekend, en muziek, drinken. Bij kopers komt dat niet voor, dat is echt een duidelijk onderscheid. De heer Groen: Ja, het lijkt natuurlijk heel gek maar het is wel een beetje zo. En dat heeft te maken met weinig binding. Mensen die daar wonen kennen elkaar en dan heb je toch een andere verhouding met elkaar. Mensen die ons niet kennen en iets hebben van, ik zit hier een tijdje en ik wil gewoon hier een tijdje leven, en die uit een land komen waar ze in het weekend zo’n gedrag vertonen, die doen wat ze altijd doen, en dat doen ze dan in dit geval tussen ons als vaste bewoners. De heer Struijk: Voorzitter, die vraag nog van, hoelang gemiddeld, zijn er geen huurders bij die daar gewoon ook een paar jaar zitten en dus ook wel belang hebben bij goede verhoudingen? De heer Groen: Er zijn inderdaad ook verhuurders die er langer zitten, ja, ja. Maar het is … Wat zo is, we hebben er geen grip op. En iedere keer als mensen gaan verhuizen bij ons in de flat, ik ga daar naartoe om te zeggen van, niet aan een pandjesbaas verhuren. Maar goed, dat kunnen ze naast zich neerleggen maar dat is wat ik dus niet wil.
Maar de papieren komen om, verkoop uw huis aan ons, die komen regelmatig bij ons binnen. En wij vrezen dat er steeds meer, dat is eigenlijk wat wij … Kijk nu, dat is onze vrees, dat er steeds meer mensen huren. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk.
16
De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ja, uw inbreng was glashelder. Met een vervolgopmerking dat wat ons betreft, de CDA-fractie betreft een Vereniging van Eigenaren heeft tot doel om zorg te dragen voor zijn kopers en niet voor huurders. En het punt van, hoelang huurders er wonen, die is best interessant maar die gaat wat mij betreft voorbij aan de kern, dat dit systeem woningzoekenden, starters, et cetera, die op zoek zijn naar een goedkopere koopwoning, die worden door deze hele manoeuvre belemmerd. En daar wil ik ook straks in mijn woordvoering nog op ingaan, dat vind ik het meest treurige van de zaak. En je mag blij zijn als het nette huurders zijn, maar dat is een afgeleide wat ons betreft van de kern van het verhaal, u zou graag willen dat dat allemaal kopers zijn die medeverantwoordelijk willen zijn voor hun gebouw. De voorzitter: Ik heb niet echt een vraag gehoord, geloof ik. De heer Oostenrijk: Dan heeft u vast niet goed geluisterd. De voorzitter: Nou, ik hoor wat herkenning hier. Heeft u een vraag gehoord, mijnheer Groen? De heer Groen: Nou, of ik instem met het idee dat wij liever zeg maar tussen vaste mensen wonen die eigenaar zijn. Nou ja, dat is natuurlijk rustig maar het hoeft niet per se allemaal eigenaar te zijn als het maar een beetje in redelijke verhouding is. Als de VvE’s slagkracht houden om te doen wat we graag willen doen en moeten doen.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Bosuguy. De heer Bosuguy: Ja, dank, voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Groen. Wat voor signalen hoort u bij u in de buurt, zult u misschien in contact staan ook met andere VvE’s, of dit bij hun ook hetzelfde is? De heer Groen: We hebben met andere VvE’s helaas weinig contact, dus daar kan ik niet veel over zeggen. Ik spreek echt over onze eigen club. Dat zou interessant zijn meer van te horen. Want ik kan me niet voorstellen dat wij de enige flat zijn in de buurt want wordt echt gefolderd en ja, het zijn niet zulke dure woningen. De prijzen stijgen wel, ze zijn al twee keer over de kop. De voorzitter: Oké, dank u wel. Iedereen gehad die een vraag had? Ik zie niemand meer in de aanslag. Prima. Heel erg bedankt, mijnheer Groen. De heer Groen: Bedankt De voorzitter: En wij gaan over tot het bespreken van de raadsinformatiebrief. En ik geef als eerste het woord aan de VVD. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Een noodsituatie op de woningmarkt vraagt om drastische middelen. Een ingreep in de vrije markt is voor de VVD een laatste redmiddel. In een gezonde vrije markt is het veelal onwenselijk maar de huidige woningmarkt is wat ons betreft nog lastig gezond te noemen. Voor de Dordtse woningmarkt is wat ons betreft zaak om in te grijpen.
Juist omdat de Dordtse woningmarkt zich kenmerkt door vele goedkopere koopwoningen en de stijgingen
17
hierdoor minder schrijnend zijn als in de bijgelegen gebieden, moeten we nu ingrijpen en middelen inzetten die voorhanden zijn. De zelfbewoningsplicht en de antispeculatiebeding zijn beperkt qua omvang en niet per se de oplossingen waarmee alles is opgelost. Het heeft alleen betrekking op nieuwbouw en is daarbij een beperkte slagkracht. Wel zien we dit graag ingezet in een pilot of meerdere pilots, ook als signaal naar de markt toe. Dat willen wij als antwoord op de politieke vraag graag aan de commissie meegeven. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Mag ik mijnheer Noldus een vraag stellen? Want hij bepleit die slagkracht. Een anti-speculatiebeding zou volgens mij slagkracht hebben als het ook om bestaande bouw zou gaan. Daar is dit voorbeeld van de VvE er een van. Hoe kijkt de VVD daartegenaan? De heer Noldus: Ja, voorzitter, dat is precies het punt waar ik net aan wilde gaan beginnen, dus als u mij toestaat dan denk ik dat ik u volledig bedien in het tweede deel van mijn bijdrage. Want voorzitter, dat is voor ons niet genoeg. Er komt een mogelijke regeling aan per januari aanstaande waarvan wij verwachten dat grote steden in de buurt dit zeker zullen gaan inzetten in de gebieden waar bij hen grootschalige goedkopere woningen opgekocht worden.
En hoewel dat probleem in Dordrecht nu nog relatief klein is, begrijpen we uit de stukken, zal dat snel deze kant op komen als de grote gemeenten in de buurt hier hun maatregelen eerder nemen dan wij. En dat risico kunnen wij niet nemen met ons woningaanbod in deze markt. Wij vragen dan ook aan de wethouder om het aankomende instrument voor opkoopbescherming nu al uit te gaan werken en hiervoor de kwetsbaar … Zo, sorry. Nu al uit te gaan werken voor de hiervoor kwetsbare gebieden, en hierover de raad in positie te brengen. We willen een toezegging van de wethouder dat er een plan komt richting november voor de invoering en de maandelijkse monitoring en sturingsmechanisme die daar voor de raad en de gemeente zijn. Mocht er geen toestemming komen dan zullen we een motie hierover in de raad overwegen. Dank, voorzitter, tot zover. En hopelijk ook het antwoord richting de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik ben zeer content met het antwoord. De voorzitter: Goed. Blije mensen, daar houden we van. Even kijken, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Het anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht zijn instrumenten die we kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat nieuwgebouwde woningen ook daadwerkelijk worden bewoond door mensen die een plek hebben. De politieke vraag is of we daarmee zouden moeten experimenteren? En ons antwoord daarop is, zeker.
Natuurlijk is dat niet de oplossing voor het grote probleem, dat heeft ook met aantallen woningen te maken. Maar alle maatregelen die kunnen bijdragen moeten we omarmen. Vandaar dat wij graag van het college vragen, het college geeft daar enige ruimte voor in het stuk, maar geeft niet duidelijk aan te willen experimenteren. De vraag is dus of het college dat wel zou willen? Wij vinden dat dat moet gebeuren. Ik verwijs ook graag inderdaad naar het betoog van de heer Noldus die
18
het over de opkoopbeschermingsregeling heeft gehad, die waarschijnlijk in januari 2022 van kracht wordt. En die kan helpen om het probleem ook in bestaande bouw op te lossen. Ik kreeg deze week deze folder in de bus, waarbij huis aan huis wordt gevraagd om huizen, ongeacht hun staat, ongeacht hun gebruik, te verkopen. Dus het grijpt om zich heen, het probleem. En ik wil graag het verzoek van de heer Noldus om een toezegging van de wethouder op dit punt ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Het CDA. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, de raadsinformatiebrief meldt met zoveel woorden, wij als college nemen geen actie als het gaat om initiatieven richting zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding. De CDA-fractie vindt het een verbijsterende houding van het college. De raadsinformatiebrief staat bol van de mitsen en de maren, met als centrale boodschap, wacht maar rustig op de voorstellen van minister Ollongren, dan komt alles goed. Wij vinden dit onverteerbaar. Overal in de stad zie je voorbeelden van door speculanten opgekochte woningen die vervolgens voor de hoofprijs op de vrije huurmarkt worden gezet.
Dit met als gevolg dat zo’n redelijk goedkope koopwoning aan de neus van onze Dordtse starters voorbijgaat, met als neveneffect dat diezelfde starters financieel dan ook niet in staat zijn om die … De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, ik heb toch een vraag aan mijnheer Oostenrijk want hij gebruikt stevige termen als ontoelaatbaar en, nou ja, en dat is stevige taal. Maar hij bevestigt eigenlijk in zijn betoog tegelijkertijd dat de wetgeving op het vlak van bestaande woningen strikt noodzakelijk is om het succesvol te kunnen aanpakken. Dus hoe zit het CDA daar dan precies in? De heer Oostenrijk: Dan ga ik … Ik zal een reactie geven richting de heer Kleinpaste met een voorbeeld als het gaat om bestaande woningen. Daar was ik net aan toe. Een treffend voorbeeld ter illustratie. Recentelijk stond een appartement aan de Henri Polakstraat te koop voor een vraagprijs van 175.000 euro. Binnen twee weken was die woning verkocht, nee, niet aan een Dordtse starter maar aan een koper die deze woning uit 1962 met een oppervlakte van 75 m² vrolijk aanbiedt voor een huurprijs van 1200 euro per maand. Hoezo geen reden voor zelfbewoningsplicht en een opkoopbescherming? Eenzelfde beeld zie je bij nieuwbouwprojecten. Woningen worden gekocht, niet voor zelfbewoning, weer doorverkocht of als huurwoning op de markt gezet.
Vormen van prijsopdrijving die we niet moeten willen. Het CDA komt dan ook in de komende raadsvergadering van 12 oktober met een initiatiefvoorstel. Wij willen en kunnen niet wachten op landelijke wetgeving om deze kwalijke praktijken tegen te gaan. Verschillende gemeentes zijn ons al voorgegaan, de modellen liggen klaar dus een plaatselijke aanpak is snel in te voeren. Dat was hem, voorzitter. De heer Nederhof: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Nederhof, ik moest u even zoeken.
19
De heer Nederhof: Ja, maar ik zit hier tegenover u, strategisch. Mijnheer Oostenrijk, eigenlijk is toch de landelijke wetgeving al verder dan de gemeente? De heer Oostenrijk: Nee, gemeentes lopen … Er zijn al verschillende gemeentes die vooroplopen op landelijke wetgeving en daar ook al op anticiperen. Die kunnen dat ook plaatselijk invoeren. De heer Nederhof: Dus de landelijke wetgeving is nog niet genoeg voor u? De heer Oostenrijk: Nee. Nee, nee. Ik bedoel, kijk maar om je heen wat er gebeurt. De heer Nederhof: Ja, ja, dus u zegt eigenlijk, dat voldoet niet. De heer Oostenrijk: Het is bij lange niet toereikend dus wij komen met een initiatiefvoorstel omdat, net zoals bij andere gemeentes, er zijn diverse voorbeelden, ze zijn allemaal uitgewerkt, je hoeft alleen maar de gemeente Dordrecht er bijna op te zetten en je kan aan de slag. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter, ik ondersteun het pleidooi van de heer Oostenrijk. En de heer Nederhof heeft het dan over de landelijke politiek. Nou, we volgen allemaal de landelijke politiek, het is één grote puinbak in Den Haag. Dus laten wij vooral kijken wat wij in Dordrecht kunnen doen, en wat we zelf lokaal kunnen doen.
En alles waar we slagkracht, want er worden hele stevige worden gebruikt, waar we slagkracht vandaan kunnen halen en waar we mee kunnen experimenteren, dat we alles uit de kast moeten halen om dat voor elkaar te krijgen. Om mensen die nu geen woning kunnen vinden te helpen, te ondersteunen en te zorgen dat onze inwoners van onze stad gewoon normaal een woning kunnen vinden. De heer Nederhof: Voorzitter, mag ik reactie … De voorzitter: Dit was gelijk uw woordvoering? Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Ja, mevrouw Stolk gaat wel van kiet want ik heb het niet over politiek gehad, ik heb het over de wetgeving gehad, daar gaat het om. Wat er politiek in Den Haag zitten wij op één lijn, wij zijn lokaal voor Dordt. Maar de landelijke wetgeving is al heel ver om dit … De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Dames en heren, de heer Oostenrijk was aan het woord. Dus voordat we al te veel afdwalen ga ik eerst bij hem checken of dat die klaar was? De heer Oostenrijk: Ik had duidelijk gemeld, dat was het. De voorzitter: Ja? Oké. De heer Noldus: Voorzitter?
20
De voorzitter: Nee, prima, want dan gaat nu iedereen interrumperen op elkaar en dat wordt een beetje onhandig. Dus ik wil graag iemand het woord geven … De heer Noldus: Voorzitter? Nog een vraag richting mijnheer Oostenrijk, als het mag? De voorzitter: Nou, vooruit. De heer Noldus: Omdat ik het zo netjes vraag dan. Een vraag richting de CDA-fractie, u geeft aan, kom met een initiatiefvoorstel daartoe, volgens mij in lijn met de vraag die wij zojuist hebben gesteld richting de wethouder. Bent u bereid om, mocht de wethouder positief antwoorden, daar ook op af te wachten, en zo niet, daarop dan samen op te trekken als we elkaar daarin kunnen vinden? De voorzitter: Ik niet, mijnheer Noldus, maar als u de heer Oostenrijk bedoelt dan gaat die antwoord geven. De heer Oostenrijk: Ja, dat zou dus betekenen, die constructie zou misschien denkbaar zijn dat op het moment dat wij tijdig voor de raadsbehandeling de initiatiefnota of dat initiatiefvoorstel bekendmaken, als vervolgens de wethouder voor diezelfde raadsvergadering die initiatiefnota omarmt, dan komen we een eind weg. Want dan hoeven we het er in de raad op die manier niet over te hebben maar … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, een initiatiefvoorstel dient u in, dan gaat het vervolgens voor advies naar het college die vier weken de tijd hebben om daar een antwoord op te geven, dan komt het naar de commissie.
En tegen de tijd dat het dan naar de raad gaat vermoed ik dat de landelijke wetgeving allang een feit is. Maar prima, het staat u altijd vrij om een initiatief in te dienen. Wie mag ik de woordvoering geven? Ja? Mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Dank u wel. Nou, woordvoering, het is meer een reactie op de VVD, GroenLinks, CDA en PvdA die dit geagendeerd hebben. Waarom zouden we nou een pilot willen? Ik vraag even aan alle commissies, waarom zullen we het nou niet gewoon structureel toepassen? Waarom niet gewoon bestaande woningen en nieuwe woningen? Want ik denk dat je bestaande woningen nog veel meer winst kan maken dan nieuwe woningen. Dus dat zou voor Beter Voor Dordt wel een item zijn dat ze zeggen, ja, dat vinden we dan wel beter dan experimenten en pilot. En er bestaan natuurlijk ook, net als grond kopen bij bedrijven of zo, dan moet je, als je bedrijfsruimte koopt, moet je binnen twee jaar bouwen. Waarom zou je niet zeggen met woningen ook zoiets bedenken hè. Dat je zegt, minimaal twee jaar. Dat zijn allemaal aanvullende dingen, maar ik weet niet hoe jullie daarin zitten. Ik bedoel … Mevrouw Stolk: Voorzitter? De heer Nederhof: Landelijk gaat verder, heb ik al verteld. Nou, structureel toepassen, geen pilot. Wat willen jullie? Zeg het maar. De voorzitter: Dus krijgt u nu een vraag van mevrouw Stolk.
21
Mevrouw Stolk: Ja, volgens mij zit u uzelf nou een beetje tegen te spreken. U zegt, we moeten eigenlijk wachten op de landelijke politiek want die is eigenlijk verder. Nou, daar heb ik net al van gezegd, die maken er een grote puinhoop van. Dus waarvoor zouden wij nou niet alles uit de kast trekken? En zeker ook als Beter Voor Dordt zijnde, als lokale partij, waarvoor vinden wij u dan niet aan onze zijde? Want ook wij trekken graag op met het CDA, in dit geval met het initiatiefvoorstel. De heer Nederhof: Maar ik heb het nu over een reactie op het stuk wat geagendeerd is op verzoek van die vier partijen. Ik heb het helemaal niet over wat u net zegt. Het gaat puur wat die partijen of heel de commissie, alle partijen vinden van, waarom een pilot? Dus ik ga inhoudelijk op niet over wat u allemaal erbij haalt, puur pilot structureel toepassen op woningen, nieuwe en voor bestaande woningen. Dat is de vraag aan jullie, hoe staan jullie daarin? De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ik wil eerst even nog iedereen erop attent maken, herhaling weliswaar van wat ik eerder heb gezegd, om via de voorzitter te spreken. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik zou de heer Nederhof dan toch willen vragen hoe hij er exact in zit? Want ik ben wat in verwarring.
Aan de ene kant, ja, hij pleit dat hij verder wil gaan dan het initiatiefvoorstel van het CDA zou ik bijna zeggen. En aan de andere kant lijkt hij ook op de rem te trappen richting de partijen die dit agenderen. Dus dat vind ik tamelijk onhelder. De voorzitter: En uw concrete vraag is? De heer Kleinpaste: Of mijnheer Nederhof eigenlijk verdergaat dan het aangekondigde initiatiefvoorstel in maatregelen om deze bescherming te gaan realiseren? De voorzitter: Dat wordt een ja of nee. De heer Nederhof: Nee. De voorzitter: Oké. Ik zag daarnet al eerder de heer Gündogdu, en die geef ik graag de gelegenheid om zijn woordvoering te doen. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Nou ja, voorzitter, ik had nog een vraagje aan de heer Oostenrijk maar dat is redelijk beantwoord. Maar alsnog, is mijnheer Oostenrijk dan bereid, omdat hij zeg maar zoveel woorden heeft gebruikt om deze commissie mee te nemen in zijn gedachtegoed met een initiatiefvoorstel, om dan alsnog dat initiatiefvoorstel met ons te delen? Wellicht dat we samen daarin kunnen optrekken? De heer Oostenrijk: Voorzitter, natuurlijk zijn wij bereid om de door ons in te dienen concept initiatiefvoorstel met anderen te delen, want hoe meer draagkracht, draagvlak er is des te beter het is. Al is het maar dat dan de discussie in de raad dan heel kort kan zijn. Dus die bereidheid is er zeker.
Alleen hij moet natuurlijk eerst nog wel … We hebben hem laten we zeggen bijna panklaar maar we moeten hem natuurlijk nog wel met een strik eromheen maken.
22
De voorzitter: Oké, de heer Oostenrijk gaat strikken. U heeft verder geen woordvoering, mijnheer Gündogdu? Ja? De heer Gündogdu: Mag dat? Ja, voorzitter. De voorzitter: Ja, ja, daar gaf ik u net de gelegenheid namelijk voor. De heer Gündogdu: Oké. Dank u wel, voorzitter. Nou, in het kort, gezien de urgentie in de markt, de woningmarkt, wij hebben nu concreet tweetal instrumentaria die we kunnen inzetten. En wat ons betreft, Fractie Nijhof, doen we dat per direct en over de hele stad. Korter kan het niet. De voorzitter: Dank u wel. De heren Struijk en Van der Meer wijzen naar elkaar. Dus mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Nou ja, het is mij niet helemaal duidelijk of de heer Nederhof zijn woordvoering had gedaan of niet, maar ik had een interruptie op hem willen plegen. De voorzitter: Dat mag dan gewoon nog hoor. Ja, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Het gaat over, als ik het goed zie gaat het over twee dingen namelijk nieuwbouw, waar een aantal maatregelen nu direct wettelijk voor mogelijk zijn, en aan de andere kant bestaande bouw waar die wetgeving nog niet voor bestaat maar wel kan worden voorbereid. Dus ik zie niet zo goed, misschien kunt u mij dat uitleggen, nee, kan de heer Nederhof dat uitleggen, in welk opzicht het Rijk nu voorloopt op wat de gemeente doet met betrekking tot bestaande bouw? De heer Nederhof: Bestaande bouw niet, nieuwbouw.
Maar ze zijn natuurlijk volop in beweging in Den Haag. Niet wat mevrouw Stolk bedoelt. De heer Van der Meer: Dus u bent … De heer Nederhof: Maar ook inhoudelijk. De heer Van der Meer: Ja. De heer Nederhof: Maar bent u het met mij eens wat ik zei, en ik vroeg het ook aan uw fractie … De voorzitter: Via de voorzitter, mijnheer Nederhof. De heer Nederhof: Voorzitter, ik vroeg het ook aan uw fractie van, vindt u dan dat wat ik vraag structureel toepassen geen pilot op nieuw en bestaande woningbouw, vindt u dat ook? De heer Van der Meer: Sorry. Ik kan dat niet voor 100 procent overzien. Het lijkt mij gewenst dat de praktijken waar we het over hebben zo snel mogelijk tot een einde worden gebracht. En als dat kan bij nieuwbouwprojecten, er zijn er genoeg, dus ik zou daar minimaal een aantal experimenten mee willen doen. Maar als er ruimte is om meer te doen, en daar is een meerderheid voor in deze raad, ik heb er niks op tegen.