2.3 Concept Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 3.pdf
Tekst van het document
Daar zijn geen opmerkingen bij de griffie binnengekomen. Kan de besluitenlijst worden vastgesteld? Ik hoor niks, dus bij deze vastgesteld. Stukken ter bespreking 3. Stresstest door BDO De voorzitter: Agendapunt drie, jullie willen echt snel naar huis, agendapunt drie, de stresstest. De keuze van de stress test is uitgewerkt. Een besluit dat eigenlijk hier onder ligt is in te stemmen met de opzet van de stresstest en de accountant de opdracht geven deze uit te voeren, maar voordat we dat doen moeten we van gedachten wisselen over het bedrag dat gemoeid is met de opdracht en ik denk dat onze accountant daar iets over wil zeggen in eerste instantie en dan zal ik even iedereen het woord geven. Marc. De heer Steehouwer: Ja, misschien goed om te benadrukken dat ik het niet zelf ga doen. Het is onze adviestak die dat gaat doen en volgens Chinese walls is dat ook gewoon gescheiden. Ik heb uiteraard wel de offerte gezien en het is veel geld, dat vind ik zelf ook wel. Vorige keer was het uit mijn hoofd gezegd 19.000 euro. Hier zit natuurlijk iets meer in de scope omdat ook een aantal externe verbonden partijen worden meegenomen en
59
het is aan u uiteraard de afweging van het veronderstelde resultaat qua inzicht in relatie tot hetgeen wat het moet kosten of dat het tegen elkaar opweegt. Ik kan daar voor u niet op de stoel gaan zitten uiteraard. Aan de andere kant denk ik op het moment dat we zouden terugschakelen naar een van de twee andere twee onderwerpen die mijn collega Marco vorige week heeft gepresenteerd, dan hebben we het over kostenontwikkeling, groeiagenda of het ravijn onderzocht, dat zal iets goedkoper zijn, maar ook weer niet zoveel dat het nou ineens een hele andere orde grootte wordt. Maar goed, dat even ter duiding ook van achtergrond en scope en diepgang. De voorzitter: Ja, mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ja, ik had even een vraag. U gaf aan de andere onderwerpen die zijn goedkoper laat ik het maar even zo zeggen. Het is natuurlijk in mijn beleving niet zo dat we een stresstest doen om het doen van een stresstest. Ik vraag me wel af waar dat hem dan in zit. En wat dan ook nog een opmerking is, dit zijn wel bedragen exclusief btw en die btw zijn voor de gemeente ook gewoon kosten natuurlijk, dus dan kom je boven de 30.000 euro uit. De heer Steehouwer: Ja, nee, kijk, in de oorspronkelijke aanbesteding was ook een stresstest opgenomen, dat was ook de vorige keer toegelicht.
En ik snap best dat het niet doen voor een stresstest om hem maar te doen, maar de vorige keer is natuurlijk geïnventariseerd waar is het meest unheimisch gevoel bij zal ik maar zeggen qua onderwerp om het te rechtvaardigen? En het prijsverschil waar u aan refereert is met name als je kijkt naar de scope van dit onderzoek, daar zit ook een vijftal of zestal verbonden partijen in betrokken waar dan natuurlijk ook naar de impact van de stijgende energiekosten moet worden gekeken, terwijl als je dat enkel op Dordrecht zelf zou doen, dan heb je een analyse op de Dordtse begroting, dus dat stukje is eigenlijk als je hem vergelijkt met de andere twee onderwerpen iets wat wel meer tijd kost en het dus daarom relatief wel duurder maakt. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, graag een reactie. Dank voor het voorstel. Het ziet erop zich wat mij betreft prima uit. Ik denk ook dat de tijdsbesteding komt bij mij reëel over. De scope is inderdaad anders, maar levert daardoor vermoed ik ook een preciezer resultaat op. Als je het hebt over het ravijn dan is dat met zo veel onzekerheden omgeven dat je eigenlijk niet zo goed weet wat het risico überhaupt is daarvan.
De vraag of dit geldbedrag voldoende of deze test voldoende toegevoegde waarde heeft in relatie tot het geldbedrag is wat mij betreft ook een beetje afhankelijk van het inzicht wat de gemeente zelf al heeft in deze problematiek, dus ik heb eigenlijk behoefte om aan het ambtelijk apparaat vragen wat deze stresstest voor hen ook aan extra informatie op zou kunnen leveren en als zij echt zit te springen om deze informatie bij wijze van spreken dan is dat iets anders dan dat zij zegt van: ja, dat hebben we eigenlijk wel in beeld, dus dat zou ik graag willen weten. De voorzitter: Ja, je neemt de woorden uit mijn mond, want ik wilde graag André, nou, daar kom je, mijnheer Besseling wilde ik even vragen of hij een kleine toelichting, want uiteindelijk was ook een advies van die kant: het is niet in verhouding. Graag het woord aan mijnheer Besseling.
60
De heer Besseling: Ja, dank voorzitter. Ja, dit is inderdaad van de drie genoemde onderwerpen wel het onderwerp waarvan wij/ik ook ambtelijk zeggen: dit heeft echt wel de meeste toegevoegde waarde. Dat zit voor een deel ook op wat Marc zegt, er wordt wat breder gekeken naar alleen de Dordtse begroting. Dat hebben wij natuurlijk nu bij deze begroting en kaderbrief grofweg in beeld gebracht, maar hoe dat bij onze verbonden partijen zit of partijen waarbij we flinke financiële belangen hebben, dat inzicht hebben wij niet zo makkelijk. Daar kan je natuurlijk ook wel ambtelijk achteraangaan, maar dat ligt er nu niet en wij hebben ook nog niet met scenario’s gewerkt. We hebben nu een contract afgesloten volgens mij voor 2023 alleen waarmee we iets hebben vastgeklikt maar ook nog niet alles, dus het is voor ons ook nog best aardig ambtelijk denk ik om te zien hoe volatiel of hoe beïnvloedbaar is de begroting nou als dit soort prijzen nog veel harder gaan stijgen of als het heel lang aanblijft houden of als dit echt een hobbel is die weer naar beneden gaat. Dus grotendeels zeg ik: hier hebben we ook ambtelijk best wat aan. De voorzitter: Maar … Nee, dan moet de commissie dat vragen. Ik mag dat niet vragen. Ik had wel een vraag, maar ik ga dat niet doen.
Zijn er commissieleden die de heer Besseling iets willen vragen ten aanzien van hetgeen wat hij net verteld heeft? Niet? Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Met de uitleg van de heer Besseling kunnen wij wel instemmen met deze stresstest en de kosten die daarmee gepaard zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Wringer: Ja, nog even een praktisch vraagje. Waar slaan deze kosten neer? Is dit budget van de griffie of is er een ander budget waar dat uitkomt? Dat weet ik eigenlijk niet. De voorzitter: Hartstikke goed dat u het aan mij vraagt, maar ik kijk heel humble naar de heer Besseling weer. Waar komt dat nou vandaan? Waar zullen we dat parachuteren? De heer Besseling: Ze moeten ergens landen in de begroting natuurlijk. Formeel zou je kunnen zeggen: de raad is eigenlijk altijd opdrachtgever van de accountant, dus het zal niet gek zijn als de budgetten van de accountantscontrole ook op het product van de griffie staan om even in begrotingstermen te blijven. Volgens mij staan ze dat niet, staan ze op een product van het college zal ik maar zeggen. Ik verwacht dat we ze daar ook zullen moeten gaan boeken. Die gaan uiteindelijk natuurlijk mee in een bepaald programmatotaal, dus dat betekent als die boven een bepaald bedrag uitkomen ten opzichte van de begroting dat je dat toelicht in een bestuursraad.
De voorzitter: Mag ik concluderen aan de heer Besseling dat wat u betreft de stresstest een positieve bijdrage zou kunnen leveren aan datgene waar wij mee bezig zijn in het dagelijks leven van de gemeentelijke organisatie? Goh, wat een lange zin zeg. Sorry. Ja. De heer Besseling: Ja, de enige onzekerheid, we zien wat het kabinet nu soms wel doet en nu soms niet doet en soms heel snel en soms ook een hele tijd niets, op het moment dat het kabinet een heel fors besluit neemt dat ze meerjarig zelf de totale rekening op
61
gaan pakken, ja, dan kan je afvragen hoe relevant het onderwerp nog is natuurlijk, maar ja, weet je, in zijn algemeenheid wil ik die wel meegeven. De Voorzitter: Zoals ik het nu lees is dat het onderzoekzaal 20 november volgens mij afgehandeld worden. Heb ik het goed gelezen? Mevrouw Vermeulen: Het is het streven om 22 november het conceptrapport te kunnen presenteren, dus dan komt er in 2023 een definitief rapport. De voorzitter: Dat is dus heel snel. Hopelijk gaat de inflatie niet zo omhoog. Anders gaan zij weer met … Zijn er nog aanvullingen? Want dan stellen we vast namelijk dat de stresstest gedaan gaat worden en dat het aan de accountant toebedeeld wordt bij deze. Ja? Oké. 4. Begroting 2023 De voorzitter: Dan gaan we verder. Ik had net even André, ja, ik ga je weer aanspreken, want je wilde het woord hebben voordat de commissieleden überhaupt een woord gezegd hebben. Goed, daar hebben we je ook voor uitgenodigd. Eigenlijk was hij niet meer in functie, maar we zijn altijd blij dat je er bent. Wij zouden vandaag het over de kwaliteit namelijk van informatievoorziening hebben en een voorstel om een rondje te doen, maar gaan we eerst even naar de heer Besseling en dan zullen er vragen gesteld kunnen worden. Vindt de commissie dat goed? Ja? Want ik moet nu uitkijken. Ja? Oké. De heer Besseling. De heer Besseling: Dank u voorzitter.
Ja, misschien een paar minuutjes, want de vorige bijeenkomst heette geen auditcommissie, maar het leek er wel een klein beetje op als je het hebt over de wat technische vragen en toelichting op de begroting. Ik zou daar in drie, vier minuten maximaal nog iets aan toe willen voegen en misschien een paar vragen die gesteld zijn nog iets meer duiden en dan moet u daarna maar kijken of er nog vragen resteren en het rondje doen. Ik wil u nog wel even meenemen naar ruim een half jaar geleden toen er net verkiezingen geweest waren. Toen heb ik, ik denk dat een aantal van u daarbij was in het bedrijfsrestaurant hierboven, een wat financiële toelichting gegeven op waar staan we nu als gemeente? En zoals u zich misschien kunt herinneren was er nog heel veel onduidelijk toen. Er was toen wel al een kabinet bijna een jaar lang, maar nog geen of net een regeerakkoord en er was echt nog geen duidelijkheid wat dat nou financieel betekende voor gemeentes. En dat maakt het proces van de besprekingen en de totstandkoming van het politiek akkoord ook wel wat financieel onzeker, echt anders dan andere jaren. En wat ik daarin spannend vond is eigenlijk twee dingen.
Presenteren we nu of een politiek akkoord waar je als er uiteindelijk een meicirculaire verschijnt die zo tegenvalt dat je misschien wel op hele korte termijn ook bezuinigingen moet gaan overwegen en B, heb je uiteindelijk in je weerstandsvermogen voldoende ruimte om de investeringen die men vanuit het politiek akkoord ook wilde ook te dekken? Vanuit beide kaders zit hier nog een wat ontspannen afzwaaiende standscontrole, want het is echt goed gekomen voor een groot deel met de mei- en septembercirculaire. Je ziet dat gemeenten voor de jaren 23 tot en met 25 echt serieus middelen hebben gekregen waardoor we voor die jaren durf ik wel te stellen echt niet in een bezuinigingsopgave zitten en u zag het nu ook aan de weerstandsratio, zelfs met de intensiveringen uit het politiek akkoord zitten we nog ruim boven die 1,0.
62
Tegelijkertijd met de onzekerheden die natuurlijk spelen die bij het grondbedrijf even gemeld werden, maar ook, weet je, die twee pijlers die zijn volop blijven staan en hebben zich ook kunnen vertalen in deze begroting. Die wilde ik in zijn algemeenheid even meegeven en misschien nog een paar hele korte iets nadere duiding op vragen die gesteld werden. Die 75 euro, dat is echt een politieke keuze geweest. Waarom is dat geen vijftig euro? Waarom geen honderd euro? Waarom niet een percentage in plaats van een bedrag? Dat is een mooie vraag voor de wethouder volgens mij in een andere commissie. En de inflatie die is ontzettend volatiel. Dat zie je eigenlijk in de maandelijkse cijfers die langskomen variëren soms van zeventien procent en als het kabinet dan de maatregel voorstelt om huishoudens serieus te compenseren dan gaat er bijna veertien procent vanaf. Zo volatiel is dat. Ik denk dat het percentage dat we hier nu hebben staan een heel net percentage is en aansluit bij het bedrag wat we ook vanuit de algemene uitkering geïndexeerd krijgen. Tegelijkertijd zijn er onzekerheden die je ook wel weer kan opvangen in je meerjarenbegrotingssaldo. Zoals u gezien heeft, die sluit niet op nul.
We houden in 23, 24, 25 nog behoorlijk wat over en het is verstandig, zeg ik ambtelijk, om dat niet helemaal meteen uit te geven juist ook vanwege die onzekerheid op die inflatie en de energielasten. 2026, daar is al wat over gezegd. Er is ook een vraag over gesteld. Daar zie je met de septembercirculaire is dat een klein beetje gerepareerd, maar het rijk geeft nog steeds fors minder geld op de algemene uitkering dan de jaren ervoor. Dat is de belangrijke reden van de min in dat jaar. Daar zult u, maar ook met name het rijk, de gemeente, de VNG de komende periode wel met elkaar over doorspreken. Die wilde ik eigenlijk nog even meegeven als nadere duiding. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Besseling. Ik zie mijnheer Cobben. De heer Cobben: Ja, dank voorzitter. Over die inflatie had uw collega zojuist in de vorige vergadering gezegd dat het ging om de inflatie in 2023 en mijn vraag was: moet je eigenlijk niet inflatie nemen in 2023 ten opzichte van 2022? Hoe kijkt mijnheer Besseling daar tegenaan? De heer Besseling: Het is natuurlijk zo dat de inflatie in 2022 inderdaad fors is. Tegelijkertijd ook een beetje wat ik net zei als het kabinet maatregelen treft ook voor 2022 dan daalt dat weer wat.
Wij hebben natuurlijk een vastgestelde begroting in 2022 en inmiddels ook een bestuursakkoord, dus wij hebben niet een generieke maatregel waarin we al onze budgetten 2022 nog met een inflatiepercentage verhogen. Het is ook een beetje de vraag hoe praktisch dat is als je nu in oktober zit natuurlijk. Je zou wel de link kunnen maken met, dat heeft u ook gelezen, dat er in de begroting het crisis- en herstelfonds wat ooit gemaakt was voor Corona, maar men het nu wat breder trekt, dat dat een pot is waar als er instellingen zijn die naar ons toekomen als gemeente en zeggen: de kosten 2022 die rijzen echt enorm de pan uit, wij redden het niet met de subsidie bijvoorbeeld die u voor 2022 vorig jaar heeft vastgesteld, zou dat een dekkingsbron kunnen zijn om daar casusgericht naar te kunnen kijken, maar generiek hebben we dat niet gedaan. De Voorzitter: Ja, mijnheer Cobben De heer Cobben: Als ik even mag reageren, want we hadden het zojuist natuurlijk over de stresstest, over de energiekosten, maar ik maak me nogal zorgen dat de risico’s van de inflatie wellicht nog veel groter zijn, want de energiekosten is een kostenpost voor de
63
gemeente, maar een relatief beperkte kostenpost. De grootste kostenpost is natuurlijk de salarissen, maar ook allerlei inkopen, dus kosten die van bedrijven die worden ingehuurd. Daar verwacht ik wel een veel hogere inflatie dan het percentage wat is genoemd en ja, de risico’s die daarbij horen die zijn behoorlijk. Dat is wel iets waar ik me nog wat zorgen over maak als mededeling. De voorzitter: Ja, dat mag u. Zijn er opmerkingen en/of aanmerkingen of aanvullingen? Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Ik heb geluisterd wat de heer Besseling net heeft gezegd. Is het misschien verstandig om ons weerstandsratio die minimaal 1.0 is te verhogen naar 1.3 juist vanwege alle onzekerheden? Ik neem aan dat dat een politiek besluit is, maar vanuit een financieel oogpunt daar wat meer ruimte innemen. De voorzitter: Mijnheer Besseling. Goede vraag trouwens. De heer Besseling: Volgens mij een goede vraag. Dat is inderdaad uiteindelijk een bestuurlijk besluit van de raad volgens mij. Ik kijk ook een beetje naar mijn collega, Gert. In ieder geval in het verleden was er een uitspraak dat de ratio tussen de 1,0 en 1,4 zou moeten liggen, dat dat een ideale ratio is en alles wat boven de 1,4 uitkomt dat dat ter afweging aan nieuwe beleidskeuzes ligt.
Het zou kunnen dat we die 1,4 wat hebben losgelaten en dat wat meer naar die 1,0 zijn gegaan, maar ik zou het niet gek vinden om wellicht weer op die manier naar de weerstandsratio te kijken gezien alle onzekerheden die spelen. De voorzitter: Zie je, daarom hebben we mijnheer Besseling er altijd bij. Dat is wel prettig. Zijn er nog vragen? De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, een van de vragen of misschien wel de vraag die voorligt naar aanleiding van de begroting is of de informatievoorziening daarin voldoende is en voldoende helder is. Voor mijn gevoel in grote lijnen wel. Het kan zijn dat ik inmiddels een paar jaar ervaring heb en sommige dingen iets beter ben gaan begrijpen in de loop van de tijd, maar ik zie nog twee punten waarvan ik denk van: nou, dat kan nog helderder in de informatievoorziening en het ene punt dat gaat over de verbinding tussen de inhoudelijk, eigenlijk de twee heren die in de vorige sessie het woord hebben gevoerd namens de ambtenaren, wat is de relatie tussen de inhoudelijke doelstelling en de bedragen die daarvoor worden uitgetrokken? In sommige gevallen is dat heel simpel.
Je kunt een schatting maken van hoeveel uitkeringen er zijn en hoeveel geld ermee gemoeid is, maar hoe zit het bijvoorbeeld met hoeveel geld voor groen er nodig is of hoeveel geld er nodig is van de versnelling van de energietransitie? Er staan wel bedragen voor, maar gevoel hebben voor of dat nou redelijke bedragen zijn of dat het meer of minder zou zijn daar zou wat meer onderbouwing bij gegeven kunnen worden. In elk geval denk ik dat daar behoefte aan is. Dat is een. En twee, aansluitend op wat in de vorige sessie al besproken is, ik blijf een beetje moeite houden met de risico-inschatting aan de ene kant en ook met de beoordeling van het potentiële vangnet voor die risico’s, dus zeg maar het weerstandsvermogen. Er zijn natuurlijk risico’s die genoemd worden in de begroting, met name in het sociale domein en op het gebied van de energielasten. Begrijpelijk. Die energielasten stonden vorig jaar niet bij de risico’s, maar ze hebben zich wel voorgedaan. Risico’s in een relatie tot bijvoorbeeld
64
onvoldoende inspanning voor klimaatadaptatie, wat daar de gevolgen van kunnen zijn of wat moeten we met het desintegrerende openbaar vervoer? Die staan niet genoemd terwijl dat toch wel eens hele grote risico’s zou kunnen worden. Dus ik blijf een beetje een gevoel houden van … Dat is een. Twee dat gaat dus zeg maar over de teller van de weerstandsratio. Wat de noemer betreft, de algemene reserve en reserve grondbedrijf dat snap ik dat die daarin staan, maar de vraag doet zich voor, wij hebben veel meer reserves dan alleen die twee reserves waar nog geen absolute verplichtingen tegenover staan. Zijn er omstandigheden denkbaar, economische ontwikkelingen, maar andere soorten calamiteiten dat we toch moeten zeggen van: die andere reserves, de bestemmingsreserves moeten we heroverwegen. Als die mogelijkheid bestaat is er kennelijk meer weerstandsvermogen dan we nu in die ratio laten zien, zij het alleen in extreme gevallen. Nou, zie hier mijn onzekerheid over die weerstandsratio. Dat wilde ik graag nog even meegeven, want hard is het voor mijn gevoel niet. De voorzitter: Zullen we dit mee aan het college geven? Want dat is ook de vraag die u hier voorstelt, maar ik zie de heer Besseling heel druk met zijn collega’s en ik denk dat hij al een antwoord, nou ja, een antwoord, een aanvulling heeft. De heer Besseling: Zeker. Dank voorzitter. In ieder geval op het tweede onderdeel.
Op uw auditcommissie die volgens mij gepland staat op 22 november gaat het onderwerp risicomanagement en weerstandsvermogen langskomen en daar vallen bijna alle punten onder die u in uw tweede betoog genoemd, dus volgens mij komt die discussie hier goed terug. Misschien over het eerste punt wil mijn collega Sebastiaan nog iets zeggen. De heer Goud: Op uw vraag over beleid en financiën, onder die begrotingsprogramma’s bij wat mag het kosten, daar hebben we dus nu iets meer informatie opgenomen op productniveau, dus je kunt bijvoorbeeld daar ook zien bij het programma groen, duurzaam en ruimtelijk hoeveel geld er dan op product groen gaat en zeg maar een directe koppeling naar activiteiten en financiën dat is eigenlijk praktisch onhaalbaar en daar kan ik wel wat over zeggen. Die doelstellingen die we noemen, de activiteiten die eronder staan, soms zijn dat inderdaad hele concrete doelstellingen. Stel, je bouwt een brug dan kan je zeggen wat die gaat kosten, maar heel veel activiteiten zijn ook handelingen die onder het ambtelijk apparaat valt en dan zou je daar een hele specificatie moeten gaan maken bijvoorbeeld wellicht zoals de accountant dat je elke zes minuten schrijft wat je doet en dat je zo je kostenspecificaties van ambtenareninzet maakt. Dat doen we nu niet.
Alles is technisch mogelijk, maar dan is de vraag echt of je dat zou willen en dan gaat daar heel veel tijd in de administratie zitten. Zo is het nu niet ingericht, dus vandaar dat zeg maar echt op activiteitenniveau het algemene niet een directe koppeling met financiën is te maken. Wel is het natuurlijk zo dat bij wat mag het kosten het totaal van de lasten staat opgeschreven, maar ook hoeveel er dan naar salarissen gaat, hoeveel er dan naar materiële kosten gaat en normaliter als u een kadernota heeft waarin ook beleidswensen staan dan zijn dat vaak hele concrete zaken die dan wel, zoals ik net het voorbeeld met een brug bijvoorbeeld noem, zijn opgenomen hoeveel dat dan kost. Overigens, ook tot slot wellicht, in de bijlage staat een overzicht van de reserveringen, dus als het dan over specifieke beleidsdoelen gaat dan staat ook opgenomen hoeveel geld er dan voor gereserveerd is en als u dan daar een raadsvoorstel voor krijgt daar kunt u natuurlijk over debatteren of dat dan voldoende is of niet.
65
De heer Van der Meer: Mag ik nog een …? De voorzitter: De heer van der Meer. De heer Van der Meer: Dank voor deze toelichting. Ik denk dat wat mij betreft de bedragen op zichzelf duidelijk genoeg zijn en ook gespecificeerd genoeg nu. Dat vind ik een goede toevoeging in de informatieverstrekking. De vraag gaat alleen over van laten we maar zeggen groenonderhoud daar trekken we veertig miljoen voor uit, waarom niet tachtig miljoen of waarom niet twintig miljoen? Dus die orde van grootte dat je daar een beetje gevoel voor hebt. Het is maar een vraag, maar als dat in de toekomst gewoon nog wat meer onderbouwd kan worden. En natuurlijk kan daar in het kader van weet ik veel, een bomenprogramma of wat dan ook in detail hierover gesproken worden, maar dat je er in elk geval enigszins een beeld van hebt. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel voorzitter. Mijnheer Besseling, wat mij betreft, ons betreft mag u het land gaan besturen, want dan slaap ik lekker vannacht, want u stelt ons wel gerust denk ik. Maar aan de andere kant was ik even benieuwd, is er ook een plan B? Stel het gaat ineens heel slecht met dit land en we moeten alle zeilen bijzetten, hebben we een plan B dat we met minimale middelen toch kunnen doordraaien in deze stad? De voorzitter: Mijnheer Besseling, u wordt gebombardeerd tot president van Nederland, althans, premier van Nederland.
De heer Besseling: Nou, deels, nee, eigenlijk moet ik zeggen nee, niet concreet, maar als ik kijk naar onze begroting en daar zei de heer Van der Meer ook al iets over, wij hebben een enorme reservepositie waar niet overal verplichtingen tegenover staan omdat hij nog vijf of tien jaar mee moeten gaan, dus ik denk dat je financieel kan zeggen dat je als gemeente Dordrecht voor een beperkte periode behoorlijk wat kan stutten als je dat zou willen. De vraag die daar natuurlijk achterligt is er is heel erg veel op nationaal en Europees niveau nodig om structureel weer wat uit deze situatie te komen. Dat kan je als geen enkele gemeente structureel op je nemen. Maar ik denk dat wij samen met gemeente Tilburg als ik naar de lijstjes kijk wel een van de gemeentes zijn die tijdelijk wel wat kunnen hebben. Dat betekent natuurlijk wel dat je andere dingen niet kan doen. Laat dat duidelijk zijn. Dat zou mijn antwoord zijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Besseling. Ja, mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u voorzitter. Ik heb een heel ander type vraag. Dat is mijn beleving denk ik voor een groot deel. Eerder in het jaar hebben we het gehad over: hoe kunnen wij nou als commissie goed sturen op wat er gebeurt? De ene kant is de financiële kant daar hebben we het net al heel veel over gehad.
Aan de andere kant was van: maar krijgen we dan ervoor wat we hadden willen hebben? Volgens mij was daar de conclusie uit dat in het verleden eigenlijk alles te vaag neergezet is waardoor, in het begin van de avond zagen we het ook, bijna alle verkeerslichten op groen staan, want je kan het altijd wel invatten. Met wat we nu hebben, hoe de begroting nu beschreven is dan zie je van: we faciliteren, we laten inspreken. Dan krijg ik het gevoel dat we hier aan het einde van het jaar weer zitten van: ja, alles staat op groen, want we kunnen het op
66
alle manieren beschrijven. Is dat nou mijn perceptie of gaan we weer die kant op en is het eigenlijk niet gelukt om de dingen meer concreet beschrijven van: wat krijgen we er dan voor? En ook om misschien iets op rood te staan, maar dat is dan een keuze. Dat was eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Een terechte vraag, mijnheer Roggekamp. Ik zie twee heren die allebei antwoord willen geven. Mijnheer Besseling. De heer Besseling: Ik denk dat ik vooral een proces antwoord geef, maar volgens mij wel een relevante. U moet de begroting nog vaststellen. U gaat daarover nog spreken in de commissie en uiteindelijk als raad stelt u die in november vast en dat hoeft niet altijd alleen over euro’s te gaan. Natuurlijk kunt u zeggen in meerderheid van ik vind of ik mis hier iets in de meetbaarheid of dat zou ik er graag bij willen of dat is wat mij betreft wat vaag geformuleerd. Als u daar de meerderheid voor krijgt dat nog concreter te maken dan is dat zeker een plek natuurlijk de komende weken. De voorzitter: Maar volgens mij, mijnheer Roggekamp, het was ook de bedoeling vandaag om even inderdaad de begroting, de informatievoorziening die erin zit en wat nog meer zij dat hij voldoende is of dingen die we op de een of andere manier missen. Dat kunnen wij even als auditcommissie meegeven ook aan het college straks natuurlijk in de begroting.
Zijn er nog vragen, aanvullingen? Want er is nog een vraag. Mochten er vragen zijn zouden wij natuurlijk ook nog even de andere commissies opdracht kunnen geven om via de agendacommissie vooralsnog geagendeerd te worden in andere commissies waar bijvoorbeeld specifiekere vragen gesteld worden ten aanzien van sociaal, ten aanzien van nou ja, verkeer, whatever. Die vraag gooi ik ook maar hier neer. Dat je nu zegt: de begroting is niet zo lang geleden, vrijdag, dat is niet zo lang geleden, nou, we willen toch wel wat respijt, wij als auditcommissie, voelen dat ergens in een commissie bouwen. Aan u en niet aan mij. Het is een vraag. Dat u zegt: God, daar kunnen wij nog meer vragen stellen, maar daar moet wel een besluit … Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Voorzitter, ik dacht eigenlijk dat besluit al genomen was, dat die ook in het concept zelfs al vermeld staat. Volgens mij hebben we dat in de vorige auditcommissie vastgesteld. Maar ik kan het mis hebben. Mevrouw Vermeulen: Nee, dat klopt. Op 1 november zijn er drie parallelle oordeelsvormen de commissies, commissievergaderingen en volgens mij hebben we net in de agendacommissie de verdeling van de programma’s over de zalen gehad. De voorzitter: Nou, dan bij deze. Ik vind het prima. Ik heb een audit lid die mij corrigeert en er is nog een dame die het ook nog het beter weet, dus ik vind het geweldig. Eerlijk is eerlijk. Prima.
Wat zei je? En twee dames. Ja, ik ben helemaal van mijn à propos. Hoe vind je dat? Dat gebeurt niet zo vaak kan ik je vertellen. In ieder geval … Goed. Alle vragen zijn gesteld. Volgens mij zijn de antwoorden ook gegeven en degenen die nog meer informatie willen die zullen in die drie commissies nog een keer dat dunnetjes overdoen denk ik. 5. Voorbereiden vergadering 22 november 2022
67
De voorzitter: De agenda van 22 november, de auditcommissie van 1 november is komen te vervallen volgens mij. Ja? Oké. Dank u wel mevrouw Nieuwland. Tenslotte 6. Rondvraag De voorzitter: Dan ga ik naar de rondvraag en dan begin ik aan mijn linkerzijde. Mijnheer In ’t Veld, rondvraag. Mijnheer De Boer. Mevrouw Nieuwland. Mijnheer Wringer. Wauw. Mijnheer Van der Meer. Dan ga ik toch achteroverleunen. Ja, helemaal. De heer Klerk. Ik ook niet. 7. Sluiting De voorzitter: Ik dank u hartelijk. Als al die vergaderingen gaan zoals deze dan wil ik het wel graag vaker voorzitten. Dank u wel. Een hele fijne avond. De vergadering is afgesloten.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 8 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
68