2.3 2026.07.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Wij kijken ook uit naar de reactie van het 65 college op de ingediende moties en amendementen van Beter voor Dordt die wij mede gaan indienen. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat wij … Of is er nog iemand? U wil nog, mevrouw Van Valen? Mevrouw Van Valen: Namens de VSP wil ik graag het woord voeren hoe wij hiertegen aankijken. De VSP is van mening dat de invoering van de exploitatievergunning zeer wenselijk is. Je moet ergens beginnen. Misschien 2 stappen terug om er straks 5 vooruit te kunnen doen. Het vergroot de mogelijkheden om zowel preventief als repressief adequater te kunnen optreden tegen de oprukkende ondermijning en alle andere vormen van criminele activiteiten die hier in Dordrecht plaatsvinden. Ook vergroot het de mogelijkheden om de openbare orde en het woon- en het leefklimaat in de omgeving van de horeca inrichtingen beter te kunnen beschermen. Nogmaals, je moet ergens beginnen. De VSP steunt dan ook de exploitatievergunning voor alle horeca, met uitzondering van de paracommerciële instellingen. Natuurlijk zit geen enkele ondernemer te wachten op extra werk voor het aanvragen van de exploitatievergunning. Dat begrijpen we als geen ander. En zeker zitten ze niet te wachten op bijkomende kosten van leges en eventuele andere kosten.
Zeker voor ondernemers die voor 1 januari 2017 beschikten over een exploitatievergunning, is het zeer wrang dat zij nu opnieuw een vergunning moeten aanvragen. Maar de mening van de VSP is het dan ook terecht dat deze ondernemers vrijgesteld worden van legesheffing. Wat voor deze groep ondernemers wel een vervelende consequentie kan worden, is dat belanghebbenden, de omwonenden waar we het net al over gehad hebben, nu de kans aangrijpen in een bezwaar en in beroep te gaan tegen de verleende exploitatievergunning. Mijn vraag is dan ook hoe de portefeuillehouder hier tegenaan kijkt en of we nog iets aan dit risico kunnen doen. De invoering van de exploitatievergunning kost natuurlijk geld. Echter, zoals de VSP er nu tegenaan kijkt, heiligt het doel de middelen. Juist het niet invoeren van de exploitatievergunning zet ons op een achterstand in de strijd tegen de ondermijning in Dordrecht en de criminele activiteiten. En dat is wat betreft de VSP voor dit moment geen optie, dus wij steunen het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Valen. We hebben het rondje gehad. Dan gaan we naar de reactie van de portefeuillehouder. Burgemeester Mol: Dank, voorzitter. Volgens mij kijken we terug op een levendige eerste termijn. Laten we beginnen met eens even vast te stellen dat wij in deze stad fantastische horeca hebben.
Mooie ondernemingen die echt het uithangbord zijn van Dordrecht. Waar wij zelf genieten van lekker eten of van een lekker drankje, maar waar ook onze bezoekers genieten, echt een uithangbord zijn. En ik geloof oprecht dat we nog lang niet genoeg horeca hebben. Ik geloof dat we een onderbezetting hebben. Ik vind dat er echt nog veel meer horeca in deze stad ... Ik ben zelf niet een enorm nachtbeest, maar ik geniet van de daghoreca. Ik vind dat we er echt nog meer van mogen gebruiken. De sector horeca is heel breed en daar valt ongelooflijk veel onder. We moeten er ook oog voor hebben dat heel erg veel zaken in deze stad vallen onder het gebied van de horeca, dus één. En dat horeca nou eenmaal is late openingstijden, alcohol, het verkeer, aantoonbaar kwets is voor ondermijnende activiteiten. Zijn er meer sectoren kwetsbaar voor ondermijning? Jazeker. Zouden we daar ook iets tegen moeten doen? Jazeker. Is het een optie om andere sectoren die kwetsbaar zijn ook te laten vallen onder een 66 exploitatievergunning? Dat vind ik een heel erg goed idee, maar dat moet je goed doen. Dat moet je goed onderzoeken om aan te tonen dat die sectoren daar ook kwetsbaar voor zijn en om vervolgens ook een goede grondslag te hebben om die toe te voegen aan de exploitatievergunning. Zijn er gemeenten die dat hebben gedaan? Ja. Zijn er gemeenten die daar succesvol mee zijn geweest? Ja.
Zijn er gemeenten die zijn teruggefloten door de rechter? Ook. Daarom moeten we dat goed doen. Elke oproep vanuit de raad om energie te steken in het onderzoeken over andere kwetsbare sectoren die op dit moment misbruikt worden door criminelen, delen van die sector voor ondermijnende activiteiten, ben ik een groot voorstander van. Dat is één. Twee is, het is niet zo dat er een vergunning herleeft. Wij kussen geen prinses wakker. Het is niet zo van, we gaan een hele nieuwe vergunning invoeren, want de hele oude vergunning is komen te vervallen. Dat is heel vervelend. Er zijn een hoop gemeenten die in de tussenliggende periode hebben gekozen voor een afgezwakte exploitatievergunning. Wij hebben hem helemaal afgeschaft en het is ook best wel een tijdje geleden. Wij kunnen niks met die oude vergunningen. En ik denk ook niet dat we heel erg goed moeten kijken wat we nog kunnen doen met de rechtsgrond van die vervallen vergunningen. En ik zou het zelf ook gek vinden, los van de leges, of we alleen kijken voor oude vergunninghouders voor een lichte toets en niet voor iedereen van na 2017. En ik heb vorige week heel erg goed geluisterd naar de inspreker en ook heel erg goed geluisterd naar uw geluiden. En ik heb geprobeerd daarin tegemoet te komen door wat wij verwachten wat de rechter gaat doen op grond van onze toetsing. Maar ik snap heel erg goed wat er hier gebeurt.
Dit is gewoon ingewikkeld en ik vind dat we dit ook zorgvuldig met elkaar moeten doen. En de herinvoering van de exploitatievergunning heeft ook niet tot doel bestaande legale gevestigde horecabedrijven opnieuw integraal te beoordelen en door de hele wasstraat heen te halen. En ik hoorde net bonafide en niet-bonafide. Ik ben er meteen van overtuigd dat bijna iedereen bonafide is, maar ik weet het niet. En dat weten we met heel erg veel mensen niet. Maar ik weet wel dat één hele grote zorg van onze horecaondernemers zit op het feit dat zij al lang in een omgeving een horecazaak exploiteren en nu door deze vergunningsprocedure kwetsbaar worden voor omwonenden of andere mensen die vinden dat ze belang hebben en deze gaan gebruiken om bezwaar te maken tegen hun horeca-activiteiten. Het is mijn intentie om deze exploitatievergunning vooral te focussen op de beoordeling van bestaande horeca inrichtingen, uitsluitend op de BIBOB, openbare orde en veiligheid en eventuele actuele ernstige en aantoonbare verstoringen. En ik heb niet de behoefte om bestaande horecabedrijven opnieuw te toetsen aan bijvoorbeeld planologisch of vanuit leefbaarheid zijnde vraagstukken te beoordelen. En ik denk dat daar met name de pijn zit.
Hoe kunnen we een borging organiseren, dat we die buiten de toetsing laten? En ik kan hem niet schrappen uit de APV, want ik heb wel de behoefte om voor de toekomst op die gronden te toetsen. Maar ik kan als burgemeester een beleidsregel vaststellen waarin we opnemen, en volgens mij komen we dan een heel eind tegemoet aan de motie die door de VVD is ingediend, maar ook vooral ook aan de motie van de heer Noordam die vraagt om een handelingskader, maar ook aan het sentiment wat de heer Katif ook vorige week heeft neergelegd naar aanleiding van de agendering, dat we zeggen, we maken een beleidsregel waarin we zeggen dat we niet alleen de horeca die voor 2017 beschikte over een exploitatievergunning, want we moeten niet gaan kijken of we iets kunnen doen met die administratie toen. Dat is alweer bijna tien jaar geleden. Het is ook alweer een tijd geleden dat die hele 67 vergunningsgrens is weggezakt. Ik zou graag een beleidsregel vaststellen waarin we zeggen, om ons hele been bij te trekken, onderwerpen we alle bestaande horeca aan een lichte toets, gericht op de BIBOB, openbare orde en veiligheid en actuele, ernstige en openbare verstoringen. En dan laten we even planologisch en leefomgeving buiten de orde. De voorzitter: Eén moment, burgemeester. De heer Katif heeft een vraagje. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik voel met de burgemeester mee.
En er is ook geen enkele haar mijn hoofd, wilde ik zeggen, maar ik heb geen haar meer, maar die erover denkt om niet met die exploitatievergunning in te stemmen. Maar wat ons als Beter voor Dordt een beetje tegenzit, of ik zou bijna zeggen … Er is namelijk in 2014 en 2016 de APV, er zijn namelijk vergunningen verstrekt. Die vergunningen zijn ergens in een archief terechtgekomen. Er is namelijk een intrekkingsprocedure. De intrekkingsprocedure, is hij er of is hij er niet? Er zijn misschien wel ondernemers die zeggen, ik beroep me daarop. Ik ga misschien naar de rechter toe. De vraag is, want dat is ook een vraag die ik gesteld heb technisch, is er überhaupt van het intrekken of het niet intrekken van zo'n vergunning ooit vastgelegd? Dat denk ik wel. En is die nog aanwezig? Uit de vragen blijkt dat niet zo te zijn. Ik zou graag willen weten, wat voor risico lopen wij straks als er een ondernemer … U bent geen rechter. Ik ook niet. Maar gewoon vanuit de bestuurlijke rol, wat voor risico lopen wij dat een ondernemer gewoon naar de rechter stapt en zegt, dit is niet de overheid waar ik op zit te wachten? Dit is niet betrouwbaar? De voorzitter: Genoeg, denk ik, aan de reactie van de burgemeester te horen. Burgemeester Mol: Ik begrijp de vraag van de heer Katif. Maar met het raadsbesluit destijds om de vergunningplicht af te schaffen, is de vergunning gewoon afgeschaft.
Als de raad dit besluit, hij is weg. Die vergunning heeft dan ook geen status meer. U vroeg net, er is destijds een vrijstellingsbesluit genomen om een aantal soorten horeca uit te sluiten van de exploitatievergunning. Daar zit de pijn. Kunt u niet gewoon het vrijstellingsbesluit terugdraaien? Ik kan geen vrijstellingsbesluit terugdraaien op een vergunning die niet meer bestaat. De voorzitter: Zeg het maar, mijnheer Katif. De heer Katif: Hij bestaat niet, maar er moet ergens toch vastgelegd zijn dat er een intrekking is geweest? Er moet een ambtelijk bericht zijn geweest. Het is een beschikking die af heeft namelijk aan een ondernemer. Dan moet er een besluit onder leggen. Ik zou het heel erg vinden als ik van een overheid iets krijg en het is een schrijven. Nee, het is een beschikking. En die moeten wij op enigerlei wijze archiveren. Ik snap wel dat het 10 jaar geleden is, maar ergens moet het terug te vinden zijn. In de technische vragen zie ik daar, sorry, letterlijk, hoewel er in de archieven geen individuele intrekkingsbesluiten zijn aangetroffen, volgt alsnog uit het vervallen van de vergunningsplicht deze vergunningen hun functie en rechten. Op basis waarvan? Dat vraag ik me af, burgemeester. De voorzitter: Burgemeester. 68 Burgemeester Mol: Ik kan niet met zekerheid zeggen of die intrekbesluiten zijn verstuurd.
Wat ik wel weet, is dat uw raad heeft besloten de vergunning in te trekken, dus hij bestaat gewoon niet meer. De voorzitter: Daar moet u het mee doen, mijnheer Katif. Burgemeester Mol: U zoekt houvast om een status te geven aan die vergunningen. En dat zou zo mooi zijn, maar het kan niet. De heer Katif: Voorzitter, mag even de vraag beantwoord worden waar ik in aangeef, welk risico lopen wij dat er inderdaad een ondernemer, niet 1, maar tussen de 42 en 46, gewoon naar de rechter stappen? Wat voor risico lopen wij als gemeente? De voorzitter: Lopen we een risico, burgemeester? Burgemeester Mol: Voorzitter, die vraag hebben we niet uitgezocht. Die vraag komt nu. Daar heb ik nu geen antwoord op. Maar de vergunning bestaat niet meer. Als wij de behoefte hebben aan een exploitatievergunning, dan moeten we een nieuwe exploitatievergunning invoeren. En ik zou het gek vinden om dan te zeggen, we gaan nu helemaal een oude administratie opbakken waar we niks mee kunnen, want het heeft geen status meer. Als wij zeggen, we willen kijken wat we kunnen doen met bestaande horeca die het goed doet, laten we dan vooral toetsen op waar op het gebied van ondermijning de pijnpunten zitten. BIBOB, openbare orde en veiligheid en actuele ernstige en aantoonbare verstoringen.
En laten we gewoon dan die toetsing daarop beperken en dan met elkaar zeggen, alles wat voortvloeit uit planologische of leefbaarheidstoetsing, die te laten vervallen voor deze toets. En als we dat ook nog vastleggen in een beleidsregel van de burgemeester, en ik ben bereid die gewoon naar u toe te sturen, volgens mij geeft dat ontzettend veel houvast. Dan hebben we nog de BIBOB. De voorzitter: Eén moment. Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Ik heb nog twee vragen daarover. Wat als een ondernemer recent van rechtsvorm verandert, is veranderd of een aankoop van een pand heeft gedaan en daar de afgelopen 2 jaar een BIBOB heeft gedaan, wordt die dan vrijgesteld? Kunt u dat toezeggen? En de andere is, planologisch niet meewegen betekent ook dat ondernemers buiten een horeca concentratiegebied met notoire klagers, zeurende inwoners die principiële bezwaar hebben tegen de horeca op die plek, ook ontzien worden door de beleidsregel die u in wil voeren. De voorzitter: Die eerste vraag is gewoon een technische vraag. Die moet u volgens mij hier nu niet stellen. Maar die tweede vraag vind ik wel een interessante. Burgemeester Mol: Die eerste technische vraag is wel relevant, want horecaondernemers die gewoon nog beschikken over een geldende BIBOB-vrijstelling, die gaan we niet meer BIBOB’en. Sterker zelfs, ik wil best even de komende tijd nadenken hoe ver we dat nog kunnen oprekken.
Want ik vind dat heel legitiem als horecaondernemers recent een BIBOB-toets al hebben doorlopen, dan ga ik ze er niet 69 meer mee lastigvallen. Maar het mag niet te lang geleden zijn. Daar moeten we echt even goed over nadenken. Sowieso een termijn van 2 jaar. Maar als ik dat kan oprekken, doen we dat. En dan leggen we dat ook vast in de beleidsregel. De andere vraag licht zich precies op die toets vanuit het planologische of de leefbaarheid. Als we zeggen, we laten dat bij deze toets voor de omgeving, dus voor de exploitatievergunning, buiten beschouwing, dan heeft dat inderdaad te maken met, u noemt het notoire klagers ook, dat zijn gewoon inwoners van Dordrecht die een mening hebben, maar die laten we dan bij deze toets buiten beschouwing. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik zit ook tegelijkertijd even te bedenken hoe je elkaar eigenlijk in een oordeelvormende vergadering ... Terwijl ik eigenlijk met mijn collega's die discussie moeten hebben, heb ik het nu met de portefeuillehouder. Wat ik op zich wel prettig vind, maar ik zou eigenlijk meer de collega's ... Maar ik stel even de vraag. Dan stap ik af van de vergunning, dat die niet geweest of niet gearchiveerd, of intrekking niet geweest, of wat dan ook. Maar ik doe een beroep op de vrijstelling. Een vrijstelling voor de mensen die tussen ‘14 en ‘16 een vergunning hebben gehad.
Ik neem aan dat die wel bekend is, de mensen die er zijn. Of dat nou 42 of 46 is. Als je daar een vrijstelling voor kunt ... Tenminste, daar opteer ik voor. En dan zou ik het heel mooi vinden als we daar iets in kunnen vinden. Ik ga hier niet onderhandelen, daar zou ik daar zou ik iets meer over willen weten. Niet de vergunning an sich, maar de vrijstelling. En dan zal die APV op een andere manier ingestoken moeten worden, denk ik. Burgemeester Mol: Voorzitter, het is echt heel gek om een exploitatievergunning in te voeren, een nieuwe vergunning, waar we allemaal volledig achter staan, omdat we zeggen, we hebben een behoorlijke opgave in deze stad, en het is een zware vergunningsprocedure met een behoorlijke status, om dan te beginnen met een enorme vrijstelling voor een beperkte groep ondernemers. En ik zeg dan liever, laten we dan zeggen dat we met zijn allen ons scharen achter een lichte toets voor alle bestaande horecaondernemers, die zich in ieder geval focust op de elementen die raken aan aanpak van ondermijning en het borgen van fatsoenlijke openbare orde en veiligheid. En dan met de toezegging dat we heel goed gaan kijken hoe we de reikwijdte van de huidige BIBOB-toets, horecaondernemers die recent een BIBOB-toets hebben gedaan, dat we die gewoon kunnen meenemen bij deze toets.
Ik vind het een zeer legitieme wijze om een nieuwe vergunningsprocedure te benaderen, want dit is gewoon niet leuk. Dit is hartstikke vervelend, dat wij met elkaar tot de conclusie zijn gekomen dat de vergunning die we in het verleden hebben afgeschaft, dat we die opnieuw moeten invoeren. De voorzitter: Mijnheer Cobben heeft een vraag. De heer Cobben: Ik denk dat het belasten van ondernemers die al jarenlang een zaak uitoefenen met ineens een vergunningsplicht, waarbij men het risico loopt dat men de zaak moet sluiten, want dat is toch altijd theoretisch het risico, dat kunnen we onze ondernemers wat mij betreft eigenlijk helemaal niet aandoen. Ik denk, als je een nieuwe regeling invoert … 70 De voorzitter: Mijnheer Cobben, het is al vrij laat. U mag een vraag stellen aan de burgemeester, maar laten we niet nu even met uw mening komen. De burgemeester is aan het woord. U mag een verhelderende vraag stellen. De heer Cobben: Dan zou ik de vraag aan de burgemeester willen stellen of hij bereid is te overwegen om de bestaande ondernemingen ambtshalve een exploitatievergunning te verstrekken en alleen de toets te doen bij alle nieuwe gevallen. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Mol: Ik denk dat dat een heel erg slecht idee is. De voorzitter: Dat is een duidelijk antwoord. Gaat u verder.
Burgemeester Mol: Ik denk dat we een heel eind komen als we gewoon kijken of alle bestaande horeca onder een hele lichte toets laten vallen. En dan ook gewoon een fatsoenlijk gelijk speelveld hebben. Dan is iedereen getoetst op dezelfde waarden en kijken we met elkaar naar de toekomst. En nog een keer, dit is gewoon, ik zou nu een woord kunnen gebruiken wat niet passend is voor een burgemeester in een openbare vergadering, maar dit is gewoon niet leuk. Maar wij moeten met elkaar gewoon de dijk weer dichten. Ik zie dat fout geld zich door alle kieren en gaten een weg probeert te persen naar de bovenwereld. Dat betekent dat wij gewoon met elkaar in deze stad een stevige norm moeten stellen om die dijk te dichten. Dat is ook goed voor het vestigingsklimaat. En ja, dat betekent administratieve last voor bestaande horecaondernemers die hartstikke goed zijn, die dat niet verdienen, maar die dan wel beschikken over een fatsoenlijke exploitatievergunning. Dat is heel vervelend. Heel vervelend voor horecaondernemers die in het verleden deze hele procedure hebben doorlopen en vervolgens zagen dat door een raadsbesluit die vergunning is komen te vervallen. Maar we doen dit het best en het netst door gewoon voor iedereen dezelfde vergunning in te voeren en voor alle bestaande horeca dan een lichte toets te organiseren. En die ben ik bereid te vervatten in een beleidsregel.
De voorzitter: Ik denk dat u daar genoeg over gezegd hebt. Heeft u nog meer andere dingen toe te voegen? Burgemeester Mol: Ik weet dat vorige week de vraag is gekomen, kan die ook uitgevoerd worden in een rustiger moment van het jaar? Of dan is op een ander moment die vraag tot mij gekomen. En we zijn daartoe bereid te kijken, want ook ik weet dat horeca piekmomenten heeft in het jaar, dat we ze even niet met administratieve last moeten lastigvallen. De voorzitter: Dat was hem ongeveer? Burgemeester Mol: Ik zit nog even te kijken. Volgens mij heb ik zo zachtjes aan heel wat vragen beantwoord. De voorzitter: Zo niet, dan steekt iemand zijn vinger wel op. Mevrouw Kamphuis onder andere. 71 Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik had de vraag gesteld of ook de administratiekosten kunnen vergoed worden voor de mensen voor 2016. Burgemeester Mol: Wij hebben de leges al kwijtgescholden. Dan moeten we een indicatie maken van de administratieve lasten en dan moeten we daar ook dekking voor vinden. En dat vind ik best lastig. Ik denk dat we veel beter kunnen zeggen, laten we kijken wat we nu kunnen doen met iedereen die nu nog over en binnen een geldige termijn beschikt over een geldende BIBOB en daarvan zeggen, die rekenen we nu niet mee. De voorzitter: Helder. Beste mensen, ik kijk even op mijn horloge. Het is 22:50 uur. De vergadering die duurt uiterlijk tot 23.00 uur.
We hebben de eerste termijn gehad, de reflectie van de burgemeester gehad, portefeuillehouder, en die heeft daar ook een best wel stevige toezegging in gedaan. Wie heeft er nog behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Aarden. Ik denk dat het uw eerste termijn is. De heer Aarden: Dat klopt. Wij kunnen ons vinden in het voorstel van de burgemeester van de beleidsregel en ook steun voor het invoeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aarden. Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Wij zijn nog benieuwd naar wat de rol is van de raad ten opzichte van de beleidsregel. Gaat de raad daarover of is dat een bevoegdheid van de burgemeester? De voorzitter: Een korte vraag. Ik denk dat daar een kort antwoord op kan. Burgemeester Mol: Dat is een bevoegdheid van de burgemeester, maar die zal ik uiteraard delen met de raad. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik had nog meer vragen, maar dat heeft geen zin, want dan ga ik in herhaling vallen. Ik hoor heel veel toezeggingen. Die wil ik sowieso even mee terugnemen naar onze fractie, om daar even toch een weerspreking over te hebben en dan pas kan ik er even iets over zeggen. Ik kan er op dit moment niets over zeggen, behalve dat de moties en het amendement blijven staan tot de raad, zou ik zeggen.
De voorzitter: Dan is eigenlijk mijn voorstel, maar u mag met een beter voorstel komen, dat we dit als een stemstuk naar de raad sturen, waarbij uiteraard moties en amendementen ingediend kunnen worden. En dan wordt het automatisch een bespreekstuk, maar ik sta open uiteraard voor ieder beter voorstel. De heer Uysal. De heer Uysal: Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de Dordtse VVD de beantwoording van het college apprecieert in relatie tot hun eigen motie. De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Dat gaan we in ieder geval in de fractie bespreken. We hebben erg veel antwoorden gekregen van de burgemeester, dus die bespreken wij intern en dan zult u de motie tegemoetzien. 72 De voorzitter: Dat was eerlijk gezegd ook al een beetje mijn inschatting. Er zullen er meerderen zijn die het naar de fractie mee willen terugnemen. En door er een stemstuk van te maken, kies je in ieder geval de mogelijkheid om je positie te bepalen, maar ook om alsnog met een motie of amendementen komen. En dan kun je er toch over praten. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Voorzitter, steun voor het voorstel. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Eens. Laten we er gewoon een stemstuk van maken. We hebben hier genoeg commissievergaderingen aan geweid. De voorzitter: Mijnheer Katif.
De heer Katif: Voorzitter, een stemstuk in mijn hoofd en volgens het reglement is dat we alleen maar over het stuk zelf stemmen. Maar volgens mij koppelen we daar gewoon een aantal minuten als het gaat om spreektijd. De voorzitter: Nee, geen spreektijd. Maar u kunt altijd een motie of amendement indienen. En dan wordt daarover gesproken. Maar ik denk niet dat we weer over dit voorstel moeten gaan praten. De heer Katif: Dat gaan we niet doen, voorzitter. We gaan alleen inderdaad de toelichting schuine streep wat we wel en niet van de amendementen vinden of moties, als die er zijn, denk ik. Toch? De voorzitter: Als u nu al aankondigt dat die motie of het amendement ingediend wordt, of allebei, dan weten we al zeker dat het een bespreekstuk wordt. Dat weet u zeker? Dan vraag ik nu gelijk ook maar, gaan we dan 2 minuten of 5 minuten erover praten? 2 lijkt mij ook ruim voldoende. Dan is dat bij deze besloten. Dan dank ik eenieder voor zijn of haar inbreng. Ook uiteraard de portefeuillehouder en zijn ondersteuning. De mensen op de tribune. En dan hebben we het toch gered. Dank. Graag al uw spulletjes meenemen naar de bestemde plaats. Een fijne avond nog. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2026. De griffier, De voorzitter, C. Bronsveld N. Mol 73