2.3 2025.09.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Merx: En uw vraag was? De heer Schalken-den Hartog: Klopt het dat u aangeeft dat het niet kunnen constateren of dat mogelijk scheurvorming ontstaat van het nieuwe verkeer, dat dat de reden zou zijn om geen nulmeting te doen, omdat in andere situaties ook op diezelfde manier een nulmeting wordt gedaan en er ook altijd sprake is van ander verkeer, en dat dan wel degelijk te achterhalen kan zijn of de schade ontstaat door bijvoorbeeld de toename van het verkeer, wat ook een relatie legt met de nieuwe bedrijfsactiviteiten? De heer Merx: Helder. Ik heb twee dingen gezegd. Althans, ik heb niet gezegd dat ik per se tegen een nulmeting ben, ik heb alleen gezegd, wat heeft het voor nut? Omdat daar veel meer verkeer over rijdt dan die één, twee of drie vrachtwagens per week, als de vergunninghouder, als dat zo ver komt, zich aan de regels houdt, daar het verschil gaan maken in de aantasting van de woning. Bovendien, en dat hebben we ook bij OZHZ getoetst, hebben die bekeken dat die paar vrachtwagens per week, die drie gaan dat niet veroorzaken. Dat is een reden om te zeggen, we kunnen het doen, maar het heeft niet zo heel veel zin om die reden.
Een tweede reden is dat als er scheuren ontstaan, wat heb je dan aan die nulmeting als je niet kan aantonen door wie het is veroorzaakt? Want de vergunninghouder, stel dat die vergunninghouder wordt, die kan zeggen, dag, ik heb van de week drie vrachtwagens van de HVC voorbij zien komen, ik heb paardenwagens voorbij zien komen, enzovoort. Ga jij maar aantonen dat die schade is ontstaan door dat bedrijf. En dat is wat anders bij bouwwerkzaamheden, waar dit heel vaak wel gebeurt. Waar geheid gaat worden en gedurende een periode van heien vlak daarvoor en vlak daarna een meting wordt gedaan. Dan heb je een periode waarin je kan kijken, hoe is dat gebeurd? Hier bedoel je nulmeting en die kan tot in de eeuwigheid duren. Snapt u?
20
De voorzitter: Volgens mij is daar nu voldoende over gewisseld. Mijnheer Pauwels heeft al een aantal keren zijn hand opgestoken. De heer Pauwels: Mijn vraag gaat over de omgevingsvisie. De wethouder refereert daar ook aan. In het kader van de omgevingsvisie hebben wij voorgesteld om uitzonderingen mogelijk te maken in het buitengebied. De VVD vond dat onzin, de ChristenUnie die wilde daar niet in meegaan. En nu, een week later, een week, niet twee, dient de eerste uitzondering zich al aan. De vraag die ik heb is, voldoet dit hier, als het college dit wil toestaan, aan de omgevingsvisie, ja of nee? Als het antwoord ja is, ben ik benieuwd op basis van welke argumenten. Want dat betekent dat hier ondanks dat het buitengebied helder op kaart staat en dit ook precies op die kaart valt, ben ik heel erg benieuwd naar de argumentatie. En als het antwoord nee is, dan moet het college met hele goede redenen komen waarom ze hier afwijken. Ja of nee? De heer Merx: Ja, nee. Wat ik daarstraks verteld heb, is dat de omgevingsvisie vooral iets is wat ons bindt wat voor ons belangrijk is als we met bestemmingsplannen aan de gang gaan. Waar we hiermee te maken hebben, is een vergunningaanvraag op basis van zeg maar de oude omgevingsvisie en het bestemmingsplan. En dat is ons toetsingskader. Daar moeten wij ons in dit specifieke geval aan houden.
Had deze mijnheer morgen gekomen met de aanvraag, dan had het heel goed kunnen zijn dat we hadden gezegd, we gaan het niet doen. Maar dan nog komt het argument van mijnheer Struijk, maar dit is een vlekje gelegen tussen een weg en tussen twee maneges. En is dat dan reëel om een ontwikkeling, een bedrijf daar, de mogelijkheid onthouden om daar iets te doen wat ook nog wel past in die omgeving? Maar dat is dan een discussie die dan gaat lopen. Maar dan is het uitgangspunt nee. Echt nee. En misschien met heel veel goede argumenten wel, maar ik denk het niet. Ik denk dat dat dan, op basis van deze visie, dat het echt heel erg moeilijk gaat worden. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft nog een vraag. Mevrouw Kamphuis: Ik snap iets niet. Ik denk, ik kan het eerlijk vragen. Je hebt een omgevingsvisie. Die vergunning was afgewezen door de rechter. Ik heb die uitspraak niet gelezen, ik weet niet waarom. Nu ligt er toch een nieuw omgevingsvisie vraagstuk? De heer Merx: Nee, zo werkt het helaas niet. Althans, voor degenen die er bezwaar tegen hebben niet. Die vergunning is niet op inhoudelijke gronden door de rechter vernietigd, die is op procedurele gronden. Wat we verzuimd hebben, is een omgevingsvergunning bijvoorbeeld te verstrekken voor de op- en afrit, of voor de inrit. En dat is een technisch punt. Dat is iets wat we hadden moeten doen.
Maar de rechter heeft gezegd, de breedte, daar ging ook de discussie over, de draaikom en dat soort zaken, zijn van ondergeschikt marginaal belang. Het ging er puur technisch-juridisch om, u had gewoon een omgevingsvergunning moeten aanvragen voor die op- en afrit. Wacht even, ik moet even iets lezen. Precies, dat wilde ik zeggen. Het geluidsonderzoek moest opnieuw gedaan worden. En dat is opnieuw gedaan. Dat zijn punten geweest op basis waarvan we de vergunning terug hebben moeten nemen, opnieuw hebben moeten verstrekken en daarom ligt hij nu weer voor.
21
De voorzitter: Dames en heren, wat verschillende geluiden hebben we vanavond gehoord. Wat er nu voorligt, het gaat nu om een ontwerpverklaring. En als er een raadsbesluit is genomen, dan kunnen daar nog zienswijzen op ingediend worden. En daarna wordt pas de definitieve verklaring afgegeven. Mijn vraag aan u op dit moment is, hoe gaan we dit nu verder behandelen? Ik neem aan dat een hamerstuk iets te voorbarig is, maar kan dit bijvoorbeeld als stemstuk met stemverklaringen in deze fase? En mevrouw Van Herwijnen gaat daar een antwoord op geven. Mevrouw Van Herwijnen: Wij komen in ieder geval met een amendement, want ik begreep dat dat de route is die we in moeten gaan voor het geen ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. De voorzitter: Eigenlijk zegt u daarmee dat u er een bespreekstuk van wil maken. Mevrouw Van Herwijnen: Dat is dan denk ik wel de conclusie. De voorzitter: Of alleen stemmen. Maar politici, mijnheer Den Boer, die willen graag ook ergens wat van vinden. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, we moeten dat respecteren, dat er een amendement komt. Uiteraard, zou ik zeggen. Maar ik neem dan ook aan dat we alleen over dat amendement dan gaan stemmen. De voorzitter: Dat kan. Dat maakt mij allemaal niet uit. U bent de commissie. U mag antwoord geven. Mijnheer Noldus.
De heer Noldus: Voorzitter, een vraag eigenlijk aan de Partij voor de Dieren die dan het amendement wil maken om geen verklaring af te geven. Wat zou dat anders zijn dan het tegenstemmen op het voorstel zoals dat er ligt? Mevrouw Van Herwijnen: Dat kan volgens mij niet, heb ik begrepen. Je kan volgens mij niet tegenstemmen. Volgens mij moet dat middels een amendement. De voorzitter: Dan gaan wij nu naar … We zoeken het op. Ik hoor dat als je tegenstemt, dat er eigenlijk niks ligt. De heer Oostenrijk: Maar voorzitter, als het een hamerstuk zou zijn, dan kan je toch aangeven dat je geacht wordt te hebben tegengestemd? De voorzitter: Maar mijnheer Oostenrijk, u moet mij vergeven. Ik werk niet bij de griffie. Ik doe ook mijn best om te kijken wat dit … Het is een raadsvoorstel. Het raadsvoorstel vraagt om het besluit om een verklaring af te geven van geen bedenkingen. Ik ben geen jurist, jongens. Het lijkt erop dat als je hier tegenstemt, dat er geen verklaring ligt. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Dan lijkt mij het meest praktische, gezien het feit dat er niet één fractie tegen is, maar wonderbaarlijk genoeg deze keer meer, dat we er
22
dan een stemstuk van maken. Want een hamerstuk waarbij zes fracties aangeven, wij worden geacht tegengestemd te hebben, vind ik ook een beetje wonderlijk. De voorzitter: Vandaar dat ik al eerder voorstelde om er een stemstuk van te maken. En toen kwam mevrouw Van Herwijnen met een amendement. Eigenlijk ook puur alleen om … Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, alleen vanuit het juridische, omdat ik dacht dat dat alleen met een amendement kon, omdat het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen is en dat het dan alleen maar een soort hamering is. En dat het alleen met een amendement gewijzigd kan worden in het afgeven van geen verklaring van geen bedenkingen. Maar dat is even een juridische vraag en ik kan hem zelf niet beantwoorden, want ik dacht dat het op die manier ging. De voorzitter: Mijnheer Den Boer. De heer Den Boer: Ik had me daar zelf in die zin ook niet op voorbereid, maar je kunt natuurlijk wel met een amendement, als je wel bedenkingen hebt, kun je die via een amendement toevoegen. Daar kun je sowieso het amendement voor gebruiken. Maar ik denk inderdaad als je gewoon tegenstemt, dat dan uiteindelijk die verklaring er is. De heer Van der Meer: Mag ik een vraag stellen? De voorzitter: Natuurlijk, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Stel dat het raadsvoorstel verworpen wordt.
Hoe gaat het dan verder? Wordt er dan geen vergunning verleend? De voorzitter: Dat zou dus betekenen dat er … De heer Van der Meer: Is het college dan vrij om te doen wat ze willen? Wat betekent dat als er geen verklaring ligt? Dat is mij niet duidelijk. Als er een amendement ligt, dan is er een raadsuitspraak waarin bepaalde bedenkingen worden verwoord. Daar snap ik iets van. Maar als het voorstel gewoon wordt verworpen, hoe gaat het dan verder? De voorzitter: Mijnheer Schalken had ook nog een vraag. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, volgens mij, en dat sluit aan bij wat Beter voor Dordt ook vindt, zijn er wel bedenken en die bedenkingen kun je niet meegeven op het moment dat je alleen maar ja of nee stemt en dat moet via een amendement. Ik zou eigenlijk voorstellen dat de bespreking van dit agendapunt zich beperkt tot het in te dienen amendement. De voorzitter: Prima. Mij krijg je niet gek. Mijnheer Merx geloof ik wel. Gaat uw gang. De heer Merx: Mijnheer Van der Meer heeft … Stel dat dat amendement wordt aangenomen, de verklaring van geen bezwaar of geen bedenkingen wordt weggelegd. Het gaat niet door. Dan komt er een zienswijzeprocedure waarin de vergunning niet
23
wordt verstrekt. En dan kunnen daar weer zienswijzen en dan moet er weer een besluit worden genomen en tegen dat besluit. Er kan weer bezwaar en beroep worden gemaakt. En drie keer raden wie dan tegen dat besluit in bezwaar en beroep gaat, dat zal de vergunningaanvrager zijn. En dat hoef ik u niet te vertellen waar hij dan beroep op gaat doen. Dat weet u zelf heel goed, denk ik. En dan is het gewoon nog niet afgelopen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dat is begrijpelijk, want de aanvrager mag in beroep gaan. Maar de verdediging ook. Hoelang blijven we dit nog zo doorgaan? Dit duurt al zes jaar. Ze hebben samen problemen. Je kan niet zo jarenlang door blijven gaan. Hoe denkt de wethouder hierover? De heer Merx: Dat ben ik helemaal met u eens. Maar dit gaat nog gewoon jarenlang door, wat u ook doet. Of u de verklaring wel afgeeft of niet afgeeft. Er gaat een partij gewoon in bezwaar en beroep. Althans, ik kan me niet voorstellen dat als mensen al zes jaar lang bezig zijn, dat ze nu dan denken, laat maar, ik leg me daarbij neer. En daarom zei ik daarstraks ook, wat er ook gebeurt, stel dat die verklaring en die vergunning uiteindelijk wel verstrekt wordt, dan hebben we met elkaar nog wel wat te doen om te kijken of we deze mensen met elkaar on speaking terms kunnen krijgen.
Want niemand heeft er wat aan om constant, zeker niet als buren, ruzie met elkaar te hebben en het leven elkaar zuur te maken. Daar heb je echt helemaal niks aan. Dat wordt het leven echt niet vrolijker van. Dat vind ik wel iets wat wij onszelf, en dan kijk ik ook even naar het college, aan moeten trekken in de zin van dat wij moeten proberen of we zo'n gesprek kunnen entameren en kijken of de partijen op een normale, fijne manier, gevende al dan niet verstrekte vergunning, kunnen samenleven. Als die vergunning niet verstrekt wordt, dan zijn ze geen buren, maar dan hebben ze nog wel steeds juridische procedures. De procedures richten zich waarschijnlijk niet op elkaar, maar vooral richting de gemeente en richting de gemeenteraad die de vergunning namelijk niet verstrekt of de verklaring niet afgeeft. De voorzitter: Mijnheer Struijk als laatste. De heer Struijk: Voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk in mijn woordvoering daar een voorzet opgegeven. Ik bedoel, ervan uitgaande even dat de vergunning wel afgegeven wordt, dan hebben we nog steeds een situatie van twee bewoners die dan bij elkaar in de buurt komen wonen en die gaan elkaar misschien niet kunnen luchten of zien. Dat lijkt mij een hele nare situatie. En behalve een rechter hebben we in Nederland ook de mogelijkheid om mediation toe te passen. En dat zou mijn advies zijn.
Haal er een wijs iemand bij die verstand heeft van dit soort zaken en ga zorgen dat dat conflict de wereld uitgaat. Want het is veel fijner dat als je een huis hebt met een tuin en je hebt een achterbuurman die een hoveniersbedrijf heeft, dat je kunt zeggen als je bezig bent, mag ik even je kettingzaag lenen? En dat de andere als die op vakantie gaat kan zeggen, let jij een beetje op of er niks geks gebeurt? Dat is een prettigere situatie dan dat je alleen maar haat en nijd hebt. Ik kan het niet oplossen. Ik ben ook geen mediator, maar er zijn mensen die daar wel heel veel in bereiken. En dat is mijn welgemeende advies.
24
De heer Merx: Een heel uitstekend advies. Ik zou hem ook vooral richten en wij gaan ook nog echt wel, want we hebben al vorige week met allebei de partijen even gesproken over ook, omdat ik ook wil weten, hoe is het precies gegaan met die omgevingsdienst? Wat is er allemaal gebeurd? Hoe is dat gegaan? Daar wil ik ook de omgevingsdienst bij betrekken om te kijken, wat kunnen we daar met zijn allen van leren? En ook de andere partij heeft gezegd, ik ben best wel bereid om met elkaar in gesprek te gaan. Maar dan moeten alle partijen wel met die intentie ook met elkaar in gesprek gaan. Ik kan ze nergens toe dwingen. Ik kan het alleen proberen te faciliteren en de opening te bieden. En daar is uiteindelijk iedereen mee gebaat. Ik zit ook niet te wachten en de omgevingsdienst op elke dag 25 meldingen. De voorzitter: Daar gaan wij mee afsluiten. De heer Struijk: Mag ik nog één dingetje … De voorzitter: Nee, ik had daarnet eigenlijk al gezegd … De heer Struijk: Ja, maar er is in de openbaarheid iets tegen mij gezegd en dat wil ik even rechtzetten. De voorzitter: Oké. De heer Struijk: Want daar kreeg ik toen de gelegenheid niet voor en dat snapte ik, maar ik wil toch even zeggen dat mijnheer Stolk, die verweet mij iets alsof ik een verkeerde opmerking gemaakt zou hebben. Hij kan hem vast zo opgevat hebben. Ik gaf aan dat ik met het antwoord wel genoegen zou nemen.
Ik vond het antwoord niet goed, maar ik wilde geen discussie meer. Later heeft nog iemand wat gezegd. Ben ik ook niet meer op ingegaan. Maar ik heb absoluut niet dat lelijk bedoeld. Mocht het zo opgevat zijn, mijn welgemeende excuses, want zo gaan we niet met elkaar om en dat ben ik ook niet gewend om te doen. Ik hoop dat het de wereld uit is. De voorzitter: Ik kijk naar mijnheer Stolk. Die knikt. De heer Struijk: Maar mijnheer Stolk meende dat wel en dan zou ik met een naar gevoel naar huis gaan. En ik ben blij dat we er zonder mediator uitgekomen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan wil ik het nu graag afsluiten. We gaan dit als een bespreekstuk, met alleen het amendement als bespreekpunt. Max 2 minuten, denk ik, dat iedereen ervoor nodig heeft. Kan ook in 15 seconden. Tenminste, ik heb jullie vrij uitgebreid de gelegenheid gegeven vanavond om met elkaar van gedachten te wisselen, volgens mij. Amendement, 14 oktober, 2 minuten. Dank u wel. Fijne avond nog.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2025.
25
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
26