CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2025.09.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 513.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 30 SEPTEMBER 2025 Vergaderzaal 3 1. Agendacommissie 2. Afgeven Verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2A Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: wethouder M. Merx Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Middendorp De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, het is 19.30 uur. En dat betekent dat wij gaan beginnen met deze commissie. Die gaat over het raadsvoorstel afgeven Verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2A. En deze commissie is oordeelsvormend. We hebben even gecontroleerd, er is een quorum, zowel in het aantal fracties als in de zetels. We kunnen wat dat betreft ook nog verantwoord beginnen. Ik heet jullie natuurlijk allemaal welkom, zoals ik net al zei. En ik ga even voor de archieven kijken wie er allemaal zijn. Links van mij de wethouder, de heer Merx. Dan hebben we de heer Pauwels van de Partij van de Arbeid. Mijnheer Van der Meer, GroenLinks.

Mevrouw Van Herwijnen voor de Partij voor de Dieren. De heer Oostenrijk CDA. Mevrouw Kamphuis, SP. De heren De Vries en Stolk van de VSP. Dan krijgen we de heren Van Antwerpen en Schalken-den Hartog van BvD. Dan krijgen we de heer Noldus, VVD. En de heer Struijk van de CU/SGP. En naast mij zit de heer Den Boer. Inmiddels komt ook aangeschoven namens de ambtelijke organisatie mevrouw Van Middendorp. Op 9 september is er over dit raadsvoorstel ingesproken en op 16 september heeft u een technische toelichting over dit dossier gehad. De commissie besloot het oordeelsvormend te agenderen met de politieke vraag, hoe ziet de commissie het vestigen van een hoveniersbedrijf binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie? Die

1

vraag kwam bij de Partij voor de Dieren vandaan. Later heeft deze partij daar nog twee volgende vragen aan toegevoegd. Wil de raad op deze locatie bouwen in de polder toestaan? En wil de raad op deze locatie kleine tot middelgrote industrie in het stiltegebied toestaan? Kort gezegd, wil de raad een dergelijk bedrijf in het buitengebied? Ik geef eerst het woord aan mevrouw Van Herwijnen voor de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het vestigen van een bedrijf in het buitengebied en dan ook nog in een door de provincie aangewezen stiltegebied. Het college vindt het een goed idee. Sterker nog, met een laagje greenwashing wordt dit besluit zelfs gepresenteerd als passend binnen de doelen van de omgevingsvisie. De Partij voor de Dieren denkt daar toch iets anders over, zeker als we kijken naar een van de belangrijkste afwegingskaders, geluid. Geluid is namelijk niet geheel onbelangrijk in een stiltegebied. Maar het college stelt dat de ontwikkeling de aanwezige natuurwaarden niet in de weg staan. Iets niet in de weg staan is naar mijn idee niet hetzelfde als een bijdrage leveren aan het doel gezonde stad. De omgevingsvisie stelt zelf dat rust en stilte de uitgangspunten zijn voor dit door de provincie aangewezen milieubeschermingsgebied.

Als het college bij de belangenafweging rekening houdt met de handreiking voor industrielawaai, dan weet ik niet waar de uitgangspunten rust en stilte bij de belangenafweging zijn gebleven. En hierover heb ik ook de volgende vragen aan de wethouder. Graag hoor ik van de wethouder hoe dit bedrijf passend gevonden kan worden gezien die uitgangspunten uit de omgevingsvisie. En verder nog een vraag over het vestigen van een bedrijf in een stiltegebied. Is de ontheffing afgegeven door DCMR? Ik heb bij de vorige vergadering daar ook al een vraag over gesteld. Die was niet helemaal naar mijn bevrediging beantwoord. Ik heb zelf contact opgenomen met de provincie en die geeft aan dat onder de huidige wetgeving in ieder geval een vergunningsverplichting is. En onder de vorige wetgeving, waar dit besluit onder valt, is er in ieder geval een ontheffing nodig. Ik ben benieuwd of dat die ontheffing ook is afgegeven door DCMR. En de laatste vraag over de handhaafbaarheid van het geluidsvoorschrift in het ontwerpbesluit. Bij de presentatie was aangegeven dat handhaving op dat voorschrift mogelijk was wanneer er meldingen door de omgeving worden ingediend, maar volgens de omgevingsdienst kan handhaven alleen als er ter plekke strijdigheden worden geconstateerd.

En hoe ziet de wethouder dat in de praktijk voor zich als er daadwerkelijk gemeld wordt dat daar strijdigheden zijn met geluid of met de hoeveelheid verkeersbewegingen, en eerst de omgevingsdienst ter plekke moet komen om die strijdigheid te constateren? En dan, voorzitter, het volgende prioriteren, doel biodiverse stad. Met wat groene aankleding kan volgens het college ook aan dit doel worden voldaan. De maatregelen die genomen worden om aan dit doel te voldoen, staan geheel los van de gewenste bedrijfsactiviteiten. Met zo'n redenatie lukt het zelfs voor een bedrijf als Chemours om zich te vestigen in een buitengebied. Wat bomen, een nestkastje en het draagt al bij aan de biodiversiteitsdoelstellingen. Voorzitter, als we op deze manier omgaan met onze ruimtelijke en ecologische ambities, door doelen op te rekken en met minimale ingrepen te voldoen aan grote opgaven, dan verliest de omgevingsvisie zijn waarden. De Partij voor de Dieren staat wel voor het beschermen van ons buitengebied. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Een stiltegebied is geen industriegebied. De voorzitter: Mijnheer Struijk.

2

De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een vraagje aan mevrouw Van Herwijnen van de Partij voor de Dieren. Het is niet zo, maar stel eens in het hypothetische geval dat achter in de polder een heel mooi kasteel uit de vijftiende eeuw zou staan à la Muiderslot. Mooie muren, binnenplaats. En de eigenaar van dat slot die dacht, ik wil wat meer comfort, ik ga vragen of ik op de binnenplaats van het kasteel een huisje mag bouwen. Wat zegt dan de Partij voor de Dieren? Nee, we gaan niet bouwen in de polder. Nee, dat gaat niet gebeuren in het stiltegebied. Daar ben ik eigenlijk benieuwd naar. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik vind het wel een hele hypothetische vraag, hoor. Ik weet niet precies, voorzitter, wat ik met deze vraag aan moet. Ik bedoel, een kasteel, welk kasteel? Bouwen van een kasteel binnen een kasteel? Of ik bedoel, bouwen van een huis binnen het kasteel? Ik weet niet, voorzitter, wat ik met die vraag aan moet. De voorzitter: U gaat over uw eigen antwoord. En als dat er geen is, dan kunt u gewoon verder met uw betoog. Mevrouw Van Herwijnen: Ik vond het wel mooi verzonnen, voorzitter. De Partij voor de Dieren staat wel voor het beschermen van ons buitengebied. En niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. En in werkelijkheid. Niet in een droom. Een stiltegebied is geen industriegebied.

Een biodiversiteitsdoel vraagt om echte ecologische samenhang, niet om cosmetische maatregelen. En, voorzitter, hierbij wilde ik het even laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot het afgeven van een verklaring van geen bedenking voor de Wieldrechtse Zeedijk 2A is het goed om te beseffen dat deze verklaring op 16 mei 2023 als hamerstuk geagendeerd was in de raad. En alleen de Partij voor de Dieren gaf toen aan geacht te worden tegengestemd te hebben. En in dat licht is wat mevrouw Van Herwijnen nu laat horen heel consistent. Achteraf bleek er toen een foutje gemaakt te zijn. De bedrijfswoning was niet opgenomen op de plankaart of iets dergelijks. Nu wordt er opnieuw gevraagd deze verklaring af te geven. Om dan af te wijken van het besluit wat we als raad eerder genomen hebben, moet je wel heel sterke argumenten hebben. Voorzitter, ik heb de stukken gelezen en twee beeldvormende commissies met onder andere insprekers bijgewoond, technische vragen gesteld en de antwoorden bestudeerd en ik heb ook de situatie ter plekke in ogenschouw genomen. En ik denk dat er geen reden is om nu wel met bedenkingen te komen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel.

Dan ben ik toch wel een beetje benieuwd naar waarom de heer Struijk nu op dit moment geen reden ziet om daar anders naar te kijken. Als je kijkt natuurlijk wat de rechterlijke uitspraken zijn, het betoog van de omwonenden die natuurlijk wat van gezegd hebben, de gewijzigde rapporten die zijn ingediend. Waarom de heer Struijk inderdaad blijft hangen in de gedane feiten in het verleden? De heer Struijk: Dank u wel. Als u het goed vindt, ik kom nu eigenlijk aan de drie vragen die de Partij voor de Dieren heeft ingediend ter bespreking toe. En ik denk dat ik in die

3

vragen in ieder geval op een deel van uw vragen wel antwoord geef. En zo niet, uiteraard krijgt u de gelegenheid, denk ik wel, om nog wat aanvullende vragen te stellen. De eerste vraag, daar gaat het over of het passend is. In de ruimtelijke onderbouwing is te lezen dat de milieubelasting van een hoveniersbedrijf niet hoger is dan dat van een manege of een agrarisch loonbedrijf, en in dat opzicht passend in het gebied. Aan alle beoordelingspunten wordt ruimschoots voldaan. Met één uitzondering en dat is de overschrijding van de geluidsnormen betreffende de vrachtwagen die af en toe langskomt. En dat is dan met name vanwege het ontluchtingssysteem van de remmen. Dat is eventjes gesis. Dat is de overschrijding. En volgens het rapport de enige. Als we even kijken naar bijvoorbeeld in de buurt en ik heb het voorrecht dat ik vanuit mijn hoog onderkomen neerkijk op die dijk. En ik zie dat daar inderdaad wel eens grotere vrachtwagens komen, bijvoorbeeld bij de naastgelegen stalhouderij. Ik zie ook regelmatig, ik wil geen aanklacht indienen, maar de vuilniswagen van HVC met een behoorlijke snelheid over de dijk scheuren. Ik denk dat dat meer impact heeft. Maar goed, die mogen dat uiteraard ook doen. Er is iets wat er een kleine beetje … De voorzitter: Mijnheer Schalken.

De heer Schalken-den Hartog: Wat de heer Struijk aangeeft is ook iets waarom ik denk ik toch nu even de vraag ga stellen, als u al ziet dat dat soort zaken gebeuren en dat er eigenlijk niet op wordt gehandhaafd, hoe aannemelijk is het dan dat wanneer de vergunning wel zou worden afgegeven en er zou blijken dat er meer activiteiten zijn, dat daarop gehandhaafd gaat worden? Want mevrouw Van Herwijnen gaf ook aan dat het alleen maar kan worden gehandhaafd als het geconstateerd wordt door de omgevingsdienst en niet na een melding van bewoners. De heer Struijk: Dank u wel. Volkomen terechte vraag die u stelt. En als u in de vorige beeldvormende vergadering erbij geweest bent, dat weet ik niet meer uit mijn hoofd, maar in ieder geval heb ik toen de vraag gesteld, hoe gaat er gehandhaafd worden? Want wij hebben ook onze zorgen uitgesproken over toename van het aantal bewegingen. En dan lees je het stuk één per dag, maximaal drie per week. Dan vind ik ook dat iemand eraan gehouden moet kunnen worden. Dan moet er ook gehandhaafd worden. Er is toen een antwoord gegeven. Dat voldoet blijkbaar bij u niet. Dan verwacht ik van de wethouder dat die straks daarop in zal gaan. Dat antwoord kunt u van mij moeilijk verwachten, want ik ga niet over de handhavers, helaas. De voorzitter: De heer Schalken, wel even het verzoek aan jullie allen om via de voorzitter te spreken en niet gaan u-en.

De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Dan nog een keer een vraag aan de heer Struijk. De heer Struijk geeft zelf al aan dat wanneer hij naar beneden kijkt, dat hij dan vaak situaties zit die daar echt niet kunnen. Kunt u dan niet kunt u als partij dan niet beter denken, we gaan er niet voor zorgen dat daar nog meer ongewenste situaties komen in dat gebied? De heer Struijk: Dank u wel. U legt me overigens denk ik woorden in de mond die ik volgens mij niet helemaal gezegd heb, dat ik veel situaties zie die niet kunnen. Ik vind dat er één situatie is waar ik ernstige bedenkingen tegen heb, maar daar kan een nieuwe aanvrager natuurlijk nooit de dupe van worden. En dat is een vuilniswagen die best wel

4

hard over die dijk scheurt. Ik ga zo meteen nog een paar overtreders noemen. Alleen maar om aan te geven dat wat wij stiltegebied noemen niet echt helemaal een stiltegebied is. Voorzitter, als u het goed vindt, dan ga ik verder met mijn betoog. De voorzitter: Zeker. De heer Struijk: Dank u. Het volgende, dat zei ik eigenlijk al naar aanleiding van de vraag van de heer Schalken van Beter voor Dordt. Er wordt daar best al wel herrie gemaakt, af en toe. Of wat er nu bijkomt dat dramatisch veranderd, daar zet ik vraagtekens bij. Of we dit bouwen in de polder moeten noemen ... De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Via de voorzitter vraag ik de heer Struijk, in het document staat allemaal dat het stiltegebied is, hoe kan u dan zeggen of het wel of geen stiltegebied is? Volgens de documenten, vraag ik nogmaals via de voorzitter, is dat namelijk wel. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter, dat ik hier antwoord op mag geven. Ik weet niet of mevrouw Kamphuis weet wat we onder een stiltegebied moeten verstaan, maar dat is niet een gebied waar het altijd heel stil is. Een stiltegebied dat is een rustig gebied, maar bijvoorbeeld op de wegen in en om het stiltegebied, op uitritten, mag gewoon gereden worden. Dat is de definitie van een stiltegebied. Dat is een rustige omgeving, maar het is daar niet met je oren en dat je dan alleen maar het gezoem van muggen hoort.

Dat is echt iets anders. Dat is een misverstand, denk ik. Maar ik kom daar zo ook nog wel eventjes op terug. Bouwen in de polder. Ik heb net bij mijn interruptie op mevrouw Van Herwijnen een klein beetje proberen aan te geven dat ik over bouwen in de polder, dat ik daar iets anders onder versta. Ik vraag me af of we dit bouwen in de polder moeten noemen. De locatie waar het over gaat, wordt begrensd door stallen die groter zijn en hoger dan de te bouwen woning en het bedrijfsgebouw. Je zou dat de denkbeeldige muren van het denkbeeldige kasteel kunnen noemen. Vanuit de polder is er straks helemaal niets te zien van wat daar gebouwd gaat worden. Naar mijn beleving, ik zeg veel meer, we hebben een polder waar een hap uitgenomen is. En in die hap hebben we op dit moment een stalhouderij, hebben we een hele grote manege, daar zijn behoorlijk veel activiteiten. Er is een woning nummer 2 en daar komt dan op het braakliggende terrein wat tussen de stallen en die woning ligt. Daar is dan het plekje waar gebouwd gaat worden. En bij bouwen in de polder heb ik altijd iets van, en ik denk mensen die hier onbevangen naar luisteren ook, ik zie een heel groot stuk land, groen. Daar is niks en daar gaan we iets inzetten. Maar hier vind ik zelf dat dat niet het geval is. Strikt formeel misschien polder, maar naar de geest niet. Ik zie dat er iemand op het knopje wil drukken.

Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik ben dan, voorzitter, toch wel een beetje benieuwd wat de heer Struijk dan wel of niet bouwen in de polder zie. Is bouwen in de polder dan echt alleen als je een open landschap hebt en daar ga je iets neerzetten? Als je aan de randen van een polder wil gaan bouwen en toevallig staan daar misschien wel bosschages en zie je de bebouwing ook niet, of staat er toevallig al een andere silo en je ziet het niet, dan is het niet bouwen in de polder, voorzitter? Ik ben toch even benieuwd naar het antwoord.

5

De heer Struijk: De voorzitter knikt, dus ik ga daarop reageren. Dank u wel voor het knikje. Als je bosschages ziet, is het nog steeds polder. Maar er is hier veel meer aan de hand. Er staan hier echt een paar megagrote stallen. Die staan daar en die schermen het terrein af richting wat ik dan de polder noem. We hebben daar het honden uitlaatgebied, we hebben daar de Boomgaard en daarachter hebben we nog wat boerenland. En ik hoop dat dat nog heel lang zal blijven. Als iemand gaat vragen, mag je daar gaan bouwen, zeg ik nee. Mag je dan niet vlak bij die dijk gaan bouwen, dat is toch niet zo erg? Dan zeg ik nee. Nee, dat is polderland en laat het alsjeblieft polderland bouwen. Er staan twee huizen, Jachthuis en nog een huis. Mag daar niet een huisje bij? Nee, zeg ik, dat moet je niet gaan doen. Maar hier is echt sprake fundamenteel van echt een andere orde. Het is echt het kasteel wat ik net zei en dan de binnenplaats. Er staan een paar megastallen. Die schermen het gebied af van de polder. Daarbinnen is wat onze fractie betreft geen enkel bezwaar om daar een passend iets neer te zetten. De voorzitter: Eerst mevrouw Van Herwijnen nog. Daarna de heer Pauwels. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, dan ben ik wel benieuwd waar de grens ligt bij de heer Struijk.

Want als deze aannemer nu weer gaat bouwen, dan is er waarschijnlijk een stuk land erachter niet meer zichtbaar van de omgeving. Mag je daar dan ook weer bouwen? Waar ligt dan de grens met wat je wel en niet mag bouwen in de polder? De heer Struijk: Nu denk ik toch sterk dat u de situatie niet kent, want als u de situatie ter plekke kent, dan zou u niet met dit voorbeeld komen, want wat u stelt is iets wat helemaal niet denkbaar is. Daar is dan geen ruimte voor. We hebben hier een binnenplaats en die gaat gebruikt worden voor het bedrijf. Daar komt een bedrijfsgebouw en daar komt een bedrijfswoning. En dat komt binnen die plaats. Daar gaat hij straks dat bedrijf uitoefenen. Dan kan je niet gaan zeggen, O, er is daar nog een vierkant, daar kan ook wel wat bij. Ik heb het hier echt over dat wat nu gebouwd wordt op die half om muren en door twee dijken. Aan de andere kant, de binnenplaats van het kasteel zeg ik, daar mag wat ons betreft iets wat passend is. Geen industrie. Ook geen middelgrote industrie, ook geen kleine industrie. We hebben hier te maken met een bedrijf dat opereert in de dienstverlenende sector. Wat ons betreft, en dat rapport las ik, die hadden daar ook geen moeite mee, is dat passend op dat stukje grond.

Zou de mijnheer van dat bedrijf hebben gevraagd, maar ik vind het eigenlijk veel leuker aan de andere kant van die manege, dan zeg ik nee, dat gaan we niet doen. Want dan zit je echt in de polder. Hier zit je eigenlijk op een stukje grond waar je verder niet veel mee kan. En dan zeg ik prima. De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Twee weken geleden heeft u gestemd voor een omgevingsvisie waar bouwen in dit gebied is uitgesloten. Daar staat tevens een geluidsnorm in. Klopt het dat u bereid bent om iets waar net twee weken geleden een akkoord voor is gekomen, om daarvan af te wijken? De heer Struijk: In dit geval, met goede redenen omkleed, heeft het college gemeend ervan te moeten afwijken. En wij denken dat de redenen goed genoeg zijn. Het is hier niet echt in de polder naar onze beleving. Het is echt op een stukje grond wat nu al in

6

gebruik is, waar nu al gebouwd is. En de geluidsnormen hebben we het ook over gehad en dat kunt u in het rapport ook lezen. Daar worden regels … Er zijn eigenlijk geen overschrijdingen van de geluidsnormen. Daar blijven ze ver onder. Met die ene uitzondering, dat is het ontluchtingssysteem van de vrachtwagen. En dan zeggen wij, is dat dan zo’n drama? De heer Pauwels: Maar dat is dus wel een overschrijding van ... De voorzitter: Mijnheer Pauwels, ik geef u nu het woord. De heer Pauwels: Sorry. Het is wel een overschrijding van de norm. De heer Struijk: Het is een bescheiden, incidentele overschrijding van de norm. En daar wordt een ontheffing aan verleend, met duidelijk de norm één keer per dag, drie keer per week. En dan kan je inderdaad, vind ik, het college erop aanspreken dat als dat straks overtreden gaat worden, dat ze daarop gaan handhaven. Dat vinden wij ook. De voorzitter: Dat was uw bijdrage, mijnheer Struijk? De heer Struijk: Nee, dat was mijn antwoord op de reactie van de heer Pauwels. Ik ben bijna klaar, hoor. De voorzitter: U zei zoveel keer u dat ik dacht, u verlangt iets van mij. Maar dat was dan toch niet. Gaat u verder dan. De heer Struijk: Ik ben altijd heel beleefd. Ik heb het net al eventjes gezegd, industrie. In een van de vragen wordt erover gesproken. Ik denk niet dat je dit onder de industrie moet scharen.

Ik heb 43 jaar economie gegeven, dan gaat het over de vier sectoren die een samenleving kent. De tweede is de industrie. Ik doe het expres niet in het Latijn voor u, mevrouw, de voorzitter. En dit hoort tot de derde sector en dat is dan de commerciële dienstverlening. Dat is echt iets anders dan industrie. In de bijgevoegde stukken kom ik het begrip industrie ook niet echt tegen. Stiltegebied, ik zei het al, is ons ook dierbaar. Maar binnen het stiltegebied daar is nadrukkelijk ruimte voor beperkt autoverkeer over wegen en uitritten. En daar hoort de Landbouwweg bij, daar hoort de Oude Veerweg bij hoort de Wieldrechtse Zeedijk bij. En het moet mij van het hart, Persoonlijk denk ik dat de motoren met name de Landbouwweg heel erg interessant vinden omdat er zo'n leuke chicane. Dat is volgens mij veel meer een ingreep op het stiltegebied dan al het overige bij elkaar. Voorzitter, ten slotte. Het moge duidelijk zijn, onze fractie is in ieder geval niet van mening veranderd en heeft ook nu geen bedenkingen. We hebben wel een gratis advies aan de bewoners van nummer 2 en de mogelijk toekomstige bewoners van nummer 2A. Een goede buur is beter dan een verre vriend. We naderen eventueel een mediator om dit te realiseren. Er zijn al genoeg conflicten in deze wereld. Ik dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik nu het woord geven? Mijnheer Van der Meer.

De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. We zijn door de stukken en de ambtelijke toelichting daarop in de laatste beeldvormende vergadering ervan overtuigd dat gelet op

7

de formele kaders, deze vergunningen verleend zouden kunnen worden. De vraag is of het wenselijk is dat van het bestemmingsplan wordt afgeweken door een bedrijf in de milieucategorie 3.1 toe te laten. In zijn algemeenheid zou die vraag door ons wellicht met nee worden beantwoord, omdat categorie 3.1 hele brede categorie is. Behalve een hoveniersbedrijf, valt daar ook een slachterij, een timmerwerkplaats of een afvalverwerker onder. Die laatste drie zouden wij daar inderdaad niet willen vestigen. Een hoveniersbedrijf, wat zijn werkzaamheden vooral ergens anders vervult, lijkt ons daarom niet een echt heel groot bedrijf. En de kwekerij past zeker in de bestemming die er is. Wij wegen ook mee dat eerdere pogingen om daar iets in de sfeer van recreatie tot stand te brengen tot geen resultaat hebben geleid. Wat betreft de onenigheid die er ook lijkt te zijn over perceelgrenzen en maatvoering en dat soort dingen, begrijpen we uit de kadastrale gegevens dat daar ook geen problemen mee zijn. En ten slotte rest bij ons de vraag over de handhaving van de regel voor de drie vrachtwagens bij ons. Want daarvan wordt gezegd, handhaving gebeurt alleen op basis van meldingen. En dan moet er iemand komen die ter plekke constateert dat er een overtreding gaande is. Dat is natuurlijk in dit geval een probleem.

En mijn vraag is of dat niet iets uitgebreid zou kunnen worden, in de zin die we eerder hadden bij waar het ging over illegale bomenkap. Toen heeft de wethouder ook toegezegd dat ook getuigverklaringen en foto's met een data-aanduiding daarop zou kunnen worden gebruikt. De vraag aan de wethouder is of dat hier ook zou kunnen. Het laatste punt is eigenlijk een wens die ik nog even mee wil geven. Is het mogelijk om iets te regelen over het niet-gebruiken van pesticiden op dat terrein? Daar is in het kader van het gebied waar we het over hebben denk ik grote behoefte aan. Ook dat is een vraag aan de wethouder. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, ik mis bij de bijdrage van de heer Van der Meer toch wel een beetje ook een onderbouwing waarom GroenLinks dit bedrijf vindt passen binnen de doelstelling van omgevingsvisie. Hij gaf zelf aan dat het een 3.1 bedrijf is onder de milieucategorieën. Waarom vindt de heer Van der Meer dat dan passen binnen de doelstelling van omgevingsvisie? En ook GroenLinks heeft natuurlijk ingestemd met de omgevingsvisie, waarin ze niet willen bouwen in de polder. Ook daar zou ik graag een wat nadere onderbouwing van willen hebben. De heer Van der Meer: Over dat bouwen in de polder hadden wij bij de omgevingsvisie een wat genuanceerder standpunt.

Daar kan mevrouw Van Herwijnen mij niet op vastpinnen. Het is niet zo dat ik zeg, daar moet per se een hoveniersbedrijf komen, anders wordt er schade gedaan aan de doelstellingen. Zo is het niet. Maar de situatie zoals die daar is, door de heer Struijk uitvoerig geschetst denk ik, hoef ik niet te herhalen, betekent in feite nauwelijks verstoring en het betekent wel dat er met dat perceel gewoon iets zinvols gebeurt. Ik zie daar geen grote bezwaren tegen. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn gekozen door de inwoners van Dordrecht om het algemeen belang te dienen. In deze zaak spelen twee verschillende

8

plannen en daar moet een keuze in gemaakt worden. Ik ben zowel bij de bewoners die in hebben gesproken als bij het bedrijf op bezoek geweest, om beide kanten van het verhaal goed aan te kunnen horen. Het is een lastige afweging, maar onze fractie vindt ondanks de mooie plannen dat het bedrijf niet op deze locatie past. Gezien de context van een stiltegebied, twee maneges iets verderop en een tennisbaan, is het geen gebied voor industrie of bedrijven. De bestemming voor dit gebied is recreatie en wat onze fractie betreft veranderen we dat niet. We hechten er waarde aan om de gebieden op een goede manier te bestemmen. Daarom vinden we ook de aangewezen bedrijvenparken en woongebieden. En we vrezen dat versnippering van kleine bedrijven in het buitengebied die daar eigenlijk niet passen. En daarom hebben wij de volgende vraag aan de wethouder. De vraag van GroenLinks dienen wij mee in, over de pesticiden. En mocht er toch besloten worden om het bedrijf daar te plaatsen, is onze vraag, als er schade aan de huizen komt vanwege de trillingen door de wagens of vrachtwagens, wie gaat dat betalen? En komt er een nulmeting, zodat we weten hoe de schade van tevoren is? Zo nee, waarom niet? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel.

Vanuit Beter voor Dordt kunnen we eigenlijk voor een groot deel aansluiten bij wat de Partij voor de Dieren en ook mevrouw Kamphuis en van de SP hebben aangegeven, mede ook kijkend naar de vragen, wilt u inderdaad bebouwing in de polder toestaat? Wat ons betreft, Beter voor Dordt vindt dat van niet. En kijken we naar het hoveniersbedrijf wat zich daar wil vestigen ... De voorzitter: Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben wel even benieuwd hoe het komt dat Beter voor Dordt hier twee jaar geleden hier geen moeite mee had en blijkbaar geen bouwen in de polder vond en nu wel. De heer Schalken-den Hartog: Dat is een mooie vraag. En eigenlijk had ik daar net mee willen beginnen, want het eerste wat ik hier had staan is dat ik inderdaad heb moeten constateren dat niet alleen Beter voor Dordt, maar ook een aantal andere partijen misschien in het verleden een beetje hebben zitten suffen. Maar dat neemt niet weg dat we hier nu zitten voor dit besluit en dat we dat gelukkig op die manier dan nog kunnen corrigeren, voorzitter. Want het mag duidelijk zijn, het is in de tijd volgens mij in de commissie niet besproken. Het is als hamerstuk richting de raad gegaan. En daarmee kan ik natuurlijk niet zeggen dat we daarin hebben zitten slapen, want dan hebben we inderdaad zitten slapen. Dat klopt. Dat mag u aangeven. De voorzitter: De heer Struijk.

De heer Struijk: Dan ga ik er wel vanuit dat de heer Schalken hier alleen voor zichzelf spreekt over dat zitten slapen. Want ik kan me niet voorstellen dat alle andere fracties die stukken ... Ik kan me namelijk van onze fractie herinneren dat we ze uitvoerig besproken hebben. De voorzitter: Waarvan akte.

9

De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik spreek inderdaad niet namens andere fracties, maar ik kan me zo voorstellen dat er andere fracties zijn die wellicht nu ook tot een andere afweging komen, nu we het zo uitgebreid met elkaar besproken hebben. Maar even terugkomend op wat aan even wet met de milieucategorie 3.1, waar een hoveniersbedrijf vanaf 500 vierkante meter onder valt. Dat kunt u wat ons betreft niet zien als passend in het stiltegebied. Er zijn al vragen gesteld over hoe we straks gaan controleren dat er inderdaad niet meer trillingen zijn, niet meer verkeersbewegingen zijn. En wat ons betreft kunnen we daar de bewoners en de omwonenden niet mee opzadelen en blijven wij bij het standpunt dat wij vinden dat het hier niet past. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik probeer me te beperken tot hetgeen wat niet is gezegd, want de heer Struijk is daar heel uitvoerig op ingegaan, zeker als het gaat om de hoedanigheid van de situatie. En op Google Earth kan je wat dat betreft dat goed zien. Ik ga weer even terug naar 9 september. De inspreker heeft één doel bereikt. Dat we in ieder geval na die avond gigantisch wakker zijn geworden. En ik denk dat dat een goed punt is geweest, omdat dat heeft geleid tot vele vragen van meerdere fracties en tot uitvoerige beantwoordingen.

En ik denk dat dat in ieder geval de waarde is geweest van deze nu derde avond in commissieverband. Dat heeft in ieder geval de standpunten danig verhelderd. Er is veel duidelijker geworden en ik vind dat een winstpunt. Vervolgens is er natuurlijk nog meer materiaal boven water gekomen, ook de brief van vanuit het hoveniersbedrijf. En wij komen, de CDA-fractie komt uiteindelijk tot de conclusie dat dit doenbaar is. Wij ondersteunen de gevraagde verklaring van geen bedenkingen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Noldus, u grijpt zo ineens naar de microfoon. De heer Noldus: Ik denk, dan krijg ik ook de beurt. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel. Met een wat ongemakkelijk gevoel, want we zijn toch in deze zaal geen onderdeel van de beroeps- en bezwarencommissie, noch van de rechtbank. En met de beeldvormende sessies werd dat beeld wel een beetje gewekt daarin. Dat was scherp om te zien. Wat ons betreft gaat het hier in ieder geval over de rand van het bebouwd gebied met het buitengebied. En feitelijk een gebied, en mijn buurman had het er al over, tussen aaneengesloten bebouwing. Ik heb niet zo'n mooie analogie over een kasteel, maar op zich herkennen we dat wel. Dat stukje aaneengesloten bebouwing in deze hoek. Een recreatiebedrijf conform de eerdere bestemmingsplannen had wat ons betreft mooi geweest, maar is eerder niet haalbaar gebleken.

En dat snappen we eerlijk gezegd ook wel, gezien de beperkingen van de locatie en hoe het ook ingeklemd is tussen die andere percelen. En voorzitter, wat nu voorligt, is wat ons betreft ook niet anders dan in 2023. En dat maakt ook voor ons dat de besluitvorming voor ons niet anders is dan in 2023. Het past wat ons betreft binnen de beleving van het gebied om dergelijke functies toe te staan en we zien voldoende regels toegepast worden voor onder andere geluid en bedrijfsfuncties. En ook qua verkeer zal het in ons oordeel minder verkeersstromen opleveren dan verschillende functies die denkbaar zijn onder de noemer recreatie. Voorzitter, wat ons betreft hebben we geen aanwijsbare redenen om andere te besluiten dan destijds? En als we dat wel zouden doen, zouden we ook een vreemd signaal geven als betrouwbare overheid. Wat dat betreft, voorzitter, kunnen we die verklaring van geen

10

bedenkingen wat ons betreft afgeven en zien we toch vooral ook dat er hier sprake is van een sterk burenconflict, waarbij ik hoop dat de eigenaren van beide percelen in de toekomst tot elkaar komen, voorzitter. En daarmee wil ik hem afsluiten. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, het is een apart verhaal van de VVD. Als die een prachtig mooi videootje hebben gemaakt met, in het buitengebied gaan we niet bouwen want het is onderdeel van ons DNA en dan gaan we toch een verklaring van geen bedenkingen afgeven om het buitengebied te gaan bebouwen. Maar mijn vraag richting de heer Noldus is toch, er ligt ten oosten van dit perceel ook nog een onbebouwd perceel. Is de heer Noldus van mening dat ook dat perceel in de toekomst eventueel bebouwd zou kunnen worden? Voorzitter, even nog een toevoeging, met dezelfde redenaties waarom dit perceel bebouwd zou mogen worden. De heer Noldus: Voorzitter, om met dat te beginnen, want we hebben inderdaad een lans gebroken, ook bij een omgevingsvisie en ook online voor ons prachtige buitengebied. En dat is denk ik terecht, maar dat is heel nadrukkelijk niet het gebied waar we het hier vandaag over hebben. Dat is ook niet het gebied, wat ons betreft, waar we eerdere discussies hebben gehad over de Boomgaard.

Dat is wat ons betreft echt de rand tussen in dit geval Sterrenburg aan de ene kant, een aantal maneges en daarachter begint wat ons betreft de polder. Zo kijken wij daarnaar. Wij zien in onze boodschap, waar mevrouw Van Herwijnen aan refereert, in relatie tot het standpunt hier eigenlijk geen ruimte of geen verschil. En de tweede vraag over het perceel wat daar nu naast ligt, daar heb ik niet zozeer een opvatting over. Daar ligt nu ook geen vraag voor, geen verzoek toe. Dat is iets anders, want dat heeft meer zichtbaarheid vanaf de dijk. Dat kun je als anders kwalificeren. Maar er ligt vooral nu geen vraag om daar op een andere manier invulling aan te geven. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft ook nog een vraag voor u. Mevrouw Kamphuis: Ik wil aan de heer Noldus vragen, via de voorzitter, waar ligt dan de grens? Bij de grens of wat op papier staat van een kadaster, of de grens wat je kan zien? De heer Noldus: Voorzitter, een tamelijk ingewikkelde vraag om antwoord op te geven. Ik denk dat mevrouw Kamphuis refereert aan de grens van het buitengebied versus het niet-buitengebied, als ik dat zo interpreteer. Anders moet mevrouw Kamphuis het zeggen. Maar het gaat niet alleen over de ene kant van de dijk versus de andere kant van de dijk. Het gaat inderdaad ook over beleving. Hoe zijn je zichtlijnen? Het kwam al even naar voren.

Je kan vanaf de dijk daar niet de polder inkijken en vice versa ook niet. Dat heeft een hele andere beleving dan een paar honderd meter terug of een paar honderd meter verder. Dat is echt, door die hoek waar het zich in bevindt, een heel ander belevingspunt, nogmaals, dan een paar honderd meter verderop. In beide richtingen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, een vervolgvraag?

11

Mevrouw Kamphuis: Ja. Het is een mooi antwoord, maar ik bedoel echt de grens buitengebied en binnengebied en wat je kan zien. Ik begrijp uit mijnheer Noldus, via de voorzitter, het antwoord van beleving, geen vaste grens. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk niet dat ik een heel ander antwoord gegeven dan zojuist. Je kan niet altijd en alleen puur die dijk als grens hanteren. Dat is wat ik heb gezegd. De voorzitter: Mijnheer Pauwels. De heer Pauwels: Ik vraag me af, ligt dit gebied in het buitengebied op de kaart in de omgevingsvisie? Ja of nee. De heer Noldus: Dat zou de heer Pauwels dan even moeten bekijken. Maar wat ons betreft gaat het vooral over de weging, hoe willen we dit gebied invullen? Er zijn eerdere verklaringen afgegeven hoe om te gaan met de invulling van dit gebied. Wij zien dit in ieder geval niet als stuk van de polder, het is al eerder een keer naar voren gekomen, door de manier hoe het ingesloten is tussen andere percelen. Even los van de vraag die de heer Pauwels stelt over de kaart, gaat het vooral om, hoe we zien we de invulling van dit gebied voor ons vandaag? Daar gaat vandaag het debat over en ik heb het idee dat ik daar een standpunt over heb meegegeven. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen nog een keer.

Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, we hebben natuurlijk het buitengebied ook bepaalde functies gegeven als natuur, recreatie en agrarisch vanuit de bepaalde doelstellingen, en niet zozeer vanuit beleving en zicht. En ik begrijp nu dat de afweging bij bepaalde partijen is, we doen het omdat er vanuit de openbare ruimte, vanuit de dijk, geen zicht is op dit perceel, dus kan er een bedrijf met 3.1 milieucategorie zich vestigen. Ik was wel benieuwd, hoe kijkt de VVD naar de afweging die we hebben gemaakt voor bepaalde functies binnen het buitengebied en wat we uiteindelijk nu voor hebben liggen? De heer Noldus: Voorzitter, ook bij buitengebied, ik heb in mijn woordvoering gezegd, recreatie was wat ons betreft een mooie invulling geweest, maar is niet haalbaar gebleken. En dan denk ik dat we vooral moeten kijken naar, wat heeft deze locatie nog meer te bieden? Er zit een duidelijke argumentatie in het stuk waarom dit wel zou passen. Wij zien dat op deze locatie ook als passend. En dan hoeven we wat ons betreft dit perceel niet te vergelijken met een stuk buitengebied drie kilometer verderop, omdat dat hele andere uitgangspunten betreft. De voorzitter: De heer Pauwels.

De heer Pauwels: Het is wel degelijk relevant, omdat er twee weken geleden door de VVD onder andere een omgevingsvisie vastgesteld is met een hele duidelijke kaart waarop staat, buitengebied, hier mag niet gebouwd worden. Overigens, dit valt binnen het buitengebied. Het bevreemdt mij enorm dat de VVD begint over goed bestuur, terwijl twee weken geleden de VVD zelf hier een besluit over heeft genomen. De voorzitter: Even voor de archieven, het was vorige week. Mijnheer Noldus.

12

De heer Noldus: Voorzitter, de tijd gaat inderdaad snel. Het voelt als twee weken geleden, moet ik wel eerlijk zeggen, hoor. Maar in diezelfde omgevingsvisie, voorzitter, gaat het ook over, hoe gaan we om met randen tussen buitengebied en bewoond gebied? En aan de ene kant van de dijk is hier Sterrenburg met een redelijk hoge bebouwingsdichtheid. En ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat het hier gaat over, hoe gaan we om tussen die grensgebieden van kwalitatief hoogwaardig buitengebied en onze prachtige wijken aan de andere kant? En wat ons betreft is dit zo'n locatie waar we binnen die passage van de omgevingsvisie naar moeten kijken. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, nog een korte vraag aan de heer Noldus, ook ingaand op wat we met elkaar hebben vastgesteld en de beleving. Ik denk dat het voor bewoners en bedrijven toch wel heel fijn is dat zij kunnen vertrouwen op wat we met elkaar hebben vastgesteld. Moeten we nu aan onze inwoners en bedrijven meegeven dat de beleving van een aantal fracties belangrijker is in het maken van de afweging, of moeten ze toch kunnen vertrouwen op die kortgeleden vastgestelde omgevingsvisie? De heer Noldus: Voorzitter, ik heb in mijn bijdrage vooral gezegd dat we wat ons betreft moeten vasthouden aan een genomen besluit uit 2023 en dat daar wat ons betreft geen reden is om daarop af te wijken.

We hebben in de tijd er goed naar gekeken dezelfde opvatting gehad en dat is wat ons betreft iets om aan vast te houden en niet op af te wijken. En de rest van de argumenten zijn argumenten daarnaartoe. Maar dat is wat ons betreft de basis, voorzitter. De voorzitter: Laatste keer, mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter, dat ik nog eventjes een keertje een vraag mag stellen. Dan ben ik toch benieuwd naar de reactie van de heer Noldus op het feit dat je ook veranderen mag van mening als je andere gegevens binnen hebt gekregen. Je hebt andere informatie tot je gekregen, er zijn uitspraken gedaan waaruit nieuwe rapporten zijn voorgekomen, er zijn insprekers geweest die hebben aangegeven hoe bepaalde belevingen zijn rondom hun bedrijven, rondom hun woningen. Waarom zou je terug moeten vallen op een eerder genomen beslissing als je nieuwe informatie tot je hebt genomen? De heer Noldus: Voorzitter, ik heb daar in mijn bijdrage over gezegd dat wat ons betreft de uitgangspunten niet heel anders zijn dan in 2023 en we daar onvoldoende aanleiding om zien om ook een ander besluit te nemen. Wij zien daar niet heel veel andere uitgangspunten, naast dat in er het proces en de procedure en vooral ook in de omgeving natuurlijk heel wat gespeeld heeft. Maar de uitgangspunten an sich zijn wat ons betreft niet heel anders dan destijds. De voorzitter: Dank u wel.

Is er nog iemand die het woord wil? Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. De fractie van de VSP moet eigenlijk ook bekennen dat we geslapen hebben. Maar we zijn van mening dat er geen verklaring van geen bedenkingen afgegeven moeten worden voor de aanvraag omgevingsvergunning voor de vestiging van een hoveniersbedrijf aan de Wieldrechtse Zeedijk. En dan zal ik

13

dat vervolgen met de eerste vraag op de politieke vraag. De ontwikkeling is in tegenspraak met de doelstellingen van de omgevingsvisie, die het behoud van open polderlandschap, rust en recreatieve waarde vooropstelt. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarover denkt. Wil de raad op deze locatie bouwen in de polder toestel? Er is sprake van ongewenste bouwactiviteiten in de polder en een stijging van de verkeersdrukte op een smalle, rustige dijk. En dan wil de raad op deze locatie kleine tot middelgrote industrie in het stiltegebied toestaan. Wat betreft de uitstraling en verkeersintensiteit, heeft het hoveniersbedrijf eigenschap van kleinschalige industrie, wat niet in overeenstemming is met een stiltegebied. En tot slot denk ik dat vorige rechterlijke uitspraken hebben bevestigd dat de vergunningverlening niet zorgvuldig was en dat het plan niet te realiseren is. De voorzitter: Mijnheer Struijk, u heeft een vraag. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb er twee, als u het goed vindt. Maar ik zal in één keer stellen. Ik hoorde de heer De Vries iets zeggen over open polderlandschap. Dan wil ik heel graag van de heer De Vries horen wat hij onder open polderlandschap verstaat. En het tweede, ik heb hem ook horen praten over kleine en middelgrote industrie en waarom hij een hoveniersbedrijf schaart onder industrie.

Industrie, voor alle duidelijkheid, dan hebben we het over dingen maken. En naar mijn beleving is een hovenier vooral met dienstverlening bezig op andere locaties. Daar zou ik een nadere duiding van de heer De Vries graag op hebben. De heer De Vries: Voorzitter, open polderlandschap dat is voor mij de Louisa- en Cannemanspolder. Dat is voor mij een open landschapspolder. En ik zou niet weten hoe je dat anders moet omschrijven. Dat is gewoon een heel rustig gebied, een polder, open landschap, waar je gezellig kan wandelen, ook met je hond, waar het rustig is. De heer Struijk: Een vervolgvraag als het mag, voorzitter. Ik ben het helemaal met u eens. Het is heerlijk in de Cannemanspolder als je een hond hebt om daar te lopen in dat open gebied niet, maar we hebben volgens mij daarnet met zijn allen toch wel een beetje kunnen constateren dat dit niet in het open poldergebied ligt, maar dat het een soort enclave is die helemaal omgeven wordt door stallen. En dat kun je toch moeilijk een open poldergebied noemen? De heer De Vries: Dat ben ik met u eens, maar daarom hoef je nog niet af te wijken van bepaalde normen? We hebben afgesproken dat in het buitengebied niet gebouwd zou worden. Dat is een afspraak die gemaakt is. Dat is vastgelegd. En nu kunnen we wel allerlei grenzen op gaan lopen zoeken. Wat is de volgende stap? Nu is het één bedrijfje.

Is de volgende stap dat er nog eentje bij komt en dan nog eentje? Want dat is het begin van wijzigingen. De heer Struijk: Er was nog een vraag, over die industrie. De voorzitter: Die gaat mijnheer De Vries nu beantwoorden. De heer De Vries: Industrie wordt arbeidsrecht. De heer Struijk: Voorzitter, ik zal er maar genoegen mee nemen.

14

De voorzitter: Helder. Nog iemand? Nee. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik vind het jammer, de laatste reactie van de ChristenUnie. De voorzitter: Dat kan. Mijnheer de wethouder. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Er is mij een aantal vragen gesteld. En eigenlijk heeft de heer Struijk al een behoorlijk deel van mijn woordvoering afgedraaid, zou ik bijna zeggen. Het is een situatie die teruggaat naar 2019. Het toenmalige college het toenmalige wethouder RO vond dat dit een plan was waar we in ieder geval positief tegenover konden staan. En op die manier is dit plan verder uitgewerkt en heeft dat uiteindelijk geleid. En of hij nou heeft zitten slapen of niet, daar heeft uiteindelijk een rechter of iemand dan anders helemaal geen boodschap aan, heeft dit geleid tot een positief besluit van de gemeenteraad met één fractie die tegengestemd heeft en dat is de Partij voor de Dieren geweest. Nu is dezelfde gemeenteraad en dezelfde samenstelling, staat voor dezelfde vraag. Een vraag die opnieuw op tafel ligt, omdat de vergunning door de rechter opnieuw gedaan moest worden om een aantal technisch-juridische redenen. Het plan zelf, dat wat er gaat gebeuren, daar is niks aan veranderd. Dat is gewoon hetzelfde gebleven als toen u in 2022 kreeg, met alle zienswijzen, waar toen ook al duidelijk was dat de buren dit niet zo'n heel fijn plan vonden, om het maar zachtjes uit te drukken.

Nu ligt de vraag opnieuw voor. En nogmaals, er is niks veranderd. Wij moeten dit toetsen ook en daarom heeft u geen bindend adviesrecht, maar geeft u nog steeds een verklaring voor geen bezwaar of niet, omdat dit nog op de oude wetgeving is. Wij moeten in de tijd dat deze vergunningaanvraag is ingediend daaraan toetsen. En of u vorige week besloten heeft dat in het buitengebied helemaal geen steen meer gelegd mag worden of wel, dat is zeker voor een visie wat minder relevant. Waaraan getoetst moet worden is het omgevingsplan, of in dit geval bestemmingsplan. Een bestemmingsplan laat toe mits onder bepaalde voorwaarden. En die voorwaarden zijn ingevuld met deze vergunning die opnieuw voorligt. Als je dan kijkt naar de vraag is, er is een aantal keer gezegd, waar dan, is het einde zoek? Nee. We hebben nu een nieuwe situatie met een omgevingsvisie, waar natuurlijk het college wel aan gehouden is. Een nieuwe aanvraag, een nieuw bedrijf, een nieuw iets zal tegen die omgevingsvisie worden aangehouden. Maar hier hebben we te maken met de situatie die al sinds 2019 loopt. Maar ik zie iemand naar de microfoon duiken. De voorzitter: Dat zag ik ook. Mevrouw Van Herwijnen was dat.

Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, hoorde ik het goed dat de wethouder zei dat dit plan passend was binnen de huidige ruimtelijke kaders van het bestemmingsplan? De heer Merx: Daar in dat bestemmingsplan wordt de mogelijkheid gegeven om op deze manier, zoals we het nu voorstellen, met een verklaring van geen bezwaar, dit mogelijk te maken. En ik zeg al, dit college heeft dit ook overgenomen van het vorige college onder de toen geldende wetgeving, en daar zijn we nog steeds aan gehouden, om dit plan te beoordelen. En het enige verschil wat ik maak is, nu heeft u vorige week een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld, en een nieuwe aanvraag of een nieuwe situatie zal meer tegen dat worden aangehouden. Want dan hebben we een nieuwe aanvraag die

15

tegen de nieuwe situatie wordt aangehouden. Dat als een stukje geschiedenis en de reden waarom we dat doen. Ik blader ondertussen even terug. Dan zijn er wat vragen gesteld over dat stiltegebied, wat mag er wel en wat mag niet? Eigenlijk het meest simpele en het meest makkelijke is dat ik u verwijs naar het antwoord op vraag vijf van het CDA, de schriftelijke beantwoording, waarin staat dat je op de toelichting bij het artikel waar staat dat je een ontheffing moet hebben, op openbare wegen in stiltegebieden mag met motorrijtuigen worden gereden. Dat geldt ook voor het rijden voor het bestemmingsverkeer openstaande wegen of terreinen, zoals erven van boerderijen. Als het namelijk niet zo zou zijn dat je helemaal niet met gemotoriseerd in een stiltegebied mag rijden, dan mag daar geen HVC rijden. Dan mag daar helemaal niemand rijden. Dan moeten bewoners misschien zelfs wel op de fiets. Dat heeft de wetgever, in ieder geval de provinciale wetgever, niet gewild. Die heeft gezegd, luister, op openbare wegen en op erven mag je met motorvoertuigen komen. Vervolgens moet je toetsen aan, hoe zit het dan met die geluidsbelasting? Dat is getoetst. Daar is een rapport over verschenen en daarvoor zijn vergunningsvoorwaarden opgenomen. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen.

Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, het stiltegebied en een stiltegebiedverordening toetst niet alleen aan verkeersbewegingen en over gemotoriseerd verkeer, het toetst ook aan functies als bedrijfsvoering binnen een buitengebied. En bedrijfsvoering, nietagrarische bedrijfsvoering binnen een buitengebied, is in strijd met de stiltegebiedverordening. Als het college daarvan af wil gaan wijken, dan zou ze toch echt een ontheffing moeten vragen bij de provincie. De heer Merx: Nee, dat is de informatie die … Wij hebben uiteraard ook contact gehad met de provincie, nogmaals, is het antwoord op vraag vijf van het CDA. Daarin staat onder welke voorwaarden je een ontheffing moet hebben. En daar zijn vier punten genoemd. Ik kan ze allemaal op gaan lezen, maar dat vraagt te veel tijd. Maar er staat ook, en daar verwijzen wij dan ook naar, dat op openbare wegen in stiltegebieden motorrijtuigen mogen rijden. En daar kan ik verder niks aan veranderen. Even kijken. Dan zijn er ook vragen gesteld over handhaving. Dat is natuurlijk … Ik moet wel zeggen, op zichzelf terechte vragen, maar het gaat wel uit van een hele hoop wantrouwen. Moet ik er dan maar even bij zeggen. Als u de veronderstelling heeft, de verwachting heeft, dat wij daar een handhaver 24 uur per dag, 7 dagen in de week in de struiken laten liggen, dan moet ik u teleurstellen. Dat gaan we niet doen.

We zullen serieus reageren op meldingen. En die meldingen, en dat is ook een vraag van GroenLinks, ja, bij een boom, dat kunnen we niet volstaan, maar dan is in ieder geval een belangrijk bewijsmiddel een foto, omdat die als die boom eenmaal gekapt is en we komen drie dagen laten kijken, dan is hij nog steeds gekapt. Dat geldt voor een vrachtwagen of een andere auto of andere dingen niet. Die wordt gefotografeerd, dan moet je eerst maar eens weten of de datum stempel goed is, bla bla bla. Dat zijn dingen die je als handhaver eigenlijk zelf moet constateren, omdat anders rechter zegt, dat is wel leuk, dat u foto's van wie dan ook gebruikt, maar heeft u het met eigen ogen gezien? Dat zijn terechte vragen die u stelt. Wij zullen daar zeker naar kijken. We gaan zelfs ook nadenken of we iets in de vergunning daaromtrent kunnen opnemen. Maar nogmaals, we moeten het ook niet te gek maken met elkaar. De vergunningaanvrager heeft aangegeven dat hij

16

eigenlijk op zijn max. weleens een keer drie vrachtwagens in de week heeft. Meestal één vrachtwagen, soms helemaal geen in de week. En wij hebben niet de indruk dat we hem op dat punt of op andere punten volledig moeten wantrouwen en daar een enorm circus voor moeten optuigen om te zorgen dat het nooit en te nimmer zal voorkomen.

Alles wat we regelen in deze gemeente, of het gaat over dit soort vergunningen of het gaat over afval of het gaat over parkeren of wat dan ook, we moeten niet illusie hebben met elkaar dat er nooit eens een keer een overtreding zal worden gepleegd. En we kunnen ook niet met elkaar voorkomen dat er op geen van die gebieden ooit een overtreding zal plaatsvinden. De voorzitter: Punt. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. De wethouder geeft aan, we kunnen kijken of we op dat gebied nog wat zouden kunnen opnemen. Ik vind het een te vage toezegging. Als we toch het stiltegebied serieus nemen, wat mij betreft kun je niet wegkomen van, we gaan kijken of we wat kunnen opnemen. Want ook wat de wethouder net aangeeft, constateringen van vrachtwagenbewegingen, die kunnen alleen maar worden gehandhaafd op het moment dat er een soort van heterdaadje is. Ik verwacht echt meer dan alleen, we zullen kijken of we daar wat in kunnen doen. De heer Merx: Voorzitter, nogmaals, ik ga niet beloven dat we daar een handhaver 24 per dag, 7 dagen in de week gaan positioneren om vrachtwagens te stellen die voor dit bedrijf zijn en dan de vrachtwagens van HVC’s en andere vrachtwagens maar even voorbij laat gaan. Die daar overigens ook mogen rijden. En daar hebben we gewoon mee te maken. Nogmaals, wij gaan kijken wat we in de vergunningsvoorwaarden kunnen gaan opnemen.

Ik ga u gewoon niet beloven, want dat zou ook geen knip voor mijn neus waard zijn, dat wij daar een handhaver zeven dagen in de week … Want ik zou niet weten, we kunnen ook camera's gaan plaatsen en zo. Maar ik vind het uitgaan van een enorm wantrouwen tegenover dit bedrijf. En namens het college moet ik in ieder geval zeggen dat ik daar niet aan wens mee te werken. Wij gaan zeker serieus kijken en hoe we dat dan precies gaan doen, dat is ook aan de handhavers. En daar moet u dan maar op vertrouwen, zou ik bijna zeggen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik deel op zich wel met de wethouder het idee dat we niet van voortdurend van wantrouwen uit moeten gaan. Aan de andere kant kun je constateren, hij verwees zelf naar afval bijvoorbeeld, dat dat vaak misgaat. En er is kennelijk bij omwonenden hier wel zorg over en bij een aantal raadsleden vanwege de stilte in het stiltegebied. Ik heb ook geen pasklare oplossing, maar de suggestie dat er nu alleen actie wordt ondernomen als er een melding is en vervolgens is het praktisch haast niet mogelijk om te constateren dat er een fout gemaakt is door een opsporingsbevoegde ambtenaar, daar zit ik toch een beetje tegenaan te hikken. Geen wantrouwen, maar we moeten wel de mogelijkheid hebben om misstanden aan de kaart te stellen.

17

De voorzitter: Dan stelt u de vraag, is daar een antwoord op te geven door … Ja. Gaat uw gang. De heer Merx: Nu ben ik de vragen kwijt. Maar op zichzelf heeft u daar volledig gelijk. We moeten dat doen wat mogelijk is. Maar niemand is gehouden tot het onmogelijke. En daarom zeg ik ook al, we kunnen ook eens na gaan denken, maar dat gaan we intern doen, of we misschien een soort van meldingsplicht of een administratie gaan laten bijhouden door bedrijf van, wanneer is er een vrachtwagen geweest? En welke vrachtwagen, kenteken. Dat we dat kunnen bekijken. En als er dan veel meldingen zijn, dat we dan weten, kom maar even op met de administratie, dan kunnen we dat naast de meldingen leggen. Want misschien zijn het ook wel vrachtwagens voor iemand anders of zo. Maar goed, daar ga ik niet van uit. Ik ga ervanuit dat als de melders melden, ik zie bij de buurman een vrachtwagen komen, dat is al de vijfde deze week, dan hebben we wat te doen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de wethouder opent wel een soort precedent, want als hij overweegt om dat voor Wieldrechtse Zeedijk 2a te doen, dan is de vraag, is dat expliciet alleen voor deze casus? En wat betekent dat voor de rest van Dordrecht? Ik zou toch graag willen weten hoe hij, laten we zeggen, de meldingen dan gaat wegen. De voorzitter: De wethouder.

De heer Merx: We nemen in de vergunning op maximaal één vrachtwagen per dag, maximaal drie in de week. Als je dat opneemt, dan moet je dat ook wel op de een of andere manier gaan handhaven, want anders heeft die hele regel helemaal geen zin. En zeker als er meldingen komen dat dat is. Dat doen we bij heel weinig bedrijven. Want bij de buren en bij de achterburen hebben we volgens mij helemaal geen regels opgenomen hoeveel auto's daar mogen komen. Als u besluit die verklaring niet te geven, dan krijgen we nog een hele andere juridische procedure, maar stel dat dat zo is en er staat morgen een bedrijf op die zegt, ik ga dat terrein gebruiken om daar 25 springkussens neer te zetten, een paar klimrekken en de hele dag door ga ik daar commercieel recreatie toepassen, met gillende kinderen en springend en weet ik het allemaal, de hele dag rijden auto’s af en aan, dan hebben we geen poot om op te staan. Wat dat betreft denk ik dat dit, gegeven de omstandigheden en gegeven de mogelijkheden die er zijn, misschien nog niet eens zo'n hele gekke situatie is.

Tegelijkertijd, het is ook al een aantal keer genoemd, zien we ook allemaal, we hebben het gezien bij de inspraak, we hebben het gezien aan de papieren, er is wel wat te doen aan, stel dat die verklaring komt en stel dat die vergunning wordt verleend, en stel dat de rechter, want ik verwacht ook nog wel procedures, de rechter zegt, nee, deze vergunning is in orde en hij is onherroepelijk, dan hebben we nog steeds wel wat te doen met elkaar aan de onderlinge verhoudingen. Daar moeten we ook wat doen, want niemand zit te wachten op allerlei klachten en dat soort zaken als je dat gewoon onderling op een goede manier als buren met elkaar kan oplossen. De voorzitter: Mijnheer Schalken.

18

De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Ik wilde in ieder geval even de opmerking maken dat wat ons betreft er helemaal geen wantrouwen is tegen het hoveniersbedrijf. Dat wil ik expliciet wegnemen, want daar gaat het niet om. Maar we gaan afwijken van wat we met elkaar hebben vastgesteld. Er mag in dit gebied eigenlijk gewoon geen industrie komen. Het is een stiltegebied en dat is de reden waarom ik vind, Beter voor Dordt vindt, dat als we hier wat anders gaan doen, dat we dat zorgvuldig moeten doen. Dat heeft niets te maken met wantrouwen richting de hovenier. De heer Merx: Ik heb ook niet u persoonlijk benoemd. Als u dat zich aantrekt, dan kan ik daar weinig aan veranderen. Volgens mij heb ik eigenlijk alle opmerkingen en vragen wel behandeld. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer denkt van niet. De heer Van der Meer: Ik denk van niet, nee. Want ik had nog een vraag over pesticiden gesteld. De heer Merx: Het bedrijf geeft in ieder geval aan geen pesticiden te gebruiken. En mocht dat al zo zijn, dan zijn ze gewoon gebonden aan de wetgeving op dat vlak. De heer Van der Meer: Voor zover ik weet mogen er hier en daar nog steeds pesticiden gebruikt worden. En de vraag is of we in dit poldergebied, natuurgebied, dat niet toch zo veel mogelijk zouden moeten kunnen voorkomen.

De heer Merx: Wat ik al zeg, voor zover ik begrepen heb, en ik kijk dan even naar rechts, heeft het bedrijf aangegeven gewoon geen pesticiden te willen gebruiken. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik had nog een vraag gesteld over schade en de nulmeting. De heer Merx: Klopt. Goede vraag. Hebben even over nagedacht ook. Ik weet niet in hoeverre dat zinvol is. Er rijdt daar best veel verkeer over die dijk. De heer Struijk heeft ons dat daarstraks ook uit de doeken gedaan. En dan kunnen we een nulmeting gaan doen. We kunnen vragen, ga maar de staat van de woning opnemen zoals dat weleens bij bouwwerken gebeurt. Dat kan. Maar dan vervolgens, als er dan een scheur in de muur zit, ga maar eens bewijzen van wie dat is en waar dat door komt. Is dat die vrachtwagen van de HVC? Is dat door een vrachtwagen van het hoveniersbedrijf of is dat van wie dan ook? Of van de vrachtwagens met paarden erin, die daar ook voorbijkomen rijden? De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Daarom zijn we ook van mening dat zwaar verkeer eigenlijk niet op zo'n smalle dijk thuishoort, ook omdat de paarden daar lopen. Kan het dan geen bestemmingsverkeer worden, maar niet grote vrachtwagens?

19

De heer Merx: Dat is een hele andere vraag van een andere orde. Die heeft niks met deze vergunningaanvraag te maken. Als ik daar zonder enorme ambtelijke discussies over te hebben gehad, ik denk niet dat we dat moeten doen. Ik geloof er niet in dat iemand voor de lol met zijn vrachtwagen daar rondjes gaat rijden. Dat zal over het algemeen echt bestemmingsverkeer zijn. De motoren en dergelijke die komen er wel voor de lol. Maar er is ook al 's morgens in de spits, is het ook alleen … In de spits zowel 's morgens als ’s avonds, is het alleen voor bestemmingsverkeer. Maar als u dat wil, dan zult u bij een andere wethouder die vraag moeten stellen op een ander moment. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, nog even doorgaand op die nulmeting voor mogelijke schade. Dat doen we in heel veel andere situaties wel. En daar heb je ook te maken met dat er ook nog ander verkeer en zo is. Ik vind het argument wat de wethouder nu geeft, om het daarom maar niet te doen, eigenlijk geen houtsnijden. De heer Merx: Ik heb niet gezegd om daar … Sorry, voorzitter. De voorzitter: Ik wilde zeggen, ik hoor geen vraag, maar blijkbaar hoorde u die wel, wethouder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44024