2.3 2025.09.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Want de programmering van de Leefwerf, het Binnenvaartmuseum, de professionalisering, publieksfuncties die programmatisch, maar deels ook permanent zouden kunnen zijn, die willen we graag toevoegen. Graag ook in samenwerking met de buurt, waar veel vrijwilligers vandaan komen. Maar je zit wel in het momentum. En dat momentum was er nog gewoon simpelweg niet. En hopelijk komt dat nu wel. Denk vooral mee. Kom met een denktank als buurtbewoner en als raadslid. Wees welkom. Absoluut. De voorzitter: Helder. Omwille van de tijd moet ik nu wel aan de commissie gaan vragen, willen we zo meteen gelijk door naar de oordeelsvorming of willen we dat doorschuiven, omdat we hier nog wat meer de tijd voor willen nemen? Ik blijf wel even in beeld, terwijl jullie nadenken. Dat is goed. Ik neem het ongemak op me. De heer Damen: Voorzitter.
41
De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Ik ben nogal geschrokken van wat mijnheer Van Ameijden allemaal vertelde over de risico's van het zwemmen. En ik wil daar graag een reactie van het college op hebben. De voorzitter: Daar is een oordeelsvormende sessie natuurlijk perfect voor. Dat zou straks kunnen. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, er is wel, geloof ik, wat ruimte op de agenda van volgende week. Ik kijk even naar de collega's. Misschien is het toch wel een goed idee om eventjes niet nog in 3 kwartier dit af te raffelen, want we hebben tot 23.00 uur, maar toch te proberen om het volgende week dan te vervolgen. De voorzitter: Als u zegt, ik heb vanavond nieuwe dingen gehoord waar ik echt nog even over na wil denken en toch even goed wil voorbereiden, dan kan dat inderdaad later. Even kijken. De heer Schalken, had u ook een vinger … Als eerste in de lucht?
De heer Schalken-den Hartog: Ja. Inderdaad ook naar aanleiding van de insprekers. Zeker met betrekking tot het strand en de veiligheid. Ik denk dat het wel goed is dat we daar wellicht eerst even nog wat nader over in gesprek kunnen gaan, wat mensen kunnen spreken, voordat we daar oordeelsvormend verder over met elkaar in gesprek komen. Want het is onderdeel van het voorstel wat nu naar de raad gaat. De voorzitter: En zelf mensen spreken, bedoelt u buiten deze vergadering om? Ja. De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik heb vanavond in drie commissies gezeten waar drie keer de opmerking is gemaakt, er is volgende week wel ruimte, laten we het daarin inplannen. Ik weet niet of het hier over een fictieve ruimte is die bestaat, maar kijk ik onze griffier met mijn blauwe ogen aan. Tweede punt wat ik wil maken, en daar draai ik hem om bij de heer Schalken, het punt is helder naar voren gekomen. Ik vind eigenlijk dat de wethouder hier moet komen vertellen hoe dit op een veilige manier geregeld kan worden. De voorzitter: Twee dingen. Ik hoor net, er is ruimte. En dit moet echt naar oordeelsvorming. En de andere dingen vanavond, in ieder geval waar ik bij heb gezeten, nog niet. Die zijn doorgeschoven. Dat geeft ook bepaalde prioriteit. Over de agenda geen zorgen. Daar is volgende week ruimte. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.
Dat kunt u wel mooi zeggen natuurlijk, maar de dingen die zijn doorgeschoven, zijn veelal commissieleden die hier zitten die ook bij datzelfde onderwerp volgende week op diezelfde tijd moeten zitten. Er is volgende week helemaal geen ruimte als het gaat om het bespreken van oordeelsvormende vergaderingen, als het gaat om dit onderwerp. Mijn voorstel zou zijn
42
om het nu wel oordeelsvormend te bespreken. En dan kan je uiteindelijk een keer in de raad terechtkomen dat je nog een keer een aantal aspecten hiervan bespreekt, maar dan kunnen we in ieder geval verder. We hebben nog 50 minuten. Laten we dat vooral doen. De voorzitter: Helder. U schuift vanavond alles door. De heer Den Hartog, had u nog iets? De heer Den Hartog: Ja. Dat sluit behoorlijk aan bij de heer Van Dam Timmers. Laten we nu oordeels … En het kan natuurlijk zo zijn dat we niet het afkrijgen. Dan kunnen we altijd nog besluiten dat er een ander moment, wellicht volgende week, is. Maar ik zou het voor nu starten. De heer Stolk nog als laatste. De heer Stolk: Als wij dan oordeelsvormend, kunnen we dan eerst de reactie van de wethouder horen over de situatie, zoals die nu geschetst is, en vooral door de bewoners? De voorzitter: Ja, dat zou allemaal kunnen. Maar ik wil even checken, want het was net best wel verdeeld, of we het doorschuiven of nu met oordeelsvormend verdergaan? Ik wil even stemmen. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ik kan eigenlijk wel leven met het voorstel van de heer Den Hartog, dat we het misschien dan in tweeën eventueel knippen. De voorzitter: Als we het vanavond niet afkrijgen, als het gewoon meer aandacht nodig heeft, is het heel simpel, schuiven we het door. Maar hebben we in ieder geval een deel gedaan.
En u heeft vooral behoefte aan reactie van de wethouder op de veiligheid. En dat zou vanavond heel goed kunnen. Zullen we dat doen? Ja. Dan sluit ik nu het inspreekgedeelte af. Hartelijk dank aan de twee heren. Super gegaan. Jullie mogen lekker op de tribune gaan zitten of naar huis. Maar ik denk, jullie zo inschattend, dat jullie nog even blijven hangen. En dan mag het college en de ambtenaar aan tafel komen. De stoel is al warm. We gaan snel verder. Op mijn blaadje staat dat ik eigenlijk zou beginnen bij het CDA, want die heeft politieke vragen ingeleverd. Maar naar de wens van de commissie ga ik nu eerst naar de wethouder. Wethouder, heeft u het goed gehoord of moet er nog even herhaling van de vraag? De heer Burggraaf: Ik weet niet zo goed wat de volgorde is, maar ik kan gewoon iets globaals vertellen. En dan denk ik dat het verder handig is om vooral te reageren op de eerste termijn van de commissie. De voorzitter: Helemaal goed. Wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Nog even wat terughalen in het proces. U heeft, ik meen, twee jaar geleden hier het ontwikkelplan of de ontwikkelvisie behandeld, en uiteindelijk vastgesteld. U constateerde toen ook dat we een uitgebreid participatietraject daarin hebben doorlopen, om op de uitgangspunten te komen van de verschillende onderdelen in het plan.
Zoals u heeft kunnen lezen in het raadsvoorstel nu, hebben we vooral een financiële zoektocht gedaan. Kijken, hoe kunnen we alles financieren? En twee, een aantal verkennende onderzoeken of het ook veilig en goed inpasbaar is op de verschillende plekken. En drie, staat er vermeld dat zodra u dan zegt, ga hier inderdaad mee verder, dan gaan we direct aan de slag om met de omgeving het gesprek aan te
43
gaan. En absoluut, zoals de inspreker hier van het wooncomplex aangaf, zegt, betrek de kennis in de omgeving erbij, wij kijken dagelijks op die plek uit. Dat gaan we ook absoluut doen in dit traject. We hebben al een omgevingsmanager klaarstaan daarvoor, om daarmee aan de slag te gaan. Maar dat is dan de volgende stap in de uitvoering. Als het gaat om de veiligheid, we hebben onderzoeken gedaan naar de zwemwaterkwaliteit, naar hoe je dat veilig inpasbaar kan maken als het gaat om aanvaarbeveiliging, om juist te zorgen dat een plek waar je nu al inderdaad ziet dat veel jongeren of mensen het weten te vinden, omdat het fijn zwemmen is, maar dat nu nog allemaal eigenlijk overal en nergens in het gebied doen, je juist een plek kan creëren waarbij je zorgt, daar hebben met Rijkswaterstaat ook gesprekken over gehad, dat je een zwemplek krijgt die buiten de vaargeul zit, met zwemsteigers. En een soort zwembak eigenlijk wat eronder zit, is afgeschermd. En op die manier daar een veilige zwemplek kan creëren. Dat even als globale eerste reflectie. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik dit echt eventjes als een toelichting. Want het lijkt me dan handig om het nog een beetje gestroomlijnd te houden. Om dan ook eventuele opmerkingen hierover in uw eerste termijn te verwerken. Want dan kunnen we na de eerste termijn weer de wethouder horen.
Dan houden we ons nog een beetje aan de vergaderstructuur. Dan ga ik nu even naar het CDA, de heer Van Dam Timmers, want uw partij heeft politieke vragen aangeleverd. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Dat klopt, voorzitter. Vooropgesteld, ook in ons verkiezingsprogramma zijn we warm voorstander van een stadsstrand. En ook van de ontwikkeling van Wantij-West. Toch hebben we een aantal politieke vragen gesteld. En een van die vragen was, is het stadsstrand voldoende kansrijk nu de parkeergarage niet wordt verplaatst? En wat vindt de raad van de gekozen financieringsstructuur, nu het onderhoud en vervangen niet zijn geborgd? Dit in tegenstelling tot de initiële investeringen die wel netjes zijn gedekt. En deze twee vragen komen eigenlijk voort uit het originele plan, het stadsstrand natuurlijk wel een andere vorm heeft, veel groter is en een andere aantrekkingskracht heeft dan in het plan wat eigenlijk nu voorligt. En daar hebben we wel zorgen over, omdat dat wel iets afdoet natuurlijk aan het uiteindelijke doel wat we met elkaar voor ogen hebben. En de vraag is, daar zit wat zorg van, is dat dan voldoende aantrekkelijk om diezelfde functie uiteindelijk uit te oefenen als die we met elkaar twee jaar geleden eigenlijk voor ogen hebben gehad, of bereiken we dan eigenlijk niet wat we wensen? En ik heb daar nog niet het finale antwoord op, maar dat is wel waar de zorg zit.
En de tweede zorg zit hem op de financiering. Er staat ook in dit voorstel dat voor een heel aantal dingen nog niet duidelijk is wat de onderhouds- en beheerskosten zijn. En dat we die kosten, niet de kosten van de originele investering, maar meer de onderhoudskosten, maar ook vervangingskosten die je natuurlijk in de toekomst hebt, dat die via areaaluitbreiding gaat, en ook door toename van riviercruises in de toekomst wordt betaald. Dat vind ik toch, of vind ik, maar vanuit onze fractie vinden we dat toch ingewikkeld. Omdat juist die toegenomen inkomsten vanuit de riviercruises zijn ook als bezuinigingsmaatregel opgenomen, of eigenlijk als dekking voor toekomstige bezuinigingen opgenomen, waardoor de indruk wordt gewekt dat we eigenlijk twee keer hetzelfde geld aan het uitgeven zijn, wat niet kan. Terwijl we ook met elkaar juist dit jaar, maar ook vorig jaar hebben afgesproken, laten we proberen om minder incidenteel geld te gebruiken om een investering te doen, maar gelijk wel ook na
44
te denken over om dat langjarig dan netjes te begroten. En ik wens deze ontwikkeling heel veel succes toe. En ik hoop dat het niet in de toekomst mislukt, omdat we het nu niet fatsoenlijk organiseren. En daarom vinden we ook deugdelijk financiering richting de toekomst juist van belang. Ik heb nu daar zorgen over. En ik ben benieuwd hoe andere fracties erover denken, of we daar niet een oplossing voor kunnen bedenken, zodat we niet volgend jaar weer bij een Perspectiefnota, of de jaren daarna, voor een soort voldongen feit komen te staan, terwijl we het geld eigenlijk niet hebben in de bezuinigingsrondes die zijn gelopen. De voorzitter: Goed om te delen. De heer Schalken heeft een interruptie daarop. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Terechte zorgen die de heer Van Dam Timmers van het CDA aangeeft. Eén zorg hoor ik hem niet over. En daar wil ik wel graag ook een reactie op van de heer Van Dam Timmers. En dat is participatie. Participatie hebben we hoog in het vaandel staan. En hier hoor ik nu ook dat wij hier nu de plannen gaan vaststellen, en dat we daarna uitgebreid in overleg gaan met bewoners hoe we het gaan uitwerken. Wat mij betreft wordt hier gewoon eigenlijk aan de voorkant de participatie van de bewoners gemist. En daar hoor ik de heer Van Dam Timmers niet over.
Bent u het met mij eens dat dat ook iets is wat eigenlijk wat meer aandacht vraagt dan dat het nu heeft gekregen? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers, CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook aan de heer Schalken voor deze vraag. U hoort mij er niet over. Dat is ook omdat het geen onderdeel vormt van de politieke vragen waar we het over hebben. Participatie is een groot goed. Ik kan natuurlijk niet nu helemaal dat toetsen op precies wat er gelopen is, omdat ik daar geen goed inzicht in heb. Ik weet wel dat we de afgelopen jaren op dit dossier dan natuurlijk allebei gebiedsontwikkelingen bezig zijn geweest. Maar op het definitieve plan heb ik geen inzicht in welke participatie er doorlopen is. Ik kan daar ook niet goed een oordeel nu over vellen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hartmeijer, heeft u een interruptie of een eerste termijn? Interruptie van de heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik hoorde de heer Van Dam Timmers twijfelen over het stadsstrand, als ik dat zo mag samenvatten, ook omdat die parkeergarage nu blijft staan. Ik ben even op zoek, wat heeft de heer Van Dam Timmers aan argumenten of ontwikkelingen nodig waardoor hij zegt, ondanks dat zien we dat strand toch zitten? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.
Dat is toch iets meer duiding hoe dit, wat er nu voorligt, dan toch de juiste kwaliteit heeft dat het toch tot een succes gaat leiden. Want ik ken van het originele plan die verhalen en hiervan is die informatie toch wel veel beperkter. Daarom vind ik dat ingewikkeld en wil ik daar graag eigenlijk nog ook wel duiding van de wethouder over, hoe kunnen we zorgen dat het toch tot een succes leidt? Want nogmaals, we zijn breed voorstander van een stadsstrand, op een plek dichtbij waar mensen wonen, lekker kunnen zwemmen. En dat zie ik als een groot goed. Dat is
45
leuk voor kinderen, is leuk voor jongeren, is leuk voor volwassenen. En biedt ook een sportieve uitdaging aan mensen. En dat is echt een meerwaarde. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen verdere interrupties. Zijn er partijen die graag een eerste termijn zouden willen doen? Dat zijn er meerdere. Ik ga mijn best doen om iedereen netjes af te lopen. Misschien een beetje heen en weer. Maar ik begin in ieder geval bij Mijnheer Stolk van de VSP. Gaat uw gang. De heer Stolk: Ik heb eigenlijk wel ernaar gekeken. We hebben erover gesproken. En wij zijn toch bezorgd over de kosten die gemaakt moeten worden om dit strand te maken. We hebben een mooi plein. We hebben een mooie afrastering naar beneden toe. En dat heeft heel veel geld gekost. Nu gaan we een stadsstrand maken. Daar hebben we het natuurlijk wel over gehad. Maar als we nu kijken in deze tijd, is het nog wel nodig zo’n mooi, luxe strand? Ik denk, en de VSP denkt dat dat eigenlijk niet meer moet. Ook in de context dat we eigenlijk dicht bij het Wantijbad hebben. Dat is in april tot en met september open. Er is beveiliging bij. De lifeguards zijn er. En dat is veilig. En we hebben nu vanavond ook gehoord van een bewoner dat het eigenlijk heel onveilig zwemmen is. Ik kan zeggen dat er bijna verdrinkingen zijn geweest in de afgelopen jaren. Maar het is natuurlijk onveiliger.
En ik denk dat we de reddingsbrigade er eens bij moeten halen, hoever is dit nu nog veilig? Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat het veilig is. Ik geloof dat, of de VSP gelooft eigenlijk dat het toch minder veilig is. En ik ga eigenlijk mee met de bewoners die dat zeggen. Ook de garage, die nu ineens komt, dat overvalt ons. Het zou weggaan. En nu komt het ineens en het wordt verhoogd. Ik begrijp dat het een mooie plaats is. Maar waarom? Dat zou ik van de wethouder willen horen, wat eigenlijk de motivatie is om het nu terug te zetten of te laten staan en driehoog erop te zetten? Dat vind ik eigenlijk ook belangrijk. En de veiligheid, ik blijf erbij, de veiligheid van de kinderen. Ik wil niet de verantwoording nemen dat daar ooit een keer een verdrinking is. Dan is het hek van de dam. Dus voor ons geen strand. En laat het zo, zoals het nu is. En dan houden we misschien wat geld over om andere dingen in de stad te doen waar veel meer geld voor beschikbaar moet zijn. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stolk. Een interruptie van de heer Den Heijer van de VVD. De heer Den Heijer: Dank. Ik schrik een beetje welke lijn de Verenigde Senioren Partij hier hanteert, ook met de woordkeus daarbij.
De eerste vraag is, hoe beoordeelt de VSP op dit moment het functioneren van dat plein in het gebied? En twee, hoe beoordeelt de Verenigde Senioren Partij dan de situatie dat op dit moment inderdaad jongeren op palen springen, van boten af springen en de kans dat het misgaat op dit moment groter is dan als je daar een voorziening treft waarmee het op een veiligere manier kan? Ik ben benieuwd hoe de Verenigde Senioren Partij ernaar kijkt. De voorzitter: De heer Stolk, VSP. De heer Stolk: Laat ik met het laatste beginnen. Ik denk dat ik het ermee eens ben dat het een gevaarlijke situatie is wat er elke keer gebeurt, springen van die palen af en noem maar op. Ik denk dat wel de politie of de handhavers er weleens bij zijn geweest. Ik
46
heb het vele malen gezien. En ook in een crisissituatie. Wat dat aangaat, is dat onveilig. Daar ben ik het helemaal mee eens. En de tweede vraag was? De heer Den Heijer: Maar voorzitter, zo makkelijk komt de Verenigde Senioren Partij er wat mij betreft niet vanaf. Want de oplossing die de Verenigde Senioren Partij hier dan ter tafel brengt, is niets doen. Daar komt het op neer, wat de heer Stolk zegt. De voorzitter: Maar wilt u even de tweede vraag herhalen? De heer Den Heijer: En niets doen betekent dat risico in stand houden. De tweede vraag is hoe de Verenigde Senioren Partij überhaupt het functioneren van dat doodsaaie plein, wat er volstrekt, wat mij betreft, gewoon op een onprettige manier bijligt … Hoe beoordeelt de Verenigde Senioren Partij dat zelf dan? En ziet de Verenigde Senioren Partij zelf daar verbetering in? De heer Stolk: Ik heb eigenlijk aangegeven dat wij, ook in het oog van de kosten die er gemaakt moeten worden, vinden dat dat erg duur is om daar, ik noem het een luxe, een strand neer te gaan leggen. En daarbij blijft het ook de veiligheid. Want je hebt het over de veiligheid van de springers die daar zijn, die kinderen die daar spelen en noem eigenlijk maar op. Maar het wordt nog erger als daar dadelijk een strandje is en kindjes van 3, 4, 5 jaar lopen zomaar het water in. Ik sta er niet voor in. Ik ben wel voor dat iedereen een diploma krijgt.
Dat wil ik nog voor iedereen regelen, maar dat even terzijde. De voorzitter: Het is verkiezingstijd. Een interruptie nog van de heer Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag aan de heer Stolk vragen, hij heeft een opinie gegeven over een aantal punten in het plan waar hij het niet mee eens is. Maar het plan omvat achttien punten, en ik heb er eigenlijk twee of drie gehoord waar hij het niet mee eens is. Is de Verenigde Senioren Partij ook van mening dat het hele plan niet door moet gaan, omdat ik ook hoorde over kosten? De heer Stolk: Nee. Maar misschien wel dat het wat vertraagd kan worden, dat we eerst eens kijken wat de gevolgen zijn van het ravijnjaar. Dat is één. Twee is denk ik, dit gedeelte zijn we het niet mee eens. En ik denk dat de rest van het gebeuren, daar zouden we naar kunnen kijken. En als ik Mijnheer Barone hoor wat er eigenlijk aan ideeën is, dan staan we daar natuurlijk wel open voor. De voorzitter: Nog een interruptie. En dan van de heer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Ik ben wel benieuwd wat de VSP zo luxe vindt aan het stadsstrand, wat er gerealiseerd wordt? Want voor zover wij de plannen hebben doorgelezen, wordt het gewoon een grasmat in de schaduw van parkeergarage Energiehuis. Wat is daar zo luxe aan? De voorzitter: De heer Stolk, VSP.
47
De heer Stolk: Als ik een strand zie, dan zie ik strand met zand. De voorzitter: Het wordt in dit geval stand met gras. De heer Groenewege: Er komt geen zand. Zand is natuurlijk wel heel luxe. Daar heeft de heer Stolk gelijk. De heer Stolk: Maar ook het gras. Ik vind het overbodig, of we vinden het overbodig. En ik denk dat we daar eventjes bij blijven. De voorzitter: Als ik deze kant van de tafel volg, heb ik op mijn lijstje staan de heer Hartmeijer van de SP, voor de eerste termijn. Gaat uw gang. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Dank aan het CDA voor het alsnog agenderen van dit stuk. Wij vonden de toelichting van het college voor een deel wel helder. Maar tijdens het voorbereiden kwamen er toch wel weer wat punten bij mij naar boven. En als het gaat om de eerste vraag over het strand wordt duidelijk dat er is gekeken naar realisatie, met het gegeven dat de parkeergarage blijft staan. En uit dat onderzoek blijkt dan dat er voldoende ruimte is. Vanuit mijn fractie hoefde dat strand er überhaupt niet echt te komen. Even een duik nemen op een veilige manier was voor ons eigenlijk wel voldoende. En wij vragen ons af, gezien de 1,8 miljoen die het gaat kosten, maar ook vanwege andere bezwaren, of je dat onderdeel nog wel moet doorzetten? Wij horen graag hoe andere fracties hier nu tegenaan kijken.
Want wordt het dan niet een soort halfbakken plan? De parkeergarage verplaatsen was een ambitie. Dat is onderzocht. Alleen wij begrijpen uit de informatie dat dit zeer lastig is. Vanuit de SP wilden wij absoluut niet dat verplaatsing slechts enkele meters verder ten koste zou gaan van het Energieplein, waar onder andere aan werd gedacht. En wij hebben ook het voorstel voor de flexwoningen voor de Oekraïners in ieder geval in dat gebied gesteund. Dan zie je eigenlijk al dat het een ruimtelijke puzzel wordt, waar je niet makkelijk uitkomt. Die parkeergarage is daar gewoon nodig, gezien de voorzieningen en de hubfunctie richting binnenstad. Wij kunnen prima leven met het verfraaien van de parkeergarage. Waar wij nog wel aandacht voor willen vragen, is de extra aanlegplaatsen voor de cruiseschepen. Nou kwam dat inderdaad toevallig bij de inspreker ook ter sprake. En onze vraag is aan het college, is er overleg geweest met Trivire, die een deel van de woningen beheert aan de kade, en via hen met de bewoners. Want wij kunnen ons wel voorstellen dat het voor het zicht en voor de geluidsoverlast nogal wel ingrijpend is, als je bijvoorbeeld de hele zomer grote cruiseschepen voor je deur hebt liggen. Dan de vraag over de financiën. We lezen dat er diverse cofinancieringen gerealiseerd zijn. Dat is heel mooi.
Maar ook dat er nog verder gekeken wordt naar nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld voor die lage wandelkades. Dat lijkt ons ook vrij logisch. De vraag van het CDA ziet meer op het onderhoud en vervanging. Dat kan ik inderdaad niet direct uit het stuk halen. Daarmee voelt het wel een beetje incompleet. Als het college daar nog op zou willen reageren. En als laatste de landtong. De raad heeft gezegd, liever geen woningbouw met een aantal villa's, maar echt een klein openbaar park. Dat is heel kostbaar. Dat was tijdens de vorige sessie eigenlijk ook al wel bekend, met name het saneren. Dat dit meer tijd gaat kosten, is jammer, maar gezien de situatie wel begrijpelijk. Dank.
48
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen interrupties. De heer Van der Spoel, wilt u een woordvoering doen? U staat niet op het lijstje. Dan moet u wat assertiever zijn en laten blijken dat u een woordvoering wilt doen. U krijgt nu de kans. De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Voor het grootste gedeelte sluit ik mij aan bij de woordvoering van het CDA. Alleen vind ik wel dat wij … Daar werd de vraag gesteld of wij kunnen nadenken met zijn allen hoe we dat dan het beste kunnen financieren. En ik vind eigenlijk het een tekortkoming van dit college dat dat niet hier naar ons toe is gestuurd hoe dat eruit gaat zien. Ik wil op reactie naar het CDA eigenlijk vooral dit terugkaatsen naar het college, kom maar terug met een goed verhaal hoe dit gefinancierd gaat worden. Dan moeten wij een paar dingen van het hart. Want wat mij ook opvalt van dit college, we hebben het gezien met het Stadspark XXL, dat moeten we nu Stadspark noemen, niet met XXL. Het Maasterras begon ook met een prachtig plan, maar dat is ook afgezwakt naar twaalf bunkers die naar binnen zijn gericht. En nu wordt het stadsstrand een grasveldje. Ik vind het best lastig dat als wij het over dingen hebben dat dat in het brein van het raadslid wordt geprent en vervolgens wordt het afgezwakt naar iets wat allang niet meer is, zoals het zou moeten zijn.
En dan wil ik ook direct een opmerking maken over de garage. Sommige mensen die hier zitten, en dan kijk ik even naar de overkant, de heer Schalken-den Hartog, die draaien wat langer mee dan één of twee of drie of vier periodes. Maar die kunnen zich ook nog herinneren dat deze parkeergarage er kwam en dat er door het college werd gezegd, dit is echt een fantastische garage, want deze kunnen we eventueel demonteren en kunnen we nog elders neerzetten. Dat was een argument om de garage daar neer te zetten. Als dan nu blijkt dat dat niet zo is, dat het zelfs nog goedkoper is om gewoon ergens een nieuwe garage te bouwen, dan vind ik dat we als raad best wel in de maling zijn genomen, ook al was het de raad van drie periodes geleden. De gemeenteraad is gewoon in het ootje genomen, als dat zo blijkt te zijn. Wat vindt het college hiervan, dat het college toentertijd eigenlijk de raad een beetje voor de gek heeft gehouden? Vind ik niet kunnen. Hier laat ik het eventjes bij. Ik had nog allemaal mooie plannen voor de parkeergarage. Pak het dan goed uit met een glijbaan ervan af en zo, maar misschien … Dan maak je er echt iets moois … De voorzitter: Zou ik heel leuk vinden om op die manier naar mijn werk te gaan. De heer Van der Spoel: Ik zou het te gek vinden. Tokkelen. Maar dat misschien later. De voorzitter: Leuke plannen.
Als ik naar deze kant ga, begin ik dan bij Forum voor Democratie of bij Partij voor de Dieren? Ik weet niet wie net allemaal zijn hand heeft opgestoken. Dat ging toch heel snel. Dan begin ik bij mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Even mijn zooi opruimen. Dank, voorzitter. Ik moet zeggen dat vanaf het begin wij echt enthousiast waren over het plan. Drie jaar geleden hebben we wat varianten mogen zien. En ik denk nog steeds dat het een mooi plan is. En nu komen we dicht bij een eerste fase van uitvoering. We zitten in een oordeelsvormende fase. En toch hebben we wat insprekers die graag wat meer input hadden willen leveren of meer betrokken hadden willen zijn. Er werd net een vraag gesteld aan de heer Barone, wat is er nodig om de plannen te laten slagen? En hij gaf aan, samenwerking met de mensen
49
hier, projectteam, Stadswerven en Wantij-West. Het is natuurlijk een complexe situatie. Maar mijn vraag aan de wethouder zou zijn, wat is er volgens de wethouder nodig? En hoe valt dit allemaal in elkaar? Als dingen complex zijn en van vele factoren afhankelijk zijn, dan betekent het vaak wel dat je gewoon ergens aan moet beginnen. Maar wellicht kan de wethouder toch wat toelichten over die complexiteit van het plan en of hij enig inzicht kan geven op de uitwerking, met de vragen die we hier nu krijgen. Ik vind dat wij daar als commissie weinig zicht op hebben. Wij zijn niet bij de participatie betrokken. We moeten er toch op vertrouwen dat dat goed wordt gedaan. Ik vind het nu moeilijk om als fractie daar echt inhoudelijk iets op te zeggen. En ik kan daar natuurlijk een mening over hebben, maar ik zit niet helemaal diep in dat plan en alle details om daar nu wat van te zeggen. Daar graag wat meer helderheid over. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Groenewege van Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, moet de parkeergarage Energiehuis wieberen of niet? Die vraag is door het CDA vandaag op de agenda gezet. Op 11 april 2023 stelde de raad het ontwikkelkader vast voor Wantij-West, het gebied waar we het nu over hebben, waarin verplaatsing van de parkeergarage als nodig en noodzakelijk is beschreven.
Wethouder Burggraaf beschreef die noodzaak toen als volgt. Ik citeer uit de commissievergadering. “Eén ding waar u in ieder geval voor kiest in dit ontwikkelplan is zeggen, die parkeergarage daar aan het water, dat is niet de kwaliteit die je wil in het gebied, want daar kan je veel beter het water aansluiten op het Energieplein, zorgen dat voor het Energiehuis er een gebied ontstaat van stadsstrand en activiteiten, sport en spel, et cetera.” En hij voegde daar nog aan toe, “U stelt wel vast, u, de raad nogmaals, dat die parkeergarage in ieder geval weggaat op de plek van het water.” Einde citaat. Maar het is alweer 2 jaar later, de tijd vliegt en de noodzaak van verplaatsing blijkt in twee jaar enorm te zijn afgesleten. Sterker nog, die lijkt opeens totaal verdwenen te zijn. In het nieuwe verhaal lezen we namelijk, ik citeer uit het stuk waar we vandaag over spreken, “Uit de vergelijking met andere referentieprojecten, stadsstranden en havenbaden in andere steden, bleek dat deze oppervlakte ruim voldoende is om een goed groen stadsstrand te realiseren.” Punt. Voorzitter, veel beloven, weinig geven, doet een gek in vreugde leven. Maar wij zijn niet gek en we krabben hierbij toch wel achter ons oor. Want om zo als een blad aan een boom te kunnen draaien, heb je wel eerst een boom nodig. Daar kom ik aan het eind op terug. Ik heb echter ook wat goed nieuws.
Op de eerder genoemde datum in 2023 diende de Partij voor de Dieren, wij, een motie in om hoe dan ook geen bovengrondse parkeergarage op het Energieplein neer te zetten, want die omgeving is al guur genoeg zonder parkeergarage. Alle partijen waren tegen dat voorstel, behalve wijzelf natuurlijk. Dat komt weleens vaker voor. Zelfs GroenLinks wilde de optie van een parkeergarage op het Energieplein nog openhouden. 2 stemmen voor, dat waren wij, en 35 stemmen tegen. Maar wie krijgt uiteindelijk zijn zin? Die 2 stemmen, wij, de Partij voor de Dieren, want er komt geen parkeergarage op het Energieplein. En die wilde ik bij deze toch even in onze eigen zak steken. Voorzitter, je moet af en toe je successen vieren. Het wordt daar een stadsstrand in de schaduw van een parkeergarage, naast betonnen trappen die het water ingaan. Het wordt weer typisch hashtag genieten op zijn Dordts. Voorzitter, we hopen wel dat de boompjes kunnen
50
blijven staan, want die zijn eigenlijk het enige groen daar op dit moment. En we roepen de wethouder op om dat nu toe te zeggen. En anders dienen we daar een motie over in. Verder vragen we ons af of we de woonbestemming niet beter van de landtong af kunnen halen. We overwegen een motie die het college daartoe oproept. Daar hou ik het even bij. De voorzitter: Heel helder. Dank u wel. Gaan we naar mijnheer Den Hartog van GroenLinks. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Het gaat tot nu toe heel veel over een aantal zaken die belangrijk zijn, maar ik wil ook graag nog wat andere dingen aanstippen. En daar wil ik eerst mee beginnen. Allereerst gezegd, wij zijn voorstander van het plan Wantij-West. In principe positief. Maar we hebben toch nog wel een aantal vragen over onduidelijkheden. Ik veronderstel dat bekend is dat GroenLinks grote waarde hecht aan de vergroening. En dat de vergroening van de landtong kostbaar zou zijn, dat was op voorhand al bekend, dat zei iedereen. Maar ik ben het daar niet mee eens. Want niet de vergroening zelf is duur, maar het opruimen van vervuilende industriële activiteiten is duur. Of het nu gaat om, vroeger benzoëzuur en fenol in De Staart, PFAS door Chemours, nu nog, zware metalen bij De Paddenstoel of nu weer asbest op de landtong, het is het opruimen van schadelijke vervuiling die hoge kosten met zich meebrengt, niet de vergroening zelf.
En dat er dan op dit moment geen geld is voor de broodnodige sanering, dat is één ding. Daar vindt GroenLinks ook wat van. Maar dan zou ik wel op zijn minst een doorkijkje willen hebben naar de toekomst van, wat doet het college zodat er in de toekomst wel budget voor is? Wordt er bijvoorbeeld jaarlijks geld opzijgezet, totdat we voldoende budget hebben? Hoelang gaat het dan duren? Of zijn we afhankelijk dan weer van externe financiers? Hoeveel geld is er op die manier nodig? Wat doet het college om dat budget binnen te krijgen? Dat is wel belangrijk voor ons. De voorzitter: Een interruptie van mijnheer Damen van PvdA. De heer Damen: Ik zit een beetje met de vraag wat het nut is van die sanering van die asbest die in de grond zit? Wat voor een probleem levert dat op voor de omgeving? En waarom zouden we haast maken met een vreselijk dure sanering daarvan? De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, GroenLinks. De heer Den Hartog: Ik ben een beetje verrast door deze vraag. Ik denk dat overal waar mensen wonen of leven of recreëren dat het evident is dat je gezondheidsschade zoveel mogelijk wil beperken en dat je dus dit soort stoffen wil saneren. Voor mij is het in ieder geval een abc’tje. De heer Damen: Maar die fout maken een heleboel mensen, dat ze dingen heel makkelijk aannemen voor een abc'tje.
Als je het niet mogelijk maakt dat je daar gaat graven, is er geen risico op gezondheidsschade. En waarom zou je aan zo'n plek dan nu heel veel geld gaan besteden? De voorzitter: De heer Den Hartog.
51
De heer Den Hartog: Voorzitter, het is altijd zo lastig, dat voorspellen lastig is, vooral als het over de toekomst gaat. We weten niet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Je kunt nu wel zeggen, als we het niet doen. Dat weten we niet. Ik denk dat als ik even ga zoeken dat ik zo tientallen voorbeelden overal in Nederland kan vinden waar allerlei soorten, bijvoorbeeld asbest, maar ook andere stoffen voor gevaarlijke situaties hebben gezorgd. Lekkerkerk komt zo eventjes naar boven. In De Staart ook. Ik ben echt wel een beetje verrast dat we dit soort … Niet je vindt het een abc'tje, het is een abc'tje, dat we dat nog eens over moeten doen. Het is volkomen logisch dat je de gezondheidsschade wil beperken. De voorzitter: Eventjes, de heer Damen, ik snap dat jullie hier samen over door willen, want het is ook een interessant onderwerp, maar het ligt wel een beetje ver van waar we het vanavond over zouden hebben. Zit er nog een kans in dat jullie elkaar gaan overtuigen? Dan wil ik nog best even ruimte geven. De heer Damen: Ik kan alleen maar constateren dat we op tal van plekken, waar vervuiling aangetroffen wordt, de boel gewoon inpakken en zorgen dat je er niet bij kunt. Als je dat doet … De voorzitter: Is ook een optie. En dan laat ik het verder bij een mening. De heer Den Hartog, gaat u verder. De heer Den Hartog: Zeker.
Het gaat om het beperken van de gezondheidsschade, op welke manier dan ook. Maar dat zijn de kosten. Niet de vergroening zelf. En over vergroening, de volgende stap, de vergroening van de parkeergarage, tot nu toe ben ik een beetje in verwarring. Want ik lees iets, ik hoor iets en ik hoor eigenlijk tegenstrijdige berichten. En daar wil ik graag van de wethouder ook wel wat over horen van, we gaan die verticale wanden maken. Als dat kan, ben ik heel positief daarover. Maar ik hoor ook verhalen dat dat door de constructie niet mogelijk is. En ik wil graag weten, hoe zit dat precies? En als het niet mogelijk is, dan zou ik wel graag willen weten wat een alternatief is. Want er is net ook al even gezegd, er is erg weinig groen in deze wijk. En dat vinden we erg belangrijk. U hoort veel vragen van ons. Wij willen graag een groen Wantij-West. We willen niet een volgende stenen oase. Daar hebben we er al genoeg van. Dan tot slot even de korte dingen over het stadsstrand. Ik vond het wel een goed verhaal net van de heer Burggraaf over zo'n bak maken voor de veiligheid. Maar waar ik nog wel zorgen over heb, is gewoon, mijn zoon gaat ook op elke warme dag daar zwemmen. Ze zoeken de zon op.
En als die parkeergarage blijft staan en dat stadsstrand zit in de schaduw, dan denk ik mensen enigszins te kunnen begrijpen als ze buiten, waar het eigenlijk hoort, toch op andere plekken gaan zwemmen. Ik zou daar graag nog wel iets over willen horen. En verder onderschrijf ik de zorgen van de heer Van Dam Timmers over het onderhoud en dergelijke. Daar zitten we er wel over te wikken. Het allerlaatste puntje, maar dat is echt het allerlaatste, er staat ergens iets over walstroom, dat dat beschikbaar is. Dat is mooi. Maar gaan die schepen daar ook gebruik van maken? Is er een mogelijkheid om dat niet alleen beschikbaar te maken, maar domweg te verplichten als je daar aanmeert van, je hebt geen andere keus, je zal en moet die walstroom gebruiken? Daar zouden wij heel erg voor te porren zijn. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer Hartmeijer, SP.
52
De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De heer Den Hartog zegt, dat strand is een beetje zonde, want dat komt dan in de schaduw en die parkeergarage staat er nog, et cetera. Dat is volgens mij een prima argument. Het andere is natuurlijk wel dat het bijna 2 miljoen kost voor iets wat je dan aanlegt wat uitkijkt op een parkeergarage. Dat is natuurlijk ook best wel zonde van je geld, tenzij we daar misschien iets totaal anders van maken. Bijvoorbeeld gewoon een vergroeningsplekje of zo. Ik zit even te zoeken van, waar de heer Den Hartog … Wat hij daarvan vindt? De heer Den Hartog: Voorzitter, vergroening zijn wij altijd voor natuurlijk. Een stadsstrand zien we ook prima zitten. Over het algemeen is dat wel gericht op het water. Dan heb je in ieder geval die parkeergarage, waar wij ook niet super enthousiast over zijn, maar die heb je in ieder geval in je rug daar. Ik wil graag kijken van, kan het op een betere manier ingericht worden? Misschien zijn die mogelijkheden er. Er is toch, als je naar de hele kade kijkt, in ieder geval voldoende aantal meters. Natuurlijk moet je met heel veel andere zaken rekening houden. Maar om dan heel specifiek uw vraag te antwoorden, willen wij graag en, en. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, als eerste wil ik zeggen dat we best wel positief staan in dit plan. En dan lees je hem wat verder, en dan moet ik mijnheer Van der Spoel helemaal gelijk geven. Er word je een hele mooie worst voorgehouden en je ziet dingen afbrokkelen en minder worden. En wat je dan ook ziet, is dat je een inhoudsopgave hebt en daar stond bij punt 5 heel mooi de Biesboschhal, maar punt 5 is er niet meer. Behalve in een tabel achteraan. En daar staat, het proces loopt. En dat geeft ons een unheimisch gevoel van, wat wordt ons hier achtergehouden? Waarom staat de Biesboschhal er niet meer in? Andere gedeeltes worden ook gewoon een statusupdate gegeven en hier niet meer. En daar wil ik graag wel een uitspraak van de wethouder van hebben van waarom dat verdwenen is? Als ik dan naar de politieke vragen kijk. Dan het stadsstrand. We horen net ook weer die veiligheid rond het zwemmen. Dat is iets waar we ook continu op gehamerd hebben. En Rijkswaterstaat zegt, het is veilig. Maar Rijkswaterstaat kijkt naar de schepen. En die kijkt niet zozeer naar de zwemmers. In de afgelopen jaren zijn er meerdere keren, ook bij het Vissertje, maar ook hier kinderen een end weggedreven. Ook honden zijn weggedreven, die niet meer terugkwamen. En wij maken ons grote zorgen om de veiligheid.
Ook nu van avond weer horend dat heel veel mensen overal vanaf springen, maken we ons best wel zorgen over het zwemmen daar. En ik zou heel graag van de wethouder horen hoe hij dat veilig maakt, op een manier dat we niet over drie jaar hier zitten van, als raad hebben we met iets ingestemd, de reddingsbrigade ligt aan de overkant, maar die hebben toch te vaak moeten ingrijpen. Dan het punt van financieren. De voorzitter: Voordat u verdergaat, u heeft een interruptie daarop van mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Even een vraag aan de heer Roggekamp. Want ik snap ook zijn bezorgdheid over de veiligheid. En dat is natuurlijk ook iets waar we op moeten letten en een stuk verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Maar het zou natuurlijk zo kunnen
53
zijn dat, ook al komt er geen bak en geen zwembad, dat kinderen alsnog ervoor kunnen kiezen om gewoon van die brug te springen. Dat kan er natuurlijk altijd zijn. Daar zit natuurlijk ook een stuk verantwoordelijkheid van ouders en opvoeding. De wethouders kunnen natuurlijk niet overal op letten. Hoe ziet de heer Roggekamp dat, dat we op de een of andere manier het aantrekkelijk maken om bij het strand te gaan zwemmen en in die bak te gaan zwemmen, zodat ze niet van een brug hoeven te springen? De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in de tijd dat ik jong was, ging ik surfen op de rivier, want toen mocht dat nog. En dan ging je ook buiten de kribben, want dat mocht nog. Het was ook niet altijd veilig. Je ging ook zwemmen in het Wantij. Overigens was toen in het Wantij minder stroming, omdat nu door de grote waterbassins aan het einde stroomt het daar veel harder. En op de rivier mag het niet meer. Daar wordt ook gehandhaafd. En als dit echt te onveilig is om te zwemmen, we hebben net ook al gehoord, het Wantijbad hebben we er ook vlakbij liggen, misschien moet daar een zwemverbod komen dan en moet je alleen in zwembaden zwemmen. Als wij die veiligheid niet kunnen garanderen, dan moet je het misschien niet toelaten. De voorzitter: Dat is een keuze. De heer Roggekamp: Dat is een keuze.
De voorzitter: Nog een interruptie, mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Maar welke veiligheid garanderen? Want ik bedoel, dat is niet vervelend bedoeld, maar je kunt altijd een plek vinden, bijvoorbeeld bij de Zwijndrechtsebrug, om er gewoon vanaf te springen. Maar er zitten altijd risico's. Ik wil mensen niet op ideeën brengen. Maar er zitten altijd risico's. En ik snap ook wel dat als wij daar iets gaan creëren en het is recreatief moet je er natuurlijk ook voor gaan zorgen dat het gewoon veilig is. Dat ben ik volledig met u eens. Maar er zit natuurlijk ook een beperking in wat we kunnen doen ten aanzien wat mensen of kinderen besluiten om te doen op plekken waar ze eigenlijk niet mogen komen. De heer Roggekamp: En ik denk, voorzitter, dat hier juist het probleem ligt. Op het moment dat je van de Zwijndrechtsebrug afspringt, als je van een bootje afspringt, dan doe je dingen die niet mogen. En dat weet je vaak al. Op het moment dat wij als gemeente een strand aanleggen, we noemen het een strand, ook al is het een grasveldje, dan pretendeert dat dat je daar kan zwemmen en dat je daar veilig het water in kan. Als wij in de Merwelanden blauwalg in het water hebben, verbieden we daar om te zwemmen, omdat het niet veilig is. We gaan hier dan een strand aanleggen, terwijl je weet, je hebt een behoorlijke stroming.
We hebben vanavond ook gehoord die schroeven die zoveel waterstuwing geven. En dan zeggen wij, je kan hier veilig zwemmen, terwijl we eigenlijk nu al weten bij het aanleggen dat er best wel grote veiligheidsrisico's aan zitten. Ik vind dat een heel groot verschil dan ergens te gaan zwemmen waarvan je weet, hier mag het eigenlijk niet of dit is er niet voor aangelegd. Ik zie daar wel een groot verschil in, voorzitter.
54
De voorzitter: Helder. Gaat u verder met uw termijn. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Het volgende punt van de politieke vraag was de financiering. In heel het plan staan regelmatig ook vlonders, loopbruggen, mooie routes langs het water. En daar zijn wij op zich best wel blij mee, ware het niet dat we ook in Dordrecht best wel vaak meldingen zien van een, hoe heet dat, zo'n scootmobiel of een fiets bij of in water, bij dijkjes, bij andere punten. En eigenlijk wil ik van de wethouder horen dat de veiligheid voor dit soort voertuigen voor het gebruik van eigenlijk alle Dordtenaren van die routes meegenomen is in de financiering, want anders ben ik bang dat de financiering niet toereikend is om het ook weer op een veilige manier aan te leggen. Dat zijn mijn vragen alleen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Schalken van Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik heb net al een paar interrupties gedaan, waarbij ik denk ik ook wel weer aangeef hoe wij erin zitten. Een aantal onderdelen van dit plan vinden wij leuk, vinden we positief. En eigenlijk wil ik vooral aansluiten bij de inspraakreactie van de heer Van Ameijden, met betrekking tot het stadsstrand. Is het zo slaapverwekkend, voorzitter? De voorzitter: Excuseer. De heer Schalken-den Hartog: Dan ga ik verder. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Schalken, dit is mijn derde vergadering als voorzitter. Ik had eventjes een pauze, maar ik ben weer terug. De heer Schalken-den Hartog: Gelukkig. En waar ik vooral van schrok, is het feit dat er nu dit plan ligt. We hebben allemaal onze mond vol hier in de raad over participatie. En met de inspraakreactie die er kwam van de heer Van Ameijden, kwamen een aantal echt terechte punten naar boven. En ik heb niet het idee dat die een rol hebben gespeeld in de afweging die nu uiteindelijk gemaakt is met het voorstel wat nu voorligt. Wat ons betreft zitten hier wel echt op dit moment onze zorgen. Het kan wat ons betreft niet zo zijn dat dit plan dadelijk wordt aangenomen en we dan gaan vragen, hoe gaan we het nu in de uitwerking doen? De mensen hadden daar aan de voorkant moeten worden meegenomen in de planvorming, zeker omdat er een aantal terechte zorgen en vragen werden aangegeven. En dat vinden we een belangrijke misser in dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Den Heijer, VVD. De heer Den Heijer: Voorzitter, dank. Ik weet het nog heel goed toen ik 12 jaar oud was en met mijn grote Eastpaktas achter op de fiets vanuit Stadspolders naar de binnenstad fietste voor mijn eerste schooldag. Toen hadden we wijlen Hilton Weidema. Is een vader van Collin, een klasgenoot van mij op school. Hij leeft helaas niet meer.
En die heeft in 2006 gezegd, wat doodzonde, ongelooflijk zonde dat dat stadsstrand niet lukt. En het was de Partij van de Arbeid die dit punt als eerste naar voren heeft gebracht en heeft gezegd, er moet een stadsstrand naar deze stad komen. En het is met veel steun van de gehele gemeenteraad ook in het coalitieakkoord gekomen.
55
En ik was eerlijk gezegd bang dat het tweede punt wat in het coalitieakkoord staat, namelijk de verplaatsing van de parkeergarage, dat naast het nummertje dat de heer Groenenwege maakte over de parkeergarage, dat het verwijt kwam naar ons van, waarom heb je daar geen gestand aan gedaan? En ik moet zeggen, die druiven zijn erg zuur voor de Dordtse VVD. En we zijn ook zeer benieuwd, en dat gesprek hebben we uiteraard natuurlijk ook gevoerd, waarom die garage niet verplaatst kan worden? Want het is inderdaad een wezenlijk verschil in aanzicht of je dat doet of niet. En tegelijkertijd, als destijds die beloftes zijn gedaan door een ontwikkelaar, welke stappen kunnen wij dan ondernemen naar een ontwikkelaar die dit gedaan hebt? En als het anders gelopen is, dan horen wij graag van het college hoe dat in elkaar steekt. De wind is nu wat gedraaid. De kans om dit nu wel te realiseren, zoveel jaar na dato, die ligt nu voor. En zeker, ook de Dordtse VVD kijkt scherp mee op veiligheid, financiën, inpasbaarheid, ook de participatie die straks gelopen gaat worden, is voor ons heel belangrijk. Tegelijkertijd, de kritiekpunten die wij zelf hebben en ook hier gehoord hebben, wegen voor ons niet zwaar genoeg om het niet met dit plan eens te zijn. Want ongeveer op 10 punten van het plan, van de 18 stuks wat we van plan waren, blijkt een resultaat in zicht te zijn.
En iemand die het glas halfvol ziet die zegt, waarom is de rest niet gelukt en waarom ligt de rest nu niet als concreet resultaat voor? Wij kijken er optimistisch naar. En wij zien dit echt als een stap vooruit. En we willen inderdaad, zoals de heer Barone terecht opmerkte, dit ook samen doen. En we zien ook uit naar de resultaten die straks gaan komen. Dan vervolgens vanuit de fractie heb ik een punt in mijn achterzak meegekregen, en dat is ook een punt wat aan de orde is geweest tijdens het bezoek aan het gebied, is het witte appartementencomplex. Dat is in bezit van Trivire. Daar maakte de heer Hartmeijer volgens mij een terecht punt over. En daar wil ik eigenlijk nog een punt aan toevoegen. Want als je kijkt naar wat de uitstraling is van dat pand en hoe wij daar mensen laten wonen die toevallig in een sociale huurwoning wonen, dat betekent niet dat mensen in een veel lelijkere woning hoeven te wonen. En wij zouden graag willen zien dat dat gewoon opgeknapt wordt. Dat het gesprek met Trivire wordt gevoerd of zij, naast de marktpartijen die wel gewoon meedoen in dit plan, ook een bijdrage gaan leveren om dit gebied te verfraaien en ook deze mensen een kans geven om gewoon op een fatsoenlijke manier daar te wonen. En wellicht zou er ook nog iets in eenheden gedaan kunnen worden. Ik ben benieuwd hoe het college daar tegenover staat.
En verder gaan we graag het gesprek aan met de rest van de commissieleden en hebben we heel veel interessante punten in de eerste termijn gehoord. Waarvoor dank. De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De heer Den Heijer zegt, wij vliegen dit positief aan of optimistisch aan. Wij eigenlijk ook, als je kijkt naar al die andere punten in het plan. Het pijnpunt is natuurlijk dat strand op dit moment. Want zoals de heer Groenewege aangaf, de ambitie, belofte, hoe je het wil noemen, was dat die parkeergarage verplaatst zou worden. En dan zou dat strand op een wat grotere manier eventueel gerealiseerd kunnen worden. Dat staat natuurlijk nu wel in een ander licht, want die parkeergarage moet blijven staan. Dat kan blijkbaar niet anders. Moet je dan nog wel diezelfde ambitie voortzetten, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn, bijna 2 miljoen. Hoe kijkt de heer Den Heijer daartegenaan? Want het is nu
56
toch een andere situatie. En dan alleen maar gefocust inderdaad op dat strand. We hebben het nu niet over de rest van het plan, want dat deel ik wel. De heer Den Heijer: Ik ben blij dat de heer Hartmeijer ons die vragen stelt. Kijk, hoe zuur het ook is, als die parkeergarage niet verplaatst kan worden, dan plaatst dat je voor de vraag, ben je nog voor een zwemvoorziening daar, ja of nee? En wij maken in de afweging de keuze om daar voor te zijn, omdat op dit moment daar gezwommen wordt, omdat op dit moment daar op een manier gezwommen wordt waar ook de broeders van de Verenigde Senioren Partij terecht zeggen, dat gaat op een hele onveilige manier. Tegelijkertijd zie ik ook een aantal punten die meegenomen moeten worden in de creatie van een zwemvoorziening daar waar goed rekening mee wordt gehouden. De zon schijnt daar. Ik moet eerlijk zeggen, dat gebeurt. Maar ook om 15.00 uur heeft mijn collega laten zien dat er schaduw is. Op hele hete dagen is het misschien nog een voordeel ook, eerlijk gezegd. Op andere dagen is dat misschien inderdaad een probleem. Dat daar misschien nu geen zand gestort wordt, maakt het een stuk veiliger, veel veiliger. Maakt het voor de moeders thuis ook een stuk leuker dat je hele huis niet vol met zand ligt als de kinderen thuiskomen. Scherp punt. En laat ik zeggen, dat ben ik ook voor een deel. Maar ik maak geen beloftes vanavond. Ze kijkt mee.
Maar goed, dat geheel terzijde. Jazeker, er zitten onderdelen in die aandacht verdienen. En dat heeft ook met de inpasbaarheid, veiligheid te maken, met de financiën. En bij de financiën merk ik op dat er heel veel geld bij zit, ook voor medeoverheden, en van de aanpalende commerciële voorziening. En het lijkt me volgens mij meer dan terecht dat daar ook een bijdrage van gevraagd mag worden. En dat gebeurt ook. De voorzitter: Dank u wel. Dan was er ook nog een interruptie van de heer Damen van PvdA. En ik ben bang … Die is er niet meer. Ik wil voorstellen, aangezien we nog maar 2 minuten hebben, dat u dat de volgende keer doet, anders moet u het binnen 2 minuten afronden. Dat zou een beetje zonde zijn. Maar dan kunnen we nog … En de heer Laban wilde ik inderdaad ook nog vragen voor de volgende keer. Dan beginnen we de volgende keer sowieso met jullie. Maar wel tijd voor nog een interruptie van de heer Van Dam Timmers, CDA, voor de heer Den Heijer. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik hoor mijn collega, de heer Den Heijer, ook over de financiële aspecten. En ik ben blij dat hij dat ook belangrijk vindt. En het klopt inderdaad dat er veel cofinanciering is in de aanleg. Alleen het grote probleem wat wij in onze stad hebben, is dat we heel veel dingen wel kunnen aanleggen, maar dat vervolgens we in de problemen komen. En dit zijn best wel hele dure realisaties.
En die vragen ook, zeker bij intensief gebruik, om veel onderhoud. En ik vraag me dan toch af wat u van de gekozen financieringssystematiek vindt, waarin er eigenlijk wordt gerekend op de inkomsten uit de riviercruises? De heer Den Heijer: Daarmee is op dat aspect een dekking dan, als ik u goed beluister. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, als ik mag, dat strookt alleen niet met wat we in de Perspectiefnota hebben aangenomen, dat we die middelen gebruiken om andere tekorten op te vangen, omdat we daarin juist bezuinigingen niet hebben genomen. De heer Den Heijer: Volgens mij lopen hier twee dingen even door elkaar. Dat is de begrotingssystematiek. Ik stel vast dat in de Perspectiefnota de begroting sluitend is.
57
Daar zie ik op dit moment voor dit dekkingsvoorstel dan geen probleem. Als u daar namens het CDA anders naar kijkt, dan moeten we daar volgens mij even samen gesprekken over voeren. En verder is inderdaad het onderhoudsvraagstuk een hele grote stapel in Dordrecht, waar we ook bij de Perspectiefnota met elkaar over gesproken hebben en keuzes in hebben gemaakt. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het 23.00 uur precies. Soms maken we iets langer nog een eerste termijn even af, zodat we de volgende keer bij de wethouderstermijn kunnen beginnen. Maar aangezien de vergaderavond die velen van jullie hebben gehad, en waaronder ikzelf ook, wil ik toch voorstellen om het hier af te kappen en de volgende keer gewoon verder te gaan. Ik zie instemmend geknik. Dat is fijn. Dan bedankt commissieleden voor de goede eerste termijn. Bedankt publiek voor het meeluisteren. En bedankt wethouder en de ambtenaren voor het geconcentreerd luisteren. En de volgende keer zijn jullie lang en breed aan de beurt. Fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 oktober 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
58