CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2024.11.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 17 december 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 26 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 en 19 november 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 517.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuurlijk, we betalen ze, maar ze zijn er voor jou als inwoner. En zo stellen ze zich ook voor. En wat kan ik doen om je te helpen je toekomst perspectief te verbeteren? Dat is de vraag die we stellen. En zo komen we eigenlijk… Nou ja, dat is nu gewoon een olievlek. Mensen vertellen dat aan elkaar. We zijn in Dordt West begonnen, inmiddels zijn we ook in Oost en Centrum een aanpak aan het ontwikkelen. Wel echt passend op wat daar nodig is, want wat er in Dordt-West nodig is, je ziet dat dat in het Lijnbaan gebied weer anders is, in het centrum. En Eisingahof en Tweelingen- en Stierstraat, die we dan in oost eerst even goed beetpakken, daar richten we ons specifiek op jongeren. Dus zo kijken we echt naar: wat is in welke delen van Dordrecht nodig? En om daar een passende aanpak op te zetten. Voor West zijn we al wat langer bezig, en ziet u ook de partijen even die we daar ook bij ingeschakeld hebben. De verkenners zijn dus echt degenen in de wijk. De wijk pastoor, degene die de taallessen geeft. Echt de mensen in de haarvaten, die zijn superbelangrijk. Anders werkt deze aanpak niet. Dus het gaat echt om samenwerken aan resultaat voor onze inwoners. Het Leer Praktijkcentrum kent u misschien ook wel? Waterwiel. In de wijk, waar dus mensen die stappen willen zetten in weer mee gaan doen, of stappen naar werk mee kunnen gaan doen.

En wat ze ook leuk vinden en fijn vinden om te doen. Of het nou schoonmaken is, of het is daar iets met catering, het is daar iets met gewoon gesprekken voeren. Mensen uit de eenzaamheid helpen, of zelf daarin stappen zetten. En je ziet nu ook dat dat echt ook gewoon… Het doel is niet naar werk, maar er zijn inmiddels al dertig deelnemers daar actief en er zijn er al zeven naar regulier werk gegaan. Je ziet dus een plek, niet alleen mensen uit een uitkering, ook jongeren, Pro-VSO, van het praktijkonderwijs, speciaal onderwijs. Mevrouw Van Benschop: Wanneer is het geopend? Mevrouw Van Zimmeren: September of oktober. Mevrouw Van Benschop: Volgens mij 6 september, nu twee maanden. Mevrouw Van Zimmeren: Ja precies, het is heel kort geopend en je ziet: het loopt storm, dus er is heel veel behoefte aan. Dus nu zijn we ook met Sterrenwiel, volgens mij, Woonbron is hier heel actief in, om daarin samen te werken. Met de short stay facility

22

zijn we ook op deze manier in gesprek. Dus dat hebben we eigenlijk als gemeente alleen maar hoeven te initiëren en stimuleren. En nu rolt dat als een balletje en kost dat ook, voor dit programma hoeven we daar ook volgend jaar geen middelen meer in te steken. Dus zo zie ik het ook. Met dit programma initiëren we en stimuleren we dat de dingen opgepakt gaan worden, die aansluiten bij de behoefte in de samenleving. Wat nog leuk is om te noemen: scholingsfonds. Vanuit de regiodeal hebben we 1,7 miljoen in totaal, maar 850 duizend euro aan cofinanciering binnengehaald om een scholingsfonds op te starten, voor werkenden en niet-werkenden. Dus er zijn ook heel veel kwetsbare werkenden in onze stad en regio. Dus daar moet je ook niet voor wegkijken, maar juist helpen om hen dus te helpen om stappen te zetten in een kans-sector. Dus het moeten wel kans-beroepen zijn, hier in de regio. Dat het ook echt bijdraagt aan de werkgelegenheid die we hier hebben. Maar dan kunnen de inwoners dus vanaf medio volgend jaar een aanvraag doen. Dat loopt ook via het Werkcentrum, waar dan dus ook echt een loopbaangesprek plaatsvindt, zodat iemand wel goed geholpen wordt bij: welke keuze maak je? En dat er daarna dan ook een baan is, die daarbij past. De voorzitter: Mevrouw Van Zimmeren, ik ga u een kleine waarschuwing geven.

Als u ook nog wat van de raad wil horen, dan denk ik dat u een beetje vaart moet maken. Mevrouw Van Zimmeren: Ja, het is mijn enthousiasme. Er is zoveel te vertellen. Maar dan laat ik het eventjes hierbij. We merken wel, wat ik nog even wel wil benoemen. We hebben veel extra middelen dit jaar gegenereerd voor dit programma. Die gaan we niet allemaal opmaken dit jaar. Volgend jaar hebben we minder extra gegenereerde middelen. Dus ik ga wel aan de slag met een voorstel voor overheveling van een deel daarvan, zodat we wel de activiteiten kunnen voortzetten volgend jaar, zoals we die nu opgestart hebben. Maar dat loopt natuurlijk via het college eerst. Maar dat wil ik alvast wel even aankondigen. Nou de volgende slide, die zal ik niet inhoudelijk toelichten. De heer De Heer: Voorzitter, zou ik een vraag mogen stellen? Over de slide waar we het net over hadden, waar het getal van, het doel van honderd inwoners begeleiden naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt werd genoemd. Als we in de voortgangsrapportage kijken tot en met juli, dan zien we daar een aantal cijfers, een aantal successen denk ik ook zo gezegd, waarvan we dan zien dat er veertien naar betaald werk zijn gegaan. Een aantal andere categorieën.

Dus ik was even benieuwd: wanneer is het nu een succes en hoe kunnen we die honderd nu precies duiden? Gaat het bijvoorbeeld ook naar, duurzame begeleiding naar een plek in de arbeidsmarkt van vrijwillig werk bijvoorbeeld? Hoe breed kunnen we dat interpreteren? Wanneer is het een succes? De voorzitter: Zegt u het maar, mevrouw Van Zimmeren. Mevrouw Van Zimmeren: Misschien is het een mooie vraag aan de wethouder? De voorzitter: Dat kan ook. Alleen, geef ik ook hierbij wel weer even aan: volgens mij was het de bedoeling dat de wethouder informatie van jullie kreeg vooral.

23

Mevrouw Van Zimmeren: Dat is wel een mooi punt. Het is duurzame plek op de arbeidsmarkt, zo is die geformuleerd in eerste instantie. Maar je ziet wel, en dat is ook die berg op een van de volgende slides, dat je ziet dat we mensen ook naar andere plekken toe begeleiden, wat op dat moment past bij hun mogelijkheden. Want we treffen allerlei mensen. Lang niet iedereen kan naar regulier werk. Er zijn andere oplossingen beter passend. We zien ook mensen die vastzitten in vrijwilligerswerk, die in principe gewoon een zorgdiploma hebben, maar niet verder komen, vaak met een migratieachtergrond, dan vrijwilligerswerk. Nou, die zijn we ook aan het helpen om wel naar een baan te gaan en daarin door te leren in de zorg. Maar voor nu is het geformuleerd als werk en zien we ook dat dat nu echt in de lift zit, in het derde kwartaal, die aantallen. Ook omdat we ook Oost en Centrum aan het oppakken zijn. Maar in dat aantal van honderd zitten ook leerwerktrajecten. Dus mensen die we via leerwerktraject even buiten de wijk aanpak begeleiden naar werk. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop wil ook nog even iets zeggen. Mevrouw Van Benschop: Ik zal er nog iets op toevoegen. Het uiteindelijke doel is een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Dat is waar we die mensen graag naartoe willen brengen. Dan gaat het wel wat mij betreft over betaald werk.

Alleen, dat betekent niet dat die honderd mensen direct nu die plek al hebben op de arbeidsmarkt. Dus het kan ook gaan over leerwerktrajecten, trajecten via de beroepentuin bijvoorbeeld, waarmee die mensen het perspectief krijgen op een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Dus het is natuurlijk een continu proces. Je kunt niet altijd binnen een jaar en het traject starten en afronden en iemand op een duurzame plek hebben. Maar het doel, als het gaat over de duurzame plek op de arbeidsmarkt, gaat in de basis wel over betaald werk. Neemt niet weg dat je ook een hele doelgroep hebt, wat net al toegelicht werd, die mogelijk nooit een duurzame plek op de arbeidsmarkt betaald werk gaat krijgen, maar die wel degelijk een bijdrage kunnen leveren. En die wil je natuurlijk ook meenemen, maar die tellen wat mij betreft niet mee in de doelstelling van honderd. De voorzitter: Goed, mijnheer Uysal die wil volgens mij het college wat mee gaan geven, hoop ik. De heer Uysal: Ook een vraag. Dat is misschien ook wel inderdaad een suggestie om mee te nemen. Het uiteindelijke doel is inderdaad om mensen een duurzame plek op de arbeidsmarkt te geven. We werken dus nu met de wijkaanpak voor de verduurzamingsopgaaf van de stad, door middel van de energietransitie.

In hoeverre zijn er ook mogelijkheden om dat door middel van andere vraagstukken op te pakken, bijvoorbeeld circulaire economie, om maar iets te noemen? De voorzitter: Dat is inderdaad een mooie suggestie, denk ik. Mevrouw Van Zimmeren: Mag ik daarop antwoorden? Ja, fijn dat jullie inderdaad de rib ook goed gelezen hebben, heel fijn. Want we zijn begonnen met energietransitie. Dat was eigenlijk de aanleiding voor de wijkaanpak. Omdat we dan, de woningcorporaties gaan met iedereen in gesprek in huurwoningen over wat er allemaal in de woning gaat gebeuren, aangepast gaat worden. Kunnen we dan niet met de mensen uit de wijk dat werk gaan doen in de wijk? Hoe mooi zou dat zijn? Dus zo zijn we ooit begonnen. Maar

24

toen gingen we de wijk in en toen kwamen alle mensen tegen die helemaal niet geïnteresseerd waren om te werken in de energietransitie. Laat ik het zo zeggen. En die hele andere talenten hebben, op andere vlakken, of nog niet toe zijn aan werk, maar wel aan vrijwilligerswerk. Dus we zijn eigenlijk gewoon gaan aanpassen op waar de behoefte ligt in de samenleving en wat er nodig is. En dan zie je ook kinderopvang. Dat we richting kinderopvang een traject opgezet hebben. Daar is ook hartstikke veel vraag en behoefte aan. In de zorg, dat we mensen op mbo-2… Daar zijn ook wel heel wat mensen naartoe gegaan vanuit de wijkaanpak. Dus allemaal heel erg relevant, maatschappelijk relevant. Dus we hebben onze scope wel verbreed naar, het is een wijkaanpak en we hebben een richting energietransitie, zorg, kinderopvang. Nou ja, noem maar op waar het talent dan ook ligt, van onze inwoners. De voorzitter: Mijnheer Uysal, nog iets, nog een briljant… De heer Uysal: Ja, nog een aanvulling. Wat we nu zien is inderdaad dat concrete maatschappelijke vraagstukken worden aangepakt door middel van die wijkaanpak. Maar ik zou me ook heel goed kunnen voorstellen dat dit ook bijdraagt aan de sociale cohesie, aan gemeenschapszin. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen, door middel van dat ze samen met de hele buurt gaan optrekken, dat eigenlijk hierdoor ook eigenaarschap wordt gecreëerd.

Dat ze eigenaar worden van vraagstukken in hun eigen wijk. Dat ze ook het gevoel krijgen: wij zijn er ook voor onze eigen wijk en voor onze eigen inwoners. Dus ik denk dat het ook los van de maatschappelijke vraagstukken, ook zeker kan bijdrage aan de sociale cohesie. En dat het in dat kader ook wel samenhangt met een totaal ander programma, waar de wethouder ook mee bezig is, namelijk Dordrecht Sociaal. De voorzitter: Reactie daarop? Mevrouw Van Benschop: Ja, kan ik heel kort op zijn. Dat klopt. Het is een… Ja, het is een veel breder pakket. Het is niet zo dat een toekomstmakelaar binnenkomt bij iemand en zegt: heeft u een baan? Nee? Dan gaan we u aan het werk helpen. Ja? Dan stopt het hier. Dat gesprek wordt in de volle breedte gevoerd. Alleen, vanuit dit programma schieten we hem wel in vanuit het toe leiden naar werk. Maar er zitten veel meer maatschappelijke of sociale doelstellingen achter, die wel degelijk meegenomen worden door zowel de toekomstmakelaar als de werkshop en al die andere partners. De voorzitter: Meneer Gorter, u wilt het college ook wat meegeven? De heer Gorter: Ja, ik heb overigens met veel plezier het stuk zitten lezen, het doet me goed. Het enige, ik zou ook wel die ondernemers willen horen, die dat stempeltje ondernemen met impact krijgen. Die zie ik niet in het stuk. En ik zou ook wel willen weten welke ondernemers.

En misschien dat er een mogelijkheid is, dat er op een of andere manier ergens gecommuniceerd wordt welke ondernemers dat zijn. De voorzitter: De ondernemers met impact. De wethouder.

25

Mevrouw Van Benschop: Ja, zeker. Dat inzicht kunnen we echt wel geven welke partners er inmiddels van de stichting zijn. En als de raad daar behoefte aan heeft, kunnen we natuurlijk ook altijd een keer een bijeenkomst organiseren, waar de stichting nog een toelichting kan geven. En wat bedrijven mee kan nemen om ook hun verhaal te doen. De heer Gorter: Voorzitter, dat vind ik een goed idee. De voorzitter: Dank u wel. Ik ben het helemaal met u eens. Mevrouw Stevens, u wilt ook wat meegeven nog. Mevrouw Stevens: Nee hoor, ik zat alleen maar ja te knikken, dat ik dat een goed idee vind. De voorzitter: Heel goed. Ik vermoedde het al, maar ik denk: wie weet. Mijnheer Den Heyer. De heer Den Heyer: Dank, voorzitter. En dank voor het aanstekelijke, enthousiaste verhaal wat zojuist gedeeld werd. Wat voor onze partij van belang is, is dat we wel focus behouden. Dus wat dat betreft spreekt met name het eerste doel aan, van de aanpak. En wat we daar bij de eerste twee doelen wel missen, is hoe uiteindelijk – en dat is misschien ook voortbordurend op wat mijnheer De Heer zei - hoe meten we nou uiteindelijk dat dit een succes is geworden? En hoe kunnen we uiteindelijk ook bijhouden dat dit ook een succes is? Dus waarom zijn ook die doelen niet wat concreter gemaakt, ook meetbaarder gemaakt in dat opzicht? Het wordt een beetje een terugkerend thema. Daar zijn we ons van bewust.

Maar waar wij dit juist als een goed instrument voorzien, is voor mensen die ontegenzeggelijk arbeidspotentie in zich hebben, dat die juist de stap naar werk kunnen maken. En dat we dat ook gewoon versnellen. De duurzaamheid van uitstroom zou ook juist moeten helpen om versneld die uitstroom te bewerkstelligen, maar het zou niet per se een doel op zichzelf moeten zijn. Dus dat is even het eerste punt. Een tweede punt zien we een pilot bij het Dordthuis, waar het gaat over goed werkgeverschap. En dat we dat ook bij de gronduitgifte gaan doen, en ook bij de aanbestedingen. Kunnen we daar wat technische toelichting op krijgen, wat dat precies inhoudt? Want op zichzelf snappen we het idee daarachter heel goed. Aan de andere kant: we willen er ook voor waken dat we bijna een soort knuffel-klimaat rondom een aantal ondernemers gaan creëren, wat gewoon ten koste gaat van de economie en de werkgelegenheid in onze stad. We zouden ook die balans daar graag in willen terugzien. De voorzitter: En die technische toelichting, mijnheer Den Heyer, wanneer had u die gehad willen hebben? De heer Den Heyer: Nou, laten we eens kijken hoever we nu komen. Want ik zag al wat geknik. Als er schriftelijk of op een ander moment op teruggekomen moet worden, vinden we het best. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we dat nu kort, als de wethouder dat kan.

En als het uitvoeriger moet, dat dat schriftelijk gebeurt. Mevrouw Van Benschop: Ja, dat kan even heel beknopt. De raad heeft in het programma ruimte voor banen, moet ik even kijken wanneer dat precies was vastgesteld, wat dat

26

dan betekent voor de uitgiftecriteria. Die hebben we namelijk gewoon vertaald. Dus dan gaat het over die maatschappelijke betrokkenheid, die we vertaald hebben naar uitgiftecriteria. Dat heeft de raad vastgesteld, dus dat stuk kan ik sowieso even kijken wanneer dat was en zorgen dat we dat ook weer teruggeven. En als het gaat over het Dordthuis en aanbesteding en inkoop, zit dat eigenlijk langs dezelfde lijn. Dus dan gaat het over dat je kunt scoren, noem ik het maar even, op duurzaamheid, circulariteit, dat soort dingen. Dat is de duurzaamheidskant. Dan heb je de inclusiekant. Dus wat doe je eraan om ervoor te zorgen dat mensen ook daadwerkelijk bij je kunnen werken? En dan gaat het over het goed werkgeverschap. Dus geef je mensen ook een stabiele basis, geef je ze de mogelijkheid om een leven lang te ontwikkelen? Dat ze in ieder geval ook geschikt blijven voor onze arbeidsmarkt. Want we zien dat daar een heel groot, nou ja, probleem wil ik het niet noemen, maar een grote uitdaging zit, dat als mensen een tijd bij een bepaald bedrijf hebben gewerkt en zich niet doorontwikkelen, vervolgens daar weggaan en weer moeilijker aan de volgende baan komen. Dus dat zijn eigenlijk de drie dingen in een abstractieniveau, hoe we dat vertalen.

Als u dat heel concreet wil, dan kunnen we in ieder geval even dat raadsvoorstel erbij zoeken van ruimte voor banen, waar u dat heeft vastgesteld voor de uitgiftecriteria. En die kunnen we altijd nog even aanvullen op het aanbesteding, inkoop en specifiek Dordthuis traject. De voorzitter: Mijnheer Den Heyer, vindt u dat een goed idee? Wilt u er nog iets aan toevoegen? De heer Den Heyer: De bevestiging van de wethouder is dat het gewoon in lijn is met een eerder vastgesteld ruimte voor banenplan, dan is dat gewoon zo. Dus daar hoeft wat mij betreft de wethouder niet extra werk voor te verrichten, om mij mijn eigen werk te laten doen, dat kan ik ook zelf opzoeken. Dus bedankt voor dat aanbod. Dat stukje van Dordthuis, dat zou ik wel graag willen zien. Dat fenomeen dat heb ik niet eerder zo scherp op het netvlies gehad. En zeker omdat daar ook de vraag achter vandaan komt: hoe verstrekkend zouden we dat dan willen hebben? Want we zeggen: inmiddels leggen we ons er kennelijk bij neer dat het schaap met de vijf poten op de arbeidsmarkt kennelijk niet meer aanwezig is. Mijn fractie twijfelt daar gewoon echt over, of wij ons daar zo makkelijk bij neer moeten leggen. Maar is het schaap met de vijf poten aan de kant van de ondernemers op dit gebied dan wel aanwezig? En wat doen we dan als we gewoon deze inclusiviteit, circulariteit, als we dat allemaal afpellen.

Maar dat we uiteindelijk voor de voortgang van de inrichting van het Dordthuis gewoon het resultaat belangrijk is, dat we voortgang maken. Dat het gewoon een onderneming moet zijn, die dat voor elkaar kan krijgen. Want weegt het college dat dan precies? De voorzitter: Ik heb in ieder geval mevrouw Van Zimmeren zien schrijven toen u de opmerking maakte. En mevrouw Van Benschop wil nog heel kort daar wat aan toevoegen. En daarna stel ik voor dat we ook nog even naar de jeugd gaan kijken, bijvoorbeeld. Ook niet onbelangrijk. Mevrouw Van Benschop: Als het gaat over dit soort grote aanbestedingsprocessen, we gaan hier gewoon even op terugkomen hoor, met een technische toelichting, maar als het gaat over dit soort grote aanbestedingsprocessen, dan worden we natuurlijk ook wel geholpen door het feit dat er gewoon Europese- en landelijke wetgeving is, die hier ook al eisen aan stelt. Het is ook zeker niet de bedoeling om op detailniveau allerlei extra eisen mee te geven. Ik denk dat de opmerking terecht is: in hoeverre is er nog een

27

ondernemer die je zou kunnen bestempelen als het schaap met de vijf poten, als je hem aan de arbeidsmarktkant, of aan de inwonerskant niet hebt. Dat is ook absoluut niet het doel. Het is niet dat we eisen neer willen leggen bij ondernemers die ze niet waar kunnen maken. We willen juist heel graag, in samenwerking met die ondernemers, ervoor zorgen dat al die inwoners wel een plek op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. En soms vraagt dat iets aan onze kant. Dat kan vanuit het sociaal domein zijn, dat kan vanuit opleidingskansen, dat kan vanuit het scholingsfonds zijn, hebben wij iets te doen om die inwoner beter geschikt te maken voor het werk dat er is. En aan de andere kant zal het bedrijf ook een stapje moeten zetten, om aan te kunnen sluiten op de potentie die er is. Dus het vraagt aan alle beide kanten iets. We vragen dus ook van geen enkel bedrijf om dat al helemaal georganiseerd te hebben. We willen juist in dialoog, hoe we dat dichter bij elkaar kunnen brengen. En als ik nog even een vraag terug mag stellen? Dat ging over die doelen. Ik probeer goed te luisteren naar wat er gezegd wordt. Maar de heer Den Heyer benoemde de eerste twee doelen voor 2025, volgens mij, dat ze niet concreet genoeg waren? Waar geen kpi’s onder hangen, of hoe je dat wil noemen.

Ik ben ook wel benieuwd, daarom zitten we hier juist, van: hoe deze commissie ons dan daarop zou kunnen adviseren, hoe we dit concreet kunnen maken? Want het Werkcentrum is geen project alleen vanuit de gemeente en alleen vanuit dit programma. Wij hebben onszelf tot doel gesteld, om heel stevig aanwezig te zijn in dat Werkcentrum. Dus ik ben even op zoek naar: kunnen we dan wat handvatten krijgen welke richting we moeten denken? De voorzitter: Mijnheer Den Heyer, heeft u een idee? De heer Den Heyer: Ik vind het een terechte opmerking die de wethouder plaatst en dat doet het college de laatste tijd vaker, dat ze de bal dan terugwerpen. Ik hoor net dat… Dat gebeurt gewoon wat vaker en dat scherpt ons ook, om daar zelf over na te denken. Maar eerder op de avond hoorde ik voorbijkomen: we hebben toen wel een uitstroom van zeven mensen gehad, naar langdurig werk. Het zegt me eigenlijk helemaal niets, want ik niet hoe dat zich nou verhoudt, na alle inspanningen die we verrichten, en of dat uiteindelijk ook nog wel proportioneel is naar die uitstroom van zeven. Dus waar het college ons enorm mee zou kunnen helpen, is zelf een inschatting maken met hoeveel mensen je dan uiteindelijk naar die uitstroom kunt bewegen. En uiteindelijk ons inzichtelijk maken waarom dat wel of niet is gelukt. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat begrijp ik echt heel goed.

En dat is ook waarom wij die doelen, de wijkaanpak benoemd wordt: honderd inwoners begeleiden naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Ik denk dat we daar ook niet zo'n probleem zien als het gaat over concreet maken. Zelfs voor het scholingsfonds zouden we daar natuurlijk best nog wel wat scherper een doelstelling aan kunnen verbinden. Maar ik ben echt wel heel erg op zoek naar die verbinding tussen dit programma en het Werkcentrum, hoe we dat dan concreet in doelen kunnen vastleggen. Want het Werkcentrum operationeel krijgen en de werkgevers dienstverlening samen met werkgevers goed neerzetten, is meer een kwalitatief doel dan een kwantitatief doel. Dus ik ben op zoek naar: hoe moet ik dat dan concreet maken om te meten of het een succes is? De voorzitter: Mijnheer Den Heyer, kunt u daar nog een keer op reageren of laten we het?

28

De heer Den Heyer: Ik ga nog eens even op broeden. Ik kom daar misschien later op terug. De voorzitter: Verstandig. Dat is wel aardig, dat een raadslid op schriftelijke vragen dan beantwoord werd op termijn, en misschien ook een toezegging geeft. Ik hoorde net van in ieder geval de jongste aanwezige hier een hartelijk instemmend geluid, zullen we het over de jeugd gaan hebben? Dus ik stel voor dat we naar de tweede programma lijn gaan. Dan zal die aanwezige vast ook inbreng hebben. Mevrouw Van Zimmeren: Ik denk inderdaad gezien de tijd dat we de toelichting misschien even achterwege kunnen laten. Dus graag reacties. De voorzitter: Wie kan er iets naar voren brengen van: wat kan er nog meer gedaan worden voor de jeugd? Ja ik zie daar mijnheer Van den Berg De heer Van den Berg: Ik heb eigenlijk meer een verduidelijkende vraag. Want als ik kijk in voortgangsrapportage, dan zie ik dat er een inschatting is van 2600 jongeren die niet ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling, niet economisch zelfstandig zijn, maar wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Als ik dan iets naar beneden scrol, naar de realisatie van het actieplan jeugdwerkloosheid, dan zie ik dat daar 21 jongeren zijn geholpen. Het zij naar school, het zij naar werk. Hangen die getallen samen? Want dan vind ik het schrikbarend weinig.

De voorzitter: Is er een relatie tussen de 2600 en die 21? Mevrouw Van Zimmeren: Nee. Nou ja, wel dat die 21 onderdeel uitmaken van die 2600, maar niet dat dat… Die 2600 en de inleiding die u geeft, dat is het de basis voor het programma glansrijke toekomst. En daarvan heb ik hier ook weergegeven, dat programma wordt nu geëvalueerd. Het is onderdeel van de agenda 2030, dus die resultaten staan hier niet in. Dat is een aparte rapportagelijn, waar inderdaad preventief rondom die brede groep jongeren gekeken: hoe kunnen we voorkomen, of gekeken wordt, ook gehandeld wordt samen met de partijen in het netwerk, hoe kunnen we voorkomen dat jongeren uitvallen uit school? Dat we er op tijd bij zijn. En als ze uitvallen dat we alternatieven te bieden hebben, om ze dus wel een beter toekomstperspectief te geven. Dus inderdaad, daar zit geen relatie. De voorzitter: Gelukkig maar, denk ik, mijnheer Van den Berg mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: dank u wel. Ik heb meer een informatievraag. Er staat met de samenwerkingspartner Leerpark. Wat ik mis, en dat stond namelijk ook in de begroting, dat er bij leerplicht extra geld gevraagd werd, juist voor de inzet om jongeren terug te krijgen, of naar school of naar werk. In hoeverre wordt die hierin meegenomen? Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, die raakt eigenlijk ook vooral aan glansrijke toekomst.

En die raakt heel erg aan het voortijdig schoolverlaten netwerk, dus dat is het doorstroompunt vanuit DG&J voor Zuid-Holland zuid. En die extra capaciteit die gevraagd wordt, richt zich heel erg op de samenwerking met scholen en de samenwerking met de matchmakers, om die jongeren weer terug naar school te begeleiden. Dat is misschien wel goed om te benoemen, om even de verwarring weg te nemen. Het actieplan

29

jeugdwerkeloosheid heeft niet die brede doelstelling, die glansrijke toekomst heeft over die 2600 jongeren. We rapporteren los, omdat het een programma is uit de agenda 2030, op glansrijke toekomst. Die monitoren we, daar doen we een evaluatie van. En het actieplan jeugdwerkeloosheid is een ander actieplan, wat zich richt op een veel smallere doelgroep dan die van glansrijke toekomst. Maar mevrouw Stevens heeft wel helemaal gelijk als ze zegt: er wordt extra capaciteit gevraagd. Die nemen we dus mee, die koppelen aan glansrijke toekomst. De voorzitter: Wie nog inbreng over de jeugd? Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, een beetje in lijn met wat de VVD ook eerst stelde, en dan specifiek bij het punt actieplan jeugdwerkloosheid en techniek promotie. Mooie doelen voor 2024, maar nog wat vaag, inderdaad. Ook weer wat eerder werd genoemd: wanneer is het een succes? Twee jongeren terug naar school, zestien jongeren weer aan het werk en drie jongeren zijn een slag bij een BBL traject. Nou, fantastisch. Maar was dat enigszins in lijn van verwachting, is er een verwachting geweest? Of is er een doel voor het eind 2024, zodat we dat een beetje kunnen beoordelen op basis van specifiekere doelen? De voorzitter: Mevrouw Van Zimmeren.

Mevrouw Van Zimmeren: Ja, er zijn inderdaad de werkshop, eigenlijk is gewoon de werkshop ingezet op het actieplan jeugdwerkloosheid, omdat zij daar goed in zijn. Goed die begeleiding kunnen bieden aan jongeren. Het gaat ook helemaal niet om zulke grote bedragen die we daarvoor krijgen van het Rijk. En ja, zij halen de doelstellingen die we met hun hebben afgesproken. Die halen ze. En voor volgend jaar hebben wij weer dezelfde afspraken met hun gemaakt. Daarna houdt het actieplan jeugdwerkloosheid overigens op. Dat is vanuit coronatijd ontstaan. En dat gaat op in de wet van school naar duurzaam werk, waarbij de scholen extra taken krijgen om wettelijk gezien ook om uitval te voorkomen en jongeren te blijven, nazorg te bieden. De sociale dienst daar een extra taak in krijgt en de matchmakers daar ook extra taken in krijgen. Dus het is echt een soort overgangsjaar. Het wordt nog een jaar verlengd, omdat die wet is uitgesteld met een jaar, helaas. En dan gaat het daarin op. Maar met de middelen die we van het Rijk krijgen, kunnen we helaas ook niet meer realiseren dan dit. De voorzitter: Een aanvulling van de wethouder. Mevrouw Van Benschop: Het is allemaal best wel een beetje complex. Maar die middelen waar net over gesproken werd, of de wet in ieder geval van school naar duurzaam werk, die loopt dus ook via dat doorstroompunt.

Dus wij zijn contactgemeente, of centrumgemeente eigenlijk, voor de hele regio, samen met Noorderlanden. En gezamenlijk zijn wij dus het bestuurlijk netwerk vsv, dat is het voortijdig schoolverlaten. Dat doen we met de contactschool, dat is da Vinci. Dat doen we met de samenwerkingsverbanden, met voortgezet onderwijs. En dat is die wet van school naar duurzaam werk, waar dus dadelijk het actieplan jeugdwerkeloosheid onderdeel van uit gaat maken. Dus dat is een een-op-een middelen verhaal. Wij krijgen daar gewoon een budget voor en voor dat geld moeten we het doen. De voorzitter: Mijnheer De heer nogmaals.

30

De heer De Heer: Dank voor die technische uitleg. Die snap ik nog steeds niet helemaal, maar ik kom een eind, denk ik. Ik kijk vooral: we krijgen een voortgangsrapportage. Dan proberen we te kijken naar: hoe gaan we gedurende zo’n jaar? En dat doe je natuurlijk op basis van ook cijfers. En die worden ook gedeeld wel bij de resultaten, maar niet bij de doelen. Dus dat vind ik dan toch lastig. En dat zou ik toch fijn vinden, als we in de toekomst wel wat meer cijfers eraan verbinden. Want ik hoor ook: stichting werkshop krijgt er wat middelen voor, en die levert ook wat er is afgesproken. Alleen, die cijfers zie ik dan niet hierin terug. Terwijl die wel ook met elkaar samenhangen. Want die club zetten we in, om dit doel te bereiken. Dus ik denk dat ik op basis van wat ik hoor, toch nog steeds willen herhalen: kan het wat scherper zodat we ook die voortgang beter in zicht hebben. Mevrouw Van Zimmeren: Helemaal eens. Want inderdaad, die aantallen heb ik er niet ingezet, maar die zijn er wel. En ook dat we nu bezig zijn in de zoektocht om… Er staat neurodiversiteit, dat is een ander woord voor allerlei vormen van autisme, lopen we heel erg tegenaan, de matchmakers. Het team van sociale dienst, jongerenteam, loopt er heel erg tegenaan dat ze daar niet goed mee weten hoe ze die jongeren moeten begeleiden naar werk.

Er zit wel veel potentie, dus daar willen we ook specifieke inzet volgend jaar op gaan plegen. En daar gaan we ook aantallen over afspreken. Dus dat zal ik in de doelen inderdaad verwerken. Terecht punt. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Voorzitter, luisterend naar deze discussie en over cijfers, dacht ik: dat is hartstikke leuk, al die jongeren begeleiden naar BBL, of school, of duurzaam werk, hartstikke goed. Maar na drie of zes maanden of na een jaar, zitten ze dan nog allemaal op school. Hebben ze allemaal nog werk? Of beginnen we dan opnieuw met diezelfde jongeren weer te begeleiden? Dat vroeg me af. Mevrouw Van Benschop: Dit is één ding waar ik wel blij mee ben. Dat de wet van school naar duurzaam werk, het is een beetje jammer dat ik weer met een jaar is uitgesteld. Maar precies dit punt, is eigenlijk de belangrijkste reden feest om de wet aan te passen, om met de nieuwe wet te komen. Omdat het zo was, dat jongeren vervolgens weer terug naar school werden gebracht, of begeleid, of naar werk. En dat ze dan vervolgens uit beeld verdwenen en eigenlijk niemand een idee had: waar is deze jongere nu gebleven? Is het goed gekomen, of niet, even heel plat gezegd. De verplichting in deze nieuwe wet, is om die jongeren nog een jaar te blijven volgen.

En dat kan gelden voor zowel de sociale dienst, omdat ze via de sociale dienst weer terug naar een baan zijn gebracht, of naar school. Dat kan ook een verplichting zijn vanuit het mbo, of voor het mbo, omdat ze daar weer opnieuw ingestroomd zijn. Dus een van de grote plussen die ik echt zie in deze wet van school naar duurzaam werk, is dat die jongeren niet losgelaten worden op moment dat ze dus op een plekje zitten, maar dat ze nog een jaar lang gemonitord worden. Waarmee je er dus heel snel bij bent, op het moment dat het weer dreigt mis te gaan. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg.

31

De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik was benieuwd, ik zag wel iets staan inderdaad over die life-coaching en nazorg over mbo-studenten. Ik was benieuwd hoe dat zit, als studenten van het middelbaar onderwijs een diploma vmbo, havo, vwo hebben. Zit daar ook een stukje nazorg. De middelbare school kent de leerling. Daarna gaat de leerling hopelijk zich inschrijven voor een vervolgopleiding. Lang niet iedereen zou dat mogelijk doen, als ik 2600 jongeren zie. Wordt daar zit daar ook een link? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, ik zou eigenlijk zelf het antwoord willen geven, maar doet u het maar. Mevrouw Van Benschop: Zeker, maar dan komen we bij de zesde wet, die we geloof ik nu gaan bespreken. Maar dat geeft helemaal niks, want ik snap de vraag. Ja, dat is er zeker. Er zijn allerlei regelingen vanuit het Rijk die aan scholen worden aangeboden om een overstapcoach, of dergelijke een begeleiding te blijven geven op moment dat een jongere vanaf de middelbare school naar het vervolgonderwijs gaat. Dat is niet altijd toereikend, dus wij hebben in de visie op het voortgezet onderwijs in Dordt daar ook het een en ander over opgenomen.

Dat we samen met scholen kijken en dat koppelen we voor een deel ook weer aan glansrijke toekomst: waar vallen daar nog gaten? Hebben we nou voor iedereen eigenlijk dat nazorgtraject goed geregeld? Of in ieder geval voor iedereen die dat nodig heeft. En dat koppelen we ook weer aan een stukje loopbaanoriëntatie en de link met het vervolgonderwijs. De voorzitter: Dank. Zullen we nog kort even kijken naar samenwerken op banen met impact? De derde programmalijn, een minuut of 5. En daarna met een conclusie gaan afronden? Wie mag ik het woord geven? Of nog een korte inleiding? Mevrouw Van Zimmeren: Alleen maar, denk ik, te zeggen dat we heel blij zijn met deze ontwikkeling. Het samenwerken op banen met impact wat ook voor een groot deel samenwerken met stichting maatschappelijk betrokken ondernemen betekent, in dit kader. De uitrol van het label ondernemen met impact. Je ziet gewoon dat er een enorme golf aan het ontstaan is. Of in ieder geval, al volop loopt in Dordrecht, die niet door de gemeente is veroorzaakt, maar door de ondernemers zelf die dit zijn opgestart, samen met Mariska en Jan Dirk. En waardoor nu een hele mooie samenhang eigenlijk tussen economie en sociaal ontstaat. Oftewel, bedrijven willen iets doen voor de samenleving en doen dat vanuit waar ze zelf goed in zijn. Dus het is geen sponsoring.

Het is gewoon met je eigen talent als bedrijf iets doen voor de inwoners en de vraagstukken die er leven, de maatschappelijke vraagstukken die er zijn. Waar we beleid op proberen te maken vanuit de gemeente, natuurlijk. Maar de kracht van de samenleving kan je op deze manier nog veel meer die aanpak versterken. Dus dat is eigenlijk, dat ligt onder de deze programma lijn. En daar ontstaan hele mooie dingen, wat we dus eigenlijk alleen maar hoeven te faciliteren en te stimuleren als gemeente. En inmiddels gaan ook Zwijndrecht en Sliedrecht hierin meedoen, dus gaan we ook in de Drechtsteden verder uitbreiden. En meerdere gemeenten zullen volgen. Hebben we ook een regiodeal voor gekregen, een project onder de regiodeal, om die uitbreiding te doen. En we proberen daarin, dus het goed werkgeverschap wat ook eerder werd genoemd, kwaliteit van banen, proberen we dus op allerlei manieren, vanuit via uitgiftecriteria, via inkoop, aanbestedingsbeleid. In de trackingsgebieden van het ondernemersfonds zie ook dat ondernemers die daar met

32

elkaar om tafel zitten dit onderwerp interessant vinden en ons vragen om daarop aan te sluiten. Dus er is echt een soort golf gaande, die we heel erg aanmoedigen en die we ook benutten om samen maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. De voorzitter: Wie wil daar, Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Toen ik het las had ik ook wel een vraag. Ons onderwijs hier op het eiland is niet alleen voor Dordtenaren. Dordtenaren hebben niet alleen de opleiding op dit eiland. Hoe wordt daarnaar gekeken? Want ik begreep ook een beetje, met de ondernemers is met scholen samen, dat begrijp ik. Maar als nou Dordtenaren buiten Dordt op een opleiding zitten en niet vallen in zo'n gat, worden die dan toch ook meegenomen? En ik neem aan dat dat eigenlijk, zeker bij de schoolverlaters, is als iemand van, ik noem het ‘s-Gravendeel of zo hier op school zit, want er zitten best wel wat mensen hier, dat die dus dan ook meegenomen worden. Alleen, dan meer onder de regiodeal verhaal. De voorzitter: Hoe zit dat met mensen van buiten binnen en mensen van binnen buiten? Mevrouw Van Benschop: Dat is nog bij de vorige programmalijn. Dat gaat dus niet over het ondernemen met impact, maar echt nog over de toekomst van de Dordtse jeugd. Dat geeft ook niet.

Eigenlijk, als je het hebt over glansrijke toekomst, hebben we gezegd: dat zijn middelen uit de agenda 2030, die we dus investeren in onze stad om op en in 2030 een sterkere positie te hebben voor onze inwoners en als stad op zich. Dus die middelen zijn wel echt gericht op het Dordtse onderwijs en jongeren die hier op school zitten. Zit daar af en toe misschien één keer iemand tussen die niet in Dordt woont? Dat zou zomaar kunnen. Ik ga ook niet met een lijstje langs de deuren. Als het gaat over het voortijdig schoolverlaten, bijvoorbeeld van jongeren die wel hier wonen, maar buiten Dordt op school zitten. Dat is het mooie van dat doorstroompunt. Dat is eigenlijk tien gemeenten Zuid-Holland zuid. Dus de Hoeksche Waard bijvoorbeeld, zit gewoon in het doorstroompunt. Hetzelfde geldt voor Gorkum en de hele Drechtsteden. Dan zijn er natuurlijk ook nog jongeren die misschien wel op school zitten in Rotterdam en daar uitvallen. Zolang ze in Dordt wonen, zijn ze ook weer wel hier in beeld. Want dan worden ze of via de sociale dienst, of via… Nou ja, op allerlei manieren komen ze dan vervolgens in beeld. Dus ja, ook die worden geholpen. De voorzitter: Iemand toch nog over samenwerken banen met impact? Het zou leuk zijn als daar ook nog wel eventjes een opmerking over komt. Mevrouw van Engelen, lukt het niet? Kijk een compliment is altijd welkom. Mevrouw Stevens.

Mevrouw Stevens: Dat geldt ook voor mij. Ik heb dit stuk echt gelezen. Echt, mijn complimenten daarvoor. Ook omdat ik weet hoe deze wethouder met het bedrijfsleven daar toch vaak langsgaat en die maatschappelijke betrokkenheid. Dus ik wacht met spanning af van hoe dit allemaal verder gaat. Maar ik vind het gewoon een heel goed programma. De voorzitter: Nou, ik denk dat de wethouder ons niet daarvoor samengeroepen heeft, maar dat ze hier wel blij mee is. Als verder niemand meer wat te zeggen heeft, dan ga ik gewoon heel simpel de vragen stellen die ik geacht word te gaan stellen. Begin ik bij de

33

wethouder van Benschop. Heeft u voldoende input gekregen van de commissie? Heeft u zinvolle import gekregen? Kunt u er wat mee? Was het wat u ervan verwachtte? Mevrouw Van Benschop: Jazeker. Ik heb in ieder geval ook gehoord waar de twijfel af en toe zit, van: hoe zit het nou precies in elkaar? Daar gaan we wel even over nadenken. Het is voor ons namelijk ook nog steeds, het is zo groot en zoveel verschillende netwerken, verschillende regio's, verschillende wetten. Of we misschien wel met een tekeningetje, heel flauw, even inzichtelijk kunnen maken van: wat gaat nou waarover? Dan doe ik een hele spannende toezegging, maar dat kun je vast. Dus dat is één. Twee: ik wil echt wel heel graag - en dat is helemaal niet om het balletje terug te leggen - maar ik zou wel echt heel graag van onder andere de heer Den Heyer nog horen: hoe kunnen we dit nou concreet maken? Dat is echt niet om het balletje terug te leggen, maar gewoon omdat ik denk: als we het daarmee beter kunnen maken, graag. Tot slot heb ik wel heel duidelijk ook gehoord, de behoefte om nou eens eventjes het netwerk te spreken van maatschappelijk betrokken ondernemen. Dus we gaan gewoon de stichting een keer uitnodigen. Dat gaan we met de griffie regelen, met wat bedrijven die in dit netwerk zitten. En wie weet komt daar ook wel een breder gesprek op gang, ook weer over doelen voor 2025.

We moeten ook niet doen alsof dit nu een soort vaststaand iets is en dat er nooit meer wat aan kan worden toegevoegd. Dat moet ook gewoon kunnen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Heyer kennende gaat hij zeker zijn belofte stand doen. Hij gaat er nu zelfs nog wat over zeggen, geloof ik. De heer Den Heyer: Ja, want het is juist heel interessant wat de wethouder ook stelt. Dus daar wil je dan even over kunnen nadenken. Je zou bijvoorbeeld kunnen bedenken van aantal, we hebben x-aantal deelnemers aan het scholingsfonds. En hoeveel procent, of welk aantal van die mensen blijft dan echt daadwerkelijk over, stroomt uit naar het duurzaam werk? Dat zou er bijvoorbeeld eentje kunnen zijn. Dat geldt voor de leerwerktrajecten: hoeveel mensen doen ermee en welk percentage stroomt uit naar duurzaam werk? En ook het derde voorbeeld wat ik schetste: wat is de investering die we doen en wat is uiteindelijk het resultaat? Nou, het was nu zeven. Ik kan niet beoordelen of het veel of weinig is. Ik ben wel heel erg blij voor die zeven mensen, ik denkt dat ze een prachtige stap hebben gemaakt, dus elke stap is mooi. Maar dat soort denkrichtingen, het mooi zijn als het college daar iets mee zou kunnen. De voorzitter: Dank u wel.

Dan vraag ik aan de commissie: vindt u dat u voldoende in de gelegenheid geweest bent om input te geven aan? En dan denk ik dat ik de vraag of u nog behoefte heb aan een volgende sessie niet hoef te stellen. Dat ga ik dan ook niet doen. Ik ga u wel allemaal heel hartelijk danken voor uw inbrengen, uw aanwezigheid hier. En vragen of u straks alles mee wil nemen, wat nu op de tafel staat en wat u hier binnengebracht hebt. En als laatste nog, vergeet vooral niet het prachtige plaatje op slide vijf te bekijken en daar met mevrouw Van Zimmeren over na te praten, onder het genot van een drankje. Ik dank u allen en sluit deze vergadering. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

34

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/775/documents/36764