CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2024.05.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 18 juni 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 21 mei 2024 en de Dordtse Dinsdag van 14 en 28 mei 2024 Vergaderzalen 1, 3, 524.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

40

handboek van natuurinclusief bouwen, NIBO. Dat heeft ook een optimaliserende kwaliteit tot gevolg. Daar zie je dat de volgende scores worden gehaald in het OER. Onderwerp biodiverse stad, zie je dat beschermde natuurgebieden optimale kwaliteit realiseren voor soorten en groenblauw structuur. Nagenoeg ook optimale kwaliteit. Ook hier weer om dat te borgen, zorgen voor een vertaling naar het bestemmingsplan van de uitkomsten die in de OER zitten. Daar worden bepaalde eisen aangesteld. Die laatste kom ik zo nog even terug op de drie, dertig, driehonderd, drieduizend regel. Wordt zo meteen nog toegelicht. Waarin een aantal eisen worden gesteld, zoals die bomeninventarisatie, natuurinclusief bouwen. De score kan optimaler. Maar dit driehoekje scoort anders dan de blauwen die hier staan. En dat heeft te maken dat in de OER zijn die verbindingen met fase 2 nog niet meegenomen in de berekening. Ten aanzien van het stedenbouwkundig Masterplan en openbare ruimte een aantal aandachtsgebieden. Uiteraard het Maaspark. De verbinding maken ook naar de Oude Maaskade toe. Aandacht voor de landschapsbrug, die we op termijn willen realiseren, in fase 2. En daarnaast ook het verbinden van die woongebieden, aan de hand van die structuren. En dan aandacht ook voor die binnenhoven, die we willen realiseren. Die ook een belangrijke rol spelen. Je gaat verdichten in het gebied.

Juist aandacht daarvoor, dat je die binnenhoven op een goede manier inricht en dat die groen komen te zijn. Autovrij uiteraard. En die binnentuinen bieden ook plek voor buurtfeesten, tuinieren, sporten en rustige leef tuin. Daar kan je mee spelen in het gebied door elk deelgebied te laten kijken hoe je die inricht, of mixen daarvan. De voorzitter: Mijnheer Roggekamp mag aftrappen. En daarna mijnheer Laban. De heer Roggekamp: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb nog een vraag over de speelgelegenheden. En misschien is het nu al vroeg in het proces, maar er zijn ruimtes aangewezen voor de jeugd om speelterreinen te hebben. Maar we weten ook dat die nog weleens misbruikt worden door hangjeugd en dat soort jeugd. Houden jullie daar op een of andere manier rekening mee? Maken jullie ook voor dat soort jeugd ruimtes waar zij wel kunnen zijn? Wordt dat ook ingepland? De voorzitter: Mijnheer Kramer, kunt u daar al antwoord op geven? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik kan wel wat zeggen in deze fase van de planvorming, waar we nu in zitten, daarover. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal leeftijdscategorieën voor de speelvoorzieningen. Daar wordt nadrukkelijk naar gekeken, ook in dit plan. Nul tot vijf jaar vraagt wat anders dan, inderdaad wat u ook zegt, twaalf jaar plus. Die vragen een andere speelvoorziening. Op die manier wordt ernaar gekeken.

Er is aandacht voor de sociale veiligheid. Dat moet ook terugkomen. Is ook terug net gekomen in de presentatie. Dat is een belangrijk aandachtspunt. Maar echt ten aanzien van de inrichting daarvan en hoe we dat gaan doen, dat is echt in een latere fase. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik werd even getriggerd door waar die vertalingen bestemmingsplan staat en ook met betrekking tot die biodiversiteit, waar dan die schuifjes lager stonden dan op de paar sheets daarboven. Is er een reden waarom er gekozen is om die verbinding met fase 2 nog niet daarin door te rekenen?

41

De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Nee, dat is meer een wijze van beoordeling, die nu nog niet terugkomt. Daarom is dat niet nu niet inzichtelijk in de OER. Dat is meer systematiek van berekenen. De voorzitter: Mijnheer Laban, vervolgvraag. De heer Laban: Het is niet zo dat de landbrug nog een soort onzeker is of zo in de plannen? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Nee, dat heeft er ook mee te maken, omdat het bestemmingsplan ziet op fase 1. De OER en het stedenbouwkundig masterplan zien op fase 2. Daar zit een bepaalde discrepantie in, ook naar de vertaling naar het bestemmingsplan toe. De voorzitter: Mijnheer Portier en daarna mevrouw Van Herwijnen. De heer Portier: Twee vragen inderdaad over de inrichting, het percentage groen. Want op zich zijn er mooie ambities in het plan voor groenblauw. Maar een deel van het groen wordt ingevuld met behulp van groen op daken. Een beetje in een vorm van valsspelen, voor mijn gevoel. Tenzij het om een heel gering percentage zou gaan. Mijn vraag is, wat voor percentage van het gebied van het groen wordt ingevuld door die mogelijke groene daken. En het tweede, er is een heel flink stuk groen inderdaad... Dan kom ik toch wel even terug op die landbrug.

Wat gebeurt er met de percentages als die landbrug onverhoopt niet aangelegd zou kunnen worden? De voorzitter: Mijnheer Kramer, eerst de daken. Voor hoeveel procent tellen ze mee? En daarna als de landbrug niet doorgaat. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De daken en de gevels worden aangegeven als optimaliserende maatregelen. Om het percentage groent te verhogen, zou je daaraan kunnen denken. Ten aanzien van de brug. Als dat niet op die manier gerealiseerd wordt of de brug wordt niet gerealiseerd, dan heeft dat inderdaad gevolgen voor het percentage wat we halen. Dat is wel een uitgangspunt wat we hanteren in de OER, dat het op die manier wordt gerealiseerd. De voorzitter: Duidelijk, denk ik. Mevrouw Van Herwijnen en daarna mijnheer Damen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Bij de randvoorwaarden staat dat verwijderen van invasieve exoten. Er zijn er nu al geconstateerd, begrijp ik hieruit? Dat is vraag één. Over welke hebben we het dan? Is dat heel detaillistisch? De tweede vraag is wat algemener. De laatste sheet gaat over de grote groene plandragers. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Welke functie hebben die plandragers? De voorzitter: Eerst, welke invasieven zijn er geconstateerd? En daarna de tweede vraag.

42

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik moet u echt het antwoord op die eerste vraag schuldig blijven. Dat durf ik echt niet zeggen. Ik kan daar technisch op terugkomen. Maar ik weet niet welke soorten precies. De heer Struijk: Hij wordt genoteerd en u krijgt antwoord dat het nijlgans en de halsbandparkiet zijn. De heer Kramer: Dat weet ik niet. En dan uw tweede vraag. Dat gaat over deze structuren, volgens mij. Die hebben enerzijds een ecologische functie. Het verbinden om soorten te beschermen, of in ieder geval intact te houden. En daarnaast hebben ze natuurlijk ook de groene dragers, om te zorgen dat de groenstructuur, zoals we die willen aanleggen met elkaar, dat die op een goede manier verbonden zijn met elkaar. Meerdere functies hebben die. De voorzitter: Tevreden gesteld? En het ander antwoord komt nog. Mijnheer Damen, u had wat. En daarna mijnheer Gündogdu. De heer Damen: Wat betreft die invasieve soorten, dan moet je denken aan de rivierkreeft op deze plek, maar dat terzijde. Voor mij is de vraag, of verschillende kwaliteiten van het plangebied qua kosten inwisselbaar zijn? Geluidsproblematiek is, vind ik, nog steeds een probleem. Terwijl ik op deze plek minder hecht aan biodiversiteit. Je verbindt hier nauwelijks belangrijke groene gebieden met andere groene gebieden. Ik zit tussen GroenLinks in. De voorzitter: U bent een beetje in het...

De heer Damen: Ik ga er lekker... De voorzitter: U begint ook al een politieke keus te maken, volgens mij. De heer Damen: Waar ik me zorgen over maak, is dat we dadelijk een hele rij eisen hebben die we aan het plangebied moeten stellen, waarbij we niet kansen benutten om bijzondere kwaliteiten te realiseren. En nou stellen we allerlei eisen aan die biodiversiteit waarvan ik zeg, is dat hier belangrijk? Zou je hier niet veel meer moeten inzetten op terugdringen van geluidsoverlast? De voorzitter: Ik denk dat dit toch wel een politieke keuze is. En daar moeten we het nu eventjes niet over hebben. Dat heeft u gedaan inmiddels. Dank u wel, mijnheer Damen. Mijnheer Van der Meer, wilt u ook wat meegeven of heeft u een vraag? De heer Van der Meer: Ik heb wel een vraag aan de heer Damen. Want ik snap niet helemaal hoe je door... Ik snap dat geluidsprobleem wel. Maar hoe minder biodiversiteit helpt om het geluidsprobleem te reduceren. Dat is mij volkomen onduidelijk. De voorzitter: Mijnheer Damen, u hoeft daar geen antwoord op te geven, wat mij betreft. Is er iemand die een andere vraag heeft? Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. In het kader van de vergroening of heel groen maken van dit gebied. Ik heb een aanvullende vraag. In het kader van circulair bouwen

43

en natuurinclusief bouwen willen we de ambities die we hebben als het om groenblauw ook doortrekken naar wat groenere gebouwen. Als het gaat om in plaats van beton bijvoorbeeld hout dan wel, wat is het, met nieuwe technieken, hennepplanten en dergelijke, dat je betonblokken kan maken. Is dat ook de ambitie? De voorzitter: Zegt u het maar, mijnheer Kramer. Het antwoord is ja. De heer Kramen: Dank u wel, voorzitter. Het antwoord is wel ja inderdaad. Ik wilde ook verwijzen naar eerdere onderwerpen die we met elkaar behandeld hebben. En daar ging het ook onder andere over de biobased woningen. En daar ligt ook een bepaalde opgave vanuit het gebied. Ik zeg even uit mijn hoofd 51. Maar pin me er niet op vast. Maar in ieder geval, vanuit de OER ligt er een opgave om dergelijk type woningen te bouwen inderdaad. De voorzitter: Is inderdaad eerder langsgekomen. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank voorzitter. Ik ga toch even de heer Damen een beetje bijval geven, want het is niet per se een politieke vraag wat hij heeft. Het kan natuurlijk best wel inderdaad zijn dat de ene biodiversiteit belangrijker vindt dan geluidsoverlast. Maar zijn vraag is natuurlijk eigenlijk... En u gaf net natuurlijk al aan, we hebben die ambities en we hebben die criteria en we moeten ook allemaal kijken naar de haalbaarheid daarvan. En het ene hoeft het andere natuurlijk niet uit te sluiten.

Maar het is wel zo dat als we beperkt zijn in verband met kosten of mogelijkheden of wat dan ook, dan op een gegeven moment zou je een keuze moeten maken. En dan wordt het natuurlijk wel een politieke keuze. Maar ik denk dat zijn vraag eerder is inderdaad, wordt er voldoende aandacht aan besteed? En als het erop neerkomt, en corrigeer me als het niet waar is, dat je een keuze zou moeten maken, dan is het fijn dat dat inzichtelijk is. Zodat je op een gegeven moment ook weet waar je je politieke keuze op baseert, vanuit technisch oogpunt. En dat wil niet zeggen, mijnheer Van der Meer, als het allebei kan en te regelen is, natuurlijk, dan kun je tegen allebei ja zeggen. Maar ik denk dat het daar ook om gaat. Toch, de heer Damen? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, gaat u erop reageren? De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Ik heb hier maar dit plaatje er even bij genomen. Als er straks gediscussieerd gaat worden in de raad waar keuzes gemaakt moeten worden, hebben wij gezegd, en dat hebben wij meegekregen, dit is even de ondergrens die we met de raad hebben vastgesteld over wat het niveau moet zijn als je zegt, als je daaraan voldoet, dan is het door de raad goed gesteld straks het bestemmingsplan. Waar we nu gekeken hebben, is de voorkeursvariant. Dat zijn de blauwe. En u heeft straks de keuze als raad om te zeggen, ik wil van blauw naar grijs.

En daar zijn steeds die andere zaken. Ik kijk even snel na of ik snel die sheets kan... Die optimaliserende maatregelen. Kijk hier. Als u als raad straks het college mee wil geven, u mag alleen maar bouwen als u het NIBO-handboek gebruikt, even als voorbeeld, dan ziet u hier straks het grijze blokje bij wijze van spreken er nog buiten vallen. Maar daar kan ik u wel van vertellen, daar hangt een prijskaartje aan. Ik ga dan als advies geven, en dat is in de vertrouwelijke sessie, ga ik u vertellen als u dat echt wilt hoeveel u daar dan voor over moet hebben om dat te realiseren. U gaat vanzelf die keuze voorgelegd krijgen.

44

Mevrouw Pichel: Nog even een reactie. De voorzitter: Nog een vervolgvraag, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Eigenlijk wel een leuke reactie. Want dit is goed dat dit zo aangegeven wordt. Ik bespreek dit ook weleens in de auditcommissie. En ik zei het net nog tegen een collega, dat af en toe vind ik ons als raad... Als je een dochter hebt, dan is dat net alsof je een kleine BFF hebt die denkt dat je rijk bent. Want je kunt toch altijd pinnen. En dat is ook even een dingetje. Je kunt niet altijd blijven pinnen. Soms is het gewoon even klaar. En dit is goed om dat inzicht terug te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Voorzitter, dank u wel. U slaat volgens mij de spijker op de kop. De voorzitter: Als er geen vragen meer zijn over dit onderdeel, dan mag wat mij betreft mijnheer Kramer naar het volgende stukje. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het volgende stuk even over de ambities ook voor het openbare gebied. Nogmaals, het onderwerp van spelen, bewegen en ontmoeten. Minimale ondergrens van 3 procent. Optimale kwaliteiten, ook net weer waar de heer Buitenhek aan refereerde, kan verhoogd worden naar 5 procent. We zetten in op de speelplekken voor meerdere leeftijden, de verschillende leeftijdscategorieën. Moeten binnen 250 meter van de woningen komen.

En verbonden ook weer worden met die groenblauwe routes, zoals we die net in de afbeelding hebben getoond aan u. Bepaalde ambities van hittestress ook. De minimale kwaliteit hebben we het over gehad. 30 procent van de bestemming in het woongebied. Die kunnen we op optimale kwaliteit krijgen door 40 procent op te nemen, groenblauw. Is in beeld ook gebracht wat dat betekent, met 30 procent schaduw op speel- en beweeg- en ontmoetingsplekken. Hier ook die 3, 30, 30, 3.000 regel. Als je die toepast, heeft dat ook tot gevolg dat er een optimale kwaliteit wordt geraakt. 3 bomen in het zicht bij iedere woning. 30 procent boomkroonbedekking. 300 meter tot het dichtstbijzijnde park. En 3.000 meter lange routes voor sportieve beweging. Als die regel wordt toegepast, heeft dat ook gevolgen voor een optimalere kwaliteit voor de hittestress. Hier nog even de ambities ook voor biodiversiteit. Minimale kwaliteit hebben we gehad. Belangrijke koppeling ook met stikstof. De stikstofberekening hebben we het in eerdere sessies ook met u over gehad. Daar wordt altijd gekeken naar de Natura 2000 gebieden in de omgeving. En wat de stikstofdepositie hiervoor is. Daar heb je te voldoen aan wettelijke kaders, waaraan we aan voldoen. Maar je kan daar nog, daar kom ik zo later nog op terug, wat scherper in zijn. We willen geen achteruitgang van beschermde soorten.

En hier weer inderdaad ook de afnames van invasieve exoten, waar ik op terugkom welke dat zijn, die aanwezig zijn in het gebied. Vervolgens, om een optimale kwaliteit te krijgen, hebben we ook een aantal maatregelen in beeld gebracht die daartoe kunnen bijdragen. Daar is die minimaal 0,05 procent Mol voor de afname op de Biesbosch. Als je daar ook nog naar streeft, dan heeft dat ook een betere kwaliteit van de biodiversiteit. Scoren we nog beter erop. Uitbreiding van 40 procent kwalitatief hoogwaardig groenblauw, heeft ook een positief effect. En de toename ook van oppervlakte van kroonbedekking. Maar ook aandacht voor de watergangen. Als je die verbetert, hebben we daar ook een positief effect op die biodiversiteit en de ambities. Dat even voor nu.

45

De voorzitter: Mijnheer Portier is deze keer de winnaar. En daarna mijnheer Bootsman. De heer Portier: Ik heb een heel simpele vraag. Ik hoop dat hij simpel is. Wat houdt die 3.000 meter lange beweegroute in? Want als ik vanuit een toekomstige voordeur in dit gebied een rondje rond het eiland ga lopen, dan ben ik zo 20, 30 kilometer onderweg. Wat betekent deze 3.000 meter? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Dat het mogelijk is om een route te maken van 3.000 meter aaneengesloten. De heer Portier: Dat kan toch altijd? De heer Kramer: Binnen het gebied, zonder barrières. De voorzitter: Kan dat nog steeds altijd, mijnheer Portier? Dan moet je een heleboel rondjes lopen. De heer Portier: Zonder stoplichten, et cetera, grote wegen en dat soort dingen. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik had een vraag over inderdaad ook de sportvoorzieningen en de speelvoorzieningen. Dat is echt allemaal leuk voor iedereen, voor jong en oud. Is het dan ook voor bijvoorbeeld kinderen met een beperking toegankelijk? En als ze dat niet weten, dan is het altijd leuk om dat even mee te geven. De voorzitter: Mijnheer Kramer, weet u het of neemt het mee? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wij nemen dit ook zeker mee inderdaad. Dank u wel. De voorzitter: Wie nog? Het hoeft niet hoor. Ik bedoel, het is heel warm. Ik snap het allemaal.

Dan ga ik afronden. Dan ga ik u vragen of u een goed beeld heeft gekregen bij hoe het thema openbare ruimte in het ontwerpbestemmingsplan is verwerkt. En ik zou bijna zeggen, als u nu nee gaat zeggen, dan vraag ik me af waar de vragen waren. Mijnheer Damen, u wilt nog iets kwijt? De heer Damen: Ja. Het plangebied ligt aan een rivier. Er is helemaal niks gezegd over de relatie tussen het plangebied en de rivier, behalve een aantal groene pijlen. En ik vind juist die bijzondere kwaliteit van de rivier zou aanleiding moeten zijn om heel goed te kijken naar hoe je dat precies inricht. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, gaat u wat zeggen of mijnheer Kramer. De heer Buitendijk: Dank u wel, voorzitter. Wat we hier proberen in het Maasterras, voor zowel fase 1, 2 en 3, om juist door middel van deze groene lijnen de verbinding naar het water en ook de mogelijkheid om te recreëren en te verblijven aan het water te organiseren. Uw vraag, wat proberen wij te doen? En dat is ook één van uw

46

doelstellingen die u meegegeven hebt, maak een goede verbinding met het water. En wij geven aan dat we dat op deze drie grote kruisingen met die pijler, dat we de juiste verbinding tussen de nieuwe wijk straks, zowel fase 1 als 2. En om daar een goede verbinding naar het water te maken. Hier zit niet alleen de groene pijler, maar hier zit ook de verblijfskwaliteit rondom het water in. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: En juist hier gaat het om het detailleren van die oversteek van de Laan der Verenigde Naties of het verlengde daarvan. En dat mis ik een beetje. Want je kunt die verbinding op allerlei manieren maken, maar het blijft een rot weg, als je die moet oversteken. De vraag is hoe je die oversteek dan zo maakt... Dat weet ik niet. Natuurlijk moet je dat uitwerken. Maar ik vind dat je dat ook nader moet definiëren. De voorzitter: Kunt u wat zeggen daarover, mijnheer Buitenhek? De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Daar heeft u gelijk in. Want een pijl op een papiertje wil niet zeggen dat het een functionele pijl is. Of het ook echt functioneert. De vraag die hier net gesteld werd, als ik drie kilometer ga lopen zonder barrières of met barrières. Wij zullen er natuurlijk zorg voor dragen dat deze verbindingen ook zo gemaakt worden dat je er ook gebruik van kan maken en ook gebruik van gaat maken. Dat is de uitdaging die wij straks hebben.

En daar bent u straks als raad ook voor om af en toe eens even een thermometer in te steken, om te toetsen of we daaraan voldoen. Maar de uitgangspositie is om straks op drie gebieden, drie oversteken zo’n goede verbinding te maken dat iedereen hier ook straks flanerend langs het water daarvan kan genieten. De voorzitter: Mijnheer Damen, heeft u na deze uitleg ook een goed beeld gekregen? De heer Damen: Ik ben helemaal gelukkig gemaakt. De voorzitter: Geweldig om dat te horen. Nu heb ik nog een tweede vraag. Dat zult u zich allemaal vast nog wel herinneren. Bij het onderwerp wonen en mobiliteit hebben we, laat maar zeggen, een levendige consultatie gehad. Mijn vraag is of u bij dit onderwerp, wat we nu behandeld hebben, ook behoefte heeft aan een consultatie? Of u dan nog in een speciale sessie allerlei dingen mee wil gaan geven aan de heren. Ik proef geen enthousiasme. Ik denk ook eerlijk gezegd zelf dat dat hier niet zo heel erg belangrijk is, niet zo nodig, niet zoveel toevoegt. Dat vorige onderwerp was natuurlijk wel heel politiek, zullen we maar zeggen. Dan dank ik de heren heel hartelijk voor hun presentatie en de beantwoording van de vragen. En we zien uit naar de schriftelijke beantwoording van de vragen over de invasieve exoten. Ik vraag nogmaals aan iedereen of u allemaal uw emballage mee wil nemen en uw bordje op de juiste plaats terug wil zetten.

Ik wens u een veilige en droge thuisreis, maar voor dat laatste moet u met de auto zijn. Mijnheer Buitenhek heeft nog een vraag. Mensen, even aandacht voor mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Zou het ook kunnen... Wij spreken elkaar binnenkort nog. Dat is de 28e. Is het goed dat we dan het antwoord op de vraag geven, zodat we daar geen schriftelijk antwoord op hoeven te geven?

47

De voorzitter: Vast en zeker goed. Dank u wel. Nogmaals, allemaal hartelijk dank en wel thuis. En neem uw rommel mee.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/763/documents/32601