CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 20221115 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 3 - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 15 november 2022, gemeente Dordrecht14.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De voorzitter: Nou, als nnijnheer Van der Meer een interruptie heeft op mijnheer Den Heijer, dan mag die eventjes eerst. De heer Van der Meer: De vraag is even naar uw orde. Wij hebben een amendement ingediend die we in de raad kort hebben toegelicht. Normaliter zouden we daar gewoon een woordvoering over gedaan hebben in de raad, dus als er discussie over ontstaat wil ik graag de gelegenheid hebben om die woordvoering te doen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, ik moest even afwachten of er behoefte aan zou zijn, want als iedereen voor was dan was die er in ieder geval niet. We weten nu zeker dat er bij het amendement van GroenLinks, ChristenUnie-SGP er een partij is die duidelijk behoefte heeft minsten aan verheldering of misschien toch wel tegen gaat stemmen, maar dan is die verheldering evengoed op zijn plaats. Dan vraag ik gelijk alvast van tevoren, dan hoeven we het zo meteen niet meer te doen, geldt dat ook mogelijk voor een van de twee amendementen van het CDA? Ja, ik zie de heer ... Nee? De heer Cobben: Neem me niet kwalijk. Ik dacht dat u het over het amendement van GroenLinks ging hebben. De voorzitter: Ja, maar daar gaan we het dus zo over hebben, nnaar dan vraag ik nu direct alvast, zijn er ook nog partijen die bedenkingen hebben bij de amendementen van het CDA? Ja, ik zie daar Partij voor de Dieren, mijnheer Van Herwijnen.

Nou, dan gaan we eerst de heer Van der Meer gelegenheid geven om misschien nu lets uitvoeriger dan in de raad het amendement toe te lichten. Daarna de heer Van Darn-Timmers zal het amendement van het CDA toelichten en dan kan er daarna eventueel discussie over zijn

22

en dan konnt de heer Kleinpaste en dan kan die ondertussen een slokje water nennen en dan misschien dat het dan lukt. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Het van kracht worden van de omgevingswet is in onze ogen een goed moment om de advisering over ruinntelijke kwaliteit op een wat andere leest te schoeien. Daar is op allerlei momenten in de raad en commissie ook eigenlijk om gevraagd, om daar wat andere accenten te leggen en dit is een nnooie aanleiding daarvoor. Op zich is de wat andere orientatie van de adviescommissie naar ons oordeel goed in de verordening vastgelegd, maar het vraagt ook om een samenstelling en bemensing van de commissie die daarop is afgestemd. Het amendennent wat niet alleen met ChristenUnie, maar ook met het CDA en Partij voor de Dieren samen hebben ingediend is er heel kort gezegd op gericht om die groenblauwe deskundigheid in de commissie te verankeren. Dat is wat anders geformuleerd naar aanleiding van de discussie die we vorige keer gehad hebben, dus dat is wat specifieker aangegeven aan wat voor soort deskundigheden gedacht zou kunnen worden. Bio, hoe heet het, natuur inclusief bouwen, biodiversiteit en nog een aantal elementen, die sowieso van belang zijn als je kijkt naar de annbities die wij hebben in het kader van de omgevingsvisie.

Natuurlijk gaan we die kaders de konnende tijd Dat duurt ook zeker nog een halfjaar voordat de omgevingswet in werking treedt. De komende tijd gaan we de kaders verder invullen, maar op het moment dat we anticiperen op de invulling van die adviescommissie is het goed, denken we, om de bredere deskundigheid op het gebied van biodiversiteit, natuurontwikkeling en natuur inclusief bouwen in de commissie te verankeren. Daar is het annendement op gericht. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Meer. Dan denk ik dat de heer Van DamTimmers de andere twee amendementen gaat toelichten. De heer Van der Meer, uw nnicrofoon staat nog aan. Van der Meer: Oh, sorry. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank, voorzitter, heel graag. Vandaag spreken we oordeelsvormend over de verordening op de adviescommissie ruinntelijke kwaliteit Dordrecht en bij dit agendapunt zijn dus drie amendementen ingediend waarvan twee door het CDA en ook een mede ingediend door onze fractie. Het CDA Dordrecht vindt het van groat belang, dat we bouwen aan een prettige stad om samen in te leven. De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit heeft ook dit doel. Als raad hebben we een grate vrijheid om deze maximaal zeven man tellende commissie samen te stellen. Het CDA Dordrecht vindt het van belang dat er brede kennis aanwezig is in de commissie.

De verordening zit wel goed in elkaar, maar we vinden toch dat de aanwezigheid van de Dordtse binding in de commissie onvoldoende is. Kennis van onze historie, onze inwoners, gevoeligheden, sociaaleconomische situatie vinden wij van groat belang om goede adviezen te kunnen geven. Dit zien we ook eigenlijk wel terug in de ophef die af en toe ontstaat, zoals bijvoorbeeld het afgelopen jaar nog random de muur van het Dordts museum. Daaronn dienen we samen met GroenLinks, SP, Beter voor Dordt een amendement in op de verordening, waarbij we vastleggen dat er een burgerlid en een plaatsvervanger gaat worden benoemd in de commissie. Daarnaast dienen we samen met GroenLinks, SP, Beter voor Dordt en VVD een annendement in op de toelichting van

23

deze verordening. Hierin nennen we op dat we bij samenstelling van leden met een specifieke deskundigheid de voorkeur geven aan een deskundige met een lokale affiniteit. Zo vinden we dat we bouwen aan een stad met een oog en hart voor de stad en elkaar. En ja, ik dien dus die twee amendennenten in. Dat heb ik feitelijk gezien al gedaan, maar bij deze.

De voorzitter: Sorry, ik heb een ondeugend vraagje. Heeft het CDA er moeite mee als er vrouwen in die commissie komen? Want u had het over een zeven man tellende. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, u begrijpt heel goed dat de term man tellende dat dat geldt voor het tellen van scheepsbemanningen, en dat is figuurlijk bedoeld. Het heeft niet een geslachtelijke oorsprong, wellicht wel oorsprong, maar niet de bedoeling. De voorzitter: Dank u wel voor deze verheldering. Ik vermoedde het al, maar ik wilde het eigenlijk gewoon zeker weten. Mijnheer Kleinpaste, denkt u dat het gaat lukken? De heer Kleinpaste: Nou, dat weet ik niet. Nou ja, ik ga toch iets over een patient zeggen, dus het komt goed. Onze liefste wens is namelijk euthanasie op de zwaar zieke patient die de omgevingswet heet, maar dat terzijde. De annendementen van het CDA, die hebben onze synnpathie. Het amendennent van GroenLinks daar willen we de discussie in de raad heel goed op volgen. We twijfelen daar ernstig over op dit moment nog, maar we kunnen ons misschien op een later moment nog laten overtuigen. Laat ik het daar voor nu maar bij laten. Dan is het wel helder hoop ik. De voorzitter: Ik denk dat het heel verstandig is dat u het daarbij laat, voor uw stem in ieder geval.

De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, we bespreken nu oordeelsvornnend, dus er konnt nu natuurlijk niet meer een discussie in de raad in principe hierover. Dus ik denk dat de heer Kleinpaste zijn oordeel zal moeten baseren op wat we vandaag hier bespreken. De heer Kleinpaste: Als we alleen maar gaan stemmen in de raad, dan wordt het CDA twee keer voor, GroenLinks niet. De voorzitter: Ik denk overigens, mijnheer Van Dam-Timnners, maar als het niet zo is, moet u maar corrigeren, dat volgens mu j als dit doorgaat naar de raad, dat dit in principe altijd een bespreekstuk is, dat we ervoor kunnen kiezen er alleen voor te stennmen, maar als er dan weer een fractie is die zegt: wij willen dit bespreken, dan denk ik dat de voorzitter zal zeggen: nou, goed, dan gaan we dit doen. Dan hebben we nog een keuze. Nee, twee nninuten of vijf minuten, die keuze hebben we dan wel. Ik zie hier de heer De Feijter van ChristenUnie-SGP. De heer De Feiiter: Dank u wel voorzitter. De heer Kleinpaste zei zojuist over het amendement GroenLinks dat hij nog niet overtuigd is, maar zich mogelijk kan laten overtuigen. Wat heeft de heer Kleinpaste nodig om zich te laten overtuigen? De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, wat is daarop uw antwoord?

24

De heer Kleinpaste: Als het lukt, als het lukt, als het lukt. Ja, een zeven man tellende commissie met een hele specifieke deskundige erin waarvan er eentje heel erg richting groenblauw gaat, we vinden het wel heel erg specifiek. Wij zijn op zich meer van een wat meer generalistische insteek in zo een commissie, los van het felt dat we ons al moeizaann verhouden Oberhaupt tot dit soort comnnissies en tot welstandscommissies, dus we zitten daar wat moeizaam in de hele discussies. Het liefst hebben we helennaal niet zulke connmissies, maar we weten dat het in de wet ook is verankerd. Dan hebben we liever generalisten dan specialisten. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel, de heer Kleinpaste. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nou ja, ik wilde de heer Kleinpaste vragen of hij in het licht van de uitdagingen waar wij voor staan in relatie tot het klimaat en in relatie tot het onngaan met de natuur en dat inpassen in de stad, of hij de aandacht daarvoor minder generalistisch vindt dan bijvoorbeeld een specifieke architectonische deskundigheid. In mijn ogen is het eerder andersom, waarnnee ik overigens niet wil zeggen dat architectonische deskundigheid niet in deze commissie thuishoort. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, u mag.

De heer Kleinpaste: ik heb met de architectonische deskundigheid dezelfde moeite als met uw blauwgroene vrouw of man en ik heb niet zoveel fiducie in welke uiteindelijke kwalitatieve, ons bevredigende invloed van zo een commissie in zijn algemeenheid. De voorzitter: Ik denk dat de conclusie is dat Gewoon Dordt liever gewoon geen commissie heeft. De heer Kleinpaste: En ook liever geen omgevingswet. De voorzitter: Mijnheer Cobben, ik dacht dat u ook het woord wilde. Dan mag u, daarna mijnheer Safranti en daarna mevrouw Van Herwijnen. Begin nnaar. De heer Cobben: Even wat weerspiegelingen van onze kant. De vorige vergadering heb ik al twee bezorgdheden benoemd. Ten eerste dat er in de conceptverordening geen afbakening is van waar de commissie zich binnen nnoet nnanoeuvreren. In de omgevingswet is natuurlijk wel gesteld dat de commissie zich wel moet baseren op de omgevingsvisie en op het omgevingsplan en op de beleidsregels die de genneente nnaakt. Dat staat in de omgevingswet. En dan zou ik verwachten dat dat ook in de verordening wordt vastgelegd. Anders bestaat het gevaar dat de cornmissie zich wel heel veel ruimte gaat toe-eigenen, want wat in de omgevingswet staat is een soort minimum. Er staat ook alleen maar dat er een commissie nnoet zijn voor in principe de rijksnnonumenten als minimum en de gemeente mag het uitbreiden naar believen.

Het andere zorgpunt is dat het werk van de commissie gedelegeerd kan worden

25

De voorzitter: Ik ga u heel even onderbreken, mijnheer Cobben. Volgens mu j is deze hele toestand al oordeelsvormend besproken. En we zouden het hier gaan hebben over de amendementen en hoe Forum daar eventueel over denkt, dus al uw andere moeite en bezwaren kunt u ons even besparen, om in de 5 decembersfeer te blijven. De heer Cobben: Ik wou het even benoemen als inleiding om toch nog even het punt te herhalen, want het kan ons stemgedrag in de gemeenteraad beInvloeden. Dan de amendementen. De amendementen van het CDA en andere partijen, die twee, die konnen ons ook sympathiek over, dus ik zal onze fractiegenoten in de raad adviseren om die te steunen. Het amendement van GroenLinks hebben wij problemen mee, omdat ook, ja, eigenlijk een beetje dezelfde argumenten als ik net zei. Het vergroot het takenpakket van de commissie, het kan leiden tot willekeur en ja, wij zien daar allerlei problennen bij van ongewenste effecten en wij zullen dat niet adviseren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer, u wilt daar nog even op ingaan? De heer Van der Meer: Ja, een korte vraag, eigenlijk een soortgelijke vraag als die ik aan de heer Kleinpaste had. Op het moment dat u hier de deskundigheid van zo een commissie wat verbreedt en dus nneer aspecten in de discussie betreedt, lijkt mu j de kans op willekeur juist kleiner worden.

Bent u dat niet met mu j eens? De voorzitter: Mijnheer Cobben. De heer Cobben: Nee, dat ben ik het niet met u eens. De commissie is een klein aantal personen, en zeker het feit dat het werk gedelegeerd kan worden aan een persoon, kan bepalen dat een persoon het bepaalt of iets wel of niet kan. Er moet natuurlijk een toetsingskader zijn, maar er zit altijd interpretatieruimte in, brandbreedte in. En ja, wij zien toch het gevaar dat de persoonlijk opvattingen van een individu gaan bepalen of een plan wel of geen doorgang kan vinden en dat leidt tot gebrek aan rechtszekerheid. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, ik zie dat u wilt reageren. Dan nnag u dat via de voorzitter doen. Dank u wel. De heer Van der Meer: Ja, u heeft helemaal gelijk. Het argument dat de heer Cobben nu geeft is net als het argument van de heer Kleinpaste, een argument tegen een commissie waarin iemand in zijn eentje kan beslissen, niet een argument tegen een specifieke samenstelling van die commissie. Daar gaat het amendement over. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Meer. Heeft mijnheer Cobben daar nog behoefte aan om op in te gaan? Nee? Dan ga ik naar de volgende. Dat is mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, over de inhoud ben ik blij dat mijnheer Kleinpaste en mijnheer Cobben het daar uitgebreid over hebben gehad.

Als we zo kijken naar de amendementen, dan vinden wij ze eerlijk gezegd alle drie wel sympathiek. Wij maken geen onderscheid over generalist, specialist of groenblauw, man, vrouw. Zo ver zijn we dus niet gegaan. We gingen meer op het algennene, dus niet

26

echt het inhoudelijke. Dus in principe kunnen alle drie de amendementen onze steun krijgen.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Safranti. Dan ga ik naar mevrouw Van Herwaarde van Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Mevrouw Van Herwijnen. De voorzitter: Excuus. Mevrouw Van Herwijnen: Ik sla het annendement van GroenLinks even over, want daar hebben we natuurlijk medegetekend, dus daar zijn we natuurlijk positief over. Van het CDA wil ik ze eventjes splitsen, want in degene waarin wordt aangegeven dat er een voorkeur wordt gegeven voor connmissieleden die zowel inhoudelijke als lokale kennis heeft, daar zijn we natuurlijk positief over, want juist die mix tussen lokale kennis en inhoudelijke kennis heeft ook bij ons de voorkeur. Waar we ons niet in kunnen vinden is die verplichting tot het aanstellen van een burgerlid. We hebben in de huidige commissie ook nu een burgerlid zitten en niks ten nadele van die persoon, maar je merkt dat bij de advisering er soms afgeweken wordt van inhoudelijke advisering op basis van de onderliggende beleidskaders en dat kan verwarring opleveren bij initiatiefnenners en daarom vind ik dat er eerst nnoet gekeken worden of dat de functie van het burgerlid werkt in de huidige commissie voordat je het verplicht stelt. De heer Kleinpaste: Mag ik daar een interruptie over fluisteren? De voorzitter: Dat nnag u doen, mijnheer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Het sympathieke van het burgerlid vind ik nu juist dat er nog ergens een sprankje inwoner van Dordrecht nog invloed heeft op deze draak van een wet, dus ik vind het zo jammer dat jullie daar niet voor zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, daar wilt u vast iets op zeggen. Mevrouw Van Herwijnen: De commissie gaat niet over de omgevingswet. We hebben zelf toetsingskaders en daar toetst de commissie. En wat ik dus merk in de advisering nu, is dat het burgerlid nog wel eens wil afwijken van de toetsingskaders en meer ingaat op dingen die niks te nnaken hebben met de technische toetsingskaders van de commissie. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste, heeft u nog de behoefte om iets terug te fluisteren? De heer Kleinpaste: Ik ben wel blij dat er af en toe zo deviant gedrag in de commissie sluipt. De heer Van Dam-Tinnnners: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers.

27

De heer Van Dam-Timnners: Ja, dank, voorzitter. Ik heb een aantal dingen gehoord over de bezwaren over het burgerlid. Ik ben daar dan ook enigszins verbaasd over, omdat het juist inderdaad het idee is dat je iemand hebt die de lokale kennis en maatschappelijke kennis inbrengt en dat is een ander onderdeel die niet altijd een op een in kaders altijd weergegeven wordt, maar wel, als je bijvoorbeeld kijkt naar de besluitvorming rondom de muur van het Dordts museum, dat past binnen de kaders, maar past niet binnen de gevoeligheden van onze stad. Dus kunt u zich voorstellen dat het ook goed is om juist lokale kennis erin te hebben, waarin richtlijnen soms niet sluitend zijn, om toch een voelspriet toe te voegen? Mevrouw Van Herwijnen: Ik ben ook niet zo zeer tegen De voorzitter: U mag het woord, hoor. Mevrouw Van Herwijnen: 0 ja, dank u wel voorzitter. Ik ben ook niet zozeer tegen het burgerlid of tegen de lokale kennis. De verplichting om hem aan te stellen, daar zijn wij niet zo een voorstander van. Dan heb ik niet zozeer het voorbeeld van de muur, maar meer het voorbeeld van de oude bioscoop, waar als je dat advies kijkt, er dingen worden benoemd die niet van toepassing zijn op een adviescomnnissie ruimtelijke kwaliteit. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Ja, dank u wel.

Misschien even heel kort richting mevrouw Van Herwijnen, laten we proberen netjes via de voorzitter te spreken, anders wordt het zo een eentweetje en het heeft een hele diepe betekenis dat we het zo doen. Mijnheer Van DamTimnners. De heer Van Dam-Timmers: Ja voorzitter, ik denk dat de bezwaren die worden weergegeven, dat die ook op te vangen zijn met gewoon fatsoenlijke functioneringsgesprekken als dit soort situaties zich voordoen, dat er binnen zo een commissie ook in die zin een zelfreinigend vernnogen zou moeten zitten en dat er in de samenstelling van de commissie en ook in de selectie, dat daar rekeningen gehouden moet worden met dit soort gebeurtenissen. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb paar partijen nog niet gehoord. Mijnheer Tutupoly van Op Ons Eiland, wilt u ook uw mening geven over de amendementen? De heer Tutupoly: Ik moet zeggen, er zijn een heleboel dingen gezegd over de amendementen. Wat Op Ons Eiland betreft vinden we eigenlijk alle drie de amendementen positief, sympathiek dus die kunnen we steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we nog mevrouw Rutten van de PVV. Mevrouw Rutten-Alberts: Ja, dank u, voorzitter. Het amendement van het CDA kan ik wel positief over zijn. GroenLinks moet ik nog even overleggen of we daar positief op gaan reageren of niet.

28

De voorzitter: Daar is nog even tijd voor am over dat standpunt na te denken. Dan hebben we in ieder geval alle partijen hier gehad en dan is nnijn conclusie dat volgens mij alle amendennenten, in ieder geval binnen deze partijen op een meerderheid kunnen rekenen, maar er zijn natuurlijk oak een paar partijen niet vertegenwoordigd. Mijnheer de wethouder, wilt u misschien nog even reageren? De heer Burqgraaf: Dank u wel voorzitter. Ik denk maar op een aspect dat ik heb gehoord, en dat was de vraag of discussie van ja, je gaat nu een amendement, een mogelijkheid geven am iemand in de commissie te hebben die op het groenblauw aspect, zoals die omschreven staat, expertise in te brengen. Kijk, dat betekent nog niet dat je op dat moment oak nneteen iemand in de commissie moet hebben, want dat heb ik oak in de vorige commissie aangegeven, uiteindelijk moeten we dat oak nog even door vertalen naar toezichtkaders en handvaten, maar dat konnt begin volgend jaar uw kant op en dat is vervolgens dan leidend voor welke rot je dan zo iemand dan in de commissie moet geven en welke expertise je daarbij moet zoeken. Dus het college leest het amendement vooral als zodanig dat u zegt van: nou, we willen graag de mogelijkheid creeren via deze verordening.

Ik begrijp oak heel goed uit de reactie van commissie en het past oak bij de ambities die onder andere in het politiek akkoord zijn verwoord, dat groenblauw belangrijk is en aandacht vraagt in de stad en dat we verder dat traject dan, als het gaat am het werven van iemand in die commissie, vooral gelijk op laten lopen met het moment waarop je met elkaar het gesprek hebt gehad, op welke wijze ga je dat volgens in je toezichtkaders neerleggen en langs welke weg wil je dat toetsen, en wat voor kwaliteit vraagt dat dan of wat voor type vraagt dat dan? En dat je op dat moment de stap zet tot de invulling. Dan heb je de goede volgorde zou ik zeggen. Dat is denk ik de enige reflectie die ik nog toe kan voegen aan dit debat. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Burggraaf. Ik zie dat mijnheer Van der Meer aarzelt. De heer Van der Meer: Ik aarzel een beetje, maar die volgorde is wat mu j betreft niet zo hard, omdat ik groenblauw in zijn algemeenheid, net als de omgevingsvisie een belangrijk aandachtspunt vind die er sowieso wat ons betreft in terug zou nnoeten konnen. Maar de precieze invulling daarvan kan natuurlijk afhankelijk gennaakt warden van de kaders die we gaan stellen en gezien het feit dat de omgevingswet op zijn vroegst pas over een halfjaar in werking gaat hebben we daar oak alle tijd voor am dat op een goeie nnanier te doen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Meer.

Is er nog iemand die wil reageren? Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Ter aanvulling van de wethouder, maar oak van GroenLinks, ik ga er wel vanuit, ja, ik heb net al aangegeven dat we in grate lijn wel akkoord zijn, maar ik ga er wel vanuit dat er wel een profielschets gemaakt wordt, mochten we dus iemand daar gaan benoennen of wat dan oak. Dus dat wilde ik even vragen of dat oak zo is, of dat daadwerkelijk zo is. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer wil daarop reageren?

29

De heer Van der Meer: Ja, daar wil ik in die zin op reageren dat gezien het feit dat de omgevingswet nog niet onmiddellijk van kracht wordt, dat we inderdaad de tijd hebben om dat in de goede volgorde te doen die de wethouder fungeert, maar we leggen met het annendement als het wordt aangenomen wel vast dat als dat type deskundigheid in de connmissie wel vertegenwoordigd moet zijn. De voorzitter: Dank u wel, nnijnheer Van der Meer. Mijnheer Safranti wil nog even iets zeggen? De heer Safranti: Nou ja, zo hadden we hem eigenlijk ook begrepen, dus vandaar dat ik niet in de inhoud ben gegaan, maar gewoon in het algemeen aangeven. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie geen vingers nneer. Nou, dan is mijn conclusie volgens mu j dat dit als een bespreekstuk, want er zijn drie amendementen, door kan gaan naar de raad. Ter plekke zal ik verwachten dat er alleen gestennd gaat worden, maar in theorie is natuurlijk altijd de nnogelijkheid dat een fractie, nnisschien een fractie die hier niet is, gaat vragen om een bespreking. Nou, dan zal mijn advies zijn twee nninuten maximaal, want het is wel een beetje uitgekauwd nu volgens mu. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Schalken.

De heer Schalken-den Hart= Volgens mij kunnen we concluderen dat het gewoon als bespreekstuk naar de raad gaat en dat de bespreking zich beperkt tot de stemming van de annendementen in principe. De heer Van der Meer: Dan kan dat ons advies zijn. De voorzitter: Ja, dat is ons advies. Dat klopt. Dank u voor deze aanvulling. Niemand meer? Dan ga ik deze vergadering sluiten. Ik dank u allemaal hartelijk voor uw constructieve bijdrage.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 20 december 2022.

De griffierii

D7-voorzitter,

olff

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/540/documents/21332