CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 20221101 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 29 november 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen notulen besloten deel van de Dordtse dinsdag 11 oktober vergaderzaal 5 , 1 november vergaderzalen 1,3 en 5 en van de Gemeenteraad van 8 november 202226.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We zien met die energietoeslag dat we het bereik heel hoog hebben kunnen laten zijn, dat gaat zich hopelijk ook vertalen in het beroepen op andere regelingen en we gaan ook een forse campagne optuigen om het nieuwe, uitgebreidere minimabeleid onder de aandacht te brengen van de Dordtenaren die daar recht op hebben en we hopen daarmee ook meer inwoners en meer huishoudens te kunnen ondersteunen. De lagere middeninkomens en ook de wat hogere middeninkomens, waar meerdere van u ook aandacht voor hebben gevraagd. Dat is dan ook gelijk het bruggetje van GroenLinks naar de VVD, toch een wonderlijk bruggetje, maar beide gaf u aan dat u daar zorgen over had, ook de Partij van de Arbeid noemde dat nadrukkelijk. Daar zit ook mijn zorg en daar zit ook de zorg van het college. We doen eigenlijk wat we kunnen, maar wij zijn als gemeente helaas niet van de middeninkomens. Wij kunnen ook geen inkomenspolitiek voeren, het gaat over

19

een enorme groep. U mag er wel op rekenen dat wij vanuit de gemeente in ieder geval ook bij het kabinet echt veelvuldig aandacht vragen voor juist deze groep. We zien ook wel in de telefoontjes die we krijgen bij de Sociale Dienst dat er relatief ook wat meer huishoudens bij zitten die eigenlijk nooit in aanraking zijn geweest met de dienst omdat ze gewoon werken, altijd voldoende inkomen hebben gehad, maar nu toch financieel met problemen dreigen te komen. Maar dit zal echt moeten worden opgelost met een fiscaal pakket vanuit het kabinet. In het huidige pakket, naar mijn bescheiden mening, is dat nog onvoldoende, omdat het werken zeker voor die middeninkomens met ons progressieve belastingstelsel nog onvoldoende loont. Alleen dat kunnen wij, en dat gaf de heer Van Ballegooijen al terecht aan, niet lokaal oplossen. Er werd ook een opmerking gemaakt over het meetbaar maken van doelstellingen. De VVD-fractie, de heer Van Ballegooijen had complimenten over hoe dat gebeurt bij Bouwen en Economie. De complimenten van de VVD-fractie zullen we overbrengen aan de wethouder die van Bouwen en ook Economie is, de heer Burggraaf. Wellicht kunt u dat zelf ook doen, die complimenten doorgeven. Ik begrijp ook, ik hoop ook dat u begrijpt dat op het sociaal domein is het allemaal net wat minder SMART te maken dan het aantal huizen dat je neerzet.

Wat we daar veel meer doen zijn maatschappelijke businesscases maken, maatschappelijke kosten-batenanalyses maken per project. Collega Van Benschop zal daar denk ik ook nog wel even wat over zeggen. Dat laat zich ook net wat minder makkelijk SMART formuleren dan de bouwopgave, maar ik snap uw wens en de wens is ook door anderen herhaald. We blijven altijd met u zoeken op projectniveau hoe we die zo meetbaar mogelijk kunnen maken, want wij willen natuurlijk zelf ook weten welke interventies goed werken, omdat je niet alles wil continueren. Want projecten die niet werken, die moet je ook gewoon kunnen stopzetten. Nog enkele punten. Cultuur in de wijk, CDA, Partij van de Arbeid. Ik ben geen cultuurwethouder, collega Van der Linden heeft cultuur in zijn portefeuille en die is daar razend enthousiast over en ook over de Cultuurnota die eraan komt. Ik zou u echt willen adviseren: breng dit heel nadrukkelijk in, hij verheugt zich op dat debat met uw raad, en breng dit punt ook nadrukkelijk in in dat debat, want daar hoort het echt thuis. Weet in ieder geval dat wij vanuit het college echt wel uw wens onderschrijven dat cultuur ook in de wijk thuishoort en niet soms het beeld kan oproepen van een elitair binnenstadachtig dingetje moet zijn. Dat zou een ontzettend gemiste kans zijn.

Tot slot, voorzitter, en dan spoed ik mij naar vergaderkamer 1 als er verder geen vragen zijn, de SP heeft punten gemaakt over de geleidelijke grenzen in het minimabeleid. Dat proberen we op onderdelen wel wat te doen, bijvoorbeeld nu met de uitbreiding van de minimaregelingen waar het gaat over het SMS-Kinderfonds voor oudere kinderen. We proberen daar een bepaalde differentiatie in aan te brengen en we hebben met de energietoeslag ook gedaan, naarmate de inkomens ietsje hoger waren een iets lagere toeslag. Maar we lopen echt tegen de grenzen van de uitvoerbaarheid aan. Het is gewoon ongelooflijk complex om dat nog verder te differentiëren, daar gaan dus fouten optreden, dan gaan er wachtlijsten ontstaan. Dus u mag ons daar altijd scherp op houden dat we dat zoveel mogelijk doen, want wij zien ook die harde grens, wij zien ook de pijnlijke gevolgen daarvan. U mag er ook op rekenen dat wij echt ook wel geregeld maatwerk toepassen als mensen er net buiten vallen en we het een schrijnende situatie vinden. We hebben daar bij de Sociale Dienst allerlei potjes voor, doorbraakfondsjes en dergelijke die we daarvoor gebruiken. Maar ik ben het wel met u eens dat het soms schrijnend kan uitpakken.

20

De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Eén vraag over de moeilijke uitvoerbaarheid. Kijk, als je een grens hebt van X euro waarbij je helemaal daarbuiten valt, ja, dan moet je tot op de euro precies weten hoeveel iemand verdient. Dus eigenlijk iedereen die een aanvraag doet weet je tot op de euro nauwkeurig wat die verdient, dus hoe moeilijk is het dan om te zeggen: alles wat je te veel verdient, trekken we af van die uitkering totdat je niks meer overhoudt. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat is best moeilijk, ook omdat inkomens soms enorm fluctueren en soms ook bijna van maand tot maand kan veranderen. We doen het ook wel bij de bijzondere bijstand, dan hebben we echt een hele ingewikkelde rekensom met draagkracht en dergelijke naarmate het inkomen hoger wordt. Dus we proberen dat echt wel te doen, maar we zien ook wel dat het gewoon complex is, dat de dienst ook in de uitvoering enorm onder druk staat, ook door de extra pakketten die we nu uitvoeren vanuit de crisisregelingen. Maar goed, ik zal hem nog mee terug nemen, maar u mag erop rekenen dat wij echt maximaal doen om recht te doen aan de individuele situatie van de aanvrager. Maar goed, dat kent dus zijn grenzen. Dan tot slot, voorzitter, de studenten, de Dordtpas. De heer Portier heeft daar ook een vraag over gesteld.

Wij zijn met de Dordtpas voortdurend aan het kijken: hoe kunnen we dat nog tweaken en verbeteren? We maken ook steeds meer van de Dordtpas gebruik als instrument voor andere beleidsdoelstellingen. We hebben het wel eens over het mantelzorgbeleid gehad, het vrijwilligersbeleid, gratis ov. Het is daar ontzettend geschikt voor om daar ook de Dordtpas voor in te zetten. We willen nu ook wel onderzoeken of we inderdaad studenten als speciale doelgroep kunnen aanwijzen en die al dan niet met een korting de Dordtpas kunnen aanbieden, maar dat is gewoon onderdeel van onderzoek. We moeten gewoon even kijken naar hoe dat dan uitwerkt en ik zal daar ook met collega Van Benschop toch nog even over door praten: hoe bereik je dan die studenten? Maar dat zou zomaar kunnen. Voor andere doelgroepen zou dat ook kunnen, maar we zijn daar op dit moment nog echt in de onderzoeksfase. De voorzitter: Mevrouw Schnabel als laatste. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Korte vraag. Op de Dordtpas wanneer je bijvoorbeeld naar een sportvereniging gaat, dan is het volgens mij hetzelfde budget dat je hebt om je contributie te betalen als dat je hebt om je sportkleding te betalen. Wordt daar nog ook een verandering in aangebracht, of hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Heijkoop: Ja, klopt, daar kijken we ook naar.

We kijken of we daar een schotje kunnen zetten dat het een ander potje wordt en we zien ook wat meer mogelijkheden, omdat we het willen gaan verruimen. Dan een deel van het geld kan sportkleding van gekocht worden, maar het gaat vooral om het meedoen bij verenigingen en we zien nu nog wel dat die balans niet helemaal is wat wij zouden willen. We willen ook weer niet te veel bedeelzucht aan de dag leggen, maar we willen eigenlijk wel toch wel wat sturen dat mensen vooral gaan sporten en lid worden van een vereniging. Dus dat is een terecht punt.

21

De voorzitter: Nou, de wethouder Financiën moet op zich wel inderdaad … Ja. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of ik het zo gestructureerd kan als dat collega Heijkoop heeft gedaan, dus ik ga het iets meer denk ik per thema pakken. Om te beginnen, er is echt meerdere keren gezegd dat het eigenlijk wat concreter had gemogen en dat we nu niet heel duidelijk inzichtelijk hebben gemaakt waar het geld aan uitgegeven wordt. Een van de belangrijkste dingen bij de totstandkoming van het politiek akkoord, waar dit een vertaling van is voor een deel, was dat we de invulling van de zaken, we hebben focuspunten benoemd en de invulling daarvan gaan we samen met de stad en samen met de raad doen. Dat betekent dat we hierbij reserveringen vragen aan de raad, maar uiteindelijk met raadsvoorstellen komen om invulling te geven aan een deel van die reserveringen. Als het gaat over het diversiteitsbeleid, ik heb vanuit de PvdA gehoord de zorg over discriminatie. Ik kan hier wel al zeggen dat we begin december met een soort discussienota komen over het diversiteitsbeleid en wat ons betreft, of wat het college betreft is het idee om daar een 3x3-formule noem ik het maar even op toe te passen, waarbij het gaat over diversiteit binnen je eigen organisatie, diversiteit richting de stad en diversiteit richting contractpartners en subsidiepartners.

Volgens de andere drie lijnen, dat zijn dan de drie doelgroepen die we hier specifiek uithalen, dat is de LHBTI-gemeenschap, de mensen met een migratieachtergrond en de mensen met een beperking, waarbij we dan in eerste instantie natuurlijk moeten identificeren wat de problemen zijn. Dat willen we samen met de raad en samen met de stad doen en daar vervolgens dan ook concrete maatregelen aan verbinden om die knelpunten op te gaan lossen. Dat zal ongetwijfeld ook leiden tot maatregelen met betrekking tot antidiscriminatie. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik weet niet of er nog tijd is, of dat dit … De voorzitter: Nou, we hebben in ieder geval nog acht minuten, dus wees kritisch op wat u wilt vragen, zou ik zeggen. Mevrouw Schnabel: Een hele korte vraag. Met betrekking tot de concreetheid waar mensen die tegen discriminatie aanlopen, zijn er dan ook al ideeën over? Want RADAR zit natuurlijk in Rotterdam, dus op dit moment moet je je discriminatie melden in Rotterdam, of bij de politie, maar dat is vaak vrij lastig. Of er dan ook al een concreet idee is dat er hier in de stad zelf een meldpunt of een spreekuur.

Mevrouw Van Benschop: Als dat een van de uitkomsten is van gesprekken met de stad en de raad en als de raad daarvan denkt dat daar een mogelijke oplossing zit voor het probleem, dan zullen we dat moeten gaan bekijken of we dat mee kunnen nemen in dit diversiteitsbeleid. Maar ik vind het nu te vroeg om een voorschot te nemen op wat erin komt te staan, juist omdat ik de raad en de stad in positie wil brengen, ook als het gaat over het Regenboogakkoord, wat gewoon een plek hoort te krijgen in een breder diversiteitsbeleid met een uitvoeringsprogramma. Dus we hebben heel bewust geen voorschot genomen op wat erin komt te staan, maar echt gezegd: we gaan aan de hand van een discussienota in gesprek om te kijken: waar zitten de knelpunten, waar zitten de grootste knelpunten, en waar gaan we dan concrete maatregelen op nemen?

22

De heer Safranti: Wethouder, u neemt onze input ook mee die wij een paar weken terug … Ja? Mevrouw Van Benschop: Ja, zeker. Ik heb van de fractie DENK inderdaad een document ontvangen. Natuurlijk nemen we dat mee, maar ook dat zal weer ter sprake komen in de verdere gesprekken. Dan wil ik graag nog even reageren op de ouderen, over met name dat de ouderen niet mee zijn genomen in het armoedebeleid. Collega Heijkoop heeft al iets gezegd over hoe de ouderen ook gebruik kunnen maken van de minimaregelingen, maar daarbij is er natuurlijk een visiedocument aangenomen over de huiskamers in de wijk. Daar wordt nu aan gewerkt om de ontmoetingsplekken mogelijk te maken en hoe we daar invulling aan gaan geven. Daarnaast is er een programma, dat liep van 2018 tot 2022 over eenzaamheid en ouderen, daar moeten we een evaluatie op doen en kijken wat we voortzetten en kijken wat we weer daaraan toe zouden moeten voegen. Dus de ouderen zijn zeker niet vergeten en dat geldt zowel voor de ouderen, maar ook eigenlijk voor de groep die door, ik dacht dat het GroenLinks was, maar dat weet ik echt niet meer zeker, die nu deze winter ook in de problemen komt door die enorme prijzen.

Er komt ik vermoed volgende week, maar in ieder geval heel snel een raadsvoorstel uw kant op waarbij we vragen om het mogelijk te maken om de warme ontmoeting te gaan doen, waarbij we plekken openstellen op verschillende plekken in Dordrecht in Dordtse wijken, waarbij mensen warm kunnen zitten deze winter en waarbij we ook de mogelijkheden bekijken voor een gratis kop koffie en thee, eventueel of er mogelijkheden zijn om een maaltijd aan te bieden, zodat we in ieder geval voor de hoogste nood deze winter iets kunnen doen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik begreep vanmiddag dat ook cultuur daarbij aansluit, bij die warme ontmoeting. Mevrouw Van Benschop: Het is echt een hele brede werkgroep geworden. De eerste prioriteit is dat we natuurlijk gewoon dit zo snel mogelijk open krijgen en vandaaruit verder gaan kijken welke randprogrammering eigenlijk we daaraan toe kunnen voegen. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Dank ook aan de wethouder, dat is natuurlijk een warm pleidooi wat u nu aangeeft. Wij zijn heel blij dat u daarmee gaat komen.

We hebben een motie die die richting op gaat en wij pleiten er in die motie zelfs voor dat het ook om gezond eten voor ouderen gaat, want vaak is het ook zo dat ouderen beknibbelen juist op hun maaltijden, doen de kachel op dit moment niet aan en zitten met een dekentje over hun knieën heen. Dus wij komen ook nog wel met een motie, maar ja, mocht het college ermee komen en die motie ondersteunen, of zeggen: dat is ook iets waar wij mee uit de voeten kunnen. Ja, alleen maar heel mooi. Voor wat betreft het armoedebeleid, ik ben blij dat u dat natuurlijk ook aangeeft, alleen wat we hebben gezegd is niet dat de ouderen er niet in genoemd worden. Ze worden er wel in genoemd, maar alleen te weinig. Als je kijkt naar de grootst groeiende groep in Dordrecht, dat zijn nog steeds de

23

ouderen. Maar ook daar komen we nog wel even op terug. Maar ik ben in ieder geval blij dat u dit al aangeeft, dank. Mevrouw Van Benschop: Oké, nou, dank u wel. Volgens mij ligt het bij de aankomende begrotingsbehandeling in de raad, het voorstel over de warme ontmoeting, dus dat is in ieder geval heel snel. Dan was er nog een opmerking van de VSP over de leesbaarheid en het feit dat die erg lang was. Ik geloof dat Beter Voor Dordt daar ook een opmerking over maakte. Laaggeletterdheid zit bij mij in de portefeuille, uiteraard doe je je best om ervoor te zorgen dat zo’n begroting zo goed mogelijk leesbaar is. We zijn ons er ook van bewust dat niet alle inwoners van Dordrecht deze begroting gaan lezen, ook niet als die de helft korter is. Met als reden dat we ook een animatie hebben laten maken om zichtbaar te maken: waar gaat het geld nou eigenlijk naartoe en wat doen we? Ik ben het met u eens, het kan altijd beter. Het kan altijd uitgebreider en beter, maar op deze manier hebben we in ieder geval geprobeerd een slag te maken, zoals we ook bij de presentatie van het politiek akkoord een animatie hebben laten maken, omdat een kort filmpje toch makkelijker kijkt dan een tweehonderd nog wat pagina tellend verhaal. Dan was er nog een vraag over het continueren van de zorg komende periode.

Dit is uiteraard een arbeidsmarktprobleem, noem ik het maar even, een punt van personeelstekort wat niet alleen in de zorg speelt. Als het goed is wordt er toegewerkt naar een regionaal werkloket, dat wordt één aanspreekpunt voor alle arbeidsmarktvragen. Dat is vanuit het ministerie geïnitieerd en dat gaan we in de regio dus dan ook inrichten, waarbij het eigenlijk makkelijker moet gaan worden om de verbinding te maken tussen wat is er nodig, wat voor type werkgelegenheid hebben we hier en wat is er nodig, en wat voor type werknemers hebben we hier en hoe kunnen we ook die link beter maken door middel van bijvoorbeeld onderwijs? Dus kunnen we morgen een heleboel mensen klaargemaakt hebben om te gaan werken in de zorg? Nee, want punt één, die mensen hebben we nog niet en punt twee, dat zal ook even duren voordat ze klaar zijn om daar in te stromen, maar het is zeker een punt van aandacht en we zijn er echt hard mee bezig en komen daarom ook met een arbeidsmarktbeleid. Ik weet niet of ik … Dan was er nog een vraag van de ChristenUnie-SGP over: er zijn wel wat nieuwe dingen, maar wat gaan we niet doen? Dat moet gewoon blijken uit de evaluaties die we doen. Er is nu iets doorgestuurd vanuit de agendacommissie, ik dacht als hamerstuk, over het integraal beleidsplan sociaal domein.

Daar zitten een heleboel verschillende beleidsterreinen worden daarin opgenomen, die worden geëvalueerd, er wordt gekeken: wat werkt wel, wat werkt niet? Op die manier worden er keuzes gemaakt om ook dingen niet meer te doen en nieuwe projecten weer op te starten. Volgens mij, ik denk dat ik het ongeveer gehad heb. De voorzitter: Ik zie niemand echt … Mevrouw Van Benschop: O, jawel, nog één punt. Mag dat nog? Sorry. Nee, maar dat is heel belangrijk. Er is namelijk vanuit meerdere hoeken iets gezegd over het Regenboogakkoord en dat er niet voldoende wordt benoemd in de begroting dat we een regenboogstad zijn. De reden daarvoor is dat we zijn inderdaad een regenboogstad, het college vindt dat we daar meer aan moeten doen, dat we daar tot nu toe te weinig aan hebben gedaan en daarom wordt dit opgenomen in dat uitvoeringsprogramma wat hangt dadelijk onder het diversiteitsbeleid met concrete maatregelen om echt meer inzet

24

hierop te plegen. Dat is de reden waarom die niet los genoemd staat, maar waarom die als hoofdlijn eigenlijk valt onder diversiteitsbeleid. De voorzitter: Dat lijkt me een mooie mededeling om mee af te sluiten, volgens mij. Dames en heren, dank. Ik denk dat het best goed verlopen is zo. We hebben ons best gedaan en we gaan volgende week gewoon verder in de raad. Dank u wel. 4. Wijzigingsplan ’s-Gravendeelsedijk 175 - Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Feijter (CU-SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA)

Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf

De voorzitter: Welkom, dames en heren, het is inmiddels elf over negen. We zouden om negen uur beginnen, maar we hebben even moeten wachten totdat er een quorum is, oftewel dat er voldoende fracties aanwezig zijn, want anders heeft een oordeelsvormende sessie geen zin en kan dat dan ook eventueel niet doorgeleid worden, als daar al sprake van zou zijn. Nou staat weer de deur open. Ik noem even voor de notulen wie er aanwezig zijn. Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren; mijnheer Safranti van DENK; mijnheer Uysal, GroenLinks; mijnheer Tutupoly van Op Ons Eiland; mijnheer Freijter van de CU-SGP; mijnheer Noldus, VVD; mevrouw Van Vugt, CDA; en mijnheer Portier, SP; mevrouw Van Poppel van de griffie en ik ben Irene Koene. Even kijken, het gaat hier over het raadsvoorstel ‘Wijzigingsplan ’s-Gravendeelsedijk 175’. Er heeft op 11 oktober een technische sessie plaatsgevonden. De politieke vraag die nu gesteld is bij dit stuk is: hoe luidt het richtinggevende advies van de raad aan het college, is dat positief of negatief? Ik vind hem sowieso ter discussie staan, maar goed, dit is de vraag waarmee het geagendeerd is en daar doen we het mee. Ik wil graag mevrouw Van Herwijnen als eerste het … Mevrouw Van Vugt wil nog eerder het woord. Mevrouw Van Vugt-Roose: Wat bedoelt u, voorzitter, met: ik vind het sowieso ter discussie staan.

De voorzitter: Ik vind het niet echt een politieke vraag.

25

Mevrouw Van Vugt-Roose: Op die manier oké. De voorzitter: Dus dat is jammer, want ik hou altijd van politieke vragen. Mijnheer Freijter. De heer De Feijter: Voorzitter, De Feijter is het overigens. De voorzitter: De Freijter, serieus? De heer De Feijter: Ik ben mijn naambordje even tijdelijk kwijt, … De voorzitter: De Freijter. De heer De Feijter: … dus ik neem het u niet kwalijk. De voorzitter: O jee, een ontheemd bordje. De heer De Feijter: Er zijn wel degelijk denk ik een aantal vragen ook richting de wethouder, maar ik zie dat we nog geen wethouder in ons midden hebben, dus dat lijkt me wel wat lastig voor de vergadering. Is het een idee om die ergens vandaan te toveren? De voorzitter: Die wethouder, ik denk dat de wethouder die we nodig hebben ongeveer op 36 plekken tegelijk is vanavond, dus dat wordt een lastige. Ik kan ook een ander voorstel doen en dat is, de Omgevingswet is namelijk weer uitgesteld – en ik hoop dat die uiteindelijk afgesteld zal gaan worden, maar dat is mijn persoonlijke mening – hij is uitgesteld, dus er is geen paniek en we kunnen ook besluiten met elkaar om dit gewoon op een andere avond te agenderen. De heer Safranti: Dat ben ik zeker met u eens. De heer Uysal: Ja, voorzitter, wij waren ook inderdaad samen met andere partijen heel erg benieuwd naar de inbreng van de betreffende wethouder.

We hadden een heleboel vragen en aan de hand daarvan wilden we ook inderdaad beslissen: wat gaan we doen? We wilden het zeker nog niet als hamerstuk naar de aankomende raad gaan doorgeleiden. En inderdaad, wat u dus ook terecht aangeeft, de Omgevingswet is voor de zoveelste keer alweer uitgesteld, dus de druk van de ketel is eraf. Dus als het kan, graag dit onderwerp aanhouden tot een volgend moment, waarbij we dus ook wat meer documenten en stukken krijgen. De heer De Feijter: Voorzitter? Als ChristenUnie-SGP staan wij ook voor gedegen besluitvorming, dus wij sluiten hier ons ook bij aan. We willen graag besluiten nemen als alle stukken op tafel liggen. Dat akoestisch onderzoek wat juist zo cruciaal is bij spelen met geluidbudgetten, lijkt mij, dat zou wel deel uit moeten maken van de beraadslaging. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Herwijnen, want ik wilde u het woord geven, omdat namelijk als we het wel zouden bespreken – want ik bespeur een beetje dat het oké is om het een andere keer op een meer gedegen manier te bespreken – maar ik ga u toch

26

even het woord geven, want u zou nu wat in willen brengen en wellicht kan u daar een toezegging over doen hoe u daarmee omgaat als we het verplaatsen. Mevrouw Van Herwijnen: Ik wil het in principe nu ook wel, maar dan ga ik op de inhoud in, dat is misschien ook weer niet helemaal … Wat ik misschien wel een goed punt vond is, we hebben vandaag onze beantwoording gekregen van de technische vragen. Er zijn dus blijkbaar meer partijen die technische vragen hebben gesteld. Het is misschien goed om voor de volgende vergadering, als die wordt doorgeschoven, om die technische vragen even te delen, zodat iedereen een goed beeld kan krijgen van alles. De voorzitter: Oké. Dan wil ik u wel … Mijnheer Noldus wil ook even nog. De heer Noldus: Voorzitter, richting het proces dan. Want u zegt: de Omgevingswet wordt uitgesteld. Ik hoor een aantal partijen ook wel zeggen: laten we iets langer de tijd nemen, ook in afwachting van het geluidsonderzoek. Dat is tegelijkertijd wel iets wat al een jaar speelt, waar al participatie loopt die bijna een jaar aan de gang is. Dus ik zou qua proces wel het voorstel willen doen om dat ook niet te lang te laten zijn. Ik weet ook niet precies wanneer dan de informatie die nodig is voorhanden komt, maar ik zou de oproep willen delen om dat niet op de hele lange baan te schuiven, maar hier toch wel een besluit op te gaan nemen met elkaar.

Dat is denk ik wel wat de ondernemers in kwestie mogen verwachten. De voorzitter: Oké, prima. Ik begrijp dat wethouder Burggraaf eraan komt, dus we kunnen misschien zo het proces definitief kortsluiten met betrekking tot een datum. Kijk, daar is hij al. De heer Burggraaf: Ik moest eigenlijk ook nog mijn woordvoering bij die andere doen. De voorzitter: Nee, maar we hebben hier alleen een procesvraag. Het voorstel is namelijk net door mij gedaan, gezien de tijd, dat we kort de tijd hebben en dat er nog wat mensen vragen hebben gesteld waar antwoorden op zijn gekomen die nog niet gedeeld zijn et cetera, om de boel bij elkaar te vegen en te zorgen op een ander moment dit onderwerp te bespreken, zodat we ook iets meer hebben dan een kwartier wat er dus nu inmiddels nog voor over was, omdat dat geen probleem lijkt te zijn, omdat de Omgevingswet, de invoering is uitgesteld. Er wordt nu even … Mevrouw Van Vugt-Roose: Wat mijnheer De Feijter net zei, en dat dan ook de onderzoeksresultaten gedeeld kunnen worden van het akoestisch onderzoek. De voorzitter: Ja. Dus dat is eigenlijk wat wij nu hier met elkaar hadden bedacht en daar willen we graag dan een technisch uitsluitsel even over. De heer Burggraaf: Voorzitter, het enige wat ik nu kan aangeven is dat ik alle vragen die er waren, dat ik daarvan heb gezien dat alles is beantwoorden en als het goed is gisteren gedeeld is.

Ik zie hier op de tribune knikken dat daar ook het akoestisch onderzoek en de resultaten daarvan bij hebben gezeten. Maar u gaat uiteindelijk zelf over uw agenda. Het enige wat ik niet weet is de fatale beslistermijn. Kijk, ik vind het vervelend voor de gasten vooral dat die voor niks vanavond komen, dus dat wil ik in ieder geval ook wel

27

even meegeven in de afweging., Maar de vraag of er een fatale beslistermijn zit als het later in de maand zit, dan kijk ik even naar de publieke tribune. Mevrouw …: Nee, in principe denk ik niet, omdat de Omgevingswet is uitgesteld. De heer Burggraaf: Ja, precies. De heer …: Dat staat natuurlijk los van de omgevingswet. Dat is voor de besluitvorming, dat snap ik wel, best moeilijk, nu er niet over overlegd wordt, maar het is wel degelijk van belang ‘…’ (buiten microfoon). De heer Burggraaf: Ja, goed, daar zit de wens natuurlijk gewoon om het traject verder voort te kunnen zetten. Hoe langer het duurt, hoe vervelender natuurlijk voor het bedrijf ook is om in onzekerheid te zitten. Maar goed, als u heel technisch vraagt naar de fatale besluittermijn is het niet zo dat als het niet vandaag besloten wordt, dat dan het helemaal in de soep loopt. Dat is ook de eerlijke reflectie, zal ik maar zeggen. Maar goed, dan nog hebben we ook mensen nu hier op de tribune zitten speciaal voor dit thema. Maar goed, ik ga er niet over, u gaat over uw eigen agenda. De heer De Feijter: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Freijter. De heer De Feijter: Ik wil geen pretbederver zijn, maar er staat ook gewoon in de planregels van omgevingsplan Zeehaven dat het college mag spelen met die geluidbudgetten als er uit akoestisch onderzoek blijkt dat, bla, bla.

Wij hebben als raad nou eenmaal ook gewoon een taak hier te doen en een van die taken is controlerende functie tegenover het college. Dat kunnen we lastig doen als wij dat akoestisch onderzoek niet in onze handen hebben. Dus ik stel voor om het toch uit te stellen. De heer Burggraaf: Nou goed, als u zegt dat u het stuk niet heeft, dan is die er niet. Maar hij is er wel in ieder geval, laat ik het zo zeggen. Dus nou ja, dan is die er morgen alsnog. De voorzitter: We agenderen hem 15 november. Het is even jammer dat het zo loopt, maar een half uur is eigenlijk ook best wel kort. Dus ik weet niet helemaal waarom het op deze manier op de agenda is beland, dat gaan we nog na. Maar we gaan ervoor zorgen dat die voor de 15e november, ja, ik heb een blokkenschema, maar het was een concept, dus ik weet niet wat daar dan eventueel aan ruimte is. Dan komt die daarop terug en dan zorgen we dat van de week in ieder geval de stukken allemaal compleet zijn en dat de verschillende dingen gedeeld worden met de fracties. Akkoord? Oké. Dan is wel mijn vraag aan u, mevrouw Van Herwijnen, want ik begrijp dat u een amendement voorbereid heeft. Wellicht is het een idee om dat ook van tevoren met de commissie te delen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, ga ik inderdaad doen. De voorzitter: Top.

28

De heer Uysal: Voorzitter, tot slot dan excuses ook aan degenen die toch hier zijn gekomen met de verwachting dat we hierover zouden beraadslagen. Dus excuses daarvoor en tot de 15e, zou ik zeggen. De voorzitter: Ja, heel goed dat u dat zegt. Nou ja, gelukkig kan ik dan wel zeggen dat we de volgende keer met iets meer aandacht en minder vaart en snelheid het dan ook kunnen behandelen en dat is ook wel prettig. Dank u wel. 5. Raadsinformatiebrief over Voortgangsmonitor bouwende stad per 1 juli 2022 Raadsinformatiebrief Voorzitter: dhr. Van der Spoel Commissiegriffier: dhr. Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (CU-SGP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Kranendonk Mevr. Wouters

Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf

De voorzitter: Op Ons Eiland, zijn jullie er ook uit wie de woordvoering gaat doen? Nou, VSP, snel zitten. Heren, dames, ik wil graag beginnen. We hebben vandaag anderhalf uur, ik ben uw voorzitter vanavond, mijn naam is Wouter van der Spoel. Voordat ik ga vertellen waarom we hier vanavond bijeen zijn, doen we snel even een voorstelrondje en dan beginnen we bij de heer Noldus achterin. De heer Noldus: Voorzitter, de heer Noldus, Dordtse VVD. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt.

29

De heer Maroof: Maroof, DENK Dordrecht. De heer Boom: Hessel Boom, commissiegriffier. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie-SGP. De heer De Vries: Andre de Vries, VSP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De heer Kranendonk: Henk Kranendonk, ambtenaar. Mevrouw Wouters: Anne Wouters, ambtelijke organisatie. De voorzitter: Dank jullie wel. Wij hebben als raad- en commissieleden op 31 augustus 2022 een RIB mogen ontvangen over de Voortgangsmonitor bouwende stad per 1 juli 2022. De agendacommissie heeft besloten deze raadsinformatiebrief te betrekken bij de beeldvormende commissievergadering over de voortgang van de bouwopgave. We krijgen vanavond een presentatie over de woningbouw in Dordt en de focus in deze beeldvormende vergadering zal liggen op de organisatie van dit traject, de rol van de gemeenteraad hierin en op welke wijze de voortgang wordt gemonitord en hoe daarop wordt gestuurd. Hierbij worden de achterliggende kaders van de Woonvisie 2030 in acht genomen en wordt wat uitvoeriger ingegaan op de realisatie van sociale huurwoningen. We krijgen vanavond een presentatie van Anne Wouters en die wordt geassisteerd door Henk Kranendonk.

Het is een presentatie in twee delen en het verzoek om na het eerste deel pas uw vragen te stellen en dan doen we daarna even een ontspanningsoefening en daarna gaan we met het tweede deel verder. Dus gaat uw gang, mevrouw Wouters, de vloer is van u. Maar nooit voor de spiegel. Mevrouw Wouters: Yes, nou, nu het ook te zien is en ik ben ook te horen. Goedenavond allemaal, mijn naam is Anne Wouters, ik ben procesmanager Bouwende Stad, dat wil zeggen dat ik me bezighoud met alle processen die met woningbouw te maken hebben en alle informatie die we kunnen gebruiken om daarop te sturen. Ik zal inderdaad vanavond de presentatie geven. Er zijn dus twee momenten waarop u vragen kunt stellen en dat zal ik samen met Henk Kranendonk beantwoorden. In het eerste deel van de presentatie zal ik even een terugkijk doen: waar komen we nou eigenlijk vandaan? Maar ook: waar staan we dan nu, wat zijn actuele ontwikkelingen? Het tweede deel van de presentatie gaat dan in op: wat is de planning voor de komende periode, ook als het gaat om sociale huurwoningen, en hoe kunnen we daarop sturen, wat is daarin onze rol als gemeente, waar kunnen we ook niet op sturen? Om wat meer context te geven ook bij de monitors die u krijgt aangeboden, waar de raadsinformatiebrief een voorbeeld van is. Waar komen we vandaan? We komen uit een periode waarin er in Dordrecht sprake was van krimp.

Dat kwam vooral omdat er meer mensen uit de stad vertrokken dan dat

30

er hier naartoe kwamen. Een belangrijke reden daarvoor was dat er ook niet genoeg geschikte woningen voor die mensen beschikbaar waren. Je zag dat vooral de hogere inkomens daardoor de stad aan het verlaten waren en dat we daardoor als stad een klein beetje zijn gekrompen. Dat heeft dus ook te maken met die lage woningbouwproductie. Ik zal zo meteen laten zien hoe dat eruitziet met nog wat meer cijfers, maar er werd bijna niks gebouwd in Dordt in die jaren. We hadden ook een goedkope woningvoorraad en bijna geen planvoorraad. Wat is nou planvoorraad? Dat is eigenlijk een soort beleidswoord voor alle woningbouwplannen bij elkaar en dan tellen we vooral ook het aantal woningen. Dus een planvoorraad van 1000 woningen betekent dat we in de hele stad alles bij elkaar opgesteld locaties beschikbaar hebben om 1000 woningen te bouwen. Dan maken we nog verschil tussen harde planvoorraad en zachte planvoorraad, dat zal ook in deze presentatie terugkomen. Wat bedoelen we daar nou mee? Zachte planvoorraad, dat zijn woningbouwplannen waar nog helemaal geen kaders van zijn vastgesteld.

Dus dat is een bouwlocatie, maar er is nog niks over besloten: wat moet daar precies komen, hoe ziet het er financieel uit, wat is onze visie op die locatie? Hoe meer besluiten er worden genomen over die kaders, hoe harder het plan wordt, zo heet dat dan, dus hoe duidelijker het wordt wat er gaat gebeuren, wat de regels zijn, wat de kaders zijn. Zijn wij dan als gemeente klaar met ons proces om de kaders te bepalen voor die woningbouwlocatie, dan hebben we het over harde planvoorraad, dan kan er dus gebouwd worden. Er was dus heel lang bijna geen planvoorraad, dan moet u denken aan zo’n 1000 woningen die op dat moment nog over waren. Dat kwam ook omdat er heel veel plannen op dat moment geschrapt zijn, niet door zijn gegaan. Dus ja, dit was eigenlijk de uitgangspositie een aantal jaar geleden. Hier zien we nog even de cijfers van die lage woningbouwproductie, met als dieptepunt wel 2014, 40 woningen. Maar ook 2017, u ziet hier 225 nieuwbouwwoningen, maar ook dit kaartje links hoort bij datzelfde jaar 2017 en de groei van de woningvoorraad was nul komma nul in dat jaar. Dus dat wil zeggen, er werd wel gebouwd, maar er zijn ook woningen gesloopt, dus daar bleef niks van over. Dit overzicht ga ik niet helemaal uitleggen, maar dat is ook meer als achtergrondinformatie meegestuurd.

U heeft deze presentatie nog niet van tevoren ontvangen, dat bestand was te groot om te versturen, maar ik ga er een PDF van maken en dan krijgt u die ook via de griffie toegestuurd, dan heeft u deze informatie ook. Maar de achterliggende gedachte hiervan is een vergelijking tussen Dordrecht en andere Drechtsteden en Nederland. Dan kunt u ook zien hier dat de woningbouw in Dordrecht ook relatief gezien al eigenlijk sinds 1995 lager is geweest dan in andere Drechtsteden en landelijk, dus dat betekent dat we eigenlijk van jarenlang nog iets in te halen hebben. Dan was er dus sprake van een goedkope woningvoorraad. Dit zijn cijfers uit 2016, hier ziet u hoe dat zit wat betreft koopwoningen, wat op dat moment de waardes waren van de koopwoningen in Dordrecht. Dan zult u misschien wel opvallen dat er in de tussentijd ook heel erg veel veranderd is wat betreft de prijzen van koopwoningen. Destijds was het nog zo dat een betaalbare koopwoning 245.000 euro waard was. Daar is een landelijke norm voor, de NHG-norm, de Nationale Hypotheek Garantienorm, die stond toen nog op dat bedrag en in Dordrecht was het zo dat 73 procent van de woningen onder dat bedrag waard was. Dat is dus een veel hoger percentage dan als je het vergelijkt met Nederland, 57 procent, en de Drechtsteden 67 procent. Dus een best wel grote goedkope koopwoningvoorraad. Voor huurwoningen zit dat net wat anders.

Als we kijken naar de sociale huurgrensnorm, 711 euro, dan vallen 87 procent van de huurwoningen daaronder. Dat is vrij veel, maar dat is niet heel veel meer dan landelijk en in de Drechtsteden. Hier was vooral eigenlijk meer het probleem dat de sociale

31

huurvoorraad een kwaliteitsachterstand had, dus niet zo kwalitatief goede woningen waar wat aan moest gebeuren. Dus al met al was er best wel wat aan de hand en was het nodig dat er iets ging veranderen, dus we hadden een goedkope, kwalitatief slechte woningvoorraad met een heel groot deel betaalbare woningen, zowel koop als huur. Ook relatief kleine woningen, dat is ook een indicator van wat is dan de kwaliteit van de woningen. Dat was toen 98 vierkante meter en hierdoor verlieten dus ook die hoge inkomens de stad. Dat was het moment, 2018, dat de Woonvisie is vastgesteld en dat er best een hoge ambitie is uitgesproken – of eigenlijk een hele hoge ambitie is uitgesproken, mag ik wel zeggen – om 4000 woningen te gaan bouwen voor de eigen behoefte, dus voor de eigen inwoners, plus nog eens 6000 om de sociaaleconomische positie van de stad te verbeteren. Daar zijn later in 2019 nog 1000 extra sociale huurwoningen aan toegevoegd. Dus in totaal is er nu een opgave van 11.000 woningen binnenstedelijk erbij. Als u zich bedenkt dat er 55.000 woningen aan het begin in deze stad stonden, dan is dat wel een behoorlijke toename. Maar met dus ook de bedoeling dat dat ook een kwaliteitsimpuls gaat geven.

Hier ziet u ook welk programma er toen in de Woonvisie is vastgesteld, dus waar moeten die 11.000 woningen dan uit bestaan? Oorspronkelijk was dat 10 procent sociale huur, dat ziet u in het roze, daar zijn dus later nog 1000 extra aan toegevoegd, 10 procent markthuur en dan de rest van het koopprogramma is gesplitst in prijssegmenten van 30 procent, 30 procent en het duurste segment 20 procent. Inmiddels zijn die prijscategorieën die in de Woonvisie zijn vastgesteld wel geïndexeerd, die hebben we mee laten stijgen met die Nationale Hypotheek Garantienorm, dus die prijs voor een betaalbare woning, om ook mee te bewegen met de woningmarkt. Hoe staan we er nu voor na vier jaar? Er is best wel heel veel veranderd. Er is natuurlijk ontzettend hard aan gewerkt om die woningbouw weer op gang te krijgen die bijna stilstond en wel een aantal hele mooie successen ook gehaald. Verdubbeling van de jaarlijkse bouwproductie, dat ziet u hier rechts. Het is een uitsplitsing in nieuwbouw en overige toevoegingen. Dat zijn ook termen die misschien wel vaker gaan terugkomen in de monitors. Dus nieuwbouw zijn echt puur de nieuwbouwwoningen, die zijn verdubbeld. Maar ook de overige toevoegingen en dan moet u vooral denken aan een verandering van functie. Dus dat zijn dan de bestaande gebouwen die bijvoorbeeld van een kantoor naar een woonbestemming zijn omgevormd.

Ook die hebben een enorme vlucht genomen en het is zelfs zo in Dordrecht dat het een van de steden is met het hoogste aantal transformaties van Nederland. Dan ook een verdubbeling van het aantal woningen in aanbouw, meer dan drie keer zoveel bouwvergunningen, zal ik zo laten zien. De krimp waar we mee te maken hadden is inmiddels wel achter de rug en we zien ook een meetbare kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad. Was het dus een aantal jaar geleden nog zo dat de gemiddelde woning 98 vierkante meter was, nu is dat 103 vierkante meter. Dat is nog steeds wel wat onder het landelijk gemiddelde, dat is namelijk 116 vierkante meter, maar we zijn wel over die grens van 100 vierkante meter per woning heen. Dat is natuurlijk ook maar een indicator van kwaliteit, het is niet per se zo dat een kleinere woning van slechtere kwaliteit hoeft te zijn. Het is natuurlijk ook heel belangrijk hoe duurzaam een woning is en de kwaliteit van materiaal, van architectuur et cetera. Maar het geeft wel aan dat er toch wel behoorlijk wat veranderd is. Hier ziet u het aantal woningen wat op dit moment in aanbouw is in Dordrecht. Links ziet u daarvan de locaties en rechts ziet u daar de ontwikkeling van, zowel in een tabel als een grafiek, Dat zijn dezelfde cijfers. Dit is alleen maar de nieuwbouw, dus niet die transformaties die ik net noemde.

Maar de rode lijn ziet u dat de woningen in aanbouw nu boven de 1000 staan en dat is dus een verdubbeling

32

ten opzichte van de periode daarvoor. Ook de bouwvergunningen zijn echt enorm toegenomen de afgelopen periode, meer dan verdrievoudigd. Was dat in de vorige periode nog zo maximaal 166, zitten we nu op 612 bouwvergunningen in 2021. Ook daar, als we dat hier vergelijken met Nederland, dan zitten we dus bij de top gemeenten met het hoogste aantal bouwvergunningen, namelijk meer dan 400 – nou, we zitten zelfs boven de 600. Dus dat is wel een indicator dat er ook nog heel veel woningbouw aan zit te komen. De krimp is zeker gekeerd. Rechts zien we de bevolkingsontwikkeling in Nederland. Dat is een vrij gestaag stijgende lijn. In Dordrecht was het heel lang zo dat het stagneerde, soms zelfs daalde, kromp. Maar sinds 2018 zien we dat dat toch echt wel doorbroken is richting een stijgende lijn. Daar zijn wel twee opmerkingen bij te maken over de afgelopen periode qua bijzonderheden. Zo zien we dat het dit jaar wel heel steil omhoog gaat in 2022. Dat heeft ermee te maken dat er zich dit jaar ook meer dan 1000 Oekraïense vluchtelingen als inwoner hebben ingeschreven. Er is iets van een dipje te zien in 2020, als u goed kijkt, dan ziet u dat knikje ook in de landelijke cijfers terug. Dat heeft met corona te maken, daar zal ik even iets verder op inzoomen om te laten zien hoe dat zit. Links ziet u de bevolkingsmutatie, met een sjiek woord.

De lichtblauwe lijn is de natuurlijke aanwas, dus dat zijn geboorte- en sterftecijfers. Dan ziet u in 2020 ook dat dat iets in de min zakt, dus dat we iets meer sterfgevallen dat jaar hadden dan geboortes. In het donkerblauw zien we het migratiesaldo, dus dat is het aantal inwoners wat Dordrecht verlaat ten opzichte van binnenkomt. Dus als dat positief is betekent dat er meer mensen naar Dordt komen dan dat er vertrekken. We zien sinds 2018 eigenlijk, met uitzondering dus van het coronajaar, dat er weer meer mensen in Dordrecht komen dan vertrekken. Nou is het wel zo dat de stijging van het aantal inwoners eigenlijk niet in verhouding staat tot wat we hebben gebouwd tot nu toe. Dat komt omdat heel veel van die woningen ook naar Dordtenaren gaan. Zoals ik daarstraks al zei, die eerste 4000 woningen bouwen we voor de eigen behoefte. Nou, dat zien we ook in de praktijk zo uitkomen dat een heel groot deel van de woningen en vooral de nieuwbouwwoningen, zeker 70 procent daarvan door Dordtenaren wordt gekocht, dus daardoor groeit het inwoneraantal wat minder hard dan je zou verwachten. Rechts ziet u nog een keer dat coronadipje, waarbij we iets minder inwoners tijdelijk hebben gehad. Dan even een sheet over de landelijke actualiteit, want we kunnen er bijna niet omheen.

Ik ga daar niet een heel lang verhaal over houden, maar het is natuurlijk zo dat er op de woningmarkt ontzettend veel aan de hand is. Dat heeft alles te maken met kostenstijgingen, hypothekenrentestijgingen. We zien bijvoorbeeld dat door het lage aanbod en de hoge rentes ook het vertrouwen van consumenten in de woningmarkt aan het dalen is. Dat heeft allemaal invloed ook in Dordrecht op de woningmarkt en we zien bijvoorbeeld de Rijksoverheid, we zien hier die kop van een recent nieuwsbericht, die gaan die NHG-norm zelfs verhogen naar 405.000 euro. Dat is een maatregel om wat aan het consumentenvertrouwen te doen, want die NHG-regeling, die hypotheekgarantie is er ook vooral om mensen te helpen om een woning te kunnen financieren, omdat ze daarbij een bepaalde garantie krijgen. Maar we gaan dat loskoppelen van de betaalbaarheidsnorm, dus we hebben heel lang die NHG-norm gevolgd als het bedrag voor een betaalbare woning, maar dit is niet bedoeld als een bedrag voor een betaalbare woning, maar om wat extra garanties aan kopers te geven. Dit zijn grafieken die gaan over ontwikkeling van maandlasten van koopwoningen. Ga ik ook niet helemaal uitleggen, maar dat geeft een indruk van hoe de maandelijkse lasten van een koopwoning zich hebben ontwikkeld.

Het belangrijkste wat u daaruit kunt lezen is dat het natuurlijk zo is dat maandlasten door de loop van de tijd, hier ziet u 1995 en dat stijgt

33

helemaal door naar 2021, dat die maandlasten wat stijgen, maar dat het dit jaar toch wel een heel bijzondere verschuiving daar zo helemaal bovenin en dat de maandlasten nu boven de 2000 euro liggen voor een koopwoning. Dus vooral voor mensen die een woning willen kopen op dit moment is dat echt een stuk lastiger geworden. Die andere grafiek gaat eigenlijk over hetzelfde onderwerp, van hypotheeklasten die enorm aan het stijgen zijn. Dan in de bouw zijn er ook heel veel onzekerheden die te maken hebben met die kostenstijgingen. Wij spreken daar ook bouwbedrijven en ontwikkelaars wel over dat ze toch daar last van hebben om projecten te kunnen uitvoeren. Die stijgende kosten heeft verschillende redenen, zoals inflatie. Iedereen weet natuurlijk de stijgende energieprijzen, daar heeft de bouw ook last van en niet alleen maar op de bouwplaats, maar ook omdat materiaal geproduceerd moet worden, wat weer duurder is door de hogere energieprijzen et cetera, grondstoffen zijn ook duurder op dit moment. Dan hebben ze te maken met een tekort aan personeel, tekort aan materiaal wat weer lange levertijden met zich meebrengt. Nou, u krijgt er wel een beeld bij. Dan zien we ook nog dat door die hogere hypotheekrente de verkooptijd van nieuwbouw – en dit grafiekje gaat daarover: hoelang duurt het voordat een nieuwbouwwoning wordt verkocht – dat die iets langer is geworden.

Dat zijn allemaal onzekerheden waar bouwbedrijven mee te maken krijgen en zij moeten dan inschatten: wat zijn de risico’s hier, kunnen we die risico’s nog nemen, of moeten we iets uitstellen? Dat kan tot vertraging gaat leiden. Dan nog even wat cijfers, want dat waren vooral de landelijke trends, maar over Dordrecht zelf. Hier ziet u wat er op dit moment te koop staat in Dordrecht. Linksboven in een kaartje van het totale aanbod met iets meer dan 500 woningen. Dat is wel wat hoger dan wat we de afgelopen periode hebben gezien, dus er staan iets meer woningen te koop. Onderin ziet u het aanbod onder de 355 duizend euro. Dat is maar een stukje van wat er totaal op de markt komt door het jaar heen. We zien ook dat juist die woningen heel erg snel verkopen, dus dit geeft niet helemaal een goed beeld, omdat de wat duurdere woningen vaak iets langer te koop staan, maar u kunt hier wel zien dat het aanbod er is, dat het over de hele stad verspreid nog is en ook verschillende typen woningen eigenlijk nog zijn, zowel appartementen, tussenwoningen, hoekwoningen als vrijstaande woningen. Dat is eigenlijk nog best wel bijzonder. Rechts ziet u een vergelijking met de rest van Nederland van de bestaande koopvoorraad.

Dat zijn wel cijfers uit 2021, maar hier ziet u dat de prijzen voor bestaande koopwoningen in Dordrecht nog steeds wel relatief laag zijn in vergelijking in ieder geval met bijvoorbeeld de Randstad. Dan als laatste sheet, voordat ik even een pauze inlas, over het woningaanbod in Dordrecht. Links bovenin ziet u wat er allemaal aan woningen in Dordrecht op de markt komt aan koopwoningen en rechts bovenin ziet u waar mensen dan daadwerkelijk naar zoeken. Dat komt nog aardig overeen met elkaar. Er zijn wel wat verschillen in te ontdekken, maar op zich is het zoekgedrag redelijk vergelijkbaar met het aanbod. Verder zien we ook links onderin dat de herkomst, dat vooral heel veel mensen uit Dordrecht naar woningen zoeken in Dordrecht en als tweede Rotterdam. Rechts onderin ziet u de transactieprijs per vierkante meter, dat wil zeggen hoeveel er voor woningen betaald wordt uiteindelijk per vierkante meter van de woning. Dat is de afgelopen jaren dus enorm gestegen, vandaar ook die stijging van bijvoorbeeld de betaalbare woningnorm, 2016 nog 245 duizend euro, nu meer dan 100 duizend euro meer. Dat heeft ermee te maken dat alle woningen gewoon iets van 50 procent ongeveer duurder zijn geworden in de afgelopen vier jaar. Hier zien we dat ook terugkomen.

Dat blijft ook hoog, hoewel zo in de loop van 2022 lijkt dat iets te stagneren, maar dat is nog de vraag hoe zich dat verder gaat ontwikkelen. Voordat ik verder ga over wat we de komende periode allemaal

34

op de planning hebben, wil ik graag even de ruimte geven om over wat ik tot nu toe heb verteld vragen te stellen. Zijn er vragen? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Dat dacht ik al, snel even dat nootje doorslikken. Dan gaan we even naar de heer Struijk. Mevrouw Koene: Ik kan gewoon praten, hoor, sinds kort. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Ik heb eigenlijk een vraagje, voorzitter, namens het CDA. Die zijn door ziekte vrij massaal geveld, er is mij een vraagje doorgegeven en ik weet niet of dat straks aan de orde komt, maar ik heb er hier iets over gezien, maar dat was niet helemaal het antwoord op de vraag. Ze willen heel graag weten een zo toegankelijk en inzichtelijk mogelijk totaaloverzicht van waar en wanneer er in Dordt nu in de komende periode woningbouw plaatsvindt. Ik heb net wel een plaatje gezien met wat stipjes en dergelijke, maar dat was meer het verleden of tot nu toe en zij willen graag voor de toekomst. Maar misschien komt dat straks. Mevrouw Wouters: Er zit inderdaad een kaart nog in de presentatie over wat er de komende periode allemaal gepland staat, dus ik hoop dat dat antwoord is op de vraag. De heer Struijk: Dus dat antwoord komt dan. Nou, helemaal prima, dan heb ik in ieder geval mijn plicht gedaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. De nootjes zijn inmiddels verwerkt. Nee? Oké. ‘…’ (buiten microfoon).

Mevrouw Wouters: Ja, heb ik al gedaan, komt goed. Oké, dan ga ik door naar het tweede deel van de presentatie. Er zijn een aantal doelstellingen waar we de komende periode op willen gaan sturen. Dit zijn daar een aantal belangrijke van. We zijn dus aan het werken in totaal nog steeds naar die doelstelling van 11.000 woningen realiseren, tellende vanaf 2018. Eerst 4000 voor eigen behoefte en daarna versterken van de sociaaleconomische positie, dat is de hoofddoelstelling. Dan voor de komende vier jaar 4000 woningen realiseren en daarvan 30 procent sociale huur. Dus ervan uitgaande dat die 4000 woningen er komen, dan zijn er daarvan dus 1200 sociale huurwoningen. We willen planvoorraad toevoegen conform de Woonvisie, dus dat zijn die taartschijven die ik heb laten zien van verschillende woningsegmenten. Hiervan moeten er 1500 koopwoningen onder de 355.000 zijn. Hoe gaan we hierop sturen? Kunnen we sturen, dat is eigenlijk misschien een betere vraag. Het antwoord is eigenlijk: nee, niet altijd. Dat is wel afhankelijk van een aantal factoren en de belangrijkste daarvan zijn het soort ontwikkeling en de fase in het proces. Er zijn verschillende soorten woningbouwontwikkelingen. Aan de ene kant zijn er bouwontwikkelingen waar wij als gemeente eigenaar zijn en waar we dus heel veel kunnen sturen op wat we daar gerealiseerd willen hebben.

Dus dan stellen wij de kaders en op basis daarvan verkopen wij de grond, dan kunnen we veel sturen. Er zijn ook heel veel bouwontwikkelingen waar wij geen eigenaar van zijn, waar een initiatiefnemer naar de gemeente toe komt die daar woningbouw wil ontwikkelen. Dan is het een beetje afhankelijk van de situatie of wij nog sturingsmogelijkheden hebben. Past zo’n project binnen het bestemmingsplan

35

bijvoorbeeld, dan kan het plan eigenlijk gewoon meestal uitgevoerd worden. Dan kijken we natuurlijk nog wel goed: hoe ziet dat plan eruit, en dan gaan ze met zo’n initiatiefnemer in gesprek, zorgen dat het mooi past in de omgeving, dan is er nog een welstandscommissie. Maar dat zijn locaties waar we veel minder sturingsmogelijkheid hebben. Dan zijn er nog gebieden waar wij heel veel ontwikkelingen verwachten. Dat zijn de grote gebiedsontwikkelingen en dat is de wijkontwikkeling, Wielwijk, Crabbehof en Krispijn. Dat is eigenlijk een mix van die beide, dus daar zijn locaties waar we eigenaar zijn, waar we dat niet van zijn en dan proberen we onze totaalvisie voor dat gebied te sturen en maken we een strategie hoe we dat voor elkaar willen krijgen. Dus het is afhankelijk van de soort ontwikkeling wat daar mogelijk is. En het is dus afhankelijk van de fase in het proces. Ik heb daarstraks uitgelegd zachte en harde planvoorraad. Het maken van planvoorraad van zacht naar hard, dat is een proces waar wij als gemeente in de lead zijn. Dus wij kunnen bekijken: welke locaties willen wij woningbouw gaan ontwikkelen, hoe moet dat eruit komen te zien, bestemmingsplan vaststellen, de grondexploitatie, dus de financiële kant van het plan vaststellen.

Vervolgens, als het om harde planvoorraad gaat, dus alle besluiten zijn genomen, de fases daarna, dus die van bouwvoorbereiding en daadwerkelijke bouw, daar hebben we veel minder invloed op. De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Mag ik even een vraag ter verduidelijking stellen? De voorzitter: Dat mag wel van mij, denk ik. De heer Tutupoly: Op de vorige sheet gaf je aan 11 duizend nieuwe woningen. Daarvan is de bedoeling nu 4000 nieuwe woningen te bouwen, waarvan 30 procent, dus 1200 sociale huur. Dat is dan netto groei, neem ik aan. Er is natuurlijk ook veel sociale huur gesloopt. Of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Wouters: Ik kom later nog even terug op sociale huur in het bijzonder, als dat goed is, want dat is best een iets langer verhaal om dat goed uit te leggen, dan heb ik ook de goede sheet daarbij. De heer Tutupoly: Maar die 11.00, laat ik hem dan even anders stellen. Die 11.000 die er staat, dat is netto groei, of niet? Mevrouw Wouters: 11.000 is bruto en omdat er sociale huur werd gesloopt en verkocht, is daar 11.00 van gemaakt. Daarvoor was de opgave 10.000. Maar ik kom daar zo nog op terug. Op deze sheet is te zien wat er allemaal aan planvoorraad voor de toekomst ligt.

Dit is alles door elkaar, dus u ziet ook de verschillende fases helemaal van boven aan zacht naar onderaan harde planvoorraad en zelfs naar uitvoering. Dus dit zijn alle locaties in de stad waar nu gebouwd wordt, of de komende periode gebouwd gaat worden. Dus dat is denk ik een antwoord op de vraag die werd gesteld. De heer …: Krijgen we ook de sheets?

36

Mevrouw Wouters: Zeker, ik zal er een PDF van maken, zodat ik ook de presentatie kan versturen en dan zal ik die naar de griffie sturen. Dan over de rol van de gemeente. Er zijn dus verschillende fases in woningbouw en de rol van de gemeente zit hem vooral in die eerste fase van plan- en besluitvorming. Dat betekent dat wij kaders gaan stellen voor de woningbouwlocaties en dat doen we in principe per project, hoewel er ook wel visies voor grotere gebieden en voor de hele stad worden gemaakt waar dan weer die kaders op gebaseerd zijn. De rol van de gemeenteraad zit hem dus vooral in die kaderstelling, dus aan te geven: wat is de visie op een locatie, wat is het programma, bestemmingsplan te wijzigen als dat nodig is, grondexploitatie vast te stellen. Het college doet voorstellen voor die kaderstelling en zorgt dat vervolgens binnen die kaders wordt uitgevoerd. Dus bijvoorbeeld als de grond wordt verkocht, dan worden alle kaders in een bouwenvelop gedaan zoals dat heet, dus dat is gewoon een envelop waar alles in staat wat we aan voorwaarden hebben voor de bouwontwikkeling en dan gaan we overeenkomsten aan met bouwende partijen die dat op die manier gaan uitvoeren. Als wij niet de eigenaar van de grond zijn, dan doen we planbegeleiding, dus dan helpen we een initiatiefnemer van A naar Z te komen om het plan mogelijk te maken.

Dit is het gedeelte waar wij op kunnen sturen en waar ook de monitoring over gaat. De fases daarna van bouwvoorbereiding en daadwerkelijke bouw van woningen, daar hebben we ook wel heel veel cijfers over en kan ik ook wel iets over vertellen over hoelang dat duurt. Hier ziet u voor die verschillende fases die ook op de vorige sheet stonden hoe dat verloopt. Dus fase 1 is dus plan- en besluitvorming, zijn we als gemeente aan zet. We hebben daar de afgelopen periode een hele grote versnelling in te pakken gekregen. Gemiddeld in Nederland doet een gemeente vijf jaar over zo’n proces en in Dordrecht doen we daar nu tweeënhalf jaar over, dus dat is een versnelling van 50 procent. Ik krijg wel eens de vraag: kan het niet nog sneller, want we willen zo graag meer woningbouw. Dan is mijn standaardantwoord eigenlijk: doe het niet, want het gaat dan echt ten koste van de kwaliteit. We willen ook nog steeds dat die bouwplannen gewoon voldoen aan onze eisen, wensen, standaarden en dat het gewoon goed verloopt, dat we niet later tegen problemen gaan aanlopen. Dan onderaan, iedereen begrijpt wel dat er ook bouwtijd nodig is, dat een woning ook gebouwd moet worden, maar daartussen, tussen dat wij een plan maken en dat er gebouwd gaat worden, daar zitten ook nog een paar stapjes.

Dat noem ik dan maar even bouwvoorbereiding, maar dan moet u zich voorstellen, dan gaat een bouwbedrijf bijvoorbeeld een vergunning aanvragen, dat duurt acht tot twaalf weken. Ik kreeg van voorgaande jaren nog wel eens van de Omgevingsdienst te horen dat 1 procent van de aanvragen buiten de termijn was afgehandeld, maar het was nu zelfs 100 procent binnen termijn. Die twaalf weken, dat zijn voor de meer complexe aanvragen. Dus als er heel veel speelt op een locatie, bijvoorbeeld heel veel milieuonderzoeken, allerlei ingewikkelde regels waar landelijke instanties weer bij nodig zijn om advies te geven, dan wordt die achtwekentermijn verlengd naar twaalf weken, maar dat is wel de maximale termijn die daarvoor staat. U moet zich voorstellen, tegelijkertijd gaat zo’n bouwbedrijf ook andere dingen doen. Die gaat bijvoorbeeld als het koopwoningen zijn de woningen verkopen. Meestal gaan ze pas bouwen als ze een behoorlijk deel hebben verkocht. Standaardrichtlijn is vaak 70 procent. En ja, er moet meer gebeuren natuurlijk in de bouwvoorbereiding, zorgen dat er ook aannemers te zijn, dat er materiaal besteld wordt et cetera. Dan is er nog de daadwerkelijke bouwtijd, die varieert heel erg.

Daar zijn wel cijfers over te vinden ook bij het CBS, maar ik vond dit grafiekje wel mooi inzichtelijk, dat is te vinden bij Nieuwbouwmonitor van de Geodienst, dat staat ook gewoon online overigens, als

37

mensen net als ik heel erg geïnteresseerd zijn in grafieken over woningbouw. Dit is gewoon online raad te plegen per gemeente en hier ziet u hoelang het duurt om een woning te bouwen in Dordrecht en ook hoe dat in de tijd is veranderd. Dus u kunt wel zien, dat donkergroene, dat is nul tot vijf maanden, dus dat zijn woningen die heel snel worden gebouwd, dat dat aandeel heel erg aan het toenemen is en dat het aandeel woningen wat meer dan twee jaar duurt om te bouwen, dat dat heel erg aan het afnemen is. Dus we zien dat die bouwbedrijven ook tempo aan het maken zijn. Dus dit is niet iets waar wij op kunnen sturen, maar waar bouwbedrijven wel degelijk ook aandacht voor hebben. Dan naar de monitor. U heeft de monitor per 1 juli van dit jaar al ontvangen. We zijn nu bezig met de monitor per 1 oktober af te ronden en die komt ook uw kant op. Hierin kunt u dus volgen hoe het zit met planningen en harde en zachte planvoorraad voor de periode 2022-2026. De doelstelling is 4000 woningen. Omdat wij weten dat niet alle zachte plannen, dus niet alle ideeën van hier kunnen we bouwen ook daadwerkelijk doorgaan, willen we 150 procent zachte planvoorraad hebben. Dat ziet u helemaal links bovenin staan, dus 6000 is de doelstelling, 150 procent van 4000 woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/482/documents/20634