2.3 20221101 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG, D.D. 1 november 2022 Vergaderzaal 3 3. RV Vaststellen Begroting 2023 Gemeente Dordrecht Voorzitter: mevr. Koene Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Boer (Op Ons Eiland) Dhr. De Heer (CU-SGP) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren)
Portefeuillehouders: wethouder C. Van Benschop, wethouder P. Heijkoop
De voorzitter: Zo, welkom allemaal bij de … Ja, wat is dit voor een commissie? Waartoe zijn we hier op aard? Oordeelsvormende commissie over de begroting met de onderdelen Gezond, Sociaal en Zorgzaam. Leuk dat jullie voor deze kamer hebben gekozen, achter deur 3 zit … O nee, dat gaat te ver. Ik ga voor de notulen even opnoemen wie er allemaal zijn en dat doe ik zelf. Voor degenen die denken: wat doet ze nu? Dat doe ik altijd zelf, dat gaat sneller namelijk. Links van mij mevrouw Van Benschop, wethouder; mijnheer Heijkoop, wethouder; dan krijgen we mijnheer De Boer van Op Ons Eiland; mijnheer Katif van Beter Voor Dordt; mijnheer Safranti van DENK; mijnheer Den Dulk – sorry, niet Den Dulk, maar Dulk – van de PVV; mevrouw Van der Holst – Vol-van der Holst, ja, Vol valt weg, ik bedoel, ik ken je niet anders als Vol; mijnheer Noldus en mijnheer Van Ballegooijen van de VVD – al die voornamen altijd; mijnheer Burakçin van GroenLinks; mevrouw Van de Vugt … Nee, Van Vugt van het CDA, maar het is wel Franciske en niet Franciska; mevrouw Stolk en mevrouw Striebeck van de VSP; mevrouw Schnabel van de PvdA; mijnheer Portier van de SP; mijnheer De Heer van de CU-SGP; mevrouw Van Poppel namens de griffie en ik ben Irene Koene. Goed, dan hebben we dat gehad.
Dan moet ik volgens mijn blaadje ook nog de kijkers thuis en zo allemaal, al die mensen die thuis kijken, van harte welkom bij deze uitzending. We
1
hebben vandaag hier de begrotingsbespreking, tenminste, voor een gedeelte. Mijnheer De Heer zei daarnet terecht in de aanloop naar deze vergadering toe dat we dit eigenlijk niet meer zouden doen, maar dat we het nu wel doen, omdat het een verkiezingsjaar is geweest en dat er dus niet echt een kadernota is gepresenteerd, maar een kaderbrief, we wel een politiek akkoord hebben … Nou ja, wij niet, tenminste, niet allemaal, maar een gedeelte van u een politiek akkoord heeft gesloten en dat dat de uitwerking hiervan is. Het staat oordeelsvormend geagendeerd, dat betekent dat er geen technische vragen meer gesteld worden, maar dat u een politiek oordeel heeft. U hoeft niet overal wat van te vinden, het mag wel. U mag op elkaar reageren natuurlijk, graag zelfs. Er mag debat zijn, graag zelfs. Ik wil u alleen wel even een winstwaarschuwing geven, we hebben volgende week raad en als voorzitter hoop ik dat het debat ook voor een heel groot deel volgende week in de raad plaats zal vinden, omdat dat de plek is waar we dat soort debatten moeten hebben. Dus nu kan het vooral denk ik een beetje in de zin van het aftasten hoe mensen erin staan, mensen die een motie in willen dienen of een amendement, dat je daar een beetje over heen en weer kan vragen en er wat van kan vinden en dan dat het volgende week in de raad tot een lekker debat gaat leiden.
Ik heb van de VVD in ieder geval de vraag gekregen of er eventueel, want we hebben natuurlijk normaal gesproken in de commissie één woordvoerder per fractie. Nou zijn er volgens mij maar twee partijen op dit moment aan tafel waar twee leden van zitten. Ik kan me voorstellen dat een onderwerp de een meer ligt, of meer specialiteit is van de een of van de ander, dus met uw toestemming wil ik die fracties de gelegenheid geven om eventueel twee mensen aan het woord te laten. Natuurlijk niet dat dat … Mijnheer Katif zit te lachen, u zit me niet uit te lachen hoop ik, hè? Nee, oké. Nou, dan is het goed. Maar dat we wel even in de gaten houden dat het gebruikelijk is dat er maar één iemand normaal gesproken het woord voert. Goed, ik zou zeggen: wie biedt? Kijk, we kunnen ook heel snel klaar zijn, dan gaan we naar het café. De heer Katif: Ik wil best beginnen, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Dankjewel. Voorzitter, even allereerst, fantastisch dat er een begroting ligt, een sluitende begroting. Complimenten natuurlijk naar alle ambtenaren in onze gemeente die dat – hoe zeg je dat – voor elkaar gekregen hebben. Het is ook 231 bladzijdes en dat gewoon op een hele keurig nette manier even proberen neer te zetten en begrijpelijk neer te zetten is echt een heel moeilijke oefening, zal ik maar zeggen. We hebben het vandaag over Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht.
Laat ik het even gelijk maar om met de deur in huis te vallen, wat mij betreft, de vier doelstellingen die gepresenteerd worden in het Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht vindt Beter Voor Dordt namelijk een brij aan worden. Wij zien geen concrete plannen en vooral, het is niet duidelijk langs welke meetlat deze doelstellingen worden gelegd. Tevens zien wij niet welke resultaten het college wil bereiken aan het einde van het begrotingsjaar. Het blijft bij beleidsvoornemens. Met betrekking tot de doelstellingen die het college voorspiegelt zijn we vooral hoe deze in de samenleving zijn getoetst. Uiteindelijk moet je iets doen waar de samenleving op zit te wachten en niet iets wat wij verzinnen naar de samenleving toe. Daarnaast vragen wij ons af met dit beleid de beoogde resultaten wel bereikt kunnen worden. Ik geef een voorbeeld: over een jaar hebben wij de wachtlijsten voor de jeugdzorg met een tig procent verminderd, over een jaar hebben wij onze
2
gemeentelijke organisatie divers gemaakt. Het is ons volstrekt onduidelijk over welke aantallen en percentages gesproken wordt. We vragen niet alleen wat u gaat doen, maar vooral wat u concreet wil bereiken en hoe wij u hierop aan het einde van het begrotingsjaar kunnen aanspreken/afrekenen. Dat woord wil ik eigenlijk niet gebruiken, maar ik doe het voor … De voorzitter: Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch een vraag aan de heer Katif. Hij vindt de plannen nog niet concreet genoeg. Dat klopt natuurlijk ook wel, want het meeste wat er in de begroting staat, daar wachten we nog op plannen die gaan komen vanuit het college. U heeft nu al allerlei gedachtes in uw hoofd met wat we moeten bereiken en dat soort zaken, maar moeten we dan niet gewoon wachten totdat er een plan komt van het college, zodat wij, we hebben ook met elkaar afgesproken dat niet alleen wij, maar ook heel veel van die plannen met de rest van de stad gaan uitvoeren, neem bijvoorbeeld diversiteitsbeleid waar u op doelt. Dus bent u dan eigenlijk niet te voorbarig om dat nu alvast te eisen? De voorzitter: U bedoelt natuurlijk met u mijnheer Katif, toch? De heer Burakçin: Zeker. De voorzitter: Ja, niet mij. Nee, oké, prima. Mijnheer Katif. De heer Katif: Mevrouw de voorzitter, ik snap de vraag wel. Ik wil niet al te technisch worden, maar het is heel simpel.
Een begroting is voor ons een moment waar je eigenlijk in principe alles voorzet om straks in de jaarrekening dat terug te laten keren. Als je dat apart van elkaar zou moeten gaan doen, nou, prima, dan wacht ik het wel af. Maar Beter Voor Dordt vindt namelijk op dit moment de begroting niet voldoende om straks inderdaad als er een jaarrekening over een jaar komt, dat wij daar een toetsing aan kunnen geven. Dat vinden wij van niet. De heer Burakçin: Voorzitter, misschien even een aanvullende vraag. Ik heb volgens mij sowieso geen antwoord gekregen op mijn vraag, volgens mij. Ik heb heel duidelijk gesteld: moeten we niet afwachten op die plannen die nog gaan komen? De heer Katif: Nee. De heer Burakçin: Want met zijn allen gaan we dit doen, die plannen die dus nog gaan komen. Maar die zijn er nog niet. U bent volgens mij nu toch wel een stapje te ver als u bijvoorbeeld nu al zegt: we vinden dat niet concreet genoeg. Ja, dat klopt ook dat het niet concreet genoeg is, want die plannen moeten nog komen. Vindt u dat ook niet? De heer Katif: Voorzitter, wij gaan zo meteen namelijk een bepaald bedrag als het ware fiatteren aan het college. We gaan in principe een begroting accorderen. Dat betekent dat het geld ergens naartoe moet. Als ik niet weet namelijk waar dat geld naartoe gaat, ja, iets concreter graag. Dat is het enige wat ik eigenlijk zeg, dat is het antwoord op uw vraag.
Dat is het enige wat ik wil, meer niet. Ik zeg niet dat de plannen niet goed zijn, ik
3
zeg niet dat die niet kloppen, ik wil alleen wat concreetheid en daarmee kan ik enigszins meten, anders kan ik het niet. De voorzitter: Meten is weten. Gaat u verder, mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Wat ik zei, we missen wat vaak ook genoemd wordt SMART geformuleerde doelstellingen en uitvoeringsplannen. Dat missen wij. Dat u misschien daarop zit te wachten, maar wij missen het in ieder geval. Wij zullen als Beter Voor Dordt de komende periode de Dordtse samenleving met corona moeten leren leven, ook als de opleving minder groot is dan verwacht mogen wij de lokale impact hier niet onderschatten. Beter Voor Dordt maakt zich de komende periode graag sterk om naast de effecten voor de zorg ook de sociale, maatschappelijke en economische effecten van corona in Dordrecht op voorhand mee te nemen, want daar zijn concrete voorstellen, mijnheer Burakçin. De bespreking in de commissie en de antwoorden vanuit het college vandaag wellicht voeding is voor moties en amendementen. Dat betekent dat we met moties en amendementen komen aanstaande dinsdag. Voorzitter, ik heb nog twee punten die Beter Voor Dordt aan de orde wil stellen ter verduidelijking en vragen over het gevaar van de actuele risico’s binnen gemeenschappelijke regeling Sociaal.
Ik wil het niet technisch doen, maar vooralsnog, ik citeer: “Geen afdoende realisatie taakstelling op jeugdhulp noch onvoldoende transformatie van de jeugdhulp, onjuist c.q. te hoog afgegeven beschikkingen”, en zo kan ik een hele tijd even door. Kan het college aangeven wat de consequenties zijn voor de meerjarenplanbegroting, maar vooral voor de jeugdhulpverlening? Dat zijn allemaal risico’s die worden genoemd en dan denk ik: ja, risico’s, dat heeft een betekenis, namelijk een uitvoering. Dus graag daar een antwoord op. De risico’s bij jeugdhulp zijn fors, het jeugddomein is breed. Los van de financiële risico’s, maken we ons vooral zorgen om de effecten van de jeugd en hun omgeving, die kan onherstelbaar zijn. Voorzitter, het tweede punt, gemeenschappelijke regeling Sociale Werkvoorziening Drechtsteden. Ook daar werden een aantal actuele risico’s opgenoemd. Ik ga ze hier niet opnoemen, maar dezelfde vraag eigenlijk: kan het college aangeven wat de consequenties zijn voor de meerjarenplanbegroting, maar vooral voor de mensen die het betreft? Hier gaat het eigenlijk om een aantal, zoals rijkssubsidie sociale werkvoorziening is niet toereikend, heeft dat directe gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage, niet of onvoldoende compenseren van cao-loonverhogingen veroorzaakt tekorten, niet of niet volledig aflossen van verstrekte geldleningen tot kosten.
Nou ja, dat zijn eigenlijk de risico’s die ook in de begroting werden genoemd. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Katif. Ik geef alvast wel even een winstwaarschuwing, want er zitten nu twee wethouders aan tafel. Er zijn er totaal zes. Het kan zijn dat er iets gezegd wordt wat niet door een van deze twee beantwoord kan worden, natuurlijk wordt dat op een of andere manier opgelost. Dus dan weet u dat alvast, mijnheer Katif, dat het risico er is dat u eventueel van iemand anders een antwoord krijgt. Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel. Ik weet niet of mijnheer Katif klaar is, dan ben ik de volgende. Dat is eigenlijk even mijn vraag. Dan gaan we gewoon tegen de klok in, mag van mij. De voorzitter: Ik ga gewoon zoals ik wil gaan en ik gaf u nu het woord.
4
De heer De Boer: Prima, ik zal het kort houden in ieder geval. Ik neem een uur. Even kijken, onze visie op de begroting. We gaan in principe akkoord met de begroting zoals die voorligt, op deze onderdelen waar we vanavond hier voor zitten ook. In ieder geval, de bijlagen die erbij zitten, die staan ons zeker aan. De vijf punten die genoemd worden om de begroting vast te stellen, daar kunnen we ook goed mee leven. Belangrijk echter is dat we gaande het jaar 2023 tussentijdse evaluaties en zo nodig bijstellingen willen zien, omdat er een aantal grote landelijke, maatschappelijke opgaves en onzekerheden zijn. Ik noem onder andere de oorlog in Oekraïne en corona. Verder zullen we scherp de vinger aan de pols moeten houden als het gaat om de fluctuerende inflatie. Een steeds grotere groep Dordtenaren kunnen hun rekeningen niet meer betalen en vrezen voor hun bestaanszekerheid. Een klein dingetje wat ons opviel, algemeen punt. We hebben het over 2023, maar ook 2024, ’25 en ’26 zijn de looptijden die aangegeven staan in de bijlagen, dat zijn eigenlijk dezelfde bedragen als in ’23, dus die vinden we vrij suggestief. Maar goed, dat kan ook waarschijnlijk gaan veranderen in aankomende jaren, maar laten we hopen dat de oorlog in Oekraïne en de corona dan alweer lang achter ons liggen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Helder, dank u wel. Mijnheer De Heer.
De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. We staan positief tegenover de begroting zoals we hem vanavond bespreken. We zien dat er significante middelen worden uitgetrokken voor een gezonder, socialer en zorgzamer Dordrecht. Dat juichen we toe, zeker in deze tijd. Voorzitter, als we inzoomen op de begroting zien we veel voortzetting van belangrijke bestaande activiteiten en samenwerkingen, zoals ook het naar voren halen van jeugdhulp middels een POH-GGZ Jeugd, of het actief aanreiken van handvatten voor werkgevers die hun werknemers steeds kwetsbaarder zien worden. En we zien ook nieuwe aandachtspunten, zoals het verder stimuleren van een inclusieve samenleving met een sterke verbinding tussen bewoners onderling. Mooi, zeker ook in een tijd waarin eenzaamheid toeneemt is dat een waardevol aandachtspunt. We geloven ook echt dat Dordrecht die potentie voor verdere onderlinge verbinding in zich heeft, maar wat we op dat punt missen is de aandacht voor vrijwilligersorganisaties in de stad die hier ook een hele grote bijdrage aan leveren. We denken dan aan kerken, aan moskeeën, aan sportverenigingen, ook initiatieven als Samen voor Dordt en vele andere. We pleiten ervoor dat hier voldoende aandacht voor is in de uitwerking, in de uitvoering en in de samenwerking. Ik lees ook wel een aantal modewoorden, zou je kunnen zeggen.
Begrijpelijk ook dat ze voorkomen, maar toch, woorden als integraal en preventie, uitstekend natuurlijk, maar het roept bij ons wel de vraag op: los van al het goede werk wat we gaan voortzetten, van welke activiteiten nemen we dan ook afscheid en welke echte vernieuwing kunnen we verwachten voor de komende jaren op dat gebied van integraal werken en preventie? In conclusie: we staan positief tegenover de plannen en we kijken vooral ook uit naar de uitvoering van alle ambities. Dank u wel. De voorzitter: Ik krijg een klein tikje van mij op de vingers voor het woord significant, maar ik bedoel, voor deze keer reken ik het me goed. Wie mag ik … Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Het mag geen verrassing zijn dat we tevreden zijn met de begroting zoals die nu voorligt. Er staan natuurlijk veel van onze ambities en doelen vanuit het akkoord in verwerkt. Waar we in ieder geval wel heel erg blij mee zijn is met de sociale keuzes van het college, zoals dat extra geld vrijgemaakt is voor het
5
armoedebeleid waarmee we dus de minimaregelingen kunnen verruimen. Daarmee kunnen we toch wel een flinke, andere doelgroep bereiken en in deze tijden is het hard nodig. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mogen we gewoon interrumperen? De voorzitter: Zeker mag dat, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan heb ik wel een vraag, want de heer Burakçin geeft aan dat hij het over het armoedebeleid heeft en dat er veel van het sociale overgenomen is. Dan heb ik eigenlijk twee vragen. Op het sociale domein is er 5 miljoen voor armoede. Hoe kijkt u er nou tegenaan dat de grootst groeiende groep in Dordrecht niet meegenomen is, de ouderen, hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Burakçin: Voorzitter, ik weet niet of de ouderen daarin niet meegenomen zijn. Volgens mij zijn de ouderen daarin wel degelijk meegenomen, in die zin dat de minimaregelingen weliswaar, dat we dat verruimen en een grotere doelgroep gaan bereiken, maar volgens mij gaat ook dat gelden voor mensen voor de AOW en wat daarboven ligt, volgens mij iets van 140 procent van het sociaal minimum. Dus ik mag aannemen dat de ouderen daar wel degelijk in meegenomen worden.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, als dat even mag, als ik daarop mag reageren? Dan kan ik u geruststellen dat die daar niet in mee zijn genomen, want in het armoedebeleid hebben we juist ook aan de wethouder meegegeven: waarom zijn nou niet punten 1, 2 en 3 en waarvoor hebben we niet een punt 4 daaraan toegevoegd? We hebben het over kinderen die zonder boterham naar school gaan, maar we vergeten de grootst groeiende groep in Dordrecht, de ouderen, waar we totaal niets voor doen op dit moment. Ik zeg niet dat de wethouder op dit vlak niet niets doet, want daar ken ik de wethouder iets te goed voor. Dat doet hij wel, alleen er mag altijd wat ons betreft een tandje bij en dan vind ik het jammer dat juist GroenLinks, die nu aangeeft het sociale component daar niet in mee te nemen. Want volgens mij zijn er wel meer groepen die hierin meegenomen zouden moeten. Dus hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Burakçin: Voorzitter, nogmaals, ik ga ervan uit dat bijvoorbeeld ook ouderen met een minimaal pensioen daarin vallen. Ik zou graag zo meteen ook van de wethouder dus willen horen, net als u, als dat niet zo is. Dus als we het bijvoorbeeld hebben over 140 procent van het sociaal wettelijk minimum, dan mag ik hopen dat ook de ouderen daarin meegenomen worden en dat zij ook daarvoor in aanmerking kunnen komen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog een aanvullende vraag.
Ik zou het niet graag van de wethouder willen horen, ik zou het graag van u willen horen hoe u als GroenLinks daar tegenaan kijkt. Want het zijn allemaal mooie woorden: we moeten wachten en we moeten kijken en het college komt met plannen. Nou ja, deze hele begroting staat in het teken van: we gaan stimuleren dat, we verwachten en we kijken hiernaar. Dan kan je allemaal wel wachten op plannen die nog uitgewerkt moeten worden. Voor een gedeelte is dat waar, maar voor een gedeelte … Nou, niet een gedeelte, we zitten in een duaal stelsel en volgens mij ging u net een beetje op de stoel van het college zitten om het college te gaan verdedigen. Dat vind ik eigenlijk een diskwalificatie naar het college toe, want die kunnen heel goed zelf hun mondje roeren en daarop reageren. Maar nogmaals,
6
ik zou heel graag willen weten: hoe kijkt GroenLinks aan tegen de groep ouderen die totaal niet meegenomen zijn in deze hele begroting? De heer Burakçin: Voorzitter, even voor de duidelijkheid. Volgens mij zijn we momenteel bezig met het samenstellen van het nieuwe armoedebeleid en ik mag hopen, voorzitter, dat wij daar ook een grote rol in hebben. Niet alleen nu, wij allemaal als raad hebben daar een grote rol in. Dus volgens mij moeten wij daarin vooral de punten gaan inbrengen die dus ook van belang is voor de ouderen. Dus ik mag hopen dat zodra dat dus aan bod komt, laatst hebben we daar een beeldvormende sessie over gehad, binnenkort komt daar een oordeelsvormende sessie over. Dus laten we dat in ieder geval daarin meenemen en dat meegeven aan de wethouder dat dat wel meegenomen wordt. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is nog geen antwoord op mijn vraag, maar ik ga er dan wel van uit dat als wij als VSP met moties of amendementen komen op het sociaal domein – en ik kan er een paar noemen, neem het gratis openbaar vervoer 65-plus, de voorzieningen die in de wijken afgebroken zijn – dat u ons dan van harte daarin gaat ondersteunen. Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voor zover ik weet zijn er geen voorzieningen afgebroken en worden ook heel veel beleidsplannen gewoon nog voortgezet vanuit de vorige periode, waarin ook de ouderen gewoon volop deelnemen. Dus in deze zin, natuurlijk, amendementen en moties gaan we gewoon op inhoud bekijken als het zover is, maar het beleid wat er nu is gaat voort op de al ingeslagen weg. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag daarop reageren? Want het is naar mij gericht, volgens mij. De voorzitter: Ja, hij wordt ook heel spannend inderdaad, want mijnheer Burakçin was eigenlijk aan het woord. Maar mevrouw Stolk, gaat u nog één poging doen om te proberen mijnheer Burakçin … Mevrouw Stolk: Nou ja, kijk, er wordt niks afgebroken, maar ik vind wel dat dit college op een gegeven moment wel een klap op de tafel moet gaan geven. Als je kijkt bijvoorbeeld in Het Sterrenwiel, alle plinten in de wielen zijn wegbezuinigd. Het Sterrenwiel werd altijd gedraaid door vrijwilligers, daar komt nu een commercieel bedrijf in en een commercieel bedrijf, dat betekent ook commerciële tarieven. Dus wel degelijk zijn er geen dingen die beetgepakt zijn om te zeggen: wat doen we er nou aan om in die plintvoorzieningen juist, want we hebben die plintvoorzieningen en we waren koploper in Dordt om als eerste in die plintvoorzieningen iets voor ouderen te organiseren, dat ga je nu gewoon weer aan de markt overlaten.
Maar ik sluit hier even mee af. De voorzitter: Goed, want anders dan gaan we heel erg op een zijspoor. Ik denk dat de boodschap duidelijk is. Mijnheer Burakçin, u ging afronden geloof ik, hè? De heer Burakçin: Nou nee, ik ben nog geeneens op de helft. Maar ja, nou goed, wij zijn in ieder geval wel blij met die sociale keuzes en die sociale keuzes maak je natuurlijk ook door extra geld vrij te maken. We hebben ook met dat geld wat extra vrijgemaakt is voor
7
diversiteitsbeleid, voor armoedebeleid zijn wij in ieder geval wel trots op dat die keuzes zijn gemaakt. Voorzitter, … De voorzitter: Mevrouw Schnabel wil daar denk ik wat over vragen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij lazen ook inderdaad dat er over diversiteitsbeleid wordt gesproken, maar er wordt eigenlijk op geen enkel vlak over discriminatie gesproken. Aangezien dat toch heden best wel een topic is en ook in Dordrecht op best veel plekken voorkomt, vroegen ons af of daar ook ideeën over zijn. De heer Burakçin: Voorzitter, kijk, er komt natuurlijk een … De voorzitter: Nou ja, goed, het is even nu de vraag, u kan dat natuurlijk beantwoorden, mijnheer Burakçin, wat GroenLinks daarvan vindt. De heer Burakçin: Ja. Nou ja, voorzitter, kijk, er staat misschien niks over discriminatie zoals mevrouw dat zegt, maar er komt natuurlijk een diversiteitsbeleid en binnenkort komt er een nota over dat diversiteitsbeleid, dan kunnen wij dus onze punten daarin verwerken. Dus misschien moeten we … Dat duurt volgens mij niet lang meer, de wethouder mag daar zelf zo meteen een antwoord op geven. Dan kunnen we daar in ieder geval onze punten meegeven. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag ik nog één poging proberen? De voorzitter: Mevrouw Stolk, ja, nog één keer. Mevrouw Stolk: De heer Burakçin geeft heel mooi aan: het college of de wethouder mag het aangeven.
Het is volgens mij de bedoeling dat alle partijen kritisch zijn op de begroting: wat mis je, wat wil je erbij hebben? Dat we op plannen moeten wachten, dat is altijd zo. Als een college begint, dan komen ze ook met plannen. Maar je wil dat college ook dingen tijdens die begroting meegeven en aan u de vraag: wat zou u dan het college nu mee willen geven? Want dat is de vraag die mevrouw Schnabel volgens mij aangeeft, wat u als GroenLinks ervan vindt en niet het college. De heer Burakçin: Voorzitter, wat wij in ieder geval vinden, dat is duidelijk. Als het gaat over discriminatie zijn wij volgens mij de partij geweest die hier altijd een groot punt van hebben gemaakt. Dus als het gaat om discriminatie aanpakken heeft u ons in ieder geval aan uw zijde als het gaat om daar in ieder geval een punt van te maken. Wat ik in de begroting lees is dat er dus een diversiteitsbeleid komt, dat dus daarin in ieder geval diverse groepen meegenomen worden, zoals de LHBTI, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking. Dus ik ga ervan uit dat daar in ieder geval stevige dingen in staan waarmee we de discriminatie gaan aanpakken, dus ik wacht graag in ieder geval op dat beleid zodat we met zijn allen daar nog dingen kunnen meegeven aan het college. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Ik wil echt niet flauw doen, maar het is heel simpel.
Kijk, financieren van, of dat een project of een beleidsvoornemens worden, daar moet toch iets duidelijk zijn:
8
waar ga je dat geld aan uitgeven, wat wil ik daarmee bereiken, hoe ver ben ik straks? Inderdaad, als er een jaarrekening komt en ik ga gewoon even kijken wat de output van mijn hele beleid geweest is. Mijnheer Burakçin, daar moet ik toch iets op kunnen … Ik moet echt vasthouden dat ik … Je geeft 6 miljoen uit, u zegt: ah, is goed, het college komt straks met een prachtig mooi voorstel en we zien het wel. Ik vind dat echt werkelijk waar, dat meen ik, ik vind dat echt een beetje raar. Geef nou eens gewoon alstublieft, voorzitter: wat is het standpunt van GroenLinks? Gewoon ten aanzien van wat u zegt, diversiteitsbeleid, concreet. De voorzitter: Dan wil ik wel een winstwaarschuwing wederom afgeven, want dat komt vooral ter sprake bij het diversiteitsbeleid als dat besproken gaat worden. Natuurlijk kan de heer Burakçin wel kort aangeven of hij ook iets mist, want ik begrijp dat een aantal mensen iets mist, of niet en dan hoop ik dat we dan daarna weer verder kunnen gaan. De heer Burakçin: Voorzitter, wat het lastig maakt is, kijk, in deze begroting hebben we dus op diverse lijnen geld vrijgemaakt wat we allemaal willen gaan doen. Ik snap dat u en misschien nog een aantal anderen de concrete invulling daarvan missen, maar ja, daarvan zeggen wij dus: wij wachten graag op die plannen af, zodat wij daar onze invulling aan kunnen geven.
Dat doen we niet alleen maar als raad, maar ook met de stad, zoals we dat ook in het akkoord hebben weergegeven. Dus ik wacht echt eventjes af hoe we dat gaan invullen, dus ik kan daar concreet nog niet wat over zeggen dan hetgeen zeg maar wat er nu in de begroting staat over sommige beleidsvormen. De voorzitter: Oké, waar kan u nog wel iets concreet over zeggen? Daar nodig ik u graag toe uit. De heer Burakçin: Voorzitter, waar we in ieder geval wel ons zorgen over maken is bijvoorbeeld, we gaan de minimaregelingen verruimen, maar er blijft natuurlijk met de hoge inflatie en de torenhoge energieprijzen zullen er altijd nog groepen zijn die tussen wal en schip vallen. Dus mijn vraag concreet aan de wethouder is: wat gaat het college voor die groepen doen, zijn daar nog plannen ook met de winter in het vooruitzicht? Over het diversiteitsbeleid hebben we al genoeg gezegd. Waar we ook nog zorgen over maken is de continuïteit van de zorg, met name door momenteel de enorme tekorten, eigenlijk binnen alle sectoren. Maar waar onze zorg met name over uitgaat is bijvoorbeeld als het gaat over de zorg van onze mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben. Dus heeft het college ook daar voldoende antwoord op dat bijvoorbeeld de zorg gecontinueerd kan worden? Ja, dat eigenlijk. Voorzitter, ik hou het eventjes hierbij. De voorzitter: Prima, dank u wel. Ik ga op links.
Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u voor het woord, voorzitter. Wij zijn ook in eerste instantie tevreden met de plannen. Het is al een aantal keer gezegd vanavond, het is een lastige tijd, is er, komt eraan. Maar we zien wel een aantal hele positieve punten. Om specifiek te zijn wat wij heel mooi vinden is de aandacht die er is voor bestaanszekerheid en ook vooral de aandacht voor preventie, onder andere met het programma Vroeg Eropaf wat geïntensiveerd wordt. Hier wordt ook al vaker gezegd, voorkomen is beter dan genezen en dat is helemaal waar, dus daar zijn wij zeer blij over. Ook een aantal puntjes waar we toch aandacht voor willen vragen. Eén is eigenlijk een stukje armoedeval, een stukje middeninkomens. We zien ook deze afgelopen twee
9
weken weer berichten dat meer verdienen eigenlijk maar heel weinig oplevert. Wij snappen dat de gemeente daar niet de eerste partij is die daar wellicht debet aan heeft, maar we willen toch wel oproepen om daar rekening mee te blijven houden, dat wij in ieder geval niet een partij zijn die het probleem erger maken. Dus dat willen we graag meegeven aan de wethouder en dat geldt zowel dus voor de armoedevallen in de lagere inkomensgroepen, maar dat geldt ook voor de groepen die daarboven zitten. Bijvoorbeeld iemand in Oudelandshoek die met een hoge hypotheek zit en een inkomen waarmee die het gewoon niet meer trekt in deze tijd, dat zijn ook mensen die hulp nodig hebben wellicht, maar die ook op de radar moeten blijven vooral. Een ander punt waar wij ons ook nog wel zorgen over maken is eigenlijk een punt wat we delen met de heer Katif van Beter Voor Dordt en dat is het gebrek aan echt gerichte doelstellingen. Twee jaar geleden heeft de raad met volledige stemmen een motie aangenomen van de ChristenUnie-SGP en D66 over SMART begroten. Wij zien het vooral op dit onderdeel van de begroting eigenlijk niet terug. Op andere onderdelen is het beter gedaan, bijvoorbeeld bij bouwen, bij economie, maar hier missen we toch echt voor een heel deel van de subdoelstellingen mist een meetbare doelstelling, een specifieke doelstelling, een doelstelling in tijd, de SMART formulering.
Ook de indicatoren die daar vervolgens dan waarschijnlijk onder zouden moeten hangen, die missen ook. Dus wij willen eigenlijk aan de wethouder vragen/oproepen om daar iets mee te doen, hopelijk al voor deze begroting, maar in ieder geval naar de toekomst toe. Dank u wel, voorzitter. Voor sport zou ik graag nog doorgeven aan mijn collega. De voorzitter: Ja, die voelde ik al aankomen. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Dank u wel, voorzitter. Graag ook nog wat aandacht voor sport, wat ook in dit mooie programma, in dit leuke blok van de begroting valt. Want we zien reikhalzend uit naar het nieuwe sportbeleid waartoe in de begroting in ieder geval een doelstelling toe is opgenomen. Want een leven lang sporten, toegankelijke sportverenigingen en -voorzieningen, die zijn nou eenmaal van groot belang, maar staan tegelijkertijd in de hedendaagse tijd enorm onder druk. Wat wij graag terug zouden willen zien ook in dit nieuwe sportbeleid is ook de vrije keuze en gelijkwaardige hulp zijn voor ons belangrijke kaders die wij daarin in hopen terug te zien. Hoe geef je immers een eerlijk verdeelde steun van allerlei verschillende soorten verenigingen die toch op een andere manier verschillende behoeften hebben, maar tegelijkertijd alle in een toch lastig parket zitten na die coronajaren die er zijn geweest en de huidige energiekosten die voor veel verenigingen toch de nodige druk vragen.
Daar lezen we graag ook het nodige over terug in het sportbeleid. Verder lezen we terug dat een doelstelling is om meer kinderen aan het sporten te krijgen en te houden. Dat is niet eenvoudig te realiseren, maar een hele belangrijke doelstelling. De vraag die wij daar nog bij hebben is: hoe helpen we verenigingen om ook het ondersteunen van alle vrijwilligers, die hard nodig zijn, om überhaupt meer kinderen aan het sporten te krijgen en te houden? We zien dat steeds meer sportverenigingen een ledenstop hebben, vooral aan de onderkant qua leeftijden, dat zijn de jeugdige sporters. Dus dan is de vraag: hoe kunnen we eventueel met het kader van doelmatig vrijwilligersbeleid zorgen dat we die verenigingen daarin goed ondersteunen? We zijn benieuwd naar de verdere uitwerking van de plannen, we vinden dit een belangrijk onderdeel van het programma zoals het hier ligt. Tot zover. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Vugt.
10
Mevrouw Van Vugt-Roose: Ook het CDA Dordt kan zich heel erg vinden in de begroting zoals die er nu is, vooral omdat die natuurlijk behoorlijk goed aansluit op het politiek akkoord, dus we zijn daar blij mee. We zijn vooral blij met een paar punten die echt specifiek aan bod komen: mensen met een hulpvraag, die komen ruim aan bod in de begroting en dat vinden we niet alleen prettig, maar dat vinden we ook urgent, dus dat onderstreept nog eens hoe we daar belang aan hechten. Toch sluit ik me ook wel aan bij wat er al wat breder leeft, dat wij te weinig concrete uitwerking, of te weinig concrete verwoording zien. Wat wordt er bijvoorbeeld echt bedoeld als er staat: we richten ons op samenwerking. Of: we willen dat het toegankelijk en vindbaar wordt. Of: wat doet iemand die handelt met een brede blik nou eigenlijk echt anders dan iemand die handelt met een kennelijk smalle blik? Dus ja, daar wachten we echt wel op een stukje concrete verwoording en ik hoop dat het ook gewoon kan worden toegezegd. Dan aandacht voor vrijwilligersorganisaties, verenigingen, van wat voor aard dan ook, die missen we nog een beetje. Verder, de vier doelstellingen bij het sociale domein, daar kan ik zonder meer achter staan – het CDA ook – maar ik zou daar graag een vijfde aan toevoegen, of in elk geval, dat wil ik graag meegeven: ook cultuuraanbod.
Het zou eigenlijk ook zo moeten zijn dat elk kind ook in aanraking kan komen in de eigen wijk met een stukje cultuur, dus als dat nog ergens een plek kan vinden, heel graag. Het zwemmen, het zwemdiploma, dat gaf mij wel een glimlach. “Elk kind met een zwemdiploma kan van de basisschool af”, het stond er op zo’n manier geformuleerd dat ook een zevenjarige met een zwemdiploma de basisschool kan verlaten, maar de bedoeling is helder. Dan, even kijken, hoor. Die laat ik nog even. We missen nog wat kleine dingetjes. Aanleggen van sportpleintjes, fietspaden, fitnessapparaten in parken. En ja, ik rond voor nu gewoon even af. We zijn blij met deze begroting, die ook financieel gezond is, waaruit ambitie blijkt, waar doorzettingsvermogen voor nodig is en waaruit volop oog voor deze samenleving blijkt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vol. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel. Wij zijn ook op zich heel tevreden over de hele begroting an sich. We waren ook heel blij om te horen dat jongeren ook meegenomen worden bij dat Vroeg Eropaf-stukje. Verder hadden wij natuurlijk wel wat Partij voor de Dieren-aanvullingen nog. Wij missen bij het armoedebeleid nog steeds het stukje huisdieren.
We kregen als antwoord dat bij een schuldregeling nooit gevraagd wordt om huisdieren weg te doen bijvoorbeeld, alleen ik denk dat daar iets beter op geanticipeerd kan worden, dat er wat kosten vergoed zouden moeten worden, dus daar zijn wij voornemens om daar een motie over in te dienen. Daarnaast ga ik toch even over het diversiteitsbeleid. De heer Portier: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Goed dat de Partij voor de Dieren ook kijkt naar de inkomenspositie inderdaad van mensen met huisdieren. Maar de grootste kosten die mensen moeten vrezen is als hun dier ziek wordt, want dan kun je ineens honderden of een duizend euro kwijt zijn, of voor de keuze komen te staan om je kat, of hond, of wat voor dier dan ook in te laten slapen. Zou u het niet een goed idee vinden als de gemeente ook daarbij zou helpen?
11
Mevrouw Vol-van der Holst: Ik heb niet alles genoemd, want ik dacht dat ik niet te veel tijd mocht. Als ik het allemaal voorlees, ik heb drie dingen inderdaad. Dus bij grote kosten, als mensen al dieren hebben en in de armoede terechtkomen, dan vind ik het wel belangrijk dat mensen geholpen worden in die kosten als ze dus op een later tijdstip met hoge kosten worden geconfronteerd en het niet meer kunnen betalen door omstandigheden. Dus dat is een andere groep dan mensen die al minima zijn en dan aan huisdieren moeten beginnen, dan zou ik ervoor zijn dat er een soort ontmoedigingsbeleid is, dat mensen niet aan huisdieren beginnen als ze het eigenlijk zich niet kunnen veroorloven. Als laatste zijn er ook nog mensen die erachter komen dat ze een dier eigenlijk niet datgene kunnen bieden wat ze zouden moeten bieden door schulden inderdaad, of dat ze op een later tijdstip, en daarom beslissen: ik wil afstand nemen van mijn hond of mijn kat. Dat is al heel ernstig, maar dan schijnen daar ook nog kosten bij te zijn en dat zijn afstandskosten.
Ook die zou ik wel heel fijn vinden als die dan niet bij die mensen terecht zouden komen, want dat zou betekenen dat ze hun dier dan moeten afstaan, daar nog extra kosten over moeten betalen en dan is het denk ik voor heel veel mensen ook zou dat kunnen betekenen dat ze hun dier gewoon ergens loslaten, waardoor een dier gevonden wordt en uiteindelijk kan de kosten bij Louterbloemen terechtkomt bijvoorbeeld. Dus ook daarin, dat wil ik allemaal meenemen in de motie, dus u bent me voor. Ik dacht: dat bewaar ik voor volgende week. De heer Portier: Dank u wel. Ik denk dat we dan elkaar kunnen vinden. Mevrouw Vol-van der Holst: Mag ik verder, voorzitter? De voorzitter: Zeker, u mag verder. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel. Als laatste had ik het nog over het diversiteitsbeleid inderdaad. Want er komt nog het een en ander aan, dat snap ik. Wat ik wel mis nu in dit geval is dat wij als Dordrecht een regenboogstad zijn en ik mis eigenlijk dat dat ook heel erg expliciet uitgedragen wordt op dit moment. Wij zouden het van Partij voor de Dieren heel erg waarderen als we gewoon een duidelijkere omschrijving hebben dat we een regenboogstad zijn, want die hele term heb ik niet gezien in de begroting, en dat je ook echt oprecht uitlegt wat LHBTI is. Want iedereen gaat altijd grappig doen over die afkorting.
Dat is niet grappig, het is gewoon belangrijk dat we uitdragen dat die mensen en iedereen meetelt eigenlijk. Even denken, hoor. Wij hebben daar een amendement over opgesteld die we willen doen volgende week en een motie. Oké, dank u wel. De voorzitter: Oké. Als niemand wil, dan … O, ik wou net zeggen. Nee, maar ik bedoel, we gaan natuurlijk een beetje zigzaggen, hè, voor de gezelligheid. Een beetje wakker blijven. De heer Safranti: Ja, inderdaad, ik dacht dat u zelf zo’n … De voorzitter: Mijnheer Safranti. Nou, ik heb ook nog wel het een en ander te vertellen, maar niet vanavond. De heer Safranti: Nee, oké. Sorry, voorzitter. Voorzitter, ook wij kijken positief naar de begroting. Het is een sluitende begroting, prima zo. Nogmaals, heel veel collega’s
12
hebben het een en ander al genoemd, maar ik wil toch wel een aantal dingen noemen, zeker in deze zware economische tijden waar er hoge rekeningen zijn, hoge inflatie, dalende koopkracht die de boosdoeners zijn. Armoede, minima, diversiteit is zojuist ook door diverse partijen ook benoemd. Ik wil wel aangeven dat wij graag de bijzondere bijstand willen verruimen. Ik hoorde net ook, dat gaf de SP ook wel aan, dus waar mensen juist op minima leven, een dier willen hebben, of juist moeten verzorgen, of juist af moeten staan, ook die mensen kunnen daarin meegenomen worden. Dus het is niet alleen dat we hem verruimen in de zin van 140 procent van het sociaal minimum, of 120 uit mijn hoofd, maar ook het aanbod die we dus kunnen verruimen, daar gaat het met name om. Zwemdiploma is net genoemd, die omarmen wij natuurlijk ook heel graag. Fitness … O, ik heb hier fitnesspiraten, maar dat moet fitnessapparaten zijn, volgens mij, die net ook genoemd zijn, in de parken. Maar waar wij eigenlijk aandacht aan willen schenken is dus voor ouderen en mindervaliden. Dus niet alleen voor de mensen in de wijken, jongeren of jeugd, maar ook gewoon mensen die dus toch wat op leeftijd zijn, of mindervalide zijn. Dus daar zouden wij ook graag actie voor willen zien. Verder zien we de uitwerking graag tegemoet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Portier.
De heer Portier: Voorzitter, laat ik om te beginnen iets positiefs zeggen over de begroting, dan zijn we daar gelijk vanaf. Het is in ieder geval goed dat er meer aandacht en meer geld wordt besteed aan armoede, maar we hebben nog wel wat ideetjes over hoe dat meer en anders ingevuld kan worden. We hoorden de VVD net al het woord armoedeval noemen. Een van de grootste problemen is, we hebben een redelijk uitgebreid minimabeleid, er is wel wat op bezuinigd de vorige periode. Maar als je net wat te veel verdient om boven de grens uit te komen, dan raak je in één klap alles kwijt. Dus dat kan betekenen dat je twintig, dertig euro per jaar te veel verdient en dan raak je de volledige ondersteuning vanuit het minimabudget kwijt. Wij zouden liever zien dat dat meer geleidelijk aan afgebouwd wordt, zodat dat stukje armoedeval in ieder geval weggenomen wordt. Een ander punt waar wij opnieuw naar willen kijken is de verdeling van de gemeentelijke belastingen. Natuurlijk is het zo dat de allerarmsten, zal ik maar zeggen, kwijtschelding hebben. Overigens niet voor die twintig euro voor als je grofvuil op wil laten halen, dus dat zouden wij als eerste natuurlijk af moeten schaffen, maar als je weer net boven het minimum zit en dan ook echt het absolute minimum, dan raak je op dit moment de kwijtscheldingen gewoon direct kwijt.
Het effect daarvan kan minder worden als je een verschuiving hebt en als je meer heft via WOZ en dan ook bijvoorbeeld kijkt naar de eigenaren van zakelijk onroerend goed waar de tarieven relatief laag zijn en meer nog van afvalstoffenheffing en rioolheffing, dan heeft dat al een ietwat nivellerend effect, met name ook bij die groep die net te veel verdient om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Als ik mag interrumperen. U begrijpt dat u graag de WOZbelasting hoger zou zien en de afvalstoffen- en rioolheffing lager. Dat betekent effectief dat het voornamelijk, u doelt eigenlijk op een belastingverlaging voornamelijk voor mensen in huurwoningen. Nu kennen wij in Dordrecht ook een groot segment aan
13
goedkope koop, die mensen worden daar eigenlijk zwaarder mee getroffen en dat is denk ik ook een doelgroep waar u op doelt die extra geholpen zou moeten worden. Zie ik dat verkeerd? De heer Portier: Dat ziet u inderdaad verkeerd. Om te beginnen geldt de verlaging van de reinigingsheffing en de afvalstoffenheffing natuurlijk ook voor mensen die in een goedkope koopwoning wonen. Daarnaast kijken wij ook met name naar de tarieven voor de eigenaren van zakelijk onroerend goed, de mensen die de waarde van hun kantoor- of winkelpanden et cetera de afgelopen jaren met vele tientallen procenten in waarde hebben zien stijgen en die daar niet evenredig meer belasting over zijn gaan betalen. Waarbij Dordrecht echt aan de hele lage kant zit qua tarieven. Dus inderdaad, u ziet het verkeerd. Goed, ik vervolg mijn betoog, ik begrijp dat er geen vervolgvraag is. Mevrouw Stolk vroeg net aandacht voor de ouderen. Ik wil ook vragen voor wat aandacht voor de jongeren. Jongeren worden op een aantal terreinen vallen vaak buiten allerlei regelingen. Bijvoorbeeld de tegemoetkoming in de energiekosten, er wordt gezegd: als je studeert, je studie-inkomen is geen inkomen, dus krijg je daar geen tegemoetkoming in.
Dat hebben we in Dordrecht niet zelf in de hand, maar wat we wel zelf in de hand hebben is of we jongeren en studenten van mbo of hbo of universiteit die hier wonen in aanmerking komen voor de Dordtpas. Ik vind, als iemand niet voldoende inkomen heeft, dan moeten we inkomen echt ook studie-inkomsten meerekenen, studiebeurs, dan vinden wij dat ook jongeren in aanmerking moeten komen voor de gratis Dordtpas, net zo goed als alle andere mensen met een laag inkomen. Ook als we het hebben over de ov-pas, die een andere invulling gaat krijgen, vinden we ook dat gekeken moet worden of gezinnen met jeugdigen, of ook de jongeren onder de achttien jaar in aanmerking moeten kunnen komen voor bijvoorbeeld de gratis ov-pas, zodat als je met je gezin naar de stad gaat je niet ineens de hoofdprijs betaalt. Nou goed, op die manier proberen wij, we hebben op dit moment nog geen moties en amendementen opgesteld, die gaan wel komen in de loop van de week. We hebben een aantal concrete voorstellen te doen om de begroting nog te verbeteren en we hopen natuurlijk op steun van onze collegapartijen. De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Even een vraag aan mijnheer Portier. Mijnheer Portier, u gaf net aan: voor jongeren tot achttien gratis openbaar vervoer.
En kinderen tot twaalf jaar, vindt u dat ook prima, of moet dat echt studerend zijn? De heer Portier: Nee, want het gaat van nul tot achttien. De voorzitter: Oké, en toen was het stil. Mijnheer Burakçin, had u nog een interruptie? Mevrouw Stolk. Woordvoering? Mevrouw Stolk: Nou ja. Ja, mag dat niet? De voorzitter: Ja, van mij wel.
14
Mevrouw Stolk: Nou ja, kijk, laat ik eerst even positief beginnen. Voorzitter, de begroting is heel duidelijk verwoord, laat dat helder zijn. De heer Katif gaf ook daar de nodige complimenten voor, terecht, aan de wethouders, het college en natuurlijk ook de ambtenaren die de begroting op hebben gesteld. Wat ons betreft zou die begroting wel wat beter leesbaarder kunnen zijn en ook wat minder papier. Want als we deze begroting aan een leek voorleggen in de stad, nou, dan komt echt niemand daaruit. Zelfs wij zijn heel erg aan het goochelen geweest. Dus dat is eigenlijk min of meer voor de volgende begroting, hou daar gewoon een beetje rekening mee dat die leesbaar is voor iedereen en hij mag ook best wel wat korter. Dan sluiten wij voor een groot gedeelte aan bij de woorden die de heer Katif aangaf. Wel even een opmerking en dat is meer ook richting GroenLinks. De VSP vindt eigenlijk te weinig vernieuwing in het beleid en in de begroting terug. Dit college wandelt wederom de ingesleten paden in van de VVD, CDA en ChristenUnie-SGP, dat betekent dat er veel financiën naar groeien van de bevolking gaan. Te veel bouwen voor de verkeerde woningzoekenden en te weinig voorzieningen voor de bewoners, en dit in crisissituaties die bewoners van Dordrecht best wel in de portemonnee gaan raken. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Stolk: Wie? Mevrouw Van Vugt-Roose: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Stolk: O, ik verstond wethouder. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, mag ik even een vraag stellen aan mevrouw Stolk? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Stolk: Zeker, graag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Hoe zou ze zonder aanwas of zonder meer bevolking wel het voorzieningenniveau op peil willen houden, hoe ziet u dat voor zich? Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik ben blij dat u die vraag stelt. Natuurlijk is het zo dat een natuurlijke groei goed is voor je stad en natuurlijk hou je daar ook mee je voorzieningen in stand. Maar laten we elkaar geen mietje noemen, het is niet datgene waar wij als gemeente Dordrecht op draaien. Deze begroting, als je kijkt naar alle programma’s in deze begroting, zijn allemaal gebaseerd op groei naar 140.000 inwoners. Wat nu als we niet gaan groeien naar die 140.000 inwoners? Deze begroting is hierop gericht. Mijnheer Safranti gaf vanavond al aan: de begroting is sluitend, mooi, prachtig. Maar we vergeten er één ding bij te zeggen dat we 37,5 miljoen uit de algemene reserves hebben gehaald. Dat is de keerzijde van het verhaal. Dus ik wil alleen maar aan dit college meegeven: wees je er wel van bewust dat als je een begroting samenstelt op basis van een groei naar 140 duizend inwoners, dat dat ten koste gaat van de hele begroting. Die kan dus als je niet gaat groeien naar die 140 duizend inwoners gewoon verzanden en kom je in financiële problemen.
De Eneco-gelden, die hebben we verkocht, we hebben geïnvesteerd in Stedin, daar missen we 5 miljoen. We hebben het dividend van de Eneco, dus ergens waar we uit gaan plukken, dus uit die algemene reserves, die kunnen
15
we dan wel opvoeren als: wij hebben de begroting sluitend. Maar dat betekent wel dat we dadelijk al die voorzieningen en al die mensen en de bestaanszekerheid van de mensen in Dordrecht dadelijk niet meer kunnen garanderen. Dat is alleen wat ik mee wil geven. Dan kom ik gelijk op een ander punt, of wil u daar nog iets over kwijt? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, is goed. Mevrouw Stolk: Dan wil ik nog één dingetje daarover zeggen, want kijk, dit college heeft natuurlijk die 75 euro, die geeft 75 euro aan alle inwoners van Dordrecht. Ik gun alle inwoners van Dordrecht misschien wel meer dan 75 euro, maar daartegenover gaan we de ozb verhogen, we gaan alles verhogen, terwijl het gratis openbaar vervoer gaan we afschaffen, omdat dat dan inkomensafhankelijk gaat worden en aan de andere kant geven we mensen met een hoog inkomen ook die 75 euro. Nou, dat gaat er bij ons niet zo lekker in. Ik ben benieuwd hoe mijn collega’s daar ook tegenaan kijken, want het is natuurlijk leuk dat we een cadeautje weggeven. Als je dat uitrekent, komt het op 4,2 miljoen, dat is een hoop centen in tijden van crisis. En dan gratis openbaar vervoer, wat voor ons natuurlijk best wel een belangrijk punt is en ik neem ook aan voor mijnheer Katif. Dus daar komen we ook mee met een motie. Dan, ieder kind een zwemdiploma, dat was naar aanleiding van een motie van de VSP een aantal jaar geleden.
Uiteraard zijn wij ontzettend blij dat dit natuurlijk in de begroting staat en dat het ook, u gaf het net al aan, mevrouw Van Vugt, dat ook kinderen van zeven jaar met een diploma van school af gaan. Nou, alleen maar mooi. Ik sluit aan bij mevrouw Vol, helemaal met u eens. We zijn regenboogstad, we zijn koplopersgemeente en we dragen dat totaal niet uit. Dus ik ben zeer benieuwd naar het amendement wat u in gaat dienen en dan vindt u ons op dat punt zeker aan uw zijde. De armoedeval, daar heeft de VVD het over gehad, ook daar maken wij ons zorgen om. Over de groei had ik al iets gezegd, ook wij komen met een aantal moties en amendementen. Daar wil ik het voor nu even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Oké. Het wordt een steeds kleiner groepje waar ik nog naar moet kijken. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij dat er een uitbreiding inderdaad is van de minimaregelingen in de begroting en we sluiten ons ook aan bij wat net al genoemd is, dat we ook heel blij zijn dat zwemles is opgenomen en dat dat nu inderdaad op de basisschool mogelijk wordt gemaakt.
Maar we missen inderdaad ook de gerichte doelstellingen en waar we ons zorgen over maken is inderdaad wat ik net al noemde, is discriminatie in het diversiteitsbeleid, omdat we hoorden dat er in de stad ook gewoon best veel gediscrimineerd wordt en dat we het goed zouden vinden als dat ook gewoon gericht aangepakt wordt. Verder maken we ons zorgen over de armoedeval, dat is natuurlijk al een paar keer genoemd. Ook met het oog op werkende minima, omdat we ook signalen horen dat bij de Sociale Wijkteams ook steeds meer mensen met eigenlijk een hoger inkomen schulden op gaan bouwen. Verder sluiten we ons ook aan bij het feit, sport wordt genoemd, dat vinden we heel belangrijk, maar we missen ook dat stukje cultuur inderdaad in de wijken. Daar zou ik het graag bij willen laten, bedankt. De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Safranti.
16
De heer Safranti: Een stukje cultuur in de wijken. Kunt u dat misschien even toelichten? Mevrouw Schnabel: Net zoals het CDA al aangaf, er wordt wel uitvoerig over sportbeleid gesproken in dit stuk, maar er wordt eigenlijk niet over cultuur gesproken, als in dat dat ook voor alle kinderen mogelijk moet zijn. De voorzitter: Mijnheer Burakçin, u wilde interrumperen? De heer Burakçin: Nee, ik wil niet interrumperen, maar ik was vergeten om iets nog te benoemen, wat denk ik wel belangrijk is, want ik wil namelijk ook de mening van de wethouder horen. Mag ik dan nog, voorzitter? Nu dat ik toch aan het woord ben, bedoel je. De voorzitter: Nou, het is dat ik de VVD twee man het woord heb gegeven, maar gaat uw gang. De heer Burakçin: Voorzitter, waar we ons nog zorgen over maken is, het mag duidelijk zijn doordat de hoge inflatie en de hoge energierekeningen, ook zoals de planbureaus en ons onderzoeksinstituten dat aangeven, dat de schuldenlast enorm gaat worden de komende periode. Het college wil natuurlijk kansenongelijkheid voorkomen en dit zorgt ervoor dat er dus ook kansenongelijkheid ontstaat. In Amsterdam, Eindhoven en Den Haag is er dus een soort van pauzeknop op schulden ingevoerd, dat betekent dus dat iemand die schuldhulpverlening aanvraagt, dat die dus eigenlijk op een soort pauzeknop kan drukken en vervolgens uitstel vraagt van de schulden.
Het kabinet heeft aangekondigd om dat landelijk in te voeren in 2023, maar dat gaat nog eventjes duren, dus mijn vraag is aan het college of dat het ook mogelijk wat eerder ingevoerd kan worden binnen onze stad. Dus daar zou ik graag zijn mening over willen horen. De voorzitter: 2023 is niet zo heel ver weg, hoor, mijnheer Burakçin, maar goed. De heer Burakçin: Ja, maar dat schijnt niet gehaald te worden. De voorzitter: Nee, nee, nee, niet nou maar. Helder, dank u wel. Verder nog iemand? Want anders ga ik over naar de wethouders, die heel erg onrustig hier naast me zitten, want die moeten in drie kamers tegelijk zijn. Nou, wij hebben ze nu en wij houden ze gewoon totdat wij tevreden zijn. Wie mag ik het eerste het woord geven? Ja, mijnheer Dulk geeft niet aan dat hij iets wil zeggen, dus. Mijnheer Heijkoop, ja? U zit het meest onrustig. De heer Heijkoop: Die indruk heb ik niet, voorzitter. Hoewel er in vergaderkamer 1 veel te doen is om de 75 euro, dus daar ga ik straks hierna wel even me naartoe spoeden, maar ook mevrouw Stolk maakte er al een opmerking over, dus dat houdt de gemoederen bezig. Maar dat antwoord bewaar ik voor vergaderkamer 1 om in ieder geval hier recht te kunnen doen aan alle vragen die zijn langsgekomen op diverse thema’s.
Ik heb ze allemaal op mijn papier gekrabbeld langs partijlijnen, maar ook qua inhoud, dus ik denk dat ik daar een beetje kriskras doorheen ga en moet mij er maar op wijzen als er antwoorden ontbreken, of als ze niet volledig zijn. Collega Van Benschop zal natuurlijk ook een groot deel van de antwoorden voor haar rekening nemen. Allereerst de risico’s die Beter Voor Dordt terecht benoemt. Er zitten een aantal risico’s in de
17
begroting die zich niet altijd al helemaal laten kwantificeren, want het zijn risico’s, ze hebben zich nog niet voorgedaan. Ze gaan wel vergezeld met beheersmaatregelen en de jeugd is inderdaad wel een groot risico. Dat zit hem op meerdere vlakken. Als het gaat over de impact voor de kinderen … Overigens, ik ben geen wethouder Jeugd, maar ik heb wel kinderen, dus ik kan er wel wat over vertellen. In die zin, collega Van der Linden neemt ons daar natuurlijk ook in mee en net als in alle andere sectoren is een groot risico in deze sector de arbeidsmarkttekorten. Wat je daar nu ook ziet zijn de toenemende kosten en dat heeft ook gevolgen voor de gemeentelijke begroting. We zien natuurlijk ook dat de hervormingsagenda die landelijk is afgesproken, die zal ook impact hebben. Dat laat zich vertalen in een toenemend accres, maar ook in bepaalde ambities die moeten worden waargemaakt, enerzijds aan de wetgeverszijde, dus de Kamer en het kabinet, en anderzijds ook inbreng vanuit ons als gemeente vraagt. En ja, dat zal de komende jaren echt nog wel spannend blijven en we zullen u daar natuurlijk heel prudent en accuraat over informeren op het moment dat daar ontwikkelingen zijn. Waar het gaat over de sociale werkvoorziening, daar is inderdaad het grootste risico dat er onvoldoende compensatie is en ook dat daar de lonen relatief sneller stijgen dan de vergoedingen vanuit het Rijk.
Dat is wel een onderwerp van gesprek tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de VNG, en het Rijk en we verwachten dat daar ook wel resultaten worden geboekt in die gesprekken, dus dan krijgen we daar een groot deel van de compensatie terug. Anderzijds is het ook wel goed om hier te memoreren dat Drechtwerk al jarenlang uitstekende resultaten laat zien, zowel inhoudelijk als ook financieel en dat daarmee wij ook wel gemeend hebben om daar echt wel heel accuraat te kunnen begroten. Die risico’s kunnen zich voordoen, maar wij zien in ieder geval wel dat Drechtwerk volledig in control is. Ook goed om daaraan toe te voegen dat we Drechtwerk en de Sociale Dienst bij elkaar willen gaan brengen. Daar hebben we al eerder over gesproken, omdat ze vallen beide onder de Participatiewet en het is gewoon belangrijk dat we daar ook – dan ga ik toch het jeukwoord van integraal maar gebruiken – integraal beleid kunnen voeren. Een ander jeukwoord was preventie. Ja, dat is toch geen modewoord, het is echt wel bittere noodzaak. Vanwege de kosten, maar ook echt wel vanwege de arbeidsmarkttekorten. We moeten echt proberen te voorkomen dat ellende aan de achterkant ontstaat, zowel bij jeugd, maar ook de Wmo – daar zal collega Van Benschop misschien nog wat over zeggen – alsook op andere terreinen, omdat preventie toch wel heel veel kosten kan besparen en ook inzet van professionals.
De aandacht voor maatschappelijke vrijwilligersorganisaties is genoemd. Dat was niet echt een vraag, maar dat wil ik eigenlijk van harte onderstrepen, dat zijn eigenlijk onze belangrijkste partners in crisistijd gebleken. Zowel in de coronacrisis alsook in de huidige energiecrisis laten initiatieven zoals Samen Dordt, Licht voor Dordt, de kerken, moskeeën, ook andere vrijwilligersinitiatieven zich echt van een hele bijzondere kant zien en ik durf echt ook wel te stellen dat wij daar echt wel een bijzondere stad zijn, meer nog dan andere steden. Dat is iets waar we heel veel aandacht voor hebben, we trekken ook veel met ze op, op het gebied van dakloosheid, armoede, maar ook waar het gaat over het bestrijden van de gevolgen van de crises zoals ik die net noemde. Armoedebeleid, voorzitter, meerdere partijen hebben daar aandacht voor gevraagd. Positieve bewoordingen zijn geuit over de flinke uitbreiding die wij als college aan u voorstellen. Het is eigenlijk onder handen van uw raad, want u spreekt daar binnenkort over in de oordeelsvormende sessie waar het gaat over het voorstel dat voorligt. Maar wij denken dat we daarmee de goede dingen doen, zeker ook als we zien wat de Nibudrapportages ons vertellen. Richting mevrouw Stolk zou ik toch ook echt wel willen
18
benoemen dat een aantal van deze regelingen zijn generiek, dus zeker ook voor ouderen. Gratis ov in de volle breedte, daarvan hebben we inderdaad gezegd: dat willen wij niet continueren vanwege ook de forse financiële consequenties, maar juist wel voor ouderen met een smalle beurs, dus daarmee toch ook wel weer vanuit die bestaanszekerheidsopgave dat we zien: hé, daar speelt het vraagstuk rondom bijvoorbeeld eenzaamheid wat u noemde meer dan de wat rijkere, oudere Dubbeldammer, om het zo maar te zeggen. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Die kon je natuurlijk verwachten even over gratis openbaar vervoer. Maar is dit in deze commissie, mag ik hier … De voorzitter: Ik geef mijnheer Heijkoop niet snel gelijk, maar in dit geval wel, ja. Nee, dit is … Nee. Mevrouw Stolk: Nee? Oké, dan kom ik daar nog wel op terug. De heer Heijkoop: Nee, voorzitter, ik noemde wel even het gratis ov, omdat dat juist nu bijna een soort van onderdeel van het armoedebeleid wordt, omdat het voor de lagere inkomens, u gaf zelf al aan, inkomensafhankelijk wordt. Ik wil hier toch ook wel even nadrukkelijk noemen de energietoeslag. Daar hebben we eerder over gesproken. We hebben in onze stad een enorm bereik met deze regeling en we zitten in de top van Nederland, we gaan richting de 96 procent.
Met name het bereik ook in de doelgroep 120 tot 130 procent is heel erg hoog te noemen en daar vallen heel veel ouderen onder, blijkt uit de aanvragen, met een AOW en soms een heel klein pensioentje. Het gaat er ook toe leiden dat wij vanuit de gemeentebegroting 1,7 miljoen naar verwachting bij moeten dragen. Dat hadden voor een deel ook al ingecalculeerd, dat gaan we ook gewoon netjes zo in orde maken. Maar dat is onze extra inzet, juist ook voor deze kwetsbare doelgroep en ook voor een deel om die armoedeval enigszins te dempen hebben we die doelgroep ook wat verruimd. Maar ik denk dat het positief is dat het bereik zo groot is en dat de financiële consequenties die daaruit voortkomen, dat we daar op zich ook zeker niet moeilijk over willen doen. Dat geldt ook over een doelgroep – en dan ga ik naar de heer Burakçin – de doelgroep die tussen wal en schip valt. Een groot deel van de doelgroep die tussen wal en schip valt, valt daar ook tussen omdat wij hen nog niet bereiken, terwijl ze wel recht hebben op regelingen.