CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2022-12-13 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 20 december 2022 (openbaar en besloten) en Dordtse Dinsdag 13 december 2022 en 17 januari 2023 Vergaderzaal 1, 3, 533.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG, D.D. 13 december 2022 Vergaderkamer 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: Dhr. Schalken – Den Hartog Raadsgriffier: Mevr. Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Waardhuizen Dhr. Van der Net Mevr. Boom Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Dhr. Portier (SP) Portefeuillehouders: wethouder T. De Jonge, wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop De voorzitter: Beste mensen, het is zeven uur. Als iedereen wil gaan zitten, dan starten we dit vragenhalfuurtje. Welkom allemaal, collega raadsleden, gasten, collegeleden en iedereen die op afstand meekijkt. We hebben vandaag zes onderwerpen en we hebben ook nog steeds maar een half uurtje, dus ik denk dat we gewoon heel snel naar de eerste vraag gaan. En die eerste vraag, die is een vraag over de vogelgriep in het Merwesteinpark. Een vraag van de Fractie Van Waardhuizen en volgens mij mag ik mevrouw Van Waardhuizen het woord geven om de vraag kort toe te lichten. Gaat uw gang. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja, dank voorzitter. Laat ik beginnen met de opmerking dat de vraag een situatie schetst zoals deze nu voorligt in eerste instantie twee weken geleden is ingebracht door mevrouw Koole onder de vlag Beter voor Dordt.

Sinds gisteravond heeft u allen kennis kunnen nemen van onze afsplitsing van Beter voor Dordt en korte motivering daarbij, wat maakt dat de vraag nu gesteld wordt vanuit de nieuwe Fractie Van Waardhuizen. Maar goed, tot zover de fractieperikelen. Er zijn ook andere zaken die de gemoederen bezighouden, zoals de vogelgriep waarvan aan de hand van autopsie op enkele dode dieren eind november is vastgesteld dat het ook in het Merwesteinpark huishoudt. En waarover wij een aantal politieke vragen hebben die ik even kort zal herhalen. Hoe kan het dat er nog geen maatregelen zijn genomen in het park en bezoekers niet gewaarschuwd worden voor de gevolgen van vogelgriep? Welke maatregelen zal de gemeente Dordrecht gaan nemen en gelden die voor een groter gebied dan alleen het Merwesteinpark? En is er onderzocht of er op andere plekken in Dordrecht dode dieren zijn gevonden ten gevolge van de vogelgriep? Zo nee, waarom niet? En graag hierop de reactie van de verantwoordelijk wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij komt de wethouder die erover gaat net binnenlopen. De heer Van der Linden, mag ik u het woord geven?

1

De heer Van der Linden: Ja, dank u wel voorzitter. Ja. Nou, u vraagt naar de gevonden gans in het Merwesteinpark. We zijn op de hoogte van die melding, die is ook onderzocht door de NVWA die hier altijd verantwoordelijk voor is. We zijn ook op de hoogte van het gegeven dat hij dan vogelgriep had. Vogelgriep is besmettelijk voor mensen als dieren nog leven, als mensen dus een dood dier vinden moeten ze dat natuurlijk sowieso niet zomaar aanraken. Het is in Nederland zo dat als er dode dieren gevonden worden, dan wordt dat gemeld aan het NVWA en dan volgt onderzoek en het is in Dordt bij deze ene melding gebleven en er is geen aanleiding voor andere maatregelen dan die we sowieso al nemen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, kort en krachtig antwoord. Voldoende, mevrouw Van Waardhuizen? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Nou ja, dat zegt nog niks over welke maatregelen concreet dan genomen gaan worden door de gemeente, dus wellicht dat de wethouder daar nog iets dieper op in kan gaan. De voorzitter: De heer Van der Linden nog kort. De heer Van der Linden: We nemen geen andere concrete maatregelen. Elke keer als er een dode vogel gevonden wordt, wetende dat we in een seizoen leven maar ook in een periode leven dat best veel vogels worden gevonden met vogelgriep, dan wordt het bekeken.

Mochten er meer meldingen volgen, dan ga je natuurlijk verder kijken: hé, in welk gebied speelt dit? Maar een melding op zich is niet voldoende reden om te zeggen: we gaan een park afsluiten of wat ook. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja, dank voor uw antwoord. Daarmee concludeer ik dus dat er op andere plekken in Dordrecht nog geen gevallen geconstateerd zijn. Dank u wel voor de reactie. De voorzitter: Dank u wel. Dank u voor het antwoord. Gaan we naar de volgende vraag, dat zijn de vragen over de winteropvang bij het Sportpark Reeweg. De heer Van der Net van de VVD, korte toelichting? De heer Van der Net: Nou ja, korte toelichting, het is goed dat dat met deze temperaturen, dat we een plek hebben gevonden voor de opvang. Maar gewoon even vanuit de controlerende functie gewoon enkele vragen. De eerste vraag betreft met name van waarom er eerst een besluit wordt genomen en dan pas contact wordt opgenomen met de buurt en de sportverenigingen, waarom niet vooraf? Bij vraag twee kreeg ik het antwoord van de griffie van dat dat technisch was, maar ik heb gehoord dat het college al gezegd heeft dat die mensen tussen zes uur ‘s avonds en acht uur ‘s ochtend niet daar weg mogen. Nou ja, volgens mij leven we in een vrije wereld, dus ik wil toch wel even weten of dat klopt, of dat die mensen gewoon ook midden in de nacht gewoon weg kunnen gaan.

En daarnaast is er al aardig wat leefbaarheidsproblematiek op het Sportpark. Afvaldumping, ballonnetjes, mensen in auto’s die daar allerlei dingen doen die volgens mij niet heel nuttig zijn. Dus ja, we willen wel even actie ook op de leefbaarheid en hoe dat dan te rijmen is ook met de opvang daar.

2

De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Van het college wellicht de heer Heijkoop? Ja, die kant. Gaat uw gang, mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik ben dit keer aan uw linkerzijde geplaceerd, ik begrijp de verwarring. Allereerst vindt het college het fijn en goed om te horen dat de heer Van der Net het met ons eens is dat we deze voorziening moeten treffen in deze koude tijd waarbij het kwik ver onder nul gaat. En het is elke keer weer een zoektocht naar hoe we dat op een goede bestendige manier kunnen vormgeven en vanuit het college zijn we erg blij dat we deze locatie hebben kunnen vinden. En dat is een heel delicaat proces, het is pas enkele weken dat wij echt zekerheid hebben dat deze locatie het zou kunnen worden. En zodra wij die zekerheid hadden hebben we gelijk met de buurt gecommuniceerd. Bij de totstandkoming van dit soort voorzieningen is het niet zo dat wij uitgebreide buurtavonden of uitgebreide inspraakrondes doen, want die voorziening moet er gewoon komen. En ik ben vanmiddag nog ter plekke geweest, ik ben heel blij met die plek, het ziet er echt goed uit en er waren ook heel veel omwonenden en verenigingen en omwonenden kwamen binnen met, nou, zakken met kleding, met vitaminedrankjes, er gebeuren daar gelijk al mooie dingen.

Er was een ontspannen sfeer en ik heb ook de voorzitter van het FORTIUS gesproken die aangaf blij te zijn met het contact met de gemeente nadat aanvankelijk FORTIUS in eerste aanleg niet tijdig een brief had ontvangen, maar die bood ook aan: joh, als wij kunnen helpen ook in de vrijwilligerssfeer willen we dat zeker doen. En we hebben ook goede afspraken gemaakt dat de activiteiten natuurlijk allemaal gewoon plaats kunnen vinden. Het is zo dat als de mensen binnen blijven, binnenkomen, dat het de bedoeling is dat ze ook binnenblijven. Het is niet voor niks ook met vorst, dus ja, dan is het niet de bedoeling dat je ‘s nachts alsnog weer naar buiten gaat. De heer Van der Net heeft wel gelijk, we leven in een vrij land, dus als mensen per se toch weer de hort op willen, wat gelukkig eigenlijk nooit voorkomt, nou, dan gaat een begeleider mee naar buiten, helemaal het terrein af tot echt ver vanaf het parkeerterrein en dan kan iemand zijn of haar eigen gang gaan. Maar nogmaals, dat gebeurt eigenlijk niet, dan is er vaak nog wel wat meer aan de hand waardoor er ook wellicht geschakeld moet worden met de politie of, nou ja, met Yulius of iets dergelijks. U refereert ook aan de overlast en het middelengebruik op het parkeerterrein, de ballonnetjes en de rommel die je er vaak ziet. Daar is geen toezicht op, op dit moment.

Het is wel overlast gevend, het is vervelend en we verwachten eigenlijk met de totstandkoming van deze voorziening dat dat overlast grotendeels tot het verleden zal behoren. En dat is omdat er veel meer handhaving zal rondlopen, het Leger des Heils zal permanent aanwezig zijn want die verzorgen ook de beveiliging van hun eigen complex. Er worden extra opruimrondes gehouden vanuit de gemeente. Er zal gewoon veel meer reuring zijn daar en daarmee verwachten we eigenlijk dat de leefbaarheid in dat gebied gaat verbeteren. Dus in die zin zijn we daar optimistisch over maar we houden natuurlijk heel nadrukkelijk contact met de verenigingen in de buurt en met de omwonenden. Maar we zijn volgens mij vanmiddag heel goed gestart en we hopen overmorgen open te gaan en de eerste mensen daar te kunnen ontvangen. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende, de heer Van der Net? Dan gaan we snel naar de volgende vraag en dat is een vraag met betrekking tot het warmtenet van VVD, mevrouw Boom, die ligt hem toe. Gaat uw gang.

3

Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel voorzitter. De huidige energieprijzen en de winterse omstandigheden leveren veel Dordtse gezinnen financiële problemen op ondanks de genomen kabinetsmaatregelen. Gezien deze omstandigheden is het belangrijk voor de Dordtse burger om verschillende keuzes te hebben in de warmtelevering om zo goedkoop mogelijk hun woning te verwarmen. Dit kan door bijvoorbeeld zo snel mogelijk een uitgebreide warmtenet aan te leggen. HvC heeft in eerder bewoording aan Beter voor Dordt aangegeven dat dit niet mogelijk is door een onrendabele top in het Dordtse warmtenet. De regering heeft echter onlangs aangegeven dat zij een nationale subsidieregeling instelt om deze onrendabele top op te vangen en die zou per 1 maart 2023 in moeten gaan en daardoor rijzen bij Dordts VVD de volgende vragen. Overweegt het college op basis van deze nieuwe ontwikkelingen om in gesprek te gaan met HvC zodat zij het warmtenet kunnen versnellen of uitbreiden? En bij een nee, staat het college open om alternatieve warmteleveranciers te benaderen zodat alsnog een goedkoop alternatief geboden kan worden? De voorzitter: Dank u wel mevrouw Boom voor de toelichting. U keek al naar mevrouw De Jonge dus ik ga ervan uit dat wellicht mevrouw De Jonge er ook een antwoord op gaat geven. Mevrouw De Jonge: Ik zal zeker een goede poging doen, voorzitter.

Ja, ja, er is veel aan het ontwikkelen op dit moment, ook in warmtenet omgeving. Ik begrijp ook uw vraag, want u zegt: ja, kan het sneller, kan het meer? Dat is ook de vraag die wij eigenlijk continu in de gesprekken met HvC ook aan hen stellen: hoe zit jullie planning in elkaar, hoe zit de uitrol? En zoals ik ook al eerder een keer heb toegelicht, we gaan veel meer met hen kijken om veel meer vanuit buurten te gaan nadenken: als daar ontwikkelingen zijn, maak het groter, sluit meer huizen aan om daarmee inderdaad het volume te krijgen wat we nodig gaan hebben om al die huizen aan te sluiten. Het is, ja, ook al zouden we het willen, het is natuurlijk een hele exercitie om een warmtenet uit te rollen, dus de snelheid die we kunnen krijgen is ook beperkt door de ruimtelijke ontwikkelingen en de combinaties van ontwikkelingen in wijken. Naast dat er ook nog zoiets tegenwoordig is als schaarste aan materialen en capaciteit. Maar waar we wel ook steeds met hen over praten is: kijk naar alle mogelijkheden die er zijn om die onrendabele top er af te krijgen. En daarom vinden wij het ook veel belangrijker om de schaal te vergroten, om die onrendabele top te kunnen dempen. Ja, we wijzen ze ook, het is een beetje een technische term, maar de CAPEX-subsidie zoals dat heet, zodat de kapitaallasten lager kunnen worden.

We kijken ook samen met hen: als ze willen aansluiten, dat we ook de inwoners weer wijzen want er zijn ook subsidies voor inwoners om de aansluitkosten terug te krijgen. Dus we proberen continu in de breedte te kijken: hoe krijgen we nou de kosten omlaag dat het echt interessant wordt? Maar en dat is gelijk uw tweede vraag, we kunnen niet zomaar andere warmtebedrijven in dit gebied toe gaan laten, zo werkt het niet in deze wereld. Er zit een grote structuur en die heeft HvC in dit gebied en waar nu de Tweede Kamer met de nieuwe wet zich nog over buigt of is het eventueel mogelijk is om meerdere bronnen op een warmtenet te krijgen en daarmee wel te kijken of je kosten kunt nog verder kunt verlagen. Maar de realiteit is wel dat in dit gebied HvC de leverancier is van de warmte en ook zij de eigenaar zijn van het warmtenet. Dat veranderen we niet.

4

De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Is de vraag voldoende beantwoord? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Nog even een verduidelijkende vraag. Is, ziet HvC mogelijkheden? Ik snap wat u zegt over alle omstandigheden. Ziet HvC mogelijkheden om het warmtenet binnenkort, zal niet volgend jaar zijn, te versnellen of uit te breiden? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wel. Ja, je merkt gewoon dat ook, het is ook vraag en aanbod en zij vragen ook aan ons: en waar zou u dat dan willen? Dus ik kijk ook echt in die zin naar mezelf, naar ons college, dat wij duidelijkheid moeten gewoon schaffen aan hen: hier zien wij de meest kansrijke buurten en wijken oppoppen, om daar met elkaar het gesprek aan te gaan. Maar ze zijn zeker bereid om met ons dan ook echt die stappen te gaan zitten. Ze committeerden zich in die zin ook echt steeds aan de ambitie die wij neerleggen om steeds meer woningen aangesloten te krijgen. Ja, zeker. De voorzitter: Dank u wel. Begrijp voldoende zo voor u, mevrouw Boom? Mevrouw Boom-Vos: Ja, dank u wel wethouder. De voorzitter: Oké, gaan we snel naar de volgende vraag en die is van de heer Van DamTimmers, een vraag over armoede en voedselhulp. Kunt u kort toelichten? De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank voorzitter.

Ja, we leven in een uitdagende tijd maar niet alleen wij, er zijn mensen die in een nog veel uitdagendere tijd leven omdat ze in diepe armoede leven en daarbij zelfs niet in hun eten kunnen voorzien, ook in Dordrecht. Het CDA Dordrecht heeft de afgelopen weken meerdere signalen ontvangen van gezinnen in financiële problemen die in verband met een iets te hoog inkomen van bijvoorbeeld dertig euro niet terecht kunnen bij de Voedselbank. Deze gezinnen hebben volgens, ja, de norm wellicht net een iets te hoog inkomen maar in de huidige tijd met hoge inflatie hebben zij toch eigenlijk geen leefbaar inkomen. Nou, onze vraag vanuit onze fractie is: kent het ook het college deze signalen? Wat vindt het college ervan dat er in de huidige tijd met een hoge inflatie maar zo weinig speelruimte is voor mensen die net niet voldoen aan die inkomensrichtlijnen van de Voedselbank? En dan als derde, welke acties zou het college daar of onderneemt het college misschien al op dit punt? En eigenlijk als vierde: wat zou het college deze gezinnen dan adviseren? Waar kunnen ze terecht en wat kunnen ze het beste doen? De voorzitter: Dank u wel, ook keurig binnen de minuut. Ik ga naar het college, de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, de signalen die de heer Van Dam schetst, die kennen wij in die zin dat bij veel regelingen het zo is dat sommige mensen daar net buiten vallen.

En ook bij de Voedselbank, dat ook mensen die een aanvraag doen worden afgewezen. Het is niet zo dat er procentueel meer mensen worden afgewezen, maar het is wel zo dat het om meer mensen gaat, want wij zien helaas dat ook meer Dordtenaren in toenemende mate afhankelijk worden van de Voedselbank. En dat gaat ook over mensen die voorheen zich niet bij de Voedselbank meldden en ook niet bij de gemeente, omdat

5

ze dit vaak ook over mensen gaat die al net wat meer verdienen, maar toch in de problemen komen door, nou ja, enorme, nou, slecht geïsoleerd huis, hoge energiekosten of, nou, problemen met de gezondheid. En dat, nou ja, dat baart ons veel zorgen. Het raakt echt het fundament van de bestaanszekerheid voor mensen en dat moet echt gelegd worden ook in Den Haag, dus daar brengen we het appel ook nadrukkelijk over: zorg dat die bestaanszekerheid in essentie gewoon op orde is zodat wij als gemeente eventueel mensen die tussen wal en schip vallen kunnen ondersteunen. Kijk, wat je wel ziet is dat de Voedselbank, wat een maatschappelijk initiatief is zonder hulp van de gemeente, die gaan over hun eigen toewijzings- en toelatingsbeleid. Ze hebben een paar maanden terug in september wel de verruiming toegepast, dus meer mensen kunnen daar nu gebruik van maken. Maar we zien ook wel dat het nog steeds soms mensen zijn die er net buiten vallen. En er zijn wel wat alternatieven, in die zin, we hebben ook nog Dagelijks Brood, er zijn nog wat andere organisaties, er zijn diaconieën die hier en daar de helpende hand bieden. En vanuit de Voedselbank, daar hebben we ook de afspraak mee, dat ze zich, dat zij ook mensen actief wijzen op de ondersteuning vanuit de gemeente.

Want we hebben een ruimhartig minimabeleid, dat vanaf 1 januari gelukkig nog wat ruimhartiger wordt dus dan zullen er ook weer meer mensen gebruik van kunnen maken. En het is ook belangrijk dat die mensen in aanraking komen met wat wij hen kunnen bieden. Wat kunnen we naar de toekomst toe ook in relatie tot de Voedselbank? Nou, uw raad heeft ook een motie aangenomen en daarover zullen we u denk ik volgende week of in ieder geval op zeer korte termijn informeren hoe wij met die motie zijn opgegaan. Het goede contact met de Voedselbank is daar. En we hebben ook met de Voedselbank wel besproken dat, mochten zij de toeloop zien doorzetten en bijvoorbeeld ook problemen krijgen om de voedselkratjes gevuld te krijgen, dat wij als gemeente bereid zijn om dan de helpende hand te bieden. Zelf zijn zij daar trouwens ook terughoudend in, want het is juist hun kracht ook dat zij los van de gemeente opereren. Maar in deze crisistijd weten we elkaar echt te vinden, mocht er een ondersteuningsvraag zijn. Ja en ik denk dat dat het belangrijkste is wat ik op deze vraag kan melden.

Kijk, het blijft wel wrang in die zin want ik krijg ook signalen binnen van mensen die er net buiten vallen en soms probeer je wel via een hardheidsclausule of probeer je, nou, op een bepaalde manier toch recht te doen aan het probleem van een gezin maar het is wel heftig om te zien dat het nu om zoveel gezinnen dreigt te gaan, ook naar de toekomst toe, het is wel, misschien wel ergens een stille ramp gaande van mensen die hun laatste spaargeld nu op, nou ja, nu opnemen en uiteindelijk toch ook in de problemen dreigen te komen. Dus dat, ja, ik kan u niet helemaal geruststellen. Tegelijkertijd vind ik het wel heel mooi om te zien dat er ontzettend veel in de stad gebeurt en dat die organisaties elkaar ook goed weten te vinden. Dus als dit soort signalen zich voordoen, want dit signaal ken ik ook en die is uiteindelijk ook weer ergens anders terecht gekomen, die weer geholpen is door diegene, door die stichting. Dus dat is ook een mooi voorbeeld hoe de samenleving wel klaarstaat voor kwetsbare gezinnen. Maar het zou beter zijn als er structureel wat gedaan wordt aan de verbetering van de bestaanszekerheid van deze mensen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier wil korte aanvulling doen? De heer Portier: Ja, ons hebben ook signalen bereikt dat de mensen die wel in aanmerking, hè, dat daar de pakketten een stuk dunner en kleiner zijn geworden.

Dus ik vroeg me af of die signalen ook de wethouder bereikt hebben.

6

De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, die signalen hebben mij ook bereikt. Ik heb dus ook heel nadrukkelijk ook proactief richting de Voedselbank aangegeven: joh, mochten jullie moeilijker in staat zijn om de pakketten goed gevuld te houden, trek dan ook echt aan de bel want de raad en de gemeente, er is ons veel aan gelegen om juist in deze tijd het waardevolle werk van de uitstekend functionerende Voedselbank in onze stad, die echt echt goed loopt, logistiek hebben ze het goed voor elkaar, nou, die willen we ook graag ondersteunen waar mogelijk. Zij verwachten dat ze het weer voor elkaar krijgen om die pakketten beter gevuld te krijgen, maar ze weten en ze hebben ook al een eventueel een orde van grootte bedrag genoemd waar ze misschien een appel of zo wil, een beroep op zouden willen doen bij de gemeente en ze weten dat ze dat dan zouden kunnen doen, maar als het niet nodig is doen ze dat niet. En dat is eigenlijk de afspraak die nu gemaakt is. De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling. Ik blijf bij de heer Van Dam-Timmers met een volgende vraag en dat is een procesvraag over het raadsvoorstel bodemsanering. Kunt u dat toelichten? De heer Van Dam-Timmers: Ja dank voorzitter.

Ja, dit voorstel is wel van heel andere orde dan het andere voorstel en dit gaat meer over: ja, hoe werken wij nu eigenlijk als raad en college ook met elkaar samen? En ja, het is niet alleen proces maar het is juist ook wel heel politiek. Het CDA Dordrecht is verbaasd over een ontvangen raadsvoorstel over bodemsanering in 2022. In dit stuk wordt onder de druk van een fatale termijn eigenlijk gevraagd om te kiezen voor het vrijmaken van 800.000 euro nog dit jaar. Het CDA steunt de werkzaamheden op het gebied van bodemsanering omdat dit vanzelfsprekend natuurlijk bijdraagt aan de toekomst van onze kinderen en aan het hebben van een schone en mooie stad. Tegelijkertijd hechten we ook groot belang aan het nemen van geïnformeerde beslissingen door de raad als hoogste orgaan in deze gemeente.

Eerder vandaag hadden we ook de agendacommissie en daar werd er ook eigenlijk geworsteld met dit raadsvoorstel en ook de onduidelijkheid die er dan overheen zit: ja, wat zijn nu de consequenties als je het een of het ander kiest? En mijn vraag aan het college, ja, gelet op het raadsvoorstel maar misschien ook wel iets breder, is: is het college het met het CDA Dordrecht eens dat het een onwenselijke situatie is dat op deze manier achteraf goedkeuring wordt gevraagd? Wat gaat het college doen om deze situatie waarin eigenlijk, ja, de onduidelijkheid is: wat is nou verstandig, moeten we dit nu aannemen of moeten we dit eerst bespreken, in de toekomst te voorkomen? De voorzitter: Dank voor uw toelichting. Wie van het college mag ik het woord geven? Mevrouw De Jonge? Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Ja dank u wel voorzitter. En ja, ik en het college zijn het met het CDA eens dat het een onwenselijke situatie is geweest dat we zo laat in het jaar het jaarprogramma nog moesten vaststellen. En zoals wel toegelicht, ja, een ongelukkige combinatie, personeelstekort, vacatures en vervolgens ook uitval van de persoon die dit op zijn takenlijst had staan en dat geeft ook gelijk de kwetsbaarheid van deze afdeling af waar we nu echt wel alle zeilen proberen bij te zetten.

Misschien een enigszins geruststellende gedachte is: het bodemsaneringsprogramma is een doorlopend programma, dat zijn jaarlijks terugkerende activiteiten die al ingepland staan en

7

uitgevoerd worden, dus daar is niks, inhoudelijk is niks fout gegaan, behalve zoals u ook terecht aangeeft: dit is gewoon niet tijdig akkoord aan de raad gevraagd voor dit. Dat heeft mij gelijk geleerd: hoe gaan we dit voorkomen? Want al eventjes erin duikend met de collega van hoe kan het dat je eigenlijk van een collega moest constateren dat hij iets niet had gedaan, ik heb gezegd: wij werken met een bestuurlijke planner en ook al is het een jaarlijks terugkerend programma, want dat zijn we verplicht, de activiteiten staan gewoon ingepland, nogmaals, maar we moeten gewoon elk jaar moeten we dit netjes doen. Dus ik heb hem nu gewoon voor 23 in de bestuurlijke planner laten staan zodat we continu herinnering hebben en hij staat voor het eerste kwartaal 23 gepland, dus hij komt heel snel achter deze aan. En hopelijk daarmee genoeg gerepareerd en gaat deze van 22 nog door uw raad vastgesteld kunnen worden. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja voorzitter, dan toch een vervolgvraag, het advies hoe dit raadsvoorstel er nu eigenlijk in feite bij ligt, is dat die pas volgend jaar besproken, eventueel beeldvormend besproken gaat worden, omdat dat het preadvies is of was. En dan vraag ik me af: wat is dan de consequentie als we dat zouden besluiten? Eigenlijk is dat besloten. De voorzitter: Mevrouw De Jonge, wethouder.

Mevrouw De Jonge: Ja, de consequentie is eigenlijk heel eenvoudig, dat de accountant dit als een onrechtmatigheid kan gaan aanmerken omdat de raad niet besloten heeft over de toekenning van het budget. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende voor deze vraag en daarmee komen we tot de laatste vraag en die is van de heer Portier van de SP. Een vraag over de kap van bomen in Wielwijk. Kunt u de vraag kort toelichten? De heer Portier: Ja voorzitter, er zijn weer een paar prachtige populieren, vier stuks, verdwenen uit onze stad op de plek waar de Tromptuinen aangelegd worden. En dat is gebeurd, die bomen zijn er gekapt vlak nadat er een bezwaarschrift is afgewezen maar nog voordat er door de bezwaarmakers een beroep op de rechter gedaan gemaakt kon worden.

Dus onze vragen zijn: vindt het college dat nou netjes, hè, om dat zo snel tot die kap over te gaan, hè? Had niet afgewacht kunnen worden of er misschien een beroep op de rechter gedaan zou worden? Belangrijker nog: waarom is in de hele planning voor de Tromptuinen geen rekening gehouden met het aanwezigheid van deze naar schatting zestig jaar oude bomen? Waarom is er niet gekeken naar manieren om deze bomen te behouden of is daarnaar gekeken? Is het college bereid om serieus werk te maken van rekening houden met bomen bij de opstellen en uitwerken van herinrichtings- of bouwplannen? En als het college daar daadwerkelijk rekening mee wil gaan houden, hoe zorgen ze ervoor dat dat in de organisatie en in de planning en procedures gewaarborgd wordt? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wie van het college mag ik het woord geven? Ik denk zomaar de heer … Nee, oké. Het is de heer Heijkoop, gaat uw gang, mijnheer Heijkoop.

8

De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik deel uw verbazing. Ik had nooit kunnen voorstellen dat ik nog een antwoord zou geven over bomen. Ik heb namelijk erg weinig verstand van bomen, dat dacht de verantwoordelijk ambtenaar ook want ik heb een hele uitgebreide beantwoording meegekregen. En dus dat zal ik ook zorgvuldig aan de heer Portier overbrengen. Er is veelvuldig contact geweest met de Bomenridders en het gaat inderdaad over de kap van enkele populieren, een esdoorn en enkele lindes. In de gesprekken met de Bomenridders is ook aangegeven dat de dertien bestaande lindes verplaatst konden worden en dat er in de nieuwe plannen vijftig bomen terugkomen. Dat besluit is destijds vanuit college in augustus genomen, bezwaar aangetekend bij de commissie en de commissie heeft op 29 november aangegeven dat het bestreden besluit in stand kon blijven. Daar zijn de Bomenridders ook over geïnformeerd en 12 december is de kap uitgevoerd. En de Bomenridders zijn 2 december geïnformeerd. En waarom we de uitvoering van de kap snel ter hand hebben genomen, dat had te maken met het plantseizoen ook van de nieuwe bomen, want dan zou het hele traject vertraging oplopen en dan zouden de vijftig nieuwe bomen, nou ja, de aanplant daarvan ook later moeten starten. Dus dat is eigenlijk de overweging geweest om over te gaan met gezwinde spoed tot kap met een vergunning.

Ja of in welke mate we opnieuw ruimte hadden moeten geven om ook nog naar de rechter te gaan, ja, dat is eig… daar kunt u iets van vinden. Wij hebben in dit geval kan ik goed volgen waarom deze keuze gemaakt is ook in verband met de aanplant van die nieuwe bomen. De andere vraag, waarom er geen rekening is gehouden met de zestig jaar oude bomen, daarbij is ook wel, er worden altijd hele goede bomenanalyses gemaakt, een inventarisatie van bomen gemaakt en dan wordt er ook gekeken naar de herontwikkeling van het hele gebied en de levensduur van de populieren was als beperkt aan te merken, afgezet tegen de investering van de gemeente in de herontwikkeling en ook de aanplant van de nieuwe bomen. Dus dat is uiteindelijk de afweging geweest om deze bomen niet te kunnen behouden, te kunnen willen behouden. En op de vraag van of we daar rekening mee willen houden ook naar de toekomst toe, er wordt altijd rekening, zeker rekening gehouden met de bestaande bomen of de boomstructuur, zo worden er bij elke nieuwe ontwikkeling BEA’s opgesteld. U weet denk ik wel wat BEA’s zijn? Dat zijn Boom Effect Analyses. Nee, er worden altijd boom, bij nieuwe ontwikkelingen worden er Boom Effect Analyses opgesteld en de output van deze analyses wordt in de planvorming betrokken en daar wordt het ontwerp ook zoveel mogelijk op afgestemd.

Dus ik denk dat dat ook de reden is geweest dat uiteindelijk ervoor gekozen is om deze bomen niet te behouden maar te kappen. En we proberen er dus echt wel goed rekening mee te houden, maar we zullen in het kader van participatie er voortdurend waakzaam op zijn dat we de belanghebbenden vroegtijdig benaderen en dat we het ook nog eens bij de projectmanagers en de werkwijze met de Boom Effect Analyses onder de aandacht brengen ook bij het ingenieursbureau zodat er extra oog is tijdens projectbesprekingen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, uitgebreid antwoord. De heer Portier, voldoende antwoord op uw vraag? De heer Portier: Het is in ieder geval een heel uitgebreid antwoord. Ja, ik constateer wel dat alle analyses en maatregelen, et cetera, er toch wel heel veel oude bomen steeds verdwijnen, hè? Dus ik hoop dat dat toch wel een keer ten einde komt.

9

De voorzitter: Dank u wel. We hebben alle vragen netjes kunnen beantwoorden, dank voor uw aandacht, dank voor de beantwoording van de vragen vanuit het college. En een prettige vergaderavond. 3. Vaststellen Verordening persoonlijk minimabudget Dordrecht – Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Safranti Raadsgriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop

De voorzitter: Kan alstublieft de deur nog even dicht? Ja. Mensen welkom, mensen thuis, mensen op de tribune, pers eventueel en u, raad- en commissieleden. Wij hebben het vanavond over de verordening persoonlijk minimabudget Dordrecht. Het is een oordeelsvormend bijeenkomst. Wij hebben een quotum nodig van acht fracties en als het goed is hebben we die. Ik ga zo beginnen om te vragen wie je bent en namens welke partij, het is puur voor de verslaglegging en voor de mensen thuis. Maar voordat ik daar naartoe ga wil ik even de reden uitleggen waarom wij dus vanavond hier bij elkaar zijn. Het gaat over een verordening persoonlijk minimabudget dat naar aanleiding van het minimabeleid wat eerder vastgesteld is november in de raad. Daar is door fractie SP, waar zijn ze trouwens? O, mijn excuus, ja, ik zat meer die kant op te kijken, sorry hoor. Die hebben een amendement ingediend en daar gaan we het over hebben. Voordat ik het woord aan de SP geef wil ik aan de linkerkant even beginnen om even je naam te noemen. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, wethouder. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht.

10

De heer De Vries: Andre de Vries, VSP Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie SGP. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Tutupoly. Mijn naam is Safranti, de voorzitter van vanavond. Ik geef het woord aan u, mijnheer Okkerse. De heer Okkerse: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij hebben een amendement ingediend en dat gaat er bij ons om dat mensen die net buiten de boot vallen, dus net iets meer verdienen, ja, dat die toch in aanmerking kunnen komen voor het minimabudget. En dat willen wij eigenlijk, staat er een beetje misschien ingewikkeld, maar wat wij bedoelen is dat het dan verrekend wordt met hetgeen wat ze net boven dat minimum zitten. Dat is eigenlijk wat we voorstellen. De voorzitter: Dat is kort maar krachtig. Zijn daar vragen over vanuit andere fracties? Niet? De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer De Heer.

De heer De Heer: Nou, we vinden het als fractie interessant om hierover te spreken en ook de reactie van de wethouder er vooral over te horen. En dan vooral op het punt van de eventuele extra, nou ja, investering die dit met zich meebrengt en ook op de uitvoerbaarheid. Daar zouden we graag een reactie over horen. De voorzitter: Dat geldt neem ik aan voor de andere partijen ook. Ja? Sorry, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Is dit ook het gedeelte waarbij we gelijk oordeelsvormend … Oh oké, dan begrijp ik het, excuus, dank u wel. Nee, wij willen graag nog meegeven: we zijn blij met de verordening, we vragen ons wel af waarom dat het

11

PMB of het persoonlijk minimabudget als je in de bijstand zit niet automatisch uitgekeerd wordt, omdat het dan toch bekend is bij de sociale dienst. En we zijn blij met de toezegging dat er gekeken wordt bij schuldenaar het besteedbaar inkomen. En wij vragen ons daarvan af wanneer dat we dat kunnen verwachten en hoe daar vervolg aan gegeven wordt. Daarbij willen we ook nog graag opmerken dat mensen met een AOW en dan hebben we het over een gedeeltelijke AOW en een deel bijzondere bijstand, dat deze mensen geen persoonlijk minimabudget krijgen. En mocht het niet kunnen, dan zien we graag in het eerste kwartaal van 2023 een schriftelijke motivatie daarvan. En dan als laatste vroegen we ons af: hoe kan het dat er geen geraamd budget bij de verordening zit? Het is duidelijk dat het PMB onder de bijzondere bijstand valt maar we zouden wel graag willen weten wat specifiek zeg maar dit gaat kosten. En dan als laatste zijn we benieuwd waarom dat er echt specifiek statushouders genoemd worden. De voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. De voorzitter: Ja, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Ja dank u wel voorzitter. Ja, allereerst het idee achter het amendement dat, ja, dat snappen we natuurlijk, hè, dat is gewoon een groot probleem. Dus wij zouden ook niets anders willen dan dat dit probleem zo snel mogelijk opgelost wordt.

Het loont gewoon niet om te werken, dat prikkelt de mensen niet. Het loont niet, dus we zouden hier graag een oplossing voor willen zien, in ieder geval voor de komende periode. We hebben natuurlijk recent een armoedebeleid vastgesteld en daarin staat dit in principe ook al in opgenomen, dus hoe verhoudt zich dat zeg maar tot het armoedebeleid wat nu ook al, wat we allemaal al vastgelegd hebben? En ik ben inderdaad eens met mevrouw Schnabel, wij zien hier geen dekking bij, dus de vraag is in ieder geval: hoe kijkt misschien de SP ook, ik had net ook kunnen vragen van aan de SP hoe zij zich dit voor zich zien, maar ook richting de wethouder hoe hiermee omgegaan wordt, of hij hier nog enige dekking in ziet. Maar onzes inziens komt dit wel een beetje vroeg, in die zin, hè, de wethouder die heeft hier al enige toezeggingen op gedaan dat het eerste kwartaal een, het MER hè, minima-effectrapportage opgesteld gaat worden en aan de hand daarvan gekeken gaat worden wat de effecten daarvan zijn op de minima. De voorzitter: Sorry mijnheer Burakçin, heren op de tribune. Heren? Wilt u alstublieft rustig blijven? Ga door, mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Nee, dank je wel. Nee maar goed, dat vinden wij in ieder geval wel een hele belangrijke graadmeter om te bepalen: joh, wat heeft de minima nog nodig? En aan de hand daarvan in ieder geval, ja, toch maatregelen te treffen.

Ja, op dit moment is onzes inziens komt dit in ieder geval te vroeg. Wij zouden dit wel opgelost willen zien, dus wij vragen eigenlijk aan de wethouder om als de MER er ligt en daaruit blijkt dat we inderdaad onze minima meer moeten ondersteunen of tenminste de werkende mensen zeg maar om armoedeval te voorkomen, om daar in ieder geval terug te komen bij het, tijdens de kadernota en vervolgens daaropvolgend, ja, toch maatregelen te treffen en bij de begroting terug te komen wat het eventueel kost. De voorzitter: Top, dank je wel. Mevrouw Van Vugt, CDA.

12

Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, bedankt voorzitter. Ik dacht dat u daarnet zei dat we het alleen zouden hebben over het voorstel van de SP, maar nu wordt het toch al verbreed naar de hele verordening. Wat is op dit moment even de bedoeling? De voorzitter: Ik kan daar een toelichting op geven. Het idee was dat iedereen toch even de punt over het amendement zou noemen, maar daar was volgens mij in principe niemand die daarop op- en aanmerkingen had. En welke was dat? Mevrouw Striebeck: Nou, dat de VSP zich kan aansluiten met het amendement van de SP, waarbij aangegeven wordt dat personen met een inkomen van meer dan 120 procent aangemerkt kunnen worden als persoon met een langdurig laag inkomen. Mensen die net boven deze grens komen vallen momenteel vaak tussen wal en schip en dat geldt ook voor mensen met een AOW en een kleine aanvulling. Tot zo…. De voorzitter: Duidelijk. Verder nog? Want die vraag had ik volgens mij zojuist ook gesteld. De wethouder dan? Even voor de eerste ronde? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel. We bespreken hier eigenlijk een technische verordening wat een uitvloeisel is van het inhoudelijke beleid dat u vaststelt als raad.

En u heeft redelijk recent unaniem het nieuwe armoedebeleid vastgesteld en dat zegt ook iets over het PMB, het persoonlijk minimabudget, in die zin dat: u verruimt die van 110 procent naar 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. En de hoogte van de uitkering van 35 naar veertig procent van het maandelijkse uitkering wettelijk sociaal minimum. De referteperiode blijft een jaar, oftewel: een jaar, als je een jaar lang langdurig, want het is langdurig armoederegeling, als je langdurig in de armoede zit en geen zicht hebt op inkomensverbetering. Dus dat is wat u heeft besloten om de regeling op die manier te verruimen. Wat de SP nu voorstelt en daar hebben ze in de begrotingsraad ook al iets over gezegd, is om dat verder te verruimen, om te zeggen: ja, wacht even, wij vinden die grens toch wel moeilijk uit te leggen, want ja, dan heb je weer iets van een armoedeval en elke grens is arbitrair. Voor de goede orde, dat geldt voor alle regelingen in ons minimabeleid. Bij elke grens heb je een groep die daarboven zit en een groep die daar onder zit en ook een groep die daar net boven zit.

Ik heb inderdaad in ieder geval ook al met u gedeeld dat het ook onze wens is om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de werkelijkheid van onze inwoners en die laat zich niet altijd vangen in een percentage van 120, 130, 140, of straks zelfs 150 procent, waar het gaat over het SMSkinderfonds met voor gezinnen met oudere kinderen. Wat ik richting uw raad heb aangegeven is dat het even een hele spannende tijd is ook wat de nieuwe koopkrachtpakketten gaan doen. Er worden vele miljarden vrijgemaakt door het kabinet om de koopkrachtgevolgen van de huidige inflatiecrisis te dempen, maar we weten eigenlijk nog niet helemaal precies wat het gaat doen in de praktijk. En daarom hebben wij ook met elkaar afgesproken en de heer Burakçin refereerde daar ook al aan, om in Q1, om het komende kwartaal een nieuwe minima-effectrapportage uit te voeren en dan eens even goed te kijken: oké, wij hebben ons minimabeleid verruimt, het kabinet is met een karrenvracht aan maatregelen gekomen, fiscaal maar ook in allerlei regelingen, denk ook aan toeslagen. Op allerlei punten zijn er forse aanpassingen doorgevoerd. En dan gaan we naar aan de hand van die minima-effectrapportage met elkaar in gesprek om te kijken waar we op onderdelen nog iets willen doen aan het minimabeleid. Dat kan zomaar een keuze zijn.

Zeker als het college, als uw raad zegt naar de toekomst toe: wij willen meer middelen vrijmaken, dan, nou ja, dan kun je het daarover hebben. Maar stel

13

in het geval dat die middelen niet extra beschikbaar komen, kan je binnen de huidige middelen eventueel nog andere afspraken maken. Maar omwille van de zorgvuldigheid en ook dat je de goede dingen doet zou ik u echt dringend willen vragen: ga niet al nu het minimabeleid dat u een pa… of het armoedebeleid dat u een paar weken geleden heeft vastgesteld alweer aanpassen, want dat doet u eigenlijk met deze verordening, maar laat even die minima-effectrapportage uitvoeren en laten we dan met elkaar in gesprek gaan welke instrumenten we eventueel willen inzetten om de gevolgen die in die minima-effectrapportage duidelijk worden, om die te dempen. En eerlijk is eerlijk, ik denk dan eigenlijk eerder aan andere instrumenten dan aan het PMB. Want het PMB, dat is voor mensen met langdurig laag inkomen, dat is eigenlijk heeft het daar in die zin vind ik relatief wat minder zin om echt naar de grens te kijken, want het zijn vaak mensen waarvan je echt wel langere tijd weet: dat zit er gewoon niet in. In die zin is dat niet wat jaarlijks wisselt. En richting mevrouw Schnabel geef ik ook aan dat mensen die langdurig een PMB krijgen al jarenlang, dat wordt eigenlijk ook gewoon ambtshalve uitgekeerd.

Daar gaan we niet elke keer weer een heel circus optuigen, dat kost capaciteit bij de dienst en dat kost tijd en frustratie bij de aanvrager, dus dat, als iemand gewoon een stabiel laag inkomen heeft, dan doen we dat op die manier. En de allerbeste en de, voorzitter, dan stop ik, de allerbeste oplossing zou eigenlijk zijn dat gewoon de uitkeringen wat omhoog zouden gaan. Want eigenlijk ben je met zo’n PMB de uitkeringen voor mensen die langdurig die uitkering hebben wat aan het ophogen, maar ja, eigenlijk is het een beetje een raar figuur, want die uitkering zelf zou gewoon toereikend moeten zijn. De voorzitter: Dank je wel voorzitter, wethouder. Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag bij wat wethouder Heijkoop hier zegt. Hij zegt: het PMB is eigenlijk, is niet logisch om dat geleidelijk af te bouwen en dat was eigenlijk gewoon inhoudelijk wat ik niet helemaal begrijp, want ook daarvoor geldt toch simpelweg dat als je net op, nou, in dit geval nu, we hebben 120 procent vastgesteld, als je op 121 procent zit en je hebt dat voor langere tijd en je hebt geen zicht op verbetering van inkomen, dan is dat toch net zo goed een harde val? Ik zie daar niet zo goed de link tussen waarom een geleidelijke afbouw op dat onderdeel niet logisch zou zijn, maar op andere onderdelen wel, als ik eerlijk ben.

Als de wethouder dat zou kunnen verhelderen. De voorzitter: Mijnheer de wethouder. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, als je kijkt naar de mensen die een PMB toegekend krijgen, dat zijn eigenlijk mensen die langdurig in de bijstand zitten. Door een handicap, door een psychische aandoening of om een andere reden die eigenlijk, waarvan je eigenlijk zegt: ja, eerlijk is eerlijk, die gaan niet de stap naar werk kunnen maken. Dat is een hele duidelijke groep. Dat zijn mensen met een bijstandsuitkering en ook mensen met een bijstandsuitkering en een heel klein AOW’tje, want die, of met een heel klein aanvullend uitkeringkje, want dan zit je nog onder de 120 procent. Op het moment dat je het geleidelijk laat oplopen, dan moet je, dan heb je daar heel veel handelingskosten aan, want dan moet je elke keer elk jaar weer kijken: oké, hoe is dat inkomen nu, zit iemand er net boven, net onder? Moet je daar een beoordeling van maken? En ik heb het aan de dienst gevraagd: joh, zouden jullie mij eens even een berekening kunnen geven wat de verhouding is aan uitkeringskosten en verwerkingskosten en zij zeggen van, nou,

14

hou er rekening mee dat ongeveer 25 procent van het budget wat je vrij speelt wel opgaat aan ambtelijke handeling. Gewoon omdat je elke keer moet kijken naar zo’n in… nou ja, naar zo’n aanvraag en moet beoordelen of dat klopt. Bij bijzondere bijstand bijvoorbeeld moet je dat sowieso doen, want dan kijk je gewoon naar de draagkracht van de aanvrager en dan kijk je naar de aanvraag zelf, dus voor een nieuwe koelkast of wasmachine en moet je die handeling sowieso doen. En dan zou je daar nog van kunnen zeggen misschien, nou, kun je met dat instrument dan hiervoor beter inzetten. Maar goed, ik noem maar even iets wat ook een instrument zou kunnen zijn, maar je zou ook bijvoorbeeld aan de hand van die minima-effectrapportage, stel dat daaruit blijkt dat gezinnen met hele jonge kinderen vooral slecht uit de koopkrachtcijfers komen, dan zou het zomaar kunnen dat uw raad zegt: nou, weet je wat, we moeten aan die knop van het SMS-kinderfonds gaan draaien, we willen juist die toegankelijkheid wat vergroten.

Ik weet gewoon nog niet hoe die minima-effectrapportage eruit komt te zien, maar ik zou wel u echt willen vragen: wacht die even af, laat het college die naar u toesturen en laten we dan het gesprek met elkaar voeren, wellicht ook een beetje richting kadernota, om met elkaar te bespreken of we het minimabeleid, nogmaals, wat we net hebben vastgesteld, het armoedebeleid, of we dat nog willen aanpassen aan de hand van de actualiteit van dat moment. De voorzitter: Dank je wel wethouder. Zijn er nog vragen naar aanleiding van de reactie van de wethouder? Dan kijk ik zeker SP even aan. De heer Okkerse: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik zit hier eigenlijk met de vraag: wordt er dan wel ook gekeken naar mensen die dus net buiten die boot vallen? Ik hoorde u trouwens net in de, bij tijdens het vragenuurtje, vragenhalfuurtje, reageren op de vraag van de heer Van Dam Timmers dat u de gemeente er staat voor mensen die tussen wal en schip vallen als de overheid bepaalde maatregelen nemen, nou, dan zou in dit geval ook heel goed kunnen dat u dus deze mensen kan helpen daarmee.

Maar wordt dat meegenomen dadelijk ook met die rapportage? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, wat we in de rapportage doen is heel goed kijken naar: hoe werken de maatregelen vanuit de Rijksoverheid die uiteindelijk in de inkomenspolitiek voeren, hoe werkt dat uit? Dus wat doet dat nieuwe fiscale stelsel, wat doet die ophoging van die zorgtoeslag? Die zorgtoeslag bijvoorbeeld voor uw beeld, die loopt tot 40-45.000 euro, dus dat is een hele andere groep die daarvan profiteert. Die kinderopvangtoeslag, daar zie je ook het een en ander gebeuren. Nou, vandaag is ook bekend geworden dat de indexatie van die kinderopvangtoeslag weer met een procentje is aangepast, dat doet ook weer heel veel. Die grens loopt in principe tot, nou ja, honderd, onbeperkt door. Elk inkomen krijgt inkomenstoeslag waarbij de hele hoge inkomens krijgen een derde terug, de hele lage inkomens die krijgen 96 procent terug. Al dat soort regelingen hebben ook invloed op waar je als gemeente aanvullend beleid op wil maken. Dus daarom vinden wij die rapportage zo belangrijk, omdat op het moment dat je daar geen rekening mee houdt kan het zomaar zijn dat bepaalde groepen die eigenlijk al heel goed gesteund worden vanuit die landelijke regelingen, dat je die onbedoeld ook nog een extra plus geeft vanuit je lokale regelingen. En daar wil je met elkaar gewoon goed naar kijken.

En je kan ook nog wel een aantal meer principiële keuzes maken, gewoon vanuit je maatschappijvisie, om je mensvisie. En uw raad heeft in het verleden wel eens gezegd: nou, wij willen dat er wat extra aandacht uitgaat naar

15

mensen die langdurig ziek zijn, kinderen in armoede en mensen die werken en toch in armoede leven. Dat zijn voor ons, dat was destijds voor u als raad waren dat groepen waarvan u zei: nou, daar moeten we nog even een extra stapje bij zetten. Dus daar zit ook nog een deel gewoon politieke keuzes in, het is niet alleen maar een technische exercitie. In mijn reactie, voorzitter, net op eerste termijn, die was op onderdelen technisch, maar dat komt omdat de verordening is ook best wel technisch, dus in die zin … Dit is voor het eerst ook in mijn bestaan als wethouder dat ik echt over een verordening spreek en niet over het beleid waar die verordening uit voortgevloeid is. De voorzitter: Dank u wel. Die discussie hadden wij zojuist ook met de griffie trouwens. Zijn er nog vragen, is het allemaal duidelijk? Mijnheer Van Ballegooijen nog? De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, zou ik ook een vraag mogen stellen aan de indieners van het amendement? De voorzitter: Sorry, mijn excuses. De heer Van Ballegooijen: Zou ik ook een vraag mogen stellen aan de indieners van het amendement? De voorzitter: Ja natuurlijk. De heer Van Ballegooijen: Dan doe ik dat heel graag. Voorzitter, wij steunen namelijk, wij zijn enthousiast over het principe wat de SP probeert te bereiken, namelijk geleidelijk afbouwen, denken dat dat een mogelijk een middel kan zijn om armoedeval tegen te gaan.

Nou, iets wat wij zeer belangrijk vinden. Wij vroegen ons wel af en eigenlijk heeft de heer Burakçin heeft er ook al aan gerefereerd, maar ik heb nog geen antwoord gehoord van de heer Okkerse: waarom is ervoor gekozen om op dit document een amendement in te voeren? We hebben kort geleden, wat de wethouder ook al noemde, het raadsvoorstel Samen Tegen Armoede vastgesteld, daar werd ook al getwijfeld volgens mij door de SP over een vergelijkbare motie of amendement. Toen is er een toezegging gedaan, want ik citeer: de wethouder zegt toe om in de eerste helft van 2023 bij uitvoering van een minima-effectrapportage ook goed in beeld te laten brengen hoe het huidige landelijke fiscale stelsel armoedeval veroorzaakt en op welke wijze dit kan worden gedempt door middel van aanscherping van lokale regelingen, bijvoorbeeld door persoonlijk minimabudget geleidelijk af te bouwen. Op basis van deze rapportage kan het programma worden bijgestuurd en de verordening persoonlijk minimabudget tussentijds worden geactualiseerd. Dus ik vraag me dan af: waarom heeft u ervoor gekozen om nu op dit technische onderdeel een amendement in te dienen en niet te wachten op de toezegging die ook aan u gedaan is? De voorzitter: Dat is een goede vraag. Mijnheer Okkerse? De heer Okkerse: Ja, dat is een goede vraag.

Ik moet eerlijk gezegd daar een antwoord nog even op schuldig blijven omdat ik dat op dit moment geen antwoord op weet. Maar … Nee sorry, ik kan er geen ander antwoord op geven. Sorry. De voorzitter: Oké. Zijn er nog fracties die nog een vraag … Ja? Mijnheer Burakçin.

16

De heer Burakçin: Ja voorzitter, even tot slot vanuit onze kant. Goed, de heer Ballegooijen die zei het ook al en dat vinden wij ook, dat vinden wij gewoon een heel belangrijk cruciaal punt, dat staat ook heel duidelijk in ons verkiezingsprogramma, dat we hier echt naar een oplossing moeten gaan zoeken. We wachten in ieder geval de MER af en kijken zeg maar wat daar uitkomt en wat in ieder geval de oplossingsrichting gaat zijn, of horen vanuit het college. Maar we weten in ieder geval wel, ja goed, wij verwachten in ieder geval vanuit het college dat ze hiermee tijdens de kadernota op terugkomen, om dit probleem op te lossen. En zo niet, zullen wij daar in ieder geval dan overwegen wij in ieder geval een motie om hierover zeg maar om in te dienen om dit probleem op te lossen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, ik snap niet helemaal de motie. Op welk punt? De heer Burakçin: Nee voorzitter, even voor de duidelijkheid, als het college zeg maar niet met een oplossing komt om dit op te lossen naar aanleiding van die MER dan zullen wij tijdens de kadernota in ieder geval met moties komen, dat is eigenlijk wat ik zeg. De voorzitter: Ja, dat was voor mij ook even niet duidelijk, of het nu of dan … Maar dat is nu duidelijk. Nou, ik kijk nog een keer rond. In principe … Mevrouw … De heer …: Voorzitter, ik … Oh sorry, excuus, nee sorry. De voorzitter: Mevrouw Vol-van der Horst.

Mevrouw Vol-van der Holst: Ja, dank voor alle uitleg in ieder geval, voor mij is het nu een helder verhaal. Dus al mijn vragen zijn beantwoord, dat is heel fijn. Ik heb nog een vraag over de tekst zelf, mag dat ook of moet ik nog op het amendement eerst? Amendement heb ik niks meer over … De voorzitter: Ja, in principe over het amendement, alleen als het daarmee te maken hebt dan mag u … Mevrouw Vol-van der Holst: Nee, nee dan niet. Dan zo meteen misschien nog? Mag ik straks dan een vraag stellen nog aan de wethouder? De voorzitter: Nee, laten we het echt over het amendement hebben, want, nou, uit de reactie van SP heb ik ook begrepen dat dat volgens mij duidelijk is, zeker naar aanleiding van de uitspraak ook van de wethouder. Dus als daar geen vragen of opmerkingen zijn dan wil ik hem eigenlijk, wil ik eigenlijk richting een afronding. De heer Katif: Voorzitter, ik wilde even … De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Een duidelijkheid, want ik hoorde GroenLinks over een motie die ingediend gaat worden en ik hoor namelijk de wethouder een toezegging doen. Is die toezegging niet voldoende of heb ik het verkeerd begrepen? Dus het is voor mij een beeldvorming, schuine streep oordeel.

17

De voorzitter: Mijnheer Burakçin. De heer Burakçin: Nou, even voor de duidelijkheid, de wethouder die heeft inderdaad een toezegging gedaan, in die zin, hè, er komt een MER. Nou, daar komt een uitkomst uit, daar komt iets uit. Nou, we verwachten dus van het college dat in ieder geval het probleem over die armoedeval, dat dat opgelost wordt. Nou, indien dat in ieder geval voor ons, als dat achterwege blijft, als het achterwege blijft, dan gaan we, dan hebben wij, zeg ik bij deze al dat wij dus tijdens de kadernota daarop terug gaan komen. De heer Katif: Maar is het, voorzitter, is dit een soort drukmiddel … De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: De wethouder geeft toe, namelijk die doet een toezegging rond uit, ik bedoel, ja. En dan komt GroenLinks met een, ja, als u niet met, terwijl toezegging is al daar, die ligt er, dan gaan wij motie indienen. Een soort, ja, een soort drukmiddel of zo? Ik bedoel, ik neem het even op voor de heer Heijkoop maar ik vi… Nee, nou ja, goed. Wilde ik even gezegd hebben. De voorzitter: Verder nog? Mijnheer Van Ballegooijen nog? De heer Van Ballegooijen: Ja, de laatste opmerking ook eigenlijk richting de collega’s van de SP, voorzitter, ik, wij gaan in ieder geval zullen wachten op, nou ja, de uitkomst van de toezegging van de MER en de, nou ja, rapportage die daarbij komt.

En ik hoop dat de SP zeker als ze eigenlijk geen reden kunnen vinden om dit amendement in te dienen ook ervoor kiezen om dit in te trekken en ook te wachten tot er meer informatie is. De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank voorzitter. Nou voorzitter, wat de wethouder zojuist ook aangaf, is er kortgeleden een mooi programma opgesteld met betrekking tot armoede. Er heeft ook een flinke verruiming plaatsgevonden. De wethouder heeft ook een of ander toegezegd en ik hoorde ook een aantal woorden over witgoed. Wij wachten natuurlijk ook nog op een mooie witgoedregeling programma. En ja, wij houden ons bij de toezegging en dat is voor ons ook eigenlijk voldoende. De voorzitter: Duidelijk. Verder nog op- en aanmerkingen? Niet? De wethouder nog even? Ja? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dank u wel voor de reactie ook vanuit de raad. Ik denk dat hier in de agendasetting, dat dat even gewoon niet helemaal goed gelopen is want de SP is wel helder geweest in dat zij minimabeleid onderdelen wilden verruimen, maar volgens mij is er denk ik ergens in de agendering … Dus ik wil dat in die zin even voor de SP ook opnemen, want ik weet ook dat zij de minima-effectrapportage als belangrijk ijkpunt zagen.

Richting de heer Burakçin zeg ik wel ook in het kader van verwachtingsmanagement: er komt een minima-effectrapportage, daar gaan we heel goed kijken naar: waar kunnen we nog het beleid op onderdelen aanpassen? We gaan niet de armoedeval kunnen oplossen. Als u met een motie de armoedeval op kunt lossen, dan zit u volgende week in het Torentje bij de premier, want die wil dat dan heel

18

graag van u horen. Het is namelijk echt een heel hardnekkig ingewikkeld probleem waar de departementen van financiën, sociale zaken, VWS, SZW, al die departementen zouden met elkaar hand in hand tot voorstellen moeten komen om ons hele inkomensstelsel te herzien, want die armoedeval is helaas zo diep diep ingebakken. Wat wij wel kunnen doen met elkaar is hier in Dordrecht te kijken: hoe kunnen wij de gevolgen van Rijksbeleid dempen en hoe kunnen wij in ieder geval voor onze inwoners het goede doen binnen onze mogelijkheden. Dus laten we daar vooral met elkaar het gesprek over voeren aan de hand van die effectrapportage. De voorzitter: Dank je wel wethouder. Ik kijk nog voor de laatste keer naar mijnheer Okkerse. Heeft u nog opmerkingen of aanvulling? De heer Okkerse: Nou, dank u wel voorzitter, wij houden deze even aan en we zijn benieuwd naar de rapportage en dan kunnen we verder kijken. De voorzitter: Keurig, dan komen we tot het slot. Met uw woorden kan ik natuurlijk de conclusie trekken dat u hem aanhoudt en, nou dan, dat was het. Fijne avond, dank jullie wel. Sorry, nog even jongens, even even. Het is wel aangehouden natuurlijk door SP, alleen de verordening gaat natuurlijk wel door naar de raadsvergadering van 20 december. Ja? Oké, als hamerstuk. Als hamerstuk. Goed? 4.

Beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve Nieuwe regeling openbaar vervoer voor financieel kwetsbare inwoners - Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Boom-Vos Raadsgriffier: mevr. Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Okkerse (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Venderbos (Partij voor de Dieren) Dhr. Van der Schouw (inspreker) Portefeuillehouders: R. van der Linden

De voorzitter: Welkom vanavond aan de raadsleden, commissieleden. Ik zie nog geen wethouder maar die k… Oh, kijk, daar is de wethouder. Wethouder Van der Linden en mijnheer Karelse als inspreker. Ik ga voor de volledigheid … Oh sorry, dan is dat,

19

helemaal goed dat u mij corrigeert. Ja. Ik ga even een rondje maken voor degene, iedereen zich even wil voorstellen. Dan begin ik gelijk rechts van mij. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. En deze keer nog later te laat dan een uur geleden. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer De Heer: Robert de Heer van de ChristenUnie SGP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: Dank u wel. Wij zijn bijeen om het raadsvoorstel krediet ten behoeve nieuwe regeling openbaar vervoer voor financieel kwetsbare inwoners te bespreken. De aanleiding is dat de agendacommissie dit op verzoek van het college heeft geagendeerd, direct oordeelsvormend. De technische vragen is verzoek geweest om die schriftelijk in te dienen, daar is door een partij gebruik van gemaakt.

Om die reden gaan we dadelijk eigenlijk gelijk debat voeren. Geen technische vragen maar wel een keer hebben we goed tijd voor het politieke debat. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Stolk: Dank. Mooi dat we het politieke debat gaan doen. Alleen wel teleurstellend, dat wil ik even meegeven, ik weet niet aan wie, maar degene die de schoen past die trekt hem aan, dat dit gelijk oordeelsvormend naar de commissie is gegaan. We wisten al eigenlijk vanuit het college dat dit eraan zat te komen, alleen dat de procedure via het BOB-model hier in deze niet gevoerd is want het heeft nogal wat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/553/documents/21696