CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Grote Projecten 20 mei 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 26 mei 2021, de Commissie Grote Projecten van 20 mei 2021 en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 12 mei, 18 mei en 2 juni 202120.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

De heer Burggraaf: Dat is een goede samenvatting voorzitter. De heer Polat: Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Merx. De heer Merx: Voorzitter, dank u wel. Ja ik ben even op zoek in de antwoorden van de wethouder. Ik weet ook niet of hij dit allemaal gaat beantwoorden of de heer Sleeking. Maar ik had hele concrete vragen na die brief van de burgemeester, waarin hij aandacht vraagt van een drietal punten. En dan moet ik misschien proberen te vissen uit de woorden die er gewisseld worden of daar een antwoord tussen zit op mijn vraag, maar ik moet zeggen, dat lukt me niet helemaal meer. De lokale vertaling, is dat naar de regionale, van de regionale ambities. Hoe staat het daarmee? En nou, die ambtelijke capaciteit, ik meen dat u daar iets over gezegd hebt, maar ik weet alleen niet of het nou of het nou op de Drechtsteden sloeg, of op Dordrecht. En namens wie sprak u op dat moment? De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. Kijk, de lokale vertaling van de regionale ambities, daarvan wordt gevraagd door de burgemeester, om te kunnen realiseren vraagt natuurlijk aandacht om de uitvoering ook lokale bestuurskracht te tonen. En de capaciteit en de middelen te organiseren.

Nou, als u kijkt naar het economisch domein, waarin we Dordt Onderneemt ook laatst weer verder versterkt hebben, waarbij we nu dat raadsvoorstel hebben liggen voor die innovatie waarbij we de doorvertaling gemaakt hebben van die 30.000 banen naar 4.000 banen hier in ons lokale opgave met de plekken waar dat is. Waarbij we dat ook de andere gemeentes hebben uitgedaagd om hetzelfde te doen. Ik denk in de woningbouwopgave als je die bekijkt, nou daar hebben we natuurlijk ook met elkaar hele duidelijke opgaves neergelegd die we ook monitoren met elkaar, die 4.000 woningen. Ook via de begroting. Dus daar hebben we ook die slag gemaakt. De energietransitie via de RES. En als we kijken bij die aanpak van DistriPark. Dus, nou ja, als je dat allemaal bij elkaar optelt dan is mijn conclusie dat wij in Dordrecht goed werken aan die lokale doorvertaling van de regionale ambities. En dat we daar, nou ja, scherp op monitoren. We kunnen met elkaar de discussie hebben soms van gaan we er snel genoeg in. Maar dat we die goed hebben door vertaald en daar eigenlijk buiten dit om regelmatig met elkaar ook de goede discussie over hebben en de vinger aan de pols houden, vind ik dat we dat in Dordrecht goed doen. En zou ik niet weten waar daar nog gaten in zitten. Voor de kwantitatieve. De heer Merx: Voorzitter. Maar dat was mijn vraag ook niet.

Want ik ben er ook wel van overtuigd dat in Dordrecht alles op alles gezet wordt om dit te doen. Maar mijn zorg zit meer bij andere gemeenten. En heeft u daar een beeld bij? Want u zit met elkaar regelmatig aan tafel. Pakken zij de handschoen op? Organiseren zij het? Gaan we er ook echt met zijn allen voor? De heer Burggraaf: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik ben daar over de breedte wel tevreden. In de zin dat ik zie dat we daar ook echt goed in de bestuurlijke werkgroepen met elkaar het goede gesprek over voeren. Ik kan ook diverse projecten noemen waarin die door vertaling bij de verschillende gemeentes is. Ik vind wel dat we daar nog verder in kunnen groeien. En dat was ook wel de opmerking uit dat verslag van de burgemeester, van de voorzitter. Van ja jongens, ga daar nou het kritische gesprek mee voeren en leg nog wat

21

scherper de vinger op welke plekken je daar nog achterloopt. En ik vind dat we daar nog wel scherper met elkaar het gesprek in de regio bestuurlijk kunnen voeren. En scherper de vinger aan de pols kunnen krijgen en zouden moeten terug kunnen koppelen van hé waar maken we ons zorgen, of misschien binnen welke gemeentes op welke opgaves we nog een been bij moeten zetten. En dat zie ik gewoon echt nog wel als een, ja ontwikkelproces waarbij we in deze, in welke vorm ook nog echt wel aan het begin staan. Nogmaals, die uitvoeringskaart die ik daar een eerste belangrijke stap in vind, omdat je daarmee die confrontatie maakt van je ambities naar je ruimtebeslag maar ook zo meteen in de voortgang. Dus die volgende keer dat we met elkaar spreken kan ik hier u veel scherper een reflectie op geven richting. De voorzitter: Oké. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, de heer Merx heeft een aantal vragen van mij ook al gesteld, met name over die personele capaciteit ten aanzien van projectontwikkelaars en dergelijke. Nou, het is mij nu duidelijk dat dat in Dordrecht dus wel meevalt, maar dat we ons meer ongerust moeten maken over onze, de steden die om ons heen liggen. Om zo op een bepaalde manier samen tot goede resultaten te komen. Ik vroeg me ook nog af, projectontwikkelaars is één ding, maar projectleiders. O in de tekst stond projectontwikkelaars. Maar goed, projectleiders.

Maar behalve projectleiders heb je ook nog steeds mensen die het moeten uitvoeren. En met de veranderende economie, andere soort personeel wat nodig is. We zijn natuurlijk ook sterk in het onderwijs koppelen aan werk, aan bedrijven. Is daar ook voldoende aandacht voor? Juist met betrekking tot de bouw en alles wat daar omheen hangt. De heer Burggraaf: Dank u wel voorzitter. Ik, om even scherp te maken. Mijn eerste antwoord was vooral gericht op de lokale vertaling van de regionale ambities. Als je het vraagt over het tweede punt, de kwantitatieve en kwalitatieve ambtelijke capaciteit en inzet. Ik denk dat de heer Sleeking vanuit P en O en vanuit de bouwopgave daar nog wat scherper reflectie op kan geven. Ik denk dat ik daar wel van kan vaststellen, in heel Nederland is dat gewoon wel een uitdaging op gemeentelijk vlak. Dat de toegenomen, ja bouw en de ambtelijke inzet die je nodig hebt, ja dat is echt wel een schaars gegeven is in Nederland om daar voldoende mensen op te hebben. Dus dat is wel gewoon gemeente breed een aandachtspunt. Kan ik in ieder geval vaststellen dat voor de economische opgave, nogmaals waar ik dan de directe bestuurlijke verantwoordelijke voor ben, dat dat team ja goed op orde is, goede slagkracht heeft en ik me daar echt geen zorgen maak over de kwantitatieve en kwalitatieve ambtelijke capaciteiten.

En als het gaat om meer breder in de markt, ja dan is het ook een feit dat in de bouw ja er ook een schaarste is in middelen en in mensen. Dus in zowel aan bouwmateriaal als in gekwalificeerde mensen. En dat is wel iets waarin we ook in onze YoungCapital aanpak, dus in de menselijke kapitaal aanpak met opleidingen en de Dordrecht Academy die daar ook een rol in speelt, daar echt oog voor hebben om te zorgen dat we opleidingen, dat is collega Heijkoop, vooral ook opleidingen, ja vormgeven, samen met de bedrijven in de regio om op dat vlak beter, nou ja, beter de gekwalificeerde mensen beschikbaar te hebben. Ik denk als laatste een hele mooie uitdaging daar ligt is echt bij de energietransitie. Als je nu ook ziet wat voor subsidiestroom er is gekomen voor de corporaties in onze regio, om daar een enorme verduurzamingsslag van het bestaande vastgoed te maken. Daar heb ik ook onlangs met collega Van Dongen gezeten, die op

22

de, in de regio op het energietransitie vlak zit. Dan hebben we tegen elkaar gezegd, ja we hebben die roadmap aanpak, die zouden we eigenlijk ook in zo’n soort structuur op de energietransitie moeten zetten, want dat is veel geld wat je kan gaan uitgeven. Hoe mooi zou het zijn om dat ook regionaal binnen je bedrijfsleven te kunnen, ja benutten. Dus dat onze regionale bedrijfsleven ook die werkzaamheden gaat uitvoeren. En dat je daar ook vervolgens de mensen voor kan opleiden hier, zodat het ook meteen banen oplevert. Nou, dat is dan zo’n integrale aanpak waarvan we deze onlangs hebben beetgepakt en gezegd, ja daar moeten we eigenlijk stappen in gaat zetten om dat nog beter te organiseren. Mevrouw Kruger: Nou voorzitter, dank u wel voor deze antwoorden, want dat stelt mij toch ook weer enigszins gerust. De voorzitter: Ik heb niks gezegd. Mevrouw Kruger: Nee voorzitter, dat klopt. De voorzitter: Mijnheer Sleeking, u bent er nog denk ik hè? De heer Sleeking: Ik ben niet weggeweest voorzitter. De voorzitter: Nee, ook helemaal gezellig u bent in Hillegom en List zeg maar. Kom naar de Keukenhof. De heer Sleeking: Dat was een hele eer om daar voor het eerst in mijn leven ongeveer in mijn ééntje rond te mogen lopen vorige week. De voorzitter: Oké, nou wat leuk. We horen het graag een andere keer. De heer Sleeking: Ik informeer u er graag over.

Het was een mooie middag, allemaal in het kader van meer muziek in de klas met onze koningin. Ja voorzitter, ik heb, twee dingen vallen mij vanavond op. Eén, de opmerkingen/vragen over de positie en de rol van de provincie in dit geheel. En twee, de zorgen over capaciteit en snelheid, die natuurlijk ook in verschillende andere momenten al aan de orde is geweest. En we moeten ook proberen denk ik niet telkens in herhaling te vallen met dezelfde vragen en antwoorden. De rol van de provincie die is eigenlijk wel wat wonderlijk vind ik zelf. En die geeft ook wel wat tegenstrijdige signalen af. Eén, heeft de provincie de Groeiagenda vanuit de regio medeondertekend. We hebben toen nog een hele mooie feestelijke bijeenkomst gehad met handtekeningen op een hele grote kaart. De provincie ondersteunt en is medeverantwoordelijk voor binnen de Verstedelijkingsalliantie. De provincie ondersteunt ons bij aanvragen als het gaat om de woningbouwimpuls, vanuit diezelfde Verstedelijkingsalliantie. Dat helpt allemaal. Tegelijkertijd onderkennen ze nog niet echt de groeiambitie van die 25.000 woningen. Wat de provincie in feite zegt is bouwen jullie nou maar. Laat maar zien dat jullie niet alleen zeggen dat je wil bouwen, maar dat er ook gebouwd wordt. En mijn verwachting is dat de provincie ook mee zal groeien met de capaciteitsplafonds.

En wij zitten eigenlijk met onze capaciteitsplafonds, als het gaat om de bouwvoorraad, planvoorraad, daar zitten wij eigenlijk al een beetje tegen de grens aan of daar zelfs al overheen als je die uitwerking Spoorzone meeneemt, boven de totale toegestane plancapaciteit die de provincie aangeeft. Nou hoeft dat op

23

zich geen ramp te zijn, want wij gaan door met planvorming, ook omdat wij de afspraak hebben lokaal dat wij richting die 10.000 woningen willen en daarvoor is het ook noodzakelijk om te blijven werken aan harde plancapaciteit. Daarover rapporteren we ook per kwartaal aan de raad. Om te laten zien hoever staat het. Dus u kunt daar, volgens mij hebben we vorige week in het college de meest recente vastgesteld. Dus ik ga ervan uit dat die intussen ook bij de raad beschikbaar is. Dus we kunnen ook op een ander moment daar weer eens over met elkaar van gedachten wisselen. We hebben natuurlijk wel geconstateerd dat er in de totale ambitie van die 4.000 woningen voor deze periode dat we daar meer tijd voor nodig hebben om die te realiseren. Maar dat wij wat betreft de vorming van planvoorraad wel echt mooi op schema zitten. Dat iedereen ook constateert dat er op diverse plekken in de stad wordt gebouwd. Dat wij verschillende keren als antwoord op verschillende commissieleden hebben benadrukt dat wij alles planologisch uit de kast hebben getrokken om de hele procedure te versnellen, tot en met de zogenaamde fastlanes aanpak aan toe. En dat wij gemiddeld, landelijk gezien, daarmee ook echt vooroplopen. De vertraging doet zich met name voor bij de uitvoering. U ziet hier en daar zelf wat daar de oorzaken van zijn.

Dat heeft onder andere te maken met de enorm gestegen bouwkosten, waarbij het soms wikken en wegen is hoe je nog een bouwplan tot stand kunt brengen binnen die financiële kaders die ontwikkelaars ook nog wat moeten opleveren. Dat is soms ook wel een strijd. U leest er ook weleens iets over in de kranten denk ik, hoe dat gaat met aanpassingen nadat bouwplannen al zijn vastgesteld met omgevingsvergunningen. Dat men toch nog zoekt naar verdere versoberingen om, en één van de oorzaken en redenen daarvoor is natuurlijk de gestegen bouwkosten. En daar moeten we ook, daar moeten we ook scherp op zijn denk ik. De voorzitter: Mijnheer Sleeking, ik, u weet het hè, het is altijd even gokken wanneer de punt komt. Maar mijnheer Polat wil al een hele tijd iets vragen aan u. De heer Polat: Ja dank voorzitter. Mijn vraag was eigenlijk over de provincie. Mijnheer Sleeking zegt van ja de provincie heeft ons gezegd van ja ga nou bouwen en dan zien we wel wanneer het, wanneer jullie het plafond bereiken en dan gaan we dat daarna evalueren. Maar ik heb een vraag over de lobby, want wij hebben natuurlijk, wij willen ook graag subsidies vanuit het Rijk binnenhalen.

Als de provincie niet achter ons staat met onze ambities van 25.000 woningen, hoe gaan we dan de provincie meekrijgen om die lobby, om die, voor deze lobbyproces, dus dat woningproces, om die subsidie gewoon naar binnen te halen? De heer Sleeking: Ja volgens mij, voorzitter, hoeven we daar ons voorlopig geen zorgen over te maken, want de provincie heeft onze aanvraag binnen het kader van de woningbouwimpuls, zowel vanuit Dordrecht als Zwijndrecht, van harte ondersteunt. En dat heeft ook geresulteerd in mooie bijdragen vanuit de woningbouwimpuls. En dat zullen ze ook de volgende keer weer doen. Ook die toezegging is er al. Dus wij treden daar gezamenlijk op. Zowel vanuit de Verstedelijkingsalliantie als samen met de provincie. En we krijgen daarbij ook nog de extra steun vanuit Rotterdam als het gaat om met name de indeling in de woningbouwregio’s. Wij zitten wat dat betreft eigenlijk in een verkeerde regio ingedeeld. We zouden het liefst aanhaken, en dat benadrukken we ook steeds, dat wij ook als regio Drechtsteden en Dordrecht ook geschikte locaties kunnen ontwikkelen voor overloop bijvoorbeeld vanuit Rotterdam.

24

De heer Polat: Oké. De heer Sleeking: Als het dus niet alleen maar gaat om autonome groei, waar de provincie eigenlijk nog te veel vanuit gaat, maar dat we ook erkenning zoeken en willen voor onze woningbouwambitie als het gaat om groei. En het is een feit dat een groot deel van de Dordtse raad die ambitie ook deelt. Wat wel zorgelijk is, en dat heb ik van de week ook al een keer benadrukt, is dat ook in onze begroting rekening wordt gehouden al met die groei. Woningen en inwoners. Dan niet voor de 1000%, maar ten dele is dat meegenomen met de meerjarenbegroting. Dat het ook zo is dat de groei van het aantal inwoners vanuit het gemeentefonds zwaarder meeweegt dan de groei van het aantal woningen. Het aantal woningen is fors gegroeid, maar voor wat betreft de groei van het aantal inwoners blijft dat steken. Daarin is Dordt niet uitzonderlijk. Vorig jaar waren we natuurlijk blij toen we de 119.000ste inwoner mochten ontvangen. Maar de coronacrisis heeft wat dat betreft wel letterlijk roet in het eten gegooid. Door het vertrek van een behoorlijk aantal migranten, werkzoekenden, expats, doordat er ook is gestagneerd zitten we nu nog wel boven de 119.000, maar de verwachting was eigenlijk dat we dit jaar de 120.000ste inwoners zouden kunnen gaan begroeten. Het kan best zo zijn dat na deze crisis er weer een versnelling gaat optreden, dat laat zich lastig voorspellen.

Maar ik heb al wel gezegd dat wij actiever de markt op moeten. Dus met marketingprogramma’s laten zien hoe aantrekkelijk het is om in dit gebied te wonen. Dat je hiervoor relatief wat minder geld meer meters kunt kopen. En dat we dus daarmee ook mensen van buiten naar Dordrecht willen verleiden. Want met alleen maar de autonome groei gaan we het niet redden. We constateren dat de groei van het aantal woningen leidt, collega Burggraaf heeft dat ook al gezegd, tot meer verdunning. Die woningen zijn vooral weer bezet door Dordtenaren of in mindere mate vanuit de regio. En in nog mindere mate van buiten de regio. Dus we moeten daar echt nog wel een schep bovenop gaan groeien, gaan gooien, als we die groeiambitie ook wat dat betreft echt waar willen gaan maken. De heer Polat: Helemaal goed. Ik ben het helemaal met u eens. Ik heb een vraag gesteld over van als wij ook, voorzitter sorry dat ik. De voorzitter: Ja, ja, ja, u doet gewoon net alsof, u negeert mij gewoon volledig. De heer Polat: Nee, dat is helemaal niet de bedoeling. Dat kan ook niet. De voorzitter: Nee oké. De heer Polat: Voorzitter. De voorzitter: Ja, even kort nog, want ik wil graag door. De heer Polat: Ik ben het helemaal met u eens mijnheer Sleeking, dat wij moeten gaan groeien, dat we gewoonweg meer aanzicht voor de stad krijgt.

Maar mijn vraag was van, wat als wij die 10.000 woningen bereiken, nu met die Spoorzone gaan we dat doen, is ziet de provincie nog achter ons om gelden vanuit het Rijk naar Dordrecht te halen? Dat is mijn vraag.

25

De heer Sleeking: Ja. Mijn antwoord daarop is ja. Ik heb begrepen dat de provincie zelf ook bereid is om bij te gaan dragen aan de ontwikkeling rond de Spoorzone. De hele ontwikkeling rond de oude lijn waar die verstedelijking vooral geconstateerd is, die wordt ook volop gesteund, zowel door provincie als door Rijk. En er is bij mij geen enkele twijfel dat dit lobby daarvoor ook succesvol, ook in de toekomst zal blijven. En voorlopig wijd ik me aan programma’s tot 2030. Om nog verder te kijken, dat is wel erg ambitieus. Dat is denk ik ook aan volgende gemeentebesturen om daar eens de thermometer in te stoppen, kijken hoe het financieel loopt, hoe loopt het met de groei van de gemeente, waar loop je tegenaan, wat betekent dat en zien we nog mogelijkheden om tot verdere vernieuwing of verdichting te komen binnen de mogelijkheden die wij hebben. De voorzitter: Oké. Dank u wel mijnheer Polat. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ja voorzitter, dank. Dank ook aan de heer Sleeking, met name ook over het betoog over de bouw in relatie tot al dan niet de groei van het woningaantal. Of het inwoneraantal moet ik zeggen. Dat leidt bij mij nog wel tot de vraag of we in de focus voor wie we dan aan het bouwen zijn niet de focus uiteindelijk dan iets meer zouden moeten verschuiven, ook naar meerpersoonshuishoudens.

Want als je natuurlijk bouwt, appartementen bouwt gericht op, nou mensen die vooral alleen zijn, en die categorieën zijn natuurlijk uiteindelijk wel te bepalen, dan hoef je er ook niet gek van op te kijken dat het inwoneraantal niet zo sterk stijgt. Terwijl je bijvoorbeeld als je je richt op gezinnen en buurten en wijken daarvoor aantrekkelijk maakt, het inwoneraantal wel eens wat sneller zou kunnen gaan stijgen. De heer Sleeking: Ja voorzitter, we hebben natuurlijk wel een afgewogen programma denk ik waarin aan één kant ook veel gebouwd wordt voor gezinnen met gezinswoningen. Kijk maar naar Amstelwijck, naar Wilgenwende. En daar doen we straks ook, dat gebeurt ook al in Wielwijk en Krispijn. Veel eengezinswoningen. Als je in grotere mate zou gaan kiezen voor grondgebonden woningen, dan betekent dat dat de ambitie als het gaat om aantallen zich daar slecht mee verhoudt. Als ik kijk naar de plannen zoals die door Mecanoo zijn gepresenteerd, bijvoorbeeld voor het Maasterras, maar ook wat we hier op de Spuiboulevard van plan zijn. Dan is dan toch een voor een heel groot deel gestapelde bouw. Omdat ook de vraag in die sector groot is. Eigenlijk alles wordt wat in Dordt op dit moment wordt gebouwd, dat wordt ook afgenomen. Of het nu gaat om appartementen of om eengezinswoningen, alles wordt afgenomen. Dat zien we ook in de Stadswerven.

En de, ja je moet natuurlijk afwachten hoe zich dat verder gaat ontwikkelen. Als er straks in grotere aantallen appartementencomplexen worden gerealiseerd, als we aan de slag gaan met Spuiboulevard, maar tegelijkertijd op het Maasterras het Gezondheidspark, blijft de markt dat afnemen? Zijn we ook in staat om die woningen af te zetten? Ja en daarvoor denk ik is toch ook echt de monitor hierbij per kwartaal met elkaar bespreken het meest geëigende instrument. En verder denk ik ook vooral de monitor om te kijken hoe het loopt met de bevolkingsgroei. En dan ben ik het wel met de fractie van ChristenUnie-SGP eens, ook die vraag heb ik al zelf een keer gesteld, waar bestaat onze groei uit? Is dat de beoogde groei als we onze stad sterker en weerbaarder willen maken? Of laat die groei zich straks vooral aan de onderkant van de markt zien? En verhoudt zich dat dan nog steeds met de ambitie die we met elkaar hebben? Voorzitter, er zijn ook opmerkingen gemaakt en zorgen gemaakt over de inzet van personeel. Wij hebben aan het begin van deze collegeperiode, bij de vaststelling van

26

het coalitieakkoord, vastgesteld dat gezien de ambitie er een behoorlijke uitbreiding zou moeten plaatsvinden van het personeel, van de mensen die ermee belast worden. Daar hebben we ook voor deze periode op dat moment 10 miljoen voor uitgetrokken. Die mensen zijn vrij snel na de totstandkoming van de coalitie, van het coalitieprogramma, ook geworven. En wat dat betreft denk ik dat er sprake is van een goede bemensing als het gaat om de relevante projecten die zich hiermee bezighouden. Wat je wel ziet is dat er enorme druk op de markt staat, ook op dat gebied. Mijn zorgen richten zich dan vooral bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Waar je ziet dat er nogal wat verloop is, omdat er aan mensen getrokken wordt. In de markt is het soms wat makkelijker geld verdienen dan bij een overheidsinstelling. Dat leidt soms ook wel tot fouten constateer ik. Daar wil ik ook wel eerlijk over zijn, dat er soms zelfs vergunningen worden verleend of verzonden voordat daar al feitelijk over is beslist. Gaat gelukkig niet om grote aantallen, maar eigenlijk willen we dat niet. Dat moet allemaal zorgvuldig getoetst en beoordeeld worden. Ja soms heeft dat te maken met ziekte, met mensen die uitvallen. De signalen uit onze eigen organisatie is onlangs ook gedeeld volgens mij met de fractievoorzitters, dat er toch wel een behoorlijke werkdruk wordt ervaren.

Ook denk ik mede als uitvloeisel door de coronacrisis, die extra druk op mensen legt. Ook privé. Ook als signaal naar de raad. En er zullen ook denk ik voorstellen gedeeld worden met de raad, hoe wij er met elkaar voor kunnen zorgen dat we onze organisatie niet gaan overbelasten, want dan raak je echt van de regen in de drup. De voorzitter: Mijnheer Sleeking, mijnheer Merx is nieuwsgierig naar een antwoord. En die gaat de vraag nog een keer stellen denk ik. De heer Sleeking: Dat zou fijn zijn. De heer Merx: Nou ja, dat was het antwoord op de vraag die de heer Sleeking zelf gesteld had. Want dat bleek even een cliffhanger. Hij stelde de vraag, want dan moeten we even een paar minuten terug, ik heb zelf ook de vraag gesteld, trekken wij wel de juiste mensen aan? Waar bestaat die groei uit? En wij, u gaf het antwoord alleen niet op die vraag. Dus ik was wel benieuwd naar het antwoord. De heer Sleeking: Ja, dat antwoord dat heb ik eigenlijk, dat heb ik eigenlijk niet. Want dat zou je dus nader moeten gaan laten kwantificeren. Waar komen die mensen vandaan? Wat hebben die mensen bijvoorbeeld voor opleiding? Zien wij geleidelijk aan bijvoorbeeld het gemiddelde opleidingsniveau in onze stad stijgen? Zien we in onze stad het gemiddelde inkomen stijgen? Dat kunnen we van jaar tot jaar natuurlijk wel monitoren.

Wij hebben ook onderzoeken laten verrichten naar verhuisbewegingen per project. Dus dat geeft allemaal bij elkaar extra inzicht. Maar het totaalbeeld, dat zou ik u op dit moment ook echt niet kunnen geven. Kijk, mensen die hun huis op Stadswerven komen, u bent er daar geloof ik één van, mag ik dan wel verklappen. Ja dat zal een groep mensen zijn die toch voor een groot deel in de wat hogere-inkomensgroep zit. En dat betekent dat er na een aantal verhuisbewegingen aan de onderkant van de markt toch eigenlijk ook weer een woning beschikbaar komt van mensen met wat lagere inkomens. En de vraag is natuurlijk, wat is nou uiteindelijk straks de balans? En ik wil daar zelf ook scherp op blijven, dat wij ook wat dat betreft die ambitie gaan realiseren. We willen de stad sterker maken, niet alleen maar met nieuwe locaties zoals Stadswerven, maar ook door vernieuwingsprogramma’s in Krispijn en Wielwijk. Volgens mij loopt dat succesvol. En zou het ook uiteindelijk moeten leiden tot een gezondere financiële balans in onze

27

stad, met wat minder aanbod redelijk goedkope woningen, maar een wat gezondere mix. En dan het liefst verspreid over alle wijken. Als dat voldoende antwoord is op de vraag van de heer Merx. De voorzitter: Dat hoop ik wel. De heer Merx: Nou in zoverre was het een uitgebreid antwoord, maar u zegt ja, ik weet het eigenlijk niet op dit moment. Dat moeten we uitzoeken. Komt daar een antwoord ooit op die vraag? De voorzitter: 2050 denk ik. De heer Merx: Nou ja, maar mijnheer Sleeking zegt, voorzitter, ik hoor hem zeggen ja dat moeten we uitzoeken. En ik hoor hem een aantal hele goede suggesties zeggen. En inderdaad, ik ben één van diegenen die ervoor gekozen heeft om in Dordrecht te blijven en niet mijn heil ergens anders te zoeken. Ik zou het ook niet willen. Maar ik vind het wel belangrijke vragen die de heer Sleeking stelt. Dat betekent dat we misschien iets aan het beleid moeten doen. De heer Sleeking: Er was natuurlijk zorg, voorzitter, over de uitstroom, met name van de wat hogere inkomens uit onze stad. Ik heb weleens begrepen dat de enige periode dat dat niet aan de orde was tijdens de bouw van De Hoven was. We maakten ons ook zorgen over de uitstroom van jongeren die hier onvoldoende huisvesting of onderwijs konden bemachtigen. Ja het totaalpakket dat wij met elkaar hebben afgesproken waar ook uitvoering aan gegeven wordt, ook aan de uitbreiding van hoger beroepsonderwijs.

Dat zal er toch uiteindelijk toe moeten leiden dat Dordt ook voor die groeperingen een aantrekkelijke stad wordt, waar ze niet alleen gaan en blijven studeren, maar waar ze zich ook gaan huisvesten als wij een voldoende aantrekkelijk aanbod hebben aan woningen. En dat geldt voor starters, dat geldt voor studenten, maar dat geldt ook voor gezinnen. En daar zie je natuurlijk ook allerlei ontwikkelingen zich voordoen. De heer Merx: Voorzitter. De heer Sleeking: Ik heb die vraag ook al eerder gesteld, ook richting de mensen die met die monitor bezig zijn. Van ja maak nou maar eens verder inzichtelijk hoe die groei zich voltrekt. Waar bestaat die groei dan precies uit? En dat moet volgens mij ook nog wel wat nader te onderbouwen zijn met de gegevens die geanonimiseerd volgens mij gebruikt moeten kunnen worden. Of je daar nou de belastingdienst voor bij betrekt, ik weet niet precies hoe we aan de informatie moeten komen. Maar het is wel handig denk ik dat we daar meer inzicht in krijgen. De heer Merx: Oké. En u heeft die vraag uitgezet en daar komt een antwoord op. We weten alleen nog niet precies wanneer. De heer Sleeking: Nou ja, kijk, het lijkt mij dat wij die jaarrekening, waar u natuurlijk allerlei informatie krijgt over het verloop van het aantal inwoners, inkomens, beroepsopleidingen, et cetera.

Daar moeten we toch op enig moment uit kunnen afleiden dat we op de goede weg zijn. En dat daar verbeteringen in te zien zijn. En zo niet, ja dan moet je het daar nog eens een keer goed met elkaar over hebben. Van doen

28

we dan wel de goede dingen? Tot nu toe heb ik niet het idee dat we de verkeerde dingen doen. De voorzitter: Goed. Maar er is dus op dit moment niet echt super concreet iets over te zeggen mijnheer Merx, mijnheer Sleeking. Dus ik wil dit punt graag laten voor wat het is. Mijnheer Polat. De heer Polat: Dank voorzitter. Ik heb een vraag over de personele capaciteit, want ik bedoel mijnheer Sleeking die heeft ook gezegd, ja dat op dit moment de capaciteit onder druk zit. Maar wij lezen ook in de verslagen dat de bouwambitie stokt omdat er gewoonweg minder projectleiders zijn en andere ambtenaren. Heeft hij daar een bepaald programma voor ingezet om in ieder geval die mensen binnen afzienbare tijd binnen te halen. De heer Sleeking: Ja voorzitter, waar het noodzakelijk is trekken we extra mensen aan binnen de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. En nogmaals, we hebben daar in het begin van deze collegeperiode een fors bedrag voor beschikbaar gesteld. Er verdwijnen weleens mensen, dat gun ik ze van harte. En in heel veel gevallen ben ik daar toch meestal niet blij mee, omdat het vaak gaat om goede mensen die goed ingevoerd zijn, maar die na zeven, acht jaar, of nog langer op één plek, ook weleens hun vleugels uit willen slaan. Dus ja, dat kan ik ze ook niet verbieden.

Kun je alleen maar trots op zijn denk ik, dat mensen vanuit een werkzaam leven in onze stad of regio het ook nog weleens een stapje hogerop gaan zoeken. Ik maak mij er op dit moment geen zorgen over onderbezetting op onze projecten waarin de ambitie gerealiseerd moet worden als het gaat om de woningbouw. De heer Polat: Oké. De voorzitter: Oké. De heer Polat: Dus in Dordrecht, sorry voorzitter, laatste. De voorzitter: U blijft maar gaan hè mijnheer Polat. Man, man, man. Nou vooruit, een laatste dan. De heer Polat: Dus u, mijnheer Sleeking, u zegt dus. Voorzitter, mijnheer Sleeking zegt dus dat er in Dordrecht geen problemen zijn met de capaciteit. Begrijp ik dat goed? De heer Sleeking: Ja dat begrijpt u goed. De heer Polat: Helemaal goed. Dank u. De heer Sleeking: Ik heb in ieder geval geen signaal uit de organisatie dat dat het geval zou zijn. Voorzitter, samenwerking Dordrecht-Zwijndrecht loopt volgens mij uitstekend. Zwijndrecht is ook aangesloten bij de ontwikkelingen en de visievorming van Mecanoo. Dordrecht vertegenwoordigt Zwijndrecht ook in de Verstedelijkingsalliantie. We lobbyen daar ook volop mee voor Zwijndrecht. Dat heeft ook geleid tot het binnenhalen van de woningbouwimpuls. Los van alle mensen die daar ontzettend veel tijd en energie in hebben gestopt, kunt u zich iets bij voorstellen hoeveel ambtelijke capaciteit dat ook

29

kost om dat allemaal voor elkaar te krijgen. Ik kijk nog even voorzitter wat ik nou nog vergeten ben. De voorzitter: Ik heb nog ergens iets staan, maar ik weet niet of dat aan u is. En ik weet ook niet of dat al aan de orde is geweest. Volgens mij niet. Over vertraging door PFAS en stikstof. De heer Sleeking: O ja. Ja we hebben, maar dat zal bekend zijn, want we hebben daar natuurlijk ook regelmatig wel over gerapporteerd. Met name bij het project PAP-locatie weet ik, hebben we de nodige last gehad van de PFOA-problematiek. Was dacht ik ook bij het Vrieseplein aan de orde. Dat heeft daar tot vertraging geleid, omdat we daar geen grond mochten gaan vervoeren. Er moes ook tijdelijk grond worden opgeslagen. Heel concreet, bij de PAP-locatie. Intussen is die problematiek wel opgelost. Is die locatie verder ook geheel door ontwikkeld. En met de stikstofproblematiek, ja dat vraagt soms wel een heleboel gereken, maar bij Amstelwijck is het gelukt. Nou, dat is toch best wel knap zo vlak langs de A16. Maar dat heeft eerder te maken met de relatieve afstand ook tot de natuurgebieden, tot de Biesbosch. Tot nu toe leidt dat niet tot grote problemen binnen onze projecten. De toetsing kost soms weleens wat meer tijd. Want dat moet ook erg zorgvuldig gedaan worden. Maar ik heb niet begrepen dat dat tot het onmogelijk maken van de projecten zoals wij die voor ogen hebben.

Ik kijk ook nog even op mijn lijstje. Nou, volgens mij voorzitter ben ik een beetje door mijn aantekeningen heen. Maar zo niet, dan hoor ik het graag. De voorzitter: Ja voor zover ik het heb aangetekend ook. Even kijken. En ik zie ook niemand meer in de chat die nog iets wil vragen. Dus dan ga ik de commissie voorstellen om dit punt af te sluiten. En dan wel aan u de vraag te stellen natuurlijk of we het raadsvoorstel onder punt 8, of dat naar de raad kan als hamerstuk. En de raadsinformatiebrief onder 9, ter kennisname naar de raad kan. Graag in de chat even uw reactie. Hameren en ter kennisneming is oké. Hamerstuk. Ter kennisnemen. Neming, name. Nou, ja. Ja. Ik, prima. Nou kijk, daar doen we het voor. Dan gaan we dat op deze manier zo verwerken. Dat betekent dat dit, er wordt geprobeerd om dit morgen nog even aan de agenda toe te voegen van de gemeenteraad van 26 mei. En, nou dan kunnen we er gelijk volgende week een klap op geven. Lijkt me prima. Dank u wel voor dit moment. Wij willen even hier 4 minuten pauzeren. En dan kunnen we allemaal even onze handen wassen zeg maar. En dan zie ik u om 21.45 weer terug. 10.Presentatie toepassing gemeentelijk grondbeleid op Maasterras (in vervolg op vaststellen Ontwikkelvisie Spoorzone) De voorzitter: Zo. Dames en heren, korte pauze omdat ik dacht dan zijn we misschien eerder klaar.

Wij gaan over naar het volgende punt, punt 10, dat is de Presentatie toepassing gemeentelijk grondbeleid op Maasterras. Portefeuillehouder hierbij is de heer Sleeking. Op 23 maart heeft u de Ontwikkelvisie Spoorzone vastgesteld. En het college is daarna aan de slag gegaan met de vervolgstappen. En één van de onderwerpen daarbij is dat, zijn de grondeigendommen op het Maasterras. En het college wil u vanavond graag meenemen in hoe zij het gemeentelijk grondbeleid hier wil gaan toepassen. Nou gaat het college dat niet zelf vertellen. Daar hebben we twee heren voor die dat gaan doen. Dat zijn de heren Albert Nap, teamleider van Grondzaken. En de heer Mark Van Oosterhout, wiens naam ik nooit meer vergeet, opgavemanager Bouwende Stad. En die

30

geven samen een presentatie en dan kunnen zij ook vragen beantwoorden uit de commissie. Ik zit even te zoeken waar de heren Nap en Van Oosterhout zijn. Ja, kijk, tegelijkertijd in beeld. Helemaal goed. Ik zou zeggen, gaat uw gang. De heer Van Oosterhout: Dank u wel voorzitter. De heer Nap: Kan ik de presentatie starten Mark? De heer Van Oosterhout: Heel graag. De heer Nap: Kan ik de presentatie starten Mark? De heer Van Oosterhout: Daar komt ie. De heer Nap: Dat vertelt een stuk prettiger. Ja voorzitter, zoals u al zei is onlangs, volgende sheet staat dat ook al, de visie op de Spoorzone vastgesteld door uw raad. En dat is dan ook gelijk een startschot voor een aantal volgende besluiten die gaat komen. En het leek het college goed om u nu een verdere toelichting te geven over hoe dat zich verhoudt tot het huidige grondbeleid. Dus daar gaan we het één en ander over vertellen. En dat heeft natuurlijk ook te maken met de rol van de gemeente in de gebiedsontwikkeling en de agenda die u daar ziet. Dat mag naar de volgende sheet. De rol van de gemeente in de gebiedsontwikkelingen. Ja u kunt zich voorstellen op zo’n plot als het Maasterras is een complexe gebiedsontwikkeling, zal ik zo nog wat meer over vertellen. Maar daar hebben we de andere partijen ook hard nodig.

Niet alleen de verschillende grondeigenaren, natuurlijk ook ontwikkelaars, medeoverheden omdat het dure, een dure en complexe gebiedsontwikkeling is. En natuurlijk, de gemeente bouwt zelf geen woningen en andere voorzieningen die daar moeten komen. Dus we hebben onze partners hard nodig. En u kunt zich voorstellen dat op het moment dat wij alleen het juridische instrumentarium hebben waarvan nu nog het bestemmingsplan en straks het omgevingsplan, dat je als gemeente anders aan tafel zit dan op het moment dat je ook gewoon een aantal plots, een aantal deelgebieden in je bezit hebt. Nou, de doelen die in de visie van Mecanoo staan die zijn divers. Dit gaat om kwaliteit, dit gaat om toevoegen van functies. Maar wat natuurlijk ook ongelooflijk belangrijk is, is dat de geluidsvoorzieningen, de grondsanering en alles wat nog meer nodig is, dat dat ook betaald wordt en dat we dat als gemeente niet alleen gaan betalen. Maar dat we dat samen ook met de andere ontwikkelaars doen. En dan is dus een afspraak over kostenverhaal ongeloof belangrijk. De volgende sheet als dat kan. Ja hier ziet u dus de opgave die we hebben, u allen wel bekend, en het geeft ook juist door de groene invulling. En juist door de infra die er ligt, de geluidsproblematiek die opgelost moet worden, de kwaliteit van de grond, de kademuren die in de grond zitten, de externe veiligheid op het spoor.

Nou, als u het zo opnoemt dan geeft dat denk ik een aardig beeld van al die kosten die verhaald moeten worden, maar ook alle problemen die überhaupt opgelost moeten worden. Volgende sheet. Kan u de volgende, ja. Nou dat is een ongelooflijk belangrijk gebied voor de opgave Bouwende Stad. Zoals u weet, het bouwen van 4.000 woningen in deze collegeperiode en dat moet groeien naar 11.000 in 2030. En ja, wat wel helder is, is dat de markt deze ontwikkeling niet vanzelf oppakt. Het, ja wij zeggen wel vaker, het is niet voor niks dat het gebied er nu zo bij ligt zoals het erbij ligt. Extra complexiteit daarbij is dat we te maken hebben met een sterk versnipperd grondeigendom. Er zijn een aantal wat grotere plots, maar natuurlijk ook de

31

verschillende woningen aan de Weeskinderendijk, maar bijvoorbeeld ook een eigendom in het deelgebied van de Put. Daar zijn echt wel behoorlijk wat eigenaren bij betrokken. De complexiteit van de gebiedsontwikkelingsopgave die heb ik net denk ik al wat benoemd met de kwaliteit van de grond, geluid, externe veiligheid en noem het maar verder op. Dat is ook de reden waarom dat we de provincie, het Rijk, ProRail, NS, ook als medefinanciers, medepartners nodig hebben. Rijkswaterstaat natuurlijk ook voor de brug. Om dit allemaal te kunnen doen, zodat de risico’s ook voor onszelf redelijk blijven. Dan zijn er verschillende samenwerkingsvormen die we met ontwikkelcombinaties kunnen aangaan. We zijn dat op dit moment aan het onderzoeken op welke manier dat dat voor ons op dit moment het meest interessant is. En op dat moment dat dat zover is en uitgekristalliseerd is en het college daar een besluit over gaat nemen, dan zullen we u daar natuurlijk ook over informeren. Maar zoals ik al zei, omdat je als gemeente anders aan tafel zit op het moment dat je ook bezitter bent van een aantal percelen is, denken wij, een actief grondbeleid zeker gewenst. Albert. De heer Nap: Ja in dat kader is mijn taak voor vanavond om u wat te vertellen over het grondbeleid dat u in de nota Grondbeleid heeft vastgesteld op 29 mei 2018.

In een tijd dat we net uit de crisis kwamen, waarin heel duidelijk ook naar voren kwam dat we actief grondbeleid in principe, zeg ik er nadrukkelijk bij, niet inzetten tenzij. En speciaal op verzoek van uw raad is in het grondbeleid dat is vastgesteld deze mogelijkheid opengelaten voor het toepassen van een actief grondbeleid. En wat u toen ook aangaf, wij willen binnen de gemeente Dordrecht altijd de mogelijkheid hebben om actief grondbeleid toe te kunnen passen. Daar waar het destijds tijdens de crisis in veel gemeenten ook heel gebruikelijk was om heel resoluut over te gaan op een definitief passief grondbeleid. We zien ook, dat grondbeleid die is onderdeel van de financiële verordening. Wordt één keer in de vier jaar geactualiseerd. En dat betekent dus dat u nog deze raadsperiode een nieuwe nota krijgt aangeboden. En de vraag die nu voorligt, is het nu zo dat de wens die er ligt naar de opgave voor de realisatie van de woningen, het nodig is om deze nota aan te passen, eerder dan die periode van vier jaar. Daar ga ik zo in het verdere verhaal op in. Maar eerst nog even wat over het grondbeleid in het algemeen. Waarvoor stelt u een nota Grondbeleid vast? Nou de ruimtelijke ontwikkeling en het inzetten van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk instrumentarium uit te lijnen en daarvoor beleid vast te stellen. Publiekrechtelijk instrumentarium, nou dat kunt u zien.

Dat is de natuurvisie, korte omgevingsvisie, bestemmingsplannen, vergunningen, maar ook in relatie tot het in eigendom verkrijgen van grond, grond onteigenen, Wet voorkeursrecht gemeente en de grondexploitatiewet waarmee het kostenverhaal wordt geregeld. Privaatrechtelijk, dat is een minnelijke overeenstemming bereiken met private partijen, waarbij de overheid zich voordoet als ondernemer. Daarmee risicodragend opereert. Daarbij overeenkomsten aangaat met de marktpartijen. En dan doelt dus op het aan- en verkopen van grond en die grond ook bouw- en woonrijp maken. Bij de Omgevingswet is daar specifiek ook een aanvullende Wet Grondeigendom voor opgenomen en daar worden al deze zaken in geregeld. Binnen het grondbeleid worden eigenlijk drie typen ontwikkelingen onderscheiden. De zogenoemde derden ontwikkelingen, waarbij we eigenlijk een volledig passief grondbeleid toepassen. Waar we de ontwikkelingen volledig aan de markt overlaten. Of zogenaamde vereveningslocaties, waar we heel bewust 100% eigendom nastreven. Of in heel veel gevallen al 100% eigenaar zijn. En we de mogelijke baten uit die ontwikkeling inzetten als verevening via de reserve grondbedrijf als afdekking voor tekorten op risico’s binnen

32

andere projecten. En daarnaast nog de categorie strategische ontwikkelprioriteit. En dat is ook de categorie waar de ontwikkeling van de Spoorzone in valt. Daar waar nodig wordt voorgesteld om actief grondbeleid toe te passen. Nou die uitgangspunten staan hier nog even op een rij, zoals ook in de nota geformuleerd. Met als onderaan een afsluiting daar waar sprake is van een gebiedsontwikkeling, het aan- en verkopen van grond voor uitgifte voor herbouw, dat spreekt over een grondexploitatie. En daar waar dat gebeurt het aankopen van grond voor bijvoorbeeld infrastructuur, we spreken over investeringsprojecten. In relatie tot die samenwerking met marktpartijen is het belangrijk om vooraf voordat je overgaat tot het toepassen van actief grondbeleid, een duidelijke ontwikkelstrategie ook formuleert. Waarbij de samenwerking, maar ook de aanbestedingsregels staan erin. En natuurlijk ook de financiën goed in kaart brengt. En als gevolg daarvan keuzes maakt of qua uitgangspunten van grondbezit, kostenverhaal en overige voorwaarden die je zo'n ontwikkeling wilt stellen. Maar ook de risico’s die je daarmee acceptabel vindt. Je kan dat allemaal vastleggen via publiekrechtelijke instrumenten waarin wij dat duiden.

Bijvoorbeeld een exploitatieplan waarin een nota van beleid is vastgelegd dat de voorkeur van de gemeente Dordrecht uitgaat om hier in privaatrechtelijke sfeer uit te komen met partijen. En hier dan nog eventjes als slot opgenoemd welke publiekrechtelijke instrumenten daar dan wel voor kunnen worden ingezet om daarbij te helpen om privaatrechtelijk met partijen tot overeenstemming te komen tot aankopen van grond. En specifiek de reden waarom dat je zou zeggen van waarom zouden we een actief grondbeleid willen toepassen, en dat weerspiegelt dit plaatje. In sommige gevallen en dat heeft Mark van Oosterhout net denk ik duidelijk geprobeerd aan te geven, is het nodig dat de gemeente intermediair is omdat er anders gewoon niks gebeurt. En dat is denk ik een goed bruggetje naar een afsluitend verhaal waar Mark het weer van mij overneemt. De heer Van Oosterhout: Ja dank je wel Albert. Ja wij hebben u proberen te laten zien dat het huidige grondbeleid wat we nu hebben toereikend is voor het realiseren van de opgave ook op het Maasterras. En daardoor is dus die tussentijdse actualisatie niet nodig. Ja de conclusie spreekt eigenlijk voor zich hè, ik kan ze allemaal voorlezen maar u heeft ze waarschijnlijk al gelezen. Mag ik de volgende sheet Albert? Want daarin staan de vervolgstappen.

Ongeveer op het moment dat u de Ontwikkelvisie, sorry, ja de Mecanoo visie heeft vastgesteld, hebben we een ambtelijk akkoord bereikt over de Indofin locatie op het Maasterras. Een plot van ruim 2 hectare die ons zo’n positie kan verwerven. Wij hopen dat in juni nog aan de commissie voor te leggen en uiteindelijk in juli dat u daar een raadsbesluit over zou willen nemen. We overleggen nog met de griffie wat daarvoor de geëigende route is. Of dat via deze commissie is of via een andere commissie, conform wat er in de presidium is besloten. De WVD op de Weeskinderendijk moet ook nog door uw raad worden bekrachtigd. Dat is de Weeskinderendijk Noord, dus dat zijn de mensen die parallel wonen aan het spoor en die dus uitkijken op het P&Rterrein. Het college heeft daar deze week een besluit over genomen, de brieven zijn inmiddels ook bij de bewoners bezorgd. En ook daarvoor, zoals ik al zei, komen we daarvoor naar u toe met raadsbesluiten. Dat zijn niet de enige percelen waar we met de eigenaren praten. Sommige eigenaren willen graag verkopen, sommige eigenaren willen juist heel graag zelf ontwikkelen. Nou, daar moeten dus afspraken over gemaakt worden. Maar twee hele belangrijke partners zijn ook NS en ProRail als eigenaar van het P&Rterrein Weeskinderendijk, als eigenaar van het rangeerterrein wat daar nu ligt. En natuurlijk ook Rijkswaterstaat als eigenaar van de brug.

Op het moment dat daar

33

vervolgens besluiten over genomen worden is dat natuurlijk eerst het college. En indien nodig daarna ook uw raad die we daar de besluiten voor voor willen leggen. Maar in ieder geval de Indofin locatie en de WVD zijn de eerste besluiten die u daarin mag verwachten. En dat leidt tot de laatste sheet waarin wij benieuwd zijn of u nog vragen heeft? De voorzitter: Ik weet zeker dat er vragen zijn. Kijk, mijnheer Polat als eerste. En die gaat dit keer heel kort zijn. De heer Polat: Ik zal proberen heel kort te zijn voorzitter. Mijnheer Nap, een vraag over de eigendom van gronden op die locatie. Wij krijgen natuurlijk de afgelopen periode wel meermalen een brief van de bewoners in die regio. Wat als die mensen gewoonweg niet gaan verkopen, wat gaat u dan doen? Onteigenen? Of wat is daar de mogelijke strategie om met die mensen wel in overeenstemming te komen? De heer Nap: Voorzitter, de vraag wordt aan mij gesteld. Ik vraag me wel af of ik degene ben die de vraag moet beantwoorden. Ik heb zojuist in de presentatie zeg maar laten zien welke middelen de gemeente ter hand zou kunnen nemen om uiteindelijk tot aankoop van percelen over te gaan. Onteigening is een middel wat uiteindelijk ingezet zou kunnen worden. Maar of dat wordt gedaan, daar kan ik niks over zeggen.

Ik denk dat dat gewoon een politieke vraag is, of misschien dat Mark daar vanuit de opgave nog iets over wil zeggen wat daar kan. Maar ik denk dat het vooral een politieke vraag is. De heer Van Oosterhout: Dat denk ik ook, voorzitter. De stap die we nu hebben gezet zo’n Wvg vestigen is gewoon een hele belangrijke eerste stap die denk ik ook duidelijkheid geeft aan de mensen die daar wonen. Waar voor het overige zal in de toekomst moeten blijken of dat er vervolgstappen nodig zijn. En dat is dan inderdaad een politieke afweging denk ik. De heer Polat: Dat is helder voorzitter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik ben toch even nieuwsgierig hoor. Ik bedoel, is dat een waterbuffel ofzo? Of wat, daarachter? De heer Van Oosterhout: Nee, ik dacht al ik, ja dat klopt. Dat is een waterbuffel. De voorzitter: Ja. Een eigen foto of is het een? De heer Van Oosterhout: Nee, dat durf ik niet. Dat durf ik niet. De voorzitter: Oké. Na ja, goed, het staat ineens zo gezellig boven die tulpjes van mijnheer Sleeking. Mijnheer Sleeking, zegt u het is. De heer Sleeking: Ja voorzitter, we willen onze medewerkers graag heel houden dus ik zou het ook ontraden om zo dicht in de buurt van een waterbuffel te gaan staan om een foto te maken. Nee voorzitter, u weet dat wij een jaar of tien of al iets langer bezig zijn geweest met het actief verwerven van de woningen Weeskinderendijk.

We hebben toen op enig moment besloten om met name de woningen aan de oostkant, dus aan de dijk, om die weer in de verkoop te brengen. Dus die zijn dat weer afgestoten omdat wij niet

34

de intentie hebben om die strook woningen, die ook nog een behoorlijke kwaliteit hebben, om die in de toekomst te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Het gaat dus inderdaad met name om wat de heer Oosterhout zei, om het noordelijke deel. Daarvan hebben we toen ook al een aantal woningen verworven, dus in eigen bezit gekregen. Die zijn verhuurd. Die worden nu ook zo af en toe verhuurd voor crisisopvang en dergelijke. Maar er zijn ook nog wel wat mensen, ik weet niet precies uit mijn hoofd hoeveel, maar die hebben toen geen gebruik gemaakt van die regelingen, waarbij de gemeente die woningen heeft opgekocht. Daar hebben sommigen ook spijt van gekregen en die hebben de afgelopen tien jaar ook bijna jaarlijks aan de bel getrokken van wat gaat de gemeente nou doen, want ik wil van mijn huis af en ik kan het zo niet kwijt. Nou, wij gaan die mensen nu ook duidelijkheid verschaffen dat de gemeente ook bereid is om die panden ook op te gaan kopen. En die worden natuurlijk ook pas gesloopt op het moment dat er ook echt zicht is op ontwikkeling. En als dat noodzakelijk is, ja dan denk ik dat wij geen andere mogelijkheid hebben dan om tot onteigening over te gaan. Dat is nog wel weer een langdurige kwestie, dus de voorkeur heeft het denk ik om daar minnelijk met elkaar uit te gaan komen. En dat zullen we moeten afwachten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Ja dank u wel voorzitter. Even een vraag aan de heer Nap. Want u vertelde dat de nota grondbeleid eens in de vier jaar wordt geactualiseerd. En dat de nieuwe nota dan voor het einde van de raadsperiode nog komt. Maar als ik doortel vanaf mei 2018 zou de volgende raad de volgende nota vaststellen. Dus waarom is de keuze gemaakt om dat nog in deze raadsperiode te doen? De heer Nap: Ook hier stel ik voor dat, ik wil eigenlijk wethouder Burggraaf vragen om deze vraag te beantwoorden. De voorzitter: Ja daar komt hij. De heer Burggraaf: Voorzitter, ben ik beeld. De voorzitter: Ik wou al zeggen, ik heb even, ja hoor, ja u zit nog steeds in het schuurtje zie ik. De heer Burggraaf: Ik moest even wat pakken. De voorzitter: Ja. De heer Burggraaf: Nee, ik zit gewoon lekker binnen. Nee voorzitter, daar heb ik inderdaad voor deze presentatie over nagedacht. Van zouden we dit nou deze periode of de volgende periode willen doen. En ons voorstel is om dat nog deze periode te doen, zodat je ook goed voorbereid bent in de volgende periode om, nou ja, dan vervolgens meters te maken op dat vlak. En het kan vervolgens ook altijd aan uw raad zijn hè, als die voorligt, of u u daar comfortabel bij voelt om hem nu al vast te stellen of als u op dat moment vindt van nou ja, het voorstel wat er nu ligt, daar vinden we toch dat de volgende raad een oordeel over moet vellen.

Dan kunt u natuurlijk altijd zeggen van nou we houden hem aan tot de nieuwe raad er zit. Maar om te zorgen dat in deze ontwikkeling ook de vaart blijft zitten, leek het het college wijs om hier gewoon al wel de

35

voorbereidingen voor te treffen, het stuk uw kant op te sturen, zodat je daar niet een volgende periode eerst weer tijd nodig hebt om dat allemaal op te starten. En je, nou ja, minder snel vaart kan maken met je ambities. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja dank u wel voorzitter. Ik kan me alles voorstellen bij dat bewoners, waar het over gaat, Weeskinderendijk, dat die veel behoefte hebben aan zo snel mogelijk duidelijkheid. En nu is mijn vraag, misschien een beetje een open deur, maar ik wil hem toch even stellen. Wat kunnen we als raad doen om te zorgen dat die, dat we daarin de bewoners tegemoet kunnen komen dat er snel duidelijkheid is, of zoveel mogelijk duidelijkheid als er nu gegeven kan worden? De heer Sleeking: Nou voorzitter, ik denk dat het politiek signaal dat de raad heeft afgegeven door de visie van Mecanoo raadsbreed ongeveer vast te stellen, dat dat een duidelijk signaal is dat we hier ook echt aan de slag willen. Dat zal de bewoners denk ik ook vertrouwen bieden dat er ook echt wat gaat gebeuren. En dat geldt natuurlijk ook voor de volgende besluiten die aan de raad worden voorgelegd zoals die net zijn genoemd. De verwerving van het perceel van Indofin en het vestigen van de Wet voorkeursrecht op de woningen aan de noordzijde.

En, nou ja, wat ik steeds maar zeg, hoe breder de raadssteun voor deze ontwikkeling, hoe beter dat is. Ik denk ook naar de inwoners. De heer Kuhlmann: Helder. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zie verder geen vragen meer in de chat. Mocht u er nog wel één hebben moet u heel snel zijn. Nou, verder kunnen we dan alleen maar constateren dat het helder genoeg is, zoals mijnheer Kuhlmann ook net zei. Dan dank ik beide heren uit de ambtelijke organisatie voor de presentatie. Dat rijmt ook gezellig. En dan wil ik dit punt graag afsluiten. Ik heb zelf even nog niet gekeken, maar ik kijk de commissiegriffier aan. De presentatie staat waarschijnlijk ook gewoon in het vergader, ja oké, prima. Dus daar kan u dan altijd nog eventjes terugkijken. 11.Rondvraag De voorzitter: Gaan wij over naar punt 11 en dat is de rondvraag. Iemand? Het blijft heel rustig ineens in de chat. Ah, mijnheer Portier. U bent er nog. Zegt u het eens. De heer Portier: Ja het is meer een vraag, het is meer een mededeling dan een vraag voorzitter. Wel is dat wij toch met een amendement zullen komen over de indexering van de woningverdeling zoals die is voorgesteld. Dat was het. De voorzitter: Even mijnheer Portier, want ik wil daar graag iets meer duidelijkheid op hebben. Als motie vreemd dan? De heer Portier: Nee, er ligt gewoon een raadsvoorstel van het college en daar zullen wij een amendement op indienen.

De voorzitter: Welk raadsvoorstel doelt u dan op?

36

De heer Portier: Vier, agendapunt 4. De voorzitter: O, oké. De heer Veldman: Maar voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Nou toch even een klein puntje van orde. Want het kan aan mij liggen, maar heeft de heer Portier dan bij punt 4 geprobeerd dat tot bespreekpunt te verheffen? Want dat lijkt me de goede gang van zaken. De voorzitter: Nee. Vandaar dat ik ook even heel erg verbaast zit te zijn, van hè, dat hadden we met elkaar afgekaart. De heer Portier: Ja, mijn collega Jack heeft al aangekondigd dat wij het met de verdeling niet eens waren. Op ons aandringen is de raadsinformatiebrief tot een raadsvoorstel geworden. Dus wat dat betreft kan het niet helemaal als een verrassing komen. Maar voor de rest hebben we, voor ons betreft hoeft het geen hele uitgebreide bespreking te hebben, maar kan het zich beperken tot bespreking van het amendement. Dus we zijn niet. De voorzitter: Mijnheer Portier. Nee maar even, ik zie u altijd als een heel intelligent man. De heer Portier: Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Met, nou ja, toch over het algemeen hele redelijke dingen. Maar dit is eigenlijk gewoon het punt wat inmiddels al als hamerstuk staat en waar, u mag natuurlijk te alle tijden mag u een motie of een amendement of wat dan ook indienen. Maar ik denk dat uw kansen nihil zijn.

Dus dat is even een winstwaarschuwing die ik u geef, dat u dat in ieder geval dan ook in ogenschouw neemt. De heer Portier: Ja voorzitter, maar dit is voor ons toch wel een principieel punt, maar wat ons betreft hoeft er ook niet heel lang over gesproken te worden. De voorzitter: Of helemaal niet. Kan ook nog. Maar dat is een keuze die iedereen kan maken. U gaat een motie indienen op punt 4, het woningbouwprogramma. Prima. Amendement. Mijnheer Veldman, had u nou ook, nee, nee, nee, mijnheer Van der Kruijff zie ik volgens mij nu. De heer Van der Kruijff: Ja voorzitter, ik wil zeggen dat ik dit gewoon een hele vervelende manier van werken vind. Als we met elkaar hierover willen praten hadden we het vanavond in de commissie moeten doen of tot bespreekstuk voor de volgende commissie moeten maken. Maar nu hebben we het er helemaal niet over in de commissie, wordt het een bespreekstuk, ja of we gaan er niks over zeggen maar dat vind ik geen recht doen aan een amendement in de raad. Dat wordt bij de rondvraag vastgesteld. Dat is niet het terechte punt. En als je ertegen bent kun je ook gewoon tegen stemmen. Dat lijkt me ook een heel duidelijk signaal van de SP. Dus ik vind dit

37

procedureel zo niet kunnen. Dan moet het gewoon een behandelvoorstel worden in een volgende commissie maar niet in de raad. De voorzitter: Nou dat is het vervelende mijnheer. Nee mijnheer Van der Kruijff, prima dat u dit zegt, maar er kan altijd een motie of een amendement ingediend worden. En ik weet dat wij daar allemaal zeer ongelukkig mee zijn als dit op deze manier gebeurd, maar het kan procedureel wel. Dus inderdaad, het is dan vervolgens aan de raad om op dat moment te bepalen of daar verder wel of niet aandacht aan besteed wordt. Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja voorzitter, ik neem wat de collega’s zeggen tot mij en. Nou het is sowieso duidelijk dat wij tegen deze indexering zijn. Maar de vorm waarin we dat uit zullen spreken daar zal ik nog over nadenken. De voorzitter: Prima. Kijk, dan hebben we toch weer een opening. Mijnheer Merx. De heer Merx: Ja voorzitter, ik kan het heel kort houden. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van der Kruijff, met dien verstande dat ik er denk ik voor kan kiezen, althans aan mijn fractie voorleggen, helemaal geen woordvoering te doen als voor de zoveelste keer weer iets via een amendement of een motie, waar de heer Portier volledig recht op heeft zoals u terecht constateert, maar ik vind op dit, op deze manier lam leggen van elke vergadering vind ik langzamerhand onverteerbaar. En zeker als het op deze manier gebeurt.

Dus ga ik er waarschijnlijk voor kiezen om helemaal geen woordvoering te kiezen. En waarschijnlijk zijn we tegen, kan ik nu al zeggen. De voorzitter: Net zo goed als dat mijnheer Portier een amendement kan indienen, kan u inderdaad zich onthouden van een woordvoering en tegen stemmen. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, ik wil ook aangeven dat ik het eens was met wat de heer Van der Kruijff inbracht. Ik vind als het zo’n principieel punt is van een partij in ons gezelschap, dan had het besproken moeten worden op het moment dat we dat in de commissie deden. Dus ik vind dit echt heel storend. De voorzitter: Oké, dank u wel. En ja, mijnheer Soy, eerst, dan maar eerst in de commissie. Maar ik bedoel we hebben het als hamerstuk in principe naar de raad gedaan. Polat is het eens met de VVD. Nou oké, we gaan het merken volgende week. Even kijken, heeft er nog iemand anders iets voor de rondmededeling zou ik bijna zeggen. 12.Sluiting De voorzitter: En zo niet, dan, want ik zie hier tegenover mij twee vermoeide mannen ook zitten. Dan wil ik graag, ja die gaan nou ineens heel actief zitten doen. Dan wil ik graag deze vergadering afsluiten. En dan zijn we toch even ietsje minder lang bezig dan tot 23.00 uur. En dat is altijd fijn. Ik wens u nog een stukje fijne avond toe.

En morgenavond hopelijk dat jullie allemaal niks hebben, of gewoon ergens lekker tot 20.00 uur op een terras kunnen zitten. Geniet er in ieder geval van en tot volgende week.

38

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 juni 2021. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10672