2.2 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 8 juni 2021.pdf
Tekst van het document
19
niet de bedoeling? Ja dan kom je tot de conclusie dat Dordrecht die € 3,8 miljoen gewoon gaat betalen en niet meer terugkrijgt. Dus daar hoor ik graag dan de wethouder over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Veldman. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, dat heb je als je wat verder in de rij zit. Dan zijn er toch al aardig wat dingen genoemd. Zoals in ieder geval dat Dordrecht aan de lat staat voor de kosten die gemaakt worden voor de verandering. Wat ik nog niet gehoord heb, is het probleem over de stemverhouding. Het lijkt dat dit het eerste struikelblok gaat worden. Wij moeten daar ook een overeenstemming voor krijgen. Gaat dat nu een stemverhouding worden middels het inwoneraantal? Of de financiële inbreng? Ook daar zullen we met elkaar consensus over moeten krijgen. En het feit dat we over heel veel punten wel al tot overeenstemming zijn gekomen en dit niet, ben ik bang dat dit toch een wat meer langdurig proces gaat worden. Dus ik ben benieuwd of een van de wethouders daar ook nog iets over kan zeggen. Misschien zijn daar al forse vorderingen ingemaakt. Verder, even kijken, wat had ik nog meer? Ik vond het wel mooi dat ICT Verandert genoemd werd. Ik had dat even niet gezien. En opeens kreeg ik zo’n flashback naar de Drechtraad vroeger, dat ook altijd het hele ICT-bestand ging veranderen en verbouwen.
Wat een enorm debacle toen is geworden. Dus ik hoop dat daar nu wat zorgvuldiger mee omgegaan wordt. Ja, voorzitter, verder zijn alle punten genoemd. Dus ik laat het hierbij. De voorzitter: Dank u wel. Verder heeft niemand zich in de chat gemeld voor de eerste termijn. Ja, mijnheer Van der Kruijff. Oh, ik was u helemaal vergeten. Graag? Omdat u graag zegt. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik hoorde de heer Merx zeggen daar heeft hij volgens mij wel gelijk in- dat uit deze afspraak gewoon blijkt dat er wat smeerolie nodig was om het met de zeven Drechstedengemeenten eens te worden. En ik herinner me nog goed dat het volgens mij met name Dordrecht was die er erg aan hechtte om de serviceorganisatie van toepassing te verklaren op dit domein. En dat de andere gemeenten daar iets minder enthousiast over waren. En ook wat minder enthousiast waren om zich al meteen, in ieder geval voor een aantal gemeenten, zich vier jaren te willen binden daaraan. Dus in die zijn begrijp ik deze afspraak wel. Men moet wel als Dordrecht. Natuurlijk zitten er risico’s aan. En ik heb gelezen dat we dat allemaal kunnen terugverdienen. En ik ben het met iedereen eens die zegt: dat moet ik dan nog maar zien gebeuren.
Laat ik wel zeggen: als we er met z’n allen van overtuigd zijn dat het echt voor Dordrecht goed is dat we een efficiëntere serviceorganisatie krijgen. Als we dat in eigen huis gaan halen en dat gaan aanbieden aan de regio, moet je ook het risico erbij durven nemen dat het niet lukt. Maar laat ik het omdraaien. Moet je volgens mij ook op volle kracht gaan om dat te laten lukken. En in die zin is het goed. En laten we ook vaststellen dat we hierin lezen dat in dit compromisvoorstel dus ook blijkbaar alle omliggende gemeenten zich voor vier jaar aan afname van de diensten verbonden hebben. En dat is wel winst, want daar heeft het toch wel een tijdje een vraagteken gestaan of ze dat allemaal wel wilden. Dus nou ja, we begrijpen dat dit een compromisvoorstel is en daar kunnen we ons, met de afwegingen die ik net even kort samenvatte, kunnen we ons daar wel in vinden. Ik heb nog een punt wat mevrouw Kruger maakte. Die had het over de stemverhouding. De
20
stemverhouding is natuurlijk niet van toepassing op deze servicegemeenten-toestand, maar op de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. Want daar is dat vraagstuk bij. En ik weet dat wij als Commissie Bestuur en middelen bij een eerdere agendabespreking een richting hadden bepaald om de Commissie Sociaal te vragen het daar over te gaan hebben. Maar ik heb begrepen dat de Commissie Sociaal dat niet geagendeerd heeft. Zodat het voor je het weet, als hamerstuk naar de raad gaat binnenkort. En tegelijkertijd zeg ik dan maar weer even als lid van de Commissie Bestuur en Middelen, zou ik het daar toch nog wel over willen hebben. En ik begrijp dat dat niet nu kan, want daar heeft niet iedereen zich op voorbereid. Voor onder andere de vormgeving van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling voor het Sociaal Domein. En het stemverhoudingsvraagstuk is daar een belangrijk vraagstuk bij. Het gaat blijkbaar niet in een commissie aan de orde komen. Dus straks als we aan het eind zijn en we gaan het nog hebben over wat er naar de raad moet en nog wat dingen moeten bespreken, zou ik het over dat onderdeel dan graag in de raad nog wel een keertje willen gaan hebben, gooi ik maar vast in de groep. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, mevrouw Kruger heeft volgens mij nog een vraag voor u.
En even tussendoor de opmerking dat de Commissie Sociaal volgende week spreekt over de GR Sociaal. De heer Van der Kruijff: Oh, toch wel. Mevrouw Kruger: Nou, dat zou mooi zijn. Dan kunnen zij waarschijnlijk die stemverhoudingen meenemen. De heer Van der Kruijff: Dan heb ik het verkeerd begrepen, als het daar gebeurt. Ja. Mevrouw Kruger: Nee, ik had het ook niet begrepen. De voorzitter: Het is de 16e. En daar stond eerst alleen het verenigingshallenplan. En daar is deze GR bij gepropt. Dus dan kan daarover gesproken worden. Mevrouw Kruger, u had een vraag aan mijnheer Van der Kruijff. Mevrouw Kruger: Nou, dat is helemaal fijn, want daarom heb ik het ook genoemd. En ik had ook dan zo iets van: nou, dan moeten we dat hier nog maar bespreken. Nee, u noemde het getal vier. Vier jaren dat iedereen zich eraan geconformeerd heeft. Volgens mij is er de mogelijkheid om na twee jaar eruit te stappen. Dus dan hangt het er vanaf hoe vroeg je daar iets over zegt. Als je het een jaar van tevoren aangeeft, dan zal de schade beperkt blijven. Doe je dat van de ene op de andere dag, dan zal degene die uittreedt voor hoge kosten komen te staan. Maar dat zal ook nadelig zijn voor onze gemeente. Dus u noemt vier jaar, volgens mij moet dat twee jaar zijn. Maar goed, daar wil ik dan ook graag wat meer verduidelijking over. De heer Van der Kruijff: Nou, ik had dat zo begrepen.
Maar misschien dat de portefeuillehouder ons beter kan toelichten hoe het nou precies zit. Of dat het wellicht zo is dat als je er na twee jaar uitstapt, het nadeel wat je daarmee veroorzaakt, dat dat dan die hoge kosten zijn waar u op doelt. Dat zou zomaar kunnen.
21
Mevrouw Kruger: Ja. De heer Van der Kruijff: Maar we gaan het vast zo horen. Mevrouw Kruger: Oké. De voorzitter: Nou, om dat zich verder niemand meer gemeld heeft -nu echt niet meergeef ik de heer Burggraaf het woord. Want ik zag dat die aanwezig is. En die staat op mijn lijstje. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter. Bij mij duurde het even. Ik hoop dat dat niet het voorteken is voor mijn verbinding tijdens mijn woordvoering. Maar daar gaan we vanzelf achter komen. Ik ben nu in ieder geval zonder gestotter te horen, denk ik. Ja? Mooi. Ja, de transitie. Zoals velen al zeiden, naar de servicegemeente toe, dat was niet van de ene op de andere dag. En dat heeft zeker wel ook met betrekking tot de transitie -kosten, en de verdeling daarvan- ook nog tot stevige discussies onderling geleid. Dat is ook goed, want het is natuurlijk geen gering bedrag. En daar spreekt wel uit dat we uiteindelijk wel met elkaar, de zeven Drechtsteden, echt een commitment hebben om die servicegemeente met al die medewerkers die er nu zitten -of ik moet zeggen de bedrijfsvoering- de overgang naar de servicegemeente, dat ze daar ook met z’n allen -alle Drechtsteden, alle huidige eigenaren- ook echt de verantwoordelijkheid voelen om dat op een zorgvuldige en stabiele manier te doen. Want de bedrijfsvoering is nu goed. Het kan nog beter, hebben we gezegd.
Maar het is goed en dat willen we op zijn minst zo goed houden. Dus dat is een belangrijk aspect. In dat kader hebben we gezegd, vanuit Dordrecht, moeten we natuurlijk onze eigen organisatie daartoe voorbereiden. Om dat goed in te vlechten. Daar is een half miljoen voor uitgetrokken. Die kosten zijn voor Dordrecht. En de andere kosten, dat is 3,8 miljoen, dat heb je echt nodig om te zorgen dat je allerlei zaken kan voorbereiden in die omhanging. Zonder dat je daarin de bestaande operatie verstoort. Want dat willen we dan minstens op dat gelijke niveau houden. Ja, daar was de vraag bij de SP: moet je dan die € 200.000 voor communicatie uittrekken? Ja, voorzitter, het is heel erg belangrijk in zo’n traject dat je vanaf het vroegste moment veel met elkaar communiceert. En aan iedereen in de organisatie duidelijk maakt wat er gaat gebeuren en waar je naartoe gaat. Dus dat is een heel wezenlijk onderdeel van een proces. Zouden wij zeer onverstandig vinden om daar niet in te investeren. Want daar ga je achteraf echt de rekening van betalen. Die 3,8 miljoen, vervolgens, hebben wij natuurlijk in de discussie ook gemerkt. Dat was voor heel veel Drechtsteden best wel pittig om dat in de begroting apart te moeten financieren. Dus daarom hebben we vanuit Dordrecht gezegd: nou, we maken die reserve van 3,8 miljoen.
En dat kan vervolgens gedurende het traject worden terugverdiend door die € 400.000 besparing. Want het feit dat je geen Drechtraad meer hebt -met de regiogriffie, et ceteramaar die bijdrage die wel gewoon meerjarig bij iedereen in de begroting staat, door te laten lopen. Daar heb je dan geen begrotingswijziging voor nodig. En vervolgens over de rest van de periode een efficiency te kunnen bereiken op het Bureau Drechtsteden. Waarbij het ook goed te vermelden is, dat we onderling met elkaar hebben afgesproken, bestuurlijk, dat alle Drechtstedengemeenten zich ook echt gecommitteerd voelen en verantwoordelijk voelen om die medewerkers die -omdat je dat in de servicegemeente onderbrengt en daarmee efficiency kan halen- maar die medewerkers ook echt een goede plek te geven. Ofwel in functies die in de servicegemeente Dordrecht ontstaan en passend zijn, dan wel bij een van
22
de andere Drechtstedengemeentes. En dat is ook echt een gezamenlijk commitment geworden. Nou, dan gaan we zien, daar bovenop nog, hoe dat dan zit met het staartje van een half miljoen, zo is het ook nog aangegeven, na vier jaar. Of dat ook nog lukt om dat gedurende deze periode nog terug te verdienen. Als dat niet zo is dan hebben we daar weer over vier jaar met elkaar een gesprek over. Op de vraag van de ChristenUnie/SGP. Ja, die transitiekosten en het behalen van efficiency om dat terug te verdienen, dat gaat gewoon zeker gemonitord worden. Om te zorgen dat we niet via een omweg alsnog die rekening betalen. Maar nogmaals, daar is uiteindelijk met elkaar gezamenlijk commitment op. Aan het eind van die periode heb je dan vanzelf inzichtelijk wat er in die reserve is teruggestort, via die efficiencybesparing. En dat deel wordt dan aan het einde van die vier jaar weer verrekend met je Algemene Reserve waar je nu de voorfinanciering uithaalt. Natuurlijk zit daar altijd een risico op. Dat is met alles zo. Maar dat zullen we verder verwerken via de normale risicoreserveringen, zoals we dat in onze begroting verwerken. Het goeie nieuws is ook dat alle gemeentes daarmee commitment hebben afgegeven. Want dat is iets -terecht, meerdere partijen wezen daarop- dat niet vanzelfsprekend was voor alle gemeenten om ook een vierjarig commitment af te kunnen geven.
Nou, dat is ook gelukt in de gesprekken met elkaar. Waarbij we ook hebben gezegd: nou, na twee jaar gaan we wel degelijk ook met elkaar evalueren hoe het gaat. En of het naar verwachting gaat. Maar het commitment ligt er voor vier jaar. En dat is ook het goeie van deze constructie, dat je dan niet na die vier jaar nog met een enorme rekening met elkaar te vereffenen zit, als het gaat om de transitiekosten. Er werd ook gevraagd naar een plan B. Daarvan hebben we echt met elkaar gezegd: op een gegeven moment ga je het project in met echt wel forse opgaven, om dat nog dit jaar te kunnen verwezenlijken. Vanuit de wens om een volgende bestuursperiode niet op te zadelen met zo’n transitietraject, maar gewoon met een bestaande organisatie. En dat realiseren we ook met z’n allen dat dat vraagt om sterk commitment om dat ook tot stand te kunnen brengen. En dat betekent ook dat je op een gegeven moment een weg ingaat waarvan je weet dat er op een bepaald moment geen weg terug is. Daar werd ook nog gevraagd over ICT Verandert. Waarbij er werd gevraagd door Beter Voor Dordt of dat niet een risico is om dat gelijktijdig te doen met deze transitie. Ja, het traject ICT Verandert was al een traject wat in gang was gezet. En zit in een dusdanige fase dat je dit traject wel in gang moet zetten.
Omdat je anders noodzakelijke investeringen moet doen, omdat alles nu via ICT Verandert buiten huis wordt geplaatst. Dat zou enorme investeringen betekenen als je daar vertraging in doet om toch weer in huis te investeren. Dus dat zou niet verstandig zijn. Zou het risico alleen verder vergroten. En nogmaals, we gaan de organisatie overdragen met voor die transitie ook zoveel mogelijk ondersteuning erbij. Dus de bestaande organisatie kan het ICT Verandert-traject ongestoord verder zetten. Dan werd gevraagd door Partij van de Arbeid wat effect op de begroting is. Het is zo dat er nu 60 miljoen naar de Gemeenschappelijke Regeling gaat voor de bedrijfsvoering. Die komt naar de Dordtse begroting toe. Dus de begroting gaat in kosten met 60 miljoen omhoog. Via onze eigen, dus niet meer via de Gemeenschappelijke Regeling, maar via onze eigen begroting. Waarvan de bestaande verdeling van de kosten in stand blijft. Dus dat komt er vooralsnog op neer dat 30 miljoen van de kosten door Dordrecht wordt betaald. En de andere door de Drechtsteden. Maar dat is geen verandering van de verhouding zoals die nu ook geldt. Alleen het verschil is dat we het nu in eigen huis hebben. En dat was tot en met dit jaar nog via de Gemeenschappelijke Regeling. Ja, even kijken. Die heb ik wel beantwoord. Hoe realistisch de efficiency is, is een aantal malen gevraagd. En waar die uit
23
bestaat. Nou, die zit gewoon deels in de efficiency op het feit dat je geen Drechtraad en dergelijke zaken meer hebt. Dus dat is gewoon een harde efficiency die je kan realiseren vanaf het allereerste moment. En vervolgens zit er een stuk bij waarvan ik net al aangaf waarbij we onderling commitment hebben om dat op een goeie manier die 1,7 miljoen onderling te kunnen opvangen. Door vooral ook de medewerkers voorop te stellen en voor hun een goede nieuwe plek te vinden. En daar ook gezamenlijk commitment op te hebben. Even kijken, was er nog de vraag over het aspect van de data die hier nadrukkelijk werd genoemd. Ja, we hebben hier een aantal voorbeelden genoemd waarvan we hebben gezegd: nou, met die beweging naar de servicegemeente krijg je meer rechtstreekse sturing. Kunnen we bijvoorbeeld waar het gaat om de vastgoedorganisatie en het beheer en onderhoud daarvan, die kan je primair dan gaan inrichten op je eigen vraagstukken. En dan vervolgens daar vanaf je service richting de andere gemeentes op gaan organiseren. Waardoor wij ervan overtuigd zijn dat je dat nog veel effectiever kan doen. Datzelfde zit met betrekking tot datavraagstukken. Waarvan wij gewoon merken dat we als grote gemeente op dat vlak ook qua innovatie -een van de redenen waarom we deze beweging graag wilden maken- gewoon als grotere gemeente we veel meer behoeftes op dat vlak hebben.
Waar de kleinere gemeentes dat soort vraagstukken niet zo snel hebben. Dus dat maakt dat je aan de voorkant veel meer op dat soort zaken en innovaties kan investeren. Waarbij ik de overtuiging heb dat als je dat eenmaal in gang hebt gezet, je andere partijen ook sneller kan verleiden om mee te gaan in de innovatie. Dat zie je bijvoorbeeld ook hoe we dat bij de Dienstverlening Drechtsteden doen. Als het gaat om bijvoorbeeld de online chatbot. Dus waarbij ook mensen voor de simpele vragen het zonder medewerker af kunnen doen. Dat is een investering die past bij de volume van een grote stad als gemeente Dordrecht. Die een kleinere gemeente, als laten we zeggen Alblasserdam, nooit zelf zou doen. Maar omdat ze onderdeel zijn van het grotere geheel daar wel in die innovatie mee kunnen profiteren. Dus op dat vlak moet u dat zien. Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord. En zo niet, dan hoor ik dat vanzelf. De voorzitter: Mijnheer Wisker. De heer Wisker: Ja, voorzitter, dank u wel. Even voor mijn eigen duidelijkheid: ik moest even voor een sanitaire stop een andere ruimte in. Heeft de wethouder met zoveel woorden gezegd dat alle deelnemende gemeenten zich voor vier jaar gaan committeren? De heer Burggraaf: Ja, dat is correct, voorzitter. De heer Wisker: Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, voorzitter, dank u wel.
Dank, de wethouder, voor de antwoorden. En er is nog één vraag onbeantwoord. Dat gaat over die cultuur, die samenwerkingscultuur. Hoe we dat dan gaan realiseren. Iets met teksten daarop. Voor wat betreft de efficiency, dat blijft gewoon een ingewikkeld verhaal, denk ik. Dat zal zich moeten aantonen in de toekomst. Ik dacht op de vraag van de heer Chapel van dat daar goed op wordt gemonitord. En de vragen die al gesteld waren en de antwoorden van de wethouder. Ja, dat commitment, maar waar blijkt dat dan precies uit? Men betaalt niet, dus dan heb je in ieder geval niet iets
24
wat je zegt: ik ben mijn geld kwijt als ik er nu uitstap. Dus die stok zit dan niet achter de deur. Wordt er iets getekend, of zo? Een samenwerkingsovereenkomst, of convenant, of weet ik veel wat, waar voorwaarden instaan waaronder je kan uittreden? Of is het een soort van herenakkoord: we geloven elkaar, we vertrouwen elkaar, en niet meer dan dat? Waar gaat dat over, eigenlijk? De voorzitter: Mensenakkoord, hè! De wethouder. De heer Merx: Een mensenakkoord, ja. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Over die eerste, over het cultuuraspect. U noemde dat, voorzitter, al aan het begin: aan welke wethouder moet ik nou voor deze transitie het woord geven? Nou, als het gaat om de echte bedrijfsvoeringsaspecten vastgoed, data, et cetera, ICT- dan is dat mijn portefeuille. Voor waar het gaat om de organisatievraagstukken zit dat bij P&O, dat is collega Sleeking en natuurlijk onze gemeentesecretaris. En die zijn al vroeg in het proces begonnen om samen met Gemeenschappelijke Regeling goed in kaart te brengen: wat zijn nou met elkaar gedeelde waardes? En hoe zie je dat voor je, zo meteen in de servicegemeente-construct? Dus dat is vooral ook een gesprek die je heel snel al in zo’n traject met beide kanten van de organisatie voert. Zowel onze eigen organisatie, waar gewoon natuurlijk heel veel nieuwe medewerkers zo meteen bijkomen.
Net als voor de Gemeenschappelijke Regeling waar het gaat om bedrijfsvoering die zo meteen naar Dordrecht komen. Dus het cultuuraspect dat is absoluut eentje waar je heel veel tijd en aandacht voor moet besteden. En waar gedeelde waardes heel belangrijk zijn. En daar wordt, nogmaals, veel tijd en aandacht aan besteed. Dan voor wat betreft de zekerheid voor het commitment. Dat is natuurlijk nu gewoon meegenomen in de uitgangspunten, waar alle gemeentes zich nu aan committeren. En dat zullen we zo meteen ook vastleggen in de dienstverleningsovereenkomsten. Want dat is de manier waarop je in de nieuwe situatie de diensten afneemt. Waarbij, zoals ik al zei, het gaat in eerste instantie alles over zoals het er nu is. En daarna ga je vervolgens, na dat eerste jaar, ga je de tijd nemen om dingen anders in te richten, verder te verbeteren. En daar wordt in die dienstverleningsovereenkomsten worden dat soort zaken vastgelegd. En door beide kanten ondertekend. En die zullen gestoeld zijn, nogmaals, op die uitgangspunten die nu verder al bestuurlijk ook door de verschillende gemeentes zijn onderkend. Waarbij ik moet zeggen dat de meeste gemeentes hebben aangegeven dat ze dat verder ook binnen hun colleges konden afdoen.
Waarbij in twee gemeentes -ik ga even niet zeggen welke, want dat durf ik niet met 100% zeker te zeggen- maar die zeiden: wij gaan daar nog wel met onze gemeenteraad ook het gesprek over voeren. Maar ik had daar geen signalen, in de bestuurlijke gesprekken, dat dat uiteindelijk afwijkend zal zijn van hetgeen we nu met elkaar vaststellen. De voorzitter: Oké. Dan hebben we als laatste mijnheer ‘t Lam. De heer ‘t Lam: Voorzitter, ik miste nog een enkel antwoord van de wethouder. En mijn eerste vraag was: “Is Dordrecht gereed om servicegemeente te worden? Staan we er helemaal klaar voor?” Mede gelet op het feit dat de accountant in zijn rapport schreef bij de jaarrekening. En ik heb ook geen antwoord gehad op de hoge kosten die we per FTE gaan
25
uittrekken voor de medewerkers die overkomen. Alsmede de hoge bijkomende kosten voor overhead, enzovoort. De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, om met dat laatste te beginnen. Ik probeer elke keer het Engelse woord te vermijden, dus we nemen het zoals het is over. En dat betekent ook dat je de bestaande arbeidsvoorwaarden respecteert. Dus ja, dat is volgens het budget wat er nu staat. Dus daar zit geen ruimte in. En zijn we gereed om servicegemeente te worden? Nou, zoals u zelf al verwijst, daar heb ik het een en ander over gezegd. En daar werken we hard aan om dat op een goeie manier over te nemen. En dat is een stevige klus. Maar op de manier zoals we dat nu hebben ingericht. Met, nogmaals, de transitiekosten die je reserveert om vervolgens ook in eigen organisatie voor een half miljoen budget uit te trekken. Om dat ook zo veel mogelijk naast je bestaande proces te kunnen organiseren zonder dat dat ten koste gaat van bestaande zaken. We zorgen in ieder geval dat je de bestaande organisatie zo min mogelijk belast. Maar de accountant wijst er inderdaad ook op dat wel degelijk zo’n proces heel complex is. En dat daar gewoon altijd financiële en juridische risico’s aan vast zitten. Dat is inherent aan zo’n transitietraject. En de enige manier om dat risico te vermijden, is om te besluiten om deze beweging niet in te zetten.
Dus als u me vraagt: gaan die risico’s zich niet voordoen? Nou, dat weten we niet. Die risico’s zijn, zoals de accountant ook al aan heeft gegeven, reëel. Maar onvermijdelijk aan zo’n proces wat we nu doorgaan. Waar de principiële vraag aan vooraf ligt of je ervan overtuigd bent dat de manier waarop je het inricht met een servicegemeente uiteindelijk voor gemeente Dordrecht -en uiteindelijk ook voor alle andere Drechtstedengemeentes- een nog betere bedrijfsvoering gaat opleveren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Zullen we voor de volledigheid even nog een korte reactie vragen van de heer Sleeking met betrekking tot de samenwerkingscultuur? De heer Burggraaf: Voorzitter, ik denk dat de heer Sleeking in de Commissie Fysiek… De voorzitter: Hij was daarnet aanwezig. De heer Burggraaf: Oké. De voorzitter: Even kijken. Ja hoor, daar komt hij. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, ik heb het staartje meegenomen. Dus ik heb niet helemaal scherp welke aspecten allemaal aan de orde zijn geweest. De voorzitter: Een heleboel, maar de vraag die met name voor u interessant was, was van de heer Merx. En als hij daar nog wat op mist, dan moet hij dat zelf even aangeven. Maar dat ging met name over de samenwerkingscultuur in de nieuwe organisatie. De heer Sleeking: Ja, voorzitter, er zal het komend jaar natuurlijk hard aan gewerkt gaan worden om dat te integreren.
Niet voor niks wordt daar ook wat personele inzet bij georganiseerd. Waarbij het uitgangspunt is dat dit een soort van maximaal scenario is. Dat geld dat hoeft niet op. Er wordt wel echt gezamenlijk heel kritisch gekeken daar waar die extra inzet nodig is om dit op een goeie manier tot een goed resultaat te brengen. Ja, de
26
gezamenlijke waarden die wij delen in deze regio en ook in Dordrecht. Van belang is denk ik, wat iedereen ook benadrukt, onze inwoner staat als het gaat om dienstverlening centraal. Daar doen we het allemaal voor. En daar moet ook onze organisatie op zijn ingericht. En verder, binnen onze organisatie, er wordt gestuurd op vertrouwen. Er wordt gewerkt op vertrouwen. En er wordt ook gewerkt volgens de bedoeling. En dat zal voor een deel van het personeel misschien even een aansluiting zoeken zijn. Maar ik heb er alle vertrouwen in, gezien de inzet die in de hele organisatie nu plaatsvindt, dat dat ook tot een goed resultaat gaat leiden. Want je moet wel gezamenlijk tijdens het project heel kritisch blijven kijken. En u kunt er van op aan dat ook de regiogemeenten dat doen. Want er zijn best forse bedragen nu begroot. Wat heb je echt nodig aan extra inzet? Dat is vrij gedetailleerd uitgewerkt, moet ik zeggen. Ik weet niet of dat stuk er ook bij zit. Maar het is tot op de FTE en tot achter de komma aangegeven wat daar voor extra inzet noodzakelijk is. Dus ik heb me daar ook wel laten overtuigen dat je soms extra deskundigheid nodig hebt. Het gewone werk gaat natuurlijk gewoon door. En dit is een operatie die er nog wel even bijkomt. Dat is wat ik hier nog op wil reageren. De voorzitter: Oké, dank u wel.
Met op de achtergrond -nou, het leek bijna een volièremaar dat heet Dubbeldam, geloof ik. De heer Sleeking: Oh ja, dat zijn de vogeltjes. Klopt. De voorzitter: De vogeltjes, ja. Mijnheer Merx, was dit voldoende zo voor u? De heer Merx: Zeker, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan is de volgende vraag, aan u als commissie, of dit stuk als hamerstuk door kan naar de raad. Mijnheer ’t Lam heeft een tweede termijn, kort. Is dat de enige? En als iemand anders nog wat wil zeggen, zet het dan even in de chat. Dan laat ik in de tussentijd mijnheer ‘t Lam het woord even aan het woord. Mijnheer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Ik wil nog even reageren op de beantwoording van de wethouder. Die heeft aangegeven dat risico’s reëel zijn. Maar dat ze onvermijdelijk zijn. En dat snap ik ook wel. En daarom lijkt het de SP goed dat we toch een beetje de vinger aan de pols houden. Ook al omdat een van de sprekers zei dat het in 2008 toch wat anders liep dan van tevoren werd beloofd. We krijgen natuurlijk rapportages van het college, straks in 2022. Maar dat zijn meestal de vaste P&C-documenten.
Kunnen we niet net als we nu met corona met enige regelmaat -om de twee of drie maanden- in het begin een overzicht van het college krijgen -en dat mag kort- hoe dat het loopt? Wat de knelpunten zijn en hoe het college dat denkt op te lossen? Zodat we niet na driekwart jaar, of pas later er achter komen dat er grote problemen zijn. Dat is de eerste opmerking die ik wil maken. Dan met betrekking tot de kosten voor de communicatie. Het is belangrijk dat er veel gecommuniceerd wordt om te vertellen wat er gebeurt, zei de wethouder. Nou, ik heb het kort samengevat. Met: ze blijven gewoon hun werk uitvoeren, zelfde rechtspositie, alleen een andere werkgever. En voor de SP heb je daar geen € 200.000 met externe ondersteuning voor nodig om dat uit te leggen. Dat stel ik even vast. Dank u wel.
27
De voorzitter: Dat is een mening, inderdaad, mijnheer ’t Lam. Mijnheer Burggraaf, rapportages iedere 2-3 maanden? Zoals nu met de corona gebeurt. Is dat een idee? De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, ik zou toch voor willen stellen om vooral de gebruikelijke P&C-cyclus vast te houden. En ik begrijp wel heel goed, het is iets wat flink impact heeft, dat we daar wel goed voor zorgen dat dat ook in die P&C-documenten duidelijk terug te lezen is als het om deze transitie gaat. En verder hebben we natuurlijk de actieve informatieplicht naar u als raad. Dus op het moment dat er zich buiten die reguliere P&Cmomenten iets gebeurt of we voorzien, dan zullen we u daar natuurlijk actief over informeren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Ja, ik hoor uiteraard niet de andere fracties. Want ik stelde de vraag aan de wethouder. Ik ben eigenlijk benieuwd of de andere fracties het voldoende vinden om het via de P&C-cyclus te laten lopen. Of dat ze, vanwege de risico’s die we lopen, ook wat meer geïnformeerd willen worden in 2022. Ben ik de enige, dan heeft dat weinig zin om dat straks ook in de raad voor te leggen. Als ook anderen dat vinden, kunnen we dat wel beter hier uitspreken. Dan hoeven we dat niet in de raad te regelen. De voorzitter: Oké, misschien kan in de chat door de collega’s aangegeven worden of uw verzoek om extra rapportages gesteund wordt.
Mijnheer van der Kruijff wil wat zeggen. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, graag. Net iets te veel voor in de chat. De heer ’t Lam die maakt een vergelijking met corona. En dat vind ik toch wel van een heel andere orde. Ik denk corona is iets wat een behoorlijk grote, maatschappelijke impact heeft op al onze inwoners, bedrijven, op verenigingen, noem allemaal maar op. En daar wil je echt als volksvertegenwoordigers de vinger aan de pols houden en vind ik het heel terecht dat we al die brieven kregen. Ik denk deze reorganisatie is toch meer een intern gericht iets. Wel met grote risico’s, dat ben ik met de heer ‘t Lam eens. Maar ik denk daar waar de wethouder een toezegging doet, dat we ook geen hele nieuwe rapportagecyclus nu op poten moeten gaan zetten. Die alleen maar nog meer bureaucratie en rapportages geeft. Om het in de P&C-cyclus goed te verwerken -dus ik bedoel niet in een bijzinnetje, maar echt góed toegelicht; en dat zei de heer Burggraaf- en dat hij extra alert zou zijn -dat zei hij niet, maar zo begrijp ik het- dat als er risico’s zijn die middels een actieve informatieplicht aan de raad kon mededelen, denk ik dat we daar als raad voldoende aan hebben. Oftewel, dus steun ik het idee van de SP daarmee niet, maar volg ik de wethouder. De voorzitter: Nee, die conclusie had ik al getrokken. Maar, mijnheer Van der Kruijff, ik zat heel even te gluren in de chat.
Geen steun. Precies zoals Wim zegt. CDA, mevrouw Kruger, zegt: dat heeft hij toegezegd. Mijnheer Wringer, mijnheer Van Leeuwen. Nou, de enigen die dan eventueel u steun geven, dat is de heer Wisker van de VSP en mevrouw Van der Bergh voelt er wel voor. Dat is vrij magertjes, mijnheer ‘t Lam. De heer ’t Lam: Ik zet al in de chat: helder, onvoldoende steun.
28
De voorzitter: Nou, sorry, die had ik dan weer net gemist, omdat ik aan het terugscrollen was. De heer ‘t Lam: Oké, maakt niet uit. Overigens, richting mijnheer Van der Kruijff: ik gebruikte corona niet om het probleem te vergelijken. Alleen de termijn waarbinnen we rapporteren. Dus zo moet hij het niet opvatten. Want het probleem is natuurlijk volledig anders. De voorzitter: Ja. Nee, maar zo had ik hem in ieder geval wel begrepen. Dus. Maar goed, onvoldoende steun, dus dan ga ik dus voorstellen aan u… Ja, hij is inderdaad… Dan ga ik u voorstellen of dit stuk als hamerstuk naar de raad kan. Als u dat niet wilt, dan moet u het even in de chat aangeven. Hameren, eventueel stemverklaring. Akkoord. Nou, prima. Ik denk dat ik er vanuit kan gaan dat hameren -wie komt er nog meer door?- wij gaan het gewoon hameren. Oké. Wat zegt u, mijnheer de commissiegriffier? Ja, dat wilde ik net gaan voorstellen: een hele korte pauze. Oké, het is nu 21:45 uur, hier op mijn klokje. We gaan verder om 21:55 uur. Tot zo. 6. 6 Zienswijze Begroting 2022 en Jaarrekening 2020 diverse Gemeenschappelijke regelingen – Raadsvoorstel De voorzitter: Zo, dames en heren, op voor het laatste gedeelte van deze commissie. We gaan verder met punt 6: Zienswijze Begroting 2022 en Jaarrekening 2020 van diverse Gemeenschappelijke Regelingen.
U wordt als commissie gevraagd om in te stemmen met de voorgestelde zienswijzen, om die naar voren te brengen op de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden, de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. En de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Drechtsteden. En u wordt ook voorgesteld geen zienswijze naar voren te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en de Gemeenschappelijke Regeling Wegschaptunnel Dordtse Kil. Ik zou bijna zeggen: volgens mij kunnen we dit in één rondje aftikken. Maar je weet het maar nooit wie er opmerkingen heeft, of nog vragen heeft. Dus daar gaan we dus even naar kijken. Het is dus een vraag of het instemmen van de drie genoemde, en ook, instemmen bij de Omgevingsdienst en Dordtse Kil juist niet te doen. Dus ik hoop dat u daar allemaal relatief compact wat over kunt zeggen. Mijnheer ‘t Lam begint. De heer ’t Lam: Dat gaat, voorzitter, over het Wegschap Dordtse Kil. In 1992 zou de tunnel tolvrij zijn. We zijn bijna 30 jaar verder. En we missen ook in deze begroting maar enige aanwijzing dat daar aan gewerkt wordt. Dat wilde ik even opmerken. En misschien dat het college in zienswijzen in de toekomst daar toch eens aandacht aan kan besteden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Van den Bergh.
Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter, wij hebben een opmerking over de zienswijze bij de GR Drechtsteden. Want daar zagen we ineens het bericht verschijnen over de explosieve groei van het aantal bezwaarschriften bij de gemeenschappelijke belastingdienst, vanwege de zogenaamde no cure, no pay-bureaus. En dat blijft een zorgelijke ontwikkeling en daar moet iets aan gedaan worden. De rijksoverheid zou daar iets aan doen, maar dat is tot op heden nog niet gebeurd. Wij delen wel de zorgen, maar wij denken van: ja, wij vinden dat
29
toch iets te eenvoudig gesteld. Aan de ene kant wil je een dienstverlening aan je burgers, de wethouder Sleeking vertelde dat net, moet zo optimaal mogelijk in de Drechtsteden. En aan de andere kant wil je dan iets blokkeren wat de burgers kan helpen. Maar wij kunnen ons er iets bij voorstellen. Maar we zien dus eigenlijk twee dingen. En dan zou er toch een reactie op… Ten eerste wordt gezegd dat met name de ozb een moeilijke belasting is. Waar dus veel bezwaar tegen gemaakt kan worden. En die ook nog vaak toegekend wordt, gegrond verklaard wordt. Dan denk ik: dan moet je eens goed kijken naar je lokale belastingen. Want die bureaus gaan ook opereren op andere belastinggebieden. En wij denken, dan moet je ook eens goed kijken dat je die lokale heffingen dat het goed georganiseerd wordt. Maar daar komen wij morgenavond op terug in de auditcommissie. En wij denken, dan moet je misschien je dienstverlening aan je burgers bij bezwaarschriften misschien zelf wat beter organiseren. Bijvoorbeeld door een ombudsfunctie, of door kanten-klare formulieren. Volgens mij zijn die er al. Want als mensen bezwaar willen indienen, hebben ze geen bureaus nodig. Dat kun je faciliteren en zeker meer bemiddelen en meer contact opnemen met de mensen die bezwaar aantekenen of klachten hebben. Dat lijkt ons dan wat meer de weg, dan zomaar die bureaus verbieden.
Dat was even in reactie op de zienswijze bij de GR Drechtsteden. De voorzitter: Oké. En dat was die ook verder helemaal verder, mevrouw Van den Bergh? Mevrouw Van den Bergh: Ja, op de andere geen opmerkingen. De voorzitter: Oké, prima. Ik zie verder niks in de chat. Dus dan ga ik kijken wie ik van de wethouders het woord kan geven op de GR. Ja, mijnheer Burggraaf. Dat vermoedde ik al. Op de Dordtse Kil? Wegschap Dordtse Kil en over de ozb. De heer Burggraaf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, om met het eerste te beginnen, van de SP over Wegschap Dordtse Kil. Dat is ook in de bespreking aan de orde geweest, hoezeer in uw commissie in de reguliere presentatie van de Gemeenschappelijke Regeling een keer langs kwamen om de ontwikkelingen toe te lichten. Ik meen dat het ook in de begroting is vermeld. Waarbij de afspraak is gemaakt dat, zolang de renovatie loopt, waar natuurlijk altijd nog een risico in zit voor wat betreft de kosten, ontwikkeling daarvan. Waar overigens op dit moment verder geen signalen zijn dat dat niet volgens de begroting en budget, wat daarvoor is begroot, gerealiseerd kan worden. Maar we hebben met elkaar afgesproken: laten we daar eerst eens die renovatie afronden. En als dat is geweest weer opnieuw naar de langjarige begroting gaan kijken. Ik vind dat een hele verstandige lijn en volgorde.
En ik zou u oproepen om dat ook nog even dat geduld tot die tijd te hebben. Dan de vraag van de Partij van de Arbeid met betrekking tot explosieve groei van no cure, no pay en de bezwaren op ozb. Ja, ik ben het helemaal met mevrouw Van den Bergh eens dat we in de ozb onze stinkende best moeten doen -overigens sowieso voor alle andere belastingen- om dat zo duidelijk mogelijk aan de belastingplichtige -dus aan de bedrijven en aan de inwoners- te communiceren, uit te leggen. Te zorgen dat je waardering zo goed mogelijk is. En daar wordt ook echt elk jaar weer flink in geïnvesteerd en verder verbeterd. Wat dit punt vooral is, is dat er gewoon bureaus zijn die er een verdienmodel aan overhouden om eigenlijk gewoon een hele grote groep op te roepen om bezwaar te maken. En dat voor hun loont op het moment dat daar er een paar bij zitten die gegrond worden verklaard. En dat kost excessief veel geld. En dat is wat we ter discussie stellen. Ja, dat is ook
30
gemeenschapsgeld. Is dat niet zonde? We proberen met brieven ook - ik weet even niet waar; vorig jaar was er nog een discussie op een punt- toen hebben we ook actief in ieder geval aan die groep vooraf een brief gestuurd. Er is nu een discussie over een onderdeel was toen een landelijke ontwikkeling bij die WOZ-waardering. “Wij kijken ernaar. U hoeft geen bezwaar te maken en we komen daar bij u op terug.” Dus wij hebben toen ook -ten minste onze gemeenschappelijke dienst die de heffing van belastingen doet- heeft daar ook toen proactief naar mensen een briefje gestuurd. Om maar te voorkomen dat daar een onnodig dure weg voor bewandeld werd. Dus nogmaals, we investeren zoveel mogelijk in het duidelijk communiceren met de bewoners en de bedrijven als het gaat om de belastinginning. We zijn er proactief op het moment dat daar afspraken zijn die tot een nadere lezing zouden leiden. En dat maakt dat we zeggen van: ja, laat dan niet die no cure, no pay op deze wijze voor te staan. Want dat is eigenlijk zonde van het gemeenschapsgeld. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw van den Bergh.
Mevrouw Van den Bergh: Kan ik daar nog even een korte vraag over stellen? Kun je dan, is dat überhaupt mogelijk? Kun je een dienstverlening uit de weg ruimen, hier in de Drechtsteden, van no cure, no pay? De heer Burggraaf: Ja, voorzitter, dat vraagt om aanpassing van landelijke regels daarover. Dus dat is het punt wat hier wordt gemaakt, is dat daar een lobby loopt. Daar zijn we niet de enige in gemeenteland mee, die daartegen te hoop lopen. Dus dat doen we samen met andere gemeentes. Om daarvan te zeggen: ja, maak daar nou regels waarbij nogmaals niet de oproep is om bewoners en bedrijven te kort te doen in hun mogelijkheid om een bezwaar te maken. En om uiteindelijk ook een eerlijke en rechtvaardige armslag te leveren. Maar laten we dat niet via een weg lopen dat het een verdienmodel wordt om dat soort bezwaarschriften te doen. Want dan, nogmaals, dan doe je het op een inefficiënte manier; kost het echt veel gemeenschapsgeld. En dat gaat ten koste van geld wat we anders in zouden kunnen zetten voor onze beleidsdoelstellingen in de gemeente. Dus vandaar de landelijke lobby daarop. De voorzitter: Oké, dank u wel. Even kijken, er zijn dus verder geen wijzigingen door u als commissie naar voren gebracht. Dat betekent dat deze brieven naar de GR’n gaan. En de wethouder neemt de opmerkingen die er overgemaakt zijn mee naar het bestuur. Dus dat was punt 6.
Nieuwe behandelvoorstellen 7. Antwoordbrief artikel 40 vragen RvO GroenLinks en D66 inz Islamitische begraafplaats De voorzitter: Gaan we naar punt 7, de nieuwe behandelvoorstellen. 7 en de rest, natuurlijk. 7 is de Antwoordbrief artikel 40-vragen GroenLinks en D66 inzake de islamitische begraafplaats. En het tegenvoorstel vanuit GroenLinks is om eerst de antwoorden op de
31
vragen van Beter Voor Dordt af te wachten. Volgens mij stond dat ook zo in een andere commissie. Ik neem aan dat u daarmee akkoord kunt gaan. 8. Artikel 40 vragen RvO van fractie PVV over Duidelijkheid over de verkoopprocedure van het rijksmonument De Berckepoort De voorzitter: Dan gaan we naar 8. Dat zijn de artikel 40-vragen van de PVV over duidelijkheid over de verkoopprocedure voor het rijksmonument De Berckepoort. U wordt voorgesteld om deze voor kennisgeving aan te nemen, in afwachting van de beantwoording door het college. Mevrouw Kruger geeft ook aan dat dat inderdaad in Fysiek het geval was. Niet van De Berckepoort, natuurlijk, maar van de islamitische begraafplaats. 9. Brief aan raad inz hulpverzoek mbt werkdruk politie en beleid betreffende politie De voorzitter: Gaan we naar punt 9. Dat is de brief aan de raad inzake een hulpverzoek met betrekking tot werkdruk politie en beleid betreffende politie. En meneer ‘t Lam krijgt daarover het woord. Dat staat inderdaad op mijn lijstje, mijnheer ‘t Lam. Gaat uw gang. De heer ‘t Lam: Zoals meestal klopt het bij u precies, voorzitter. De politie vinden we als SP te belangrijk om dit hulpverzoek af te doen met ‘voor kennisgeving aannemen’ door de raad.
Is het niet mogelijk dat het college met een raadsinformatiebrief komt, waarin zij aangeven welke oplossingen er zijn voor de problemen en wat de rol van de raad hierbij kan zijn? De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik denk dat we dit verzoek even doorsturen naar -ik kijk even naar de commissiegriffier- dat we dit even doorsturen naar het college. Of daar wel of niet op die manier op gereageerd kan worden. Want dit zal ongetwijfeld in de portefeuille horen van de heer Kolff. Zullen we afspreken, mijnheer ‘t Lam, dat we even kijken wat voor reactie daarop komt? En dat we hem eventueel dan wel op de agenda voor de raad zetten, ter kennisneming? Of … hij hoeft denk ik helemaal niet naar de raad ter kennisneming. Nee, dat is commissie, deze. Ja. De heer ‘t Lam: in ieder geval staat er nu bij de toelichting “U wordt voorgesteld de brief voor kennis …”. Ja, de commissie aan te nemen. De voorzitter: Ja. De heer ‘t Lam: Moet ik nog een beetje wennen wat er dan voor kennisgeving naar de raad gaat en wat niet. Ik vind het prima dat we even afwachten hoe het college daarop reageert. De voorzitter: Ja, laten we even afwachten. De heer ‘t Lam: Wij doen het nu af, wat mij betreft. Ik verwacht alleen een reactie van het college. Of inhoudelijk, of de mededeling dat ze er niet op terugkomen.
32
De voorzitter: Ja. Prima, doen we dat zo. Dus daar komt dan volgende week, of de week daarna of de week dáárna -ik weet niet- maar ergens in een van de volgende commissies komt daar antwoord op. 10. Advies ROB Rol Nemen, Ruimte Geven De voorzitter: Dan krijgen we nog bij 10 Advies van de Raad Openbaar Bestuur Rol Nemen, Ruimte Geven, om voor kennisgeving aan te nemen. Ik neem aan dat u daar ook mee akkoord bent. Agendadeel 11. Termijnagenda De voorzitter: Dan gaan we naar punt 11. Dat is de termijnagenda. Die blijft waarschijnlijk zoals die is. Ik weet niet of er nog behoefte is, of dat u nog aan voelt komen dat u nog echt iets als bespreekstuk op wilt nemen, waardoor dat zou moeten veranderen. We zijn in ieder geval volgende week, hebben we een extra vergadering, op de 15e -in alle drie de commissies overigens- waar we de maatschappelijke businesscases bespreken. En dat is voor Bestuur en Middelen zijn dat de binnenstad en ruimte voor banen. Het voorstel is, want we hebben vorige week in het presidium afgesproken dat iedere week een van de commissies fysiek vergadert. En het voorstel is om deze vergadering volgende week fysiek te doen, op het stadskantoor dus, in vergaderkamer 1. En dan kunnen Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving die kunnen dan digitaal vergaderen. En dan gaat dat op andere data dus in een andere volgorde.
Dus iemand die daar niet mee akkoord is, om dit zo te doen? Nee. Oké. Termijnagenda verder ook akkoord dus, zo. Nou, dat is mooi. Ja. 14 Beantwoorden artikel 40-vragen GroenLinks Dierenasiel Louterbloemen Antwoordbrief artikel Tenslotte /Sluit
12. Rondvraag De voorzitter: Dan gaan wij over naar de rondvraag. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, u bent een agendapunt vergeten. 14, Beantwoorden artikel 40-vragen van GroenLinks Dierenasiel Louterbloemen. En die zijn ter kennisgeving aangenomen … Sorry? De voorzitter: ?. Mevrouw Kruger: Nou, ik heb hier … Sorry, dan is dat het stuk de nieuwe behandelvoorstellen, is dat toch 14. Ik kan er ook niks aan doen. Bij mij. De voorzitter: Oké, kijk ik even met u mee op de andere computer. Ja, ik heb hem hier ook inderdaad. Hij staat heel raar.
33
Mevrouw Kruger: Ja, want er staat 10. En dan opeens 14. De voorzitter: Ja! Mevrouw Kruger: Ik zie het nu ook. De voorzitter: ja. Hij is daartussen, hij is erbij gezet. En dus op een punt geland. Ik zie het inderdaad ook. Nou goed, mevrouw Kruger. Beantwoorden van … Mevrouw Kruger: Nou ja, ik wilde hem alleen even genoemd hebben. Ik bedoel, als u toch al behandelvoorstellen opnoemt. En er wordt nu voorlopig ter kennisgeving aangenomen. De voorzitter: Ja. Mevrouw Kruger: En daar zijn we vooralsnog heel tevreden mee. De voorzitter: Oké, prima. Dank u wel. Dan hebben we ze allemaal gehad. Inmiddels iemand voor de rondvraag, of niet? Want ik zie nog niemand die zich gemeld heeft in de chat. Nou, dan vind ik dat we dit weer netjes gedaan hebben, allemaal. 13. Sluiting De voorzitter: Want dan sluit ik hierbij de vergadering. Welterusten voor straks.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2021.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
34