CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 Concept Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderkamer 1.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 8 november 2022, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag 11 oktober vergaderzalen 1, 3 en 5 en van de Gemeenteraad 18 oktober 202230.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dus als je die er ook nog bij in ogenschouw neemt dan kan het best wel eens wat onrechtvaardig uitpakken. Tegelijkertijd is dat geen argument om de minima niet te ondersteunen, maar ik hoop dat het in ieder geval bijdraagt in het appel wat ik ook kan doen aan de rijksoverheid: maak het belastingsysteem nu rechtvaardiger. De voorzitter: Ja, dat betoog kennen we. De heer Van Ballegooijen had een vraag.

36

De heer Van Ballegooijen: En die haakt hier eigenlijk ook mooi op in, dus dat komt dan weer heel mooi uit, want het gaat ook over de armoedeval. Blij te horen, één, dat u eigenlijk benoemd wat voor een groot probleem dat is en hoe naar het wel niet is dat je dus eigenlijk beter af zou kunnen zijn potentieel in bepaalde situaties op een laag inkomen te blijven dan naar een hoog inkomen te gaan. En ook positief dat u noemt dat u er eigenlijk al ook wat graag wat onderzoek naar zou willen doen. Maar de vraag gaat eigenlijk specifieker over een aantal van de staatjes die ik heb gezien in het voorstel. Eén, wat eigenlijk ook aan het begin van de sessie werd genoemd, wat u aan het begin zei: eigenlijk zijn die cijfers achterhaald per 1 januari. En u gaf ook aan dat er veel van de landelijke regelingen eigenlijk gelden tot ongeveer 120, sommigen 130 procent van de WSM. Daarmee is mijn vraag, ik zie bij een aantal regelingen het voorstel dat u zegt we willen die uitbreiden, specifiek ook met de onderbouwing omdat er een armoedeval bestaat nu van bijvoorbeeld 120 naar 130 procent in bepaalde gevallen van 140 naar 150 procent. Gezien de nieuwe situatie landelijk, gezien de extra investeringen die u voorstelt, waar ik me zorgen over maak daarmee is eigenlijk de groep die weer daar net boven zit.

Verschuift u de armoedeval niet simpelweg van 120 procent naar 130, of van 140 naar 150 procent? Weet u überhaupt bijvoorbeeld of er een armoedeval plaatsvindt na 150 en 160 procent? U zegt we gaan niet over de middeninkomens, maar betekent niet dat we per se geen cijfers hebben over wat ons lokaal minimabeleid doet met de armoedeval net boven dat minimumbeleid voor de mensen die daar geen recht meer op hebben. De voorzitter: Volgens mij is de vraag duidelijk, denk ik. De wethouder, de armoedeval. Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, de armoedeval. Ik weet nog dat destijds in 2017 kwam ik met een voorstel richting de Drechtraad en toen gingen we het SMS Kinderfonds verruimen van 120 procent naar de 140 procent. De heer Van der Net weet dat nog heel goed, die zat toen in de Drechtraad, en was toen ook de vraagsteller van deze vraag. En ja, ik heb hem toen wel gelijk gegeven dat we die armoedeval waarschijnlijk wat op hebben geschoven. Tegelijkertijd naarmate die armoedeval meer naar boven gaat wordt het ook minder schrijnend, want dat zijn relatief alweer ietsje betere inkomens. Alleen je zou nooit willen dat er ergens een grens ligt.

Als u vraagt naar de precieze implicaties van deze maatregelen op die armoedeval dan moeten we daar echt een goed en grondig die minima-effectrapportage voor op laten stellen, omdat ik liet net een hele reeks met reeks maatregelen zien die ook fiscaal doorwerken, dat moeten we echt allemaal even heel goed op een rij zetten. Bijvoorbeeld waar het gaat over SMS Kinderfonds, waar het gaat over het sporten voor kinderen, het kindgebonden budget wordt ook weer aangepast door de rijksoverheid, dat heeft ook weer impact, dus dat moeten we gewoon goed op een rij zetten. Wat wij wel doen in deze stad is gewoon heel consistent beleid voeren. We hebben al een paar jaar geleden tegen elkaar gezegd … In 2017 hebben we gewerkt aan het armoedeprogramma. Toen waren we als gemeente daar … Het klinkt heel raar, maar we waren een van de eerste gemeente met zo’n breed ambitieus armoedeprogramma. Daar hebben we ook maatschappelijke partners nog inbreng opgeleverd. Ik weet nog dat ik in De Buitenwacht was en dat het Platform tegen Armoede met allerlei wensen kwam. Nou, een groot deel van die wensen hebben we ook echt wel werk van gemaakt. De Dordtpas is denk ik een hele concrete, maar ook het verhaal van Ariadne net. Dat klinkt misschien als het is veel proces, maar het is ongelooflijk belangrijk. Daarmee hebben we de fundamenten goed neergezet. En wat ik

37

dus belangrijk vind, en dat is dus ook antwoord op uw vraag, dat we consistent blijven in ons beleid. We hebben een Nibud-rapportage, we zien dat er op onderdelen nog kleine witte vlekken zitten, en we hebben ook altijd gezegd mensen die werken, werkende armen en kinderen, daar willen we ook specifiek expliciet heel goed naar kijken, omdat daar toch wel de grootste onverteerbaarheid zit van armoede, en dat ziet u ook terug in dit voorstel. De heer Van Ballegooijen: Dus als ik even mag samenvatten wat u zegt is eigenlijk … Sorry, voorzitter. Dank u voor het woord. Wat de wethouder uiteindelijk zegt is: we vermoeden dat die armoedeval inderdaad gaat opschuiven, maar we weten het eigenlijk pas op het moment dat de minima-effectrapportage gedaan is? Wethouder Heijkoop: Ja, dat is eigenlijk wel zo. Ik werd twee weken geleden bevraagd door EenVandaag over de stijging van de zorgpremie, want die werden toen bekendgemaakt. En toen heb ik ook aangegeven: ja, ik hou m’n hart vast wat dit nu weer voor de middeninkomens betekent. Want ja, het kabinet is er trots op van die zorgtoeslag, die schiet omhoog. Nou, iedereen wordt heel erg gecompenseerd. Ja, mooi, maar die zorgtoeslag loopt tot 42.000 euro, dus wat betekent dat dan voor de groep die daar weer net boven zit? En al dat soort maatregelen, dus de zorgpremies die komen over een maand, tot anderhalve maand.

Dan weten we ook de gemiddelde stijging van de zorgpremie, dan weten we ook hoe dat doorwerkt op al die inkomens. Dus we moeten echt even begin 2023 goed doen. Wat we nu aan het pakket voorstellen, dat gaat in ieder geval werken. Dat is in ieder geval de goede richting, en het kan best zijn dat wij in 2023, als die effectrapportage toch weer hele nieuwe inzichten aan het licht brengt dat wij het pakket nog wat willen tweeken, nog eens even willen kijken: zouden we ergens nog wat extra’s moeten doen? Nou ja, dan komen we natuurlijk terug bij uw raad om daarover te spreken. De voorzitter: Even kijken. Ik zag volgens mij de heer De Heer. Het klinkt altijd mooi, maar hij heeft het woord en hij mag een vraag stellen. De heer De Heer: Klopt, dank u wel voorzitter. Eigenlijk twee korte vragen. Het is een stevig plan voor een stevige opgave. Complimenten daarvoor ook. En als ik het goed begrijp dan gaan we ook door met een heel aantal zaken van de afgelopen jaren en komt daar nog een schep bovenop ook, omdat we dat nodig vinden met elkaar. Maar ook een stukje reflectievraag eigenlijk. Zijn er ook dingen waar we mee gaan stoppen die we de afgelopen jaren hebben gedaan waar we ook afscheid van nemen, ook om een beetje het leerelement in te gooien? Dus dat is één, daar ben ik benieuwd naar.

En het tweede is, als ik het goed begrijp dan wordt er diep geïnvesteerd juist op gezinnen met jonge kinderen. Als ik alleen de plaatjes of modellen, de inzichten op pagina 6 van het plan goed begrijp dan zie ik juist ook wel een heel kritisch punt juist bij het paar met oudere kinderen. Begrijp ik dat goed, en kan er wat toelichting op komen? Wethouder Heijkoop: Ja, voorzitter, ik heb nog niet het woord gekregen, maar ik denk dat u dat goed vindt. De voorzitter: Ja, want anders zeg ik het wel. Gaat uw gang.

38

Wethouder Heijkoop: U was even aan het smoezen met de griffier. Kijk, ik krijg ook wel eens een standje, dus ik vind het leuk om dit even te kunnen zeggen. Ik zal niet herhalen wat u allemaal uitwisselde, maar … Nee hoor, dat kan allemaal prima door de beugel. Nee, u vraagt om een reflectie, ook op ons eigen beleidspakket. En dingen die niet werken moet je mee stoppen. Ik denk wat wij doen dat is heel veel omvattend. Ook bij de sociale dienst hebben we nog best wel wat dienstverlening uitgebreid, soms ook wel dwars tegen marktdenken in, de bewindvoerders bijvoorbeeld. Dat is best wel een spannende. Daarvan heb ik echt wel rekening mee gehouden van dat moeten we weer terugdraaien, al dan niet omdat bewindvoerders ons voor de rechter slepen. Is allemaal niet gebeurd, en het gaat goed. Het is wel zo dat je soms wat zaken aanpast gaandeweg, dus dat je die bewindvoerders een net wat andere caseload laat pakken, dus andere soort cliënten. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor de adviseurs geldzaken, ook een unieke dienst die wij in deze stad hebben. Zeg ik ook een beetje met een schuin oog richting mevrouw Stolk. Wij zouden die adviseurs geldzaken nog wat meer willen zetten op de oudere doelgroep, want dat zijn mensen die heel goed in staat zijn om geduldig uit te leggen waar bepaalde problemen zitten en met regelingen aanvragen.

Nou, daar hebben we ook al naar gekeken: misschien moeten we die iets anders richten. Dus dan is het niet zo dat je zegt ze doen niet de goede dingen, maar wel dat je door ervaringen die je hebt dat je zegt we hebben die mensen, we hebben die expertise, we willen die misschien er ook eens op uitsturen om bij mensen thuis daar ondersteuning te bieden. Het geldt bijvoorbeeld ook voor een relatief nieuw instrument, de Dordtpas, wat een instrument is voor de hele stad, maar waar met name minima erg veel plezier aan beleven. Heeft een mooie bijdrage geleverd aan de volwassen participatie wat voor heel veel gemeenten echt een vraagstuk is. Zwijndrecht gaat er ook een aanvullend pakket op maken. Hebben wij goed geregeld met die Dordtpas, maar ook daarvoor geldt wel dat we kijken: moeten we het nog iets anders richten, kunnen we het ook voor andere doelstellingen gaan inzetten. Nou, collega Van der Linden heeft u al een keer op hoofdlijnen geïnformeerd ook over met dat vervoer. Dat we dan ook kijken naar mensen die daar vanuit eenzaamheid of met een lager inkomen dat we die kunnen ondersteunen, kan zo’n Dordtpas ook weer interessant zijn. Dus op die manier ben je wel voortdurend in beweging. En het verhaal wat net gehouden is, dat is destijds in 2017 begonnen, die samenwerking. Nou, daar ben je ook voortdurend aan het bijstellen.

En dat doet MEE-Vivenz samen met andere partners, en dan merk je ook wel dat die samenwerking is heel volwassen geworden, maar je blijft elkaar ook aanspreken wat ook terecht gezegd werd: waar ben jij van, waar ben ik van, en ik draag iemand over maar ik laat nooit iemand los voordat een ander hem vastheeft. Nou, dat soort samenwerkingen, die zijn ook echt wel soms complex. Het vraagt soms ook dat je een beetje over je schaduw heen springt, en dat vraagt ook wel eens tot bijstellingen. De voorzitter: Is dat voldoende voor u, mijnheer De Heer? De heer De Heer: Ja, dank. Dat is het antwoord op de eerste vraag, en de tweede die ging inderdaad over het model op pagina 6 over gezinnen met oudere kinderen die heel kwetsbaar lijken te blijven in de prognose. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, wat er uit de Nibud-rapportage is gebleken dat de participatie van oudere kinderen dat zit nog niet helemaal goed, en daarom hebben we

39

gezegd dat we voor die groep willen we de goed toegang tot het SMS Kinderfonds verbreden. Dus daar kunnen ook straks iets hogere inkomens gebruik van maken, en we hopen daarmee dat meer kinderen te kunnen laten sporten, musiceren of eventueel andere doelstellingen. Dus dat is juist ons antwoord daarop, op uw constatering die u feitelijk doet. De voorzitter: De heer De Heer, was dat het? Ja, ik kijk eerst eventjes. Mevrouw Vol was volgens mij de eerste die ik zag, dus die mag de vraag stellen. Mevrouw Vol-van der Holst: Oké. Ja, ik heb even voor een andere groep bewoners ook weer een vraag. Mensen die eenzaam zijn en in armoede terechtkomen voor wat voor reden dan ook die hebben vaak soms ook huisdieren. En ik vraag me af of ook die meegenomen worden bij de hulp die geboden wordt, en of het ook mogelijk is om mensen die al in de schulden zitten en nog aan huisdieren willen beginnen of daar dan ook het advies kan komen dat die dan geen huisdieren nemen? Het is twee vragen in één, alstublieft. De voorzitter: Lijkt me duidelijk. De wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja, huisdieren spelen echt een hele grote rol in heel veel levens van mensen. En zeker ook mensen die heel weinig om handen hebben, die ervaren heel vaak heel veel steun van hun huisdier. Ik zie collega Merx al lachen. Ik weet dat de heer Merx ook veel steun ervaart van zijn papegaai.

En dat geldt ook zeker voor gezinnen en voor alleenstaanden. Wat we doen, in alle ernst, in schuldtrajecten moet je altijd kijken naar waar kan het een onsje minder. We zullen er nooit voor kiezen om iemands huisdier af te nemen, want daarmee neem je veel meer af dan alleen een kostenpost. Wat we wel doen is mensen in overweging geven, op het moment dat ook het leven van een huisdier eens eindigt, wel een overweging geven: doe het niet. En dat gesprek wordt wel gevoerd omdat zeker een hond met een bepaald formaat die ook nog een bepaald dieet nodig heeft, nou, dat kan aardig in de papieren lopen. Dus het is altijd wel onderwerp van gesprek, maar we zijn ons heel erg bewust van het feit dat een huisdier en hele grote belangrijke sociale functie heeft. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel voor de beantwoording. Heb ik ook een vraag, zijn er dan nog mensen die ondersteuning krijgen in die kosten? Want sommige honden kosten heel veel geld inderdaad bij verzorging. De voorzitter: De wethouder? Wethouder Heijkoop: Nou, ja, ze krijgen daar weleens ondersteuning bij, en dan moet je denken aan bijvoorbeeld een dierenartsrekening. Dus een kostenpost die je niet aan hebt kunnen zien komen, die opeens heel fors is, die niet te vermijden is, die zich echt heeft voorgedaan. Nou, dat kwalificeert zich voor bijzondere bijstand, en daar kiezen we wel eens voor.

En dat kan over best forse bedragen gaan. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel. Fijn om te horen. De voorzitter: De heer Den Hartog, en dan gaan we daarna naar de heer van DamTimmers. En dan gaan we naar mevrouw Boom.

40

De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ja goed, het programma Samen tegen Armoede ook belangrijk. Ik denk dat iedereen dat onderschrijft. En in navolging van de heer Van Ballegooijen heb ik ook een vraag over een staatje wat ik tegenkwam, nu gaat het over de bekostiging. Ik zie voor vier jarenlang hetzelfde bedrag staan, globaal 8 ½ miljoen euro, en daarover heb ik de volgende vragen. Klopt het dat het in ieder geval grotendeels om incidenteel geld gaat? Klopt het dan ook dat er daarom niet automatisch geïndexeerd wordt? En klopt het, als dat zo is, dat je dus met de inflatie die de wethouder zo even zelf al noemde dat je eigenlijk elk jaar minder kunt doen voor hetzelfde geld? En als dat allemaal klopt, wat gaat u daaraan doen? De voorzitter: Een hele duidelijke vraag. De wethouder. Ja, de laatste is inderdaad terecht, de griffier. Wat gaat u daaraan doen is politiek, maar de andere vragen die mag de wethouder beantwoorden. Wethouder Heijkoop: Ja, die laatste vraag gaat ook over het beteugelen van de inflatie. Er ligt veel in onze handen, maar dat zeker niet. Kijk, het is zo het grootste deel van het pakket is structureel geld. Dat deden we en dat blijven we doen, dat vinden we belangrijk. En wij hebben hier een Dordrecht een redelijk … Ik denk dat we een heel mooi armoedebeleid hebben waar de minimaregelingen een heel belangrijk onderdeel van zijn.

Deze coalitie, deze politieke samenwerking heeft er wel voor gekozen om wel fors extra geld er nog aan uit te willen geven de komende jaren, waarbij het wel klopt dat het alle beleidsmensen in het gehele politieke akkoord zijn allemaal incidenteel gefinancierd. Dat is ook voor een deel kritiek geweest van uw raad destijds bij het eerste debat rondom het politiek akkoord, maar dat is gewoon ook een beetje inherent aan de financiële situatie van de gemeente destijds, en ook wel een beetje inherent aan de wijze waarop het rijk ons financiert. Desalniettemin, we hebben deze middelen nu in de begroting gezet. Daar gaan we dit voor uitvoeren. We denken dat het ook kan. Op het moment dat er afwijkingen zijn zullen we dat bij u melden via de Bestuursrapportage of op andere momenten bij de jaarrekening, want we weten natuurlijk nog niet precies hoe het zich ontwikkelt. En als de autonome vraag vanuit de stad toeneemt dan kan het zijn dat je op onderdelen moet gaan bijstellen, maar het is ook zeer aannemelijk dat ook vanuit het rijk weer extra middelen beschikbaar worden gesteld. Nou, die kunnen we dan ook weer toevoegen aan het armoedeprogramma. Dus deze staatjes waar u aan refereert geven een heel goed beeld bij hoe het ervoor staat, maar deze bedragen gaan het niet precies worden. Die gaan nog wel wat veranderen. Het is wel zo dat er geen inflatiecorrectie in zit, dat klopt.

De voorzitter: Nee, daarom. Geen indexatie, hoor ik mijnheer Den Hartog. Heeft u nog? De heer Den Hartog: Nou ja, dan nog even de verduidelijkende vraag: klopt dan dat je doordat de indexatie er niet inzit dat je dus voor dat geld elk jaar wat minder eigenlijk kan doen dan je zou willen? De voorzitter: Maar dat is vragen naar de bekende weg, denk ik, en die bekende weg die kennen we allemaal, dus ik denk dat daar geen antwoord … Bijna retorisch toch? Ja. Dan gaan we naar de heer van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja dank, voorzitter. Dank ook voor alle eerdere vragen, want er is al veel voor mijn voeten weggemaaid. Heel interessant raadsvoorstel. Ook erg

41

complex ook in de bestudering van de hoeveelheid verschillende dingen die erin staan. Ik heb een paar vragen nog. Een vraag gaat over de grote verschillen tussen de verschillende kindtegoeden, en dan vroeg ik me af: hoe kijken we daar nu naar en hoe zorg je er nu voor dat die kindtegoeden ook terechtkomen voor het doel waarvoor ze bedoeld zijn? Wat het zijn nogal diverse doelen, en ik vroeg me af hoe is dat nu bedacht? En dan ook nog even niet per se richting de armoedeval, maar wel een beetje daaraan schurend. Hoe voorkom je nu dat mensen op basis van dit beleid hun persoonlijke inkomensgedrag gaan aanpassen? Ik snap dat het een ingewikkelde vraag is, maar op welke manier wordt daar over nagedacht bij de voorbereiding van zo’n stuk? De voorzitter: De wethouder, eerst de kindregelingen. Wethouder Heijkoop: Ja, voorzitter, waar het gaat over de kindregelingen. Dat loopt simultaan aan tegoed op de Dordtpas, dat binnen de Dordtpas is het technisch mogelijk om dat te alloceren voor bepaalde doelstellingen, dus dat het niet op de verkeerde manier wordt uitgegeven. Wel is het, en dat is eigenlijk ook nog een voorbeeld van mijn antwoord net richting de heer De Heer, binnen de Dordtpas zijn we nu al aan het kijken, en dat gaan we ook al doen om nog scherper aan te geven dat dat geld echt benut wordt voor muzieklessen of het lid worden van een sportvereniging.

Bovendien gaan we daar ook nog naar kijken in relatie tot een ander beleidsintensivering die we in de coalitie, in het politiekakkoord hebben vastgelegd. Het gaat over het sporten van kinderen, om dat te stimuleren. Daar hebben we dat ook nadrukkelijk voor nodig. Met collega Merx ben ik nu bezig om daar een voorstel voor te maken, en wij zullen ook richting uw raad komen op het moment dat het klaar is. Het is wel heel belangrijk dat je daar enigszins sturend in optreedt als overheid, omdat zeker voor mensen met een smalle beurs, en zeker mensen ook die heel veel stress ervaren … Nadja Jungmann, haar naam viel net al, die heeft er heel veel onderzoek naar gedaan. Al onze medewerkers zijn er ook in getraind om dat te herkennen, en ook stresssensitief om te gaan met mensen, want stress leidt tot korte termijn keuzes, en soms ook tot onverstandige keuzes, en dan helpt het wel als je als overheid daar een klein beetje in stuurt, want je hebt bepaalde beleidsdoelstellingen, en dat is kinderen laten meedoen, en ze doen niet mee door bij de Bristol nieuwe sportschoenen te kopen. Ze doen vooral mee op het moment dat ze lid worden van de sportvereniging. Dus daar kijken wij nadrukkelijk naar. Veel verder moet het ook niet gaan. Mensen hebben ook hun eigen keuze. We willen niet in die zin te veel betuttelen.

Mensen moeten vooral ondersteund worden om zelf de goede keuzes te maken, en wij willen niet die keuzes helemaal van hen overnemen. De voorzitter: Dan nog over het gedrag, wat ik wel een complexe vraag vind. Ja, dat blijft moeilijk denk ik om te bepalen? Wethouder Heijkoop: Ja, ik maakte al een beetje een opmerking dat we mensen willen ondersteunen bij het maken van de juiste keuze, maar wij gaan niet met de pinpas van hen samen met hen op pad, dat willen we natuurlijk niet doen. We hebben wel gezien ook rondom de uitkering van de energietoeslag dat veel mensen gebruiken dat voor hun energierekening, zetten het even opzij. Er zijn ook mensen die zeggen: ja, ik heb gewoon nog twee maanden huurachterstand, ik betaal mijn huur ervan. Of: ik moet nu de boodschappen kopen, want de kinderen, we hebben geen eten in huis. Nou, ook prima. Wat je natuurlijk niet wilt is dat ze er heel onverstandige dingen van gaan doen, en dat gebeurt ook wel eens. Laat ik het zo zeggen, de Media Markt heeft ook echt wel wat

42

transacties langs zien komen vanuit de energietoeslag. Wat we wel hebben besproken, en dat gaat in het AB van de gemeenschappelijke regeling sociaal ook nog even terugkomen, dat we wellicht die energietoeslag wat meer gespreid willen gaan uitbetalen, zodat je voorkomt dat er een impulsaankoop mee gedaan wordt. Maar daarvan heb ik al zoiets: goed, mensen moeten ook uiteindelijk zelf die verantwoordelijkheid nemen. Maar het is altijd een wankel evenwicht. De voorzitter: Dat woord betuttelen kwam opeens in me op. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ja, dank u wel. We hebben een heleboel vragen, maar ook mooi dat we over dit programma Samen tegen Armoede kunnen praten, een mooi programma, mooie doelstellingen. We leven nu in bijzondere tijden en er gebeuren bijzondere dingen die we vijf jaar geleden nooit voorspeld hadden. Ik hoor u al meerdere keren zeggen ik maak me ook zorgen om de middeninkomens, daar zitten ook heel veel problemen bij, of die kunnen ontstaan. En mevrouw Duykers zei ook al Vroegsignalering is erg belangrijk. Daarom mijn vraag: hebben wij een beeld hoe die middeninkomens in de problemen komen en hoeveel? En dan met name die Vroegsignalering, maak ik me een beetje zorgen om, want als we zeggen we gaan met de MER volgend jaar januari in beeld brengen en daarna gaan we beleid maken, dan zijn we al half jaar verder dan nu.

Kunt u daar misschien een beeld bij schetsen? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja, voorzitter. Nee, dat beeld hebben wij niet. We weten niet precies hoe het met de middeninkomens rond de stad staat. We weten wel vanuit de CBS-gegevens dat het een enorm grote groep is, en we weten ook dat het een hele diverse groep is. Een middeninkomen met een goed geïsoleerd huis met een lage rente en een vast energiecontract die heeft ondanks de inflatie ziet hij zijn of haar koopkracht fors stijgen zelfs. Maar we zien ook een hele grote groep middeninkomens die in een andere positie zit, en daar zijn gewoon zorgen over. Wat we wel hebben gezegd is dat ook onze regelingen … Het woord ruimhartigheid viel net al. We hebben het al een paar keer bij de hand gehad dat er een middeninkomensgezin zich meldt die eigenlijk geen recht heeft op ondersteuning, maar we zien dat het gezin gewoon door het ijs zakt, dan doen we natuurlijk wel het een en ander. Dat noemen ze geloof ik artikel 5, dat is een beetje door de vingers zien, en iemand toch steunen. Tegelijkertijd zeg ik ook heel eerlijk, als wij een grote campagne, als we echt beleid willen gaan maken om middeninkomens te ondersteunen, dan kom ik met een intensiveringsvoorstel van zo’n 20,30 miljoen op jaarbasis, want dan gaat het over dat soort bedragen, en dat kan gewoon niet.

En dat is ook logisch, want het is niet aan de gemeente. Wat we wel hebben gedaan, nog één zin, is natuurlijk recent bepaald dat wij een algehele lastenverlichting doorvoeren wat juist ook bij de middeninkomens wel relatief goed terechtkomt, omdat het voor hen relatief wat meer geld is dan bijvoorbeeld voor de hele hoge inkomens, maar ook huurders zijn daar zeer mee geholpen. De voorzitter: Duidelijk. De heer Tutupoly, u had ook een vraag. De heer Tutupoly: Ja goed, als we het stuk lezen ook ten aanzien van de schuldhulpverlening dan moet je vooral er dicht op zitten, snel ingrijpen. Ik vroeg me eigenlijk af ook met de huidige personeelstekorten in hoeverre de gemeente daar nu op

43

uitgerust is. Er zijn dus ook nog partners, het aantal partners wordt ook uitgebreid. Daar zie ik onder andere ook GGZ en dergelijke bij zitten. Ook daar zijn natuurlijk bepaalde achterstanden, dus in hoeverre is de gemeente er eigenlijk nu in staat om dit soort uitdagingen aan te gaan? En daarnaast is mijn tweede vraag eigenlijk nog. Ten aanzien van … Grijpt de gemeente ook nog eigenlijk in ... De huidige tijd wordt hier nog gebruikt ten aanzien van personeelstekorten om bijvoorbeeld mensen die langdurig in de bijstand zitten om die op de een of andere manier weer aan het werk te krijgen zodat ze toekomstperspectief ook hebben. De voorzitter: De wethouder. Personeelstekort, als eerste. Is dat een probleem? Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter. Dit is een vraag … Deze vraag kan ik al een half uur aan het woord zijn, dat ga ik u besparen. Personeelstekorten doet zich hier ook nadrukkelijk voor. We hebben wel het geluk dat we een relatief aantrekkelijke werkgever zijn ook vanuit de sociale dienst, maar ook onze partners MEE-Vivenz, sociaal raadslieden en dergelijke die ervaren ook de moeite om die bemensing op orde te houden. En het is ook … U heeft echt een heel terecht punt, die Vroegsignalering, daar zijn we over met het kabinet in gesprek.

We hebben eigenlijk meer nodig om die Vroegsignalering goed uit te kunnen voeren, want je moet nu voortdurend wel kiezen tussen signalen die je opvolgt. Want we hebben nu goede afspraken met de energieleveranciers, ook met de woningcorporaties en met de zorgverzekeraars dat wij signalen doorkrijgen: wacht even, dit gezin gaat het niet helemaal goed, er is achterstand. Met de woningcorporaties doen we dat al langer, ook toen de wet daar nog niet helemaal klaar voor was. Nou, dat kon wel. We hebben daar allerlei slimmigheidjes op bedacht, nu is het ook in de wet geregeld. En je ziet wel dat het aantal huisuitzettingen in ieder geval bij woningcorporaties tot een minimum is gedaald. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel private verhuurders, dat blijft echt wel een uitdaging. We worden nog steeds wel eens voor het blok gezet dat er opeens een gezin op straat wordt gezet door een niet zo’n sociale verhuurder, en dat had je graag eerder geweten. Dus ja, we hebben voortdurend behoefte, we hebben voortdurend vacatures. En die Vroeg signalen oppakken vraagt veel, en hoe we dat nu oplossen is proberen zo goed mogelijk te creëren, dus zo goed mogelijk te kijken: wat is dit voor signaal? We weten wel dat aan de deuren gaan het meest effectief is. Bellen is daar redelijk effectief, een brief sturen is eigenlijk gewoon niet effectief.

En een brief sturen is iets wat je heel goed kan automatiseren, dus dat doen heel veel gemeenten, maar dat werkt gewoon niet zo. Als een brievenbus al stampend vol zit dan kun je nog een brief achteraan gooien van beste mensen, we kunnen u helpen, heeft niet zoveel zin. Dan moet je echt dat persoonlijke contact – Riet Duykers noemde dat ook al – is dan echt van groot belang. En ik heb Riet ook horen zeggen wij kunnen ook nog een rol spelen in het aan de deur komen. Nou, ik ben altijd geïnteresseerd om eens te praten kunnen we het informele en formele nog verder versterken, dat zij daar een nog wat grotere rol in zouden kunnen pakken. Dus dat lijkt me ook nog een mooi gespreksonderwerp voor het vervolg. O ja, nog één punt, bijstand. We zitten als we kijken naar geaggregeerd niveau bijstand sociale werkvoorziening. Ik ga het niet te ingewikkeld maken, we zitten echt op een bijna wel all time low van het aantal mensen die langs de zijlijn staan. Het zijn er nog steeds te veel. We vinden echt dat er nog meer mensen mee kunnen doen, maar het eerlijke verhaal is wel dat de mensen die nu in de bijstand zitten onder de participatiewet vallen wat ook Wajonger’s zijn, wat sociale werkvoorziening mensen zijn - want die is al zes,

44

zeven jaar dicht – en mensen vaak met grote psychische problemen. Toch ben je voortdurend aan het kijken naar van kunnen we mensen … Want werk maakt ook gezond. Kunnen we mensen fitter krijgen om die arbeidsmarkt op te krijgen in een rol zoals u net noemt, maar het kan ook zijn dat een ander talent meer passend is. En wij gaan nu bij vanuit de sociale dienst - ik heb dat toevallig vandaag nog even met de directie van de sociale dienst over gesproken - echt nog wel even heel goed door het bestand heen: zijn er nog mensen die leerbaar zijn, die ontwikkelbaar zijn? Maar het eerlijke verhaal is wel dat de uitstroom nu wat begint te stagneren omdat de mensen die kunnen werken die zijn echt wel allemaal aan het werk, en de mensen die nu nog in de bijstand zitten hebben veel meer ondersteuning nodig. En die gaan we ook wel in toenemende mate geven, want we willen zoveel mogelijk mensen aan het werk hebben, en eigenlijk nog zoveel mogelijk mensen mee laten doen, want dat is het belangrijkste. De voorzitter: Wij zitten op vijf minuten nabij het einde … Ja, mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Mag ik ook nog een vraag stellen? De voorzitter: Ja, dat mag, maar ik heb al twee mensen, en dan stel ik toch even heel snel gewoon de vraag stellen, antwoorden en even door. En dan kom ik ook nog bij u, mevrouw Stolk. Mevrouw Schnabel dan de heer Van Ballegooijen en dan komen we bij mevrouw Stolk.

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik had een korte vraag. Klopt het dat de Dordtpas voor kinderen vanaf vier jaar is? En wat is daar de reden voor dat het vanaf vier jaar is? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja, het kindtegoed is in ieder geval voor kinderen vanaf vier jaar. De Dordtpas in bredere zin is ook voor kleinere kinderen. Daar moest ik ook even aan denken toen ik van de zomer bij de Avonturenboerderij Molenwaard stond, en ik met mijn dochter van drie en ik zeventien euro moest afrekenen voor haar. Ik dacht: ik had misschien toch beter een Dordtpas kunnen hebben voor een tientje, dan kon je gratis naar binnen. Maar het kindtegoed is vanaf vier jaar, en de logica erachter is basisschoolleeftijd. Maar ik moet zeggen ook kleinere kinderen zouden al prima naar peuterdans kunnen en worden daar ook heel blij van, dus in die zin is er best wat voor te zeggen om dat misschien iets te verruimen, maar dat zeg ik nu even terloops. Maar eigenlijk is het gewoon Dordtpas meedoen op de basisschool. De voorzitter: Duidelijk. Ja, de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ja, mijn vraag gaat eigenlijk over iets wat u in een eerdere beantwoording aangaf. U zei: dit pakket gaat werken, dit is de goede richting. Dat geloof ik natuurlijk graag – ik weet niet eigenlijk of u blauwe ogen heeft – maar op uw blauwe ogen in dat geval.

Kijk, dank u voorzitter voor het controleren. Nee, maar wat ik een beetje mis in het voorstel nog is de doelstellingen. U geeft een mooi staatje wat de huidige situatie is bijvoorbeeld. We hebben het er aantal keren over gehad, mijnheer Den Hartog heeft er ook aan gerefereerd, welke gezinnen komen nu hoe uit. Wat ik mis is eigenlijk: wat brengt dit plan ons, waar brengt dit plan ons, is misschien de betere

45

variant om dit te zeggen. En ook om alle andere doelstellingen, harde doelstellingen? Kunt u daar antwoord op geven, wat ziet u als toekomstbeeld? De voorzitter: Is het SMART genoeg volgens mij richting de wethouder. Wethouder Heijkoop: Excuus, voorzitter. Nee, dat kan zeker beter, en ik denk dat het ook wel goed is. Deze sessie is er ook wel op gericht om van u te vernemen van waar wil je het succes van de armoedeprogramma ook op afmeten? En ik denk dat het goed is om daar nog wat nader op in te gaan. We gaan een nulmeting uitvoeren en die nulmeting willen we doen langs een aantal KPI’s. En wat denk ik twee hele belangrijke zijn is het bereik. Laten we daar met elkaar op gaan inzetten. Bereik is een aantal keren teruggekomen, ook vanuit de insprekers. We willen een grote communicatiecampagne ook gaan opzetten om dat bereik te vergroten. En we hebben helemaal niet zo’n verkeerd bereik, hoor. 60 procent dat is voor sommige regelingen, heeft Riet gelijk. Andere regelingen zitten wat hoger, dus daar kunnen we bijvoorbeeld een meting op uit gaan voeren. Ook de gemiddelde schuld is net al genoemd, die moet echt naar beneden. Door de Vroegsignalering hoop je mensen sneller binnen te krijgen, dus zo gaan we een aantal KPI’s opstellen. We weten al best wel wat getallen. Ik denk niet dat we KPI’s gaan opstellen: percentage armoede in de stad.

Want wij kunnen het aantal mensen in armoede moeilijk laten afnemen. We kunnen wel mensen in armoede beter ondersteunen, en daar is dit programma op gericht. De heer Van Ballegooijen: Ja, ik ga uiteraard graag in gesprek met u over die KPI’s, heel graag zelfs. En wat ik wel dan ook hoop te zien is al op dit plan de doelstellingen op die KPI’s. U geeft aan, die worden gesteld na de MER, de minima-effectrapportage. Dat zou wel betekenen dat de waarde die we meten pas worden opgesteld als het beleid al loopt, en dat we daarmee dus dan ook, begrijp ik, geen doelstellingen kunnen worden gesteld, omdat u eigenlijk nog niet weet waarop u gaat meten. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, heel kort. Het is gewoon wel goed om ons te realiseren dat de resultaten op de doelstellingen worden door zoveel factoren beïnvloed, ook buiten het gemeentelijk beleid, dus je moet er altijd even goed naar kijken wat kan je nu echt meten als zijnde het gevolg van interventie vanuit de gemeente. Het bereik is een hele concrete. Je kan eigenlijk gewoon laten zien er hebben meer kinderen met de Dordtpas kunnen sporten bij een vereniging bijvoorbeeld. Dat kunnen we echt goed meetbaar maken. En we hebben nu echt best wel wat getallen, informatie.

En we gaan een nulmeting doen, en ik denk dat je daarna heel goed kan volgen in de komende jaren: gaat het groen pijltje omhoog of rood pijltje naar beneden? En op die manier denk ik dat we elkaar kunnen vinden in het volgen van de resultaten van dit programma. De heer Van Ballegooijen: Ja, ik zou heel graag horen wat dan uw doelbereik is. Is dat dan 70 procent, is dat 80 procent? Dat pijltje omhoog, pijltje omlaag? De voorzitter: Ja goed, dat is inderdaad politiek. Er komt nog iets aan. Niet nu in ieder geval. Mevrouw Stolk had nog een vraag, en dan gaan we afsluiten.

46

Mevrouw Stolk: Ja, voorzitter dank. En uiteraard is het een politieke vraag, maar ja, we willen dat niemand in armoede natuurlijk leeft hier in deze stad. Wat ik wel een beetje mis zijn de ouderen, dat zal u niet verbazen. De grootst groeiende groep in Dordrecht, die missen wij in dit beleid. Maar u triggerde mij ook een beetje. Ik had het al een paar keer aangegeven, de ouderenadviseurs die hadden wij vroeger in de wijken die echt aan gingen bellen, en u komt net met de opmerking: nou ja, ik zou eigenlijk die schuldadviseurs, of hoe die mensen ook heten. Dat maakt mij even niet uit, als die doelgroep maar wel bereikt gaat worden. Dus ja, wat heeft u van de raad daarvoor nodig, of van ons om dat te bewerkstelligen? Wethouder Heijkoop: Ja voorzitter, ik vind het wel een terecht appel wat u doet, hoor. Kijk, ouderen maken inderdaad relatief weinig gebruik van het SMS Kinderfonds. Een aantal voorzieningen zijn gewoon echt niet gericht op ouderen. Een aantal voorzieningen ook wel. We hebben de energietoeslag verruimd juist met het oog op de ouderen met een klein pensioentje, want we vonden het heel wrang als die erbuiten vallen. We hebben ook gezien dat die met name veel gebruik maken van die energietoeslag, dus daar zijn we heel blij mee.

Ik denk dat we hier ook gewoon eens over door gaan spreken met collega Van Benschop, verantwoordelijk voor eenzaamheid en dergelijke, want we leggen ook huisbezoeken af. Die hebben ook vaak een signalerende rol, dus we moeten gewoon eens even goed kijken op welke manier we meer in contact kunnen komen met die ouderen. En het meer naar buiten sturen van die adviseurs geldzaken om misschien nog meer op locatie die ouderen te vinden, kan er ook toe bijdragen. Want ik vind wel dat u een terecht appel doet. We vergrijzen, ook in deze stad. Deze stad vergrijsd zelf nog iets meer. En we weten dat best veel mensen van een wat oudere leeftijd moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, en ook dat ze wat minder digitaal vaardig zijn om regelingen aan te vragen. Ik zie Ariadne ook instemmend knikken, dus ik denk dat u hier gewoon een goed punt heeft, en dat we hier een vervolg aan geven. De voorzitter: Dank u wel. Wij zitten hier bij het einde van deze commissie. Deze was beeldvormend, en dan is natuurlijk de vraag aan de commissie hoe wij met dit stuk verder gaan. En ja, het is nogal wat natuurlijk, zeker in deze tijd, dus mijn vraag is of er inderdaad nog een oordeelsvormende commissie moet komen met betrekking tot dit onderwerp, of dat het stuk naar de raad kan? En dan kijk ik gewoon eventjes rond of er iemand een voorzet wil geven op dit punt? De heer Van Dam-Timmers.

De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ik denk dat het naar de raad kan. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dan kijk ik nog even rond. De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ja voorzitter, wij hebben toch eigenlijk nog wel wat politieke vragen over een aantal onderwerpen, onder andere rondom de armoedeval, rondom monitoring, dus wij zouden toch voor willen stellen om een oordeelsvormende vergadering eerst te doen. De voorzitter: Dat is duidelijk, en de commissie zelf moet aangeven wat ze willen. Mevrouw Stolk.

47

Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, wij ook oordeelsvormend, en met name ook om te veel moties en amendementen te voorkomen op dit onderwerp zouden wij graag hier nog even in de commissie doorspreken. De voorzitter: Ja, dat is ook duidelijk. Oordeelsvormend, hoor ik voor de griffier, drie partijen als er steun is, dan gaat het daarheen. Ik zie de heer Den Hartog ook zeggen voor GroenLinks. Nou, dan is het in ieder geval duidelijk dat … De heer Tutupoly ook. Dan is wel de vraag wat we daar dan gaan behandelen in de oordeelsvormende commissie? En ja, dat is dan even de vraag. Ja, de heer Van Ballegooijen had volgens mij al aangegeven wat hij in ieder geval als politieke vraag zag, toch? Nogmaals, armoedeval en … De heer Van Ballegooijen: En specifiek inderdaad vragen over armoedeval, en vragen rondom monitoring en doelstellingen. Dat zou het … De voorzitter: Wat is dan de politieke vraag? De heer Van Ballegooijen: De politieke vraag is specifiek: wat zijn de doelstellingen op armoede? Sorry, wat zijn de instellingen dit armoedebeleid, en waar gaat u op sturen en wat zijn de dingen die we mogen verwachten? En wat betreft armoedeval, zou ik toch wat meer informatie willen en over hoe u denkt dat het … De voorzitter: Die informatie kunt u natuurlijk altijd gewoon schriftelijk stellen, dus wat dat betreft. Maar in ieder geval dit punt is gemaakt.

Ik kijk eventjes naar mevrouw Stolk of zij ook een ingeving had voor de oordeelsvormende. Mevrouw Stolk: Kijk, ik heb natuurlijk al aangegeven en de wethouder die geeft gelukkig aan dat we niet voor niks een appel doen op de groep ouderen, dus onze politieke vraag zou zijn: vinden wij als commissie dat er voldoende gedaan wordt voor de ouderen in het armoedebeleid? De voorzitter: Ja, dat lijkt me duidelijk. Ik kijk weer naar de heer Van Ballegooijen, want het is geen politieke vraag. Dus met andere woorden: geef dat eventjes aan wat u vindt en wat u denkt, en wat moet besproken worden in de oordeelsvormende commissie? De heer Van Ballegooijen: Ik moet inderdaad nog een beetje wennen aan de manier waarop politieke vragen en beeldvormende vragen gescheiden zijn, dat klopt. Nee, de politieke vraag zou dan in elk geval zijn: hoe vindt de commissie dat de doelstellingen op het armoedebeleid moeten zijn en hoe wordt de meting achteraf van doelmatigheid gedaan? Is dat wel oordeelsvormend? De heer Boersma: Voorzitter? De voorzitter: Nog iemand meer? Ik zit even te kijken. Sorry, de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, even in aanvulling op de vraag van mevrouw Stolk. Die zou misschien nog iets aangescherpt kunnen worden door … En de wethouder bracht me een beetje op het idee door te zeggen: misschien moeten we daar eens over nadenken.

Misschien moeten we dan een concrete politiek vraag formuleren of er nog een

48

programmalijn 4 toegevoegd moet worden aan het voorstel, aan het plan van aanpak waarin het gaat over de specifieke situatie van de ouderen. De voorzitter: Ja, duidelijk. En dan kijk ik rond. De minima-effectrapportage was niet helemaal duidelijk wanneer het gedaan zou worden en wanneer het klaar was. Dus dat vind ik toch ook wel van belang voor de commissie, wethouder. Wethouder Heijkoop: Ja, voorzitter. In principe willen we die begin volgend jaar laten uitvoeren, en wanneer het dan klaar is, wat is realistisch? De heer Meinster: Ja, eind voorjaar, vermoed ik. Wethouder Heijkoop: Ja, dat zal dus een beetje aan het eind van de winter, begin voorjaar, ligt het dan bij de raad. De voorzitter: Duidelijk. Dan gaan we deze commissie beëindigen, en dank ik iedereen voor uw aandacht. In ieder geval wel thuis voor degene die al naar huis gaan. 5. Inspreker niet geagendeerd onderwerp over Stopzetting gratis OV 65+ Voorzitter: dhr. Van der Net Raadsgriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Remijn (CDA) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Van der Van der Schouw (inspreker) Mevr. Stolk (VSP) De voorzitter: Last but not least hebben wij nog een inspreker die wat wilde vertellen over OV 65+. En dat is de heer Van der Schouw. En ik zou zeggen: mijnheer Van der Schouw, aan u het woord. Gaat uw gang.

De heer Van der Schouw: Nou, ik had een brief gestuurd naar de gemeenteraad. En daar heb ik inmiddels overigens een reactie op gehad van de griffie. Waarin staat dat de brief inmiddels middels haar agendacommissie: “heeft middels haar agendacommissie besloten na lezen van het bericht en beantwoording het in handen te stellen van het college van B&W, met het verzoek om een afschrift van de antwoordbrief.” Ik vraag me af welke antwoordbrief. Ik heb nooit een antwoordbrief gehad. Het gaat namelijk om een brief die… De voorzitter: Mijnheer Van der Schouw, die moet nog komen het antwoord, hoor ik net. De heer Van der Schouw: Ja. Ja, ja, oké. Nou, ik heb een brief gehad in augustus. Er staat geen datum op, 2022, op naam. En daarin staat dat ik als 65-plusser voor veertien euro per jaar gebruik mag maken van de stadsbussen. Ik denk: “Nou, dat is prettig. Dat is leuk. Nou ja, een jaar, dus dan ga ik in oktober even langs het servicepunt.” En daar ben

49

ik ook geweest. En ik kreeg daar te horen dat die regeling niet meer gold. En dat de gemeente die regeling dus niet meer van toepassing verklaart. En dat Qbuzz mij deze optie niet meer mag verkopen. En ik denk: “Dat is raar.” Want ik heb daar op generlei wijze informatie over ontvangen. Dat het niet doorging. Ben helemaal niet geïnformeerd. Ik wist van niks, dus ik … En ik begrijp ook dat er heel veel andere mensen in die leeftijdscategorie voor niks naar dat servicepunt waren gelopen. De meesten zijn niet digitaal vaardig. En daar hetzelfde antwoord hebben gehad. Althans, als ze na 1 september zich daar gemeld hadden. Vervolgens heb ik de gemeenteraad een brief geschreven, waarop deze brief dus gekomen is. Maar ik heb ook een bezwaarschrift ingediend, met ongeveer dezelfde redenering als in de brief naar de gemeenteraad. En daarin staat onder andere … Ja, ik vind het in strijd met het vertrouwensbeginsel. Ik krijg een brief van de overheid. En ja, dan mag je er als burger op vertrouwen dat dat klopte. Dat je van die informatie mag uitgaan en dat je daar gebruik van kan maken, voor een jaar. Want ja, wie ben ik als burger? De overheid stuurt mij zo’n brief. En ik mag daarvan uitgaan. Nou, ik ben ook helemaal niet op de hoogte gesteld, schriftelijk, dat dat was komen te vervallen. Dus informatieplicht naar de burger, daar is dan ook niet aan voldaan.

En voor de rest motivering, die is er natuurlijk niet. Want er is niet eens een antwoord op gekomen. Dus ik weet ook niet waarom ik niet van die regeling na 1 september meer gebruik kan maken. Geen idee waarom. En dat wist de servicemedewerker ook niet bij Qbuzz. Dus ik ben weer naar huis gegaan en dacht: “Ja, dat is toch een beetje een rare gang van zaken.” Dus ik heb een bezwaarschrift in elkaar gezet en dat gestuurd naar het college van B&W, naar de verantwoordelijke wethouder. De brief was ondertekend door wethouder Van der Linden, die gaat hierover. En ik word op een ochtend gebeld door een juriste, mevrouw Van der Water, als ik me goed herinner. En die zegt: “Ja, we nemen uw bezwaarschrift niet in behandeling. Want er is geen besluit. Die beginselen staan in de wet, in de Algemene wet bestuursrecht, maar er is geen besluit.” Ik zeg: “Nou ja, er is in mijn geval wel degelijk een besluit. Ik krijg een toezegging dat ik gebruik mag maken van die regeling, voor een jaar, dat lees ik in de brief. Er staat niet ’per kalenderjaar’ in de brief, maar per jaar. En vervolgens wordt mij dat recht blijkbaar gewoon zonder enige motivering ontzegd. En ja, dat vind ik vreemd.” “Ja, maar het staat niet in de Algemene wet bestuursrecht.” Ik zeg: “Ja, maar het is wel een besluit.

Het is misschien niet persoonlijk naar mij gericht, maar het is wel een besluit.” En ja, zo kun je met alle beleidsvoornemens die je achteraf niet waar kunt maken naar burgers toe en die je toegezegd hebt, kun je van alles kun je steeds beroepen op “Ja, het is geen besluit.”. En dan kun je de wet omzeilen. En vervolgens ook een rechtsgang naar, voor een bezwaarschrift bij B&W. En vervolgens ook een, als je bij B&W niet in het gelijk wordt gesteld, dan een gang naar de rechter. Dus dat word je ontnomen, die mogelijkheid. En ja, ik vind het ook heel vreemd dat ik daar telefonisch van op de hoogte wordt gesteld. Ik ben van mening dat iets dergelijks schriftelijk dient te gebeuren. Van: ja, wij verklaren u niet ontvankelijk, wel om die en die en die reden. Nou, zo’n brief is mij nog niet onder ogen gekomen. Die heb ik niet gehad. Dus dat vind ik ook gewoon heel vreemd. Dus ja, ik denk dat het juridisch ook allemaal niet zo klopt. Het kan nooit de bedoeling zijn van de wetgever om zo met burgers om te gaan. En ja, ik heb inmiddels ook wethouder Van der Linden in de wandelgangen gesproken. En ik begreep dat hij er ook niet zo content mee was, met die hele gang van zaken. Dus dat hij dat ook niet echt leuk vond. En ja, ik vraag aan de gemeenteraad, of aan de commissie hier, gemeenteraadscommissie, wat men daarmee wil doen.

En ja, als we zo met burgers omgaan, zeker ook in het licht van de vergadering die ik zonet heb bijgewoond. Mensen

50

die 65 plus zijn -geldt dan voor mij gelukkig niet- maar die hebben het vaak niet breed. Die willen graag gebruik maken van dit soort regelingen. Ik begrijp dat er een nieuwe regeling -maar u moet mij corrigeren, als dat niet zo is- dat er een nieuwe regeling komt. Waarbij het voornamelijk om de mensen met een lager inkomen gaat. Nou, een lager inkomen is inmiddels een zeer relatief begrip geworden, met deze enorme inflatie. Dus ik denk… De voorzitter: Volgens mij is uw verhaal duidelijk, mijnheer Van der Schouw. De heer Van der Schouw: Ja, dat lijkt mij ook, voorzitter. De voorzitter: U heeft uw verhaal hier kunnen doen. En dan is de vraag aan de commissie of zij nog vragen aan u heeft. En zo niet, dan hebben we u in ieder geval aangehoord. En dan… De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer Safranti. De heer Safranti: Ja, ik heb niet direct een vraag, maar volgens mij is deze vraagstelling hier afgelopen maand ook gesteld richting mijnheer Van der Linden. De voorzitter: Dat is correct. Ja, in het vragenuur is deze vraag ook al gesteld. En is daar een antwoord gekomen. Maar goed, dit is een stuk wel persoonlijk ook. En ja, mijnheer heeft het recht om hierop in te spreken. En het is aan de commissie inderdaad om even te kijken of dat de wethouder daarop wordt aangesproken, of niet.

Maar in ieder geval, u heeft nu de mogelijkheid om een vraag te stellen aan de heer Van der Schouw. Heeft er iemand nog een vraag? De heer Safranti: Ja, ik wil toch wel wat zeggen. Want ik vind het heel knap dat mijnheer Van der Schouw dit toch hier kenbaar maakt. Maar er zijn honderden, misschien, leeftijdgenoten van mijnheer Van der Schouw, die dat misschien niet durven. Of niet weten, om dat kenbaar te maken. De voorzitter: Dat moet u tegen de wethouder stellen. De heer Safranti: Ja, nee, maar … De voorzitter: U mag een vraag stellen nog aan de heer Van der Schouw, die is inspreker. En de rest is inderdaad aan u gewoon, om daar richting de wethouder wat mee te doen. De heer Remijn. De heer Remijn: Ja, dank u wel voor uw verhaal. Ja, even los van wat er mis is gegaan. Dat is misgegaan, dat is jammer. Maar u noemt de inkomensgrens voor gratis OV voor 65-plussers, wat het plan is. De heer Van der Schouw: Ja, dat is … De heer Remijn: Mijn vraag aan u is, als u hier nu bent, wat zou u goede criteria daarvoor vinden, als u zegt “Inkomen is relatief op dit moment.”?

51

De heer Van der Schouw: Ik ben geen rekenkundige, maar ik denk gezien die inflatie, die inkomensval ook voor werkende mensen, dat het socialer is om die groep zo ruim mogelijk te maken. Dat mensen gebruik kunnen maken van die regeling. Dus dat het voor heel veel ouderen, 65-plussers, toegankelijk blijft. Ook voor mensen die al gebruik maken van een huidige regeling. En dat de gemeente daar ruimhartig -en dat begrijp ik uit een voorgaande vergadering- daar ook heel ruimhartig mee moet omgaan, ook uit sociaal oogpunt. Vooral uit sociaal oogpunt, want daar draait het om. Het gaat wel om onze ouderen. De voorzitter: Mevrouw Stolk heeft ook nog een vraag, mijnheer Van der Schouw. Mevrouw Stolk: Nou, meer een antwoord. De voorzitter: Een antwoord, ook nog. Mevrouw Stolk: Nou ja, in ieder geval dank aan de heer Van der Van der Schouw dat hij dit hier komt doen. Want het klopt inderdaad wat u zegt. Er zijn al heel veel meldingen binnengekomen dat deze regeling … En wij hebben dat niet publiekelijk gedaan, maar wij hebben het gewoon achter de schermen gedaan. En de wethouder aan zijn jasje getrokken. Maar wij zullen dit nu oppakken. De heer Van der Schouw: Ja. En wat ik hoop, is dat ik gebruik kan maken van die regeling, in ieder geval voor het komende jaar. En dat ik bij wijze van spreken binnenkort naar dat servicepunt kan gaan en die kaart kan laten opladen.

Want dat is mij toegezegd. Mevrouw Stolk: Nou ja, dat er ieder geval duidelijk gecommuniceerd wordt. De heer Van der Schouw: Ja, dat is ook heel erg belangrijk. De voorzitter: Oké, duidelijk. Nog meer mensen? Niet? Dan sluit ik deze vergadering. En dan wens ik u nog een prettige avond. De heer Van der Schouw: Dank u wel. De voorzitter: En wel thuis.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 8 november 2022. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/470/documents/20019