2.2 2026.01.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar wat doen wij op het gebied van sociale veiligheid en preventie, om ervoor te zorgen dat jeugd van tegenwoordig over twintig jaar niet in de criminaliteit komt? De voorzitter: Ik heb iets gehoord over jeugdcriminaliteit. Mijnheer Baars. De heer Baars: Op dit moment zijn we bezig met het voortgezet onderwijs, om daar samen veiligheidsbeleid te maken. Dat gaan we ook doorzetten richting het basisonderwijs en het mbo. Zo proberen we richting de scholen gezamenlijk tot veiligheid te komen en de banden met scholen beter aan te halen. Daarnaast hebben we bijvoorbeeld de Risk Factory die wordt gerealiseerd, waarin ook ondermijnende criminaliteit een onderwerp is. Halt hebben we, zetten we in op scholen. Die hebben volgens mij vorig jaar 110 lessen gegeven op verschillende scholen over allerlei onderwerpen, van vuurwerk tot digitale veiligheid, om kinderen mee te nemen in een veiligheidsbeleving. Maar preventie is sowieso een heel belangrijk onderwerp. Want hoe meer wij kunnen voorkomen aan de voorkant, hoe minder last wij hebben aan de achterkant. De achterkant is veel duurder dan de voorkant, alleen minder zichtbaar. Dat is lastig. De voorzitter: Dank. Is dat hierop een vervolgvraag? De heer Katif: Het is een algemene vraag, voorzitter. De voorzitter: Dan heb ik nog wat namen op het lijstje. Maar ik zet u onderaan. Mijnheer Tutupoly.
19
De heer Tutupoly: We gaan kennelijk in de komende periode weer praten over een nieuw veiligheidsplan. We hebben daar een aantal jaren geleden input gegeven voor het huidige veiligheidsplan. Ik vroeg me af of is aan te geven wat daar dan uit voortgekomen is. Wat is de andere manier van werken naar aanleiding daarvan geweest? Welke successen zijn behaald, waar zitten eventueel problemen die nog in kaart gebracht moeten worden? De voorzitter: Lessen. De heer Baars: Vorig jaar, in het eerste kwartaal, is er een evaluatie van de eerste twee jaar Integraal Veiligheidsplan richting de raad, richting commissie gegaan. Dat is uiteindelijk geen gesprek geworden. Het werd een hamerstuk. Maar we hebben wel een evaluatie gedaan na twee jaar uitvoering. We gaan in dit proces het huidige beleid van de afgelopen twee jaar weer evalueren. Dat komt eraan. De voorzitter: Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Ook namens GroenLinks bedankt voor deze mooie presentatie. Fijn dat de femicide heel duidelijk genoemd wordt, maar ook de Risk Factory. Jaren geleden is daarover gesproken. Eindelijk gaat dat ingezet worden. Hartstikke mooi. Als we het hebben over preventie, op televisie zien we tegenwoordig veel landelijk over het pesten met de mobieltjes, jongeren gaan elkaar corrigeren. In hoeverre kunnen wij binnen de Drechtsteden wat meer aandacht daaraan besteden in de openbare ruimte? Dat is een vraag. Een tweede vraag is, we hebben het steeds over jongeren, Halt werd net genoemd, ik kom net van het CTOO, dat is een toezichtscommissie op het openbaar onderwijs en dan horen we juist de zorgen van het onderwijs, dat zij zoveel moeten gaan doen, onder andere ook over veiligheid. Ouders daarentegen zijn heel moeilijk om erbij te betrekken. Hoe gaan we ouders, opvoeders in dat veiligheidsplan betrekken? De voorzitter: Mijnheer Baars. De heer Baars: Een hele goede vraag. Ik heb in de aanleiding richting het veiligheidsbeeld toegezegd dat we met inwoners en ondernemers in de stad in gesprek gaan, gericht en ongericht. Ouders zouden daarbij een doelgroep kunnen zijn. De voorzitter: Er was ook nog een vraag over wat er gebeurt in de openbare ruimte, over veiligheid. Mevrouw Kruger: Zoals met reclame. De heer Baars: Die vraag kan ik niet beantwoorden.
Volgens mij maken wij geen reclame in de openbare ruimte op dit vlak. Als we een campagne hebben, dan doen we dat via de sociale media. Maar daar moeten we wel even op terugkomen, op wat wellicht daar dan in gebeurt. Mevrouw Kruger: Voorzitter, mag ik nog een kleine aanvulling? Dat heeft betrekking …
20
De voorzitter: Een moment. Even scherp krijgen wat erop terugkomen betekent. Betekent dat schriftelijk na deze vergadering? De heer Mol: Ik denk dat we het vooral ook even als tip moeten meenemen in de verdere uitwerking. Ik denk dat mevrouw Kruger ook het terug gaat zien in het nieuwe Integraal Veiligheidsplan. Mevrouw Kruger: Dank. Dan hoop ik iets terug te zien over het betrekken van ouders bij dit soort problemen. Ik hoorde net naast mij brommen, niet. Dat was een grapje. Ik weet, in het verleden zijn we met het oog op preventie vanuit de GGZ langs cafés gegaan om te daar te praten over, wat is de onveiligheid voor kinderen en wat kan je meedragen? Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen om op te nemen in het veiligheidsbeleid. Ook bij bureau Halt. Kinderen kunnen een straf krijgen, maar ik vind dat ouders toch ook weleens aangesproken kunnen worden. De voorzitter: Helder. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. En bedankt voor het harde werken. Er werd net gesproken over uithuisplaatsing van kinderen. Maar wat is er ingericht wanneer dit niet mogelijk is? Is er een begeleiding om de slachtoffers toch veilig thuis te laten wonen? En er werd gezegd dat er overleg plaatsvond met woningcorporaties bij een uithuisplaatsing.
Maar is het ook mogelijk om vanuit de gemeente zoiets structureel te maken met corporaties, zodat er niet voor elk apart geval een overleg nodig is? Dat je bij voorbaat al met elkaar overlegt. De voorzitter: Uithuisplaatsingen. Wie kan daarop reageren? Gaat uw gang. Mevrouw Akpa: Het voorbeeld dat ik benoemde was een mogelijke ontruiming en een uithuisplaatsing voorkomen, doordat zus met broertjes in de woning kon wonen. Dat was een casusvoorbeeld. We proberen met beleid vanuit de gemeente uithuisplaatsingen te voorkomen. Alleen, we zien dat er nog situaties zijn waarbij het vijf voor twaalf. Daarbij is het toch nodig dat we regie voeren. Het stuk beleid om uithuisplaatsingen te voorkomen van kinderen ligt in het sociaal domein. Maar dit was een casusvoorbeeld van een situatie waarbij het niet gelukt is. Het is in die deze situatie wel gelukt, maar ik bedoel meer dat het naar boven kwam. Is dat duidelijk? De voorzitter: Een vervolgvraag? Mevrouw Kamphuis: Een kleine. Ik hoor van slachtoffers dat ze zelf uit huis moeten, maar de verdachte, want hij of zij is nog niet voor de rechtbank geweest, mag er blijven wonen. Kan dat niet omgedraaid worden? De verdachten uit huis en niet meer terugkomen en de slachtoffers blijven wonen. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Kloos: Allereerst wordt altijd gekeken wat de meest veilige optie is voor het slachtoffer zelf.
Ik denk dat altijd het uitgangspunt is dat een slachtoffer thuis kan blijven, eventueel met een gebiedsverbod of een tijdelijk huisverbod voor een dader. Maar in sommige gevallen is de situatie zo ernstig, dat in het belang van de veiligheid
21
ervoor wordt gekozen dat een vrouw bijvoorbeeld richting de vrouwenopvang gaat. Helaas is dat soms nodig. We zijn wel bezig met een nieuwe ontwikkeling of in ieder geval een pilot die nu loopt voor een slachtoffer device. In het land, of in ieder geval in Dordrecht, hebben we ook al een AWARE-systeem. Dat is echt een noodknop. Maar er loopt al een pilot naar een verdere uitrol hier in de regio om een slachtoffer device te koppelen aan een enkelband van een dader, waardoor een slachtoffer meer bewegingsvrijheid krijgt, omdat het automatisch afgaat als ze te dicht bij elkaar komen. Het is een hele mooie ontwikkeling dat we nu aan het onderzoeken en verder aan het uitrollen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb nog drie namen staan, maar met het oog op de tijd wil ik voorstellen dat we nu een naam nog doen. Dat is mijnheer Katif, want hij is nog niet aan het woord geweest. De twee vragen daarna bewaren we voor aan het eind, als er nog als er nog tijd is. Dan geven we ook de burgemeester nog even de kans geven om te reageren. Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank ook aan de sprekers. Ik ben iets wijzer geworden in het afgelopen uur. Tegelijkertijd heb ik een vraag aan iedereen die het woord gevoerd heeft. Ik hoor alleen maar, er moet meer. Ik zou ook graag een voorbeeld willen hebben waarbij het minder kan. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer Baars: Een voorbeeld dat ik noemde was dat de High Impact Crimes naar beneden gaan ten opzichte van de digitale criminaliteit die omhooggaat. Het betekent niet dat er geen woninginbraken meer zijn, maar we zien al heel lang geen reclames meer over politiekeurmerk veilig wonen. Dat heeft een reden. De voorzitter: Nog andere voorbeelden? Daar moet u het mee doen. Dan nog graag het woord aan mijnheer Mol voor een afsluiting van dit blok. De heer Mol: Voorzitter, dank. Mag ik allereerst mijn waardering uitspreken naar onze mensen die deze presentatie hebben voorbereid? Mijnheer Baars heeft het leeuwendeel van de presentatie en de beantwoording van de vragen voor zijn rekening genomen. Sterker nog, ik zie in hem een potentiële toekomstig portefeuillehouder Veiligheid. Buitengewoon kundig gedaan. En ik wilde toch ook de leden van de commissie bedanken voor hun vragen, want dat waren echt allemaal vragen die uw informatiebeeld, ook van de andere partijen, hebben verrijkt.
Om even op de laatste vraag van mijnheer Katif te reageren, gaan we dan ook dingen minder doen? Ik denk dat wij vooral, als politiek, nieuwsgierig moeten blijven, wat is er aan de hand en ook moeten gaan kijken naar, hoe kunnen we dingen anders doen? Als u een beetje door uw oogharen kijkt naar de ontwikkelingen waar we voorgesteld zijn en de oplossingen, dan zie ik een paar dingen heel prominent naar voren komen. Je ziet in alle veiligheidsopgaven dat we vooral ook anderen nodig hebben. Als we het hebben over verwarde personen en mensen met een zorgvraag, die groep groeit, dan hebben wij een politie die met zijn handen in het haar zit. Vooral op vrijdagmiddag na 17.00 uur, omdat er dan geen zorgpartners meer beschikbaar zijn. Ik zit even te kijken. We zien dat als we het hebben over mensenhandel, illegale prostitutie of drugshandel, we vooral woningbouwcorporaties en pandeigenaren nodig hebben en veel meer moeten betrekken om scherp te zijn op wat
22
er in hun woningen gebeurt. Vooral veel meer leren dansen. Dat is misschien de verkeerde term, maar veel meer onze partners inzetten om zelf alerter te worden. Kijk bijvoorbeeld ook naar het thema zorgfraude en zorgverleners. We hebben anderen nodig om dit veiligheidsbesef te vergroten. En er zijn ook echt wel hele goede voorbeelden om dat creatiever aan te pakken. Ik hoorde net een heel goed onderwerp over de jeugd. Mijnheer Kolkiliç had het over, hoe zitten we op preventie? Vanuit veiligheid kunnen we daar een overzichtelijk pakket over uitrollen, maar we zijn volgens mij best breed in deze stad bezig met het organiseren van activiteiten om onze jeugd gezond en vitaal te laten opgroeien en ze weg te houden van criminele verlokkingen. Ik had het daar ook in mijn nieuwjaarstoespraak over, waar zijn de ouders? Ik denk dat het echt de grote vraag is voor ons allemaal, hoe we die veel beter in positie kunnen brengen. Maar ook daar zijn oplossingen voor, want ik weet dat er een gemeente is die puberbeurs gebruikt. Met andere woorden, ouders laten samenkomen met elkaar te praten over problematiek van opgroeiende jongeren en wat je daar nog meer mee kan. Daar zijn goede dingen voor te bedenken. Andere partners zijn nodig. Wij moeten onze informatiepositie verbeteren. Dan heb ik het ook over ondermijning. Mevrouw Stout gaf een heel keurig antwoord over hoe wij afgaan op meldingen.
Maar ik ben als burgemeester echt veel nieuwsgieriger, en heb er ook wel een mening over, hoe het ondermijningsbeeld er in Dordrecht uitziet en welke sectoren, locaties daarvoor kwetsbaar zijn en waar dat uitzet. Ik denk dat we allemaal, als we deze stad rondlopen, de plekken zien, het deugt echt niet wat daar gebeurt. Het verbeteren van onze informatiepositie is een hele belangrijke. Maar ook vooral, wat gebeurt er allemaal online? Want bijna niemand zet meer een laddertje tegen een slaapkamerraam. Het is veel makkelijker om vanaf je zolderkamertje inwoners, met name oudere inwoners, duizenden euro's af te troggelen. Dan een derde punt waar we ook meer meedoen, dat is creativiteit. Ik vond het een heel mooi voorbeeld dat ook mevrouw Akpa en mevrouw Kloos gaven, als je het hebt over bijvoorbeeld zorg en veiligheid, wonen, kwetsbare situaties, alles wat uit de hand loopt is niet zwart of wit. Het zijn allemaal grijze problemen. Die vallen allemaal niet in een procedure of vakje.
Als we het hebben over een Zorg- en Veiligheidshuis, dat is niets meer dan een tafel van specialisten die samen gaan kijken naar een ingewikkelde situatie en gaan bedenken, hoe kan ik of jij dit probleem oplossen en heeft er iemand nog een zakje geld? Misschien hebben we te maken met iemand die aan de drugs is, maar ook heel veel problemen heeft met prikkels en moet hij even een tijdje in een caravan achter op een weilandje tot rust komen en is dat een oplossing die in geen enkel pakket te verkrijgen is. Als jij daarvan opknapt, zes maanden, dan moeten we dat maar doen. En veel ingewikkelder dan dat is een Veiligheidshuis niet. Met elkaar creatieve oplossingen verkennen. En ik denk dat het iets is waar wij in het nieuwe Integraal Veiligheidsplan mee aan de gang moeten. Het verbeteren van onze informatiepositie, andere partners inzetten, vrije beleidsruimte gebruiken en daar ook ons team Veiligheid voor in positie brengen. De voorzitter: Dank. Dan nu de kritische reflectie door mijnheer Eysink Smeets. Aan u het woord. De heer Eysink Smeets: Ik wil best een kritische reflectie doen, maar laat het dan een positief kritische zijn. Want het is een enorme opgave die jullie hebben liggen. Hoewel, het is heel goed om zo eens even het vergrootglas op de problematiek te zetten. Maar
23
daarmee loop je risico dat je alleen nog maar met problemen in je hoofd zit. En ik heb eens even naar jullie cijfers gekeken, dan denk ik, binnen de G40 ziet het er niet zo slecht uit. Want jullie hebben een lager slachtofferschap, gemiddeld, bij de laatste meting. Binnenkort komt er weer een nieuwe. Een wat lager slachtofferschap. En ik was hier een jaar of 6 geleden ook voor het IVP. Toen was dat hetzelfde. Jullie veiligheidsbeleving in de buurt, veiligheidsbeleving van de burger, is beter dan het gemiddelde van de G40, een stukje beter. Maar dat is wel iets om zuinig op te zijn, heel zuinig op te zijn. En wat vooral opvalt, is dat de overlastbeleving hoger is. Minder slachtoffer, meer ervaring van overlast. Maar het veiligheidsgevoel is iets beter dan gemiddeld in de G40. Dan kan je ook opmaken uit het schoolcijfers dat jullie inwoners de veiligheid geven. Dat is een 7,3. Dat is toch een best mooi cijfer, ook als je al deze ellende ziet, waar je terecht aandacht aan moet besteden. Maar hou het een beetje in het midden. Dat zou 1 boodschap zijn die ik u mee wil geven, hou oog voor wat er goed gaat en hou vooral ook oog voor waar je zuinig op moet zijn. Ga aan die dingen werken zonder dat je de boel aan de andere kant verslechtert. Dat even vooraf. Mij is gevraagd te reflecteren op deze presentatie en op de koers die jullie ingaan.
Wat ik heel mooi vind, is dat jullie nu dit getrapte proces ingaan. Gesprek, hoor ik nog een gesprek, ophalen van een beeld. Heel erg goed. Vooral ook om dat beeld uit diverse geledingen uit de samenleving te halen. Want die cijfertjes zijn cijfertjes, zeggen heel wat. En wat erbij moet komen, zijn de verhalen van mensen zelf en hoe ze het ervaren. Dat pad gaan jullie bewandelen. Hartstikke goed, lijkt mij. Ik zet het een beetje af tegen wat ik elders in het land zie. Ik heb laatst een uitgebreid onderzoek gedaan voor de VNG naar de positie van het lokaal bestuur in veiligheid en veiligheidsbeleid. Daar zal ik zo ook nog wat vergelijking uit maken. Wat ik zal doen, is vooral even kijken, wanneer ik reflecteer op deze presentatie, wat dit voor u kan betekenen. Ik hoorde net al de term prioriteiten vallen. Dat lijkt me een hele goede. Ik dacht, laat ik het samenvatten in 7 punten. De eerste 2 gaan over de context waarbinnen jullie dit veiligheidsbeleid moeten gaan voeren. Dan gaan er 4 over het veiligheidsbeleid zelf. En 1, de laatste, bewaar ik. Dat gaat over uw eigen veiligheid. Daar wil ik het ook nog even over hebben. Maar laat ik eerst eens beginnen met de context. We zitten op dit moment geopolitiek in een nogal onaangename situatie. En dan druk ik me nog mild uit. Dat leidt tot heel veel onzekerheid in de samenleving. Mensen maken zich zorgen, ongerust, boos.
Het is heel goed dat hier de term werken aan weerbaarheid valt. Echt heel noodzakelijk om met zijn allen het hoofd aan die onzekerheid te kunnen blijven bieden. Wat ik in het land nog wel eens hoor, voor de lange termijn doen we dat. Dat deden we vooral voor wat er ons bijvoorbeeld uit Rusland kon overkomen. Maar inmiddels hebben we een hele andere dreiging. De komt van precies de andere kant van de wereld en dat is van onze voormalige bondgenoten. Dat kan er weleens veel harder inhakken dan wat Rusland bij ons doet. Psychologen noemen dat shattered assumptions, verbrijzelde aannamen. Jouw beeld van hoe de wereld in elkaar zit, gaat helemaal aan gort. Ik denk zelf in scenario's. Dan kijk ik naar waar het nog weleens stevig mis kan gaan. Dat is in de buurt van de midterms. Dat is in november. De midterms die Trump ongetwijfeld niet wil verliezen. We hebben hem inmiddels goed leren kennen. We kunnen van alles gaan verwachten om te zorgen dat hij de midterms niet verliest of dat ze überhaupt niet gehouden worden, wat nog weleens tot grote taferelen in Amerika kan leiden. Het woord burgeroorlog zal ik nog niet in de mond nemen, maar ik hou er wel rekening mee. Angst is besmettelijk en komt via
24
social media hier terecht. Geweld is besmettelijk en komt via social media hier terecht. Dan zou het weleens kunnen zijn dat we nog voor het eind van het jaar in een hele andere situatie zitten, waar mensen bang zijn, gekke dingen gaan doen en dat de maatschappelijke onrust groter zou kunnen zijn dan we nu aannemen. Hett betekent voor mij dat weerbaarheid op de absolute nummer 1 staat in het geheel. Weerbaarheid is meer dan 70 euro per persoon onder je hoofdkussen hebben. Weerbaarheid is ook dat je zorgt, als lokaal bestuur, dat je een baken vormt voor mensen waar ze zich aan vast kunnen houden. En dat kennen we uit de psychologie. Dat heet het rally ‘round the flag effect. Zodra we ons met zijn allen bedreigd voelen, dan gaan we om de leider staan. Voorheen was dat het kabinet. En helaas zijn we in een positie verzeild geraakt waarin dat even niet zo voor de hand ligt. Ik hoop dat het binnenkort wel weer komt met een missionair kabinet, wat wellicht vertrouwen heeft in de samenleving. Maar vergeet niet, het lokaal bestuur, de burgemeester voorop, is ook zo'n anker. Dan is het zaak dat je als gemeenteraad gezamenlijk dat anker vormt, om de burgemeester heen staat. Niet omdat het Nanning Mol is, maar omdat het de functionaris is, voor het publiek, waar ze zich aan vast willen houden. Dan is eensgezindheid uitstralen een hele belangrijke.
Een tweede ding dat bij die weerbaarheid heel belangrijk is, is sociale cohesie. Gelukkig droop al een beetje op meerdere punten uit deze presentatie dat jullie dit waardevol vinden. Maar werk eraan en dan is het helemaal mooi. We zijn een gepolariseerd land geworden. Ik weet niet hoe die polarisatie om zich heen grijpt in Dordrecht, maar het zou weleens kunnen zijn dat het werken aan weerbaarheid op buurt- en wijkniveau mensen bij elkaar brengt die je voorheen niet bij elkaar kreeg, omdat het een hoger doel is. Het werken aan de weerbaarheid zou een prachtig middel kunnen zijn om ook wat te doen tegen polarisatie. Mensen weer in verbinding brengen met elkaar, omdat ze zien dat het nodig is. Dat is het eerste. Daar hoort overigens ook nog bij, omdat ik denk dat het snel gaat en omdat ik denk dat we nogal wat onzekerheid op ons af krijgen, de periode waar het IVP op ziet is 2027-2030. Dat is een eind weg. Hoe in die periode onze wereld eruitziet, weten we nog niet. Zorg dat je adaptiviteit inbouwt en dat je het bestuur de ruimte geeft om bakens te verzetten, al naar gelang nodig is, binnen dat IVP. Dat was mijn eerste reflectie. Een tweede, het gaat ook over de context. Het gaat nog helemaal niet over Dordrecht zelf. Toen we deze eeuw in kwamen, was de traditionele criminaliteit het ergste dat we hadden.
Daar maakten meer dan de helft van de Nederlandse politie zich enorm druk over. Maar inmiddels hadden we wel, door heel goed nadenken in de jaren ’80 en ’90, een beeld hoe we die traditionele criminaliteit konden tegengaan. Namelijk door niet alleen maar naar politie en justitie te kijken, maar door ook het bestuur, de gemeente, het lokaal bestuur een enorme plek te geven in het veiligheidsbeleid en te zorgen dat die vooral preventie vorm zouden gaan geven. Toen we na de moord op Fortuyn ook nog dachten, dat moet niet alleen maar op papier zo zijn, dat moet ook echt in de praktijk zo zijn, toen is de criminaliteit is een gek omlaaggegaan en voelde het publiek zich met nog veel grotere stappen veilig, omdat de criminaliteit omlaagging. Waarom? Men had het gevoel, eindelijk, ze horen wat wij de hele tijd gezegd hebben en ze doen er nog wat aan ook. Die criminaliteit ging omlaag. Dat is een hele tijd goed gegaan. Toen kwamen we in de periode van 2010 tot 2015. Toen werd het hele veiligheidsbestel verbouwd. We kregen een superministerie van Justitie en Veiligheid, de gerechtelijke kaart werd hertekend, waardoor rechtbanken en het Openbaar Ministerie op grotere afstand van de lokale samenleving kwamen, we kregen nationale politie, we kregen veiligheidsregio's. Terwijl de zaak verbouwd werd,
25
bleek de veiligheid opeens gigantisch veranderd of te veranderen. We hadden een digitale wereld gekregen, eigenlijk 2 werelden naast mekaar. Nog veel beter, zoals jij het zegt, het is volstrekt verweven. Dat bracht hele nieuwe uitdagingen. We hebben terrorisme erbij gekregen, we kregen uitreizigers, we kregen veel meer extremisme, we kregen maatschappelijke onrust erbij. Dit betekende dat we opeens hele andere veiligheidsvraagstukken voor onze neus kregen dan we lang hadden gekend en die zaten ook anders in elkaar. En wat je nu ziet, is dat het alle veiligheidsactoren over de schoenen loopt. Het loopt de politie over de schoenen, het loopt het Openbaar Ministerie over de schoenen, het loopt rechterlijke macht over de schoenen, het gevangeniswezen over de schoenen. En we hebben tegenwoordig een situatie dat tbs-veroordeelden gaan procederen tegen de staat om maar hun tbs-plek te krijgen. Hoe gek kan je het hebben? En in dat veiligheidsmensen, heb je als gemeente een hele belangrijke plek gekregen. Daar ben je de basis van de piramide. Ook daar zien we dat gemeenten het hartstikke moeilijk vinden om met al die nieuwe vraagstukken om te gaan. Want het vereist veel meer capaciteit en andere vormen van deskundigheid en die hebben we nog niet zo veel. Lang heeft de minister van Justitie en Veiligheid gezegd, dat is niet zo.
Inmiddels is er een beweging aan het ontstaan, die gestart is bij het lokaal bestuur overigens, die zeggen we, moeten opnieuw doordenken hoe ons veiligheidsbeleid in elkaar wordt gezet, we moeten opnieuw preventie doordenken, we moeten opnieuw taakverdeling doordenken. En eerst was het vorig jaar de VNG die daarover begon. Ik weet niet of jullie het interview hebben gezien met Janny Knol en Rinus Otte in de Volkskrant van een paar weken geleden, zij hebben zich daarachter geschaard. Het is geen kwestie van een miljoen erbij hier of daar of een paar fte’s erbij, we moeten opnieuw nadenken. Maar dat is de situatie waar we nu in zitten. Het loopt iedereen een beetje over de schoenen. We gaan opnieuw nadenken. Maar voordat het zijn resultaten afwerpt, zijn we nogal wat verder. In die tijd moet je als lokaal bestuur roeien met de riemen die je hebt, creatief zijn, maar daarbij moet je ook denken, we moeten op 2 borden schaken. Dat geldt voor jullie als gemeenteraadsleden ook. Ten eerste, heel goed kijken naar, wat kunnen we nu doen? Ten tweede zijn er een aantal vraagstukken waar jullie zelf niet zo veel mee kunnen doen, waar je wel mee geconfronteerd wordt, maar waarbij de oplossing op landelijk niveau ligt. Vanavond is het al heel veel gegaan over verwarde personen, dat zijn mensen van onbegrepen gedrag.
En jullie doen hartstikke je best, maar binnen de bestaande regelgeving, financieringsstructuren, et cetera, ga je het nog steeds niet redden. Dat moet om. Er moet een hele fundamentele keuze worden gemaakt. Dan kunnen we met zijn allen naar Den Haag gaan zitten kijken, maar je kan ook via de eigen achterban van je partij zorgen dat het geadresseerd wordt in Den Haag. Net zoals de burgemeester dat kan adresseren via VNG en NGB. Zo zijn er meer van dit soort vraagstukken, waar we echt moet denken, dan hebben we in onze gemeente deze opgave, maar willen we er echt uitkomen, moet in Den Haag die discussie worden gevoerd. Da als raadslid ook nadrukkelijk die 2 wegen belopen. Dat is de context waar je in zit. Dat is even lastig. De voorzitter: Sorry dat ik u onderbreek. Ik wil u meegeven dat ik over tien minuten deze vergadering moet afsluiten. De heer Eysink Smeets: Dan ga ik er als een speer doorheen. Help het bestuur de discussie te brengen voor beide incidenten en voor beide cijfertjes. Als ik in het land kijk, zie ik heel veel van wat ik maar incidentalisme noem. Er gebeurt iets, iedereen gaat in
26
de gordijnen, er moet snel iets worden gedaan. Als raad kunnen jullie verschrikkelijk veel helpen door de wijsheid op te brengen om daar niet in mee te gaan, maar juist te vragen, beste ambtenaren, best bestuur, willen jullie even goed nadenken? Kom met een goede analyse waardoor we echt niet alleen iets doen voor de krant of voor ons eerste gevoel, maar werkelijk bijvoorbeeld aan preventie kunnen werken. Vraag, kijk naar de lange lijnen. Als je het over veiligheid hebt, dan heb je het meestal over het topje van de ijsberg. Er zitten een heleboel dingen onder, in de samenleving, waar allerlei partijen in de samenleving een bijdrage aan kunnen leveren. Hoe dichter je daarop gaat zitten, hoe groter je succes zal worden. En dat is geen praatje voor de VAR(01:37:03). Het is ook in de criminologie inmiddels uitgebreid bewezen. Dat raakt aan het volgende punt, integraal veiligheidsbeleid. Bewaak als raad dat het echt integraal is en dat het de verschillende punten pakt. Whole of society zag ik daar voorbijkomen, in het kader van weerbaarheid. Dat geldt in je hele veiligheidsbeleid. Alle geledingen van de samenleving moet je erbij proberen te pakken. Maar dat betekent ook whole of municipality. Dat al je sectoren binnen de gemeente daar een bijdrage aan kunnen geven, je fysieke, je sociale et cetera. In hele grote stappen gauw thuis.
Kijk uit dat wanneer de capaciteit zo schaars is, je niet alleen maar gaat zitten op de zwaarste delicten. Het veiligheidsbeleid moet je richten zowel op wat de burgers belangrijk vinden als wat het behoud is van de rechtsstaat. En in theorie is dat hetzelfde, in de praktijk is dat niet helemaal zo. Burgers vinden vaak kleine dingen in een directe omgeving minstens zo belangrijk. Criminologen noemen de dingen waar je echt op moet zitten, de Signal Crimes. Dat zijn de vormen van criminaliteit of de gebeurtenissen die mensen het gevoel geven, de morele of sociale orde is hier in het geding. Daar moet je als bestuur bovenop zitten en zichtbaar bovenop zitten. Dat kunnen soms kleine dingen zijn, alleen hebben ze een enorme impact in de samenleving. Mijn een na laatste punt, heb aandacht voor de uitvoering. Hoe hebben we de criminaliteit aan het begin van deze eeuw zo omlaag gekregen? Toen we de vertaalslag maakten van papier naar de praktijk, Opstelten ging erin voorop, stadsmariniers, zorg dat je echt merkbaar bent voor de burgers. Als ik mijn oor te luisteren leg in het land, is de aandacht voor de uitvoering weer een eind weggelopen. We hebben we weer iets meer aandacht voor papieren, voor coördinatie en voor regie. Maar wat er feitelijk op straat gebeurt en merkbaar voor burgers gebeurt, hebben we minder aandacht voor. Laten we dat repareren.
En ik zal u zeggen, ik ben dat hier ook in Dordrecht tegengekomen. Toen ik 4 jaar geleden in Kromhout een quickscan deed, zag ik daar fantastische professionals lopen die haarfijn in de gaten hadden wat er mis was. Ze kregen het alleen niet naar boven. Leg daar je oor te luisteren. Maak er gebruik van als je goede professionals hebt. Zij zien het echt wel goed. En soms past het niet helemaal in politieke plaatje. Jammer dan. Voor de burgers is belangrijk. Het betekent ook, in een ander opzicht, kijk heel goed naar hoe je afdeling OV bezet is. Is die volledig bezet, zitten daar de juiste competenties? Zorg dat zij de klus kunnen klaren. De burgemeester heeft heel veel verschillende opgaven op zijn bord. Zorg dat hij goed ondersteund wordt, want dan kan je echt klappen maken. Tenslotte, als ik nog 2 minuten mag, voorzitter, heb aandacht voor uw eigen veiligheid. Over wantrouwen in de overheid hebben we het nog niet zo veel gehad. Een hele belangrijke factor. We zien dat het anti-overheidssentiment een eind is gegroeid. We hebben social media gekregen, dat ongeremd gaat. U krijgt ongetwijfeld zo nu en dan ook golven van ellende over u heen. Ik weet wat het is. Ik heb laatst onderzoek gedaan naar een complottheorie en ik heb besloten dat lekker onder eigen naam te doen en niet
27
anoniem. Ik kreeg de hele bak over mij heen. Dat hoort erbij tegenwoordig, kennelijk. Maar dat hoort er ook bij, omdat we tot nog toe niet voldoende de grenzen stellen. En ik zou u willen adviseren om heel goed met elkaar af te spreken, wat u wel doet, hoe u zelf altijd hulp kan inroepen, hoe u elkaar dekt, hoe u samen 1 lijn trekt, hoe u de burgemeester beschermt, die het ook over zich heen kan krijgen. Want als u dat goed regelt … Ik weet niet of hier mensen zijn die op zee varen, maar daar geldt, 1 hand voor jezelf en 1 hand voor de boot. Oftewel je moet in ieder geval zorgen dat je zelf goed je werk kan doen, in een gevoel van veiligheid, want dan kan je het werk voor de samenleving goed doen. Voor de kwaliteit van het bestuur, heb nadrukkelijk aandacht voor uw veiligheid. En niet alleen op papier, maar ook werkelijk in de praktijk. Dat zijn de gedachten die ik mee wilde geven. Ik hoop dat u daar wat aan heeft. De voorzitter: Hartelijk dank. Het wordt geapprecieerd, uw gedachten. Het zou mooi zijn om nog tijd te hebben voor vragen, maar helaas zie ik die tijd niet. Dat betekent dat wij gaan afsluiten. Wat zei u? De heer Eysink Smeets: Mochten er vragen zijn, ik blijf wel even op de gang. De voorzitter: Een mooi aanbodwaar ongetwijfeld gebruik van gemaakt gaat worden. Ik wil u wel vragen om nu even uw microfoon … Dank u.
Dan wil ik rondkijken of u vindt dat er voldoende informatie is vergaard over dit onderwerp. Ik zie geknik. Als u nog vragen heeft, dan kunnen ze ook nog op de gang worden gesteld aan mensen die wellicht even blijven hangen. Dat is misschien een kans waar gebruik van gemaakt kan worden, maar dan denk ik wel dat we dit onderwerp voor nu … Ik zie mevrouw Kruger een beetje moeilijk kijken. Mevrouw Kruger: Voorzitter, echt dank voor dit, ik wil bijna zeggen, mooie college. Zo ervaarde ik het wel. Maar ik zit nog te denken, de Risk Factory is dan meer voor jongeren, maar om voor de Raad, dat is in het verleden ook weleens gebeurd, zodat je dan toch wat meer zicht hebt … We hebben hier eens een keer een kamer gehad, een theaterachtige opstelling, voor mensenhandel, zodat je dat gaat herkennen. Zo zijn er nog meer van die dingen. Het zou fijn zijn als we dat, in ieder geval bij de nieuwe raad, ik gun elk raadslid om dat weer allemaal te krijgen, die praktijkervaringen, te kunnen doen. Maar we kunnen nog meer van dit soort dingen doen, denk ik. Theorie is mooi, college is prachtig, we kunnen allemaal bij onszelf te rade gaan. Maar toch, als je het echt in de praktijk ziet … 3D-bril, weet ik het allemaal. De voorzitter: Dat komt eraan hoor ik van de burgemeester. In ieder geval wordt de nieuwe raad betrokken bij het opstellen van het nieuwe Integraal Veiligheidsplan.
Dit soort thema's komen ook voorbij. Ik wil u vragen om flesjes, glazen, kandelaren en dekenkisten mee naar buiten te nemen. Dan wens ik u nog een prettige avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 10 maart 2026.
De griffier,
De voorzitter,
28
G.J.P. van Soest
N. Mol
29