2.2 2026.01.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 27 JANUARI 2026 Vergaderzaal 1 1. Commissie Toezicht op Openbaar Onderwijs (CTOO) 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge, burgemeester N. Mol De voorzitter: Beste mensen, welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 27 januari. Welkom ook aan iedereen hier aan tafel, op de tribune, mensen die op een andere manier met ons meekijken. We hebben vandaag vragen over twee onderwerpen. Het eerste onderwerp gaat over speeltoestellen en we hebben een onderwerp over de toegankelijkheid van de stembusgang. Maar als eerste de speeltoestellen, een vraag van Beter voor Dordt. Mijnheer Van Antwerpen, kunt u het kort toelichten? De heer Van Antwerpen: Dat kan ik, voorzitter. Voorzitter, Beter voor Dordt las op 25 januari in het AD over het weghalen van speeltoestellen in 25 speeltuintjes in de stad. Het artikel in het AD richt zich met name op het Aletta Jacobs-erf. Wij lazen in het artikel dat de collega's van DENK en de VVD al artikel 40-vragen hebben gesteld over het verwijderen van de speeltoestellen aan het Aletta Jacobs-erf.
Goed dat andere partijen zich ook zorgen daarover maken. Maar de vragen die Beter voor Dordt wil stellen, gaan breder dan alleen het Aletta Jacobs-erf en luiden als volgt, als eerste, klopt het artikel in het AD en kan het college aangeven of op korte termijn nog andere speelvoorzieningen weggehaald gaan worden? Tweede vraag, hoe verhoudt het weghalen van speelvoorzieningen zich met de breed gedragen wens dat kinderen meer buiten spelen? En onze derde vraag, later vanavond spreken we over de participatieverordening en het uitdaagrecht, waarin inwoners gemeentelijke taken kunnen overnemen. Is het college bereid het verwijderen van de speeltoestellen uit te stellen en inwoners proactief te benaderen over dit uitdaagrecht om op die manier de speeltoestellen te behouden? En als laatste vraag, is het college bereid om in aansluiting op vraag 5 van de artikel 40vragen van de collega's van DENK en VVD, en de op 11 november vorig jaar aangenomen motie Behoud en versterking speeltoestellen in Dordrecht, het verwijderen van de speeltoestellen uit te stellen totdat alternatieve financieringsvormen zijn onderzocht? Tot zover.
1
De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Richting het college ga ik naar mevrouw De Jonge. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Mede namens collega Merx uiteraard, die verhinderd is vanavond, beantwoord ik de vragen. Allereerst werd al aangegeven, er zijn ook artikel 40-vragen ingediend. Die gaan we ook beantwoorden. Er komt, denk, ik ook deel van de vragen die u gesteld heeft daar aan de orde. Bij dezen het antwoord kort op de vragen die vandaag gesteld zijn. Dat begint met de vraag, klopt het dat er nog meer voorzieningen weggehaald moeten? Helaas is dat inderdaad het geval. Het zal op dit moment om ongeveer 25 plekken in Dordrecht gaan. En het heeft alles te maken dat, waar we wel vaker met elkaar over gesproken hebben ten tijde van bezuinigingen en perspectiefnota's, er is geen geld om alle speelplekken op een veilige manier in de lucht te houden. We hebben met allerlei aspecten te maken gehad als kostenverhogingen voor aanschaf, beheer, onderhoud. Het budget is g te krap geworden om alle speelplekken in de lucht te houden. We zijn heel erg blij geweest met de motie, met de 250.000 euro die door uw raad beschikbaar is gesteld. Daarmee hebben we kunnen voorkomen dat er nog meer dan deze 25 op het vizier kwamen. We hebben dat ook met u gedeeld in de recent behandelde startnotitie over het Spelen, Bewegen, Sporten en Ontmoetenbeleid.
Ook daar hebben we aangegeven, zoals het er nu voorstaat, zullen wij terug moeten gaan in het aantal speelplekken. Hoe verhoudt zich dat dan tot de wens om te bewegen? Dat staat haaks op elkaar. Dat onderkennen wij als college. Daar zijn wij echt niet blij mee. En we kijken echt in de wijken waar we de speelplekken hebben, waar zitten we mogelijk in de wijk boven de landelijk norm van speelplekken, zodat als we ze weghalen, we nog netjes aan de norm voor spelen blijven voldoen. Maar het is niet wat wij zouden willen als college. Wat kun je daar nog aan doen? U refereert naar het uitdaagrecht waar we het straks met elkaar over gaan hebben. Uitdaagrecht zal ik straks in de andere commissie wat verder uitleggen. Het gaat hier meer om lokale initiatieven. Het zou kunnen zijn dat de buurt aanklopt van, wij willen zelf wat organiseren. Dan staan we daar echt altijd voor open. Maar we weten wel, speelplekken, dat is heel erg streng gereguleerd. Het moet veilig zijn. Dat is de reden waarom er nu speelplekken weggaan, omdat ze niet meer aan de veiligheidsnormen voldoen. We willen het niet op ons geweten hebben dat er ongelukken zouden gebeuren. Dat is ook niet fijn voor een gemeente, want daar zouden mogelijk schadeclaims uit voort kunnen komen.
Als de inwoners van een bepaalde wijk of buurt zelf zeggen, wij willen hier wel een speelplek hebben, dan gaan we uiteraard met hen kijken hoe dat zou kunnen en wat zij nodig hebben om dat mogelijk te kunnen maken voor de buurt. Nogmaals, uw vraag, kunnen we stoppen met het verwijderen? Nee, want veiligheid staat voorop. Als er een speelplek is waar de veiligheid nu onder de maat is, dan zullen wij toch daar de speeltoestellen moeten weghalen. Dat doen we niet allemaal tegelijk en niet allemaal morgen. Maar we kijken steeds kritisch, waar is de staat van de speelplekken zodanig dat we het niet meer binnen de normen die gesteld zijn waar kunnen maken. Het speelt wel nog steeds mee dat we daaraan moeten voldoen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mijnheer Van Antwerpen, een vervolgvraag? De heer Van Antwerpen: Voorzitter, volgens mij mis ik het antwoord op de vierde vraag, het kijken naar eventuele alternatieve financieringsvormen. Volgens mij, maar dat weet
2
mijn buurman beter dan ik, werd in de artikel 40-vragen van de VVD en DENK bijvoorbeeld gesproken over crowdfunding. Je kan ook denken aan sponsoring. Is dat een alternatief. As vervolgvraag op uw antwoord op vraag 3, over het uitdaagrecht, ik kan me voorstellen dat je bepaalde werkzaamheden die te maken hebben met de veiligheid van de toestellen in eigen beheer moet houden. Je kan ook denken aan een idee waarbij je zou kunnen zeggen om de dingen die te maken hebben met veiligheid door de gemeente te laten doen en te kijken of wellicht andere aanvullende dingen die moeten gebeuren, bijvoorbeeld het schoonhouden of weet ik veel wat, onder het uitdaagrecht zouden kunnen vallen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Korte reactie nog van mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, wat ik net zei, als er vanuit de omwonenden van een speelplek zelf het initiatief komt, wij willen wat betekenen, gaan we uiteraard met ze in gesprek om te kijken hoe dat eruit zou kunnen zien en hoe zich dat verhoudt tot verantwoordelijkheden. Zolang het onze speeltoestellen zijn en het onze grond is waar het op gebeurt, blijven wij al gemeente verantwoordelijk. Dan moet je met elkaar gaan kijken wat je kunt afspreken. Maar we staan er echt voor open als mensen zeggen, wij zouden dat heel graag willen adopteren, een stuk speelplek in de wijk, en men gaat zelf met crowdfunding aan de slag.
De gemeente gaat zelf geen crowdfunding of sponsoring doen. Dat zou vanuit de samenleving kunnen komen. Dan staan wij daar open voor en willen we meekijken, omdat we wel zeggen, wat u gaat doen als samenleving, moet wel binnen de veiligheid vallen. Maar daar kunnen we een heel creatieve constructie voor gaan bedenken. Dat zij het adopteren, het pachten van ons, om dan vervolgens zelf de speelplek te kunnen gaan organiseren. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Mag ik daar een aanvullende vraag bij stellen, voorzitter? Ook de CDA-fractie is hier niet gelukkig mee. Wij zien wel dat er veel speeltuinverenigingen in onze stad zijn. Is dat een beetje de vorm die de wethouder dan voor zich heeft als mensen iets of een deel adopteren? De voorzitter: Reactie van de wethouder? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dank u wel. Dat zijn stichtingen en zij hebben echt een heel groot oppervlakte tot hun beschikking om ervoor te zorgen dat speeltuin in volle glorie draait. Dit gaat meer om kleinere speelplekken in de wijk. Ik denk niet dat daar een hele stichting of zo voor hoeft te komen, maar je zoekt dan wel naar een vorm van, kun je met inwoners afspraken maken over hoe het zit met hun verantwoordelijkheid en inzet op het in stand houden van zo'n speelplek? De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer ’t Lam nog.
3
De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Onze accountant BDO doet ieder jaar onderzoek naar de gemeentefinanciën. Laat nu toevallig vandaag het rapport daarover in de pers zijn verschenen. In het AD stond, gemeente bulken van het geld, maar geven het niet uit. En wat blijkt nu? Dordrecht is in de groep 100.000plus gemeenten, de gemeente die er financieel het best voor staat. Er is geld, alleen, er moeten keuzes gemaakt worden. Mijn vraag aan het college is, waarom kiest de gemeente niet voor het in stand houden van speelterreinen, leggen ze in het nieuwe stadspark recent een nieuw speelterrein aan, gaan ze de bestaande speelterreinen niet onderhouden en kiezen ze voor andere dingen? De voorzitter: Misschien nog een korte reactie. Dan wil ik daarbij dit onderwerp afsluiten, want anders wordt het een politiek debat. Daar is het vragenhalfuurtje niet voor bedoeld. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Wij hebben het nieuws ook gehoord. Daar zijn we blij mee, want we hebben nogal wat in het werk gesteld hier in Dordrecht om de financiën weer de goede richting op te buigen. Daar heeft u zelf ook aan bijgedragen, in het hele proces dat we hebben gehad richting de begroting ‘25 en ‘26.
We hebben met zijn allen hebben gekeken, wat vinden wij acceptabel in Dordrecht? Waar kan het wel een beetje minder en waar willen we absoluut niet aankomen? Dan herhaal ik even het antwoord van het begin, daar hebben deze kosten ook ingestaan. Samen met uw raad zijn we tot de afweging gekomen, gaan we geld vrijmaken voor de speelplekken en speeltoestellen? En wij hebben met elkaar gezegd, dat doen wij niet. Als uw raad vindt dat er meer geld voor speeltoestellen moet komen, gaan we weer het gesprek met u aan om te kijken, wat moeten wij dan in de begroting schrappen? Ik heb zelf nog niet naar de analyse kunnen kijken en waarom wij zo goed scoren. Daar ben ik wel benieuwd naar. Maar wij weten met zijn allen dat onze exploitatie, de jaarlijkse winst- en verliesrekening niet zo rooskleurig is. Onze reserveposities zijn wat dat betreft iets steviger. De voorzitter: Ik ga hiermee nu dit onderwerp afsluiten en naar de volgende vraag. De volgende vraag gaat over de toegankelijkheid van de stembusgang. Vraag van GroenLinks. En Nick Bootsman gaat het toelichten. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks Dordrecht is geschrokken van het recente advies van Dordt inclusief, een werkgroep van de Dordtse adviesraad Sociaal.
In het advies staat dat de enige plek om met een stemmal te stemmen, dit hebben mensen nodig die slechtziend zijn, en de plek is hier in het Stadskantoor, voor deze doelgroep niet goed bereikbaar is door de afwezigheid van geleidelijnen. Daarom willen wij graag weten welke maatregelen het college bereid is te treffen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, om te zorgen dat alle inwoners, ongeacht hun beperking, zelfstandig en veilig kunnen stemmen. Daarom deze vragen, wordt er overwogen om de stemmal op een andere locatie neer te leggen, zodat de toegankelijkheid voor mensen die slechtziend zijn, en daarmee afhankelijk zijn van dit hulpmiddel, volledig gewaarborgd is? Of is het college bereid om tijdelijke geleidelijnen neer te leggen vanaf de bushalte naar de ingang van het Stadskantoor? Het advies signaleert ook een aantal beperkingen in de fysieke toegankelijkheid voor mensen met rollende hulpmiddelen. Kan dat college aangeven welke stappen er zijn worden genomen om de locaties daadwerkelijk toegankelijk te maken? Is het college het met ons eens dat er beter een aantal locaties
4
per wijk echt goed toegankelijk kunnen zijn in plaats van een heleboel net wel, net niet toegankelijke locaties? Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Voor het antwoord gaan we, denk ik, naar mijnheer Mol, portefeuillehouder. De heer Mol: Dank, voorzitter. Dank aan mijnheer Bootsman voor zijn uitstekende vragen. Als het u mij toestaat, begin ik even met de beantwoording van vraag twee. Dan antwoord ik even op de met een knipoog gestelde vraag, is het college het met ons eens dat er beter een aantal locaties per wijk echt goed toegankelijk kunnen zijn in plaats van velen net wel, net niet toegankelijk locaties. Ik heb graag heel veel, hele goed toegankelijke locaties. Daar maken wij heel veel werk van. En de aangegeven bevindingen over de toegankelijkheid van een aantal stemlocaties en de verbeterpunten worden zoveel mogelijk meegenomen. Ik hoop dat het u geruststelt dat, als u het heeft over de toegankelijkheid van stembureaus voor mindervaliden in Dordrecht, van de velen die wij er hebben, er slechts twee niet toegankelijk zijn voor mindervaliden. Dat zijn het oude stadhuis en het theater Inter Amicos. Verder zijn alle stembureaus toegankelijk. De keuzes voor bepaalde stembureaus, wanneer word je wel of geen stembureau, worden breed bekeken. Er wordt niet alleen naar toegankelijkheid gekeken, terwijl ze dat wel bijna allemaal zijn.
Maar je moet ook wel veilig en zelfstandig je stem kunnen uitbrengen en het stemgeheim moet ook geborgd zijn. Er moet echt voldoende ruimte zijn. We kijken heel goed naar de spreiding. De stembureaus worden zo toegankelijk mogelijk ingericht voor mensen met de fysieke beperking. Precies volgens de richtlijnen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In de communicatie over de stembureaus geven we duidelijk per stembureau mee of de locatie wel of niet toegankelijk is. Maar zoals ik al zei, de niet toegankelijkheid geldt met name voor twee stembureaus. Wat goed is om nog te weten, is dat er nog wordt voorzien in een tolk op afstand. Zo kunnen kiezers via Tolkcontact tijdens de verkiezingen op alle stembureaus gratis gebruik kunnen maken van online tolk Nederlandse Gebarentaal. En dan om nog even terug te komen op uw eerste vraag, want dat is volgens mij de kern van uw betoog, wordt er overwogen om de stemmal op een andere locatie neer te leggen, zodat de toegankelijkheid voor mensen die slechtziend zijn en afhankelijk zijn van dit hulpmiddel volledig gewaarborgd is of bent u bereid om tijdelijke geleide lijnen neer te leggen? De stemmal ligt al lang op de stemlocatie Stadskantoor. Mensen zijn gewend geraakt aan deze locatie.
Wij hebben hier even over nagedacht en zijn tot de conclusie gekomen, we kunnen beter de stemmal hier op het Stadskantoor laten blijven, omdat mensen nu eenmaal gewend zijn dat als zij voor het stemmen gebruik willen maken van de stemmal, ze hier naartoe komen. Wat goed is voor u om te weten, is dat wij voor het Dordthuis sowieso de openbare ruimte toegankelijkheid gaan voorzien van geleidelijnen. U heeft aandacht gevraagd voor, wilt u dan toch niet alsnog kijken voor het Stadskantoor, voor de tijd dat wij hier nog zitten, of we dan, als stemmal hier blijft, gebruik kunnen maken van tijdelijke geleidelijnen. Daar zijn we mee bezig. Als u allemaal benieuwd bent wat tijdelijk geleidelijnen zijn, Google er een op. Dat is een eenvoudige serie aan te leggen matten die gepromoot worden om de toegankelijkheid van stembureaus te vergroten. We zijn bezig met onderzoeken of we dat hier kunnen plaatsen. Heel veel dank voor uw opmerkzaamheid op het rapport. De aanbevelingen
5
volgen wij op. Mede naar aanleiding van uw vraag gaan we aan de slag met de tijdelijke geleidelijnen. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Ik zie dat mijnheer Bootsman nog een vervolgvraag heeft? De heer Bootsman: Zeker. Een kleine vervolgvraag. Allereerst dank aan de burgemeester voor de uitgebreide antwoorden. Ook fijn dat er naar de geleidelijnen gekeken gaat worden. Kleine vervolgvraag is wel, we hebben twee stembureaus die echt ontoegankelijk zijn. Dat weet ik. Maar er zijn er een heleboel die als toegankelijk op de lijst staan, waar dan een hobbelig plankje voor de deur ligt en bijvoorbeeld zo'n stoel waar ik in zit echt niet overheen kan zonder dat het plankje in tweeën breekt. Dat is nog wel een klein aandachtspunt. Vandaar dat ik zeg, misschien is het goed om op de lijst te zetten, voor grote hulpmiddelen is het beter om bijvoorbeeld bij een verpleeghuis te gaan stemmen. Daar kan je sowieso naar binnen. Dat voorkomt teleurstelling bij mensen. De voorzitter: Een korte reactie nog van mijnheer Mol. De heer Mol: We blijven altijd leren.
We zullen zeker in de instructie voor de stembureaus, want we hebben heel veel stembureaus en die moeten 's ochtends ook allemaal door de leden van het stembureau worden ingericht, nog extra opmerkzaam maken, wilt u ervoor zorgen dat de middelen die u ter beschikking heeft om ervoor te zorgen dat het pand toegankelijk is, goed worden aangebracht en niet halfbakken, zodat iedereen naar binnen kan. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Hiermee hebben we de twee vragen die vandaag waren gesteld beantwoord en wens ik u een goede vergaderavond. 3. Agenderingsverzoek college over Veiligheid Voorzitter: De heer Groenewege Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Pauwels (PvdA) Mevr. Pichel (Fractie Pichel)
6
Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Portefeuillehouder: burgemeester N. Mol Ambtelijke ondersteuning: mevr. Akpa, dhr. Baars, mevr. Beket, mevr. Kloos, dhr. Schellevis, mevr. Stout Overige aanwezigen: dhr. Eysink Smeets De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Laten we starten met deze commissievergadering. Allereerst welkom aan de kijkers thuis, toeschouwers op de publieke tribune, gasten en ambtelijke ondersteuning waar we rijkelijk van zijn voorzien vanavond, burgemeester Mol en raads- en commissieleden. Voor het verslag vraag ik alle aanwezigen die aan deze tafel zitten zich kort voor te stellen. Dan weten we meteen ook hoe iedereen heet. Dan begin ik aan mijn linkerhand. De heer Mol: Nanning Mol, portefeuillehouder Veiligheid, voorzitter. De heer Baars: Michel Baars, beleidsadviseur Veiligheid. De heer Schellevis: Remco Schellevis, beleidsadviseur Veiligheid. De heer Eysink Smeets: Marnix Eysink Smeets, extern adviseur op het gebied van veiligheid. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel van Fractie Pichel. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt.
Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt.
7
Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. Mevrouw Beket: Anita Beket, teamleider Veiligheid. Mevrouw Kloos: Ninja Kloos, beleidsadviseur Zorg & Veiligheid. Mevrouw Akpa: Nane Akpa, sociaal pontonnier regievoering bij complexe casuïstiek. Mevrouw Stout: Wendy Stout, strateegondermijning team Veiligheid. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: Ik ben Pieter Groenewege en vanavond uw voorzitter. Zijn er dan nog mensen op die rij die welllicht het woord vanavond? Dan hebben we iedereen gehad. Waarom zitten we hier vanavond? Het college heeft het initiatief genomen voor een beeldvormende vergadering over het thema veiligheid. Vanavond deelt burgemeester Mol de ervaringen en inzichten die hij heeft opgedaan gedurende zijn eerste halfjaar als burgemeester van Dordrecht. Daarnaast geven ambtenaren van team Veiligheid een schets van de veiligheidssituatie en prioriteiten in Dordrecht. Dit doen zij mede als opmaat naar de ontwikkeling van een nieuw Integraal Veiligheidsplan voor de periode 2027-2030. Als laatste komt mijnheer Eysink Smeets van de stichting Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties aan het woord, met een reflectie op de eerdere bijdrage. Er is ook een presentatie die voorafgaat aan het rondetafelgesprek. De presentatie telt 28 slides.
Als wij over ieder de slide 2 minuten doen, dan zijn we een uur verder. Dan hebben we nog een half uur voor het gesprek. Dat wil ik aan de ambtenaren meegeven, maar het is aan u allen om de tijd te bewaken. Volgens mij doen we de vragen aan het eind, als ik het goed begrepen heb. We hebben eerst een presentatie, dan nog een reflectie van de externe adviseur en dan de vragen aan het eind. Dat gezegd hebbende, wil ik het woord geven aan mijnheer Mol. Gaat u gang. De heer Mol: Voorzitter, dank. Ook nog namens mij hartelijk welkom mijnheer Eysink Smeets, want ik vind het heel erg fijn dat hij als toch wel hele bekende veiligheidsexpert vanavond een reflectie wil geven op onze presentatie over het Integrale Veiligheidsplan en de veiligheidssituatie in Dordrecht. Nogmaals van harte welkom. Voorzitter, om even af te trappen, ik ben een buitengewoon bevoorrechte portefeuillehouder Veiligheid. Want ik mag elke dag samenwerken met medewerkers in deze organisatie die professionals zijn en gespecialiseerd zijn in hun vakgebied. Ik vond het ontzettend belangrijk om eens een keer het thema veiligheid open te gooien. Want we praten hier altijd vanuit de actualiteit over veiligheid. Er gebeurt wat in de stad, daar spreken we schande van, met zijn allen zeggen we, er moet nu opgetreden worden, daar hebben we een discussie over en vervolgens gaan we verder met de orde van de dag.
Maar het Integraal Veiligheidsplan vraagt van ons om eens even veel breder te kijken naar de veiligheidsopgave. Ik heb in mijn nieuwjaarstoespraak stevige woorden gesproken en gezegd dat ik graag een ambitieus veiligheidsplan wil. Maar mijn ambitie is niet om stevig in te zetten vooral op de repressie. Ik vind dat we met elkaar, als stad, ons vooral moeten verdiepen in, wat is er in deze stad aan de hand? Met welke veiligheidsissues
8
hebben wij te maken? Los van het feit dat we stevig moeten optreden, is het ook vooral belangrijk dat we met elkaar moeten voorkomen dat we in een situatie terechtkomen, voorkomen dat mensen op het verkeerde pad komen, voorkomen dat hier verkeerde dingen gebeuren en ons verdiepen in hoe we deze stad vooral aan de voorkant veiliger kunnen maken. Ik ben zelf een beetje geïnspireerd door het initiatief in het najaar, onder andere van mevrouw Kruger en een aantal andere initiatiefnemers, om vooral over het thema huiselijk geweld en femicide het maatschappelijke debat open te gooien. En ik nodig u allemaal uit om, mede in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook daarna, dit soort thematiek open te gooien en zich met elkaar af te vragen wat er speelt in de stad. Hoe komt het dat bepaalde dingen gebeuren en hoe kunnen we dit voorkomen, los van het feit dat we moeten optreden als het verkeerd gaat? Zojuist heeft iedereen zich al voorgesteld. Ik vind het leuk om nog een iemand even extra te introduceren. Dat is de mevrouw die helemaal rechts van de tafel zit, in het groen naast mijnheer Pauwels. Dat is mevrouw Beket. Zij is sinds 1 januari gestart als ons nieuwe hoofd Veiligheid. Zij geeft ook leiding aan het team. Zij is net zo bevoorrecht als ik. Zij is ook vers gestart. Het nieuwe Integraal Veiligheidsplan is ook iets waar zij mee aan de slag gaat.
Ik vind het vooral leuk als u onze medewerkers actief bevraagt en dat u, ook na afloop van de prestatie, als u zegt, daar wil ik wat meer over weten, hen aanspreekt. Want laten we, zoals ik al zei, de thematiek vooral opengooien, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik voor de presentatie het woord geven aan mijnheer Baars. Hij mag zelf het woord doorgeven als hij dat nodig acht. De heer Baars: Dank u wel. Het is een lange presentatie. Als het goed is, heeft u van tevoren de presentatie kunnen zien. We gaan er heel snel doorheen. Het Integraal Veiligheidsplan is een strategisch document. We kijken vandaag vooral een paar jaar vooruit. Minder naar de actualiteit, maar we gaan echt vooruitkijken naar de komende jaren. Wat is het doel van vandaag? Vanavond schetsen we een eerste beeld van de veiligheid in Dordrecht. Veiligheid is een heel breed onderwerp. Specifiek zoomen in op een aantal onderwerpen die, wat ons betreft, op dit moment extra aandacht verdienen. Dat gaat over weerbeeld tegen fysieke dreigingen, Zorg & Veiligheid, georganiseerde criminaliteit, jeugd en veiligheid en digitale veiligheid. Vervolgens zullen we nog een reflectie krijgen van mijnheer Marnix Eysink Smeets. Sorry, nu ga ik te ver. Vanaf morgen gaan we aan de slag met het opstellen van een veiligheidsbeeld, een concept veiligheidsbeeld.
Dat concept veiligheidsbeeld gaan we na de coalitiebesprekingen of coalitievorming met u bespreken. In het concept gaan we samen met onze interne en externe partners aan de slag om het veiligheidsbeeld te maken, samen met handhaving, wijkmanagers, sport, sociaal domein. Maar ook extern. Denk aan OZHZ, politie, Openbaar Ministerie, veiligheidsregio. Dit concept gaan we met u bespreken. Daar gaan we u in meenemen en dat gaan we gezamenlijk verder verfijnen. Daarna gaan we met onze inwoners en ondernemers in Dordrecht, gericht en ongericht, in heel de stad met mensen in gesprek om dat veiligheidsbeeld verder te verfijnen. Na de zomer zullen we een definitief veiligheidsbeeld aan u voorleggen met daarbij een aantal prioriteiten en uitgangspunten voor het IVP, waarna we op basis daarvan, als u er akkoord mee bent, het Integraal Veiligheidsplan opstellen. Wat speelt er dan in onze samenleving? Nederland groeit in de komende jaren, tot 2040, naar ongeveer 20 miljoen inwoners. Die groei komt niet door
9
heel veel geboortes, maar ook door immigratie, heel veel arbeidsimmigratie. De mensen worden grijzer. We krijgen een ander soort dynamiek in de samenleving en vooral een meer diverse samenleving. Dat kan zorgen voor spanningen en zorgen in de samenleving. Dat zien we nu al. Verschillende achtergronden kunnen leiden tot verschillende veiligheidspercepties. Bedrijven, instellingen, overheden gaan een groot verloop van personeel tegemoet. Tegelijkertijd zien we dat de wereldwijde uitstoot van CO2 door blijft gaan. 1,5 graad gaan we met de huidige maatregelen niet halen. Dat betekent dat we wereldwijd meer weersextremen gaan verwachten. Bosbranden, overstromingen. Het levert nu al maatschappelijke verdeeldheid op over een aantal maatregelen. Denk bijvoorbeeld aan iets als een vleestax of een stikstofbeleid maar ook de discussie rondom PFAS. Dat merken we hier in Dordrecht direct. Dat is nu vooral een aanjager voor maatschappelijke onrust en protest. Als we kijken naar de digitalisering, dat verandert ook alles. We zijn al jarenlang bezig met digitalisering, maar de ontwikkelingen gaan op dit moment heel erg hard. AI, maar ook robotisering, gentechnologie zijn onderwerpen die we in de komende 10 jaar wel gaan meemaken. Innovatie is cruciaal, maar het maakt ons enorm kwetsbaar. Dat kunnen we nu ook zien in hoe kwetsbaar wij als Nederland zijn bij Amerikaanse tech-bedrijven.
Niet iedereen zal profiteren van die snelle vooruitgang. Daar moeten we rekening mee houden. De huidige jonge generatie leeft zowel digitaal als fysiek. Dat gaat dwars door elkaar heen. Zij voelen zich permanent zichtbaar. Dat zorgt voor een prestatiedruk. Grotere gevoeligheid voor desinformatie en manipulatie zie je ook in deze groep. De wereldorde, daar hoeven we het, denk ik, niet heel ver over te hebben, want die is op dit moment ingrijpend aan het veranderen. De politiek staat onder druk, economisch en militair, hybride dreigingen zoals sabotage, onrust stoken, het democratisch proces proberen te beïnvloeden. De stroomuitval, zoals in Berlijn onlangs is geweest, is een goed voorbeeld van hoe kwetsbaar onze infrastructuur is, ook in Dordrecht. We moeten onze weerbaarbereid van de samenleving gaan vergroten. Europol ziet meer destabilisatie door zware en georganiseerde criminaliteit. Je ziet ook dat de criminele netwerken, georganiseerde criminaliteit en statelijke actoren, met elkaar samenwerken. De grens tussen winstbejag aan de ene kant, van georganiseerde criminaliteit, en aan de andere kant staatsgebonden en de ideologische motieven, vervaagt. Voorbeelden zijn sabotageacties of bijvoorbeeld migrantensmokkel. Al deze thema's kunnen leiden tot sociale spanningen en protest. De polarisatie kan toenemen.
Meer demonstraties zorgen voor een grotere druk op de gemeentelijke - en politiecapaciteit. Bij grote groepen jonge mannen is masculiniteit in opkomst. De relatieconflicten kunnen leiden tot snellere en zwaardere escalatie, waardoor het risico op femicide toeneemt. Dan gaan we even over naar het onderwerp weerbaarheid. De heer Schellevis: Dank u wel, Michel. Ik neem het stokje vanaf hier verder over in het kader van weerbaarheid. Zoals u allen dagelijks ziet wanneer u de telefoon opent of de krant leest, wordt onze weerbaarheid, op dit moment, dagelijks getest. Dit is de reden dat landelijk de Denk vooruit-campagne gestart is, die u allen in het najaar heeft kunnen meemaken, waar ook het logo op zichtbaar is. En ik refereer graag aan het gesprek dat wij met de commissie eerder hebben gevoerd, met mevrouw Van Vark en de veiligheidsregio in het kader van deze weerbaarheid, waarbij we met name het integraal versterken van de maatschappelijke weerbaarheid van onze maatschappij en samenleving verder willen vergroten. Dat doen wij aan de hand van vooruitblikken op
10
langdurige crises, in de zin van stroomuitval of hoogwater, die wel onze grootste dreigingen zijn. We willen onze weerbaarheid daarvoor sterk versterken in de zin van voorbereiding. Dat doen we onder andere door wijkbijeenkomsten en gesprekken in de wijk te voeren met onze inwoners met het oog op, hoe kunnen we noodsteunpunten inrichten, waarbij op het moment dat het nodig is, mensen informatie kunnen krijgen. Dat pad lopen we nu uit. Het is een langdurig pad, dan mag je er een verder klikken, om uiteindelijk te komen tot een heel stevige keten, waarbij op het moment dat het zich voordoet, mensen weten waar ze zich kunnen melden met hulpvragen en aanbod voor eventuele hulp die ze beschikbaar willen stellen. Dit om uiteindelijk de hele keten bij elkaar aan te luiden sluiten om een sterk netwerk in het kader van crisisbeheersing te krijgen. Dat doen we door een langdurige en meerjarige campagne te voeren, ook aan de hand van de Denk vooruit-campagne. Dat vraagt een hoop van ons, van de hele samenleving, maar ook van u als gemeenteraad, omdat u zich daarvoor in kan zetten. Dat vraagt om een all-hazard benadering met de whole of society, zo vliegen we hem aan. We stimuleren en faciliteren de bewustwording van deze dreiging en proberen op die manier de sociale cohesie te versterken.
Parallel daaraan proberen we binnen de gemeentelijke organisatie de bedrijfscontinuïteit op orde te brengen. Zoals eerder genoemd, we willen een sterk keten en netwerk van noodsteunpunten. Dit in samenwerking met de veiligheidsregio, de hulpdiensten en allerlei andere maatschappelijke instellingen binnen de ons samenleving om dit voor elkaar te boksen. De heer Baars: Ik pak hem weer even terug. In 2025 hadden we 6.612 geregistreerde misdrijven in Dordrecht. Dat zijn er 17 à 18 per dag. U kunt zich wel beseffen waar onze politie zich mee bezighoudt. Constante prioritering is noodzakelijk. Bijvoorbeeld ook doordat er een langjarige trend is dat er steeds meer mensen in onze stad zijn met onbegrepen gedrag. Dat zijn kwetsbare mensen die in veel gevallen zorg nodig hebben. Die zorg is er niet altijd. De overlast die hieruit voorkomt, is een politietaak geworden. Ter vergelijking, sinds 10 jaar geleden is het aantal meldingen door overlast door personen met onbegrepen gedrag, meer dan verdubbeld. En als we verder terugkijken, zelfs verdrievoudigd. Tegelijkertijd zien we dat oude High Impact Crimes steeds minder voorkomen. Online criminaliteit neemt juist weer toe. Sterker nog, veel veiligheidsproblematiek die wij meemaken, hebben juist ook een digitaal karakter. Gedigitaliseerde criminaliteit is, na fietsendiefstal met ongeveer 600, het meest voorkomende wat er in Dordrecht is.
Dat zijn ongeveer 500 per jaar. Zuid-Holland-Zuid had in 2024 op 100.000 inwoners 1096 meldingen bij Veilig Thuis. In Nederland waren dat er 715. We hebben hier substantieel meer meldingen bij Veilig Thuis in de regio ZuidHolland-Zuid. Maar Dordrecht neemt ongeveer de helft van het aantal meldingen voor haar rekening, pakweg 500. In 2024 zijn 334 verdachten aangehouden voor huiselijk geweld. Een goede ontwikkeling is dat er meer aandacht is voor dit onderwerp. Maar we zien tegelijkertijd dat de keten onvoldoende is toegerust op de afhandeling en dat zaken daardoor vastlopen. Kortom, er is een integrale benadering nodig om te zorgen dat deze problemen op de juiste manier worden aangepakt. Zoals verteld, er is de nodige onrust in de samenleving en verontwaardiging over gebeurtenissen die ons allemaal raken. Mensen geven daar uiting aan. Soms in de vorm van protest of in een optocht. Als gemeente geven we daar ruimte aan en proberen we grenzen te stellen waar dat nodig is. Het komend jaar kan het zomaar zijn dat er in ieder geval geen consumentenvuurwerk meer is. Het idee is dat er straks misschien met
11
buurtverenigingen wat mogelijk is. Maar wat willen, hoeveel en hoe? Daar zullen we nog wel een weg in moeten gaan vinden. De burgemeester heeft daar natuurlijk ook een mening over. En FC Dordrecht doet het de laatste jaren ook best oké. Zij hebben de ambitie om elk jaar in ieder geval de nacompetitie te spelen. Het kan zomaar gebeuren, we hebben het met Telstar en NAC gezien, dat zij naar de eredivisie gaan. We moeten ons niet laten verrassen, maar nu al inspelen op de ontwikkelingen die gaande zijn in onze stad. Dan gaat het niet alleen over FC Dordrecht. Ik geef een stokje door aan Nia. Mevrouw Kloos: Hiermee wil ik dan ook graag weer even terug de koppeling maken binnen het sociaal domein en de koppeling naar veiligheid en zorg. Binnen Dordrecht zijn er inwoners die kampen met enkelvoudige of meervoudige problematiek op het gebied van zorg, schulden of participatie in de samenleving. Het hangt vaak samen met psychiatrische problematiek of verslavingszorg. We hebben als gemeente de verantwoordelijkheid om ook de kwetsbare inwoners te voorzien van passende ondersteuning en begeleiding, terwijl we tegelijkertijd de veiligheid van de samenleving moeten waarborgen. Deze verantwoordelijkheid strekt zich uit over de verschillende gebieden binnen het sociaal domein. De koppeling zorg en veiligheid wil ik daarmee maken. Dan mag hij door naar de volgende sheet.
Ik noemde het net al even kort, geweld in afhankelijkheidsrelaties is er daar een van. Op dit moment is er heel veel landelijke aandacht rondom huiselijk geweld en met name ook de excessen, helaas, die leidde tot femicide. Geweld achter de voordeur is vaak hardnekkig, escaleert vaak en daarom vinden we dat er meer aandacht moet zijn voor een sluitende keten die soms onvoldoende toereikend is of waarvan de sluiting ontbreekt. Er is eerder een motie aangenomen in de gemeenteraad. We zijn momenteel aan het onderzoeken met betrekking tot de eventuele uitrol van een Filomena locatie voor Dordrecht of voor de regio. Dat onderzoek loopt. Daarnaast is de zorg die we hebben de structurele tekorten bij Veilig Thuis, waar de meldingen binnenkomen aangaande huiselijk geweld en kindermishandeling. Die blijven maar toenemen. De druk op de keten neemt daardoor toe. De vraag is groot en het aanbod is laag. Ook binnen de vrouwenopvang kampen we soms echt wel met een tekort aan plekken. We zijn bezig met de nieuwe aanbesteding. Dat loopt. We zien een toename in de huisverboden. Dat werd net al even kort genoemd. Al met al echt een grote zorg. We zijn met elkaar hard de mogelijkheden die er liggen aan het onderzoeken. Ik kijk Michel even aan. Excuus. Volgende. Sorry. Volgens mij klopt de volgende niet.
Mevrouw Akpa: Kan ik het stokje overnemen? Mevrouw Kloos: Sorry? Mevrouw Akpa: Was je klaar? Mevrouw Kloos: Ik wilde het nog over de bemoeizorg hebben, maar de volgorde klopt even niet. Excuus, er gaat iets mis. Naast geweld in afhankelijkheidsrelaties, waar heel duidelijk de koppeling zorg en veiligheid ligt, zijn we als gemeente druk bezig met de bemoeizorg. Dat is echt outreachende zorg. Mensen vragen niet om zorg, maar accepteren soms ook niet de hulpverlening. We moeten met elkaar voorkomen dat sommige situaties ontsporen of onveilig worden. En daar komt de outreachende werkwijze binnen de OGGZ, die de mensen leidt naar de juiste zorg. Ook daar zien we
12
echt wel een behoorlijke knel, waarbij we aanlopen tegen onvoldoende passende woonof verblijfvormen. De complexiteit neemt toe en is zwaar, de ernst neemt toe. Ook daar zien we een toename van het aantal meldingen. Daar maken we ons veel zorgen om. Dan mag jij nu. Mevrouw Akpa: In het Zorg & Veiligheidsdomein zien we hoe complex het is om samen te werken, want inwoners laten zich nu eenmaal niet indelen in hokje. Er spelen vaak veel problemen. We zien dat 80 procent van de inwoners zelf regie kan voeren. Bij 15 procent zien we dat de ondersteuning nodig. Bij 5 procent is er ook echt sprake van complexe meervoudige problematiek op het gebied van zorg en veiligheid en ook hele hoge maatschappelijke kosten. Het lijkt een klein aantal, maar juist die inwoners hebben de zorg hard nodig, ook omdat de oplossingen dan vaak het meest ingewikkeld georganiseerd zijn. Er komen meerdere domeinen bij elkaar, soms ook meerdere financieringsstromen. Denk hierbij aan de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en bijvoorbeeld de overgang 18min, 18plus van jongeren die in de residentiële jeugdzorg verblijven en 18 worden. We zien dat er heel veel inwoners zijn die zorg nodig hebben. En vanuit de gemeente hebben wij een team die regie voert op complexe casuïstiek. Naast het Zorg- en Veiligheidshuis doen we dat ook als gemeente.
We hebben wel gemerkt dat er casuïstiek is die tussen wal en schip valt. Daarvoor willen wij als gemeente een lokale zorg- en veiligheidskamer inrichten, om te zorgen dat we de problematiek met elkaar kunnen beetpakken. We hebben een ‘…’(00:41:38) ontwikkeld, omdat het heel belangrijk is om te bekijken, wie voert er nu regie? We zien vaak dat er meerdere hulpverleners betrokken zijn, soms ook meerdere hulpverleningsplannen. We vinden het heel belangrijk voor een inwoner dat er sprake is van duurzame groei. Niet alleen brandjes blussen, maar ook kijken, hoe kunnen we nu echt op de lange termijn die inwoners goed helpen? Een voorbeeld van een casus waar ik bij betrokken ben geweest, was een jonge vrouw. Zij woonde in een studio onder voorwaarden. Haar broertjes woonden in bij ouders. Maar er was sprake van huiselijk geweld. Een jeugdbeschermer had de broertjes bij zus geplaatst, maar zij dreigde daardoor haar woning kwijt te raken. Er was sprake van overlast, te veel mensen in een kleine woning. Hierdoor dreigde er een uithuisplaatsing met hoge maatschappelijke kosten tot gevolg. In dit geval hebben wij, in de samenwerking met de woningcorporatie en de partijen, tot een oplossing kunnen komen. Dit is maar, denk ik, het topje van de ijsberg van de casuïstiek die we zien. We vinden het heel belangrijk om daar als gemeente goed op aan te sluiten vanuit Zorg & Veiligheid.
Ik denk dat nog goed is om te noemen dat vooral de doorgaande zorglijn heel belangrijk is. Wanneer een bepaalde financiering stopt, we dit goed met elkaar in het vizier hebben met de leefbaarheid en veiligheid die dan speelt. Ik denk dat het hiermee gezegd is. Mevrouw Stout: Ik neem u graag mee in het veiligheidsbeeld, de knelpunten en de kansen in de aanpak van ondermijning, oftewel georganiseerde criminaliteit. Een van de geprioriteerde thema's die we hebben, is drugs. Nederland blijft een belangrijke hub, waarin drugs wordt ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en geproduceerd. Er zijn internationaal opererende netwerken actief die hier gebruik van maken. De drugsmarkt is onverminderd groot, nieuwe varianten drugs blijven komen en de vraag kan niet los gezien worden van het aanbod. Dit is niet alleen een criminaliteitsprobleem, maar ook een maatschappelijk en economisch probleem. Er wordt gebruik gemaakt van allerlei criminele hand- en spandiensten. De mensen kunnen daar wel heel veel geld aan
13
verdienen. Dit zijn niet de mensen als onderdeel van het drugsnetwerk zelf. Denk bijvoorbeeld aan mensen die woningen en loodsen verhuren voor opslag en productie van drugs of het op naam zetten van auto's en bedrijven door katvangers. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met niet alleen beschietingen, maar ook explosies bij woningen en voertuigen. Het merendeel van deze incidenten is gerelateerd aan de conflicten in de drugswereld, maar we zien ook andere zaken en relationele conflicten. In Zuid-Holland vond het merendeel van de incidenten plaats in Rotterdam, gevolgd door Vlaardingen, Schiedam en Dordrecht. Door het aantal explosies, de impact ervan en de gevaarzetting, is er niet alleen sprake van criminaliteit, maar ook van een openbareordeprobleem. Dat merken we ook in Dordrecht. We kennen drugsproductielocaties in woonwijken, met alle gevaren van dien. De drugsoverlast neemt toe, we zien signalen van witwassen, waar we als gemeente signalerende rol in hebben. Dit kunnen we zien door meldingen, waarnemingen en integrale controles die we doen. Er zijn ook criminele geldstromen, ondergronds bankieren en de geweldsuitingen. Dit plaatje geeft het aantal explosies weer van de afgelopen 3 jaar. Ook is er een link vanuit daderschap met uitbuiting en zorg. Uitbuiting is mensenhandel. Mensenhandel kent verschillende vormen, seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting.
De omvang van mensenhandel is moeilijk te schatten. Er is sprake van een groot dark number. Het blijft vaak verborgen voor autoriteiten. Dat komt doordat slachtoffers vaak niet durven of willen melding te doen door de dwang of ze weten simpelweg niet dat ze slachtoffer zijn. Er komen in de toekomst meer vormen van mensenhandel bij, zoals gedwongen draagmoederschap, gedwongen huwelijken en illegale adoptie. Ook ernstige benadeling vooruitlopend op arbeidsuitbuiting, wordt strafbaar. De nationaal rapporteur vermeldde in 2024 een verdriedubbeling van jeugdige slachtoffers op criminele uitbuiting. Dit zijn landelijke cijfers. Het gaat om jongeren die gedwongen worden om strafbare feiten te plegen. In 2023 waren er 13 slachtoffers en in 2024 waren het er 42. Dat lijkt misschien weinig, maar een heel groot deel daarvan komt niet terug in de cijfers. Niet iedereen wil hulp. Seksuele uitbuiting komt steeds vaker voor in woningen. En wat we zien, is dat kwetsbare personen worden geronseld om hun woning hiervoor beschikbaar te stellen. Ook blijkt dat mensen met een licht verstandelijke beperking kwetsbaarder zijn voor uitbuiting. Criminelen hebben locaties nodig. Naar schatting, uit een onderzoek van 2019, worden 50.000 woningen en bedrijfsruimten misbruikt voor ondermijnende activiteiten, zoals drugsproductie, opslag of illegaal sekswerk. 80 procent daarvan is woningen.
Dat is 0,5 procent van de totale woning- en bedrijvenvoorraad. Dan vraag ik mij af, stel dat dit klopt, heeft u enig idee hoeveel woningen dat in Dordrecht zouden kunnen zijn? Het is maar globale inschattingen en het zegt niks over het daadwerkelijk aantal, maar met een klein sommetje kom ik uit op 300 woningen. Het zal je buurman maar zijn. Laat het even op u inwerken. Achter de fenomenen, de cijfers en de krantenkoppen zitten verhalen. Verhalen van inwoners van Dordrecht. De jongedame wiens enkel is gebroken, gedrogeerd is en gedwongen werd tot seksuele handelingen, de opbrengsten moet afstaan en een tatoeage van de naam van de uitbuiter moest zetten. Ik krijg altijd de rillingen als ik dit vertel. De man met de licht verstandelijke beperking en een verslaving, die, behulpzaam dat hij was, een oude bekende vroeg om een logeerplek voor een vriendin en of hij wilde helpen. De volgende dag was zijn huis een draaiend bordeel met sekswerkers uit Zuid-Amerika. Of de man die wilde helpen met het bewaren van spullen in verband met een verhuizing, maar waarvan de slaapkamer werd omgetoverd tot een hennepkwekerij. En zo makkelijk gaat het echt. Wat wil je doen? Want je bent niet meer veilig in je eigen huis. Jeugd wordt ingezet als kanonnenvoer.
14
Kindsoldaten van de onderwereld, online geronseld vanachter een spelcomputer. Nietsvermoedend, enigszins naïef, ingaand op een aanbod om wat geld te verdienen. Misschien verdient hij er een nieuwe telefoon mee. Voor een uitbuiter is het slechts een fooi. Goed van vertrouwen stap je in de auto en of je even wat bij iemand wil bezorgen. Voor je het weet sta je voor iemands deur met de opdracht om een explosief bij de voordeur te plaatsen en dat te filmen. Doe je dat niet, dan ben jij de volgende. Ze weten nu waar je woont en genoeg jongeren die wel even dit klusje willen klaren. De pakkans is heel groot. De kans dat het kind het geld niet krijgt ook, want de klus is niet geklaard. Dit is pure criminele uitbuiting. Dit zijn de verhalen achter de cijfers en ik krijg daar echt buikpijn van. Het aanpakken van georganiseerde criminaliteit is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is een aanpak van een lange adem. 1 signaal is nog geen netwerk. Het vraagt meerdere signalen en intensieve samenwerking, zowel binnengemeentelijk als met meerdere partners. Criminelen werken daarbij over gemeentegrenzen heen en zelfs internationaal. We hebben betere informatiepositie en huishouding nodig. Dat vraagt om breder te kijken dan iemands eigen functie. Het is een uitdaging vanwege snelle veranderingen en de omvattendheid. Criminelen willen gebruikmaken van gemeentelijke diensten.
Denk aan vergunningverlening, paspoortuitgiften, vastgoed, subsidie en maatschappelijke voorzieningen. Dit maakt dat we alert moeten zijn en niet onbedoeld hun activiteiten moeten faciliteren. Uit het Rekenkameronderzoek bleek dat we, ondanks onze inspanningen, nog wat te winnen hebben op gebied van bewustzijn. Casuïstiek is complex en er zijn geen pasklare oplossingen. Eenmaal erin, is het heel erg moeilijk er weer uit te komen. Dat vraagt maatwerk. We moeten prioriteren en daarom is er een kans dat thema's onderbelicht blijven. Denk aan zorgcriminaliteit of arbeidsuitbuiting. Maar gelukkig zijn er ook genoeg kansen om de aanpak van georganiseerde criminaliteit aan te pakken. En daar hebben we u bij nodig. Wat nodig is voor het aanpakken, is nog beter zicht op de casuïstiek en de netwerken. Daarvoor is meer onderzoek nodig, meer coördinatie om de informatie uit te organisatie op te halen en interventies met partners af te stemmen. We willen ons ondermijningsbeeld verbeteren, slim gebruik maken van beschikbare data. Het is van belang dat we blijven investeren in een weerbare overheid en maatschappij. Blijvende aandacht is nodig voor de fenomenen. Het is van belang dat we signalen blijven herkennen, signaleren en melden. Hoe eerder we het zien, hoe eerder we kunnen helpen of kunnen ingrijpen, waarbij preventie heel erg belangrijk is. Gemeentebreed moet de basis op orde zijn.
We moeten stappen blijven maken om de bestuurlijke weerbaarheid en inzet van bestuurlijke maatregelen te blijven inzetten. Zo heeft de burgemeester onlangs de beleidsregel voor de Opiumwet vastgesteld. Maar ook een training kan helpen om de bewustwording te vergroten, zoals bijvoorbeeld bij het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers of raadsleden, het versterken van de Bibobcapaciteit of de herinvoering van de exploitatievergunningplicht voor de horeca. Ook het inzetten van handhavingsmogelijkheden, het in de kennis verankeren en tegelijkertijd het hooghouden voor hulp en zorg. Dit kunnen we niet alleen. We doen het samen, binnengemeentelijk. Bijvoorbeeld met handhaving, maar ook met partners uit de strafrechtketen, zorgpartijen, woningcorporaties, midden- en kleinbedrijven, scholen en met u. U als raadslid met uw kaderstellende bevoegdheid, u als professioneel op uw werk en bovenal u als inwoner van Dordrecht.
15
De heer Baars: Heeft u weleens vroeger een strafbaar feit gepleegd? De verkiezingen komen eraan, ik zal het niet vragen. Maar zelf heb ik weleens wat gedaan. Ik heb mijn ID vervalst om een discotheek binnen te komen. En niet alle jongeren die aangeven iets te hebben gedaan, zijn ook raddraaiers. Met het overgrote gedeelte van de Dordtse jeugd gaat het goed. 3145 jongeren geven aan in de afgelopen 12 maanden iets te hebben gedaan. Dat zijn met name gewelds- en online delicten. Maar 1.300 jongeren in Dordrecht noemen we risicojongeren. Dat komt doordat zij 12 keer meer kans hebben om als verdachte te worden aangemerkt. Vaak komt dat doordat deze jongeren in een heel kwetsbare situatie leven. Bijvoorbeeld driehoog met een ouder met 2 banen, broertjes en zusjes om voor te zorgen, moeder is al blij als hij buiten op straat speelt. Deze jongeren ervaren een laag toekomstperspectief en willen net als anderen gezien en gehoord worden. De lijn tussen daderschap en slachtofferschap is flinterdun. Door hun kwetsbaarheid zijn ze snel verleid tot crimineel gedrag. Van de 18.500 jongeren groeien er uiteindelijk in Dordrecht ongeveer 125 uit naar herhaaldelijk crimineel gedrag, waarbij het betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit groter is. Dat is op basis van een landelijk percentage. Vooral de excessen halen de media, waardoor het beeld ontstaat dat het slechter gaat.
Maar als we kijken naar de afgelopen 10 jaar, zien we dat het qua jeugdoverlast beter gaat. Dik 10 jaar geleden kwamen we ruim boven de 1.000 meldingen per jaar voor jeugdoverlast. Na een korte opleving tijdens de coronaperiode, zien we weer een stelselmatige daling en een stagnatie van overlast. In 2025 zaten we op 676 meldingen. Het gaat alleen over het aantal meldingen, niet over de daadwerkelijk vastgestelde overlast. Er gebeurt veel waar de overheid geen zicht op heeft. Jongeren zitten in een wereld waarin ze altijd in verbinding zijn, digitaal. Een digitale identiteit is voor jongeren net zo belangrijk als een normale identiteit. Online en offline gebeurtenissen vloeien samen. Denk aan een filmpje van een mishandeling. Dat komt op internet en wordt door de hele school gezien. Dat heeft veel meer impact dan het 20 jaar geleden had. Dit levert nieuwe uitdagingen op voor opvoeders, voor scholen, voor jongerenwerkers. Criminele diensten vinden ook vaak de digitale weg. Denk aan drugs en illegaal vuurwerk. Dat kan heel makkelijk doordat jongeren via de digitale handel gevonden worden, maar andersom ook. Jongeren worden gevonden voor criminele klussen. En niet alleen in Dordrecht, maar dat gaat ook de gemeentegrens en de provinciegrens over. En wat we zien voor het onderwerp jeugd, is dat iedereen een beetje verantwoordelijk is.
Wetgeving ligt versnipperd en dat vraagt om een hele stevige regievoering. We willen uiteindelijk een gezonde, veilige en leuke stad met perspectief voor onze jeugd. Dan hebben we het over universele preventie. En een voorbeeld daarvan zijn alternatieve strafvormen die jongeren juist helpen om tot het inzicht te komen over wat ze gedaan hebben. We moeten werken om de hybride leefomgeving naar ons, binnen in de organisatie, te krijgen. Digitaal en fysiek moet vanzelfsprekend zijn. En dan komt er een kans aan met betrekking tot de Wet vrij en veilig onderwijs. Scholen zijn verplicht tot het maken van een uitgebreider veiligheidsbeleid. Daar moeten wij als gemeente op inspelen. En 1 ontwikkeling wil ik ook nog graag benoemen, dat is dat de Risk Factory op het Leerpark op dit moment wordt gerealiseerd. Na de zomer gaat het daadwerkelijk open om leerlingen uit heel Zuid-Holland-Zuid te ontvangen. Dan is de bedoeling dat we alle leerlingen van groep 8 daar krijgen. Heel kort wilde ik nog even stilstaan bij het onderwerp digitale veiligheid. We hebben het al heel veel gehad over digitale veiligheid. Wat wij zien, is dat dit onderwerp in alle thematiek terugkomt. We moeten ervoor zorgen dat het digitale domein een integraal onderdeel wordt van al onze
16
thematiek. Organisatorisch gezien, we hebben heel veel te maken met incidenten. Daar komen we mee in aanraking en we vinden het heel fijn dat wij een waardevolle bijdrage kunnen leveren voor onze inwoners. En tegelijkertijd tijd ligt het werk dan wel even stil. Hoe onrustiger de samenleving, hoe meer incidenten. We zijn wendbaar als team Veiligheid, maar we moeten wel constant prioriteren. Het Integraal Veiligheidsbeleid kent daarnaast een tijdelijke financiering. Dat gaat soms ten koste van langjarig commitment. Dat is soms lastig. Als we nu kijken naar de toekomst en de prioriteiten die wij zien, veiligheid is een gezamenlijke op opgave. We hebben iedereen in de stad nodig. U als gemeenteraad, onze inwoners, ondernemers. Denk aan een makelaar die bijvoorbeeld hele andere dingen ziet of een horecaondernemer die mensen in een horecagelegenheid heeft. We maken samen een plan voor veiligheid in onze samenleving. We nodigen uit om mee na te denken. De voorzitter: Dank voor de presentatie. Voor we naar mijnheer Eysink Smeets over gaan, wil ik even ruimte scheppen voor wat vragen. Dan daarbij de afspraak dat we om 20.30 uur overgaan naar mijnheer Eysink Smeets, zodat daar nog genoeg tijd voor is. Even kijken wie er allemaal een vraag heeft. Ik zie al mijnheer Van der Net, mijnheer Aarden. We beginnen bij mijnheer Van der Net en dan zien we waar het schip strandt.
De heer Van der Net: In het water. Dank u wel, mevrouw Kruger. Ik heb het al een keer aangestipt, en met name ondermijning, in de Bieshof, even als voorbeeld daar is een vlaaienwinkel nu weer verdwenen. Daar komt weer een kapper. Ik ben vandaag bij de kapper geweest. Hij geeft aan dat hij dit ziet gebeuren en niet inziet hoe dat verdienmodel nu in elkaar zit. Hij zegt, dat moet fout zijn. Alleen, ik krijg als antwoord dat er niet voldoende informatie is om op dat punt al in te grijpen. Mijn vraag is dan, waarom is die info er niet? Is dat ook een capaciteitsprobleem of is het, op basis van info, geen probleem? Nagelstudio’s, massagesalons, ik kan ze allemaal opnoemen, bruidsmodewinkels. Wat opvalt, en met boerenverstand, is dat iedereen zegt, dat kan niet. De voorzitter: Wie wil deze vraag beantwoorden? Niet allemaal tegelijk. Mevrouw Stout. Mevrouw Stout: Dank u wel. Over een concrete zaak kan ik geen uitspraken doen, maar in algemene zin kan ik wel zeggen dat we afhankelijk zijn van meldingen en dat het heel erg waardevol is mensen daadwerkelijk melden. Dat is echt wel een aandachtspunt. Het is ook wel zo dat als we maatregelen willen treffen, daar voldoende concrete aanwijzingen voor moeten zijn. Daar doen we ons best voor, maar het helpt heel erg als mensen melden, zodat we ermee aan de gang kunnen gaan. Ook doen wij controles bijvoorbeeld.
Dat zijn wel opties die we kunnen inzetten. De voorzitter: Een korte vervolgvraag. De heer Van der Net: Nog een aanvullende vraag. Dat zijn controles naar aanleiding van tips of signalen, neem ik aan? Mevrouw Stout: In onze gemeente hebben we een integraal controleteam die bijvoorbeeld bedrijven controleert. Op basis van verschillende aanwijzingen kunnen wordt daar een selectie in gemaakt. Het is een middel dat we wel regelmatig inzetten.
17
De voorzitter: Mijnheer Mol kan na afloop een politieker antwoord geven. Mijnheer Aarden zag ik als tweede De heer Aarden: Dank, voorzitter. Ik zag dat het ook ging over huiselijk geweld. In 2022 is er een toezegging gedaan door de toenmalige burgemeester om dierenmishandeling mee te nemen als aanwijzing voor meer problematiek achter de voordeur en het mee te nemen in het Integraal Veiligheidsplan. Ik vroeg me af of dit nog steeds op de radar staat. De voorzitter: Wie mag ik daar het woord voor geven? Gaat uw gang. De heer Baars: Die toezegging hebben wij de vorige keer opgepakt. Dat is ook in het beleid terechtgekomen. Het antwoord is ja. De voorzitter: Een helder antwoord. Dan heb ik mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank voor de duidelijke presentatie. Het waren wel heel veel aspecten waarvan ik niet verwacht had dat ze ook aan bod zouden komen. Dat vond ik bijzonder informatief en goed. Er werd een oproep gedaan, gooi de boel maar open. Ik had daar nog wel even een vraag bij, het veiligheidsbeeld dat gevormd gaat worden … We krijgen over een aantal maanden een, volgens mi, compleet relatief nieuw fenomeen in Dordrecht met een groot azc. Hoe worden die ontwikkelingen daarin meegenomen? Want als je de cijfers daarover leest, heeft dat wel gevolgen voor veiligheid in andere gemeenten.
Hoe is dat deel van het veiligheidsbeeld? De voorzitter: Wie wil daarop ingaan? Gaat uw gang. De heer Baars: Het veiligheidsbeeld gaan we samen maken met heel veel partijen die wij samentrekken om echt het beeld te creëren. Ik vind het een heel mooi punt dat u maakt met betrekking tot het azc. Ik ga kijken of we een gemeente kunnen uitnodigen die een azc heeft, om ook van hen de ervaringen op te doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, als eerst heel erg bedankt voor al het werk dat hier nu al aan is gedaan, terwijl er nog zoveel moet gebeuren. Vanuit mijn professie ben ik heel blij dat digitaal ook meegenomen wordt. Alhoewel, ik moet wel zeggen, het is niet altijd een onderdeel van de rest, maar het heeft ook zijn eigen dynamiek. Als ik alles bij elkaar zie, wordt het wel heel erg veel. En wat ik gewend ben, is dat je dan de te beschermen belangen definiëren. Wat moeten we nu echt beschermen en wat zijn de zaken die wij als raad het meest belangrijk vinden? Ik zou dat graag met een nieuwe raad willen bespreken waar de aandacht als eerst op zal moeten en wanneer. Een prioritering. Anders zijn we over tien jaar nog bezig. Dan maken we geen meters. Dat is mijn vraag voor het vervolg, voorzitter. De voorzitter: Vindt dat gesprek plaats met de nieuwe raad? Dat is, denk ik, de vraag.
18
De heer Baars: Ja. De voorzitter: Daar houden we van. Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik kreeg net al een beetje, denk ik, antwoord op mijn vraag in het antwoord op mijnheer Klerk. In het begin werden er wat landelijke tendensen verteld. Het betekent dat wij als gemeente Dordrecht niet als enige met uitdagingen zitten op dit gebied. Ik vroeg me af hoe de samenwerking met partners wordt opgezocht buiten de gemeentegrens. De voorzitter: Wie wil daarop ingaan? Gaat uw gang, mijnheer Baars. De heer Baars: We werken binnen de politieregio Rotterdam heel veel samen met andere gemeenten in onze eenheid. Denk bijvoorbeeld aan samenwerking in de VAR, VeiligheidsAlliantie Rotterdam, waarin we heel veel kennis uitwisselen. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het RIEC Rotterdam, waarin we op het gebied van georganiseerde criminaliteit samenwerken. Zij pakken ook casuïstiek op. Zo zijn er samenwerkingsverbanden, waarin we heel erg veel samenwerken. De veiligheidsregio moeten wij ook niet vergeten. De voorzitter: Dank. Mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Wat wij als gemeente doen op het gebied van fysieke veiligheid is heel zichtbaar. Bijvoorbeeld preventief fouilleren, cameratoezicht en dergelijke.