2.2 2025.11.04 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 4 NOVEMBER 2025 Vergaderzaal 1
1.
Agenderingsverzoek college aan agendacommissie over werkbezoek Dordrecht Sociaal
2.
Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: burgemeester N. Mol, wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx De voorzitter: En toen werd het stil. Beste mensen, welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 4 november. We hebben vandaag over drie onderwerpen vragen. Zo moet ik het zeggen. Sorry. Dank u wel. Ik ga gelijk naar de eerste vragen en dat zijn vragen die gaan over de veiligheid rondom de woningen op de Weeskinderendijk. Er zijn drie partijen die daar inhoudelijk gelijksoortige vragen over hebben gesteld en dat zijn Beter voor Dordt, de SP en de PvdA. En wat hier staat is, dat afgesproken is dat Beter voor Dordt ze namens de drie partijen zal stellen. En dat is mijnheer Katif. Gaat uw gang. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Het klopt. Op 31 oktober vond een inbraakpoging plaats aan de Weeskinderendijk Oost. Dit gebeurde direct na het dichttimmeren van leegstaande woningen aan de Weeskinderendijk Noord die zijn ontruimd voor sloop. Beter voor Dordt maakt zich, net als de collega's van de SP en de Partij van de Arbeid, en net als de buurtbewoners zorgen over de toenemende onveiligheid door leegstand, verminderde sociale controle en langdurige overgangsfase.
Naar aanleiding hiervan een aantal vragen aan de portefeuillehouder. Is er contact geweest met de bewoners naar aanleiding van de inbraakpoging? Zijn zij geïnformeerd of ondersteund? Vraag twee, hoe wordt de veiligheid in de buurt gemonitord? Hoe worden bewoners geïnformeerd over maatregelen en incidenten en welke veiligheidsmaatregelen dan tot nu toe getroffen? En de derde vraag, voorzitter. Is het college het met ons eens dat de bewoners van de Weeskinderendijk Oost, die tegen hun zin in worden geconfronteerd met de situatie van leegstand en verminderde sociale controle, extra bescherming verdienen. Een laatste vraag, voorzitter. Is het college bereid om op korte termijn, en zolang er nog woningen worden bewoond extra zichtbaar, preventieve maatregelen in te zetten, zoals
1
mobiele camera’s en een verhoogd toezicht door handhaving en/of politie? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En het is denk ik een vraag voor onze burgemeester. Burgemeester Mol, gaat uw gang. De heer Mol: Dank, voorzitter. En dank ook aan mijnheer Katif voor zijn vragen. Het is een repeterend thema, het vragenhalfuur, dat u en ik met elkaar in gesprek gaan. Maar fijn dat u ook hiervoor aandacht vraagt. Weet dat het bericht dat de bewoners aan de raad hebben gestuurd ook via andere raadsleden al bij mij terecht is gekomen maandagochtend. En dat is voor mij ook aanleiding geweest om met de politie te spreken afgelopen maandag hierover. En ik heb hen gevraagd of zij bekend zijn met dit signaal en ik heb hen ook gevraagd extra te surveilleren in het gebied en ook aandacht te hebben voor de bewoners. En de politie heeft dat opgepakt. Die extra surveillance gaat plaatsvinden en ze hebben de wijkagent ook ingelicht. En dat is grofweg een heel kort antwoord op al uw vragen, maar ik vind het toch wel fijn om er nog iets dieper op in te gaan. Want het is fijn dat de politie dit oppakt. En het is goed dat u dit signaal afgeeft en ik vind het fijn dat de bewoners nu op de lijn zijn gekomen. Ik zou hen trouwens wel adviseren in het vervolg ook gewoon de politie te bellen als ze dat niet nu al hebben gedaan. Waarschijnlijk hebben ze dat gedaan.
Maar ik kan niet helemaal hun zorg wegnemen, want wij kunnen niet voor de toekomst echt garanderen dat er geen overlast meer gaat plaatsvinden, want er gaat wel echt veel gebeuren. En de bewoners die daar nog wonen, wonen wel echt in een omgeving waar de komende tijd best wel wat werkzaamheden gaan plaatsvinden. En ik vind het echt heel erg vervelend voor ze dat ze overlast ervaren en we gaan proberen dat te voorkomen. U weet dat de gemeente in de afgelopen jaren de woningen aan de Weeskinderendijk Noord op minnelijke wijze heeft aangekocht. Dat is voor de zomer uitgebreid aan de orde gekomen in de raad. En om leegstand en overlast te voorkomen werden deze woningen door middel van antikraak verhuurd. De antikraakhuurders van de woningen hebben 2 september jongstleden het bericht van Ad Hoc ontvangen, dat is de verhuurder, waarin hen is opgeroepen de woning uiterlijk 30 oktober leeg en bezemschoon op te leveren. De woningen moeten daarom worden opgeleverd, zodat de gemeente destructief asbestonderzoek kan uitvoeren om daarmee ook een sloopvergunning te kunnen aanvragen. En de woningen moeten gesloopt worden om ruimte te maken, zoals u heeft besloten, voor een tijdelijk parkeerterrein voor de opvang van parkeren in de Spuihavengarage. Dat heeft gezorgd voor verhuisbewegingen in de dagen aanlopend hiernaartoe. En dat alles onder verantwoordelijkheid van Ad Hoc.
Wij hopen dat ze bewoners met enige regelmaat goed op de hoogte worden gehouden van aanstaande werkzaamheden in hun omgeving. Er is ook veel contact met de omgevingsmanager. En op 1 november heeft het Platform Weeskinderendijk ook een e-mail verstuurd aan de gemeenteraad, die het projectteam ook vervolgens heeft ontvangen en die ook terecht is gekomen bij Ad Hoc en waar nu op wordt gehandeld. Naast het feit dat onze politie in actie is gekomen, is ook Ad Hoc daarover geïnformeerd. En alle bewoners van Weeskinderendijk Oost worden deze week geïnformeerd, per brief, over de maatregelen die zijn genomen voor Weeskinderendijk Noord en hoe we omgaan met de woningen die vrijkomen op Weeskinderendijk Noord. En bovendien worden contactgegevens van onze omgevingsmanager nogmaals gedeeld met de bewoners in
2
deze brief. Ik lees even kort door wat ikzelf heb meegekregen. Ik denk dat ik daarmee voldoende antwoord heb gegeven op uw vragen. Ik kan niet helemaal voorkomen dat het daar zonder overlast gaat, maar iedereen die er iets tegen kan doen, is nu goed geïnformeerd en opgeschaald. En ik hoop dat we daarmee toch de bewoners kunnen ontlasten. En we hebben natuurlijk de contactgegevens van de omgevingsmanager nogmaals gedeeld. Die kunnen ze informeren. En ik hoop dat ze ook de politie snel bellen als er wat speelt. En verder handelen wij ook op signalen vanuit de buurt. De voorzitter: Dank u wel voor uitgebreide antwoord. Ik zag eerst mevrouw Van den Bergh en daarna mevrouw Stolk. Mevrouw Van den Bergh: Heel kort. Dank voor uw antwoord en dat er goed op gelet wordt. U kunt niet gaan garanderen dat er nooit meer overlast is. Voor ons is het belangrijk dat er overlast is vanuit bouwverkeer. En dat er gebouwd moet worden, dat weet men allemaal. Maar dat vooral de sociale veiligheid belangrijk is voor deze mensen. Net zo goed als dat er niet ingebroken wordt, dat ze niet bang hoeven zijn. Dat overlast van bouwverkeer, kun je inschatten. Sociale veiligheid, daar wilden we nog extra aandacht voor vragen. De voorzitter: Ik hoor geen nieuwe vraag. Volgens mij is het antwoord duidelijk gegeven. Mevrouw Stolk, een korte vervolgvraag. Mevrouw Stolk: Kort. Dank voor het antwoord, burgemeester.
Tegelijkertijd begrijp ik het als u zegt, we kunnen niet garanderen, wat mevrouw Van den Bergh ook aangeeft. Maar ik hoop wel … En u weet ook veiligheid is een kwestie van gevoel. Deze mensen worden hun huis uit gekocht, laat ik het dan maar gewoon netjes zeggen. Ik hoop wel dat we deze mensen met de menselijke maat gaan behandelen, want het doet nogal wat met deze mensen. En ik snap dat u reageert, we hebben de politie ingeschakeld. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Ik snap het punt wat u wil maken. Het is de bedoeling dat er een korte vervolgvraag op kan komen. Ik weet niet of u nog een korte vervolgvraag heeft? Mevrouw Stolk: Volgens mij heb ik die al gesteld. Of we ook rekening houden met de menselijke maat en de situatie waarin deze mensen verkeren? De voorzitter: Wellicht kan de burgemeester daar nog kort op reageren? De heer Mol: Ik ben eigenlijk wel blij dat mevrouw Van den Bergh en mevrouw Stolk toch even deze vervolgvraag stellen. Want ik kan het allemaal wel heel statisch voorlezen, maar u heeft helemaal gelijk dat we altijd in het beschermen van onze inwoners en het inzetten van onze hulpverleners, uitgaan van een menselijke maat. En in een grote stad, waarin voor veel inwoners de gemeente, de politie, ver weg kan voelen, is het zo belangrijk dat de gemeente, en ook de politie, met een gezicht in de wijk aanwezig is. Maar die menselijke maat geldt voor onze hele stad.
En ik denk dat, dat iets is wat wij als gemeentebestuur, u als gemeenteraad en wij als college, samen zijn we het gemeentebestuur, altijd met elkaar moeten bewaken. En in dit geval, met wat de bewoners daar in hun omgeving overkomt, snap ik e extra zorg daarvoor. En met uw
3
instemming zal ik dat nogmaals de wijkagent op het hart drukken om toch even persoonlijk contact te leggen. Mevrouw Stolk: Dank voor deze toelichting. De voorzitter: Ik zag ook nog een vervolgvraag van mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: En van mijn kant ook dank voor in ieder geval de extra surveillance van de politie. Mocht het toch op een of andere manier uit de hand lopen daar, is dan een optie voor zo'n mobiele camera, die naar ik meen daar eerder heeft gestaan op de hoek van Weeskinderendijk, op advies van de politie een mogelijkheid? Is dat open? De voorzitter: Burgemeester. De heer Mol: Goede vraag. Camera's zetten wij pas in als de situatie ter plekke dusdanig is dat we kunnen rechtvaardigen dat we ieders bewegingen gaan waarnemen en opnemen. Niet alleen van de mensen die overlast veroorzaken, maar ook van de mensen daar, de bewoners. En dat moet buitengewoon zorgvuldig gebeuren. Wij zijn er als college echt scherp op, omdat we er ook wel vaak op gewezen worden van, pas op, je mag niet zomaar ieders bewegingen waarnemen. Ik ben terughoudend in het doen van die toezegging, maar als middel houden we het altijd weer in onze binnenzak. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil dit onderwerp hiermee afsluiten en naar de volgende vraag gaan. En dat is een vraag van de VSP. Die gaat over de verkeerssituatie op de Kotterstraat en de Zeehavenlaan.
En aan mijnheer De Vries om de vraag kort toe te lichten. Mevrouw Stolk: Voorzitter, deze kant. Mevrouw Stolk wordt dat. De voorzitter: Bij mij staat mijnheer De Vries. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Wij zijn een. Dat maakt niet uit. Voorzitter, de snelheidsremmende drempels en gladde tegels op de Kotterstraat en Zeehavenlaan zorgen bij nat weer voor ernstige risico's voor voetgangers en langzaam verkeer. Zo is recent een bezorger met zijn scooter over een drempel geklapt, waarbij hij over de kop sloeg. Een man en een dochtertje op de fiets kwamen ten val op een van de drempels. Het meisje viel op haar hoofd en moest naar het ziekenhuis worden gebracht. Dit soort ongelukken vragen om actie. De drempels zijn bedoeld om de snelheid te beperken, maar ze brengen nu juist kwetsbare verkeersdeelnemers in gevaar. Bewoners hebben hierover herhaaldelijk geklaagd. En laten we voorkomen dat er nog meer ongelukken gebeuren. De veiligheid van onze inwoners, jong en oud, moet altijd vooropstaan. De VSP heeft de volgende vraag aan het college, herkent en erkent het college de onveilige situaties op de Kotterstraat en Zeehavenlaan? Is het college bereid te onderzoeken of er alternatieve snelheidsremmende maatregelen mogelijk zijn die de snelheid van het autoverkeer blijven beperken, maar die vriendelijker zijn voor het langzame verkeer? Tot zover, voorzitter.
4
De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vraag. En ik denk dat de vraag is voor mijnheer Van der Linden. Gaat uw gang? De heer Van der Linden: Dat is correct. Dank, voorzitter. Allereerst is het heel vervelend als weggebruikers, of ze nu in een auto zitten of op een fiets of op straat lopen, door de weginrichting vallen of iets anders overkomt. We herkennen de klachten deels. Op een deel van de Kotterstraat liggen nog biggenruggen. En dat zijn een soort stoeprandjes. Die werken heel goed om snelheid te dempen, tenzij je een hekel hebt aan je auto. Maar als je eroverheen rijdt, dan is dat met je fiets goed te doen. Maar als het nat is, of als je het niet goed ziet, dan kan het best vervelend zijn. Je kan eromheen, want dat heb ik nog even gecheckt. Je kunt er keurig omheen, links en rechts, maar dat ziet misschien niet iedereen. Dan kan het gebeuren dat je valt en dat is hartstikke naar. Zeker als het een kind betreft. Hier hebben we op een heleboel andere plekken die biggenruggen al vervangen door de sinusdrempels, de plateaus waar je keurig overheen kan rijden. Die zorgen voor weinig klachten. Kotterstraat erkennen we het. Zeehavenlaan eigenlijk niet, want daar zijn die biggenruggen al vervangen. Daar kan iets anders gebeurd zijn, weet ik niet. Vraag twee, is het college bereid enzovoorts. Jazeker zijn we dat. Dat zijn we al aan het doen.
Die biggenruggen zijn wat ouder dan de drempels die we tegenwoordig aanleggen. Ook op het deel van de Kotterstraat waar nog biggenruggen liggen, loopt inmiddels een offerte voor een opdracht om ze te vervangen. Mevrouw Stolk: Voorzitter: De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even aanvullend, op wat voor termijn gaat dat vervangen worden? Want die ongelukken gebeuren vaak 's avonds als het regent. En daar is een ook een bezorger met zijn scooter overheen gegaan. De buurtbewoners zijn mee geweest om de bezorging nog verder af te wikkelen. Kunt u aangeven op welke termijn dat eventueel vervangen gaat worden? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Linden: Dank. Dat weet ik nu niet, maar dat kunnen we even nagaan. Daar staat een standaardtermijn voor, maar dat wil ik best even nagaan voor u. Maar net zoals we in de andere stukken van deze hoek van de stad langzaam de drempels hebben vervangen, gaan we dat hier ook doen. En volgens mij is dit een van de laatste stukken waar ze nog liggen. Nu ik toch aan het woord ben, voorzitter, sta me toe om u hartelijk te bedanken voor alle reacties die ik heb gehad naar aanleiding van mijn voordracht. Sinds 21.30 uur vorige week heeft de telefoon niet stilgestaan en dat is fijn. Dank u wel. De voorzitter: En dan gaan we naar de derde vraag.
En dat is een vraag van CDA over de situatie op het Kromhout-Kasperspad. En mijnheer Van Dam Timmers hier aan tafel om de vraag toe te lichten. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Na deze zendtijd voor burgemeesters, toch weer aandacht voor de problematiek van onze stad. De CDA Dordrecht fractie volgt de leefbaarheid in het Kromhout-Kasperspad op de voet. We hebben daar in de gemeenteraad, en ook met heel veel andere gemeenteraadsfracties, veel aandacht voor
5
gevraagd. En onze fractie vraagt opnieuw de aandacht, omdat we weer verontrustende signalen van een toename van overlast zien en horen, waaronder incidenten in de vlindertuin, meer middelengebruik, meer drugshandel, openbare dronkenschap, vechtpartijen. En bewoners geven aan wel moedeloos te worden. Ondanks alle inzet vanuit de raad, maar ook het Leger des Heils, de politie, de wijkbewoners en de gemeenten, is toch weer een toename. Het CDA Dordrecht wil graag naast de inwoners staan en die vraagt aan het college, hoe het college de huidige ontwikkelingen in de leefbaarheid beoordeelt in dit gebied en welke extra maatregelen er op korte termijn mogelijk zijn om wat te verbeteren. En wij vroegen ons ook af of het opleggen van gebiedsverboden nog een effectief middel kan zijn om de overlast terug te dringen, omdat de indruk is dat er toch een beperkte groep mensen zijn die deze overlast veroorzaken. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Ook deze keer een vraag voor onze burgemeester, denk ik. Mijnheer Merx. Dan ga ik naar mijnheer Merx. Gaat uw gang. De heer Mol: Ik weet het, de baard werkt verwarrend. De heer Merx: Voorzitter, dank voor deze vragen. Want niet alleen het CDA en andere partijen, maar ook het college volgt dit op de voet. En ook wij maken ons soms zorgen over de ontwikkeling in de wijk.
Ondanks alle inzet die we met alle partners plegen, dat het soms toch tussen de vingers door glipt. Over de loop van de jaren kun je zien dat het vaak, de precieze reden weten we niet, in deze periode van het jaar is en dat het weer afneemt als de winteropvang opengaat. Maar daarmee zijn deze mensen op dit moment niet geholpen. Wij blijven zoeken naar maatregelen, naar mogelijkheden, om die overlast zoveel mogelijk terug te dringen. Het is overigens ook wel een landelijk fenomeen dat het aantal mensen dat dakloos is, in combinatie met een verslaving, onbegrepen gedrag en allerlei andere dingen, aan het toenemen is. Ook heel veel mensen die hier arbeidsmigrant zijn geweest, op een gegeven moment hun huis kwijtraken en op straat terechtkomen en, om wat voor reden dan ook, grijpen naar de drank of naar andere middelen. Dat helpt ook niet. En dat zien we in het hele land toenemen, ook hier. En wij herkennen de signalen die u ook heeft gekregen. Wij zien dat dan vooral via Fixi, maar ook ons wijkmanagement ziet dat. Maar ook spreken wij regelmatig, ook in de buurtkamer, maar ook omdat we heel veel op straat zijn daar, de inwoners zelf. En we zien het ook zelf. Het zijn overigens verschillende groepen, zoals ik net al zei. Het zijn deels bewoners van het Leger des Heils, maar ook de dak- en thuislozen, maar ook soms inwoners uit de wijk zelf die voor de overlast te zorgen.
We hebben op verschillende punten al actie ondernomen, bijvoorbeeld vanuit het wijkmanagement handhaving en veiligheid. En we denken nog, zoals ik net zei, na over aanvullende maatregelen. Maar wat we al doen, we hebben nu weer, en dat hebben we begin oktober besloten, extra handhaving daar ingezet. De politie surveilleert daar extra. We hebben stopgesprekken. Deze voeren onze wijkmanager met de mensen die daar zijn en die overlast veroorzaken. En het meldpunt voor daklozen is per 1 oktober, daar bent u als het goed is geïnformeerd volgens mij, verplaatst van het Leger des Heils naar het Stadskantoor om ook daarmee een stukje druk weg te halen. We hebben met het Leger des Heils afspraken gemaakt over de maaltijdverstrekkingen. En dat werkt nu, want in begin veroorzaakte dat nogal wat rommel op straat. De mensen eten dan hun maaltijd op en laten dan de boel vallen
6
waar ze laatste happen gegeten hebben. Maar daar hebben we afspraken over gemaakt. Dat werkt ook, maar het blijft hardnekkig. Wat we nu gedaan hebben, althans, dat heeft de burgemeester ook gedaan, die heeft een verzoek ingediend om een samenscholingsverbod in dat gebied van toepassing te verklaren. Want we zien dat er groepen mensen zijn. En je kunt ze niet meteen aanspreken, omdat ze er misschien raar uitzien of stinken. Dat mag allemaal. En je kunt niet meteen zeggen, ze plegen een overtreding, maar ze zitten wel bij elkaar en het komt op veel mensen intimiderend over. En als je, je omgedraaid hebt, dan kunnen er best wel eens nare dingen gebeuren. Vandaar dat de burgemeester gevraagd heeft om een samenscholingsverbod. Dat ligt nu ter beoordeling bij het Openbaar Ministerie. We werken met bewoners samen aan visie. Heeft bent u onlangs over geïnformeerd. Die mensen zijn heel enthousiast met onze mensen bezig om de visie op papier te zetten. Die hebben ook gevraagd, mogen we er alsjeblieft wat langer over doen? Graag. Beter kwaliteit, dan op tijd. En dat is allemaal bovenop de reguliere inzet. En de laatste vraag is het uitvaardigen van gebiedsverboden. Die hebben we al en die passen we ook met regelmaat toe. Het begint eerst met een straatverbod en als dat weer een straat verder is, dan wordt dat op een gegeven moment een gebiedsverbod.
Dat kan niet tot in de eeuwigheid duren. Er zitten termijnen aan vast, maar daar wordt ook op gehandhaafd. Dat gebeurt dan wel, maar op de een of andere manier komen toch telkens weer nieuwe mensen daarnaartoe, die vervolgens overlast veroorzaken. We zitten erbovenop. Nogmaals, we hopen en verwachten, net zoals voorgaande jaren, dat ook dit weer afneemt zodra de winteropvang open is. Waar dan overigens, gek genoeg, helemaal geen overlast wordt geconstateerd. Dat is bijzonder, maar we zitten erbovenop. En we doen er echt alles aan wat mogelijk is. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mijnheer Van Dam Timmers, tevreden? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, misschien heel kort. Ik denk dat het goed is om dat allemaal te zien, die inzet, maar het blijft wel lastig dat ook alle inwoners, die er heel erg mee bezig zijn, toch ook meer moedeloos worden. En dat vraagt wel iets van reflectie van onszelf. Is er toch nog niet iets wat we extra kunnen doen? Want we willen toch goede moed ergens houden, dat we toch in de richting van een verbetering werken. Het is niet echt een vraag, maar het is, denk ik, wel een schreeuw om hulp. De voorzitter: Ik denk dat uw oproep duidelijk is. Ik weet niet of u daar nog op wil reageren? De heer Merx: Heel kort. Terechte vraag en we zien het ook. En gelukkig zijn er nog heel veel bewoners die zich nog steeds met hart en ziel inzetten.
En die ondersteunen we van harte. En we doen er echt alles aan om deze mensen betrokken te houden. Er worden barbecues georganiseerd en er wordt van alles gedaan om die wijk zo leefbaar mogelijk te houden. Ik zie ook de positieve dingen. Die ziet u ook. Daar moeten we elkaar aan vasthouden. Maar ik snap echt wel heel goed, en dat snappen we als heel college, dat het voor die mensen daar echt zwaar is op sommige momenten. Dat is echt niet leuk als je weer een vechtpartij voor de deuren hebt waar een stel mensen met onbegrepen gedrag elkaar aan het leven staan. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk voldoende zo. Ook over dit onderwerp. En dan sluit ik het vragenhalfuurtje en wens u een prettige vergaderavond.
7
3.
Raadsinformatiebrief over Stand van zaken integraal transformatieplan IZA Waardenland – Raadsinformatiebrief Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Balorian (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Op Ons Eiland) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Venderbos-Lambinon (PvdD) Portefeuillehouder: wethouder C. Van Benschop Ambtelijke ondersteuning: mevr. Huizer Overige aanwezigen: mevr. Bijl, mevr. Vaartmans, dhr. Van der Vlies De voorzitter: Een hele goedenavond bij deze commissie. Het is een beeldvormende commissie. Dat wil zeggen dat er zo meteen insprekers zijn die wat gaan vertellen over het integraal transformatieplan, Integraal Zorgakkoord Waardenland, over de stand van zaken. Deze drie insprekers zal ik zo nog even aankondigen en die zullen ieder hun eigen deel doen, waarna er een korte gelegenheid is voor jullie om vragen te stellen, verduidelijkende vragen. Welkom in ieder geval alle raadsleden, commissieleden en de gasten en uiteraard ook de ambtelijke ondersteuning en de griffier.
Iedereen zal zich zo even zelf voorstellen voor het verslag. En uiteraard welkom aan de mensen op de tribune en, ik weet nooit waar we gefilmd worden, maar de mensen thuis ook hartstikke welkom. Ik zal nog even toelichten waarom we hier bij elkaar zijn. Het college heeft de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het transformatieplan in het kader van het Integraal Zorgakkoord. En daarbij heeft het college het aanbod gedaan om hierop een nadere toelichting te geven in een beeldvormende vergadering. En dat gaat zo meteen gebeuren. Ik wil eerst even vanaf links de kring rond. Als u even uw naam wil zeggen en waarvan u bent? Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder.
8
Mevrouw Huizer: Linda Huizer, beleidsadviseur gemeente Dordrecht en ondersteunend binnen de regiogemeente voor het IZA. De heer Van der Vlies: Michiel Van der Vlies, bestuurder bij Waardeburgh. Maar ik zit hier nu namens de stuurgroep van het IZA, waar ik een van de thema’s, en daar zal ik zo kort iets over zeggen, mag behartigen. Mevrouw Bijl: Marloes Bijl. Ik ben de programmadirecteur van IZA Waardenland. Mevrouw Vaartmans: Mijn naam is Ingrid Vaartmans. Ik ben regiomanager Zorg bij Coöperatie VGZ. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Op Ons Eiland. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Van den Bergh: Jacqueline van den Bergh, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Spoel: Wout van der Spoel, Fractie van der Spoel. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Stolk: De dames van de VSP, Margret Stolk. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.
De voorzitter: En dan hebben we nog op de tribune … De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De voorzitter: Welkom. En ik ben uw voorzitter vanavond, Kitty Kruger. We beginnen even met de wethouder, mevrouw Van Benschop. Zij zal kort even een toelichting geven.
9
Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Het Integraal Zorgakkoord, het IZA, is echt ontzettend complex. Daar begin ik maar even mee. Het is echt een heel complex traject geweest. En dat heeft niet gelegen aan de bereidwilligheid van alle partners, maar vooral aan het aantal partners en aan de structuren, aan verschillende wetten waar we allemaal aan moeten voldoen. Het is een ongelofelijk complex proces geweest, maar we zijn ergens. En dat is het mooie en het goede nieuws. Ik ben daarom ook hartstikke blij dat een deel van de partners is aangesloten om ook vanuit hun expertise en hun rol in dit proces iets toe te lichten. We hebben inderdaad een RIB gestuurd naar de raad om alvast wat voorbereidend werk te doen op wat betekent dit nu? Wat is dan dat Integraal Zorgakkoord? En met name ook, wat is dat integrale transformatieplan wat we hebben ingediend? Ik heb niet de illusie dat het voor iedereen na vanavond helemaal helder is, maar ik denk wel dat dit een eerste aanzet kan zijn om in ieder geval een beetje beeld te schetsen bij, wat betekent dat direct voor onze inwoners? Want dat is waar deze raad graag op wil sturen. Er is een plaatje wat niet in beeld is, zie ik nu. Anders ga ik heel veel tekst roepen en dan is iedereen het weer vergeten. Het gaat over het IZA transformatieplan. En het IZA staat voor Integraal Zorgakkoord.
Wat is het doel? Het doel is om de zorg in Nederland te verbeteren en voor te bereiden op de toekomst. En hoewel iedereen waarschijnlijk wel een beeld heeft bij waarom dat nodig is, is de aanleiding voor deze samenwerking dat er meer mensen zijn die zorg nodig gaan hebben, of dat er meer mensen komen die zorg nodig gaan hebben. We hebben aan de andere kant minder personeel om die zorg te kunnen leveren. De financiën staan onder druk en er zijn ook nog steeds minder vrijwilligers. En het hele idee van zorgen voor elkaar is ook niet wat het jaren geleden nog geweest is. Ook daar ligt een opgave om mensen meer naar elkaar om te laten kijken. Dit zijn dingen die, denk ik, iedereen wel herkent. Ook vanuit het sociaal domein waar wij ons mee bezighouden. Dit is een trend die niet alleen binnen het sociaal domein, maar in het brede zorgveld zichtbaar is. Maar het sociaal domein heeft wel een rol. En in onze integrale visie sociaal domein zijn deze uitgangspunten ook opgenomen en die hebben we ook vanuit het sociaal domein te behartigen, noem ik het maar even, in dat integraal transformatieplan. Dat is het verkleinen van de gezondheidsverschillen, het bevorderen van een gezonde leefstijl, het demedicaliseren of, zoals wij het vaak ook noemen, het normaliseren in ons eigen gemeentelijk beleid en mantelzorgers ondersteunen, want van mantelzorgers wordt steeds meer gevraagd.
Dat is een beetje de aanleiding voor waarom er een Integraal Zorgakkoord is. Er zit een verschil in, wat heeft het sociaal domein hiermee te maken, wat hebben andere zorgpartners hiermee te maken? Maar dat gaan we nu allemaal laten uitleggen door al die partners. Ik geef netjes het woord door aan Marloes, zie ik. Mevrouw Bijl: Ik ga er even bij staan, want net werd al genoemd dat het een lang proces is geweest en ook een ingewikkeld proces, maar wel een proces waar ik nu met trots sta als programmadirecteur. Want we hebben dit programma samengesteld met twintig zorgorganisaties, de gemeente en diverse welzijnsorganisaties. En dat maakt ons ook vrij uniek in Nederland. We hebben een groot plan, een ambitieus plan en een integraal plan. En er zijn maar weinig regio's in Nederland die dat ook voor ogen hebben. Dat maakt ons extra trots dat we hier staan. Net werd al genoemd, wat gaan we doen in zo'n programma? Het programma bestaat uiteindelijk uit tien thema's, waarvan er drie randvoorwaardelijk zijn, dat komt straks allemaal nog een keertje terug, en zeven
10
inhoudelijk. En die hebben allemaal verschillende aanpakken om ervoor te zorgen dat we slimmer kunnen werken, dat de zorgvraag aan de zorgprofessionals verminderd wordt, de hulpvragen bij zorgprofessionals verlaagd wordt en zwaardere zorg voorkomen kan worden. En dat is ook wat we hier proberen weer te geven met deze trap. Er zijn verschillende programma's die op verschillende manieren naar deze doelstellingen toewerken. Ambitieus groot, maar wel hartstikke nodig om te bereiken wat we willen bereiken. En daarom hebben we ook een programma opgezet. Net werd ook al even genoemd dat Michiel een van de stuurgroepleden is. We leggen verantwoording af aan een stuurgroep. Die bestaat uit afgevaardigden van alle verschillende domeinen. De zorg, de ggz, de gehandicaptenzorg, welzijn, de GGD, zitten hier allemaal in de stuurgroep, maar ook de zorgverzekeraars. Dan vormen we een programmateam, wat ik aan mag sturen als programmadirecteur. En in het programmateam zitten alle programmamanagers. En die staan hier zo mooi weergegeven. Wat ik net al zei, zeven zorginhoudelijk, waarvan er drie hier mooi oranje omcirkeld zijn. En dat zijn de thema's waar we nauw samenwerken tussen zorg en het sociale domein en die we ook graag willen toelichten vanavond door mijn andere collega's. Linda, mag ik jou het woord verder geven? Mevrouw Huizer: Dank je wel.
Heel eerlijk, ik ben echt ontzettend trots dat ik hier vanavond mag staan, want wat hebben we er hard aan gewerkt met elkaar. En we hebben altijd gezegd, wanneer gaan we iedereen vanuit de raad eens goed informeren? Dat doen we pas op het moment dat we weten, wat gaan wij echt concreet voor onze Dordtse inwoners doen? Ik vind het heel tof dat we hier vanavond kunnen staan om ook aan te geven, er zijn een aantal thema's waar wij ook echt zelf invloed op kunnen uitoefenen. Waar we ook samen met onze burgers ervoor knokken om de situatie beter te maken. En heel mooi dat we daar vandaag echt iets concreets over kunnen melden. Het eerste omcirkelde thema is ouderen wonen langer thuis. Dat is al enige jaren een trend. Landelijk, maar ook lokaal, waarin we aangeven, de verpleeghuizen zijn niet meer de toekomst. We willen dat ouderen zo lang mogelijk in hun thuisomgeving blijven wonen. En daar zijn een aantal mogelijkheden voor om dat in te zetten. Maar we weten met zijn allen dat we dat wettenoverstijgend, domeinoverstijgend zullen moeten doen. Je ziet vanuit de zorgverzekeringswet, die betalen de thuiszorg, de wijkverpleging die ingezet wordt thuis. Maar je hebt ook de huishoudelijke ondersteuning die weer gefinancierd wordt vanuit ons als gemeente. Dan heb je weer een dagbesteding. Die kan uit alle wetten gefinancierd worden.
En de opname in het verpleeghuis gaat uiteindelijk uit de langdurige zorg. Dit betekent, heel complex, heel ingewikkeld. En wat we met elkaar hebben gezegd is, wat kunnen wij over onze domeinen heen doen om het de mensen thuis ook echt wat makkelijker te maken? Een van de dingen die wij al gestart zijn in Dordrecht, zijn de Plusflats. We hebben als gemeente onze nek uitgestoken om te zeggen, we gaan bij de Zephyrflat, samen met een zorgpartij, eens kijken of we daar een Plusflat van kunnen maken. De plus zit hem erin dat er een thuiscoördinator bij de flat altijd aanwezig is, die ook vragen kan beantwoorden over de zorg, maar die ook makkelijk kan schakelen met onze welzijnspartners in de wijk. Dat heeft geresulteerd in dat we onze nek hebben uitgestoken om die flat te starten. En inmiddels hebben we landelijk daar ook een extra uitkering voor kunnen ontvangen, zodat we kunnen uitbreiden in Dordrecht naar, ik hoop dat ik het goed zeg, zeven flats volgens mij. Zeven à acht flats. Ik kijk Chris ook even
11
aan. En uiteindelijk is het doel dat dit ook gefinancierd kan worden door het zorgkantoor. Dat de langdurige zorg ook mag investeren in die voorkant, zodat mensen daadwerkelijk langer thuis kunnen blijven wonen. Ook daarin is het qua wet- en regelgeving heel ingewikkeld. Maar dan kijk ik Ingrid ook aan. Als we kijken hoe wij het samen met VGZ nu hebben opgezet, om dat ook in ‘26 waarschijnlijk door het zorgkantoor door te laten financieren, mogen we daar best wel trots op zijn. Een van de andere dingen die vooral vanuit de zorgpartijen onderzocht wordt, zijn de Dag- & Doecentra. Dat is een zorgconcept wat Tante Louise ooit ontwikkeld heeft in het noorden van het land. Daar is het idee van dat de openingstijden vergroot worden. Je hebt nu dagbestedingslocaties voor senioren met een kwetsbaarheid. Dan kun je denken aan mensen met dementie of mensen met NHA of Parkinson. Die verblijven nu enkel op de dagdelenindicatie op een voorziening. De Dag- & Doecentra willen daar verlengde openingstijden voor maken. Enerzijds om mensen nog in staat te stellen zelf zoveel mogelijk te kunnen doen. Het is ook echt gericht op bewegen en aanleren. Maar het mooie voordeel wat er aan dit concept is ook dat er zorg geboden kan worden die je dan niet meer thuis in de wijkverpleging hoeft te doen.
Je kan je voorstellen, als je een ronde met steunkousen aantrekken doet op een dagbestedingslocatie, dan hoeft een wijkverpleegkundige dat niet allemaal thuis te komen doen. Dat is ook veel efficiënter. Plus dat het ook een stukje eenzaamheid kan oplossen. Die Dag- & Doecentra zijn een initiatief van de zorgpartijen. Maar wij hebben wel gezegd, wij als gemeente zijn de haarvaten in de wijk. Wij hebben ons eigen informele zorgwelzijnswerk. En het is heel belangrijk dat ook die daar welkom zijn, zodat je ook echt aan community building doet. We zeggen niet, de zorgpartij gaat dit doen en we kijken van een afstandje, maar we gaan het echt gezamenlijk oppakken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mogen we tussendoor vragen stellen? Ik heb net aan het begin gezegd dat we even de blokjes afmaken en dan kunt u vragen stellen. De voorzitter: Ik heb net aan het begin gezegd dat we even de blokjes afmaken en dan kunt u vragen stellen. Mevrouw Stolk: Dat doe ik. De voorzitter: Dan mag u als eerste zo. Mevrouw Huizer: Dat komt mooi uit, want het eerste blokje is klaar. De voorzitter: Alsof ze dat heeft aangevoeld. Mevrouw Stolk, brand los. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik vind het mooi om te horen dat we subsidie krijgen voor die Plusflats. Wat Zephyr is geloof ik de eerste Plusflat hier in Dordrecht.
Maar gaan we er in de toekomst er ook wel rekening mee houden … Wij waren in Dordrecht volgens mij een van de eersten met het scheiden van wonen en zorg. Als je kijkt naar het Stadswiel, het Waterwiel, gaan wij daar ook nog gebruik van maken, van die flats waar je al facilitaire ruimtes hebt? De voorzitter: Kunt u daar antwoord op geven? Over de plinten in de bestaande zorgwoningen?
12
Mevrouw Huizer: Als ik het goed begrijp dan vraagt u of er van de flats die er al zijn maximaal gebruik gemaakt gaat worden? Of de vraag, is dit zinvol, want gaan deze flats überhaupt nog wel gebruikt worden? Die snapte ik niet helemaal. Mevrouw Stolk: Wij hadden zorg en wonen. Dat zijn de wielen. Stadswiel. Waterwiel, Sterrenwiel, daar had je al het scheiden van wonen en zorg. Daar hebben we ook faciliteiten in de plint. Mijn vraag is, gaan we daar nu ook op inzetten in die 50-plus, 55plusflats, appartementen? De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Van Benschop daar antwoord op geeft. Mevrouw Van Benschop: Dat is misschien wel goed. Ik begrijp helemaal de vraag, want het idee was inderdaad bij de Wielen dat we het gescheiden hadden. Nu zie je de plusflats komen waar we weer proberen dat een beetje terug te brengen, waar het in de Wielen niet meer is. Er wordt gekeken naar welke flats of welke locaties hebben we al, waar we veel senioren bij elkaar hebben? Want dat is wel een voorwaarde om dit te gaan doen. Dat kunnen ook de Wielen zijn. En daarnaast, naast de Plusflats, kijken we überhaupt steeds meer naar invulling van de plinten. Wat af en toe best lastig is, omdat het dan weer moeilijk is om een maatschappelijke invulling te hebben, omdat het gebouw van een woningcorporatie is. Dat is niet altijd makkelijk.
Maar daar kijken we wel naar, omdat we ook zien dat concepten, een beetje buiten het IZA, als bijvoorbeeld het Waterwiel, waar we het ontwikkelpunt hebben. Waar nu ontzettend veel gebeurt, schuin tegenover de Admiraal. Daar hebben we in ieder geval ook zo’n flat. En daar zijn nu ook allerlei trajecten om mensen te begeleiden naar werk. Daar werken we samen met een zorgpartij om ook voor de ouderen in de flat weer maaltijden aan te bieden. Die beweging wordt absoluut ingezet. Mevrouw Huizer: Waarbij wonen en zorg gescheiden blijft. Op het moment dat je met een langdurige zorgindicatie thuis woont, dan woon je met een modulair pakket of met een volledig pakket thuis. Dat betekent dat je, je eigen woning huurt en de zorg afneemt bij een aanbieder. Het concept van wonen en zorg blijft wel gescheiden. Mevrouw Stolk: Maar dat bedoelde ik ook, want anders kom je in de Wlz. Mevrouw Huizer: Je kunt ook in de Wlz zitten met een pakket thuis. De voorzitter: We hebben een volgende vraag. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik had twee korte vragen. Kijken jullie ook naar een zorgbuurthuis. Zo nee, waarom niet? En als u toch in die Dag- & Doecentra steunkousen bij mensen gaat aantrekken, of iets anders, en ze willen dat niet daar doen, kan dat dan ook in hun eigen woning of moet dat dan verplicht daar? Mevrouw Huizer: Volgens mij kan dat nooit verplicht.
Daar zit eigen regie op, maar het kan wel aangeboden worden. En het kan ook heel makkelijk zijn, want heel vaak zijn het ook mantelzorgers die dat thuis komen doen. Het kan soms ook eenvoudiger zijn om het wel met elkaar te doen, maar het is geen verplichting. En ik kon u vragen over Buurtzorg niet heel goed … Bedoelt u de organisatie daarvan?
13
Mevrouw Kamphuis: Sorry, voorzitter. Wij hebben een tijdje geleden een motie ingediend voor een zorgbuurthuis voor oudere mensen en die was toen aangenomen. Kijken jullie daar ook in dit project naar of niet? Mevrouw Huizer: Ik moet eerlijk zeggen dat het concept mij niet bekend is, maar ik denk dat het heel goed is om dat mee te nemen en ook met de zorgpartijen hiernaar te kijken. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Wacht even. Want ik denk dat het ging over het zorgpunt en of dat dan meegenomen wordt. De motie die de SP heeft ingediend en toen aangenomen is. En de VSP, neem me niet kwalijk. Mevrouw Van Benschop: Misschien is even een algemene opmerking wel goed. Wat we nu hebben, is een integraal transformatieplan. En dat betekent, daar gaan we zo nog meer uitleg over krijgen, dat het een heel groot plan is waar verschillende thema's onder hangen. En om daadwerkelijk nog concretere maatregelen te nemen of concretere initiatieven, komen er nog losse transformatieplannen binnen het grote plan. Deze waren heel concreet. Daarom stonden ze op de sheets, maar dit nemen we zeker mee. Dat is geen garantie dat, dat in het collectief ook zo vormgegeven wordt. Maar die plannen, die concreetheid, moet nog wel aangebracht worden op een heleboel thema's.
Vandaar dat er soms wat verschil in concreetheid zit en we er nog niet 100 procent toezegging op kunnen doen, maar we nemen het wel mee. De voorzitter: Wie heeft er nog een korte vraag over dit onderdeel? En anders gaan we snel door naar het volgende onderdeel. Dat gaat u ook presenteren? Mevrouw Huizer: Als u het goed vindt. De voorzitter: Helemaal goed. Gaat uw gang. Mevrouw Huizer: Een ander deelthema waar wij van hebben gezegd, met al onze IZApartijen bij elkaar, er kan geen integraal transformatieplan plaatsvinden als er geen thema preventie in is opgenomen. Want op het moment dat je zorg gaat afschalen, zal er ook een beweging richting de voorkant komen en moet je er met elkaar over nadenken hoe je elkaar het beste kan blijven ondersteunen.
We hebben gezamenlijk met de huisartsenverenigingen, zowel van de kant Gorinchem, Molenlanden als van de Drechtstedenkant, met DrechtDokters, en VGZ is daar ook verschillende keren bij geweest, Sociaal Werk Waardenland, dat is een organisatie van allerlei welzijns- en sociaal domein partners, nagedacht over, hoe kunnen wij, zeker in de wijken, de huisarts zoveel mogelijk ontlasten, zodat daar alleen gebruikgemaakt wordt van medische zorgvragen, dan wel echt professionele ggz vragen? Maar dat daar niet mensen op het spreekuur komen, omdat ze zich eenzaam voelen? Hoe kunnen we met elkaar kijken naar hoe we die mensen meer onderdeel van de samenleving laten maken? En wij zijn in Dordrecht, en dat loopt inmiddels volgens mij al zes jaar, als ik het goed zeg, gestart met de sociaal makelaars. Vier? Sorry, Michiel. Het idee was zes jaar geleden begonnen, maar we zijn inderdaad vier jaar geleden dan gestart met de sociale makelaars vanuit het Buurtwerk. Het mooie van dat project is dat de sociale makelaar ook direct
14
gekoppeld is aan een huisartsenpraktijk. Op het moment dat een huisarts vragen binnenkrijgt die meer op het gebied van sociaal verwijzen of schulden of andere problematiek is, dan kan hij direct doorverwijzen naar de sociaal makelaar. En die sociaal makelaar is ook weer verbonden met de wijkteams. We zien de afgelopen vier jaar dat, dat heel succesvol is. Meerdere huisartsenpraktijken geven ook aan zich echt wel daarin ontlast te voelen en ook de POH voelt daar veel ondersteuning bij. Door het integraal transformatieplan vanuit het IZA, hebben we ook de mogelijkheid om dit verder door te ontwikkelen. We hebben de ambitie om vanuit elke huisartsenpraktijk een sociaal makelaar, dan wel een sociaal verwijzer, beschikbaar te hebben die de brug kan vormen naar de wijkteams toe. En dat sluit heel mooi aan bij de Dordtse opdracht, waarin we ook meer toewerken naar een centrale toegang, waar de wijkteams en de SDD ook nog veel meer met elkaar gaan optrekken. Daar kun je ook heel mooi de medische kant in de wijken aan koppelen. Dat is een van de dingen die het IZA mogelijk maakt voor onze Dordtse inwoners, om dat en te behouden, maar ook nog door te ontwikkelen. Wat we daarin ook willen doen, is naar ons digitaal systeem kijken. De huisartsen werken bijvoorbeeld in een Boards systeem.
Daarmee kunnen zij een vinkje zetten of ze iemand bijvoorbeeld willen aanmelden voor een valpreventietraining of dat ze iemand voor een sociaal makelaar willen aanvinken of voor het leefstijlloket. Wat je zou willen is dat er een eenvoudig digitaal verwijssysteem komt, waarbij de huisarts, bij wijze van spreken, een druk op de knop hoeft te doen en aan de achterkant gekeken wordt, waar zit iemand op de beste plek en kan iemand vanuit de juiste zorg op de juiste plek ondersteuning krijgen? Dat kan bijvoorbeeld ook een sportvereniging zijn of een buurthuis, waar iemand geholpen kan worden. Het idee is dat die huisarts ook niet altijd zicht kan hebben op wat er allemaal in de wijken georganiseerd wordt. Zeker niet als je ervan uitgaat dat hij vijf minuten voor een gesprek heeft. Dan is het heel fijn als wij als sociaal domein daarnaast kunnen staan en kunnen kijken, hoe kunnen we mensen op de juiste manier verwijzen? Er wordt ook aan het digitaal verwijssysteem gewerkt. Dan is het IZA een regionaal plan. We hebben te maken met negen regiogemeenten die aan het IZA verbonden zijn. Soms best uitdaging op zich, want iedereen heeft zijn eigen lokale verschillen. Maar wat we wel willen doen is naar een infrastructuur toewerken die vanuit een lerend netwerk regionaal opgezet kan worden.
Met andere woorden, als we zien dat in Dordrecht een sociaal makelaarstraject heel goed loopt, waarom zouden we dat ook niet in een andere gemeente kunnen gaan starten? Veel meer vanuit het idee, hoe kunnen de gemeenten elkaar vasthouden, van elkaar leren? En waar de een succesvol is, zouden we dat mogelijk ook in een andere gemeente kunnen doen, maar wel met de eigen lokale context. Dat is het laatste wat ik over dit deelthema wilde zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook aan de insprekers, of de toelichting, op dit best wel complexe onderwerp. Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat ambitie en goede ideeën er zijn in veelvoud, maar ik heb ook vaak vanuit de zorgprofessionals gehoord dat de AVG dat soms best wel in de weg kan zitten, dat doorverwijzen of mensen naar de juiste plek brengen. Eigenlijk weten we allemaal hoe het moet, maar het kan dan niet altijd, het mag niet altijd. Dat was mijn eerste vraag, hoe werkt dat? In dit geval, zit de AVG die ambitie nog in de weg? Een tweede, als er dan zo'n verwijzing gebeurt, is dat dan, plat gezegd, een vinkje en dan hope for the best dat
15
het dan ook lukt? Of kunnen we dan ook volgen dat die mensen op die plek ook de juiste hulp uiteindelijk krijgen? Mevrouw Huizer: Door het ook wel regionaal te bekijken, vanuit een digitaal verwijssysteem kun je het volgen. AVG zal zeker een belangrijk thema zijn, maar het is niet onmogelijk om gegevens uit te wisselen. Als je dat op een slimme manier doet, kan dat ook volgens de AVG. Zo hebben we het nu al in Boards geregeld dat er bij die sociaal makelaar, en dan zie ik ook Michiel die het kent, wel een mogelijkheid in is dat we wel volgens de AVG werken, maar dat er toch gegevens gedeeld kunnen worden. De heer Van der Vlies: Even nog vanuit mijn vorige leven, dat is al even geleden, rond Dordt Sociaal. Toen we dit inregelden, zijn we op cBoards, dat is het systeem, dat is juist een heel beveiligd systeem, gaan werken. Daar werken de huisartsen al mee. Daar zijn de sociaal makelaars op aangesloten. En daar kan ook onderling gecommuniceerd worden. En wat toen wel de afspraak was, was dat er ook een soort terugkoppeling plaatsvindt. Ik weet ook waar sociaal makelaars soms in een andere gemeenten, en ook de huisartsen, soms ook niet terughoorden, wat gebeurt er dan qua opvolging met een sociaal makelaar die inzet levert. En hier hadden we dat wel zo ingeregeld toentertijd. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Helder. Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, even aan aansluitend op wat mijnheer De Heer aangeeft. Want we hebben hier ook sociaal makelaars, maar hoe toetsen wij nu? Misschien is dat wel een technische vraag, maar hoe toetsen wij nu wat die sociaal makelaar doet en wat de resultaten daarvan zijn? Want het is mooi om te zeggen, het werkt hier goed, maar waar toetsen we dat aan? De voorzitter: Wie kan ik daar het woord voor geven? Mevrouw Huizer: Sowieso gaan we ook binnen databeschikbaarheid kijken vanuit het integraal transformatieplan. Want het moet gemonitord worden om uiteindelijk ook je SiSa-verantwoording, je verantwoording naar Het Rijk, te kunnen doen. Dan zul je ook echt moeten laten zien wat het effect daarvan is. Daarin zie je dat, dat wel anders werkt als je ook met allerlei zorgpartijen te maken hebt. Dat wordt gemonitord. En ik neem aan dat vanuit Dorst Sociaal ook evaluaties plaatsvinden, waarbij daar ook naar gekeken wordt. Dat is niet specifiek mijn account, maar volgens mij is er ook effectonderzoek naar de sociaal makelaar gedaan. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even aanvullend. Dat hoeft niet, bij wijze van spreken, nu, stante pede, beantwoord worden. Maar ik zou wel graag willen weten, wat is de kwaliteit en de effectiviteit van zo'n sociaal makelaar? Want er wordt heel veel over gesproken. Het wordt allemaal Hosanna, Hosanna, maar het zegt mij niks.
En als ik het soms wel eens aan mensen vraag, en ik heb het over een sociaal makelaar, dan is het als ze water zien branden. Hebben ze nog nooit van gehoord.
16
De voorzitter: Mevrouw Stolk, u wil wat meer verduidelijking over de sociaal makelaar sowieso. Wie is dat? Wat voor functie? Wat houdt het in? En wat doen ze en wat voor effecten heeft het? Die vraag wordt uitgezet, denk ik. Want we kunnen wel heel uitgebreid, maar er moeten nog twee presentaties. Mevrouw Stolk: Voorzitter, u herhaalt wat ik zeg en daar is niks mis mee. Maar ik zei ook, het hoeft niet nu, stante pede, beantwoord te worden. De voorzitter: Dat klopt. Maar daarom zeg ik, dat wordt nu genoteerd. Dat komt in orde. Mevrouw Van Benschop, u wilde antwoord geven? Mevrouw Van Benschop: Ik wil in die zin even antwoord geven, dat het me goed lijkt om die informatie te verstrekken, waarbij ik wel aan de voorkant duidelijk wil maken dat het soms heel moeilijk is om in preventieve sfeer hard te maken wat je aan zwaardere zorg bespaart? Dat neemt niet weg dat je het wel moet monitoren, maar dat harde KPI’s van, zoveel minder mensen gaan naar de huisarts of zoveel minder zwaardere zorg wordt ingezet, is altijd ingewikkeld. Maar met die winstwaarschuwing, kunnen we wel ophalen bij Dordrecht. Sociaal, welke informatie hebben we wel? Mevrouw Stolk: En aanvullend daarop wil ik wat het effect is en de kwaliteit van dat doorverwijzen. Want we kunnen het allemaal wel via een systeem doen, maar er zijn heel veel ouderen.
Die zitten niet op de digitale snelweg, laat ik het maar zo zeggen. De voorzitter: Een soort van cliëntenonderzoek en dan misschien wel zelfs face-to-face de vragen stellen en neerzetten. Wordt meegenomen, wordt genoteerd. Mevrouw van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Even een korte vraag, want veel mensen zijn nog niet vaardig op ICT-gebied, maar ik zie daar toch wel een grote toekomst in. Dat het heel veel kan helpen. En ik had toch even een vraag. Er wordt veel meer op preventie ingezet en allerlei mensen, zoals een makelaar. Maar wat nu als mensen zeggen, ik ga liever alleen naar mijn huisarts? Die kent mij, die kent al mijn problemen en ik voel me daar goed bij. Kan dat of word je toch in een bepaald systeem gedwongen? Mevrouw Huizer: Ik denk dat de huisarts juist een hele belangrijke vindplaats is voor mensen die meer ondersteuning kunnen gebruiken. Ik denk dat juist heel vaak de huisarts de persoon is waar je, je vertrouwd bij voelt en je verhaal kan doen. Alleen heeft de huisarts vaak niet de tijd en mogelijkheid om de aandacht aan je te geven die soms nodig is. En dan is het wel heel fijn dat die huisarts ook daarin ondersteund kan worden. Maar de gang naar de huisarts … We zullen met zijn allen erover na moeten denken dat de zorg te duur wordt. En dat het heel lastig wordt om iedereen nog de zorg te geven die soms nodig is.
Ook daarin zit ook een eigen verantwoordelijkheid, denk ik, van de burgers. Daar hebben we ook een bewustwordingscampagne voor. Dat we wel met elkaar kijken, wanneer ga je naar een huisarts of wanneer kan misschien iemand uit het wijkteam ondersteunen of begeleiden?
17
De voorzitter: Dank u wel. Dan wilde ik nu toch doorgaan naar het volgende onderwerp. Mochten we aan het eind nog wat ruimte hebben, en u heeft nog een dringende vraag, dan kan dat altijd nog aan het eind. Wie mag ik het volgende onderwerp … Mijnheer Van der Vlies, gaat uw gang. De heer Van der Vlies: Dank u wel. In een nieuwe rol, maar wel leuk om weer terug te zijn. Aan mij de eer om het thema mantelzorg toe te mogen lichten. En wat mooi is, is dat Dordrecht een gemeente is die al lange tijd met dat thema bezig is. Al jarenlang. Als je ook in de regio kijkt, durf ik wel te zeggen dat Dordrecht altijd wel een koplopergemeente is als het gaat om, hoe ondersteun je mantelzorgers en daar ook het mooie voorbeeld aan geeft. En daarom is het ook, denk ik, wel te prijzen. Want mantelzorg zat in eerste instantie niet echt in IZA opgenomen. Tenminste, we wilden het wel, maar het zat er niet echt in. Maar met name doordat de gemeente, met ondersteuning van ook allerlei andere partners, heeft gezegd, we moeten dit er echt inbrengen, is het ook toegevoegd. En waarom is het ook zo belangrijk? We weten allemaal, we hoeven de media maar te volgen, dat mantelzorgers onder druk staan. En tegelijkertijd willen we dat ouderen, of andere mensen die kwetsbaar zijn, langer thuis blijven wonen en ook thuis hulp en ondersteuning krijgen. Dat kan alleen maar als mantelzorgers goed ondersteund worden.
Op het moment dat, dat niet gebeurt, weten we allemaal dat dan de gang sneller bijvoorbeeld naar de huisarts is gemaakt. Of ook, als ik voor mezelf spreek, bij ons sneller mensen in een verpleeghuis terechtkomen. Ik vind heel mooi dat mantelzorg ook daarom is toegevoegd aan het IZA, als een van de belangrijke thema's waar we allerlei initiatieven op gaan ontplooien. En dat kan, denk ik, wel heel mooi in verbinding met wat er hier in Dordrecht, en ook in de andere gemeenten, allemaal al gebeurt. Want zeker als we naar de toekomst kijken … We kennen de vergrijzing. Het is echt niet zo dat alle ouderen ook kwetsbaar zijn, maar je ziet tegelijkertijd wel dat de groep die kwetsbaar is, ouder wordt. Waar ook de mantelzorgers, de partners ouder worden. Dat vraagt net wat extra aandacht. En we weten ook dat toch een behoorlijk aantal mantelzorgers op dit moment al overbelast zijn. We moeten, volgens mij, echt onze schouders eronder zetten om mantelzorg beter te ondersteunen en te zorgen voor de goede voorzieningen. Dat kan ook alleen maar … En daarom is het ook echt een thema waar we als gemeente, sociaal werk en zorgpartners samen op moeten trekken. Want als je kijkt hoe mantelzorgondersteuning op dit moment georganiseerd is, en heel specifiek ook respijtvoorzieningen, dan loopt dat langs allerlei financieringsstromen. De gemeenten doen een deel, het zorgkantoor doet een deel.
Dan kijk geven naar links. Maar ook de zorgverzekeraars doen een deel. En dan heb je soms, volgens mij, ook uit de Jeugdwet, als je het dan even op jeugd betrekt nog een deel gedaan. Het is heel versnipperd. En probeer daarin, op het moment dat je behoefte hebt aan een respijtvoorziening bijvoorbeeld, maar door de bomen het bos te vinden. Dat is gewoon ingewikkeld. Wij hebben gezegd, we hebben drie speerpunten in de regio om met elkaar die mantelzorgondersteuning beter te organiseren. En de eerste is betere informatievoorziening. Dat klinkt heel erg als een open deur. Maar op het moment dat je mantelzorger bent, jullie hebben vast in je eigen omgeving ook mensen die mantelzorger zijn, en je bent op zoek naar informatie, probeer door het oerwoud van alles wat er is, maar eens je weg te vinden. En dan zeker op het moment dat het over de domeinen heen gaat, dan valt dat echt niet mee. Wij hebben gezegd, we willen in de regio echt werken aan betere, gestroomlijnde informatievoorziening. En het liefst ook regionaler,
18
omdat je nu ook vaak ziet dat, dat nog per gemeente verschillend wordt aangepakt. Terwijl wanneer je naar de zorg of zorgkantoor kijkt, of de zorgaanbieders, die werken ook over de gemeente heen. Daar ligt daar een mooie uitdaging om die informatievoorziening beter te stroomlijnen. En dat kan bijvoorbeeld … En dat zijn ideeën, want wat de wethouder mevrouw Van Benschop net aangaf, is dat we ook nog op zoek zijn naar hoe kunnen we het goed gaan doen? Maar we kunnen bijvoorbeeld denken aan een gezamenlijk informatieplatform. Je zou ook in kunnen zetten, maar ik zeg het met enige schroom, want ik hoorde het net over digitale vaardigheid, op het gebruik van ChatGPT tegenwoordig en AI. Daar zie je ook al voorbeelden van in het land. Dat het wel heel handig kan zijn om informatie te ontsluiten. Maar goed, dan moeten we wel oog houden voor die groep die wat minder digitaal vaardig is. Maar als je daar iets op bedenkt, zou je wel gebruik kunnen maken van AI om ook te zorgen dat vraag naar mantelzorgondersteuning, en het aanbod wat er is, sneller gevonden wordt. En we zullen ook heel erg in gaan zetten om voor specifieke groepen, mensen met dementie of mensen met psychosociale problematiek, gerichte campagnes te organiseren. Om ze te wijzen op welke informatie is er en waar kan je die informatie halen? Dat is nog wel een puzzel, want er is heel veel.
En je kunt je voorstellen, er zijn allerlei categorieën mantelzorgers. Maar tegelijkertijd, als we daar maar een paar procent in gaan winnen en we hebben allemaal mooie KPI’s … Maar daar ga ik jullie nu niet mee belasten. Maar als we een paar mensen extra kunnen bereiken, dan hebben we al heel veel gewonnen. Volgens mij moet dat de ambitie zijn als het gaat om die betere informatievoorziening. Een andere is de regionale Academie voor zelfzorg. Een hele mond vol. Dat is iets wat specifiek vanuit de zorgpartijen is opgepakt. En wat je daarbij moet voorstellen, is dat mantelzorgers opgeleid worden om bepaalde medische handelingen te doen. En dat heeft twee kanten. Je ziet dat er nu een categorie mantelzorgers is die thuis al, neem bijvoorbeeld mensen met suikerziekte, injecteert. Op het moment dat ze bij ons in het verpleeghuis binnenkomen, mogen ze dat niet meer, want dan is dat een voorbehouden handeling. Terwijl ze het thuis gewoon doen. Waarom kan dat intramuraal niet? Of waarom kun je het mensen niet aanleren dat ze dat doen? Er werd net al oogdruppelen genoemd of steunkousen aantrekken. Dat ze ook zoiets. Daar zijn hele mooie tools en ondersteuning voor, zodat mensen dat zelf kunnen.
En natuurlijk moet je altijd goed kijken, kan iedereen het zelf? Maar er is een hele grote groep die je prima kan aanleren, met hulp van bijvoorbeeld een mantelzorger, om de steunkousen of het oogdruppelen zelf te doen. Dat vinden mensen soms ook fijner. Dam hebben ze geen zorgprofessional over de vloer. Aan de andere kant is het met de krappe arbeidsmarkt ook fijn dat we daarmee de zorgprofessionals op een andere manier kunnen inzetten. De Academie begint in eerste instantie bij medische handelingen. Maar de gedachte is ook dat als we die Academie hebben staan, dat ook bijvoorbeeld bepaalde trainingen, valpreventie werd net al genoemd, vanuit sociaal domein, vanuit de gemeente ook toegevoegd kunnen worden aan het trainingsaanbod om mantelzorg te ondersteunen. Hoe blijf je ook overeind? En dan leer je bepaalde vaardigheden om voor je naaste goed te zorgen. Dan de laatste, respijtzorg. Dat is in Dordrecht iets waar al jarenlang, weet ik, heel erg veel aandacht voor is. Waar ook mooie voorzieningen voor opgetuigd zijn. Tegelijkertijd, ik zei het net al, is het versnipperd. U ziet dat er vanuit de gemeente, vanuit de zorgpartijen, vanuit de Wlz, allerlei vormen van respijtzorg zijn. En onze ambitie is, hoe kunnen we nu de respijtzorg in de regio veel meer met elkaar gaan stroomlijnen, in samenhang brengen? Weten welk aanbod er is. Weten welk aanbod te
19
vinden is, zodat op het moment dat iemand respijtzorg nodig heeft, en of dat gaat om de partner van iemand met dementie of een moeder van een jongvolwassenen met psychosociale problematiek, we kijken dat we de goede voorzieningen in de regio hebben en die voorzieningen ook een beetje met elkaar gaan verbinden. Dat wordt nog best een klus. Want als je naar het financieringsstelsels kijkt, is dat niet iets … En dan kijk ik altijd even naar mevrouw Vaartmans van VGZ, kan zij ook niks aan doen. Maar we hebben het in Nederland hartstikke ingewikkeld geregeld. Want het liefst zou je willen, bij wijze van spreken, dat er een pot is waar die voorzieningen uit bekostigd worden. Zover zijn we jammer genoeg nog niet, maar daar moeten we wel voor blijven strijden. Maar tot die tijd in ieder geval zorgen dat het aanbod en het vinden van het aanbod, veel beter met elkaar gaan organiseren. En dat zit ook in de derde pijler van mantelzorgondersteuning. Dan blijf ik kort op hoofdlijnen. Ik kan nog veel meer vertellen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Vlies. Wie heeft er een vraag over mantelzorg? Ik denk dat uw verhaal op hoofdlijnen in ieder geval heel erg duidelijk was. De heer Van der Vlies: Dat is mooi. De voorzitter: Wie mag ik vervolgens het woord geven voor nog een presentatie? Of was dit het? Mevrouw Van Benschop: Dit was het. De voorzitter: Dit was het.