CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2025.01.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 525.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maar daar zijn we eigenlijk nog niet. Vanuit een andere rol zat ik daar één, twee jaar geleden heel dicht op. En toen hadden we echt nog de hoop, dat gaat heel snel aangepakt worden. Ik zie dat nu niet heel snel gebeuren, omdat dat eerste spoor is nog relatief makkelijk, maar dat zit ook nog steeds in de pijplijn. Het derde spoor is niet volgtijdelijk, want dat pakken we nu ook al op, gaat over de vakkundigheid van de professionals. Welke vakkennis heb je nodig? Maar ook wel, voor wat voor een morele dilemma's kom je te staan? Je moet op een gegeven moment een keuze maken. Doordat die hardheden in spoor 1 worden aangepakt, wordt er ook weer meer afwegingsruimte gecreëerd voor professionals van ons van, wat is het juiste om te doen in deze situatie? De regel biedt de mogelijkheid om een uitzondering te maken of ik mag daar zelf een besluit over nemen binnen mijn mandaat, maar hoe doe ik dat? Aan de ene kant meer harde vakkennis. Aan de andere kant meer competenties. Dat zit in spoor 3. En daar zijn we ook al mee gestart. De raadsinformatiebrief over wat dit regionaal betekent, de landelijke ontwikkelingen waar we gewoon mee moeten dealen, maar ook wel vooral het stuk, waar hebben we zelf keuze in te maken. We zijn erop afgetrapt met de raadsinformatiebrief die hier ook al aan de orde is geweest.

Maar de verdere uitwerking van de regionale kaders, daarvoor is het ook echt wachten op, hoe gaat die landelijke regelgeving zich ontwikkelen? Dat komt eraan, ergens dit jaar, de regionale herijking. Net hadden we al ... Het waren nog veel sheets, maar we hebben een stukje ook vooruit gewerkt, zal ik maar zeggen. Die fundamentele wijziging is een traject van jaren, maar we vinden het belangrijk om ook snel, waar mogelijk, al zelf met de gemeenten stappen te zetten. En als het gaat over, op welke doelgroepen moeten we ons richten, heeft het algemeen bestuur al een richting meegegeven. En je kunt eigenlijk vanuit 3 perspectieven kijken naar het bestand of de mensen die in het bestand zitten, de 6.300 mensen met een uitkering in de regio. Een groep waarvoor werk op een redelijk korte termijn een haalbaar perspectief is. Een groep waarbij werk niet direct een haalbaar perspectief is, maar participeren op andere manieren wel lukt. Of dat is door vrijwilligerswerk of mantelzorg of onbetaald werk als opstap of eerst ruimte te maken voor een opleiding, die niet meteen leidt tot een baan. En een derde groep, als werk ook op termijn geen haalbaar perspectief is. Ik gaf daarnet een aantal voorbeelden van. Mensen waarvan wij het op zo'n manier hebben

38

gedefinieerd of zullen definiëren, want die definitie hebben we nog niet, voor de duidelijkheid, dat iedereen wel zo ongeveer een beeld zal hebben, dat is een groep, om het zo maar even te zeggen, die heeft een uitkering en die wil je verder niet lastigvallen met wat dan ook. Dat zal gaan over een relatief beperkte groep, omdat ook in ieder geval mijn blik is dat er met heel veel mensen wel iets kan. Alleen de vraag is, hoe krijgen we dat voor elkaar? Voor ons is dat, en voor de GR Sociaal, die indeling kan er ook toe leiden dat we weten, op welke groep gaan we ons nu met welk instrument richten? Waarbij met name in die tweede categorie we heel veel samenwerkingsmogelijkheden met gemeenten zien, omdat dat heel vaak bijvoorbeeld zal gaan over lokale opstapjes naar werk of vrijwilligerswerk, iets betekenen in de samenleving en misschien wel op langere termijn naar betaald werk. De voorzitter: Een vraag van mevrouw Balorian van de Dordtse VVD. Gaat uw gang. Mevrouw Balorian: Als je het hebt over die drie categorieën, hebben jullie al in beeld wat het percentage is per categorie, of dat nog niet? De heer Von Grumbkow: Nee, dat hebben we niet. Landelijk is het nou een derde, een derde, een derde. Het SCP heeft onderzoek gedaan eigenlijk waar ook de belangrijkste conclusie was, hang hier niet al te grote verwachtingen aan.

Want je zou heel makkelijk kunnen zeggen, er is een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Er zitten hier in de regio 6.300 mensen in een uitkering. Waarom is dat eigenlijk zo? Het SCP heeft daar onderzoek naar gedaan. En die hebben op basis van hun data en onderzoek gezegd, als je het in deze 3 groepen verdeelt, moet je denken aan ongeveer een derde, een derde, een derde. Een derde met relatief weinig afstand tot de arbeidsmarkt, die makkelijk bemiddelbaar zouden moeten zijn. Een groep die echt wel iets kan, maar waarvan je niet moet verwachten dat die op korte termijn betaald aan het werk gaan. En een derde waar, als het gaat over ontwikkelen naar betaald werk, voorlopig of misschien wel nooit meer iets van te verwachten is. De voorzitter: Volgens mij komt er een vervolgvraag. Klopt? Ja. Gaat uw gang. Mevrouw Balorian: Want als jullie gaan kijken naar de regionale kaders, is het ook zo dat jullie daar onderzoek naar gaan doen van, wie valt onder welk kopje of ... De heer Von Grumbkow: De indeling op deze manier hebben we nooit gedaan. En ik vind het wel echt belangrijk dat die er komt, maar ik maak daarbij wel meteen de opmerking dat ik wil voorkomen dat mensen in een hok worden geplaatst, vooral in een hok waar ze nooit meer uitkomen.

En dat in welk hokje je iemand plaatst ook heel erg te maken heeft met de interactie en de kwaliteit van de interactie vanuit onze kant of vanuit een gemeente, waar misschien wel een welzijnswerker met iemand spreekt. De manier waarop iemand benaderd wordt en de kansen die een professional die tegenover iemand zit ziet, zijn ook misschien wel bepalend voor in welke categorie iemand terechtkomt. Waarbij ik wel meteen zeg, die laatste categorie zou zodanig gedefinieerd moeten zijn dat daar weinig discussie over is. Maar of het een eentje is of een tweetje, daar hebben wij intern ook al leuke gesprekken over, om het zo maar even te zeggen. Maar het is wel degelijk de ambitie om die indeling te maken en om die ook zo snel mogelijk te maken. Dat was de sheet over keuze in het bestand. Dan hebben we het Drechtwerk. Wat we als kopje hebben gegeven, van productiebedrijf naar ontwikkelbedrijf. En dat is eigenlijk een

39

ontwikkeling die je bij de hele traditionele sociale werkvoorziening de afgelopen jaren ziet gebeuren. Er is een productiebedrijf. Ik weet niet wie van u daar weleens is geweest. Dat kun je ook echt zien. Daar worden dingen gemaakt en dingen geproduceerd. En de bedoeling is om dat te ontwikkelen, dat is ook een landelijke ontwikkeling en daar krijgen we ook middelen voor, naar een ontwikkelbedrijf. We zeggen, we hebben mensen in een uitkering of misschien wel geen uitkering die bemiddeld worden naar werk. Vaak is daar iets van een ontwikkelstap nodig. En als die nodig eis, dan hebben we een plek nodig om mensen te ontwikkelen, om die ontwikkeling te faciliteren. Ik zei net al iets over de kansen die ik zie in de manier waarop gekeken wordt naar mensen. Dat ik echt het vertrouwen heb dat we daar het maximale uit kunnen halen. Gewoon ook vanuit de ervaring van Drechtwerk met het begeleiden en ontwikkelen van mensen naar werk. Er ligt, en dat is niet exclusief voor Drechtwerk binnen de GR Sociaal, maar landelijk, een financiële uitdaging. Want wij krijgen geld voor de mensen die in de WSW zitten. Dat klinkt onaardig, maar in letterlijke zin is dat een uitstervende groep, want er worden geen nieuwe mensen meer toegelaten. Maar het financieringsmodel van de sociale werkvoorziening is daar wel op gebaseerd.

Maar omdat er geen nieuwe mensen bijkomen en we wel een infrastructuur hebben staan die ooit gebouwd is op een groter aantal mensen, levert dat een financiële uitdaging op. Die lossen we voor een deel op, we hebben ook geld om mensen te laten participeren vanuit de Participatiewet, door activiteiten voor die mensen neer te zetten op de Drechtwerk-locatie. Maar je zal zien, in de loop van de tijd is dat een steeds grotere uitdaging, want die financiering loopt gewoon terug. Om die stap te maken naar ontwikkelbedrijf, waar je bijvoorbeeld ook weer het bedrijfsleven in kan laten participeren, dat gebeurt nu ook, om leerlijnen te ontwikkelen samen met bedrijven, heeft het Rijk geld en ondersteuning ter beschikking gesteld om die stap te maken. Dat gaan wij het komende jaar vatten in een transitieplan van oud naar nieuw. Waarvan ik al kan zeggen, we zijn allang niet meer helemaal oud, we zijn al een stukje nieuw, maar die ontwikkeling moeten we een duw gaan geven. En dat zal hier ook voorbijkomen in uw raad. Ook iets dat al eerder in de presentatie, mede door uw vraagstelling, aan de orde kwam, we hebben ook een grote uitdaging in de arbeidsmarkt, arbeidsmarktregio. Er is een groot tekort aan personeel. En daar liggen natuurlijk tegelijkertijd ook wel grote kansen, vanuit het perspectief Ontwikkelen naar Werk gezien. En dit is een overzicht van wat er allemaal ...

Per sector zo ongeveer een inschatting van de tekorten die er zijn, de vacatures die er zijn. En voor een deel zijn dat natuurlijk ook sectoren waar u als raad weer met de tekorten op de arbeidsmarkt wordt geconfronteerd, de zorg. Ook de zorg die vanuit de GR Sociaal wordt geboden. Of het gaat over huishoudelijke hulp of chauffeurs bij Stroomlijn, het zijn allemaal tekortsectoren. Waarbij we ook natuurlijk nadrukkelijk kijken wat wij daar in termen van ontwikkeling in zouden kunnen betekenen. Ik ga weer naar 1. Ik ben weer terug naar 1, of niet? Moeten we even de presentatiemodus aanzetten. De voorzitter: Clark? De heer Von Grumbkow: Van alle markten thuis, de wethouder. De voorzitter: Fijn zo’n allround wethouder. Gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Ik kan ook op een knopje drukken.

40

De heer Von Grumbkow: En dan ook echt een hele mooie ontwikkeling is het regionaal Werkcentrum. Ook een landelijke ontwikkeling. In elke arbeidsmarktregio wordt er een Werkcentrum opgezet, waarin allerlei partners samenwerken. En eigenlijk is het idee dat voor werkzoekenden is er een fundamenteel verschil wat nu het regime is waar ze in zitten. Als je een WW-uitkering hebt en je wil of moet aan het werk, dan ben je bij het UWV. Als je een bijstandsuitkering hebt en je wil of moet aan het werk, dan ben je bij de gemeente. In ons geval, bij de GR Sociaal. Als je een niet-uitkeringsgerechtigde bent, zoals dat heet, dan is maar de vraag of je überhaupt ergens terechtkomt. En er is ook een groeiende groep aan mensen, bijvoorbeeld kinderen die geen huis kunnen vinden en ook geen baan hebben die bij hun ouders wonen en die ouders zeggen, maar in de bijstand ga je nooit komen, wij zorgen voor je. Maar eigenlijk, er is ook een groep die gewoon een baan zoekt of een opleiding zoekt. Opleiding eerder niet heeft afgemaakt. En dat zijn allemaal verschillende groepen. En daar hebben we nu niet één benadering voor. En landelijk is gezegd, dat zou er eigenlijk wel moeten zijn. Mensen moeten zich ergens kunnen melden. En dan moet het niet uitmaken of ze een bijstandsuitkering hebben of een WW-uitkering. Die mensen moeten dan gewoon geholpen worden. En dat doen we nu in het Werkcentrum.

En dat doen we op drie plekken. Dat is 1 januari dit jaar begonnen. Dat doen we in Alblasserdam, dat doen we op het Leerpark en dat doen we in de hoek van het gebouw van de Sociale Dienst beneden. Is gewoon een ruimte ingericht. Loop vooral een keer langs. De dienstverlening van UWV en de Sociale Dienst is daar uiteraard niet helemaal geïntegreerd. Het zijn grote organisaties met heel veel cliënten. Maar aan de voorkant is het wel zo ingericht dat de eerste persoon die je tegenkomt, die noemen we een gids, die staat jou te woord en gaat met jou kijken, wat wil je, wat zou je kunnen, wat wil je ontdekken, wat zijn je competenties, et cetera? En kan niet alleen maar verwijzen naar, moet je bij het UWV zijn of dan moet je bij de gemeente zijn. Maar opleidingsinstellingen zijn ook aangehaakt, die hun aanbod daar presenteren. Werkgevers zijn aangehaakt, die zich daar presenteren. Er zijn heel veel partijen aangehaakt, om uiteindelijk met elkaar te komen tot één benadering, zowel aan de kant van die werkzoekenden als aan de kant van de werkgevers. Eerdere initiatieven die we hadden, zoals het WerkgeversServicepunt, gaat op in het Werkcentrum, zodat we ook ... Want UWV heeft bijvoorbeeld ook accountmanagers rondlopen. Die zijn ook aan het kijken, kunnen we ergens mensen kwijt of plaatsen? Maar dat deden wij ook. We proberen dat zoveel mogelijk samen te vatten.

Er wordt gestuurd vanuit het Regionaal Beraad, waarin bestuurlijk al die partijen vertegenwoordigd zijn. En daar zijn we mee gestart. De voorzitter: Een vraag van mijnheer Bootsman, GroenLinks. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik vroeg mezelf af, in dit Werkcentrum, zijn daar dan ook de werkgevers vertegenwoordigd, als het bijvoorbeeld gaat om coaching van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Dat de werkgevers daar ook iets in kunnen betekenen. Begrijp ik dat goed? De heer Von Grumbkow: Ja. Opleidingsinstellingen, maar ook werkgevers zitten aan tafel. Het is wel zo dat UWV en de gemeente, de GR Sociaal namens de gemeente, zal ik maar even zeggen, dat zijn de partijen die het echt moeten neerzetten. Het neerzetten van het Werkcentrum als eenheid, waar je ook echt kunt binnenlopen, gezorgd wordt dat je ontvangen wordt, dat er een planning is, et cetera, dat niet iedereen door elkaar rent die

41

daar een aanbod wil doen, maar dat dat geregisseerd wordt, dat ligt echt bij UWV en gemeente. Maar verder zijn eigenlijk alle partners welkom en zijn er steeds meer die willen aanschuiven. En wat ik ook gewoon heel leuk vind, waar ik heel enthousiast over ben, het is ook pionieren. We weten nog niet precies hoe het werkt.

Heel veel dingen waren van tevoren klaargezet, maar nog niet helemaal uitgedacht, want je kunt het niet kunnen theoretisch uitdenken, maar we moesten wel 1 januari open. En nu lopen er gewoon mensen binnen en zijn we dingen aan het proberen en worden mensen geholpen, op een nieuwe manier. Heel leuk. De voorzitter: Dat goede nieuws roept een vraag op bij de heer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, een tweetal vragen in dit kader. Ik ben even benieuwd, u bent per 1 januari opengegaan, althans het Werkcentrum, maar is er ook zo'n businesscase wat ten grondslag ligt hieraan? En ik ben ook wel benieuwd wie bestuurlijk verantwoordelijk is voor dit gremium, mevrouw Van Benschop. De voorzitter: Wethouder Van Benschop is bestuurlijk verantwoordelijk, begrijp ik. Mevrouw Van Benschop: Ik ben voorzitter van de arbeidsmarktregio, vanuit de gemeente verantwoordelijk. De heer Von Grumbkow: En uw eerste vraag gaat over de businesscase. Vanuit het Rijk zijn er middelen ter beschikking gesteld. Dat is vooral ook bedoeld om het een duw te geven. Want voor een deel is het natuurlijk ook dienstverlening die de afzonderlijke organisaties al deden. En dat is niet het hele verhaal, want je hebt ook gewoon echt geld nodig om het op te starten als je vindt dat er altijd iemand aanwezig moet zijn. En dat was voorheen iemand die gewoon een caseload aan het draaien was.

Dan kost het natuurlijk extra geld. Daar zijn we nog naar aan het kijken, maar daar zijn middelen voor. De voorzitter: Een toevoeging van de wethouder. Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ik denk, want dit gaat heel erg over de primaire dienstverlening, dat is inderdaad waar dit verhaal over gaat, maar we zijn met al die partners bezig om te kijken, wat kunnen zij bijdragen? Zo hebben we in de Regio Deal een aanvraag gedaan voor een Scholingsfonds. Want het is hartstikke goed dat er mensen zijn die de dienstverlening bieden, maar je zou ook willen dat deze mensen iets hebben in de achterzak om mee te kunnen geven aan die mensen die zich daar melden. We hebben 8 ton gekregen voor het Scholingsfonds. Dat is altijd op basis van cofinanciering. We zijn nu bezig om dat Scholingsfonds ... Dat doen we dan vanuit de economische portefeuille, in samenwerking met de sociale partners ook weer. Dat komt bij Smart Delta vandaan, om het maar even zo te zeggen. Daar is 8 ton aangevraagd. En die moet gematcht worden met andere middelen. Dat kan zijn van werkgevers. Dat kan zijn van kennisinstellingen. Misschien zelfs wel van mensen zelf. We zijn nu bezig om die criteria voor dat Scholingsfonds op te zetten. Werkgevers krijgen ook middelen vanuit het Rijk, zij het een heel klein bedrag in verhouding tot de andere bedragen voor

42

bijvoorbeeld UWV en gemeente. Maar die krijgen ook middelen om bij te dragen aan het Werkcentrum. Op die manier proberen we in ieder geval alle potjes bij elkaar te brengen, zodat niet iedereen zijn eigen dienstverlening blijft doen, maar je eigenlijk juist kijkt, hoe kunnen we elkaar aanvullen? Wij hebben het heel vaak gehad over alle cirkeltjes. Welke ruimtes tussen de cirkels moet je met elkaar opvullen? Daar zijn, zij het beperkt, wel middelen voor. De voorzitter: Bedankt voor de toelichting. Dan gaan we verder met de presentatie. De heer Von Grumbkow: Dat over het Werkcentrum, met de aanvulling van de wethouder. Die gaan heel erg over de betrokkenheid van partners en ook in de financiering. Samenvattend, ik heb iets verteld over de uitdagingen waarvoor we staan. De aanpassingen aan de Participatiewet, de regionale herijking, het komen tot een aanpak om een zo groot mogelijke groep mensen die nu een uitkering heeft toch aan het werk of aan een ontwikkeling aan deelnemen aan de samenleving te helpen, de ontwikkeling van Drechtwerk, van productiebedrijf naar ontwikkelbedrijf en het Werkcentrum. Dat zijn echt grote ontwikkelingen waarmee we bezig zijn. Een aantal dingen zullen ook hier in de gemeenteraad weer terugkomen. Aanpassing van de verordening. Uitgangspunt voor re-integratie en handhaving zijn we mee bezig.

Het transformatieplan van Drechtwerk heb ik iets over verteld. En de raadsinformatiebrief over de arbeidsmarktregio. Dat over de ontwikkelingen bij de GR Sociaal. Dat is niet het einde van de presentatie, maar wel van dit stukje van de presentatie. Loop ik goed in de tijd? De voorzitter: We lopen aardig netjes in de tijd. De heer Von Grumbkow: We lopen netjes in de tijd. Ik ga het ook nog heel eventjes over geld hebben dan. De voorzitter: Dat roept wel altijd veel vragen op. Kijken hoe het loopt. De heer Von Grumbkow: De houdbaarheid van het sociaal domein. Ik gaf aan het begin van de presentatie al aan, financiën liggen onder een vergrootglas logischerwijze. We zien in het hele sociaal domein verder oplopende kosten door een aantal oorzaken. Belangrijk is natuurlijk vergrijzing, tekorten, de loonkosten. En we zien, er is ook regionaal een aanhoudend hoge vraag naar maatwerkvoorzieningen, maatwerkmiddelen. Die financiële houdbaarheid van het hele sociaal domein staat onder druk. Dat vraagt voor een deel om keuze op Rijksniveau. En lokaal moeten we natuurlijk sowieso inzetten op het dempen van de kosten en het uitvoerbaar houden van de taken. Dat even als kader voor het gesprek over houdbaarheid. Wij krijgen ook veel vragen over, hoe zit het ... We hebben natuurlijk een heel grote begroting.

Als je op het niveau van de gemeente Dordrecht kijkt, ik geloof dat 60 procent van de begroting sociaal domein breed is. Dat is niet alleen maar uiteraard de GR Sociaal, maar dat is ook de DG&J en dat zijn allerlei middelen die lokaal nog worden ingezet in het sociaal domein, of het een wijkteams is of buurtwerk. Daar gaat veel geld in om. Onze begroting, van de GR Sociaal, voor de regio hebben we hier uitgesplitst in de drie hoofdopgaven en de bedrijfsvoering. Dat geeft ook even een beeld van, het gaat weliswaar over heel veel geld ... Maar mijn boodschap hiermee is ook, heel veel van dat geld is niet stuurbaar. En

43

dat zegt niks over het deel dat wel stuurbaar is. Daar hebben we ook echt met elkaar een opgave. En daar hebben gemeenten ook een beleidsmatig een keuze in te maken. Het gaat wel, maar ook dan, over een relatief klein deel van onze begroting. Als je bijvoorbeeld kijkt bij bestaanszekerheid versterken, dat gaat over inkomensondersteuning. Dat is gewoon het verstrekken van uitkeringen. Die kunnen we niet ... Zullen we blijven doen. Kunnen we wel beïnvloeden door het aantal te verminderen, door mensen aan het werk te helpen. Dat helpt natuurlijk ook meteen. Maar de speelruimte daarin, het deel dat beïnvloedbaar is, is relatief klein. Zijn daar vragen over? Als het gaat over de financiële opgave bij gemeente en ook bij ons, dan hebben we een bestuurlijke opdracht, een toekomstbestendig sociaal domein die in verschillende sporen is uitgezet. En de eerste, dat staat ook al in de stukken, dat is een bestuurlijk afspraak die al gemaakt is. De apparaatskosten van de GR Sociaal gaan niet stijgen, ook niet als het volume stijgt. Eigenlijk is dat een taakstelling die we op ons nemen. En wij denken dat dat haalbaar is door processen efficiënter te organiseren, beter samen te werken met gemeenten, et cetera. Dat neemt niet weg dat het grote geld zit echt in beleidskeuzen die aan gemeenten zijn, want dat spoor 1 kan ook echt over miljoenen gaan. Dat weet ik nu nog niet precies.

Dat hangt heel erg af van wat de volumegroei daadwerkelijk is. Maar in spoor 2 zit echt de keuzen die gemaakt worden door gemeenten op beleidsmatig niveau. Daar zit potentieel het meeste geld, maar is natuurlijk aan u of u daar ook daadwerkelijk het meeste geld uithaalt. En het derde spoor is dan nog onderzoek naar kansen die samenwerking kunnen bieden. Zo zijn we bijvoorbeeld met de DG&J in gesprek om te kijken, wat kunnen we samen doen op jeugd? Kan zeker ook iets opleveren. Dat is wat ik op dit moment over de financiële opgave ... Dat was niet de kern van deze presentatie uiteraard, want we komen ongetwijfeld dit jaar nog te spreken over de financiële opgave en de rol die de GR Sociaal daarin moet of zou moeten spelen. En anders wel mijn buurvrouw. Maar goed, ik wilde dit kader wel even meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog twee sheets staan. Maar zijn eigenlijk twee vragen, of er nog vragen zijn van de commissie? Ik ga gewoon even rondkijken. Zijn er nog vragen van de commissie? De heer Von Grumbkow: Dat kan nog over deze vraag gaan inderdaad. De voorzitter: Even kijken. De heer Bootsman, als eerste. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik heb eigenlijk een vraag die hier wel mooi bij aansluit, want die kreeg ik te horen van mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid.

Als jij nu gaat beginnen met werken en je hebt dan nog geen kinderopvang, het moet dan later geregeld worden, zei zij, dat dat vervelend kan zijn. Is het niet handig, als je gaat solliciteren en naar werk begeleid wordt, dat je dan meteen ingeschreven kan worden voor de kinderopvang. Zodra je werk hebt dat dat ook meteen kan gaan lopen. Want anders kan dat ook weer vertraging opleveren, waardoor mensen misschien langer in de bijstand zitten. De voorzitter: Ik ben benieuwd of dat een keuze van onze gemeente is of dat u daar antwoord op kan geven?

44

De heer Von Grumbkow: Ik denk niet dat dat een keuze van ons is. Maar tegelijkertijd, ik vind het wel een logische gedachte eigenlijk. De voorzitter: Wie weet kunnen we daar iets mee. Wethouder, nog een toevoeging? Gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat dit wel ... Dit is één ding. Er zijn veel meer drempels die mensen ervaren om überhaupt de stap tot werk te kunnen zetten. En we zijn altijd op zoek, de GR is altijd op zoek naar mogelijkheden om dingen aan elkaar te verbinden, om die drempels te verlagen dan wel weg te nemen. En toevallig heb ik twee weken geleden, vorige week een werkbezoek gehad van een Tweede Kamerlid dat bij ons langskwam. En toen zijn we, ik ben er al vaker geweest, maar nog eens een keer het rondje gegaan over het SamenWerkplein. Ik denk dat dat een van de voorbeelden is over hoe we proberen om allerlei verschillen ... Nu gaat het over kinderopvang. Maar goed, heb je ook weer toeslag bij de Belastingdienst nodig. Dat soort zaken allemaal. Het SamenWerkplein is eigenlijk een plek waar allerlei verschillende instanties, DUO, de Belastingdienst, de Sociale Dienst, help me, er zijn er nog veel meer, die met elkaar samenwerken, waardoor de lijntjes kort zijn. En ik denk dat dit een toevoeging zou kunnen zijn, dat dat nog iets is waar we het over moeten gaan hebben.

Maar het is vooral belangrijk, denk ik, om te definiëren, waar zitten al die drempels? Kinderopvang is er één, maar er zijn er echt veel meer. De heer Von Grumbkow: Wat wel interessant is, dit is typisch zo'n ding dat eigenlijk in de hardheden van die P-wet in spoor 1 is meegenomen. Maar sommige dingen hebben eigenlijk niet betrekking op de P-wet zelf, maar op aanpalende wetgeving. En misschien ligt er wel ergens al een analyse van dingen die aanpalend zijn. Ik ga daar sowieso even naar kijken. De voorzitter: Dank u wel. En nog een vraag van mevrouw Balorian. Gaat uw gang. Mevrouw Balorian: Sorry hoor, ik heb echt zoveel vragen gesteld vanavond. Maar de eerste vraag, dan ga ik even terugscrollen naar de regionale herijking, dan gaat het over het gesprek over de nieuwe uitgangspunten voor het re-integratiebeleid en handhaving. Ik vroeg me af, voor wanneer ongeveer staat dat gepland? Misschien is dat al bekend hoor, maar is dat bekend? De heer Von Grumbkow: Ik kijk even naar de achterbank of daar een planning voor is? Mevrouw Van de Merwe: Dat is op dit moment nog niet bekend, maar dat heeft mede te maken met de vele onzekerheden die die Participatiewet in balansspoor 2 landelijk met zich meebrengt. Wij moeten ons een beetje verhouden tot ook wel die landelijke agenda. Dat staat ook nog niet gepland. Dat maakt het voor ons ook wat lastig om daarop door te zetten.

De heer Von Grumbkow: Tegelijk zijn er wel een aantal dingen, volgens mij, die we sowieso ook regionaal gaan oppakken. Hoe we kijken naar re-integratie. We hebben net een gesprek gehad over die drie groepen bijvoorbeeld. Ik kan me best voorstellen dat daar een aantal dingen uitgelicht worden, waar we al eerder over in gesprek kunnen.

45

De voorzitter: Dank u wel. Dat is inderdaad een van die dingen waar die vertraging op zit, op die Participatiewet. U had nog een vraag, mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Ik hoop inderdaad dat we niet gaan wachten totdat het landelijk volledig geregeld is, want we zouden denk ik heel veel tijd verliezen als we dat gaan doen. Dat nog als toevoeging. En mijn tweede vraag ging over, het is een beetje in lijn met, maar dan gaat het over de financiële opgave bij gemeentes, en dan spoor 2. Als het gaat om de wijzigingen die gemeenten moeten gaan doorvoeren in het beleidsprogramma. Los van de dingen die we eigenlijk vanavond al hebben gehoord, zijn er nog andere dingen waar de gemeente aan denkt van, hier willen we toch wel hard op inzetten of kan dat nog niet gedeeld worden? De voorzitter: Dan geef ik hem even aan de wethouder. Mevrouw Van Benschop: U bent geïnformeerd over het proces rondom ombuigingen. Want u relateert hem nu ook heel specifiek aan de beleidskeuzes die gemaakt worden binnen het sociaal domein. En voor een deel, het zal wat betreft de Participatiewet niet heel breed zijn, maar wel sociaal domein breed, komen die voorstellen gewoon bij de ombuigingsvoorstellen die we zullen presenteren aan de raad. En dan gaat het over die totale lijst.

Wij hebben de afspraak met de raad gemaakt dat we niet het exacte bedrag aan voorstellen voorleggen, maar dat we een grote inventarisatie doen, zodat er nog wat te kiezen valt. En daar zullen ook voorstellen van spoor 2, die hier genoemd worden, in zitten. De heer Von Grumbkow: En op uw eerste vraag in dit rondje, wij zijn absoluut niet aan het wachten op of de wet wel of niet wordt aangepast. Die wet knelt gewoon op een aantal punten en ook met een aantal harde kaders waar we niet omheen kunnen, maar tegelijkertijd is er van alles wel mogelijk. Wij zijn ook verplicht om bepaalde dingen gewoon goed te gaan organiseren of op te pakken of te anticiperen op ontwikkelingen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan zie ik geen verdere vragen vanuit de commissie. Dan wil ik jullie allemaal hartelijk bedanken voor de duidelijke informatie die is gegeven vanavond. Volgens mij hebben we een goed beeld. En dan ga ik aan de commissie vragen, is er zo ook genoeg informatie jullie kant opgegaan of is er nog behoefte aan meer? Ik zie nee geschud. En aangezien dit een technische bijna toelichting was op een raadsinformatiebrief hoeft er ook geen oordeelsvorming over plaats te vinden. Dan wil ik jullie allemaal hartelijk danken voor de fijne vergadering. Neem je kopjes, flesjes en glazen mee naar de pantry. En een hele fijne avond verder. Tot ziens.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.

46

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38194