2.2 2024.12.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 DECEMBER 2024 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur 2. Vaststellen Route naar Perspectiefnota 2026 – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Spoel Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder W. Van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: dhr. Van Genderen De voorzitter: Een hele goedenavond, mensen, het is half acht. Als mijnheer Kuhlmann ook klaar is met praten, kunnen we beginnen. Dank u wel. Want we hebben een mooie anderhalf uur voor de boeg. We hebben raadsvoorstel voor ons Vaststellen Route naar Perspectiefnota. En daar zijn al wat vragen over gesteld. En ik kreeg net te horen dat die vragen zijn beantwoord. En de antwoorden terug te vinden zijn op het RIS. En we krijgen straks een korte presentatie van plusminus tien minuutjes. En daarna kunt u vragen stellen over het raadsvoorstel. Voordat we daarmee gaan beginnen, maken we even een rondje om ons voor te stellen voor de notulen. En dan begin ik aan mijn rechterzijde. Gaat u gang.
Jij mag als eerste. Sorry. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt.
1
De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Van Genderen: Erik-Jan van Genderen, projectleider ombuigingen. De heer Van der Kruijff: En Wim van der Kruijff, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Wouter van der Spoel, ik mag vanavond voorzitten. En dan gaan we zo over op de presentatie. Vindt u het goed als commissieleden direct vragen stellen of liever even na de presentatie? U kunt de vragen gewoon direct stellen, als ze bij u opkomen. Dan is de vloer voor u. De heer Van Genderen: En we wachten nog heel eventjes op de techniek. Is in aantocht. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het dringt door uw inleiding pas tot mij door dat de eerder gestelde vragen al schriftelijk beantwoord zijn. Die heb ik nog niet kunnen bestuderen. Ik excuseer me bij voorbaat als ik iets vraag wat ook al schriftelijk beantwoord is. De voorzitter: Goed dat u ons daarop voorbereid. En dat geldt ook voor Beter voor Dordt, begrijp ik. Maar dat komt wel goed. En we hebben maar anderhalf uur. Uiteindelijk rond ik af.
De heer Kuhlmann: Voorzitter, als ik dan in de tussenliggende tijd nog een punt van orde kan maken. Ik denk dat het handiger was geweest als die antwoorden er eerder waren geweest, zodat iedereen dat wat beter had kunnen meenemen in de voorbereiding van deze vergadering. En dat zou dan ook de oproep zijn voor volgende vergaderingen over dit onderwerp, als het vragen zijn die eerder schriftelijk zijn gesteld, om die dan ook wat ruimer, bijvoorbeeld op de donderdag voorafgaand aan de vergadering, te beantwoorden, zodat iedereen dat goed kan meenemen in de voorbereiding. De voorzitter: Dat begrijp ik. Ik zie dat er naast mij druk wordt mee getikt. Dat wordt meegenomen. Mensen die echt werken. En de presentatie staat klaar. Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Dank u wel, voorzitter. Ik neem u in het kort weer even mee, want het is een traject wat inmiddels een jaar loopt, zo’n beetje, in de stand van zaken. Ook een korte terugblik wat er tot op heden is gebeurd. En ook even een korte vooruitblik, wat staat u de komende maanden dan weer te wachten? Ik begin met de
2
stand van zaken, waar praten we eigenlijk over? Wat is uiteindelijk de opgave? En wat u hier ziet, in beeld, dat komt uit de begroting die u een paar weken geleden hebt vastgesteld. Daaruit blijkt dat we in 2028 op een tekort afstevenen van zo’n 21 miljoen negatief. Waarom oriënteren wij ons altijd op het laatste jaar van een perspectief? Dat heeft alles te maken met het feit hoe er ook toezicht wordt gehouden vanuit onze provincie. Die kijkt allereerst naar het actuele begrotingsjaar. In dit geval 2025. Als die dat niet sluitend krijgt, kijken ze altijd even, ben je dan wel goed bezig om hem aan het einde van het perspectief wel weer sluitend hebben? Vandaar dat wij ons altijd even oriënteren op het laatste jaar uit het perspectief. In de begroting stond nog een tekort van 21 miljoen negatief. Inmiddels is de septembercirculaire afgekomen, ook doorgerekend, waaruit een structureel voordeel blijkt van zo’n 2 miljoen, waardoor het uiteindelijk in zijn effecten, dat ziet u onderaan, wat wordt het dan, zo ongeveer nog een kleine 19 miljoen is waar we nu tegenaan zitten te kijken met elkaar. Dat is de omvang van de opdracht. En u hebt in het raadsvoorstel wel gelezen dat het college daar niet bij wil ophouden, maar een wat ruimere zoekopdracht heeft afgegeven om uiteindelijk naar 25 miljoen te gaan kijken. Dat even voor wat betreft de stand van zaken.
Als er dan achterom kijken, wat is er gebeurd? De achterliggende maanden een traject gelopen van participatie, consultatie, waarin u zelf ook op 1 oktober heeft deelgenomen. Inmiddels zijn alle bevindingen samengevat in de rapportage die u ook bij het raadsvoorstel hebt aangetroffen, waar een aantal grote rode lijnen uit kunnen worden getrokken. Die wat meer op een abstract niveau zitten. Die echt zitten op, geef ruimte aan de stad. Geef wat meer gerichte ondersteuning aan de lagere inkomens. Zet in op efficiënter en integraler gebruik van gemeentelijke middelen. Ik hoef ze niet allemaal voor te lezen. Maar die grote rode lijnen zou je eruit kunnen trekken. Die worden op meegenomen nu in het vervolg door het college om te kijken naar, welke voorstellen gaan daar wel en niet bij passen. En uiteindelijk is het aan wie om te gaan beslissen bij de Perspectiefnota. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Katif. De heer Katif: Ik hoorde, de naam is me ontschoten, de ambtelijke ondersteuning zeggen dat het college gaat voor 25 miljoen. Dat is ook de opdracht. Ik hoop dat u daarop terugkomt. Want ik heb een vraag als het gaat om specifiek, waarom structureel voor die 25 miljoen, terwijl we eigenlijk op zoek zijn naar 20,8, in dit geval 19 miljoen? Als u dat mij belooft, dan stel ik de vraag niet. Dan wacht ik keurig netjes even af.
De heer Van Genderen: Voorzitter, dank u wel voor de vraag. Goed om daar direct op in te gaan. De 25 miljoen is echt bedoeld, door het college, ook om een stuk keuzevrijheid in te bouwen. Want uiteindelijk wordt, als er 25 miljoen aan mogelijkheden op tafel ligt, dat ook niet allemaal ingezet. Uiteindelijk gaat het erom dat die begroting sluitend wordt. Dat er een keuze wordt gemaakt uit de stapel van 25 naar wat er op dat moment nodig is. Wat ik net heb gepresenteerd, is de schatting nu. En op het moment dat we aan de Perspectiefnota ’26 toe zijn, hebben we uiteraard weer een betere schatting van dat moment.
3
De voorzitter: Ik zie een vervolgvraag komen. En daarna mevrouw Schnabel. Gaat u gang, mijnheer Katif. De heer Katif: Met andere woorden, we willen graag iets ruimer in het jasje zitten voordat de winter even losbarst. Is dat het? De heer Van Genderen: Correct. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dat ligt eigenlijk een beetje in het verlengde. Want ik vroeg mij ook af, we gaan 19 miljoen bezuinigen, maar de keuzevrijheid betreft 25 miljoen? De heer Van Genderen: Dat is correct. Waar we nu naar op zoek zijn, is 25 miljoen. Nog even als achtergrond ook in herinnering roepend, in maart hebben we een raadsinformatie naar u toegestuurd waar nog sprake was van 30 miljoen. Inmiddels is in de begroting 2025 al een bedrag ingeboekt van zo’n 5,5 miljoen, uit de 30, zal ik maar zeggen. Die 25 is ook niet zomaar uit de lucht gegrepen. Dat was die oorspronkelijke 30, minus wat er inmiddels is ingeboekt, structureel. De voorzitter: Ik zie een hand van de heer Kuhlmann. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Een verduidelijkende vraag, want het is van belang dat elkaar goed begrijpen.
Begrijp ik het goed, stel dat het college zich zou beperken tot, wat is het, die 19 miljoen, dan zou er een voorstel komen waarbij je als raad zou zeggen, we willen dat anders, dan moet je zelf heel creatief gaan onderbouwen, ik denk dat als we deze tafel verkopen, dan halen we zoveel binnen. En als er geen servetjes meer gebruiken of wat dan ook. Terwijl in het voorstel wat er naar de raad wordt gestuurd, omdat er voor 25 miljoen aan opties in staan, dat er een beetje keuzeruimte is. Begrijp ik hem zo goed? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Dank u wel, voorzitter. Dat begrijpt u inderdaad goed. Uiteindelijk is het wel de bedoeling dat het naar een punt toegaat bij Perspectiefnota en begroting dat er echt een pakket op tafel komt wat passend is op het tekort wat dan nog gloort. Maar wat er op tafel gelegd gaat worden, is die 25 miljoen, zodat er speelruimte zit. De voorzitter: U kunt weer verder met de rest van het verhaal, zie ik.
De heer Van Genderen: Mooi. Dat even voor wat betreft participatie waar we nu staan. Waar we nu staan inderdaad is het raadsvoorstel wat voorligt, waarin die zoekopdracht nog een keertje is toegelicht, 25 miljoen, waarin gevraagd wordt om die vast te spijkeren, op dit moment. In dat raadsvoorstel is ook aangegeven hoe het college de tweede fase van de participatie wil gaan inkleuren. En we hebben daarop toegelicht dat we uiteraard ook ons bewust zijn dat we langzamerhand in een fase komen dat we echt
4
de belanghebbenden en partners, die we gaan raken, ook echt verder gaan meenemen. Dat is waar we nu staan. Dat is wat er gebeurd is, waar we nu staan. En dan volgt uiteindelijk tenslotte in mijn verhaal vooraf, wat gaan we de komende tijd doen? We hebben de afgelopen maanden ook heel goed naar u geluisterd. In die zin dat we gezegd hebben, de inventarisatie die we aan het doen zijn op die mogelijke maatregelen tot 25 miljoen gaan we als eerste met u consulterend te bespreken. Daar gaan we ook dat stukje participatie met die kennis van Dordrecht aan koppelen. Maar u bent als raad als eerste consulterend aan zet. Er wordt nog niets besloten in deze fase. Dat is pas bij de Perspectiefnota en uiteindelijk helemaal bij de begroting. Maar we willen juist ook om naar betere besluitvorming te komen in dat eerste kwartaal ook nog eens een keertje ophalen wat er gedacht wordt van wat er voorligt. Met die input gewapend, is het dan de bedoeling dat we in het reguliere proces van de Perspectiefnota in maart het college keuzes en prioritering gaan laten aanbrengen, zodat uiteindelijk in juni, juli ook u als raad consulterend in de hele BOB-structuur aan zet bent. En we rond de zomer een Perspectiefnota hebben liggen waar het saldo weer op nul eindigt. In ieder geval, aan het einde van het perspectief 2029 dan, op dat moment. Voorzitter, dat was mijn inleidende verhaal.
De voorzitter: Dank u wel. En dan zie ik gelijk een hand van de heer Van der Meer, GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor deze toelichting. Mijn vraag gaat vooral over de koppeling tussen wat er tot nu toe gebeurd is en de volgende fase. In de tweede fase gaat de tweede fase participatie plaatsvinden. En die gaat, als ik het stuk goed begrijp, zo’n beetje per programma ingevuld worden. En dat geldt ook voor de bezuinigingen. De bezuinigingsvoorstellen moeten ook, volgens het raadsvoorstel, evenwichtig verdeeld worden over... Wat betekent evenwichtig precies? Dat is mijn eerste vraag. En twee, hoe verhoudt zich dat tot het idee dat... Als ik die uitgangspunten van de participatie tot nu toe zie, dan gaat het vooral over, kijken wat de burgers zelf kunnen doen, wat uit particulier initiatief gedaan kan worden. Dat kan best voor het ene programma veel meer zijn dan voor het andere. Waarom wordt dat traject per programma ingezet? Dat begrijp ik niet zo goed. De voorzitter: De vragen zijn helder? Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Dank u wel, voorzitter. Wat evenwichtig is, dat is een politieke vraag waar u uiteindelijk in de weging ook over gaat. Wat we nu in de zoekopdracht doen, is dat we op zoeken naar financiële evenwichtigheid. En ergens gaan die twee elkaar raken.
In de ambtelijk bestuurlijke interactie en uiteindelijk ook in het gesprek wat met u gaat plaatsvinden. Die evenwichtigheid gaan we proberen in de zoekopdracht al in te vullen. Maar wat evenwichtig is, dat is uiteindelijk een politieke vraag. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dat laatste ben ik hartgrondig met u eens. Dat is natuurlijk een politieke vraag. En daar hebben we het nu niet over. Maar kunt u dan aangeven hoe u dat wel meeneemt bij het ontwikkelen van de voorstellen? Wat u geeft wel aan, daar wordt al naar die evenwichtigheid gezocht. Wat moet ik me daar dan bij voorstellen?
5
De heer Van Genderen: Voorzitter, wat we daaronder verstaan, heel technisch, is dat we gaan kijken waar de beïnvloedbaarheid zit in de begroting. Want niet overal kunnen wij aan alle knoppen draaien. Er zijn ook gewoon echt wettelijke taken waar je van af moet blijven. In de evenwichtigheid kijken we sowieso daarnaar. Waar zit de beïnvloedbaarheid? Dat is één. Twee, de koppeling die u ook maakt met de uitkomsten van participatie is dat we echt kijken, waar raken die uitkomsten van participatie de zoekrichtingen die door de ambtelijke organisatie worden opgeleverd? Dat gaat ook richting het openbaar worden van de lijst echt meegewogen worden. De voorzitter: Mevrouw Lammens-Oostdijk, gaat uw gang. Mevrouw Lammens-Oostdijk: In hoeveel percentage worden die meegenomen dan? De heer Van Genderen: Uiteindelijk zal het zo zijn dat wat kan op tafel gaat komen. Wat wenselijk is, daar wordt natuurlijk in meegewogen, hoe zit het ook met de uitkomsten van de participatie? Er wordt echt even heel zorgvuldig gewogen wat haalbaar gaat zijn of niet. Dat is ook een stukje afweging wat wij ambtelijk doen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wat betreft die hoofdlijnen of die zes conclusies eigenlijk die naar voren zijn gekomen, wat hele mooie conclusies zijn.
Er zijn ook een aantal bij, zoals dat gaat bijvoorbeeld met bewoners die aangeven, we willen ook best wel zelf veel dingen doen. Dat vraagt soms ook om net een andere inrichting. En dan soms ook eigenlijk is dat dan met wat prijziger, omdat je die vertaalslag gaat maken. Hoe wordt dat in dat licht gezien? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Daar heb ik niet zo’n concreet antwoord op. Maar wij kijken natuurlijk ook echt wel naar mogelijkheden om de samenleving te betrekken bij uitvoering bijvoorbeeld van de openbare ruimte. Ook hoe je beheer van openbare ruimte via ontwikkelaars teruglegt, et cetera, dat zijn zoekrichtingen waar we echt mee bezig zijn, ook vanuit die participatie. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer had nog een vraag, zag ik. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Die is hieraan verwant. Want in het vorige antwoord had u het over wat kan. Wat zijn de knoppen waaraan gedraaid zou kunnen worden? Maar nu zegt u, als ik het goed begrijp, en dat wil ik even checken, in feite, we kijken ook naar waar het nodig is om aan te draaien. Met andere woorden, als, ik noem maar iets, onderhoud van openbare ruimte voor een deel op een andere manier geregeld kan worden, dan kan dat in de voorstellen ook worden meegenomen? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Dat is correct.
6
De voorzitter: Ik zie de heer Roggekamp. Gaat uw gang. En dan gaan we daarna naar de heer Kuhlmann. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben eigenlijk heel erg benieuwd. Als eerste ben ik heel blij met het project, zoals het nu loopt. Maar ik ben benieuwd van... Er wordt ook aangegeven, vanuit het Rijk weten we ook nog niet alles wat er de komende paar jaar gaat gebeuren. Zijn er marges ingebouwd dat er gezegd wordt, als we minder geld krijgen van het Rijk zal die 25 miljoen ook iets omhoog moeten? Of, als het nu naar uitziet dat de gemeentes veel meer gecompenseerd worden, dan gaan we die 25 miljoen misschien ook wel omlaag brengen. Is daar ook rekening mee gehouden of worden gezegd, we gaan eerst op die 25 miljoen werken en dan zien we op het moment dat er keuzes gemaakt moeten worden? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Genderen, gaat uw gang. De heer Van Genderen: Wij bouwen inderdaad die marges in. Het proces is natuurlijk echt nadrukkelijk zo ingericht dat je ook nog bij kunt gaan sturen. Dat er geen onomkeerbare beslissingen worden genomen, om maar eens wat te zeggen, voordat je weer een stapje verder bent in het proces en het beeld wat we hebben van die rijksfinanciën. Dat gevoel gaat echt wel ontstaan waarschijnlijk in januari alweer, als er ook weer andere handelingen plaatsvinden. Die marges zijn we eigenlijk continu mee bezig.
Maar nu is, voor dit moment, die 25 miljoen echt even de waarheid, gerelateerd aan wat er aan vastgestelde begroting ligt. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Nog even in vervolg op de vraag die mevrouw Lammens zojuist stelde. Want u gaf aan, de uitkomsten van de participatie wordt meegewogen in de voorstellen die er komen. Ik heb nog niet, maar misschien ligt dat aan mijn oren, goed een antwoord gehoord over hoe zwaar dat wordt meegewogen. De heer Van Genderen: Het worden echt op meerdere vlakken meerdere bouwstenen meegewogen. Ik kan geen percentage geven hoe dat wordt meegewogen. Er wordt echt gewoon van voorstel tot voorstel gewogen, waar raakt dit ook de uitkomsten van de participatie? En dat moet ons bewustzijn bij de keuzes die ook het college gaat maken. De voorzitter: Een vervolgvraag, zie ik.
De heer Kuhlmann: Ik stel die vraag, omdat het college, bij monde van wethouder Van Benschop, in de vergadering van 3 september, in antwoord op de vraag van de heer Kolkiliç, moeten we met de opzet, waar best wat commentaar op was van die hele participatie... Hoe moeten we dat zien? En toen heeft wethouder Van Benschop, namens het college, heel duidelijk gezegd, en ik citeer, “Het is geen zwaarwegend advies.” Dat zou natuurlijk ertoe leiden dat je nu ook niet opeens dan wel daar een heel groot belang aan hecht. Vandaar dat ik er even benieuwd naar ben wat daar nu de stand van zaken is. Ik hoop dat het nog steeds hetzelfde is.
7
De heer Van Genderen: Voorzitter, dat is nog steeds hetzelfde. Maar we hebben nu uitkomsten. En het is wel goed om te toetsen waar het elkaar raakt. Dat is het enige wat ik zeg. Maar voor de rest gelden de uitgangspunten die het college toen heeft geuit. De voorzitter: De heer Katif, gaat uw gang. De heer Katif: Voorzitter, ik zit heel goed te luisteren hoor. Met name die 25 miljoen daar zeg ik, niet doen. Ik vraag me in alle ernst af, we gaan af op die 25 miljoen, maar heeft u al bedacht en gedacht aan de risico’s die wij lopen als wij zeggen, 25 miljoen is de marge die we moeten hebben in plaats van die 19 miljoen. Welke risico’s lopen wij? Het is natuurlijk hartstikke mooi, maar er zijn risico’s als je zegt, uiteindelijk hebben we 25 miljoen bezuinigd, om zo maar te zeggen. Iedereen kan nee schudden, maar dat is een vraag die ik stel. En graag een antwoord. En dan kan ik erop reageren. En met een nee kan ik niks. De heer Van Genderen: Voorzitter, als ik de heer Katif goed begrijp, de uiteindelijke doelstelling is dat de begroting sluitend wordt gemaakt. Als het gat 19 miljoen blijft, dan gaat er uiteindelijk uit die stapel die wordt opgeleverd van 25 miljoen, 19 miljoen gekozen worden en 6 miljoen niet. Dat is het mechanisme. Je gaat niet die volledige 25 miljoen ook inzetten. De heer Katif: Wij houden die 6 miljoen over. En die is vrij om...
Of niet? Die bezuinig je niet? De heer Van Genderen: Die bezuinig je niet. Dat zijn en blijven voorstellen. De voorzitter: Mevrouw Lammens, u wilt nog? Nee. Dan kijk ik om mij heen. Dan lijkt het alsof er geen vragen meer zijn. En we hoeven de anderhalf uur ook niet per se vol te maken. Maar mevrouw Lammens heeft nog een vraag. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog even vraag. Waarvoor geen 15 miljoen bezuinigen? Waarvoor 25 in plaats van 20? De voorzitter: Die nog even via de microfoon. De heer Van Genderen: De uiteindelijke opdracht die we hebben gekregen van het college is, zoek 25 miljoen aan mogelijkheden. Dat is een opdracht die ook nog specifiek gericht is op beleidsinhoudelijke voorstellen en niet op lastenverzwaring. Dus op ozb-verhoging. Minder bezuinigen kan, maar dan gaat, zeg ik even gewoon heel technisch, als financial, de andere kant ook werken. Want dat betekent dat je op een andere manier het resterende gat zult moeten vullen. En dan kom je waarschijnlijk toch aan die belastingverhogingen toe. De voorzitter: Dan zag ik de heer Van der Meer. En mevrouw Schnabel had ook nog een vraag. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het gaat nu over waar er bezuinigd kan worden. En het is mij inmiddels duidelijk hoe het college daar ongeveer aan wil werken. Aan de andere kant
8
zou het ook kunnen dat het college ambities heeft om nieuwe maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. In deze collegeperiode gebeurt dat met incidenteel geld, voor een deel. Ik had ook een vraag gesteld, wat kost het als je dat wilt doorzetten? Als je zegt, klimaatneutraal 2040 willen we gewoon vasthouden. Als je zegt, andere intensiveringen die we nu gedaan hebben, die zouden we willen voortzetten, wat zijn de kosten daarvan? En wordt dat ook meegenomen of is het palet wat we voorgelegd krijgen per definitie, laat maar zeggen, het doortrekken van de lijn, met aftrek van de politieke prioriteiten die in deze periode zijn gesteld? Want daar is geen geld meer voor in de komende periode. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Op dit moment, inderdaad, dat hebt u ook goed gelezen in het raadsvoorstel, worden die politieke prioriteiten nog buitenslijns gezet. Wil je die structureel doorzetten, dan vergroot dat je opgave en zul je andere en meer keuzes moet maken. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer nog een vervolgvraag. De heer Van der Meer: De vervolgvraag is, dat zou je een politieke vraag kunnen noemen, maar ik stel hem toch even. De voorzitter: Dat moet u hem niet doen. Maar politieke vragen doen we niet. De heer Van der Meer: Wat? De voorzitter: Politieke vragen doen we vanavond niet.
De heer Van der Meer: Ik zei, het is misschien een politieke vraag, maar er zit ook een technisch aspect aan. Namelijk, is het mogelijk om in de voorstellen die u nu ontwikkelt iets door te laten klinken van anticipatie op de problemen die we in de toekomst aan moeten pakken? Want nu lijkt het, als ik het allemaal goed beluister, we doen wat we doen. Dat is te veel, want we moeten bezuinigen. We gaan een aantal dingen minder doen. Hopelijk kunnen we ze overdragen naar anderen in de samenleving. Maar voorbeeld, klimaatadaptatie zal best eens veel meer geld kunnen vragen in de toekomst. Moeten we bij het maken van plannen met dat soort uitdagingen geen rekening houden? De voorzitter: Gaat uw gang. Maar ik vind hem wel... De heer Van Genderen: Ik beantwoord hem technisch. Op het moment dat dat soort prioriteiten worden doorgezet en dat meer geld gaat kosten, betekent dat gewoon echt tegelijkertijd dat er ook iets tegenover moet worden gezet. Wat we dan altijd het nieuwvoor-oud principe noemen. En zal er echt meer moeten worden omgebogen dan wat er nu voorligt. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik was nog benieuwd, hoe staan deze zes conclusies of zoekrichtingen eigenlijk in verhouding tot de bezuinigingen die misschien gedaan zullen
9
moeten worden op sportclubs of op voorzieningen, zoals de sportclubs, bibliotheek eventueel of zwembaden? Hoe raakt dat aan elkaar? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Ook daar kan ik nog niet helemaal een concreet antwoord op geven. Moet ik het antwoord echt schuldig blijven. Die koppeling zijn we nu ook inzichtelijk aan het maken. Het zal elkaar op enig moment inderdaad raken. Waar, weet ik niet. De voorzitter: Een korte vervolgvraag. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Op een bepaald moment in dit proces wordt duidelijk waar die twee elkaar gaan raken en wat dan de consequenties daarvan zijn en hoe die zoekrichtingen daarop inhaken, wel of niet. Klopt dat? De heer Van Genderen: Correct. Dat zal inzichtelijk gemaakt worden. En dan kan dat in de keuzes worden betrokken. De voorzitter: Dan kijk ik nog een keer rond. En dan kijk ik even niet naar links, maar voor de rest... Ik zie de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Wordt er ook binnen wordt gekeken naar gelabelde middelen, of we die anders kunnen gebruiken? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Genderen: Mag ik daar een verheldering over stellen? Wat bedoelt u precies met gelabelde middelen? De heer Kolkiliç: Er zijn heel wat middelen gereserveerd, zoals voor de Groeiagenda, klimaatneutraal, enzovoort.
De heer Van Genderen: Op de Agenda 2030 hebben we in ieder geval al inzichtelijk gemaakt wat daar de beheerkosten voor zijn. Die hebben we inzichtelijk gemaakt bij de raadsinformatiebrief van juni. Op de inhoud van de Agenda 2030 zou worden gekeken. Alleen daar is op dit moment aan het starten een evaluatie, die op een later moment tot u gaat komen. Daar moeten we echt even de tijd op voor nemen om dat echt in de beschouwing hier op tafel ook te hebben. De voorzitter: Eenmaal, andermaal. Zijn er nog vragen te stellen of kunnen we als commissie concluderen dat er genoeg informatie is opgehaald? En dan moeten we ons de vraag stellen, wat gaan we hier verder mee doen? Gaan we hier een oordeelsvormende sessie over inplannen of kan deze gelijk door naar de raad, als hamerstuk? Toch? Ja. Ik zie knikkende hoofden. En de heer Van der Meer wil iets kwijt. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ik heb wel behoefte om in mijn fractie, in elk geval, nog even te overleggen over de systematiek die gehanteerd wordt en/of naar ons oordeel daarmee
10
voldoende wordt geanticipeerd op de vragen waar we voor staan. En dat is niet alleen bezuinigen, maar ook maatschappelijke uitdagingen voor de toekomst. Daar zou ik in elk geval de mogelijkheid open willen houden om daar nog op terug te komen. Ik zou het fijn vinden, maar dat ligt ook aan anderen, om daar nog een keer oordeelsvormend over te spreken. De voorzitter: De heer Van der Meer zou het graag nog oordeelsvormend willen bespreken in een commissie. De heer Kuhlmann wil er ook wat over zeggen. De heer Kuhlmann: Het was me nog niet helemaal helder wat het ordevoorstel van de heer Van der Meer was. Omdat het hem ging om het eerst bespreken in zijn fractie en mogelijk dat het dan niet nodig is om het nog te bespreken. Ik zat te denken, wat we misschien kunnen doen, is dat we hem op de agenda voor de raad zetten. En stel dat de fractie van GroenLinks of een andere fractie zegt, maar wacht even, we hebben het daar onderling even over gehad en we willen het toch nog bespreken, dat die dan ervan afgehaald wordt. En in plaats van dat we in die raad met allemaal moties of dingen en zo, dat we zeggen, dan gaat hij terug en wordt hij alsnog oordeelsvormend besproken. Maar stel nu dat niemand vindt dat die, na intern beraad... Het niet nodig is om hem oordeelsvormend te bespreken, dan zitten we straks bij elkaar voor niks en is er weer een maand voorbij.
Maar dat is even een suggestie. De voorzitter: Ik snap wat u zegt. Maar dat zou betekenen dat we hem sowieso zouden moeten inplannen voor volgende week, want 17 december moet deze gewoon besproken zijn in de gemeenteraad. Althans, moet er een klap gegeven zijn. Dat zou betekenen dat we wel ruimte moeten inplannen voor de commissie van volgende week. De 10e is dat dan. Als de meerderheid dit wil. Ik zie ook mevrouw Nieuwland-van den Bosse. Gaat uw gang. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Onze fractie heeft daar geen behoefte aan. Misschien dat dat mijnheer Van der Meer nog een klein beetje gerust kan stellen, volgens mij is de opdracht juist groter dan de opgave, op dit moment. En ik denk dat eerder die opgave kleiner wordt, dat we nog iets van het Rijk mogen kunnen verwachten. Ik zou zeggen, er is volgens mij ruimte om straks alsnog te zeggen, om bepaalde dingen door te kunnen trekken, omdat je nog steeds kan kiezen uit een deel wat je nu misschien niet direct kiest, maar vanwege een politieke keuze dan toch wel. Mijn fractie heeft geen behoefte om het daar nog eens een keer oordeelsvormend over te hebben. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Helder verhaal. Ik zie mevrouw Schnabel, die daar graag op wil reageren. Gaat uw gang.
Mevrouw Schnabel: Ik ben eigenlijk heel benieuwd, want daar kwam ik niet helemaal achter, wanneer is het volgende moment dat we het hierover gaan hebben? De voorzitter: De raad van 17 december of in de commissievergadering volgende week. Mevrouw Schnabel: Excuus. Ik bedoel daarna? Het volgende moment na...
11
De voorzitter: Daar heeft u vast een antwoord op. De heer Van Genderen: Zeker. Dat is in februari. In februari ligt er gewoon een inhoudelijke stapel met voorstellen waarover gesproken wordt. Consulterend over gesproken wordt. De voorzitter: Helder. De heer Roggekamp. En daarna de heer Van der Meer. De heer Roggekamp: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik sluit me liever bij de ChristenUnie aan. We hebben het nu vooral over het proces. We krijgen ruimte als raad, wat we in het verleden veel minder hebben gehad. En dan zou ik liever ook de ambtelijke top willen laten focussen op dat we in februari een heel mooi voorstel hebben. Dat we dan de inhoudelijke keuzes kunnen maken. Mijn voorstel is om het naar de raad te sturen. De voorzitter: Ik zie veel knikkende hoofden. En ik heb het idee dat de heer Van der Meer daar nog iets over wil zeggen. En dat we dan besluiten dat we meegaan met het voorstel van de ChristenUnie. De heer Van der Meer: Ik heb die knikkende hoofden ook gezien. En ik ben het met die knikkende hoofden eens, waar het gaat over financiële keuzes. Ik bedoel, er komt gewoon een voorstel. En daar kunnen we later nog over praten. Dat hoeven we niet nu te doen. Waar het mij om gaat, is de vraag, hoe komen we tot die voorstellen? Is dat beperkt tot wat we nu doen en wat kan er af of wordt daarin ook meegenomen...
Ik had ook nog een vraag over bijvoorbeeld vervangingsinvesteringen. Dat gaat over de komende periode voor 270 miljoen, alles bij elkaar. In hoeverre anticiperen we daarop? In hoeverre anticiperen we bij het maken van keuzemogelijkheden op klimaatadaptatie, die nog nodig is? De voorzitter: Het verhaal is duidelijk, denk ik. En ik kijk even naar de rest. Is er iemand die er nu anders over denkt, na dit pleidooi van de heer Van der Meer? Zo niet, dan denk ik dat we het gewoon richting raad moeten laten gaan. Dan denk ik dat we in februari u uit... Ik kan niet eens meer uit mijn woorden komen. Uw ei uit... Ik kom er echt niet meer uit. Zijn ei kan leggen. Normaal zeg ik het op plat Dordts. Nu moet ik ineens netjes doen. Dan denk ik dat we het zo gaan afspreken. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Excuus. Ik ben het eigenlijk wel met mijnheer Van der Meer eens. Ook omdat we voor een opgave staan, zoals die funderingsproblemen die er zijn. En dat het goed zou zijn om daar inderdaad nog even oordeelsvormend over te spreken. In die zin steun voor het voorstel. De voorzitter: Dan gaan we nu even stemmen. Mevrouw Schnabel en mijnheer Van der Meer zijn daar voor. Zijn er nog andere die zich daarbij aansluiten? Dan moet ik jullie als één rekenen. Dan wordt het één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, twee. Dan besluiten we het zo. Hamerstuk naar de raad inderdaad.
Dan rest mij niets anders dan u te bedanken voor de presentatie en u allen voor uw aanwezigheid en scherpe vragen. Succes vanavond.
12
3. Vaststellen Mediabeleid Dordrecht – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Safranti Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Walderveen Mevrouw Van Walderveen: Een voorbeeld. Nee, 078 is een glossy volgens mij. Die geven de glossy Dordrecht Maggezien uit. En een hyper local is een soort kleine, of klein, het kan ook wat grootser zijn, los van een andere mediatitel. Vaak gewoon een eenpitter. Iemand die een social media kanaal begint en daarop uitzendingen maakt, journalistieke content geeft. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Een korte vraag. Is dit ecosysteem te vergelijken met het ecosysteem, zoals het gebruikt is in het cultuurbeleid? En komt er nog een Dordtse invulling van dit ecosysteem, op een later moment? Mevrouw Van Walderveen: Er staat wel een lijstje in het mediabeleid wat de Dordtse partijen zijn, die horen bij deze onderdelen. Ik heb niet een plaatje van het ecosysteem voor Dordrecht.
Maar het ecosysteem is vooral een soort, hoe noem je dat, conceptueel model van, het gaat erom dat de organisaties elkaar versterken. Dat ze onderling contact hebben, samenwerken. En dan heb je een bloeiend ecosysteem. En vooral ook trouwens, dat is ook belangrijk als het gaat om media, zo pluriform mogelijk aanbod. In zekere zin is het vergelijkbaar met cultureel ecosysteem, want ook dan gaat het om een divers aanbod en het versterken onderling van elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gorter. Maar voordat ik naar mijnheer Gorter ga, voor de mensen thuis, maar ook voor de notulen, mijnheer Uysal van GroenLinks is ook aangeschoven. Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. De lokale krant is toch de regionale krant? Huisaan-huisblad is toch een lokale krant? Of bedoelt u wat anders?
13
Mevrouw Van Walderveen: Lokale kranten moet je meer denken aan bijvoorbeeld het AD, zoals dat vroeger was. En huis-aan-huisblad is echt een blad wat huis-aan-huis wordt verspreid, zoals de Dordt Centraal. Precies. Het is een quiz. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik heb even een vraag. Waarom het woord ecosysteem gebruikt moet worden? Ik heb helemaal geen associatie met media als ik het woord ecosysteem zie. Is daar niet iets anders voor? De voorzitter: Mevrouw Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: Ja, daar zijn ook andere vormen voor misschien. Maar dit vonden we wel passend voor dit. Maar je kan het ook netwerk noemen of aanbod of landschap is ook wel... Medialandschap. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Walderveen: Eigenlijk als het gaat om media, die hebben drie belangrijke functies, of kunnen die vervullen, informeren, controleren en agenderen en binden. En daarbij gaat het bij informeren vooral om het op de hoogte brengen van alles wat er speelt in een stad. Controleren en agenderen draait om vooral ook de gemeente of andere instanties controleren en ook kijken wat er speelt onder inwoners. En dat proberen onder de aandacht te brengen, misschien zelfs wel van de gemeente. En bij binden draait het om bijvoorbeeld dingen die echt belangrijk zijn in de stad ook meer te laten zien.
Ik heb daaronder gezet wat de functies zijn die de gemeenten daarbij kunnen vervullen. Die hebben we ook in de Medianota beschreven. De media en de gemeente hebben een relatie. Media horen natuurlijk onafhankelijk te zijn, maar het is in een gemeente ook logisch dat er verschillende relaties zijn tussen media en gemeente. En bijvoorbeeld de gemeente als afzender van informatie. Soms is de pers gewoon afhankelijk van persberichten of informatie die de gemeente deelt op verzoek van de media. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, in de samenvatting staat, de gemeente is een van de belangrijkste afzenders van informatie over lokale kwesties. Dat betekent in feite... Dat zegt natuurlijk iets. En hoe moet je dat zetten tegen dan de vrije media? Oftewel, is het een kwestie van olifant en de muis, of hoe moet ik het zien? De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: De gemeente als afzender van informatie, dan is het eigenlijk communicatiebeleid. En dit mediabeleid gaat eigenlijk vooral om wat de pers van de gemeente verwacht. Maar soms loopt dat een beetje over elkaar heen. Bij dat tweede punt van controleren en agenderen gaat het er ook om dat de pers natuurlijk een goed
14
tegenwicht moet bieden tegen de gemeente. En ook kritisch moet doorvragen op alle informatie die ze krijgen. Achter die feiten die de gemeente aandraagt misschien nog een keer achteraan gaat. Dan heb je echt een goed functionerende pers. De heer Oostenrijk: Dan aanvullend. Als je dat als gemeente wilt, dat de pers in de positie wordt gebracht om ook te kunnen controleren, daarvan lees ik in het beleid niet zoveel terug, laten we zeggen, helder te maken dat de buitenwereld jegens de gemeente dan ook in die positie kan komen. Mevrouw Van Walderveen: Volgens mij hebben we daar wel een paar acties op benoemd. Dan draait het bijvoorbeeld om het, hoe heet dat, actief verstrekken van informatie en ook niet terughoudend zijn in het verstrekken van informatie als gemeente. Dat is in ieder geval een punt wat echt benoemd is bij die actiepunten. En het hele mediabeleid is er wel op gericht om te beschrijven, wat kunnen we als gemeente doen om te zorgen dat we de media, die hier lokaal zijn, helpen in het voortbestaan? Bijvoorbeeld, er staan een aantal zaken in, zoals het geven van opdrachten om te zorgen dat die kunnen bestaan, of het zorgen voor goede financiering voor de lokale omroep voorlopig nog. Dat zijn zo wat dingen die er wel volgens mij benoemd staan. Maar of het genoeg is, dat is aan u. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Walderveen: En dan ten slotte nog het binden.
Ook de gemeente heeft belang bij participatie door inwoners en het gevoel dat mensen zich gerepresenteerd voelen. Het laten zien van de diversiteit van de inwoners door media en de geluiden van inwoners is ook een belang wat gemeenten hebben. Dan de huidige situatie. Dit is deels algemeen, deels omdat Dordrecht natuurlijk ook in veel opzichten landelijke trends kent. Het gebruik van alle media verschilt heel erg. Is ook heel divers voor doelgroepen. Jongeren kijken wat meer op online media. De oudere doelgroep maakt nog wel gebruik van radio. Dat soort zaken. Kranten worden door bepaalde leeftijdscategorieën weer meer gelezen dan door anderen. En afhankelijk van inkomen heb je ook soms meer moeite om bijvoorbeeld een krantenabonnement te nemen. Dat zijn de betaalmuren die ook een paar keer wel worden genoemd. Daar hangt ook het gebruik van verschillende mediakanalen wel van af. Digitale ontwikkeling is een belangrijke. Sinds 2004, daar stond nog heel voorzichtig van, het is wel interessant wat er allemaal met internet mogelijk wordt. Dat is inmiddels natuurlijk een van de hele belangrijke factoren in wat allemaal mogelijk is. Maar ook de ontwikkeling van de smartphone is echt een hele bijzondere trend. Sociale media heeft het medialandschap enorm veranderd.
Dat geeft ook wel, of tenminste niet dat alleen, maar er zijn wel ook zorgen over bijvoorbeeld de afname van het bereik en het aanbod. Niet iedereen leest alle kanalen. En sommige media hebben ook moeite om voldoende abonnees te krijgen of advertentie-inkomsten. En dat zet dan ook weer het voortbestaan onder druk. Lokaal en bestuurlijk nieuws en achtergronden, daar is, ook mede doordat ze financieel soms wat meer onder druk komen te staan, soms minder ruimte voor bij de journalistiek of de bestaande media om dat goed te kunnen volgen en hun controlerende functie uit te kunnen oefenen. En de continuïteit van vrijwilligersinitiatieven is wel een zorgpunt. Soms ontstaat er misschien wel zo'n hyper local, maar die kan ook weer stoppen. Een leuk vrijwilligersinitiatief is niet altijd bestendig. En het vinden van vrijwilligers voor een rol in media is soms lastig. Specifiek voor Dordrecht nog een paar uitdagingen die wel opvielen. Dat hier online
15
aanbod minder groot is dan in sommige andere steden De relatie van de gemeente en media gaat soms... De heer De Heer: Voorzitter, heel kort een vraag daarover, over dat... De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Dank u wel, voorzitter. Over dat online aanbod. Ik was even benieuwd, wat voor online aanbod hebben andere gemeentes dan waarvan u zegt, dat missen wij hier of dat zouden we hier ook wel moeten hebben? Mevrouw Van Walderveen: Hyper locals komt hier amper voor. Dat viel Maaike erg op. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Utrecht, daar heb je ook... Even kijken, dat heet DUIC, D U I C. Dat is echt een hele interessante website, wat eigenlijk gewoon als een hyper local is ontstaan en een heel belangrijke bron van informatie is voor heel veel inwoners. Dat soort bijzondere initiatieven hebben we niet. En gewoon algemeen niet heel actief. En waar dat aan ligt, dat is een beetje lastig verklaren. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We hebben natuurlijk ook Dordrecht.net. En dat staat niet in het mediabeleid, of althans dat is niet opgenomen. Mevrouw Van Walderveen: Dat klopt. Die waren we vergeten om te noemen, maar die is wel meegenomen. Los van dat we hem niet hadden genoemd, is er toch nog, naast dat wat we dan wel hebben als Dordrecht.net, minder dan in sommige andere gemeenten. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Mevrouw Schnabel nog een keer. Sorry hoor, mijn microfoon werkt dan niet. Mevrouw Schnabel: Dank, nog een keer. En Dordrecht.net wordt ook echt toegevoegd effectief aan het mediabeleid zelf? Mevrouw Van Walderveen: Dat kan als de raad dat wil. Was een beetje ingewikkelde kwestie, geloof ik. Ik heb dat nagevraagd. Formeel moet nog met een amendement misschien. Maar misschien kan het ook wel gewoon toegevoegd. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Mevrouw Van Walderveen: Het is eigenlijk maar een klein dingetje. De heer Oostenrijk: Voorzitter, telkens wordt het woord beleid genoemd, terwijl het gaat eigenlijk om een beschrijving van wat er gaande is of wat er wenselijk is. Kunt u nog nader uitleggen waarom we het hier over beleid hebben? En niet anders dan het beschrijven. Heel veel van die nota, want u heeft ook een keer het woord nota genoemd, daar kan ik me goed in vinden. Maar het woord beleid veronderstelt iets. De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen.
16
Mevrouw Van Walderveen: Het beleid bestaat voor een deel uit beschrijving. En ik ben nu inderdaad nog in de analyserende fase van de presentatie. Maar ik kom zo meteen nog om de hoofdstukken waar echt de doelstellingen staan wat u misschien meer verwacht als het beleid. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even over Dordrecht.net. U zegt, die zijn we vergeten, maar die is wel meegenomen in beleid. Dat hoorde ik u zeggen. Maar u zegt, misschien kunnen we hem dan ook nog, dat zei u in een bijzin erbij, in een amendement. Wordt hij meegenomen of niet. Mevrouw Van Walderveen: Ik hoorde net dat dat ook nog in de vorm van een toezegging kan, maar het is gewoon een formeel dingetje misschien. De voorzitter: Het is eigenlijk een technische sessie. Ik zie de wethouder. Wethouder. De heer Van der Linden: Het lijkt mij logisch dat als je over de media in Dordrecht nadenkt, en dat langer dan tien seconden doet, dan weet je dat Dordrecht.net er ook bij hoort. En dat zien we ook als een heel goede vorm van... Het is een soort hyper local eigenlijk. Uiteraard hoort die erbij. Laten we gewoon afspreken dat we die daarin opnemen. Hoeven we ook geen amendement op te nemen of zo. Hij hoort er gewoon bij. En ik vind dat logisch dat we die daarin meenemen.
Het kan natuurlijk zijn dat over twee maanden, acht maanden of twee jaar er weer een nieuwe partij opstaat die ook een krant maakt of een hyper local of een noem het maar op. Dan gaan we die ook op de lijst zetten om te betrekken bij onze informatie, enzovoorts. Wat mij betreft, tenzij ik andere geluiden hoor, en volgens mij vertegenwoordigt u vrijwel heel de raad, beschouwen we Dordrecht.net vanaf nu als deelnemend aan alle mediapartijen. Op het lijstje horend van alle mediapartijen waar we het over hebben. De voorzitter: Wethouder, dank u wel voor uw toelichting. Gaat u verder hoor. Mevrouw Van Walderveen: Ik vergat nog een dingetje wat bij het online aanbod in Dordrecht ook wel wat anders was. De media gaven ook wel aan dat ze het nog wat lastig vinden, of sommige media in ieder geval, om echt online te innoveren. Dat vonden we de moeite waard om dat daar nog wel even te benoemen en te kijken, wat kunnen de media nog? Daar bij de eerstvolgende mediamiddag was daar in ieder geval al behoefte aan om eens over door te praten van, wat zouden we nog meer kunnen betekenen? De voorzitter: Nog een vraag van mijnheer Gorter. De heer Gorter: We hebben dat in een andere commissie ook al eerder naar voren gebracht. Ik mis hier in de digitale media de billboards, zoals ze dat onder andere in Zwijndrecht en heel veel andere gemeentes gebruiken, scherminformatie.
De wethouder heeft een aantal commissies geleden aangegeven dat die er in Dordrecht zouden komen, maar die komen niet in dit media-aanbod naar voren.
17
Mevrouw Van Walderveen: Dat is wel een kanaal, maar het is niet een, hoe noem je dat, medium zelf. Daarom staat hij niet in de Medianota. De heer Gorter: Voorzitter, dat is het wel. Partijen als Bereik geven gewoon informatie over de gemeente, maar ook nieuws. Wij hebben die borden in Dordrecht niet. Ik heb begrepen van de wethouder dat ze er zouden komen. Maar dat zijn wel tegenwoordig hele belangrijke punten waar informatie vandaan wordt gehaald. En narrow casting, vanuit gemeentelijk oogpunt, bibliotheek en dat soort organisaties worden heel veel informatieoverdracht en nieuws aangeboden. De voorzitter: Fijn dat u dat allemaal meegeeft, maar nogmaals, we hebben hier te maken met een technische sessie. Probeer alsjeblieft de vergadering ook die richting op te sturen. De heer Gorter: Voorzitter, dat doe ik ook, want Dordrecht.net staat ook niet in het document, wordt nu ook aangekaart. En ik geef alleen maar aan dat er een aantal elementen missen. De voorzitter: Duidelijk. Wordt genoteerd. Gaat u verder. Mevrouw Van Walderveen: Even kijken. Nog de andere punten die voor Dordrecht werden geconstateerd waren, even kijken, de samenwerking tussen de partijen zou beter kunnen. De controlerende functie is wat beperkt. Dat zou nog versterking behoeven. En grotere projecten geven media ook wel van aan, dat kost ons moeite om dat voor elkaar te krijgen.
Ze hebben daar zelf niet de middelen voor. En het aanvragen van fondsen kost soms wel tijd. Maar ze zijn er op zich wel en ze kunnen er gebruik van maken. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Even voor mijn beeldvorming, wat zijn dat dan, die grote projecten? Mevrouw Van Walderveen: Dan moet u denken echt meer onderzoeksjournalistiek. Ergens tot de bodem gaan om iets uit te zoeken waarvan de media het gevoel heeft van, hier zit meer achter. Echte onderzoeksjournalistieke projecten. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ik zat ook even te kijken of mijn vraag hier misschien aan bod komt. Maar ik had het over de controlerende, of bij de volgende sheet dan, functie van de lokale media, de waakhondfunctie. Dat is een van de belangrijkste functies van de lokale media. En in het raadsvoorstel lees ik wel iets over dat de constatering is dat daar wel zorgen over zijn, over de controlerende functie van de media in Dordrecht. En dat er bijvoorbeeld amper journalisten aanwezig zijn tijdens raadsvergaderingen. Mijn vraag is, in hoeverre dit mediabeleid voorziet in dat probleem? In hoeverre versterkt dit mediabeleid de waakhondfunctie van de lokale media?
18
Mevrouw Van Walderveen: Volgens mij zijn de verschillende... Is een beetje hetzelfde antwoord als wat ik net gaf, volgens mij. In die actiepunten die er worden genoemd, en misschien komt dan zo meteen op die doelstellingen ook, daar staan al een aantal zaken die worden voorgesteld in het mediabeleid om die media in het algemeen te versterken. En dat kan ook ten goede komen aan die controlerende functie. De voorzitter: Is het misschien handig dat we toch een beetje... Want dan komen er toch wel vragen achter elkaar. Dan kan mevrouw ook het verhaal natuurlijk niet gaan doen. Mevrouw Van Walderveen, gaat u alstublieft verder. Mevrouw Van Walderveen: Dan hier de lokale doelstellingen die horen bij de problemen die zijn geconstateerd of de zorgpunten. En gewoon, wat willen we eigenlijk als gemeente bevorderen, stimuleren? Het behouden en versterken van een pluriform landschap. Dat hangt samen ook, hoe heet dat, met het ecosysteem. Maar gewoon los daarvan een breed aanbod houden van verschillende vormen van media. Het open tegemoet treden, zodat onafhankelijke journalistiek zijn werk kan doen. Het bundelen en delen van sectorkennis.
Hoe heet dat? In beeld brengen, samen met de media of de media zelf van, wat zijn de kenmerken? Wat is hun bereik? Zodat ze op die manier ook beter richting bijvoorbeeld de gemeente kunnen laten zien wat zij zouden kunnen doen of welk kanaal er het beste ingezet zou kunnen worden voor communicatiedoeleinden. Optimaliseren van de inzet van lokale media. Moet ik zelf ook even spieken wat we daar ook alweer mee hadden bedacht. Ik weet hem echt niet. Wat hadden we daar ook alweer? De voorzitter: Misschien uw collega? Zo niet, gaan we gewoon verder hoor. Mevrouw Van Walderveen: Het stond in de nota, in ieder geval. Het samenbrengen van partijen. En daar hebben we voor al die lokale doelstellingen ook actiepunten in de nota opgenomen om dat te verbeteren. En dan hebben we als laatste nog de streekomroep in een apart hoofdstuk even gezet, want dat is wel, het is maar een van de aspecten van het hele medialandschap. Maar er zijn natuurlijk heel veel vragen over. En daar hebben we een aantal uitgangspunten, die door de portefeuillehouders van de verschillende gemeenten samen zijn bedacht. Nog een keer aan de raad voorgesteld.
En het idee was dat alle gemeenten dit de komende jaren of het komende jaar, dit jaar en volgend jaar ook lokaal nog gaan vaststellen, zodat we dit als gemeenten ook gezamenlijk uitstralen richting de streekomroep van, we vinden het belangrijk dat hieraan wordt gewerkt. De voorzitter: Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Over behoud van de lokale identiteit. Nummer twee was dat. Een hele concrete vraag. Wat wordt verstaan onder de lokale identiteit? Want uiteindelijk is het zo dat bij de streekomroep verschillende gemeenten daar onder worden gebracht. En iedere gemeente heeft dan wel denk ik een lokale identiteit, maar dat verschilt ook binnen de gemeenten zelf, neem ik aan, wat dan de lokale identiteit is. Maar wat verstaan wij daaronder, in dit beleid? Mevrouw Van Walderveen: We hebben niet beschreven wat de lokale identiteit van Dordrecht is, maar u moet wel denken aan bijvoorbeeld het laten zien van lokale
19
evenementen. Dat die voldoende aandacht krijgen. En dat je in de nieuwe streekomroep herkent dat het ook de omroep is voor Dordrecht. Maar hoe dat precies invulling gaat krijgen, dat is ook aan de streekomroep zelf. En dat is in ieder geval een van de punten die is genoemd. Dat zouden vormen kunnen zijn. De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag, mijnheer Uysal? De heer Uysal: Een andere vraag over nummer vier, optimaal bereik van de doelgroepen. Dan is het ook eigenlijk weer de vraag van, welke doelgroepen? Maar zijn deze doelgroepen dan ook in zicht? Weten we over welke doelgroepen we het hier hebben?
Mevrouw Van Walderveen: Nee, er zijn geen aparte doelgroepen benoemd, maar het gaat erom dat zoveel mogelijk mensen worden bereikt. En het kan wel zijn dat je als gemeente... De algemene doelstelling ook die in de Mediawet wel zal komen, is dat de streekomroep, want de Mediawet beschrijft ook wat een streekomroep uiteindelijk moet gaan doen, gewoon zoveel mogelijk inwoners bereikt. Maar het kan zijn dat je voor een specifieke gemeente zoiets hebt van, maar in onze gemeente hebben we een bepaalde doelgroep waar we echt willen dat er nog extra aandacht aan wordt besteed. We hebben geen voorbeelden hier genoemd, maar het zou kunnen dat de gemeenteraad hier zegt, binnen de basisfinanciering die de streekomroep straks heeft, is er nog steeds geen speciale uitzending voor ik weet niet welke groep. En we vinden het toch belangrijk dat daar ook iets voor komt. Dan zou je dat nog extra aandacht en geld misschien kunnen geven en een opdracht aan de lokale omroep. De voorzitter: Dank u wel. U was volgens mij ook klaar met uw presentatie. Mevrouw Van Walderveen: Ik schuif hem spontaan door naar de vragen. De voorzitter: Ik kijk even rond. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik wil toch nog een keer beginnen over die mediamiddag, want het is een van de weinige actiepunten eigenlijk die ik hier zie dat ik denk, dit is wat we gaan doen.
En dan zie ik hem eigenlijk op die, wat willen we? Bundelen en delen van de sectorkennis, maar ook samenbrengen van de partijen. En onder die nummer vijf staat die dan ook als actie genoemd. Ik vind het dan wel heel erg jammer eigenlijk dat er na één mediamiddag wordt geconcludeerd, er is geen behoefte aan. We gaan direct naar tweejaarlijks. Terwijl ik u volgens mij net al een onderwerp hoorde noemen wat in elk geval wel een mooi plekje zou kunnen krijgen op die mediamiddag. Ik zou graag toch een soort van op willen roepen om het nog eens een keer te bekijken of er echt... Dat je als het ware eerder een mediamiddag organiseert. En dat je dan misschien na twee keer concludeert, er komen steeds minder mensen. Dan dat je nu na één keer zegt, we gaan direct van tweemaandelijks naar tweejaarlijks. Ik vind dat echt zo'n groot contrast. Ik mis misschien een beetje de vraag. Maar ik wil hem meer even toch meegeven. Want in potentie lijkt het me juist een hele belangrijke, volgens mij.
20
De voorzitter: Dank u wel. Punt is duidelijk. Heeft u daar nog een antwoord op anders? U neemt hem mee. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ik heb eigenlijk, in aanvulling op wat de heer Uysal aangaf, over de doelgroepen... Want ik kan me voorstellen dat met het ecosysteem natuurlijk verschillende media worden benoemd, maar dat het daarin ook wezenlijk onderdeel is om doelgroepen te benoemen, zodat je weet voor wie je het doet en hoe dat hele landschap in elkaar zit. Maar die doelgroepen worden niet benoemd. En er wordt eigenlijk gericht, als ik het goed begrijp, op een heel breed aanbod. Hoe kan dat versterkend werken? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: Het is bedoeld als je het zou beschrijven bij het mediaecosysteem of tenminste bij alle media van wat de doelgroep... Tenminste wat we wel proberen te doen nu ook met de media is, welke doelgroepen bereik je? In welke mate? Of tenminste, wat is jullie bereik? Op die manier proberen we het wel in beeld te brengen wat de media nu als doelgroepen hebben. En dan krijg je ook meer een beeld van, wie worden er mogelijk niet bereikt? We hebben daar nog niet... Dat staat nog aan het begin. Bedoel je dat of nog iets anders? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank. We hebben eigenlijk wel doelgroepen, alleen is dat nog in ontwikkeling? De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen.
Mevrouw Van Walderveen: We hebben allerlei doelgroepen in de stad natuurlijk. Maar we hebben niet hiervoor speciale doelgroepen benoemd. Er worden ook in de Medianota wel gegevens gepresenteerd over, in hoeverre ouderen of mensen met een laag inkomen bereikt worden of jongeren. Die doelgroepen worden wel benoemd. Maar er zijn geen specifieke doelstellingen per doelgroep, behalve het... De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Toch nog even terugkomend op dat punt, omdat inderdaad een van de uitdagingen duidelijk wordt omschreven. Samenwerking is een uitdaging. Een van de doelstellingen is dan vervolgens samenbrengen van partijen. En dan zijn er twee acties. Eén, de tweemaandelijkse mediamiddag. Die lijkt te zijn gesneuveld voor nu, of in ieder geval veel minder vaak plaats te vinden. En de tweede actie waar ik dan nieuwsgierig naar ben, want het kan mogelijk toch een kans zijn om daar dan dat samenbrengen te faciliteren, is het uitwerken van de mogelijkheden van een mediaplek in het Dordthuis. Zou daar nog iets over kunnen worden toegelicht? De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: Een van de onderdelen van het nieuwe Dordthuis zou een plek zijn waar ook media terecht kunnen. En ik weet nog niet helemaal de laatste stand
21
van zaken, maar het idee is wel dat het ook een ontmoetingsplek kan zijn voor de lokale media. Er komen werkplekken sowieso, maar ook specifiek is daar dan voor media juist de plek om elkaar te ontmoeten en misschien wel de politiek te ontmoeten. Dat is onderdeel van het concept en van het plan. De voorzitter: Mijnheer De Heer nog een keer. De heer De Heer: Voorzitter, mogelijk is er niet meer info hoor. Maar het is voor mij nog erg vaag hoe dat eruitziet. Ik hoor een paar werkplekken en ontmoeten. Is dat dan het koffieapparaat of hoe moet ik dat zien? Mevrouw Van Walderveen: Ik ken nog niet precies de allerlaatste plannen van het Dordthuis. Hoe dat precies is ingetekend, weet ik niet. Maar er komen in ieder geval meerdere werkplekken en ook de mogelijkheid voor organisaties in de stad om elkaar te ontmoeten en af te spreken. Volgens mij is dat de manier. Maar hoe het precies ingevuld wordt, volgens mij hoort het bij het onderdeel van de bibliotheek. Zoiets heb ik begrepen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag eerst mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, in het raadsvoorstel dan komen we op een gegeven moment bij het kopje, en wat is het vervolg op het raadsbesluit? En dan wordt er verwezen naar genoemde acties. Zijn dat de acties die onder 3.5 vermeld staan? En dat zijn er verschillende. Onder het kopje behouden en versterken pluriform landschap.
Vervolgens onder bundelen en delen sectorkennis. En dan tot slot, samenbrengen partijen. Daar staan actiepunten onder. Worden die onder dat raadsbesluit begrepen? De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: Ja, dat klopt. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: En die actiepunten moeten we dan maar vertalen als beleidsdoelstelling? Mevrouw Van Walderveen: Nee, de doelstellingen zijn de hoofdkopjes. En daaronder staat per kopje een actie. Dat zijn de acties die je gaat doen om de doelstelling te bereiken. De voorzitter: Volgens mij zag ik mijnheer Uysal nog. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ook om weer terug te gaan samenbrengen van partijen. Nou lees ik dat het idee is dat de lokale media, of de partijen zelf verantwoordelijk zijn voor die samenwerking. En dan lees ik in een zin dat ze projecten en opdrachten naar elkaar doorverwijzen, maar ook talenten door te laten stromen en gezamenlijk projecten op te pakken. We hebben destijds RTV ondergebracht op het Leerpark. Dat was met een reden. Ook met name onder andere studenten van het Da Vinci College op te leiden en
22
eventueel door te laten stromen voor het mediagebeuren. Hoe zit dat daarmee? En wat is de rol van dat project nog in dit mediabeleid? De voorzitter: Mevrouw Van Walderveen. Mevrouw Van Walderveen: RTV Dordrecht zit niet meer op die locatie. Die combinatie was inderdaad een heel mooi voorbeeld geweest van hoe het zou kunnen, maar dat bleek niet goed te werken. Het is nog wel steeds zo dat er stagiaires zijn bij RTV Dordrecht bijvoorbeeld en dat er ook talenten van RTV Dordrecht weer kunnen doorstromen naar bijvoorbeeld RTV Rijnmond. Dat soort talentontwikkeling moet u ook aan denken. Mensen die als journalist hier lokaal beginnen en vervolgens nog weer doorstromen. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik wil nog graag een vervolgvraag stellen over dat Dordthuis. Want begrijp ik het goed dat daar... Want hier wordt gesproken over een mediaplek. Dat klinkt als vrij specifiek, dat echt die plek bedoeld is voor media om samen te komen. Maar zojuist in het antwoord van mevrouw Van Walderveen leek het meer te gaan over dat er in zijn algemeenheid ruimte is voor de hele stad, zou ik haast zeggen, om samen te komen.