CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2024.10.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 5 november 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 15 oktober 2024 en de Dordtse Dinsdag van 8 oktober 2024 Vergaderzalen 1, 3, 535.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik beantwoord hem. We gaan straks verder in een proces. En alles wat zij besluiten of vergunningen die ze aanvragen, dat zijn de middelen waarop wij weer kunnen laten weten wat we van iets vinden. En dat zal ook in overleg met u als raad gaan van, welke stappen blijven wij ondernemen om duidelijk te maken dat wij hier iets van vinden? En dat wij zaken anders zouden willen. Dat zijn de momenten om het daarover te hebben. En op die onteigening kom ik zo nog even terug, want daar was ook een andere vraag over gesteld. Wat ik eigenlijk probeer op te vangen is, hoe kunnen we de gevoelens en het tegen, wat ik hier vanavond hoor, doorgeven van Rijkswaterstaat? En ik denk ook dat we gewoon meerdere paden moeten bewandelen. Nogmaals, ik zou het echt het mooiste vinden dat wij als Dordrecht een zienswijze doen. En als u zegt van, gooi daar die emotie nog in, dan is dat wat vanavond bespreekbaar is en wat u volgende week in de raad, als die doorgaat, ook daar ter berde kan brengen met een amendement

60

van, kom met een hele paragraaf waarin onze zorgen... Want dit is meer technisch geweest. Maar als u zegt, dat moet toegevoegd worden, dan is dat zo'n amendement wat wij mee kunnen nemen. Ik denk dan wel dat het een heel sterk signaal is als wij unaniem een zienswijze kunnen indienen tegen Rijkswaterstaat, tegen dat projectbesluit, waarbij we zeggen van, dit laten wij ons juist niet overkomen. En waar wij ook aangeven dat het na de zienswijze, wat ons betreft, niet ophoudt. Dat we heel kritisch blijven en elke keer ons tegengeluid zullen laten horen. En er zijn meerdere wegen die we kunnen gaan wandelen. We kunnen de minister een brief namens u laten ontvangen. Ook zo één waarvan u kunt zeggen... U zelf de media opzoeken. U kunt zelf ook denken van, hoe kunnen we dit signaal gaan afgeven vanuit Dordrecht? En laten we dan alles wat we hebben zo goed mogelijk inzetten. En dan zeg ik, maar de zienswijze is de beïnvloeding van het plan, van het besluit. En het tegengeluid, maak daar dan stevig gebruik van al die andere middelen die we hebben, bezwaren die nog gaan komen, ook nu al, openbaarheid, een brief aan een minister. Dan zou ik meegeven van, pak dat arsenaal beet. Mevrouw Jager: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Kan dat nu al of moeten we wachten op dat projectbesluit? Mevrouw De Jonge: In principe kunt u nu al een brief aan de minister schrijven.

Want met de vorige minister hebben we ook duidelijk al gesprekken gehad over... Mevrouw Jager: Maar de media bijvoorbeeld. Mevrouw De Jonge: Weet u zeker dat u het van plan bent? Dat staat nu al vrij. En zodra het projectbesluit er ligt, dan gaan ook al dit soort officiële dingen als zienswijze, bezwaren en... U kunt nu al... Mevrouw Jager: Maar als je zegt van, we bellen morgen Hart van Nederland, dan kan dat? Mevrouw De Jonge: Dan kunt u dat al doen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Voorzitter. Voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik had nog even een vraag aan de wethouder. Is het college ook bereid om in beroep te gaan tegen de onteigening? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, zoals ik al zei, we zijn nog helemaal niet toe aan onteigening. We zitten nog in een fase dat we in gesprek zijn. En zoals we ook in de brieven hebben aangegeven, ons is het wat meer waard om er minnelijk uit te komen als we het hebben over de gronden. Omdat anders zijn we overgeleverd aan taxaties en

61

weten we niet of we er goed uit zullen komen ten opzichte van het nu minnelijk kunnen overnemen van gronden, die wij weer voor onze ondernemer met de koeien willen beschikbaar stellen. En onze inschatting is nu, laten we het aankomen op onteigening, dat we minder dienstbaar kunnen zijn aan de ondernemers en ook aan ons als gemeente om het zover te laten komen? Maar mochten we eenmaal in dit soort formele procedures terechtkomen, zullen ook altijd met jullie in overleg gaan, met u als raad van, wat is de volgende stap die we gaan nemen? En dan horen daar ook bezwaren bij en al het arsenaal wat we hebben. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, is misschien een gewetensvraag hoor. Ik zeg helemaal niet dat het college er niks aan gedaan heeft, want we hebben inderdaad tweeëneenhalf jaar natuurlijk dat traject gelopen met ambtenarij, de griffie, wijzelf. Daar zijn we zelf ook bij geweest. En de mensen op de publieke tribune natuurlijk die het aangaat. Maar heeft u daar vertrouwen in als wij dat zouden doen? Als wij een amendement in zouden dienen, want u geeft het eigenlijk zelf al een beetje aan dat er een A4’tje bij komt, heeft u dan vertrouwen in Rijkswaterstaat dat ze daaraan tegemoet gaan komen? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, Rijkswaterstaat is duidelijk, dit gaat plaatsvinden.

En we proberen zoveel mogelijk nog te sturen en regie te houden op wat er gaat gebeuren door deze zienswijze, onze punten mee te geven die we allemaal besproken hebben. En zeker ook nog, waar u het al een paar keer over gehad heeft, onze zorgen omtrent de PFAS. En daar hebben we ook eigenlijk in de zienswijze stevig op ingezet. We willen gewoon dat die monitoring er komt. En we willen ook kunnen zeggen, als het ongunstig uitkomt, een argument om dit proces stil te laten zetten. Zij zullen echt wel kennisnemen van deze zienswijze, maar ze weten denk ik al heel lang hoe boos wij zijn en hoe boos u ook bent en dat u dit eigenlijk helemaal niet wil. Dat kan ik denk ik wel bevestigen. Ze hebben echt wel door wat de vlag is die hier in het Stadskantoor hangt en op het stadhuis hangt. Dat die niet in het voordeel is van, ze staan op de banken te juichen dat dit gaat gebeuren. In die zin moet je er uiting aan geven. Dat kunnen we in die zienswijze doen. De zienswijze is ook weer openbaar. En nogmaals, er kunnen ook andere middelen gekozen worden om ons ongenoegen naar buiten te brengen. Ik zou zeggen, kies alle middelen die er zijn. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Het lijkt mij goed om op een of andere manier onze opmerkingen en kritiek op de gang van zaken duidelijk te maken.

Maar ik zou wel behoefte hebben om daarin onderscheid te maken tussen het commentaar op het proces en de wijze waarop er overlegd is aan de ene kant en de uiteindelijke uitkomst aan de andere kant. Ik bedoel, ik heb eerder gezegd, wij zijn er absoluut niet van overtuigd dat dit een slechte oplossing is die er uiteindelijk uitkomt. Daar zouden wij ook niet in meegaan om te zeggen van, dit willen wij niet wat er met die polder gebeurt. Maar waar we wel in meegaan, is de uitspraak van, dit proces is niet op de goede manier verlopen. En dat is niet constructief.

62

Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik hoorde ook geen vraag. Ik heb eigenlijk een vraag aan de commissie. Mag dat ook? De voorzitter: Van mij wel. Mevrouw Stolk: Ik hoor de wethouder echt zeggen van, gebruik alle middelen, gebruik alle media, gebruik eigenlijk van alles met elkaar om iets op te zoeken. Wij vanuit de VSP zijn bereid om een brief naar de minister te sturen. En ik nodig daarbij alle partijen uit om dat in alle gezamenlijkheid te doen. En degene die reuring wil maken in de media, doe dat alsjeblieft. Er zitten partijen als de SP, die dat best goed kunnen op hun manier. En ik kan me nog herinneren dat mijnheer Kuhlmann het over de hertjes heeft gedaan in ons park. Laten wij ons verenigen. En laten we kijken of we een brief op kunnen stellen met elkaar richting het ministerie. De voorzitter: Dat is een vraag aan de commissie. De wethouder gaat nog even verder. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. Volgens mij is dit even een mooie afronding voor het deel rondom het proces. Nog even richting de heer Van der Meer van GroenLinks. De zienswijze kan opgebouwd worden in een stuk proces en een stuk inhoud. Hij was nu op de inhoud gericht, omdat we als college menen daar een zienswijze op in te dienen. Maar als u besluit van, we stoppen er ook een stuk over het proces in, dan nemen wij dat mee in een zienswijze.

Er zijn ook nog een paar inhoudelijke vragen gesteld. Beter voor Dordt vraagt aandacht voor inclusieve paden, toegankelijkheid. We hebben het in de zienswijze ook opgenomen. Ook wij als college vinden het belangrijk dat iedereen gebruik kan maken van dat gebied. En om gelijk door te pakken naar een andere vraag die gesteld is, het moet niet meer en drukker gaan worden. Maar we hebben altijd gezegd van, we willen dat dezelfde recreatie terugkomt in dit gebied, zodat we in ieder geval op die aspecten het gebied intact laten, zoals het was. En daar hebben we ons best voor gedaan, om er gewoon een goede en een gelijkwaardige recreatie voor terug te krijgen. En dat zie je onder andere in de fiets- en de wandelpaden, ook in het kanoën. We hebben het al. We willen het terug laten komen. We hebben steigers erbij gekregen. Dat zijn geen vissteigers. Dat zijn en de steigers voor ons eigen Biesboschcentrum, om educatieve programma's te kunnen draaien met de scholen die langskomen of met bezoekers die langskomen. Dat hebben we ook gedaan om het Biesboschcentrum in die zin te compenseren voor andere paden die vervielen. Even kijken wat ik nog heb genoteerd. Een deel van de polder blijft wel in de huidige vorm. We behouden een klein deel wel, zoals hij nu is. Dat is een kleine troost, zeg ik altijd maar. Mevrouw van de VVD, u gaf ook aan stikstof.

Daar hebben we het ook al met Rijkswaterstaat over gehad. Hun pakkie an. Ze zullen aan alle eisen moeten voldoen. Ook dat zullen we weer kritisch volgen. En u gaf ook even mee het idee van, de bezinkplas. In de technische beantwoording hebben we daar ook al een beetje op gewezen, dat wij ook echt willen inzetten om met natuurlijke oplossingen te gaan kijken van, kunnen we daar wat meer mee? Dat nemen we ook in die zin in de zienswijze op, dat we samen met hen ook wel gaan kijken. Volgens mij is het uw buurman, de heer

63

Kuhlmann, geweest die ook al een keer vragen heeft gesteld over, wat kunnen we meer met planten om PFAS uit de gronden te trekken? Dat willen we natuurlijk heel graag met Rijkswaterstaat ook gaan afspreken, dat zij dat gaan inzetten in dat gebied. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: De wethouder zegt iets over dat het de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat is wat er met stikstof enzovoort gebeurt. Als ik het goed begrijp, moeten ze daar gewoon een omgevingsvergunning voor aanvragen, voor de aanleg, bij de provincie. Dat klopt toch? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat is een vrij technische vraag, om eerlijk te zijn. Maar zij moeten in ieder geval met een berekening aantonen dat die werkzaamheden binnen de beschikbare stikstofruimte van ons gebied mogelijk is. En of dat met een ontheffing is of een vergunning, dat laat ik even in het midden. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ik zie in de toelichting toch echt staan, daarnaast worden in de natte zone diverse recreatiemogelijkheden gerealiseerd, zoals vissteigers en laarzenpaden. Het zijn toch wel degelijk vissteigers. Hoe kan de wethouder dat ontkennen? Mevrouw De Jonge: Nogmaals, onze insteek is geweest om steigers te krijgen voor het Biesboschcentrum. Ik weet niet precies hoe de tekst zo terecht is gekomen.

Weet je, we gaan er ook geen camera ophangen om te kijken of er niet gevist wordt. Dat kunnen we ook niet voorkomen. Daar moet ik ook gewoon eerlijk in zijn. Maar de steigers zijn onderhandeld vanuit de gedachte om de educatie vanuit het Biesboschcentrum voort te kunnen zetten, in een omvang die wij heel graag willen. De heer Groenewege: Voorzitter, als ik daarop mag reageren? Dat is heel fijn. De voorzitter: U mag een vraag stellen. De heer Groenewege: Zeker. Dat is heel fijn. Dan een vraag over het kanoën. De wethouder leek te suggereren alsof dat nu al mogelijk was door deze polder. Dat is toch niet het geval? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik heb gezegd dat we gekeken hebben naar het hele gebied van, wat houden we over aan recreatiemogelijkheden, fietsen, wandelen, kanoën en educatiemogelijkheden. We hebben het grotere gebied. U weet dat we bezig zijn met de Staart. En ook daar hebben we het met Rijkswaterstaat erover gehad dat we gezegd hebben van, kan het niet terugkomen in het gebied, dan willen we kijken of het daarbuiten kan. We hebben ook wel met ze over gehad van, kijk wel, als je aan het ontwikkelen ben, wat er eventueel wel aan kano mogelijkheden kan zijn. Want dat is wel een wens die er is geweest.

64

De heer Groenewege: En ik ben benieuwd wat het college ervan vindt als die kano bezigheden de nieuwe natuur zouden verstoren. Zou het college daar dan bezwaar tegen hebben? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik weet niet of dat een vraag voor vanavond is. Volgens mij zijn we zienswijzen tegen een projectbesluit aan het formuleren met elkaar. En gaat Rijkswaterstaat een bepaald gebied ontwikkelen met natuurwaarden. En zullen wij dat op zijn merites beoordelen over wat daar kan en niet kan. De heer Groenewege: Voorzitter, de laatste keer. Het college vraagt om de getijdenatuur begaanbaar te maken per kano. Dat staat er gewoon. Het begaanbaar maken van de getijdenatuur per kano. Daar staat niets in over een voorwaarde, waarbij dit de natuur niet verstoort. Vindt het college dat dan niet belangrijk? Mevrouw De Jonge: We hebben het inderdaad niet op deze manier in de zienswijze geformuleerd. En het staat u vrij om amendementen in te dienen als u zegt, ik wil dat preciezer gaan formuleren. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder. Mevrouw De Jonge: Dank u. Even kijken. Volgens mij is er niet zo heel veel meer. De vraag werd gesteld, de toegankelijkheid Zuileshoeve. Uiteraard, die willen wij natuurlijk heel graag heel goed bereikbaar houden, want het is een mooi gebied waar ze in zitten. Even kijken of ik dan nog verder inhoudelijke vragen had. De heer De Feijter: Voorzitter.

De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dat wordt specifiek nog eraan toegevoegd, of even naar gekeken of dat dat nu voldoende geborgd is? Mevrouw De Jonge: We zullen het even checken hoe de tekst in de zienswijze staat. We nemen hem in ieder geval mee. Dan als het niet duidelijk genoeg is, dat het behoud ook betekent dat het daarna gewoon goed toegankelijk is. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag nog een nieuwe vraag stellen aan de wethouder. Want ik zit er eventjes over na te denken. Ik hoor twee partijen heel expliciet zeggen dat ze deze plannen best wel zouden willen steunen. Er bestaat ook een kans dat er meerderheid in de raad is die zegt, we vinden deze plannen eigenlijk helemaal niets. Dat hoor ik ook veel, dat geluid. En ik ben een beetje getriggerd door de opmerking, je kan als raad alle middelen inzetten. Is er ook een middel dat wij als raad kunnen zeggen, wij willen echt dat we ons gaan verzetten en dat we het laten aankomen op die grondonteigening en dat wij daar bezwaar tegen maken? Want zij moeten dit voor een bepaalde tijd uitvoeren. Kunnen wij het als raad op die manier dusdanig lang rekken dat zij op een gegeven moment wel de keuze moeten maken, we stoppen hiermee?

65

Mevrouw De Jonge: Voorzitter, er zijn gewoon wettelijke termijnen voor alle formele zaken. En daar houden zij ook rekening mee in hun planning, dat er bezwaren zullen komen en dat dat ook weer een termijn geeft. Dat zal er niet toe gaan leiden dat zij het niet gaan doen. Helaas is dat de niet leuke mededeling van het antwoord. Zij begrijpen ook wel dat er allerlei middelen aangegrepen zullen gaan worden. En daar is een tijdspad op gericht, dat het zodanig gaat verlopen dat het voor 2027 is gerealiseerd. En dat is wel de werkelijkheid waar we mee te dealen hebben. Het gaat gewoon door. Voorzitter, volgens mij heb ik ook alle vragen gehad. De heer Gorter: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Gorter. De heer Gorter: U heeft nog niet antwoord gegeven op de vraag, indien de doorspoeling een te groot negatief effect heeft op de zwemplas, wat dan? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik schakel even heel snel. Het doorspoelen van de zwemplas is onze eigen maatregel geweest als gemeente. Dat deden we ervoor niet. En ik hoop ook echt dat we een situatie krijgen waar het niet meer nodig is. Want dat betekent dat de oorzaak is gevonden en dat dat is gesaneerd. Het is nu echt een tussenoplossing om de zwemplas zwembaar te houden.

Zodra dat opgelost is, gaan in principe de schotten weer helemaal dicht en gebruiken we het alleen maar weer zoals vroeger voor de blauwalgdoorstroming en niet om de PFOA-gehaltes naar beneden te brengen. Zoals we nu in de zienswijze hebben opgenomen, willen we ook juist weten, wat doet wel het PFOA-gehalte, het PFAS-gehalte überhaupt in het gebied, maar ook eromheen? Om wel te monitoren van, zit daar straks een wisselwerking tussen? Gaat er iets veranderen als er inderdaad getijdenatuur komt en als er andere stromen komen richting onder andere de zwemplas? De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik had eigenlijk een belangstellende vraag richting de wethouder. Voelt u zich in een hoek gestopt of geduwd door Rijkswaterstaat, in het hele proces? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, het eerlijk antwoord is dat dat moment eigenlijk al is geweest in het najaar van 2022. Want als we het hele proces terug filteren, iemand zei ook van, hebben wij veel tijd gehad om meegenomen te worden? Als je de film terugdraait, uw raad was volgens mij als eerste uitgenodigd al bij de stakeholders in het begin van 2022.. En eigenlijk is vanaf dat moment al de mededeling geweest, het gaat daar plaatsvinden.

En daar hebben we echt wel nog gesprekken over gehad van, moet het dan echt hier? Kan het niet ergens anders in Dordrecht of ook nog elders? En dat zijn wel de momenten geweest waarop je op den duur dacht van, het gaat gewoon gebeuren. En toen hebben we ook met het college overleg gehad van, hoe gaan wij hier inzitten? Zijn we ook naar uw raad gekomen van, gezien deze situatie moeten we wel proberen het beste voor Dordrecht eruit te gaan halen. De voorzitter: Mijnheer De Feijter.

66

De heer Safranti: Sorry, voorzitter, mag ik nog even een aanvullende vraag... Ja? Dank voor uw eerlijke antwoord trouwens. En waarom vroeg ik dit? Dit heb ik gevraagd naar aanleiding van de emoties die ook vanavond hier ook gezien werden, door ook andere partijen. Maar nogmaals dank voor uw eerlijk antwoord. De voorzitter: Dat was geen vraag. Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af of de wensen, zoals ze geformuleerd zijn in de huidige zienswijze, of de wethouder het realistisch acht dat Rijkswaterstaat met deze wensen overweg kan en ze kan uitvoeren ook daadwerkelijk? En daarnaast, als nu, naar aanleiding van eventuele moties of amendementen, de zienswijze nog verder wordt aangescherpt en er komen eisen bij waar de gemeente heel stellig over is richting het overleg of richting Rijkswaterstaat, of Rijkswaterstaat dan kan zeggen, als jullie hier zo stellig in blijven, dan gaan we inderdaad onteigenen. Met dan vervolgens het risico dat er meerdere eisen niet worden voldaan. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, het staat Rijkswaterstaat vrij om te doen met de punten uit onze zienswijze wat ze willen. Nou is het wel zo dat eigenlijk tot aan het onderdeel van de PFAS, dat is allemaal voortgekomen uit gesprekken die wij al hebben gehad en waar ze al hebben aangegeven daar rekening mee te willen en kunnen houden in het ontwerp.

Ik ga ervan uit dat dat straks ook netjes in dat plan, wat bij het projectbesluit zit, terug te zien is. Want dat is de check voordat we de definitieve zienswijze gaan opstellen. Maar we willen het zelfs nog wel bekend maken. Want we willen ook duidelijk maken naar hen, maar ook naar de buitenwereld, dit zijn voor ons superbelangrijke punten, die willen wij gewoon terugzien. Het is aan Rijkswaterstaat om daar een reactie op te gaan geven. Zij kunnen per punt aangaan geven, gaan we meenemen, gaan we niet meenemen, gaan we op een andere manier doen. En dat is eigenlijk de consequentie dan. Als wij te streng zijn, dan zullen ze op die onderdelen zeggen, dat gaan we niet overnemen. Maar dat is niet per se dan de opmaat dat ze ook doorpakken naar onteigening. Nogmaals, we proberen ook echt met hen tot die minnelijke uitkomst te komen en dat we gewoon netjes met elkaar omgaan, als overheden. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp iets niet. En ik wil via de voorzitter aan de wethouder vragen waarom specifiek voor deze locatie is gekozen, want dat begrijp ik nog steeds niet. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, u staat het mij vast niet toe om tweeënhalf jaar samen te vatten. De voorzitter: Nee, zeker niet. Mevrouw De Jonge: Het spijt me dat ik dat gewoon vandaag niet kan doen. We hebben het er tweeënhalf jaar met elkaar over gehad.

Vaak genoeg heeft Rijkswaterstaat, want zij zijn verantwoordelijk om u te informeren over waarom het hier moet plaatsvinden. En daarvoor geldt ook, mocht u zeggen, ik heb toch nog behoefte aan een gesprek met

67

Rijkswaterstaat, nodig ze uit, roep ze op het matje, hoe we het ook willen formuleren, maar doe dat ook. Want dat is ook gewoon wat binnen uw bevoegdheden ligt. Die zou ik nog willen meegeven als u zegt, ik wil er toch nog een keer met ze over spreken. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. Laat maar, is ook geen vraag. Mijnheer De Feijter, als laatste. De heer De Feijter: Voorzitter, dank u wel. Nog eentje dan. Kunnen we van de wethouder verwachten dat ze ons op de hoogte stelt, zodra Rijkswaterstaat een reactie heeft gegeven op onze zienswijze. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat wil ik zeker toezeggen. De voorzitter: Dames en heren, het is elf uur. Ik wil gaan afronden. Vraag is aan de commissie of het raadsvoorstel doorgestuurd kan worden naar de raad? En zo ja, hoe? Ik neem niet aan dat u het als een hamerstuk wil doorgeleiden, maar dat zou zomaar kunnen van wel. Wie heeft er een voorstel? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik heb niet zo één, twee, drie nu een panklare oplossing. Wij gaan sowieso die brief opstellen, laat dat even helder zijn. Ik wil het toch nog eventjes hebben over dat amendement, waar de wethouder het over heeft. Maar dat moet ik dan met andere partijen kortsluiten. Daar heb ik nu niet een panklaar antwoord op. De voorzitter: Prima. Ik hoor u amendement zeggen.

Dan is het automatisch zo dat we het gaan bespreken volgende week. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Daar sluit ik bij aan. De voorzitter: Daar sluit u bij aan. Mijnheer Groenewege ook. De heer Groenewege: Eens. Wel het verzoek aan de VSP, als er een brief wordt opgesteld, om dat niet namens de hele raad te doen, want de Partij voor de Dieren steunt die brief waarschijnlijk niet. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daar even nog op mag reageren? De voorzitter: Zeker weten. Mevrouw Stolk: Nogmaals, alle partijen die mee willen doen, die zijn uitgenodigd om samen met ons, want we moeten het met elkaar doen... Dat heeft de wethouder ook duidelijk aangegeven, dat we gezamenlijk een signaal af moeten geven, een heel stevig signaal. Degenen die met ons mee willen schrijven, van harte uitgenodigd. De voorzitter: Dat kan u waarschijnlijk allemaal via de mail doorkoppelen naar mevrouw Stolk. Mijnheer Safranti, u wilde nog iets zeggen? Nee. Prima. Dit gaat naar de raad als bespreekstuk.

68

De heer De Feijter: Voorzitter. De voorzitter: Twee minuten spreektijd, zegt... Dat komt op mij dwingend over. Maar dat lijkt me een goed plan, mijnheer Den Boer. Mijnheer De Feijter, lijkt dat u ook een goed plan? De heer De Feijter: Dank, voorzitter. Het leek mij inderdaad ook een goed plan. Ik wil natuurlijk voorstellen om aan de hand van eventuele in te dienen moties en amendementen te spreken. De voorzitter: Dat was ook mijn voorstel. Dan doen we twee minuten. Met het vriendelijke verzoek, als u bepaalde amendementen of moties in gedachten heeft, om die tijdig te delen, zodat de fracties zich daarop kunnen voorbereiden op de avond voor de raad. Mijn dank is verder groot. Ik wens u wel thuis. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/777/documents/35708