2.2 2024.05.14 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 14 MEI 2024 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: burgemeester Kolff, wethouder R. van der Linden, wethouder T. De Jonge, wethouder M. Merx De voorzitter: Beste mensen, het is zeven uur geweest. Als iedereen zou willen gaan zitten, dan kan ik starten. Welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 14 mei. Het eerste vragenhalfuurtje weer naar het meireces. Er zijn vandaag vier vragen. De eerste vraag is een vraag van GroenLinks. En die gaat over energiebesparing. De heer Den Hartog zit tegenover me. Die gaat hem kort toelichten. Mijnheer Den Hartog, gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Gisteren, 13 mei, maakte minister Hugo De Jonge bekend dat Dordrecht één van de veertien gemeenten is die een bijdrage ontvangt uit het Volkshuisvestingsfonds. Het aan onze stad toegekende bedrag van ruim zeventien miljoen euro, is bedoeld om woningen in de Crabbehof te renoveren en te verduurzamen. En dat sluit natuurlijk aan bij de aanpak energiebesparing van onze gemeente. Wij hebben hier dan over de volgende vraag.
Kan het college aangeven wat we blijven en gaan doen voor de andere wijken? Is daar voldoende aandacht voor? De voorzitter: Dank u wel voor de vraag. Het is een vraag voor wethouder De Jonge, denk ik. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. En dank voor de vraag. Want het geeft inderdaad gelegenheid om ook even aan te geven, namens het college en denk ik ook velen in onze organisatie waren we echt aangenaam blij dat we de mededeling kregen dat we subsidie krijgen uit het Volkshuisvestingsfonds. Dat is gericht op het integraal naar deze wijk Crabbehof te kunnen gaan kijken wat we kunnen verbeteren. En dat is zowel in de buitenruimte als woningen als andere panden die daar inzitten, om daar echt een mooie slag in te gaan maken. Vanuit mijn portefeuille duurzaamheid zit daar ook een aardig bedrag in, zo'n kleine 11 miljoen van de 17, die voor de 925 woningen van de particulieren beschikbaar wordt
1
gesteld. Dat is sowieso natuurlijk heel erg mooi nieuws. Tegelijkertijd, uw vraag is natuurlijk heel terecht van, we zijn heel blij dat we voor deze wijk wat kunnen gaan doen. Het was ook één van onze kansrijke wijken waar we mee wilden beginnen. Daar gaan we voortvarend mee aan de slag. Maar we moeten inderdaad de andere wijken vooral niet vergeten. En juist de subsidie die we nu krijgen, geeft ons ook de kans om de andere middelen die we hebben beschikbaar te gaan stellen in de andere wijken. En we gaan uiteraard door, zoals ook in de energiebesparing staat, met de energiehulpen die we hebben. De witgoedregeling gaan we weer starten. Maar we hebben ook gezegd, we willen wel gaan kijken voor specifieke doelgroepen. En er zijn een aantal concrete zaken die de komende maanden gaan lopen. Dat is misschien wel mooi om die met u te delen. We gaan de eigenaren van monumentale woningen aanbieden dat ze een ontzorgingsaanbod, zoals we dat noemen... Dat ze een scan kunnen krijgen, wat zou er in hun huis moeten gaan gebeuren? En dat ze daar ook advies bij gaan krijgen. En daar betalen wij dan ook een deel van om hen op die manier op pad te gaan helpen. We hopen ook echt dat we deze mensen, die toch qua handelingsperspectief vaak nog zoekende zijn, kunnen gaan helpen. En we kunnen nu ook het Nationaal Isolatieprogramma...
Die middelen kunnen we voor alle andere wijken gaan gebruiken hierdoor. Kunnen we veel meer gaan doen in andere wijken. We hebben gezegd, integraal over de hele stad zijn we gestart al met de doe het zelf aanpak. Mensen kunnen gebruik maken... U weet, de WOZ-waarde moet 308 maximaal zijn. Particuliere woningen en slecht label, die kunnen we gaan helpen. Die kunnen allemaal met een voucher al hele kleine maatregelen weer gaan toepassen. Een beetje à la de energiehulp. Voor 1.000 euro kunnen ze materialen gaan gebruiken. Maar we willen ook het grotere geld van het Nationaal Isolatieprogramma gaan inzetten. En het was echt heel mooi, in gesprekken die we hadden, bleek dat er op De Staart mensen hebben aangegeven bij de energiehulp, eigenlijk zouden wij wel meer willen. Dat is natuurlijk hartstikke mooi als mensen zelf aangeven dat ze willen. Daar zijn we mee in gesprek van, kunnen we met de middelen uit het Nationaal Isolatieprogramma bij jullie ook als eerste gaan proefdraaien wat er nodig is? Wat komt dan op je af? Wat moeten we allemaal goed gaan regelen met elkaar? Hoe werkt dat straks ook met nota's, met alles wat betaald moet gaan worden? Dat is hartstikke mooi dat we daar nu ook kunnen gaan starten met echt een wijkgerichte aanpak, zoals het voorzien is in het Nationaal Isolatieprogramma.
Net vandaag hebben we ook in het college besloten dat we mee gaan doen met de aanpak voor de Verenigingen van Eigenaren. Dat zijn de vier grote gemeenten met nog drie iets kleinere gemeenten dan, maar ook nog wel steeds grote. Dordrecht zit erbij. Gaan we gezamenlijk op pad om voor VvE's veel meer te kunnen gaan doen. En dat betekent dat we informatieavonden gaan houden voor de besturen van alle VvE's. En dat we met VvE's, die aangeven dat zij het willen, ook echt mee aan de slag gaan. Samen met hen gaan kijken, hoe je met een VvE, al dan niet gemengd... Dat we toch gaan kijken wat moet er allemaal in een pand gebeuren waar meerdere eigenaren zijn en in verenigingsverband besluiten moeten worden genomen. Ik hoop dat dat een beetje inzicht geeft waar we ook allemaal al mee bezig zijn. De voorzitter: Dank u wel voor het uitgebreide antwoord. Een hele korte vervolgvraag, met dan ook een kort antwoord van de wethouder. En anders gaat het een andere keer verder.
2
De heer den Hartog: Een hele korte vervolgvraag. Dat is dat dat Volkshuisvestingsfonds, dat daar later dit jaar nog een vierde tranche komt. Wordt daar ook weer op ingezet? En zo ja, voor welke wijken zal dat dan gaan gelden? De voorzitter: Heel kort, mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Heel kort. Ons enthousiasme is zo groot dat we eigenlijk zeiden, dat moeten we zeker ook proberen. We snappen nu hoe het werkt, om het zomaar te zeggen. En ik noemde al even De Staart. Dat is ook zo'n wijk die vanuit de energietransitie al hoog op de lijst staat. Dat zou zo'n wijk kunnen zijn waarvan we zeggen, daar gaan we het voor aanvragen. En dan hopelijk weer in de prijzen vallen. De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar het volgende onderwerp. En de tweede vraag komt van de VSP. En die gaat over het fietstunneltje bij de Transvaalstraat. De heer Stolk zal de vraag toelichten. De heer Stolk. De heer Stolk: Dank u wel, voorzitter. Een fietser is vrijdagmiddag 3 mei ernstig gewond geraakt bij een eenzijdig ongeval in de scherpe bocht van de fietstunnel in de Transvaalstraat. Na een eerste onderzoek was de conclusie dat het hemelwaterafvoerrooster oorzaak zou zijn van de val. Door nattigheid was het rooster glad. En het ligt in de bocht. De politie gaat het onderzoek in kaart brengen. Maar de eerste indruk is dat het glijspoor begint bij het rooster.
Het is niet het eerste ernstige ongeval in deze tunnel. Als bezorgd VSP-raadslid begrijp ik niet waarom dit niet aangepast wordt. De fietsers komen met een behoorlijke snelheid de haakse tunnelbocht in en zien op het laatste moment dat er een scherpe bocht is. Het rooster is bij regenachtig weer een gevaarlijke hindernis in de bocht. Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn, als we er niets aan gaan doen. De VSP heeft de volgende vragen. Is de wethouder bereid het hemelwaterafvoerrooster op zeer korte termijn aan te passen? En twee, is de wethouder bereid onderzoek te doen naar de mogelijkheid om de Transvaaltunnel veiliger te maken, bijvoorbeeld fietsers, scooters de tunnel in te laten lopen of de tunnel alleen door voetgangers te laten gebruiken? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting op de vraag. Ik ga naar wethouder Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel. Dank u wel voor de vraag. Vraag één gaat over de gladheid van het hemelwaterafvoerrooster. We zijn aan het kijken of we dat stroever kunnen maken. De vorige ongevallen, waar we weet van hebben, want af en toe gebeurt er een wat kleiner ongeval en af en toe ook een heel vervelend ongeval, wat ook een paar jaar terug bijvoorbeeld weleens tot echt wel ernstige gewonden heeft geleid, die hebben vaak een andere aanleiding.
Daar zijn we naar aan het kijken of dat kan. Of we het stroever kunnen maken. Je hebt natuurlijk wel hemelwaterafvoer nodig. Dat is logisch. De andere vraag, de tweede vraag is een beetje moeilijker. Het tunneltje ligt erbij, zoals het is gebouwd, met een scherpe bocht, die niet echt heel overzichtelijk te maken is zonder dat je de constructie van het bouwwerk eventueel aantast. En als je dat zou wil, zou je eigenlijk een andere tunnel moeten aanleggen. Dat is natuurlijk hartstikke kostbaar. Op langere termijn, in het hele MIRT-onderzoek wat nu loopt naar de
3
stationsomgeving, wordt ook voorzien in maatregelen om aan beide kanten van het spoor eroverheen of er onderdoor te kunnen komen. Dan kijken we ook naar deze tunnel. Maar dat is de vraag of die dan wordt aangepast. Op korte termijn... We hebben een paar jaar terug de belijning aangepast en ook de bebording nog eens tegen het licht gehouden en ook aangepast. Daar kunnen we nog een keer naar kijken. Maar heel veel anders ga je niet met het verkeer om. En uw vraag van, kunnen we er dan geen voetgangerstunnel van maken? Dat kan. Je kan natuurlijk hekjes plaatsen, zodat mensen er alleen te voet langs kunnen. Dat is natuurlijk ook alweer een vraag om ander gedrag. Want mensen zullen ook snel zeggen, ik ga toch slalommend die tunnelbak in, want ik vertrouw wel op mijn rijvaardigheid. Dat vind ik wel een stevige ingreep. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. En het roept nog een vervolgvraag op, mijnheer Stolk? De heer Stolk: Ja. De voorzitter: Kort, alstublieft. De heer Stolk: Het gaat er eigenlijk om dat het feit bekend is. En veelvuldig staan we in de tunnel daarom die ongelukken te aanschouwen. Maar ik vind het toch eigenlijk te weinig om te zeggen, we laten het voorlopig zo. Ik vind het belangrijk dat er echt iets aan moet gebeuren. En als je kijkt, in een uur tijd hebben we gestaan.
Er komen mensen met scootmobielen, er komen mensen met kinderwagens, losse fietsjes, een driejarige die schiet zo naar de overkant. De voorzitter: Volgens mij is wat u aangeeft duidelijk. De heer Stolk: Eigenlijk wil ik vragen, begrijp ik eruit dat we voorlopig de eerste jaren er niets aan doen? De voorzitter: Nog een korte reactie van wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Korte reactie. Wat u zegt, onderstreept mijn punt. Dit is een tunnel. Die had je natuurlijk in hindsight niet zo willen aanleggen, want er zijn normen voor tunnels. Je wil overzichtelijkheid. Je wil een hellingshoek die wat beter is. Je wil ook zorgen dat je materiaal gebruikt wat niet zoveel gladheid oplevert. Natuurlijk ligt het erbij, zoals hij erbij ligt. We kunnen van alles doen aan belijning. En van alles aan bebording. Maar als mensen te hard door de bocht gaan, dan kunnen ze vallen. En als mensen tegen elkaar inrijden, dan kan het gebeuren, gebeurt af en toe, dat mensen elkaar raken. De enige andere optie is om hem helemaal anders in te richten, zodat het een voetgangerstunnel wordt. Zodat je afdwingt dat je met geen mogelijkheid op een fiets kan stappen. Dan kun je ook waarschijnlijk niet met een wandelwagen hier erdoor of op een andere manier. Of je zegt, we doen de tunnel dicht. Die afweging moeten we dan maken.
En die afweging wil ik wel maken voor u, maar voorlopig ga ik ervan uit dat met goed gedrag je die tunnel goed kan passeren. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Groenewege een korte vervolgvraag heeft.
4
De heer Groenewege: De tunnel ligt erbij, zoals hij erbij ligt. En hij voldoet niet aan allerlei normen, volgens het college. Betekent dit dan ook dat de gemeente aansprakelijk is als mensen schade lijden, omdat ze een ongeluk hebben in die tunnel? De voorzitter: Dat is een hele duidelijke. Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dat is een duidelijke, korte vraag. Deze tunnel is voorzien van goede belijning, van goede bebording ook, waardoor duidelijk is, je moet goed uitkijken als je een tunnelbak inrijdt waarvan je ziet, er gaat een bocht aankomen en je weet niet precies wie er nog meer aankomt. Dat brengt met zich mee dat je niet met een noodgang erin gaat. De inrichting van de tunnel, zoals hij erbij ligt, is goed. Alleen als je nu weer zo'n tunnel zou verzinnen, dan zou je hem waarschijnlijk anders willen ontwerpen dan destijds gedaan is. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het volgende onderwerp. En dat is de derde vraag. En die komt van de fractie DENK. En die gaat over het onderhoud van begraafplaatsen. En de heer Ayverdi zal de vraag toelichten. De heer Ayverdi: Bedankt, voorzitter. Wij krijgen regelmatig klachten en signalen over de staat van onderhoud van de islamitische begraafplaats op de Essenhof. Het is belangrijk dat alle begraafplaatsen in Dordrecht goed onderhouden worden, ongeacht hun religieuze of culturele achtergrond.
Op bijgaande foto's is te zien dat het onderhoud op het islamitische deel van de Essenhof niet dezelfde mate van zorg en onderhoud krijgt als andere delen van de begraafplaats. Is het college hiervan op de hoogte? Hoe zorgt het college ervoor dat de hele begraafplaats hetzelfde onderhoudsniveau kent? En gaat het college hier actie op ondernemen? De voorzitter: Dank u wel. Duidelijke vragen. Wethouder Merx gaat hierover, denk ik. De heer Merx: Klopt normaal. Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vraag. Uw vraag heeft ook in principe misschien wel meer dan impliciet een veronderstelling dat we het islamitische deel van de begraafplaats minder goed zouden onderhouden dan de rest. En dat moet ik met kracht ontkennen. En dat zou ik ook echt niet willen, op geen enkele mogelijke manier. De gehele begraafplaats wordt op dezelfde manier onderhouden. Alleen het ene deel is soms in het onderhoud wat eerder aan de beurt dan het andere deel. In de komende weken, stond al toevallig gepland, ook weer extra capaciteit opgezet om het onderhoud te plegen wat het nodig heeft. Het weer is ook weer aan het veranderen nu. Daar wordt aandacht aan besteed. Ik heb wel ook even overleg gehad met de teammanager van de begraafplaats, omdat ik dit nogal... Ik neem alle vragen serieus. Maar deze ook nog een beetje extra, omdat er die veronderstelling in zit.
Als u daar serieuze, en daar ga ik vanuit, aanwijzingen of wat dan ook voor heeft, nodig ik u van harte uit om met mij, met de manager daar een keer te gaan kijken hoe dat dan precies in elkaar steekt en wat de staat van onderhoud is en hoe we dat doen. Zodat we ook beeld hebben en geluid hebben bij wat we aantreffen. Omdat ik op geen enkele wijze zou tolereren dat er onderscheid wordt gemaakt, op welke grond dan ook, voor wat betreft de begraafplaats of op voor wat anders dan ook. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mijnheer Ayverdi, voldoende?
5
De heer Ayverdi: Ja, dat was voldoende. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de laatste vraag. En dat is een vraag van het CDA. En die gaat over antisemitisme. En de heer Van Dam Timmers zal hem kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Van Dam Timmers: Jazeker. Dank, voorzitter. We zien in de wereld veel conflictgebieden. Ontelbaar ook menselijk leed wat daar geleden wordt. En we zien ook dat die conflictgebieden invloed hebben in ons land. En daar zien we landelijk ook vanuit ontstaan en zien wij als CDA Dordrecht dat er signalen zijn van toenemend antisemitisme. En onze fractie wil eigenlijk graag weten of die signalen van toenemend antisemitisme ook voor Dordrecht gelden. Treft dat ons hier lokaal eigenlijk ook? En als dat het geval is, doet het college dan ook iets om die spanning te verminderen, zo ja, zo nee? Daar zijn we erg benieuwd naar. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En het is vraag voor portefeuillehouder Kolff. Gaat uw gang. De heer Kolff: Dank. Dat is een goede vraag, een actuele vraag, waar we denk ik iedere dag ook in de nieuwsberichten wel iets van meekrijgen. Veelal in het buitenland. Gelukkig, zeg ik daarbij. Ondanks dat ik eigenlijk zou hopen dat het nergens meer voordoet. Als je kijkt, antisemitisme is natuurlijk eigenlijk een ander woord voor Jodenhaat.
En je zou toch hopen dat bijna tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog iedereen, wie dan ook, van welke afkomst, geloof of welke overtuiging dan ook, ervan doordrongen is dat dat niet zou moeten. Toch zie je, en dat is niet iets van alleen maar de laatste tijd, maar sinds 2002 ongeveer, antisemitisme in Nederland wel weer toenemen. Er is ook sinds een aantal jaar een speciaal nationaal coördinator antisemitisme, die dat ook monitort en waar je signalen kwijt kunt en waar je mee kunt overleggen over eventuele maatregelen. En u noemt het zelf al, de spanningen in de wereld, zeker in Israël, Gaza slaan ook de laatste weken over naar ons eigen land. Dat is dagelijks te zien in de nieuwsberichten en in de praktijk en soms, heel soms, gelukkig heel weinig zijn daar ook wel van dit soort signalen in onze stad. Ik bedoel, laatst zijn de struikelstenen verdwenen. Iedereen heeft het kunnen zien. De vraag is wat de achtergrond daarvan is, want dat weten we nog niet. Gelukkig zijn ze ook weer terecht. Maar de link wordt snel gelegd, laat ik maar zeggen. En heel af en toe zie je ook op plekken in de stad ineens een hakenkruis bijvoorbeeld verschijnen. En dat zijn toch signalen die we liever niet zouden zien. Als je kijkt naar wat er verder in onze stad speelt, dan is dat gelukkig relatief weinig op dit vlak. En dat wil ik ook heel graag met u, denk ik, zo houden.
We spreken vaak met de Joodse gemeenschap van onze stad. Dat is een kleine gemeenschap. Wat je daar wel ziet, is dat de angst onder hen toeneemt over de ontwikkelingen in de wereld, over wat zij zelf meemaken. En of het daadwerkelijk gebaseerd is op een voorval in onze stad of niet, je ziet gewoon, je hoort van hen signalen dat zij zich niet altijd meer veilig voelen om te zijn wie ze zijn, zich uit te spreken of bijvoorbeeld een keppeltje te dragen en zich openlijk als Jood over straat te begeven. En dat is natuurlijk buitengewoon droevig. Als gemeente houden wij intensief contact met hen. We proberen ook bij te dragen aan onderling begrip tussen bevolkingsgroepen. Maken bijeenkomsten, herdenkingen, toespraken mogelijk. Spreken ons ook uit. Ik heb als burgemeester ook, samen met bijna alle collega-burgemeesters in
6
het land, twee weken geleden een stevig statement tegen antisemitisme gemaakt. De politie heeft ook meer oog voor dit soort sentiment, bijvoorbeeld tijdens herdenkingen en andere bijeenkomsten. Politie ziet zelf ook weinig of geen toenemend antisemitisme in onze stad, maar blijft wel alert. En het mooie is dat we in onze stad denk ik juist het verschil maken door te laten zien dat mensen met verschillende achtergronden heel goed met elkaar kunnen omgaan en elkaar respecteren. En een voorbeeld hierbij is de keuze voor een bijdrage, aanwezigheid of ook een rol bij de diverse herdenkingen en bijeenkomsten die de stad organiseert. Zo was er bijvoorbeeld bij de 4 mei herdenking ook de betrokkenheid en de woorden gesproken vanuit bijvoorbeeld het Platform Turkse Dordtenaren. Zitten we ook samen mee in het Platform of het Netwerk Bondgenoten, waarbij we zowel de Joodse gemeenschap als allerlei andere groeperingen in de stad bij elkaar brengen. En ook als het gaat om de jaarlijkse bijeenkomsten vanuit de gemeente met religieuze voorgangers zijn alle doelgroepen, achtergronden, geloofsovertuigingen meer dan welkom en zijn met elkaar in gesprek. En dat is de manier waarop wij in onze stad met elkaar omgaan, wat mij betreft. En dat is ook wat het college daaraan doet. Voorzitter, dank.
En ik mag hopen, denk ik met iedereen hier aanwezig, dat we antisemitisme definitief kwijt kunnen raken, in ieder geval in onze stad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers, voldoende denk ik antwoord op uw vraag? De heer Van Dam Timmers: Ja, is voldoende helder voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de vragen voor vandaag gehad. Dan wens ik iedereen een prettige vergaderavond 3. Instemmen met Actualisatie Structuurvisie Windenergie: Mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonne-energie – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU/SGP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt)
7
Portefeuillehouders: wethouder T. De Jonge Overige aanwezigen: dhr. Willemsens, dhr. Te Raa, dhr. Dijk, Dhr. Beek, dhr. Lammens, dhr. Bakker, dhr. De Keizer De voorzitter: Dames en heren, graag uw aandacht. We laten, in verband met toch de warmte in het pand, de deuren open. En dan in ieder geval kijken dat de mensen die iets te hard praten op de gang dat we die daar even op wijzen. De temperatuur is vrij hoog hier. Welkom in ieder geval. Wij zitten hier bij een commissie met betrekking tot het instemmen met de Actualisatie Structuurvisie Windenergie, mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonne-energie. En er zijn diverse partijen die hier aanwezig zijn, genodigden, maar ook mensen die wat willen inspreken. Maar eerst gaan we de administratie eventjes even doen. En dan begin ik aan de linkerkant. Wie heb ik hier links naast me dan? Mevrouw De Jonge: Ik ben Tanja de Jonge. Ik ben de wethouder. De heer Willemsens: Ik ben Jan Willemsens. Ik ben inspreker. De heer Te Raa: Ik ben Arjan te Raa. En ik ben de inspreker voor de Coöperatie Drechtse Energie. De heer Dijk: Mijn naam is Harsha Dijk. Ik werk voor Stedin. De heer Beek: Ik ben Krispijn Beek. Ik ben de RES coördinator van de provincie ZuidHolland. En ik ben hier vanavond namens de provincie Zuid-Holland om eventuele technische vragen te beantwoorden.
De heer Lammens: Ik ben André Lammens, coördinator windenergie voor de provincie Zuid-Holland. En ik heb dezelfde rol als mijn buurman net. De heer Klerk: Ik ben Albert Klerk van het CDA. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Gorter: Ik ben Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt.
8
Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Bakker: Dat is waar. Adri Bakker, Milieufederatie Zuid-Holland. En ik spreek ook in namens de Milieufederatie. De heer De Keizer: Jan de Keizer, bezorgde inwoner. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is John van der Net. En ik mag tot negen uur deze commissie leiden. Dat wordt ook wel weer strak. De afspraak die ik wil maken, is dat de insprekers vijf minuten de tijd hebben. Dan mogen er vijf minuten ook vragen worden gesteld aan de insprekers. En dan gaan we weer door. Mochten daar nog vragen zijn daarna, dan kunnen we kijken of er nog tijd is of dat die op een andere manier gesteld kunnen worden. In ieder geval, de provincie zal niet inspreken. De commissie is hier wel om eventuele technische vragen nog verder te beantwoorden. Ik zal nog eventjes een toelichting geven voor de reden van de vergadering. Dit is de tweede beeldvorming over het raadsvoorstel, instemmen met de Actualisatie Structuurvisie Windenergie. Vorige Dordtse Dinsdag is door mevrouw Van Damme toegelicht hoe het raadsvoorstel tot stand kwam, wat aan u wordt gevraagd en wat erna gebeurt.
Vandaag horen we de mening en suggesties van enkele genodigde partijen, maar ook partijen die zichzelf aanmelden over dit raadsvoorstel. Wij hebben de Werkgeversfederatie Drechtsteden niet aan tafel gekregen, maar onze andere genodigden zijn aanwezig en bereid om hun visie te delen. En ik heb een volgorde van inspreken. En dan begin ik hier bij Stedin. En de heer Harsha Dijk mag dan in vijf minuten eventjes aangeven wat Stedin hiervan vindt. De heer Dijk: Hartelijk dank, voorzitter. De heer Van der Net: Alstublieft. De heer Dijk: Ik werk bij Stedin. Stedin is de netwerkbeheerder in deze regio. Wij zijn verantwoordelijk voor het net. We zullen ook de windmolens aan gaan sluiten. Wij hebben als partij geen voorkeur voor een locatie. Dat klinkt heel gek, maar dat is echt aan u. Wij hebben wel een voorkeur voor besluitvorming. Zoals jullie weten, zijn wij op dit moment bezig met de energietransitie, waardoor er echt werk genoeg is. Om windmolens aan te kunnen sluiten, zullen wij op sommige locaties ook verzwaringen moeten toepassen. Dat kost tijd. En die tijd willen wij zo goed mogelijk benutten. Vooral nu. Eigenlijk vragen wij drie dingen aan u. Eigenlijk het vermogen van de windmolens. Hoeveel moeten het er zijn? De locatie en het tijdstip. Zodat wij eigenlijk alle tijd hebben om zo'n locatie daadwerkelijk ook aan te sluiten. Nogmaals, we hebben geen voorkeur
9
voor een locatie, maar wel voorkeur voor zo snel mogelijk besluitvorming. Zodat wij de tijd hebben om die windmolens aan te kunnen sluiten op de stations. De voorzitter: Dat was in ieder geval geen vijf minuten, maar wel een duidelijk verhaal denk ik wat dat betreft. De heer Safranti is zo slim om recht voor me te gaan zitten. Die geef ik als eerste het woord om een vraag te stellen. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. U gaf aan dat u de nodige tijd nodig hebt. Hoeveel is dat per windmolen? Hoeveel tijd heeft u nodig? De heer Dijk: Dat is afhankelijk van het vermogen en de locatie. Hoe meer windmolens er zijn... Laten we zeggen dat als we spreken van drie windmolens met een behoorlijk vermogen, dan wordt dat aangesloten op een tweetal locaties in deze regio. Dat is oftewel het noorden oftewel het zuiden. Afhankelijk van die locatie moet er ook een kabel worden aangelegd. Hoe verder van het station, hoe meer tijd dat kost. Dat is echt afhankelijk van hoever dat is van het station. Als er minder windmolens geplaatst worden, dan kunnen ze ook op andere stations aangesloten worden. Maar het is eigenlijk afhankelijk van de locatie. De voorzitter: De heer Hartmeijer en dan daarna de heer Gorter. De heer Hartmeijer: Dank. Ik hoor Stedin zeggen, er is geen voorkeur uitgesproken.
Maar ik kan me wel voorstellen misschien dat er belemmeringen zijn rond de verbreding van het elektriciteitsnet. Want Stedin is bezig met het transportstation voor volgend jaar. Zitten daar dan wel belemmeringen of zit ik op een verkeerd spoor? De heer Dijk: Wij mogen wettelijk gezien geen voorkeurslocatie hebben. Als er voor locatie X wordt gekozen, dan zorgen wij dat de locatie X gereed is gemaakt. Dat kunnen wij niet doen. We hebben uiteraard wel een technische voorkeurslocatie, maar dat is voor ons om dat op te lossen. Maar dat moet niet de besluitvorming in de weg gaan liggen. De voorzitter: Ik denk, dat moeten we dan respecteren. Maar u heeft nog een vraag, mijnheer Hartmeijer? De heer Hartmeijer: Gewoon qua interesse. Zijn er belemmeringen op de verbreding van het net? Daar vroeg ik eigenlijk naar. Gewoon puur van, hoe zit dat technisch? Als dat te lang duurt. Dat kan. De voorzitter: De mijnheer van Stedin gaat over zijn eigen antwoorden, toch? Maar nogmaals, ga uw gang. De heer Dijk: We hebben natuurlijk ook te maken hier in deze regio met netcongestie. Ik denk dat u daarop doelt. Windmolens duren eventjes voordat die aangelegd zijn. Het moet vergund worden. Er zijn verschillende zaken die daarvan zijn om dat mogelijk te maken. Tegen die tijd dat die windmolen er zijn, dan is de verwachting dat er geen netcongestie meer is, 2029.
Maar het is voor ons wel altijd koffiedik kijken. Het is
10
garantie tot aan de deur. Vandaar dat ik hamer op besluitvorming, zodat wij die voorbereiding kunnen nemen, omdat daadwerkelijk mogelijk te maken. De voorzitter: De heer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen aan Stedin. De eerste is, hebben wij als gemeente Stedin nodig? En de tweede is, in hoeverre kunnen wij de opgewekte energie van de mogelijke nieuwe windmasten direct terug laten vloeien naar de Dordtenaren en de Dordtse ondernemingen? Dat we hem in het kader van de netcongestie niet aanleveren op het net van Stedin, maar echt voor onszelf gebruiken. De heer Dijk: De stroom kiest de weg van de minste weerstand. Dat is hoe dat werkt. Dat betekent dat ik niet kan garanderen dat stroom in deze regio blijft. Als de stroom op dat moment gebruikt wordt, dan kan ik wel zeggen dat de stroom in deze regio blijft. Maar daar kan ik geen uitspraak over doen, omdat stroom normaal gesproken de weg van de minste weerstand kiest. Heeft u Stedin nodig? U moet aangesloten worden op het net. Als u niet aangesloten wilt worden op het net, dan heeft u Stedin daarbij niet meer nodig. Als u aangesloten wilt worden op net, als u terug wil leveren aan het net, dan heeft u daarbij Stedin nodig. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Hierop aansluitend. U gaf een technisch antwoord.
De stroom kiest de weg van de minste weerstand. Je zou er ook financieel naar kunnen kijken. Zijn er opties om de financiële opbrengst van windenergie lokaal te kunnen benutten? Dat is mijn eerste vraag. En de andere vraag. Ik heb u in de presentatie niet over netcongestie gehoord. De heer Gorter heeft er net wel een opmerking over gemaakt. Eerder hebben wij wel signalen gekregen dat netcongestie de aansluiting van windmolens en zonneparken zou kunnen belemmeren. Speelt dat niet meer? Is dat probleem inmiddels opgelost? Of hoe moet ik daartegenaan kijken? De heer Dijk: De tweede vraag. Er speelt wel degelijk netcongestie momenteel in zuidelijk Dordrecht. Dat verwachten wij op te lossen in 2029. Tegen de tijd dat die windmolens klaar zijn, vergund zijn, dan verwacht ik niet dat wij in congestie zitten op dat gebied. Alleen dat is voor mij koffiedik kijken, omdat we zijn aansluitplichtig. Als er andere partijen komen, die op dat moment vermogen vragen, kunnen wij niet als netbeheerder nee zeggen. Dan moeten wij aansluiten. Ik kan niet over acht jaar aangeven of daar daadwerkelijk congestie is of niet. Dat vind ik heel lastige vragen. Daar kan ik ook geen uitspraak over doen. Uw eerste vraag ging over... De heer Van der Meer: Over de financiële opbrengst. De heer Dijk: Ik heb hem.
De heer Van der Meer: Er wordt sowieso bij windmolens en zonneparken ervoor gepleit dat er lokale participatie is. Wat voor mogelijkheden zijn er wat dat betreft?
11
De heer Dijk: We hebben een hele duidelijke rolscheiding, qua wetgeving. We zijn de beheerder van het net. Dat betekent alleen maar dat wij kabelboeren zijn en aansluitpartijen. De commerciële kant is niet aan de netbeheerder. Daar mogen wij niks van vinden. De voorzitter: Dat is een duidelijk antwoord. De heer Wringer had ik gezien. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Even terugkomend op de vraag van de heer Gorter. Ik heb dadelijk nog een eigen vraag. Ik denk dat hij bedoelde, kunnen de windturbines gebruikt worden in een energiehub? Lokaal opwekken, lokaal gebruiken, zonder dat de energie het net op gaat? Want dat is natuurlijk... En mijn eigen vraag, kan er cable pooling worden gebruikt met onze bestaande windturbines of zonneparken? Want dan is dat, denk ik, positiever voor Stedin zelf. De heer Dijk: De Netcode heeft al ruimte op een gegeven moment voor de cable pooling, waar u op doelt. Daar zit ruimte in de Netcode. Voorheen konden we dat niet. Het is misschien wat technisch. Maar er zit wel ruimte in de nieuwe Netcode om dat mogelijk te maken. Uw andere vraag. De heer Van der Net: Even inbrengen, want ik denk niet dat het voor iedereen duidelijk is waar dit over gaat. Misschien een korte uitleg, alstublieft. De heer Dijk: Het aansluiten op dezelfde kabels, zodat je niet meerdere kabels nodig hebt. Maar dat je één kabel... De heer Van der Net: Zo eenvoudig is het.
Dank u. Gaat u door. De heer Dijk: Op uw eerste vraag, als er geen afname is op een gebied, dan gaat die stroom ook daar weg. Als er wel afname is, als er volop gebruik is, dan kan ik wel zeggen dat die stroom daar blijft op het bedrijventerrein. Maar in het weekend zal er minder afname zijn. Dan zal die stroom ook elders gebruikt gaan worden. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook voor de eerdere antwoorden. Is verhelderend. Ik had nog een aanvullende vraag. En dat gaat ook over, wij moeten uiteindelijk nadenken over, welke locaties zijn het meest geschikt? En ik hoor eigenlijk dat u op technische basis eigenlijk daar niet te veel voorkeur op wil aangeven. Terwijl onze beslissing uiteindelijk van wat je wel of niet doet, welke locaties wel of niet, gaat natuurlijk wel ook over die technische aspecten en kostenaspecten. Begrijp ik het dan goed dat Stedin op dat vlak geen informatie verstrekt? De heer Dijk: Op kostenaspect wel. Wij zeggen eigenlijk, elke kilometer wat het voorbij is van een station, daar zit een, heb ik opgeschreven... Dan wordt het flink duurder. Hoe dichter bij ons station het geplaatst wordt, hoe gunstiger een businesscase is. Daar kan zeker rekening mee gehouden worden.
Als het ergens in het midden wordt geplaatst waar hij ver weg is van onze stations, dan is zo’n kabel, want die moet de exploitant betalen, duurder, waardoor hij minder aantrekkelijk is. Dan zou ik zeker willen meegeven, kijk naar de locaties van de stations waar ze staan, zodat die businesscase
12
het meest gunstig is. Maar dat is, nogmaals, niet aan ons. Wij sluiten aan. Wij zijn aansluitpartij. De heer Van Dam Timmers: U doet gewoon wat u gevraagd wordt, in feite, als ik het zo begrijp. De heer Dijk: U roept, wij draaien. Dat is eigenlijk onze rol. De heer Van Dam Timmers: Precies. Dat is in ieder geval goed om te horen. De voorzitter: Gezien de tijd, en ik heb al gezegd, daar gaan we strak op zijn, we zitten nu op tien minuten. In ieder geval de mijnheer van Stedin, Harsha Dijk, dank voor in ieder geval de uitleg. En dan gaan we naar Drechtse Energie. En dan gaan we naar de heer Arjan Te Raa. U heeft vijf minuten. De heer Te Raa: Bedankt voor de uitnodiging. Ik vervang de voorzitter van de Coöperatie Drechtse Energie, Willy Verbakel. Die is op vakantie. Ik wil beginnen met complimenten te geven aan de wethouder en ambtenaren die dit zo hebben voorbereid, want ik zie een hele duidelijke verbetering. Toen ik hier anderhalf jaar geleden naar keek, vond ik heel veel voorbeelden van, zo moet je het juist niet doen. Zonder burgerparticipatie, niet landschappelijk ingebouwde zonnevelden, geen biodiversiteit, geen meervoudig benutten van land. En wat ik lees, en het moet natuurlijk wel allemaal gerealiseerd worden, is dat we nu een veel betere richting op gaan. Het moet landschappelijk, wordt rekening mee gehouden. Er is mogelijkheid tot burgerparticipatie.
En natuurlijk wil ik daar zeer voor pleiten als bestuurslid van de coöperatie Drechtse Energie. En erbij zeggen dat het ook heel erg nodig is, want windmolens, windturbines die zijn nog niet erg populair onder de bevolking. En ik denk, met participatie kun je dat verbeteren. En vandaar ook ons aanbod om daarbij te helpen. Om te zorgen dat die burgerparticipatie... Dat daarmee grotendeels de weerstand bij de bevolking weggenomen gaat worden. En dat kan denk ik ook lukken. Want in het verleden was het zo van, de voordelen, de winsten, en ik heb het met mijn eigen ogen gezien, van windturbines gingen naar mensen die er totaal geen last van hadden. En degenen die er wel last van hadden, die kregen er geen enkel voordeel van. En de intentie nu is om dat heel anders te doen. Nogmaals, ons aanbod is om daarbij te helpen. En dan denken wij dat een goede locatie is... En alle locaties kunnen wij mee werken. Maar we denken aan ten oosten van het Distripark, A16. Dat lijkt ons een hele goede locatie. Maar ook daar zeggen wij niet dat het daar moet. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank, voorzitter. Ik hoor u vertellen, het is niet heel populair. Dat heeft denk ik sterk te maken met de locatie. Want uit grootschalige enquêtes blijkt dat driekwart van de bevolking heel erg voor windmolens is. Ze willen hem alleen niet heel dichtbij hebben, NIMBY.
En ik vroeg mij af, bewonersparticipatie, erg belangrijk, maar het zal natuurlijk altijd zo zijn dat die bewoner vlak bij de locatie, die zal niet zo tevreden zijn. Heeft u daar ideeën over hoe je dat NIMBY-effect weg kan nemen?
13
De heer Te Raa: Toevallig zit hier ook aan tafel, die gaat dat misschien zelf ook wel zo zeggen, iemand die dicht bij een windmolen woont. En ik vermoed dat die er best een voorstander van is. Maar wat er in het verleden niet goed is gegaan, ik neem aan dat dat ook voor deze bewoner geldt, maar zeker voor de anderen, men heeft er eigenlijk nauwelijks voordeel van gehad. Er is maar een enkeling die voordeel heeft, heel veel voordeel, moet ik zeggen, van de windmolens die we al op dit eiland hebben. Gelukkig zijn er niet veel mensen die er nadeel van hebben. Maar dat moet heel duidelijk beter. De mensen die er nadeel van hebben, vooral die er veel nadeel van hebben, omkopen is een verkeerd woord, maar die moet je toch motiveren en zeggen van, je krijgt er erg veel voordelen van. Ben ik net nog even vergeten te zeggen. In HardinxveldGiessendam... Het gaat dan wel over een zonnepark. Daar hebben wij aan meegewerkt. En dat is tot op heden in de voorbereiding een groot succes geworden, ook financieel. Binnen de kortste keren hadden wij het risicodragend kapitaal, en de mensen lopen echt het risico dat ze hun geld niet terugkrijgen, bij elkaar om daarmee te beginnen. De voorzitter: Verleiden is het woord dan, volgens mij. Verleiden. Mevrouw Boom, u had een vraag. Mevrouw Boom-Vos: Want we hebben elkaar ook al eerder gesproken. Ik ben vooral heel erg benieuwd hoe u wil gaan verleiden.
Wat is voor de Drechtse Energie de afstand tussen de windmolen en de eerste bebouwing, om geluidshinder en slagschaduw te voorkomen voor de omwonenden? De heer Te Raa: Zoveel mogelijk. Maar dan bent u vast niet tevreden mee. Maar het gaat erom, de mensen zullen er last van hebben. Als je zegt, de mensen hebben er geen last van, dat klopt gewoon niet. En er zijn regels voor. En ik zou zelfs die regels nog wat ruimer willen gaan toepassen. En ik denk, de locatie die wij dan wat nader hebben bekeken, dat is ten oosten van de A16 van het Distripark. Daar wonen heel weinig mensen. Is ver weg. Ik denk dat dat daarom een goede locatie is. Maar toch als er mensen zijn die er last van hebben, ga ermee in gesprek. Vraag ze wat ze willen. Ze willen misschien participeren erin. Je kunt het financieel doen. Maar begin met overleg. En we garanderen niet dat er geen enkele weerstand is. We moeten gewoon reëel realistisch zijn. Er zal altijd waarschijnlijk een enkeling zijn die zijn hakken in het zand zet. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. En daarna mijnheer Van der Meer. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. De inspreker, de heer Arjan Te Raa, geeft aan dat hij het belangrijk vindt dat er eigenaarschap eigenlijk is bij de omwonenden. Of mensen die de lasten dragen ook de lusten dragen.
Wat is dan volgens uw organisatie de ideale eigendomsverhouding? Hoe zou dat er dan uit moeten zien in de praktijk, stel er worden windmolens gerealiseerd? Kunt u daar een klein plaatje van schetsen, in de ideale situatie, je weet nooit of je die bereikt, hoe dat er dan uit zou zien? De heer Te Raa: De ideale situatie is honderd procent lokaal eigendom. Maar dat gaat niet. Er wordt gestreefd naar vijftig procent lokaal eigendom. Want voor lokaal eigendom moet je ook investeren. Voor ons was nog de onzekerheid van, krijgen wij dat risicodragend kapitaal bij elkaar? In Hardinxveld-Giessendam is gebleken, daar lukt het goed. Ik zou zeggen, vijftig procent lokaal eigendom voor de mensen in de omgeving.
14
De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Er zijn in de omgeving ook weleens mensen die iets minder kapitaalkrachtig zijn en niet financieel kunnen participeren. Heeft u mogelijkheden of ziet u mogelijkheden, binnen of buiten uw organisatie, om ook die omwonenden op een of andere manier voordeel te laten hebben? De heer Te Raa: Ik vind het sowieso een hele goede suggestie. Op dit moment hebben wij daar nog geen mogelijkheden toe. Maar als het zou blijken dat iemand er heel veel last van heeft en die heeft totaal geen financiële middelen, ik kan duizend mogelijkheden bedenken om die man wel aan de financiële middelen te helpen, zodat hij ook financieel voordeel ervan heeft. Dat is niet zo moeilijk. En zelf vind ik het idee dat je ook mensen die weinig vermogen hebt mee moet laten doen een ontzettend goed idee. En dat is op diverse plaatsen al gerealiseerd. De heer Van der Meer: Heeft u van dat laatste concrete voorbeelden? De heer Te Raa: Dan heb ik uit Rotterdam, dat weet ik... Ik zit meer in de zonnepanelen, zon op andermans dak. Daar weet ik dat mensen bijna zonder eigen geld kunnen participeren. Dat is geregeld. Maar daar moet ik wel bij zeggen, dat was ook in de tijd dat je geld nagenoeg gratis kon lenen. En dat is nu wat lastiger. Ik zou het sommetje opnieuw moeten maken. En de rendementen waren destijds ook redelijk.
Niet gigantisch hoog. Maar zeven procent rendement kon je wel maken. En als je dan een geldschieter had die met vier procent genoegen nam, wat nog weer meer was dan wat hij op zijn bank kreeg, dan kon je zulke dingen doen. Maar nu krijgen de mensen denk ik nog maar steeds anderhalf procent. Maar als je iets meer risico neemt, krijg je al meer procent voor je geld. Maar ik denk dat het nog steeds mogelijk is. De voorzitter: Ik tel iets meer dan negen minuten. En dan dank ik in ieder geval de heer Te Raa voor het inspreken. En dan hebben wij als volgens de heer Jan Willemsens, voorzitter van de Agrarische Natuur Vereniging BoerEnGroen op het Eiland van Dordrecht en vanuit het LTO. U heeft vijf minuten. Gaat uw gang. De heer Willemsens: Dank u wel, voorzitter. Ik ben geen voorzitter LTO meer. Dan is weer een halve minuut kwijt natuurlijk. De voorzitter: Maar dat zei ik ook niet. Ik zei, vanuit het LTO. De heer Willemsens: Ook niet vanuit het LTO. Maar ik spreek namens een aantal boeren uit de Louisapolder en de Zuidpunt. We zijn ontzettend positief dat de gemeente inderdaad stappen neemt naar een duurzamer Dordrecht. We hebben ons verenigd en willen graag gezamenlijk windenergie gaan opwekken. Dat heeft meerdere redenen. Eén, om onze bedrijven energieneutraal te maken. Twee, om een verdienmodel te maken om onze bedrijven duurzamer te kunnen maken.
En om de Dordtse bedrijven en inwoners van groene stroom te kunnen voorzien. Heb ik net al een beetje gehoord dat dat niet zo makkelijk is, maar toch willen we dat graag doen. Een groot aantal van boeren denkt al mee sinds de pilot van de RES. En we zouden graag zien dat alle boeren
15
kunnen meedoen’, vanwege twee belangrijke redenen. Reden één, als u op voorhand geen splitsing maakt, kunnen alle boeren uit de polder meedoen en profiteren van de inkomsten van duurzame energie. Reden twee, laat de onderzoeken leidend zijn in welke percelen wel of niet. Maak gebruik van de ruimte die er is. Dan kan de ruimte gebruikt worden om de impact op mens, dier, natuur zo beperkt mogelijk te houden. Vanuit kwantiteit, veel percelen, kan gewerkt worden aan een kwalitatief plan. Zet het plan niet te kleinschalig op. De polder is ruim genoeg. Zorg ervoor, nogmaals, dat er geen splitsing ontstaat. Zet in op transparantie, op samenwerking van boeren. Voorkom uitsluiten. Maak een robuust plan, zodat we over een paar jaar niet weer op het matje geroepen worden om een nieuw plan te maken of omdat er ruzie bij de boeren is. Dank u. De voorzitter: En daar zag ik opeens uit mijn ooghoek een vingertje van de heer Groenewege. U mag de vraag stellen. De voorzitter: De heer Willemsens gaf aan dat hij zich verenigd heeft. Maar met wie, vraag ik me af? En wie heeft u al mee in deze positieve... De heer Willemsens: Momenteel zijn we met zeven boeren uit de polder Zuidpunt en de Louisapolder. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Die was snel. Ik vroeg me af... Fijn dat u die samenwerking heeft. U bent er ook al wat langer mee bezig.
Heeft u zelf ook een voorkeur over de hoogte van de windmolen? Want er zijn verschillende onderzoeken van 120 naar 280. De heer Willemsens: Dat antwoord is dubbel natuurlijk. Een klein molentje levert geen rendement op. Dat willen we niet. Dat wil eigenlijk niemand hier. Stedin wil hem waarschijnlijk niet aansluiten, want dat is te duur. En een hele grote molen willen we misschien ook wel niet. En misschien Stedin weer wel. Sorry dat ik jouw naam elke keer roep. Maar ik kan me voorstellen dat aan alles bezwaren zitten. Dat weet ik niet. Maar het moet wel een rendabel plan worden uiteindelijk, een businesscase. Mevrouw Boom-Vos: Dat is eigenlijk het belangrijkste. Jullie hebben geen voorkeur. Het moet een rendabel plan zijn voor alle partijen? De heer Willemsens: Ja. Mevrouw Boom-Vos: En ook terwijl u nabij woont? De heer Willemsens: Ja. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. De voorzitter: De heer Gorter.
16
De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Even voor verduidelijking. Dat plan waar jullie nu mee bezig zijn, is die positie van die windmolen opgenomen in de huidige Structuurvisie die wij gezien hebben of is het een plek die door jullie aangewezen is? De heer Willemsens: Hij is uitgebreider. De heer Gorter: Sorry? De heer Willemsens: Ons plan is uitgebreider. De heer Gorter: Maar zit dat in de... De heer Willemsens: Wij gebruiken meer ruimte. De heer Gorter: Maar ik vraag me af, u weet niet dat het in de Structuurvisie nu als locatie al meegenomen is? Of is het echt een op zich staande locatie? De heer Willemsens: Het is meegenomen, maar ons totale plan is niet helemaal omschreven. De heer Gorter: Dank u wel. De heer Willemsens: Wij zouden het graag wat ruimer willen zien. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nog even om dat iets te preciseren. Er zijn contouren aangegeven voor het zoekgebied. En jullie plan valt daar gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten. Zeg ik Dat goed? De heer Willemsens: Precies. Ja, zegt u goed. De heer Van der Meer: En is het mogelijk om daar nadere informatie over te verstrekken, zodat we ook een beeld hebben wat precies die contouren zijn? De voorzitter: U wilt graag een kaart? De heer Van der Meer: Dat zou heel mooi zijn, voorzitter. De voorzitter: Ik probeer dat altijd zo simpel mogelijk te houden.
De heer Willemsens: Ik denk dat dat moet kunnen. De voorzitter: Er komt een kaart. De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Aanvullend een korte vraag. Als dat gebied iets anders is dan wat wij onlangs hebben gezien, waarin we ook hebben gezien hoeveel windmolens daar passen op zo’n gebied. Het gebied waar u het over heeft, hoeveel passen er daarvan en van welk vermogen?
17
De heer Willemsens: Ik ben niet technisch genoeg om dat precies te zeggen, maar wij hebben een... Het gebied is ongeveer twee keer zo groot. En daar hebben wij een rij molens ingeplant. En dat is dan volgens de technici een goede opstelling. Maar dat ligt niet vast. Dat is gewoon een beeld. En dat zijn er niet zoveel. Momenteel kijken wij naar zeven molens. Het wordt niet volgepompt of vol geplant. En inderdaad niet de allergrootste, maar ook niet de kleinste. Kun je alle kanten op. De voorzitter: Ik kijk even rond. En dan denk ik dat dit duidelijk genoeg was. De heer Gorter: Voorzitter, mag ik nog een vraag stellen? Want dan wordt het misschien wat duidelijker. De voorzitter: Net op tijd, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dat weet ik. Ik ben altijd net op tijd. Als je naar de opbrengst van het vermogen kijkt, waar praten we dan over? Want je hoorde kleine molens, grote molens, hoge molens, lage molens. Maar wat voor opbrengst moeten we dan verwachten? Dan kunnen we dat een beetje in de context plaatsen van wat wij gezien hebben. De heer Willemsens: Ik zeg het een beetje in mijn eigen stijl. Volgens mij is 2 klein. 2,3 is klein. En 8 of 9 is heel groot. En denk dan aan 4, 4,5 of zo. Maar ik ben een heel klein beetje voorzichtig. Megawatt. De voorzitter: Het zijn megawatts. Daar tellen we in. Ik dank de heer Willemsens voor deze inspraak. Eens even kijken.
Dan gaan we naar de heer Bakker en de heer De Keizer namens de Natuur en Milieufederatie. Ik lees alleen maar van mijn eigen briefje voor. De heer Bakker: Ik ben de vertegenwoordiger van de Natuur en Milieufederatie. En de heer De Keizer is vertegenwoordiger van... De heer De Keizer: Gewoon mijnheer De Keizer. De heer Bakker: Gewoon mijnheer De Keizer. De voorzitter: Dat kan natuurlijk ook. Komt de heer De Keizer zo meteen. Dan heeft u nu het woord in ieder geval namens Natuur en Milieufederatie, mijnheer Bakker. Gaat uw gang. Vijf minuten. De heer Bakker: Dank u wel. Het is niet de eerste keer dat we hier inspreken. En we hebben hier dacht ik, wat is het, een klein jaar terug ook gebruik gemaakt van het inspreken. Dank dat we dat weer kunnen. En het heeft denk ik te maken met onze zorgen rond de ambities die onder andere in de RES staan. En het heeft te maken met het feit dat ook dat voor Dordt geldt. En als je kijkt wat er nog nodig is om die 0,9 terawattuur te realiseren, dan is het denk ik van belang om ook wat wij graag bij u onder aandacht brengen mee te nemen. En het gaat om 4 punten. Er is al genoemd die burgerparticipatie. Maar laten we duidelijk zijn, het gaat om 50 procent burgerparticipatie. Dat staat in het Klimaatakkoord. Het staat ook niet alleen in het Klimaatakkoord, maar ook toen het RES Hoofdlijnenakkoord is opgesteld, is overeengekomen dat 50 procent...
En dan is het van de opweklocatie. Want je kunt op
18
allerlei manieren 50 procent burgerparticipatie uitleggen. Laat het duidelijk zijn, het is hier al genoemd, maar die 50-50 is ook gewoon beleid wat nationaal geldt. En het zou ook de nota die jullie strakjes als raad vaststellen sieren om dat gewoon expliciet op te nemen. En dan gaat het om een burgercoöperatie. U hebt het net gehoord, de Drechtse Energie is om de deur, om de hoek, moet ik zeggen. Een ander punt wat wij belangrijk vinden, is natuurinclusief. Natuurinclusief is wel genoemd in het voorliggende stuk. Maar hoe dat vorm moet krijgen, is nog heel erg onduidelijk. Het is zo dat wij als Milieufederatie recent een onderzoek hebben gedaan en moesten vaststellen dat geen enkele locatie, en dan heb ik het met name ook over zon, maar ook over wind, niet voldoet aan wat natuurinclusief moet zijn. Op dit moment hebben we eigenlijk geen goede voorbeelden van bestaande locaties. Het houdt ook in dat je eigenlijk voorbeelden nodig hebt. En we hebben ook een voorbeeldenboek gemaakt. En dat heet Energietuinen. Ik zou dat graag aan jullie beschikbaar stellen, zodat je een indruk krijgt van wat het wel kan zijn. Het is ook zo dat we daarin een ladder hebben. Met andere woorden, je hebt de zonneladder, maar je hebt ook de natuurinclusief ladder. Waarin je kunt kijken hoe je die combinatie van natuur, landschap en dat integraal benaderen van zo’n plan vorm kunt geven.
Want het is natuurlijk duidelijk, er is schaarste aan ruimte. En hier ook op het eiland. Een derde punt wat we eigenlijk... En dat is toch wel iets wat zeker de aandacht vraagt als het over locaties gaat, is de grondpositie. En als we kijken naar hoe de ervaringen zijn, dan moeten we toch vaststellen dat realisatie van plannen rond zon en wind allebei vallen of staan met eigenaarschap van de grond. Als de eigenaar niet mee wil doen, kun je dat vergeten. En ik wil dan onder uw aandacht brengen dat de ervaringen in het verleden met het Havenbedrijf Rotterdam niet een geweldige trackrecord laten zien voor Dordrecht. En we moeten ook vaststellen, en dat is een openbaar stukje informatie, dat het Havengebied voor bijna 100 procent in erfpacht is uitgegeven aan het Havenbedrijf. En dat betekent heel eenvoudig dat het Havenbedrijf in de rechten treedt van een eigenaar. Oftewel, het is niet de gemeente die beslist of daar een molen komt, maar het Havenbedrijf. En we willen dat u even meegeven, want dat betekent eigenlijk dat het heel problematisch is om daar iets te realiseren, zo niet met wat we tot nu toe weten bijna, vergeet het maar. Als laatste, en dat is de tijd die het vraagt om van plan naar uitvoering te komen. Het is al aangegeven door mijnheer Jan Willemsens dat het heel belangrijk is om een robuust plan te hebben.
Maar dat betekent eigenlijk ook dat je een breed gedragen plan moet hebben. En dat betekent ook dat je niet in een raad zoals hier nu dit behandelt, maar dat je eigenlijk veel sneller al breed aandacht inzet moet leveren voor het participeren. En dat is dan zeker ook iets wat in een nieuwe Omgevingswet een toverwoord is. En als je kijkt wat dat zou moeten betekenen, dan zou je eigenlijk moeten kiezen om veel meer aandacht te besteden aan informeren en communiceren en daarnaast initiatieven en samenwerken. En dat zijn eigenlijk 2 onderdelen die op dit moment gewoon gefaciliteerd moeten worden. En we zouden u oproepen om dat ook veel explicieter op te nemen in het voorliggende voorstel, zodat je uiteindelijk ook partijen kunt faciliteren. En ik zou dan een appel willen doen om daar ook met name nu partijen niet in een ambtelijk apparaat, maar ook veel meer in de Civil Society, oftewel, dat kan een klankbordgroep organiseren zijn waarin de Milieufederatie een rol heeft, waarin ook andere natuurverenigingen... Waarin de landbouwer, de werkgevers... Wees je bewust dat op deze manier je plan veel robuuster en daarmee ook zekerder is. En dat de tijd, die toch al 8 tot 10 jaar vraagt, ook gehaald kan worden. Voordat ik afsluit, wil ik jullie nog een uitnodiging doen. En die
19
uitnodiging is dat wij graag een excursie organiseren naar een aantal goede praktijkvoorbeelden in de regio. Praktijkvoorbeelden waar zon en wind gecombineerd zijn om juist die duurzame energieopwekking vorm te geven. Praktijkvoorbeelden die inspirerend kunnen zijn voor het eiland van Dordt. Ik denk dat het mogelijk moet zijn om samen met de griffie en Drechtse Energie, en mogelijk nog andere partijen, dat te organiseren, na de zomer. Ik weet niet of het in goede aarde valt, maar dat is het laatste bod wat ik wil doen. De voorzitter: Het is genoteerd door de griffie, heb ik al gezien. Wat dat betreft, dat zal worden meegenomen. De heer Bakker: En voor de rest, mijnheer de voorzitter, hebben wij ook de zaken zwartop-wit. Ik kan u ook de... De voorzitter: Als dat naar de griffie gaat, dan wordt het bij het dossier gevoegd. En dan hebben een... De heer Bakker: Want hij staat in de link voor de energietuinen. Het onderzoek naar... De voorzitter: Als u dat inderdaad dan naar de griffie wilt sturen, dan komt dat allemaal bij ons weer terecht. De heer Bakker: Gaan we voor zorgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie opeens twee GroenLinks vingers. Dan wordt het wel heel erg. Dan ga ik eerst even kijken, de eerste de heer Den Hartog dan. Jammer hè? De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik op zich een korte vraag heb.
U noemde natuurinclusiviteit als belangrijk uitgangspunt. U zegt ook dat het eigenlijk nu onduidelijk is hoe het er nu in staat en dat u daar zelf allerlei ideeën over heeft. En u verwees dat we iets konden lezen. Nu zitten we toch hier allemaal. Kunt u toch even een tipje van de sluier oplichten, nu we hier allemaal aanwezig zijn? De voorzitter: Ik wil het graag toestaan, maar het is misschien wel zonde van de tijd als het toch naar ons toe komt, denk ik dan, mijnheer Den Hartog. De heer Bakker: Ik wil wel een stukje van de sluier oplichten. Dat betekent niet alleen op het terrein zelf dat je ontwikkelingen genereert die natuurinclusief mogen zijn, maar dat je ook kijkt in een bredere integrale benadering. Ik kan me voorstellen in de polder De Zuidpunt dat je daar... Want die molens genereren inkomsten. En om die meerwaarde op een goede manier te benutten, kun je ook in feite de biodiversiteit een boost geven. En daar hebben we ook een ladder voor ontwikkeld. Bij die energietuinen zit ook een ladder, die in feite een checklist is voor hoe je dan om kunt gaan met de mogelijkheden. De voorzitter: En het komt allemaal naar ons toe nog, mijnheer Den Hartog. Wat dat betreft... De heer Groenewege. De heer Groenewege: Vanuit de Partij voor de Dieren staan we in ieder geval positief tegenover de uitnodiging. Ik was nog benieuwd of de Natuur en Milieufederatie
20
misschien conflicten ziet tussen de zoeklocaties voor windenergie die het college voorstelt en belangrijke en bekende vogelvliegroutes? Want het zit natuurlijk allemaal vlakbij beschermde natuur. De heer Bakker: Goede vraag. Ik kan me herinneren dat tijdens de ronde tafel, toen wij ook inspraken, de Vogelbescherming een presentatie heeft gehouden. En het klopt. Ik denk ook dat als je het hebt over de manier waarop je die locaties moet kiezen je altijd je heel bewust moet zijn van de verstoring. Ik denk ook dat we er niet aan ontkomen om een keuze te maken die, je zou kunnen zeggen, niet de kolen en de geit spaart, maar wel een bewustzijn creëert waarin je ook met duurzame energieopwekking een aantal concessies zal moeten doen. Maar ik denk zelf dat ook de tijd leert dat we steeds verder komen in op die manier het mitigeren van de effecten van de windmolens. Maar ik kan niet ontkennen dat in de buurt van een Natura 2000-gebied, zoals we dat hier kennen, je toch wel ook heel kritisch moet zijn met de locaties. Ik kan ook nog melden dat aan de overkant hebben we natuurlijk voorbeelden in Brabant, bij Lage Zwaluwe, het A16-project. Die hebben eigenlijk ook op dezelfde manier een probleem. En ik kan alleen maar zeggen dat wij niet bij elke locatie staan te juichen als daar windmolens worden gezet. Dat is eigenlijk het antwoord op uw vraag. De voorzitter: Mevrouw Boom.
Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Bedankt voor uw inbreng. Ik heb vandaag eigenlijk nog weinig gehoord over de landschappelijke waarde en wat men ervan vindt, positief of negatief. En natuurlijk ben ik best wel benieuwd naar uw organisatie, wat die ervan vindt om windmolens vlakbij natuurgebieden te hebben. De heer Bakker: Het is ik denk een goede vraag, mevrouw Boom. Dank u wel. Het is ook, als je kijkt naar wat vind je mooi, dan kun je altijd zeggen, dat is subjectief. Ik denk als je het moet beoordelen vanuit effecten op landschap, dan zie je daar ook allerlei studies die met de visuele schetsen hoe je vanuit gezichtshoeken de molens kunt waarnemen, pogingen om daar iets van op papier te krijgen. Ik denk wel dat we moeten vaststellen dat molens zeker effect hebben. En als je het hebt over ongestoorde luchten en vergezichten, dat we daar concessies doen. En als je vraagt van, vinden we dat mooi of lelijk? Ik gaf al aan, ik denk dat het een keuze is die staat voor, willen we duurzame energie een plek geven in onze samenleving en not in my backyard gevoelens de overhand geven? Of willen we alles wat niet mooi is afwijzen? En ik denk zelf dat de inbreng van mijnheer De Keizer daar ook nog wel iets over zegt. Maar ik kan u zeggen, mooi is subjectief. En meer kan ik er niet aan toevoegen. De voorzitter: De heer De Keizer is zo aan de beurt.