CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2024.01.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 maart 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 6 februari 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 december 2023, 23 januari, 13 februari en 27 februari 2024 Vergaderzalen 1, 3, 548.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 23 JANUARI 2024 Vergaderzaal 1 1. Agenderingsverzoek Griffie aan Agendacommissie over Kennissessie financiële producten gemeente Mevrouw Vermeulen: Mag ik ook een keer hier zitten. Hallo iedereen, we gaan vandaag niet een commissievergadering openen, maar een Kennissessie. Er staat een afspraak die BDO met de gemeenteraad heeft, dat zij af en toe de actuele kennis overbrengen en ook kennis die er al is bijspijkeren. Volgens mij voor het laatst bij het begin van de raadsperiode was er een goede scholing. En nu zijn er heel veel slides voorbereid om jullie mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen en vragen die via de agenderingstool zijn ingediend. De gezichten zijn als het goed is bekend. In ieder geval bij de Auditcommissieleden. Ik geef graag Marc Steehouwer en Neil Van Engelen het woord. En dan kunnen zij aangeven of er vragen tussentijds kunnen worden gesteld. En dat hoeft niet via mij. Kan gewoon via hen. De heer Steehouwer: Het werkt, volgens mij. Dank je wel, Clark. Goedemiddag, ik zie een aantal bekenden en een aantal onbekende gezichten. Ik ga me gewoon even kort voorstellen. En ik zal mijn collega ook voorstellen. Leuk om hier te zijn. Ik ben Marc Steehouwer. Ik ben de verantwoordelijk accountant voor de controle van uw gemeente en van de jaarrekening uiteraard.

En Neil is collega van onze adviespraktijk. En wij geven best wel regelmatig samen dit soort workshops, om u gewoon op basis van een aantal vragen, maar ook ontwikkelingen en een stuk basiskennis mee te nemen in alle actualiteit. Waardoor u als raadslid beter in positie komt om kaderstellend en controlerend uw rol te kunnen invullen. Laurette gaf het al eventjes aan. Een uitvraag gedaan bij de uitnodiging. Ook een aantal vragen daarbij vanuit uw raad bij ons terechtgekomen. Die hebben we ook meegenomen in de presentatie. We hebben de volgende programmaonderdelen. We beginnen eigenlijk met een stukje herhaling van wat u vorig jaar als nieuwe raadsleden ook al heeft aangehoord als het gaat over, hoe ziet nu het financiële huishoudboekje van een gemeente in algemene zin, maar ook gemeente Dordrecht in het bijzonder eruit? Hoe ziet een balans eruit? Waar moet je op letten met paragraaf en programma's? En ook wat basisspelregels eigenlijk van, hoe is nu deugdelijk financieel beheer voor een gemeente goed in te vullen? Dan een aantal specifieke onderwerpen. Dat is wel heel leuk. We hebben vanochtend als BDO de nieuwe benchmark gemeentes gepubliceerd. Ik leef een beetje op een roze wolk vandaag.

En het is wel heel leuk om jullie daar ook gelijk een tipje mee te geven van, wat zijn daar de observaties? Hoe komt Dordrecht eruit? Misschien heeft u hem al gezien, misschien niet, maar dan heeft u gelijk het stukje toelichting al te pakken over Dordrecht. En ook even kijken hoe de tijd uitpakt, kunnen nog even een korte blik werpen op de rechtmatigheidsverantwoording. Voor de interactie is het denk ik heel leuk als u gewoon tussendoor vragen stelt. En wat mij betreft ook als u op de tweede rang zit, om het maar zo te zeggen. Of tweede ring. Zeker geen tweede rang. Om wat interactie en eventuele vragen die oppoppen, dat we die gelijk kunnen meenemen. Neil al starten met het eerste deel. En dan spring ik halverwege weer in. En hopelijk is het een leerzaam en leuk samenzijn.

1

De heer Van Engelen: Dank je wel. We beginnen eerst met een stukje basisbeginselen planning en control. We hebben in het eerdere traject al een keer met jullie ook wat zaken besproken. Daar zal ook een stukje herhaling in terugkomen. En we hebben bedacht, het is toch ook een beetje een workshop. We gaan jullie ook nog aan het werk zitten dadelijk, met een opdracht. Dan krijg je wat meer interactie. Het wordt niet alleen maar zenden vanuit onze kant uit, maar ook wordt er iets van jullie verwacht zo meteen. Maar we beginnen eerst even met wat basisbeginselen rondom planning en Control. Planning en control wordt vaak gezegd, dat is het huishoudboekje van de gemeente. Een gemeente is budget-, begroting gestuurd. Dat traject begint altijd met een Kadernota, Perspectiefnota voor 2024, heb ik begrepen. Dat leidt tot een begroting, die door u als raadsleden wordt vastgesteld. Dan wordt het geld simpelweg even verdeeld. Uiteindelijk komt het tot uitvoering. Daarover wordt gerapporteerd in het jaar, middels een bestuursrapportage. En de cyclus sluit uiteindelijk met de jaarrekening, in mei, juni. Als we het hebben over het begrotingsjaar 2023, dan zitten we nu in het vierde kwart, waarbij de jaarrekening wordt opgemaakt en de jaarstukken uiteindelijk ook ter vaststelling worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit is jullie cyclus. Dit is het huishoudboekje van de gemeente Dordrecht.

Het is belangrijk om te zien dat die cyclus ook iedere keer rond wordt gemaakt en dat daar de planning- en controlcyclus ieder jaar wordt afgerond. In de tijd zie je het hieronder nog een keer uiteengezet. Wat is daar dan weer bijzonder aan? De begroting start je eigenlijk al in met het opstellen daarvan met de Kadernota. Eigenlijk in juni, juli, een half jaar voordat het jaar begint, ben al bezig met het volgende jaar. En vervolgens wordt het uiteengezet in de begroting. Die komt dan in november. Je bent bezig met de begroting 2025 eind 2024. Vervolgens gaat het jaar in. Dan kunnen er natuurlijk allerlei wijzigingen plaatsvinden. En dan krijg je nog begrotingswijzigingen gedurende het jaar. En uiteindelijk de tussentijdse rapportage, waarin wordt teruggekeken van, heb je datgene wat je hebt bedacht ook uitgevoerd? Met de jaarrekening als sluitstuk. Welkom. Mevrouw Koene: Irene Koene trouwens. Ik heb geen bordje. Dat is leuk, de jaarrekening. Maar vaag staat me bij dat die dit jaar weer niet in mei, juni zou zijn. Is daar als iets over... De heer Van Engelen: Dat durf ik zo niet te zeggen. Dan kijk ik even naar Marc, of jij weet hoe de planning eruitziet? De heer Steehouwer: Ik denk dat we dat even moeten parkeren, gezien het nu met name kennis delen is.

Binnenkort zitten wij in de Auditcommissie met onze managementletter en wordt er ook weer een update gegeven over alles wat er speelt op ambtelijk vlak. En ook kunnen samenwerken met ons als accountant. En daar valt de planning ook onder. En alle inzet is er uiteraard op gericht om gewoon netjes de afgesproken data te halen voor 15 juli. Ik denk dat dat even nu dan scheiden van... Mevrouw Koene: Prima. Maar ik bedoel, het is natuurlijk wel een terechte opmerking als je hier een schets geeft van hoe een jaar eruit moet zien, dat ons jaar er zo niet uitziet. De heer Steehouwer: In de werkelijkheid niet. Klopt. De heer Van Engelen: Dit is de planning, zoals hij bedoeld is. We weten, allemaal afgelopen jaar is dat niet gehaald. Maar er wordt altijd met man en macht aan gewerkt

2

om dat wel voor elkaar te krijgen. Dat is altijd een hele kluif. Weet in ieder geval dat u ook samenwerkingsverbanden hebt. Gemeenschappelijke regelingen kennen nog een andere cyclus. Die zitten qua begroting nog veel eerder in het traject. Die zijn in het voorjaar van enig jaar de begroting aan het opstellen van het jaar daarop. Die kijken bijna een jaar vooruit daarmee. Dat is nog een heel ander traject. Maar belangrijk is, die begroting is natuurlijk het document waarin u de verdeling maakt, wat gaat u doen met de middelen die beschikbaar zijn, waar gaat het geld naartoe en waar wilt u op inzoomen? Heel nadrukkelijk, het budgetrecht. Wie gaat er over de centen? Is de gemeenteraad. Dat zijn jullie. Dan hebben we nog meer belanghebbenden. Het is natuurlijk niet alleen voor de gemeenteraad waarom we dit doen. Ik denk dat het ook wel goed is om dat te beseffen. Natuurlijk, de organisatie zelf. Die vertalen dat door naar plannen en uitvoering in de organisatie. Dat is een belangrijk beheersingskader waaraan wordt getoetst of we de doelstellingen voor Dordrecht halen. Uiteraard heb je de toezichthouder, de provincie, die meekijkt dat er niks geks gebeurt. Die kijkt ook altijd of je een goed financieel beleid voert. Doet altijd uitspraak op basis van de begroting. En zij kijken heel nadrukkelijk naar het meer structureel evenwicht.

Dat betekent dat je structureel niet meer uitgeeft dan dat er binnenkomt. Dat is voor hen het criteria om te kijken van, heb je een goed financieel beleid? En daarover wordt jaarlijks ook een brief afgegeven vanuit een onafhankelijke positie. Het is altijd goed om daar kennis van te nemen als raadslid. En daarnaast hebben we natuurlijk burgers, bedrijven, andere belanghebbenden die graag ook weten van, wat is het beleid van de gemeente? Wat gaat er gebeuren in de stad? Waar liggen de accenten? Waar gaat het geld naartoe? Want zij willen daar natuurlijk ook hun activiteiten op afstemmen, zodat uiteindelijk de projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd worden in de stad. En een consistent financieel beleid is daar een key. Een overheid die continu alle kanten opgaat, is voor ondernemers, voor burgers natuurlijk vervelend, omdat je daar dan je eigen plan niet op kunt aanpassen. En daarnaast hebben we natuurlijk het Rijk, Europa en het CBS, die als tussenpersoon allerlei gegevens verzamelt en verstrekt. Het Rijk is steeds belangrijker geworden. Noem ik even ook de ministeries en de zogenaamde SiSa-regelingen. Alle subsidies die jullie krijgen van het Rijk om projecten te realiseren, om doelstellingen te realiseren, die lopen tegenwoordig allemaal via de systematiek SiSa.

Gaan we dadelijk nog even wat op induiken van, wat is dat dan precies? Maar dat is een belangrijke belanghebbende als het gaat om de jaarstukken, want daar vindt een stukje afrekening plaats, ook met jullie als gemeente. Dan een aantal principes. Het is wel handig om... De BBV, de verslaggevingsregels die gelden voor de begroting en de jaarrekening, daar staan allerlei regeltjes in, allemaal artikelen. Die gaan we niet met elkaar doornemen, maar het is wel belangrijk om... Er zitten een aantal principes achter. Dat we die met elkaar goed begrijpen. Want het helpt ook in discussie als je naar documenten kijkt, vind ik dit transparant genoeg, is het begrijpelijk, is het inzichtelijk? Heel belangrijke voorwaarden, vooral als het gaat om publiek geld wat we met elkaar besteden. Dat is ook een van mijn persoonlijke motto's, het moet voor de burger uit te leggen zijn. We moeten kunnen uitleggen aan de burger wat we aan het doen zijn. En die moet dat ook kunnen begrijpen. Nou valt dat niet altijd even mee, als we kijken naar de jaarrekening van de gemeente. Maar dat is wel een belangrijk uitgangspunt. Jij zei al, het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. De autorisatie van het budget ligt nadrukkelijk bij jullie. Dat zie je dadelijk ook terug in een stukje begrotingsrechtmatigheid. De Gemeentewet geeft aan, op het moment dat er meer wordt uitgegeven dan vooraf is

3

afgestemd met de gemeenteraad, is in principe onrechtmatig. De definitie. Is heel belangrijk, de autorisatie door u als gemeenteraad. Dat ligt eraan hoe of wat. Of dat tijden gemeld is en wat daarmee gebeurt. Maar daar komen we dadelijk wel even terug. Is een goede vraag. Als de doelen zijn gerealiseerd, heb je minder uitgegeven, heb je het misschien wel goed gedaan. Heb je taken en doelstelling niet gerealiseerd en ook geen minder uitgaven, dan moet je daar de discussie over voeren. Of er is geld binnengekomen waar je nog geen bestemming voor hebt gehad. Dat kan natuurlijk ook, Openbaarheid is een heel belangrijk. Dat is echt uniek aan de publieke sector, overheden. Alles gebeurt in de openbaarheid. Daar zijn de stukken ook op geënt. En we hebben een aantal aspecten, zoals getrouw beeld. De cijfers moeten kloppen, simpelweg, tot op zekere hoogte. En rechtmatig handelen. Je stelt als overheid eisen aan anderen, als het gaat om voldoen aan wet- en regelgeving. Dan moet je dat natuurlijk zelf ook doen, even simpel gezegd. En daar komt natuurlijk ook die rechtmatigheidsverantwoording weer om de hoek kijken. Dit zijn een aantal vereiste, samengevat en principes, uitgangspunten waar we met elkaar rekening mee moeten houden. Waaruit bestaan dan die jaarstukken en die begroting? Jullie hebben een hele mooie site, waar alle financiële stukken digitaal beschikbaar zijn.

Daar kun je dan op doorklikken. En dit is dan eigenlijk de jaarstukken 2022, die jullie afgelopen jaar hebben behandeld. Die is hier samengevat. En dan zie je inderdaad een balans en toelichting. Er zit een overzicht van de financiële positie. Projecten komen we ook nog over te spreken. Daar worden overzichten geprojecteerd. En uiteraard is SiSa bijlage, waar ik net ook op refereerde. Zijn allemaal belangrijke elementen. En als je het uitprint, dan heb je een behoorlijk boekwerk. Dat hebben we nu bewust even niet gedaan, in het kader van duurzaamheid. Maar als je daar doorheen gaat bladeren, dan staat er wel heel veel informatie in zo'n jaarrekening, jaarverslag en een begroting. En dat is allemaal voor jullie om daar kennis van te nemen. Wat staat waar en waar moet je naar kijken? Dat is altijd de vraag. En hoe organiseer je dat ook binnen je raadsfractie? Zoom ik eerst even in op een onderdeel wat vaak onderbelicht is. En dat is de balans. Wij hebben vaak de neiging, we kijken naar de begroting, want dan wordt het geld verdeeld. En we kijken naar het resultaat in de jaarrekening, want dat geld kun je weer verdelen. En je kijkt naar, waar is het geld naartoe gegaan en zijn de doelstellingen behaald? Maar de balans wordt eigenlijk zelden bekeken. Is dat iets wat jullie herkennen? Als ondernemer niet. En waarvoor als ondernemer niet? Het eigen vermogen.

Hoeveel kan ik naar mezelf uitkeren? Maar als gemeenteraad, als gemeente wordt eigenlijk zelden aandacht besteed aan de balans. Terwijl wij als accountants heel veel tijd spenderen in de controle aan de balans. Is toch wel maf. Wat staat er op die balans? De ene kant noemen we de activa. Dat zijn de bezittingen en vorderingen die je hebt als gemeente. Waar hebben we in geïnvesteerd? In welke materiële vaste activa? Gebouwen onder andere hebben we. Welke grondexploitaties lopen er? De voorraden. Daar zitten de grondexploitaties in. Wat is daar het saldo van? En aan de andere kant hebben we het vermogen en de schulden. Hoeveel eigen vermogen hebben we en welke schulden hebben we die we nog moeten betalen in de toekomst? Gelijk even een vraag ook weer aan jullie, waar zitten de financiële buffers in een balans? Zitten er financiële buffers? Eigen vermogen? En welke buffer zit daarin? Wat wordt daar afgedekt? Er zitten hier reserves. En daarin heb je bijvoorbeeld een algemene reserve, om risico's die je mogelijk dan loopt als gemeente af te kunnen dekken. Zitten er nog meer buffers in? Eentje staat er op. En heeft u het dan over uitgaande subsidies of inkomende subsidies? Inkomende. Dat loopt ook vaak

4

via die SiSa-regeling. Je hebt de projecten. Daar heeft het Rijk dan, het ministerie heeft daar middelen voor beschikbaar. Daar kun je een aanvraag doen. Dan krijg je een beschikking van het Rijk. Vaak betaalt het Rijk meteen ook een voorschot uit. Het is gewoon echt geld op de bankrekening. Het komt hier op de liquide middelen dan geld gestort. Alleen dat geld is wel specifiek gereserveerd. Daar kun je niet zomaar lantaarnpalen voor kopen of wat dan ook. En die reservering zit onder de overlopende passiva. Hier staat het geld, op de bank. En hier staat, ik heb nog te besteden aan SiSasubsidiegeld bedrag X. Vervolgens krijg je de projectplanning en gaat zo'n project lopen. Dan worden er lasten, kosten gemaakt. En die gaan dan af van dit potje, even simpel gezegd. Als je wil zien hoe het loopt met inkomende subsidies en de uitnutting daarvan, zit hier een verloopoverzicht in de toelichting. Dan kun je dat heel mooi zien. Dan zie je alle gelden die van het Rijk zijn ontvangen. Wat daar de bevoorschotting is, wat is er uitgegeven en wat is het saldo wat overblijft? Want het saldo wat overblijft moet je zorgen dat je binnen de projectperiode nog laat werken voor Dordrecht of je moet het terugbetalen. En dat is natuurlijk zonde. Je hebt geld gehad. Kun je beter inzetten. Maar soms moet je ook iets terugbetalen. Dat is hoe het met subsidies werkt.

Dat hangt een beetje af van het ministerie en het soort subsidie. Soms krijg je in één keer het bedrag. Soms krijg je tachtig procent en dan later nog een keer twintig procent. Dat hangt een beetje af van soorten voor het project. Meestal wordt er wel een soort van kasstroom afgesproken. Volgens mij komt het zelden voor dat je als... Nee, het geld wat je hebt gehad, dat staat in eerste instantie als... Tenzij je het project hebt uitgevoerd en bijvoorbeeld je hebt maar tachtig procent gehad en je moet nog twintig procent krijgen van het Rijk, dan staat hij niet meer hier, maar dan staat hij daar als vordering op het Rijk. Want dan zeg je, ik krijg nog geld van u. Project uitvoeren. Voor een gedeelte. Dat is een onderdeel van die overlopende passiva. En u kunt dat in de toelichting in de jaarrekening terugvinden. Maar er zitten nog meer buffers in. In de begroting heeft u altijd een post onvoorzien. Je hebt de voorzieningen. Daar worden hele specifieke risico's afgedekt of middelen die je van derden hebt gekregen met een specifiek doel. Ik zei net, dat budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. Als het gaat om voorzieningen, daar ligt al een harde verplichting onder. Daar kunt u als raadslid eigenlijk niks meer aan doen. En dat zijn verplichtingen die in de toekomst betaald gaan worden, waar geld voor beschikbaar is. En dat geld moet aan die zaken worden besteed.

Dan hebben we nog meer buffers, maar die zie je niet zo. En die buffers zitten vooral aan deze kant. Dat zijn voorzieningen, bijvoorbeeld op dubieuze debiteuren. Mensen die misschien niet gaan betalen. Daar tref je ook al een voorziening voor. Dat stukje risico afgedekt. Grondexploitaties die verlieslatend zijn, daar moet je ook al een voorziening voor treffen. Ook aan de activazijde zitten er een aantal buffers die financiële risico's afdekken. Is goed om te beseffen dat het niet alleen gaat om die begroting, waar Marc het dadelijk over gaat hebben, maar dat er ook in de balans buffers zijn ingebouwd om financiële risico's naar de toekomst af te dekken. Dat is even heel kort. Dan gaan we over naar datgene wat wat meer tot de verbeelding spreekt. En dat is de exploitatie, de programma's. Daarvoor hebben we een opdracht bedacht. Want het is belangrijk, wil je die planning en controlcyclus goed doorgronden, dan moet je ook kijken naar de samenhang van de verschillende onderdelen. Want uiteindelijk is het voor u als raadslid ook belangrijk om die verbanden te leggen. Daar hebben wij een opdracht voor bedacht. En het gaat om 2022, want daar zijn alle stukken beschikbaar. We willen vragen of u op basis van het portal van Dordrecht wil kijken naar de begroting 2022 en de jaarstukken

5

2022. En dan de volgende vraag wil beantwoorden. Wat valt u op aan de structuur van de documenten? Wat is de onderlinge samenhang? Welke elementen vallen u daarbij op in die documenten? En wat vindt u van de SiSa-bijlage? Daar ben ik wel heel erg nieuwsgierig naar, of u die ooit al een keer hebt bekeken en wat vindt u daarvan? En het is goed om dat in tweetallen te doen en misschien hier een drietal of daar. Moeten we even kijken hoe dat uitpakt. En na twintig minuten horen we graag van u wat u van de stukken vindt. Als je dat doorklikt, dan moet hij het doen. Ik kan hier niet op doorklikken, maar anders kom je wel op de website. Twintig minuten de tijd om eens naar deze documenten te kijken. Volgens mij zijn we weer compleet. Jullie hebben een beetje kunnen grasduinen in de stukken rondom de planning en controlcyclus, de begroting 2022 en de jaarstukken 2022. Als we de vragen even langslopen, ben ik even benieuwd naar jullie reacties. Wat valt je op aan de structuur van de documenten? Chaos. Er zit wel structuur in. Waar je eindigt. En wat zijn nog meer dingen die opvallen, als je het hebt over de structuur? Dat is lastig. En als je het vergelijkt met een reguliere jaarrekening die we kennen vanuit het bedrijfsleven. En je kijkt dan naar de structuur. Die zie je niet terug. Neem van ons aan, die is volledig anders.

En dat heeft te maken met de verslaggeversregels, die heel toegespitst zijn op gemeenten. Jullie zijn een bestedingsorganisatie. De nadruk ligt op, waar gaat het geld naartoe? En wat bereik je ermee? Een bedrijf is gericht op winstmaximalisatie, vergroten van waarde. Dan krijg je een andere nadruk. Vandaar dat je ook in de structuur ziet... In een normale jaarrekening noem ik het maar even zo, dan zie je omzet, lonen en salarissen, bedrijfskosten. Die ziet u niet terug in de jaarrekening van de gemeente. U ziet programma's. En op die programma's staan lasten en baten. Dat is een heel belangrijk verschil tussen een reguliere jaarrekening en een jaarrekening van een gemeente. Die structuur is echt wel wezenlijk anders. Vandaar dat je misschien ook zegt, het is moeilijk om het verband te zien en waar zit nu wat? Want het is echt gewoon op een andere manier opgebouwd. Het is wel een baten-lastenstelsel, maar het is niet naar categorieën, maar naar doelstellingen opgesteld. Dan moet je doorklikken. En hoever ga je in zo'n programma? Daar komen we dadelijk ook op. Was één van de vragen ook van, hoe ga je fijnmaziger begroten of niet? Hoe werkt dat, minder programma's, meer programma's? Hebben we wat voor- en nadelen voor op een rij gezet. Maar dat is belangrijk aan die documenten. Dit is een andere structuur dan dat u gewend bent vanuit een reguliere jaarrekening.

Als je iemand in de fractie hebt zitten die verstand heeft van verslaggeving en die zegt, ik zal eens even kijken naar de jaarrekening, dan komen ze vaak van, dit ken ik niet zo. Wat is de onderlinge samenhang tussen de begroting en de jaarrekening? Die is er zeker. Misschien aan die kant? De jaarrekening is de spiegel van de begroting. Die mag ook geen andere programma’s bevatten, in principe. Zodat je die cyclus altijd rond maakt. Dat moet het voor jullie als raadsleden ook mogelijk maken om te kijken van, ik had een bepaalde doelstelling op het programma ruimte en met een bepaald kostenplaatje erbij, zie ik dat ook terug in de jaarrekening en is dat gerealiseerd wat we hadden bedacht? Dat is het idee achter heel de programmaverantwoording. Ik heb net ook wat vragen gesteld. Welk onderdeel is voor jullie eigenlijk het meest interessant? Welk onderdeel zou je moeten lezen? En welk onderdeel van die jaarrekening? Want je zag, er zijn wat kopjes. Kan iemand helpen? Financieel resultaat. Resultaat is ook wel belangrijk, onderaan de streep. Want wat houden we over? En kunnen we daar iets mee richting de volgende begroting. Dat is ook waarom je hem eigenlijk voor de zomer wil behandelen. Maar als er een onderdeel belangrijk is voor u als raadsleden, dan is het een

6

programmaverantwoording. En dat is niet eens de jaarrekening, want dat is de programmarekening. De programmaverantwoording staat in, welke doelstellingen hebben we bereikt, wat hebben we daarvoor gedaan en wat heeft het gekost? Dat is echt nadrukkelijk de verantwoording van het college aan de gemeenteraad over wat er met de gelden is gedaan. Dat is heel moeilijk. Dat klopt. Dat is hetzelfde. Dat is heel lastig in die zin inderdaad. Maar daarom is het ook belangrijk om af en toe terug te kijken. Dat noemen we het voorspellende vermogen. Als er structureel op een bepaald programmaonderdeel geld overblijft, dan is de vraag, is die begroting niet te groot? Als er continu op een programma achterblijft op uitvoering, zijn we niet te ambitieus? Dat soort trends kun je uit de jaarstukken halen. Maar dan moet je wel meerdere jaren achter elkaar leggen. Dat haal je niet uit een enkele jaarrekening. En het lastigste aan de begroting van een gemeente is het veronderstelde verband tussen, ik wil het veiliger maken in de stad. Daarvoor ga ik zoveel verlichting aanbrengen. Die verlichting kost zoveel. En daarmee gaat het veiligheidsniveau van zeven naar acht. Daar zit een veronderstelling in dat dat gebeurt. Maar veiligheid kan natuurlijk afhankelijk zijn voor veel meer factoren, waardoor je dat cijfer niet ziet groeien. Terwijl je misschien wel die verlichting hebt gerealiseerd.

De outcome is heel lastig. Dat is doelmatig- en doeltreffendheid. Daar heb je als raad wel ook instrumenten voor. Dat is de Rekenkamer die daar iets van vindt, maar ook de doelmatigheidsonderzoeken van het college. Die zijn eigenlijk bedoeld om dat boven tafel te krijgen. U had nog een vraag van, waar kan ik het vinden? Want het is, even uit mijn hoofd, als je de banner pakt waar in het blauw, dat begint met inleiding algemeen beeld en daarnaast staat vaak de programmaverantwoording. En dan tik je door. De jaarstukken ook. Zeker. En als je hem doorklikt, dan krijg je een overzicht met de programma's. Daar hebben wij net ook gekeken. En dan tik je door op het programma wat je interessant vindt. Exact. Maar dat is ook het belangrijkste document om te bekijken binnen de structuur. Wat vindt u van de SiSa-bijlage? Schitterend stuk is het toch? Geweldig. Dit zijn de specifieke uitkeringen. En daar moet u verantwoording over afleggen als gemeente via de SiSa-bijlage. En dat format is voorgeschreven. Want op basis daarvan stellen de ministeries uiteindelijk de subsidie vast. Interessant zijn wel de nullen. Als je dan toch ergens een vraag over zou moeten stellen, dan zijn het de nullen. Want dat betekent dat je iets niet hebt besteed. Dat wil ook weleens zeggen dat, er is een pot met geld binnengekomen, maar we hebben nog niks uitgegeven. Maar dat zie je...

Dat hangt van de indicator af, zeg ik er gelijk bij. Maar dat is het verantwoordingsdocument, waar best wel veel om te doen is ook, omdat we daar behoorlijk wat tijd instoppen met de organisatie, en ook vanuit de controle, om ervoor te zorgen dat het allemaal netjes en correct wordt ingevuld. Want uiteindelijk is het wel een verantwoording, op basis waarvan het ministerie gaat afrekenen. Dat zijn de verschillende ministeries en of het een provinciale regeling is over een ministeriële regeling. Die zit er wel, maar dat ga ik u besparen. Je hebt een invulwijzer met 500 pagina's. Dan weet u een beetje wat we hebben georganiseerd met elkaar. De accountant zit hier, maar in principe is er een rol van de accountant dat die... We controleren de getrouwheid. Ook het team van Marc heeft een protocol vanuit het ministerie. Dan noemen ze nota verwachting accountantscontrole. Is volgens mij ook een pagina of 45 of zo. En daar staat exact in wat de accountant moet doen aan die SiSabijlage. En wij worden ook gereviewd daar. Dat is de Auditdienst Rijk. Die komt dan bij ons weer kijken, of wij ons werk goed hebben gedaan. Maar wij kijken puur alleen

7

cijfermatig. Zijn de getalletjes goed ingevuld? Maar of iets uitgevoerd is of niet... De prestatielevering wel. Maar niet als er niks gebeurd is en je vult een nul in, dan is eigenlijk wel de vraag, waarvoor is dat geld niet ingezet voor Dordrecht? Of komt het nog het komt? Dit is een verantwoording vanuit college aan... Ik heb nog even wat theorie uiteengezet, maar daar gaan we sneller doorheen. Want feitelijk hebben we net alle elementen wel benoemd. Dit is de theorie vanuit BBV. Is even wat simpeler weergegeven. Maar in principe de begroting en de jaarstukken zijn elkaars spiegel. En de jaarstukken en de begroting bevat paragrafen, programmaverantwoording, de jaarrekening. En vooral de programmaverantwoording met het programmaplan is voor jullie het meest interessant. Dan hebben we ook nog een aantal paragrafen. Die zijn voorgeschreven door de wetgever. Kan ik nu wel praten? Wordt ook opgenomen. Die programma's is juist de belangrijke. De programmaverantwoording heb ik net op gewezen, daar zie je de drie W-vragen terugkomen. En ook dat is iets wat voorgeschreven is vanuit de verslaggeving. Dat zien ze ook bij iedere gemeente terug. Per programma, wat wordt er beoogd te realiseren? Wat gaan we eraan doen? En wat mag het kosten? En dat staat in de begroting.

En in de jaarstukken staat, Wat is er bereikt? Wat hebben we gedaan? En wat heeft het gekost? Die driedeling moet altijd terugkomen. Is verplicht. Want hier heb je... Enerzijds is dit je kaderstellende rol als gemeenteraad in de begroting. En hier zit je controlerende toezichthoudende taak, in de jaarrekening. Dit is de begroting en dit is de jaarrekening. Je ziet hier ook die onderlinge samenhang. En die drie W-vragen zie je ook letterlijk... Die vragen komen terug per programma. En daarnaast is het werken met... En vervolgens werken we toch ook vaak met indicatoren, zoals ook bij jullie. Die zie je ook terug. Je hebt daar een stukje input indicatoren en output indicatoren. En vervolgens natuurlijk de effecten waar we het over hadden van, welke maatschappelijke effecten wil je bereiken? En nu is het zaak om die zo smart mogelijk te maken, zodat je daar ook op kunt sturen. Maar dit is wel een eeuwige worsteling, moet ik zeggen hoor. Ik werk al 25 jaar in de overheidsbranche als accountant. En het formuleren van goede indicatoren is eigenlijk ieder jaar een terugkerend vraagstuk. Hangt misschien ook soms een beetje af van de politieke kleur.

Wat vinden we belangrijk? En waar leggen we de nadruk op? Wat is meetbaar en wat niet? En wat is causaal verband tussen het geld wat we erin stoppen, de activiteiten die we doen en het maatschappelijk effect wat we realiseren? Ook daar vinden vaak discussies over plaats. Maar het is wel belangrijk om de indicatoren die je hebt zo smart mogelijk te maken. Ik geef nog even wat tips mee. En dan geef ik dadelijk het woord weer aan Marc. Als we kijken naar goed gezond financieel beleid, hoe doe je dat als gemeente? En belangrijk daarin is ook een stuk consistentie. Het is allemaal geen rocket science, maar wel belangrijk om eens naast jullie financieel beleid te houden en te kijken, hebben we aan alle spelregels vandaan? Structurele lasten met structurele baten dekken. Geen geld uitgeven wat je nog niet hebt. Is eigenlijk vrij simpel. Financier vaste activa ook met vast geld. Je koopt ook geen huis met een doorlopend krediet. Daar heb je een hypotheek voor. En dat je dat met elkaar matcht. Dat zijn allemaal financiële uitgangspunten. Een stabiel financieel consistent beleid, dat is nog wel een... Daar zit vaak wel een keus in. De gebruiker betaalt, wil eigenlijk zeggen, je koopt iets, activeert het en je schrijft het af. Dan komt de last te liggen bij de gebruiker op dat moment.

Of je zegt, we willen ook sparen, we willen pas dingen gaan realiseren als we daar ook geld voor bij elkaar hebben gespaard. En dat doe je via je reserves. Je bestemmingsreserves enzovoorts. Dat is een

8

keuze hoe je daarmee omgaat. Daar zit soms ook nog wel een politieke keuze. Weerstandsvermogen, ook een onderwerp wat vaak wordt bediscussieerd van, hoeveel weerstandsvermogen moet je hebben? Daar hebben we een beetje een vuistregel voor. Je hebt incidentele risico's waarmee je te maken krijgt. Die worden opgesomd ook netjes in de paragraaf weerstandsvermogen. Daar moet je dekking voor hebben. Maar er zijn ook zaken die je niet kunt voorzien. Maar zorg in ieder geval dat je risico's met een structureel effect ook kunt opvangen in vijf jaar tijd. Dat je niet van het één op het andere moment je hele beleid om moet gooien. Onder die voorzieningen die we net ook zagen op de balans zitten vaak beheerplannen, onderhoudsvoorzieningen bijvoorbeeld. Die moeten wel actueel zijn. Wil je goed financieel beleid voeren, moet je wel weten met welke verplichtingen je te maken hebt. We zeggen, zorg dat die niet vijf jaar oud zijn en zorg dat ze ook financieel zijn doorgerekend. Een belangrijke, ook als het gaat om grote projecten, toch zien wij vaak dat er toch behoorlijke risico's worden genomen, financiële risico's met een ogenschijnlijk laag maatschappelijk rendement. En daar kun je nog steeds voor kiezen als gemeenteraad. Dat is aan jullie als politiek. Maar vanuit financieel beleid zeggen we, is misschien toch niet handig.

Zorg dat daar een balans tussen is, dat je ook weet waar we de grote risico’s lopen. Zit ook het grootste maatschappelijk rendement. Ik weet in Eindhoven hebben ze bijvoorbeeld een hele mooie voorziening getroffen om fietsers veilig over een rotonde te krijgen. Dat is een zwevende fietsbrug. Dat ding heeft meer dan twee miljoen gekost, even uit mijn hoofd. Daar hingen best wel wat financiële risico aan vast. En uiteindelijk ging het erom dat die mensen gewoon netjes veilig over een rotonde konden rijden. Daar had misschien ook wel een andere oplossing voor gekozen kunnen worden. Soms zitten wij in Auditcommissies en dan hebben wij het over financiële risico's met de jaarrekeningcontrole. Dan is daar geen aandacht voor. Maar vervolgens is er ergens een stoeptegel die schuin ligt. En dan zien we daar een hele raadsvergadering over gaan. Dan denk je, die verhouding is soms wat schreef. Maar belangrijk is, als er projectvoorstellen komen, ook vanuit het college en de organisatie, hou dat eens in het ogenschouw van, hoe groot is het financieel risico wat we hier lopen en wat is het maatschappelijk rendement en vind ik dat in verhouding tot elkaar? Dat is eigenlijk de boodschap hier. Totaaloverzicht. Ik begrijp het, want dit is wel... Daarvoor heb je natuurlijk wel die financiële kennis en de omlegging nodig om die stukken allemaal goed te kunnen lezen.

En daarvoor komt er heel veel informatie op jullie af. We kunnen hier bijna een hele cursus aan vol maken. Misschien kunnen we daar op een andere manier een keer een rol vervullen om dat nog wat meer invulling te geven. Dat past eigenlijk niet in de tijd die we nu hebben. Maar de informatie zit wel in de documenten die jullie hebben gehad. Misschien is dat meteen wel een goed bruggetje naar de specifieke onderwerpen. En dan hebben we het over kengetal. Dan komt de mijnheer met de getallen. Komen we bij de accountant uit. De heer Steehouwer: Kom maar hier dan. Het leek me nog wel even aardig, want je zegt, dat hele overzicht hebben we niet. Maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk wel om, welke risico's wil je nemen? En daarvoor heeft het BBV, het Besluit, Begroting en Verantwoording, het verslaggevingsstelsel voor een gemeente, niet voor niets natuurlijk gewoon een aantal kengetallen uitgekozen. En uw provincie, als toezichthouder, monitort ook, hoe risicovol is nu de begroting en de jaarstukken aan het eind van de rit? Het is niet dat u het helemaal alleen moet doen. Een toezichthouder en accountant

9

hebben daar ook een rol in, maar als het gaat over goedkeuren van de begroting, dat gebeurt voordat de provincie ernaar kijkt. En wij kijken daar al helemaal niet naar. U zult ook wel moeten kijken naar bijvoorbeeld de financiële verordening. Heeft u als raad vastgesteld, wat is het minimale weerstandsvermogen wat u als raad nodig vindt? Dan heb je het al over een buffer. Even twee terug. Die punt 5, bouw weerstandsvermogen op. En hoe definieer je dan weerstandsvermogen? Is dat enkel het zichtbaar eigen vermogen versus de onbekende risico's? Of neem je bijvoorbeeld ook de stille reserves mee? Er zijn gemeentes die zeggen, wij weten dat wij allerlei vastgoed hebben wat meer waard is dan de boekwaarde op de balans. En die ruimte nemen wij voor een deel of helemaal ook mee in een buffer. Maar dan neem je alweer meer risico, want om dat in te kunnen zetten, moet je eerst dat onroerend goed verkopen bijvoorbeeld. Daar zitten allerlei afwegingen in die je echt wel aan de voorkant als raad aan het college meegeeft. En ik denk dat het vooral slim is op basis van die kengetallen vooral te kijken van, zitten we heel dicht op de grens of valt het eigenlijk wel mee? En structurele baten en structurele lasten, hoe is dat evenwicht? Dat is ook wel weer een mooi bruggetje straks naar de benchmark. Ik ga eerst even gewoon de volgende sheet erbij pakken.

Want een van de onderwerpen die als vraag binnenkwam, was ook, hoe kijk je aan tegen de grote projecten? Niet zozeer qua financiële haalbaarheid, maar veel meer ook, op welke momenten wordt daarover informatie verstrekt aan u als raad? En misschien aan de hand van dat voorbeeld wel aardig om te laten zien van, hoe zit de samenhang tussen balans, baten, lasten, kredieten, mutaties en reserves? Want wat gaat u doen? U stelt hier een investeringskrediet vast als raad. Neem even het Dordthuis. Ik geloof 126 miljoen. Wat gebeurt er nu als je dat gaat uitvoeren? De bezittingen nemen toe. De balans wordt langer. Het balanssaldo neemt toe. U moet dat ook financieren met vreemd vermogen. Schulden nemen toe. Wat gebeurt er? Hier gebeurt ook iets. Qua effect op de ratio's, die kengetallen, zie je de solvabiliteit. Dat is een belangrijk begrip. Dat is de mate waarin u als gemeente in staat bent uw schulden te kunnen voldoen vanuit de bezittingen die u heeft. Die neemt af. Je balans wordt langer. Het eigen vermogen blijft natuurlijk gelijk. De schulden is natuurlijk altijd een communicerend vat. Bezittingen nemen toe. Je betaalt met vreemd vermogen. Uw ratio verslechtert. Stel nu, en dat is niet helemaal fictief las ik in de krant, dat het Dordthuis stelt zich uit. Dat wordt daarmee een langere doorlooptijd. Heeft ook effect op kapitaallasten.

Je krijgt langere toerekening van rente bijvoorbeeld. En het wordt later in gebruik genomen. Je hebt later afschrijvingslasten. Het is allemaal effecten van enkel een besluit wat u hier neemt, wat in een bepaalde doorlooptijd zijn uitwerking heeft op de balans, maar ook op uw kengetal. En bijvoorbeeld ook op die kapitaallasten. Dat doorkijkje is ook wel van belang van, als het Dordthuis nu duurder wordt of goedkoper wordt, wat betekent dat dan? Laten we even uitgaan van, het wordt duurder. Doordat het bijvoorbeeld zolang loopt dat de inflatie meer impact heeft op de bouwkosten. Dan krijg je natuurlijk aan de ene kant de bezittingen worden nog meer, hoger. Je moet het ook kunnen betalen. Stel dat kun je niet het eigen liquide middelen, eigen geld doen, moet je daar extra financiering voor aantrekken. De solvabiliteit, dat belangrijke kengetal, neemt weer verder af. Je financiële positie verslechtert in principe daardoor. Maar op de korte termijn zie je dat niet direct terug in hogere kapitaallasten. Want je neemt hem later in gebruik en je gaat pas afschrijven op het moment dat je het in gebruik neemt. Voor het eerste extra jaar bijvoorbeeld bouwtijd zie je eigenlijk een positief effect van uitstel van het in gebruik nemen van dat Dordthuis. Alleen omdat het

10

duurder wordt, zie je natuurlijk in de jaren dat het in gebruik genomen wordt dat, stel je schrijft het in vijftig jaar af, dat je die hogere kosten in vijftig partjes, in vijftig jaar als extra last ziet. Het meerjarig effect van besluiten die u vandaag neemt of omstandigheden waar u vandaag mee te maken krijgt, dat is wel belangrijk om dat ook te realiseren van, het zijn hele grote getallen, alleen het kan best zijn dat je dat een beetje averechts terugziet in de baten, lasten ten opzichte van wat u had verwacht. Dan heb je natuurlijk ook nog zoiets als dekking. Je hebt financiering. Dat is meer, hoe betaal je nu die factuur? Doe je dat met eigen banktegoeden of doe je dat met een lening van de bank? En daartegenover staat natuurlijk deze kosten die in uw baten en lasten terechtkomen, die moet je ook ergens uit kunnen dekken. En dat doe je primair vanuit de baten die je krijgt, het Gemeentefonds, gemeentebelastingen. Dat zijn natuurlijk baten die u als gemeente binnenkrijgt om al die kosten te kunnen betalen. Alleen de afschrijvingslasten zijn natuurlijk aan het begin. Heeft u een hele grote investering gedaan van 126 miljoen. Alleen alle jaren daarna heb je wel afschrijvingskosten, maar geen uitgaven in de zin van de factuur betalen. Maar die kosten drukken natuurlijk wel, laten we zeggen in 2030, op uw exploitatie. En daarvoor heb je reserves.

Alles wat u meer aan kosten maakt dan dat er aan baten zijn, daar moet je iets mee. Je kunt niet zeggen van, we hebben een tekort en we zien wel hoe we het oplossen. Daar moet je iets tegenover zetten. En dat is of een baten of een potje in het eigen vermogen, waarvan je een stukje uit die spaarpot haalt om te zeggen, we hebben, bij wijze van spreken, tien miljoen tekort. We kunnen dat niet met hogere gemeentebelastingen gelijktrekken. Moet je tien miljoen uit een spaarpotje halen, een reserve, algemene reserve of bestemmingsreserve, om daar weer dat evenwicht te creëren tussen kosten en opbrengst. Het is niet echt een opbrengst, maar je zegt wel van, je moet daar iets tegenover zetten om hem fictief te betalen. Dat snap ik. De vraag is natuurlijk wel, moet je dat met elkaar vergelijken? In het raadsvoorstel waarin u ja hebt gezegd als raad tegen, we gaan het Dordthuis bouwen, staat als het goed is wat het kost en ook hoe dat die kosten gedekt worden. En als daarin staat dat een deel van die kosten worden gedekt vanuit de verkoop van deze grond, waar ik nu op sta, dan zit daar natuurlijk een risico in van, levert die grond straks op wat het college nu denkt dat het oplevert? Maar op het moment dat dat helemaal niet in, ik noem het maar even, de businesscase van het Dordthuis zit als dekkingsmogelijkheid, dan maakt het ook eigenlijk niet uit.

Want op een later moment komt dan de opbrengst van deze plek weer in een keer naar u als raad van, we hebben geld beschikbaar gekregen vanuit de verkoop. Daar willen we als college dit mee gaan doen. Vindt u dat goed? U moet wel goed kijken naar, wat staat er in het raadsvoorstel qua, hoe dekken we dan die uitgaven? En als daar risico's in zitten, is het natuurlijk heel goed om daarop door te vragen van, kan dat mee- of tegenvallen? Kan ik me heel goed bij voorstellen, dat in de businesscase van het Dordthuis is gezegd van, de energielasten zijn nu X, in het nieuwe pand is het Y. En daarmee heb je al een besparing gerealiseerd, die weer een deel van je hogere afschrijvingskosten kan compenseren. Verhuur. Klopt. Dat denk ik ook wel hoor. Nog andere vragen over dit onderwerp. Het is zwaar? Flauw is dit? We hebben een paar specifieke onderwerpen. Ik noemde het al eventjes in mijn introductie. Ik ga hem zo uitleggen. We gaan het hebben over, wat is precies dat financieel ravijn? Waar komt het vandaan? Hoe ga je ermee om? Misschien ook wel een klein beetje. Daar neem ik ook een stukje in mee van de benchmark die we vandaag hebben gepubliceerd. Dan bent u helemaal weer bij over, waar staat u als Dordrecht ten

11

opzichte van andere gemeentes? Ik zal ook zorgen dat u die benchmark via de griffie toegestuurd krijgt later vandaag. Tenminste, ik stuur hem later vandaag. Wat jij doet, Laurette, moet je maar even kijken. Even kijken. Dan hebben we de vraag gekregen van, hoe komt een programmaverantwoording en een programmabegroting of programmarekening tot stand? Ik ga daar wat hoog over op in, omdat je kan daar natuurlijk helemaal verzanden in, hoe werkt dat in de ambtelijke organisatie? Maar daar kom ik straks wel eventjes op terug. Dan kan je natuurlijk als raad allerlei keuzes maken in, hoe fijnmazig of hoe grof wil je nu de begroting en de verantwoording hebben? In hoeveel detail of juist abstractieniveau wil je geïnformeerd zijn als raad? Daar gaan we nog op. Dat zal Niel weer doen. En dan krijgen we nog te voor- en nadelen van het inbedden van rapporteren over grote projecten in de P&C-cyclus. Daar kun je echt wel op heel verschillende manieren naar kijken. En het is denk ik goed dat wij u daar ook wat voor- een nadelen meegeven. Dat ravijn. Ik doe het even zo. Ik ga eerst vertellen van, waar komt dat ravijn vandaan. Een aantal jaar geleden is eigenlijk door het kabinet onderkend dat er feitelijk een structureel tekort ontstaat bij gemeentes door toenemende taken en een achterlopend Gemeentefonds.

Toen is een meerjarige incidentele pleister eigenlijk uit de kast gehaald, om te zorgen dat gemeentes tot en met 2025 voldoende gecompenseerd worden om die extra uitgaven, extra hoge kosten, door al die taken, te kunnen bekostigen. Met de afspraak, we gaan met elkaar om tafel, gemeentes en kabinet, om tot een structurele oplossing te komen. Er zijn een aantal dingen gebeurd. Er is een voorstel gedaan van de herijking van het Gemeentefonds. Heeft u misschien weleens gelezen. Kwam heel veel weerstand op. Dat voorstel heeft het niet gehaald. Toen viel er een kabinet, waardoor je eigenlijk in de tussentijd wel weer een aantal jaar verder bent, zonder dat er een oplossing is voor een situatie vanaf 2026. U moet als gemeente altijd een begroting voor een periode van vier jaar opmaken. Wat zie je nu gebeuren? Een begroting van 2024 tot en met 2027, daar zitten twee jaren in, ‘26 en ’27, waarin je gewoon een tekort of een eigenlijk een verlaging van het Gemeentefonds hebt. Want die incidentele meerjarige pleister is weg. Die wordt er weer afgetrokken vanaf 2026. Dn dat gat van ongeveer vier miljard is er nog steeds. De taken zijn niet minder geworden en doet pijn. Dat doet ook nog pijn inderdaad. Maar dat gat is er.

En dat is even heel technisch van, hoe is dat ontstaan? Vervolgens krijg je natuurlijk de vraag van, wat moet je nu als gemeente doen? Want we gaan nu richting de Kadernota, Perspectiefnota ’25. Dat is alweer een jaartje dichterbij. Er zit nog geen kabinet. Er is nog geen uitzicht op een andere financiering van de gemeentes uit het Gemeentefonds. En dat is ook wel een mooi bruggetje naar wat wij in onze benchmark hebben gedaan. U ziet hier de voorkant. Onbalans taken en middelen bedreigt slagkracht gemeentes. En wat we nu voor het eerst eigenlijk gedaan hebben, is dat we niet alleen hebben gekeken naar de jaarstukken van 2022, maar ook naar de begrotingen van ‘23 tot en met ’27. Voor 15 november zijn alle begrotingen ingediend. We hebben eigenlijk die begrotingen meegenomen in het financiële plotten van, waar staat gemeente Dordrecht? Maar dat geldt voor alle 341 gemeentes van, waar sta jij nu, rekening houdend met de mate waarin jij al hebt geanticipeerd eigenlijk op die korting? En wat dan opvallend is, is dat van de 3,7 miljard, of sorry, van de 4 miljard demping... Die pleister van 4 miljard is weg. Dan zou je verwachten in de begrotingen van ‘26 en ‘27 zie je een tekort van 4 miljard, maar dat is maar 1 miljard. Dat staat nog niet op deze slide. Dit is een cliffhanger. Sorry. Wat zien we ook, vanuit de resultaten van 2022 enorm overschot.

Alle gemeentes bij elkaar hebben 3,7 miljard overgehouden. Dat klinkt

12

misschien best wel aardig, maar eigenlijk is dat een probleem. Als je kijkt naar, welke taken heeft u als gemeente en hoe uitvoerbaar waren nu eigenlijk die taken vanuit mensen, middelen, beschikbaarheid van kapitaal, om dat te doen? En nu zie dat 92 procent van de gemeentes had een overschot. Slechts 8 procent had een heel klein tekort. Het is 0,3 miljard, maar als je dat over 8 procent van de gemeentes valt natuurlijk eigenlijk reuze mee. Daar staan eigenlijk een paar verklaringen. En u herinnert zich misschien nog het accountantsverslag van 2022, wat wij hebben uitgebracht. Daar hebben we ook een korte analyse in opgenomen van, waar komt nu dat positieve resultaat over ‘22 vandaan? Daar zitten eigenlijk twee hele belangrijke oorzaken in. U heeft best wel veel middelen gekregen voor de opvang van ontheemden. En de kosten daarvoor waren gewoon veel lager. Er was gewoon een riante vergoeding. En de overheid heeft dat niet teruggevraagd, maar u mocht dat houden. Dat creëerde een fors overschot. Hebben wij wel het advies bij gegeven van, spaar dat nu op, want die forfaitaire vergoeding wordt lager. Een ander punt was dat in de decembercirculaire vorig jaar is nog een hele schuif geld naar de gemeentes toegeschoven voor energietoeslag. Maar hoe kun je dat nog uitgeven als je pas in december weet dat je die middelen krijgt? Daar kun je natuurlijk niet op anticiperen.

Die hele schuif geld zit in het resultaat van ’22, maar moet je gaan uitgeven in ’23 en daarna. Er zijn ook wat zaken waarvan je eigenlijk als gemeente zegt van, het overkomt ons en we zijn er in meer of mindere mate blij mee, maar je kan er eigenlijk niet zoveel aan doen. Het is niet dat je zaken die had begroot of afgesproken niet hebt gedaan. Die zitten er uiteraard ook tussen. Of projecten die later zijn gestart. Maar het is wel goed om te realiseren dat niet alles door het college kan worden beïnvloed. 4 miljard ongeveer. Landelijk. Ik zei al eventjes van, we hebben dit jaar voor het eerst ook die begroting meegenomen in de financiële analyse. Je ziet eigenlijk het rapportcijfer, als we dat niet hadden gedaan, van alle gemeenten zou een 8,3 zijn geweest. En het gemiddelde van alle gemeentes is 7,4. Dat heeft wel degelijk een forse impact op het rapportcijfer van de gemeentes. En we hebben ook even gekeken van, hoeveel gemeentes hebben nu nog een onvoldoende? Afgelopen jaren is het beeld echt steeds groener geworden, als je kijkt naar de cijfers. Er waren nog maar 5 gemeentes die een onvoldoende scoorden in de oude systematiek. En in de nieuwe zijn dat er 43. Uiteindelijk zie je echt wel dat het een wezenlijke verslechtering van het financiële beeld met zich meebrengt. Die noemde ik net al eventjes. Dat vonden wij ook heel opvallend.

Wat je eigenlijk ziet, we hebben die analyse nog niet helemaal plat kunnen slaan, maar ik ben eigenlijk wel blij dat het geen 4 miljard is, het tekort. Want je kunt je afvragen van, als je al zo dicht bij 2026 zit, zonder dat er een kabinet zit, hoelang kun je nog wachten als gemeente om dat gat te dempen? En wat je eigenlijk ziet gebeuren, is dat er al, laten we zeggen, grofweg 3 miljard aan maatregel is gevonden door gemeentes om dat gat te overbruggen. En dat zijn denk ik vooral bezuinigingsmogelijkheden, vooral plannen waar zo lang mogelijk mee wordt gewacht om die ten uitvoer te brengen, want misschien komt er vanuit Den Haag toch nog wel een nieuw pleistertje, laten we zeggen, of een heel duurzame oplossing in elk geval, waardoor je die bezuinigingen niet of slechts voor een deel hoeft in te zetten. Je kunt je afvragen van, is dit heel onverwachts of is dit eigenlijk best wel heel deugdelijk dat er een groot deel van dat aanstaande gat al is gevonden in allerlei begrotingen en dat er nog 1 miljard moet worden gevonden door een aantal gemeentes? En de 3,7 miljard is een overschot in ’22, waarbij echt wel belangrijk is die tweede bullet. Dat is niet geld wat over is, maar wat nog moet worden uitgegeven. En die 1 miljard is eigenlijk

13

nu het gat waar je nog naar zit te kijken. In de begroting van alle gemeentes bij elkaar in 2026 en in 2027 moet nog ruim 1 miljard gevonden worden om een sluitende begroting te kunnen hebben voor die twee jaren. Daar kom ik zo op. Dat is natuurlijk een vraag. Dat klopt. Je kunt je natuurlijk afvragen van, welke maatregelen liggen er onder die 3 miljard die al gevonden is? Dat is een hele belangrijke kanttekening in de zin van, het is ingerekend in de begroting. De uitvoerbaarheid daar kunnen we nu naar gissen. En ik schat zelf in dat het ook echt wel is in afwachting van, hoelang kun je nog wachten? Op het moment dat er bij wijze van spreken halverwege dit jaar een nieuw coalitieakkoord ligt en daar staat iets in over het Gemeentefonds, dan zullen de gemeentes kijken van, die 3 miljard die we al ergens ingerekend hebben, in hoeverre is die nog nodig of moeten we die zelfs nog meer concretiseren en uitbreiden? Dat is een hele belangrijke kanttekening bij het huidige beeld. Absoluut. Hier staat die 1 miljard tekort, waar ik eventjes net al aan refereerde. En wat je hier in het landkaartje ziet, ik denk dat het wel leesbaar is, rood zijn eigenlijk de gemeentes waar nu nog een tekort wordt begroten in de jaren ‘26 en ’27. U weet allemaal ongeveer waar Dordrecht ligt. En dan zie dat die vrij donkerrood is. Dan ga ik ook maar gewoon gelijk door. Dat weet ik. Straks wel.

Ik klik zo door. Maar wat we hebben gedaan, dat hebben we ieder jaar gedaan, we hebben de benchmark ook wat meer gecategoriseerd naar grootte van de gemeentes, dubbel O, dubbel T. Dit zijn alle gemeentes met meer dan 100.000 inwoners. U ziet, Dordrecht even in de ranking, nu op plaats 8, vorig jaar plaats 7 en het jaar daarvoor op plaats 2. Ik wil niet zeggen dat het een vrije val is, maar je ziet natuurlijk wel een dalende trend. Moet u niet vergeten dat 2021, nee, 2 jaar geleden zat natuurlijk Eneco erin. Kwam erin, moet ik zeggen. Dat was een enorme boost in weerstandsvermogen. Schuldquote nam enorm af. Hele boost, wat ik net al zeg. En vervolgens zie je natuurlijk overboekingen van de algemene reserve naar bestemmingsreserves. En die vallen eigenlijk uit je weerstandsvermogen. U bent gaan nadenken als raad over, wat gaan we met die middelen doen? Waardoor ook jouw weerstandsvermogen bijvoorbeeld alweer iets is gedempt. Dat zit wel in deze trend. Maar wat niet onbelangrijk is, dit is Dordrecht, u scoort in 8 hier. Nog best een net rapportcijfer. Rotterdam scoort een 10. Een paar anderen een 9. Het is eigenlijk helemaal nog zo slecht niet. Alleen wat hakt hier nu heel erg in, dat is dit getal. Over de begroting 2023 tot en met 2027 heeft u een totaal negatief resultaat begroot van 108 miljoen. U moet eigenlijk, u moet niks, maar er is nog 108 miljoen gat in feite.

De pleister voor u is op dit moment in zijn totaliteit, let wel, dat gaat over 5 jaar, 108 miljoen. En dat heeft natuurlijk wel zijn impact uiteindelijk op uw score. Wat wij uiteindelijk als boodschap in deze benchmark ook meegeven, is dat die 1 miljard daar zit u voor, volgens mij, ongeveer 30 miljoen in. Want nogmaals, dit gaat over ’23, ’24, ’25, ’26, ‘27 in zijn totaliteit aan negatief resultaat. Die 1 miljard is natuurlijk 2026 en 2027. Dat is feitelijk 2 miljard of 2,3 geloof ik. Dat we wel even de goede appels met appels blijven vergelijken. Maar Dordrecht zit voor ongeveer, laten we zeggen, 30 miljoen grofweg, ik doe het even uit het hoofd, in die 1 miljard. En zit bij de, ik moet het goed zeggen, volgens mij 57 gemeentes, nee 281 gemeentes die een negatief resultaat nog hebben begroot. Dat is wel even qua context. En de VNG heeft natuurlijk een oproep gedaan van, laat ook zien welk probleem u als gemeente heeft. Ik wil niet de boodschap nu eventjes helemaal afschalen naar, het valt allemaal wel mee, want het valt niet mee. Maar het is wel even goed om dat soort zaken mee te... Een begroting is niet gecontroleerd. Daar zit heel negatief sentimenten of heel veel opportunisme. En daar zit natuurlijk ook een bepaalde verwachting in van wat er

14

misschien nog gaat gebeuren vanuit Den Haag. Er zitten allerlei elementen in die hier natuurlijk wel in meer of mindere mate bij gemeentes in zijn meegenomen. En dat kunnen wij natuurlijk niet helemaal doorgronden als je even naar een paar getallen kijkt. Wat wel belangrijk is, als gemeente heb je eigenlijk, en we moeten uitkijken dat ik het niet te technisch maak, twee soorten resultaat. Je hebt baten en lasten, de kosten en de opbrengsten die je gewoon krijgt. En dat leidt tot een resultaat. Dat is het resultaat waar we het hier over hebben. Vervolgens krijg je nog allerlei mutaties en reserves. Je gaat die spaarpotjes vullen of legen. En dan krijg je onderaan de streep een resultaat. Als je naar de begroting of een Burap of een jaarrekening kijkt, dan moet je altijd kijken naar die twee resultaten. En eigenlijk zeggen wij, je moet kijken naar, wat komt er binnen en wat heb je uitgegeven? Misschien moet je zeggen, je betaalrekening eigenlijk. En de spaarrekeningen laten we nog even buiten beschouwing. En als je zegt van, we gaan het tekort wat we hebben compenseren uit een spaarpotje, dan zit je eigenlijk nog steeds structureel gezien met een mismatch tussen je kosten en je opbrengsten. En dan teer je in op je financiële buffer. Als je zegt van, je moet eigenlijk... De gouden spelregels die Neil al eventjes zei, als baten en lasten structureel in evenwicht...

Je hebt structurele baten en structurele lasten. En wat zie je nu gebeuren in de hele bekostiging van de gemeentes, is dat de Rijksoverheid is steeds meer incidenteel gaan financieren, terwijl uw taken en uw uitgaven structureel zijn. Ook op bekostigingsniveau zie je die mismatch. En als je dat dan zelf ook nog gaat doen in je eigen huishoudboekje, dan wordt het gat wel heel groot eigenlijk. Want als het potje op is, dan heb je geen maatregelen getroffen en dan is het potje op. Klopt. Dividendstromen heb je daar natuurlijk wel van. Dividend van Eneco ben je kwijt. Stedin is natuurlijk verwaterd qua aandelenbelang, heb je lager. Die structurele baten ben je kwijt. Ongeveer 85 procent van uw baten zijn afkomstig van de Rijksoverheid. Je hebt eigenlijk maar 15 procent die je in principe kan beïnvloeden. Een deel daarvan is de gemeentebelastingen. Dat ligt natuurlijk ook weer gevoelig, hoeveel wil je je burgers nog extra laten betalen? Dan heb je natuurlijk nog het grondbedrijf wat met opbrengsten komt. Maar daar heb je ook weer een soort gesloten circuit van... Precies. Uiteindelijk, ik denk dat de mogelijkheden aan de opbrengstenkant heel beperkt zijn voor een gemeente. Je zult het echt moeten vinden in, welke taken doe je nog? En dat is ook de oproep die wij hebben gedaan in de benchmark. Eigenlijk de conclusies of aanbevelingen.

We hebben eigenlijk gezegd van, de afgelopen tijd ging het alleen maar over het ravijn. Hoe gaan we het ravijn dempen? Of hoe bouwt de Rijksoverheid een brug over het ravijn? Heel even mijn zin afmaken, dan kom ik bij u. Wat veel belangrijker is, naar onze inschatting, ga het eens hebben over welke taken vindt het Rijk nu die bij een gemeente horen te zijn belegd? En welke middelen zijn daarvoor nodig? Dat je hem veel meer vanuit de uitvoering aanvliegt. En er zijn natuurlijk steeds meer taken bij u terecht gekomen, met de kinderopvang, toeslagaffaire, opvang Oekraïense vluchtelingen, nu de statushouders discussie. Zo kan ik nog wel een paar dingen noemen. De taken nemen toe. De middelen met alleen maar incidentele zaken. Daar is eigenlijk een steeds verdere verwijdering ontstaan. En wij vinden, je moet terug naar de tekentafel van, wat zijn de taken van het Rijk en wat zijn de taken van de gemeentes en welke middelen horen daar nu bij? Dat is één. En tweede is, er is een governance code over, hoe werk je als overheden nu met elkaar samen? En één belangrijk element daarin is de uitvoerbaarheidstoets. En er worden allerlei dingen bedacht en over de schutting gegooid, zal ik maar zeggen, vanuit Den Haag, bij u als gemeente. Wat is de uitvoerbaarheid van al die plannen? Bent u überhaupt in staat op

15

basis van capaciteit, kennis, middelen, noem maar op, om dat ook echt te doen? En daarom zeggen we ook, kijk eerst eens naar die taken. Want dan heb je ook weer gewoon een schone lei in feite van, hier staan wij voor aan de lat. En daar hebben we dit voor nodig. En als laatste, en dat is ook een beetje wat ik net zei, die 3 miljard die al gevonden lijkt te zijn of waar ideeën bij zijn, dat vinden wij al heel erg goed om daarmee bezig te blijven om te zoeken naar, welke mogelijkheden heb je om in elk geval een groot deel van dat gat te kunnen overbruggen? Want ik denk niet dat het reëel is om te verwachten dat heel die 4 miljard nu toch ergens gevonden wordt. En dan heb je het ook nog eens over de verdeling tussen gemeentes. Het kan ook voor Dordt bijvoorbeeld negatiever uitpakken dan voor de buren, bij wijze van spreken. Blijf wel bezig met het zoeken naar mogelijkheden. Er wordt, van wat ik gehoord heb, al gewerkt aan een hele lijst, een soort menukaart met opties om zaken ook echt minder te kunnen uitgeven en uw eigen gat in de begroting te kunnen dempen. U had een vraag. De heer Gorter: In de prognosecijfers voor verwachting 2024 zal ongeveer op 0 uitkomen. 2025 en 2026 en misschien 2027 komt uit op 108 miljoen. De heer Steehouwer: Ik heb de getallen niet helemaal scherp eigenlijk.

De heer Gorter: Ik kan me herinneren, dat wij volgens mij in 2026 een rampjaar van 30 miljoen tekort kwamen. Maar als ik deze cijfers zie, dan is dat vele malen hoger. De heer Steehouwer: Maar we hebben het hier over baten en lasten. Ik denk wel even goed om te kijken van, heeft u hier het juiste resultaatlijntje scherp? Kan zomaar zijn dat u helemaal onderaan de streep zit, waar ook de spaarpotjes in zijn meegenomen. De heer Gorter: Dat weet ik niet. De heer Steehouwer: Durf ik zo uit mijn hoofd niet te zeggen. Misschien kan iemand uit de ambtelijke organisatie even souffleren. De heer Gorter: Dat wil ik wel graag weten. De heer Steehouwer: Maar neem van mij aan, die 108 miljoen klopt echt. En dat is baten min lasten over ‘23 tot en met ‘27. Ik had net nog even een plaatje, is misschien wel aardig even voor het idee, hoe je dat per provincie ziet met de totalen per provincie van de overschotten slash tekorten. Dan zie je eigenlijk, is wel opvallend, dat 2025, en ik ben nog aan het zoeken van, kun je dat nog ergens mee verklaren, maar dat 2025 nog best wel heel groen is, terwijl 2024 al best wel een negatief beeld schetst en dat 2026 en ‘27 zijn dieprood. Dat herkennen we vanuit het ravijn. En dat Zeeland iets heeft bedacht waardoor ze nog best wel heel groen blijven. Ik zeg het wat flauw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/735/documents/30326