2.2 2023.11.08 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.docx .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DORDRECHT D.D. 8 NOVEMBER 2023 Raadzaal Voorzitter: De heer Kolff Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nieuwland Van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van den Tol (VVD) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP)
1
Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: De heer Burggraaf, Mevrouw Van Benschop, De heer Heijkoop, De heer Van der Linden, Mevrouw De Jonge, De heer Merx Opening De voorzitter: Geachte leden van de raad, andere aanwezigen, hartelijk welkom terug bij de raadsvergadering die gisteren is begonnen en om even over 12 is geschorst. We zijn bij de behandeling van de begroting 2024. We waren bij de eerste termijn van de raad. En ik heb een bericht gekregen van de heer Den Heijer, dat hij wat later is. Ik zie nog een paar lege stoelen, maar ik ga ervan uit dat iedereen er straks weer is. 24. Vaststellen Begroting 2024 - Raadsvoorstel De voorzitter: In ieder geval voldoende raadsleden om te beginnen, dus ik stel voor dat we verder gaan met de eerste termijn van de raad. Dat betekent dat ik het woord ga geven aan de heer Struijk. Namens de ChristenUnie/SGP-fractie. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik zal eerlijk bekennen dat het mij moeite heeft gekost om me bezig te houden met de begroting en al helemaal om een poging te wagen er iets over te zeggen. De gruwelijke oorlog in de Oekraïne sleept zich voort. Een maand geleden was er een barbaarse aanval door Hamas op Israëlische burgers, festivalgangers en soldaten. We zien dagelijks de verschrikkelijke beelden uit Gaza die het gevolg zijn van de Israëlische reactie daarop.
Duizenden onschuldigen zijn inmiddels omgekomen. Ook denk ik aan de natuurrampen die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden in Turkije, Marokko, Afghanistan en Libië. En dan nog aan de conflicten die hier minder aandacht krijgen, maar misschien wel meer slachtoffers opleveren. Ga je dan maar eens bezighouden met cijfertjes. Ga je dan maar eens druk maken over mogelijke ombuigingen vanaf 2026. Toch werd en wordt het van ons verwacht en doe ook ik mijn plicht. Voorzitter, allereerst een woord van dank richting allen die ervoor gezorgd hebben dat deze begroting gestalte kreeg. Dank ook voor de vormgeving en de leesbaarheid. Naar onze inschatting bevat ze ook een getrouwe weergave van wat bij de behandeling van de kadernota is afgesproken. Voorzitter, wellicht kunt u zich de foto nog herinneren die ik tijdens de behandeling van de kadernota liet zien: een mooie oude kerk met daarboven een enorme dreigende wolk. Toen al was duidelijk dat de toekomst er niet zo rooskleurig uitziet. Dat zien we terug in de begroting. Voor de komende twee jaar gaat het nog: 2024 sluiten, 2025 een bescheiden tekort, maar dat loopt in de jaren daarna heel snel tot duizelingwekkende hoogte op. Er moet wat gebeuren. Of het Rijk komt over de brug, of we krijgen met forse ombuigingen te maken. Verstandig om binnen niet al te lange tijd ons daarover te gaan buigen.
Voorzitter, in het vervolg van het betoog wil ik wat ingaan op de inhoud en dat zo'n beetje langs de lijn van de zes programma's. Wat betreft agenda 2030 vinden wij dat we vast moeten houden aan de uitgangspunten, maar op kijken naar waar bijstelling mogelijk of zelfs onontkoombaar is, rust geen taboe. De wereld is immers veranderd de afgelopen jaren. Voorzitter, het vertrouwen in de politiek is nog steeds klein.
2
Wat ons betreft zou het helpen als programmaparticipatie wat concreter wordt. Vandaar dat we een amendement indienen om begin 2024 werk te maken van de verkenning van een burgerbegroting. We zijn blij dat het aantal handhavers toeneemt, dat de gemeente erin slaagt ze ook aan onze stad te binden... De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even over het amendement wat de ChristenUnie/SGP gaat indienen rondom die burgerbegroting. Want daar heb ik toch wel wat vragen bij. Nu is het zo we hebben nog geen half jaar geleden hebben we het startnotitieprogramma participatie vastgesteld en daarin hebben we afgesproken dat er een aantal elementen in zit, waaronder die verkenning naar een burgerbegroting als participatief instrument. Maar we hebben er ook bij afgesproken dat college dat participatieprogramma, inclusief die verkenning naar die burgerbegroting niet alleen schrijft, maar dat dat samen wordt vormgegeven met de raad, de samenleving en de medewerkers. En met uw amendement trekt u nu één onderdeel naar voren, waardoor het niet meer in samenhang wordt behandeld met de rest van het op te stellen participatieprogramma.
En die strakke deadline die u stelt maakt bovendien dat voor dat specifieke onderdeel die burgerbegroting misschien ook geen kans meer is voor de raad, voor de samenleving en het ambtenarencorps om het programma op dit onderdeel mede vorm te geven. Dus zowel het ontkoppelen van dat specifieke onderdeel als het beperken van de inbreng van de raad, de samenleving en de ambtenaren zijn in strijd met die procesafspraken die we daar eerder over hebben gemaakt. En nu was juist ook uw fractie heel enthousiast over die afspraken die we daar hebben gemaakt. Het was volgens uw fractie absoluut een goed plan om dat zo te doen. De voorzitter: Wat vindt u daarvan? De heer Kuhlmann: hoe rijmt u dat? De heer Struijk: Voorzitter, met uw welnemen ga ik niet op alles in, maar ik heb in ieder geval wel gehoord dat in ieder geval in de ogen van de heer Kuhlmann, van de Dordtse VVD het in strijd is met. Goed, die mening mogen ze hebben. Wij mogen een iets andere mening erop nahouden. Overigens denk ik dat de heer Kuhlmann en ik helemaal niet zo heel veel van mening verschillen over dit onderwerp. Wij hebben inderdaad één dingetje eruit gepikt, maar daar was ook wel een aanleiding voor.
Bij de agendacommissie afgelopen week werd het raadsvoorstel route naar kadernota 2025 doorgeschoven richting de auditcommissie en daar staat eigenlijk ook iets in om voor de kadernota 2025 een beeldvormend en oriënterend gesprek te hebben met de raad en met de stad. Nou, in dat opzicht leek een burgerbegroting ons mogelijk een uitstekend middel. En dat zou een Volkspartij als de Dordtse VVD best moeten aanspreken. Ook in het kader van de motie die jullie indienen, die de Dordtse VVD indient over mensen uit het bedrijfsleven vanwege hun kennis en dergelijke erbij betrekken. Nou, er zijn ook burgers met kennis. Je maakt ook cohesie beter. Er zijn een heleboel voorbeelden van te noemen.
3
Het ging ons eigenlijk uitsluitend om, misschien is dit een mooi moment om ermee te beginnen. We willen absoluut het college niet in de wielen rijden. Zouden we niet durven. Nee, maar is dit misschien een goed idee? Zo moet u het eigenlijk zien. Dus verder helemaal niet van, we gaan heel andere koers varen of wat dan ook. Verre van ons. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Kuhlmann: Voorzitter, het is toch iets anders, omdat we namelijk met elkaar hebben afgesproken om die zaken in samenhangt te doen. U knipt er één onderdeel uit, haalt dat naar voren toe en dat is … Wij vinden die participatie, denk ik, net zo belangrijk als u maar we vinden het ook belangrijk dat je die instrumenten op een goeie manier inzet. Daar hebben we afspraken over gemaakt met elkaar. Het is een beetje alsof we met een echtpaar op reis gaat en je samen op die route bent en op een gegeven moment er misschien wat vertraging optreedt en dat dan een van de echtlieden zegt: dank je wel, ik pak alvast een snellere vlucht, ik ga door. Waardoor de ander achterblijft. U knipt er één onderdeel uit en de rest blijft op die manier achter.
Dat is toch niet meer in samenhangen? Dat is toch niet meer zoals we dat hebben afgesproken? De heer Struijk: Voorzitter, het feit dat wij met dit amendement komen, betekent niet dat wij daarmee alle andere vormen van participatie bij andere onderdelen niet willen, of dat die daardoor onmogelijk worden. Dat lijkt me … Ik zou niet weten waarom. Bovendien denk ik dat de heer Kuhlmann eigenlijk een stap verder gaat dan wij gaan. Wij vragen helemaal niet om een burgerbegroting, wij vragen om dat mee te nemen, om een verkenning te doen. Gewoon in de lijn van wat in het raadsvoorstel staat, wat dus volgende week bij de auditcommissie komt. Verder gaan we niet. Misschien zijn wij wel tegen een burgerbegroting. Zou zomaar kunnen. De heer Kuhlmann: Nog een laatste: die burgerbegroting heeft u al. Die verkenning die staat er al. Dat hebben we al met elkaar afgesproken. Wat uw amendement doet is zegt dat u een strakke deadline stelt die niet voor die andere onderdelen geldt en daarmee raak je de samenhang kwijt. Maar goed, het is me duidelijk. Dit is de koers waar u voor kiest. De heer Struijk: Goed. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat verder met de koers waar u voor kiest. De heer Struijk: Ik denk dat een deadline voor één onderwerp nog niet betekent dat de rest daardoor gebruuskeerd wordt, maar we gaan het wel zien. Waar was ik gebleven? Daar komt ie.
Het aantal handhavers, die had ik gezegd dat we blij zijn dat de gemeente ook erin slaagt ze aan onze stad binden. Ze hebben namelijk een belangrijke en zeer gewaardeerde taak te vervullen. En van harte hopen we dat de resultaten van hun inspanningen zichtbaar worden in de vorm van een schonere en veiligere stad. Tegelijk werd tijdens de bespreking in de commissie terecht opgemerkt dat er meer middelen zijn om dat laatste te bereiken.
4
Gemeenschapszin, meer onderlinge contacten en sociale controle bijvoorbeeld. Wat vergroening betreft, zijn er mooie doelstellingen geformuleerd, maar blijken ze in de bestaande wijken niet altijd te realiseren. Dat begrijpen we. We zijn ook blij met compensatie elders. Toch hopen we dat het college zich niet te snel neerlegt bij onmogelijkheden en dat ze blijk geeft van creativiteit, zoals bijvoorbeeld met het Bewegend Bos gebeurd is. We waren ook blij te horen van de wethouder dat er middelen zijn die structureel ingezet kunnen worden voor het doel een klimaatneutrale stad in 2040 te bereiken. Er moet namelijk nog heel veel gebeuren op dat terrein. De zorg is een sector die veel geld vraagt en er is geen enkele reden om aan te nemen dat het in de toekomst minder wordt. Hoe groter de bedragen, hoe meer er te winnen valt met efficiënter werken. Wat dat betreft ondersteunen we het pleidooi wat GroenLinks hiervoor hield in de commissie. Speciale aandacht vragen we voor de jeugdzorg. Woorden van de wethouder dat daar jaarlijks 40 miljoen aan uitgegeven wordt. Dat is een enorm bedrag en het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken of er vormen van preventie mogelijk zijn, die ervoor kunnen zorgen dat minder jongeren zorg nodig hebben. Tevens willen we een pleidooi doen om nog meer aandacht te hebben voor de inzet van vrijwilligers.
Het zal iedereen bekend zijn dat landelijk de tendens is dat je steeds minder vrijwilligers krijgt. Het is heel goed om vrijwilligers toe te rusten om bijvoorbeeld armoede te signaleren, maar steun ook de organisaties die gebruik maken van die vrijwilligers. Helpt ze om vrijwilligers te vinden en om de vrijwilligers die ze hebben te binden. In de commissie was er veel aandacht voor de onvrijwillige thuiszitters. Terecht, want het is een grote zorg voor de betreffende persoon en zijn omgeving. Laten we blijven investeren in het omlaag brengen van het aantal thuiszitters. Overigens, ik moest bij dit onderwerp denken aan het Leerpark. in 1983 ging ik werken op die toen troosteloze locatie. Als je dan nu ziet wat er staat, past maar één woord: indrukwekkend. Een mooi voorbeeld van wat visie en moedig investeren op kan leveren. Het lijkt alsof alles tegenzit wat het bouwen van woningen betreft. Dat is ook landelijk zichtbaar en de uitgesproken zorg is terecht. Laten we toch volhardend en creatief blijven zoeken naar de mogelijkheden om de vaart er weer in te krijgen en geef de raad duidelijk inzicht in wat werkelijk gerealiseerd is en gaat worden in deze periode. We zijn blij met het mobiliteitsplan 2040, waarin het STOMP-principe is vastgelegd. En een mooi voorbeeld van een plek waar je als fietser daar nu al de positieve gevolgen van ervaart, is de Krispijnseweg.
Hoewel dat zojuist met een regenpak aan ook nog niet alles was. Voorzitter, het besturen van een stad is zeker in deze moeilijke tijden niet eenvoudig. Daarom wensen we u en de overige leden van het college van harte Gods zegen toe. De zegen waarvan de wijze koning Salomo in een van zijn spreuken zegt: de zegen van de Here, die maakt rijk en hij voegt er geen smart bij. Ik dank u. De voorzitter: Hartelijk dank. Daarmee hebben we de bijdrage van de ChristenUnie/SGP gehad en gaan we naar de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Voorzitter, wij vergaderen vandaag op 8 november 2023. Nog even te gaan voor het einde van het jaar, maar de grondstoffen die de aarde dit jaar kan produceren en verwerken waren drie maanden geleden al op. 2 augustus 2023 was namelijk Earth Overshoot Day dit jaar. Het voedsel dat we onttrekken, de bomen die we kappen, ruimte die we innemen op aarde met steden of landbouw of wat dan ook.
5
Vanaf 2 augustus kon de aarde het niet meer bijbenen. Alles wat we na twee augustus consumeren, gaat ten koste van de leefbaarheid van de planeet voor toekomstige generaties. Maar voorzitter, het is eigenlijk nog erger, want 2 augustus was Earth Overshoot Day, maar wij Nederlanders gebruiken veel meer grondstoffen dan de gemiddelde mens op deze aarde. De Nederlandse Overshoot Day lag dit jaar op, tromgeroffel, 12 april. Toen was nog geen derde van het jaar gepasseerd, maar hadden wij Nederlanders al wel alles opgebruikt wat de aarde voor ons kan genereren. Om dat consumptieniveau vol te houden, hebben we minstens drie aardbollen nodig, maar ik heb het nageteld. We hebben er maar één. De aarde biedt voldoende voor ieders behoefte, voorzitter, maar niet voor ieders hebzucht. Wij maken dingen op waar toekomstige generaties dankzij onze overconsumptie niet meer van kunnen genieten. We laten een planeet na die slechter is dan toen we hem zelf in handen kregen. Met minder soorten rijkdom, met een minder fijn klimaat met minder grondstoffen, minder bossen, minder groen. Veel plezier ermee, kinders. voorzitter. Dat is pas een begrotingstekort waar je druk om moet maken. Dat tekort moet te allen tijde vooraan onze gedachten zitten en ons beleid vormgeven. Van lokaal tot wereldwijd. Maar hier in Dordrecht staat dat tekort niet voorop.
Dit college doet niet genoeg om onze ecologische voetafdruk snel genoeg naar beneden te brengen. Kijk naar de uitstoot van broeikasgassen. Volgens wetenschappers moet die ergens rond het jaar 2033 naar nul zijn teruggebracht om de opwarming van de aarde te beperken tot anderhalve graad. Anderhalve graad waar de Nederlandse staat zich in Parijs aan heeft gecommitteerd bij het ondertekenen van het klimaatakkoord van Parijs in 2015. Het absolute maximum. Maar dit college stoomt ongestoord voorbij die deadline en schendt daarmee het klimaatakkoord van Parijs en noemt dat met trots ook nog eens een versnelling. Voorzitter, wij leven hier in een van de rijkste gebieden van de hele wereld, een rijkdom die we deels te danken hebben aan de vroegere uitbuiting van armere gebieden. En die arme gebieden op deze wereld gaan heel hard geraakt worden door klimaatverandering, door hittegolven, overstromingen mislukte oogsten. Sterker nog, deze gevolgen worden daar nu al gevoeld en zelfs nu, terwijl we dit allemaal weten in dit rijke land, neemt dit college nog niet de verantwoordelijkheid om het juiste tempo in te zetten. Terwijl er tenminste acht Nederlandse steden zijn die dat wel doen, die inzetten op een klimaatneutrale gemeente in 2030 en die mij altijd een beetje plaatsvervangende schaamte geven over mijn eigen gemeente. Mevrouw Pichel: Voorzitter.
De heer Groenewege: We lopen in Dordrecht achter de feiten aan. We maken ons druk over cijfers achter de komma terwijl het de vraag is of onze stad überhaupt nog zou kunnen blijven bestaan. De voorzitter: Bij interruptie, mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan de heer Groenewege uit nieuwsgierigheid. Hij vindt dat het college niet voldoende doet om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Op welke manier denkt de heer Groenewege dat het college dit dan zou moeten doen?
6
De heer Groenewege: Ik ken al die maatregelen niet uit mijn hoofd, maar wat ik mevrouw Pichel zou willen aanbevelen is om eens naar het klimaatbeleid te kijken van die acht Nederlandse steden die inzetten op klimaatneutraliteit in 2030 en wat we daar in Dordrecht van kunnen leren. Mevrouw Pichel: Voorzitter, ik vraag me even af waarom mevrouw Pichel daarnaar zou moeten kijken, wat ik ervan zou moeten leren als hij aangeeft dat het college het hier niet snel genoeg doet en vindt dat zij dat moeten doen en ik aan hem vragen welk suggestie of welk advies heeft hij dan voor het college? En dan moet ik er meer van leren, die snap ik even niet. Kan de heer Groenewege dat toelichten? De heer Groenewege: Voorzitter, ik vind het heel lastig om hier in detail bij een gesprek over de begroting in te gaan op alle maatregelen die we verwachten van dit college. Het gaat er uiteindelijk ook om: welk budget reserveren we ervoor, welke urgentie wordt gevoeld, welke deadline stel je voor jezelf, welke tussendoelen stel je en welk tempo zet je in? En dat is de boodschap die de Partij voor de Dieren vandaag geeft. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Even een aanvulling. Want eigenlijk had ik een dergelijke vraag richting mijnheer Groenewege. De helft heeft hij beantwoord.
De andere helft is: wat verwacht hij, of wat kunnen wij als raad dan in dit geval ervoor zorgen dat wij die doelstellingen wel halen? Want ik ga er wel vanuit dat u, als u dit pleit, dat u ook een degelijk onderzoek hebt gedaan. De heer Groenewege: Voorzitter, wij hebben al eerder als Partij voor de Dieren geconcludeerd dat er in deze raad geen draagvlak is voor de deadline 2030, dus we hebben ook niet allerlei moties voorbereid om daarop te sturen want die zouden het toch niet halen. Dus dat is hoe wij hier staan. Maar tegelijkertijd is de boodschap wel: het gaat niet snel genoeg en kunnen we de urgentie in het hoofd krijgen van dit college om die doelstelling wel te halen? De heer Safranti: Voorzitter, even hebben nog een vervolg. Dat vind ik een gemakkelijke antwoord terug. Waarom? U komt niet met moties omdat er geen draagvlak is? Als u goed kan argumenteren en duidelijk kan maken waar wij dan achterlopen en waar wij dus eventueel wel iets kunnen betekenen in uw pleidooi, waarom zouden wij daartegen moeten zijn zolang u dus daarmee komt? Dus ik zou zeggen, ga aan de slag. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Misschien even een reactie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, een voorstel daarover hebben wij tijdens de commissie geplugd. Dat ging over externe monitoring.
Daarover hebben we een initiatiefvoorstel ingediend, wat de raad in overweldigende meerderheid heeft verworpen.
7
We denken dat dat enorm zou hebben bijgedragen aan een effectief klimaatbeleid, dus dat is eeuwig zonde. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: De heer Groenewege weet dat de VVD de Partij voor de Dieren een sympathieke partij vindt en dat dat idealisten zijn en dat waarderen wij ook. Daar vinden wij ons ook altijd wel. Maar mijn vraag is altijd dan in dit soort gevallen: wat gaat dat kosten en waar halen we dat geld vandaan dan? De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, wat ik in deze bijdrage juist probeer duidelijk te maken, is wat het kost als we het niet doen en hoe die kosten tegenover onze eigen investeringen staan die we nu moeten doen. Want wat het probleem is, is dat de staat deze ingreep al vanaf de jaren ‘90 had kunnen zien aankomen, al vanaf de jaren ‘90 had kunnen inzetten op een transitiepad naar klimaatneutraal in 2030 en dan was het a: goedkoper geweest, b: had het meer opgeleverd en c: we hadden dan minder CO2 uitgestoten en was het makkelijker geweest, want nu moet het in een paar jaar en dan hadden we tientallen jaren gehad. En hoe verder we deze maatregel naar de toekomst doorschuiven, hoe duurder het wordt, hoe moeilijker het wordt en daarom blijft de Partij voor de Dieren inzetten op die urgentie, die deadline en dat Parijsakkoord. De voorzitter: De heer Van der Net.
De heer Van der Net: Als ik de heer Groenewege nu zo hoor, dan is dat echt een soort doemdenken. Dat zit niet in de VVD en zeker niet in de Dordtse VVD, maar ik geloof in de kracht van mensen en van samenlevingen en hoe we dingen voor elkaar kunnen krijgen. Dat mis ik zo in uw verhaal eigenlijk, want u zegt eigenlijk, we zijn er al voorbij. Hou maar op, we gaan eraan of zoiets en dat vind ik geen positieve boodschap. Waarom bent niet wat positiever ook over de wereld en de samenleving? De heer Groenewege: Voorzitter, wij proberen juist aan te sturen op een beleid dat effectief is. Volgens mij geef ik hier een realistisch beeld. Ik haal allerlei wetenschappelijke feiten aan over hoe het nu staat met de opwarming, over hoe het gaat als we het pad volgen wat het college volgt en welk pad we zouden moeten inslaan en welke gevolgen dat heeft. Ik had daar nog een voorbeeld van. Bijvoorbeeld als we de opwarming door laten lopen tot twee graden, dan zou de zeespiegel nog tot het jaar 2300 doorstijgen, want daar zit een bepaalde vertraging in, met 2,2 tot 2,5 meter. Dan staat de hele binnenstad van Dordrecht onder water en dan is het fijn dat we dankzij de VVD bij de top vijf van de MKB-vriendelijkste gemeente horen, maar daar heb je dan niet heel veel aan. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer.
8
De heer Van der Meer: De heer Groenewege, voorzitter, hoeft mij absoluut niet te overtuigen van de ernst van het probleem en de urgentie ervan. Ik ben helemaal met hem eens dat 2030 veel beter zou zijn dan 2040 en dat het eigenlijk allemaal veel sneller moet, maar de vraag is wel: wat kunnen wij daar als gemeente in concreto aan doen? Dat is een heleboel. Ik weet niet of we daarmee de doelstellingen die u graag wilt kunnen realiseren, maar we moeten het maximale doen en ik zie dus om die reden uit en de vraag is of u daar aan mee wil werken op een manier waarin het gaat over concrete daadwerkelijk uitvoerbare maatregelen, die de gemeente kan nemen om zo dicht mogelijk in de buurt van deze doelstellingen te komen. De heer Groenewege: Voorzitter, wat ik kan toezeggen vanuit de Partij voor de Dieren aan GroenLinks, is dat wij, als het klimaatbeleid wordt gepresenteerd om naar 2040 te gaan, wij eens heel goed gaan kijken naar wat die acht Nederlandse gemeenten die sturen op 2030 nou goed doen, wat wij verkeerd doen. Want als een gemeente als Helmond het kan, die kleiner is dan Dordrecht, dan moeten wij dat ook kunnen. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Ik had nog een laatste interruptie van mevrouw Pichel gezien en dan kom ik bij u. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter.
De heer Groenewege geeft aan dat die eigenlijk een veel beter plan heeft en scherpere doelstellingen dan het college heeft. Ik geloof dat hij net ook zei effectiever, want ik weet even niet meer welk woord hij had gebruikt. Volgens mij was het inderdaad een beter plan en sneller en effectiever. Mijn vraag aan de heer Groenewege is: Partij van de Dieren is ook enorm voorstander om bedrijven als Chemours te sluiten. Of nul uit de pijp. In ieder geval dingen die daar worden gedaan om dat echt tot het minimum te beperken. Chemours is echter ook een hele belangrijke leverancier van allerlei grondstoffen die dus ook gebruikt worden om het hele plan, wat zo effectief is van Partij voor de Dieren, verder uit te voeren. Is dat misschien ook een reden voor de vertraging, want als dit soort bedrijven natuurlijk al moeten minderen, moeten stoppen en eigenlijk minder moeten produceren, dan is uw plannetje ook wat moeilijker uit te voeren en ook in die snelheid waarmee het beoogd wordt. De heer Groenewege: Voorzitter, beperkingen zijn de bron van innovatie en als wij de industrie dwingen om geen PFAS meer te gebruiken, dan komt er binnen de kortste keren een alternatief voor PFAS, want er moet altijd een verdienmodel blijven bestaan. Daarnaast geloven wij er als Partij voor de Dieren in dat technologische oplossingen niet het hele verhaal zijn. We zullen ook minder moeten consumeren.
Zoals ik net vier minuten lang heb aangegeven, consumeren wij nu veel te veel. Dat is het primaire probleem van de westerse mens en daar ligt ook de primaire oplossing. Mevrouw Pichel: Kleine vervolgvraag, voorzitter. Gelooft de heer Groenewege echt dat PFAS de enige chemische stof ter wereld is die schadelijk kan zijn? De heer Groenewege: Nee.
9
De voorzitter: Dank. Gaat u verder. De heer Groenewege: Voorzitter, genoeg over Earth Overshoot Day. Dan de andere onderwerpen die we wilden aansnijden. Want in een opwarmend klimaat is het juist belangrijk dat we onze stad vergroenen en in een biodiversiteitscrisis is het essentieel om groen terug te brengen in de stad. Het is goed voor onze mentale gezondheid, het is goed voor de aantrekkelijkheid van de stad. Noem maar op. Het is goed voor het vestigingsklimaat -misschien krijg ik nog een partij mee daarmee- en het is nodig, want ook hier is Dordrecht een achterloper. Dordrecht staat in de top tien van de meest versteende steden in Nederland. Zo kopte Indebuurt vorig jaar namelijk op nummer negen. Het college en de raad wil daar gelukkig ook mee aan de slag. Eerder dit jaar heeft de raad de sportvisie 2030 vastgesteld en daarin staat de zogenaamde 3-30-300regel die nu moet worden toegepast in Dordrecht. Drie bomen in het zicht van ieder huis, 30 procent boomkroonbedekking, 300 meter lopen van je huis tot het dichtstbijzijnde park. En het college wil ook nog eens lange sport routes van 3000 meter door iedere wijk. In nieuwe wijken of bij herinrichtingen lijkt het college deze norm inderdaad toe te passen, maar in bestaande wijken gebeurt er bijzonder weinig.
Het college maakt alle inwoners wijs dat het hun leefomgeving gaat vergroenen, maar verreweg de meeste inwoners zullen daar bij ongewijzigd beleid niets van merken, want vergroening is voor dit college primair geen doel op zich; het wordt vooral meegenomen bij herinrichtingen, die om andere redenen worden gedaan. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: De heer Groenewege hoor ik nu het onderscheid maken en zeg dat het onterecht is als je een nieuwe wijk bouwt of iets anders gaat inrichten. Maar dat is juist logisch dat je het op die plekken doet waar het kan. Maar dat je niet in de historische binnenstad zomaar even een straat, laten we zeggen de Wolwevershaven, plat gooit, zodat je op die afstand dan een park hebt of iets anders. Waar het kan probeert dit college dat te doen. Er zijn ambitieuze plannen. Het park XXL, voor sommige is dat zelfs al veel te groot. Maar het is toch logisch dat we geen straten gaan platgooien om bomen neer te zetten, dat je dat een beetje met beleid doet? De heer Groenewege: Dat is zeker logisch, voorzitter. Daar is de Partij voor de Dieren het helemaal mee eens. Verreweg de meeste bewoners van versteende wijken wonen in straten waar niks mee gaat gebeuren. Maar het beste moment om een boom te planten, voorzitter, is 10 jaar geleden en het één na beste moment is vandaag.
De Partij voor de Dieren en de PvdA willen perspectief geven aan bewoners in versteende wijken. Want dat is het nadeel als je alleen nieuwbouwwijken aanpakt; mensen in versteende wijken blijven dan in hun oververhitte wijk zitten die niet groen genoeg is. Wij willen niet dat die 3-30-300-regel die de raad heeft vastgesteld, ook de VVD, een papieren werkelijkheid blijft, waar alleen de inwoners van nieuwe wijken van kunnen genieten. Iedere Dordtenaar heeft recht op een groene, gezonde leefomgeving, vinden wij. Vandaar onze motie: plan van aanpak wijkvergroening met 3-30-300-regel, waarmee we ook bestaande wijken gaan vergroenen en daarmee klimaatbestendiger maken, die we, zoals ik al zei, indienen met de PvdA. Het college gaat wel aan de slag met de binnenstad, waarschijnlijk niet met grachten platgooien, maar wel met vergroening.
10
Met het project Vergroening Binnenstad brengt het college de versteende plekken in kaart, onderzoekt het mogelijkheden om die te vergroenen en de eerste resultaten daarvan zullen we volgend jaar al zien, lazen we in de begroting. Dat is hartstikke mooi. De Partij voor de Dieren wil hierbij aandacht vragen voor een groep bewoners van de binnenstad waar we het niet vaak over hebben, namelijk honden. Stel, je bent een hond in de binnenstad en je wilt even een rondje rennen. Dan moet jouw menselijke huisgenoot jou helemaal op sleeptouw nemen naar een hondenveldje bij de Krispijntunnel of eentje op het Oranjepark. En daar heeft hij helaas niet zo vaak tijd voor, dus zit jij bijna altijd aan de lijn. Maar voorzitter, nu komt er een onderzoek van het college naar kansen om de binnenstad te vergroenen. En misschien is er dan ook wel ruimte voor een hondenveldje her of der. Het zou in ieder geval mooi zijn, als het college die onderzoeksvraag zou meenemen in het onderzoek dat toch al loopt en de Partij voor de Dieren wil het college dan ook vragen of het daartoe bereid is. De voorzitter: Bij interruptie, de heer Safranti. De heer Safranti: Ik vind een prima pleidooi, hoor, over de honden en hondenspeelplaatsen of uitlaatplaatsen. Hoe het ook wil noemen. Ik ben de totaal mee eens, hoe u het ook nu uitlegt.
Alleen, ik woon al ruim 40 jaar in de binnenstad en ik ben genoodzaakt moeten verhuizen, omdat er geen speelplaatsen zijn voor de kinderen. Hoe kijkt u daarnaar? De heer Groenewege: Daar staat de Partij voor de Dieren ook heel positief tegenover en het lijkt ons ook heel verstandig als het college die vraag meeneemt bij het onderzoek naar de vergroening van de binnenstad. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie u, alleen ik hoorde een vrouwenstem en ik zag een mannenhand, dus het was een beetje verwarrend. Mevrouw Van Engelen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: De Partij voor de Dieren pleit nu voor een hondenveldje in de binnenstad en de heer Groenewege gaf het ook aan dat de ruimte in de binnenstad schaars is en dat we moeten vergroenen. Nou zijn hondenveldjes over het algemeen gewoon grasveldjes en ik hoef de heer Groenewege natuurlijk niet uit te leggen dat gras nou niet heel erg veel bijdraagt aan de biodiversiteit of de vergroening. Dus ik wil eigenlijk aan de Partij voor de Dieren vragen hoe zien zij dan een hondenveldje voor zich, wat ook bijdraagt aan de vergroening van de stad. De heer Groenewege: Niet alles wat bij biodivers is, is hetzelfde als groen natuurlijk. Dat klopt helemaal wat GroenLinks aangeeft. Wij verwachten dat er best veel kansen zijn om te vergroenen in de binnenstad en dat er dan wellicht ook wat ruimte is voor een hondenveldje.
Maar wat we vooral vragen aan het college is om die vraag mee te nemen in het onderzoek en dan kunnen we uiteindelijk aan het eind kijken of er iets kansrijk uitkomt, of dat er toch geen ruimte blijkt te zijn. Dat is een beetje de insteek van de Partij voor de Dieren.
11
Het klopt inderdaad dat je niet de hele binnenstad, of al het groen van de stad, hondenveldjes wilt maken, want dat gaat echt ten koste van de biodiversiteit, dus het moet inderdaad beperkt blijven tot een beperkt aantal. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Groenewege: Dank. Ik wilde afsluiten, voorzitter. Voorzitter, niet het recht van de sterkste moet voorop staan, maar het belang van de kwetsbaarste. Daar staat de Partij voor de Dieren voor. En zo beoordelen wij de begroting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u zeer. U had een tweetal moties aangekondigd, he? Wilt u die ook indienen? Daar komen ze al. Heel goed. Dank. Dan gaan we naar de volgende fractie. Dat is de CDA-fractie, mevrouw van Vugt. Gaat uw gang. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, in de afgelopen week keek ik naar een aflevering van de documentaireserie Het Verhaal van Nederland. Dit was overigens aan de Krommedijk waar ik keek, maar dan zaten de anderen waarschijnlijk bij de voetbalwedstrijd. Ik zat gewoon lekker in huis. Deze aflevering begint in het Dordt van 1890. De rijke burgerij had het voor het zeggen. Mensen uit de wijde omtrek kwamen naar de stad om te kunnen werken in fabrieken. De woningnood was enorm. De pakhuizen werden gevuld met gezinnen die geen toekomst hadden. Men werkte, werd ziek en men stierf een nare dood. De gemiddelde leeftijd was 34 jaar.
Die extreme tijden hebben we gelukkig achter ons gelaten, maar ook nu staan bestaanszekerheid en de woningmarkt onder druk. Als CDA willen we een stad waar het prettig wonen is, waar kinderen veilig kunnen opgroeien, waar volwassenen met plezier wonen en werken en waar ouderen alle voorzieningen in de eigen wijk kunnen vinden. De Dordtse handjes waarover ik de vorige keer sprak, zorgen ervoor dat Dort een sociale stad blijft waarin men oog oor en hart heeft voor elkaar. We kunnen niet zonder de vrijwilligers, de mantelzorgers en de verenigingen. We kunnen niet zonder de zorgmedewerkers, mensen in het onderwijs of degenen die werken bij de hulpdiensten. Ondernemers zorgen voor werkgelegenheid en bedrijvigheid. Kansengelijkheid is niet vanzelfsprekend. Wij willen ons ervoor inzetten dat elk kind dat hier een Dordt geboren wordt, hier de kans krijgt op een goede startpositie. Het belang van voldoende bewegen en sporten door kinderen is evident. De bij de kadernota gevraagde actie op dit punt is er inmiddels en misschien komt er zelfs in dit jaar nog een voorstel. Speeltuinverenigingen, sportverenigingen, scholen en sportwijkcoaches kunnen hierin een mooie rol krijgen. Met instemming hebben we kennis genomen van de voorgenomen ondersteuning voor de mantelzorgers. We zijn benieuwd naar de concrete uitwerking van de plannen.
Het feit dat er bij veel huishoudens met kinderen geldnood is, zelfs bij ouders die allebei werk hebben, vinden we schrijnend. We willen echt specifiek aandacht vragen voor die groep. In hoeverre is het mogelijk de aandacht nadrukkelijker op deze groep te richten, omdat deze mensen er toch echt alles aan doen om mee te kunnen doen? Als het gaat om de woningnood, zien we tot op heden niet het bijgetrokken been wat in het akkoord is afgesproken over de sociale woningbouw. De toegezegde betere balans tussen betaalbare en duurdere woningbouw is nog niet op orde. We zien graag dat het college hier beter resultaat op laat zien. In nieuwe ontwikkelplannen willen we dat er vanaf de tekentafel aan de voorzieningen wordt gedacht.
12
Huisartsen, wijkgebouwen, winkels, voldoende groen, sportvoorzieningen; het zou er allemaal mogelijk moeten zijn om daar ook fijn te wonen. Toezeggingen op het gebied van participatie zijn er om nagekomen te worden. Goede communicatie luistert nauw. Dat gaven we ook de vorige keer al aan. Door inwoners wordt een open, luisterende houding en inlevingsvermogen vaak gemist. Te vaak ligt de nadruk op het presenteren van plannen en het verdedigen daarvan. Daar moet in onze ogen echt iets veranderen en we hopen dat er iets met de feedback van inwoners wordt gedaan. Omdat we ook een inclusieve stad willen, dienen we de motie van DENK over de zichtbaarheid van artikel 1 in het Dordthuis mee in. We vinden dat een hele mooie. Het is een voortzetting van ooit een CDA-initiatief in het stadskantoor. Als CDA zien we dus die groene, leefbare stad voor ons waar het fijn is om te zijn. Het lijkt ons dus ook goed om in te zetten op het vasthouden van bezoekers door ze een aantrekkelijke beleving te geven, waar in de stad, cultureel en op ook historisch vlak, qua horeca en winkelaanbod, het nodige te vinden is. In dat kader willen we expliciet aandacht vragen voor de oudere stadsbezoekers die één of enkele dagen willen doorbrengen in deze stad. Laten we ondertussen niet de aandacht verliezen voor de andere wijken van de stad. Dordt is groter dan de binnenstad.
We vinden het dan ook fijn dat er voor het stadsdeel DordtWest de nodige aandacht is in de begroting. Investeringen in sociale cohesie, wijkvoorzieningen en wijkvrijwilligerswerk horen deel uit te maken van de programma's die horen bij Dordt-West. Het is ook mooi dat voor dit deel van de stad een landelijk programma is binnengehaald. We maken ons binnen het onderwijs zorgen over de steeds jongere leeftijd waarop kinderen en jongeren het niet meer zien zitten om naar school te gaan. Deze jonge mensen missen niet alleen scholing, maar ze missen ook de nodige socialisering, die nodig is om nu en later mee te doen in de samenleving. Als het gaat om het vergroenen van onze stad, dan zijn er best wel wat positieve zaken. Ik noem maar even een paar dingetjes: de meer groene schoolpleinen, waar we ook als CDA ons wel voor hebben ingezet, het Bewegend Bos is een leukigheidje, de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen. Dat vinden we een hele belangrijke en dat staat voor 2024 op het programma. Echter, de voortgang op het initiatiefvoorstel ‘Geen dag zonder zon’ is ons veel te traag. Er is ons gevraagd om tijd, tijd en nog eens tijd. Dat kan zo niet. Initiatieven om te verduurzamen worden op deze manier onmogelijk gemaakt. We ontvangen graag een reactie van het college hoe dit nu snel geregeld kan worden.
Ook willen we graag dat er blijvend tegemoet gekomen wordt aan plannen van inwoners om te kunnen verduurzamen. Er zijn natuurlijk ook zorgen. Die wil ik toch even kort benoemen. Of zorgen, aandachtspunten waar we ook de komende tijd ons mee bezig zullen moeten houden. Dan hebben we het over Chemours, we hebben het over het azc, over opvang van vluchtelingen, maar ook over de giftreinen die elke dag door Dordt denderen. Voorzitter, met deze begroting kunnen wij als CDA instemmen. We zien dat deze begroting een nette uitwerking is van de door de raad vastgestelde kadernota. Met deze begroting is tevens een ernstige boodschap afgegeven. Onze financiën staan onder druk. Als raad willen we dus samen op zoek naar de beste maar soms ook wel moeilijke keuzes. We zien graag goed op tijd de lijst tegemoet met mogelijke maatregelen om de begroting sluitend te maken. Vanwege de aangenomen motie ‘raad bij ombuiging en bezuinigingen goed in positie’ die we de vorige keer bij de kadernota inbrachten, verwachten we dit nadrukkelijk. Voorzitter, we leven nu in het Dordt van 2023.
13
Hoe wordt er over 133 jaar in een volgende documentaireserie en dan over het verhaal van Dordt over het Dordtse bestuur gedacht? Hoe gingen we om met de nieuwe woningnood? Hoe hadden we oog voor de bestaanszekerheid die onder druk stond? Was er bij dat alles oog, oor en hart voor elkaar? Dat wat het. De voorzitter: U heeft echt voor de spiegel geoefend. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee. De voorzitter: Nou, perfect getimed. Complimenten. Ik zie geen interrupties. Of wel, toch nog. Een interruptie van de ChristenUnie/SGP. De heer De Heer. Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel en dank ook aan mevrouw van Vugt voor de woordvoering. Ook de aandacht die er was, ook voor de vrijwillige inzet in de stad. Die onderstrepen wij als fractie ook heel graag. Ook een stukje nieuwsgierigheid hoe er misschien wordt gekeken naar onze ingediende amendementen, juist vanuit het CDA. Wetende dat het CDA in het verleden eerder dit jaar natuurlijk ook rondom de gesprekken rondom de initiatiefvoorstel rondom het burgerberaad en ook de startnotitie participatie dat daar ook veel aandacht bij het CDA voor was. We zijn nieuwsgierig hoe het CDA naar dit amendement kijkt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, ik begrijp heel goed die nieuwsgierigheid, want wij waren beslist geen voorstander van burgerparticipatie op de manier zoals die werd voorgesteld, echter, als dit in de startnotitie is vastgesteld, dan moet je dat gewoon uitvoeren. Het gaat hier om het verkennen van de mogelijkheden voor een burgerbegroting. En we hopen eigenlijk dat het niet mogelijk is, maar het verkennen daarvan, daar staan we achter. Want dat hebben we nou een keer afgesproken met elkaar, dus daar zullen wij voor stemmen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij hadden nog korte vraag. Ik hoorde net mevrouw van Vugt zeggen over jongeren en socialisering. Dat vinden wij inderdaad ook heel belangrijk. Daarom de vraag hoe het CDA kijkt naar de perspectiefprestatie. Dus eigenlijk dat gedeelte dat uit het jongerenperspectieffonds komt om dat in te zetten. Mevrouw Van Vugt-Roose: We hebben die motie met belangstelling ook gelezen, want we zien zeker elke keer bij de Partij van de Arbeid terug dat er heel veel warme belangstelling is om de jongeren te ondersteunen in alles wat ze doen en wat ze nodig hebben. We vragen ons hier echter af of het echt nog een aanvulling is op wat er allemaal al is en daar gaan we straks ook even een van de wethouders horen.
14
We hebben zelf het idee dat er genoeg is, maar als dat niet zo is en het is echt een aanvulling, dan kunnen we op ons rekenen, maar het is nog een standpunt van twijfel zoals dat heet. De voorzitter: Dank. Dan gaan we nu door naar de volgende fractie. En dat is DENK. De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst woord van dank richting onze ambtelijke organisatie. Er ligt nu nog een gezonde begroting voor ons. Voor 2024 zijn er geen bijzonderheden in de begroting. De besluiten uit de vastgestelde kadernota 2024 zijn verwerkt. De jaarschuif 2024 is sluitend met een klein overschot van 678.000. Voorzitter, de eenmalige korting op de OZB in 2023 stijgt de OZB-rekening in 2024 ten opzichte van ‘23 extra hard. Dit punt is ook door andere partijen nog benoemd. Wethouder. Dit was een mooi gebaar, maar de pijn is nu erg groot en voelbaar. Voorzitter, er ligt een mooie basis. Het is van belang dat we blijven vasthouden en investeren in de ingeslagen weg richting 2030. Echter maken wij ons zorgen om de tempo en de ontwikkelingen rondom de behoud bouwen woningen en aantrekken van goedbetaalde banen. Wij zijn van mening als we met dit tempo doorgaan, de doelstellingen niet gaan halen en zijn bereid om na te denken over genoemde ambities. Graag reactie van het college hierover.
Voorzitter, dagelijks leven van veel Dordtenaren kenmerkt zich in deze tijd door onzekerheid. De gevolgen van de oorlogen tussen Rusland en Oekraïne maar ook Israël en Palestijnen merken we allemaal direct in ons dagelijks leven. Wie zich veilig voelt, heeft meer vertrouwen in zichzelf, in anderen en in de toekomst. Steeds meer mensen hebben het moeilijk om rond te komen en het huishoudboekje kloppend te krijgen. Vanuit dit besef weten we dat juist nu elkaar moeten helpen en sterk moeten zijn. Vorige begroting hebben we aangeven dat onze wethouder zich hard maakt en enorm inzet voor armoede en werkgelegenheid. We zijn dan ook blij dat de witgoedregeling is ingevoerd en een vervolg krijgt. Wij danken de beide wethouders die gehoor hebben gegeven aan onze oproep. Echter merken we op dat we er nog niet zijn. Als we kijken naar de cijfers rondom de welvaart en werkgelegenheid zien we, ondanks de stijging in de werkgelegenheid, nog steeds achterblijven op landelijke cijfers. Voorzitter, de ambitie om spelen en sport te stimuleren, om meer te bewegen omarmen wij. Wel vinden we belangrijk dat ook kinderen die in het hart van onze binnenstad groeien, ook de kans moeten krijgen om te kunnen spelen. Er zijn namelijk geen speelplekken... Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel, bij interruptie. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Wij vinden het ook belangrijk dat kinderen kunnen spelen in de binnenstad, maar er zijn toch al heel veel speelplekken in de binnenstad? Ik zou er zo een aantal op kunnen noemen. Er ligt weliswaar veel hondenpoep. Dat is vervelend, maar er zijn best veel speelplekken.
15
De heer Safranti: Daar is mijnheer Groenewege alleen blij om, denk ik, maar goed. Mevrouw Schnabel: Maar er zijn best veel speelplekken. Hoe ziet DENK, of hoe ziet u dat? De heer Safranti: Mevrouw Schnabel. Ik heb net proberen aan te geven dat ik ruim 40 jaar in de binnenstad woon. Hart van binnenstad zelfs. Ik weet niet welke speelplekken u noemt. Ik ken er geen een. Mevrouw Schnabel: Bijvoorbeeld achter Den Witten Haen is een kinderspeelplek. Die is best wel groot. Dan is er het Beverwijcksplein. Daar kun je in principe ook spelen en dan zijn … nou, er zijn nog … De heer Safranti: Dat was het? Mevrouw Schnabel: Nee. De heer Safranti: Het gaat er mij om … Nee, ik begrijp u. Daar gaat het niet om. Mag ik even dit afmaken, jongens? Mevrouw Schnabel? De voorzitter: Beste mensen, even aandacht voor de heer Safranti. Die gaat antwoord geven. De heer Safranti: Mevrouw Schnabel, ik begrijp natuurlijk wat u bedoelt, alleen wat ik eigenlijk wil vertellen -ik was nog niet eens klaar met mijn verhaal trouwens, maar goed, geeft niet- het gaat erom: de speelplaatsen wat we ook in die andere wijken zien. Dat je gewoon met een gerust hart je kind op een veilige manier alleen kan laten of kan laten spelen. Dat mis ik gewoon in de binnenstad. Niet alleen ik maar heel veel mensen die kinderen hebben in de binnenstad. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Voorzitter, op dit punt… Het is natuurlijk een heel begrijpelijk het pleidooi voor fijne speelplekken. Daar vinden de Dordtse VVD en DENK elkaar natuurlijk. Alleen, toch wel een klein beetje op dit onderdeel ook begrip voor wat mevrouw Schnabel zegt. Ik heb ze zelf eens geteld de speeltuinen in het centrum. Het zijn er 15. Het zijn er best veel en dan zal ik er meteen bij zeggen, sommigen zitten wat verscholen. Door kronkelige historische stratenpatroon zie je ze niet altijd meteen. Ik denk dat voor de meeste kinderen en ouders geldt dat die ze heel goed weten te vinden. Als u zou zeggen, maar dat dat staat niet in uw motie, van, zorg nou eens dat bijvoorbeeld op de website van de gemeente dat de speeltuinen die er zijn, dat we daar een makkelijk overzicht van maken. Is denk ik ook een goed idee, maar als het gaat om investeren in de speeltuin, en we zien natuurlijk de begroting het budget is beperkt. Sterker nog, in de binnenstad, in heel veel delen van onze stad, de ruimte is ook beperkt.
16
Zou het dan niet logischer zijn om in plaats van wat u vraagt in uw motie, namelijk om meer speeltuinen bovenop die 15 in de binnenstad, om juist te concentreren op het onderhoud, want, en dat geldt niet alleen voor de binnenstad, maar ook voor speeltuinen in andere plekken van de stad, dat is een onderwerp waar je kan zeggen, dat vraagt aandacht, logisch natuurlijk, maar met de beperkte middelen en met de beperkte ruimte is het dan een slimme keuze, denkt u, om meer, bovenop die 15 die er al zijn, speeltuinen te doen in de binnenstad. De heer Safranti: Mijnheer Kuhlmann, ik heb het niet over speeltuinen, ik heb het over speelplekken en speeltoestellen in de binnenstad. Dus mensen die dus in de buurt wonen, dat ze de kinderen even 100 meter 50 meter verderop met gerust hart kunnen laten spelen. En dan heb ik het niet over heel veel toestellen, maar dan over een klein glijbaan en een wip en een kip. Wat heb je tegenwoordig? Daar gaat het mij om, dat je je kinderen gewoon naar buiten kan laten en dat is het nu niet. Nogmaals, ik spreek nu even uit ervaring, dat ik dus dagelijks vanuit werk nog met kinderen naar het Merwesteinpark moest meenemen om die kinderen dus op een veilige manier laten kunnen spelen. En daar gaat het even om. Dus niet over speeltuinen maar op speelplekken met klein een aantal speeltoestellen.
Zelfs aan de kloostertuin waar de Statenschool natuurlijk in de buurt staat. Dat zou dus ook een bijdrage kunnen zijn voor de Statenschool, waar de kinderen dus ook in de Kloostertuin spelen. Dus daar zou je een aantal toestellen kunnen … En dan heb je al heel veel al bereikt. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: ik begrijp precies het soort plekjes wat de heer Safranti bedoelt. Als je bijvoorbeeld kijkt in de buurt van... De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, sorry, ik onderbreek u heel even, want er is echt te veel rumoer in de zaal. Ik kan het bijna zelf hier niet verstaan en ik vind het heel vervelend, want ik wil het wel graag kunnen verstaan. Dat geldt neem ik aan voor u ook, dus laten we echt degene die het woord heeft ook het woord gunnen en daarnaar luisteren. De heer Kuhlmann, gaat u verder. De heer Kuhlmann: Op een minuutje van de Statenschool heb je natuurlijk precies zo’n speeltuintje als u bedoelt, met zo'n glijbaan en die andere toestellen, zo'n wipkipje bij het Augustijnenkamp, Tolbrugkamp, de Hoge Nieuwstraat, Nieuwkerksplaats, Molenstraat, Houthavenplein, Lijnbaan, zo kan ik nog even doorgaan. Moet u een beetje zorgvuldig zijn met … Ik begrijp inderdaad het soort plekjes wat u bedoelt en die zijn er. Er is een hele lijst. De heer Safranti: Alle plekken die u hebt genoemd, die ken ik ook ik heb daar geen kip gezien, hoor. Spijt me zeer.
We kunnen die discussie wel blijven voeren, maar … Er zijn wel ruimtes natuurlijk. Daar gaat het niet om, maar het gaat om wippen en kippen en glijbanen en het gaat om dus... De heer Kuhlmann: Dan zou ik zeggen, ga eens naar de opticien toe om die glijbanen te zien.
17
De heer Safranti: Oké. Misschien draagt dit wel bij aan het atmosfeer wat we gisteren hebben gehad. Wat dat betreft … De voorzitter: Prima dat er even wordt gelachen. Dat hebben we dan nu voorlopig weer even gehad. Ik wil iedereen er even op wijzen dat we ook gewoon echt even wat korter in de interrupties kunnen zijn, want anders gaan we het vandaag niet redden en dan moeten we morgen weer terugkomen. Daar zit volgens mij niemand op te wachten. Dus graag korte interrupties. U heeft uw punt gemaakt, u heeft een antwoord gegeven. Klaar. Volgende actie. Mevrouw Pichel, gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk inderdaad in opvolging van deze discussie. Een vraag aan de heer Safranti. Want volgens mij lees ik in het dictum van de motie, dat het voornamelijk gaat over het ontwikkelen van een plan en dan realisatie van speeltuinen waarin gewoon aandacht is voor bepaalde dingen en niet zozeer, bouw extra speeltuinen bovenop de 15 die er al zijn. Dus dat zou wellicht kunnen betekenen dat degene die er al zijn verbeterd, geoptimaliseerd worden et cetera. Zo is hoe ik hem lees. Klopt dat, via u, voorzitter, aan de heer Safranti? De heer Safranti: Dat klopt helemaal, mevrouw Pichel en u heeft natuurlijk daarom ook mede ingediend en dat zei ik ook net. Ik was nog niet zover met mijn verhaal. Maar goed, geeft niet. Dank voor toelichting.
Dan kan ik al verder gaan. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Safranti: Dus in dit geval extra aandacht vragen hiervoor en dienen samen met SP, VSP, Beter Voor Dordt en Forum voor Democratie in dit geval een motie in. Voorzitter, de opkomst … De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Over die motie, die heet ‘onderzoek speelplaatsen in de binnenstad’, maar de heer Safranti vraagt niet om een onderzoek, hij vraagt om een plan te ontwikkelen voor de realisatie van speeltuinen en in overleg te treden over de locatie. In ieder geval niet een onderzoek, maar echt een plan om het te gaan doen. Dus moeten we het nou zien als wat er in de titel staat, als een onderzoek? Of moeten we het zien als een plan om ze echt te gaan realiseren? De heer Safranti: U hebt daar helemaal gelijk in. Het woord plan en onderzoek dat... Het was het was bedoeld als onderzoek. Anders wil ik hem wel even aanpassen. De bedoeling van deze motie was onderzoek. Onderzoek naar ontwikkeling van realisatie van speelplaats. Geen speeltuinen, trouwens, he? Dat hoor ik nu natuurlijk constant, maar het zijn speelplaatsen waar ik het over heb. De voorzitter: Misschien goed dat u dan de tekst van de motie straks even nog met pen corrigeert.
18
De heer Safranti: Klopt. Doe ik zo even. Ik zie ‘…’ van mijnheer Burggraaf, dus ik pas hem zo aan. De heer Katif: Voorzitter. Hier ben ik. De voorzitter: Mijnheer Katif. U zit achter de koekjes. De heer Katif: Ik weet niet of dat kan, want volgens mij bij moties geldt alleen maar dictum en niet de titel namelijk van de motie. De voorzitter: Dat klopt maar als het dictum en de titel niet met elkaar congruent zijn, dan is het een terechte vraag van de heer Groenewege natuurlijk. De duidelijkheid moet even in de motie blijken, maar het dictum is inderdaad uiteindelijk wat geldt. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik ga verder. Over twee weken zijn de landelijke verkiezingen. Het vertrouwen van de burger richting politiek is zeer laag en dat laat zich ook door de opkomst zien. Bijgebouwen en ruimtes van enkele Dordtse verpleegtehuizen, verzorgingstehuizen, middelbare scholen, hogere scholen en moskeeën, anders gebedshuizen, kunnen prima fungeren als stemlokalen. Met deze actie verwachten we ook een positieve opkomstpercentages tijdens de verkiezingen en dienen samen met Forum voor Democratie en VSP een motie in. Artikel 1: afgelopen raadsvergadering hebben wij aangeven dat onze fundament in 1572 in Dordrecht is gezet. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Even over het … Dank u wel, voorzitter … over het vergroten van de opkomst bij verkiezingen. Om dan een stemlokaal ook in de moskee te laten plaatsvinden, dat is natuurlijk heel mooi. Ik had het idee dat het eigenlijk al lang kon, een stemlokaal in een moskee. Dus dat hoor ik straks nog wel graag even, maar hoe kijkt u ernaar dat het in een bepaalde moskee hier in Dordt helemaal vol hangt met posters van u? De heer Safranti: Ik ben ook diverse keren voorzitter van een stemlokaal geweest. Op een stemdag mogen natuurlijk geen posters en allerlei andere politieke aanhangsel hangen of aanwezig zijn, dus daar ga ik er wel van uit dat daar gewoon rekening mee wordt gehouden. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar vindt u dan wel dat het al die weken ervoor tot de laatste avond daar wel mag hangen? De heer Safranti: Dat is helemaal aan het bestuur, denk ik. Voor mij hoeft het niet. Als ze belangstelling voor hebben en ze doen dat, ook prima maar als een verpleeghuis of een verzorgingshuis dat ook doet, wat heb ik daarop aan te merken dan? Mevrouw Van Vugt-Roose: Nou, die doen dat juist niet.
19
De heer Safranti: Oké. Ik ga ervan uit dat met deze motie we niet binnen twee weken, anderhalve week trouwens, de stemlokalen gereed kunnen krijgen. Dus de oproep is eigenlijk ook voor de volgende keer. Niet dit keer maar voor volgende keer. Waarom? Omdat we ook gezien hebben in de afgelopen periode dat het een bijdrage levert voor de opkomst en vertrouwen in politiek. Toevallig, in dit geval dat u aangeeft, en daar ben ik het trouwens helemaal mee eens, voor in het kader van integriteit en legaliteit dat we dat juist niet moeten doen. Alleen de wens of het verzoek is niet voor over om anderhalf week dit te realiseren -volgens mij kan dat praktisch ook helemaal niet meer- maar voor volgende verkiezingen. De voorzitter: Dank. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, even over het voorstel om in moskeeën en kerken te gaan stemmen. Dat gebeurt nu eigenlijk al. Maar we zitten ook met politieke partijen die verbonden zijn met bepaalde levensbeschouwelijke richtingen. Of van christelijke signatuur, ofwel, misschien wat minder expliciet, ook van islamitische signatuur. Vindt u dan niet dat het een onterechte druk legt op hun mensen als ze gaan stemmen in een christelijk of islamitisch of voor mijn part boeddhistisch gebouw van, o wacht, dan worden eigenlijk min of meer onder druk gezet of beïnvloed om toch op een partij van die signatuur te stemmen.
Vindt u niet dat gebouwen waar gestemd wordt levensbeschouwelijk politiek neutraal moeten zijn? De heer Safranti: Ik kan u helemaal volgen, mijnheer Portier. Ik heb net ook proberen aan te geven dat ik ook diverse keer voorzitter van een stemlokaal ben geweest en als je achter een hok zit of staat, dan weet niemand waar je op stemt, één, en twee: het is met deze motie juist de bedoeling dat we dus mensen, gezien de opkomst van de afgelopen jaren, verkiezingen, dat we juist stimuleren om mensen te gaan stemmen en we zullen nooit ook gaan zeggen in de kerk, er wordt alleen maar op CDA of ChristenUnie/SGP gestemd. Dat is helemaal niet zo. Andersom zal dat dus ook niet zijn. Het gaat puur om de mensen die in de buurt wonen, om een stimulans te maken dat ze dus naar de stembus gaan en vertrouwen in politiek krijgen. Dat is eigenlijk ook de intentie van deze motie en daar wordt niet alleen de moskee genoemd. De voorzitter: Helder. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, we hebben juist een x aantal jaren geleden besloten om niet meer in kerken en dergelijke te stemmen, dus er is ook gewoon alleen maar op neutraal terrein een stemlokaal. Dus wat de heer Safranti vraagt is teruggaan in de tijd. We hadden het al met elkaar opgelost, dat je dat niet op plekken moest doen waar je dus bepaalde invloed kon ervaren.
Dat is een motie die is … Er is een keer een motie voor ingediend, die is weliswaar verworpen, maar het is uiteindelijk wel uitgevoerd op die manier. De heer Safranti: Zover ik het weet, maar dan is het echt ook aan het college om daar een juiste antwoord op geven, is dat er niet meer in de moskeeën gestemd wordt, maar wel in de kerken. Dat is wel zo, want er zijn genoeg mensen die in de kerken gestemd hebben. Nogmaals, dat is een antwoord die ik ook graag wil weten van het college.
20
Mevrouw Koene: Voorzitter, mijn fout dan. Ik had echt het idee dat we dat met elkaar hadden afgesproken. Ik vind overigens niet dat we het moeten toestaan, maar goed, dat is weer wat anders. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Kuhlmann. Kom ik daarna bij de heer Wringer. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Voor wat betreft de Dordtse VVD. Tel staat voorop. Dat je een goed netwerk hebt van stembureaus door de stad heen. Er zijn nog wel wat wijken die misschien wat onderbedeeld zijn. Kijk naar De Hoven of naar Amstelwijck, nieuwe wijken in de stad. Dan moet je natuurlijk zorgen dat er locaties zijn, stembureaus voor iedereen op een korte afstand dat je makkelijk kan stemmen. Dat kunnen allerlei soorten gebouwen zijn en als het zo uitkomt, kan dat natuurlijk ook een kerk of een moskee zijn. Wat voor ons wel voorop staat is dat dan natuurlijk neutraal ingericht moet zijn. Geen partijposters, geen religieuze uitingen, geen buitenlandse vlaggen, al dat soort dingen. Maar wat voorop staat is de behoefte in de locatie. Witte plekken moet je invullen, je moet niet uitgaan van, daar ontbreekt nog een moskee. Dat moeten we doen. Naar ons oordeel spant uw motie eigenlijk het paard achter de wagen van, moet een moskee ook een stembureau worden? Terwijl, je zou het andersom moeten doen.
Je hebt een witte plek op de kaart en hoe kun je daar nu op een goeie manier een stembureau op krijgen? Maakt niet uit waarin. De heer Safranti: Zeer duidelijk. Alleen ik vind het jammer dat het alleen maar over de moskeeën gaan. Want ook in mijn motie maar ook in mijn pleidooi heb ik over zes, zeven locaties gehad binnen onze gemeente en er wordt natuurlijk een discussie gevoerd over moskeeën. Prima. Alleen die was er natuurlijk wel en daar zag je gewoon dat mensen -natuurlijk ben ik met u nogmaals eens. Dat is net ook aangeven- dat we geen posters, vlaggen, weet ik wat allemaal … dat kan helemaal niet. Dat moeten we ook niet hebben tijdens verkiezingen, want dat zou ik ook jammer vinden als ik ergens binnenkomt en hangt een VVD-vlag of een poster van ... De voorzitter: Dat is gewoon verboden. De heer Safranti: Inderdaad, dat is gewoon verboden, dus ik weet niet waar die discussie over gaat. De voorzitter: Ik ga naar de heer Wringer. Gaat uw gang. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik wil nog even terugkomen op de op de kerken en stembureaus. Als er in het verleden een motie is aangenomen, dan is die in ieder geval niet uitgevoerd, want ik zit zelf over twee weken in een kerk als stembureau, dus dat bestaat nog steeds.