CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2023.09.26 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 november 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 10 oktober en de Dordtse Dinsdag van 26 september en 3 oktober 2023 Vergaderzalen 1, 3, 529.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Barrièrevorming en verbreking van de samenhang in het gebied door allerlei obstakels die worden gepositioneerd in het leefgebied en ook het aantrekken van predatoren. Want als windmolens slachtoffers maken, daar komen er ook predatoren op af. Die lok je eigenlijk ook een gebied in bij het plaatsen van windmolens, maar juist ook met elektriciteitsmasten kun je bepaalde vogelsoorten roofvogels aantrekken die daarop gaan nestelen. Die wil je eigenlijk ook liever niet faciliteren in een weidevogelgebied. De Universiteit van Wageningen heeft in 2020 een publicatie gemaakt over de sterfte onder roofvogels. Waarbij ze tot de conclusie kwamen dat eigenlijk de huidige normen en de besluitvorming van ’…’ dat daarbij eigenlijk de aantallen slachtoffers zouden worden onderschat. Dat je eigenlijk ook de cumulatie eigenlijk te weinig meeneemt. Te vaak wordt gekeken naar de sterfte vanwege het park zelf. Maar er zijn natuurlijk heel veel parken die worden gerealiseerd in Nederland en als je dat allemaal bij elkaar gaat optellen, dan kom je toch wel op een nadrukkelijk impact op de vogelpopulaties. Het is natuurlijk heel verschillend ook weer per soort hoe gevoelig ze zijn voor bepaalde zaken. Voor windturbines zijn bijvoorbeeld de rovers en de uilen heel gevoelig, of de ooievaars, kievieten, plevieren.

Hoogspanningsleidingen is het risico relatief groot voor reigers en kieviten, uilen en strandlopers. Ik heb het al even gehad over habitatverlies door energie-infrastructuur, maar ook dat kan per soort weer heel wisselend zijn. Als we bekijken bijvoorbeeld voor de grutto wordt er een schatting gemaakt van een verstoring ten opzichte van afstand ten opzichte van windmolens van tweehonderd meter. Maar als je dan weer kijkt over het risico op aanvaringen, dan moet je eigenlijk een veel grotere afstand daarbij rekenen. Omdat grutto’s natuurlijk foerageervluchten maken, maar ook bijvoorbeeld predatoren verjagen daarbij ver buiten hun eigen broedzone komen, dus verder weg vliegen dan die tweehonderd meter afstand. Op zee is ook bekend dat soorten als Jan-van-genten en zeekoeten en andere soorten windparken zelfs ook mijden vanwege de verstoringsfactor. Dus eigenlijk moet je per gebied waar je iets wil gaan realiseren, moet je onderzoeken welke soorten komen ervoor? Hoe gebruiken ze dat gebied in welke periodes van het jaar? Eigenlijk moet je daarmee rekening houden met hoe je een gebied gaat inrichten. We hebben diverse beschermingskaders voor vogels. Natuur 2000 bescherming volgens de Wet Natuurbescherming. Het Natuurnetwerk

40

Nederland, dat onder andere in provinciale omgevingsverordening is geregeld. De weidevogelgebieden, er zijn ook overige gebieden beschermd, maar dat heeft een andersoortige bescherming ook in de omgevingverordening. Zoals stiltegebieden, cultureel erfgoed en beschermd grasland zag ik zelfs staan. Beschermde planten diersoorten zelf, dus naast de gebiedsbescherming. In Nederland zijn dus alle in het wild levende vogelsoorten zijn beschermd. Behoudens geloof ik de soepgans even uit mijn hoofd, de soepduif dat soort soorten zijn wat minder beschermd. Verder is er nog bescherming van houtopstanden en houtopstanden kunnen natuurlijk ook weer van belang zijn voor diverse vogelsoorten. De zwarte wiek werd naar mij gevraagd. Voor een tijdje geleden was er een hoopvol bericht vanuit Noorwegen dat de zwarte wiek een oplossing kon zijn om het aantal aanvaringsslachtoffers vogels te verminderen. Er loopt een proef in de Eemshaven in Groningen. Na acht maanden is de eerste indruk dat er nog geen duidelijk verschil is in het aantal slachtoffers tussen met en zonder wiek. Maar dat onderzoek gaat nog wel door, dus de echte conclusies kunnen pas getrokken worden zeg maar 2024-2025 is naar verwachting. Maar de eerste indicaties geven nog geen signalen dat er echt een verschil is.

De windgevoeligheidskaarten van Sovon die zijn opgesteld een aantal jaar geleden ook ten behoeve van de RES-trajecten. Die kaarten geven aan welke zones gevoelig zijn in verband met de aanwezigheid van vogels. Daarbij gaat het over broedvogels, wintergasten en ook worden op de kaarten aangegeven welke zones gevoelig zijn in verband met de trek van vogels. Die kaarten zijn ook een hulpmiddel bij het bepalen waar je bepaalde projecten zou willen realiseren. Of in ieder geval dat je op voorhand weet daar speelt iets daar moet ik wel onderzoek gaan doen. Kan iets wel of niet en waar moet ik rekening mee houden en hoe zou ik er rekening mee kunnen houden? De voorzitter: Wilt u richting afronding gaan? De heer Oosting: Dit is even het plaatje daarvan wat ik even snel laat zien. De energieinfrastructuur, ik benoem het even heel kort omdat zeg maar naast het feit dat vogels last hebben van zonneparken en windmolens natuurlijk ook alle hoogspanningsleidingen die komende jaren in het land zullen we worden gerealiseerd. De nodige impact zullen hebben op diverse vogelsoorten. Dit is een overzicht van wat TenneT allemaal van plan is te doen in het komende jaar. In de omgeving van Dordrecht speelt onder meer de 380 kV Geertruidenberg Krimpen aan den IJssel of Crayestein. Die ergens in de omgeving of misschien zelfs door de Biesbosch zou moeten lopen.

Hier een snel overzicht, maar ik ga hier niet allemaal op in want dat kunt u denk ik wat nalezen. Maar dat zijn de zaken waaraan men moet denken bij het onderzoek wat men doet. De zaken die men kan bekijken als het gaat over mitigatie, maar ook natuurversterking op de spot. Met mitigatie denk je bijvoorbeeld aan de opstelling van windmolens, de precieze locatie, het aantal en het voorzien van een stilstandvoorziening. Wat betreft stilstandvoorziening kun je weer denken aan een bepaald seizoen, of een bepaald deel van de dag. Als vogels bijvoorbeeld een slaap ergens hebben en begin van de dag en het eind van de dag in de omgeving voorkomen. Of incidenteel op basis van detectie bijvoorbeeld bij grote groepen vogels of roofvogels. Ook bij de zonneparken kun je mitigatiemaatregelen toepassen. Als het om hoogspanning gaat, zo mogelijk ondergronds en het toepassen van vogelflappen die vogels waarschuwen dat er iets op hun pad ligt. Dat was in sneltrein mijn presentatie dank u wel.

41

De voorzitter: Dank u wel u zit maar anderhalve minuut over uw tijd heen en er kunnen op dit moment geen vragen gesteld worden. Aan u dus ook de vraag om in ieder geval uw contactgegevens. Ik weet niet of die in de presentatie vermeld staan, maar anders dat u zorgt dat wij die in ieder geval krijgen. De heer Oosting: Die staan onderaan mijn mail. De voorzitter: Prima. Er wordt door de griffie voor gezorgd hoor ik hier naast mij. Dank u wel. Er gaan een aantal commissieleden weg, want die gaan naar een andere commissie. Dat heeft niks met desinteresse voor het onderwerp te maken overigens. Zo werkt het met onze avonden soms. Wij gaan verder met de heer De Ridder begrijp ik. Ik heb De Ruiter staan maar het is … (reactie buiten de microfoon). Top. Een strenge indicatie alleen ik weet niet op basis waarvan, u heeft het geluk dat het een kwartier is. Dus dat ga ik ook weer klokken. Ik zou zeggen schiet van wal. Sorry. Ik had een paar plaatjes meegebracht, ik weet niet of dat nog gelukt was. Ik was wat laat met opsturen. Er wordt nu even heel snel naast mij geschakeld (gesprek buiten de microfoon). De heer De Ridder: Ik had op send moeten drukken en dat was niet gelukt. Maar ik kan het zo ook wel vertellen. Kijk mijn bijdrage die komt uit de praktijk waarin ik mezelf een jaar of tien begeef. Om die duurzame energieprojecten om die een keer van onderop op te bouwen.

Dus niet uit te gaan van de initiatiefnemer die vaak wordt aangestuurd vanuit een groot kantoor in het buitenland. Alle energiebedrijven op dit moment, of van investeerders die zich in de sector hebben gemengd, wat op zich allemaal goede initiatieven zijn. Maar die altijd op een probleem stuiten. Het probleem zit met name in een aantal factoren die ik net ook voorbij hoorde komen. Met name de eerste bijdrage die gaat over het ruimtelijk vraagstuk. Er is echt een clash op zoek naar heel veel ruimte en die ruimte is er niet zomaar. Verder is er ook nog een congestievraagstuk en er moeten ook nog vogels vliegen begreep ik net. Dus er is gewoon te weinig ruimte om dit allemaal goed te doen. Doordat er heel veel druk op onze ruimte zit, wilde ik mijn verhaal opbouwen langs de lijnen omdat we het over een beetje natuurkunde hebben, van de heer Newton. De heer Newton heeft in de zeventiende eeuw bedacht dat elke actie een negatieve reactie met zich meebrengt. Dat zien we hier vooral in onze wereld heel erg veel gebeuren. Dus hoe meer erop gepusht wordt vanuit alle grote plannen die wij in Nederland maken en de RES is daar helaas één van. Daarvoor hadden we het IPOakkoord, daarvoor hadden nog de grootschalige windenergie-op-land-akkoorden. Ze drukken allemaal in de samenleving en die samenleving reageert daarop.

Die reageert erop door het niet zomaar te accepteren wat er allemaal gebeurt. Vaak worden burgers te laat betrokken of niet betrokken in de planvorming. Dat is eigenlijk de eerste pleidooi dat ik wil houden. Je kunt niet zomaar een plan maken en je kunt er ook niet zomaar van uitgaan dat mensen daarvan op de hoogte zijn. Niemand, behalve een aantal mensen in onze eigen bubbel, waar ik zelf inzit, is op de hoogte van hoe dat een energiesysteem werkt of waarom energie in vredesnaam belangrijk zou zijn. Het is eigenlijk nog veel erger, het interesseert helemaal niemand iets om het heel plat te zeggen. We willen allemaal energie hebben, we komen thuis we drukken op de knop de lamp gaat aan. Daar zorgen jullie voor. We geven een slinger aan de gaskraan en het wordt lekker warm en dat is het wel. Dan is er een grote paniek als er in een jaar heel hoge energieprijzen zijn en daar gaan we daar oplossingen voor bedenken. Dan zijn ze weer weg met

42

prijsplafonds of iets dergelijks en ook de interesse in het systeem is weer weg. Dus het is een groot vraagstuk, denk ik, om mensen in dat energievraagstuk te enthousiasmeren en om ze mee te nemen op het moment dat je plannen gaat maken voor wat dan ook. Met name wind, dat is al zolang ik werk en ik werk 25 jaar in de windsector is dat een dingetje wat polariseert. Zon ook, de RES-coördinator gaf het aan, we doen geen zon op land. Misschien moet dat wel of niet, het geeft altijd gedoe op dak misschien nog net iets minder. Ook de warmtetransitie, je komt ineens met een pijp naar binnen er wordt een gat in je huis geboord. Ga er maar aan staan om dat goed te keuren als bewoner in de oude stad. Dus die reactie is er vaak en die is vaak intensief en die leidt tot grote weerstand en grote vertraging in die processen. Ik denk dat ik nog wel een slechte mededeling heb als gaat om 1 januari 2025. Ik denk niet dat alle projecten die we nodig hebben op dat moment vergund zullen zijn. Dat lijkt me ook utopisch. Kun je denken daar kunnen we iets voor bedenken en dat hebben jullie in Dordrecht ook gedaan. Namelijk via Dordtse energie en Dordtse energie zegt wij willen graag de helft van die projecten in eigendom hebben. Dat hebben jullie volgens mij, tenminste ik zeg net op jullie website.

Het is ook een voorwaarde om die vergunning te krijgen dat Dordtse energie, als ooit een vergunning vergund moet worden voor zon voor wind, dan moet hij ook voor de helft in lokaal land gestructureerd worden. Daar is ook een vraagstuk bij, ik ben helemaal niet in een goede bui vandaag denk ik. Dordtse energie zal een coöperatie, ik ken ze niet overigens niet persoonlijk maar dat zal een coöperatie zijn. Een coöperatie dat traditionele leest geschoeid heeft heel veel voordelen. Daar kun je inderdaad die investeringen lokaal brengen, dan kun je inderdaad ook de revenu die die wind en zon absoluut met zich meebrengen van bepaalde jaren, kun je lokaal structureren. Alleen dat is een heel bepaald segment van mensen die bijzonder geïnteresseerd zijn om te investeren. Dat zijn ongeveer één tot anderhalf procent van de bevolking van je stad. Dus ook daarmee gaat het grote draagvlak wat we zoeken, om die negatieve reactie op die actie te kunnen mitigeren, nog niet helemaal oplossen. Daar zijn we op zoek gegaan naar hoe dan een stap verder. Wat alle inwoners, ook de inwoners van Dordrecht hebben, is de energierekening. Dat is een messcherp wapen om te laten zien hoe je het eigenlijk wilt. Alleen mensen weten dat niet. Tachtig procent van hier, ik denk dat hier Eneco de grootste energiebedrijf is of ’…’.

Bijvoorbeeld in Brabant waar we zelf werken, zit gewoon tachtig procent van de mensen zit nog steeds bij Essent omdat ze twintig jaar geleden bij de PNEM zaten. Daarvoor opa en oma bij de Bredase Energiewerk of iets dergelijks. Dat zal hier niet anders zijn, ik denk dat het hier Eneco is. Dus iedereen zit muur en muurvast, omdat ze gewoon niet weten wat ze in hun handen hebben. Als je echt het lokale, zowel de revenuen als de draagvlak, als het enthousiasme in stelling wil brengen. Zal je toch moeten gaan denken aan iets van een nieuwe nutsvoorziening, een nieuw nutsbedrijf, iets wat van de mensen hier in Dordt is. Misschien een oproep aan de Dordtse energie, maar ook een oproep misschien aan de politiek. Ga eens na hoe dat je dat in vredesnaam kunt inrichten. Dan wil ik niet gelijk pleiten voor een publiek energiebedrijf, maar wel voor een motivatie van de inwoners van de stad om bepaalde enthousiasme te creëren voor het zelf in elkaar klussen van je energiebedrijf. Het is niet moeilijk. Er zijn voorbeelden die had ik op een slide gezet. Die is nog ergens tussen terreinen en hier aangekomen. Zelf wat geoefend in Nijmegen met de Buren van Bliek een klein energiebedrijfje. In Terheijden bij Breda proberen we een energieneutraal dorp te maken. Er moeten een aantal elementen in. Het is werk, maar het kan wel, en met verenigde krachten kun je dat voor elkaar krijgen.

Dan kom je denk

43

ik uit bij de rol van de politiek, waar we hier volgens mij vanavond zitten. Je kunt als politiek kun je randvoorwaarden stellen aan die energieprojecten. Je kunt inderdaad zeggen vijftig procent lokaal eigenaarschap via een lokale coöperatie is een voorwaarde, is ook een voorwaarde vanuit het klimaatakkoord. Maar je kunt een stap verder gaan. Je kunt ook zeggen jongens, we willen graag dat dat, ik zou niet gelijk honderd procent gaan, maar we zoeken de samenwerking om te zorgen dat die energie hier blijft. Richt een energiebedrijf in of maak iets moois. Maar zorg er in ieder geval voor dat je de goede elementen vindt, zodat iedereen in Dordrecht er iets aan heeft. Niet alleen maar die één à anderhalf procent van de mensen die toch wel te bereiken zijn. Want dat is namelijk wat op dit moment te weinig gebeurt vanuit de coöperatieve beweging, vind ik zelf. Ze zijn enthousiast en daar gebeurt heel veel, maar ze steken niet de buurvrouw en de buurman aan die eigenlijk ook zou willen hebben die meegaat in het energietransitieverhaal om het toch weer een beetje dichter bij huis te brengen. Toch beetje meer van onszelf te maken. Met als einddoel om de energietransitie te laten slagen. Want als we zo doorhakken is het een soort shovel die gewoon een hele hoop zand voor zich uitschuift.

Op een geven moment is dat motortje niet sterk genoeg meer en dan stokt hij en dan hebben we het allemaal voor niks gedaan. Zijn alle vogels voor niks gesneuveld. Is al het land voor niks opgeofferd, zijn alle netten voor niks bezwaard. Dus we moeten wel iets vinden dat we ook dat einddoel veilig gaan stellen. Volgens mij zijn jullie daarmee aan zet om daarmee over na te denken. Ik denk niet dat iemand het weet. Binnen de tijd mevrouw de voorzitter? De voorzitter: Ja zeker. Ik heb in de tussentijd de mededeling gekregen en ik heb het ook gezien, dat uw presentatie staat inmiddels wel op het raadsinformatiesysteem. Dus jullie kunnen als jullie verversen dan staat hij er op, eigenlijk van iedereen staat hij er nu op. Ik denk dat het verstandig is om direct aan u vragen te stellen. Dan gaan we daarna hebben we nog ruimte voor de anderen. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank voor het mooie en inspirerende verhaal. Ik heb twee vragen, één gaat over wat voor juridische complicaties zijn jullie op gestuit of stuiten jullie op bij dit project? Tweede vraag is, ik kom ook wel eens verhalen tegen dat het slim is om overtollige energie die op bedrijventerreinen geproduceerd wordt te koppelen aan woonwijken die daarbij gelegen zijn. Hebt u enige ervaring met dat soort projecten? De heer De Ridder: Ja met allebei hebben we ervaring.

Vooral de juridische implicaties zijn talloos. Maar ze zijn niet allemaal onoplosbaar. Ik denk dat het in ieder geval voor een jurist, maar ook voor een projectvoorbereider of een initiatiefnemer is het gewoon werk om daar doorheen te komen. Dus op dit moment lukt het altijd om een oplossing te vinden. Al is het soms een beetje aan de randen van de wet. Dat geldt in ons geval vaak voor Liander of voor Enexis. Stedin heb ik geen ervaring mee, maar ik denk dat jullie hetzelfde tegenkomen. Maar het is bijna oplosbaar, maar er is nog meer hoop. Er komt nieuwe wetgeving aan, de nieuwe Energiewet komt eraan. Daarin komt de energiegemeenschap terug als een belangrijk element. Dan kun je echt doen, bijna maken wat je wil. Ik overdrijf een beetje, maar dat doe ik graag. Uw tweede vraag. Kijk we gebruiken met zijn allen echt heel veel energie. Het is denk ik utopisch om te denken dat je dat allemaal kunt opwekken met daken die je gewoon in de binnenstad of in de oude wijken hebt. Dus je hebt energie van buiten nodig. Dan is een industrieterrein vast

44

in combinatie met windenergie zijn vaak wel de geëigende plek om dat te doen. Dus die stroom van buiten naar binnen krijgen om het zo maar te zeggen, dus van het industrieterrein naar de stad is wel echt een stap die gezet kan worden en ook wel moet worden denk ik. Want je moet ergens meer energie vandaan halen dan dat je kunt maken in de oude stad. De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog? De heer Van Pelt.

De heer Van Pelt: Dank u wel voorzitter. Ik wil alle sprekers hartelijk danken voor de bijdrage. Alleen bij mij is het zo dat het eigenlijk helemaal niet zozeer als inspirerend overkomt, maar eigenlijk vooral als ontmoedigend. Want de strekking die ik in ieder geval in al uw verhalen hoor, is dat het hele avontuur eigenlijk nauwelijks uitvoerbaar is. Ik hoor allemaal problemen en manieren is het ingewikkeld en moeilijk en zus en zo. Is dat ook hoe u het bedoelt of ben ik nu te somber? De heer De Ridder: Als ik als eerste mag antwoorden? Die anderen kan ik niet vertellen. Ik denk dat de somberheid hier wel een klein beetje nodig is. We kunnen hartstikke veel mooie plannen maken, we maken ook heel veel mooie plannen. Iedereen staat uit te trappelen. Alleen het is echt zo, de inzichten die we op dit moment hebben, is dat de noodzaak voor duurzame en lokale energie wordt door iedereen meer beleefd dan ooit. Maar de weerstand tegen wat we aan doen zijn is ook groter dan dat ik ooit ervaren heb. Dat loopt niet per se tot heel veel optimisme. Nee zeker niet. Betekent niet dat daarmee het niet moet. Dat is misschien ook wel gewoon weer iedere keer gaaf om moeilijke dingen te doen. De voorzitter: Eén van de anderen nog een advies ten aanzien van de uitvoerbaarheid? Want daar komt het in feite op neer. De heer … ben ik uw naam kwijt. De heer Bijl: Bijl. Geen probleem.

Laat ik dan pogen daar een, ondanks dat het net heel zwaar onder staat een positieve connotatie tegenover te stellen. In de zin dat de drukte op het net zou je ook kunnen zien als een effect van een succesverhaal dat het juist lukt om heel veel duurzame energie op te wekken. Zoals ik schetste een zonneweide of zon op dak is heel snel gerealiseerd, de uitbreiding wat langer. In de tussenperiode als het net moet worden uitgebreid. Juist dit soort experimenten over coöperatie waarin lokaal vraag en aanbod wordt afgestemd zonder dat het extra druk op het net geeft. Dat zijn initiatieven waar we het de komende tijd van moeten gaan hebben. Ook op bedrijfsterreinen. De voorzitter: Voldoende antwoord zo? De heer Damen. De heer De Ridder: Misschien toch nog een klein nabrandertje op het antwoord. De voorzitter: Vooruit. De heer De Ridder: Het noopt ook echt tot innovatie, sociale innovaties via coöperaties en we maken nieuwe energiebedrijven. We hebben in Brabant echt netcongestie, kei rood, bij ons in Nijmegen ook hartstikke rood. Er zijn gewoon veel initiatieven die

45

misschien jouw collega’s niet leuk vinden, maar die gewoon netbeheerder buitenspel gaan zetten. Dat zijn gewoon technische innovaties. Je hebt sociale, economische, technische innovaties. Ik denk dat je daarmee ook een stuk verder gaat komen, ondanks de problemen die er zijn. De voorzitter: Dank. De heer Damen. De heer Damen: Een hele praktische vraag. Ik begrijp dat de zeg maar de sociale innovaties zorgen dat er een veel groter draagvlak in een bepaald gebied bestaat voor gemeenschappelijke energieopwekking dan die anderhalf procent. Dat dat heel belangrijk is. Staan de voorbeelden die u noemde, staan die ook in de presentatie? Zodat we het kunnen nalezen van hoe het een en ander georganiseerd is, hoe het werkt. De heer De Ridder: Ja, ik heb alleen maar voorbeelden uit mijn eigen praktijk meegenomen. Er zijn legio voorbeelden te vinden, dingen die goed gaan, die slecht gaan. Ja ze staan erin. De voorzitter: Dank u wel. Heeft een aanzien van deze vraag die net gesteld wordt met betrekking tot de uitvoerbaarheid ook de Vogelbescherming nog een aanvulling? We zien u de hele tijd in beeld hartstikke gezellig. De heer Oosting: Ten eerste wat onlangs zeg maar in de pers kwam, is dat we toch best wel redelijk op weg zijn als het gaat over de energietransitie. Dat we toch de laatste jaren een behoorlijke inhaalslag hebben gemaakt.

Ten tweede zoals ik aangaf, denk ik ook dat zeg maar die combinatieslag je moet maken als het gaat zowel over stedelijk als over het landelijk gebied. Dat daar een aantal opgaven liggen die we kunnen combineren met duurzame energie. Dus ik zie er zeker wel kansen. De voorzitter: Dank u wel. Mijn stem laat me in de steek, is wel lekker rustig. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom: Dank u wel. Ik had een vraag voor de heer Bijl vanuit Stedin. Vanuit ideologisch karakter denken wij als raadsleden vaak wel een wijkaccu of een accu vlakbij een industriegebied is een mooie oplossing. Even los van de huidige exploitatie die er dus nu nog van gebruikt wordt. Ik hoorde u net ook eigenlijk zeggen wij zijn daar als netwerk niet zo blij mee. Ik weet niet wat zijn de nadelen daarvan? De heer Bijl: Ik realiseer me dat ik vooral de nadelen heb benoemd over dat de batterij zoals wij ze veel zien, het net eigenlijk het probleem vaak erger maken. Daarom proberen we daar ook in te grijpen. Als het net neutraal is, als u afspraken kunt maken achter de meter. Dus of bij een aansluiting met een coöperatie bij een bedrijventerrein of woonwijk. Helemaal goed. Zodra die naar buiten gaat, dan gaat hij het net verder belasten en soupeert hij daarmee ruimte op voor woningbouw, voor andere initiatieven. Dus mits goed ingepast en dat had ik net ook moeten zeggen, kan hij wel degelijk van nut zijn.

Ook thuis, dat zul je gaan zien als de salderingsregeling eruit gaat gaan die thuisbatterijen daar komt dan echt een business case voor, een huishoudelijke business case. Waardoor dat een vlucht zal nemen. De voorzitter: De heer Van der Meer.

46

De heer Van der Meer: Ik heb ook een vraag aan de heer Bijl en aan de heer Oosting. De heer Bijl de vraag hoe het nu eigenlijk verder gaat met die congestie die er is. Met andere woorden kunt u enigszins schetsen op wat voor termijn dat opgelost zou kunnen zijn? De tweede vraag is hoelang die congestie er is? Hoe gaat u daarmee om? Betekent dat dat laat maar zeggen de fossiele energie voorrang krijgt bij de levering of windenergie of wat dan ook? Of kunt u daar überhaupt in sturen? Hoe gaat dus het congestiemanagement zeg maar, kunt u daar iets over zeggen? De heer Bijl: Hier kunnen we een avondvullend programma van maken. Ik probeer hem even bondig beantwoorden. De Dordtse situatie, in Dordtse Kil proberen we 2025 op te lossen. Bijbouwen is de belangrijkste oplossing voor congestie. Maar tegelijkertijd en dat is niet een eindoplossing, de schaarste die nodigt ook uit tot innoveren. We moeten toe naar meer lokaal gebruiken en opwekken. Dus dan in sommige gevallen heb ik ook bestuurders die zeggen het is heel vervelend congestie want een school kan niet worden aan aangesloten, want een zwembad. Maar als het gaat over het nieuwe energiesysteem en klaar zijn voor de toekomst waarin we echt meer lokaal moeten gebruiken en afnemen, dan is het weer een deugd. Wat is de andere vraag sorry.

De heer Van der Meer: Is er een perspectief? U heeft net iets over jaren genoemd die nodig zijn om bij te bouwen. Is het probleem dan opgelost? Of is het zo dat dat nog wel eventjes verder gaat en we dus vooral moeten zoeken naar lokale energiegemeenschappen en een goede mix van bijvoorbeeld zon en wind. Want u gaat uit van twee keer zoveel wind en drie keer zoveel zon. Als ik de RES-programma’s lees, dan ligt daar vaak veel meer accent op zon dan op wind dus dat creëert dan een extra probleem denk ik. Of zie ik dat niet goed? De heer Bijl: Wij hebben geen landelijke verwachtingen die wij meenemen. Wij kijken natuurlijk heel goed lokaal we weten dat hier in deze regio veel meer op zon wordt ingezet dus daar houden wij in onze plannen een netstrategie ook rekening mee. Zitten wij hier lang in? Ja. In een situatie waarin transportcapaciteit een beperkende factor is voor bedrijven die kunnen dat niet meer op een manier het net gebruiken zoals ze gewend zijn. Daarom veel meer richting de oplossingen zullen moeten gaan, zoals de heer Pim hier naast mij heeft geschetst. De heer Van der Meer: Nog een laatste vraag u geeft aan dat u zich welwillend aanpast aan waar de gemeente uit de regio voor gaat kiezen. Maar ik begrijp het toch goed dat naarmate die verhouding tussen zon en wind schever is, de uitdaging waar u voor staat groter is. De heer Bijl: Lastig.

Situationeel afhankelijk zou ik willen zeggen. Kijk, wij hebben ook geen voorkeur nog voor fossiel, nog voor wind, nog voor zon. Wij volgen wat er gebeurt. We kunnen daarbij de ruimte aangeven voor het net. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb nog wel even want mijnheer Van der Meer want u had het over een vraag voor de Vogel ... een concrete graag. De heer Van der Meer: De heer Oosting heeft goed aangegeven welke risico’s er voor vogels zitten en dat dat pleit voor een goede locatiekeuze en inpassing. Allemaal

47

glashelder. Maar ik heb ook behoefte om even te weten hoe groot dat probleem is in vergelijking met andere bedreigingen die daar voor vogels zijn. Want die zijn er natuurlijk talloze. De voorzitter: Mijnheer Oosting u kan daar vast compact een antwoord op geven. De heer Oosting: Die zijn inderdaad talloos. Nu is het natuurlijk zo zeg maar één van de onderdelen die ook bij natuur’…’ is zeg maar de cumulatie van effecten. Dingen tellen natuurlijk bij elkaar op. Als het gaat over versnippering van het landschap of verdroging, of zaken die spelen over stikstof. Dan heb ik het met name in jullie omgeving over vermesting. Niet zozeer over verzuring, maar toenemende recreatie. Het zijn natuurlijk allemaal aspecten en toenemende druk natuurlijk überhaupt op het gebied vanwege verstedelijking. Het zijn natuurlijk allemaal aspecten die meespelen en per saldo allemaal bijdragen aan steeds meer spanning als het gaat over de bescherming van vogels. Bij elk van die ontwikkelingen kijk je natuurlijk weer naar de beste toepassing, de best mogelijke oplossing. Waarbij rekening wordt gehouden met de diverse belangen en ook met de natuurbelangen. Het is moeilijk te zeggen welke sector is nu het meest van invloed op? Het is eigenlijk de cumulatie van alles wat bij elkaar komt, wat die druk op de vogelpopulaties steeds groter maakt.

Vandaar ook zeg maar de oproep van ons doe ook iets aan die natuurversterking, zodat je de natuur ook weerbaarder maakt ten opzichte van alle overige impact die plaatsvindt op land en op water. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Ik heb ook een vraag aan de heer Oosting. Hij had het over de verschillende beschermingskaders voor vogels. Nu hebben wij bij de Partij voor de Dieren vaak het idee dat iedere ontheffing die wordt aangevraagd ook wordt verleend op routinematige basis. Dus mijn vraag is eigenlijk of die beschermingskaders wel degelijk de bescherming bieden die vogels nodig hebben, of dat er nog alertheid vereist is van ons als gemeenteraad in de locatiekeuze bijvoorbeeld of de techniekkeuze of noem maar op. De heer Oosting: Ik kreeg net toevallig deze avond een appje van een collega van mij dat er bij Pointer een uit uitzending was geweest over de kwaliteit van natuurtoetsen. Dat daar door diverse ecologen wel vraagtekens bij worden gezet. Ik denk dat dat een beeld is waar de komende tijd wellicht meer aandacht zal voor worden gevraagd. Zeg maar aan het beoordelen van verschillende ecologische toetsen omdat soms wel de indruk bestaat dat relatief makkelijk wordt gezegd dat bepaalde plannen geen effect of weinig effect hebben. Dus ik vermoed dat dat wel zal gaan spelen de komende tijd.

Dus wat dat betreft zou het wel zinvol zijn om wat scherper toe te kijken op zeg maar de verschillende natuurtoetsen die ten grondslag liggen aan die ontheffingen. Dat ook omgevingsdiensten, provincie gewoon ook scherper zelf daarop toetsen. Zijn die toetsen volledig? Hoe kijkt de Commissie m.e.r. bijvoorbeeld naar die toetsen? Wat voor dingen ontbreken er? Wat weten we zelf ten aanzien van de zaken die spelen in een gebied? Hoe we zaken zouden willen verbeteren of willen voorkomen. Dus niet alleen maar puur afgaan op hetgeen wat wordt ingebracht door een initiatiefnemer, maar ook zelf scherp kritisch daarop toetsen.

48

De voorzitter: Dank u wel. De heer Tutupoly. Maar we hebben nog niet meer zo lang jongens dus graag even door. De heer Tutupoly: Ik had een vraag aan de heer van Stedin. We hadden het net even over die opslag bij huishoudens. U gaf aan dat kan helpen, mits het goed wordt toegepast. Dan zou er een business case volgen. Ik vraag me dan gelijk af zit er dan op dit moment nog geen vaart in dat er nog een business case moet komen? Zo ja waar ligt het dan aan? Is het dan dat de techniek nog op dat vlak achterloopt? Of is het eigenlijk de prijs dat het nog niet goed wordt toegepast? De heer Bijl: Voor thuis batterijen is de techniek er. Alleen de salderingsregeling die voorkomt dat dat het veel gebruikt wordt. Omdat de stroom die je opwekt die lever je terug aan net, daar krijg je gewoon een vergoeding voor. Je moet veel meer toe naar een situatie waarin je de stroom gebruikt op het moment dat die beschikbaar is. Wasmachine aan op het moment dat de zon schijnt. Als je niet thuis bent om de wasmachine aan te zetten, laat je je batterijen op en doe je later die was erop. Ten aanzien van auto's die bijvoorbeeld terugleveren, is het nu nog technisch, software, juridisch ingewikkeld en wordt. Ik las gisteren een berichtje dat we als Stedin zijn aangesloten bij een initiatief in Utrecht, wat met een heel consortium daarmee experimenteert dat je je auto op die manier kan gaan gebruiken.

Dus dat is deels technisch juridisch, deels financieel. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter. Ik heb ook een vraag aan de heer Bijl. U heeft het gehad over de Dordtse Kil. Dat is natuurlijk een heel mooi gebied, want we hebben vier kleine windturbines, we hebben een zonnepark en er komt in 2025 een nieuw verdeelstation. Willen jullie daar cable pooling toepassen? Dan ook een energiehub realiseren, lokaal opwekken en afnemen? Eventueel nog een elektrolyse eraan hangen. Goed ingepaste batterijen. Wat zijn jullie plannen daar? De heer Bijl: Het is denk ik vooral een vraag terug als die plannen er zijn. Graag, doe dat vooral, want het ontlast het net. Dus zet die netbeheerder buitenspel. Dat is eigenlijk de oproep. Maar serieus voor netcongestiegebieden is dat gewoon een model wat moet gaan werken. In Tholen vandaag hebben we een contract gesloten. Niet overal toepasbaar, maar wel zijn de eerste tekenen ook als netbeheerder moeten we daarmee ook een contract vormen. Want wie zit er achter die coöperatie en hebben we daar nog wel zekerheden? Allemaal ingewikkelde juridische zaken waar ongetwijfeld u ook ervaringen mee heeft. Maar daar moet het wel van komen. De heer De Ridder: Maar misschien even ter aanvulling. Ze mogen ook heel weinig binnen de huidige wetgeving.

Dus het zou ook bij de gemeente kunnen liggen of bij lokale initiatiefnemers of wat dan ook om juist daar zeg maar. Ze mogen wel heel veel praten. Jullie mogen hartstikke veel zeggen en hints geven en dingetjes doen, maar je mag niks uitvoeren. Ze mogen gewoon geen stroom leveren of geen energie leven überhaupt. Dat geeft echt wel beperking richting netbeheer. Dus misschien ligt het mandaat en primaat ook op een andere plek. Ik wou ook nog iets zeggen over de batterij van mevrouw Boom denk ik? Daar zijn velden voor. Als iedereen maar grote batterijen gaat maken en dan gaat spelen op de elektriciteitsmarkten zet je inderdaad de netwerkbeheerder voor het blok.

49

Als je dat spel eruit haalt waar die grote batterijen op het grote net, het TenneT net namen willen gaan spelen, dan heb je geen business case meer. Dan komen we weer terug bij de andere vraag. Maar die batterij heeft wel degelijk een rol. Ook daarin geldt volgens mij en een coöperatie kan dat niet en een commerciële organisatie zal het niet oppakken. Dus misschien ligt er ergens een maatschappelijke taak om ook weer in gesprek te gaan met netbeheerder. Batterijen kunnen wel degelijk een rol spelen in een buurt, een buurtbatterij of iets dergelijks. Maar iemand moet daar iets aan doen, want er zitten catch 22 die eruit getrokken moet worden en misschien dat daar een gemeente een rol in kan spelen. Ik bedenk het maar hoor hier. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Boom zag ik nog. Mevrouw Boom: Ik heb eigenlijk nog een laatste vraag aan de heer Podt. Fijn dat u er toch aanwezig kan zijn van de Omgevingsdienst. Mevrouw Fenten was heel duidelijk over de RESsen dat op 1 januari 2025 de omgevingsvergunningen goedgekeurd moeten zijn. Hoe kijkt u daar tegenaan? Ziet u daar problemen? Heeft u adviezen aan ons? De heer Podt: Dat vind ik een lastige vraag om te beantwoorden. Ik ben zelf vanuit de hoedanigheid van energieadviseur hier aanwezig. Mijn collega's van vergunningverlening, die weten hier veel meer vanaf.

Dus als u de vraag bijvoorbeeld via de mail zou kunnen stellen dan kan ik zorgen dat die bij één van mijn collega's van vergunningverlening terechtkomt en dat die een antwoord kunnen geven. Mevrouw Boom: Dank u wel en ook fijn bedankt voor uw presentatie. Was een mooie samenvatting wat hier in totaal is gepresenteerd bijna. De voorzitter: De commissiegriffier wil wat zeggen. Mevrouw Vermeulen: Ik heb de vraag genoteerd en dan komt het antwoord in het dossier. De voorzitter: Helemaal goed. Dat wordt altijd netjes verzorgd. Dames en heren het is bijna half elf. Ik weet niet of iemand nog een laatste vraag heeft, de heer Van Pelt is de winnaar. De heer Van Pelt: Dank u wel. Dat geeft een goed gevoel. Laten we nu niet vergeten waar we het allemaal voor doen al deze inspanningen. Dat is namelijk 35 terawattuur duurzame energie opwek in 2030. Voor mij is het een beetje een abstract getal en mijn vraag is of iemand kan zeggen welk percentage dat is van het totale energieverbruik. Met andere woorden hoeveel er daarnaast nog aan fossiele energie nodig is. Mevrouw Fenten: Het is op zich maar een fractie van wat we met zijn allen dus inderdaad nodig hebben. Het is heel moeilijk op dit moment om precies aan te geven, omdat 35 terawattuur is een eenheid die nu gedefinieerd is voor elektriciteit.

We nog wel nu heel veel elektriciteit nodig hebben, maar de komende tijd ook nog heel veel extra nieuwe elektriciteit gaan vragen. Zeker als we met zijn allen elektrisch gaan rijden. De industrie die nog eens een keer aan het elektrificeren.

50

Daarom net de oproep doe dat nu niet voor de bebouwde omgeving. Dus daarom de vraag, ja we moeten gaan energie besparen wat iemand net zei. Maar de vraag neemt ook nog gigantisch toe. Dus op zich zijn het nog maar kleine aantallen. De voorzitter: Dat lijkt mij een mooie ... De heer Bijl: Misschien nog even ter aanvulling … De voorzitter: Altijd weer iemand die het laatste woord wil hebben. De heer Bijl: De opgave voor de RES Drechtsteden is naar ik aanneem het equivalent van de energievraag van de huishoudens. De voorzitter: Alle presentaties staan inmiddels op het RIS. Alle contactgegevens zijn bekend bij de commissiegriffier voor zover ze niet in de presentatie staan. Het lijkt mij zinvol om als u een vraag heeft om gewoon te stellen aan één van de mensen die er nu is. Dan wordt het wel of niet doorgespeeld aan een collega. Maar voor nu wil ik graag deze kennissessie afronden. Volgens mij is er een hoop informatie in onze richting gekomen. Ik denk ook heel veel nuttige informatie. Maar goed dat laat ik verder aan u. Er staan nog wat andere dingen in de planning, maar wanneer dat precies gaat gebeuren dat weten we niet. De kennissessie over, tenminste het agenderingsverzoek over private molens. Dat is nog niet bekend, dacht ik.

Mevrouw Vermeulen: Nee die is volgende keer in de agendacommissie dus geadviseerd was om die aan te houden tot vandaag omdat vandaag misschien nog wat aan bod kwam over private ... De voorzitter: Prima dus dan gaan wij ongetwijfeld nog verder praten over dit thema. Dank voor nu. Ik wil graag vragen want we hebben nog een inspreker. Of de ruimte willen geven zodat we dat ook zo snel mogelijk kunnen doen. Want deze heer die zit nu te wachten. Dus dank en voor degenen die nog iets anders gaan doen, veel plezier. Anders dan gaan wij nog even luisteren naar de inspreker. O ja de heer Oosting. Ik zie de heer Beemer van de griffie die zie ik er zit daar nog iemand. Ook heel erg bedankt. 5. Inspreker Wegomleidingen en werkzaamheden, infrastructuur Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Wringer (BvD) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden Inspreker: Dhr. Van der Schouw

51

De voorzitter: Het is te laat. De commissiegriffier zegt het is te laat, maar het is nooit te laat voor een inspreker. Vandaar welkom mijnheer Van der Schouw. U heeft ons een brief gestuurd en die wil u komen toelichten. U heeft het podium. De wethouder zie ik ook ergens in het hoekje. Die is eigenlijk op dit punt alleen maar aanhorend en verder geen rol. Maar hij kan heel goed luisteren weet ik inmiddels. Dus ik geef u graag het woord mijnheer Van der Schouw ga uw gang. De heer Van der Schouw: Ik zal mij even voorstellen, mijn naam is Marc van der Schouw, burger in deze stad. Ik spreek hier ook niet namens de partij waarvan ik lid ben, maar gewoon als burger. Waar het mij om gaat is dat werkzaamheden in Dordrecht, vooral als het gaat om wegopbrekingen en werkzaamheden aan de weg. Ik noem de Krispijnseweg met name als voorbeeld ongelooflijk lang duren als ik het vergelijk met andere gemeenten. Er komt geen einde aan. Nu is alles weer afgesloten, je moet omrijden, maar ook het gevaar dat erin zit. Ik heb de Krispijnseweg bekeken, ik rijd daar regelmatig langs als ik naar mijn moeder ga, die zit in een zorgcentrum in Sterrenburg. Waar het klaar is en waar de rotonde is, de rotonde ziet er op zich redelijk netjes uit. Maar het wegdek van de Krispijnseweg waar de werkzaamheden zijn beëindigd en waar de vangrails zijn weggehaald.

Want er was in het midden zo'n fietspad gefabriceerd dat zit in het begin nog steeds wel. Daar zie je gewoon nog de markeringen van het fietspad op het wegdek. Het fietspad, als je dus doorrijdt na dat je bij de Julianakerk dan zie je zo het fietspad van de rand helemaal niet. Dat komt dan in een soort schuine vorm tevoorschijn. Het is heel smal, in het midden is er nog een markering dat op een fietspad lijkt. Dat was vroeger dan tijdens de werkzaamheden het fietspad. Aan de andere kant bij het stoplicht verdwijnt het fietspad als een soort driehoek. Het wegdek is gewoon vol gaten. Het is hobbelig, het ziet er helemaal niet uit. De wegbelijning, de aanduidingen op het wegdek zijn volstrekt onlogisch. Ook op sommige gedeelten is er ook nog vooral in het begin langs het wegdek is het niet dichtgemaakt. Dus als je daar met je fiets toevallig met je band in terechtkomt dan kom je heel lelijk te vallen. Bij het begin van de Krispijnseweg daar doet de verlichting het niet. Daar moet je nog langs die vangrails fietsen. Er is geen verlichting, dus je kunt niet doorrijden. Nu kun je er even helemaal niet langs, hoelang het gaat duren Joost mag het weten. Maar ik weet niet wat ze daar gedaan hebben, wat de bedoeling van die werkzaamheden was, maar het is geen vooruitgang het is een achteruitgang tot de rotonde. Fietspad zie je bijna niet, vooral in het begin.

Dat komt er zo schuin uitzetten. Langs de weg kun je met je banden als fietser in een kuil terechtkomen en je valt je de barsten. Het deel waar nog gewerkt wordt als je langs die vangrails rijdt in het midden van de weg waar het nog licht, eindeloos lang al. Ik weet bij God niet wanneer het afloopt, maar ik heb het idee dat het nooit meer afloopt. Dan rijd je daar langs en hebben ze ook die verkeersaanduidingen die hebben ze zo neergezet dat je daar ook nog over kan vallen. Het is gewoon levensgevaarlijk en er is geen verlichting. Dus je weet ook niet waar je rijdt. Ik ben me daar een keer bijna te barsten gereden over een richel die ik niet zag. Ze hadden het fietspad aan het begin bij de tunnel hadden ze helemaal geasfalteerd, dat zag er nieuw uit. Dat hebben ze ook met een soort omleiding gemaakt. Nu is het er weer af heel die asfaltlaag. Dus de kleur is nu weer rood. Dus ik weet niet waar ze mee bezig zijn, maar er komt geen einde aan.

52

Het is gevaarlijk en het wegdek is daar helemaal niet beter op geworden. Ik zou u willen uitnodigen om daar te gaan kijken. Maar het ziet er gewoon onverzorgd uit, de belijning klopt niet, het is verkeersgevaarlijk. Want fietsers denken dat ze in het midden nog op het fietspad kunnen rijden en aan de zijkanten zie je in het begin geen fietspad. Het komt dan van de kant van de weg heel smal tevoorschijn en bij de stoplichten verdwijnt het weer. Dus een automobilist denkt ook bij de stoplichten dat er dus geen fietspad meer loopt. Hij gaat daar misschien ook rijden. Ik vind het een hele onlogische handeling geweest. Bovendien is het ook een route die direct leidt naar het ziekenhuis. Het ambulanceverkeer kan er ook niet langs. Tot voor kort, nu is het helemaal afgesloten. Als je dus vanaf Sternberg zo bij de tunnel dan kun je daar die weg op en dan komen die auto's die komen hiervandaan en daar heb je als fietser niet zo gauw erg in want ze komen van de andere kant. Je hebt zo als je daar even niet over nadenkt en je ziet die auto niet aankomen dan lig je er onder. Ik zou willen zeggen mensen maak dat veilig en doe het werk goed en huur betere bedrijven in die dat in twee weken doen. Maar ik zie dat in Dordrecht alles tien keer zo lang duurt als elders. Ik herinner me nog de Papendrechtse brug. De voorzitter: Wilt u wel gaan afronden want u zit aan uw vijf minuten.

De heer Van der Schouw: Jarenlang de weg opgebroken geweest en daarbuiten was de provinciale weg, de snelweg en daar waren die werkzaamheden binnen twee weken klaar. Hier duurt het jaren. Ik begrijp niet wat er aan de hand is hier met dit soort werkzaamheden. Het duurt jaren en dan gaan ze weer overnieuw beginnen. Dan ligt het weer allemaal open. De voorzitter: Dank u wel. Wie van de commissieleden heeft een vraag aan de heer Van der Schouw. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel voorzitter. In de eerste plaats natuurlijk dank voor de inspreker de heer Van der Schouw om het zo aan te geven. Een deel van de problemen herken ik wel. Collega Albert Klerk en ik hebben daar eerder ook wel vragen over gesteld. Voor een aantal andere dingen daar wil ik toch wel nog even doorvragen. Is misschien een beetje flauw, maar toch ook in het kader van de informatievoorziening van de gemeente of dat een beetje goed is. Want ik hoorde u een aantal keer zeggen wanneer zou het nu klaar zijn? Joost mag het weten. Nu is er, ik ben gewoon even benieuwd of u dat weet. Er is een website van de gemeente. Als je zoekt op werk aan de weg en Dordrecht dan kom je daarop uit. Er staat een soort schema van wat er wanneer gaat gebeuren. Heeft u dat wel eens gezien? De heer Van der Schouw: Nee, wel naar gezocht maar moeilijk kunnen vinden. Laat ik het zo zeggen.

Ik denk dat veel burgers daar ook moeite mee hebben. Dus die informatie was voor mij waarschijnlijk wel toegankelijk, had ik geweten hoe ik moest zoeken. Maar ik denk dat heel veel mensen daar gewoon helemaal niet aan denken dat het daar staat. Bovendien ik denk dat het ook misschien op de website niet gemakkelijk te vinden is voor burgers. De heer Kuhlmann: Dank.

53

De voorzitter: Ik had hem toevallig in één keer. Werk aan de weg Dordrecht, komt hij als eerste hit. De heer Van der Schouw: Maar je moet het wel weten en je moet ook weten hoe het genoemd is. De voorzitter: Zeker, maar dat is een tip dus van de heer Kuhlmann aan u dat u daarop ook kan kijken en dat scheelt alweer een klein beetje. De heer Van der Schouw: Ik weet het nu maar ik ben benieuwd hoeveel andere mensen dat weten. De voorzitter: Dat weten we niet die zijn er nu niet. De heer Van der Schouw: Dus dat zou misschien in een lokale krant gezet kunnen worden. De voorzitter: Ik denk dat dat ook wel gebeurt maar even kijken. Mijnheer Bootsman had u een vraag? De heer Bootsman: Ja zeker. De vraag die ik had die haakt een beetje aan ook bij die van de heer Kuhlmann. Maar denkt u dat als er meer informatie zou staan over in bijvoorbeeld de lokale krant over wegwerkzaamheden, denkt u dat dat dan mensen beter bereikt, mensen zoals u? De heer Van der Schouw: Ja, ik denk dat het ook vooral voor oudere mensen makkelijker toegankelijk is omdat veel ouderen, er zijn ook andere mensen die er moeite mee hebben niet zo handig zijn met die computer. Of gewoon nog de neiging hebben het krantje te lezen. Vooral voor ouderen is het lastig om die informatie te vinden. Dus ik denk dat dat zeker wel een bijdrage kan leven. De voorzitter: Helder. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter.

Ik hoor dat u heel veel moeite heeft met de Krispijnseweg. Waarom niet twee minuten omrijden Brouwersdijk en de Van Baerlestraat nemen? De heer Van der Schouw: ’…’ (buiten de microfoon). Waar de werkzaamheden stoppen. Ik hoop dat u mij verstaan heeft. Maar ik vind het ook en het is ook een belangrijke route naar het ziekenhuis. Stel dat iemand die hier in de binnenstad woont, hier vlakbij een hartinfarct krijgt, snel moet worden opgehaald en naar Dordwijk moet worden gebracht. Dan moeten ze toch omrijden. Die ene minuut kan net het verschil maken. Dus ik vind dat dit gewoon ook qua veiligheid ongehoord lang duurt. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog iemand die een vraag heeft? Ik kijk even. Ik zie trouwens alleen maar mannen. Wat is dat toch?

54

De heer Van der Schouw: Maar wat ik zou willen toevoegen is dat het wegdek nu het ziet er niet uit. Het is hobbelig, er zitten gaten in en het is zogenaamd klaar. De belijning klopt niet, het fietspad klopt niet, je kunt niet zien waar je moet fietsen zeker als je wat minder goed van zich bent. Er zitten allemaal gaten en hommels in. Ik weet niet wat daar verbeterd is, het is eerder verslechterd. Vroeger had je nog een duidelijk fietspad nu niet. De voorzitter: Helder. Ik denk dat dat ook wel bij de projectorganisatie terecht gaat komen. Ondanks dat het tegen mijn principe in is, mijnheer Van der Linden. Kan u kort daarop reageren? De heer Van der Linden: Dat kan ik. Dank. Dank voor de korte gelegenheid. Ik zal het ook heel kort houden, want het is niet bedoeld om te discussiëren. Allereerst ook dank voor de inspreker. Ik weet dat meer mensen dit best een moeilijk project vinden. Wat gebeurt er allemaal? Waarom duurt het zolang? Kan ik het weten? Waar kan ik het dan vinden? Enzovoorts. Ik ga een paar dingen noemen. We hebben heel erg veel gepubliceerd op internet met een app en in de lokale bladen. Dat het zo lang duurt, heeft te maken met de voorbereidingstijd waarin heel veel gesproken is met onder andere ondernemers en omwonenden. We kunnen natuurlijk heel makkelijk, makkelijk, een hek om het hele gebied heen zetten en in een maand of zo alles doen.

Maar dan kun je ook in die maand helemaal nergens komen. Dus daarom is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Derde, het laatste stuk van het werk is het asfalteren van alles waar nu nog gaten in zitten en dat doen we in één keer. Het is inderdaad een lang project geweest, maar begin november is het klaar. Er valt nog veel meer over te vertellen. Eén ding. We hebben, of het is al gedaan of het komt binnenkort bij de griffie binnen, een agenderingsverzoek om de raad wat meer bij te praten over hoe we met wegwerkzaamheden omgaan. Want deze stad is oud. Is voor een deel ook best aan slijtage onderhevig. Dus daardoor gebeurt het best geregeld dat we veel projecten hebben, die elkaar ook weleens in de weg zitten, maar die we allemaal wel zorgvuldig willen uitvoeren. Vaak gaat de voorbereiding twee jaar overheen en dan kunnen we aan de slag. Dat proberen we goed af te stemmen. In die dynamiek zou ik u graag eens willen meenemen, het agenderingsbezoek is naar u onderweg. Punt. Dank u. De heer Van der Schouw: Dan nog één vraag. Hoelang gaat dat asfalteren dan weer duren? Daar ben ik wel benieuwd naar want dat moet dan snel klaar zijn. De voorzitter: Dat hoor ik de net de wethouder ook zeggen dat in november alles klaar is. Dat staat ook op de website met betrekking tot de Krispijnseweg. Wellicht dat de commissiegriffier ervoor kan zorgen dat u de link ontvangt naar deze pagina.

Mevrouw Vermeulen: Ja zeker. De voorzitter: Dan hebben we dat rond. Niemand meer een vraag? Nee? Prima. Dan dank ik de heer Van der Schouw voor zijn brief en zijn bijdrage. En jullie voor jullie aanwezigheid, wel thuis. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 november 2023. De griffier,

De voorzitter,

55

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/592/documents/27605