CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2023-06-06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 4 juli 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 20 juni en de Dordtse Dinsdag van 6 juni 2023 Vergaderzalen 1 en 317.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 6 juni 2023 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: de heer Schalken - Den Hartog Raadsgriffier: mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Struijk (CU/SGP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder M. Merx. De voorzitter: Beste mensen, welkom allemaal. Het is zeven uur en ik wil graag starten met het vragenhalfuurtje. Het is vandaag dinsdag 6 juni en we hebben over drie onderwerpen vragen gekregen. En de eerste vraag is een vraag van de Partij voor de Dieren en die gaat over geluidsoverlast van verkeer. En volgens mij is de heer Groenewege er, ja recht tegenover me, om de vraag toe te lichten. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. Met het warme weer keren ook de weggebruikers terug die graag van zich laten horen. Op veel momenten en op vele wegen door de stad kan men kennismaken met flinke geluidsoverlast, veroorzaakt door auto's, motoren en quads, die soms zelfs een verboden knalpot op de uitlaat hebben gemonteerd. Even lekker in de tuin zitten wordt al snel vervelend als het moeilijk is om elkaar nog te verstaan.

De soms oorverdovende knallen van uitlaten zorgen er tevens voor dat huisdieren in paniek weg proberen te vluchten. Het kan er in veel gevallen voor zorgen dat de woonbeleving van Dordtenaren achteruit holt gedurende de lente en de zomer. Vandaar de volgende vragen: herkent het college deze situatie? Deelt het college de mening van de Partij voor de Dieren dat deze vorm van overlast onwenselijk is, en is het college bereid om passende maatregelen te treffen om de overlast tegen te gaan, zoals betere handhaving op hotspots? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Vragen voor de heer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ja dank u wel. Dat klopt, in de zomermaanden eigenlijk al vanaf lente, maar in ieder geval in de zomermaanden, is op een deel van het Dordtse wegennet, en dan vooral rond het centrum Noordendijk, Zuidendijk, maar ook wel andere plekken vaak lawaai te horen. Het college heb ik er niet over gesproken, maar ik weet 100 procent zeker dat het hele college vindt dat dat natuurlijk heel vervelend is en overlast geven die we niet willen tolereren.

1

Ik kijk even naar links of instemmend wordt geknikt. Dat gebeurt. Dank u. Dit kan ik ook zeggen omdat we ook in de afgelopen anderhalf, twee jaar hier wel eens ook met de commissie over hebben gesproken. Dit is een leefbaarheidsvraagstuk dat zich hier elke zomer weer aandient. We hebben ook gesproken destijds, en dat gaan we nogal vaker doen, over hoe je daar nu op kan inspringen. Handhaving hierbij is bij de politie belegd. Dus wij kunnen dat zelf niet doen. Het lastige van handhaven op lawaai is dat je het altijd op heterdaad moet doen. De politie heeft ook wel eens controles om te kijken van hoe is de deze scooter of brommer eigenlijk technisch uitgerust? Dat gebeurt frequent. En dan kun je ook verbaliseren, maar anders kun je op heterdaad doen. Er wordt gewerkt aan een flitscamera op basis van geluid, een zogenaamde lawaaiflitser. En technisch zijn die apparaten beschikbaar. Ze hebben ook een redelijk nauwkeurige meting, dus je kan er een goede meting mee doen 98, 99 procent. Dat is net niet voldoende om te verbaliseren, maar wel bijna. Het probleem is alleen dat de wetgeving nog niet is aangepast, en je moet op basis van wetgeving kun je verbaliseren, anders kun je geen handhaving plegen. Dordt hoort bij de gemeentes die vorig jaar een brief heeft gestuurd om dit alsjeblieft te doen. Een soort petitie. Er zijn meer gemeentes, ook de G4gemeentes horen daarbij.

Maar tot op heden is die wetgeving nog niet in orde, wat dat betreft. Maar natuurlijk dat blijven we in de gaten houden met de gemeentes die hier ook al bezig zijn. En zeer onlangs, een week of twee, drie geleden, hebben we hier nog even op over gesproken in de commissie Fysiek, althans een commissie die over het onderwerp fysiek praten, en besloten dat we daar nog eens - dat zal na de zomer zijn een gesprek over hebben over hoe ver we nu zijn en wat we wél kunnen doen. Tot zover mijn korte beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vervolgvraag van de Groenewege. De heer Groenewege: Nou ja. Ik vind het natuurlijk goed dat het college bezig is met actie erover omtrent die lawaaiflitsers, maar zolang dat stilligt moet het college niet denken van: oh nou ja, dan wachten we erop en dan doen we in de tussentijd niets. Dus ik was wel benieuwd, stel, een gemeentelijke handhaver constateert een geluidsovertreding, mag hij er dan wat aan doen, en zo nee, kunnen wij iets in de APV opnemen zodat die handhaver er wél wat aan kan doen? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ja dank. Wij hebben niet de middelen om het te doen, dus fysiek de technische middelen, want je moet een meting laten plaatsvinden. En als ik het wel heb, hebben we ook niet de wettelijke bevoegdheid om het te doen. Dus daarmee is het verhaal vrij snel afgerond bij ons.

Natuurlijk hebben we wel het overleg met de politie, en de politie weet dat we verkeersveiligheid belangrijk vinden. Neemt het ook op in de plannen of in de veiligheidsplannen die er elk jaar zijn. Weet ook dat we heel erg hechten aan een leefbare stad en dat een onderdeel daarvan is ook handhaving op basis van overlastgevend verkeerslawaai. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een korte vervolgvraag van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja dank u, voorzitter. Die lawaaiflitsers, u weet dat dat stuk een wens die we al langer hebben. Maar u heeft ook eerder geantwoord dat er in heel de politieregio Rotterdam meer dan twee miljoen mensen één zo'n politiewagen is die uitgerust is met apparatuur om te controleren op dat geluid. Kunt u nu niet eens zorgen dat, terwijl we wachten op die lawaaiflitsers, die wagen wat vaker in Dordrecht is, juist op die plekken waar het zo hard nodig is?

2

De voorzitter: Ik ben benieuwd naar het antwoord van de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ik heb een antwoord. Dit is de portefeuille van de burgemeester natuurlijk, maar dit onderwerp leeft heel erg, dat weten we, dat realiseren we ons ook, dus we kunnen dat verzoek natuurlijk zeker doen. Maar zoals u zegt: de regio is vrij groot. Wat we ook kunnen doen is zorgen dat de moties komen op partijcongressen, waarbij het kabinet wordt opgeroepen om die wetgeving nu gewoon eens aan te passen. Daar ben ik voor, en ik weet dat u daar heel handig in bent. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Linden. En ik zie ook nog een korte vervolgvraag van de heer Struijk. De heer Struijk: Ja dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder zojuist zeggen dat scooters en brommers die worden weleens preventief gecontroleerd met de rollenbank, ook op geluid. Fijn. Kan dat ook niet met auto's en motoren gebeuren, want die moeten ook aan normen voldoen. En als die metertjes te zijn voor brommers en scooters, lijkt mij dat dat ook bij auto's kan en ook bij motoren. En rijden er nogal wat in Dordrecht. De voorzitter: Ik ga nog kort terug naar de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Zeker, motoren gebeurt het wel eens mee. En volgens mij, ja natuurlijk kan het ook met auto's. Ik weet niet zeker of dat frequent gebeurt in onze regio.

Dat is natuurlijk ook een beetje hoe je dat technisch uitrolt. Tweewielers zijn iets makkelijker dan vierwielers of nog meer. De voorzitter: Lijkt me goed als we daar meer over willen weten, dat we daar een technische vraag over stellen aan het college. Ik ga naar het volgende onderwerp. Dat is een vraag over de verkeersveiligheid en de hoogte van de bermen. Een vraag van Beter voor Dordt en de heer Katif die gaat het kort toelichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Recent heeft Beter voor Dordt van diverse inwoners te horen gekregen dat zij zich zorgen maken over de verkeersveiligheid op diverse plekken in de stad als gevolg van het ogenschijnlijk verandert maaibeleid van de bermen langs fietspaden. De kruising van de Laan van Nieuw Groenhove met de Kilweg waar het zicht in de tunnel ernstig wordt belemmerd, is daar een concreet voorbeeld van. Naar aanleiding daarvan hebben we drie vragen.

Is het college op de hoogte van het feit dat in de stad gevaarlijke verkeerssituaties zijn ontstaan door hoge bermen langs fietspaden als gevolg van verandert maaibeleid? Is het college zich er bewust dat het streven en biodiversiteit op gespannen voet kan staan met de verkeersveiligheid? Is het college het met Beter voor Dordt eens dat de bedoelde gevaarlijke verkeerssituatie zo snel mogelijk opgelost moeten worden om ongelukken te voorkomen? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En volgens mij gaan we naar de heer Merx.

De heer Merx: Ja klopt. Dank u wel, voorzitter. Nou, het maaibeleid is niet veranderd. Wat er gebeurd is dat het natte voorjaar, wat we allemaal sinds een paar dagen weer gelukkig zijn vergeten, ervoor heeft gezorgd dat het maaien gewoon niet uitgevoerd kan worden. De wagen zou wegzakken. De warme dagen daarna, iedereen zat te wachten op het mooie weer, het groen ook. Dat is als omhooggeschoten werkelijk, en daar wordt nu met man en macht gemaaid. Er is dus geen nieuw maaibeleid. Heeft ook niks met biodiversiteit te maken. Het heeft echt deze oorzaak, en op dit moment wordt er met

3

man en macht gemaaid. En dat is eigenlijk de korte versie van het antwoord. Ik weet niet of u nog meer vragen hebt. De voorzitter: Mijnheer Katif, kort. De heer Katif: Nee, ik laat me niet zo met een kluitje in het riet sturen. Nee, wat mijn probleem is namelijk dat ik het zelf ook meemaak bijna iedere dag als ik langs op de weg naar mijn eigen huis, echt levensgevaarlijk. En dan ben ik daar niet de enige in, want de inwoners in het Wilgenwende, ja, ze weten je precies te vinden, aardig wat mailtjes: ja wat is dan voor gevaarlijk gedoe, jij zit in de gemeenteraad, zeg eens daar wat van! Nou dat doe ik bij deze. De heer Merx: Nee, dat is hartstikke goed. De voorzitter: Nou, kort de heer Merx nog. De heer Merx: Nou ja, voorzitter, want dat is terecht dat u dit onderwerp aansnijdt. Ik heb ook uitgelegd wat de situatie is. En ik kan ook iedereen adviseren niet alleen naar u te mailen, maar ook vooral bij Fixi de melding te doen. Nee, even uit laten spreken. Bij Fixi de melding te doen, voorzitter, en dan wordt het ook meteen doorgegeven aan de aannemers dat die plekken die aangemeld worden als ‘dit is verkeersgevaarlijk’ die worden dan ook meteen opgelost. Althans, zo snel mogelijk. De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie mijnheer Katif nog kort en daarna de heer Groenewege en de heer Portier. De heer Katif: Nou, de wethouder die geeft aan in Fixi het aan te melden.

Ja, dit is ook inderdaad gedaan. Fixi heb ik ook, dat zie ik ook, maar tot de dag van vandaag is het gewoon niet gebeurd. En daarom ook de vraag. De voorzitter: Oké, volgens mij helder. Ik zie geen nieuwe … De heer Merx: Maar daar wil ik graag even op reageren. En dan verzoek ik u mij die meldingen door te sturen, want dan hebben we echt een punt dat wij beloven dat als er een Fixi-melding wordt gedaan die zo snel mogelijk wordt opgepakt. Dus ik wil graag van u dan screenshots hebben met wanneer die melding gedaan is aan wie, en over welke plek het gaat, want dan kan ik nagaan wat ermee gebeurd is. Want dan hebben we een gesprek met de aannemer. De voorzitter: Lijkt me een duidelijk antwoord. Ik ga naar de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, de wethouder zei dat er met man en macht gemaaid wordt en dat het hoge gras niks met biodiversiteit te maken heeft, en toen gingen bij mij wel wat alarmbellen rinkelen. Dus ik wilde toch wel even checken of er wel waar mogelijk gefaseerd wordt gemaaid en er ook gras blijft staan voor insecten bijvoorbeeld die zeer kwetsbaar zijn in deze droge periode. De voorzitter: De heer Merx. De heer Merx: Nou, ik moet het even terugluisteren maar ik heb niet gezegd dat maaibeleid of maaien niks met biodiversiteit te maken heeft. Wel degelijk, want alles wat

4

je plat maait is weg. En daar hebben de bloem, de bijtjes en de mugjes en alle andere beestjes helemaal niks meer aan. Dus wat ik gezegd heb is dat dit maaibeleid niet het gevolg is van het biodiversiteitsbeleid. Dit is gewoon maaibeleid wat we al hebben, wat we al sinds jaar en dag hebben, en wat we ook op die manier uitvoeren. De voorzitter: Oké. De heer Portier nog. De heer Portier: Ja voorzitter. Ik maakte vanochtend een rondje op de fiets door de stad, en dan zag ik de maaiers inderdaad druk bezig met plekken waar het hoge gras geen enkel gevaar opleverde voor wie of voor wat dan ook, terwijl ik ook een paar kruispunten tegenkwam waar je echt zo om het gras heen moest kijken van wat komt eraan? Dus misschien dat voordat er al een Fixi-melding gedaan wordt gewoon afspraak gemaakt kunnen worden met als er zo'n situatie is zoals in deze periode, dat eerste gevaarlijke punten aangepakt worden voordat het reguliere onderhoudswerk wordt gedaan. De voorzitter: Misschien nog een reactie van wethouder Merx? De heer Merx: Dank voor de tips. Ik hoor geen vraag dus ik … De heer Portier: Laat ik het als vraag formuleren. Kan het niet zo ingesteld worden, kunnen de afspraak met de aannemers niet zo gemaakt worden dat eerst de gevaarlijke punten aangepakt worden in plaats van de punten die voor de mooi - wat je dan maar mooi vindt - gemaaid worden? De voorzitter: Mijnheer Merx.

De heer Merx: Nou, wij gaan dit jaar aan de gang met het nieuwe maaibeleid, om het zo maar te zeggen, en dan gaan we dit ook zeker in meenemen. Vooralsnog hebben we het opgelost op de manier zoals ik het zojuist heb gezegd. Als er een Fixi-melding komt dan wordt het als het goed is opgepakt en wordt er gemaaid. Maar je kunt ook inderdaad gaan kijken wat zijn gevaarlijke plekken, en die is eerste nemen. Maar we nemen het mee om te kijken of dat mogelijk is, want ik vermoed dat er heel veel kruisingen zijn die potentieel gevaarlijke plekken zijn en dat je dan op die manier nog steeds geen prioriteit kan maken. Maar we nemen uw suggestie mee. De voorzitter: Nou, volgens mij is het punt duidelijk. Dank u wel. Ik ga naar de laatste vraag, en dat is een vraag van het CDA. Vragen over de verkeersveiligheid voor de fietsers op de Krispijnseweg. De heer Klerk, die kan het toelichten. Ik wil u vragen het kort en bondig te doen, want u had uw vraag al ingekort maar het is nog best wel veel tekst. Gaat uw gang. De heer Klerk: Nou, ik hoop het zo kort en bondig mogelijk te doen. Nou, onlangs zijn de werkzaamheden op de rotonde van de Krispijnseweg en Brouwersdijk afgerond. De rotonde is open voor het verkeer. Nou ja, wij zijn heel blij met een groot deel van de aanpassingen die zijn gedaan, waaronder een stukje vrij liggend fietspad, laat ik dat ook even benoemen.

En dan nu beknopt naar de vragen. Voor de fietsers is vanaf de Laan van de Verenigde Naties richting de binnenstad niet aangegeven hoe zij de rotonde moeten verlaten, en de fietsrook richting binnenstad is nauwelijks toegankelijk. Hierdoor rijden fietsen als aangeschoten wild tussen de auto's op de Krispijnseweg met alle risico’s van dien. Daarom is onze vraag: kan de bebording zodanig worden aangepast dat het voor fietsers meteen duidelijk is hoe zij die rotonde dienen te verlaten over de Krispijnseweg en hoe ze hun weg dan naar de binnenstad moeten vervolgen? En ten aanzien van afslaand verkeer met name autoverkeer vanaf de Brouwersdijk richting de

5

Laan der Verenigde Naties daar wordt de fietsstrook vaak gekruist op hoge snelheid door met name automobilisten omdat die bocht te flauw is om goed te moeten afremmen. Daarom de vraag: is dit de definitieve situatie of komen er nog maatregelen om de aandacht voor snelheid en veiligheid van de fietser te vergroten, bijvoorbeeld een extra signalering? En dan nog een laatste vraag, die ziet op de oversteek van de Laan de Verenigde Naties naar de Krispijnseweg. Daar wordt de fietser mooi een stuk vrijstaand fietspad omgeleid achter het tankstation langs. Dat is een mooie oplossing. Alleen het laatste stuk van de oversteek vanaf de vluchtheuvel over het rechts afslaand verkeer, daar staat niets aangegeven, geen verkeerslicht, ook geen bord, alleen voor voetgangers. En dat veroorzaakt veel vragende blikken bij fietsers. Daarom ook de vraag: is het college bereid die situatie voor fietsers zo spoedig mogelijk ook te verduidelijken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga we naar de heer Van der Linden voor het antwoord. De heer Van der Linden: Dank u wel. Nou, misschien even ter inleiding, dit project, elke dag wordt er gewerkt. We merken ook wel eens dat bebording of wegafzettingen of andere dingen die voor het werk gebruikt worden verplaatst, en dat wordt dan keurig teruggezet.

Het is een project dat natuurlijk wel elke dag allerlei beweging met zich meebrengt, en we doen het best natuurlijk om alles tiptop in orde te houden en niet na een half uurtje dat dan weer alles weer her en der verplaatst is. Desalniettemin, vraag één. Ja, de rotonde. We zullen in aanvulling op de bebording nu met gele wegenverf lijnen en een fietssymbool aanbrengen op het wegdek. Dan word je als het ware goed door de barriers geleid. Bij vraag twee. Het is nog niet helemaal definitief ingericht. De wegdekreflectors en de belijningen die zullen zo spoedig mogelijk worden aangebracht. En bij vraag drie, bij de VRI, waar je het over had, de verkeersregelinstallatie, moet nog de symboliek voor fietsers worden aangebracht, en dat wordt ook zo snel mogelijk gedaan. De heer Klerk: Nou, duidelijk antwoord op de vraag. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan hebben we hiermee de vragen gehad, en dan sluit ik dit vragenhalfuurtje en een goede avond allemaal.

3. Raadsinformatiebrief over jaarverslag Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten van schooljaar 2021-2022 - Raadsinformatiebrief Voorzitter: de heer Van der Net Raadsgriffier: mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren)

6

Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Ambtelijke ondersteuning: dhr. Bomius Insprekers: mevr. Schöpping, dhr. Bijeman, mevr. Willemze, mevr. Kucukgulmez, mevr. Raghuraman, de heer Van Baardewijk, mevr. Snijders, dhr. De Bruin, mevr. Franken, mevr. Rietsap

Portefeuillehouders: wethouder C. Van Benschop De voorzitter: En dan wordt het meestal natuurlijk stil. Dat is een mooi moment altijd. Welkom iedereen bij deze goedbezochte commissieavond met betrekking tot de Thuiszitters. Mijn naam is John Van der Net, ik ben vanavond uw voorzitter, en ik zal zoals altijd weer streng en rechtvaardig de tijd bewaken. Ieder geval eenieder welkom ook op de tribune en mensen die eventueel meekijken. En voor de verslaggeving wil ik eerst iedereen die hier in ieder geval aan tafel zit om eventjes de naam weer te geven, en dat geldt ook voor de gasten. En dat is een kwestie van op het knopje drukken en eventjes uw naam en uw functie aangeven. En begin ik inderdaad links. Rob Bijeman, voorzitter College van Bestuur Stedelijk Dalton. Marie-Bernadette Schöpping, interimdirecteur bestuurder van de Samenwerkingsverband PO en VO Dordrecht. Zeynep Kucukgulmez, beleidsadviseur bij Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. Reimke Willemze manager bij Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. Anke-Elze Rietstap, Stichting Ouderlijkplatform Zuid-Holland Zuid. André De Vries VSP. Marije Schabel Partij van de Arbeid. Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. Irma Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Raymond Hartmeijer, SP. Karin Boom, Dordtse VVD. Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mehmet Safranti, DENK Dordrecht.

Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Jeroen Van Baardewijk, manager Dordrecht Sociaal. Roselien Snijders, jeugdprofessional bij Dordrecht Sociaal. Kalpana Raghuraman, lifecoach. Sandra Doeze Jager, CDA. Chris Van Benschop, wethouder. Anneloes Wepster, raadsgriffier. Dan merk ik op dat de ouders en misschien nog wel wat meer betrokken, maar in ieder geval de ouders die vorige week - ja, was dat wel vorige week? Ja, de tijd gaat zo snel, twee weken aanwezig waren die zitten op de tweede ring, en die kunnen van die tweede ding ook natuurlijk dadelijk meepraten en reageren. Ik denk dat dat ook wel de bedoeling van de commissie is. Ik zie iedereen knikken. Dus dan gaat dat in ieder geval goed. Waarom zijn wij hier bij elkaar? Nou, het gaat over Thuiszitters. En het is duidelijk dat dat leeft. Er zijn op dit moment geen of te weinig onderwijsplekken voor deze kinderen en die kinderen zitten door hierdoor thuis. En dat is natuurlijk niet de bedoeling, en die impact is ook groot. Dat is ook door de ouders aangegeven. Nou, daar zijn heel veel partijen bij betrokken.

Dan is de vraag: wat is er voor deze groep kinderen geregeld? Welke rol kan de gemeente hierin nemen om dit maatschappelijk probleem samen met partners beter zichtbaar te maken en aan te pakken? Nou, daarvoor hebben we nu hier een rondetafelgesprek, en het doel is in ieder geval dat we hierover gaan praten en hebben we vier vragen over opgesteld. Vraag één, en dan kijk ik ook gelijk eventjes naar de

7

mensen die hier te gast zijn: wat is de rol van uw organisatie bij de aanpak of het voorkomen van Thuiszitters? Wat doet uw organisatie om Thuiszitters te voorkomen en terug te dringen? Hoe werkt u samen met partners in de keten? Waar liggen nog kansen, mogelijkheden om te voorkomen dat kinderen, jongeren thuis komen te zitten of thuiszitters terug te dringen? Ik heb al aangegeven de ouders die aanwijzing zijn die worden ook gevraagd om hierop in ieder geval te reageren en te reflecteren. En wij hebben … De heer Kleinpaste: Voorzitter? Zou ik er één vraag aan mogen toevoegen? De voorzitter: Nou eigenlijk niet, want dit is van tevoren allemaal zo bepaald, en u kent me, mijnheer Kleinpaste, maar u bent slim genoeg om zo meteen misschien die vraag ergens in tussendoor te fietsen, neem ik aan, of niet? De heer Kleinpaste: Ongetwijfeld. De voorzitter: Nou, daarom. Nog eventjes, want dat we mevrouw Raghuraman - even kijken of ik het … Ja, ik probeer wel altijd dit zo goed mogelijk uit te spreken, dus in ieder geval dat is goed gegaan - om een andere visie weer te geven. Dan gaan wij naar de gasten, de onderwijs en de zorgprofessionals die een pitch hebben voorbereid. Ongeveer vijf tot tien minuten per duo. Nou, ik heb al aangegeven van niet te lang. U weet dat het inderdaad kort moet.

En dan denk ik aan is instantie, en dat staat ook keurig op het lijstje, dat wij dan naar mevrouw Schöpping staan en de heer Bijeman. En die geef ik dan nu bij deze het woord. Mevrouw Schöpping: Ja dank u wel, voorzitter, en dank dat wij hier weer uitgenodigd zijn om over dit onderwerp met u van gedachten te wisselen, want het houdt ons allemaal en iedereen die hier zit ook enorm bezig, vanuit onze eigen verschillende perspectieven. Ja, de vraag was: geen even kort ook weer wat de opdracht is van de organisatie van waaruit bespreken. Nou, ik ben interim-directeur bestuurder van het Samenwerkingsverband. In Dordrecht is dat een gezamenlijk Samenwerkingsverband primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Wat veel voordelen heeft om in het kader van de afstemming en de doorstroom van PO naar VO, maar dat is ander onderwerp. Een opdracht van het Samenwerkingsverband is eigenlijk tweeledig, terugdringen en voorkomen van Thuiszitters, en zorgen samen met de aangesloten schoolbesturen die allemaal lid zijn van het Samenwerkingsverband - het Samenwerkingsverband is een vereniging - dat er een dekkend netwerk aan onderwijsvoorzieningen is. En dat betekent zoveel als dat alle leerlingen die hier naar school willen daar ook een passende plek zouden moeten kunnen krijgen.

Nou, dat is precies waarom we hier zitten natuurlijk, dat willen we allemaal en dat gaat niet altijd vanzelf, laat ik het zo maar even zeggen aan de voorkant. Wat doet het samenwerkingsverband daarvoor? Nou, eigenlijk drietal taken, scholen ondersteunen met mensen en middelen, dus de scholen ondersteunen daar waar het gaat over hoe geef ik nu onderwijs op maat, hoe zorg ik dat ook leerlingen met een bijzondere vraag, een specifieke ondersteuningsvraag toch in het reguliere onderwijs voor zover mogelijk onderwijs kunnen blijven krijgen? En wij hebben zelf daar mensen voor, een huisgedragswetenschappers, begeleiders passend onderwijs, maar we hebben ook middelen waarmee de scholen zelf hun begeleiding en expertise in kunnen kopen. Dat is de eerste grote taak, en de tweede is die staat nergens denk ik formeel vastgelegd maar dat is wel een hele belangrijke, is dat wij als Samenwerkingsverband in gesprek zijn op alle niveaus over passend onderwijs en de aanpak daarvan. En dat doen we met intern begeleiders op de scholen, de zorgcoördinatoren maar natuurlijk ook met de directeuren en met de besturen en met alle partners daaromheen, zoals de gemeente, zoals Leerplicht, zoals de jeugdhulp en zoals ook de omliggende

8

samenwerkingsverbanden. Dus feitelijk zijn al onze acties van het Samenwerkingsverband gericht op het volkomen en het terugdringen van de Thuiszitters door, wat ik net al genoemd heb, de scholen te ondersteunen om passend onderwijs voor elkaar te krijgen en kwaliteit van de ondersteuning te verbeteren. En tweede is, de scholen voor regulier onderwijs te faciliteren om ook de expertise uit het gespecialiseerd onderwijs naar binnen te halen. Dat kan, en dat gebeurt ook. En door samen te werken met bijvoorbeeld Leerplicht, naast mij jeugdhulp, de gemeente. En wij hebben nu een heel mooie voorziening gestart sinds januari waarin jeugdhulp en onderwijs echt samen optrekt om niet alleen het thuiszitten terug te dringen maar ook op voorhand, voordat het al zo ver is, te kijken hoe kunnen wij daar zorgen en ondersteunen dat het niet zo ver komt. Ik naar kijk naar mijn collega daar aan de andere kant van de tafel, zal daar vast straks nog even iets over vertellen. Minstens zo belangrijk is de afstemming van het Samenwerkingsverband met de omliggende Samenwerkingsverbanden te zien, zeker in het gespecialiseerd onderwijs, is soms echt een regionale voorziening.

En omdat we niet op alle plekken heel gespecialiseerde voorzieningen ervoor kunnen zorgen is soms een regionale context of is een voorziening, denk bijvoorbeeld aan een voorziening als KIEM ik weet niet of jullie dat kennen - maar die kunnen we niet in elke stad. Er zijn onvoldoende leerlingen om dat in elke stad te doen. Dat is dus een regionale voorziening. Betekent dat we met de samenwerkingsverbanden om ons heen, en dat gebeurt ook in toenemende mate, want we zijn echt niet het enige samenwerkingsverband waar dit probleem nu zo nijpend aan de orde is, aan het kijken: hebben we met elkaar de goede voorzieningen? Hoe zit het met de bewegingen tussen de samenwerkingsverbanden? Vinden we dat het gaat zoals het moet gaan? En dan kom ik eigenlijk op de kansen en mogelijkheden waar ook naar gevraagd werd, hebben we de juiste voorzieningen op de juiste plekken, niet alleen in Dordrecht maar ook in de regio? En dat kan over gespecialiseerd onderwijs gaan, dat kan over samenwerking gaan tussen regulier gespecialiseerd onderwijs, maar dat kan ook gaan, en daar moet het ook over gaan: tussenvoorzieningen.

Als leerlingen echt even niet meer in staat zijn om naar school te gaan dan willen we niet dat ze thuis op de bank zitten, bij wijze van spreken, maar dan willen we ook op het kleine beetje waarin ze nog in staat zijn om iets van onderwijs willen we ook zorgen dat we daar een voorziening voor hebben. En ook dat zal samen met regionale partners en zorgpartners, gemeente, iedereen die daarmee te maken heeft gestalte moeten krijgen. Tenslotte, en dan ga ik stoppen. Ik weet niet, ben ik … Wij laten ons nog steeds verrassen. Ik ga ervan uit dat iemand dat sowieso wil gaan zeggen, maar dat ga ik vast zelf ook doen. Wij laten ons nog steeds verrassen door de aantallen en de aanvragen voor het gespecialiseerd onderwijs. Zoals nu zijn die aantallen eigen groter dan we hadden voorspeld en voorzien en kunnen voorzien. Dat kan en dat moet anders. En ook dat is iets wat we niet alleen in ons eigen Samenwerkingsverband kunnen, maar dat we het ook echt in de regio moeten gaan bekijken hoe we …We kunnen niet alles voorspellen, maar we kunnen wel beter anticiperen op de vragen die er zijn. Dat was mijn ... De voorzitter: Dank u wel. En de heer Bijeman moet ook nog. Heeft u ook nog een pitch? Ja, ik lees op wat hier staat natuurlijk dus. Er zit iemand met een vinger omhoog al. Ja, ik ben geen onderwijzer natuurlijk, dat dat ligt dat dan toch ... Mevrouw Schnabel, zeg het eens.

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ja ik wist niet, mogen we al vragen stellen of ... De voorzitter: Ja, dat kan gelijk. Houdt ie het kort en bondig.

9

Mevrouw Schnabel: Oké, ja. Dank u wel. Dank u wel voor uw verhaal. Heel kort. Ik was benieuwd naar, omdat u aangeeft dat het Samenwerkingsverband over primair en voortgezet onderwijs gaat, en wanneer je zestien bent en bijvoorbeeld naar het mbo gaat dan ben je nog wel leerplichtig, communiceren jullie ook of delen jullie ook kennis met het mbo uit, of niet, of hoe gaat dat? Mevrouw Schöpping: Ja, dat is best een brede vraag. De contacten met het mbo zijn er. Het mbo valt, als we vanuit het perspectief van het Samenwerkingsverband … Het maakt geen deel uit van het Samenwerkingsverband, maar we kijken natuurlijk wel naar de overgang van VO naar mbo, maar ook van de overgang van voorschools naar primair onderwijs. We gaan er niet over, zal ik maar even zeggen, maar het doet er natuurlijk wel toe hoe die overgang gaat. Want misschien dat Rob daar iets over kan zeggen? De voorzitter: Ja, ik ga nu alweer ook wel wijzen op de tijd want anders dan lopen we daaruit. Misschien verstandig om eerst eventjes de heer Bijeman eventjes het woord te geven kort, en dat daarna nog wat vragen kunnen worden gesteld. Ja? De heer Bijeman: Ik zag op de timer dat ik nog een minuut heb, dus dat gaat goed komen. Rob Bijeman. Ik heb gevraagd aan de directeuren: hoe staat het er nu bij? En de laatste stand vanmorgen op het Vmbo, bij ons op het Leerpark, dat er veertien Thuiszitters zijn op één school.

En als je dan kijkt naar die Thuiszitters dan is dat heel veel Multiproblematiek, leerlingen die wachten op een VSO-plek. En dat kan af en toe oplopen, nu al tot acht, negen maanden, en dat terwijl er nog geen perspectief is. En die zitten thuis, en de kans dat ze daarna nog aansluiten op school, dat wordt steeds moeilijker. We doen er echt heel veel aan. Als je ziet wat er in school en hulp is dan is dat heel veel. Schoolmaatschappelijk werk, gedragswetenschappers, mentoren, Multidisciplinaire teams, samenwerking met Leerplicht, samenwerking met Jeugdzorg. Er is heel veel, en toch lukt het ons niet om alle leerlingen aan boord te houden. Dat is gewoon het eerlijke verhaal. Dat is wat het is. En wat zouden dan moeten gebeuren? Ja, wat ik mis hier in Dordrecht is in ieder geval een tussenvoorziening waarin leerlingen tot rust kunnen komen om goed onderzoek te doen van wat is er om wat … Inleveren. De voorzitter: Ik ben de voorzitter, mijnheer Bijeman. Gaat u door. De heer Bijeman: Zo werkt het niet helemaal. Maar goed. Wat je dus ziet is dat leerlingen dan even tot rust kunnen komen in zo’n time-out voorziening. Zorgen dat er goed onderzoek is gedaan, want in feite zeggen scholen: we zijn handelingsverlegen. Maar dat betekent dus niet per se dat ze weten wat er daarna moet gebeuren. Dat is ook een specialisme. Er is ook een tekort aan VSO-plekken voor het komende jaar.

Dus wat doen wij eraan? We gaan toch, ondanks dat het niet onze grootste expertise is, een klas voor VSO inrichten bij ons op het Leerpark om er maar voor te zorgen dat elke leerling aan boord blijft. Alleen daarna moet er nog heel veel gebeuren. En wat we zien is dat na Corona er toch veel leerlingen afgehaakt zijn. Dat zie je landelijk gepubliceerd worden. Dat zien wij in onze scholen terug. Kinderen met grotere motivatieproblemen die les hebben gehad terwijl ze in bed lagen, dat beviel ze wel, en om ze dan weer in de stand te krijgen van je huiswerk doen, zorg dat je in de klas bent, vragen stelt en dat soort dingen, is voor een aantal leerlingen heel erg moeilijk. Dus ik denk, A, dat de problematiek op dit moment veel groter is als dat die ooit geweest is, dat het ook wel weer terug zal gaan, maar dat we daar met z’n allen hard aan moeten werken. Dat gebeurt op de scholen heel erg, maar wat we toch wel missen is dan dat soms ouders en school tegenover mekaar komen te staan waardoor er ook leerlingen niet meer naar

10

school gaan, of in ieder geval niet de plek hebben die goed voor ze is. Dus ik probeer niet één of ander duister verhaal hier te zeggen van het gaat helemaal niet goed. De meeste leerlingen gaat het goed tot heel goed. Alleen is er een iets grotere groep waar het op dit moment niet mee goed meegaat, en dat is ernstig. En een van de ernstige dingen is dat we heel vaak het eens zijn ‘die plek zou de goede plek’, en die plek is er niet. En dat dat doet pijn aan alle kanten. En dat doet het meeste pijn bij de leerling die wel door wil gaan met school en geen kans krijgt. Daar wou ik het even bij laten. Ik denk dat er nu genoeg vragen komen om nog meer informatie te geven. De voorzitter: Ik heb ook zo'n vaag vermoeden na dit verhaal. Kort en bondig. De heer Den Hartog zag ik als eerste met zijn vingertje. Gaat uw gang. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ook dank voor de insprekers natuurlijk. Ik hoor u zeggen dat er veel professionals al bezig zijn, u heeft dan veertien thuisblijvers. En uiteindelijk lukt het dan toch niet, zegt u, dat is het eerlijke verhaal. Wat heeft u nodig? Wat zou er moeten gebeuren zodat ze wel terugkomen op school? De heer Bijeman: Ja, wat ik toch heel vaak mis is ook de Thuiszitterstafel zoals je gewend ben uit andere Samenwerkingsverband met echt doorzettingsmacht. Dat is wat ik wel hier wel mis: nu gaat er dit gebeuren.

Mijn vrouw is leerplichtambtenaar, en gisteren gaf ze aan: ik vind er eigenlijk helemaal niks meer aan. En dat heeft heel veel te maken dat we er heel lang over praten maar uiteindelijk niemand een besluit neemt. En dat frustreert, en ik denk dat dát eens een keer goed afgetast moet worden, een goede Thuiszitterstafel met doorzettingsmacht. Dat is één van de oplossingen, plus dat de expertise op scholen vergroot zou moet worden. We proberen altijd maar weer op dezelfde manier dezelfde oplossingen te doen, en daar komt bijna altijd hetzelfde resultaat uit. Dus ik denk dat er ook gezocht moet worden naar alternatieve vormen om deze leerlingen te bedienen. En ik denk dat er in Dordrecht een betere voorziening voor hoogbegaafdheid moet komen, omdat dat ook veel leerlingen zijn die in de knoop komen. En op een andere manier - dat is niet de Multiproblematiek waar ik het over had op het vmbo, maar andere problematiek - die op een andere opgelost zou moeten worden. Dat is het korte antwoord. De voorzitter: Dat was het korte antwoord? Ik heb heel veel dingen gehoord in ieder geval. De heer Den Hartog, nog heel kort. De heer Den Hartog: Heel kort. Dank u voor uw antwoord. Dat doorpakken, die beslissingsmacht, waar zou die moeten zitten volgens u? De heer Bijeman: Ja, uiteindelijk zijn ouders degene die de meeste invloed zouden moeten hebben.

Het is hun kind, hun vrijheid van schoolkeuze en zij kennen hun kind het beste. Maar op een gegeven moment kom je er niet meer uit, en dan is het wel goed om te zeggen we grijpen hierin, en dat is een best lastig traject. Waar het zou moeten liggen? Misschien is het in elke casus is wel anders. Dat weet ik gewoon niet. Op het moment dat je probeert ook dit te protocolleren ga je zeker weer dezelfde fouten tegemoet. De voorzitter: Oké. Ik zag weer heel veel vingers, maar we lopen nu al gigantisch uit de tijd. Dus de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Twee korte vragen. Even inzoomen op die tussenvoorziening, omdat ik de eerste inspreker hoorde zeggen dat er wordt gezocht

11

naar een tussenvoorziening als er geen plek is om te plaatsen. En tegelijkertijd hoor ik uw buurman zeggen dat er een gebrek aan tussenvoorzieningen zijn. En tegelijkertijd lees ik in het jaarverslag, 46 Thuiszitters. Als deze jongeren toch een tussenvoorziening krijgen gaan ze dan uit die cijfers of tellen die mee in die 46? De heer Bijeman: Ligt eraan hoe de tussenvoorziening ingericht is. Op het moment dat het een onderwijsvoorzieningen is, dan tellen ze niet als Thuiszitter maar gaan ze naar een onderwijs in een andere vorm. Er zijn ook tussenvoorzieningen waar geen onderwijs gegeven wordt maar dat het meer werken is op de boerderij en dat soort dingen. Dat is dan eigenlijk een Thuiszitter. Hij is wel bezig met de oplossing van zijn probleem, of op een andere manier hoe je dat wil zeggen, maar dan zijn het in feite Thuiszitters omdat ze niet aan het onderwijs deelnemen. De voorzitter: Heer Kleinpaste, en dan heb ik zo meteen wel even toch nog een ordevoorstel dat ik eerst alle pitches even wil aflopen, en dat u dan keurig kunt opschrijven welke vragen er zijn. De heer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Ja dank u wel, voorzitter. Nou, ik wou over de tussenvoorziening ook wat vragen. Dat is allemaal wel gebeurd. Ik ben wel heel erg benieuwd wat er nu de afgelopen paar jaar op dat vlak ook voor contacten zijn geweest, bijvoorbeeld ook tussen formeel en informeel leren, om te kijken hoe je heel erg gericht die kinderen die buiten de boot vallen zou kunnen helpen om ze toch geleidelijk aan via desnoods andere kanalen terug te laten keren in dat onderwijs? Want ik hoor wel heel veel onderwijs, maar leren gaat breder dan onderwijs alleen denk ik? De heer Bijeman: Ja, ik ben van het formele leren. Dat is de opdracht die wij gekregen hebben. Ik weet dat er een aantal voorzieningen tussenvoorzieningen zijn waar het informeel leren naar voren komt, de voorziening waar ik het net over had. En dat dat zijn ook mogelijkheden die er zijn, alleen dat zijn geen mogelijkheden die onderwijsvoorzieningen gaan organiseren. Daar zijn wij niet van. En dat is niet om het af te wijzen, maar het is wel hoe het formeel in mekaar zit. De voorzitter: Het lijkt mij een duidelijk antwoord. Ik wilde nu dan doorgaan naar de pitches. En dan kijk ik naar de Leerplicht en het Voortijdig Schoolverlaten, mevrouw Willemze en mevrouw Kucukgulmez. Ja, maar ik bedoel mijn Turks wordt steeds beter, maar nog niet perfect, hoor.

U heeft ongeveer vijf à tien minuten, maar het liefst iets korter, alstublieft. Dank u wel. Gaat uw gang. Mevrouw Willemze: Ook ik ga mijn best doen om het heel kort te houden. Eerste vraag die u aan mij gesteld heeft is wat is de rol van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten? Daar kan ik kort over zijn. De naam is zo helder als wat. Wij gaan over de Leerplicht, handhaven van de Leerplichtwet. En Voortijdig Schoolverlaten, het voorkomen dan wel weer oplossen van Voortijdig Schoolverlaten. Dat is de formele taak. Onze rolopvatting is daar, zoals ik vorige keer ook heb toegelegd, zoveel mogelijk helpen. Niet meer die handhavende vinger, maar helpend zijn in: waar zitten de oplossingen? Ja, wat doen wij om Thuiszitten te voorkomen en om dat terug te dringen? Dat is in de ene kant meer agenda zettend en beleidsvorming van: jongens, wij zien uit de cijfers, want wij hebben … Ja, de Leerplicht administratie voeren wij ook, dus wij zien gewoon veel: jongens, er is hier een probleem en daar moet wat aan gedaan worden. Dus agenda zettend. En

12

bijvoorbeeld hebben wij ook het initiatief genomen al een aantal jaren geleden om een zogenaamde Thuiszitterstop te houden en later een doe-agenda met de Samenwerkingsverbanden samen in te richten om dit probleem te arresteren en de acties aan te koppelen. Maar we zijn ook uitvoerend echt daarmee bezig, dus als er een Thuiszitter oppot dan gaan we met ouders met kind, met school, met zorgpartijen kijken waar de oplossing zit. Dus ja, dat is zowel agenderend als uitvoerend hebben wij daar een rol in. En één van de dingen die wij ook met Samenwerkingsverbanden en scholen continu proberen te agenderen is wees er nu snel bij en betrek elkaar ook snel, want hoe sneller je erbij bent hoe kleiner een probleem is en hoe waarschijnlijk kansrijker het is om een oplossing te vinden. Nou, dit verhaal over zowel agendasetting als uitvoerend, dat geldt ook voor hoe werk je nu samen met partners in de keten? De ene kant is dat gewoon er komt een melding en dan zijn er allerlei protocollen van hoe doe je dat? Wie betrek je wanneer in welke rol? Dat is de operationele samenwerking. Ook bijvoorbeeld met de Jeugdgezondheidszorg als niet duidelijk is: is dit nu geoorloofd of ongeoorloofd verzuim? Nou, dan heb je de jeugdarts en de jeugdverpleegkundigen.

Maar ook strategisch en tactisch werken we samen, bijvoorbeeld hier in Dordrecht in de stuurgroep preventie en zorg die ook in de onderwijsvisie is genoemd. En dus heb je weer deze partners die ook straks gaan inspreken als partners. Dan een laatste vraag van u aan alle organisaties. Waar liggen nog kansen en mogelijkheden om te voorkomen dat kinderen en jongeren thuis komen te zitten? Ja, ik ga eigenlijk mezelf herhalen. Wees er snel bij, dat geldt voor scholen met een goeie verzuimregistratie. Helaas moeten wij nog wel constateren ook eens dat het gewoon niet eens goed geregistreerd wordt. Nou, dan is het al helemaal moeilijk om een probleem in beeld te krijgen. Goeie verzuimaanpak door scholen. Daar zijn scholen heel wisselend in. Sommige scholen zijn daar ijzersterk in, anderen hebben daar echt nog wel hun benen bij te trekken. Ja, dat zei de mijnheer van het Stedelijk Dalton al, altijd gewoon goed de ouders betrekken. Heel belangrijk om de ouderbetrokkenheid goed te organiseren. Ja, en ook aan scholen zou ik de oproep willen doen: betrek partners erbij. Want sommige onderwerpen, problemen zijn niet aan het onderwijs gebonden maar zijn bijvoorbeeld kindgebonden of zijn gezin gebonden, dan moet er iets in de zorg gebeuren.

Ja, een probleem wat we hier als gemeente niet kunnen aanpakken, wat echt niet op deze tafel hoort, maar wat ik toch wel benoemd wil hebben dat zijn toch ook de wachtlijsten in de zorg. Dat zien wij toch ook echt wel dat dat dáár ook kinderen in- of uitvallen? Ik zie mijn buurman al knikken dat je gewoon ziet: hé, hier is bijvoorbeeld in de Jeugd GGZ iets mogelijk, iets nodig. Maar ja, die wachtlijsten zijn giga. En dan verandert, vergroot een probleem alleen maar. Ja, wat mij betreft is voor een eerste ronde, is dit voldoende. De voorzitter: Ik dank u hartelijk. En dan volgens de afspraak gaan wij door naar de zorgprofessionals. De heer Van Baardewijk en mevrouw Snijders, en heeft ook vijf minuten ongeveer voor de pitch en u heeft het woord. De heer Van Baardewijk: Ik zal het kort en bondig houden, mijnheer de voorzitter. Ik ben Jeroen Van Baardewijk, manager van Dordrecht Sociaal, de organisatie die vanaf 1 januari een belangrijke taak in de sociale basis in Dordrecht heeft. Wij bestaan uit het sociaal wijkteam, jongerenwerk en buurtwerk. En één van onze opdrachten is een bijdrage leveren aan de doorgaande leerlijn. Is één van de drie pijlers waar wij aan werken. En in het kader van die opdracht ondersteunen wij het onderwijs om ook een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de Thuiszitters en het voorkomen van schooluitval.

Ik heb daarvoor - ik denk ik ga eens gewoon ook echt de professionals uitnodigen - Roselien uitgenodigd als projectleider jeugdhulp op school, en Sjors Van Reeuwijk zit op de tribune als projectleider jongerenwerk op school. Dus om denk ik echt

13

op de inhoud in te kunnen gaan wil ik ook echt voorstellen dat Roselien vertelt wat onze bijdrage is aan dit probleem. Mevrouw Snijders: Goed. Dank je wel. Onze bijdrage is als Dordrecht Sociaal vrij breed. We gaan van echte jongerenwerkers die op school betrokken zijn, op de straat tot gespecialiseerd jeugdhulp die in de school al betrokken is en alles wat daartussenin zit. Dus dan kun je denken aan schoolmaatschappelijk werkers, werkers die op het mbo zitten, jeugdprofessionals op het mbo. En daarnaast hebben we inderdaad ook een project jeugdhulp op school, en dat betekent dat er gespecialiseerde jeugdhulp op school ingezet kan worden en dat het speciaal voor het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Daarvoor zijn er ook weer vaste schakels aan de scholen verbonden, en dat is onder andere een heel mooi project wat ook als uitgangspunt heeft om de Thuiszitters terug te dringen of in ieder geval te voorkomen. Daarnaast hebben we ook sinds begin januari - en mevrouw Schöpping die vertelde het net al - het expertiseteam zorg en onderwijs, en dat is een samenwerking tussen het Samenwerkingsverband en professional zit het sociaal wijkteam. Onze doelstelling is eigenlijk om er vroegtijdig, dus preventief mee te kunnen denken als het gaat om dreigende Thuiszitters problematiek. Daarvoor hebben we een definitie geformuleerd over Thuiszitters is die echt heel breed is.

Die correspondeert niet met de Thuiszitters-definitie van LVS, daar hebben we contact over gehad met professionals. En dat hebben we heel bewust gedaan om er preventief mogelijk bij te zijn. Die definitie is jeugdigen van vier tot achttien jaar die in de afgelopen drie maanden niet vijf dagen in de week naar school zijn geweest, en hiertoe nog niet in staat zijn. Die kinderen, die jeugdigen, die mogen de professionals die aan onderwijs en aan de zorg verbonden zijn inbrengen bij ons expertiseteam. En dat is dus om die vroegsignalering daarbij te zijn. En dan kan het om tal van redenen gaan. Het kan om even niet lekker in je vel zitten, tot echt wel forse psychische problematiek. Met het expertiseteam proberen wij daarin mee te denken, te kijken naar oplossingen, buiten de kaders te denken. Maar daarnaast hebben we ook een signalerende functie, en die signalen die geven wij vervolgens weer door als expertiseteam naar onze bestuurders die het vervolgens weer doorgeven aan de gemeente. Nou ja, dat is één vorm van samenwerken met partners in de keten. En ik denk dat eigenlijk al onze verhalen daarin al heel erg elkaar aanvullen. We werken met elkaar samen, maar ik denk ook dat daar nog een verbeterpunt ligt, want we weten elkaar te vinden maar ik denk dat dat nóg beter kan, en nóg preventiever, want hoe preventiever je bent hoe sneller hopelijk je dat ook kan oplossen.

We merken nu heel erg in de praktijkvoorbeelden dat het al zo de spuigaten uit is hopen dat een kind al zo lang thuiszit of dat er zoveel problemen zijn, en dat gaat dan om een wachtlijst bij een school of een wachtlijst bij de zorg. Het versterkt elkaar daar ook een beetje in. Dan is het al - wat ik net zei - zo de spuigaten uitgelopen dat je eigenlijk niet meer kan toewerken aan een perspectief voor teruggang in school. Maar dan gaan we heel erg kijken naar wat is sowieso het algehele perspectief van het kind in, en de schoolgang, maar ook in de algehele ontwikkeling? En dat is waar we met expertiseteam dus samen naar gaan kijken, en daar betrekken we dus ook alle partners bij. Daar liggen tegelijkertijd ook de kansen denk ik. Vroegsignalering, die tussenvoorziening merken we ook heel erg dat dat mist, en daarnaast denk ik ook onderwijs en zorgarrangementen en zorg onderwijsarrangementen voor als het onderwijs en zorg samen is, dat dat gewoon gefaciliteerd kan worden. En andersom ook dat als bijvoorbeeld een leerling een Thuiszitter is geworden omdat die een zorgvraag heeft die beantwoord kunnen worden op een zorgboerderij dat daar ook misschien wel onderwijs in geïmplementeerd kan worden op den duur, om zo toch die teruggang naar onderwijs te kunnen faciliteren, om toch weer een perspectief daarin te krijgen staat.

14

De voorzitter: Ik dank u hartelijk. En dan kijk ik naar de commissie, want dan is het nu even tijd om te kijken of er vragen zijn aan de mensen die hier nu aan tafel zitten. Mevrouw Boom had net ook al haar vinger opgestoken, dus die mag nu de vraag stellen. Mevrouw Boom-Vos: ja, ik zal het proberen kort te doen, want ik heb veel meer vragen, en ik zal het in eerste instantie bij eentje proberen te houden. Mevrouw van het Samenwerkingsverband die zij net heel eerlijk en volgens mij richting een oplossing aan het zoeken: ja, wij laten ons soms ook verrassen. Nou, wij worden verrast, zei u. En toen gaf u ook aan van nou ja … Ik vraag me af: wat zijn dan de gevolgen en hoe kan je die oplossen? Er werd net een tussenvoorziening genoemd. Moet de VSO uitgebreid worden? Dan ga ik toch nog een vraag erachteraan zetten, want is dat alleen een kwestie van geld, of zijn daar nog meer hindernissen? Ik zie al ‘nee’ geknikt worden. Dat is ook wel goed voor ons om te weten. Mevrouw Schöpping: Ja, een paar vragen die u heeft. Ja, we laten ons verrassen, ook deels omdat we het echt niet kunnen voorspellen. Maar we kunnen regionaal ook … Ja, we kunnen wel beter anticiperen op grond van wat we wat we eerder hebben meegemaakt.

De tweede vraag was gaat het dan over meer of VSO uitbreiden, hè, dat was uw vraag? Ja, dat is een duivels dilemma, want we zeggen in Nederland we willen inclusiever passend onderwijs, dus we streven daarnaar om het gespecialiseerd onderwijs niet uit de klauwen te laten groeien. Dan is iedereen het ook in onderwijswereld hier in Dordrecht over eens, en tegelijkertijd zien we wel die vraag groeien. Dus dat betekent interventies aan alle kanten aan de voorkant in het primair onderwijs, in - verzin het maar - in deskundigheid van leerkrachten, in klassengrootte. Ja, ik durf dat bijna niet te zeggen want dat is ook een opvatting of je daarmee betere resultaten zou kunnen behalen binnen het reguliere onderwijs. Het gaat dus over veel meer dan geld. Het gaat echt over mindset, het gaat over mensen die geschikte … Het gaat ook over fysieke ruimte, en dan kijk ik even aan de kant van … Nee goed, soms gaat het daar simpel over, maar dat is natuurlijk nooit alleen maar over … Het gaat over verschillende zaken. Is dat antwoord op uw vraag? Mevrouw Boom-Vos: Ja, het roept mij andere vragen op, maar ik laat het even aan de rest over. De voorzitter: De eerste de heer Kleinpaste, en dan mevrouw Pichel, en dan de heer Tutupoly. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik heb eigenlijk twee vragen. De eerste vraag die is vooral richting de onderwijsleerplicht.

Ik zie een aantal vrijstellingsgronden voor de Leerplicht die heel erg in de invloedsfeer zitten van ouders en kinderen. Houdt de Leerplicht ook duidelijk in beeld daar waar het onderwijsveld gewoon niet in staat is om een passend aanbod te doen, is daar ook concreet zicht op? En de vraag aan alle professionals is: wat is er nu de afgelopen jaren, het liefst zo concreet mogelijk, gebeurt om stappen te zetten om de groei van het aantal Thuiszitters en Voortijdig Schoolverlaters echt nadrukkelijk terug te dringen? Want ik hoor heel veel hele mooie intenties, maar ik ben ook op zoek naar welke concrete resultaten of succesverhalen er al zijn, want daar zouden we uit kunnen leren. Dat zijn eigenlijk twee vragen op dit moment. De voorzitter: De eerste vraag was gericht op Leerplicht. Mevrouw Willemze: Ik heb even een ruggespraak kunnen houden met Zeynep die veel meer van de details weet dan ik. Maar wij registreren die gronden niet. Dus wij en wij voelen wel hé, we merken nu toch wel heel vaak dat er geen passende voorziening is, en

15

dat dat leidt tot een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder a, maar we hebben niet een turflijst van hier is het - weet ik het - zo vaak, en ligt het aan het missen van die voorziening, en zo vaak is het echt kindgebonden. De voorzitter: Het antwoord is dus ‘nee’, mijnheer Kleinpaste. Even wachten.

Mevrouw Rietstap: Of wel. Maar ik heb wel de behoefte daartoe. Kijk de opdracht van Leerplicht die wordt gewoon door de tien gemeenten gegeven. Dus op het moment dat Leerplicht en taakopvatting … want Leerplicht en ik zijn eigenlijk best wel redelijk op één lijn, dus het probleem van Leerplicht is - dat moeten jullie echt gaan begrijpen nu als raad eindelijk, na vijftien jaar - dat Leerplicht die moet handhaven, en die hebben een taakopvatting die in de wet is geregeld. Als Leerplicht de hele tijd tegen de wethouder, niet deze wethouder, maar alle wethouders van de afgelopen vijftien jaar gaat zeggen: ja, maar jullie bakken er geen ene huppeldepup van, en jullie moeten mee stenen, en jullie moeten meer dat. weet je, dan heb je geen samenwerking meer. Dus die vraag die bijt en schuurt zo ontzettend ellendig, want op het moment dat Leerplicht dat zou doen dan rolt iedere keer het hoofd van de wethouder eraf. De voorzitter: Even een moment, aandacht eventjes. Ik hoor in mijn rechteroor een wethouder die toch eventjes het woord vraagt. En wie ben ik dan om dat te weigeren? Dus, mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Ja dank u wel, voorzitter. Nou, ik wil hier heel even kort op reageren omdat ik begrijp de opmerkingen. Maar het is niet zo dat alleen het bestuur daar een rol in heeft. Daar kom ik straks wel even op.

Maar Leerplicht wordt geregeld via DG&J, via de Dienst Gezondheid & Jeugd. Daar, is begin september geloof ik, ligt er weer het meerjarenprogramma van DG&J, dan is uw raad aan zet om de zienswijze en om de input mee te geven wat we daar dan in geregeld willen zien. Dus ik hecht er wel aan, dat ga ik straks nog maar een keertje benadrukken, dat we even heel helder hebben waar gaat deze raad over, waar hebben we invloed op? Dit is iets op Leerplicht, of in ieder geval op de inzet van Leerplicht, heeft de raad invloed. Op een heel groot deel van de oplossingsrichtingen die ik hoor heeft de raad gewoon vrijwel geen invloed, en daar moeten we wel duidelijk over zijn. De voorzitter: Ik denk dat dat inderdaad wel verstandig is, want het is wel ernstig genoeg, maar laten we wel praten over de dingen waar we hier echt iets aan kunnen doen. Even kijken. Ja, mevrouw Pichel. De heer Kleinpaste: Voorzitter, het antwoord van mijn tweede vraag … De voorzitter: U heeft helemaal gelijk. Er waren wat dingen doorheen. Nogmaals mijnheer Kleinpaste, aan wie had u de tweede vraag gesteld? De heer Kleinpaste: Feitelijk aan alle professionals, want dat is die vraag die ik ongetwijfeld nog naar binnen zou slepen. De voorzitter: Dan is dat misschien ook weggezakt, dus heel kort en bondig, wat is de vraag?

16

De heer Kleinpaste: De vraag is, buiten alle intenties die ik uitgesproken hoor worden, of er nu concrete voorbeelden te noemen zijn van succesverhalen in de afgelopen drie jaar waar we uit kunnen leren, die ons verder kunnen brengen? De voorzitter: Ik word hier aangetikt aan linkerzijde door de heer Bijeman, en die gaat antwoorden. De heer Bijeman: Het lijkt even vergeten of dat we twee jaar Corona achter de rug hebben, dus als je naar voorbeelden zoekt hoe we dat de afgelopen tijd gedaan hebben, die problemen zijn alleen maar opgelopen, laten we daar wel over zijn. Die problemen zijn alleen maar opgelopen door schoolsluitingen, door lockdowns, door leerlingen die in isolement geraakt zijn. Dus dat wil ik nog in ieder geval even benadrukken. Waar scholen de hele tijd mee bezig zijn, is in eerste instantie hun kernopdracht, en dat is nog steeds heel klassiek naar school gaan, je vakken volgen en zorgen dat je goeie cijfers haalt. Daar zijn scholen heel veel mee bezig geweest. Wat ze allemaal aan toegevoegd hebben is leerlingbegeleider, decanaat, mentoraat, schoolcoaches schoolmaatschappelijk werk, gedragsdeskundigen, expertisetafels. Dat zijn allemaal dingen die enorm helpen om het op dit moment op deze manier laten gaan.

Daar kun je niet tevreden over zijn, maar wat had er gebeurt op het moment dat we dat allemaal niet hebben gedaan? En het is nog niet voldoende, dat is ook wat het is. Dus ik denk dat we ook op een andere manier naar deze problematiek moeten kijken. Op het moment, en dat heb ik net ook gezegd, elke keer weer met hetzelfde oplossingsgericht komen, krijgen we elke keer hetzelfde effect. Dus ik denk dat er in scholen, en dat is echt aan de scholen en het Samenwerkingsverband, ook gekeken moet worden naar andere oplossingen. En dat is de oproep die ik in ieder geval hiervan meeneem. De voorzitter: Dat lijkt me duidelijk. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Daar ben ik, voorzitter. Dank u wel. Ik hoop dat ik mijn vraag nog even weet te formuleren. Mijn vraag is aan mevrouw Schöpping. En het was eigenlijk ook inderdaad een vervolgvraag op wat mevrouw Boom net vroeg, want mevrouw Boom gaf ook al aan u heeft zich laten verrassen door de aanvragen voor aangepast en speciaal onderwijs en de hoeveelheid daarvan. En in uw antwoord aan mevrouw Boom zojuist gaf u ook aan dat het niet echt gewenst is dat het speciaal onderwijs dan te veel groeit.

En ja, daar zie ik dan toch wel een discrepantie, want aan de ene kant als de vraag er is, of als de behoefte er is of de noodzaak er is, hoe verhoudt zich dat dan met ergens een wens om dat niet te willen, en hoe zouden we er dan naar moeten kijken? Mevrouw Schöpping: Ja, dat is een hele goeie vraag, en het antwoord is weer niet eenduidig. Het gaat aan de ene kant over kunnen de scholen voor regulier onderwijs beter gefaciliteerd worden, zijn, om echt passend onderwijs te bieden? En dat is niet de wijze van ze doen daar niet goed genoeg, maar de problemen zijn soms echt heel groot. En aan de andere kant hoe kunnen we de expertise van het speciaal onderwijs ook meer naar de reguliere scholen brengen? Hoe kunnen we gezamenlijke voorzieningen … Nou, dat zouden oplossingen kunnen zijn. Dus er is nog te weinig echte samenwerking tussen de verschillende takken van sport. En heel prozaïsch, als wij met de besturen binnen het Samenwerkingsverband ervoor kiezen om het gespecialiseerd onderwijs wel te laten groeien betekent dat dus feitelijk minder geld dat overblijft om de scholen voor regulier onderwijs te faciliteren, om hun ondersteuning goed te regelen. Dat zijn ook de communicerende vaten. De voorzitter: Klinkt als een dilemma, dit.

17

Mevrouw Schöpping: Ja, dat is het zeker, dus de vraag snap ik heel goed en die stemmen we onszelf natuurlijk ook. De voorzitter: Even kijken, de heer Tutupoly. En dan wil ik in ieder geval ook wat meer ruimte geven, ook aan de ouders die aanwezig zijn. Ja, maar ik wijs de commissie erop dat de mensen inderdaad die op de tweede rij zitten, er ook niet voor niks zitten. Misschien ook wel interessant om te horen. De heer Tutupoly, u mag uw vraag stellen. De heer Tutupoly: Ik heb wel eigenlijk een vraag aan de heer Bijeman. U had het over daadkracht en nieuwe routes bewandelen omdat we eigenlijk iedere keer dezelfde beslissingen nemen. Ik vroeg me eigenlijk af hoe zit het dan met andere steden? Zullen we met dezelfde problematiek te maken hebben? Is daar overleg tussen zodat we ook kunnen leren van hun methodes? De heer Bijeman: Ja, wat ik zie, ik kom wel redelijk wat in het land en ik heb ook wat andere ... Het mooiste voorbeeld, ik ben tijdlang rector geweest in Wieringerwerf. Dat ligt net voor de Afsluitdijk en daar is niet zo heel veel. En wat daar de opdracht was door de grote afstanden is dat die leerlingen allemaal bij ons op school gingen. En daar hadden wij binnen de school hadden wij een expertisecentrum time-out voorzieningen. Alles zat daar, want als ze naar het praktijkonderwijs moesten dan moesten ze naar Den Helder.

En voor VSO was dat nog af en toe wat verder, naar Bergen. Dus deden we het zelf maar. Dat is dan zo gegroeid in zo'n regio maar in Zeeland heb je dat soort dilemma's. Dus in de gebieden waar minder mensen wonen, zie je veel vaker dat dit gebeurt. Gedwongen door de situatie, maar ook gedwongen door met de expertise van tijd. Dat doen ze al heel lang. Ik denk wel dat het een oplossing is. Want wij hier hebben doordat er massa is ga je speciale voorzieningen maken, want dat kan uit, om het zo maar te zeggen. Dat is wat er gebeurd. Dat liep de spuigaten uit. Toen kwam de Wet op passend onderwijs. Laten we daar wel over zijn, een ordinaire bezuiniging van 50 miljoen op dat moment van het kabinet op het speciaal onderwijs en op het Leerweg zowel ondersteunend onderwijs, en dat was de opdracht te doen. Dus wat nu de opdracht is, is dat we het op een andere manier moeten organiseren. Zijn er steden of andere in de buurt die dat beter doen? Ik zie overal wel dezelfde dilemma's met ongeveer dezelfde oplossingen. Ik ken wel een mooi voorbeeld, Villa Revius in Doorn. De conciërgewoning kwam voor sloop in aanmerking, maar mocht niet gesloopt worden, het was een monument. Daar zit nu een time-out voorziening voor dezelfde school die daar zit. En daar komen leerlingen, die zitten dus dichtbij school, gaan wel weer naar school, maar in een hele veilige voorziening, dus een tussenvoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/573/documents/25075