2.2 2022-02-08 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen - concept.pdf
Tekst van het document
Dank u. Ja, het is misschien vragen naar de bekende weg. Mijnheer De Looze, waarom moet dat per se op zondag zijn dat we dan een rustdag incalculeren? Ik heb het weleens op maandag of op dinsdag als ik toevallig op zondag gewerkt heb. En er zijn vele mensen die op zondag werken. Als we het over de zorg hebben. Ja, die moeten dan op maandag een rustdag. En dat is erg moeilijk, want op maandag rijden de vuilniswagens en de timmermannen en de bouwvakkers gaan aan de gang. Dan is het moeilijk om dan rust te krijgen. Waarom die zondag moet dat per se zo zijn? De voorzitter: Ik denk dat dat een vraag naar de bekende weg is. De heer De Looze: Nou, dat weet ik niet. Op zich als we met zijn allen de sjabbat houden. Daar zou ook over te praten zijn. Kijk, je moet een moment hebben dat iedereen het doet. U noemde net de bouwvakkers. De bouwvakkers hebben bijvoorbeeld drie weken in het jaar afgesproken. Dan gaan gewoon alle bouwbedrijven dicht. Iedereen weet dat. Die drie weken. Kijk, als je op gegeven moment daarvan afwijkt en zegt: de helft van de bouwbedrijven gaat open. Dan gaat het niet werken. Want dan komt de cementboer is dicht. Je moet het wel met zijn allen doen. Dus als het met zijn allen op maandagochtend is of met zijn allen op zaterdag, dat zou. In die zin is het principe is de rust. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer zag ik nog. De heer Den Heijer: Ja, voorzitter.
Laat ik vooropstellen dat ik de SGP al wat langer ken dan vandaag en ik ook gewoon respecteer dat zij dit standpunt hebben en dit ook gewoon uitdragen. Laat ik dat maar eerst gezegd hebben. Dan hetgeen wat u ook echt
21
daadwerkelijk hier gezegd heeft is dat u zegt: ja, we doen dat al duizend jaar zo. Dat was toen ik ooit een bijbaantje had en mijn leidinggevende zei: we doen dit al jaren zo. Dan vond ik dat nooit echt een reden om daar niks aan te doen. En dat punt op rust pakken, dat zou ik eigenlijk vanuit een ander perspectief met u willen benaderen. Rust pakken zou bijvoorbeeld ook kunnen betekenen: omzet verlies. We hebben de afgelopen twee jaar hebben die winkeliers met hun rug tegen de muur gestaan. En die kunnen die omzet op zondagochtend wellicht goed gebruiken. En dat zijn de momenten. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, wat is uw vraag? Het was een interruptie. De heer Den Heijer: Nou, in hoeverre bent u dat met mij eens, dat die weging zo zou kunnen zijn? De heer De Looze: Ik denk dat voor veel mensen op zondag niet werken omzetverlies betekent. Ik ken bijvoorbeeld veel schippers die op zondag niet varen. Dat is gewoon omzetverlies. Dat is een keus die zij nemen met hun gezin. Dus in die zin, economisch gezien is het gewoon het beste om zeven keer vierentwintig uur door te gaan. Of het, het beste is voor de mens, dat denk ik niet. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam zag ik volgens mij daarstraks met de vinger. Of heb ik dat verkeerd gezien? Gaat uw gang. De heer ’t Lam: Ik dacht dat er nog allerlei interrupties bezig waren.
Voorzitter, het onderwerp is op de agenda gekomen naar aanleiding van de vraag voor het openen van een nachtwinkel. En als ik kijk wat er allemaal aan toelichting bijgeschreven is waar we het over zouden kunnen hebben is het wel heel breed getrokken. En ik wil in eerste instantie maar even teruggaan naar de hoofdvraag. Willen we nu wel of niet meewerken aan het realiseren van een nachtwinkel? En eigenlijk zouden we moeten zeggen: ja, we hadden die mogelijkheid. Maar omdat niemand er gebruik van heeft gemaakt hebben we dat in 2011, lees ik in het stuk van het college, maar geschrapt. Hadden we dat niet gedaan, dan hadden we er nu waarschijnlijk niet over hoeven te discussiëren. Wat de SP betreft hebben wij geen bezwaar tegen het openen van een nachtwinkel. Dat is gewoon de regels voor 2011 weer in werking stellen. Het is wel belangrijk als er aanvragen komen voor een nachtwinkel dat het college dat goed afstemt met de buurt. Dus de buurt moet daar nadrukkelijk in betrokken worden. Als er een vergunning komt moeten er duidelijke voorwaarden in de vergunning komen om overlast te voorkomen. En er moet een duidelijke bepaling in komen dat als er toch overlast ontstaat dat we geen jarenlange procedure krijgen om het te stoppen, maar dat zo’n zaak meteen weer dicht kan. Nou, ik heb mevrouw horen spreken. Ik heb heel veel goede bedoelingen gehoord.
Dus ze is er, volgens mij, van doordrongen dat overlast een belangrijk punt is wat voorkomen moet worden. Nogmaals, wat de SP betreft stellen we de oude regeling weer in werking. En dan hebben we nog een aantal andere dingen erbij gehaald. Mijnheer Den Heijer is er op zijn bekende manier in relatie met corona op ingegaan. Ik denk als we iets aan de huidige openingstijden willen veranderen dat we dan zouden moeten beginnen met zoals het ook in onze participatie- en inspraakverordening staat. Eens even te horen van: wat vinden de ondernemers daarvan? En wat vinden de bewoners ervan? Sorry. En dan krijg je vanzelf een stuk. En aan de hand van die meningen en dat
22
stuk zouden we als raad een besluit kunnen nemen. Daar heb ik nu nog geen mening over. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Ik heb tot nu toe veel partijen die in meer of mindere mate wel openstaan, om het zo maar te zeggen, voor een nachtwinkel. Zijn er partijen die zeggen: nee, ik vind het echt een heel slecht idee. Dat moeten we echt niet willen in deze stad. Want anders gaan we mekaar waarschijnlijk zitten herhalen en dat zou een beetje zonde zijn. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, zo stellig als u het zei is het niet. Want kijk, zo’n nachtwinkel, dat kan best in een behoefte voorzien. We begrijpen het allemaal en de inspreekster begreep dat ook. Want die gaf dat zelf in haar inspraak al aan. Dat er ook wel een vraagteken zit rondom overlast. Het hoeft niet alleen maar dronkenschap te zijn van mensen die blikjes bier komen drinken, maar het zijn ook aan- en afrijdende auto’s. Deuren die open en dicht klappen. En als je daarnaast woont, dan is dat ook geluid als je ’s nachts slaapt. Dat wil niet zeggen dat je geen nachtwinkel kan doen, maar dat je het heel goed moet reguleren. En mevrouw heeft aangegeven daar allemaal zich dat te beseffen en te willen doen. Als we natuurlijk een verordening gaan aanpassen, dan gaan we niet in de verordening schrijven dat deze mevrouw een nachtwinkel mag openen.
Dan is dat een generieke verordening aanpassing die we doen. Dan kunnen ook andere ondernemers nachtwinkels beginnen. Tenzij we het limiteren. Dat is maar hoe je het allemaal gaat opschrijven. En welke criteria die je daaraan stelt. En niet alleen qua overlast, maar ook qua locatie. Mevrouw gaf dat ook aan. Dus ik vind als we dit overwegen, en dat willen we best overwegen als CDA, dan moet je het inderdaad heel goed afregelen qua criteria die je stelt op de maatschappelijke effecten. En of het nou een goed marketingplan is en of dat die winkel wel of niet bestaansrecht heeft, daar gaan wij als raad niet over. Dat is aan de ondernemer. De voorzitter: Helder. Mijnheer De Boer, een ander geluid? De heer De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde toch even namens de Fractie Nijhof noemen dat wij voor een nachtwinkel zijn. Want we leven tenslotte in een vierentwintig uur maatschappij. Maar we zijn dan wel voor een winkel zonder alcohol. Toch gelijk even, ik ben toch aan het woord nu, over de zondagochtend. Die willen wij vrijlaten. Dat wil zeggen dan: als er ondernemers zijn die daar gebruik van willen maken, die moeten dat kunnen. Dus misschien een iets ander voorstel als wel of niet. Wat ons betreft: wie dat wil, daarvoor moet dat mogelijk zijn. De voorzitter: Dank u wel. Andere nog? Mevrouw Van den Bergh. Nou, verras ons met een heel ander geluid.
Mevrouw Van den Bergh: Nou, u moet mij wel hebben vanavond als ik iets wil zeggen. Maar ik zal gedeeltelijk verrassen en misschien gedeeltelijk misschien ook niet. Waarbij we toch een klein detail wat nog niet aan de orde is gekomen. Want je ziet: ook wij zijn voor een nachtwinkel. Wij hebben trouwens ook aangegeven dat we dat willen bespreken en dat we de regelingen daarvoor aanpassen. Maar vorige week hebben we het in de binnenstad gehad over die geluidsgebieden en minder-geluidsgebieden en de
23
balans daarvan. De horecaconcentratiegebieden. En wij denken: waar dus veel, zeg maar, meer geluid kan zijn en meer toegestaan wordt dan in andere gebieden. Kun je zo ook niet met winkels denken? Dat je ook een soort winkelconcentratiegebieden. Ja, dat is wat overdreven. Maar waardoor men weet van: in die gebieden is wat meer mogelijk dan normaal, zeg maar, in andere gebieden. Dan kan je dat ook een beetje mixen. Bijvoorbeeld zo’n winkel in een horecaconcentratiegebied. Daar wilden wij een beetje weten of die flexibiliteit er is in denken om te kijken hoe je zoiets kan inpassen. Want of je het nou leuk vindt of niet, ja, de hele trend is toch dat mensen ook werken vierentwintig uur of in ieder geval allemaal wisselende uren. Dat gaat ook in alle dienstverlening en ook in alle winkels en horeca en andere voorzieningen gaat het toch plaatsvinden. En je moet toch kijken: hoe kan je dat zo handig mogelijk en zo efficiënt mogelijk. En dat mensen daar baat bij hebben en dat die overlast, dat je dat weet te beperken. En hoe je met elkaar dat afspreekt. Want ik vind wel degelijk dat je dit ook moet afspreken en het regulier hier over hebben. Wat de wethouder altijd heeft met de ondernemers en met de winkeliers. Dus dat lijkt mij typisch ook een onderwerp. En wij zouden dat toch wat meer flexibel, vrijer, maar zeker met nadruk op de eigen verantwoordelijkheid.
En dat je de overlast, dat is het criterium, dat moet je beperken. De baten, daar gaat het om. En de lasten moeten eruit. De voorzitter: Goed. Toch nog redelijk wat herhaling, maar daar bent u niet de enige in. Ik denk dat eigenlijk alles wel gezegd is wat er gezegd moest worden. Ik weet niet of er iemand nog een hele creatieve geest heeft die zegt: nou, ik kom echt met een heel verrassend nieuw inzicht. Die nodig ik graag uit. Maar als het een herhaling is van zetten, dan wil ik echt naar de wethouder om hier zijn blik op te werpen. Akkoord? Dan geef ik het woord aan wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, dank u wel, voorzitter. De bespreking van uw raad richt zich eigenlijk op twee elementen van de winkeltijdenverordening. Hetgeen de inspreker ook nadrukkelijk heeft aangegeven. De wens om een nachtwinkel te kunnen openen en daar ook de mogelijkheden vanuit het college en raad voor te bieden. En er werd ook al. Nou, er werden ook weer de nodige gedachtes gedeeld over de zondagsopening al dan niet de verruiming daarvan. Daarover. Allereerst het knellende korset wat vanuit de VVD wordt aangegeven. Dat herkennen wij vanuit het college nadrukkelijk niet. Collega Burggraaf is in uitstekend contact met de Dordtse ondernemers.
En op het moment dat er wensen zijn vanuit de Dordtse ondernemers om extra mogelijkheden te krijgen rondom de koopzondag, dan brengt hij dat netjes in het college. En dan gaan we daar ook heel pragmatisch en wijs, zoals u van ons gewend bent als college, ook mee om. En dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan. Rondom de coronadrukte in het voorjaar. We doen dat al een paar jaar rondom de kerstdagen. En speciaal richting de heer Den Heijer zou ik ook willen aangeven: als er een nieuwe game wordt gelanceerd bij Game Mania of iets, dan kan je ook ’s nachts daar in de rij gaan staan. En op die manier proberen we ook even mee te denken als er echt een bepaalde overweging is van een ondernemer dat die ’s nachts een actie heeft. Dus daar gaan we echt wel pragmatisch mee om. En voor de goede orde, dat knellende korset. Het gaat over supermarkten. Het gaat over bouwbedrijven en bouwmarkten. Dat soort ondernemers hebben die wens. En daar denken we dan in mee. Maar wel indachtig. En collega Burggraaf gaat er ook altijd
24
zorgvuldig mee om. Indachtig de afspraken die we hebben gemaakt in het coalitieakkoord. Er zijn een aantal passages over opgenomen. En de belangrijkste is eigenlijk dat we de huidige winkeltijdenverordening niet wijzigen. Dus op het moment dat daar nieuwe gedachtes over zijn vanuit uw partijen, dan zou het, denk ik, heel verstandig zijn als de partijen die straks de nieuwe coalitie gaan vormen daar ook weer afspraken met elkaar over gaan maken. En dan, ja, dan zullen die afspraken natuurlijk ook omgezet worden in beleid in de nieuwe periode. Maar dat is in ieder geval de reden waarom wij nu het zo georganiseerd hebben zoals we het nu hebben georganiseerd. Waar het gaat over die nachtopening. Ik heb uw raad goed beluisterd dat u zegt van: nou, wij hebben geen principieel groot probleem met een nachtopening. Wij zien ook wel dat in een stad als Dordrecht dat dat toegevoegde waarde kan hebben. Zeker met de bevlogen inspraak, waarvoor de complimenten, waarin u ook aangeeft wat uw bedoeling is met zo’n nachtwinkel. En dat dat volgens mij, zo heb ik het ook begrepen van de raad, wel tot enige comfort leiden. In die zin dat het niet gaat om alcohol en niet gaat om de hectiek rondom zo’n winkel. Dus wat daarin heel belangrijk is, is dan toch de locatie. Meerdere van u geven ook aan: het gaat over een aantal elementen. Het gaat over de overlast in de buurt.
Dus dat de omwonenden goed worden meegenomen op het moment dat er zo’n voornemen is. Dat er met hen in contact wordt getreden van: nou, ziet u dit zitten onder deze voorwaarden? Heel belangrijk is daarbij de overlast. Dus ook OOV en de politie zullen nadrukkelijk geconsulteerd worden van: ziet u hier belemmeringen? Zou dat op deze manier verantwoord kunnen? En ik wil daarbij ook nadrukkelijk een derde factor van betekenis aangeven. En daar is het in het verleden ook al een paar keer op misgegaan. Dat is namelijk de bereikbaarheid. Je wil liever geen crossende autootjes in je binnenstad rond middennacht. Dat schiet niet op. Je moet daar echt goed over nadenken. Dat de verkeersafwikkeling op een prettige manier kan verlopen. En op het moment dat er een regiofunctie ook beoogd wordt is dat nog belangrijker. Want dan zullen er ook mensen zijn die ook daadwerkelijk met de auto komen. Dus dat zou je eigenlijk kunnen omvatten met: wat zijn de maatschappelijke effecten van zo’n vestiging? En dat meegevende denk ik van: nou, dit zou best wel, denk ik, een goede basis kunnen zijn waarop wij vanuit het college wellicht opnieuw met u in gesprek zouden kunnen gaan, ook wat de heer ’t Lam aangaf, op basis van een aantal factoren waarvan u zegt van: weeg die nadrukkelijk en bekijk dan de mogelijkheden. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter.
Ik hoor de wethouder zeggen dat de bereikbaarheid in het verleden problemen heeft gegeven. Maar uit het stuk wat we gekregen hebben begreep ik dat we tot 2010 geen aanvragen kregen en dat we het toen uit de verordening gehaald hebben. Dus hebben we dan ervaring met nachtwinkels? De heer Heijkoop: Nee, voorzitter. We hebben wel recent in de afgelopen jaren. Ik meen. Maar, goed. Dat zou ik dan helemaal na moeten gaan. Maar voor twee locaties in het centrum een aanvraag gekregen van of daar een mogelijkheid was om een nachtwinkel te starten. En daarvan, die nachtwinkel is er niet gekomen. Want daarvan hebben we aan de voorkant al gezegd van: ja, dit gaat hem gewoon echt niet worden waar het gaat over de verkeersafwikkeling en dergelijke. Dus zo moet u die opmerking
25
plaatsen. Dus dat zou ik eigenlijk met de raad willen afspreken. Dat ik de uitkomst van deze commissie meeneem. Nadrukkelijk oog voor de maatschappelijke effecten. De wens om geen alcohol toe te staan. En de heer ’t Lam gaf ook aan, en volgens mij was er ook al instemming over, dat mocht het misgaan, dat er ook een duidelijk perspectief is dat er ingegrepen kan worden. Dus dat je niet in ellenlange trajecten verzeild raakt. Nou, ik weet niet of dat allemaal ordentelijk te regelen is in een verordening. Maar dat gaan we even goed voor u uitzoeken. En op die manier zou ik hem mee terug willen nemen. Waar het gaat nog over de zondag en de koopzondag. Dat kwam ook al even aan de orde bij collega Van der Linden. Waar het gaat over die dark stores. Ja, ik vind om meerdere redenen die dark stores geen goede ontwikkeling. Voor de leefbaarheid in de wijken en de buurten. De oneerlijke concurrentie die voor een deel daar ook vanuit gaat. Maar zeker ook met mijn sociale zaken pet op. Het feit dat het qua werkgevers ook nog wel te wensen overlaat. De voorzitter: Wethouder, er zijn artikel 40 vragen gesteld. Misschien kunt u dat daarin meenemen? Want de dark stores stonden vanavond eigenlijk niet op de agenda. Het was meer de rondvraag die de heer Van der Kruijff of de vragen aan het college die de heer Van der Kruijff gesteld heeft.
Dus het gaat nu echt over de nachtwinkels en eventueel wat er nog meer aan de orde is geweest rondom de zondagopening. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Dank. Ja, de heer Den Heijer vroeg mij heel expliciet te reflecteren op het punt van die dark stores in relatie tot ondernemers die ’s ochtends niet zouden kunnen openzijn op de zondag. Dus om uw raad ook recht te doen heb ik dit toch eventjes mee willen nemen. En ik sluit me hier gewoon bij de heer Van der Linden aan, dat de voorbereidingsbesluiten uiteindelijk het onmogelijk maken via de bestemmingsplannen. En dat het wat mij betreft ook zeker de weg zou kunnen zijn om te voorkomen dat we, nou ja, die oneerlijke concurrentie te veel ruimte geven. En er zijn ook nog wat andere factoren. En voor de volledigheid in de context van het geheel heb ik die ook even willen noemen. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee in ieder geval ook de twee belangrijkste punten, dat ik daarop ben ingegaan. En dan zou ik het hierbij willen laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog één vraag aan u. U neemt de uitkomst van deze commissie mee naar het college. En wat komt daar dan uit? Komt daar een raadsinformatiebrief of een verordening? Wat denkt u? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Uw raad is de baas. Maar ik kan mij voorstellen dat we het als volgt zouden doen.
Ik heb ook een aantal partijen al horen voorsorteren op een nieuwe discussie over de winkeltijden. Het lijkt mij heel goed in dat dossier passen. Dus dat we het proberen gewoon gereed te maken bij de start van een nieuwe raadsperiode. Dat is al heel snel, anderhalve maand. Dat we anderhalve maand, twee maanden, dat we dan dat ook aan dat dossier zouden kunnen toevoegen. En dat de raad dan in alle wijsheid daar ook een besluit over kan nemen. Ja? De voorzitter: Akkoord. Mijnheer Den Heijer.
26
De heer Den Heijer: Ja, we doen geen tweede termijn, denk ik. Ik had nog één korte vraag eigenlijk aan de wethouder. De voorzitter: Een korte vraag, ja. De heer Den Heijer: Even het voorbeeld wat heel beeldend was. Dat was Antwerpen. Daar gingen al die mensen naartoe. En je ziet nu. Corona lijkt nu wat op de achtergrond, maar het effect van corona natuurlijk niet. Voor mij, voor mijn part, is die crisissfeer er nog steeds voor die ondernemers. Dus ik sluit me helemaal aan bij wat uw college fantastisch doet. Dus daar verder geen twijfel over. Maar stel nou dat er een winkelstraat naar u toekomt of enkele winkels die naar u toekomen als college van: geef mij dan nog toch even een ontheffing, want ik wil op die zondagochtend toch open. Bent u dan bereid om daar toch ruimhartig en warmbloedig naar te kijken? De voorzitter: Ruimhartig en warmbloedig. De heer Heijkoop: Nou, kijk. Nu ga ik toch even de heer De Looze paragrasveren, want daar was ik het ook wel mee eens. Er is meer in het leven dan alleen geld verdienen. En als het gaat over mijn zorgen met betrekking tot de ondernemers en eigenlijk tot de inwoners van onze stad. Ouderen, jongeren, studenten. Dan zit hem dat ook wel op het psychosociale welzijn. Op de eenzaamheid. Op de mentale gezondheid van heel veel Dordtenaren. Ik denk niet dat die primair zit op het feit dat winkelstraten volledig open willen.
Maar op het moment dat er een hulpvraag is vanuit ondernemers op wat voor manier dan ook, dan zullen wij daar altijd barmhartig en warmbloedig naar kijken. Om maar de heer Den Heijer te citeren. Ik ken collega Burggraaf ook als zijnde iemand die heel kort en goed contact heeft met de ondernemers. Een goede relatie heeft met de ondernemers. En dat hij dat zeker ook zal signaleren. Tegelijkertijd hebben we wel te maken met een bredere weging van belangen. En natuurlijk ook de afspraken die we hebben gemaakt in het coalitieakkoord, die we respecteren. Tegelijkertijd. Ja, we zitten nog een maand voor de verkiezingen. Dus u mag er echt vanuit gaan dat wij die goede relatie die we inderdaad hebben met de ondernemers, grotere ondernemers en kleinere ondernemers, dat wij daar altijd heel serieus mee in gesprek gaan op het moment dat daar een ondersteuningsvraag is. Maar ik zou hem wel wat breder willen trekken dan alleen maar de wens om een winkelstraat extra open te gooien. Want ik denk dat er nog wel meer is in het leven van een ondernemer. De voorzitter: Goed. Dan hebben we dit punt, denk ik, voldoende besproken. Toch niet. De heer Wringer. De heer Wringer: Nou ja, bijna. Ik wil vragen of het college expliciet in contact wil blijven met mijnheer en mevrouw zodat zij weten waar ze aan toe zijn. De voorzitter: Ik hoor een ja keurig door de wethouder zeggen. Oké.
Dan wil ik dit punt afsluiten. Wat ik zo hoor is dat iedereen welwillend is onder tal van voorwaarden na te denken over een nachtwinkel en de mogelijkheden daartoe. Dat het college dat alvast gaat voorbereiden voor de nieuwe raadsperiode om te kijken hoe daarop geacteerd gaat worden. Dan denk ik dat ik mevrouw en mijnheer Ali bedank voor hun aanwezigheid. En
27
ik hoop dat u toch met een blij gemoed naar huis gaat. Kijk, dat is mooi. Graag gedaan. Tot ziens. En dan stel ik voor dat we even tien minuutjes pauzeren voordat we het volgende punt gaan bespreken. Vijf over half tien graag terug. Welkom terug allemaal bij de commissie bestuur en middelen. 6. Beantwoorden artikel 40-vragen VVD Hier kan geen goed ondernemerschap tegenop - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: We zijn inmiddels aangekomen bij punt zes. Dat is de beantwoording van de artikel 40 vragen VVD. Hier kan geen goed ondernemerschap tegenop. En de politieke vraag bij dit bespreekpunt is: hoe gaan we om met de grote schuldendruk die is ontstaan bij de ondernemers? Nou, de vraag is gesteld door de VVD en ook geagendeerd met steun van andere partijen. Dus ik geef het woord eerst aan de heer Den Heijer. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Ik denk ook goed om hierbij stil te staan. We danken de andere partijen dat we het ternauwernood op de agenda hebben gekregen. Op dit moment gaan we weer lekker uiteten en shoppen we weer bij onze favoriete winkel. Tegelijkertijd hebben ondernemers nog steeds te maken met de anderhalve meter, mondkapjes bij het lopen. En let wel, dat vergeten heel veel mensen, dat ze ongeveer één-derde van de reguliere capaciteit mogen gebruiken op dit moment. Doe je dat niet, dan riskeer je een torenhoge boete.
Het offer blijft dus heel groot. En wordt het maximale gedaan om te voorkomen dat ondernemers die boete krijgen of erger? Dat is de eerste vraag. Dan de steunpakketten, voorzitter. Welke steunpakketten zouden de ondernemers ons vragen? Want velen maakten geen aanspraak op deze steun of het was veel te weinig. Terwijl sprake was van soms wel 95 procent omzetverlies. Je draait net iets te weinig om te overleven, maar net te veel om steun te krijgen. Bij de winkelbranchevereniging in Retail onder 850 ondernemers leert dat slechts 13 procent in aanmerking kwam voor de TVL-steun voor vaste lasten. Op loonsteun voor personeel via een regeling heeft maar één op de vijf ondernemers recht gehad. Ondernemers dragen dus een enorme schuldendruk met zich mee. En experts zeggen dat het dit jaar tot grote problemen gaat leiden. Cynisch bezien zou je dus kunnen stellen dat we afgelopen weken naar staatskroegen en staatsrestaurants zijn geweest. Omdat dus ondernemers diep in de schulden zitten, met name belastingdienstschulden. Dan nu een woord aan het college. Complimenten aan dit college. Ik heb heel veel landelijke problematiek ook benoemd. Ondanks die kritiekpunten is nergens in Europa het ongeveer zo snel gegaan. En Dordrecht was zelfs de Tozo-hoofdstad van Nederland, dus daarvoor complimenten. Maar als we naar die steunpakketten kijken. Ik heb hier een aantal voorbeelden staan.
Bijvoorbeeld als iemand in Q2 2021 honderd euro te veel TVL of te veel omgezet heeft, dan moest van die TVL op de totale omzet van 104 duizend euro 28 duizend euro terug worden betaald. Ja, dat zijn echt stevige bedragen, voorzitter. Op de NOW heb ik ook zoveel voorbeelden. Ik denk: anders wordt het wel erg, dan loopt het wel erg in de tijd. Dan de voorschotten die hoger liggen dan honderdduizend euro. Daar hebben ondernemers een accountantsverklaring nodig. Eerder hebben we daar vragen over gesteld. Omdat zij keer op keer die steun aan moeten vragen kost dat dus klauwen met geld. Twee-drieduizend euro elke keer boven op elkaar gestapeld. Het college heeft daar een aantal vouchers voor beschikbaar gesteld. Zijn die op dit moment nog beschikbaar?
28
Kan het college daar iets van informatie over verstrekken? Ik hoef geen aantallen, want het is wel een technische vraag denk ik, voorzitter. Dat doen we niet. Mijn punt is: we moeten dus doen wat nodig is. Anders gaat het echt de komende jaren tot heel veel problemen leiden. Ik ben me ervan bewust dat we als gemeente beperkte mogelijkheden hebben. Maar alleen door er als commissie in ieder geval van over gedachte te wisselen met het college, denk ik al dat dat helpt. Dan de vragen. De gemeenten hebben op basis van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening een regiehulp ten aanzichten van inwoners met schulden, dus ook met ondernemers. Wat doet de gemeente op dit moment voor deze zeer kwetsbare groep? Zeker omdat die effecten van corona nu echt gevoeld gaan worden. Het college heeft recentelijk de bewind voering in eigen beheer genomen. Dit omdat dat beter moest. Ja, gaat dat ook nu beter? Is het college ook nu tevreden over de wijze waarop dit nu geregeld is? Of kan het beter? Kunnen we ook ergens als raad bij helpen? Ja, geen idee. Hoe versterkt de gemeente de dienstverlening aan het MKB? Is er één aanspreekpunt? Worden ondernemers actief benaderd wat ze kunnen doen ten aanzien van hun schuldpositie? Ook schaamte of trots speelt nog steeds een rol.
Wat kunnen we doen om mentale steun te bieden? Worden ondernemers bijvoorbeeld door accounthouders actief benaderd? Ook merk ik bij veel ondernemers de angst om bezwaar te maken tegen bijvoorbeeld de afwijzing van steun. Het kost veel tijd en veel geld om überhaupt kans te maken, dus doen ze het niet. Wat kan de gemeente doen om daar ook een ondersteunde rol in te spelen? En de laatste vraag. En dat is ook eigenlijk iets gericht aan ons allemaal. Wat is de lobbystrategie naar het Rijk en ook naar de belastingdienst? De opgave is volgens mij heel erg groot. Ik denk dat we het samen ook moeten doen. Onze lokale afdeling van de VVD zet zich ook in, ook in contact met onze landelijke partij om dit onder de aandacht te brengen. Ik weet zeker dat andere partijen met landelijke contacten dat ook doen. Kunnen wij hier ook samen in optrekken om dit te blijven doen? Volgens mij is dit echt iets wat de aandacht moet blijven houden. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven over dit punt? Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Als ik de antwoorden van het college doorneem, dan zie ik dat het college probeert te doen, alles te doen, wat mogelijk is en waartoe ze bevoegd zijn. Het probleem wat mijnheer Den Heijer signaleert wordt vooral veroorzaakt door de landelijke regels.
En het is juist de VVD die daar een belangrijke vinger in de pap heeft. Dus ik zou zeggen: trek niet alleen hier aan de bel, maar vooral bij diegene die erover gaan landelijk. Ik vond het een heel goed betoog van mijnheer Den Heijer, zoals we dat gewend zijn van hem. En ik hoop dat die op dezelfde manier met veel enthousiasme ook opkomt als partijen aan de bel trekken voor mensen die in armoede leven en het ook moeilijk hebben als je kijkt naar inflatie, naar stijgende energieprijzen, enzovoort. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Andere nog? Niet? Jawel. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Ja, ik vind het toch ook wel goed dat de heer Den Heijer sprak zijn complimenten uit. Ik denk dat dat ook wel terecht is. Ik denk dat we hier bij de sociale diensten in Dordrecht echt een wereldklus hebben neergezet. Ik wil dat ook wel uitspreken naar de werknemers, de ambtenaren die daar voor ons aan de
29
slag zijn richting de ondernemers, voor wat er allemaal uit de kast gehaald is qua snelheid, maar ook wat ik in de antwoordbrief lees qua ondersteuning en coulance en inlevingsvermogen. En dat lees ik uit de brief, dus daar heb ik ook niet heel veel vragen over. Al voel ik met alle problemen mee en ben ik het ook met de heer ’t Lam eens. Dat het natuurlijk veel breder gaat dan alleen ondernemers. De VVD laat zich wat betreft de ondernemers opeens van haar sociale kant zien. En terecht, want daar houden wij van. Maar we rekenen ook wel op diezelfde sociale kant als het gaat om mensen die ook ziek in de problemen zijn gekomen als werknemer door ontslag, door ziekte, in de schuldhulpverlening terecht zijn gekomen. Want daar lezen we ook breed van, dat er mensen echt aan de bak moeten. En dan heb ik wel de vraag aan het college: als je dus beseft wat er nu allemaal op je afkomt onder ondernemers, maar ook die andere groepen die ook de heer ’t Lam noemde. Hebben we dan het vertrouwen dat nu bij de sociale dienst met schuldhulpverlening, met alle begeleiding die we moeten doen, al deze dossiers, dat we voldoende capaciteit hebben, kwantiteit en kwaliteit, om dit de komende periode aan te kunnen? Of moet daar een tandje bij? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, één toevoeging nog.
Want ik kan wat de heer Van der Kruijff en de heer ’t Lam net vertelde geheel onderschrijven. Overigens ook het betoog van de heer Den Heijer voor de ondernemers. Alle werknemers die niet gewoon werkeloos worden doordat bedrijven niet kunnen functioneren, maar ook de mensen die ziek zijn geworden door corona en dus langdurig in de ziektewet zijn gekomen en misschien zelfs wel helemaal niet meer aan het werk komen. In hoeverre gaan we daarmee om? Dus even nog die aanvulling heb ik nog. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Ja, toch even een aanvulling op mevrouw Kruger. Inderdaad, wij maken het ook mee, ik werk zelf in de gezondheidszorg, dat mensen nu. Het is bijna maart. Zij zitten twee jaar ziek thuis. Die komen inderdaad thuis te zitten. Die komen eigenlijk in de WW. En er wordt ook landelijk gesproken natuurlijk over eventueel een derde jaar, een derde jaar ziek bij de werkgever. Maar ja, ik vind het een beetje mosterd na de maaltijd, want het is bijna maart en er is nog niks geregeld. Maar, inderdaad. Ik ben ook inderdaad heel erg bezorgd om wat mevrouw Kruger aangeeft. Hoe gaan we om met mensen die na twee jaar ziek zijn en die eigenlijk bijna chronisch ziek zijn dan van corona? De voorzitter: Andere geluiden nog? De heer Wringer. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. We kunnen wel meegaan in grote lijnen met de VVD.
We vragen: hoeveel ondernemers? Dat kregen we niet uit die brief. Een aantal. Kijk, we hebben in Dordrecht 10.210 bedrijven. Zijn het enkelen, tientallen, honderden, duizenden? Dat staat er niet in. Daarnaast, als je natuurlijk te veel subsidie hebt gekregen van de TVL, dat betekent eigenlijk dat je het goed hebt gedaan als ondernemer, want dan heb je meer omzet gedraaid. Dan heb je het goed gedaan. Dan moet je iets terugbetalen, want je hebt te veel gekregen. Dat is natuurlijk ook eerlijk ten
30
opzichte van diegene, bedrijven, die wel het juiste omzetverlies hebben opgegeven. Ja, een beetje duiding van hoeveel. Hoe erg is het probleem? De ondernemers moeten zelf aankloppen bij de gemeente, mochten ze in de schulden terechtkomen. Maar hoeveel zijn dat er? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Dank u wel, voorzitter. Wij hadden nog even een aanvulling op de oproep tot steun voor ondernemers en andere groepen die ook in de knel komen. Wij denken, en dat willen we van de wethouder horen. Je hebt nu een wethouder sociale zaken en een wethouder economie. Is er ook niet een soort wethouder sociale economie of economie en sociaal? Dat dat dichter bij elkaar komt te staan qua beleid. Want het zit zo dicht tegen elkaar. Mensen die ondersteuning nodig hebben, zeker nu met corona, en die geholpen moeten worden. En dat gaat door mekaar heen lopen. Ook wat lokale regelingen betreft. Dus dat wou ik nog even voorleggen aan de wethouder. De voorzitter: Oké. We hebben nog maar bijna één wethouder over, dus dat komt wel heel dicht bij elkaar. De heer De Looze. De heer De Looze: Ja, voorzitter. Dank u wel. Helemaal eens met de VVD. Het dubbele is ook dat dit vaak ondernemers zijn waar je ook relaxt gaat eten of een schoonheidssalon, dat soort ondernemers waar je vaak komt om lol te hebben of leuke momenten te hebben.
En dat die ondernemers nu keihard moeten werken en ook nog heel veel schulden hebben, dat is gewoon een situatie die niet wenselijk is. En zij hebben gewoon die offers gebracht, ook voor onze volksgezondheid. Dus dat is vaak een landelijk probleem, maar niet acceptabel wat mij betreft. En die mensen moeten we helpen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Nou, wij hebben samen met de VVD hebben wij eigenlijk dit ondersteunt om vandaag op de agenda te komen. Wat betreft de problematiek. Daar staan we gewoon wel achter het betoog van de heer Den Heijer. Maar wat we wel constateren is dat natuurlijk wat de SP ook heeft geconstateerd. Het is natuurlijk landelijk geregeld. We kunnen hier niet zomaar even dingen anders gaan inrichten. Dus die lobbystrategie waar de VVD het over heeft, dat zal natuurlijk heel erg handig zijn. Dat het college daar heel veel in gaat zetten. We zijn als D66 natuurlijk ook heel erg gevoelig voor de mensen die op dit moment langdurig ziek zijn en die geen perspectief hebben. Hoe zij. Hoe het college misschien in de gemeente of landelijk denkt een oplossing voor die mensen te kunnen vinden? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat we iedereen gehad hebben die het woord wilde voeren. Dan geef ik graag het woord aan de wethouder. Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Dank u wel.
En mooi om te zien de enorme betrokkenheid vanuit de raad met de kwetsbaardere ondernemers in de stad. En het ging net ook even over werknemers. Wij hebben het afgelopen jaar, twee jaar, wel
31
gezien dat ondernemers en werknemers, dat dat soms heel dicht bij elkaar zit. Zeker als het gaat over ZZP’ers die in een hele ingewikkelde positie verkeren. En wat mevrouw Van den Bergh aangeeft, die sociale economie, dat klopt ook wel. Dat erken ik. En daarom trekken collega Burggraaf en ik hier echt schouder aan schouder op. Wij doen dit echt samen. Waarbij ik me wat meer richt op de robuuste inkomensregelingen aan de sociale dienstzijde, de schuldenkant. En collega Burggraaf ook nadrukkelijk die relatie met die ondernemers onderhoudt. En dat doen ook nadrukkelijk zijn ambtenaren. In die zin ook mooi dat u daar de waardering voor uitspreekt. Want zowel bij de sociale dienst als bij de gemeente Dordrecht in het team Dordt onderneemt, maar ook bij het ondernemerscentrum en ook de andere ambtenaren die zich hiermee bezighouden is er gewoon heel erg hard gewerkt om ook samen dit goed in te richten. Want het is wel een monsterklus geweest. De heer Den Heijer noemt inderdaad ook de Tozo bij de SDD. Daar zijn weekenden doorgewerkt om dat goed op poten te krijgen. We hebben daar heel veel kleine ondernemers echt goed mee kunnen helpen. Dat laat onverlet dat er discussies later waren over: had die regeling langer door moeten lopen? Waren de voorwaarden te streng of waren ze te soepel of wat dan ook? Dat steunpakket, dat deugde.
Laat onverlet dat er ook andere grote steunpakketten zijn. Ze werden al genoemd. Excuus. Glas vergeten. Ze werden al genoemd. De nauwregeling. De TVL. En we zien wel dat heel veel ondernemers nu toch wel redelijk klem zitten. Ook met de periodes waarop ze dan de vergoeding kunnen terugvragen. Dat match niet altijd helemaal met hun omzetten en dergelijke. Nou ja, collega Burggraaf en ik zijn daar ook nadrukkelijk voor in de stad geweest. We hebben daar ook naar ondernemers geluisterd. En we proberen daar natuurlijk ook al werk van te maken. En als u aangeeft van: ja, wat kan je daar doen? Nou, je kan lokaal het één en ander doen. Daar kom ik straks nog op terug. En u vraagt ook nadrukkelijk naar die lobby landelijk. Ja, dat proberen we natuurlijk ook. Ik heb zelf met een ondernemer gesproken een paar weken terug die enkele horecazaken had in de binnenstad. En die noemde ook heel nadrukkelijk het effect van die belastingachterstanden. Kan daar iets in voorzien worden? Zou dat nou niet in Den Haag heel concreet gemaakt kunnen worden, dat we daarin tegemoetgekomen worden? Daarop heb ik in ieder geval de staatssecretaris van financiën gebeld en met hem afgesproken om hierover te spreken. En binnenkort heb ik ook met hem een afspraak in Den Haag om ook dit aspect nadrukkelijk voor het voetlicht te brengen. En dat geldt ook als het gaat over sociale zaken.
Met de minister van sociale zaken, die ook net op haar post zit en die ik ook binnenkort spreek. En dan gaat het ook over de schuldenproblematiek onder ondernemers. Maar niet alleen maar ondernemers. Ook schuldenproblematiek in de volle breedte. En ook nadrukkelijk over de bestaanszekerheid die voor grote groepen echt onder druk staat. Niet alleen de traditionele groepen zou ik bijna willen zeggen. De werkende armen. Mensen met een bijstandsuitkering of een andere uitkering. Maar je ziet nu ook dat het een deel van de middenklasse hard gaat raken en ook een groot deel van de kleinere ondernemers. De huidige inflatiecijfers, die trekken echt een enorme wissel op tal van gezinnen. En het kabinet is daar heel erg hard mee bezig. Maar ze willen dat natuurlijk ook doen in relatie tot de arbeidsmarkthervorming en tot de andere grote vraagstukken die er nu zijn. Nou, u mag er echt op rekenen dat wij ook vanuit Dordt, ook ik in persoon, geregeld in Den Haag te vinden ben om met de betrokken bewindslieden hierover te spreken. Dat doe ik met mijn Dordrecht pet op en ook namens mijn verantwoordelijkheid als bestuurder bij
32
de VNG op dit dossier. Als we kijken wat er in Dordrecht gebeurt. Ik noemde al het team Dordt onderneemt. Ik noemde het ondernemerscentrum. Zij hebben geregeld contact met de ondernemers. Zij koppelen dat ook goed terug aan collega Burggraaf, dus die weet echt wel wat de temperatuur van het water is. Daarnaast heeft hij ook nog regulier overleg met het DOV en ook de POBD. En uit die gesprekken komen ook een aantal faciliteiten die wij lokaal hebben ingericht. De heer Den Heijer noemde die al. Nou ja, dat gaat over die vouchers waarmee ondernemers gebruik kunnen maken van diensten van accountants. Het gaat ook over vouchers voor trainingen, bijvoorbeeld voor de horeca. En we hebben ook recent een subsidieregeling vastgesteld waarmee mensen in de stad, ondernemers moet ik zeggen, een subsidie kunnen aanvragen voor de duurzame heaters. Wat allemaal steuntjes in de rug zijn. Het is niet het grote. Het maakt niet het grote verschil. Maar je laat daarmee wel zien als college dat je achter je ondernemers staat. Dat je ze wil steunen waar je kan. Maar ook wel met inachtneming van de belemmeringen die er helaas ook wel zijn. Als het gaat over de loketfunctie, de signaalfunctie. Dat zit echt bij de sociale dienst. En daar wordt heel erg hard gewerkt. Wat wel een rol speelt is dat ondernemers niet zo snel hun hand ophouden, niet zo snel om hulp vragen. Daar speelt schaamte een rol.
Het is toch een beetje een taboe op ondersteuning vanuit de overheid. En ook vanaf deze plek, en collega Burggraaf en ik hebben dat ook al eerder gedaan, nadrukkelijk de oproep voor ondernemers: er is best wel wat mogelijk. Meld je bij ons, dan kunnen wij jullie ondersteunen. Een groot aantal ondernemers hebben wij wel redelijk in beeld omdat we die Tozo-regeling hebben gedaan. Dus die kunnen wij actief benaderen. Wij weten ook dat er heel veel ondernemers zijn die wel degelijk nu worstelen met hun bestaansrecht die eigenlijk hulp kunnen gebruiken, maar die nog niet bij ons in beeld zijn. En ja, dat is lastig om met hen in contact te komen. Dus wij hopen dat dat toch lukt. En moet er nog een tandje bij? Ja, ik zou bijna willen zeggen: in deze tijd moet er per definitie een tandje bij. Ook bij de sociale dienst staan er altijd vacatures open. Ik ben er blij mee, ik ben er ook trots op, dat wij een sterke sociale dienst hebben, wat ook een aantrekkelijke werkgever is doordat het een innovatieve dienst is die inderdaad vaak wel vooroploopt. En dat maakt dat wij gelukkig nog redelijk in staat zijn om onze dienstverlening goed overeind te houden. Tegelijkertijd zien we dat de markt voor goede mensen ongelofelijk ingewikkeld is, echt heel complex is. In die zin is de dienstverlening vanuit sociale diensten niet anders dan de hele economie die gewoon schreeuwt om goede mensen.
Dus dat blijft een aanhoudend aandachtspunt. En wat we daaraan proberen te doen is, nou ja, een aantrekkelijke werkgever blijven, een innovatieve dienst te blijven, en op die manier, nou ja, ook proberen het talent binnenboord te houden en ook binnenboord te krijgen. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Was u ook ingegaan op de zorgen van de mensen, voor zover wij daar natuurlijk invloed op hebben als gemeente, die nu de twee jaar termijn dreigen te verlaten? De ziektewet en die problematiek. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Ja, dat is ook een. Ja, daar hebben we oog voor. Ja, dat is een te makkelijk antwoord wellicht. Ligt niet helemaal in onze handen. Maar dat maakt wel onderdeel uit van het grotere dossier wat ook bij sociale zaken ligt. Hoe kan je daar op een goede manier mee omgaan? Je merkt dat heel veel mensen dat
33
longcovid, dat kwam net al even langs. Dat heeft veel impact. Veel mensen zitten al langere tijd thuis. We zien dat veel cruciale sectoren op hun, echt grote moeite hebben om het rond te krijgen. Ik heb net bij de commissie sociaal uitgelegd dat rondom het doelgroepenvervoer dat het ook echt heel erg knelt. Te weinig planners. Te weinig chauffeurs. En dat we daar ook moeten versoberen. Maar ook in de huishoudelijke zorg zien we de effecten van de enorme uitval door covid, waarbij ook de continuïteit van zorg onder druk staat. Dus ja, ook die vragen over die twee jaar. We weten ervan. We hebben er aandacht voor. We doen wat we kunnen. Maar het is iets wat gewoon een grote uitdaging is voor ons allen. De voorzitter: Ja, ik denk ook niet dat we op gemeenteniveau heel veel kunnen doen. Ik zag mijnheer Den Heijer nog een vinger opsteken. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ja, nog terugkomend op dat contact met de ondernemers. Wat mijn ervaring is met verhalen die ik hoor. Dan breng ik het ook maar hier bij u in het midden. Is dat inderdaad ondernemers, wat u ook zegt, angstig zijn om dat contact te zoeken. Angstig zijn om een sociale dienst. Dat is ongeveer toch wel het laatste waar je naartoe wil als ondernemer, kan ik me zomaar voorstellen.
In hoeverre is dat contact zoeken naar die ondernemer? Treden we ook actief naar buiten en gaan we ook buiten die groep van die Tozo om? Is er een gerichte campagne om die ondernemers te bereiken? Worden er flyers in de bus bezorgd? Worden ze allemaal gebeld? Dat ze een beetje echt actief naar buiten treden. Zijn daar voorbeelden van in de aanpak? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Waar het gaat over de ondernemers die gebruik hebben gemaakt van de Tozo, daar hebben we de contactgegevens van. Die zijn allemaal gebeld. Die zijn allemaal bevraagd van: kunnen we u helpen? En dat zijn soms ingewikkelde gesprekken. Dan gaat het ook over het bestaansrecht van de onderneming. En soms gebeurt het ook dat wij na een maand of een paar maanden nog eens bellen en dat er dan wel, de erelatent hulpvraag, dat die dan wel naar boven komt. Kijk, ondernemers die niet bij ons zich gemeld hebben kunnen ook problemen hebben. En het reguliere contact met ondernemers loopt via het team van Dordt onderneemt en het Drechtsteden ondernemerscentrum. En die proberen ook op de signalen die ze krijgen nadrukkelijk te verbinden met de dienstverlening vanuit de sociale dienst. Dus op die manier gebeurd dat. En ook via publieke uitingen in de media. In ieder geval mensen bekend maken met het aanbod. Of er ook geflyerd wordt en dergelijke, dat weet ik niet.
Ik weet wel dat collega Burggraaf een aantal keren Webinars heeft gedaan om ook op die manier met ondernemers in contact te komen. Dus ik heb echt wel de indruk dat er gedaan wordt wat binnen de mogelijkheden ligt. Als er nog meer kan, ja, daar houden we ons natuurlijk altijd voor aanbevolen. Kijk, het Drechtsteden ondernemerscentrum en het klankbord. Nee, dan moet ik het goed zeggen. Het ondernemersklankbord, die helpt ook echt wat meer hands on van: oké, je hebt een afwijzing gekregen. Er speelt wat met steunmaatregelen. Die ondersteuning vindt op die manier plaats. Dus het is allemaal. Er zijn verschillende, nou ja, groepen die zich daarmee bezighouden. Maar ze weten wel allemaal van elkaar wat ze doen. En op die manier probeer je ook, nou ja, via die signalering zoveel mogelijk ondernemers te bereiken. Maar het blijft echt een punt. En dat constateert u terecht. En dat zien we in heel Nederland. Dat het voor ondernemers toch wel heel pittig is om die hulp te vragen.
34
En ik heb ook ondernemers gesproken en die zeiden echt ronduit van: wij willen geen steunpakketten meer. Help ons nu gewoon even met die belastingen. Help ons daar met een soepel regiem of met kwijtscheldingen. Liever geen nieuwe steunpakketten, want die verantwoording. Het geeft me stress. Accountants. Gedoe. Net niet in aanmerking komen. Nou, dat is ook wel een signaal dat ik denk: dat moeten we ter harte nemen. En eerlijk is eerlijk. We zitten nu ook in een andere fase van de crisis. En daar hoort ook een ander ondersteuningsregiem bij vanuit de overheden. En met name de landelijke overheid in dit geval. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor eerst de heer Polat. De heer Polat: Ja, dank u, voorzitter. Even een vraagje aan de wethouder over de accountantsverklaring. Welk bedrag is. Vanaf welk bedrag moet er een accountantsverklaring afgegeven worden? Ook voor kleinere bedragen? Want dat is natuurlijk best wel veel. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Dat weet ik niet welk bedrag dat precies is. Het is wel zo dat, dat is een mooie regeling met die vouchers en die vier accountantskantoren. Die ondersteunen daar die ondernemers bij. Want voor sommige kleinere ondernemers is het best wel complex om daar allemaal aan te voldoen. Ja, het hangt ook nog per ondernemer af, geloof ik, de bedragen. En, nou ja.
Op het moment dat je Tozo hebt gekregen zijn er ook weer andere regels. Dus, dat. Nou, ja. Ik denk dat dat voor nu te ver gaat. Maar mocht u daar in technische zin dat op een rij willen hebben, dan is dat denk ik wel te fabriceren. De heer Polat: Ja, ik hoor net. Sorry, voorzitter. Ik hoor net dat het een ton is. Dat is dus vanaf een ton wordt een accountantsverklaring van drie-vier-vijfduizend euro gevraagd. Dat is het bedrag. Klopt dat? De heer Heijkoop: Ja, nee. Ik weet niet die precieze bedragen. We hebben wel gezien bij de grotere robuuste regelingen zijn de accountantskosten en de rechtmatigheidskosten relatief wat geringer. Maar soms zijn er ook wel aanvragen die heel bewerkelijk zijn en ook heel complex zijn. Dat heeft dan met de boekjaarverschillen te maken en met verschillende ondersteuningsregelingen. En dat maakt het soms heel erg complex. En daarom is het ook goed dat we die vier accountantskantoren, dat die ook ingeschakeld kunnen worden voor vooral de kleinere ondernemers. De hele grote ondernemers hebben natuurlijk hun eigen accountants die daarin kunnen ondersteunen. Maar je hoort ook wel van veel ondernemers, en daar doelt u denk ik ook op, dat er soms wel heel veel kosten gemaakt moeten worden om overal de vinkjes te krijgen. Dat is wel een frustratie. En ik kan u zelfs toevertrouwen dat dat ook voor mij een frustratie is geweest bij de sociale dienst.
Want ook wij hebben, dat durf ik te stellen, toch wel honderdduizenden euro’s aan accountantskosten en rechtmatigheidskosten moeten maken, omdat die regelingen gewoon heel ingewikkeld zijn. Daar is overigens wel op geacteerd vanuit het ministerie van sociale zaken, dus dat hebben we uiteindelijk wel netjes met elkaar opgelost. Maar het blijft wel de wereld waarin we leven, ja.
35
De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Ja, dat bent u. Mevrouw Van den Berg: Nee, ik had even een vraag aan de wethouder. Want u zegt van: ondernemers. Dat herken ik van verhalen ook. Liever geen steunpakketten, maar regel iets in de sfeer van de belastingen. Doe dat nou. U heeft net zelf verteld dat u veel aan tafel zit bij de staatssecretaris, bij het ministerie, bij de VNG. Dan ben ik wel benieuwd: hoe kijken ze daar tegenaan? Is dat een werkbare weg? Is dat waaraan gewerkt wordt nu ook op het ministerie? De heer Heijkoop: Nou ja, voorzitter. Ik heb met staatssecretaris Marnix van Rij heb ik gesproken. Daar wordt natuurlijk nu wel naar gekeken. Nu de stof gaat optrekken van: wat zijn nu passende fiscale arrangementen? Ik kan u wel toevertrouwen: hij heeft nog wat dossiers op zijn bord liggen. Iets met FSV-lijsten en ook recent, en dat is echt gigantisch, de box drie problematiek rondom de vermogensheffing. Maar, goed. Dat is ook een zeer ervaren fiscalist behalve dat het een zeer ervaren politicus is. Dus ik weet van hem dat die daar nu op aan het puzzelen is. En hij is ook nadrukkelijk hiermee bezig. En dat doet die ook in relatie met de driehoek binnen het kabinet. In ieder geval, er zijn een aantal departementen die zich daarmee bezighouden. Omdat op het moment dat je met fiscale regelingen komt, dan heeft het ook weer effect op ander beleid van andere departementen.
Maar wat hij precies aan het doen is, mevrouw Van den Bergh, weet ik nog niet, want ik ga binnenkort met hem spreken daarover. En dan weet ik dat wel. En dan kan ik hem ook input geven vanuit wat we hier in Dordrecht zien. En daar is hij ook zeer in geïnteresseerd. Want hij vindt het heel belangrijk dat hij ook echt de verhalen van de ondernemers zelf binnenkrijgt en dat niet alleen zijn deskundigen, zeer deskundigen ambtenaren op financiën, hem van input voorzien, maar dat die ook gewoon te horen krijgt van: oké, waar lopen die ondernemers echt tegenaan. En ik weet wel dat dit signaal hem bekend is. Dus in die zin zal het ook onderdeel zijn van de oplossing. Maar, goed. Het gaat over grote bedragen. En ja, uiteindelijk moet men in het kabinet daar ook een afweging in maken hoever men daartoe bereid is te gaan. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u, voorzitter. Ik had net ineens een idee. Ja, dan wordt het gevaarlijk. Hoe bereiken wij onze ondernemer? Nou, ik hoorde al iets van flyeren. En een aantal ondernemers hebben zich inmiddels al aangemeld bij de gemeente. Nou, er is ook een soort van schaamtegevoel bij een aantal ondernemers. Die gaan zich niet melden één, twee, drie.
Maar ik vraag me even af: is er de mogelijkheid dat de gemeente naar enkele ondernemer in Dordrecht in ieder geval een brief stuurt met de belangrijkste informatie die zij nodig kunnen hebben op het moment dat ze zeggen: ja, ik ga nu toch eens een keer een stap maken richting de gemeente? Dat ze die op het nachtkastje kunnen leggen. Misschien een paar nachtjes over kunnen slapen. En dat ze in ieder geval weten van: oké, ik kan geholpen worden. Want ik denk ook dat daar een stuk schaamte zit. Ik denk dat niet altijd iedereen precies weet waar ze moeten zijn. Zomaar een idee. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Ik neem deze ook mee ook richting mijn collega Burggraaf. Ik weet dat hij op regelmatige basis contact heeft met ondernemers en ook
36
met de verschillende gremia die ook de ondernemers vertegenwoordigen. Ik denk dat het goed is als hij daar in het midden legt of daar ook behoefte aan is. En dan zou dit zomaar tot een uitkomst kunnen leiden. En misschien is het ook wel op onderdelen gebeurd hoor. Want we hebben echt wel stevig gecommuniceerd en die relatie is goed. Maar ik zeg u toe dat ik die in ieder geval aan collega Burggraaf dit idee zal doen toekomen. Ja. De voorzitter: Goed. Ik wil langzaam tot een afronding gaan komen. Maar ik zie mijnheer Den Heijer nog met de vinger omhoog. De heer Den Heijer: Is ook mijn laatste vraag, voorzitter. Nou, omdat volgens mij dit probleem heel groot, omvangrijk en heel moeilijk in je handen vast te pakken is en er heel veel ontwikkelingen zijn, ook wat de wethouder net allemaal zegt, zou ik eigenlijk wel de behoefte voelen, en dan kijk ik ook de rest van de commissie rond, om hier eigenlijk om de zoveel tijd over geïnformeerd te worden vanuit het college. Omdat we dan ook kunnen zien wat die ontwikkelingen zijn en wellicht ook wat in die toekomst ook onze rol daarin is. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Ik zeg u toe dat wij dit punt, dit expliciete punt, ook zullen adresseren in de regelmatig terugkerende coronabrief. Ik denk dat die daar goed in thuishoort. Uw raad heeft aangegeven dat hier een grote zorg van u zit.
En op die manier kunnen wij daar denk ik op een eenvoudige manier een toezegging doen dat wij u daar ook over zullen blijven informeren. En ook waar het gaat, waar eventueel nog beleidsinstrumenten beschikbaar zijn om in te zetten. En ik heb uw raad goed beluisterd, dat u in ieder geval bereid bent om daar ook positief over te besluiten op het moment dat het college met nieuwe voorstellen zal komen. De voorzitter: Mooi. Dan kom ik tot de constatering dat volgens mij dit punt alle aandacht heeft gekregen die het nodig heeft gehad. In ieder geval op dit moment deze avond. Dat we hierover geïnformeerd gaan worden bij de coronabrief die we maandelijks krijgen en waarschijnlijk nog wel even zullen blijven krijgen. En dat leidt tot de vraag: bent u hiermee, nou ja. Is dit voldoende behandeld en kunnen de vragen, de beantwoording van de vragen, verder als kennisgeving worden vastgesteld? De heer Den Heijer: Nou, wat mij betreft ter kennisgeving vaststellen, voorzitter. De voorzitter: Akkoord? Doen we dat. Dan dank ik ook de wethouder voor zijn beantwoording en het vervangen van de heer Burggraaf in deze. Nieuwe behandelvoorstellen 7. Vaststellen Verordening tot wijziging van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen (vierde wijziging) - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan kom ik tot de nieuwe behandelvoorstellen. En dan begin ik bij punt zeven. Althans, op mijn lijstje.
Dat is het vaststellen. Ik wacht even. U zegt maar als ik. Ja, kunnen we? Vaststellen verordening tot wijziging van de verordening kwijtschelding
37
gemeentelijke belastingen. En u wordt voorgesteld het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raad. Ik zie niemand pruttelen. Dan doen we dat. 8. Vaststellen 19e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht en Wijziging Legesverordening 2022, tweede wijziging Raadsvoorstel De voorzitter: Vaststellen 19e wijziging van de algemene plaatselijke verordening Dordrecht en de wijziging legesverordening 2022, tweede wijziging. Aan u wordt voorgesteld het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raad. Ja. 9. Terugblik op het Evenementenjaar 2021 en financiële ondersteuning voor evenementen in 2022 - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan punt negen. Terugblik op het evenementenjaar 2021 en financiële ondersteuning voor evenementen in 2022. En u wordt voorgesteld het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raad. Ja. 10.Raadsinformatiebrief Vaststellen derde wijziging van de Legesverordening 2022 - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan de raadsinformatiebrief vaststellen derde wijziging van de legesverordening 2022. En u wordt voorgesteld deze raadsinformatiebrief ter kennisname aan de raad te sturen. Akkoord. 11.Raadinformatiebrief inzake Aanpak Straatintimidatie 2021-2022 Raadsinformatiebrief De voorzitter: Raadsinformatiebrief inzake straatintimidatie 2021-2022.
En de commissie heeft op 18 januari deze raadsinformatiebrief aangehouden om te betrekken bij het OCD-onderzoek naar de aard en de omvang van straatintimidatie in Dordrecht. Zie het volgende agendapunt. En de commissie wordt gevraagd aan te geven of zij dit onderwerp wensen te bespreken, op 15 februari staat hier, en hierbij een politieke vraag te benoemen. En dan doen we dat maar gelijk. 12.OCD Onderzoek Straatintimidatie De voorzitter: Punt twaalf. Dat is het OCD-onderzoek straatintimidatie. Mijnheer Den Heijer zag ik met de vinger omhoog. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ja, de VVD wil dit graag agenderen. Straatintimidatie. Het probleem is in ieder geval aardig gekwantificeerd. Eén op de drie vrouwen, was laatst in het onderzoek, heeft daarmee te maken. De doelstellingen om dit te bestrijden, dat zouden we dan maar graag als vraag willen noteren. Welke doelstellingen heeft de gemeente ten aanzien van straatintimidatie? En zijn de maatregelen dan nu voldoende? Dat is de politieke vraag.
38
De voorzitter: Wie kan dit steunen met eventueel aanvullende? Ik zie een hele hoop vingers omhooggaan. Ik zag mevrouw Kruger. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, een aanvullende vraag. De voorzitter: Een aanvullende vraag, ja? Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dat bedoel ik. Ik kan het ook steunen overigens. De aanvullende vraag. Het is een aanpak straatintimidatie die we gekregen hebben. En onze politieke vraag is of de voorgestelde maatregelen wel stevig en gericht genoeg zijn en of dat er niet een tandje bij moet? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Nou, wat GroenLinks betreft uiteraard ook bespreken. Wij vragen ons af: moet straatintimidatie niet opgenomen worden in het veiligheidsplan? Dus niet afzonderlijk, maar gewoon onderdeel van. De voorzitter: Andere nog aanvullende vragen of is dit wel omvattend? Ik zag zoveel vingers omhooggaan dat ik volgens mij kan constateren dat er minstens zeven partijen waren die dit graag wilden agenderen. Ik stel vast: de VVD. Ik zag mijnheer Polat, D66. GroenLinks. CDA. Fractie Nijhof. Beter voor Dordt. En de PvdA. Nou, dat is bijna unaniem. En de SP. Behalve de CU/SGP. Toch ook. Ja. Oké. Dan gaat die met de volgende vraag, als ik het goed heb kunnen bijhouden, naar de volgende week.
Dat is één: wat zijn de doelstellingen? En klopt het plan dan bij de doelstellingen? En zijn de maatregelen die genoemd worden wel stevig genoeg? En kan dit worden meegenomen als integraal onderdeel van het veiligheidsplan? Akkoord? Dan hebben we punt elf en twaalf in één keer behandeld. 13.Raadsinformatiebrief Stand van zaken politiecapaciteit d.d. 5 januari 2022 Raadsinformatiebrief De voorzitter: En dan gaan we door naar de raadsinformatiebrief stand van zaken politiecapaciteit van 5 januari 2022. En in de commissie. Is een heel verhaal wat ik nu ga voorlezen, dus gaat u er maar even voor zitten. In de commissie van 18 januari jongsleden heeft de commissie nadere informatie gevraagd over de gevolgen voor de veiligheid van de stad, de handhaving in de wijken en de vraag of de verminderde inzet van de politie wordt opgevangen door bijvoorbeeld toezicht en handhaving. De aanvullende vragen zijn inmiddels beantwoord. De commissie wordt gevraagd of zij hierover op 15 februari nog een gesprek wenst te voeren met de portefeuillehouder. En indien het geen bespreking meer gevraagd deze raadsinformatiebrief ter kennisgeving aan de raad te sturen. Wil u deze nog bespreken? Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, in de brief staat dat maximaal twintig procent van de capaciteit voor wijkagenten gebruikt kan worden voor noodhulp.