2.2 2022-02-08 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 8 februari 2021 Vergaderkamer 1 Voorzitter: Dhr. Merx Commissiegriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Ali (Inspreker) Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. De Boer (Fractie Nijhof) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. De Looze (CU/SGP) Dhr. Polat (D66) Dhr. Wisker (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: Portefeuillehouders: wethouder Heijkoop, wethouder Van der Linden. Opening 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren. Hallo. Mijnheer De Boer. Goedenavond allemaal. Mag ik even uw aandacht een uurtje of twee? Welkom bij de commissie bestuur en middelen. U had hier vandaag de heer Van Leeuwen verwacht. Maar, helaas. Die is ziek. Dat zijn er wel meerdere in deze tijd. Ze vallen als bosjes heb ik zo langzamerhand de indruk. Maar het schijnt allemaal in ieder geval niet zo heel ernstig te zijn. Keelpijn, snotneus en wat koorts. Maar het is ook weer snel voorbij. Dat is dan het. Sorry? Ik heb gezegd: alleen ziek. Nee, ik mag geen diagnose stellen. Dus u zult het vanavond met mij moeten doen. Ik noem even op wie ik in ieder geval heb gezien. En iemand die ik wel heb gezien maar een beetje op en neer loopt, maar daar kom ik zo op. Mevrouw Kruger. De heer Van der Kruijff.
De heer De Boer. Mijnheer Wringer. Mevrouw Van den Bergh ziet u nog niet, maar die wandelt op en neer tussen fysiek en deze commissie. Dus die sluit zo nu en dan aan en sluit dan weer af. De heer Wisker. De heer Den Heijer. De heer ’t Lam. En de heer Polat. En in onze aanwezigheid zijn ook de heren Van der Linden en Heijkoop namens het college. Nou, zoals gezegd: de heer Van Leeuwen is afwezig wegens een fixe verkoudheid of iets dergelijks. Gewoon Dordt heeft zich laten verontschuldigen, want moet in andere commissies zijn en onder andere voorzitten. Nou, dan heb ik. Ja, is goed. Dan heb ik de huishoudelijke mededelingen volgens mij gehad. En de heer Bakker is natuurlijk ook aanwezig. In ieder geval: iedereen welkom en ook alle kijkers thuis. De eerste bijeenkomst weer sinds lange tijd dat we elkaar fysiek mogen ontmoeten. Ik
1
verzoek wel iedereen echt de anderhalve meter in acht te nemen, mondkapjes te gebruiken waar nodig. Want we moeten niet alleen het voorbeeld geven. We moeten ook zorgen dat we elkaar niet aansteken. Dan kom ik op het volgende. En dat is de vraag of er mededelingen zijn? Niet. Kan de commissie instemmen met de agenda? Ja. 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 25 januari 2022 De voorzitter: Dan kom ik op punt twee. Er komt straks ook nog een inspreekster. Mevrouw Ali. Dat is bij het vijfde punt op de agenda, maar daar komen we nog op. Het tweede punt is nu in ieder geval het vaststellen van de besluitenlijst van de commissie bestuur en middelen van 25 januari jongsleden. Heeft iemand daar op- of aanmerkingen bij? Niet. Dan kunnen we deze vaststellen. 3. Vragen aan het College De voorzitter: En dan zijn we bij het puntje: vragen aan het college. En mij is ter ore gekomen dat in ieder geval de heer Van der Kruijff van het CDA een vraag heeft aan het college. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Dat klopt. Eigenlijk een vrij eenvoudige vraag. We lezen overal dat in vele steden de dark stores opkomen voor de flitsbezorgers. Gorilla’s, Flink. Dat type bedrijven. Daar hebben veel gemeenten last van.
We zijn benieuwd of het college ook al bezig is met proactief beleid hier in Dordt om dat in goede banen te leiden qua type vergunning, locatie, hoe je omgaat met die gesloten gevels, aan- en afrijdende bezorgers en dergelijke. Je kunt maar op tijd zijn. De voorzitter: Ja. Bij mijn weten zijn daar volgens mij ook vragen over gesteld, dus die komen op enig moment vanzelf aan bod. Dus het college heeft ze inmiddels ontvangen. Ik zie de heer Van der Linden knikken. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, welke vragen bedoelt u? De voorzitter: De vragen over dark stores en flitsbezorging. Misschien, mijnheer Van der Linden, kunt u het? De heer Van der Kruijff: Daar heb ik geen weet van. De voorzitter: Oké, dat kan. De heer Van der Linden: Nee, er zijn inderdaad vandaag, zag ik toevallig, artikel 40 vragen over binnengekomen. Mondelinge vragen worden altijd geacht even beantwoord te kunnen worden. Ik heb daar verder geen actuele informatie over. Dus dat moeten we, denk ik, even schriftelijk doen. Is dat akkoord? Sowieso komen de artikel 40 vragen. De heer Van der Kruijff: Ik weet niet wat voor vragen er zijn gesteld. Als dat dezelfde vragen zijn is dat akkoord. Als het niet dezelfde vragen zijn zou ik het college willen vragen deze vragen die ik net stelde daaraantoe te voegen in de beantwoording.
2
De heer Van der Linden: Nou, laten we in ieder geval. Dat gaan we even naast elkaar leggen. Ik zag ze binnenkomen vandaag toevallig. Mochten het hele andere vragen zijn, dan gaan we natuurlijk de artikel 40 vragen gewoon in procedure brengen. En de mondeling gestelde vragen morgen of overmorgen beantwoorden. De heer Van der Kruijff: Nou, dat lijkt me een stuk sneller en praktischer. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, ik zag u naar de microfoon grijpen? De heer Den Heijer: Ik kan u misschien toch uit de brand helpen. Het zijn vragen met die strekking. De VVD heeft die vragen gesteld. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, maar dan toch. Ik vind het fijner om dat morgen of overmorgen te krijgen op deze vraag als over zes weken met artikel 40. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Andere vragen aan het college? Niet. Stukken ter bespreking 4. Preventie- en handhavingsplan Alcohol 2022-2023 - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan komen we bij punt vier. En dat is de preventie- en handhavingsplan alcohol 2022-2023. En de politieke vraag bij dit bespreekpunt is: zijn de oorzaken van drugsgebruik onder jongeren voldoende in beeld en moet het college hier meer aandacht geven in het preventie- en handhavingsplan alcohol 2022-2023? En deze vraag is geformuleerd door GroenLinks.
En ik wil graag mevrouw Kruger vragen als eerste het woord hierop te nemen en de andere goed te luisteren, zodat we niet in herhaling vallen en hooguit wat aanvullende punten nog op tafel kunnen leggen. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik moet even weer helemaal wennen aan. Thuis heb ik zo’n bureau waar alles keurig geordend is en nu moet ik dat weer opnieuw installeren. Dus ik ga het proberen. Ja, voorzitter. We hebben hier een beleidsstuk gekregen over alcoholpreventie. Ik zal het eventjes hoe die titel ook alweer precies was. Het preventie- en handhavingsplan alcohol 2022-2023. En dat is mooi, dat we het vooral over alcohol hebben. Want alcohol is wel de grootste in de beïnvloedende middelen, de grootste boosdoener van alles. Meer dan tachtig procent van de bevolking. Tachtig procent van de ongevallen en van de verslavingsproblemen worden veroorzaakt door alcohol. Drugs is daar veel minder in. Maar als we wat meer over drugs gaan lezen, dan zie je toch ook wel dat dat schrikbarend aanwezig is. En ik vind het zo jammer dat daar eigenlijk helemaal niks over terug te vinden is in dit handhavingsplan. Want ook drugs zijn verkrijgbaar. Als we het hebben over de softdrugs in de coffeeshops. Als we het hebben over allerlei andere middelen, chemische middelen, die zijn zelf te maken. Als we het dan hebben over GHB en noem nog maar wat van dat soort artikelen.
Ik lees er niks over terug. Terwijl het alcohol preventie- en handhavingsplan alcohol er in mijn beleving goed uitziet. Er wordt goed geschreven over voorlichting op scholen. Er wordt zelfs gesproken over de sociale hygiëne in de horeca. Dus het opleiden van mensen die daar werken. Er kan nog wel een tandje bij naar mijn idee. Ik heb het weleens gehad
3
ook over. Dat is ook alweer jaren geleden. De feesten op straat waarbij je dan van die mensen ziet rondlopen met hun rugzakjes met bier waardoor het snel schonk of de Flugeltjes die heel makkelijk te verkrijgen waren. Ik bedoel: daar kan je ook nog weleens als overheid misschien iets op doen ten aanzien van vergunningen. Dat dat niet zomaar verstrekt wordt. Maar, ja. Ik vind het zo jammer dat drugs hier niet in genoemd worden. Dus ik weet niet hoe de rest van de vergadering daarover denkt? De voorzitter: Mijnheer De Boer, u zat te zwaaien. Dus ik neem aan dat u een interruptie heeft? De heer De Boer: Nou, ik zat even te kijken naar de politieke vraag. Want er staat: wat zijn de oorzaken van drugsgebruik onder jongeren? Maar volgens mij. Ja, die staan niet in het alcoholbeleid. Maar het gaat toch alleen om alcoholbeleid? Mevrouw Kruger: Ja. De heer De Boer: Maar dan is de vraag misschien niet helemaal goed gesteld. De voorzitter: De vraag is wel goed gesteld. We hebben met zijn allen meegestemd hier in deze commissie. Dus, ja. Mevrouw Kruger: Nou, kijk. Normaal gesproken hebben we. We bespreken een alcoholbeleid, maar dan betrekken we ook de drugs erbij. Omdat dat toch. Het zijn allemaal beïnvloedende middelen, bijna op eenzelfde soort manier verkrijgbaar.
Dus ik vroeg me toen af: waarom wordt dat hier niet bij betrokken? Waarom laten we dat gewoon zo liggen? Zonder het nu puur over die drugs te hebben en de alcohol maar weer aan de kant te schuiven. Van: drugs is zo erg en ernstig en alcohol valt wel mee. Het gaat mij er meer om dat beide kanten bespreekbaar zijn en dat we gewoon met elkaar erkennen dat het een probleem kan zijn in de maatschappij. En zeker in deze coronaperiode zie je ook toch wel. De voorzitter: Een klein ogenblikje. Mijnheer De Boer, als u niet aan het woord bent mag u op het knopje drukken, want dan is de camera gericht op diegene die wel aan het woord is. Dus, dank u wel. Gaat u verder, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Want ik heb net mijn haar goed gedaan. Dat zouden jullie niet zeggen, maar het is wel zo. Fijn dat ik in beeld ben. Dan ben ik gelijk van mijn à propos. Dat doe ik zelf. Even denken hoor. De voorzitter: Waarom er niks over drugs gemeld wordt. Dat was het. Mevrouw Kruger: Ja, nee. Precies. Terwijl we toch ook zien, juist in deze coronaperiode, dat daar wel problemen mee ontstaan. De voorzitter: Dat klinkt als een punt. Mevrouw Kruger: Ja.
4
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nog even naar de buurman. Die stak ook de vinger op. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank u wel, voorzitter. Qua intentie ben ik het met GroenLinks eens overigens. Wij begrijpen wel waarom er een apart plan komt, want dat hebben we namelijk erin gelezen. Dat is een wettelijk voorschrift dat je hierop een preventie- en handhavingsplan op dient te maken als gemeente. Dus, ja. Dan werkt dat zo en dan komt het er ook. Neemt niet weg dat er natuurlijk ook rondom drugsgebruik het nodige aan preventie en handhaving en voorlichting allemaal te doen is. Tegelijkertijd denken wij ook wel dat dat een andersoortige preventie is. Helaas zie je alcohol veel meer maatschappelijk geaccepteerd. Tenminste, dat is onze indruk. Misschien dat andere daar andere beelden bij hebben. Maar dat moet wel gaan veranderen, net als dat ooit met roken is gebeurd wat heel ongezond is. En voor alcohol, wat ook ongezond is. En voor drugs, wat ook ongezond is. In alle verschillende gradaties. Dus om naar een breder palet te kijken als je het toch over educatie en voorlichting hebt. Om te zeggen: hoe trek je dat bij elkaar, zodat je daar gewoon effectiever en efficiënter naar scholen gaat, naar andere doelgroepen gaat, qua voorlichting. Dat lijkt ons een heel goed punt, om het op die manier bij elkaar te trekken.
Inhoudelijk, alles wat wij in dit plan lezen, zien we wel terecht ook dat het erg is van hoe slecht het voor je is als je al, wat je er allemaal van kunt krijgen. We hebben natuurlijk ook een beleid op gezond leven. En misschien dat het jongeren nog wel meer aanspreekt. En misschien is het ook wel de bedoeling hoor, maar dan horen we dat graag. Over hoe we ze kunnen voorlichten in de zin van: we gunnen je een gezond leven. Want het is toch wel echt op het moment, zo heb ik me laten vertellen, dat in Nederland de mensen gemiddeld 45 gezonde levensjaren hebben en daarna vaak chronisch ziek. Daar heeft alcoholgebruik en andere omstandigheden, luchtvervuiling ook overigens. Ja, dat heb ik me door een arts laten vertellen. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger, ja. Mevrouw Kruger: Ja, ik ben even benieuwd. De heer Van der Kruijff zegt: dan heb je een heel ander soort preventie nodig, voor drugs als voor alcohol. Ik vraag me af waarom de heer Van der Kruijff denkt dat je een heel ander soort preventie nodig hebt. De heer Van der Kruijff: Nou ja, laat ik het zo zeggen. Laat ik een voorbeeld erbij noemen. Eén van de voorbeelden die ik lees. Dat je in sportaccommodaties, de para commerciële gelegenheden die worden genoemd, waar een biertje drinken heel gewoon is, maar ook als je niet oppast gauw te veel gedronken wordt. Daar ga je op voorlichten.
We hebben niet de indruk, laat ik het voorzichtig zeggen. Maar misschien hebben we het mis. Dan horen we dat. Dat als je daar in de sportkantines kijkt, dat het minder gebruikelijk is om na de wedstrijd in plaats van een biertje ook een jointje meteen te bestellen en daar te gaan roken. Dus dan denk ik: dan ga je toch op andere plekken andere dingen doen. Dat bedoel ik dat we verschillen zien. Mevrouw Kruger: Oké, voorzitter. Mag ik daarop reageren?
5
De voorzitter: Ja, zeker. Mevrouw Kruger: Nou ja, kijk. U zegt: ik neem aan dat of het lijkt me dat. Ik heb het nog niet zo vernomen. Ik weet gewoon dat zeker het cannabisgebruik, of dat nou bij sporters is of waar dan ook. Het is eigenlijk een algemeen goed geworden. Alleen we hebben het er niet over. We praten er niet over. Het is allemaal zogenaamd niet zichtbaar, maar het gebeurt wel. En helaas niet alleen cannabis. Onder jongeren is het ketamine gebruik op het ogenblik booming. En ook onder sporters. Dus daarom denk ik van de voorlichting: ik zie niet zoveel verschil tussen voorlichting over alcohol als in drugs. We hebben het ook over welke leeftijd mag je hebben. We hebben het over illegaal en over legaal. We hebben het over, wat u ook terecht aangeeft, wat zijn de consequenties als je gaat gebruiken, wat je ook tot je neemt. En dat denk ik dat dat voor drugs net zo bijzonder is als voor alcohol. De voorzitter: Maar, goed. Volgens mij bent u het samen eens. Er moet aandacht komen. En op welke manier en waar, dat is dan een verdere uitwerking. Wie nog meer? Niet? Dan geef ik het woord aan de wethouder. Toch wel? Mijnheer Wringer, gaat uw gang. Ik ga dan gewoon het rijtje af. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ja, in het rapport hebben we gewoon in plaats van drugsgebruik alcoholgebruik gelezen in de titel. Daar ging het document ook over.
Maar inderdaad eens met mevrouw Kruger. Dat we ook wel een rapport over softdrugs en andere drugs kunnen gebruiken. Als ik de heer Van der Kruijff moet geloven ben ik al zes jaar aan het aftakelen, na mijn 45ste. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. Voorzitter. Ja, het is altijd gevaarlijk als je een statistiek op jezelf gaat toepassen. De statistiek is een gemiddelde. Het hoeft niet per se voor u te gelden. De heer Wringer: Dank u wel voor uw toelichting. Nou, het rapport gelezen te hebben vonden we dat er toch nog wel van die oude cijfers van een aantal jaren geleden in staan. Dus echt recent alcoholgebruik onder jongeren in Dordtrecht konden wij niet vinden. Maar als het goed is komt er nog een nalevingsonderzoek en een jeugdkaartonderzoek onze kant op. Dus dan hopen we wat meer recente cijfers te krijgen. Ook op het gebied van de naleving. Procentueel, die getallen vonden we wel erg laag. Die kunnen wel omhoog wat Beter voor Dordt betreft. We zijn benieuwd hoe het college dat omhoog gaat krikken. Even kijken. Nou, wij denken dat de focus moet liggen inderdaad op de rol van de ouders, school en de voorlichtingscampagnes. Kunnen de voorlichtingscampagnes niet eerder beginnen? Bijvoorbeeld in groep zeven-acht van de basisschool. Ik kon het niet echt uitvinden wanneer ze nu beginnen, maar ik neem aan de middelbare school. Even kijken. En de doelstelling van 2040.
Dat vonden we wel weer erg ver in de toekomst. Wat is er nodig om die doelstelling naar voren te halen? Dat waren onze vragen vanuit Beter voor Dordt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer De Looze. Welkom ook. De heer De Looze: Ja, dank u wel.
6
De voorzitter: Ik had u nog niet genoemd, dus bij deze. De heer De Looze: Nee, dank u wel. Ja, ik ben er ook. Nee, dit gaat inderdaad over alcohol. Drugs is ook echt een groot probleem, maar volgens mij hebben we het daar nu niet over. En wat mij betreft gaan we daar ook een plan op maken. Maar dat is wel een heel ander punt, zoals gokken. Er zijn heel veel verslavingen. Even nog over dit. Ik heb wel één vraag eigenlijk van: hoe is het effect van de lockdowns? Ik zie dat natuurlijk heel veel jongeren gewoon thuis gaan drinken in schuurtjes, nog meer dan dat ze al deden. Wat heeft dat voor effect op de preventie en op de maatregelen? Of is daar iets over bekend? De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Eén vraag c.q. aanvulling daarop. De heer De Looze zegt: jongeren. Maar juist in deze coronatijd bereikten ons ook wel berichten dat vooral ook ouderen thuiszitten en veel meer gaan drinken. Dus volgens mij moet je het echt veel breder trekken dan alleen jongeren in deze vraag. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Ja? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Nog even een aanvulling daarop. Ik heb de statistieken ook van het Trimbos even nagekeken. En die zeggen juist dat in de covidperiode, zeker de laatste, er minder gedronken werd.
Ik vraag me alleen af hoe dat in de Drechtsteden is, want het verschilt nogal eens. Zuid-Holland schijnt hoger in de cijfers te liggen als de rest van het land. De voorzitter: Oké. Nou, daar komen we nog op terug. Gaat uw gang, de heer Wisker. De heer Wisker: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ja, voorzitter. Ik rook en ik drink, dus ik heb niet zo’n stem in dit hele gebeuren. En volgens de statistieken van de heer Van der Kruijff moet ik al klinisch dood zijn. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. Nee, toch. De voorzitter: Gaat uw gang. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: We gaan er grappen over maken, maar het is echt waar. Mensen die worden eerder chronisch ziek. En dat is niet alleen door alcohol. Dat komt ook door drugs. Dat komt ook door te weinig beweging. Dat komt ook door te vet eten. Je kan een hele reeks opnoemen. Vandaar dat ik heel serieus zei over preventie: je moet het over gezond leven hebben. Hier haal je er één ding uit. Maar kijk er nou integraal naar. Overigens worden de mensen gemiddeld steeds ouder. Dus je kunt dus
7
ook zeggen dat je wel langer leeft, maar een steeds langere periode hebt dat je niet echt goed gezond leeft. Ik bedoel dat heel serieus. De heer Wisker: Ja, nee. Die snap ik. Ik ging er verkeerd op in. Maar ik wou het toch gezegd hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar mijnheer Den Heijer. Die had ook een hand opgestoken. De heer Den Heijer: Ja, dank u, voorzitter. Nou, laat ik het op een andere manier zeggen. Alcohol is slecht. Maar als je het gewoon op een normale manier nuttigt en gebruikt, laten we hier ook niet net doen alsof wij ook geen normale mensen zijn, dan is alcohol gewoon ook hartstikke leuk. En volgens mij heeft dat ook betekenis. Al snap ik ook wat mevrouw Kruger zegt. Als alcohol vandaag opnieuw uitgevonden zou worden, dan zou ik mezelf sterk afvragen of het legaal was geweest. Ja, en weetje. Die oplossingsrichting. Ja, ik hoor in de commissie heel veel denkrichtingen van hoe we dat dan zouden moeten doen. Ik vind dat eigenlijk ook lastig als raadslid. Ja, weetje. Dat laat ik ook liever aan de experts over. Even dan naar de rol van de ouders. Dat hebben we ook eerder geconstateerd met bijvoorbeeld wapenbezit, messenbezit. Vind ik eigenlijk ook de rol van de ouders rondom jongeren die gewoon stevig misbruik maken van alcohol en drugs, vind ik eigenlijk dat die ouders daar de allerbelangrijkste rol in hebben.
Ik zou eigenlijk buiten voorlichting, ja, zou ook misschien in zekere zin handhaving richting die ouders misschien een idee zijn. Ja, weetje. Zo’n kind kan maar één keer verziekt raken. Als dat in zo’n vroeg mogelijk stadium, nou, misschien niet andere maatregelen meer geschikt zijn, dan zou je daaraan kunnen denken. Ik zie de wethouders ook lachen. Ik snap: dat is ingewikkeld. Maar het is voor mij ook echt wel een serieus probleem. Mevrouw Kruger: Voorzitter, even ter interruptie. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Want ik vind het wel een interessant idee. Ik denk wel dat ik een beetje snap hoe de heer Den Heijer het bedoelt. Maar hoe ziet u dat voor zich? Dat ouders een boete krijgen of misschien wel zelfs een gevangenisstraf als in huis dat er cocaïne aangetroffen wordt omdat zoonlief dat ontdekt heeft. Hoe ziet u dat? De heer Den Heijer: Nou, uiteindelijk werkt het natuurlijk zo dat wat ik hier allemaal roep. Gelukkig zijn er rechters die daarover moeten oordelen. Maar ja, met alle respect. Als er inderdaad cocaïne bij mensen thuis ligt en er zitten daar kinderen die daar ook van nuttigen of zwaar alcoholmisbruik dagelijks ondervinden. Dat lijkt me niet zo gek, nee. En als u mij een voorbeeld wil geven. Mevrouw Kruger: Ja, nee. Ik bedoel het ook anders, mijnheer Den Heijer.
Ik bedoel niet dat ouders een krat bier hebben staan of een lijntje hebben liggen of een pilletje. Dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat kinderen, jongeren, iets gebruiken of misbruiken en dat dan de ouders daarvoor gestraft zouden worden. Want ik dacht dat u dat ook bedoelde.
8
De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Kijk, wat ik zeg is dat als ouders aantoonbaar geen poot uitsteken om te voorkomen dat die kinderen op die manier in de ellende terecht komen en hun rol niet pakken, dan vind ik dat je niet alleen maar voorlichting en thee gesprekken. Want dat ademt dit rapport ook. Dan vind ik ook dat er andere stappen mogelijk moeten zijn. En gaan we dat hier in Dordrecht allemaal zelf zitten verzinnen? Nee. Is het bij messenbezit al lastig? Ja, er is een last onder dwangsom voor ouders die kinderen hebben die al voor twee of drie keer met messen op straat gepakt worden. Ja, dat is juridisch ook al hartstikke moeilijk. Maar volgens mij. Ja, ik zit hier ook gewoon om een beetje richting en kleur te geven. Ik denk: ik ga eens een ander perspectief pakken dan de rest. Dan had ik nog een laatste punt over dat punt van drugs. Want ik vind het eigenlijk wel meer dan terecht dat GroenLinks dit op de agenda zet. Ik zou ook graag in die voorlichting. Want als we dan die voorlichting gaan geven, dan zou ik wel graag een perspectiefwisseling willen zien van wat er nou allemaal schuilgaat achter drugs. Want wij noemen het partydrugs, maar uiteindelijk is het gewoon bloeddrugs. Want wat daarachter schuilgaat is criminaliteit. Er zijn jongeren die als loopbandje worden gebruikt om drugs te koerieren.
Jongeren die, we zien het gewoon in steden om ons heen, die ook tegen geweld aanlopen. Die in de ergste gevallen ook neergeschoten worden. Ja, ik vind eerlijk gezegd dat wij ook met de voorlichting dat we daar stevig aandacht op moeten geven. Drugs is niet leuk. Het is geen party. Nee, het heeft te maken met geweld en bloed. Het is eigenlijk gewoon verschrikkelijk. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Een gedeelte zal zo zijn, maar ik moet er toch even wat nuance in aanbrengen. Ja, dat komt een beetje doordat het mijn professie ook is over drugs en alcohol. Want u noemt het partydrugs, maar er zijn heel veel drugs. Ik noem maar GHB of wat dan ook. Nou, daar zit echt geen bloed aan vast. Dat kunnen u en ik in liters tegelijk maken. Daar komt helemaal geen bloed aan te pas en geen criminaliteit ook. Ja, de enige criminaliteit is dat het verboden is. Maar voor de rest. We moeten daar wel een beetje onderscheid in maken. En juist daarom is het zo belangrijk. Want ik ga helemaal met u mee als u zegt van: het zou eens goed zijn als we er ook eens wat meer toch ook over weten. Ik weet periodes geleden hebben we daar wat meer voorlichting ook over gehad, zodat we ook wisten, weten, waar we het over hebben en dan beter richting kunnen geven in wat wij denken dat goed is om te doen. De voorzitter: Goed. Oké. Mijnheer De Boer.
De heer De Boer: Dank u, voorzitter. Ik wil toch even aanhaken op de woorden van mijnheer Den Heijer, want ik kan daar voor een heel groot gedeelte achterstaan. Mijnheer Den Heijer zegt: er gebeuren hier dingen in. Of tenminste, dingen die gebeuren. Die gebeuren in de steden om ons heen. Maar ik geloof ook dat dat hier in Dordrecht gebeurt. Ik kan u zo een aantal plaatsen aanwijzen, maar ik denk niet dat dat hier voor deze tafel is. Waar ik het wel zeker mee eens ben is: we kunnen voorlichting geven op scholen. Nou, dat gebeurt ook al. Maar ik ben het ook zeker met mijnheer Den Heijer eens dat het begint echt bij de ouders. Dat is de basis van het leven van een kind.
9
En er wordt altijd heel erg snel gezegd van: die scholen moeten dit en dat. Maar het begint echt bij de ouders. De voorzitter: Helder. Wacht even hoor. U was klaar, mijnheer Den Heijer? De heer Polat: Ja, een interruptie. De voorzitter: Ja, dan mijnheer Polat. Een interruptie. De heer Polat: Ja, ik ben het er helemaal mee eens dat de ouders een bepaalde verantwoordelijkheid hebben. Maar u moet ook niet vergeten dat die jongeren gewoon een bepaalde manier van gedrag hebben, peer pressure. Als zij gewoonweg in een bepaalde setting zitten waarbij in die groep wordt gebruikt, dan kan je gewoonweg heel moeilijk de ouders daarvan de schuld geven dat dat kind meedoet met die andere jongeren. Dus u moet het dus ook relativeren en niet alles gewoonweg bij de ouders leggen. U moet dan ook gewoon kijken van: ja, hoe kunnen wij de groep als mens, als jongeren, gaan aanspreken. Vindt u dat gewoonweg geen beter idee? De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel. Mijnheer Polat, ik begrijp u heel goed. Wat ik bedoel: terug naar de ouders. Ik denk dat dat ook een stuk te maken heeft met respect. Kinderen hebben tegenwoordig minder respect voor handhaving. Daar hebben we het ook al over gehad. Maar ook voor de ouders. En aan de andere kant, ouders zijn tenminste tot de kinderen achttien zijn, zijn ze ook verantwoordelijk voor de kinderen. En, nou ja.
Ik denk inderdaad ook een stukje respect. Dat ontbreekt ook heel veel. Ik weet ook dat jongeren inderdaad van bepaalde achtergronden ook vaak, zeg maar, het heft in handen hebben achter de voordeur. Dus dat speelt ook, denk ik, mee. Dus ik denk echt een beetje terug naar de menselijke mate. Dat mag van mij wel, ja. De voorzitter: De heer Polat, laatste keer. De heer Polat: Ja, ik ben het er helemaal mee eens, voorzitter. Ik ben het er helemaal mee eens dat de kinderen gewoon meer respect moeten hebben voor de ouderen. Maar niet alleen voor de eigen ouders, maar voor iedereen eigenlijk in de samenleving. Maar het punt is: het is op dit moment, wat mevrouw Kruger ook zegt, drugsgebruik is maatschappelijk min of meer misschien wel niet zichtbaar maar wel geaccepteerd. Heel veel jongeren gebruiken drugs. En sommige gebruiken cannabis. Maar sommige gebruiken GHB, ketamine, XTC of wat dan ook. Het is dus. D66 is ervan. Wij vinden dat het gewoon belangrijk is dat de kinderen, de jongeren, gewoon geïnformeerd of voorgelicht worden dat dat gewoon gevaarlijk is voor de toekomst. De voorzitter: We vallen nu in herhaling. U begon met te zeggen: ik ben het helemaal met de heer De Boer eens met een nuance daarop. Dus zullen we het daarbij houden? De heer Polat: Ik ga gewoon met mijn woordvoering verder. De voorzitter: Ik dacht dat dit uw woordvoering was.
10
De heer Polat: Dit was helemaal niet mijn woordvoering. De voorzitter: Dan maakt u snel uw woordvoering af. Maar ik weet niet of de heer ’t Lam nog een woordvoering had? De heer ’t Lam: Nee, voorzitter. Ik heb verder niets toe te voegen. Ik vraag me alleen af omdat we nu een formeel stuk over alcohol moeten vaststellen en we een hele discussie voeren over drugs. Hoe we dat verdisconteren in het te nemen besluit. Het is een beetje een vrijblijvende discussie geworden. De voorzitter: Nee, dat ben ik met u eens. Maar we hebben met zijn allen wel deze vragen. Althans, met voldoende deze vragen. Dus we gaan daar straks even kijken hoe we daar een mooi soepje van maken. De heer Polat, gaat uw gang. De heer Polat: Ja. Ik zal het kort houden. Op de eerste plaats zijn wij het gewoon wel eens met de politieke vraag. Dus wat GroenLinks ook heeft toegelicht. Daar staan we gewoon als D66 wel achter. Het plan is natuurlijk wel goed. Alleen wel toegespitst op alcohol. We hadden dat ook verwacht. Ik dacht dat het gewoonweg ook een preventieplan was voor drugs, maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Dat vinden wij vreemd. Dus een aanvulling van het plan met drugs, dat zouden wij wel toejuichen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we iedereen gehad. Mevrouw Van den Bergh? Nee. Met alle respect, u bent net binnengekomen.
Ik stel u voor dat u even luistert naar de antwoorden van de wethouder. Mochten er geen dingen aan bod komen waarvan u zegt: dat vond ik belangrijk. Dan geef ik in de tweede termijn even de gelegenheid. Want anders ben ik bang dat we volledig in herhaling gaan vallen. Dat zou ik zonde vinden van de tijd. Ik geef wethouder Van der Linden, denk ik, het woord. Nou, het plan als zodanig kan zijn goedkeuring vinden in de meerderheid, zij het met hier en daar een opmerking over de deadlines en dat soort zaken die door Beter voor Dordt zijn genoemd. Maar ja, hoe zit het nou eigenlijk met die drugs? Wanneer gaan we daar iets van zien? De heer Van der Linden: Dank, voorzitter. Mag ik misschien nog even terugkomen op mijn eerdere antwoord aan de heer Van der Kruijff? De voorzitter: En dat ging over de dark stores? De heer Van der Linden: Dat ging over de dark stores. Daar heb ik inmiddels op de mondelinge vraag een mondeling antwoord. Dit is nu wel onderkent of bekend dat het in andere steden speelt. Voor zover wij weten nu nog niet bij ons. Maar je kan er natuurlijk op wachten dat dat ook een keer gaat gebeuren. Dus we zijn zoals we er nu naar kijken voornemens om dat binnenkort op te pakken via een bestemmingsplanwijziging. Een uitgebreidere beantwoording volgt natuurlijk aan de hand van de artikel 40 vragen. En dan kan het ook wat anders worden dan wat ik nu zeg. Ja?
11
De heer Van der Kruijff: Voorzitter. Wij krijgen echt in de fractie dat bijvoorbeeld Flink hier al behoorlijk in Dordrecht met de marketing begonnen is. Dus het is echt al aan het opstarten. Als u zegt: ik heb nog geen signalen. Dan zou ik ze u wel kunnen doorsturen. De heer Van der Linden: Dat hoeft niet. Ik heb ze niet, maar ze zijn er dan vast. Maar in ieder geval, dat is nu het antwoord. Dat is op de radar verschenen en daar komen we op terug op korte termijn. De heer Van der Kruijff: Oké. Dank u. De heer Van der Linden: Dank u wel. Dan is dat beantwoord. En dan ga ik even in op de vragen en opmerkingen. U heeft ook vooral het gesprek onderling gevoerd, dus dat is altijd goed natuurlijk. Ik probeer even een scheiding te maken tussen de vragen die over het preventie- en handhavingsplan alcohol zelf gaan. Dat zijn er maar een paar eigenlijk. En over de politieke vragen die u stelt van: moeten we niet meer doen aan, nou ja, in ieder geval het in beeld brengen van die oorzaken van drugsgebruik onder jongeren. Even over de inhoud van het stuk zelf. Dat klopt. Dit vloeit voort uit verplichtingen als gevolg van de alcoholwet, wat natuurlijk een prima aanleiding is om hier fors op in te zetten. U heeft het gelezen en hier en daar ook waardering uitgesproken. Waarom 2040? Dat was een vraag van de heer Wringer.
Nou, dat is een mijlpaal, een jaartal, dat komt voort uit het landelijke preventieakkoord. Natuurlijk ga je niet eind 2035 ergens beginnen. Je gaat nu al van start. Maar dat is eigenlijk het einde van de termijn van het preventieakkoord. Nalevingscijfers. Ja, die zijn wat verouderd. Maar in maart komen er nieuwe nalevingscijfers. Dat zijn van die periodieke onderzoeken. Even kijken. Ja, en u vroeg zich ook af: wanneer begint eigenlijk die voorlichting op scholen? Ja, dat is een beetje afhankelijk van wat scholen zelf aangeven. In het algemeen is wel de nijging onder andere van de GGD om niet te vroeg te willen beginnen, want dan kan het ook op gegeven moment nieuwsgierig maken. Scholen geven natuurlijk zelf vaak aan: het begint te spelen bij ons. Nou, dan ben je er op tijd genoeg bij. Een beetje zijdelings van dit rapport, maar ik heb een paar jaar terug een keer op initiatief van het ziekenhuis een sessie bijgewoond en dat vond ik echt heel waardevol dat ze dat deden. Waarbij ze tweehonderd schoolkinderen uit groep zeven en acht op een vrijdagmiddag ook nog eens een keer in een auditorium hadden. Toen kwamen er zes artsen. En die gingen het hebben over alcohol en drugs, maar ook bijvoorbeeld over vuurwerk en verkeer. Wat dat allemaal kan doen met je lijf. Inclusief natuurlijk ook dat iemand met een witte jas maakt meer indruk dan iemand in een blauw pak.
Dat is zeer terecht ook. Zeker, ja. En ik merkte dat dat ontzettend aansprak. Ik bedoel: ik heb weleens geprobeerd om iemand twee uur naar mij te laten luisteren. Dat ging niet zo goed. Maar daar was het geen enkel punt. Zes artsen, twee uur lang ademloze toehoorders. Dus dan heb je precies de leeftijd te pakken dat het begint te spelen. Dat moet je net ietsje voor zijn. Nou, dat werkte heel goed. Dat is eigenlijk hier ook een beetje zo. Dus de eerste klas middelbare school, de tweede. Dat zou dan net op tijd zijn. Ietsje te vroeg moet je ook niet doen. Maar dat hangt ook een beetje af van wat scholen aangeven. Dat even over de vragen over het stuk zelf. Mevrouw Kruger: Voorzitter.
12
De voorzitter: Mevrouw Kruger, een korte vraag. Of niet. Mevrouw Kruger: Ja, ja, ja. Nou ja, ik vraag me af waarom dat de wethouder aangeeft dat je te vroeg zou kunnen beginnen omdat je dan nieuwsgierig maakt. De voorzitter: Geweldig. Mooie vraag. De wethouder. De heer Van der Linden: Als je echt te vroeg begint, dan denkt een kind misschien van: ja, waar gaat dit over. Dit boeit me niet. En als je te laat begint, dan hebben ze allang geëxperimenteerd. Je moet natuurlijk op tijd beginnen om ervoor te zorgen dat ze meteen snappen wat er aan de hand is als ze ermee in aanraking komen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Nee, dan begrijp ik het goed. Want het gaat er dus inderdaad om. Kijk, als hele kleine kinderen. Die kan je dan wel als ze ermee komen kan je er iets over vertellen. Nee, oké. Ik snap het. Ja, de voorzitter kijkt heel streng. Ik hou mijn mond. De voorzitter: Ja, we hebben heel wat punten op de agenda staan die ik vermoed ook nog wel wat tijd gaan vreten. Dus ik zit een beetje te jagen inderdaad. De heer Van der Linden: Nou, dan is dit even het blokje vragen over het plan zelf. Ja, dan eigenlijk de politieke vragen. Zijn die oorzaken van drugsgebruik onder jongeren nou voldoende in beeld? Dat is eigenlijk een hele goede vraag.
We weten wel uit de gezondheidsmonitor, dat ga ik even voorlezen, dat acht procent van de dertien- tot vijftienjarige in Dordt weleens hasj of wiet gebruikt. Waarvan vier procent aangeeft dat dit in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek is gebeurd. Acht procent van deze leeftijdsgroep heeft ook weleens lachgas gebruikt. Nou, dat zijn cijfers en die corresponderen min of meer met landelijk. Alleen bij ons zijn ze ietsje lager. De landelijke cijfers gemiddeld respectievelijk gaat het om negen tot tien procent. Nou, dat is dus ietsje hoger. Dat zegt natuurlijk niks over de oorzaken. Dat vind ik ook best een ingewikkelde vraag, want ik denk dat oorzaken, ja, die kunnen natuurlijk vanuit alles en nog wat voortvloeien. Dat merken we ook bij corona. Ik bedoel: als er thuis van alles misgaat zou dat eerder een aanleiding kunnen zijn dan als je gewoon het thuis goed op orde hebt maar op school helemaal niet lekker kan functioneren. Dus dat vind ik best een ingewikkelde vraag. Doen we er wel wat aan? Ja, zeker. Net zoals er over alcohol voorlichting wordt gegeven wordt ook drugsgebruik wel meegenomen. Dat hangt ook een beetje af van de vraag die scholen hebben. Daarnaast zijn er ook consulturen beschikbaar via de GGD als scholen of ouders zien dat een kind in aanraking komt met drugs of dreigt in aanraking te komen met drugs.
Dus daar gebeurt dan op dat moment wel degelijk wat mee. Nou, een laatste stap is natuurlijk: wat doe je met handhaving? Daar wordt in het stuk zelf over alcohol natuurlijk ook wel wat over gezegd. Nou, de situatie die u net beschreef. Als er in woningen hoeveelheden cocaïne worden aangetroffen, ja, dan volgt er natuurlijk al een heel ander soort strafrechtelijk onderzoek naar dan wanneer je dat hier en daar eens een keer een sigaretje is. Dat valt natuurlijk eigenlijk niet onder het bestek van wat je in preventiebeleid doet. Wat je natuurlijk
13
weleens merkt, en dat merk ik ook vanuit de portefeuille jeugd wel, is dat er situaties spelen in een huis waarin je ook dingen als een huurschuld of een heel onveilig opvoedklimaat. Ja, daar kan natuurlijk ook van alles rond criminaliteit gebeuren. Dan heb je het over situaties die van mekaar kunnen verschillen. Tot zover even, denk ik, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond voor een tweede termijn. Mevrouw Van der Bergh, had u nog iets niet gehoord wat u wel graag wilde horen? Mevrouw Van den Bergh: Nou, wij hadden alleen een algemene opmerking. Gewoon een hele algemene korte opmerking. Want we hebben het nu vooral over de negatieve kanten en daar is ook het beleid op gericht. Dat is ook volkomen terecht. Maar wij denken van: het is ook een zekere. Het geeft ook een zekere binding, het alcoholgebruik. En het heeft ook positieve kanten. Dat wou ik toch even zeggen. Dat het niet alleen maar kommer en kwel is. De excessen moet je aanpakken. Maar op zich, het gebruik op zich, als je dat gewoon normaal doet is dat heel gezellig en kan heel bindend zijn. Dat wou ik even als algemene opmerking nog even zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Andere voor de tweede termijn? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Ja, ik denk dat het terecht is gezegd. Het gaat hier om de alcoholwet ook.
Nou, ik denk zoals we het nu hebben gezien, dat stuk is voldoende onderbouwd en alle maatregelen die genomen moeten worden. En ik vind het fijn dat er dan toch nog ook gaat gekeken worden naar hoe drugs hierin passen. En niet alleen drugs, denk ik. We hebben het ook over, de heer Van der Kruijff noemde het terecht, de volledige gezondheid van mensen. Dus dan heb je het ook over suiker, dan heb je het over vetten. Ja, de heer De Looze noemde ook naast middelenmisbruik ook het gokken. We hebben zoveel andere problemen. Vandaar dat de vraag ook was: de oorzaken. En de oorzaken kunnen heel divers zijn. Maar het gaat meer ook. Het allerbelangrijkste is denk ik, daarom reageerde ik net op wat u zei. Je kan soms te vroeg beginnen. Het moet genormaliseerd worden om erover te praten. En alcohol kunnen wij over praten, want dat is legaal. Maar drugs. Ja, daar zit zoveel illegaliteit in, dus we houden dat maar een beetje. En dan hebben we het over bepaalde gezinnen waar het in voorkomt. Nou, geloof mij, mijnheer De Boer. Het komt overal voor in elk gezin. En elk kind kan dat gaan gebruiken. Dus in die zin lijkt mij het fijn als we daar ook weer eens een keer een stuk voorlichting over krijgen of het gesprek over aangaan om te zien hoe of wat. De voorzitter: Ik geef het woord even aan de heer Van der Linden.
De heer Van der Linden: Als ik u zo hoor, dan gaat u het eigenlijk niet zo zeer sec over drugs maar meer eigenlijk over een algehele voorlichting over preventie, zeg maar. Of over een opvoedklimaat waarin dit soort vragen aan de orde kunnen komen. Mevrouw Kruger: Nou, zeker. Want ik hoor nu net. We horen zeggen: ouders die zijn de belangrijkste factor en die moeten dan maar eens beter opletten. Er moet respect voor ouders zijn. Nou, ouders zouden ook eens wat meer respect voor kinderen moeten hebben over hoe zij dingen doen. En niet alleen maar een klap op je kop en afstraffen en
14
je gaat de deur niet meer uit. Dat helpt allemaal niet. Ik bedoel: het gaat er gewoon om dat we moeten weten wat er in de samenleving is. En dat kan je allemaal oplossen met allerlei trucjes en beter weten van niet. Maar daar gaat het mij meer om. We willen een gezonde samenleving. Er zijn zoveel dingen die verborgen blijven. Hoe kunnen we dat wat beter bespreekbaar maken. De voorzitter: Mag ik een voorstel doen? In de eerste plaats het stuk over alcohol wat vanavond op de agenda staat, dat wil ik eerst even afkaarten of dat als hamerstuk of als bespreekstuk naar de raad moet. Hamerstuk? Ja. Dan het tweede punt. Ik hoor mevrouw Kruger zeggen en ik hoor de wethouder nadenken over wat meer informatie en voorlichting over alcohol en andere verslavende drugs en gokken en wat allemaal nog meer verslavend is. De oorzaken die daaraan ten grondslag liggen en welke maatregelen preventief, repressief, in welke zin dan ook, effect hebben. Nu krijgen we in het nieuwe seizoen, of het nieuwe seizoen, de nieuwe raadsperiode, een andere manier van vergaderen. En ik zou willen voorstellen om eens aan de griffie te vragen of dit misschien een thema is wat op zo’n opiniërende sessie kan worden voorbereid, voor zo’n opiniërende sessie kan worden voorbereid. Is dat een voorstel wat uw instemming kan wegdragen? Dan hebben we het eerste onderwerp te pakken voor de opiniërende bespreking.
Maar ik sluit niet af voordat ik de heer Van der Kruijff het woord heb gegeven. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter. Ik ben het er helemaal mee eens. Alleen merkte ik in de dialoog die we net met elkaar hadden wel heel veel focus op jongeren en scholen en voorlichting. Hoe terecht ook. Maar deze problematiek zit ook echt in de leeftijdsgroepen daarboven die niet meer bij hun ouders thuis wonen of zelfs al vijftig plus zijn. Ja, die wonen heel soms ook nog bij hun ouders thuis. Maar daar moet je ook op inzetten en wat van vinden. Dus wel die brede scope dan graag. De voorzitter: Helder. Ik zie ook instemmend geknik her en der, dus dat nemen we zo mee. Ja. Oké. Dan sluit ik dit punt af. Het voorstel. Dank u wel, mijnheer Van der Linden. 5. Beantwoording vragen aan college m.b.t. Winkeltijdenwet De voorzitter: Dan gaan wij door naar het volgende punt. En dat is de beantwoording vragen aan het college met betrekking tot de winkeltijdenwet. En ik heb hier op mijn briefje staan dat mevrouw Ali als inspreker aanwezig is. U kunt. Welkom. Gaat u rustig zitten. Ook welkom, mijnheer Ali. Kijk. Dit is de commissie bestuur en middelen. Dit zijn een aantal raadsleden en commissieleden waarvan een aantal heeft gezegd: we willen graag de reactie van het college op uw verzoek bespreken. Nou, u heeft gebruik gemaakt, althans, wil gebruik maken van de mogelijkheid om in te spreken.
Nou, dat is hartstikke mooi. Dat vinden we altijd geweldig en dat menen we serieus. Maar u krijgt daar maar vijf minuten de tijd voor. Als het goed is bent u daarover geïnformeerd. Ik hou natuurlijk de tijd wel een beetje in de gaten. Dus u kunt daar dadelijk als ik u het woord geef op dat middelste knopje drukken. Dan gaat er een lampje branden. En dan kunt u uw verhaal doen. Bent u er klaar voor? Ja. Gaat uw gang.
15
Mevrouw Ali: Allereerst bedankt dat we eigenlijk hier mogen zijn. Wij hadden het inderdaad over de nachtvergunning gehad en dat we dat heel graag willen gaan openen hier in Dordrecht, omdat het eigenlijk ook onze droom is al jarenlang. Nou ja, wij weten dat Dordrecht eigenlijk, ja, de laatste tijd gewoon heel erg aan het innoveren is. Er komen allemaal nieuwe gebouwen, enzovoort, enzovoort. En het is eigenlijk ook wel een hele grote stad. Ja, wij vinden eigenlijk dat we een beetje achterlopen vergeleken met grote steden. En dat blijkt ook een beetje door de nachtwinkel. Wij zien ook eigenlijk zelf ook een gat in de markt die we heel graag willen opvullen. En met de nachtwinkel willen wij eigenlijk ook laten zien dat we ook, ja, Dordrecht ook bij de grote steden hoort en dat wij ook alles hebben. En ja, de afgelopen jaren weten we ook dat heel veel ondernemers ook het zwaar te verduren hebben gehad door de corona. En we willen eigenlijk zo een nieuw leven blazen in het ondernemerschap in Dordrecht en ook in omstreken. En ja, onze doelgroep zal dan met name ook werkende burgers zijn. Zowel jong als oud. En die eigenlijk op onregelmatige tijden werken. En ook met name ouders met kinderen die soms een boodschapje vergeten zijn te doen. En een goed voorbeeld is eigenlijk Dauud. Die werkt eigenlijk met ploegendienst.
Dus dan heb je ook niet altijd de mogelijkheid om even snel een boodschapje te doen, omdat je toch eigenlijk voorkeur geeft aan een beetje uitslapen of andere verplichtingen natuurlijk in het huishouden die ook moeten gebeuren. Ja, wij onderscheiden ons eigenlijk ook een beetje van andere nachtwinkelhouders. Want onze focus ligt niet met name op de alcoholverkoop, maar meer echt voor de normale werkende burgers die niet kunnen shoppen tijdens de normale winkeltijden. En ja, waarom we hier zitten. We willen eigenlijk in samenwerking eigenlijk met de gemeente kijken van: hoe kunnen we dit het beste aanpakken. Is dit mogelijk. En daar hebben we jullie hulp voor nodig. En ja, even kijken. Wij hopen eigenlijk natuurlijk op een goedkeuring. Daar zitten we ook voor hier. En zo kunnen we eigenlijk ook iets positiefs geven aan medeburgers. Want ja, er is wel eigenlijk ook een animo daarvoor, voor een nachtwinkel wat toegankelijk is voor heel de Drechtsteden. Dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Nou, dat was heel snel. Nou, dan geef ik nu het woord aan diegene die u nog een vraag willen stellen. En daar kunt u gewoon op uw gemak op antwoorden. En als u de vraag niet begrijpt of wat dan ook of geen antwoord weet, dan kunt u dat gewoon zeggen. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, dank je wel voor je enthousiaste verhaal. Eén vraagje. Je noemde een keertje alcohol.
Daar hebben we het net trouwens heel uitgebreid over gehad. Ik merk als je erover praat soms nog wel zorgen dat als je een nachtwinkel begint dat het allemaal figuren aantrekt die daar straks alcohol kopen en dat voor de deur gaan opdrinken en dan overlast veroorzaken. Je zult de verhalen vast ook kennen. Hoe belangrijk is het voor jullie om überhaupt alcohol in je nachtwinkel te kunnen verkopen? Of zou je zeggen: een vergunning zonder alcohol zou voor ons ook prima zijn? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Ali: Een vergunning zonder alcohol. Ja, zonder een alcoholvergunning zou ook goed zijn voor ons. Ja.
16
De voorzitter: Mijnheer Den Heijer zag ik. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Ja, dank voor uw inspreekbijdrage. U geeft aan dat er behoefte is. Nou, dat geloof ik ook wel. Maar kunt u mij ook aanwijzen op welke plekken dat u denkt dat daar behoefte voor is? Heeft u daar onderzoek naar gedaan bijvoorbeeld? Mevrouw Ali: Een locatie is ook iets wat heel belangrijk is. Ik denk dat het gewoon iets is waar wij ook zeer zeker ook rekening mee moeten houden. Vooral voor bewoners bijvoorbeeld die er omheen wonen. En om juist overlast te voorkomen, dat is ook één van onze doelen, moeten we daar ook over nadenken. En daarom denk ik dat in de buurt van. Nou ja, laat ik het zo zeggen. Niet heel erg in de buurt van bewoners een locatie daar. En dan omstreeks. Dan heb ik het over Weeskinderendijk bijvoorbeeld. Een Krispijn. Of in het centrum een pandje wat leegstaat waar gewoon niet veel mensen er omheen wonen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag mijnheer Wringer. Gaat uw gang. De heer Wringer: Ja, dank u, voorzitter. Dank voor uw toelichting mevrouw. Ik had dezelfde vraag als de heer Den Heijer. Maar ook: hoe ziet u de openingstijden van de winkel? Tot hoe laat zou u open willen zijn? Mevrouw Ali: Het liefst tot zes uur in de ochtend. Omdat dan daarna ook de meeste normale winkels ook wel geopend kunnen zijn.
En dan heb ik het over bijvoorbeeld een AH to go bijvoorbeeld bij het centraal station. Die gaat daar ook om zes uur open. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, dank voor het inspreken. Ook wij zien wel mogelijkheden in een nachtwinkel. Ik wilde aan u vragen: u heeft dan een paar locaties opgegeven. Hoe denkt u die overlast te voorkomen? Dat is een vraag van ons. Wat denkt u daar zelf bij? Heeft u ervaring met een nachtwinkel in een andere stad? En bent u in overleg met de gemeente hoe dit te realiseren? Bent u daarover in een goed gesprek? Mevrouw Ali: Dat zijn we niet, helaas. Maar dat willen we heel graag juist. Daarom zijn we ook hier. Omdat we het gewoon qua aanpak heel graag in overleg willen doen samen met de gemeente. Mevrouw Van den Bergh: Nog even. Heeft u ervaring met een andere nachtwinkel? Mevrouw Ali: Wij hebben geen andere nachtwinkel ooit geopend. Wel hebben we het van dichtbij meegemaakt en gezien hoe het daar, hoe ze daar te werk gaan. Maar niet echt concreet dat wij een winkel ooit hebben geopend. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank voor uw inspraak. Ik was even benieuwd even wat voor soort winkel wil u gaan openen? Is het een winkel met een bepaalde misschien
17
cultuurachtergrond of wordt het een kleine supermarkt, een buurtsuper? Of kan je er misschien ook de eerste krant ’s morgens halen daar? Zou ook heel fijn zijn. Mevrouw Ali: Dat vind ik een heel goed idee om eerlijk te zijn. Het liefst willen we eigenlijk van alles en nog wat eigenlijk hebben. Dat eigenlijk iedereen daar terecht kan. Laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Ik zag de heer Polat. Gaat uw gang. De heer Polat: Ja, dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag, wat mevrouw Van den Bergh heeft gesteld. De nachtwinkel trekt natuurlijk jongeren of mensen aan die gewoonweg daar toch voor overlast gaan zorgen. Er is gevraagd: heeft u daar ervaring mee of hoe gaat u dat oplossen? Maar hebben jullie gewoonweg in andere gemeenten, hebben jullie gewoonweg ook gekeken naar die nachtwinkeleigenaren, hoe ze daarmee omgaan? En hoe jullie dat hier anders zouden willen gaan doen? Mevrouw Ali: We hebben inderdaad wel meegekeken. Maar qua aanpak. Ja, ik denk niet dat het in elke gemeente hetzelfde werkt. Laat ik het zo zeggen. En daarom zitten we ook hier, want wij willen samen met de gemeente gaan kijken: nou ja, hoe kunnen we dit het beste aanpakken? Ook met de locatie wat dat betreft. Daar staan wij gewoon helemaal, ja, blanco daarin en staan we open voor alle feedback en adviezen daarin. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Dank u wel.
Ja, dank voor uw enthousiaste verhaal. Want ik kreeg dat gelijk. Ik ben altijd een beelddenker, dus ik zag dat ook voor me. Dat als je uit een nachtdienst komt dat je dan toch, of uit een avonddienst, dat je dan toch misschien verse broodjes kan kopen en wat beleg erbij. Of als je iets mist in je huis, dat je dat dan toch even snel kan kopen. Maar ik vroeg me echt af. U zegt: ja, ik heb geen ervaring met een nachtwinkel. Maar ja, weet u of er ook onderzoeken bestaan in Dordrecht of de regio dat wij daar echt behoefte aan hebben? Want ikzelf zou het heel fijn vinden. Ik denk. Gevoelsmatig zeg ik: ja, het past in onze stad. De heer Den Heijer, nou, die wordt vaste klant. Dat zie ik al. Die wordt weleens wakker van zijn baby dat die dan toch denkt: nou, ik ga maar even toch wat halen. Nee, zijn er cijfers over? Het zou zo zonde zijn als u iets begint en dat als een nachtkaars uit zou gaan. Mevrouw Ali: Daar heeft u helemaal gelijk in. Ik denk dat het ook wel verstandig is dat we gewoon ook met iets concreets komen zoals een marketingplan bijvoorbeeld. En met daarin ook cijfers en dat we kunnen aantonen van hoe we dat exact willen aanpakken. Dus daar kunnen we zeer zeker voor zorgen. De voorzitter: Nog één aanvullende korte vraag.
Mevrouw Kruger: Ja, want het was dan eigenlijk is het nu ook de bedoeling dat u wil verkennen of het überhaupt mogelijk is? Of het al de moeite waard is om dit te gaan starten? Ja, oké.
18
De voorzitter: Mijnheer Wisker. De heer Wisker: Ja, dank u wel. Mevrouw, bedankt voor uw inspreken. Waar ik even benieuwd naar ben is de betaling. Gaat u ook contant geld accepteren? Want dan bent u een ongeveer een sitting duck iedere nacht. Of zegt u: alleen pinbetalingen, dan zijn we niet zo kwetsbaar. Mevrouw Ali: Wij willen gewoon alles met pin laten afrekenen. De voorzitter: Ik kijk nog één keer rond. Volgens mij zijn alle vragen gesteld die gesteld konden worden. Ik dank u voor uw verhaal. Bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Het was in ieder geval heel verhelderend, denk ik, als ik zo rondkijk voor een aantal raads- en commissieleden. U kunt daar weer gaan zitten. De commissie gaat nu, zeg maar, over de vragen die zijn gesteld bespreken. En ja, wij zijn allen heel benieuwd wat eruit gaat komen. Het zijn, als ik goed ben geïnformeerd, de fracties van de VVD en Beter voor Dordt die als eerste dit op de agenda hebben gezet met steun van andere. Wie van hen mag ik als eerste het woord geven? De heer Den Heijer: Voorzitter, ik was me niet helemaal ervan bewust dat ik de eerste was. Beter voor Dordt mag ook beginnen wat mij betreft. De voorzitter: Dat is heel aardig. Mijnheer Wringer, aan u het woord. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Dank, de heer Den Heijer. Eens even kijken. Beter voor Dordt is wel voorstander van uitbreiding van de winkeltijden.
Ik zal het kort houden. Deze wens komt ook vanuit de winkeliers die we hebben ontvangen. Wat vinden we van de nachtwinkel. Daar maken we ons wat zorgen natuurlijk over de overlast. Dat moet goed gemanaged worden. Ook wij denken dat Dordrecht wel klaar is voor een nachtwinkel. Ik ken steden die de helft zo groot zijn en wel een nacht- of een avondwinkel hebben. We denken dat ook een nachtwinkel misschien ook wel het sociale gevoel kan bevorderen. Daar hebben we het natuurlijk ook al een beetje over gehad in de binnenstad. Dat je wat meer reuring wil hebben. Maar overlast moet natuurlijk beperkt blijven. We zien graag de winkeltijdenverordening na de verkiezingen terug op de agenda. Ik denk dat dat ons doel en plan is. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, bent u er klaar voor? De heer Den Heijer: Helemaal, voorzitter. Dank u wel. Ik neem u even mee naar het mooie en het voorspoedige jaar 2023. Onze winkeliers mogen dan zeven dagen per week open zijn. Maandag tot en met zaterdag van zes uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. En op zon- en feestdagen van zes uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. En op 4 mei? Ja, dan doen we een kleine beperking van zes uur tot zeven uur ’s avonds. De ondernemers mogen uiteraard binnen deze tijden zelf hun openingstijden bepalen. Hoe fijn zou dit zijn? Dan nu weer terug naar 2022.
Er is een waslijst aan dagen dat de winkeliers hun deuren verplicht gesloten moeten houden. Onze verordening werkt als een strak en knellend korset op onze winkeliers die het de afgelopen twee jaar ongelofelijk zwaar hebben gehad. En nog steeds zitten we in een anderhalve meter
19
samenleving, tot in ieder geval dinsdag, en kan een zwaardere variant ook weer roet in het eten gooien. Deze ondernemers verdienen dus alle steun en ruimte. Onze verordening zorgt ervoor dat op tien à twaalf dagen Dordtenaren naar de concurrentie in omliggende steden gaan. Tijdens Pasen, Pinksteren, Nieuwjaarsdag, ga zo maar door. Treinen vol met Dordtenaren vertrekken naar Rotterdam of Breda om daar hun inkopen te doen en daar dus hun geld uit te geven. Voorzitter, gezellig met je familie in onze eigen binnenstad winkelen hoort toch ook bij een feestdag? Daar hoeft u geen antwoord op te geven hoor. En dan over zondagochtend. Elke grote stad om ons heen geeft ondernemers de mogelijkheid om ook in de ochtend open te zijn. Wij niet. De tijden zijn wel wat veranderd. En na maart moeten we deze koers ook gewoon gaan verleggen. De vraag is ook hoe wenselijk het is dat voor de verkoopactiviteiten, ik heb het al even opgezocht, of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel, bijvoorbeeld verkoop tijdens beurzen, manifestaties, en verkoopshows, op uitgesloten dagen een ontheffing aangevraagd moet worden. Voorzitter, hoe betuttelend is dat eigenlijk? Een vraag aan het college. Bovendien denken we ook gezien de inspreekbijdrage dat in een gezellige bruisende stad het mogelijk moet zijn om op plaatsen waar dat kan een nachtwinkel de deuren te laten openen.
Goed dat het college ook voornemens is dat dark shops en minidistributiecentra met een snelle bezorgservice via bestemmingsplannen aan banden te leggen. Want in die ontwikkeling zie je dat we eigenlijk voorbij zijn gestreefd door de tijd. We hopen in de beantwoording van de artikel 40 vragen op verdere concretisering van het voornemen. Het kan ook niet zo zijn dat we miljoenen investeren in die gezellige binnenstad en winkelcentra en dat dit teniet wordt gedaan door dit soort ontwikkelingen en alle overlast en verkeersonveiligheid van dien. Het gekke is overigens wel, voorzitter. En daar wil ik mee afsluiten. Op zondagochtend mag je niet naar de buurtsuper, maar wel boodschappen bestellen bij een dark shop die tien minuten later voor je deur staat. Is het college het met ons eens dat dit op zijn minst een beetje vreemd is? Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Andere geluiden op dit punt? Mijnheer De Looze. De heer De Looze: Ja, ik heb op zich wel een iets ander geluid. Maar op die laatste vraag. Dat vind ik ook heel raar. In die zin. Ja, die dark shop zou op zondagochtend ook dicht mogen, wat mij betreft. Dus dat daarover. Kijk, op zondagochtend is het gewoon heerlijk om gewoon even rust te pakken. Dat is eigenlijk een basis, zeg maar, die we al duizenden jaren doen. En dat rust pakken, dat doen wij in Dordrecht ook. Dan is het heerlijk rustig in de binnenstad.
Dan kan die middenstander of die kleine winkelier ook even een keertje uitslapen, één keertje. En dat doen andere steden ook. Leiden, Tilburg, Maastricht. Er zijn zat steden waar het op zondagochtend gewoon lekker rustig is. En dat is prima. De voorzitter: Ik zie mevrouw Kruger naar de knop duiken voor een interruptie. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik snap het betoog van de heer De Looze over zondag rust en lekker rustig. Maar denkt u dat iedere ondernemer, kleine ondernemer, tegenwoordig, nu, dat die van dezelfde mening is toegedaan? En dat iedere bewoner van de stad van diezelfde mening is toegedaan? Want wat nou als er toch veel meer mensen van een andere mening zijn toegedaan? Zou het dan toch niet zo kunnen
20
dat het sprookje van de heer Den Heijer waarheid zou kunnen gaan worden? Want het is uw beleving. De heer De Looze: Nee, precies. Nee, ik weet wel zeker: als een meerderheid van de gemeenteraad het anders wil, dan gaat het ook anders gebeuren. In die zin is dat gewoon hoe het systeem of de democratie zoals het is. Dus wat dat betreft respecteer ik dat. Maar het is wel. Er is, denk ik, echt wel een grote groep die het prima vindt om ook af en toe rusttijden in te bouwen. Dat is niet per se, niet alleen christelijk, maar dat is ook breder. Gewoon goed om eens in de week of eens in de zoveel tijd rustmomenten in te bouwen. En ja, allerlei ontwikkelingen die gaan dat tegen. Dat zie je ook, die dark stores. Ja, de naam zegt het al. Die omzeilen eigenlijk het liefst alle regels. Die werken het liefst onder het minimumloon. Die gaan het liefst altijd door. En dat is gewoon een trend die we kennen. De nachtshop, waar we het net over hadden, is wat dat betreft eigenlijk wel een iets andere orde. Omdat het ook, zeg maar, de mensen de gelegenheid geeft, die in de zorg werken of andere mensen, om boodschappen te doen. En dat is wel iets waar we aan moeten denken. Maar, goed. De nachtshops geven ook wel weer heel veel overlast. Dus dat. Op dat punt wil ik graag het college wel horen hoe ze daarin staan. De voorzitter: Mevrouw Kruger, u had nog een vraag? Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter.