2.13 2026.01.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 20 JANUARI 2026 Vergaderzaal 5 1. Vaststellen Leegstandverordening Gemeente Dordrecht – Raadsvoorstel Agendapunten 1 en 2 worden gezamenlijk besproken. 2. Vaststellen Verhuurverordening - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Striebeck (VSP) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: mevr. Das Dores, mevr. De Korte De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, het is 19.30 uur. We gaan beginnen. We hebben een oordeelsvormende bespreking over de leegstandsverordening en de verhuurverordening, mijnheer Van der Kruijff. Daar heet ik jullie allemaal van harte welkom bij.
Wie zijn jullie? Dat is links van mij mevrouw Bronsveld van de griffie, mijnheer Katif van Beter voor Dordt, mijnheer De Feijter van de ChristenUnie/SGP, mijnheer Hartmeijer van de SP, mijnheer Oostenrijk van het CDA, mijnheer Kolkiliç van DENK, mijnheer Groenewege van de Partij voor de Dieren, mevrouw Van den Bergh van de PvdA, mijnheer Noldus van de VVD, mevrouw Striebeck van de VSP, mijnheer Van der Meer, het blijft wat leuk, mijnheer Van der Meer, van GroenLinks. En dan hebben we de ambtelijke ondersteuners, mevrouw Das Dores en mevrouw De Korte. En naast mij zit mijnheer Van der Kruijff, die had ik al genoemd. Ik ben Irene Koene. Waarom bespreken we dit? Vorige week hebben we een beeldvormende sessie gehad. Aan het eind daarvan zijn er een aantal politieke vragen geformuleerd. U wilde het graag oordeelsvormend bespreken. Daarom gaan we dat nu ook doen. Er zijn een aantal politieke vragen gesteld. Een aantal gaan over de leegstandsverordening en een aantal over de verhuurverordening.
1
We hadden daarnet in een soort wandelgang al bedacht dat het wellicht het meest ordentelijk kan verlopen op het moment dat we het gesplitst doen. We doen eerst de leegstandsverordening en dan de verhuurverordening. Ik zie de meeste mensen knikken. Ik zie mijnheer Katif zijn hand opsteken en hij gaat dan nu zeggen waarom. De heer Katif: Voorzitter, ik moet eerlijk zeggen, de voorbereiding die ik gemaakt heb, is op de beiden tegelijkertijd. Ik heb er nog even iets bij gedaan, namelijk de financiële verordening van de gemeente Dordrecht. Het wordt heel ingewikkeld om die twee uit elkaar te halen. Als u mij permitteert, dan zou ik graag dat willen doen. Maar goed, het is aan u als voorzitter, niet aan mij. Ik zal mijn verhaal zodanig insteken dat ik beiden meeneem. Ik kan niet anders, omdat ik … De voorzitter: Mijnheer Katif, het is wel zo dat er een aantal politieke vragen beantwoord moeten worden. Die staan keurig netjes opgesplitst per verordening. In die zin kan u het apart beantwoorden. Ik hoor alleen, er gaan wat alarmbellen af, u iets zeggen over de financiële verordening. Die gaan we hier niet bij betrekken, want ik denk dat het te ver van dat onderwerp is. Maar ik zie u nu heel bijzonder kijken, laat ik het daarop houden. Laten we in ieder geval proberen om niet te ver van het hoofdthema af te dwalen. Dat is mijn boodschap die ik mee wil geven.
Ik snap dat iedereen gaat over zijn eigen woorden, maar dan hadden we het op een andere manier moeten agenderen. Ik zal het nog even duidelijk maken, de leegstandsverordening, daar zijn 3 politieke vragen over. Dat is namens Beter voor Dordt. Vindt de raad het verantwoord om deze verordeningen vast te stellen zolang structurele capaciteit voor toezicht en handhaving niet expliciet is geregeld en gedekt? Die vraagt geldt dan voor beide verordeningen. Die kan bij beiden aan de orde komen. De andere vraag is, vindt de commissie het uitgeven van 250.000 euro per jaar voor een zeer beperkt instrument en resultaat doelmatig? Dat is namens de VVD. Moet in de leegstandsverordening niet ook iets geregeld worden over hoe het voordrachtbeleid van de gemeente vorm krijgt? Worden mogelijke bewoners voorgedragen aan eigenaren en/of de vraag welke bewoners worden voorgedragen? Moet dit in de leegstandsverordening geregeld worden of moet het gekoppeld worden aan de huisvestingsverordening? Wat vindt de raad hiervan? Dat is een hele omslachtige vraag. Mijnheer Van der Meer gaat het zo meteen simpeler uitleggen. Daar houden wij van. De andere vragen laat ik even staan tot het tweede gedeelte. Ik wil nu graag eerst het woord geven aan mijnheer Katif namens Beter voor Dordt. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter.
Laat ik even vooropstellen dat de beide verordeningen, zoals wij die vanavond zullen gaan bespreken, door Beter voor Dordt worden geapprecieerd, laat ik het zo zeggen. Maar tegelijkertijd willen we er toch een aantal kritische kanttekeningen bij zetten. Beter voor Dordt staat voor bescherming van bewoners, zoals hier voor me staat, regels die werken en beleid dat uitvoerbaar is in onze stad. Wat ons betreft is dat een stukje symboolpolitiek en geen papieren werkelijkheid, maar zijn het maatregelen die Dordtenaren daadwerkelijk helpen. Daarbij kijken we niet alleen wat we willen regelen, maar vooral naar hoe en tegen welke prijs. Het is geen boekhoudkundig reflex, dat zouden een aantal mensen wel van mij verwachten, maar een politieke keuze, voorzitter. Regels zonder financiële borging zijn loze beloftes.
2
Daarom beoordelen wij de verhuurverordening, dan laat ik de leegstandsverordening even achterwege, of was het andersom, dat weet ik niet meer van de zenuwen, nadrukkelijk in samenhang met de financiële verordening. U zei tegen mij, dat moet u niet doen. Maar onze vraag gaat namelijk over, hoe zijn beide verordeningen, als het gaat om de kosten die daaraan gebonden zijn, verankerd? We erkennen, voorzitter, dat deze verordeningen niet uit de lucht komen vallen. De raad heeft het college via een motie gevraagd, voor degenen die zich dat kunnen herinneren, om een instrument te ontwikkelen om misstanden op de woningmarkt aan te pakken en leegstand tegen te gaan. Dat was terecht, voorzitter. Maar het feit dat de raad om verordeningen heeft gevraagd, betekent niet dat we ze ongeclausuleerd, mooi woord trouwens, moeten vaststellen. Juist omdat deze verordeningen diep ingrijpen op de woningmarkt, eigendomsrechten en de positie van de huurders. Dan rust op ons de plicht om ze zorgvuldig te toetsen op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, financiële onderbouwing en de daadwerkelijke effectiviteit. Voorzitter, juist daar wringt de schoen. De eerste verordening introduceert nieuwe taken, zoals vergunningverlening, toezicht, handhaving en juridische opvolging, terwijl structureel onduidelijk blijft hoeveel capaciteit daarvoor nodig is. Er blijven bij mij alleen vragen, jammer genoeg.
Ik wil graag wil verder, maar ik kan alleen maar vragen stellen. Dat is het enige dat bij mij naar boven komt. En dan hoop ik dat de wethouder of collega's … De voorzitter: Als het maar politieke vragen zijn, mijnheer Katif. De heer Katif: Zonder meer, mevrouw de voorzitter. Dan raakt dit direct aan de kernvraag die Beter voor Dordt aan de commissie voorlegt, vinden wij het verantwoord om deze verordeningen vast te leggen zolang structurele capaciteit voor toezicht en handhaving niet expliciet is geregeld en gedekt? Bij de leegstandsverordening komt daar nog bij dat het toezicht- en handhavingsproces pas na vaststelling zal worden opgestart. Dat roept de vraag op waarom dit niet vooraf integraal uitgewerkt is en wat de gevolgen zijn als uitvoering en handhaving in de praktijk niet goed samen blijken te zijn. Dat hebben we in de vorige vergadering ook nog met elkaar besproken. Ik zal de verhuurverordening overslaan. Een punt dat voor Beter voor Dordt zwaar weegt, voorzitter, is dat wat meerdere commissieleden in de vorige commissie aangeven hebben, de positie van de huurder wanneer een verhuurder wordt gesanctioneerd. De vraag is, hoe borgen we dat huurders niet op straat komen te staan als een verhuurder na herhaalde slechte … Wat zegt u? De voorzitter: Dat is verhuurverordening. De heer Katif: Voorzitter, dan de leegstandsverordening. Dank u wel.
Hier ligt een structurele uitgave van circa 250.000 euro, of heel snel gezegd, een kwart miljoen, per jaar voor een instrument met een beperkt bereik, volgens Beter voor Dordt. De vraag is of wij het doelmatig vinden, gelet op het verwachte resultaat. De dekking wordt bovendien deels gezocht in bestuurlijke sancties, terwijl de inkomsten incidenteel zijn en geen structurele basis hebben. Daar komt bij dat de verordening niet geldt voor kantoorpanden, wat wij heel prettig zouden vinden, terwijl juist daar kansen liggen voor transformatie naar wonen, voorzitter.
3
Het kostenplaatje is daarmee onvolledig, wat Beter voor Dordt betreft, en het effect is onzeker. Tot slot, voorzitter, ik hoop dat het voordrachtbeleid ook behoort tot de eerste … Ik hoor, ja. Dank u wel. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Over het niet meenemen van andere panden dan woningen, daar is in de vorige sessie over gezegd door de ambtenaren dat het nu wettelijk niet kan en zodra het wel kan, de gemeente dit graag ook bij de leegstandsverordening zou willen. Herinnert u zich dat? De heer Katif: Dat herinner ik me wel. Maar tegelijkertijd, het laat onverlet dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid hebben en dat we zo'n een positie zouden kunnen nemen zonder dat het via wettelijke of Rijkswegen ons opgelegd wordt. Dat is onze verantwoordelijkheid. We zouden dat kunnen doen. Voorzitter, tot slot, waar was ik gebleven? Het voordrachtbeleid binnen de leegstandsverordening, er is onvoldoende duidelijk over hoe de gemeente bewoners voordraagt aan eigenaren. Welke bewoners zijn dat en op basis van welke criteria? Dat roept de vraag op of het in dit kader niet expliciet moet worden vastgelegd. Zo ja, of dat thuishoort in de verordening of, en dan komt het, in de huisvestingsverordening, voorzitter.
Zonder die duidelijkheid ontstaat niet alleen een bestuurlijk, maar ook een financieel risico, zoals juridische procedures, schadeclaims. De financiële verordening verlangt dat zulke risico's vooraf inzichtelijk worden gemaakt en dat gebeurt onvoldoende, voorzitter. Ik zal het hierbij laten, want in tweede termijn, als we het andere agendapunt behandelen, dan zal ik terugkomen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer heeft nog een interruptie. De heer Hartmeijer: Dank. Mijnheer Katif zegt, de inkomsten voor de gemeente zijn niet structureel als je het hebt over de boetes. Vindt Beter voor Dordt dan niet dat je boetes wellicht ook kan inzetten als een aanjaagmiddel voor pandeigenaren om zo snel mogelijk een nieuwe bewoner te vinden? Dat is toch ook een reden waarom je een boete zou kunnen opleggen? De heer Katif: Helemaal eens. De heer Hartmeijer: U vindt die boetes dan wel een goed idee? De heer Katif: Het is wel een goed idee, maar je hebt het over structurele incidentele middelen. Daar ging het mij om. Boetes zijn namelijk geen structurele middelen. Boetes krijg je alleen wel als mensen een bepaalde wetgeving overtreden. Dat zijn geen structurele middelen. We hebben met elkaar afgesproken, dat staat klip-en-klaar, alles wat je financiert, financier je met structurele middelen en niet meer incidentele middelen. Dat is een afspraak.
4
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Over de leegstandsverordening, om daarmee te beginnen. Voorzitter, huizen die leegstaan, daar heeft niemand wat aan. We vinden het logisch dat in tijden van woningnood, we dat zoveel mogelijk met elkaar proberen te beperken. De poging om daar een bijdrage aan te leveren met dit voorstel, is in die zin begrijpelijk. We hebben als VVD wel echt grote zorgen over de haalbaarheid van de gestelde ambities. Immers, pas na de verordening wordt duidelijk hoeveel leegstand er echt is. Ook in de beantwoording van de technische vragen raken we niet per se overtuigd van de haalbaarheid van de genoemde ambitie van 40 procent. Die doelstelling zien we als politiek aantrekkelijk, maar niet per se onderbouwd met Dordtse realiteit. Daarmee zien wij deze verordening toch vooral als een telraam met een zak gevulde koeken voor alle keukentafelgesprekken die we gaan voeren met elkaar. Een telraam dat wel inzichten biedt, maar weinig instrument om echt te veranderen. De heer Van der Meer: Voorzitter? De heer Noldus: Voorzitter, we zien als realiteit dat de belastingen … De voorzitter: Sorry. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Een vraag aan mijnheer Noldus, hij heeft het over de specifieke Dordtse situatie.
In andere gemeentes zijn dergelijke resultaten, van 20 tot 40 procent, geboekt. Wat is er specifiek aan de Dordtse situatie, waardoor dat hier niet realistisch zou zijn? De heer Noldus: Voorzitter, ik heb mij uiteraard, en zeker de afgelopen dagen, erg verdiept in de situaties. Vooral Utrecht is veel in het nieuws geweest. Ik denk dat u daar mede op doelt. Daar hebben ze overigens geen 40 procent gehaald. Dat is een heel andere stad qua aanbod van verhuur dan Dordrecht. Maar wat mij vooral opvalt, als je kijkt naar de aanleidingen, wat er in de tussentijd nog meer is veranderd, zie je dat er veel meer aanleidingen zijn waarom leegstand gedaald is. Qua fiscaliteit van leegstand zijn er dingen veranderd in die periode, oftewel je gaat meer betalen als je een leegstaande woning hebt, fiscaal gezien. De invoering van de uitwonende studiebeurs is opnieuw introduceert. Je ziet dat studenten zich opnieuw inschrijven op kamers waar ze dat eerder niet deden. Je ziet allerlei andere factoren die ook leiden tot minder leegstand. Nog even los van dat de gemeente Utrecht alleen al superveel administratieve leegstand had die op papier wel leeg was, maar in de praktijk niet.
Er zijn verschillende redenen waarom we denken, biedt het extra instrument na echt een verlaging van de leegstand of waren dat heel veel andere factoren? Want dat wil ik zeggen, rondom verhuur is qua wetgeving echt wel het nodige veranderd en ook zeker in zorgelijke zin, voorzitter. Dan verder, voorzitter, als we kijken naar de realiteit, dan is het zo dat wanneer we als gemeente inzetten op dingen die niet per se werken, de kosten en daarmee de belasting omhooggaan. We zien hier toch wel een investering van 1 miljoen voor de komende 4 jaar. Dat terwijl de inkt van de bezuinigingen net opgedroogd is, voorzitter. Daar hebben in ieder geval vraagtekens en zorgen bij.
5
De vraag is, ziet het college aanleiding om eventueel kleiner te beginnen om op een praktische manier invulling te geven aan het instrument en bewustwording bij eigenaren en zo te werken naar tastbare resultaten, voordat we verder opschalen en het grotere en duurdere instrument inzetten wat nu voorligt? Dan als laatste, voorzitter, even over de dekking. Wat we complex vinden, is dat we voor de financiële discussie over handhaving vooral worden doorverwezen naar de perspectiefnota. Dat maakt dat we nu besluiten over de verordening, waarvan een deel van de rekening vooral later gepresenteerd wordt. Tenminste, zo lezen wij dat. Daar hebben we wat moeite mee. Wat we wel fijn vinden, voorzitter, in het voorstel, is dat het college in ieder geval aangeeft dat er een beroep wordt gedaan op capaciteit van handhaving en dat er ook eerlijk wordt neergelegd dat er een claim vanuit handhaving volgt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we dit lang niet altijd terugzien in voorstellen. Dat wordt zeer gewaardeerd, voorzitter. Dan nog als laatste de politieke vraag over het voordrachtbeleid. Een mooie vraag. Ook de mondvol hoe deze geformuleerd is. Wij zien er nu niet direct aanleiding voor om dat te regelen. Te meer omdat we niet verwachten dat het een instrument is dat uiteindelijk echt tot inzetten gaat leiden.
Als het al zover komt in het hele proces met leegstand, dat een eigenaar van een woning zich niet tot dit punt laat komen, voorzitter. Tot zover onze bijdrage. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel benieuwd. Mijnheer Noldus zei bij het vorige kopje dat het misschien een idee is om kleiner te beginnen. Hoe ziet mijnheer Noldus dit dan voor zich? Is het dan alleen de leegstandsverordening aannemen, maar geen budget voor de VTH-taken op dit moment vaststellen? Want ik ken de VVD toch juist als een partij die heel erg van het handhaven is. Nu is het uw kans om extra budget vrij te stellen en dan neemt mijnheer Noldus dat niet. De heer Noldus: Voorzitter, over het budget voor handhaven, we zijn het er zeer mee eens dat daar nog wel echt het nodige bij nodig is. Het is na deze periode geen vanzelfsprekendheid dat de huidige handhavingscapaciteit overeind blijft. Dat is een terecht punt van mijnheer De Feijter en dat vinden wij zeker belangrijk. Maar wat we op zich fijn vinden van deze verordening, is wel, zoals het nu voorligt tenminste, dat het uitgaat van dialoog en een gesprek en niet per se inzet op alleen beboeting en handhaving. Dat lijkt ons een goede.
Waar we denken dat je op uit kan komen, ook als we kijken naar wat ik net zei in de reactie van mijnheer Van der Meer over Utrecht, is dat het gaat vooral over administratieve leegstand, voorzitter, voor een deel. Dat kun je ook op andere manieren doen, zonder verordening. Je kan nu kijken waar het zit en een kwaliteitsslag maken op dat soort aspecten. Je kan nu met leegstaande panden, ook zonder verordening, gesprekken gaan voeren. We denken dat je wellicht in die sfeer kleiner kunt beginnen, dan met het neerzetten van een ambtelijke formatie met een jaarlijks terugkerende claim van 2,5 ton. De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, ik moest even de gelegenheid geven om antwoord te laten geven op de vraag van mijnheer De Feijter.
6
De heer Oostenrijk: Ik was zeer geduldig. Ik sloeg even aan op de woorden van mijnheer Noldus. Hij meldde dat het geen vanzelfsprekendheid is dat de handhavingscapaciteit op orde blijft, of met zoveel woorden hetzelfde. Dat verwondert me erg. Waar haalt mijnheer Noldus deze veronderstelling vandaan, die een beetje impliceert, we gaan de handhaving nog verder afschalen? De heer Noldus: Voorzitter, die komt voort uit het feit dat we deze collegeperiode hebben besloten dat, het is een beetje buiten de orde van de vergadering misschien, de handhavingscapaciteit voor vier jaar is geïntensiveerd. Dat loopt na dit jaar loopt af. Als we het met elkaar belangrijk vinden om handhaving in deze stad op een goed niveau te houden, dan zullen we in de nieuwe periode afspraken moeten maken dat daar geld bijkomt, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Nog even terug op de leegstandverordening, ik vraag me hoe mijnheer Noldus beargumenteert dat gesprekken voeren met eigenaren, wat geloof ik juist het idee is als de leegstandsverordening is aangenomen, goedkoper is als de leegstandsverordening niet is aangenomen. De heer Noldus: Voorzitter, dat is op zich een goede vraag. Ik stel de vraag bewust open. Ik denk dat je een deel hiervan kan bereiken, in dialoog, zonder dat je deze verordening nodig hebt en dat het tegen lagere kosten kan.
Ook omdat je het hele instrument van handhaving niet per se nodig hebt. Onze grootste zorg is dat de ambitie die we hebben, en waar ook het bedrag naar voorgerekend wordt, ik zal het maar plat zeggen, als we die 40 procent halen, is 2,5 ton een koopje als je kijkt hoeveel woningen je daarmee vrijspeelt, je dat uiteindelijk niet gaat halen. Daarom onze oproep, als we iets willen, want ik schat even in dat er een groot deel van de raad is die dit wil, maar dat zien we vanavond wel, kun je dan ook op een andere manier, kleiner en tegen lagere kosten, toch deelinvulling geven aan die ambitie? Want we zijn het wel eens met het doel om leegstand, zo veel als mogelijk, te verminderen. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik hoor in ieder geval weinig enthousiasme bij de VVD voor deze verordening. Nu zit het bezwaar, zoals ik het hoor, vooral bij de capaciteit en de uitvoering en dat het heel veel kosten met zich meebrengt. Maar is mijnheer Noldus het dan wel eens met het gedeelte van de verordening dat je wel als verhuurder zou moeten melden dat je leegstand hebt? En dat dan ook bijvoorbeeld de bestuurlijke boetes wel zouden moeten gelden, ondanks dat het dan lastig is om daadwerkelijk te handhaven? Want daar zitten dan de kosten. Zou de regel wel moeten gelden? De heer Noldus: Voorzitter, daar hebben we het in de fractie over gehad.
Daar zitten voor nu nog een redelijk open in, want we zien wel ergens dat de meldplicht een stukje bewustwording kan brengen. Maar ook dan vragen we ons af wat het oplevert. Want we zien weinig leegstand omdat mensen het leuk vinden om een pand leeg te laten staan.
7
Er zit altijd een argumentatie, een noodzaak, achter waarom het op dat moment is zoals het is. Ik gaf al aan, de fiscale lasten van leegstand zijn enorm gegroeid. Er is weinig prikkel om panden leeg te laten staan, zeg ik via de voorzitter. Wij schatten in dat het stukje bewustwording misschien interessant klinkt, maar wat het echt oplevert, is onze vraag. De voorzitter: Dank u wel. We gaan eerst nog naar … U heeft een interruptie, mevrouw Van den Bergh? Nee. Dan bent u nog niet aan de beurt. Mijnheer Van der Meer wel. Hij gaat nu de heldere, compacte vertaling geven van wat eerder is genoemd. De heer Van der Meer: Ik begin even algemeen naar de voorzitter. De raad heeft om een leegstandverordening gevraagd, omdat in een tijd van grote woningnood en soms stagnerende woningbouw, het zeer ongewenst is dat woningen te lang leegstaan. Natuurlijk is er geen 100 procent succes gegarandeerd, maar dat geldt ook voor andere maatregelen die we hebben ingezet om de woningnood te verkleinen. We moeten hiermee aan de slag. We zijn blij met deze verordening. Het biedt een perspectief om, hoeveel precies, 200, 150, extra bewoonde woningen in de komende 2 jaar te realiseren. In een beperkt aantal gevallen zal de gemeente daarvoor, in het kader van deze verordening, potentiële huurders kunnen aandragen.
Als dit het geval is, zouden we dat, naar onze visie, kunnen en moeten benutten om vooral mensen uit urgente groepen voor te dragen, met name mensen die letterlijk geen dak boven hun hoofd hebben. Dat zal lang niet altijd tot succes leiden. Maar als we erin slagen om per jaar 3 of 4 mensen die nu in de daklozenopvang zitten te plaatsen in een vrijkomende woningen in het kader van deze regeling, dan zijn daarmee de kosten, waar sommigen zich druk over maken, gedekt. Ik ben heel benieuwd hoe de wethouder en anderen daartegenaan kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van den Bergh zag ik daarnet als eerste de hand opsteken en daarna mijnheer De Feijter. Mevrouw Van den Bergh: Ik had het, net als mijnheer Katif, ook door elkaar heen gedaan, beide verordeningen. Nu even een voor een. De leegstandsverordening voorkomt geen leegstand. Het is geen verbod op leegstand, maar het geeft de gemeente wel meer mogelijkheden, wij zijn het niet eens met mijnheer Noldus dat het eigenlijk maar een wassen neus is, om de leegstand in kaart te brengen en in gesprek te gaan met de eigenaar. Dat kan je misschien zo ook, maar je hebt toch een wettelijk kader nodig om meer te gaan doen. Wij vinden dit een eerste stap. De PvdA wil verder. Die mogelijkheden geef ik zo even aan. We hebben al eerder gevraagd om een leegstandsverordening.
Die vraag ligt al een paar periodes op tafel en nu hebben we dit. Nu ligt het in ieder geval op tafel. Wij staan hierachter. Ik zal de positie van de huurder buiten beschouwing laten, maar wel naar de eigenaar overgaan met nog een punt. De aanpak van de huiseigenaar, eigendom is een goed recht. Dat hebben we hier al gehad. Het is een groot recht. Eigenaren bepalen wat zij willen doen met hun eigendom. Maar in tijden van zeer krappe woningmarkt, en dat is nu, is het niet meer te verantwoorden dat panden lang leegstaan. Het is waar dat door fiscale maatregelen het leegstaan niet meer zo aantrekkelijk is, maar het komt toch nog veel voor en alle beetjes helpen.
8
Belangrijk is dat de leegstand tijdig gemeld en geregistreerd wordt en dat er overlegd wordt met de huiseigenaar. Dat kan nog niet dwingend genoeg, wat ons betreft. Wij hebben daarover een vraag, want blijkt nu dat er met de huiseigenaar uiteindelijk toch geen afspraken zijn te maken om het pand zelf te gaan bewonen ofwel een huurder te accepteren, is het dan mogelijk, in de verordening staat dat niet, dat de gemeente tijdelijk het beheer van de woning of meerdere woning overneemt en alle gebreken kan herstellen op rekening van de verhuurder en de huur zelf int voor een bepaalde periode, totdat het zich hersteld heeft? Dan kan het weer terug naar de eigenaar. Wij zouden die mogelijkheden bij wille van de wethouder horen, hoe hij daartegenover staat en of dat op een of andere manier te organiseren is. Maar daar kom ik straks weer bij de huurders… De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Noldus De heer Noldus: Ik heb twee vragen. Een vraag over de laatste bijdrage van PvdA. Ik ben benieuwd, want ik hoorde eerder in het betoog van mevrouw Van den Bergh dat vooral het eigendomsrecht voor de PvdA een grote goed is. Ik hoor nu een vraag aan het college of het bereid is om tijdelijk het eigendomsrecht uit handen te nemen en de verhuur van deze woningen bij leegstand over te gaan nemen. Ik ben benieuwd welke van deze twee voor de voor de PvdA-fractie dan zwaarder weegt.
Mevrouw Van den Bergh: Je hebt iets essentieels gemist. De voorzitter: Mag ik heel even een opmerking tussendoor maken? Ik weet niet of we nu alweer een klein beetje aan het afdwalen zijn van de politieke vragen die er liggen. Ik wil toch vragen aan jullie, want we hebben tot 21.00 uur de tijd en niet tot 23.00 uur, je wat meer gericht, concreet, op het onderwerp te storten. Ook het verzoek of iedereen duidelijk in de microfoon wil spreken, want we horen het hier bijna niet. Ligt ook gedeeltelijk aan mijn leeftijd. Mijnheer Noldus, daar had ik ook al problemen mee. Mevrouw Van den Bergh: Maar ben ik te horen of niet? Want ik kan niet verder en dat ding kan niet verder naar mij toe. Anders draag ik ze los, maar dan probeer ik toch zo hard mogelijk. Maar mag ik nog even reageren op mijnheer Noldus, heel kort? Dan ga ik weer terug naar het onderwerp, want het heeft wel degelijk met de leegstandsverordening te maken, eigendom. Wij zeggen niet zomaar dat je het eigendom weg moet pakken, maar daar moeten dringende redenen voor zijn. Daar heb je wetgeving voor nodig. Daar kom ik zo op terug. Want dan komen we bij het volgende, er is een wetgeving in de maak in het parlement. Dat komt binnenkort naar de gemeentes toe. Dat geeft meer bevoegdheden aan de gemeente om huiseigenaren wat steviger aan te pakken. Dan kom je al dichter bij dat eigendomsrecht.
Dat willen we toch betrekken bij de bespreking van deze leegstandsverordening. Want wij willen, als PvdA, graag dat de gemeente Dordrecht zich aanmeldt voor een experiment. Vooruitlopend op de nieuwe wet, kun je al onder deze wet gaan opereren. Dit versterkt de positie van de gemeente tegen leegstand door het voordrachtrecht, maar dat is voor straks bij de huurder. Wat zeg je? Maar het is dan niet van de huurder.
9
Dat je een verplichte ingebruikname krijgt. Wij zijn erg voor, en dan kom ik bij het eigendom, mijnheer Noldus, dat je inbreekt op het eigendom. Want wij zien met eigendom gepaard gaan, de verantwoordelijkheden die het met zich meebrengt. Maar ik weet niet of ik het nu al moet hebben over de positie van de huurder en wie dan voor de voordracht in … Maar daar komen we straks op. Dat zijn onze regels. Er is ook een aangescherpte melding onder de nieuwe wet, sneller moet je registreren en sneller moeten gehandeld worden en hogere boetes zijn mogelijk. Daar zijn wij groot voorstander van. Wij zouden dit graag willen koppelen aan de leegstandsverordening, zoals die nu voor ons ligt. En hoe je dat kan incorporeren als je meedoet aan zo'n experiment, door daar toch een opmerking over te maken in de leegstandsverordening, ofwel een soort addendum. Daar wilde ik het nu even bij laten en dan straks terugkomen over de verhuurdersverordening. De voorzitter: Dan ga ik u tegen die tijd weer de beurt geven. Mijnheer De Feijter. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Noldus, nog een concrete vraag die niet te ver afdwaalt? De heer Noldus: Dat is niet de bedoeling voorzitter. De bijdrage van de Partij van de Arbeid begon met dat er een verschil was met de VVD. Dat kan ik me bij dit thema goed voorstellen. Maar het punt was, het geeft ons inzicht en we gaan het gesprek voeren.
Maar dan ben ik wel benieuwd wat de Partij van de Arbeid ziet als resultaat. We hebben de vraag gesteld wat doelmatig is te bereiken. Ik ben benieuwd wat de Partij van de Arbeid inschat als resultaat van alleen het melden, inzicht en een gesprek voeren. Mevrouw Van den Bergh: Ik denk dat je daar mee moet beginnen en dat je het in kaart moet brengen. Ik heb al gezegd, het is een eerste opstap. Maar als de leegstandsverordening blijft zoals het is, dan vinden wij dat te mager. Wij willen een aanvulling. Maar die nieuwe wet komt er ook aan. Het wordt vanzelf strenger en dan zijn er meer mogelijkheden. Dan kun je zeggen, moet je dan nu die leegstandsverordening aannemen? Moet je niet wachten op de nieuwe wet? Maar wij zijn voor een experiment, vooruitlopend op de nieuwe wet en dit benoemen in de verordening. Dan heb je al meer bevoegdheden. De voorzitter: Dan gaan we nu echt naar mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Voor de ChristenUnie/SGP is elke woning er 1 in tijden van woningnood en daarom staan we positief tegenover de leegstandsverordening. We hebben 2 kanttekeningen. Die zien ten eerste op de eventuele extra regels rondom de voordracht, waar mijnheer Van der Meer van GroenLinks het ook al over had. Wat de ChristenUnie SGP betreft, zorgen we er vooral voor dat zij die het zwaarst lijden onder de woningnood, het eerst worden geholpen.
Als het mogelijk is, en we beraden ons er nog op of dit de juiste plek is of dat het via een volkshuisvestingverordening geregeld moet worden, zouden wij graag zien dat bij een eventuele voordracht, als het daartoe komt, vooral dak- en thuislozen, maar ook anderen die het meest gebukt gaan onder de woningnood, het eerst worden geholpen.
10
Wij denken ook, en dan val ik mevrouw Van den Bergh van de PvdA bij, dat het een goed idee is om de wethouder te verzoeken zijn best te gaan doen, zodat de gemeente Dordrecht met het Chw-experiment mee mag gaan doen. Gemeente Utrecht en gemeente Amsterdam doen daar ook bij mee en dat zorgt voor meer bevoegdheden voor de gemeente, leidt tot betere resultaten. We hebben begrepen dat het Chwexperiment voor de gemeente Utrecht verlengd is met 5 jaar. Ik geloof nog niet heel lang geleden. Een jaar geleden, uit mijn hoofd. Het lijkt ons wellicht nog mogelijk dat wij er als gemeente Dordrecht bij aansluiten. Op beide punten beraden wij ons nog op een motie. Wat betreft de middelen, wat ik al heb gezegd, elke woning in tijden van woningnood is er 1. Die middelen vinden we het meer dan waard. Zelfs al halen we die hoge ambitie niet, en houdt het vooral vast, die 40 procent, dan nog steeds zou de helft het meer dan waard zijn voor de ChristenUnie/SGP. Iedereen had het waarschijnlijk in zijn verkiezingsprogramma staan om iets te doen met de woningnood. Daar sluiten wij ons helemaal bij aan. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie allemaal voorzichtige handjes. Wie kan het hoogst? Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik dacht dat u mijnheer Oostenrijk het woord daarna had beloofd, maar dat weet ik niet meer. Ik mag. Vandaar dat ik even wachtte.
De SP pleit al zo ongeveer vanaf het eerste moment dat wij als partij in deze raad kwamen voor een leegstandsverordening. Deze gaat er, mits een meerderheid voor dit voorstel is, dan toch eindelijk komen. Want het is in onze ogen niet meer dan logisch dat je goed in beeld hebt waar er leegstand is en dat je dit als lokale overheid actief tegengaat, ook op de particuliere huurmarkt. Dit middel is, hopelijk, een extra stap in het bestrijden van leegstand. Volkshuisvesting is nu eenmaal geen markt zoals andere markten, maar raakt aan een schaars geworden basisvoorziening. Het komt wat laat, maar uiteraard steunen wij deze verordening. Waar wij nog wel moeite mee hebben, zijn de diverse tijdsaanduidingen in artikel 6 en 8. Er volgt een gesprek met de eigenaar na de melding van 6 maanden leegstand, maar pas na 12 maanden zal de gemeente een nieuwe bewoner voordragen. Dan weer 3 maanden later hoeft deze pas de woning te betrekken. Dat zijn vrij forse periodes in het geval een eigenaar niet erg bereid is om mee te werken. Ook missen we een bepaalde sanctie voor de eigenaar als deze niet voor een nieuwe bewoner zorgt voordat de 12 maanden om zijn. De voorzitter: Mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ik meen mij te herinneren dat die tijden voortvloeien uit de Leegstandswet.
Dat het ook minimaal na twaalf maanden pas mag en dat we voor die tijd niet kunnen ingrijpen. Met het Chw-experiment mag dat wel. Met de vernieuwde wetgeving die er hopelijk aankomt, mag dat ook. Zou de SP er daarom ook voorstander van zijn dat gemeente Dordrecht zich gaat aansluiten bij de gemeentes die met het Chw-experiment en de nieuwe wetgeving experimenteren? De heer Hartmeijer: Ik wil deze mogelijkheden bij het college navragen. Dit lijkt mij een goede stap. Alles wat het traject sneller brengt, daar zijn wij voorstander van.
11
Ook als het pas op een iets later moment komt met die nieuwe wet, dan is kunnen wij daar alsnog prima mee leven. Even kijken waar ik was. Dat is de vraag aan het college, maar die is hierbij, dank aan collega De Feijter, deels beantwoord. De vraag van GroenLinks over wie de toekomstige bewoners zijn die worden voorgedragen, dan denk je als eerste aan mensen die dakloos zijn geraakt, mensen die vertrekken uit een instelling. Maar de groep woningzoekenden is zo enorm groot, dat mensen op de wachtlijst voor een corporatiewoning ook wel in aanmerking zouden kunnen komen. Steun voor dit beleid. Maar wij zoeken nog naar mogelijkheden om de leegstandsverordening nog iets aan te scherpen. De vraag van de VVD, is dit terecht voor een beperkt instrument? In Utrecht doen ze dit al een tijd, het melden na zes maanden. Dat blijkt toch wel erg goed uit te pakken, zoals ik het heb begrepen. De leegstand is daar best wel teruggebracht. Wij vinden dit een goed instrument. De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç heeft een vraag. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Mijnheer Hartmeijer had het over de regels aanscherpen met betrekking tot de doelgroepen die als huurder aangedragen kunnen worden.
Echter, na die twaalf maanden wanneer er een voordracht plaatsvindt qua huurder vanuit de gemeente, hoeft de woningeigenaar dat niet te accepteren en is er alsnog een ruimte om binnen drie maanden zelf een huurder te vinden. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dat is wat ons betreft prima. Ons gaat het erom dat zo snel mogelijk, in het geval van leegstand, een bewoner weer de woning betrekt. Hoe dat gebeurt, is ons om het even. Als die woning maar zo snel mogelijk weer een bewoner heeft. Daar gaat het ons om. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag aan mijnheer Hartmeijer. Ik ben wel benieuwd waarom mijnheer Hartmeijer denkt dat blijkbaar heel veel woningen in Dordrecht zolang bewust leeg blijven. De heer Hartmeijer: Voorzitter, blijkbaar is het zo dat ook in de particuliere huursector woningen weleens maandenlang leeg kunnen staan, want daarom doen we dit ook. We doen dit volgens mij niet voor niks. Daar baseer ik me dan op. De heer Noldus: Dan toch vervolgvraag, voorzitter. De reden waarom is wel belangrijk voor de effectiviteit van het instrument waar we het met elkaar over hebben. De ene reden is heel plausibel, gaat uit van tijdelijkheid. Maar voor enkele redenen is wellicht dit instrument dan relevant. Ik ben toch wel benieuwd welke reden daarvan voor de SP relevant genoeg is om een dergelijk instrument in te zetten.
De heer Hartmeijer: Voorzitter, voor ons is het heel simpel, bij leegstand na zes maanden moet er gemeld worden. Dan kan zo'n gesprek ook plaatsvinden. Dan komt vanzelf, denk ik, wel de reden waarom er leegstand is naar boven. Maar wij vinden het een goed instrument dat de verhuurder in ieder geval de melding maakt. En doet hij dat niet, dat er dan een sanctie op staat. Wij vinden dat een heel legitiem instrument.
12
De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Dank u, voorzitter. Ik had 1 woordvoering, maar gelukkig in 3 delen gesplitst. Ten eerste, en daar beginnen we nu mee, de leegstandsverordening, ten tweede de verhuurverordening en als derde punt, maar die behandel ik dan bij de tweede, de relatie tussen die 2, met name gericht op het operationele karakter. Voorzitter, de CDA-fractie vindt het een goede zaak dat ongewenste leegstand van woningen wordt aangepakt. Dat betekent dan ook dat wij het raadsvoorstel van harte steunen. Daarbij wel enkele kanttekeningen als het gaat om de in het voorstel vermelde ambitie, zijnde dat binnen 2 jaar 40 procent van de nu 555 door het CBS gemelde leegstaande woningen weer worden bewoond. Een heel stevige ambitie, ook met verwijzing naar het bericht in de media uit de gemeente Utrecht, waarin zij na 2 jaar 20 procent van het aantal leegstaande woningen weer voor bewoning beschikbaar hebben gekregen. Is de 40 procent daarbij te hoog gegrepen en dient qua ambitie te worden verlaagd? Vooralsnog vindt de CDA-fractie van niet. Met daarbij wel onze aanbeveling richting de wethouder om na een jaar na operationele start in september de raad te rapporteren over dan behaalde resultaten. Dat geeft zowel het college als de raad de mogelijkheid om bij te sturen.
Zeker als het gaat om het desgewenst intensiveren van de inspanningen, gericht op zowel het budget, uitvoering en zeker de daarbij behorende handhaving. Daarbij is het nu ingeschatte benodigde budget van 250.000 euro voor dit traject voor onze fractie dan ook geen absolute bovengrens als het gaat om het behalen van de doelstelling. Dit met de kernvraag, willen wij de woningnood verlichten, ja of nee? Graag hoor ik van de wethouder zijn reflectie over onze wens van het in dit voorstel opnemen van een tussentijdse rapportage in het laatste kwartaal van 2027. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dat is nog een eind weg zeg, Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. De Partij voor de Dieren vindt beide verordeningen wenselijk en gewenst, om daarmee af te trappen. Het punt en de politieke vraag van Beter voor Dordt vinden we heel terecht. Het gaat over structurele dekking. Het liefst regelen we structurele dekking in het voorstel zelf. Wij herinneren ons nog met enige tranen in de ogen de dierenwelzijnsnota en joe het daarmee verlopen is. Wie weet volgt deze hetzelfde pad. Maar dit college regelt nu geen structurele dekking en trapt het blikje verder de straat in naar de Perspectiefnota 2027. Dat geldt trouwens voor beide verordeningen. Dat doet het college veel te vaak, vinden we in algemene zin.
Maar tegelijkertijd snappen we ook dat het nu lastig is om structurele dekking te regelen voor 2027, want er komen verkiezingen aan in maart. We zullen het dit keer niet hanteren als belemmering. De VVD, die eerder deze periode pleitte voor gemeentelijke clowns op de markt, heeft plotseling haar passie voor een kleine overheid weer teruggevonden. Zoals wel vaker deelt de Partij voor de Dieren de mening van de VVD niet, voorzitter. De leegstandsverordening vinden we niet een zeer beperkt instrument en we vinden dat ook een bijziende kijk op de zaken. Leegstand is kwalijk in een woningmarkt waarin zoveel mensen snakken naar een woning. Plaatsing in leegstaande panden kan zeer waardevol zijn als reddingsboei voor bijvoorbeeld daklozen.
13
Naast het feit dat je iedereen een dak boven het hoofd gunt, kost iedere dakloze de belastingbetaler jaarlijks 30.000 tot 85.000 euro aan maatschappelijke kosten. Jaarlijks 5 Dordtse daklozen van straat halen en je hebt de kosten van de leegstandsverordening er al uit. Dan nog even kort over de laatste vraag van GroenLinks. Korter dan de vraag zelf ga ik proberen. Het uitwerken van wie geplaatst wordt, vinden wij een goed plan. In welke verordening dat geregeld wordt, vinden we minder van belang. Dank u. De voorzitter: Iemand anders nog? U heeft een interruptie? De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik ben verbaasd over de Partij voor de Dieren. Aan de ene kant zegt u dat Beter voor Dordt, als het gaat om structurele en incidentele middelen, de nota die ooit vastgesteld is waarbij helemaal geen enkel … De voorzitter: Dierenwelzijnsbeleid. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Die heeft hetzelfde lot, als dit ook ingevoerd zou gaan worden, dat wij geen geld zouden kunnen vinden, maar straks bij de perspectiefnota wel zouden kunnen besluiten. Vindt u het niet een beetje tegenstrijdig? Aan de ene kant zeg je, deze keer zullen we de ogen maar dichtknijpen en laten we er dan toch mee akkoord gaan. Vindt u dat zelf ook niet? De voorzitter: Wat mijnheer Groenewege ervan vindt. Mijnheer Groenewege gaat dat nu zeggen.
De heer Groenewege: Mijnheer Groenewegen vindt dat niet zo tegenstrijdig, want we hebben ook voor de dierenwelzijnsnota gestemd. De voorzitter: Ik zou bijna zeggen, en door. Mijnheer Groenewege, u was wel klaar met uw betoog? Mijnheer Kolkiliç nog een inbreng? De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Over de leegstandsverordening zal ik het ook heel kort houden. Deze leegstandsverordening richt zich vooral op administratie en overleg. Dat is logisch, maar met dit voorstel wordt leegstand vooral beheerd en niet echt bestreden. Wij missen de duidelijke afspraken, bijvoorbeeld dat antikraak niet structureel mag worden ingezet om leegstand te omzeilen. De ambitie om 40 procent van de leegstand binnen 2 jaar op te lossen is mooi, maar de ambitie staat of valt met uitvoering. In vele andere steden hebben we gezien en gelezen de afgelopen periode, dat de percentages omlaaggaan met een administratieve handeling wanneer de bewoners wel worden ingeschreven bij de gemeente. Er is extra capaciteit nodig, structureel budget en boete-inkomsten als dekking. Want als de capaciteit er niet komt, en boetes juridisch sneuvelen, dan blijft dit een beleid dat niet uitgevoerd kan worden. Het college lijkt eerst regels te maken en hoopt daarna dat de uitvoering wel volgt. Dat vinden wij geen realistische aanpak. In meerdere steden zijn er verplichtingen binnen de leegstandsverordening.
14
Wij zien dat hier niet in terug. En wat ik net bedoelde met het college lijkt eerst regels te maken en hoopt daarna dat de uitvoering wel volgt, ik heb daar tijdens de beeldvormende commissie heel kort naar gerefereerd, enkele jaren geleden hebben wij de opkoopbescherming ingevoerd. Wanneer we kijken naar de handhaving daarvan, is het alleen op administratieve wijze. Dat levert niet heel veel op. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ook mijn woordvoering was zowel de leegstandsverordening als de verhuurverordening. Ik probeer het even uit elkaar te halen. Over de leegstandsverordening hebben wij twijfels over de doelmatigheid. Jaarlijks 250.000 euro uitgeven voor een instrument met een zeer beperkt bereik, vraagt om een duidelijke onderbouwing. Ook missen we helderheid over het voordrachtbeleid. Wie draagt de gemeente voor, op basis waarvan en hoe transparant is dat? Dan heb ik daar nog een vraag bij, als een woning van een eigenaar verhuurd wordt door de gemeente, valt het dan nog om de sociale woningbouw? Want daklozen kunnen geen woning van 1.400, 1.500 euro betalen waarschijnlijk. Is het dan voor die doelgroep wel geschikt? De voorzitter: Dank u wel. De wethouder werkt even zijn administratie bij en dan is hij er helemaal klaar voor. Het is wel inmiddels 20.15 uur. Dat is even een mededeling.
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor heel veel vragen over, laat ik daarmee beginnen, of het wel of niet doelmatig is. Een aantal partijen refereren eraan, het college komt met dit voorstel op verzoek van de raad, middels een motie. Een aantal partijen, ik zal ze niet gaan noemen, die nu wat vraagtekens zetten, hebben bij de motie gevraagd om een leegstandsverordening. Of u het doelmatig vindt, is vooral een politieke vraag aan uzelf. U heeft erom gevraagd. U krijgt nu een voorstel. Het college vindt het doelmatig. Laat ik daarmee beginnen. De moties werden ingediend in juni 2024 bij de perspectiefnota. Toen ik in september vorig jaar startte, ben ik er meteen mee begonnen. Dan zie je wat voor een doorlooptijd dat heeft. Een aantal vragen. Beter voor Dordt vraagt, maar bij een aantal andere partijen hoor ik het ook terug, waarom is de handhaving en de capaciteit ook financieel niet al geregeld? Even los van dat mijnheer Groenewege zei dat het misschien een beetje een onhandig tijdstip is, er zit ook nog een uitwerkingsvraag achter op het moment dat wij met handhaving dingen willen gaan regelen. We hebben nu per verordening, dat geldt voor de leegstandsverordening en straks voor de verhuurverordening, in beeld gebracht wat handhaving zou kosten als je dat voor die ene verordening zou doen.
Vervolgens zoeken we steun in de raad of we dit moeten gaan doen, met dit plaatje erbij. Daar heeft u uw waardering voor uitgesproken. Dank u wel. Maar wij denken, als college, als deze 2 verordeningen worden aangenomen en je kijkt naar handhaving, dat er schaalvoordeel is te behalen. Maar dat moet nog wel uitgewerkt worden. We hebben het op dit moment over de leegstandsverordening. Straks hebben we het over de verhuurverordening. We gaan niet 2 separate teams maken. Als allebei de verordeningen zouden worden aangenomen, kun je daar 1 integraal team van maken. Ik heb het daar met collega Merx over gehad. Hij is van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en doet ook bouwen woningtoezicht. Daar lopen ook handhavers.
15
We zeggen handhavers, maar het zijn vaak inspecteurs en mensen die het gesprek aangaan om te helpen. Het is allemaal niet zo bozig, maar je probeert wel problemen op te lossen. Er is wellicht integratie met het team bouw- en woningtoezicht mogelijk. En ik spreek met collega Burggraaf ook weleens over, moeten we niet wat met Airbnb en Bed & Breakfastwoningen in de binnenstad gaan doen? Ooit is bij de huisvestingsverordening, voor wie zich kan herinneren, lang geleden, dat uitgangspunt gesneuveld. Juist vanuit de overweging dat we daar geen handhavingscapaciteit voor hebben. Wij denken, als op deze 2 lijnen de raad zegt, wij moeten dit inzetten, dat we een integraal team zouden kunnen gaan ontwikkelen dat gaat over wonen en leefbaarheid in Dordrecht en die dat in gezamenlijkheid gaat bespreken. Als je dan toch binnenkomt voor het 1, kun je ook het ander meenemen. Natuurlijk zit er wel scheiding tussen, maar er is ook overlap. Dat gesprek zullen we aan moeten gaan met Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. We vinden niet dat we Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid dit nu al allemaal moeten laten uitwerken zonder dat we het comfort hebben dat de raad zegt, het is een goed plan om te gaan doen. Ook dat is een reden waarom we zeggen, we komen in het tweede kwartaal, bij de perspectiefnota, met een uitgewerkt plan over hoe het met de handhaving, capaciteit en de kosten moet.
Dan mag u deze lijn verwachten. Of het gaat lukken, kan ik u niet beloven, maar het is wel de inzet. Dat komt dan nog op u af. Mocht u onverhoopt dan zeggen, we geven die middelen niet, de invoeringsdatum van deze verordening staat op 1 september. Dat heeft u ook gezien. Die voorbereidingstijd hebben we nodig, ook voor de gesprekken. Mocht u onverhoopt tegen de zomer zeggen, we doen het toch allemaal niet, kunnen we altijd kijken of we de verordeningen moeten laten bestaan, we een andere uitvoering moeten geven of dat je elkaar aankijkt en zegt, dan niet en dan trek je hem weer in. Dat klinkt heel raar, maar daar heb je niemand in de stad kwaad mee gedaan, behalve dat we ons voor niets voorbereid hebben. Maar dat zouden we ook gedaan hebben als we nu met Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid in gesprek gaan om dit allemaal uit te werken qua capaciteit. Die optie heeft u nog altijd. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik had gemeld dat ik mijn verhaal in drie etappes had. Maar de wethouder is mij al gedeeltelijk voor geweest voor wat betreft de derde etappe. Maar er ligt nog wel een vraag. Hij heeft het nodige gezegd, en dat doet me goed, over de mogelijk te behalen synergie bij de vorming van een multidisciplinair team. Maar ik heb hem nog niet precies horen zeggen binnen welke context dat is.
Is dat binnen de gemeente Dordrecht zelf, omdat je dan politiek direct via de ambtelijke kanalen het beleid kunt u kunt vormen of loopt dat via de Omgevingsdienst? Want dan zit je in een andere rol. Kan de wethouder daar zijn gedachten over geven? Het is wel een wezenlijk verschil. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het geldt sowieso voor de gemeente Dordrecht en niet voor de gemeenten om ons heen. Laten we daar duidelijk over zijn. De Omgevingsdienst die Zuid-Holland Zuid werkt in opdracht van de gemeente. Dat is waar je de uitvoering belegt.
16
Het is de gemeente Dordrecht die daar uitvoerende taken kan beleggen. Dat is, wat mij betreft, binnen de gemeente Dordrecht, maar het zou uitgevoerd kunnen worden door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Of je werkt in samenwerking met. Dat is precies het voorstel dat u nog gaat krijgen in het tweede kwartaal bij de perspectiefnota. Dat moet nog uitgewerkt worden. Een ander thema dat veel geraakt was, was de voordrachtbevoegdheid. Als u het aan mij vraagt, moeten we ons niet rijk rekenen met de voordrachtbevoegdheid. Ik snap, zeker gezien inspreker van vorige week, alle wensen om dit ook voor daklozen en dergelijke te doen. Uiteindelijk is het de verhuurder die bepaalt aan wie hij verhuurt. Als de verhuurder een ander kiest en daarmee de leegstand oploopt, dan is het klaar voor de gemeente, want dan is er geen leegstand meer. Reken je niet rijk met voordracht. Dat is echt het uiterste redmiddel voor als een verhuurder helemaal niets doet. De verwachting is niet dat een verhuurder het daarop laat aankomen. Overigens, dat is al gezegd, de verwachte wetswijziging is dat het over een tijdje ook niet eens meer kan en mag. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Over dat laatste graag nog iets meer toelichting waarom dat zo is.
Kan de wethouder zich voorstellen dat er eigenaren zijn die best bereid zouden zijn om een dakloze onderdak te verlenen? De heer Van der Kruijff: Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik kan me zelfs ook nog voorstellen dat we als gemeente, als we daar mogelijkheden toe zien, nog bepaalde ideeën van de hand doen dat dit een goed idee zou zijn. Maar wij denken niet dat het iets is wat je in de leegstandsverordening moet vastleggen. Het is meer een toezegging dat we het mede ter sprake zullen brengen waar we daar kansen toe zien. Die doe ik graag, want ook wij geven graag daklozen onderdak. Voorzitter, er is wat gezegd over boetes als financieringsoptie. Het is niet zo dat je met boetes deze boel gaat financieren. Het enige dat we willen aangeven, het is ook geen structurele financiering. Het enige dat we willen aangeven, als we boetes opleggen, dan laten we ten gunste van de uitvoering van dit komen. Dan zal het structurele beslag op de begroting afnemen, omdat je deze boetes ook als deel van de dekking kunt gebruiken. De tijd zal leren hoe dat gaat. Maar je moet hiermee niet van tevoren rijk rekenen. Ons doel is leegstand te voorkomen. Ons doel is niet boetes op te leggen. Voorzitter, of de doelstelling 40 procent realistisch is, dat moet u zelf bepalen. Als u denkt van niet en u denkt, 20 procent vind ik nog steeds doelmatig, kunt u daar ook mee akkoord gaan.
De vergelijking wordt veel gemaakt met Utrecht. Daar wil ik wel het volgende op zeggen, in Utrecht is ging het over een verwachte leegstand van ongeveer 2.000 woningen. Daar hebben ze in 2 jaar twee 20 procent gerealiseerd. Oftewel ze hebben een afname, u kan het sommetje ook maken, van 400 woningen in 1 jaar gedaan. Als wij 40 procent van 550 doen, doen we er 222. Dat is iets meer dan de helft van wat Utrecht gedaan heeft. Waarmee ik wil zeggen, het heeft ook iets te maken met de operationele capaciteit die je hebt. Daarom denken wij dat we misschien in aantallen lager komen dan Utrecht, maar in percentage hoger. Of u het gelooft, dat mag u zelf afwegen. Misschien vindt u 20 procent ook voldoende reden om voor deze verordening te zijn. Kun je kleiner beginnen? Wij denken van niet. Want ook als je gesprekken moet gaan voeren, heb je de capaciteit nodig.
17
Deze instrumenten helpen alleen maar om daar meer effect mee te bewerkstelligen. Het gesprek voeren is het belangrijkste dat je doet. Handhaven niet boetes opleggen, het is vooral de dialoog die moet leiden tot resultaat. Dat noemen we dan handhaven. Maar handhaven is soms ook het gesprek voeren. Het eigendomsrecht overnemen is niet onze bedoeling en zien wij ook niet zo een-twee-drie gebeuren. Er is gevraagd over de Crisisen herstelwet, Chw, en wat we vinden van het experiment. Het kan best interessant zijn om ons daar nog iets in te verdiepen. Dat heb ik persoonlijk tot op heden niet gedaan, moet ik u bekennen. Ik zou het eerst weleens willen onderzoeken wat het dan betekent, of daar nog bepaalde voorwaarden aan vastzitten en of die interessant zijn voor ons. Maar ik beloof u dat we er ons in verdiepen. Dan komen we er nog wel een keer op terug of we daar brood in zien en wat daar de voors en tegens van zijn. Mijnheer Hartmeijer had het nog over de termijnen te traag. Dat zijn wettelijk voorgeschreven termijnen. Het mag niet anders. De sanctie op een voordracht mag ook niet. Ik zei het al, dat gaat sowieso vervallen. Mijnheer Oostenrijk had het nog over rapporteren in september. Ik probeer snel te gaan op verzoek van de voorzitter. De voorzitter: Dat klopt. Het wordt steeds korter hoe lang we het over de verhuurverordening kunnen hebben. Mijnheer Van der Meer.
Spreker 21: het wordt steeds korter. Hoe weet hoe lang we het over de verhuur verordening kunnen hebben? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nog even over die voordracht. Dat mag formeel, als ik het goed begrijp, pas na een jaar gedaan worden. Al na een half jaar plus twee weken gaat de gemeente het gesprek aan. In dat gesprek kan op zijn minst informeel toch ook al iets van een voordracht gedaan worden als dat zo zou uitkomen? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, daar heeft mijnheer Van der Meer helemaal gelijk in. Dat heeft mevrouw De Korte geloof ik ook vorige week bij de beeldvormende sessie gezegd. Natuurlijk gaan we tijdens het gesprek al proberen om het op te lossen. We gaan niet de hele termijn uitzitten voor we het proberen bewoond te krijgen. Mijnheer Oostenrijk had nog een verzoek of we in september ’27, u vond het ver weg, zouden kunnen rapporteren. Maar eigenlijk is het voor rapporteren veel te dichtbij. Dat heeft de volgende reden, pas 6 maanden na invoering wordt de leegstand gemeld. Dat is de verordening. Vervolgens moeten er ook nog gesprekken plaatsvinden. Voor je weet ben je dan weer een half jaar verder. Wat wij in september ‘27 kunnen melden, is hoeveel er na een half jaar gemeld zijn en hoeveel gesprekken we gevoerd hebben. Maar het resultaat zal pas in het jaar daarna komen.
Als je wil kijken hoeveel je bereikt hebt, denken we dat het na 2 jaar een beter termijn is. Natuurlijk kunnen we na een jaar best vertellen hoe het allemaal gaat, maar verwacht dan nog niet dat we al een heel groot resultaat bereikt hebben middels deze instrumenten. De heer Oostenrijk: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk.
18
De heer Oostenrijk: Het was niet mijn bedoeling om me te prikken op september 2027. Het ging er meer om dat we eerder dan aan het eind van die 2 jaar een beeld krijgen van waar het heen gaat. Ik heb niet voor niks gezegd, als we op dat moment vinden dat het een hele goede zaak is om dit traject met kracht voort te zetten, dan moet je binnen die termijn nadere beslissingen kunnen nemen om al dan niet een tandje bij te zetten. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, op verzoek van de raad zijn we altijd bereid te komen vertellen hoe het gaat. Maar ik probeer alvast een waarschuwing te geven dat u niet denkt, in september ‘27 hebben we hele grote aantallen bereikt met wat alweer bewoond is. Mijnheer Hartmeijer zei terecht hoe de termijnen liggen en dan ben je na een jaar nog niet zover. Ik hoorde mijnheer Kolkiliç van DENK zeggen, het is administratief en dat levert allemaal niet zover op. Het is niet de bedoeling dat dit het administratief proces is, wil ik tegen hem zeggen. Dit is juist een heel actief proces van een dialoog tussen collega's, nieuwe collega's hopelijk, die het gesprek aangaan en tot resultaat komen. Dit moet allesbehalve administratief zijn. Het enige wat er administratief aan is, is dat je moet registreren dat je leegstand hebt. Als je het niet doet, krijg je een boete. Dat is de stok achter de deur. Dat kunt u administratief noemen.
Vervolgens gaan we in gesprek. Dat is echt actie en er is niets administratiefs aan. Wat betreft mevrouw Striebeck en of dit met sociale huur en alles te maken heeft, het is particuliere verhuur en daar geldt volgens alle huurregelgeving een puntensysteem met welke maximale huur je daarvoor mag vragen. Daar moet je, je ook in deze gevallen aanhouden. De heer Noldus: Voorzitter? De voorzitter: Kort, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Het gaat elke keer over de resultaten die gehaald worden met gesprekken. Ik ben benieuwd wat het college primair inschat als belangrijkste redenen voor het leeg blijven staan van de huizen. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat is nu net het hele punt, dat inzicht hebben we niet. Daarom moeten die gesprekken gaan voeren. Wat ons erg sterkt, is dat we zien dat ze in Utrecht in 2 jaar tijd 20 procent van de 2.000 woningen toch bewoond hebben weten te krijgen. Dat sterkt ons. Dat was echt niet allemaal administratieve leegstand wat ze daar aantroffen. Integendeel. Maar dan moet u maar eens in Utrecht bij de collega's navragen wat daar de evaluatie is. De heer Noldus: Voorzitter, daar ben ik juist benieuwd naar. Ook in het debat bij een aantal partijen zie ik juist het gaat vooral gaat om inzicht in die redenen. Maar alleen daarover praten, maakt nog niet dat de redenen waarom iets leegstaat in een keer verdwijnt.
Ook als je kijkt naar de cijfers in Utrecht, want ik heb me redelijk verdiept daarin, zie je dat er allerlei verschillende groepen zijn die op een gegeven moment oplossen qua leegstand, maar die niet per se komen uit de ingreep vanuit de leegstandsverordening. Dat zijn heel veel andere ingrepen van buiten die invloed hebben op wel of niet leegstand daarin.
19
Ik ben toch wel benieuwd welke resultaten het college dan verwacht. Wellicht hebben we daar een andere verwachting in. Wij hebben daar in ieder geval de nodige zorgen nog bij. De heer Van der Kruijff: Maar die heeft het college minder. Wij denken echt dat als we naar Utrecht luisteren, we echt het verschil kunnen maken. Misschien zijn er soms belemmeringen, maar juist in de dialoog kun je er met de eigenaar achter komen waar de belemmering zit, waarom het leegstaat. Dat kan soms een hele simpele reden zijn, waardoor het toch weer bewoond kan worden. De voorzitter: Kort nog mijnheer Kolkiliç, want ik wil echt over nu naar de verhuurverordening. De heer Kolkiliç: Een korte vraag, voorzitter. Er zijn panden en woningen in Dordrecht woningen die verhuurd worden, maar eigenlijk niet verhuurd mogen worden vanuit de hypotheekbanken. Dat is grotendeels de reden waarom huurders niet staan ingeschreven bij de gemeente. Hoe wil het college dat bestrijden of daarmee omgaan? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat is andere regelgeving. Op het moment dat er mensen in een woning wonen waar je niet mag wonen, of onder condities die niet toe zijn, moeten we ook handhaven. Maar dat gaat niet met de leegstandsverordening. Dan moet je weer kijken naar verhuurverordeningen en hoe je daarop kunt ingrijpen.