CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 2025.06.10 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 527.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waarom staat die daarin? Snap ik dat die erin staat. Maar waarom niet andere beleidsinhoudelijke uitdagingen waar de stad mee te maken krijgt? Energietransitie, klimaatadaptatie, grotere armoede en weet ik wat. Dat is vraag één. Vraag twee, de waarschuwing dat niet alle kosten na 2030 al voorzien zijn, is heel begrijpelijk. Maar hoe realistisch is het om die wel te voorzien? We kunnen toch sowieso, denk ik, niet zo goed voorzien hoe de situatie in 2030 is qua inkomsten en uitgaven en maatschappelijke uitdagingen. Misschien nog iets meer toelichting daarop. Drie, er wordt gepleit om geld achter de hand te houden. Nee, om bezuinigingsopties open te houden, die niet meteen worden … Waartoe wordt besloten, omdat niet alle bezuinigingen helemaal gerealiseerd zullen kunnen worden. Dat lijkt mij prima. Misschien een beetje een vreemde vraag, maar zou je niet naar de analogie daarvan ook een lijstje moeten maken van opties waar je extra geld aan zou willen besteden als je geld overhoudt uit de bezuinigingsoperatie? De voorzitter: Dat waren drie vragen. De heer Van der Meer: Ik heb er nog twee. Mag dat? De voorzitter: Dat mag. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: De vierde gaat over indexering en wat u ook zei, over dat de kosten en de baten van extra inwoners niet duidelijk is.

Betekent dat dat u het mogelijk acht dat met meer inwoners we ook meer geld tekortkomen, om het zo maar te zeggen? Anders gezegd, dat het aantal inwoners minder stijgt dan de kosten die de gemeente moet maken. Is dat mogelijk? En de laatste is de beschouwing over balans tussen de financiële kant, maar ook de haalbaarheidskant, personeel beschikbaar en dat soort dingen. Dat suggereert dat prioritering heel belangrijk is. Snap ik. Maar ook dat bepaalde weloverwogen investeringen kunnen helpen om het probleem te tackelen. Aan wat voor soort prioritering en wat voor soort investeringen zou je dan kunnen denken, om ons denkproces een beetje verder te helpen?

41

De voorzitter: Ik zou ze willen herformuleren, maar dat gaat mij niet lukken. Ik hoop dat de heer Steehouwer dat genoteerd heeft. En ik verzoek u om even dat inderdaad vanuit een technische kant te bekijken. Maar dat wil ik wel even blijven benadrukken. Dank u wel. Mijnheer Steehouwer, gaat uw gang. De heer Steehouwer: Ik ben geen politicus. De voorzitter: Met dat soort mensen moet je uitkijken. De heer Steehouwer: De eerste vraag triggert u me wel mee hoor. Want kijk, er zijn natuurlijk heel veel uitdagingen als het gaat over Integraal Huisvestingsplan. Daar hebben we natuurlijk ook al iets eerder over gezegd van, wat zit er wel in de begroting, wat zit er niet in de begroting? Kijk, wij hebben ons nu echt gebaseerd op wat er in de Perspectiefnota staat aan geplande activiteiten, laat ik het zo maar noemen, in hoeverre daar ook meerjarig dekking voor is. Daar komt die opmerking vandaan van, in 2030 ga je investeringen doen waar op dit moment nog geen dekking voor is. Dat is niet iets waarvan wij zeggen, let op, dat moet je niet doen, of iets anders in die strekking. Maar het is meer, realiseert u zich dat dat een risico zou kunnen worden op het moment dat er niet de creativiteit of de middelen worden gevonden om die uitgaven alsnog te dekken.

Een dieperliggend punt hier in dit kader is natuurlijk wel dat klimaatadaptatie, alle investeringen in riool, dat soort zaken, vraagt wel om continu bijstelling van bijvoorbeeld het rioleringsplan. Is dat wel adequaat op? Eens in de vier jaar moet dat worden geactualiseerd. Dat zijn natuurlijk allemaal dingetjes en dingen die ook echt in de komende jaren nog wel tot impact op dit perspectief kunnen leiden. Eigenlijk kun je zeggen, er is natuurlijk nog heel veel onzekerheid. We hebben allemaal geen glazen bol. Of dit het hele beeld is wat nu door het college wordt gezet in de Perspectiefnota? Maar ik zou hem wel vooral aan willen vliegen vanuit de plannen die er liggen. Die zijn vertaald op hoofdlijnen in de Perspectiefnota. En daar is de Perspectiefnota voor bedoeld, omdat het natuurlijk over de begroting ’26-‘29 gaat. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Een vervolgvraag erop. Want dat betekent dan dat de uitdagingen waarvan, naar het oordeel van de raad op dit moment, nog onvoldoende beleid is, dat ze daar rekening mee moeten houden bij het verder nadenken over de financiële problemen? De heer Steehouwer: Klopt. De voorzitter: Mijnheer Steehouwer. De heer Steehouwer: De dekking 2030, volgens mij heb ik daar net al iets over gezegd.

De realiseerbaarheid van ombuigingen aan de kostenkant, ik denk dat het sowieso goed is, dat hebben we ook ergens opgeschreven, blijf monitoren hoe het zich ontwikkelt. En als er plussen zijn, geldt natuurlijk precies hetzelfde, alleen wij kijken, je moet ombuigen. Daar ligt het risico. Daar zit natuurlijk uiteraard een keerzijde aan. De voorzitter: Mevrouw Boom heeft een tussenvraag.

42

Mevrouw Boom-Vos: Een verdiepende vraag hierop. Als ik de Perspectiefnota goed heb gelezen, dan wordt de reserve Sociaal Fonds gevuld met de realisatie van de ombuigingen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Steehouwer. De heer Steehouwer: En natuurlijk eigenlijk is dat stuk nog in te vullen, wat je daar vervolgens mee gaat doen. Daar zit, denk ik, wel een stukje politiek in. Ik blijf daar nu van weg. Als er geld overblijft, geldt ook precies dezelfde uitgangspositie. Ga je die inzetten voor structureel nog gezonder worden of sneller gezond worden of andere dingen? De groei, ik weet niet of dat ik die vraag helemaal goed begreep, er zit natuurlijk een volume-indexatie in, in feite. Daar zitten aannames onder, enerzijds qua, hoe gaat de groei zich ontwikkelen. Maar ook, wat betekent dat voor de kosten en de opbrengsten daarvan? Ik dacht uw vraag zo begrepen te hebben dat op het moment dat de groei tegenvalt, kan je dan wel de kosten hebben die samenhangen met die groei? Maar misschien is dat niet wat u bedoelt. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik bedoel gewoon, misschien simpeler, u zegt terecht, neem ik aan, als de stad groeit, komen er meer inkomsten, maar ook meer uitgaven. De ambitie van bijvoorbeeld Agenda 2030 is dat die extra inkomsten hoger zijn dan de extra uitgaven, om het zo maar te zeggen.

En de vraag is of u op basis van uw ervaring dat ook zo inschat, of dat het net zo goed denkbaar is dat dat anders uitpakt? De heer Steehouwer: Ik snap de vraag. Goede verduidelijking. Het is een beetje een flauw antwoord, maar dit hangt er natuurlijk wel van af welke keuzes er gemaakt worden. Want als het voorzieningenniveau heel hoog ligt, kost dat meer geld. Daar kunt u als raad natuurlijk nog wel allerlei knoppen beïnvloeden. Maar in essentie ligt er een businesscase op grond waarvan je kan zeggen, de investeringen die we gaan doen in groei van de staat draagt bij aan financiële gezondheid van de stad. In basis moet het ook geld kunnen opleveren. En ik denk dat dat een terecht uitgangspunt is, in die zin. En dan prioritering. Ik leg het altijd maar zo uit dat feitelijk kijk je er als college denk ik prima naar van, welke effecten wil je realiseren voor de stad? En om die effecten te realiseren, moet geld worden ingezet die bijdraagt aan die effecten.

En de vraag is vooral, hoe groot is het effect wat je beoogt ten opzichte van de middelen die je daarvoor moet inzetten? En is dat in balans of zet je zoveel middelen in op een bepaald doel wat niet heel veel bijdraagt? Prioriteren doe je wat mij betreft vooral op, welk effect beoog je en hoe groot is dat effect in relatie tot de kosten en inspanningen die je moet leveren? Als je het dan hebt over, waaraan moet je denken om de uitdaging het hoofd te bieden, waardoor je misschien wat minder hoeft te prioriteren? Want dat is denk ik waar het dan op neerkomt. Ik denk als je bijvoorbeeld kijkt naar het ambtelijk apparaat, die zijn allemaal heel druk met allerlei bezigheden. Simpele dingen als automatiseren van repeterende handelingen zou een heel zinvolle investering kunnen zijn om te zeggen, we maken daarmee ambtelijke capaciteit vrij om andere dingen te gaan doen. En natuurlijk krijg je dan het vraagstuk van, zijn diezelfde mensen dan inzetbaar op andere taken? Maar wij zijn bijvoorbeeld bij een aantal gemeentes administratieve taken aan het

43

doorlichten om te kijken, wat kost dat en wat kost het om dat met een robot te doen? Een robot is een ingewikkeld iets voor gewoon een computerprogramma wat hetzelfde kan. En feitelijk zie je dat er heel veel van die repeterende handelingen, zonder oordeelsvorming of inschattingsvermogen, te vervangen zijn door computers, door programma's waarmee je bij middelgrote gemeentes al zo tonnen kunt besparen op personele inzet. Als het gaat over soort investeringen denk ik onder andere aan dit soort zaken. En natuurlijk in het ruimtelijk domein kun je ook allerlei innovaties bedenken om grondexploitaties efficiënter of sneller in de tijd te realiseren, maar dat gaat een beetje mijn pet te boven, om eerlijk te zijn. De voorzitter: Was het zover de toelichting op de Perspectiefnota? Zijn er nog vragen vanuit de commissie naar de heer Steehouwer? Anders ga ik naar de ambtelijke, of de organisatie, ik mag het geen ambtelijk meer noemen eigenlijk. Het is me opgelegd, organisatie. En ik luister. Aan wie mag ik het woord … Want ik zie mijnheer Bouwer, mijnheer Hagoort zie ik ook, ons allen bekend. Mijnheer Brouwer? De heer Brouwer: Voorzitter, ik ben een beetje zoekend. We hebben vanmiddag natuurlijk de technische toelichting gehad op de Perspectiefnota, wat erin staat, wat we willen.

Ik weet even niet of ik nu nog wat toe te voegen heb aan wat net gezegd is, of om te duiden heb op de Perspectiefnota. Misschien is het handiger om te kijken of er dan nog gewoon vragen zijn vanuit de Auditcommissie. De voorzitter: Volgens mij was niet iedereen er. Want ik snap uw verhaal wel dat u zegt, ik ga het niet repeteren. Maar wij zitten hier in de Auditcommissie. Ben ik iets strenger, want ik bedoel, u komt er niet zomaar makkelijk vanaf, kan ik u vertellen. En vooral als ik hier zit. Maar serieus, ik bedoel, ik zou graag voor mijn part misschien een herhaling, maar kan het een verheldering zijn voor verschillende commissieleden. Ik was er zelf ook bij, maar nu zit ik in een andere rol. En misschien luister ik beter dan ik daar gedaan heb. Ik probeer het niet grappend te maken, maar ik zou het wel heel prettig vinden als u voor mij part resumerend dat even doet. En dan zal de commissie daarna nog wat vragen daarover stellen. Mijnheer Brouwer. De heer Brouwer: Ik ga mijn best doen. Ik denk niet dat ik toe ga lichten hoe de Perspectiefnota is opgebouwd, welke onderdelen erin zitten en dat soort zaken. Volgens mij is dat vanmiddag … De voorzitter: Eens. De heer Brouwer: Ik denk dat er een Perspectiefnota … De voorzitter: Mevrouw Boom.

Mevrouw Boom-Vos: Mag ik wel een technische vraag stellen over het proces? Wanneer moeten de technische vragen ingeleverd zijn? Dat zag ik niet zo snel. Ook vrijdag De voorzitter: 13, 17, 24. Er zit wel een week tussen. Ik ben erbij geweest. Mijnheer Brouwer, gaat uw gang.

44

De heer Brouwer: Ik denk dat er inderdaad een Perspectiefnota ligt, als ik kijk, waarin we zien dat er weinig nieuw beleid in zit, waarin we als organisatie echt wel een eerste stap aan het zetten zijn om naar een meer robuuster financieel beleid te gaan. Dat zit deels in afbouw van de reserve afschrijving, zit deels in het anticiperen op tekorten in de indexatie en uiteraard ook met het pakket aan ombuigingen wat voorligt aan uw raad, om te kijken hoe we onze begroting meerjarig dicht krijgen. Ik zit even hard te denken wat mijnheer Hagoort als bijzondere punten had. En dan denk ik dat één daarvan het btw-compensatiefonds is. Die heeft mijnheer Steehouwer net ook genoemd. We hebben begin dit jaar een brief gehad van de provincie die aangeeft, in deze situatie is het helemaal niet onverantwoord om ook te kijken naar je btw-compensatiefonds en wat je daar ieder jaar van terugkrijgt. Er zijn gemeentes die dat al begroten. Wij hebben dat tot nu toe niet gedaan. Maar krijg je zo’n brief, is dit ook wel het moment om nog een keer goed te kijken of je dat wel wil. Die hebben we meegenomen en gebruikt om de afhankelijkheid die in de begroting zit van de reserve afschrijving een stukje af te bouwen. We halen daar ieder jaar nu ongeveer 8,5 miljoen uit. En dan is na 25 jaar die reserve leeg.

En dat is een beetje wat mijnheer Steehouwer ook aangaf, wat doe je dan? Dan hebben we best een groot gat te zoeken. We hebben ervoor gekozen om een deel van het btwcompensatiefonds in te gaan boeken als structurele inkomst. En dat te verrekenen met de jaarlijkse onttrekking uit die reserve. Dat maakt dat die reserve minder groot hoeft te zijn, want ik haal tenslotte nu het geld op een andere manier binnen. En dat maakt ook dat we een eerste stapje zetten naar de toekomstige vervanging, want het is een structureel dekkingsmiddel. Na 25 jaar is mijn reserve leeg, maar dan heb ik in ieder geval die 1,75 miljoen al klaarstaan als stukje dekking voor toekomstige vervanging. En daarmee zie je dat we stapsgewijs die beweging maken om minder afhankelijk te worden van. Hoe is die reserve nu ingezet? Hij is vooral ingezet om het risicoprofiel wat we hebben op het Maasterras op te kunnen vangen vanuit ons weerstandsvermogen. Je ziet dat die volledig wordt toegevoegd aan de reserve grondbedrijf. De voorzitter: Ik heb hier een vraag van mevrouw Boom, voordat u verder gaat, mijnheer Brouwer. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Het is goed om te horen dat die reserve afschrijving opgehoogd wordt.

Hebben we dan ook voldoende reserve om alle kosten die in de begroting zitten op te vangen, of hebben we dan nog steeds een tekort? Teren we nog steeds in op onze reserves? De voorzitter: Mijnheer Brouwer. De heer Brouwer: We gaan iets minder structureel interen op reserves. Wat we nu gedaan hebben, is dat we, en dat is een beetje … Ik ga jouw voorbeeld gewoon weer beetpakken. Een beetje dat wij bij ons vast salaris aan inkomsten, en daarbovenop hebben wij besloten dat we een pot geld hebben. En die gebruiken we dan om de extra investeringen die we in het verleden gedaan hebben te kunnen betalen. Overigens moet ik eerlijk zeggen dat die keuze die in het verleden gemaakt is met de verkoopopbrengst van het Bouwfonds en ik denk het Dordts Energiebedrijf nog aan Eneco, dat dat wel een goede geweest is. Als je kijkt naar het voorzieningenniveau wat we nu hebben in Dordt, met een Sportboulevard, musea, dat hadden we niet gehad als we die beweging toen

45

niet gemaakt hadden. Alleen ik kan het bedrijf niet nog een keer verkopen. En die stap zijn we nu aan het maken, door te kijken of we andere inkomsten kunnen gaan vinden voor die reserve. En tegelijkertijd gebruiken we die vrijval om de groei in de stad mogelijk te maken bij Maasterras. Bij even de vraag van u nog, mijnheer Van der Meer, ik ga ervan uit dat de groei die wij bij Maasterras hebben echt nog wel wat bijdraagt in positieve zin voor onze begroting. Alleen dat soort zaken staan inderdaad wel onder druk. Alleen juist die beweging is daar gemaakt om te zorgen dat wij qua bewoners en inwoners gaan passen in de voorzieningenjas die we hebben met een Sportboulevard en het museum. We zullen het misschien niet allemaal zelf in onze eigen begroting zien, maar wel in de bezetting van dat soort voorzieningen. Die combinatie hebben we proberen te maken. En dan denk ik, voorzitter, dat ik de belangrijkste heb. De voorzitter: Er is nog een vraag van mevrouw Boom, voordat u even … De heer Brouwer: Alle vragen mogen. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ik kreeg niet helemaal het antwoord wat ik begrijp of wilde, dat is maar net … Mijn zorg is vooral, u zegt net, de oude investeringen schrijven we af en daar hebben we nu die reserve voor.

Is die voldoende dekkend voor de komende twintig jaar om dat te doen? En daarnaast, alle nieuwe investeringen die we gaan hebben, ik begreep dat van het Maasterras het al geregeld is, maar hebben we dan nieuwe ombuigingen nodig om dat te dekken, de nieuwe investeringen? Snapt u wat ik bedoel? De voorzitter: Mijnheer Brouwer. De heer Brouwer: Voorzitter, ik denk dat ik hem begrijp. De voorzitter: Ik zie u kijken en ik denk, begrijpt hij het of wil hij het niet begrijpen? De heer Brouwer: Dit is even mijn denkblik. Het restant van de reserve die er nog in zit, is groot genoeg om die oude investeringen te kunnen blijven betalen. Het zinnetje wat bij mijnheer Hagoort in de presentatie stond, wat we doen, we gebruiken nieuwe inkomsten om oude uitgaven te blijven dekken. En daarmee heb je nog steeds voldoende dekking voor het stukje wat we nu hebben. Maar begin een beetje te sparen … Een stukje. Het eerste stukje hebben we voor de toekomstige vervanging. Als we dit niet gedaan hadden, was de reserve leeg en dan hadden we met zijn allen niks gehad. En dan ben ik uw tweede vraag vergeten. De voorzitter: Die gaat ze nog herhalen. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij was dat hem al. Waar het mij vooral om ging, dat bij de investering in de toekomst, moeten we dan een nieuwe ophoging aan de reserve doen? Ja, volgens mij zei u net.

De heer Brouwer: Mijn voorkeur zou hebben om juist meer te zoeken in andere vormen van dekking dan weer met een reserve, want dan doen we weer hetzelfde wat we altijd gedaan hebben. En het uitgangspunt moet echt zijn dat onze jaarlijkse inkomsten net zo

46

groot zijn als onze jaarlijkse uitgaven. En dat zijn ze nu niet. En dat hebben we een maand geleden ook gezien. Even uit mijn hoofd, volgens mij geven we 18 miljoen meer uit dan we per jaar binnenkrijgen. Het zou fijn zijn als dat terug kan naar een … Volledig evenwicht weet ik niet, maar het is nu wel heel erg uit balans. De voorzitter: Zijn er nog aanvullingen vanuit de kant van de organisatie? En zal sowieso mijnheer Van der Meer even het woord willen geven. Het zou me zomaar kunnen. Mijnheer Hagoort.

De heer Hagoort: Korte aanvulling op de stadscontroller. In het perspectief, de grote hoofdtabel, hebben wij daarnaast op regel 11, dat is het aanvullen van de weerstandsratio. Die kwam net ook al eventjes aan de orde. De stap van 0,9 naar 1,0 wordt ook gemaakt door feitelijk, ik noem het even, het restant van het begrotingssaldo voor 3 jaren, ’25,´26 en ’27, te storten naar de reserve grondbedrijf. Dat is ook een manier of een voorstel van het college om die ratio naar 1,0 te brengen. Het is niet voldoende om alleen het onverdeeld rekeningresultaat van 2,6 miljoen daarvoor te brengen. We hebben echt ietsje meer nog nodig. Dat is mijn aanvulling. De voorzitter: Was het niet een vraag van u, mevrouw Boom? Er werd eigenlijk aangenomen dat het 3 miljoen is ongeveer, maar nu hoor ik iets anders. Om dat aan te vullen, moeten we niet ongeveer, maar exact, want u bent een man van de cijfers … De heer Hagoort: Het is jammer dat ik het plaatje niet voor me heb. De voorzitter: Maar dat kunt u ook zo. De heer Hagoort: Er zit wel een en ander aan verloop tussen de stand bij de jaarstukken en de Perspectiefnota 2026. U heeft bij Perspectiefnota 2025 ook een aantal besluiten genomen. Waren wat harde onttrekkingen. Tegelijkertijd hebben we ook toevoegingen. Dat staatje heb ik vanmiddag kort laten zien. En ik moet wel de stadscontroller gewoon ook bevestigen.

Het bedrag dat wij nodig hebben om precies op een ratio van 1,0 te komen, schommelt zo tussen de 3 en de 4 miljoen. En omdat wij een behoorlijk opgehoogd risicoprofiel hebben en ook een behoorlijk opgehoogd reserveprofiel, is een 0,1 of zelfs een 0,01 meteen een fors bedrag, als u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: Ik snap het. Is uw vraag beantwoord, mijnheer Van der Meer? Nee. Dan zal ik even eerst mijnheer Van der Meer de vraag … En daarna ga ik naar mijnheer Steehouwer. Die heeft een reactie namelijk op, of een verduidelijking … Zal ik eerst even een verduidelijking … Dank u wel, mijnheer Van der Meer. De heer Steehouwer: Ik zat even te zoeken, voorzitter. Op pagina 17 van de jaarstukken, bovenaan, staat de omvang van de algemene reserve, plus reserve grondbedrijf en posten onvoorzien is 22,3 miljoen. En het risicoprofiel van Dordt is 25,2 miljoen. En het verschil daartussen is eigenlijk de 3 miljoen die de stadscontroller noemde als het gaat over het aanvullen van het vermogen. De heer Brouwer: En om dan de laatste verduidelijking …

47

De voorzitter: Mijnheer Brouwer, gaat uw gang. De heer Brouwer: Dank u, voorzitter. We hadden het op dat moment over de jaarrekening. Vandaar dat ik deze 3 miljoen noem. En wat mijnheer Hagoort nu aangeeft, dat je na 31-12-‘24 ook weer ontwikkelingen ziet, waaronder het toevoegen van het risicoprofiel van Maasterras, waardoor die getallen nog een beetje schuiven. De voorzitter: Het grondbedrijf. Uw vraag. De heer Van der Meer: Ik was vanmiddag niet bij die sessie. En ik heb nog wel een technische vraag om het te snappen. Mevrouw Boom snapt het al, maar ik nog niet. Namelijk hoe het met dat Sociaal Fonds zit. Hoe dat gevuld wordt en wanneer dat gevuld wordt? Want ik lees nu, op termijn wordt dat 1 miljoen. Waar komt dat bedrag van 1 miljoen bij, wat kunnen we daarmee en hoe wordt het opgebouwd? Kan daar nog iets meer toelichting op komen. De voorzitter: Ik zie mijnheer Hagoort heel snel naar de microfoon grijpen. Ik denk dat hij een antwoord geeft. De heer Hagoort: Ik wilde eigenlijk een kleine aanvulling maken op wat net gezegd werd, dat de ruimte voor vullen van het Sociaal Fonds uit de ombuigbesparingen komt. Dat vind ik geen mooie manier van vergelijken. Dat realiseer ik me dat dat inderdaad tekst is, maar die kan je wel op twee manieren interpreteren, zijnde de ombuigruimte wordt toegevoegd aan financieel perspectief.

En feitelijk in mijn beleving is de ruimte voor het Sociaal Fonds gewoon de ruimte uit het financieel perspectief. En dat dat gunstiger wordt, tussen haakjes vanwege de ombuigingen, wil niet zeggen dat er een een-op-een relatie te trekken is tussen het Sociaal Fonds en de ombuigbesparingen. De voorzitter: Bedankt voor uw aanvulling. Maar even, er is nog een onduidelijkheid. Precies, onduidelijkheid. De heer Van der Meer: Mijn vraag is nog niet beantwoord. Tenminste, ik snap nog niet, waar komt het geld voor dat fonds vandaan? Want er staat nu, op termijn wordt dat 1 miljoen maar. De voorzitter: Heel even. De vraag was namelijk aan de organisatie. En één van de drie heren zou dat kunnen beantwoorden, of niet. Mijnheer Hagoort. De heer Hagoort: Voorzitter, mijnheer Van der Meer, de 2029 schijf in de tabel, daar wordt hij bereikt. En in diezelfde tabel ziet u feitelijk op de regels 2 tot en met 12B, dat zijn allemaal regels die op hun beurt, even het goede woord gebruiken, haast concurreren binnen het totale perspectief. En daarmee bedoelde ik te zeggen, de oploop van min 330 min 670 min 1 miljoen is een dekking uit de totaal beschikbare ruimte. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Helder. Ik moet gewoon beter kijken. Dank u.

De voorzitter: Ik ga nog niet sluiten hoor, maar ik wilde nog even aan de organisatie en onze accountants vragen of er wat de aanvullingen zijn. En dan geef ik daarna het woord

48

namelijk aan de Auditcommissie, waarbij ik een aantal dingen en zo neerleg wat we wel en nu moeten gaan adviseren en op basis waarvan we dat moeten doen, als het gaat om perspectief. Die wordt sowieso besproken. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Maar we kunnen wel advies vanuit onze hoedanigheid als Auditcommissie … Mevrouw Boom, gaat uw gang. Mevrouw Boom-Vos: Wij waren heel even in gesprek over het Sociaal Fonds. Mag ik nog een vraag stellen over de voorgestelde besluiten 6 en 7? Die gaat over de bestemmingsreserve Sociaal Fonds en de bestemmingsreserve dagrecreatieterrein. In de tekst staat dat het ter besluitvorming van de raad is. Voor mij is het onduidelijk, is dit een voorstel van het college of is dit het gevolg van een eerder raadsbesluit? De voorzitter: Dat is een hele duidelijke vraag. En technisch ook. Mijnheer Hagoort. De heer Hagoort: Voorzitter, het is het instellen van twee nieuwe reserves. En dat is een expliciete raadsbevoegdheid. Enkel vanuit die optiek wordt hij als los beslispunt aan het raadsvoorstel toegevoegd. Vorming van een reserve, met diverse instellingscriteria. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Boom: Waar komt dit vandaan? Is dit een wens vanuit de raad of is dit een wens vanuit het college? De heer Hagoort: Het is een collegevoorstel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal het nog een keer herhalen.

Komende tot een advies voor de algemene beschouwingen en een proces, heb ik een aantal vragen. Is er nog informatie nodig, is de informatievoorziening volledig, hoe zijn de financiële besluiten en hoe is de haalbaarheid van het geheel? En op basis daarvan kunnen we dat advies gewoon geven aan de Agendacommissie? Nee, aan de raad. Sorry. Aan de raad, niet hoe zij ermee omgaan, maar wat wij ervan vinden als Auditcommissie. En ik geef het aan de commissie. Is er genoeg informatie gegeven, informatievoorziening, is die volledig? De financiële besluiten. U had er net even een paar vragen over gehad van, komt het bij ons, komt het bij de raad, komt het bij de wethouders vandaan? Daar zit ook nog een vraag of een antwoord achter. Gaat uw gang, mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: We hebben natuurlijk meerdere stukken over de Perspectiefnota. De Perspectiefnota is zelf behoorlijk groot, maar wel heel prettig om te lezen en heel duidelijk. We hebben het raadsvoorstel. Daar vond ik het voorgesteld besluit heel cryptisch. Bijlage A, reserves en … We zijn hier Auditcommissie. De voorzitter: Jazeker. Mevrouw Boom-Vos: Die zou wat mij betreft gewoon veel duidelijker kunnen in een meerjarige tabel van, wat gaat eruit en wat gaat er … In plaats van onder elkaar. Mijnheer Brouwer weet dat ik er een hekel aan heb om al dat soort dingen op te zoeken.

Dat er verwezen wordt naar een begrotingswijziging. En dat was in de jaarrekening juist heel erg prettig. En als dit veel te groot was voor een raadsvoorstel, dat je zo'n lap tekst hebt, dan is het toch nog prettig om daar een aparte tabel voor te hebben. Want wij

49

snappen echt niks van die begrotingswijzigingen. Dat gaat allemaal heen en weer. Volgens mij hebben we dit al eerder besproken. Ik durf bijna wel over wij te spreken. Dat is voor ons heel moeilijk om voor te stellen wat erin staat. In de Perspectiefnota staat het er wel heel duidelijk in. En de tabel laadt beneden op zich ook wel. Maar het zou gewoon heel fijn zijn als de besluiten wat verder uitgeschreven worden. Sorry, dat is weer even mijn pleidooi. Wat gaan we hiermee doen? Volgens mij is het wel helder genoeg, maar dan kijk ik ook even naar de andere partijen, wat erin staat. En daar is wel een politiek oordeel over nodig. Ik denk niet dat wij dit met een advies qua behandeling aan de oordeelsvormende commissie moeten geven. Misschien kunnen we het advies van de accountant erbij zetten. Maar ik zou mezelf juist een beetje hier vandaan willen houden. De voorzitter: Hoe zitten de andere commissieleden in het geheel, horend datgene wat mevrouw Boom nu aangegeven heeft? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik vind de Perspectiefnota zelf heel duidelijk. Geeft wel aanleiding tot een aantal technische en zeker tot een aantal politieke vragen, maar daar is alle ruimte voor in het proces. Ik vind het wel een heel goed idee wat mevrouw Boom oppert, om de reflectie van de accountant ook nadrukkelijk mee te geven naar de raad toe.

En misschien in een begeleidend schrijven van ons het belang daarvan te onderstrepen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter, volgens mij zag u het al, ik ben het hiermee eens, met allebei. De voorzitter: Mijnheer Venderbos-Lambinon. De heer Venderbos-Lambinon: Eens met mevrouw Boom. De voorzitter: Ik zal mijnheer De Heer even overslaan. Dan ga ik naar mijnheer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Logisch om die dingen bij te voegen. Ik bedoel, prima. De voorzitter: Ik zou ook niet weten wat ik anders moet zeggen dan inderdaad de accountantsverklaring er even bij en met een … Mevrouw Boom-Vos: En het harde werken, want hier is ontzettend veel tijd in gaan zitten, volgens mij. De voorzitter: Ik zie een aantal mensen op de stoel gewoon echt heel zo van, nog groter. Mijnheer Hagoort. De heer Hagoort: Mag ik een verduidelijkende vraag terug stellen? U vraagt bij beslispunt 3, 4 en 5 om wat meer uit te schrijven. Bijlage A is dat. Maar u zegt ook iets over de begrotingswijziging zelf. Om even verwarring te voorkomen, begrotingswijzigingen uitschrijven, daar wordt u niet blij van. Dat bedoelt u waarschijnlijk ook niet. 3, 4 en 5 uitschrijven, ik weet ook niet of u daar heel blij van wordt, want dat

50

zijn inderdaad de diverse 4, 5 pagina's, daar wordt dan het raadsvoorstel inderdaad onder de beslispunten behoorlijk veel langer door. Een tussenvariant zou wel kunnen zijn om meer met kopjes … En dan hoeven we niet alle individuele onderdelen te noemen. De voorzitter: Het wordt wel genoteerd, mijnheer Hagoort. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Ter verduidelijking, wat u daar laat zien, die bijlage A, die snap ik. En dat u daarnaartoe verwijst. Want dat is een megatabel. Het is vaak heel prettig dat je per reserve alle toevoegingen en onttrekken, dat je het meerjarig beeld in een keer kan zien in ‘25. Hier wordt het uitgeschreven in een soort Word-versie. Het is juist veel prettiger als je dat overzichtelijk in een tabel hebt. En dat als bijlage toevoegen. Als u begrijpt wat ik bedoel. Want volgens mij hebben jullie dat ook in de begroting staan. En in de jaarrekening zie je ook de reserves meerjarig benoemd. De voorzitter: Mijnheer Hagoort. De heer Hagoort: Deze kwam vanmiddag ook langs als raadsvraag. En daar heb ik op geantwoord dat die bijlage in de maak is. Die kon ook pas gemaakt worden op het moment dat alles stilstond. Die wordt toegevoegd alsnog. Die is in de maak. Mevrouw Boom-Vos: En ter verduidelijking. Sorry. Dank u wel, voorzitter. U heeft op pagina 2 eigenlijk alle financiële opgaven staan in die tabel.

Eigenlijk is dat beslispunt nummer 1, wat u daar volgens mij benoemt. Misschien is dat dan overbodig. Ik zeg, het is zo fijn. Als wij een stuk lezen, ga je eerst naar de besluiten kijken. Wat wordt er gevraagd en waar moet ik op letten? Het mag, en dat weet ik niet hoe het bij de andere zit, zelfs nog wel wat … Die tabel gewoon een keer herhaald worden, als u dat helpt. Dan weet je gelijk, waar moet ik op richten en hoe moet ik dat stuk van de Perspectiefnota lezen? Maar dit is alleen de feedback. En ik ben misschien de enige. De voorzitter: Dat denk ik niet, want ik heb gezien dat een aantal collega’s het helemaal met u eens zijn. Een aantal is. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Op zich kan het altijd duidelijker en overzichtelijker natuurlijk. Maar ik wil wel meegeven dat naar mijn oordeel dit een duidelijker raadsvoorstel is dan we veel tegenkomen. Dan gaat het weliswaar over wat kleinere bedragen doorgaans. Maar ik vind dit wel naar verhouding heel duidelijk. Dat doet niks af aan de vraag van mevrouw Boom, maar ik wil niet het gevoel meegeven dat dit heel erg warrig is. Mevrouw Boom-Vos: Volgens mij begon ik ook zo mijn betoog, want de Perspectiefnota zelf is echt top. Dat is heel duidelijk. Deze is, verderop lezend, ook duidelijk. Er staat ook de uitleg in. Het is gewoon eigenlijk een extra, wat zeer gewaardeerd zou worden, laten we het zo zeggen.

De voorzitter: Sorry.

51

Mevrouw Vermeulen: Het oordeel van de Auditcommissie is volgens mij dat de BDOreflectie wordt doorgestuurd aan de algemene beschouwingen vergadering. En dat daarbij een begeleidend schrijven wordt gevoegd. Dat zal ik morgen in concept opstellen en aan u mailen, voor instemming. En datzelfde geldt voor het schrijven dat bij de jaarstukken hoort. De voorzitter: Zijn er geen vragen? Het podium is yours. 5. Raadsinformatiebrief over Decembercirculaire 2024 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan zijn we beland even bij agendapunt 5, de raadsinformatiebrief over Decembercirculaire 2024. Hij ligt ter bespreking of ter informatie bij u als Auditcommissie. Hij is al doorgestuurd naar de raad, maar als Auditcommissie kunnen wij desgewenst ook nog daarover spreken, iets van vinden. Is er behoefte aan? We hebben het in ieder geval opgenomen. En als er geen behoefte aan is, dan … De vraag is aan u. De vraag is, de Decembercirculaire 2024 ter informatie ligt hij, maar dan kunnen we ook bespreken. Hij is al naar de raad doorgestuurd. En wij kunnen er iets van vinden. Maar als daar geen behoefte aan is, dan is … Maar we vonden het wel heel belangrijk om het hier even op te voeren. Ik zie noch ja noch nee. Ik ga naar de slotzinnen. Rondvraag.

En voordat we aan de rondvraag gaan beginnen, wil ik graag even mijnheer Steehouwer het woord geven over het voorstel voor zijn overdracht aan de heer Koole, volgens mij. Gaat uw gang, mijnheer Steehouwer. De heer Steehouwer: Dank u wel, voorzitter. Even terugblikkend op, volgens mij was het in september, dat we het controleplan hebben gepresenteerd aan uw commissie. Toen heb ik ook aangegeven dat dit mijn laatste jaar als uw accountant zou gaan worden. Dat is nu bijna achter de rug. Maar ook dat we in deze vergadering zouden kijken, hoe vullen we het daarna in? Specifiek als het om mijn persoon gaat. Kijk, ik heb daar overleg over gehad met het college, of tenminste met de portefeuillehouder, gemeentesecretaris en uw griffier. Ook al eventjes met de voorzitter geklankbord. Ik mag de controleverklaring niet meer af gaan tekenen. Dat gaat mijn gewaardeerde collega Arne Koole vanaf volgend jaar doen. Maar ik kan het ook niet helemaal loslaten. En dat heeft niks met Arne te maken, maar meer, ik loop hier nu acht jaar rond. Ook vanuit mijn landelijke rol denk ik dat ik nog iets kan toevoegen voor u. En is mijn voorstel dan ook om als adviespartner gewoon in de Auditcommissie aan te blijven schuiven. Wel even goed kijkend wanneer wel, wanneer niet. Ik wil niet Arne in het vaarwater zitten.

Maar met workshops, met misschien Perspectiefnota's, dat soort agendapunten waarvan ik denk dat dat iets kan brengen, zou ik daar nog graag uw tijd willen gebruiken, als u dat ook mij toestemt uiteraard. De voorzitter: En dat allemaal voor niks. De heer Steehouwer: Is all in de prijs, jongen. De voorzitter: Daar hou ik van.

52

6. Rondvraag De voorzitter: Dan ben ik beland bij de rondvraag. En dan begin ik aan mijn linkerzijde. Mijnheer Van der Meer? Mevrouw Boom? Mevrouw Van Vugt? Mijnheer VenderbosLambinon? Mijnheer De Heer? Mijnheer In ’t Veld? Organisatie niet. ‘…’ niet. 7. Sluiting De voorzitter: Ik dank u allen voor uw geduld en de fantastische uitleg. Dan zullen we nog maar complimenten. En ik zie u over een week, over twee weken. Sorry, want volgende week is het VNG-congres. Wel thuis. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

N. Mol

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41185